471921 Bijl03 Onderzoek toekomstscenario's beheer- en exploitatie Buitenbad Venlo.pdf
Tekst van het document
Rapport
Vervolgonderzoek toekomst buitenbad Groot-Venlo Gemeente Venlo
19 december 2024
Inhoudsopgave 1.
Context en onderzoeksvraag
1
2.
Beheer en exploitatie BGV
2
2.1
Schets van de huidige situatie
2
2.2
Toekomstbestendig beheer en exploitatie BGV
3
2.2.1
Uitgangspunten
3
2.2.2
Beschouwing beheer- en exploitatievormen
3
2.2.3
Best passende beheer- en exploitatievorm
5
3.
Consequenties
10
3.1
Juridisch
10
3.2
Organisatorisch
10
3.3
Financieel
11
4.
Samenvattende conclusies
13
1.
Context en onderzoeksvraag
Op 10 november 2023 is door Synarchis de rapportage ‘Toekomst buitenbad Groot-Venlo’ gepresenteerd (verder: BGV). Met deze rapportage is uitvoering gegeven aan de volgende, door de gemeente verstrekte opdracht: Voer een onderzoek uit naar de technische situatie van BGV, breng in beeld wat nodig is om BGV nog 25 jaar als zelfstandig functionerend buitenbad in stand te houden en maak voor een toekomstbestendig BGV onderscheid in scenario’s. In de rapportage zijn de volgende twee scenario’s uitgewerkt: 1. Een scenario dat uitgaat van noodzakelijke renovatie, verbouw en verduurzaming met handhaving van de huidige configuratie. 2. Een scenario waarin de watercapaciteit wordt aangepast aan de behoefte (halvering 50-meterbad en familie-/recreatiebad) met inbegrip van een kwaliteitsimpuls (realisatie spraypark). De rapportage is afgesloten met een slotbeschouwing, waarin onder meer de volgende kanttekening is gemaakt: Net als tal van andere vrijwilligersorganisaties in Nederland heeft stichting Buitenbad Groot-Venlo problemen om de continuïteit van de organisatie te waarborgen, resulterend in een beperkte openstelling in het afgelopen zomerseizoen. Een optie is om in de toekomst te kiezen voor de inzet van betaalde medewerkers. De inzet van een betaalde parkmanager, die voorheen 9 jaar als vrijwilliger in BGV actief is geweest, is echter geen succes gebleken (bron: stichtingsbestuur).
De rol van werkgever leidt voor de stichting tot een andere opdracht en resulteert in hogere lasten waarover met de gemeente aanvullende afspraken gemaakt moeten worden. Het is onze ervaring dat gecombineerd beheer en exploitatie van binnen- en buitenbad leidt tot efficiëntie en meer continuïteit, ongeacht of sprake is van een door de gemeente gevoerde exploitatie (het team Sport en Bewegen van de gemeente Venlo) of door een gespecialiseerde landelijke partij. Voordat de gemeente een definitief standpunt inneemt over de toekomst van BGV is aanvullend onderzoek gewenst naar het beheer en de exploitatie van deze voorziening. Daarbij moet in beeld worden gebracht: 1. of er alternatieve beheer- en exploitatievormen zijn voor BGV (naast de huidige stichtingsvorm); 2. wat de voordelen, nadelen en risico’s zijn van deze alternatieve beheer- en exploitatievormen (onder meer met betrekking tot de inzet van vrijwilligers); 3. wat voor BGV de best passende beheer- en exploitatievorm is; 4. wat op hoofdlijnen de juridische, organisatorische en financiële consequenties zijn van implementatie van de best passende beheer- en exploitatievorm. In het vervolg van dit rapport worden in hoofdstuk 2 de onderzoeksvragen 1, 2 en 3 beantwoord. In hoofdstuk 3 worden de consequenties van de best passende beheer- en exploitatievorm op hoofdlijnen in beeld gebracht.
Het rapport wordt in hoofdstuk 4 afgesloten met de samenvattende conclusies. Gedurende het onderzoek heeft afstemming plaatsgevonden met betrokken ambtenaren en een delegatie van het bestuur van stichting Buitenbad Groot-Venlo.
1
2.
Beheer en exploitatie BGV
2.1
Schets van de huidige situatie
De gemeente is eigenaar van BGV, beheer (waaronder het ‘klein’ en ‘groot’ onderhoud) en exploitatie worden sinds 2016 verzorgd door stichting Buitenbad Groot-Venlo. Tot 2016 was de gemeente zelf verantwoordelijk voor beheer en exploitatie van het buitenbad. De gemeente verhuurt BGV aan de stichting op basis van een huurovereenkomst die loopt van 24 augustus 2015 tot 31 december 2024. In de overeenkomst zijn de wederzijdse bevoegdheden en verplichtingen vastgelegd. Per mail van 18 mei 2024 is onderling overeengekomen dat de aflopende overeenkomst per 31 december 2024 wordt beëindigd en dat in het derde of vierde kwartaal van 2024 in onderling overleg wordt bekeken welke afspraken voor 2025 gemaakt moeten worden. Vervolgens worden er nieuwe afspraken gemaakt afhankelijk van de besluitvorming over de toekomst van BGV. Beheer en exploitatie van BGV werd voor Corona gedraaid door tot wel 120 vrijwilligers. De afgelopen jaren is een aantal vrijwilligers via het vrijwilligerswerk en bijbehorende opleidingen begeleid naar een betaalde baan. Na Corona is het aantal vrijwilligers afgenomen tot circa 60. Daarmee is het niet langer mogelijk de verschillende diensten, variërend van toezicht, kassa, horeca en onderhoud, adequaat te bemensen. Gevolg is dat BGV in 2023 en 2024 een beperkte openstelling heeft gekend met dito bezoekersaantallen.
De stichting ontvangt geen financiële bijdrage van de gemeente. De inkomsten hebben betrekking op entree en horeca. In de huurovereenkomst is afgesproken dat de stichting jaarlijks een bedrag aan de gemeente afdraagt voor de eigenaarslasten die betrekking hebben op BGV (belastingen, verzekeringen en heffingen) en de kosten die verband houden met de waterconditionering (verbruik chloor, zwavelzuur, water en electra). Op basis van door het stichtingsbestuur beschikbaar gestelde informatie is in het volgende overzicht de exploitatie van BGV in beeld gebracht voor de periode 2016-2022 (uitgezonderd de twee Coronajaren 2020 en 2021), de begroting 2023 en 2024 en de exploitatieresultaten 2023 en 2024.
