174 Brief SSONM over de streekomroep (Geanonimiseerd).pdf
Tekst van het document
Beter ten halve gekeerd.
. .
Op weg naar een passende streekomroep voor de kop van Noord-Limburg Gennep , 23 maart 2025 ,
Al jaren is er sprake van een verschraling van de lokale en regionale nieuwsmedia. Zo zijn veel wekelijkse huis-aan-huis kranten en informatieblaadjes verdwenen , en redacties van regionale dagbladen zijn gecentraliseerd en flink ingekrompen. Er zijn weliswaar lokale online-platforms opgekomen , maar deze worden meestal bestierd door vrijwilligers die geen journalistieke basis hebben. Lokale omroepen ontberen veelal de middelen om een professionele nieuwsredactie op te zetten. Om de lokale nieuwsvoorziening te versterken is ruim 10 jaar geleden een traject ingezet om de lokale omroepsector te professionaliseren. In theorie was het de bedoeling dat door de vorming van streekomroepen met landelijke basisfinanciering de slagkracht van de omroepen verbeterd zou worden. De streekomroepen zouden gevormd worden op basis van de dagelijkse leefomgeving van de inwoners en een Lokaal Toereikend Media Aanbod gaan verzorgen met een kwalitatieve nieuwsvoorziening , die tot in de haarvaten van de samenleving reikt. Zoals het op de website van de NLPO wordt omschreven: “vanaf 2028 vormen niet langer de lijnen op de bestuurlijke kaart de grens van een lokale omroep , maar de ‘natuurlijke habitat’ van de burger: de sociaal-culturele en economische omgeving waarin iemand woont , leeft , werkt en recreëert.
Het verzorgingsgebied van een streekomroep sluit daar naadloos op aan , zonder af te dingen op de lokale kwaliteit en bereik. ”
De theorie is mooi , maar de praktijk pakt in onze regio helaas anders uit. In Noord-Limburg (streek 73) dreigt de vorming van een streekomroep op een fiasco uit te draaien. Zoals hierboven is
omschreven , was het de bedoeling dat de streekomroepen zouden worden gevormd op basis van de natuurlijke habitat van de inwoners: het gebied waarin hun maatschappelijke leven zich afspeelt. In 2016 is er vanuit de landelijke organisatie voor lokale omroepen (OLON/NLPO) op de tekentafel een indeling gemaakt. In de kop van Noord-Limburg was voorzien dat de omroepen uit Gennep , Bergen , Venray , Horst aan de Maas , Venlo en Peel en Maas samen een streekomroeporganisatie zouden vormen.
Al bij de eerste bijeenkomst van de omroepen uit de betreffende gemeenten was duidelijk dat het om een geografisch groot gebied gaat dat geen homogeen karakter heeft. In het zuidelijk gedeelte is men gericht op Venlo , terwijl het noordelijk gedeelte meer georiënteerd is op het Land van Cuijk en Nijmegen. Veel maatschappelijke organisaties en instellingen opereren zowel in het Land van Cuijk , alsook in de kop van Noord-Limburg (zoals bijvoorbeeld: de bibliotheek , middelbare scholen , de huisartsenpraktijken en de ondernemersvereniging). Verder loopt ten noorden van de lijn ArcenHorst een taalgrens die twee verschillende dialecten markeert. Natuurlijk valt ook op dat de grootte van de gemeenten onevenwichtig is , met Venlo als dominante factor. De voorgestelde indeling in Noord-Limburg sluit dus absoluut niet naadloos aan op de 'natuurlijke habitat' van de inwoners. Daarom is destijds geprobeerd om een beter passende streekindeling te maken , bestaande uit de gemeenten in het Land van Cuijk , Venray , Bergen en Gennep. Door een blokkade van het bestuur van de toenmalige omroepstichting in de gemeente Gennep is deze aanpassing echter niet doorgegaan. Nadat bleek dat de streekindeling in Noord-Limburg ongewijzigd zou blijven , hebben de zes omroepen uit die streek vervolgens uitgangspunten opgesteld waaraan de nieuw te vormen streekomroep diende te voldoen.
