CConstaterende datVenlo
Koppel je AI →
Document · PDF

471917 RB Actualisatie nota Reserves en voorzieningen.pdf

Commissie Bestuur 28 augustus 2025, gemeente VenloBij agendapunt: 6.1: Actualisatie nota Reserves en voorzieningen (426697)4.522 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

GEMEENTEBESTUUR

Raadsbesluit onderwerp raadsvergadering d.d.

Actualisatie nota Reserves en voorzieningen 17 september 2025

ons kenmerk 426697 steller Financiën telefoonnummer 14 077 contact www.venlo.nl/contact

De raad van de gemeente Venlo; gelezen het voorstel van het college van 6 mei 2025, registratienummer 426697; gelet op artikel 212 van de Gemeentewet; besluit: Vaststellen van bijgaande nota Reserves en voorzieningen.

426697

1

Raadsbesluit

Nota Reserves en voorzieningen 2025

426697

2

Raadsbesluit

Inhoud 1 Inleiding 4 2 Algemeen beleids- en begrippenkader...............................................................................................5 2.1 Beleidskader........................................................................................................................................ 5 2.2 Definitie ‘reserves’............................................................................................................................... 5 2.2.1 Algemene reserve............................................................................................................5 2.2.2 Bestemmingsreserve........................................................................................................6 2.2.3 Stille reserve.....................................................................................................................7

2.3 Definitie ‘voorzieningen’.......................................................................................................................7 2.3.1 Voorzieningen planmatig onderhoud...............................................................................7 2.3.2 Voorziening middelen van derden....................................................................................8 2.3.3 Overige voorzieningen.....................................................................................................8

3 Beleidslijn reserves en voorzieningen gemeente Venlo...................................................................9 3.1 Beleid ten aanzien van reserves en voorzieningen.............................................................................9 3.1.1 Instelling van reserves......................................................................................................9 3.1.2 Wijzigen en opheffen van reserves................................................................................10 3.1.3 Toets momenten............................................................................................................11 3.1.4 Afwijkingen.....................................................................................................................11 3.1.5 Negatieve reserves........................................................................................................11 3.1.6 Waardering van reserves...............................................................................................11

3.2 Beleid ten aanzien van voorzieningen...............................................................................................11 3.2.1 Instellen van voorzieningen............................................................................................12 3.2.2 Opheffen van voorzieningen..........................................................................................13 3.2.3 Stortingen in onderhoudsvoorzieningen.........................................................................13 3.2.4 Omvang van voorzieningen...........................................................................................13 3.2.5 Negatieve voorzieningen................................................................................................14 3.2.6 Waardering van voorzieningen......................................................................................14

4 Rentebeleid reserves en voorzieningen...........................................................................................15 4.1 Extern- en interne financieringsmiddelen..........................................................................................15 4.2 Rente 15 4.2.1 ‘Spelregels’ rente gemeente Venlo................................................................................15 4.2.2 Rente - verrekening grondexploitatie.............................................................................16

Bijlage: regelgeving.............................................................................................................................. 17 426697

3

Raadsbesluit

1 Inleiding Het voeren van een solide financieel beleid is rand voorwaardelijk voor het realiseren van de ambities op (middel)lange termijn waarbij op een doelmatige en doeltreffende manier wordt omgegaan met onze middelen. Het is een middel voor het realiseren van de strategische opgave zoals geformuleerd in de strategische visie van Venlo ‘Venlo 2040 Strategische visie gemeente Venlo’. Deze strategische visie is vertaald in 6 inhoudelijke programma’s. Hierbij is het van belang om inzicht in de gehele financiële positie van de gemeente Venlo te hebben. Een belangrijk onderdeel hiervan zijn de reserves en voorzieningen. Deze beleidsnota beschrijft de kaders voor het beheer en de besteding van reserves en voorzieningen binnen de gemeente Venlo. Het doel is om een transparante, solide en duurzame financiële huishouding te waarborgen, in lijn met de richtlijnen van het Besluit Begroting Verantwoording (hierna BBV) en ‘Venlo 2024 Strategische visie gemeente Venlo’. Het financieel beleid is ondersteunend aan het afwegingsproces en moet zowel uw gemeenteraad als ons college van B&W helpen transparante en verantwoorde keuzes te maken voor de (middel)lange termijn op een doelmatige, doeltreffende en rechtmatige wijze.