Exploitatie BGV Bezoekersaantallen Baten - entree - horeca - sponsoring - verhuur Lasten - doorbelasting gemeente - vrijwilligers - inkoop horeca - inkoop overig - onderhoud - belasting en verzekering - marketing, ict en website - overige kosten Exploitatiesaldo
gemiddeld 2016-2022 28.264
begroting 2023 2024 9.455 4.062
rekening 2023 2024
€ € € € totaal baten: €
91.857 31.888 7.527 881 132.153
€ 30.730 € 13.201 € 12.390 € 2.107 € - € € - € € 43.120 € 15.308
€ 40.785 € 26.216 € 15.351 € 7.032 € 1.139 € 4.146 € - € 150 € 57.275 € 37.544
€ € € € € € € € totaal lasten: € €
44.094 3.490 19.824 10.523 15.547 6.738 8.342 11.887 120.445 11.709
€ 55.000 € 5.000 € 6.195 € 1.000 € 23.268 € 8.050 € 7.000 € 7.500 € 113.013 € -69.893
€ 44.000 € 3.908 € 12.804 € 2.127 € 10.385 € 7.941 € 4.504 € 7.047 € 92.716 € -35.441
€ 55.000 € 5.000 € 1.054 € 1.000 € 21.268 € 8.050 € 7.000 € 5.000 € 103.372 € -88.064
€ 16.915 € 3.692 € 7.581 € 16.664 € 1.135 € 3.736 € 6.172 € 55.895 € -18.351
Toelichting: Gemiddeld is in de periode 2016-2022 sprake geweest van een omzet van ruim € 130.000. Op basis van een gemiddelde entree van € 3,25 per bezoeker leidt dit tot ruim 28.000 bezoekers. De gemiddelde entree is vastgesteld op basis van de (geregistreerde) bezoekersaantallen en exploitatieresultaten van 2019 en 2022. De gemiddelde totale kosten bedroegen over de periode 2016-2022 € 120.000, waarvan ruim 35% is afgedragen aan de gemeente. Per saldo leidde dit tot een positief exploitatiesaldo van gemiddeld bijna € 12.000.
2
In algemene zin gesproken is voor de stichting tot 2023 sprake geweest van een gezonde financiële situatie. De steeds grotere uitdaging van de stichting is gelegen in het beschikbaar krijgen en houden van voldoende vrijwilligers. Deze uitdaging blijkt inmiddels te groot, getuige de beperkte openstelling in 2023 en 2024. Uit de rekeningen 2023 en 2024 blijkt dat de ‘schade’ beperkt is gebleven ten opzichte van de begrotingen 2023 en 2024, mede door nog meevallende baten en een lagere afdracht1 aan de gemeente. De negatieve exploitatieresultaten hebben hun weerslag op het eigen vermogen van de stichting. Deze is gedaald van bijna € 77.000 per 31 december 2022 tot ruim € 41.000 per 31 december 2023 en bijna € 23.000 per 31 december 2024.
2.2
Toekomstbestendig beheer en exploitatie BGV
Net als bij veel andere buitenbaden in Nederland zijn beheer en exploitatie van BGV momenteel ondergebracht bij een stichting (Buitenbad Groot-Venlo). Verreweg de meest voorkomende alternatieve beheer- en exploitatievormen voor buitenbaden zijn: Gemeentelijk beheer. Uitbesteding aan een commerciële exploitant. Onder gemeentelijk beheer wordt in dit verband verstaan beheer en exploitatie door team Sport en Bewegen, de organisatie die in Venlo verantwoordelijk is voor onder meer beheer en exploitatie van zwembad De Wisselslag. In het vervolg van deze paragraaf is een korte algemene beschouwing opgenomen van de drie beheer- en exploitatievormen met een beoordeling van de best passende vorm voor BGV. Daarbij wordt ook het draagvlak voor de verschillende beheer- en exploitatievormen meegenomen onder de betrokken vertegenwoordigers van de gemeente en het stichtingsbestuur.
2.2.1
Uitgangspunten
Voor een toekomstbestendige beheer- en exploitatievorm voor BGV kunnen in algemene zin de volgende uitgangspunten worden gehanteerd: De beheer- en exploitatievorm van BGV is geen doel op zich maar is een instrument om de maatschappelijke functie te waarborgen en waarde te realiseren door respectievelijk: het behouden van een openbare zwemvoorziening voor de inwoners van Venlo in het algemeen en van Blerick in het bijzonder; het creëren van laagdrempelige mogelijkheden voor recreatie, ontmoeting en het behouden van zwemvaardigheid voor een brede laag van de bevolking, maar zeker ook kinderen, gezinnen en senioren. Een passende beheer- en exploitatievorm is stabiel en op continuïteit gericht, biedt ruimte voor (maatschappelijk) ondernemerschap en maakt het mogelijk dat BGV efficiënt wordt beheerd en geëxploiteerd met een aanvaardbare financiële bijdrage van de gemeente. De beheer- en exploitatievorm faciliteert en stimuleert medewerkers om flexibel om te gaan en in te kunnen spelen op veranderende omstandigheden.
2.2.2
Beschouwing beheer- en exploitatievormen
Uitbesteding aan een stichting Beschouwing: In de laatste decennia van de vorige eeuw, maar ook nog in de eerste twee decennia van deze eeuw zijn in Nederland talloze stichtingen opgericht ten behoeve van het beheer en de exploitatie van maatschappelijk vastgoed, waaronder buitenbaden (met als voorbeeld oprichting stichting Buitenbad Groot-Venlo in 2016). De stichting werd en wordt beschouwd als een goed middel voor de mobilisatie en betrokkenheid van het lokale maatschappelijke veld. De relatie tussen de gemeente en stichtingen krijgt vorm door middel van overeenkomsten (huur, exploitatie en doorgaans subsidie). Voor een transparante relatie tussen gemeente en stichting onthoudt de gemeente zich bij voorkeur van bestuursdeelname in de stichting.
1
De gemeente brengt € 55.000 per maand in rekening aan de stichting Dit staat gelijk aan € 11.000 per maand op basis van vijf maanden openstelling. Nu de stichting de openstelling noodgedwongen moet beperken is hierop door de gemeente een korting verleend. De ‘doorbelasting gemeente’ heeft in 2024 conform de jaarrekening van de stichting betrekking op de posten BSGW (€ 6.623) en onderhoud (€ 10.292).
3
Vanaf de jaren ’90 van de vorige eeuw is een kentering waarneembaar. De complexiteit van steeds meer (geclusterde en multifunctionele) accommodaties wordt minder en minder aan ‘vrijwillige’ bestuurders overgelaten. Ook is het vooral voor kleinere stichtingen lastig gebleken om de vervanging van bestuursleden goed te regelen en het vrijwilligersbestand op peil te houden, met negatieve gevolgen voor de kwaliteit en continuïteit van de organisatie en bedrijfsvoering. De afgelopen jaren lijkt er een zekere revival plaats te vinden ten faveure van stichtingen. Met name bij geprofessionaliseerde stichtingen met een omvangrijk takenpakket blijkt het bestuursmodel met een Raad van Commissarissen en een directeur/bestuurder goed te kunnen werken. De directeur/bestuurder fungeert in dergelijke stichtingen als een lokaal, regionaal en soms zelfs landelijk duidelijk herkenbare (maatschappelijk) ondernemer. De vrijheid (in gebondenheid) die dit soort ondernemers nodig heeft blijkt bij dit soort stichtingen zeker zo aanwezig als bij andere typen beheer- en exploitatievormen. Als niet-winstbeogende organisaties kunnen stichtingen, na de inwerkingtreding van de BTW-vrijstelling, vanaf 1 januari 2019 gebruik maken van de BOSA (subsidieregeling Stimulering Bouw en Onderhoud Sport Accommodaties).
