103 Bijlage 1 Integraal Huisvestingsplan gemeente Venlo 2024-2038.pdf
Tekst van het document
INTEGRAAL HUISVESTINGSPLAN GEMEENTE VENLO 2024-2038
1
|
Integraal Huisvestingsplan 2024-2038
VOORWOORD Beste lezer, Venlo wil een aantrekkelijke stad zijn en blijven om in te wonen en te werken. Een goed onderwijsaanbod en goede onderwijsvoorzieningen zijn daarvoor cruciale, noodzakelijke voorwaarden. De gemeente zet daarom, samen met haar maatschappelijke partners, volop in op veilige schoolomgevingen, taalontwikkeling, gezondheid en gelijke ontwikkelkansen. Dit is een continu proces dat alleen succesvol kan zijn door goed samen te werken. En dat lukt ons in Venlo. Iedere partij neemt zijn verantwoordelijkheid en daar ben ik onze partners enorm dankbaar voor. Het is uitdagend om gezamenlijk zorg te dragen voor gezonde, duurzame en exploitabele schoolgebouwen voor onze Venlose jeugd, waar goed en passend onderwijs wordt aangeboden. Dat doen we in Venlo al sinds 2018 op een gestructureerde en gefaseerde manier. Het bestaande onderwijshuisvestingsplan 2018 – 2038 richt zich op een evenwichtige spreiding van onderwijsvoorzieningen. Daarnaast zetten we in op het vormen van krachtige kindcentra. In het integraal huisvestingsplan 2024 – 2038 dat voor u ligt, evalueren we de bestaande afspraken en belichten we wat goed verloopt en waar schoolbesturen in de praktijk tegenaan lopen. Verder vindt u in dit document een lijst met afgeronde projecten en een indrukwekkend overzicht van toekomstige projecten op zo’n 15 Venlose scholen in het basis- en speciaal onderwijs.
Met deze projecten houden we de bouwkundige en functionele kwaliteit van onze 39 schoolgebouwen op peil door (vervangende) nieuwbouw, levensduur verlengende renovatie of uitbreiding. Daarmee vangen we de voorspelde leerlingengroei in de komende jaren op en zorgen we dat de talenten van kinderen in een inclusieve, veilige omgeving optimaal tot bloei kunnen komen. Voorliggend huisvestingsplan beschrijft hoe we richting willen geven aan toekomstbestendige onderwijshuisvesting in Venlo. Daar zetten we, in het belang van onze kinderen, samen met onze onderwijs- en kinderopvangpartners de schouders onder. Frans Schatorjé wethouder Jeugd, Onderwijs & Financiën
2
|
Integraal Huisvestingsplan 2024-2038
1 INLEIDING............................................................................... 5 2 OMVANG INTEGRAAL HUISVESTINGSPLAN.................................6 3 ONTWIKKELINGEN EN VISIE OP ONDERWIJS...............................7 3.1.1 Onderwijs segregatie / programma gelijke kansen.......................7 3.1.2 relatie gelijke kansen door duurzame samenwerking met onderwijshuisvesting...............................................................7 3.1.3 Integraal aanbod........................................................................8 3.1.4 passend/inclusief onderwijs........................................................9 3.1.5 onderwijsaanbod......................................................................11 3.1.6 ontwikkelingen gemeente venlo................................................11 3.1.7 Evaluatie; Terugblik 2018 - 2024 (Bestaande afspraken)............11
4 KADERS VOOR ONDERWIJSHUISVESTING.................................15 4.1.1 kaderstelling bouwkundig.........................................................15 4.1.2 kaderstelling financieel.............................................................19 4.1.3 eigen bijdrage..........................................................................19
5 SPREIDINGSPLAN...................................................................23 5.1.1 algemeen.................................................................................23 5.1.2 terugblik 2018-2024 / afgeronde projecten................................24 5.1.3 planning 2024-2034 / toekomstige projecten..............................24 5.1.4 planning 2035-2057 / toekomstige projecten..............................24 5.1.5 plannen voor het stadsdeel venlo/arcen/lomm/velden in de periode 2024-2034.............................................................................25 5.1.6 plannen voor het stadsdeel blerick in de periode 2024-2034.......26 5.1.7 plannen voor het stadsdeel tegelen/belfeld in de periode 20242034.....................................................................................27 5.1.8 financiële vertaling..................................................................29
4
KADERS VOOR ONDERWIJSHUISVESTING
5
4.1.1
Kaderstelling bouwkundig13
4.1.2
Kaderstelling financieel
4.1.3
Eigen bijdrage 17
SPREIDINGSPLAN 5.1.1
6 3
Algemeen 20
BOUWPLAN |
Integraal Huisvestingsplan 2024-2038
17
6.1.1
Terugblik 2018 – 2024 / afgeronde projecten 21
6.1.2
Planning 2024 – 2034 / toekomstige projecten
21
6.1.3
Planning 2035 – 2057 / toekomstige projecten
22
6.1.4
Plannen stadsdeel Venlo/Arcen/Lomm/Velden in de periode 2024 – 2034 22
6.1.5
Plannen stadsdeel Blerick in de periode 2024 - 2034 23
6.1.6
Plannen stadsdeel Tegelen/Belfeld in de periode 2024 - 2034 24
6.1.7
Financiële vertaling
26
Bronvermelding: het IHP 2024-2038 is mede tot stand gekomen door gebruik te maken van de door ICS adviseurs voor de gemeente Venlo opgestelde rapporten: Evalueren en herijken IHP 2018-2038 en Strategisch huisvestingsplan Blerick en Tegelen. Auteurs: Onno Damen en Joelle Wijntjens.
4
|
Integraal Huisvestingsplan 2024-2038
1
INLEIDING
Een stevig huisvestingsbeleid draagt bij aan goed onderwijs Goed onderwijs is van belang voor onze kinderen. Zij zijn onze toekomst. Behalve goede, bevlogen leerkrachten en de juiste leermiddelen zijn daarvoor ook solide, veilige en gezonde gebouwen nodig. Gebouwen waarin alle kinderen tot ontwikkeling komen en tot hun beste leerprestaties komen. Gebouwen waarin leerkrachten goed onderwijs kunnen geven. Gebouwen die samenwerking met maatschappelijke partners mogelijk maken. Middels het onderwijshuisvestingsplan 2018-2038 zet de gemeente Venlo vanaf 2018 op gestructureerde en gefaseerde wijze in op voldoende en toekomstbestendige schoolgebouwen verspreid over de stad. Het gaat hierbij om gebouwen die geschikt zijn voor het geven van modern en goed onderwijs. Onderwijs dat voor iedere leerling bereikbaar moet zijn en inzet op gelijke kansen voor alle leerlingen. Gemeente Venlo doet dit mede middels het vormen van krachtige kindcentra. Het onderwijshuisvestingsplan 2018-2038 richt zich op een evenwichtige spreiding en het behouden van onderwijsvoorzieningen in de kleine kernen/wijken. Anderzijds streeft het naar passende, duurzame en betaalbare onderwijsvoorzieningen. Nu, zes jaar na de vaststelling van het onderwijshuisvestingsplan 2018-2038, is het tijd voor een evaluatie en herijking.
Deze evaluatie gaat in op de bestaande afspraken en belicht wat er goed verloopt en waar de gemeente Venlo en de Venlose schoolbesturen tegenaan lopen in de praktijk. Daar waar in het plan 2018-2038 nog werd gesproken over krimp, wordt in de evaluatie gesproken over; groei. Dit in een omgeving die zich kenmerkt door; samenwerking, een schaarste aan beschikbare financiële middelen, hoge ambities, technische ontwikkelingen en een voortdurende stijging van (schaarse) materiaal- en loonkosten. Het geheel (inclusief evaluatie) wordt meegenomen in het nieuwe Integraal Huisvestingsplan 2024-2038 voor het onderwijs (verder IHP). De totstandkoming van dit IHP gaat gelijk op met de aangekondigde wetwijzigingen op gebied van onderwijshuisvesting (prognose invoering vanaf augustus 2025). Deze aankomende wetswijzigingen geven aan dat iedere gemeente moet beschikken over een Integraal Huisvestingsplan met een doorkijk qua huisvesting van 10 jaar.