Op basis van artikel 212 Gemeentewet heeft uw gemeenteraad bij verordening de uitgangspunten vastgesteld voor het financiële beleid, alsmede voor het financiële beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie. Uitgangspunt is een cyclisch proces vertaald in een beleidsagenda op basis van de door u vastgestelde financiële verordening. De thans voorliggende nieuwe nota houdt rekening met een aantal wijzigingen die sinds 2018 zijn doorgevoerd in het BBV en met beleidsaanpassingen die zijn doorgevoerd binnen de gemeente Venlo. In deze beleidsnota worden de volgende uitgangspunten beschreven met betrekking tot de reserves en voorzieningen:  

De vorming en besteding van reserves; De vorming en besteding van voorzieningen;

Criteria voor het opheffen van reserves en voorzieningen.

426697

4

Raadsbesluit

2 Algemeen beleids- en begrippenkader

2.1 Beleidskader Als beleidskader voor het beleid Reserves en voorzieningen gelden het BBV en onze eigen strategische en tactische doelstellingen zoals bovenstaand beschreven. De BBV voorschriften geven onder andere stellige uitspraken en aanbevelingen over hoe de financiële huishouding moet worden opgezet en ingericht, waaronder richtlijnen met betrekking tot reserves en voorzieningen. Sinds de inwerkingtreding van het BBV is er een aantal wijzigingen aangebracht. Daarnaast wordt door de daartoe ingestelde “Commissie BBV” aan de hand van enerzijds een vraag en antwoordrubriek en anderzijds via regelmatig uitgebrachte notities rond actuele onderwerpen meer duidelijkheid over de interpretatie en de toepassing in de praktijk van de voorschriften uitgebracht. Daar waar van toepassing zijn de richtlijnen, als gevolg van uitspraken van de commissie BBV, verwerkt in deze nota.

2.2 Definitie ‘reserves’ Reserves zijn onderdelen van het eigen vermogen die vrij inzetbaar zijn of een specifieke bestemming hebben gekregen. Artikel 43:1 BBV onderscheidt twee categorieën reserves: 

Algemene reserve;

Bestemmingsreserves.

2.2.1 Algemene reserve De algemene reserve bestaat uit de reguliere algemene reserve en de algemene grondreserve. Een algemene reserve wordt gedefinieerd als het deel van het eigen vermogen waar de raad geen bestemming aan heeft gegeven. De algemene reserve is voor de gemeente vrij aanwendbaar en vormt een buffer voor het opvangen van financiële tegenvallers. De algemene reserve vormt samen met de post ‘onvoorzien’ en de ‘overige bestemmingsreserve’ de weerstandscapaciteit voor de ‘Algemene dienst’ van de gemeente Venlo. De algemene reserve is hiermee gekoppeld aan de geïdentificeerde risico’s in de laatste door uw gemeenteraad vastgestelde paragraaf ‘Weerstandsvermogen’. Binnen een bandbreedte van € 5 tot € 10 miljoen functioneert de algemene grondreserve als vereveningsfonds en dient ter dekking/verevening van: - voorbereidingsinvesteringsbudgetten die niet leiden tot een sluitende grondexploitatie; 426697

5

Raadsbesluit

- negatieve, dan wel positieve resultaten bij afsluiten van grondexploitaties; - tussentijdse positieve resultaten binnen de grondexploitaties, zodra deze worden gerealiseerd of voldoende zeker zijn (conform BBV); - herzieningen van grondexploitaties binnen inhoudelijk ongewijzigd vastgesteld project; - inbreng van overtollig/strategisch vastgoed in het Grondbedrijf; - waarde-fluctuatie van overtollig/strategisch vastgoed; - het resultaat op incidentele grondverkopen. Deze verrekeningen en vereveningen dienen plaats te vinden bij het opstellen van de jaarrekening. Bij een groei van de Algemene grondreserve boven de vastgestelde bandbreedte zal bij de jaarrekening afdracht plaatsvinden aan de Algemene reserve. Bij krimp van de Algemene grondreserve onder de vastgestelde bandbreedte zal bij de jaarrekening aanvulling plaatsvinden vanuit de Algemene reserve. Financiële effecten naar aanleiding van planherzieningen, herprogrammeringen en inhoudelijke bijstellingen van projectplannen dienen, voor zover niet op te vangen binnen bestaande grondexploitaties, ter integrale afweging bij het begrotingsproces voorgelegd te worden aan uw gemeenteraad. Deze effecten komen derhalve niet ten laste van de Algemene grondreserve.

