CConstaterende datVenlo
Koppel je AI →
Document · PDF

079bijl 4 bestemmingsplan verbrede reikwijdte Tegelen regels.pdf

Oordeelsvormende raadsvergadering 8 december 2021, gemeente VenloBij agendapunt: 4.b: 19.45 - 20.15 uur Vaststelling Vaststelling bestemmingsplan verbrede reikwijdte Tegelen (RV 2021–79)29.699 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

de aanwezige waterstructuur of ander oppervlaktewater te dempen of aan te tasten; de functie van gronden te veranderen in een functie anders dan de bestaande waterstructuur of het bestaande oppervlaktewater.

bestemmingsplan Bestemmingsplan met verbrede reikwijdte Tegelen

85

14.2.3 Uitzonderingen Het verbod en de vergunningplicht, als bedoeld in 14.2.2 gelden niet voor gronden die géén onderdeel uitmaken van openbaar gebied. 14.2.4 Toetsingskader De omgevingsvergunning als bedoeld in 14.2.2 kan slechts worden verleend indien de hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen van de aangevraagde activiteit c.q. de beoogde functie géén blijvend onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het belang van de groenblauwe basisstructuur en hieraan door het stellen van voorwaarden niet of onvoldoende tegemoet kan worden gekomen. 14.2.5 Voorschriften aan vergunning Aan een omgevingsvergunning als bedoeld in 14.2.2 kunnen door burgemeester en wethouders met het oog op het bepaalde in 14.2.4 voorwaarden worden verbonden in de vorm van het herstellen of het in de directe omgeving van de locatie compenseren van gevolgen voor de groenblauwe basistructuur.

86

bestemmingsplan Bestemmingsplan met verbrede reikwijdte Tegelen

Artikel 15

Waardevolle houtopstanden en bomen

Zie voor een toelichting op deze regels: 3.3.3 Waardevolle houtopstanden en bomen 15.1

Waardevolle houtopstanden en bomen

15.1.1 Verboden Het is verboden om zonder omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders te kappen of te doen kappen: a. b. c.

een waardevolle boom of houtopstand binnen wetgevingzone - vergunningplicht kappen; een boom of houtopstand die is aangelegd op basis van een herplant- en instandhoudingsplicht als bedoeld in 15.1.4; een boom of houtopstand die is aangelegd op grond van een overeenkomst met een publiekrechtelijk bestuursorgaan.

15.1.2 Uitzonderingen Het verbod en de vergunningplicht, als bedoeld in 15.1.1 gelden niet voor: a.

b.

het periodiek knotten ter uitvoering van regulier onderhoud bij hakhout, knotbomen, leibomen of gekandelaberde bomen, dan wel het dunnen van een houtopstand die op de verbeelding niet is aangeduid met wetgevingzone - vergunningplicht kappen; een boom of een houtopstand die moet worden geveld krachtens de Plantenziektenwet, krachtens een aanschrijving of op last van burgemeester en wethouders.

15.1.3 Toetsingskader De omgevingsvergunning als bedoeld in 15.1.1 wordt slechts verleend: a. b. c.

indien een algemeen maatschappelijk belang zwaarder weegt dan het duurzaam behoud van de waardevolle boom of waardevolle houtopstand, of; indien naar boomdeskundige maatstaven instandhouding niet langer verantwoord is ter voorkoming van letsel of schade; voor de duur van maximaal één jaar, te rekenen vanaf het moment van onherroepelijk worden van de vergunning, met dien verstande dat het bevoegd gezag in de vergunning kan afwijken van die termijn voor een periode van ten hoogte drie jaar, indien de aanvraag daartoe aanleiding geeft.