5
|
Integraal Huisvestingsplan 2024-2038
2
OMVANG INTEGRAAL HUISVESTINGSPLAN
Om ook in de toekomst benodigde diversiteit en kwaliteit van onderwijs voor elk kind te kunnen bieden zijn duurzame en betaalbare oplossingen voor onderwijshuisvesting nodig. Hierover zijn binnen de gemeente Venlo duidelijke afspraken gemaakt. De gemeente Venlo en de Venlose schoolbesturen in het primair en (voortgezet) speciaal onderwijs trekken hierin gezamenlijk op omdat zij samen verantwoordelijk zijn. De taak bekostiging van (vervangende) nieuwbouw en uitbreiding ligt bij de gemeente. De schoolbesturen zijn verantwoordelijk voor (groot) onderhoud, aanpassingen en exploitatie van de scholen. Afgesproken is dat als eerste wordt uitgegaan van een levensduur verlengende renovatie van bestaande gebouwen. Indien dit niet mogelijk is komt nieuwbouw in beeld. Tevens zijn er afspraken gemaakt hoe beschikbare financiële middelen gecombineerd kunnen worden. In Venlo wordt het basis-, speciaal- en voortgezet (speciaal) onderwijs gehuisvest in 39 schoolgebouwen. De bouwkundige en functionele kwaliteit van dit bestand moet continue op peil gehouden worden. Het is een extra opgave om de huisvesting af te stemmen op de groei van het aantal leerlingen in een aantal wijken. Er wordt altijd gepoogd deze groei te voorspellen. Ervaring leert ons dat we ook rekening moeten houden met instroom van leerlingen met een arbeidsmigrantenachtergrond, statushouders en vluchtelingen.
Daarnaast dient rekening te worden gehouden met de voorspelde groei van de stad Venlo qua aantal inwoners onder andere als gevolg van de economische groei in Brabant (metropool regio Eindhoven). In het Integraal Huisvestingsplan gemeente Venlo 2024 –2038 zijn voor de komende 10 jaar voorstellen opgenomen voor circa 15 scholen in het basis- en speciaal onderwijs. Dit kan (vervangende) nieuwbouw, renovatie of uitbreiding van de scholen zijn. Naast vervanging van scholen zijn in het IHP ook voorstellen opgenomen die de groei van het aantal leerlingen moeten opvangen en een weg bereiden richting inclusief onderwijs. In 2003 is het voortgezet onderwijs (met uitzondering van het Praktijkonderwijs/Wildveld) door gedecentraliseerd. De scholen voor het voortgezet onderwijs vallend onder het schoolbestuur OGVO maken zodoende geen onderdeel uit van het IHP, Het huisvestingsproject Velddijk/Wildveld maakt ook geen onderdeel uit van het IHP. Dit project loopt al geruime tijd en hierover worden separate afspraken gemaakt. Het IHP is een richtinggevend plan. Dat betekent dat toekenning van budgetten uiteindelijk plaatsvindt op basis van de jaarlijks door de gemeenteraad (budgetrecht) vast te stellen gemeentelijke begroting. Hierbij wordt aan de hand van de actuele situatie de noodzaak en omvang van de investering in schoolgebouwen beoordeeld.
6
|
Integraal Huisvestingsplan 2024-2038
3
ONTWIKKELINGEN EN VISIE OP ONDERWIJS
3.1.1
ONDERWIJS SEGREGATIE / PROGRAMMA GELIJKE KANSEN
De gemeente Venlo zet zich in voor een inclusieve samenleving waarin elk kind de kans krijgt om zijn of haar talenten maximaal te ontwikkelen, ongeacht de afkomst van een kind. Dit streven is verankerd in het programma 'Gelijke Kansen door duurzame samenwerking'. Dit programma onderstreept het belang van samenwerking, aandacht gericht op speerpuntwijken en de noodzaak van goede onderwijshuisvesting om deze doelen te bereiken. Maar het gaat ook om scholen die kinderen extra uitdagingen kunnen bieden; bijvoorbeeld op gebied van techniek en wetenschap. Visie programma Gelijke Kansen door duurzame samenwerking Elk kind in Venlo moet de ruimte en mogelijkheden krijgen om zijn of haar talenten te ontwikkelen. Kinderen die gehinderd worden door hun achtergrond of woonomgeving verdienen extra ondersteuning om hun talenten maximaal te ontplooien. De speerpunten binnen het programma Gelijke Kansen door duurzame samenwerking zijn: 1. Elk kind in beeld: We zorgen ervoor dat geen enkel kind over het hoofd wordt gezien, met speciale aandacht voor kinderen uit kwetsbare wijken. 2. In contact zijn met gezinnen: We blijven actief in contact met gezinnen om hun behoeften te begrijpen en passende ondersteuning te bieden. 3.
Professionals en programma’s duurzaam verbinden: We streven naar duurzame samenwerking tussen alle betrokken professionals en programma's om continuïteit en effectiviteit te waarborgen. 4. De basis op orde: We zorgen ervoor dat de basisvoorzieningen, zoals onderwijshuisvesting en zorg, goed geregeld zijn. 3.1.2
RELATIE GELIJKE KANSEN DOOR DUURZAME SAMENWERKING MET ONDERWIJSHUISVESTING
Goede onderwijshuisvesting is een belangrijke factor in het verwezenlijken van het programma 'Gelijke Kansen door duurzame samenwerking'. De fysieke leeromgeving moet zodanig zijn ontworpen dat deze gelijke kansen bevordert, vooral in de speerpuntenwijken waar de uitdagingen het grootst zijn. Onderwijshuisvesting als basis voor Gelijke Kansen: Inclusieve en Toegankelijke Ruimtes: In de speerpuntenwijken moeten scholen en kindcentra zo worden ingericht dat ze alle kinderen welkom heten en ondersteunen, ongeacht hun achtergrond. Dit betekent dat gebouwen toegankelijk zijn, voldoende ruimte bieden voor individuele begeleiding, en voorzien zijn van technologie en middelen om diverse leerstijlen te ondersteunen. Duurzame Verbindingen: Door professionals en programma’s duurzaam met elkaar te verbinden in goed uitgeruste ruimtes, kunnen we ervoor zorgen dat kinderen en hun ouders in de wijken voortdurend de steun krijgen die ze nodig hebben. Goede onderwijshuisvesting biedt de fysieke ruimte voor deze samenwerking, met gedeelde werkruimtes en multifunctionele zalen. Deze duurzame verbindingen kunnen ook buiten 7
|
Integraal Huisvestingsplan 2024-2038
school ontstaan; koppeling onderwijs en sport of koppeling school met gemeenschapsaccommodatie. De Basis op Orde: Dit speerpunt vraagt om veilige, moderne en goed onderhouden schoolgebouwen. In de wijken in Venlo is het van essentieel belang dat deze gebouwen voldoen aan de hoogste normen, zodat de kinderen in deze wijken een solide basis hebben voor hun ontwikkeling.
Conclusie Kansrijk opgroeien is verweven met de kwaliteit van onderwijshuisvesting. Door te investeren in moderne, flexibele en goed toegeruste gebouwen in onze speerpuntenwijken, creëren we een omgeving waarin elk kind, ongeacht achtergrond, de kans krijgt om te groeien en zijn of haar talenten te ontwikkelen. Goede onderwijshuisvesting is daarmee een fundamenteel onderdeel van het succes van ons onderwijsbeleid en van het realiseren van gelijke kansen voor alle kinderen in Venlo. 3.1.3
INTEGRAAL AANBOD
Gemeente Venlo staat voor goede onderwijshuisvesting door het vormen van krachtige kindcentra. Een krachtig kindcentrum is te definiëren als: “Een veilige plek voor kinderen van 0-12 jaar, waar ze hun tijd besteden aan leren, spelen, bewegen, ontwikkelen en ontmoeten. Alle ontwikkelingsterreinen van kinderen komen aan bod. Een kindcentrum biedt een totaalpakket op het gebied van onderwijs, kinderopvang, ontwikkeling, zorg, welzijn en vrije tijd. Het komt erop neer dat onderwijs, kinderopvang, welzijn en zorg in een kindcentrum gelijkwaardige partners zijn, die gezamenlijk een aanbod aan diensten bieden binnen een pedagogisch kader. Een kindcentrum biedt alle kinderen een dagprogramma , met minimale en maximale uren, maar met ruime openingstijden.” Om een toekomstbestendig kindcentrum te realiseren is een structurele samenwerking tussen kinderopvang en onderwijs essentieel, gebaseerd op een gedeelde pedagogische visie. Dit in de fysieke nabijheid van elkaar. De kindpartners werken samen aan een doorlopende leer- en ontwikkellijn. Er is sprake van een warme overdracht en er wordt vroegtijdig op individueel niveau zorg- en/of leerbehoeften van kinderen gesignaleerd. Daarnaast is binnen een kindcentrum aandacht voor ouderbetrokkenheid door samenwerking en ontmoeting (een aanbod voor ouders) te stimuleren.