2.2.2 Bestemmingsreserve Onder een bestemmingsreserve wordt verstaan een reserve waaraan door uw gemeenteraad een bepaalde bestemming (doelstelling) is gegeven en derhalve voor het realiseren van die doelstelling geoormerkt is. De bestemmingsreserves worden binnen de gemeente Venlo onderverdeeld in de volgende categorieën: 

Egalisatiereserves; bestemmingsreserves die dienen om ongewenste schommelingen op te vangen in de tarieven die aan derden in rekening worden gebracht wegens door de organisatie geleverde prestaties (bv. egalisatiereserve afvalstoffenheffing);

Bestemmingsreserves met een inkomensfunctie; hieronder worden verstaan de reserves waarbij een onttrekking uit de reserves plaatsvindt ten gunste van de gemeentelijke exploitatie (ter dekking van rente en/of afschrijvingen);

426697

6

Raadsbesluit

Overige bestemmingsreserves; het gaat hierbij om bestemmingsreserves waaraan door uw gemeenteraad een bepaalde bestemming (doelstelling) is gegeven en derhalve voor het realiseren van die doelstelling geoormerkt is.

2.2.3 Stille reserve Onder een stille reserve wordt verstaan het verschil tussen de actuele waarde en de boekwaarde, waarbij de eerste materieel hoger uitvalt dan de tweede. Hieronder wordt ook verstaan activa die tegen nul zijn gewaardeerd doch indien gewenst direct verkoopbaar zijn. Het gaat hierbij om zogenaamde ‘niet bedrijfsgebonden activa’ zoals onroerende zaken welke niet bestemd zijn voor de openbare dienst.

2.3 Definitie ‘voorzieningen’ Onder voorzieningen worden afgezonderde vermogensbestanddelen verstaan die worden gevormd voor voorzienbare verplichtingen tegenover derden waarvan het bestaan en de omvang nog onzeker zijn maar wel redelijkerwijs kunnen worden ingeschat (Artikel 44 BBV). De voorzieningen worden binnen de gemeente Venlo onderverdeeld en op de balans tot uitdrukking gebracht in de volgende categorieën: 

Voorzieningen planmatig onderhoud;

Voorzieningen middelen van derden;

Overige voorzieningen.

2.3.1 Voorzieningen planmatig onderhoud Onderhoudsvoorzieningen worden vooraf door uw gemeenteraad ingesteld. Aan de vorming van een voorziening planmatig onderhoud wordt de volgende voorwaarde verbonden: De vorming van de voorziening dient gebaseerd te zijn op een beheerplan welke is opgesteld over een periode van minimaal 10 jaren. In het uitgavenpatroon van het beheerplan wordt rekening gehouden met (in principe) het IBOI percentage en areaaluitbreiding. Het beheerplan mag maximaal 5 jaar oud zijn ten opzichte van het verslagleggingsjaar. Indien het beheerplan binnen deze vijf jaar in belangrijke mate niet meer aansluit bij de actuele situatie van de staat van het onderhoud, dient het beheerplan tussentijds bijgesteld te worden. Bij vaststelling van het beheerplan wordt het te hanteren kwaliteitsniveau vastgesteld. De achterliggende gedachte hiervan is dat indien de hoogte van de onderhoudsvoorziening aansluit bij een beheerplan, de continuïteit van het gemeentelijke voorzieningenniveau, zowel in beleidsmatige als in financiële zin, is gewaarborgd. 426697

7

Raadsbesluit

2.3.2 Voorziening middelen van derden Het gaat hierbij om middelen welke verkregen worden van derden die specifiek besteed moeten worden aan een bepaald doel. Bij niet besteding van de middelen moeten deze terugbetaald worden. Het instellen van deze voorzieningen kan achteraf geformaliseerd worden bij de vaststelling van de jaarrekening (toelichting op de balans). 2.3.3 Overige voorzieningen Overige voorzieningen worden gevormd voor verplichtingen en risico’s welke vanuit bedrijfseconomisch oogpunt noodzakelijk zijn. Het instellen van deze voorzieningen kan achteraf plaatsvinden bij de vaststelling van de jaarrekening (toelichting op de balans).

