345679 RV Verordening individuele inkomenstoeslag gemeente Venlo 2025.pdf
Tekst van het document
GEMEENTEBESTUUR
Raadsvoorstel collegebesluit d.d. raadsvergadering d.d. programma portefeuillehouder
3 december 2024 29 januari 2025 Gezond en actief Venlo E. Boom
ons kenmerk 272553 team RGMAPG steller P.A.H. Augustinus telefoonnummer +31 77 2079562 e-mail p.augustinus@venlo.nl bijlage(n) 4
Onderwerp Verordening individuele inkomenstoeslag gemeente Venlo 2025 Advies Vaststellen van de verordening individuele inkomenstoeslag gemeente Venlo 2025 Aanleiding De gewijzigde verordening van de individuele inkomenstoeslag ligt ter besluitvorming voor. Uw raad is bevoegd om deze vast te stellen. De verordening is om de volgende redenen herzien: - Het beleidskader Geldzorgen dat in 2023 is vastgesteld, is richtinggevend voor onderhavig beleid; - De bestaande verordening individuele inkomenstoeslag dateert uit 2015; - De beleidsregels beter kunnen aansluiten op de behoeften van de inwoner. De belangrijkste uitgangspunten in de beleidsvorming Het beleid aangaande de individuele inkomenstoeslag is vastgelegd in de verordening. Het doel van deze inkomensondersteunende regeling is het besteedbaar inkomen verhogen voor inwoners van 21 jaar tot de pensioengerechtigde leeftijd met een langdurig laag inkomen, geen eigen vermogen en geen zicht op inkomensverbetering. Zowel uitkeringsgerechtigden als nietuitkeringsgerechtigden, zoals zelfstandige ondernemers, kunnen aanspraak maken op een toeslag. De verordening is aangepast op basis van de volgende uitgangspunten: -
-
272553
Met deze actualisering sluiten we aan bij de doelen van Fier op Venlo en het beleidskader Geldzorgen; Menselijk maat: we houden rekening met de omstandigheden van onze inwoners en het beleid is daarin ondersteunend. Dit doen we door de hoogte van de toeslag en de manier van berekenen beter af te stemmen op de situatie van de inwoner. Meer ruimte voor persoonlijk contact met de inwoner. Door processen te automatiseren en digitaliseren, wordt de werklast voor zowel de inwoner als de inkomensconsulent verminderd. De tijd die hierdoor vrijkomt voor de consulent, kan worden benut om vertrouwen op te bouwen, de hulpvraag beter onderzoeken en/of maatwerk te bieden.
1
Raadsvoorstel
De herziening heeft geleid tot de volgende wijzigingen ten opzichte van de verordening 2015: 1. Het aanvraagproces wordt eenvoudiger voor de inwoner Het huidige formulier kan enkel schriftelijk ingediend worden en is gedateerd. Eind 2024 wordt het digitaal aanvraagproces geïmplementeerd. Dit maakt een aanvraag eenvoudiger en de inwoner ontvangt sneller een beoordeling. Hierbij gaan we uit van vertrouwen waarbij de inwoner zelfstandig het aanvraagproces doorloopt. Daarnaast werken we gefaseerd toe naar een proces waarbij de inwoner direct na het indienen van de aanvraag een beslissing ontvangt. Achteraf worden toekenningen steekproefsgewijs gecontroleerd. Voor de niet digitaal vaardige inwoner blijft de mogelijkheid bestaan om schriftelijk een aanvraag in te dienen. De Adviesraad Sociaal Domein (ASD) (zie bijlage 3/4) wijst op het belang van ondersteuning bij het correct invullen van gegevens in het aanvraagproces. Dit is cruciaal om te voorkomen dat inwoners na afloop bedragen moeten terugbetalen. Hoewel de kans hierop zeer klein is dankzij de geboden (technische) ondersteuning, is het systeem er op ingericht om de ingevoerde gegevens te toetsen aan de bij ons bekende informatie. Wanneer er een discrepantie is, krijgt de aanvrager direct feedback.