Bij de vorming van een kindcentrum wordt door de kindpartners (schoolbestuur en kinderopvangorganisatie) gekeken naar het bredere perspectief (context) en wordt de verbinding gelegd met de behoeften en ambities in de wijk. Deze kindpartners doen dit in afstemming met de gemeente vanuit hun kennis over de wijk en de populatie. De vraag ‘wat heeft het kind en de wijk nodig’ staat centraal. Dit kan gaan om voorzieningen rondom het kind (jeugdgezondheidszorg- en hulpverlening, sport en gezonde leefstijl, etcetera), maar kan ook breder zoals een wijkcentrum met ruimte voor cultuur, welzijn en ontmoeting. Het gaat continu om maatwerk, omdat behoeften per onderwijsvoorziening en per wijk verschillen. In alle gevallen sluit het aan op: inclusie, kansengelijkheid, veiligheid en ontmoeting (ouder en kind). 8
|
Integraal Huisvestingsplan 2024-2038
3.1.4
PASSEND/INCLUSIEF ONDERWIJS
Passende en inclusievere kinderopvang Ook binnen de kinderopvang is passende en inclusieve kinderopvang een belangrijk aspect, door een toenemend aantal kinderen met extra ondersteuningsbehoeften in de leeftijd van 0 – 14 jaar. Dit stelt hoge eisen aan de professionals, ruimtes (prikkelarm) en financieel (lagere professional-kind ratio). Ieder kind in de gemeente Venlo heeft recht op gelijke ontwikkelkansen door goed onderwijs en kinderopvang, ook kinderen met een extra ondersteuningsbehoefte op gedrag of taal. Passend onderwijs richt zich niet op de beperkingen, maar kijkt naar wat het kind (of groepen kinderen) nodig heeft (hebben). Daarbij is aandacht voor inclusiviteit op zowel cognitief, als sociaal-emotioneel en fysiek vlak. Alle betrokken organisaties (schoolbesturen, kinderopvangorganisaties en gemeente) dragen een gezamenlijke verantwoordelijkheid vanuit hun taakbetrokkenheid en het belang van het kind gaat altijd voor het eigen organisatiebelang. Zorgplicht passend en inclusiever onderwijs Scholen moeten ervoor zorgen dat elk kind een passende plek krijgt. Ook als het kind extra begeleiding en ondersteuning nodig heeft. Deze verplichting voor scholen heet zorgplicht. De zorgplicht geldt voor kinderen die al op school zitten en kinderen die worden aangemeld. De school zoekt in overleg met de ouders een passende plek (Rijksoverheid, passend onderwijs).
Het uitgangspunt is inclusiever en zo thuisnabij als mogelijk. Wanneer extra ondersteuning nodig is, wordt dit zo thuisnabij mogelijk aangeboden. Dit betekent dat zoveel als mogelijk de expertise naar de kindcentra wordt gebracht in plaats van de kinderen naar speciale voorzieningen (bijvoorbeeld middels integratieklassen). In deze gedachte staat de ontwikkeling van het kind voorop. Vanuit de ontwikkeling van het kind betekent dit soms ook dat kinderen juist beter tot ontwikkeling komen op een speciaal (basis)onderwijsvoorziening. Deze voorzieningen blijven dan ook voor een bepaalde doelgroep nodig. Ook voor deze kinderen wordt inclusie georganiseerd. Denken vanuit sociale inclusie is hierin belangrijk door het bevorderen van ontmoeting tussen kinderen (tegengaan van exclusie). Extra vierkante meters De ontwikkeling van inclusiever en passend onderwijs heeft invloed op de ruimtebehoefte en -vraag vanuit het onderwijs. Het gaat dan om extra klassen, meer diversiteit aan werkplekken, meer spreekruimten en aanvullende ondersteuningsruimten (mindervalidentoilet, douche etc.). Dit om meer ruimte te geven aan begeleiding/ondersteuning (bijv. vanuit school en/of jeugdhulp). Maar ook met het doel dat kinderen kunnen leren op de plek die bij de leerling/activiteit past (bijv. in stilte of in groepsverband samenwerken aan een project).
In een bestaand gebouw met overmaat kan de leegstand ingezet worden, maar bij nieuwbouw ‘die aan de maat’ gemaakt wordt, bestaat die mogelijkheid niet. Hiervoor zijn ‘extra vierkante meters voor inclusiever en passend onderwijs’ nodig. Dit betekent concreet dat scholen en gemeente Venlo beargumenteerd de 9
|
Integraal Huisvestingsplan 2024-2038
keuze hebben om bij revitalisatie of vervangende nieuwbouw meer/extra vierkante meter aan te vragen bij de gemeente Venlo. De investering van deze ‘extra meters’ wordt gepleegd door de gemeente. De exploitatielasten komen voor rekening van het schoolbestuur. De investering wordt gepleegd bij nieuwbouw (of uitbreiding) en renovatie. De definitieve keuze wordt gemaakt na het uitvoeren van het technische haalbaarheidsonderzoek en in afstemming met het desbetreffende schoolbestuur.
NB: bovenstaande methodiek biedt de ruimte om ‘boven-normatief’ te denken en ook ruimtelijk maatwerk te leveren. Bij elk project wordt de afweging gemaakt of onderwijsinstellingen de extra meters kunnen exploiteren. OOk wordt bekeken welke kansen multifunctioneel ruimtegebruik biedt zonder investering in extra meters. Nieuwkomersonderwijs Het is van groot belang dat nieuwkomers een passend aanbod krijgen om de Nederlandse taal te leren. In het primair onderwijs hebben we daarom, verspreid over de gemeente, 14 taalklassen opgezet in 12 basisscholen. Deze taalklassen worden geleid door speciaal opgeleide taalklasleerkrachten die nieuwkomers begeleiden in hun taalontwikkeling. Het doel is om leerlingen uiteindelijk door te laten stromen naar een reguliere stamgroep, wat vaak geleidelijk gebeurt. De taalklassen zijn verbonden aan scholen in wijken met een relatief hoog aantal sociale huurwoningen, omdat deze wijken vaak een grotere instroom van nieuwkomers kennen. Bij het inrichten van deze scholen moet rekening worden gehouden met de noodzaak voor extra klaslokalen voor het aanbieden van taalklassen.
10
| Integraal Huisvestingsplan 2024-2038
3.1.5
ONDERWIJSAANBOD
School Al Andalous De Harlekijn De Klingerberg De Lings De Meule De Regenboog De Schalm De Schans De Springbeek De Startbaan De Velddijk De Wegwijzer De Weiert De Wijnberg De Zuidstroom Het Wildveld IKC De Koperwiek IKC Groeneveld Kindcentrum Ulingshof Kleur-Rijk Kom.mijn Mikado Natuurlijk! OKC De Toermalijn OKC Het Maasveld PassePartout Rudolf Steiner Educare School aan de Vijver Sint Jozef Sint Martinus Sterrenpad Taalbrug Junior Venlo Talentencampus Talentencampus Talentencampus Titus Brandsma Venlose Montessori School VSO Impuls Willibrordusschool
3.1.6
Schoolbestuur Type Stichting Islamitische Educatie Zuid Oost Nederland Basisonderwijs Stichting Akkoord Basisonderwijs Stichting Kerobei Basisonderwijs Stichting Kerobei Speciaal basisonderwijs Stichting Fortior Basisonderwijs Stichting Kerobei Basisonderwijs Stichting Kerobei Basisonderwijs Stichting Kerobei Speciaal basisonderwijs Stichting Kerobei Basisonderwijs Stichting Fortior Basisonderwijs Onderwijsgroep Buitengewoon Voortgezet speciaal onderwijs Stichting Fortior Basisonderwijs Stichting Fortior Basisonderwijs Onderwijsstichting de Wijnberg (Voortgezet) speciaal onderwijs Stichting Fortior Basisonderwijs Onderwijsgroep Buitengewoon Praktijkonderwijs Stichting Akkoord Basisonderwijs Stichting Fortior Basisonderwijs Onderwijsgroep Buitengewoon Speciaal onderwijs Stichting Fortior Basisonderwijs Stichting Kerobei Basisonderwijs Stichting Kerobei Basisonderwijs Stichting Kerobei Basisonderwijs Stichting Akkoord Basisonderwijs Stichting Akkoord Basisonderwijs Stichting Kerobei Basisonderwijs Stichting Pallas Basisonderwijs Stichting Fortior Basisonderwijs Stichting Kerobei Basisonderwijs Stichting St.