426697

8

Raadsbesluit

3 Beleidslijn reserves en voorzieningen gemeente Venlo In dit hoofdstuk is het beleid van de gemeente Venlo geformuleerd over hoe om te gaan met reserves en voorzieningen.

3.1 Beleid ten aanzien van reserves en voorzieningen Door het vaststellen van de begroting weegt uw gemeenteraad af welke activiteiten u het belangrijkst vindt en machtigt u het college tot het doen van uitgaven tot een bepaald bedrag voor een bepaald onderwerp. Onttrekkingen en/of toevoegingen uit of aan reserves ten behoeve van projecten kunnen alleen plaatsvinden middels een expliciet besluit van uw gemeenteraad tot maximaal het bedrag waartoe is besloten. Als in enig jaar minder uitgaven, dan begroot in betreffende jaarschijf, hebben plaatsgevonden die direct gekoppeld zijn aan een reserve dan vindt er overeenkomstig ook een lagere onttrekking plaats vanuit de betreffende reserve. Artikel 17 lid d BBV geeft aan hoe resultaat bestemmen in de begroting wordt verwerkt. Artikel 27 lid d BBV geeft aan hoe de mutaties op bestemmingsreserves in de rekening worden verwerkt. Uit oogpunt van een goede en integrale allocatie(herverdelings)functie, voert de gemeente Venlo een terughoudend beleid met het instellen van reserves. Bij de opstelling van P&C documenten ten behoeve van uw gemeenteraad zoals opgenomen in de financiële verordening gemeente Venlo wordt expliciet in de besluitvorming opgenomen en beschreven welke nieuwe reserves worden ingesteld, welke reserves worden gewijzigd respectievelijk welke reserves worden opgeheven.

De hiervoor bedoelde actualisatie(s) worden neergelegd in een daartoe apart samengesteld bijlageboek. Het budgetrecht over de voorzieningen ligt bij uw gemeenteraad. 3.1.1 Instelling van reserves Wij zijn terughoudend met het instellen van reserves, omdat: 1. Een relatief groot aantal (bestemmingsreserves) kan leiden tot een vertroebeld beeld van onze financiële positie en; 2. het de vrije integrale begrotingsafweging door uw raad bemoeilijkt omdat financiële middelen zijn ‘gelabeld’.

426697

9

Raadsbesluit

De informatie voor het instellen van een reserve die hierbij verstrekt moet worden, is: 

Met welk concreet doel wordt de reserve gevormd;

Op welke wijze wordt de reserve gevoed;

Wanneer worden de middelen besteed en op welke wijze;

Wat is de looptijd van de in te stellen reserve. Met andere woorden wanneer is men voornemens om het doel uiteindelijk te realiseren;

De maximale hoogte van de bestemmingsreserve; dus welk bedrag er maximaal in de reserve aanwezig mag zijn.

Bestemmingsreserves dienen alleen gevormd te worden voor doelen waarbij op het moment van instelling van de reserve een doel beoogd wordt met een omvang van minimaal € 250.000. Indien een of meerdere van voorgaande punten niet is toegelicht, kan vooralsnog geen reserve worden ingesteld mits de afwijking helder en concreet onderbouwd is. 3.1.2 Wijzigen en opheffen van reserves Indien het doel, de looptijd of de omvang van een reserve gewijzigd moet worden, moet deze wijziging uiterlijk 31 december van het betreffend jaar via een expliciet voorstel ter besluitvorming aan uw gemeenteraad worden voorgelegd. Opheffing van een reserve vindt plaats: 

Op momenten dat het geformuleerde doel gerealiseerd is;

Het beoogde doel niet meer van toepassing is dan wel is komen te vervallen;

De looptijd van de reserve verstreken is. Op basis van een nader onderbouwd voorstel kan de looptijd door uw gemeenteraad worden verlengd;

Op het moment dat de doelstelling van een reserve wijzigt dient de betreffende reserve opgeheven te worden en vallen de bijbehorende middelen vrij in de algemene middelen. Daar het een aanpassing van de doelstelling betreft dient een nieuwe reserve ingesteld te worden en zodoende onderdeel uit te maken van de integrale afweging van uw gemeenteraad. Indien tot opheffing van reserves wordt besloten vloeien de vrijkomende gelden automatisch naar de algemene middelen, dit gebeurt bij ieder P&C-document zoals opgenomen in de financiële verordening gemeente Venlo. 426697