Net als voor de SPUK-regeling geldt dat nog niet duidelijk is wat precies het perspectief van deze regeling is na 2025. Ten opzichte van winstbeogende exploitanten kan dit negatieve gevolgen hebben voor de exploitatie. Mits sprake is van voldoende schaalgrootte, een gezonde financiële situatie en voor langere termijn een beroep gedaan kan worden op capabele bestuurders/vrijwilligers, is de stichting een voor de gemeente efficiënte vorm voor het laten verzorgen van beheer en exploitatie van maatschappelijke accommodaties als buitenbaden. De praktijk leert echter dat stichting Buitenbad Groot-Venlo als kleinere stichting de afgelopen jaren moeite heeft voldoende vrijwilligers op de been te krijgen en te houden waarmee de openstelling van het buitenbad (en op termijn de continuïteit van de bedrijfsvoering) onder druk komt te staan.
Gemeentelijk beheer Beschouwing: Dit is de beheer- en exploitatievorm waarin het beheer en de exploitatie van het BGV tot 2016 plaats vond en momenteel het beheer en de exploitatie van onder meer zwembad De Wisselslag is georganiseerd. De medewerkers van in dit geval team Sport en Bewegen zijn in dienst van de gemeente. De verantwoordelijkheden en verantwoording verlopen conform de bureaucratische en politieke lijnen. Medewerkers leggen verantwoording af aan de direct leidinggevende. De betreffende portefeuillehouder is bestuurlijk verantwoordelijk. Dit type beheer- en exploitatievorm geeft gemeenten maximale sturingsmogelijkheden. Maatschappelijke ontwikkelingen en economische omstandigheden, al dan niet vertaald in nieuwe (politieke) prioriteiten, kunnen makkelijk vertaald worden in aanpassingen van het aanbod. Denk daarbij bijvoorbeeld aan het gebouw (van investering, tot renovatie/verduurzaming of zelfs sluiting) tot aanpassing van openstelling en tarieven. Ondanks de maximale sturingsmogelijkheden heeft deze beheer- en exploitatievorm de afgelopen decennia sterk aan populariteit ingeboet. Steeds minder gemeenten beschouwen beheer en exploitatie van accommodaties als BGV als een kerntaak.
Vanuit een regierol wordt de uitvoering in steeds meer gemeenten op afstand geplaatst (bijvoorbeeld verzelfstandigd in de vorm van een Sportbedrijf) of uitbesteed aan een stichting of aan een commerciële exploitant. In dit type beheer- en exploitatievorm is de ruimte voor gemeentelijke sturing het grootst, maar ligt ook de volledige verantwoordelijkheid voor het beheer en de exploitatie van BGV en de daarbij behorende risico’s in handen van de gemeente. Hoewel schaal- en efficiëntievoordelen zijn te behalen door meerdere sportaccommodaties in gemeentelijk beheer te houden, is het landelijke beeld dat gemeentelijke organisaties minder goed zijn ingericht voor een efficiënte, marktgerichte exploitatie.
Uitbesteding aan een commerciële exploitant Beschouwing: Met de teruglopende populariteit van de stichtingsvorm is er de opkomst van commerciële exploitanten van met name zwembaden en multifunctionele sportcentra. Commerciële exploitanten zijn winst beogend en hebben private aandeelhouders (anders dan zogenoemde gemeentelijke Sportbedrijven, die doorgaans de gemeente als enig aandeelhouder hebben). Het kunnen overlaten van alle taken en verantwoordelijkheden op het gebied van beheer en exploitatie met inbegrip van de daarmee verbonden risico’s is voor veel gemeenten aanleiding om te kiezen voor marktwerking. Een beperkt aantal commerciële partijen is in de loop der jaren uitgegroeid tot landelijk opererende exploitatiemaatschappij (Sportfondsen en Optisport), waarin op basis van gestandaardiseerde en in de praktijk beproefde en getoetste concepten
4
en modellen het beheer en de exploitatie van met name (maar niet uitsluitend) zwembaden en binnensportaccommodaties wordt vormgegeven. In de regel is beperkt sprake van lokaal ondernemerschap. De winst wordt voor een groot deel gehaald uit gecentraliseerde schaal- en efficiëntievoordelen. Een commerciële exploitant wordt geselecteerd op basis van een aanbestedingsprocedure. Met de financieel (prijs) of economisch (prijs en kwaliteit) meest voordelige partij wordt een huur- en exploitatieovereenkomst gesloten. In de regel zijn de exploitatierisico’s voor rekening van de exploitant, die daarvoor een zogenoemde risicofee in rekening brengt. Het beheer en de exploitatie zijn gericht op het maken van winst binnen de door de gemeente vastgestelde kaders. Dit betekent dat contractueel goed moet worden vastgelegd welke voorwaarden de gemeente aan de exploitant stelt met betrekking tot de maatschappelijke functie van BGV. Overeenkomsten worden veelal gesloten voor periodes van 10 jaar. Hoewel met het beheer en de exploitatie van BGV sprake is van een relatief kleine opdracht, is de verwachting gerechtvaardigd dat de gekende exploitanten interesse zullen hebben om een positie te verkrijgen in Venlo. Met hun landelijke spreiding zijn zij in staat relaties te leggen met nabijgelegen exploitaties.
Zo zijn Sportfondsen (Laco) en Optisport onder andere actief in respectievelijk Peel en Maas en Venray. Uitbesteding aan een commerciële marktpartij ontzorgt de gemeente, biedt diverse garanties, maar beperkt ook de mogelijkheden van gemeentelijke sturing. Verder bestaat altijd het risico van spanning tussen de maatschappelijke functie van de accommodatie en commerciële belangen. Door middel van een aanbesteding wordt concurrentie georganiseerd, wat (afhankelijk van de gunningscriteria) leidt tot een scherpe, marktconforme prijs voor de gemeente. De ruimte voor een scherpe prijs wordt overigens beperkt door de bedrijfsvoering van exploitanten als Sportfondsen en Optisport, die gestoeld is op professionele medewerkers en in de regel niet uitgaat van inzet van vrijwilligers.