Martinus voor Onderwijs op Katholieke Grondslag Basisonderwijs Stichting Fortior Basisonderwijs Stichting Vitus Zuid Speciaal onderwijs Stichting Fortior Basisonderwijs Stichting Fortior Speciaal basisonderwijs Stichting Fortior Speciaal onderwijs Stichting Kerobei Basisonderwijs Stichting voor Montessori-onderwijs Zuid-Oost Nederland Basisonderwijs Onderwijsgroep Buitengewoon Voortgezet speciaal onderwijs Stichting Fortior Basisonderwijs
ONTWIKKELINGEN GEMEENTE VENLO
De gemeente Venlo werkt aan een ontwikkelstrategie die gebaseerd is op groei van het aantal inwoners. Venlo is en wil een aantrekkelijke stad blijven om in te wonen, werken en verblijven. Het beschikbare onderwijsaanbod is hierbij een van de bepalende factoren. Krachtige kindcentra gehuisvest in moderne schoolgebouwen dragen hier positief aan bij. Schoolgebouwen moeten in staat om mee te groeien en mee te bewegen qua gebruik met de ontwikkeling van de gemeente Venlo. 3.1.7
EVALUATIE; TERUGBLIK 2018 - 2024 (BESTAANDE AFSPRAKEN)
In 2018 is na een periode van intensief overleg tussen gemeente Venlo en schoolbesturen gestart met het onderwijshuisvestingsplan 2018-2038. Onderdeel van dit plan is een spreidingsplan dat door de schoolbesturen is opgesteld. Partijen hebben met het ondertekenen van een zogenaamde budgetovereenkomst het gezamenlijke commitment onderstreept: om middels
11
| Integraal Huisvestingsplan 2024-2038
samenwerking te komen tot kwalitatief en kwantitatieve goede huisvesting. Om dit te bereiken werd ook afgesproken geldstromen te combineren. De bestaande afspraken uit 2018 zijn, op hoofdlijnen, als volgt: Bij (vervangende) nieuwbouw is de gemeente verantwoordelijk voor het wettelijk referentieniveau De gemeente Venlo en de schoolbesturen spreken af om het levensduurverlengend renoveren als belangrijkste kader te zien. Uitgangspunt is dat een levensduurverlengende renovatie wordt beschouwd als een volwaardig alternatief voor vervangende bouw aan het einde van de levensduur van een schoolgebouw of eerder en moet dan gelijk opgaan met het meerjarenonderhoudsplan van een schoolbestuur (groot onderhoud). De gemeente Venlo en de Venlose schoolbesturen komen overeen de geldstromen bestemd voor onderwijshuisvesting bij elkaar te brengen (vanuit de kaderstelling inzet op levensduurverlengende renovatie). De gemeentelijke bijdrage (2018) voor vervangende nieuwbouw is € 1.900,- per m2(exclusief sloopkosten, rentekosten, tijdelijke huisvesting en grondkosten (“sober en doelmatig”). De schoolbesturen dragen bij om tot het referentieniveau Bouwbesluit te komen. Voordelen van duurzaam gebruik, lagere exploitatielasten, lagere onderhoudskosten komen ten gevolge van schoolbesturen en zodoende wordt de bijdrage terugverdiend.
De bijdrage van schoolbesturen is maximaal € 486,- per m2(namelijk € 2.386,-2 minus € 1.900,-). Dit is ongeveer 25%. De bijdrage kan vanuit groot/klein onderhoud, besparing op exploitatie onderhoud en energie. Voor levensduurverlengende renovatie is de gemeentelijke bijdrage 50% van de kosten (vervangende) nieuwbouw, namelijk € 950,- per m2. De school bestuurlijke bijdrage voor renovatie is niet specifiek benoemd. Er staat: “De eigen bijdrage schoolbestuur is bepaald tot het niveau van het gewenst basis referentieniveau voor vervangende nieuwbouw c.q. renovatie.” Vermoedelijk ca. 25%. Onderstaande grafiek toont de opbouw van de kosten van de bestaande afspraken uit 2018.
12
| Integraal Huisvestingsplan 2024-2038
Evaluatie van de bestaande afspraken en verandering van de context In de periode tussen 2018 – 2024 is er het nodige gewijzigd op het gebied van onderwijshuisvesting. De belangrijkste ontwikkelingen die invloed hebben op de afspraken: Vanaf 2021 is het verplicht om gasloos te bouwen: bij de vernieuwing van een schoolgebouw vervallen de gaskosten, maar tegelijkertijd nemen de elektriciteitskosten en de onderhoudskosten voor installaties toe. Bovendien komt de beschikbare MI-vergoeding onder druk te staan door de stijging van de exploitatiekosten (onderhoud installaties). Kosten: in de periode tussen 2018 – 2024 zijn de energiekosten flink gestegen, waardoor de terugverdientijd is veranderd (duurt langer). In de periode 2018-2024 zijn de bouwkosten flink gestegen. Accountantscontrole: voor elke onderwijssector is geregeld dat bepaalde informatie (jaarrekening en opgave van bekostigingsgegevens of over besteding van bekostiging) moet zijn voorzien van een verklaring van de accountant. Accountants en inspectie van het Onderwijs voeren striktere controles uit op rechtmatigheid van bestedingen, zoals exploitatiegerichte investeringen met een redelijke terugverdientijd. Schoolbesturen moeten onderhoud anders voorzien: vanaf 2024 zijn de verslaggevingsvoorschriften voor het verwerken van de kosten van groot onderhoud gewijzigd.
Schoolbesturen die de voorziening groot onderhoud eerder volgens de egalisatiemethode opbouwden, hebben een keuze moeten maken tussen het activeren en afschrijven van groot onderhoud of het vormen van een voorziening die per component wordt opgebouwd. Voor schoolbesturen kan dit een behoorlijke impact hebben op het financieel beleid en de vermogenspositie. In de praktijk betekent dit dat schoolbesturen meer middelen moeten reserveren voor onderhoudsinvesteringen waardoor de ruimte voor een school bestuurlijke bijdrage afnemen. Ervaringen schoolbesturen 13
| Integraal Huisvestingsplan 2024-2038
Het is niet voor alle schoolbesturen mogelijk om aan de bestaande afspraken op financieel gebied te voldoen. Er zijn schoolbesturen die in hun begroting rekening houden met een eigen bijdrage van maximaal € 486,- per bruto vierkante meter. Voor andere schoolbesturen wordt het echter steeds moeilijker, of zelfs onmogelijk, om aan de vereiste eigen bijdrage te voldoen. Schoolbesturen vragen om bij de evaluatie hier rekening mee te houden en te komen tot nieuwe afspraken op financieel gebied. Bouwprojecten worden afzonderlijk opgepakt en opgedane ervaringen (denk aan technische installaties en energiecongestie) worden beperkt gedeeld. Een jaarlijks overleg waarin deze aspecten gezamenlijk worden besproken is dan ook gewenst. Er kan van elkaar geleerd worden en het kan kostenbesparend werken. Sommige scholen richten zich niet alleen op de wijk maar trekken ook kinderen uit de regio/of gemeente breed aan (kindcentra met een aanbod met regionale aantrekkingskracht). Bij deze scholen speelt afstand (thuisnabijheid) een minder grote rol. Ook is een goede bereikbaarheid (aanrijroute) belangrijk vanwege veiligheid en verkeersoverlast. Dit vereist een integrale aanpak bij de opstart van een project; welke invloed heeft een school op zijn omgeving.
14
| Integraal Huisvestingsplan 2024-2038
4
KADERS VOOR ONDERWIJSHUISVESTING
4.1.1
KADERSTELLING BOUWKUNDIG
Kwaliteitskader1 De gemeente Venlo en de schoolbesturen hebben afgesproken om het: Kwaliteitskader voor onderwijsvoorzieningen in het funderend onderwijs “Bouwen aan de wereld van morgen” als bouwkader te gebruiken. Dit kwaliteitskader is opgesteld door Ruimte OK kenniscentrum. Toepassing van dit kwaliteitskader leidt tot uniforme kwaliteitsverhoging, in combinatie met geleidelijke verduurzaming van de onderwijshuisvesting portefeuille. Het Kwaliteitskader voor onderwijsvoorzieningen helpt met een reeks eenduidige en praktisch toepasbare kwaliteitscriteria voor onderwijsgebouwen. Het Kwaliteitskader vertrekt vanuit de kennis dat een goed onderwijsgebouw een positief effect heeft op het gedrag, welbevinden en leerproces van de leerlingen en leerkrachten die het gebouw dagelijks gebruiken. De kwaliteitscriteria zijn daarbij richtinggevend en geen norm. Ze komen voort uit praktijkervaringen en vragen aandacht voor zaken die niet door huidige wetgeving worden ondervangen, maar die wel mede de kwaliteit van de huisvesting gedurende de gehele levensduur bepalen. Het kader kijkt daarmee verder dan de minimumeisen uit het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl), maar ook breder dan de technische eisen ten aanzien van het binnenmilieu (o.a. PvE Frisse Scholen) en duurzaamheid (o.a. Klimaatakkoord).