10

Raadsbesluit

3.1.3 Toets momenten Bij de opstelling van P&C-documenten wordt getoetst in hoeverre de bestaande reserves nog voldoen aan de in deze nota gestelde criteria. Indien daar geen sprake meer van is, wordt de reserve opgeheven en vallen de resterende middelen vrij in de algemene middelen. Een en ander wordt vormgegeven door bij de vaststelling van de jaarstukken hierover een expliciet besluit te nemen. 3.1.4 Afwijkingen Afwijkingen in geraamde onttrekkingen of stortingen dienen gemeld te worden via de tussentijdse rapportage(s) en uiteindelijk als toelichting bij de jaarrekening. Indien begrote onttrekkingen bij de nacalculatie niet noodzakelijk zijn vallen de middelen vrij in de algemene middelen. De middelen kunnen dan ingezet worden bij de eerstvolgende integrale afweging van beleidsbeslissingen. 3.1.5 Negatieve reserves Volgens de voorschriften mogen reserves niet negatief zijn. Dit betekent dat voordat er voorstellen worden gedaan tot onttrekkingen uit reserves, vastgesteld moet zijn dat de reserve ook van voldoende omvang is en dat de onttrekking ook geraamd is in de betreffende jaarschijf van de laatste begroting. 3.1.6 Waardering van reserves Reserves worden gewaardeerd tegen nominale waarde.

3.2 Beleid ten aanzien van voorzieningen Elke voorziening moet de omvang hebben van de desbetreffende verplichting of het desbetreffende risico. Mutaties in voorzieningen wegens toevoegingen of door vrijval, vloeien uitsluitend voort uit het aanpassen aan een nieuw noodzakelijk niveau. De overige mutaties bestaan alleen uit verminderingen wegens aanwending voor het doel waarvoor de voorziening is ingesteld. Toevoegingen aan voorzieningen maken onderdeel uit van de rekening van baten en lasten. Dit betekent dat toevoegingen aan voorzieningen onderdeel uitmaken van het resultaat (resultaatbepaling).

426697

11

Raadsbesluit

3.2.1 Instellen van voorzieningen Het instellen van een voorziening is het primaat van uw gemeenteraad (budgetrecht). Voor bepaalde voorzieningen wordt door de wet al aangegeven dat een voorziening gevormd moet worden. Dit betreffen dan voorzieningen voor afdekking van risico’s. Bij deze voorzieningen geldt het principe dat “verliezen” genomen moeten worden zodra ze bekend zijn (en winsten wanneer ze gerealiseerd zijn). Het nemen van verlies betekent het verwerken direct ten laste van de exploitatie al of niet via de vorming van een voorziening. Het instellen van voorzieningen, welk een rechtstreeks gevolg is vanuit de bedrijfsvoering en wettelijke regelingen, kan achteraf bij de vaststelling van de jaarrekening (toelichting op de balans) worden geformaliseerd. Het college dient voorzieningen in te stellen op het moment dat dit wettelijk verplicht is, dit dient te gebeuren in de jaarrekening. Uitgaven komen rechtstreeks ten laste van voorzieningen en gaan niet via de exploitatie. Een voorziening wordt gevormd ten laste van een bepaald jaar omdat in dat jaar wel de voorwaardelijke verplichting ontstaat maar niet de bijbehorende uitgaven worden gedaan. Als na het vormen van de voorziening ook de uitgaven via de exploitatie zouden lopen, is sprake van het tweemaal verwerken van dezelfde uitgaven (zij het in verschillende boekjaren).

Onderhoudsvoorzieningen De uitgaven gekoppeld aan een onderhoudsvoorziening dienen gebaseerd te zijn op een onderbouwd beheerplan. Een uitzondering wordt gemaakt met betrekking tot de voorzieningen welke zijn gebaseerd op het beschikbaar komen van middelen van derden. Bij instelling van deze voorzieningen wordt in ieder geval het volgende aangegeven: 

(Wettelijke) regeling waarop de vorming van de voorziening is gebaseerd;

Periode waarin de gelden besteed moeten worden. Conform BBV zijn hiervan uitgezonderd, respectievelijk vallen hier niet meer onder, de voorschotbedragen als bedoeld in artikel 49, onderdeel b van het BBV. De uitzondering betreft de van de Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren. Volgens artikel 49, onderdeel b. dienen deze bedragen in de balans onder de overlopende passiva afzonderlijk te worden opgenomen.