2.2.3
Best passende beheer- en exploitatievorm
Afwegingskader Bij het beoordelen/toetsen van beheer- en exploitatievormen spelen doorgaans de volgende aspecten in meer of mindere mate een rol: Onder gemeentelijke sturing wordt verstaan het stellen van voorwaarden door de gemeente Venlo aan de functie en toegevoegde waarde van BGV en de daaraan gekoppelde gemeentelijke bijdrage in investering en/of in beheer en exploitatie van het buitenbad. Vanuit gemeentelijk beheer is sturing makkelijker dan bij uitbesteding aan een stichting en zeker bij uitbesteding aan een commerciële exploitant, maar ligt politieke ‘wispelturigheid’ ook meer op de loer. Langlopende overeenkomsten en commerciële belangen beperken de mogelijkheden van gemeentelijke sturing. Investeringen in onderhoud, verduurzaming en aanpassing van het aanbod en de (jaarlijkse) financiële bijdrage die dit van de gemeente Venlo vergt wordt gelegitimeerd door de maatschappelijke functie van BGV. Randvoorwaarden omtrent bijvoorbeeld openstelling, tarieven en onderhoudsniveau kunnen prima contractueel worden vastgelegd, maar moeten door de gemeente wel worden gemonitord. Tegenvallende exploitatieresultaten en commerciële belangen kunnen druk zetten op de maatschappelijke functie van BGV. Een efficiënte bedrijfsvoering is noodzakelijk om met de beschikbare middelen zo veel mogelijk maatschappelijke waarde te creëren voor BGV.
Expertise op het gebied van bijvoorbeeld personeelszaken/vrijwilligersbeleid, onderhoud & techniek, marketing & promotie en administratie en het kunnen profiteren van schaalvoordelen kan hiertoe bijdragen. Ook hier geldt dat de gekende commerciële exploitanten daar landelijk beproefde procedures voor hanteren, terwijl dit voor gemeenten en stichtingen meer op maatwerk berust of ingekocht moet worden. In een concurrerende vrijetijdsmarkt is het zaak om door marketing en promotie producten en diensten van BGV (periodiek) aan te passen aan veranderende wensen en behoeften en onder de aandacht te brengen van bestaande en nieuwe (potentiële) bezoekers. Landelijk opererende commerciële exploitanten hebben de expertise en beschikken hiervoor over breed ontwikkelde en beproefde concepten. Gemeenten of lokaal opererende stichtingen moeten deze expertise en concepten meer lokaal ontwikkelen of inhuren en hebben daarmee meer ruimte voor (lokaal) maatwerk. Gegeven de maatschappelijke waarde van BGV moet sprake zijn van toekomstbestendig beheer en exploitatie, gericht op stabiliteit en continuïteit. Bij gemeentelijk beheer heeft de gemeente volledig grip op stabiliteit en continuïteit. Bij een stichting is een goed functionerend bestuur en de beschikbaarheid van voldoende vrijwilligers van evident belang.
Landelijk opererende commerciële exploitanten zijn minder afhankelijk van individuen en geven in de regel een continuïteitsgarantie
5
vanuit het moederbedrijf af om de gemeente de tijd te gunnen een nieuwe oplossing te bedenken bij een onverhoopt lokaal faillissement. Wijziging van de beheer- en exploitatievorm heeft gevolgen voor de positie van het betrokken medewerkers (professioneel of vrijwilligers). Zowel gemeentelijk beheer als uitbesteding aan een commerciële exploitant zal betekenen dat in ieder geval een groot deel van de inzet van vrijwilligers in BGV zal worden vervangen door de inzet van professionele medewerkers. Dit betekent uitbreiding van werkgelegenheid, maar wel tegen hogere exploitatiekosten. Het betekent ook dat een grote groep betrokken burgers geen of minder bijdrage kan leveren aan beheer en exploitatie van BGV. Draagvlak In het kader van dit onderzoek is aan vertegenwoordigers van het bestuur van stichting Buitenbad Groot-Venlo en van team Sport en Bewegen gevraagd te reflecteren op een mogelijke rol van hun organisatie bij toekomstig beheer en exploitatie van BGV. Stichtingsbestuur Buitenbad Groot-Venlo: Het stichtingsbestuur ziet reële mogelijkheden om ook de komende 20 jaar verantwoordelijk te blijven voor beheer en exploitatie van BGV, maar wel onder de volgende voorwaarden: De gemeente Venlo dient, als eigenaar van BGV (bassins, terrein en opstallen), het planmatig (groot) onderhoud op zich te nemen.
Het kleine dagelijkse onderhoud (zoals schroeven vastdraaien, verf bijwerken, onkruid wieden en lampen vervangen) kan ook in de toekomst door vrijwilligers van de stichting worden uitgevoerd. Het in de huurovereenkomst opgenomen bedrag van € 55.000 per jaar voor het doorberekenen van de eigenaarslasten (belastingen, verzekeringen en heffingen) en de waterconditionering moet komen te vervallen. De gemeente stelt een subsidie van € 50.000 per jaar beschikbaar voor de uitvoering van nieuw vrijwilligersbeleid (vrijwilligersbijdrage). Meer vrijwilligers betekent ruimere openingstijden, meer badgasten en een hogere omzet. De bassins en de inrichting van het terrein dienen, te beginnen in 2025, beter aan te sluiten bij de wensen en behoeften van deze tijd. Denk hierbij onder andere aan voldoende schaduwplekken, fatsoenlijk meubilair, opgeknapte natte ruimtes en waterglijbanen. Als de gemeente tot de keuze zou komen BGV op een andere wijze te (laten) beheren en exploiteren, dan zal het stichtingsbestuur zich daarbij constructief opstellen. Afhankelijk van de beheer- en exploitatievorm kan het bestuur vrijwilligers stimuleren om hun inzet voort te zetten, maar de verantwoordelijkheid ligt bij de vrijwilligers zelf. Team Sport en Bewegen: Het heeft niet de voorkeur van team Sport en Bewegen om verantwoordelijk te worden voor beheer en exploitatie van BGV.
Een buitenbad heeft primair een recreatieve functie en geen sport- en beweegfunctie en draagt daarmee niet bij aan het verwezenlijken van de gemeentelijke sportvisie. Daarbij ervaart team Sport en Bewegen, net als alle andere zwembadexploitanten, krapte op de arbeidsmarkt. Werving van nieuw personeel voor beheer en exploitatie van BGV wordt als weinig realistisch gezien. Overigens worden de kosten van een volledige formatieplaats geraamd op € 80.000. Team Sport en Bewegen werkt in beginsel met professionele medewerkers. Het overnemen en aansturen van een grote groep vrijwilligers heeft dan niet de voorkeur. Als toch besloten zou worden tot een combinatie van beheer en exploitatie van BGV en zwembad De Wisselslag, dan heeft het de voorkeur van team Sport en Bewegen om een derde scenario voor de toekomst van BGV in overweging te nemen. Zo’n scenario zou moeten voorzien in een veel kleiner BGV ‘gekoppeld’ aan het binnenbad. Zo zouden dan de omstandigheden kunnen worden gecreëerd voor binnen zwemmen en buiten recreëren. Met droge speelvoorzieningen en een spraypark (foto) kan een aantrekkelijke ligweide worden gerealiseerd. Voordeel van dit scenario is dat de extra benodigde personeelsinzet beperkt blijft.