Levensduurverlengend renoveren Niet alleen nieuwbouw, maar ook het levensduur verlengend renoveren van een bestaande school, biedt een kans om een bestaand schoolgebouw te transformeren tot een energiezuinig duurzaam gebouw met een goed binnenmilieu. Het is maatschappelijk gezien niet meer te verantwoorden om bij vervangende huisvesting voor nieuwbouw te kiezen, zonder in ieder geval eerst levensduur verlengend renoveren te hebben overwogen. Na een levensduur verlengende renovatie dient een schoolgebouw wel te voldoen aan het laatste Bouwbesluit. De gemeente Venlo en de schoolbesturen hebben afgesproken dat zij levensduur verlengend renoveren als belangrijkste kader zien. Gekozen uitgangspunt is dat een levensduur verlengende renovatie wordt beschouwd als een volwaardig alternatief voor vervangende bouw in te zetten als maatregel (voorziening) aan het einde van de levensduur van een schoolgebouw of eerder en dan gelijk opgaand met het meerjarig-onderhoudsplan van een schoolbestuur (groot onderhoud). Om als volwaardig alternatief te kunnen gelden moet een levensduurverlengende renovatie leiden tot een startsituatie (of startconditie) die in kwalitatief opzicht gelijkwaardig is aan nieuwbouw (van 40 jaar tot 65, 25 jaar verlenging).
Haalbaarheidsonderzoek 1
https://www.ruimte-ok.nl/sites/default/files/2024-06/Kwaliteitskader_Huisvesting_juni_2024.pdf
15
| Integraal Huisvestingsplan 2024-2038
De start van een levensduur verlengende renovatie wordt altijd voorafgegaan door een haalbaarheidsonderzoek. Het schoolbestuur laat hierbij een bouwtechnische analyse uitvoeren door een ter zake deskundig bureau. Deze leidt tot een rapportage, welke als bijlage fungeert bij de vervolgstap; het opstellen van de Uitvoeringsovereenkomst. De rapportage dient antwoord te geven op de vraag of en zo ja op welke wijze de levensduur van het schoolgebouw verlengd kan worden. De rapportage voorziet in advies ten aanzien van de kosten van de renovatie op basis de voorgestelde maatregelen. Bij levensduurverlengende renovatie wordt een gebouw zo aangepast dat het weer voldoet aan de eisen van deze tijd op het gebied van duurzaamheid, functionaliteit, gezondheid, brandveiligheid, comfort etc. Het haalbaarheidsonderzoek maakt onder andere duidelijk: De huidige bouwkundige toestand en de mogelijkheid tot het verlengen (volgens het actuele Bouwbesluit) van de levensduur van het gebouw met 20-25 jaar; Onderzoek inzake energiecongestie en de mogelijkheid tot het toepassen van energiebesparende middelen; Het onderhavige schoolgebouw moet bij dit type aanvraag ouder zijn dan 30 jaar en moet aantoonbaar (middels bouwkundig onderzoek) geschikt zijn om de totale levensduur te verlengen naar 65 jaar.
Uitvoeringsovereenkomst Voorafgaand aan de start van een onderwijshuisvestingsproject wordt dus een uitvoeringsovereenkomst gesloten waarin de aard en omvang van de beoogde investering nader is vastgelegd en waarbij de bijdrage van het schoolbestuur is vastgelegd en onderbouwd. Ook wordt rekening gehouden met actuele ontwikkelingen op het gebied van (toekomstige) leerlingaantallen (voortschrijdend inzicht). Tevens wordt vastgelegd wat wederzijds wordt verstaan onder bouwheerschap. In de uitvoeringsovereenkomst kan de gemeente toestemming verlenen voor de verhuur van onderwijsvierkante meters aan o.a. een kinderopvangorganisatie. De kapitaallasten-vergoeding die vergoed moet worden aan de gemeente Venlo (rente en afschrijving) vormt hier dan een onderdeel van. Bouwheerschap In de periode 2018-2023 is gebleken dat de aanwezigheid van een professionele bouwheer (voor de uitvoering van het bouwheerschap) en duidelijke afspraken hierover bijdraagt aan het uitvoeren van een succesvol onderwijshuisvestingsproject. Het bouwheerschap is opgenomen in artikel 103 WPO, 101 WEC en 76n WVO. In lid 1 van deze artikelen is opgenomen dat het bouwheerschap primair wordt neergelegd bij het bevoegd gezag van de school. Bouwheerschap Onder bouwheerschap verstaan we het eigenaarschap van het gehele renovatie en/of nieuwbouw project.
Het schoolbestuur is verantwoordelijk voor de aansturing van het gehele bouwproces. 16
| Integraal Huisvestingsplan 2024-2038
Netcongestie In het jaar 2023 zijn wij gedurende een bouwproject om een school levensduurverlengend renoveren en gasloos te maken in aanraking gekomen met: netcongestie. Voor dit project zitten wij met een bestaand risico dat er in de winterperiode te weinig elektriciteit beschikbaar is (en in de zomermaanden overmaat). Het antwoord op de vraag; wanneer is verzwaring van de aansluiting mogelijk, staat nog open. Het risico bestaat zodoende dat bij renovatie en/of nieuwbouw er geen grootverbruik aansluiting voor elektriciteit meer aangevraagd kan worden. Het Bouwbesluit 2012 schrijft voor dat nieuwe schoolgebouwen tenminste bijna energieneutraal (BENG) zijn. Daarnaast zijn nieuwe scholen fris (PvE Frisse Scholen RVO en deels ook Bouwbesluit 2012). Om de eisen en wensen op het vlak van duurzaamheid en binnenklimaat te kunnen realiseren, worden nieuwe scholen veelal voorzien van technische installaties zoals warmtepompen en luchtbehandelingsinstallaties. Grootverbruikers zijn gebruikers met een elektriciteitsaansluiting van meer dan 3x80 ampère. Zij worden minder beschermd. Een netbeheerder kan bijvoorbeeld weigeren om nu al stroom (terug) te laten leveren omdat het stroomnet dit nog niet aankan. En hier knelt de schoen voor nieuwe schoolgebouwen.
De installaties die het gebouw gasloos en fris maken verbruiken zoveel energie dat elektriciteitsaansluitingen van 3x80 ampère in de meeste gevallen niet meer voldoen. Er moet dan aanvraag voor een grootverbruik aansluiting ingediend worden die netbeheerders op een wachtlijst kunnen plaatsen omwille van de netcongestie. De wachtlijst varieert, maar kan ook jaren duren. Het gaat om bijna energieneutraal schoolgebouwen die te veel energie verbruiken en/of terug leveren. Moderne gebouwen zijn toch erg energiezuinig en wekken zelf stroom op? In beginsel is het mogelijk om met zonnepanelen bruto de energiebehoefte van een schoolgebouw af te dekken, maar verbruik en opwekking lopen niet synchroon maar kennen pieken en dalen. Hartje winter leveren zonnepanelen nagenoeg niets op, zeker wanneer er een pak sneeuw bovenop ligt. De warmtepomp voor enkele weken uitschakelen en leerlingen in de kou lesgeven is geen optie, dus op die momenten doet het schoolgebouw een groot beroep op het stroomnet. Er zijn oplossingen, maar die zijn duur en weinig duurzaam. In alle gevallen komt het neer op het toevoegen van extra installatiecomponenten al dan niet gevoed door fossiele brandstoffen, het hybride uitvoeren van installaties en/of het accepteren van een matige kwaliteit binnenklimaat in het schoolgebouw. Binnen het IHP spreken wij over een combinatie van geldstromen.
Scholen worden in staat gesteld hun bijdrage terug te verdienen echter door netcongestie is het aanbrengen van PV-panelen minder eenvoudig. Het is maatwerk per project in hoeverre netcongestie consequenties heeft voor het project. Het realiseren van PV-panelen is/was een van de eenvoudigste manieren om exploitatiegericht te kunnen investeren als schoolbestuur. Door de netcongestie wordt terugverdientijd aanzienlijk aangetast.