15.1.4 Herplant- en instandhoudingsplicht a. Aan de vergunning als bedoeld in 15.1.1 kan het voorschrift verbonden worden, dat binnen een bepaalde termijn en overeenkomstig de door burgemeester en wethouders gegeven aanwijzingen moet worden herplant. b. Wordt een verplichting als bedoeld onder a voorgeschreven, dan kan daarbij tevens worden bepaald binnen welke termijn de herplant moet zijn gerealiseerd en op welke wijze niet geslaagde herbeplanting moet worden vervangen. c. Indien niet ter plaatse kan worden herplant, kan worden voorgeschreven dat een geldelijke bijdrage gestort dient te worden in het gemeentelijke herplantfonds. d. Indien een waardevolle boom of waardevolle houtopstand binnen wetgevingzone - vergunningplicht kappen ernstig wordt bedreigd, kunnen burgemeester en wethouders de zakelijk gerechtigde aanschrijven die bedreiging zo veel mogelijk wordt weggenomen. Burgemeester en wethouders kunnen daartoe aanwijzingen geven en verlangen dat binnen een bepaalde termijn voorzieningen worden getroffen. e. Indien een waardevolle boom of waardevolle houtopstand binnen wetgevingzone - vergunningplicht kappen zonder vergunning als bedoeld in 15.1.1 is geveld, dan wel op andere wijze teniet is gegaan, kunnen burgemeester en wethouders aan de zakelijk gerechtigde, aanwijzingen geven om te herplanten.

bestemmingsplan Bestemmingsplan met verbrede reikwijdte Tegelen

87

f.

88

Burgemeester en wethouders kunnen zich voor wat betreft de omvang van de herplant baseren op de boomwaarde van de zonder vergunning gevelde boom of houtopstand. De zakelijk gerechtigde is verplicht de voorschriften en de aanwijzingen als bedoeld in dit artikel op te volgen. Onder zakelijk gerechtigde wordt verstaan de zakelijk gerechtigde van de grond waarop zich de houtopstand bevindt, degene die anderszins bevoegd is tot het treffen van voorzieningen en eventuele rechtsopvolgers.

bestemmingsplan Bestemmingsplan met verbrede reikwijdte Tegelen

Artikel 16

Geluidzones

Zie voor een toelichting op deze regels: 3.3.4 Zones 16.1 Geluidzone - Industrie Binnen de op de verbeelding aangegeven Geluidzone-industrielawaai is het bouw en van nieuwe gebouwen met een geluidsgevoelige bestemming of het in gebruik nemen van een nieuwe geluidsgevoelige functie overeenkomstig de Wet geluidhinder, een en ander zoals in overeenstemming met het bepaalde in Hoofdstuk 2 van dit plan, uitsluitend toegestaan, indien is gebleken dat de geluidsbelasting vanwege het industrielawaai op de gevels van de gebouwen met deze geluidsgevoelige bestemming of waarin de nieuwe geluidsgevoelige functie wordt uitgeoefend niet hoger zal zijn dan de daarvoor geldende voorkeursgrenswaarde of een verkregen hogere grenswaarde.

bestemmingsplan Bestemmingsplan met verbrede reikwijdte Tegelen

89

Artikel 17

Leidingen

Zie voor een toelichting op deze regels: 3.3.4 Zones 17.1

Leiding - Riool

17.1.1 Verboden a. Ter bescherming van het doelmatig functioneren van de rioolleiding mogen geen gebouwen of bouwwerken, geen gebouw zijnde worden gebouwd binnen de op de verbeelding aangegeven zone Leiding - Riool. b. Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders de volgende werken, geen bouwwerk zijnde uit te voeren: 1. het aanleggen van wegen, paden, banen en andere oppervlakteverhardingen; 2. het veranderen van het huidige maaiveldniveau door ontginnen, bodemverlagen, egaliseren, afgraven of ophogen; 3. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en/of bomen; 4. het uitvoeren van heiwerkzaamheden en het op een of andere wijze indrijven van voorwerpen; 5. diepploegen; 6. het aanleggen van andere kabels en leidingen dan in de bestemmingsomschrijving is aangegeven, en daarmee verband houdende constructies; 7. het aanleggen van watergangen of het vergraven, verruimen of dempen van reeds bestaande watergangen. 17.1.2 Uitzonderingen Het verbod en de vergunningplicht, als bedoeld in 17.1.1 onder b gelden niet indien het werken, geen bouwwerken zijnde, en/of werkzaamheden betreft die: a. b. c. d.

niet dieper gaan dan -0,4 meter beneden maaiveld; behoren tot normaal onderhoud en beheer ten dienste van de toegelaten functies; reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan; reeds mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende omgevingsvergunning.