Hierbij stond het behoud van de lokale identiteit centraal. Duidelijk
dat daarom één enkelvoudige streekomroep met één gezamenlijk programma een te groot geografisch gebied zou beslaan , en welhaast tot een 'L2' zou verworden (De provinciale omroep in Limburg heet L1). Een model met een drietal clusters zou meer recht doen aan de doelstellingen. De omroepen hebben in 2017 een intentieverklaring ondertekend: met respect voor elkaar zou worden gewerkt aan de vorming van een streekomroeporganisatie. Daarna zijn wat verkennende werkgroepen ingesteld. In de zomer van 2019 heeft er een bijeenkomst plaatsgevonden met de lokale omroepen , gemeentelijke beleidsmakers , portefeuillehouders en de toenmalige directeur van de NLPO. Hierbij werd nogmaals geconcludeerd dat één centrale omroep voor de hele streek niet werkbaar is , en een clustermodel beter aansluit. Nog net voor de corona-uitbraak is er in februari 2020 een overleg geweest met de omroepen uit de gemeenten Gennep , Bergen en Venray en een afgevaardigde van de NLPO , om de weg naar een gezamenlijk cluster in te zetten. De omroepen uit Gennep en Bergen besloten met het oog op de aanstaande verlenging van hun zendtijdaanwijzing alvast te fuseren en een gezamenlijke aanvraag in te dienen. De samenwerking met Omroep Venray werd geïntensiveerd op programmatisch gebied. Gedurende de corona-periode heeft het overleg in het grotere streekverband nagenoeg stilgelegen.
Wel werd op de achtergrond doorgewerkt aan onderlinge samenwerkingsinitiatieven op kleinere schaal. was
Tijdens een informatiebijeenkomst in het voorjaar van 2023 werd door de NLPO een nieuwe streekindeling gepresenteerd. Zonder voorafgaande kennisgeving bleek de streek in Noord-Limburg te zijn uitgebreid met de gemeente Beesel. Op initiatief van de omroep van de omroep in Gennep en Bergen is er vervolgens een bijeenkomst belegd voor alle omroepen die de gemeenten in streek 73 bedienen. Tijdens deze avond werd duidelijk dat de houding van Omroep Venlo inmiddels was veranderd. Men had opeens geen actieve herinnering meer over de afspraak om met een clustermodel te werken. Omroep Venlo richtte zich nu op een centraal aangestuurde streekomroep , zoals ook bleek uit het plan van aanpak dat vanuit het perspectief van Omroep Venlo is opgesteld. Alleen onder voorwaarden zouden aparte edities kunnen worden gerealiseerd. Omroep Venlo behoort tot de best gesubsidieerde lokale omroepen in ons land. Met een budget van ruim een miljoen euro is het dan ook niet verwonderlijk dat Omroep Venlo een aantal keer is uitgeroepen tot 'Beste Lokale Omroep van Nederland'; zeker in de wetenschap dat het leeuwendeel van de lokale omroepen het met zeer beperkte middelen moet doen. Een dergelijk hoge begroting als die van Omroep Venlo heeft echter ook een keerzijde: ieder jaar weer moeten de financiën rondgebreid zien te worden.
Dat betekent een voortdurende jacht op subsidies en fondsen om voldoende middelen te genereren. In het verleden heeft gemeente Venlo herhaaldelijk financieel moeten bijspringen om de omroep van de ondergang te redden. In dat licht bezien is het natuurlijk zeer welkom als de begroting voor een groot deel gedekt kan worden door een vaste jaarlijkse inkomstenbron uit landelijke bekostiging.