17
| Integraal Huisvestingsplan 2024-2038
Flexibiliteit en ruimtegebruik Om in te spelen op groei en krimp en mogelijke veranderingen in het gebruik is het van belang om huisvesting te realiseren die flexibel mee kan bewegen. Flexibele schoolgebouwen zijn gebouwen die eenvoudig aanpasbaar zijn aan een veranderende ruimtevraag en het onderwijs- en kinderopvangconcept. Het zijn gebouwen die over ruimten beschikken die voor verschillende doeleinden kunnen worden ingezet, zoals een wissellokaal en waar verschillende gebruikers multifunctioneel gebruik van maken. Dit vraagt om een flexibele inrichting en het mogelijk maken van dubbel gebruik door bijvoorbeeld de BSO of door andere gebruikers na schooltijd. Multifunctionaliteit Het realiseren van een kindcentrum met (mogelijk) een functie voor de wijk vraagt om een andere kijk op de gebouwde onderwijsomgeving. Daarnaast worden voorzieningen bekostigd met maatschappelijke middelen. Het uitgangspunt binnen de gemeente is om efficiënt om te gaan met de middelen en ruimten. De intentie is om tijdens schooltijden het schoolgebouw, het plein en (indien aanwezig) de gymzaal multifunctioneel in te zetten en na school- en kinderopvangtijden beschikbaar te stellen. De mogelijkheden en effecten worden situationeel bekeken. Veiligheid en afspraken over eigendom en beheer zijn hierbij van belang en vragen, per locatie, om een nadere uitwerking.
Dit vindt in afstemming plaats tussen de gemeente, het schoolbestuur en de kinderopvangorganisatie. Bewegen, buitenruimte en bewegingsonderwijs Een belangrijk aspect om gezond te blijven is dat kinderen leren dat voldoende bewegen belangrijk is en dat zij voldoende beweging krijgen in en rondom het kindcentrum. Het bevorderen van beweging heeft directe voordelen voor hun leerprestaties en algemene ontwikkeling. Een beweegvriendelijke omgeving draagt bij aan de gezondheid van kinderen. Bij de ontwikkeling van deze gezonde buitenruimte is aandacht voor: veiligheid, uitdaging, uitnodiging tot spel, uitnodiging tot ontwikkeling, uitnodiging tot bewegen, uitnodiging tot ontdekken, groene en natuurlijke uitstraling. Er wordt binnen de gemeente Venlo versterkt ingezet op de totstandkoming van groen-blauwe speelpleinen (www.groenblauweschoolpleinen.nl). Omvang installaties In moderne gebouwen worden steeds meer installaties gevraagd vanuit het voldoen aan wet- en regelgeving. In de normering van de onderwijshuisvestingsverordening is rekening gehouden met een installatieconcept zoals in het verleden gangbaar was, zoals verwarming met een Cv-installatie. In de moderne gebouwen wordt steeds vaker gewerkt met andere installatieconcepten, zoals met warmtepompen, die een andere dimensionering hebben.
Deze vragen geregeld om meer meters waarbij een omvang van ongeveer 150 tot 200 vierkante meter geen uitzondering vormt. Er wordt rekening gehouden met deze extra benodigde vierkante meters bovenop de normering van de onderwijshuisvesting. Dit geeft aan dat elk onderwijshuisvestingproject maatwerk is.
18
| Integraal Huisvestingsplan 2024-2038
4.1.2
KADERSTELLING FINANCIEEL
Ontwikkelingen bouwprijzen De bouwkosten zijn landelijk sterk gestegen, en dit geldt ook voor Venlo. In 2018 bedroegen de bouwkosten voor Venlo € 2.386,- per vierkante meter. Recente kengetallen van de investeringskosten laten een bandbreedte zien van € 3.530,tot € 3.900,- (nieuwbouw ENG, Frisse Scholen klasse B, besluit bouwwerken en leefomgeving). Onderstaande afbeelding toont dat de VNG-normvergoeding structureel achterblijft bij de stijgende bouwprijzen.
4.1.3
EIGEN BIJDRAGE
Verdeling middelen Zowel schoolbesturen als gemeenten krijgen middelen van het Rijk voor schoolgebouwen. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor nieuwbouw en uitbreiding, tijdelijke huisvesting en gymlokalen. Schoolbesturen zijn verantwoordelijk voor de exploitatie, het onderhoud en aanpassingen van het schoolgebouw. Onderzoek wijst uit dat gemeente en schoolbesturen te weinig financiële middelen vanuit het Rijk ontvangen om hun taken op gebied van huisvesting volledig en adequaat uit te voeren. Vertrekpunt De afspraken die gelden bij nieuwe initiatieven voor nieuwbouw en levensduurverlengende renovatie met een scope van 40 jaar: Een schoolbestuurlijke bijdrage blijft de insteek, zolang dat past binnen wet- en regelgeving en ook als exploitatiegerichte investering te onderbouwen is. De hoogte van de schoolbestuurlijke bijdrage is maatwerk per project. In de praktijk zullen de bijdragen variëren van 4% tot 10% (er wordt geen 19
| Integraal Huisvestingsplan 2024-2038
minimum vastgelegd). Bij aanvang van een project spreken gemeente en schoolbestuur de intentie uit om bij te dragen. Per project wordt een businesscase opgesteld waarin de bijdrage wordt onderbouwd. De businesscase kan pas opgesteld worden in de fase VO+/DO omdat dan inzage is in het verwachte exploitatiegedrag van het gebouw. De gemeente voorziet in het ‘kwaliteitsniveau huisvesting’. Dit is het wettelijk vereiste: BENG, (gemiddeld) Frisse Scholen klasse B en Besluit bouwwerken en leefomgeving (Bbl). Het schoolbestuur draagt bovenwettelijke bij (kwaliteitsniveau extra). Dit is de stap van BENG naar ENG. Slimme combinaties: per project wordt actief gekeken naar koppelkansen met andere partners. Bijvoorbeeld combineren van ruimtegebruik (dubbelruimtegebruik) waar mogelijk. Hierdoor kunnen ook aanvullende financieringsmogelijkheden ontstaan. Voor de huisvestingsmaatregel levensduurverlengende renovatie (25 jaar) gelden dezelfde afspraken als bij nieuwbouw. Dit betekent dat de gemeente verantwoordelijk is voor renoveren naar het niveau als bij vervangende nieuwbouw.
Nieuwe kengetallen In het Kwaliteitskader Huisvesting wordt gesproken over het basisscenario en dat dit voldoet aan wet- en regelgeving en een gangbare bouwwijze. Daarmee is de interpretatie dat hiermee bedoeld wordt dat het dan gaat over BENG, eisen vanuit Bbl en Frisse Scholen klasse B. Dit is dan ook de vergoeding die door de gemeente Venlo wordt aangehouden. Om het basisscenario en het levensduurscenario te definiëren zijn er diverse recente onderwijsgebouwen geanalyseerd. Uit deze analyse is gebleken dat er al veel aandacht is voor het terugdringen van de onderhoudskosten. Daarnaast is er door de invoering van de beng-eisen al meer aandacht voor de energieprestatie waardoor de nieuwe onderwijsgebouwen op energetisch vlak ook al behoorlijk geoptimaliseerd zijn. Dit is het uitgangspunt geweest voor het definiëren van de scenario’s. Om vanuit het basisscenario te komen tot een levensduurscenario zullen er wijzigingen dienen te worden aangebracht . Het gaat hierbij om aanvullende gebouwprestaties uit het kwaliteitskader (zoals bijvoorbeeld energieneutraliteit) te kunnen bereiken. Het is aan de schoolbesturen om de keuze te maken om exploitatiegericht een bijdrage te doen om te komen tot levensduurscenario dat in het Kwaliteitskader Huisvesting wordt beschreven. Uiteindelijk vertaald dit zich in onderstaande nieuwe kengetallen.
20
| Integraal Huisvestingsplan 2024-2038
Bij levensduurverlengde renovatie met een scope van 25 jaar
Voor de huisvestingsmaatregel levensduurverlengende renovatie (25 jaar) gelden dezelfde afspraken als bij nieuwbouw. Dit betekent dat de gemeente verantwoordelijk is voor renoveren naar het niveau als bij vervangende nieuwbouw (basisscenario). Procesafspraak In de nieuwe afspraken wordt per casus maatwerk geleverd. Dat vraagt ook om afspraken op welke wijze een maatwerkafspraak tot stand komt en op welke wijze gemeente en andere schoolbesturen hierin betrokken worden. Het voorstel is dat in de nieuwe afspraken ook een leereffect wordt gerealiseerd door elke maatwerkafspraak voordat deze tot stand komt te bespreken in een overleg met gemeente en schoolbesturen (een soort ‘mini-OOGO’). Zo zijn alle betrokkenen op de hoogte en is ook inzichtelijk op welke wijze maatwerk tot stand komt. Dit kan ook leiden tot een proces waarin de afspraken continu verdere verbeterd worden en zo ook meegroeien met de veranderende wet- en regelgeving.