Voorzieningen waar geen concreet bestedingsdoel aan ten grondslag ligt worden uitgaven in dat kader eerst voorgelegd aan uw gemeenteraad.

426697

12

Raadsbesluit

Voorzieningen middelen derden Bij instelling van deze voorzieningen wordt in ieder geval het volgende aangegeven: - (wettelijke) regeling waarop de vorming van de voorziening is gebaseerd; - periode waarin de gelden besteed moeten worden.

Overige voorzieningen Bij instelling van de overige voorzieningen wordt in ieder geval het volgende aangegeven: 

Onderbouwing waarop de vorming en omvang van de voorziening is gebaseerd;

Geplande looptijd van de voorziening. Met andere woorden wanneer is de verwachting dat de verplichting wordt geëffectueerd.

3.2.2 Opheffen van voorzieningen Het opheffen van voorzieningen (met uitzondering van onderhoudsvoorzieningen) vindt plaats op het moment dat de verplichting c.q. het ingeschatte risico zich heeft geëffectueerd. Nadat afhandeling heeft plaatsgevonden valt een eventueel saldo vrij ten gunste van de exploitatie in het jaar van afhandeling. Het besluit tot het opheffen van onderhoudsvoorzieningen ligt bij uw gemeenteraad en is het gevolg van veranderde omstandigheden waartoe de voorziening is ingesteld (bijvoorbeeld verkoop van gebouwen). 3.2.3 Stortingen in onderhoudsvoorzieningen Stortingen in de onderhoudsvoorzieningen dienen gebaseerd te zijn op het vastgestelde beheerplan. Uitgangspunt is dat de stortingen noch inflatoir noch op basis van areaaluitbreiding worden bijgesteld, behoudens beargumenteerde afwijkingen. Beide consequenties dienen opgenomen te worden in het beheerplan, gebaseerd op de uitgaven uitgezet in de tijd. Middels actualisatie van de beheerplannen vindt eventuele bijstelling van de stortingen plaats. Op deze wijze ondergaan de stortingen in de voorzieningen gedurende de looptijd van de beheerplannen geen wijzigingen. Afwijkingen in geraamde onttrekkingen of stortingen dienen gemeld te worden via de tussentijdse rapportage(s) en uiteindelijk als toelichting bij de jaarrekening. 3.2.4 Omvang van voorzieningen

Onderhoudsvoorzieningen Bij de actualisatie van de beheerplannen wordt beoordeeld of de onderhoudsvoorziening op basis van de vastgestelde uitgangspunten van voldoende omvang is. Is dit niet meer het geval dient de hoogte van de voorziening hierop aangepast te worden. De bijbehorende 426697

13

Raadsbesluit

beleidsuitgangspunten dienen (waar mogelijk) onderdeel uit te maken van de integrale afweging (bijv. bij een tekort de afweging kwaliteitsniveau versus benodigde middelen).

Overige voorzieningen Bij de P&C documenten wordt beoordeeld of de voorziening op basis van de vastgestelde uitgangspunten van voldoende omvang is. Op momenten dat geconstateerd wordt dat de voorziening op basis van nacalculatie een te hoge omvang vertoont, komt dit via de exploitatie ten gunste van de algemene middelen. In geval van een te lage omvang dient ten laste van de exploitatie de voorziening te worden aangevuld. 3.2.5 Negatieve voorzieningen Volgens de voorschriften mogen voorzieningen niet negatief zijn. Een voorziening moet immers precies dekkend zijn voor de achterliggende verplichtingen of risico’s. Dit betekent dat het doen van uitgaven (onttrekkingen) ten laste van een voorziening pas kan plaatsvinden nadat geconstateerd is dat de omvang van de voorziening voldoende groot is. 3.2.6 Waardering van voorzieningen Voorzieningen worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Eventuele voorzieningen wegens oninbaarheid mogen met de nominale waarde van leningen en vorderingen worden verrekend.

