082 Vragen mbt RV 82.pdf
Tekst van het document
Vragen m.b.t. RV 82 Rekenkamerrapport ‘Begrotingsresultaten doorgelicht. Overschotten: beleid of toeval? Hier beneden staan, na het aanhalen van de betreffende passages, de vragen. Hierbij kan het zijn dat de wethouder niet degene is die deze vragen kan beantwoorden. Het verzoek is dan om deze vraag verder te leiden naar de juiste beantwoorders. Hierbij vragen wij nadrukkelijk om de gestelde vragen ook in “geest” van de vraag te beantwoorden. Voorop gesteld, het is primair aan de rekenkamer om vragen die betrekking hebben op bevindingen uit het rekenkamerrapport te voorzien van een reactie, niet aan het college, i.c. aan de wethouder. Wij attenderen u -wellicht ten overvloede- op de andere dan programmatische insteek die de rekenkamer heeft gehanteerd bij het onderzoek. Opmerkelijke stukken uit RV 82 “Ten opzichte van de G40-gemeenten valt op dat Venlo duidelijk meer uitgeeft voor WMO en juist minder voor bijstand en beschut werk. De rekenkamer heeft hier geen verklaringen voor gezocht.” Rekenkamerrapport p2
Uit bestuurlijke wederhoor “De door u gesignaleerde uitgavenniveaus met betrekking tot jeugdzorg, sociale werkvoorziening, inkomensondersteuning en Wmo herkennen wij. De door u gesignaleerde afwijkingen (ten opzichte van het gemiddelde van de G40-gemeenten) ten aanzien van de inkomensondersteuning (bijstand) en Wmo worden door ons als zodanig niet onderkend en verdienen wat ons betreft derhalve een nadere duiding.” Bestuurlijk wederhoor p2
Vraag aan wethouder: Wat zijn de redenen waarom de Gemeente Venlo meer geld uitgeeft aan: jeugdzorg, sociale werkvoorziening, inkomensondersteuning en Wmo? Er kunnen heel veel redenen zijn waarom gemeenten meer of minder uitgeven dan het gemiddelde van een grote groep andere gemeenten. Op zichzelf zegt deze constatering niets omdat een afwijking van het gemiddelde geen rekening houdt met verschillen tussen gemeenten. En die zijn binnen de referentiegroep G40 buitengewoon groot. Redenen (voor verschillen op genoemde beleidsterreinen) zijn over het algemeen te herleiden naar de kenmerken van de bevolkingssamenstelling (leeftijd, opleiding, gezondheid) en naar de eigen ambities van gemeenteraden (ruimhartig beleid, laagdrempelige voorzieningen enz.).
Wat zijn de redenen waarom de Gemeente Venlo minder geld uitgeeft aan: inkomensondersteuning (bijstand) en Wmo? Idem, zie het antwoord op de vorige vraag. Bij de bijstand is het beeld overigens sterk wisselend van jaar tot jaar omdat de BUIG-middelen door het Rijk jaarlijks worden gecorrigeerd ten opzichte van de uitgaven een jaar eerder.
Bij deze twee vragen valt het ons ook op dat er m.b.t. de WMO zowel gevraagd wordt voor een verklaring naar het minder alsook meer geld uitgeven. Dit staat echter ook op deze wijze in de stukken. Dat zou een vraag aan de leden van de rekenkamer moeten zijn. Overschotten verklaard In 2018 ontstond het overschot wel mede door bestuurlijke keuzes van de gemeente. Zo vroeg het college geld aan uit het noodfonds sociaal domein en werden parkeergarages verkocht. Die opbrengsten zijn gebruikt om de reserves te versterken. De verkoop van parkeergarages heeft er ook toe geleid dat de opbrengsten uit vrij besteedbare belastingmiddelen sterk zijn gedaald.
Rekenkamerrapport p3
Vraag aan wethouder: Kunt u aangeven wat de gevolgen zijn voor de gemeentelijke begroting doordat de vrij besteedbare belastingmiddelen sterk zijn gedaald? Denk hierbij b.v. aan de effecten voor het uitgavenpatroon van de gemeente. In het verlengde hiervan is de vraag waarom de rekenkamer deze Dat betekent dat de gemeente Venlo minder eigen inkomsten genereert die daarmee niet ter dekking kunnen worden ingezet voor uitgaven. Zicht op bezit Opvallend is dat de baten en de lasten van grondexploitaties in de jaarrekening lager liggen dan bij de begroting. Als er geen grond wordt uitgegeven, dan werkt dat door in de grondexploitatie als geheel (via de toe te rekenen rente). Dat kan betekenen dat een winstgevende grondexploitatie alsnog verlieslatend wordt. Dat de lasten lager liggen dan begroot is een aanwijzing dat planontwikkeling trager gaat dan oorspronkelijk gedacht. Rekenkamerrapport p6
Vraag aan wethouder: Op welke wijze kunt u voor de gemeenteraad inzichtelijk maken welke grondexploitaties door een vertraging verlieslatend wordt? Er wordt voor de raad tweemaal per jaar inzichtelijk gemaakt hoe het met de exploitaties staat in de Nota Grondbedrijf en jaarrekening. Zicht op investeringen Venlo heeft de afgelopen jaren veel investeringen gedaan in aandelenbezit. In de risicoparagraaf is daar maar beperkt aandacht voor. Rekenkamerrapport p6
Vraag aan wethouder: Wat zijn de gevolgen voor de begroting en de financiële resultaten dat er beperkt aandacht is in de risicoparagraaf voor de investeringen in aandelenbezit? Geen. Dat er in de risicoparagraaf van de begroting beperkt aandacht is voor investeringen in aandelenbezit laat onverlet dat risicomanagement een prominente plaats heeft binnen de ambtelijke organisatie.