17.1.3 Toetsingskader De vergunning als bedoeld in 17.1.1 onder b wordt slechts verleend indien: a. b.

90

geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het doelmatig functioneren van de leiding; vooraf schriftelijk advies is ingewonnen bij de betreffende leidingbeheerder.

bestemmingsplan Bestemmingsplan met verbrede reikwijdte Tegelen

Artikel 18

Vrijwaringszones

Zie voor een toelichting op deze regels: 3.3.4 Zones 18.1 Vrijwaringszones - weg Voor het bouwen binnen de op de verbeelding aangegeven vrijwaringszone - weg gelden in afwijking van de bouwregels in Hoofdstuk 2 de volgende bouwregels. Afstand vanuit de as van de meest nabij gelegen Bouwregel rijbaan 0 tot 50 meter bij Rijksweg Uitsluitend bouwwerken die nodig zijn voor het 0 tot 25 meter bij provinciale weg wegverkeer 50 tot 100 meter bij Rijksweg 25 tot 50 meter bij provinciale weg

Uitsluitend met een omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit en slechts indien: - wordt voldaan aan de bouwregels uit Hoofdstuk 2, en; - door de bouw het verkeersbelang niet onevenredig wordt aangetast. Alvorens de vergunning wordt verleend wordt advies ingewonnen bij de wegbeheerder.

18.2 Vrijwaringszone - waterkering Ter bescherming van het veilig en doelmatig functioneren van de waterkering gelden binnen de op de verbeelding aangegeven vrijwaringszone - waterkering aanvullende regels op grond van de Keur c.q. de Waterschapsverordening van het Waterschap Limburg. NB In ieder geval tot de inwerkingtreding van de Omgevingswet is hier na te gaan welke regels gelden en of daarvoor een vergunning van het waterschap nodig is: Vergunningchecker Waterschap Limburg.

bestemmingsplan Bestemmingsplan met verbrede reikwijdte Tegelen

91

Artikel 19

Veiligheidszones

Zie voor een toelichting op deze regels: 3.3.4 Zones 19.1 Veiligheidszone - lpg Ter bescherming van het woon- en leefklimaat in verband met een LPG-installatie mogen geen nieuwe kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten worden gerealiseerd binnen de op de verbeelding aangegeven Veiligheidszone - lpg.

92

bestemmingsplan Bestemmingsplan met verbrede reikwijdte Tegelen

Artikel 20

Algemene regels voor bouwactiviteiten

Zie voor een toelichting op deze regels: 3.3.5 Algemene regels voor bouwactiviteiten 20.1 Welstand 1. Binnen de gebieden als hierna genoemd, gelden regels om te voorkomen dat bouwwerken (in ernstige matige) strijd zijn met de redelijke eisen van welstand: a. Waarde - Welstand regulier; b. Waarde - Welstand bijzonder; c. Waarde - Welstand beeldkwaliteitsplan; 2. De aan de genoemde welstandsgebieden verbonden regels over welstand zijn opgenomen in de bouwregels voor de gebieden als bedoeld in hoofdstuk 2 van deze regels: Gebied Centrum - Kernwinkelgebied

Artikel 6.6.4

Centrum - Stadsstraat

7.6.4

Gemengd

8.6.4

Verkeer - Hoofdontsluitingsweg

9.6.4

Maatschappelijk

10.6.4

Ontwikkellocatie

11.6.4

Woongebied

12.6.4

20.2

Bodemgesteldheid

20.2.1 Verbod tot bouwen op verontreinigde grond Op een bodem die zodanig is verontreinigd dat schade of gevaar is te verwachten voor de gezondheid van de gebruikers, mag niet worden gebouwd voor zover dat bouwen betrekking heeft op een bouwwerk: a. b. c.

waarin voortdurend of nagenoeg voortdurend mensen zullen verblijven; voor het bouwen waarvan een omgevingsvergunning voor het bouwen is vereist; en dat de grond raakt, of waarvan het bestaande, niet-wederrechtelijke gebruik niet wordt gehandhaafd.