426697

14

Raadsbesluit

4 Rentebeleid reserves en voorzieningen

4.1 Extern- en interne financieringsmiddelen Reserves en voorzieningen maken onderdeel uit van de totale financieringsmiddelen van onze gemeente. De financieringsmiddelen kunnen ingezet worden voor externe dan wel interne financiering. Indien de financieringsmiddelen ingezet worden als extern financieringsmiddel genereert dit inkomsten (rente/dividend). Indien reserves en voorzieningen gebruikt worden als intern financieringsmiddel, voor het doen van investeringen, hoeven we geen rente te betalen (we hoeven op dat moment geen geld te lenen). Dit rentevoordeel wordt als een bate aangemerkt, welke verantwoord wordt in de rekening van baten en lasten (op het product zelf wordt namelijk een kapitaallast opgenomen als zijnde dat er rente betaald moet worden).

4.2 Rente De rente die deze financieringsmiddelen oplevert kan –onder voorwaarden- ingezet worden door de rente bij te schrijven op reserves dan wel te gebruiken als dekkingsmiddel voor de exploitatie. Rentetoevoegingen aan voorzieningen zijn niet toegestaan (BBV art. 45). Een voorziening moet immers precies dekkend zijn voor de achterliggende verplichtingen of risico’s. Een uitzondering hierop is toegestaan indien de voorziening tegen contante waarde is gewaardeerd. De rente over reserves kan, in principe, alleen als structureel dekkingsmiddel worden ingezet indien er bij aanwending van de reserves voor alternatieve dekking wordt zorggedragen. Rente over voorzieningen kan alleen als incidenteel dekkingsmiddel worden aangewend. Indien uit de meerjarenraming duidelijk blijkt hoe het verloop van de voorzieningen is en in de meerjarenraming hiermee wordt rekening gehouden, kan deze rente als structureel dekkingsmiddel worden ingezet.

4.2.1 ‘Spelregels’ rente gemeente Venlo Met betrekking tot de rentecomponent worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: 1. De bespaarde rente over de eigen financieringsmiddelen wordt volledig toegevoegd aan de algemene reserve. Als gevolg van prijsinflatie neemt de omvang van het balanstotaal jaarlijks toe. Dit betekent dat ook het eigen vermogen moet meegroeien, immers wanneer het eigen vermogen gelijk blijft en het balanstotaal stijgt, daalt de solvabiliteit. Om het eigen vermogen mee te laten groeien wordt de bespaarde rente 426697

15

Raadsbesluit

toegevoegd aan de algemene reserve. Voor de disconteringsvoet wordt aansluiting gezocht bij het BBV, zijnde het maximale meerjarig streefpercentage van de Europese Centrale Bank (ECB). Uitgezonderd hierop zijn de rentetoevoegingen aan reserves die op basis van expliciete besluitvorming door uw gemeenteraad plaatsvinden (onderdeel van het instellingsbesluit) en de rentetoevoegingen aan voorzieningen gewaardeerd tegen contante waarde; 2. Aan reserves, uitgezonderd de algemene reserve, wordt geen rente toegevoegd. Uitgangspunt is dat de reserve een omvang heeft van hetgeen wordt beoogd. Indien toch rente toevoeging -om expliciete redenen- toch gewenst is dient dit gemotiveerd en expliciet aan uw gemeenteraad te worden voorgelegd. Hierbij wordt als voorwaarde gesteld dat de rente benodigd is om de benodigde middelen voor het beoogde doel te kunnen realiseren. In het raadsbesluit wordt expliciet aangegeven welk rentepercentage daarbij wordt gehanteerd (bijvoorbeeld korte rente, lange rente of een numeriek percentage); 3. Aan voorzieningen wordt geen rente toegevoegd tenzij de voorziening tegen contante waarde is opgenomen; 4. De rente wordt berekend over het saldo op 1 januari van de reserves en voorzieningen van het betreffende boekjaar.

4.2.2 Rente - verrekening grondexploitatie De grondexploitatie (‘Grondbedrijf’) vormt een gesloten exploitatie binnen de gemeentelijke organisatie. Bij een groei van de Algemene grondreserve boven de vastgestelde bandbreedte zal bij de jaarrekening afdracht plaatsvinden aan de Algemene reserve. Bij krimp van de Algemene grondreserve onder de vastgestelde bandbreedte zal bij de jaarrekening aanvulling plaatsvinden vanuit de Algemene reserve (zie ook 2.2.1 van deze nota).

Voor een juiste kostprijsverrekening van gronden is het noodzakelijk dat er rente wordt toegerekend aan de grondexploitaties. Er wordt rente verrekend over de stand per 1 januari op de balans van het betreffende boekjaar over navolgende posten: 

Het onderhanden werk (grondvoorraad);

De reserves en voorzieningen met betrekking tot de grondexploitatie.