Voor investeringen in rioleringen is een voorziening in de balans opgenomen als onderdeel van het totale onderhoudsplan voor rioleringen. De gekozen werkwijze maakt het moeilijk om zicht te krijgen op het verschil tussen regulier onderhoud en vervangings- en uitbreidingsinvesteringen.
Rekenkamerrapport p6
Vraag aan wethouder: Kunt u inzichtelijk maken hoe de opbouw in het totale onderhoudsplan voor rioleringen voor regulier onderhoud en vervangings- en uitbreidingsinvesteringen is? Hierbij de aanvullende vraag of deze posten toereikend zijn voor de komende jaren? Het is tot op zekere hoogte mogelijk om de lasten voor onderhoud en de lasten voor vervanging aan te geven. Dit is echter niet op die wijze administratief opgenomen, aangezien onderhoud deels via de baten en lasten is opgenomen en deels via de voorziening. Vanwege de kans op samenloop is dit in de voorziening niet verder uitgesplitst. Wel is dit tot op projectniveau in de jaarlijkse uitvoeringsprogramma GRP te herleiden. De informatie op
projectniveau betreft echter bedrijfsinformatie die met het oog op aanbestedingen bij het vaststellen van het jaarlijkse uitvoeringsprogramma niet openbaar kan worden gemaakt. Hierna is ter indicatie het totaal van de realisatie over 2022 weergegeven. Dit bedroeg € 3.338.000,-- Hiervan betreft 18% (klein) onderhoud via baten en lasten, 15% (groot) onderhoud via de voorziening en 67% investeringen via de voorziening.
Wat zijn de gevolgen voor de begroting en de financiële resultaten doordat het moeilijk is om zicht te krijgen op het verschil tussen regulier onderhoud en vervangings- en uitbreidingsinvesteringen? Geen.
Een andere belangrijke tegenvaller is te vinden onder Leefbaar Venlo en dat betreft € 1,2 mln. extra lasten voor de pensioenen van voormalige wethouders. Let wel: dit zijn bedragen die horen bij de toekomstige levenslange pensioenuitkering van alle voormalige wethouders. Het gaat dus niet om directe betalingen aan wethouders in 2022. Rekenkamerrapport p51
Vraag aan wethouder: Op welke wijze kan de gemeenteraad invloed uitoefenen op het voorkomen van deze overschrijding? Op welke wijze komt de bepaling van de hoogte van deze post tot stand? Ook in voorgaande jaren vertoont deze post (vanaf 2012) afwijkingen. Geen. Deze is o.a. gekoppeld aan de ontwikkeling van de rente, de leeftijdsopbouw van de oud-bestuurders. Jaarlijks dient de stand van deze post te worden bijgesteld aan hetgeen nodig is om te kunnen blijven voldoen aan de pensioenverplichtingen.
Twee aanvullende vragen: 1.
In het raadsvoorstel (en in het rapport) staat opgenomen dat de lasten bij autonoom beleid in Venlo voor bestuur en organisatie in vrijwel alle jaren hoger is dan bij de G40gemeenten, terwijl dat voor lasten in het fysiek en maatschappelijk domein juist omgekeerd is. De mogelijkheden om op onderdelen van de begroting bij te sturen zijn niet voor alle (soorten) baten en lasten gelijk. Inzicht hierin kan de raad van dienst zijn bij het stellen van financiële kaders. Kunnen we hier iets over zeggen? Waarschijnlijk is dit het gevolg van de wijze van toerekenen van de overhead waarbij het totaal aan lasten waarschijnlijk (wel) vergelijkbaar is, maar door een iets afwijkende (of minder zuivere) toerekening er bij bestuur en organisatie meer wordt toegeschreven en bij het fysiek- en maatschappelijk domein (daardoor) minder.
Het overheadtarief wordt ieder jaar opnieuw berekend. Dit vindt o.a. plaats aan de hand van de loonkostenverdeling. Hoofden vullen hier in hoeveel personen te koppelen zijn aan de primaire processen. De totale overhead kosten betreffen de kosten van personeel die niet te koppelen zijn aan deze primaire processen. De totale overhead schommelt al jaren rond de 40 miljoen en is de afgelopen jaren ook gestegen door de loon compensatie van het Rijk. 2. De aanvullende vraag met betrekking tot lasten voor onderhoud en vervanging van de riolering is hiervoor beantwoord.