Volgens het plan van aanpak wordt de jaarlijkse bijdrage uit Den Haag in eerste instantie gebruikt om de kosten voor vergunningen , huisvesting , techniek en distributie te voldoen. Vervolgens wordt het managementkader hiervan betaald. Het gaat hierbij om hoge huurkosten en salarissen op basis van de omroep CAO (zoals die ook in Hilversum geldt). Daardoor blijft er onder de streep niks meer over voor journalistieke en programmatische invulling. Daarmee wordt het oorspronkelijke uitgangspunt dat door de vorming van een streekomroep de lokale journalistiek versterkt zou moeten worden NIET gerealiseerd. Het geld wordt in feite alleen gebruikt om het bestaande kader van Omroep Venlo overeind te houden. De lokale nieuwsvoorziening dient volgens het plan van aanpak door de afzonderlijke gemeenten te worden betaald. Alleen indien een gemeente een forse bijdrage levert van tenminste €50. 000 per jaar , is er ruimte voor een lokale journalist. Tegen meerkosten kan desgewenst een productiestudio voor die gemeente worden verwezenlijkt waar lokale vrijwilligers kunnen werken aan programma's en nieuwsberichten. In de bestaande situatie ontvangen gemeenten nog geld via het gemeentefonds om de lokale omroep te bekostigen , maar de gemeentelijke bijdrage aan de nieuwe streekomroep zal volledig uit eigen zak betaald moeten worden.
Zeker met het 'Ravijnjaar' voor de deur is het niet reëel om te verwachten dat gemeenten extra geld voor de lokale omroep zullen vrijmaken. Het zal
immers een keuze betekenen voor verdere bezuinigingen op zaken als jeugdzorg , de bibliotheek en sportverenigingen ten faveure van de streekomroep. Het door Omroep Venlo opgestelde plan van aanpak is weliswaar in streekverband door de omroepen besproken , maar hierbij was geen ruimte voor andere inzichten en principiële bezwaren dat op deze manier niet voldaan wordt aan de basisuitgangspunten. Uiteindelijk kon er hier en daar nog een punt en een kommaatje worden aangepast , maar Omroep Venlo bleef vasthouden aan de voorgestelde structuur en wijze van bekostiging. Het borgen van het werken met clusters of redactieedities werd geweigerd. Concreet houdt dit in dat de inwoners van met name de noordelijke gemeenten in Streek 73 er in de lokale nieuwsvoorziening niet op vooruit zullen gaan , maar dat er juist sprake is van een verdere verschraling. In de huidige situatie heeft namelijk ruim de helft van de informatieve items op de radio en op tv zelfs bijna 100% betrekking op de gemeenten Bergen en Gennep. Bij een evenwichtige verdeling naar rato van het inwoneraantal zal dit bij de voorgestelde streekindeling voor elk van deze gemeenten nog slechts zo'n 5 à 6% zijn (onder assumptie dat de gemeenten een substantiële financiële bijdrage geven , anders zal het percentage nog lager uitvallen).
Voor lokale evenementen en kleinschalige initiatieven die nu nog prominent in de uitzendingen aan bod komen zal weinig plaats overblijven (denk hierbij bijvoorbeeld aan carnavalsoptochten en lokale verenigingsactiviteiten , maar ook raadsvergaderingen). Gezien het beperkte deel in de totale content , is het dan ook reëler om te verwachten dat gemeenten liever bijdragen aan private 'eigen' lokale nieuwskanalen en -platforms , dan aan een nieuwe publieke streekomroep waar de inwoners geen
binding mee hebben.
In plaats van consensus te zoeken voor een model dat wél aan de uitgangspunten voldoet , is het wat Omroep Venlo betreft gewoon een kwestie van slikken of stikken. Zonder nadere kennisgeving wordt de omroep voor de gemeenten Bergen en Gennep niet eens meer uitgenodigd voor het streekoverleg. Uit een beleidsnotitie van de gemeente Venlo van november 2024 wordt duidelijk dat de insteek is dat er helemaal geen nieuwe streekomroep wordt opgericht , maar dat het gaat om een uitbreiding van Stichting Omroep Venlo. De overige omroepstichtingen kunnen hiermee fuseren , of erin opgaan. Letterlijk staat in de notitie dat de overige omroepen hun bezittingen hieraan dienen over te dragen. Door de stichting achter Omroep Venlo als basis te nemen van de streekomroep is er een risico dat mogelijke lijken in de kast bij deze organisatie in de toekomst (indirect) voor rekening komen van de andere gemeenten in het streekverband!
