CConstaterende datVenlo
Koppel je AI →
Document · PDF

320084 - RB Verordening jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning Venlo 2025.pdf

Raadsvergadering 26 februari 2025, gemeente VenloBij agendapunt: 3.2: Verordening jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning 202519.220 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

In het eerste lid kan daarom worden volstaan met een verwijzing naar artikel 150 van de Gemeentewet. Het is aan het college om invulling te geven aan de Gemeentewet, de Jeugdwet, de Wmo 2015 en de Participatiewet door alle doelgroepen vertegenwoordigd te laten zijn in dit adviesorgaan. Op die manier kunnen betrokkenen en hun vertegenwoordigers in een vroeg stadium adviseren over voorstellen voor het beleid en periodiek overleg voeren over het te voeren beleid. Voorheen moesten aanbieders voldoen aan de in de Wet klachtrecht cliënten en de Wet medezeggenschap cliënten zorginstellingen (Wmcz) gestelde regels. Onder de Wmcz werd inspraak tegenover de aanbieder al verwezenlijkt via de cliëntenraad. In de Wmo 2015 is in artikel 2.1.3, tweede lid, onder f, opgenomen dat bij verordening moet worden bepaald ten aanzien van welke voorzieningen een regeling voor medezeggenschap van betrokkenen over voorgenomen besluiten van de aanbieder welke voor de gebruikers van belang zijn, vereist is. Daaraan wordt in het tweede lid uitvoering gegeven. In artikel 2.10 Jeugdwet (in de redactie van de Nota van wijziging op het wetsvoorstel Wmo 2015 van 12 maart 2014, kamerstukken II 22841, nr. 35) worden de artikelen 2.1.3, derde lid (inspraak en medezeggenschap), en 2.5.1 (jaarlijks cliëntervaringsonderzoek) van de Wmo 2015 van overeenkomstige toepassing verklaard voor de Jeugdwet.

Wel zijn in artikel 4.2.4 en verder van de Jeugdwet aanvullende bepalingen opgenomen over het instellen van een cliëntenraad door gecertificeerde instellingen. De Wmo 2015 biedt gemeenten hierin meer vrijheid en kan eveneens bepalen voor welke instellingen dit geldt. In het tweede lid is afstemming gezocht met artikel 4.2.4 tot en met 4.2.12 Jeugdwet, die bepalen dat medezeggenschap geldt voor aanbieders en gecertificeerde instellingen met in de regel meer dan tien personen in dienst. Op die manier wordt er geen verschil gemaakt tussen jeugdhulp of maatschappelijke ondersteuning. Het is aan de aanbieder om te bezien in welke vorm (gezamenlijk of anderszins) dit geregeld wordt mits zij het wettelijk kader volgen. Via deze bepaling worden de belangen van betrokkenen zo goed mogelijk ondervangen. Het tweede lid impliceert bovendien dat aanbieders met minder dan tien personen in dienst niet verplicht zijn om een regeling voor medezeggenschap te treffen. Dat is ter eigen beoordeling. 285413

37

Raadsbesluit

Artikel 21. Nadere regels en hardheidsclausule Hoewel in de verordening al diverse delegatiebepalingen zijn opgenomen, is uit het oogpunt van flexibiliteit toch nog een algemene delegatiebepaling opgenomen in het eerste lid. Het college zal er niet aan ontkomen, juist omdat het in de wetgeving om maatwerk gaat, om zelfs na een zorgvuldig gemaakte afweging alsnog te beoordelen of deze afweging niet leidt tot onbillijkheden van overwegende aard. Omdat het gaat om zeer persoonlijke beoordelingen is de verwachting dat dit beperkt voorkomt. Als desondanks toch nog sprake is van een niet billijke situatie is de hardheidsclausule in het tweede lid een vangnet. Als hier te vaak een beroep op wordt gedaan verdient het aanbeveling om te bezien of het beleid alsnog moet worden aangepast. In de tussentijd heeft het college bovendien via het derde lid de mogelijkheid om, indien niets is geregeld bij verordening en hogere wet- en regelgeving, ter zake te beslissen. Artikel 22. Intrekking oude verordening en overgangsrecht Het vierde lid regelt het overgangsrecht voor lopende voorzieningen op basis van de oude verordening. In het tweede lid is bepaald dat aanvragen die voor de inwerkingtreding van deze nieuwe verordening zijn ingediend maar waarop bij de inwerkingtreding nog niet is beslist, worden afgedaan op grond van de nieuwe verordening.

In het derde lid is voor lopende bezwaarschriften bepaald dat deze volgens de oude verordening worden afgedaan, tenzij toepassing van deze verordening gunstiger is voor de bezwaarmaker. Artikel 23. Inwerkingtreding en citeertitel De verordening treedt in werking per 1 maart 2025. Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 26 februari 2025.

De griffier

De voorzitter

Ondertekend door Etienne Franken op 26-02-2025

Ondertekend door Antoin Scholten op 26-02-2025

Etienne Franken

Antoin Scholten

285413

38

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.venlo.nl/api/v1/meetings/886/documents/21662