Eventuele synergievoordelen in gecombineerd beheer en exploitatie van binnen- en buitenbad worden bijvoorbeeld gezien op de volgende onderdelen: Het buitenbad zou het hele jaar door opengesteld kunnen worden voor met name banen zwemmen en trimzwemmen. In het zomerseizoen kunnen activiteiten als leszwemmen in het buitenbad aangeboden worden zodat het binnenbad voor een deel dicht kan blijven.
6
De combinatie van een multifunctioneel zwembad met een grote ligweide biedt mogelijkheden om de locatie als vitaliteitspark op de kaart te zetten en meer mensen in beweging te krijgen. Zwembadbezoekers kunnen makkelijker arrangementen aangeboden worden met aantrekkelijk combinaties van binnen- en buitenactiviteiten. Risico’s Beheer en exploitatie van buitenbaden is nooit zonder (financieel) risico. Wel verschillen de risico’s tussen stichting Buitenbad Groot-Venlo, team Sport en Bewegen of een commerciële exploitant als verantwoordelijke partij voor beheer en exploitatie van BGV. Stichting Buitenbad Groot-Venlo Als de gemeente in zou stemmen met de voorwaarden die het stichtingsbestuur verbindt (zie eerder deze paragraaf) aan voorzetting van beheer en exploitatie van BGV, dan betekent dit voor de gemeente een substantieel hogere financiële bijdrage. Zekerheid dat de continuïteit in bestuur en voldoende vrijwillig kader is geborgd voor de komende 20 jaar is er niet. Met de inzet van vrijwilligers is wel sprake van een financiële efficiënte exploitatie ten opzichte van de andere beheer- en exploitatievormen, die uitgaan van professionele inzet. In financiële zin kunnen de risico’s van tegenvallende exploitatieresultaten beperkt worden door de stichting in de gelegenheid te stellen eigen vermogen op te bouwen dat als buffer aangewend kan worden (zoals in de huidige situatie).
Met het oog op de continuïteit van BGV is het een optie om beheer en exploitatie door de stichting als plan A te beschouwen. Als op termijn blijkt dat dit toch niet houdbaar is dan kan voor plan B geopteerd worden. Plan B bestaat dan uit beheer en exploitatie door team Sport en Bewegen of eventueel uitbesteding aan een commerciële exploitant. Team Sport en Bewegen In deze vorm liggen de (financiële) risico’s die verbonden zijn aan beheer en exploitatie van een buitenbad direct bij de gemeente. Tegenvallers in de exploitatie komen direct ten laste van gemeentelijke begroting (zoals meevallers hieraan ten gunste komen). Op basis van de input van team Sport en Bewegen (zie eerder deze paragraaf) moet ook in deze vorm rekening worden gehouden met een fors hogere financiële bijdrage als gevolg van het professionaliseren van de bedrijfsvoering. Zolang de gemeente bereid is om de benodigde bijdrage te leveren is de continuïteit van BGV geborgd. Als daar aanleiding voor is staat het de gemeente op ieder moment vrij om alsnog voor een andere beheer- en exploitatievorm te kiezen (plan B). Het opnieuw oprichten van een stichting ligt dan minder voor de hand, zodat uitbesteding aan een commerciële exploitant dan het logisch alternatief is.
Commerciële exploitant Bij uitbesteding aan een commerciële exploitant bepaalt de gemeente de kaders waarbinnen beheer en exploitatie van BGV moet plaatsvinden (denk aan openstelling, tarieven, et cetera). Hoe maatschappelijker de kaders (ruime openstelling, lage tarieven) hoe hoger de vergoeding die een commerciële exploitant nodig zal hebben. Binnen de gestelde kaders zullen commerciële exploitanten winstmaximalisatie nastreven die ten koste kan gaan van de maatschappelijke functie van BGV. Het is aan de gemeente om de kaders (juridisch vastgelegde afspraken) te controleren en de exploitant zo nodig aan te spreken op het niet naleven ervan. Commerciële exploitanten worden doorgaans verplicht bij de start van de overeenkomst een substantieel eigen vermogen in te brengen waarmee tot op zekere hoogte financiële tegenvallers in het beheer en de exploitatie van BGV kunnen worden opgevangen. Overeenkomsten met commerciële exploitanten worden veelal afgesloten voor 10 jaar. Het komt zeer sporadisch voor dat partijen als Sportfondsen en Optisport dergelijke overeenkomsten vroegtijdig beëindigen. In dat geval moet sprake zijn van een lokaal faillissement, waarna het moederconcern garant staat voor bijvoorbeeld de openstelling in het eerst komende zomerseizoen. Dit geeft de gemeente de ruimte om te zoeken naar een plan B.
Dan kan gekozen worden voor een nieuwe aanbesteding (waarschijnlijk tegen minder gunstige financiële voorwaarden) of gemeentelijk beheer (aansluiting bij team Sport en Bewegen).
7
Toetsing In de volgende tabel zijn de drie beschreven beheer- en exploitatievormen weergegeven in combinatie met de hiervoor behandelde aspecten. Door cijfers te verbinden aan de beoordeling en een wegingsfactor toe te kennen aan die aspecten waaraan de meeste waarde valt toe te kennen, kan een score en een rangschikking worden berekend. De uitkomsten moeten worden beschouwd als een combinatie van landelijke en vooral lokale inzichten. De scoretabel moet niet worden beschouwd als een ‘harde’ beoordeling, maar meer als een handvat om ‘gevoel’ te krijgen bij de verschillen tussen de onderscheiden beheer- en exploitatievormen. Wegingsfactor:
Score op aspecten:
1 = beperkt van belang
1 = negatief
2 = neutraal
2 = beperkt negatief
3 = zeer van belang
3 = neutraal 4 = beperkt positief 5 = positief
Gemeentelijke sturing
Wegingsfactor 2
3
6
5
10
Commerciele exploitant 1 2
Maatschappelijke functie
3
4
12
5
15
2
6
Efficiente bedrijfsvoering
2
3
6
3
6
5
10
Marketing en promotie
2
3
6
4
8
5
10
Stabiliteit en continuiteit
3
2
6
4
12
4
12
Medewerkers
2
4
8
3
6
3
6
Draagvlak
3
5
15
4
12
3
9
(Financiele) risico's
2
2
4
1
2
4
Aspect
Totaal score:
Stichting
Gemeentelijk beheer
63
71
8 63
Toelichting algemeen: In algemene zin is de ruimte voor gemeentelijke sturing en het borgen van de maatschappelijke functie bij gemeentelijk beheer het meest en bij een commerciële exploitant het minst verzekerd. Een efficiënte bedrijfsvoering en effectieve marketing en promotie zijn bij een landelijk opererende commerciële exploitant in de beste handen. Ten opzichte van de stichting heeft gemeentelijk beheer het voordeel van koppeling met het binnenbad. Zo heeft de gemeente Venlo een raamcontract met een marketing- en communicatiebureau voor begeleiding op het thema sport. Stabiliteit en continuïteit wordt bij de stichting het minst beoordeeld gegeven ook de problemen in de afgelopen jaren. Aandachtspunt is de werving van professionele medewerkers met het oog op de krapte op de arbeidsmarkt. Dit zou weer als een voordeel gezien kunnen worden voor een stichting die werkt met vrijwilligers. Bij de stichting is draagvlak aanwezig om de verantwoordelijkheid voor beheer en exploitatie van BGV voort te zetten, maar dan wel onder aangepaste voorwaarden. Het draagvlak bij team Sport en Bewegen om beheer en exploitatie van BGV over te nemen is vooralsnog beperkt, maar binnen andere onderdelen van de gemeentelijke organisatie kan het belang van een dergelijke operatie hoger worden ingeschat. Het draagvlak voor een commerciële exploitant is lager.
