170 Inwoner - inzake het ontbreken van aanvullend vleermuisonderzoek bij het geplande AZC (geanonimiseerd).pdf
Tekst van het document
Zienswijze
aan
de Gemeenteraad
ontbreken
van
aanvullend vleermuisonderzoek
van
Venlo inzake het
bij het
geplande AZC Aan:
De Gemeenteraad
van
Venlo
(geanonimiseerd) Van:
(geanonimiseerd) Datum:
05-11-2025
Betreft:
Zienswijze inzake het ontbreken
1.
van
aanvullend vleermuisonderzoek
—
AZC
Venlo
Aanleiding
Geachte leden
van
de
gemeenteraad,
Met deze zienswijze wil ondergetekende aandacht vragen voor een belangrijk ecologisch aspect dat naar mijn oordeel in de besluitvorming rondom de realisatie van het voorgenomen Asielzoekerscentrum
aanwezigheid van
(AZC)
te Venlo
onvoldoende is meegenomen: de mogelijke streng beschermde vleermuissoorten in en rond het plangebied.
Uit de stukken
blijkt dat het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) een flora- en uitvoeren, waarbij door de provincie Limburg vrijstelling is verleend voor de gewone dwergvleermuis (Pipistrellus pipistrellus). faunaonderzoek heeft laten
De
werkgroep “Tegenstanders AZC Bethanië klooster” heeft van zowel de gemeente als begrepen dat uitsluitend een flora- en faunaonderzoek is uitgevoerd en dat het voornemens is ditzelfde onderzoek pas bij de komende aanvraag voor de COA omgevingsvergunning formeel te voegen. Dat betekent dat op dit moment geen volledig en actueel ecologisch onderzoek onderdeel uitmaakt van de gemeentelijke besluitvorming, hetgeen zorgelijk is. het COA
Daarnaast heeft een bewoonster in de directe nabijheid van het plangebied een vleermuis in haar woning aangetroffen die op basis van uiterlijke kenmerken en vlieggedrag —
vermoedelijk
—
ingekorven vleermuis (Myotis emarginatus) betreft. Deze soort is streng bijlage IV van de Europese Habitatrichtlijn (Richtlijn 92/43/EEG) en valt niet onder de verleende vrijstelling. beschermd
een
onder
2. Aanwijzing en zorgplicht Hoewel de bewoonster (nog) geen foto heeft kunnen maken , vormt deze waarneming wel degelijk een relevante aanwijzing voor de aanwezigheid van een beschermde soort. De directe omgeving van het beoogde AZC – bestaande uit oudere bebouwing met spouwmuren , bomenrijen en nabijgelegen water – is ecologisch gezien uitermate geschikt habitat voor de ingekorven vleermuis. Conform artikel 1. 11 van de Wet natuurbescherming (zorgplicht) en de Handreiking Soortenbescherming (BIJ12 , 2023) zijn initiatiefnemers verplicht om bij aanwijzingen voor beschermde soorten redelijke voorzorgsmaatregelen te treffen. Daarbij geldt dat ook nietgeverifieerde waarnemingen aanleiding kunnen vormen voor aanvullend onderzoek , indien deze aannemelijk zijn en het gebied geschikt leefgebied vormt.
3. Lessen uit andere AZC-locaties Het is relevant op te merken dat vergelijkbare situaties zich elders in Nederland hebben
voorgedaan. •
•
•
•
AZC Berkelland (Gelderland , 2021): werkzaamheden moesten worden stilgelegd
nadat uit aanvullend onderzoek bleek dat zich kraamkolonies van de gewone en ruige dwergvleermuis in de nabijgelegen bebouwing bevonden. De provincie gelastte nader seizoensonderzoek en stelde de vergunningverlening uit. AZC Budel (Noord-Brabant , 2022): vanwege aanwijzingen voor laatvlieger en rosse vleermuis werd door de rechtbank geoordeeld dat het oorspronkelijke flora- en faunaonderzoek onvoldoende was. Het COA moest extra inventarisaties uitvoeren voordat werkzaamheden konden doorgaan. Opvanglocatie Ede (Gelderland , 2020): na signalen van lokale bewoners over vleermuisactiviteit bleek uit nader onderzoek dat verblijfplaatsen aanwezig waren , waardoor de bouwplanning met maanden werd vertraagd en aanvullende mitigerende maatregelen verplicht werden gesteld. In Vlaardingen (2025) is de ontwikkeling van een AZC uitgesteld met minimaal een half jaar omdat uit een quickscan bleek dat zich mogelijk vleermuizen bevinden in een boerderij op de beoogde locatie. De gemeente meldde dat het noodzakelijke vervolgonderzoek naar verblijfplaatsen van vleermuizen alleen tussen mei en september 2026 uitgevoerd kan worden , waardoor de opening van het AZC is verschoven naar zomer 2027 in plaats van eind 2026.