Daarnaast wordt aan het begin van het aanvraagproces duidelijk aangegeven dat inwoners telefonisch of bij een Informatie & Adviespunt hulp kunnen krijgen. Bovendien bevat het proces per stap extra toelichtingen om de aanvrager te ondersteunen bij het correct invullen van de gegevens. Het aanvraagproces wordt zorgvuldig gevolgd, met speciale aandacht voor de foutmarge. Dit proces wordt al succesvol toegepast in andere gemeenten. De ASD (zie bijlage 3/4) pleit ook voor een automatische herinnering, zodat inwoners tijdig worden geïnformeerd over de mogelijkheid om opnieuw aan te vragen. Hoewel de verantwoordelijkheid ook bij de inwoner zelf ligt, zou een systeem hierbij ondersteunend kunnen zijn. Het huidige systeem biedt deze functionaliteit echter nog niet, maar we zijn in gesprek met de leverancier om te onderzoeken wat wel mogelijk is. 2. We gaan uit van het gemiddelde inkomen per 12 maanden gedurende de referteperiode De vaststelling van een langdurig laag inkomen wordt niet langer op maandbasis gedaan, maar op basis van het gemiddelde inkomen per 12 maanden over de gehele referteperiode. In de huidige situatie wordt een inwoner met fluctuerende inkomsten bij één maandelijkse overschrijding voor drie jaar de inkomenstoeslag onthouden. Dit is onwenselijk. Er zijn inwoners die de stap naar werk maken, maar op korte termijn tijdelijk uitvallen.
Een poging om te werken moet juist gestimuleerd en niet bestraft worden. In de nieuwe situatie leidt een maandelijkse overschrijding niet direct tot een afwijzing omdat er van een gemiddelde wordt uitgegaan. Op deze manier blijft de financiële positie van inwoners met een langdurig laag inkomen beter beschermd. 3. Hogere norm per kind voor gezinnen In de huidige situatie is voor ouders de hoogte van de toeslag niet afhankelijk van het aantal kinderen. In de nieuwe situatie verstrekken we per kind €100 extra op jaarbasis. Uit onderzoek van de commissie Sociaal Minimum blijkt dat, op basis van voorbeeldbegrotingen, alleenstaanden en stellen zonder kinderen rond het sociaal minimum ongeveer €100 tot €200 per maand te kort komen. Voor alleenstaanden en stellen met kinderen loopt het negatieve saldo verder op. Dit komt enerzijds doordat de compensatie via toeslagen niet evenredig meestijgt. Anderzijds brengen meer kinderen, meer kosten met zich mee. Dit heeft onder andere te maken met hogere lasten voor water en energie, meer boodschappen en intensiever gebruik van witgoed. We kunnen gezinnen met kinderen tot 102% van de bijstandsnorm hier deels in tegemoet komen via een staffel bij de individuele inkomenstoeslag. In de onderstaande tabel is te zien wat de hoogte van de toeslag op basis van de beoogde beleidswijziging ten opzichte van de huidige situatie voor gezinnen met kinderen.
272553
2
Raadsvoorstel
Oud Nieuw
Oud Nieuw
Alleenstaande € 500 € 500 €0 Gehuwden € 710 € 710 €0
1 kind € 640 € 600 -€ 40 1 kind € 710 € 810 +€ 100
2 kinderen € 640 € 700 +€ 60 2 kinderen € 710 € 910 +€ 200
3 kinderen € 640 € 800 +€ 160 3 kinderen € 710 1010 +€ 300
Kinderen zijn afhankelijk van de positie van de ouders en moeten ongeacht de sociaaleconomische achtergrond van hun ouders kunnen blijven meedoen. We bevorderen de kansengelijkheid voor gezinnen met kinderen rond bijstandsniveau deels door het besteedbaar inkomen jaarlijks op te hogen. Daarmee hebben ze iets meer financiële ruimte om bijvoorbeeld onverwachte kosten op te vangen zoals het stukgaan van een wasmachine. De toeslag wordt overigens niet gezien als inkomen. Dus een ophoging heeft geen consequenties voor andere toeslagen. Een kanttekening bij deze wijziging is dat elke grens arbitrair blijft. We maximeren de ophoging tot maximaal drie kinderen. Daarmee bedienen we de meeste huishoudens met kinderen tot de betreffende inkomensgrens. De hoogte van het bedrag is afgestemd op de mogelijkheden binnen de financiële kaders. De ASD adviseert (bijlage 3/4) of het mogelijk is om de €40, welke de alleenstaande ouder er eenmalig op jaarbasis op achteruit gaat, te verdelen tussen de alleenstaande en alleenstaande ouder. Dit leidt tot ongelijke stappen bij het bepalen van de toeslag bij grotere gezinnen. Er is gekozen voor een gelijk bedrag per kind zodat deze wijziging goed uitvoerbaar blijft en beter te volgen is voor de inwoner. 4.