De (financiële) risico’s zijn het laagst bij uitbesteding aan een ervaren landelijk opererende commerciële exploitant die een substantieel weerstandsvermogen inbrengt. Vanuit gemeente perspectief zijn de risico’s het grootst als het beheer en exploitatie van BGV direct tot de eigen verantwoordelijkheid behoort. Toelichting score: Alles overwegende scoort gemeentelijk beheer het hoogst. Alleen op het gebied van (financiële) risico’s, die in deze vorm direct bij de gemeente liggen, scoort gemeentelijk beheer het laagst. Continuering van de stichting of uitbesteding aan een commerciële exploitant scoren beide even goed (of slecht), maar duidelijk minder dan gemeentelijk beheer. De wijze waarop de scores tot stand komen variëren sterk op de verschillende aspecten.
8
Op basis van de overwegingen in dit hoofdstuk luidt de conclusie dat gemeentelijk beheer van BGV (aansluiten bij team Sport en Bewegen) de meeste voordelen biedt. Kanttekening is dat het draagvlak voor deze operatie bij team Sport en Bewegen laag is. Belangrijk nadeel is dat de (financiële risico’s) direct bij de gemeente komen te liggen als team Sport en Bewegen verantwoordelijk wordt voor beheer en exploitatie van BGV. Dit zouden nog overwegingen kunnen zijn om in eerste instantie de stichting de kans te geven om beheer en exploitatie van BGV voort te zetten (plan A) en overname door team Sport en Bewegen als alternatief achter de hand te houden (plan B als zogenoemde ‘vangnet’ constructie). In het volgende hoofdstuk wordt ingezoomd op de maatregelen en consequenties van een gezond toekomstperspectief voor BGV.
9
3.
Consequenties
In dit afsluitende hoofdstuk worden op hoofdlijnen de juridische, organisatorische en financiële consequenties beschouwd van overname van BGV door team Sport en Bewegen of voortzetting van stichting Buitenbad Groot-Venlo als beheerder en exploitant van BGV.
3.1
Juridisch
Als team Sport en Bewegen verantwoordelijk wordt voor beheer en exploitatie van BGV dan betekent dit het einde van stichting Buitenbad Groot-Venlo als beheerder/exploitant. De huurovereenkomst tussen de gemeente en de stichting eindigt en de stichting verliest haar functie en kan geliquideerd worden. Alternatief is dat de stichting voorlopig haar taken als beheerder/exploitant van BGV voortzet. Zoals in paragraaf 2.1 beschreven verhuurt de gemeente BGV aan stichting Buitenbad Groot-Venlo op basis van een huurovereenkomst die loopt van 24 augustus 2015 tot 31 december 2024. Per mail van 18 mei 2024 is onderling overeengekomen dat de aflopende overeenkomst per 31 december 2024 wordt beëindigd en dat in het derde of vierde kwartaal van 2024 in onderling overleg wordt bekeken welke afspraken voor 2025 gemaakt moeten worden. Vervolgens zullen de afspraken jaarlijks geëvalueerd en zo nodig aangepast worden. Hierbij kunnen de volgende kanttekeningen worden geplaatst: Als stichting Buitenbad Groot-Venlo beheer en exploitatie van BGV voortzet, dan ligt het voor de hand de huidige huurovereenkomst als juridische basis te hanteren. Nieuwe organisatorische en financiële uitgangspunten moeten hierin wel worden verwerkt (zie vervolg van dit hoofdstuk). Een jaarlijks te evalueren en zo nodig aan te passen overeenkomst is te billijken zolang onzekerheid bestaat over de toekomst van BGV.
In de rapportage ‘Toekomst buitenbad Groot-Venlo’ (Synarchis, 10 november 2023) zijn twee scenario’s uitgewerkt voor het renoveren, verbouwen, verduurzamen en mogelijk aanpassen van BGV. Duidelijkheid over de uitvoering en het tijdpad van realisatie is nodig voor een lange termijn toekomstperspectief. Als dit toekomstperspectief er is ligt het voor de hand daaraan ook een meerjaren overeenkomst aan te verbinden. Een meerjaren overeenkomst vergemakkelijkt de opgave voor stichting Buitensport Groot-Venlo om te werken aan een toekomstbestendige organisatie op bestuurlijk, uitvoerend en financieel gebied.
3.2
Organisatorisch
Op organisatorisch vlak moeten er sowieso stappen worden gezet om tot een toekomstbestendige situatie te komen en te voorkomen dat BGV ook de komende jaren noodgedwongen beperkt opengesteld moet worden voor het publiek. Als team Sport en Bewegen verantwoordelijk wordt voor beheer en exploitatie van BGV dan staat zij voor de taak om een personele organisatie op te tuigen die hiervoor nodig is. Zoals in paragraaf 2.2.3 aangegeven is de krapte op de arbeidsmarkt daarbij een uitdaging. Als de stichting beheer en exploitatie van BGV continueert dan ligt de vraag voor wat nodig is voor een toekomstbestendige organisatie. Met name met betrekking tot de verdeling van taken en verantwoordelijkheden tussen gemeente en stichting en een nieuwe invulling van de vrijwilligersorganisatie. Verdeling taken en verantwoordelijkheden In paragraaf 2.2.3 is beschreven dat stichting Buitenbad Groot-Venlo een aanvullende voorwaarde verbindt aan haar rol als beheerder en exploitant van BGV. De gemeente Venlo dient, als eigenaar van BGV, het planmatig (groot) onderhoud op zich te nemen. Wij onderschrijven dat deze voorwaarde een bijdrage levert aan een meer toekomstbestendige organisatie omdat de stichting ontlast wordt op een onderdeel dat veel expertise vraagt die moeilijk aan vrijwilligers overgelaten kan worden.