21
| Integraal Huisvestingsplan 2024-2038
Verandering Materiele Instandhouding (MI)-vergoeding naar basisbedrag Tot 1 januari 2023 ontvingen schoolbesturen in het PO een MI-vergoeding voor het in standhouden van schoolgebouwen. Vanaf 1 januari 2023 ontvangen schoolbesturen een basisbedrag per leerling en per school. Schoolbesturen kunnen dit geld naar eigen inzicht besteden. Ook wordt het hele bedrag vanaf dat moment per kalenderjaar vastgesteld. Eén van de doelstellingen is het duidelijker maken van de bekostiging. Doordat nu uitgegaan wordt van een basisbedrag per leerling en per school, wordt niet langer inzicht gegeven in aparte budgetten voor personeel en materieel. Voorbeelden van materieel zijn bijvoorbeeld leermiddelen en onderhoud van gebouwen. Het gevolg is dat ook een minder referentiebeeld ontstaat van de kosten die met exploitatie (elektra, water, onderhoud, schoonmaak, et cetera) gemoeid zijn. Dit maakt het toetsen van de rechtmatigheid van een exploitatiegerichte investering ook complexere omdat deze nu in het beeld geplaatst moet worden van de brede besteding van het basisbedrag over alle kostencomponenten. Wettelijk Formeel is het voor schoolbesturen wettelijk verboden Rijksmiddelen te gebruiken voor uitbreiding of nieuwbouw van schoolgebouwen. Hoewel er plannen zijn om deze verplichting te versoepelen, is de regel op dit moment nog steeds van kracht.
Schoolbesturen hebben wel de mogelijkheden om te investeren in de kwaliteit van het gebouw. Dit houdt in aanvullende investeringen boven op het niveau van het Besluit bouwwerken leefomgeving, met name investeringen met het oog op duurzaamheid (bijvoorbeeld lager energieverbruik of beter binnenklimaat). Voorwaarde is dat dit goed wordt onderbouwd en de investeringen zich redelijkerwijs verhouden tot het eigen vermogen van het schoolbestuur en de tijd waarin de investering zichzelf terugverdient (twintig jaar). Er speelt al geruime tijd een landelijke discussie over de omvang van de middelen die gemeenten en schoolbesturen ontvangen voor onderwijshuisvesting en of deze toereikend zijn. Deze zijn zowel aan de zijde van de gemeente als aan de zijde van de schoolbesturen onvoldoende om de huidige wettelijke taken adequaat uit te voeren. De discussie geeft echter nog geen concreet perspectief op een verruiming van de middelen vanuit de Rijksoverheid.
22
| Integraal Huisvestingsplan 2024-2038
5
SPREIDINGSPLAN
5.1.1
ALGEMEEN
1
23
| Integraal Huisvestingsplan 2024-2038
5.1.2 Afgerond 2019 2019
2021 2021 2021/2022 2022 2022 2023/2024 2023/2024 2023/2024 2023/2024
TERUGBLIK 2018-2024 / AFGERONDE PROJECTEN School Toelichting t Kapelke / Wegwijzer Renovatie en aantal m2 zijn teruggebracht Instandhouding van drie SBO scholen (1x Venlo, 1x Blerick Tegelen en 1x Blerick) Renovatie en vorming Integraal Kindcentrum inclusief gymzaal Koperwiek Is in verband met urgentie geruild met OBS Harlekijn Sint Martinusschool Renovatie en vorming Integraal Kindcentrum Taalbrug Uitbreiding Renovatie en vorming Integraal Kindcentrum inclusief Ulingshof gymzaal en therapiebad Rudolf Steiner Educare Renovatie Toermalijn Renovatie, uitbreiding tot Openbaar Kindcentrum Wijnberg Nieuwbouw Groeneveld Renovatie, uitbreiding en vorming IKC Taal en Lent School is samengevoegd met Groeneveld
Bovenstaande tabel geeft de scholen weer die in de periode 2019-2024 zijn gerenoveerd, nieuw gebouwd of zijn samengevoegd. De volgorde van deze scholen is bepaald aan de hand van het spreidingsplan en door de schoolbesturen en gemeente samengestelde huisvestingsplan 2018-2038. Leeftijd en noodzaak (Koperwiek en Wijnberg) waren hierbij bepalend. In alle drie de stadsdelen is een SBO (speciaal basisonderwijs) voorziening in stand gebleven. Op 7 locaties heeft er een samenvoeging met een kinderopvangorganisatie plaatsgevonden. 5.1.3
PLANNING 2024-2034 / TOEKOMSTIGE PROJECTEN
Jaar start 2024 / 2025 2024 / 2025
Project/school OBS Harlekijn De Meule
2025 2025 2025 2027 2027 2027 2028 2028 2029 2033
De Lings (SBAO) PassePartout Springbeek Titus Brandsma Willibrordus School aan de Vijver Mikado Schalm Klingerberg Maasveld Kom.Mijn
2033 2034
Montessori Sint Jozef
5.1.4
Onderdeel geworden van het project MFC Hout-Blerick Renovatie (indien mogelijk) Ontwikkeling strip Venlo-Oost Beoordelen of renovatie dient te worden uitgevoerd Renovatie Onderzoek Tegelen Centrum en Blerick Onderzoek Tegelen Centrum en Blerick Renovatie, uitbreiding locatie Renovatie Renovatie Onderzoek Tegelen Centrum
PLANNING 2035-2057 / TOEKOMSTIGE PROJECTEN
(2037 St Vitus Zuid Taalbrug; renovatie bestaand gebouw)
24
Toelichting Is in verband met urgentie met Koperwiek geruild Verzoek voor nieuwbouw Verzoek voor inpassing bij PassePartout. School kan volgens opgave schoolbestuur Kerobei niet levensduurverlengend gerenoveerd worden.
| Integraal Huisvestingsplan 2024-2038
Jaar start 2035 2035 2036 2043 2048 2051 2051 2051 2056 2056
Project/school Regenboog Schans (SBAO) Sterrenpad Natuurlijk KleurRijk Talentencampus Talentencampus Talentencampus De Weiert Startbaan
2056 2057
VSO Impuls Zuidstroom
5.1.5
Toelichting
Regulier BAO SBAO SO cluster 3 en 4
Schoolgebouw wordt gehuurd van woningbouwvereniging. Schoolbestuur betaald
PLANNEN VOOR HET STADSDEEL VENLO/ARCEN/LOMM/VELDEN IN DE PERIODE 2024-2034
De Meule/Nova Montessori Voor het stadsdeel Venlo staat voor de komende jaren op het programma: nieuwbouw voor basisschool de Meule en Nova Montessori. Beide scholen zitten nu gezamenlijk onder 1 dak op locatie Molenstraat. Gezien de ouderdom van het bestaande gebouw en de niet efficiënte inrichting (veel niet gebruikte m3) zal gekozen worden voor nieuwbouw. Het huidige schoolgebouw is verbonden met een gymzaal, deze verbinding blijft intact. Spring kinderopvang heeft een gedeelte van het huidige schoolgebouw in bezit/gebruik. Deze m2 zullen onderdeel zijn van de nieuwbouw, bij voltooiing van de nieuwbouw zullen deze m2 worden overgedragen aan Spring. Om te kunnen starten met deze nieuwbouw is wel de beschikbaarheid van een tijdelijke onderwijslocatie vereist. Willibrordus Verder staat op het programma nieuwbouw/renovatie van de basisschool Willibrordus. Deze school kent een “verbinding” met een kinderopvang, (oude) gymzaal en gemeenschapsaccommodatie. In de planvorming zal worden meegenomen in hoeverre bouwactiviteiten van de genoemde voorzieningen gezamenlijk kunnen worden uitgevoerd. Ook hierbij is bij de start van het bouwproject vereist dat tijdelijke huisvesting beschikbaar is. School aan de Vijver Basisschool school aan de Vijver is in het jaar 2017-2018 ingrijpend gerenoveerd. In 2027 zal beoordeeld worden in hoeverre er een levensduur verlengende renovatie vereist is.