20.2.2 Bodemonderzoek a. Het onderzoek betreffende de bodemgesteldheid als bedoeld in artikel 8, vierde lid, van de Woningwet bestaat in ieder geval uit de resultaten van een recent milieuhygiënisch bodemonderzoek verricht volgens NEN 5740:2009+A1:2016 nl, in overeenstemming met het onderzoeksprotocol dat volgt uit figuur 1. Als op basis van het onderzoek aanleiding bestaat te veronderstellen dat asbest, daaronder mede begrepen asbestvezels, -deeltjes of –stof, in de bodem aanwezig is, vindt het onderzoek mede plaats op de wijze als voorzien in NEN 5707:2015 nl. b. De plicht tot het indienen van een onderzoeksrapport, bedoeld in artikel 2.4 van de Regeling omgevingsrecht, geldt niet als het bouwen betrekking heeft op een bouwwerk dat naar aard en omvang gelijk is aan een bouwwerk als genoemd in de artikelen 2 of 3 van bijlage II van het Besluit

bestemmingsplan Bestemmingsplan met verbrede reikwijdte Tegelen

93

c.

d.

e.

omgevingsrecht. Deze verwijzing geldt niet voor de hoogtebepalingen in de artikelen 2 en 3 van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht. Burgemeester en wethouders staan een geheel of gedeeltelijk afwijken van de plicht tot het indienen van een onderzoeksrapport, bedoeld in artikel 2.4 van de Regeling omgevingsrecht, toe als voor toepassing van artikel 2.4.1 bij burgemeester en wethouders reeds bruikbare recente onderzoeksresultaten beschikbaar zijn. Burgemeester en wethouders kunnen een gedeeltelijk afwijken van de plicht tot het indienen van een onderzoeksrapport, bedoeld in artikel 2.4 van de Regeling omgevingsrecht, toestaan voor een bouwwerk met een beperkte instandhoudingtermijn als bedoeld in artikel 2.23 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en artikel 5.16 van het Besluit omgevingsrecht als uit het in NEN 5725, uitgave 2009, bedoelde vooronderzoek naar het historisch gebruik en de bodemgesteldheid blijkt dat de locatie onverdacht is of dat de gerezen verdenkingen een volledig veldonderzoek volgens NEN 5740:2009+A1:2016 nl niet rechtvaardigen. Als het bouwen pas kan plaatsvinden nadat de aanwezige bouwwerken zijn gesloopt, dient het bodemonderzoek plaats te vinden nadat is gesloopt en voordat met de bouw wordt begonnen.

20.2.3 Voorwaarden omgevingsvergunning In afwijking van het bepaalde in 20.2.2 en onverminderd het bepaalde in artikel 2.4, onder d, van de Regeling omgevingsrecht, kunnen burgemeester en wethouders voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning voor het bouwen, in het geval zij op grond van de Regeling omgevingsrecht bedoelde onderzoeksrapport en/of andere bij hen bekende onderzoeksresultaten dan wel op grond van het overeenkomstig het tweede lid van artikel 39 van de Wet bodembescherming goedgekeurde saneringsplan bedoeld in artikel 39, eerste lid, van die Wet van oordeel zijn, dat de bodem niet geschikt is voor het beoogde doel maar door het stellen van voorwaarden alsnog geschikt kan worden gemaakt. 20.3 Bestaande maten en afstanden a. Indien afstanden tot, en bouwhoogten, inhoud, aantallen en/of oppervlakten van bestaande bouwwerken die gebouwd zijn met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Woningwet c.q. Wabo, op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van het plan meer bedragen dan ingevolge Hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen deze maten en hoeveelheden als maximaal toelaatbaar worden aangehouden. b. In die gevallen dat afstanden tot, en bouwhoogten, inhoud, aantallen en/of oppervlakten van bestaande bouwwerken, die gebouwd zijn met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Woningwet c.q.

Wabo, op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van het plan minder bedragen dan ingevolge Hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen deze maten en hoeveelheden als minimaal toelaatbaar worden aangehouden. c. In het geval van (her)oprichting van gebouwen is het bepaalde in a en b uitsluitend van toepassing indien het geschiedt op dezelfde plaats. 20.4 Meer woningen per verdieping Daar waar op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan overeenkomstig het tot dat moment geldende bestemmingsplan, dan wel een daartoe strekkende (omgevings)vergunning in afwijking van dat bestemmingsplan, meer woningen aanwezig zijn dan toegelaten op grond van de regels als opgenomen in Hoofdstuk 2 van deze regels, mag het aantal legale bestaande woningen als het maximum toelaatbare aantal woningen worden aangehouden.