Bij het voorstel om het planmatig (groot) onderhoud te beleggen bij de gemeente kunnen de volgende kanttekeningen worden geplaatst: Onderhoud is onder te verdelen in vervangingsonderhoud, preventief onderhoud en dagelijks onderhoud. Normaliter is de eigenaar (gemeente Venlo) verantwoordelijk voor het vervangingsonderhoud en de huurder (stichting Buitenbad Groot-
10
Venlo) voor het overige onderhoud. In het verleden is de keuze gemaakt om de verantwoordelijkheid voor het totale onderhoud te beleggen bij de stichting. Met het oog op de noodzakelijke renovatie, verbouwing, verduurzaming en wellicht aanpassing van BGV is er een natuurlijk moment om de verdeling van taken en verantwoordelijkheden te herijken. De gemeente heeft een eigen vastgoedafdeling. Deze afdeling beheert en onderhoudt meerdere gemeentelijke accommodaties en is geëquipeerd om vervangings- en preventief onderhoud uit te (laten) voeren en te coördineren. Het inzetten van deze bewezen expertise biedt mogelijke synergievoordelen bij het uitvoeren van dit onderhoud. Hierdoor zijn de kosten mogelijk lager dan wanneer de stichting verantwoordelijk is voor dit deel van het onderhoud. Zij heeft de vereiste kennis en ervaring niet en zal hiervoor externe expertise moeten inhuren. Het dagelijks onderhoud kan verzorgd worden door (vrijwilligers van) de stichting. Het gaat hierbij om klein eenvoudig onderhoud zonder benodigde specialistische kennis. Op deze wijze blijven de kosten het laagst zonder dat er een verhoogd risico ontstaat.
Met deze verdeling worden de kwaliteiten van zowel de gemeente als de stichting optimaal benut wat leidt tot financiële voordelen en borging van de kwaliteit van onderhoud Aan de hand van een meerjaren onderhoudsplan (MJOP) en een demarcatielijst moeten de benodigde onderhoudsbudgetten worden verdeeld tussen gemeente en stichting. Inrichting vrijwilligersorganisatie Vanaf 2016 hebben het bestuur en de vele vrijwilligers van stichting Buitenbad Groot-Venlo jarenlang getoond dat zij in staat zijn om BGV adequaat te beheren en te exploiteren. Daarmee is er een basis aanwezig om de draad, na enkele moeizame jaren, weer op te pakken. Het is primair de verantwoordelijkheid van de stichting zelf om de vrijwilligersorganisatie weer op niveau te krijgen en te houden. Goed nieuws is dat in 2024 nieuwe bestuursleden zijn aangetreden. Secundair kan ook de gemeente een bijdrage leveren om het vrijwilligerswerk in BGV, zowel in bestuurlijke als in uitvoerende zin, te promoten. Een complicerende factor op de korte termijn is de onzekerheid omtrent het renoveren, verbouwen, verduurzamen en wellicht aanpassen van BGV en de tijdelijke sluiting van de accommodatie die hiermee verband houdt.
In paragraaf 2.2.3 is beschreven dat het bestuur van stichting Buitenbad Groot-Venlo een subsidie van de gemeente verlangt van € 50.000 per jaar voor de uitvoering van nieuw vrijwilligersbeleid (vrijwilligersbijdrage). Bij een mogelijke toekomstige inrichting van de vrijwilligersorganisatie van de stichting kunnen de volgende kanttekeningen worden geplaatst: In BGV is sprake van een bestuursmodel waarin het stichtingsbestuur niet alleen het beleid bepaald, maar samen met de vele andere vrijwilligers ook verantwoordelijk is voor de uitvoering. Door geen gebruik te maken van professionele krachten wordt de organisatie kwetsbaarder, maar ook goedkoper (minder/geen personeelskosten). Door de stichting perspectief te geven op de renovatie, verbouwing, verduurzaming en wellicht aanpassing van BGV en de stichting te ontzorgen op het gebied van onderhoud, heeft het stichtingsbestuur een sterker verhaal en kan zij zich beter focussen op het werven van vrijwilligers en het inrichten van een toekomstbestendige vrijwilligersorganisatie. Het is aan het stichtingsbestuur zelf om te bepalen of ook in de toekomst alleen met vrijwilligers wordt gewerkt of dat een beperkte professionalisering gewenst of zelfs noodzakelijk is voor de stabiliteit en continuïteit van de bedrijfsvoering.
Daarbij zou bijvoorbeeld gedacht kunnen worden aan de aanstelling van een professionele coördinator vrijwilligers. In de jaarlijkse evaluatie moet het gespreksonderwerp tussen gemeente en stichting zijn of de vrijwilligersorganisatie ‘werkt’ of dat structurele aanpassingen nodig zijn.
3.3
Financieel
Als team Sport en Bewegen verantwoordelijk wordt voor beheer en exploitatie van BGV dan is de belangrijkste financiële consequentie gelegen in de overgang van een vrijwilligersorganisatie naar een professionele organisatie. Op basis van referentiegegevens kan voor beheer en exploitatie van BGV bij een volledige openstelling rekening worden gehouden met een inzet van 3,0 tot 4,0 fte. Bij een gemiddelde kostenpost van € 50.000 (marktconform in geval van een commerciële exploitatie) tot € 80.000 (conform opgave team Sport en Bewegen) is dan sprake van een bandbreedte van € 150.000 tot maximaal € 320.000 aan personeelskosten. Deze ‘nieuwe’ kosten zullen naar verwachting niet of beperkt gecompenseerd kunnen worden door hogere opbrengsten (meer bezoekers, al dan niet in combinatie met hogere tarieven).
11
De voorwaarden die stichting Buitenbad Groot-Venlo verbindt aan continuering van beheer en exploitatie van het buitenbad voor de lange termijn hebben de volgende financiële impact (zie ook paragraaf 2.2.3): Het overnemen van het planmatig (groot) onderhoud van BGV door de gemeente impliceert een verschuiving van budget. Dit kan als een budgetneutrale operatie worden gezien, maar zou ook een voordeel op kunnen leveren met als uitgangspunt dat de gemeente en haar vastgoedafdeling over meer kennis en ervaring beschikt. Het laten vervallen van de doorberekening van eigenaarslasten en waterconditionering à € 55.000 betekent een directe lastverlichting voor de stichting en een lastenverzwaring voor de gemeente. Dit geldt ook voor de jaarlijks gewenste subsidie van € 50.000 voor de uitvoering van nieuw vrijwilligersbeleid (vrijwilligersbijdrage). In de rapportage ‘Toekomst buitenbad Groot-Venlo’ zijn de gemeentelijke jaarlasten van de twee scenario’s voor renovatie, verbouwing, verduurzaming en wellicht aanpassing geraamd op circa € 300.000. De voorwaarden die de stichting verbindt aan continuering van de huidige (best passende) beheer- en exploitatievorm leiden tot een extra jaarlast van circa € 105.000.