In Arcen/Lomm/Velden zijn geen activiteiten gepland. Basisschool de Wegwijzer is in 2019 levensduur verlengend gerenoveerd. De basisscholen in Velden en Arcen zitten in relatief jonge gebouwen, die nog niet in aanmerking komen voor mogelijk een levensduur verlengende renovatie. Aandachtspunt bij basisschool Startbaan (Velden) is wel de hoeveelheid benodigde onderwijs m2. De school zal moeten kunnen meegroeien met ontwikkelingen binnen Velden. Montessori school
25
| Integraal Huisvestingsplan 2024-2038
In het jaar 2033 zal via een haalbaarheidsonderzoek onderzocht worden of de Montessori Levensduurverlengend gerenoveerd kan worden. De school is gebouwd in 1959 en was voorafgaand aan gebruik als basisschool een school voor MAVO onderwijs. Aan de hand van beschikbare gegevens in 2033 zullen nadere keuzes worden gemaakt. 5.1.6
PLANNEN VOOR HET STADSDEEL BLERICK IN DE PERIODE 2024-2034
Kenmerkend voor het programma 2024-2034 is dat planmatig het “zwaartepunt” ligt bij stadsdeel Blerick. In dit stadsdeel zijn scholen van de schoolbesturen Kerobei en Akkoord PO gevestigd. In de eerste programmaperiode 2018-2023 zijn er geen projecten in stadsdeel Blerick daadwerkelijk opgestart. Titus Brandsma De Titus Brandsma school is gehuisvest in een gebouw uit het bouwjaar 1989. Het gebouw is nadien eenmalig uitgebreid en niet gerenoveerd. Kinderopvangorganisatie Spring verzorgt peuteropvang in het schoolgebouw (locatie Duizendpoot). Bouwkundig en functioneel vraagt het schoolgebouw om aandacht. Om deze reden loopt er een haalbaarheidsonderzoek naar de mogelijkheden van het schoolgebouw. Daarbij wordt ook rekening gehouden om door te groeien naar een kindcentrum samen met Spring. Dit houdt in dat het huidige aanbod van peuteropvang wordt uitgebreid met kinderdagopvang en BSO. De Regenboog en SBO de Schans / Kazernekwartier De Regenboog en SBO De Schans zijn twee scholen gehuisvest in één gebouw; Boulevard De Hazenkamp. De Regenboog is een reguliere basisschool (inclusief een taalklas), SBO De Schans faciliteert speciaal basisonderwijs. De Hazenkamp is een gebouw uit 2005 en is een multifunctioneel centrum (MFC). Het gebouw is nadien niet uitgebreid of gerenoveerd.
Naast de twee scholen huisvest het MFC diverse organisaties zoals logopediepraktijk, consultatiebureau en een cafeetje. Kinderopvangorganisatie Spring biedt met de locatie Zoef peuteropvang, kinderdagopvang en BSO aan in een gebouw nabij de school (niet in de school). De BSO van Zoef 2.0 is wel gehuisvest in het schoolgebouw. De school beschikt over 25 leslokalen, 1 speellokaal en een inpandige gymzaal. Het schoolbestuur Kerobei en Spring hebben uitgesproken graag in één gebouw gehuisvest te zijn (uitbreiden van het huidige aanbod met kinderdagopvang en BSO). In de huidige situatie is dat niet mogelijk door ruimtegebrek. Met name SBO De Schans heeft te maken met een ruimtegebrek. Op dit moment worden twee lokalen gehuurd van de woningcorporatie Antares. Deze huursituatie is geen langdurige oplossing. Een manier om ruimte vrij te maken in het schoolgebouw is door SBO De Schans elders te huisvesten. Mogelijke optie hiervoor is verhuizen naar het Kazernekwartier (dit wordt nader onderzocht). Binnen de gemeente Venlo zijn de SBO scholen verbonden met regulier onderwijs aanbod. Bij verhuizing naar het Kazerneterrein zal aan SBO de Schans ook een regulier onderwijsaanbod (verzorgd door Kerobei) worden verbonden, plus kinderopvang.
26
| Integraal Huisvestingsplan 2024-2038
OBS Harlekijn OBS Harlekijn is een openbare basisschool in de wijk Klingerberg. De school beschikt over een gebouw uit het bouwjaar 1984. Het gebouw is nadien in 1992, 2003 en 2008 uitgebreid. Het gebouw is niet gerenoveerd. Naast OBS Harlekijn maakt ook kinderopvangorganisatie Spring gebruik van het gebouw. Het schoolbestuur Akkoord! en Spring hebben afgesproken om het huidige aanbod van peuteropvang en BSO uit te breiden met kinderdagopvang (locatie Kwibus). OBS Harlekijn heeft ook een taalklas. In de wijk Klingerberg zijn 2 scholen gehuisvest te weten, OBS Harlekijn en De Klingerberg (schoolbestuur Kerobei). De gemeente Venlo is met beide schoolbesturen en kinderopvangorganisatie Spring in overleg om in de wijk één krachtig (samengesteld) kindcentrum te vormen (op 2 locaties). Het krachtige kindcentrum richt zich op inclusie, kansengelijkheid, veiligheid en ontmoeting (ouder/verzorger en kind). De Klingerberg De Klingerberg is gehuisvest in een gebouw uit het bouwjaar 1982, en is nadien in 2012 uitgebreid. Het gebouw is niet gerenoveerd. Naast De Klingerberg maken ook kinderopvangorganisatie Spring (peuteropvang Duimelijntje en BSO Klingerberg), PSW en Pure communicatie gebruik van het gebouw. De Klingerbeg heeft ook een taalklas. Het gebouw beschikt over 11 lesruimten, 1 speellokaal en een inpandige gymzaal. Mikado Mikado is een basisschool in de wijk Vastenavondkamp.
Mikado is gehuisvest in een gebouw uit het bouwjaar 1971. Nadien is het gebouw in 2004 zowel uitgebreid als gerenoveerd. Naast Mikado maken ook kinderopvangorganisatie Spring (peuteropvang Mikadootje), Pure communicatie (logopedist) en MijnErgo & ergotherapie Venlo gebruik van het gebouw. Basisschool Mikado heeft twee taalklassen. De expertise wordt ingezet voor de leerlingen van de taalklas, maar ook voor de overige leerlingen.. Het gebouw bestaat uit 16 leslokalen en 1 speellokaal. In het uitvoeringsplan Vastenavondkamp 2021-2025 staan doelen geformuleerd om de leefbaarheid in de wijk te versterken. Daarin heeft de school een belangrijke functie voor de kinderen en hun ouders uit de wijk Vastenavondkamp. De school wil een vindplaats zijn voor diverse samenwerkingspartners. 5.1.7
PLANNEN VOOR HET STADSDEEL TEGELEN/BELFELD IN DE PERIODE 2024-2034
OKC Het Maasveld Het Maasveld is een openbaar kindcentrum in de gelijknamige wijk Maasveld. Het gebouw van OKC Het Maasveld komt uit het bouwjaar 1999, en is nadien tweemaal uitgebreid. Naast OKC Het Maasveld maakt ook kinderopvangorganisatie Spring (locatie Maasveld) gebruik van ruimten in het gebouw voor peuteropvang, kinderdagopvang en BSO. De school en kinderopvang werken in het OKC nauw samen. Rondom OKC Het Maasveld wordt nieuwbouw gerealiseerd en verjongt de wijk waardoor de school prognosticeert een verdere toename van het aantal leerlingen. In 2024 huisvest OKC Het Maasveld 338 leerlingen, geprognosticeerd is dat in 2040 dit aantal zal toenemen tot 360 leerlingen. Deze toename van het 27
| Integraal Huisvestingsplan 2024-2038
aantal leerlingen resulteert in een toenemend ruimtetekort voor de school, waardoor ook Spring niet kan groeien. OKC Maasveld beschikt tijdelijk over 2 units. Ook met deze 2 units is het schoolgebouw vol. Vanaf 2029 vraagt het schoolgebouw bouwkundig om aandacht. Voorafgaand aan de levensduurverlengende renovatie (vanaf 2029) wordt bepaald voor hoeveel leerlingen het gebouw geschikt wordt gemaakt (eventueel met permanente uitbreiding). Daarbij wordt ook rekening gehouden met flexibiliteit en wordt gekeken naar de huisvesting van de kinderopvang, met name voor de BSO (huidig in semi permanent gebouw). PassePartout/SBO de Lings Het gebouw van basisschool PassePartout komt uit het bouwjaar 2003, en is nadien niet uitgebreid of gerenoveerd. Naast PassePartout maken ook kinderopvangorganisatie Spring (locatie Baloe met peuteropvang, kinderdagopvang en BSO) en overige. Op de locatie PassePartout is er een taalklas. In een losstaand schoolgebouw naast PassePartout is SBO de Lings gehuisvest. Dit schoolgebouw is van 1955 met een uitbreiding in 2008 PassePartout heeft te maken met een ruimteoverschot. Tegelijkertijd moet er iets gebeuren met het schoolgebouw van SBO de Lings. Het schoolbestuur Kerobei wil vanuit gedachte te komen tot inclusief onderwijs SBO de Lings en PassePartout huisvesten onder 1 dak. Dit vraagt om een in- en uitbreiding van het schoolgebouw van PassePartout.