Geconstateerd is al dat de 'nieuwe' streekomroep niet alleen fysiek op grote afstand staat van de kijkers en luisteraars in het noordelijk deel van de streek , maar ook weinig lokale content zal brengen. Dit wordt versterkt doordat er onder de huidige vrijwilligers in Gennep en Bergen geen animo is om zich in te zetten voor de nieuwe omroep. Er zal dan ook weinig redactionele aandacht zijn die gericht is op op de meest noordelijke gemeenten. Daardoor zullen de kijkers en luisteraars aldaar geen affiniteit met de omroep hebben. Het gevolg is dan ook dat de vele maatschappelijke organisaties en instellingen die zowel in het Land van Cuijk , alsook in de kop van Noord-Limburg opereren , hun doelgroep niet via de streekomroep kunnen bereiken. Hetzelfde geldt voor gemeentelijke berichten. Tenslotte is ook niet onbelangrijk om te vermelden dat ondernemers uit de kop van Noord-Limburg , die voor de lokale markt willen adverteren , weinig respons zullen krijgen bij gebrek aan kijkers en luisteraars in hun eigen gemeente. Door de grote schaal van de omroep krijgen ze wel te maken met hogere kosten. Bovendien betalen ze dan voor een gebied waar zij zich niet op richten (in reclametermen heet dat 'waste'). Adverteren loont dus alleen voor grote bedrijven in de stad die hun clientèle uit de hele regio betrekken.
Al met al is
duidelijk dat de huidige indeling van streek 73 in geen enkel opzicht passend is wat geografische afstand en onderlinge verbondenheid. In praktijk wordt
betreft oriëntatie, taal, cultuur,
het media-aanbod Voor de inwoners
juist op achteruit.
De
van
Gennep, Bergen
oorspronkelijke doelstellingen
van
en
Venray
niet
versterkt,
maar
gaat het
worden
niet
gehaald.
professionalisering
er
SSONM
(Stichting Samenwerkende Omroepen Noordelijke Maasvallei) onderkent dat voor versterking van de lokale omroepen het samengaan in streekverbanden noodzakelijk is. De streekindeling dient echter te gebeuren op basis van de gestelde criteria en moet een passende schaal hebben. De huidige indeling van 'Streek 73' voor zeven gemeenten in Noord-Limburg voldoet in geheel niet, en zal leiden tot een gedrocht. de gemeenten Gennep, Bergen en Venray zou het meest recht doen leefomgeving, taal en cultuur van de inwoners, alsmede de schaal van de omroep.
Een
aparte streekomroep
aan
de
Door
natuurlijke
een
kostenefficiënte
Aangezien de
NLPO
voor
werkwijze
kan
blijft vasthouden
aan
per euro meer lokale content gegenereerd worden. maximaal 80 streekomroepen, is (eventueel gedeeltelijke)
er
aansluiting bij het Land van Cuijk het beste alternatief. Door dan te werken met een tweetal edities kan goed worden voldaan aan de uitgangspunten en doelstellingen om de lokale omroepsector te versterken. De NLPO biedt momenteel een laatste mogelijkheid om de indeling van de streken aan te passen.
streekindeling onverhoopt ongewijzigd blijven, dan zijn gesprekken over de vorming van een streekomroep in Noord-Limburg alleen zinvol als de basis bestaat uit een een drietal gewaarborgde clusters/redacties, met ieder een eigen basisbudget dat gefinancierd wordt uit de algemene bekostigingsbijdrage vanuit het Rijk. Gemeenten kunnen aanvullende content en specifieke lokale programma's financieren. De vorming van een enkelvoudige, centraal aangestuurde streekomroep voor het hele gebied zal op een mislukking uitdraaien. Mocht de
(geanonimiseerd) Voorzitter
Stichting Samenwerkende Omroepen Noordelijke
Maasvallei
(SSONM)