94

bestemmingsplan Bestemmingsplan met verbrede reikwijdte Tegelen

Artikel 21

Algemene regels voor de functie wonen

Zie voor een toelichting op deze regels: 3.3.5 Algemene regels voor bouwactiviteiten 21.1 Meer woningen per verdieping 1. Daar waar op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan overeenkomstig het tot dat moment geldende bestemmingsplan, dan wel een daartoe strekkende (omgevings)vergunning in afwijking van dat bestemmingsplan, meer woningen aanwezig zijn dan toegelaten op grond van de regels als opgenomen in Hoofdstuk 2 van deze regels, mag het aantal legale bestaande woningen als het maximum toelaatbare aantal woningen worden aangehouden. 2. Daar waar op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan overeenkomstig het tot dat moment geldende bestemmingsplan, dan wel een daartoe strekkende (omgevings)vergunning in afwijking van dat bestemmingsplan, kamerbewoning plaatsvindt door meer dan 2 personen per woning, mag het bestaande legale aantal daar gehuisveste personen als maximum worden aangehouden.

bestemmingsplan Bestemmingsplan met verbrede reikwijdte Tegelen

95

Artikel 22 van de weg

Regels voor overige activiteiten - Bruikbaarheid, veiligheid en aanzien

Zie voor een toelichting op deze regels: 3.3.7 Regels voor overige activiteiten - Bruikbaarheid, veiligheid en aanzien van de weg 22.1

Aanleggen, beschadigen of veranderen van een weg

22.1.1 Verboden Het is verboden zonder een omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders een weg aan te leggen, de verharding daarvan op te breken, in een weg te graven of te spitten, aard of breedte van de wegverharding te veranderen of anderszins verandering te brengen in de wijze van aanleg van een weg. 22.1.2 Uitzonderingen Het verbod en de vergunningplicht, als bedoeld in 22.1.1 gelden niet voor: a. b.

c.

voor overheden bij het uitvoeren van hun publieke taak; voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, het Provinciaal wegenreglement, de Waterschapskeur, de Telecommunicatiewet of de daarop gebaseerde Telecommunicatieverordening. activiteiten die mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning.

22.1.3

Toetsingskader

Een vergunning als bedoeld in 22.1.1 kan worden geweigerd in het belang van: a. b.

de bruikbaarheid van de weg; het veilig en doelmatig gebruik van de weg.

22.2

Maken, veranderen van een weg

22.2.1 Verboden Het is verboden zonder omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders: a. b.

van de weg gebruik te maken voor het hebben van een uitweg; verandering aan te brengen in een bestaande uitweg naar de weg.

22.2.2 Uitzonderingen Het verbod en de vergunningplicht als bedoeld in 22.2.1 gelden niet: a. b.

voor zover de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, artikel 5 van de Wegenverkeerswet of de Wegenverordening provincie Limburg van toepassing is; voor activiteiten die mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning.

22.2.3 Toetsingskader a. Een vergunning bedoeld in 22.2.1 kan worden geweigerd in het belang van: 1. de bruikbaarheid van de weg; 2. het veilig en doelmatig gebruik van de weg; 3. de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving; b. Bij voorgaande beoordeling wordt de Beleidsregel omgevingsvergunning activiteit inrit 2020 in acht genomen. Indien deze beleidsregel gedurende de planperiode wordt gewijzigd, wordt met de wijziging rekening gehouden.

96

bestemmingsplan Bestemmingsplan met verbrede reikwijdte Tegelen

22.3 Stallen van (brom)fietsen a. Het is verboden om op de volgende locaties (brom)fietsen langer dan 2 weken onafgebroken te laten staan (weesfietsen): 1. het station(splein) in Tegelen; b. Bij de wijze waarop wordt omgegaan met en gehandhaafd wordt op fietsen buiten stallingen, fietswrakken, weesfietsen en gevonden voorwerpen wordt de 'Beleidsnotitie overlast (brom)fietsen' 2020 in acht genomen. Indien deze beleidsregels gedurende de planperiode worden gewijzigd, wordt met de wijziging rekening gehouden. 22.4 Overlast van fietsen en bromfietsen Burgemeester en wethouders kunnen op de weg gelegen plaatsen aanwijzen waar het in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing van overlast, of ter voorkoming van schade aan de openbare gezondheid, verboden is fietsen of bromfietsen onbeheerd buiten de daarvoor bestemde ruimten of plaatsen te laten staan. 22.5 Winkelwagentjes a. De rechthebbende op een bedrijf die winkelwagentjes ter beschikking stelt, mede ten behoeve van het vervoer van winkelwaren over de weg, is verplicht ze te voorzien van de naam van het bedrijf of een ander herkenningsteken, en de in de omgeving van dat bedrijf door het publiek op een openbare plaats achtergelaten winkelwagentjes terstond te verwijderen of te doen verwijderen. b.