Deze voorbeelden tonen aan dat het nalaten van tijdig en volledig vleermuisonderzoek niet alleen juridische risico’s met zich meebrengt , maar ook leidt tot aanzienlijke vertragingen , hogere kosten en reputatieschade voor zowel gemeente als initiatiefnemer.
4. Noodzaak tot aanvullend vleermuisonderzoek De huidige ecologische rapportage richt zich uitsluitend op soorten waarvoor vrijstelling is verleend en biedt geen uitsluitsel over de aanwezigheid van andere , streng beschermde vleermuizen. Daarmee is de onderbouwing onvoldoende om te garanderen dat het project niet leidt tot overtreding van artikel 3.5 , eerste lid , Wnb (verbod op verstoring of vernietiging van
verblijfplaatsen van beschermde diersoorten).
Om dit te voorkomen dient het COA , conform de protocollen van het Netwerk Groene Bureaus , een uitgebreid vleermuisonderzoek uit te voeren , verspreid over het actieve
seizoen (mei–september). Dit onderzoek moet vaststellen: • • •
welke vleermuissoorten voorkomen in het plangebied , of er sprake is van verblijfplaatsen of vliegroutes , en in welke mate het project deze soorten kan beïnvloeden.
Zonder dergelijk aanvullend onderzoek is een zorgvuldige besluitvorming in de zin van artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) niet gewaarborgd.
5. Juridische consequenties bij nalaten van onderzoek Indien het COA of het bevoegd gezag nalaat een aanvullend vleermuisonderzoek uit te voeren , ontstaan de volgende juridische risico’s: 1.
Overtreding van de Wet natuurbescherming
Verstoring of vernietiging van verblijfplaatsen van streng beschermde soorten zonder geldige ontheffing is een overtreding van artikel 3. 5 Wnb. – Dit kan leiden tot handhaving , dwangsommen of stillegging van werkzaamheden door de provincie of de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA). –
2.
Onzorgvuldige besluitvorming (artikel 3:2 Awb)
Indien de gemeenteraad of het college besluiten neemt op basis van een onvolledig ecologisch onderzoek , kan dit besluit bij bezwaar of beroep worden vernietigd door de bestuursrechter wegens strijd met de zorgvuldigheidseis. –
3.
Aansprakelijkheid en reputatierisico –
Schade aan beschermde soorten of hun leefgebied kan leiden tot aansprakelijkheid
voor –
herstelmaatregelen.
Bovendien kan het nalaten van onderzoek leiden tot negatieve publiciteit en verlies in de zorgvuldigheid van de gemeentelijke besluitvorming.
aan vertrouwen
6. Verzoek
aan
Gelet op het
voorgaande verzoek ik de gemeenteraad
1.
de
Hiermee
van
Venlo
om:
De huidige flora- en faunaonderzoeken niet als afdoende te beschouwen; Het college van burgemeester en wethouders op te roepen het COA te verplichten tot het uitvoeren
3.
gemeenteraad
seizoensgebonden vleermuisonderzoek, specifiek gericht op streng beschermde soorten zoals de ingekorven vleermuis; De besluitvorming over het AZC uit te stellen totdat dit onderzoek is afgerond en de resultaten aantonen dat de Wet natuurbescherming wordt nageleefd. van
een
aanvullend
handelt de
en
gemeenteraad in overeenstemming met de artikelen 1.11 en 3.5 van de natuurbescherming en artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht, en wordt voorkomen dat het project later juridisch moet worden teruggedraaid wegens een gebrekkige ecologische onderbouwing. Wet
Hoogachtend,
(geanonimiseerd)