426697

16

Raadsbesluit

Bijlage: regelgeving

Financiële verordening Artikel 10 Reserves en voorzieningen 1. Het college biedt de raad eens in de vier jaar een nota reserves en voorzieningen aan, waarin het beleid op dit terrein uiteen wordt gezet. 2. De raad stelt deze nota vast. BBV Artikel 17 Het overzicht van baten en lasten in de begroting bevat: a. Per programma, of per programmaonderdeel als bedoeld in artikel 8, vierde lid, de raming van de baten en lasten en het saldo; b. Het overzicht van de geraamde algemene dekkingsmiddelen, de geraamde kosten van de overhead, het geraamde bedrag van de heffing voor de vennootschapsbelasting en het geraamde bedrag voor onvoorzien; c. Het geraamde totaal saldo van baten en lasten, volgend uit de onderdelen a en b; d. De beoogde toevoegingen en onttrekkingen aan reserves per programma; e. Het geraamde resultaat, volgend uit de onderdelen c en d. Artikel 27 Het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening bevat: a. Per programma, of per programmaonderdeel als bedoeld in artikel 8, vierde lid, de gerealiseerde baten en lasten en het saldo daarvan; b. Het overzicht van de gerealiseerde algemene dekkingsmiddelen, de gerealiseerde kosten van de overhead en het bedrag van de heffing voor de vennootschapsbelasting; c. Het gerealiseerde totaal saldo van baten en lasten, volgend uit de onderdelen a en b; d. De werkelijke toevoegingen en onttrekkingen aan reserves; e.

Het gerealiseerde resultaat, volgend uit de onderdelen c en d. f.

Het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening bevat van de onderdelen genoemd in het eerste lid ook de ramingen uit de begroting voor en na wijziging.

426697

17

Raadsbesluit

Artikel 35 1. In de balans worden onder de materiële vaste activa afzonderlijk opgenomen: a. Investeringen met een economisch nut; b. Investeringen met een economisch nut, waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven; c. Investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut. 2. Van de materiële vaste activa wordt aangegeven welke in erfpacht zijn uitgegeven. Artikel 43 1. In de balans worden de reserves onderscheiden naar: a. De algemene reserve; b. De bestemmingsreserves. 2. Een bestemmingsreserve is een reserve waaraan provinciale staten respectievelijk de raad een bepaalde bestemming heeft gegeven. Artikel 44 1. Voorzieningen worden gevormd wegens: a. Verplichtingen en verliezen waarvan de omvang op de balansdatum onzeker is, doch redelijkerwijs te schatten; b. Op de balansdatum bestaande risico's ter zake van bepaalde te verwachten verplichtingen of verliezen waarvan de omvang redelijkerwijs is te schatten; c. Kosten die in een volgend begrotingsjaar zullen worden gemaakt, mits het maken van die kosten zijn oorsprong mede vindt in het begrotingsjaar of in een voorafgaand begrotingsjaar en de voorziening strekt tot gelijkmatige verdeling van lasten over een aantal begrotingsjaren; d. De bijdragen aan toekomstige vervangingsinvesteringen, waarvoor een heffing wordt geheven als bedoeld in artikel 35, eerste lid, onder b. 2.

Tot de voorzieningen worden ook gerekend van derden verkregen middelen die specifiek besteed moeten worden, met uitzondering van de voorschotbedragen, bedoeld in artikel 49, onderdeel b. 3. Voorzieningen worden niet gevormd voor jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume.

426697

18

Raadsbesluit

Artikel 49 1. In de balans worden onder de overlopende passiva afzonderlijk opgenomen: a. Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen, met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume; b. De van de Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren; c. Overige vooruit ontvangen bedragen die ten bate van het volgende begrotingsjaar komen. 2. De voorschotten, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, worden uitgesplitst naar de ontvangen bedragen van; a. Europese overheidslichamen; b. Het Rijk, en c. Overige Nederlandse overheidslichamen Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 17 september 2025.

De griffier {{esl:Signer1:signature:size(200,50)}}

De voorzitter {{esl:Signer2:signature:size(200,50)}}

Etienne Franken

Antoin Scholten

426697

19

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.venlo.nl/api/v1/meetings/848/documents/22868