Het is degene, die een winkelwagentje op de weg gebruikt, verboden dit op de weg achter te laten, anders dan op de daarvoor bestemde plaats of plaatsen. c. Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer. 22.6 Hinderlijke beplanting of voorwerpen Het is verboden beplanting of een voorwerp aan te brengen of te hebben op zodanige wijze dat aan het wegverkeer het vrije uitzicht wordt belemmerd of daarvoor op andere wijze hinder of gevaar oplevert. 22.7

Gevaarlijk of hinderlijk voorwerp

22.7.1 Verboden Het is verboden op, aan of boven het voor voetgangers of (brom)fietsers bestemde deel van de weg op enigerlei wijze prikkeldraad, schrikdraad, puntdraad of andere scherpe voorwerpen aan te brengen of te hebben lager dan 2.20 meter boven dat gedeelte van de weg. 22.7.2 Uitzonderingen Het verbod als bedoeld in 22.7.1 geldt niet: a.

b. c.

ten aanzien van prikkeldraad, schrikdraad, puntdraad of andere scherpe voorwerpen, die op grotere afstand dan 0.50 meter uit de uiterste boord van de weg, op van de weg af gerichte delen van een afscheiding zijn aangebracht; voor zover artikel 5 van de Wegenverkeerswet van toepassing is; voor activiteiten die mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning.

bestemmingsplan Bestemmingsplan met verbrede reikwijdte Tegelen

97

22.8

Voorzieningen voor verkeer en verlichting

22.8.1 Gedoogplicht De rechthebbende op een bouwwerk is verplicht toe te laten dat op of aan dat bouwwerk voorwerpen, borden of voorzieningen ten behoeve van het verkeer of de openbare verlichting worden aangebracht, onderhouden, gewijzigd of verwijderd. 22.8.2 Uitzonderingen Het bepaalde in 22.8.1 geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Waterstaatswet 1900, de Onteigeningswet, of de Belemmeringenwet Privaatrecht. 22.9

Beplakken en bekladden

22.9.1 Verboden a. Het is verboden de weg of dat gedeelte van een onroerende zaak dat vanaf de weg zichtbaar is te bekrassen of te bekladden. b. Het is verboden zonder schriftelijke toestemming van de rechthebbende op de weg of op dat gedeelte van een onroerende zaak die vanaf de weg zichtbaar is: 1. een aanplakbiljet of ander geschrift, afbeelding of aanduiding aan te plakken, te doen aanplakken, op andere wijze aan te brengen of te doen aanbrengen; 2. met kalk, teer of een kleur of verfstof een afbeelding, letter, cijfer of teken aan te brengen of te doen aanbrengen. c. De houder van de onder b bedoelde schriftelijke toestemming is verplicht die aan een opsporingsambtenaar op diens eerste vordering terstond ter inzage af te geven. 22.9.2 Uitzonderingen a. Het verbod als bedoeld in 22.9.1 onder b geldt niet indien wordt gehanhdeld krachtens een wettelijk voorschrift. b. Het verbod als bedoeld in 22.9.1 onder b2 geldt niet voor zover de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, artikel 5 van de Wegenverkeersweg of de Wegenverordening provincie Limburg van toepassing is. 22.9.3 Aanplakborden a. Burgemeester en wethouders kunnen aanplakborden aanwijzen voor het aanbrengen van meningsuitingen en bekendmakingen. b. Het is verboden de onder a bedoelde aanplakborden te gebruiken voor het aanbrengen van handelsreclame. c.

Burgemeester en wethouders kunnen beleidsregels vaststellen voor het aanbrengen van meningsuitingen en bekendmakingen, die geen betrekking mogen hebben op de inhoud van de meningsuitingen en bekendmakingen. 22.10 Betreden van plantsoenen e.d. Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden zonder omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders zich te bevinden in of op bij de gemeente in onderhoud zijnde parken, wandelpaden, plantsoenen, groenstroken of grasperken, buiten de daarin gelegen wegen of paden.

98

bestemmingsplan Bestemmingsplan met verbrede reikwijdte Tegelen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.venlo.nl/api/v1/meetings/506/documents/11058