Een vast bedrag voor kostendelende medebewoners Om de hoogte van het bedrag beter af te stemmen op de woonsituatie kennen we kostendelers een vast bedrag toe. Dit bedrag is lager dan een alleenstaande omdat een kostendeler de kosten voor levensonderhoud met meerdere mensen binnen hetzelfde huishouden mag delen. In de huidige situatie krijgen alle inwonenden binnen hetzelfde huishouden het bedrag dat gelijk is aan die van een alleenstaande. In de nieuwe situatie ontvangt elke kostdeler €300 per jaar. Hierdoor is de hoogte van het bedrag beter afgestemd op de woonsituatie. 5. Schrappen van artikel 6 over wederkerigheid In de huidige verordening worden inwoners die een toeslag ontvangen verplicht om iets terug te doen in ruil voor een toeslag. Op basis van de praktijk blijkt dit artikel lastig uitvoerbaar te zijn. Ten tweede is het tegenstrijdig met de landelijke ontwikkelingen zoals de Participatiewet in Balans. Met het schrappen van dit artikel leggen we de focus op het garanderen van basisbehoeften voor inwoners met een langdurig laag inkomen. Inwoners die een individuele inkomenstoeslag ontvangen, hebben geen zicht op inkomensverbetering door bijvoorbeeld ziekte, handicap of andere onvoorziene omstandigheden. Iets verplichten voert de druk alleen maar op en het is lastig te handhaven.
Bij financiële rust en goede begeleiding zullen mensen eerder geneigd zijn om zich weer te richten op hun eigen ontwikkeling of iets terug te doen voor de maatschappij. 6. Verordening met terugwerkende kracht in werking laten treden op 1 januari De ingangsdatum op 1 januari 2025 vastleggen zorgt voor meer uniformiteit in de bedragen die een inwoner krijgt toegekend. Als dit niet met terugwerkende kracht wordt ingesteld dan geldt enkel in januari een andere hoogte van de toeslag dan in februari. Verschillende bedragen kunnen leiden tot vragen bij inwoners welke zich kunnen ontwikkelen tot ontevredenheid. Dit is eenvoudig te voorkomen door één uniform bedrag 272553
3
Raadsvoorstel
per kalenderjaar te hanteren waardoor het voor aanvrager vooraf duidelijk is wat ze kunnen verwachten. Kosten, dekking en risico’s De kosten voor de beleidswijziging inzake de extra toeslag voor grotere gezinnen wordt geschat op ongeveer €30.000 aan extra kosten. We kunnen deze wijziging financieel dekken door: -
De normbedragen één jaar niet te indexeren; Besparingen via toevoeging van een norm voor kostendelers.
Dit dekken we in eerste instantie uit het budget individuele inkomenstoeslag. Mocht dit budget niet toereikend zijn dan vangen we dit op binnen het totale armoedebudget. In de bovenstaande tabel is te zien dat de extra toeslag zou betekenen dat huishoudens zonder kinderen er niet op achteruit gaan en gezinnen met kinderen er op vooruit gaan. Enkel de alleenstaande ouder met één kind gaat er in 2025 op jaarbasis €40 op achteruit. Uitvoeringstechnisch is het beter als we gelijke treden hanteren van €100. Tevens is zijn gelijke treden logischer voor de inwoner in vergelijking met ongelijke treden. Ten derde zou het budgettair niet haalbaar zijn als we, uitgaan van gelijke treden, de alleenstaande norm ophogen met €40 (€500 naar €540). Deze kosten worden geschat op € 40.000 en daar is geen structurele dekking voor. In plaats daarvan verlagen we het normbedrag van een alleenstaande ouder met €40 (€640 naar €600). Hoewel alle huishoudens rond de bijstandsnorm een financiële uitdaging hebben, zou volgens het rapport van de commissie Sociaal Minimum de alleenstaande ouder met één kind de meeste ruimte hebben om € 40 op jaarbasis op te vangen. Het aangepaste beleid kan mogelijk leiden tot besparingen doordat de normbedragen beter worden afgestemd op het type huishouden. Er is een nieuw normbedrag geïntroduceerd voor de kostendeler.