Bij deze voorgestelde lastenverzwaring voor de gemeente kunnen de volgende kanttekeningen worden geplaatst: Uit de exploitatie van stichting Buitenbad Groot-Venlo (zie overzicht in paragraaf 2.1) is op te maken dat in de periode 20162022 de afdraagt aan de gemeente goed kon worden opgebracht door de stichting zonder dat dit resulteerde in een negatief exploitatieresultaat. Dit beeld is vanaf 2023 gekanteld, maar dit heeft vooral z’n oorzaak in de beperkte openstelling en daardoor verlies aan bezoekers en baten. Gelet de recente druk op de exploitatie en de weerslag die dit heeft op het eigen vermogen van de stichting is het te billijken om voor de korte termijn in te stemmen met het laten vervallen van de doorberekening. Met het oog op besluitvorming over het scenario en het tijdpad van uitvoering van renovatie, verbouwing, verduurzaming en wellicht aanpassing kan in de jaarlijkse evaluatie bepaald worden op welk moment door de gemeente weer een reëel bedrag aan eigenaarslasten en waterconditionering kan worden doorbelast aan de stichting. Een eigen vermogen van circa € 50.000 kan daarbij als maatstaf dienen. Dit is lager dan voorheen, maar zonder de verplichting van planmatig (groot) onderhoud voor de stichting. Het is evident dat een financiële prikkel (vrijwilligersbijdrage) helpt bij het werven en behouden van vrijwilligers.
Een subsidie voor nieuw vrijwilligersbeleid is dan ook te billijken, maar dan wel op basis van een onderbouwing van het gewenste bedrag. Een jaarlijks budget van € 50.000 wijkt sterk af van de kosten die in de recente exploitatie van BGV zijn opgenomen. Ter indicatie: vanaf 1 januari 2024 kan een organisatie vrijwilligers een onbelaste vrijwilligersvergoeding verstrekken van € 2.100 per jaar. Hierbij moet ook in ogenschouw worden genomen dat met de gevraagde subsidie voor nieuw vrijwilligersbeleid sprake is van kostenefficiëntie ten opzichte van een situatie dat met professionele inzet gewerkt wordt.
12
4.
Samenvattende conclusies
De rapportage wordt in dit hoofdstuk afgesloten met de volgende samenvattende conclusies: Voor beheer en exploitatie van buitenbaden in Nederland wordt doorgaans onderscheid gemaakt tussen drie beheer- en exploitatievormen: beheer door een stichting (huidige situatie), gemeentelijk beheer en uitbesteding aan een commerciële exploitant. Op basis van een beschouwing van de drie beheer- en exploitatievormen en een afwegingkader van acht aspecten is vastgesteld dat overname van beheer en exploitatie door team Sport en Bewegen (gemeentelijk beheer) de meeste voordelen biedt. Met het oog op het beperkte draagvlak bij team Sport en Bewegen en de voor de gemeente nadelige financiële gevolgen en risico’s die aan gemeentelijk beheer kleven, zou voortzetting van beheer en exploitatie door stichting Buitenbad Groot-Venlo als second best beheer- en exploitatievorm worden beschouwd. Door team Sport en Bewegen is aangegeven dat verantwoordelijkheid nemen voor beheer en exploitatie van BGV niet de voorkeur heeft. Gelet de primair recreatieve functie van BGV zou niet bijgedragen worden aan het verwezenlijken van de gemeente sportvisie. De extra (professionele) formatie en kosten die verband houden met deze taakuitbreiding en de krappe arbeidsmarkt zijn andere ‘minpunten’.
Als besloten wordt tot een combinatie van beheer en exploitatie van binnen- en buitenbad dan geeft team Sport en Bewegen in overweging om het voorzieningenaanbod van BGV te beperken tot bijvoorbeeld een recreatief ingerichte ligweide met natte en droge speelvoorzieningen. Met een verbinding tussen binnen- en buitenbad kan dan een situatie worden gecreëerd van binnen zwemmen en buiten recreëren. Als team Sport en Bewegen beheer en exploitatie van BGV overneemt dat eindigt de huurovereenkomst tussen de gemeente en de stichting en kan de stichting geliquideerd worden. Als toch wordt besloten om beheer en exploitatie van BGV ook de komende jaren bij de stichting te beleggen dan worden daar door het stichtingsbestuur voorwaarden aan verbonden. Zo dient de doorberekening van eigenaarslasten door de gemeente (€ 55.000 per jaar) te vervallen en dient een subsidie (€ 50.000 per jaar beschikbaar te komen voor nieuw vrijwilligersbeleid (vrijwilligersbijdrage). Met het oog op de noodzakelijke renovatie, verbouwing, verduurzaming en wellicht aanpassing van BGV is dit het moment om de verdeling van de onderhoudsverantwoordelijkheden te herijken. Voorstel is dan de verantwoordelijkheid van de stichting te beperken tot dagelijks onderhoud dat prima door vrijwilligers kan worden verzorgd.
De gemeente (afdeling vastgoed) wordt dan verantwoordelijk voor vervangingsonderhoud en preventief onderhoud. Dit sluit aan bij de competenties van beide organisaties. Een gewenste jaarlijkse subsidie van € 50.000 voor nieuw vrijwilligersbeleid zal door het stichtingsbestuur beter onderbouwd moeten worden. Duidelijk is wel dat altijd sprake zijn van een kostenefficiënte situatie ten opzichte van beheer en exploitatie door team Sport en Bewegen. Bij een inzet (op basis van referenties) van 3,0 tot 4,0 fte en een gemiddelde kostenpost van € 50.000 (marktconform in geval van een commerciële exploitatie) tot € 80.000 (conform opgave team Sport en Bewegen) zou sprake zijn van een post personeelskosten van € 150.000 tot € 320.000. Dit zijn kosten die naar onze mening niet terugverdiend zullen worden door hogere opbrengsten als gevolg van meer bezoekers en/of hogere tarieven. De financiële gevolgen zijn nog eens samengevat in de volgende overzichten. Het eerste overzicht heeft betrekking op de jaarlasten van de scenario’s, die in de rapportage ‘Toekomst buitenbad Groot-Venlo’ (Synarchis, 10 november 2023) in beeld zijn gebracht. Het tweede overzicht heeft betrekking op een indicatie van de extra kosten voor de gemeente, die verband houden met de keuze voor de beheer- en exploitatievorm.
Extra jaarlasten scenario’s Scenario 1: renoveren, verbouwen en verduurzamen Scenario 2: renoveren, verbouwen, verduurzamen en aanpassen
€ 291.500 € 307.000
Team Sport en Bewegen Stichting extra personeelskosten: €150.000 - € 320.000 vervallen doorberekening eigenaarslasten en waterconditionering: € 55.000 extra subsidie uitvoering vrijwilligersbeleid: € 50.000
13
14