Voorheen ontving de kostendeler hetzelfde bedrag als een alleenstaande, maar onder de nieuwe regeling krijgt een kostendeler €300 en een alleenstaande €500. De exacte besparing is nog onbekend. Een kanttekening bij deze kosten is dat de individuele inkomenstoeslag een open-einderegeling is. Kosten kunnen daardoor hoger uitvallen wanneer we meer inwoners bereiken. Het bereik is afhankelijk van de bekendheid van de regeling. Financiële gevolgen bij ophoging inkomensgrens Tijdens de begrotingsbehandeling 2025 in de gemeenteraad is toegezegd om aan te geven wat de financiële consequenties zijn als de inkomensgrens wordt opgehoogd van 102% naar 110% van de bijstandsnorm. In de voorgestelde verordening blijven we dezelfde inkomensgrens hanteren. Op dit moment is er geen dekking voor een ophoging van de doelgroep tot 110% van de bijstandsnorm. Op basis van een schatting worden de verwachte meerkosten na de verruiming van de doelgroep maximaal geschat op € 500.000. Deze prognose gaat ervan uit dat hetzelfde bereik van de huidige doelgroep ook gerealiseerd kan worden bij de nieuwe doelgroep. De onderbouwing van dit bedrag is te vinden in bijlage 2. Op dit moment is er geen dekking voor een uitbreiding van de doelgroep naar 110% van de bijstandsnorm.
In het eerste jaar is het echter onwaarschijnlijk dat deze kosten daadwerkelijk gemaakt worden, aangezien het bereik afhankelijk is van de bekendheid van de regeling binnen de nieuwe doelgroep. Desondanks is het belangrijk om hiermee rekening te houden, aangezien het een open-einderegeling betreft. Op basis van de huidige informatie is het moeilijk te bepalen welke behoefte we precies vervullen en of de investering van 500.000 euro het gewenste effect zal hebben. Een ophoging van de inkomensgrens betekent een uitbreiding van de doelgroep waarbij inwoners met een laag 272553
4
Raadsvoorstel
inkomen extra financiële ondersteuning krijgen. Dit kunnen inwoners zijn met een arbeidsongeschiktheidsuitkering (WIA/WAO) welke weinig tot geen zicht hebben op inkomensverbetering. Het kunnen ook inwoners zijn die werken maar nauwelijks boven bijstandsniveau verdienen. De laatstgenoemde groep heeft mogelijk wel zicht op inkomensverbetering door bijvoorbeeld meer uren te werken. Tevens komt de groep boven de bijstandsnorm niet aanmerking voor kwijtschelding gemeentelijk belastingen. Wie deze groep tussen 102% en 110% van de bijstandsnorm is en tegen welke problemen ze precies aanlopen is vooralsnog onduidelijk. Op dit moment ontvangen we geen specifieke signalen die wijzen op problemen. Communicatie Bekendmaking en publicatie vinden op de gebruikelijk manier plaats door bekendmaking op overheid.nl. De doelgroep die in beeld is wordt via een brief en/of mondeling via de inkomensconsulenten over de wijzigingen in het beleid. Onze netwerkpartners ontvangen daarnaast apart een toelichting op de wijzigingen, zodat zij onze inwoners goed kunnen informeren en helpen met de aanvragen. De individuele inkomenstoeslag is opgenomen in de Voorzieningenwijzer welke extra aandacht krijgt via onze communicatiekanalen. Dit sluit aan bij de oproep van de ASD (bijlage 4). Vervolgprocedure raad We monitoren de ontwikkelingen ten aanzien van de voorgestelde beleidswijzigingen.
Uw raad zal via de p&c-cyclus worden geïnformeerd over eventuele financiële afwijkingen.
Burgemeester en wethouders van Venlo de secretaris
de burgemeester
Ondertekend door Twan Beurskens op 18-12-2024
Ondertekend door Antoin Scholten op 18-12-2024
Twan Beurskens
Antoin Scholten
Bijlagen 1. Wijzigingsoverzicht individuele inkomenstoeslag 2. Verwachte meerkosten bij ophoging inkomensgrens naar 110% 3. Advies Individuele Inkomenstoeslag Participatiewet gemeente Venlo 4. ASD advies individuele inkomenstoeslag
272553
5