CConstaterende datVenlo
Koppel je AI →
Document · PDF

077bijl Opvolgingsonderzoek Schuldhulpverlening rekenkamer Venlo.pdf

Oordeelsvormende raadsvergadering 8 december 2021, gemeente VenloBij agendapunt: 4.c: 20.15 - 21.15 uur Opvolgingsonderzoek rekenkamer Schuldhulpverlening (RV 2021-77)19.463 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Opvolgingsonderzoek schuldhulpverlening Venlo Venlo, 23 november 2021

Pagina

SECRETARIAAT REKENKAMER VENLO Secretaris Yvon van Geel y.vangeel@venlo.nl Adres Postbus 3434 5902 RK Venlo Telefoonnummer 077 – 359 9642 Website https://www.venlo.nl/rekenkamer

SAMENSTELLING REKENKAMER VENLO Externe voorzitter Klaartje Peters Leden Emiel Broere Jan-Willem van Giessen Johan de Kruijf Leon van den Beucken Jos Hoezen Jan Valize

BBSO Paul Boekhoorn Vincent de Goeij

Pagina

VOORWOORD In december 2019 presenteerde de Rekenkamer Venlo haar rapport over schuldhulpverlening in Venlo aan de gemeenteraad. In het nawoord zei de rekenkamer bij de opstelling van de Onderzoeksagenda 2021 te zullen bekijken of zij de raad van dienst zou kunnen zijn met een vervolgonderzoek naar de schuldhulpverlening. De rekenkamer wilde daarmee de urgentie van verbeteringen benadrukken, en schreef: “De rekenkamer is daarbij van mening dat er voor de noodzakelijke verbeteracties en investeringen méér nodig is dan het meenemen van de aanbevelingen bij de ‘verdere doorontwikkeling’ van het programma Vitaal en Gezond. Daarvoor is er teveel dat (nog) niet goed gaat in de schuldhulpverlening, en daarvoor is de problematiek te urgent”. In de zomer van 2021, ruim anderhalf jaar na het verschijnen van het oorspronkelijke rapport, heeft de rekenkamer opnieuw naar de schuldhulpverlening gekeken met een zogenaamd opvolgingsonderzoek. Rekenkamers doen van tijd tot tijd dergelijk onderzoek, met als voornaamste doel om vast te stellen of de door de gemeenteraad vastgestelde aanbevelingen daadwerkelijk zijn uitgevoerd. De Rekenkamer Venlo is niet van plan om jaarlijks opvolgonderzoek te doen, maar alleen als er een goede reden voor is. In dit geval was dat het grote belang van goede schuldhulpverlening voor de inwoners van de Venlo en de noodzaak van verbetering daarvan.

De rekenkamer hoopt de gemeenteraad hiermee te ondersteunen in zijn controlerende rol. Klaartje Peters Voorzitter

INHOUD 1 Inleiding

5

1.1 Achtergrond opvolgingsonderzoek

1.2 Doel, vraagstelling en aanpak opvolgingsonderzoek

5 7

2 Overzicht aanbevelingen rapport ‘Helpt de schuldhulpverlening’

8

3 Conclusies

11

4 Reactie van het college

17

5 Nawoord

23

Bijlage 1 Bevindingen opvolgingsonderzoek Schuldhulpverlening Venlo 24 Bijlage 2 Gebruikte documenten 59 Bijlage 3 Overzicht interviews 61

Pagina 4

1. INLEIDING 1.1

Achtergrond opvolgingsonderzoek

Op 19 december 2019 heeft de rekenkamer Venlo het onderzoeksrapport “Helpt de Schuldhulpverlening? Een rekenkameronderzoek naar schuldhulpverlening in Venlo” aan de raad aangeboden. Het onderzoek van de rekenkamer had tot doel inzicht te verkrijgen in de doeltreffendheid en doelmatigheid van de schuldhulpverlening in Venlo, en in de wijze waarop preventie en vroegsignalering worden aangepakt. Nadrukkelijk wilde de rekenkamer ook lessen aandragen. De centrale vragen van het onderzoek luidden als volgt: Hoe effectief en efficiënt verloopt de uitvoering van schuldhulpverlening in de gemeente Venlo? Hoe effectief is het preventieve deel van het beleid in Venlo? En (hoe) kan het beter?

Aanbevelingen onderzoek Op basis van het uitgevoerde onderzoek had de rekenkamer in het bestuurlijk rapport in totaal 19 aanbevelingen geformuleerd, waarvan de eerste aanbeveling specifiek aan de raad was geadresseerd. Voor het college van B&W Venlo zijn 18 aanbevelingen opgesteld die betrekking hadden op de volgende negen deelthema’s: • • • • • • • • •

Beleid gemeentelijke schuldhulpverlening Beleid en uitvoering schuldhulpverlening Uitvoeringsproces schuldhulpverlening Afstemming en integrale aanpak in de uitvoering Toegang tot de schuldhulpverlening en de rol van wijkorganisaties PLANgroep en de schuldregelingen Aanpak en opbrengsten van preventie en vroegsignalering Kosten schuldhulpverlening en bewindvoering Cliëntenperspectief

Raadsbehandeling rapport Op 19 februari 2020 heeft de raad het besluit genomen in te stemmen met de conclusies van het onderzoek naar de schuldhulpverlening in Venlo en uitvoering te geven aan de eerste aanbeveling die was gericht op de raad. Deze was als volgt geformuleerd: Aanbeveling 1 (aan de raad) | Vraag van het college een actieplan en ga dat controleren Vraag het college om op korte termijn met een beknopt actieplan te komen voor de versterking van het beleid en de uitvoering van schuldhulpverlening, door middel van de onderstaande aanbevelingen (kaderstelling). Omdat deze versterking niet in één keer kan worden geregeld, moet het plan naast een financiële paragraaf ook een tijdpad en prioritering van de diverse stappen bevatten. Spreek vooraf duidelijk af hoe en wanneer je als raad wilt worden geïnformeerd over de voortgang, zodat je je controlerende rol goed kunt vervullen. Het college is verzocht uitvoering te geven aan aanbeveling 2 tot en met 19.1

¹ Een van de aanbevelingen, aanbeveling 2 (Stel een gemeentelijke verordening vast), is per amendement gewijzigd (het raadsvoorstel is gewijzigd vastgesteld, zie verder bij aanbeveling 2).

Pagina 5

In de raadsinformatiebrief van 2 juni 2020, ‘Plan van aanpak aanbevelingen rekenkamercommissie schuldhulpverlening’ (RIB62), heeft het college aangegeven op welke wijze het uitvoering wilde geven aan dit besluit. Het college gaf daarbij deze toelichting: “Op 15 januari 2020 heeft uw raad in de oordeelsvormende raadsvergadering het rapport “Helpt de Schuldhulpverlening? Een rekenkameronderzoek naar schuldhulpverlening in Venlo” besproken. Bij die bespreking heeft u de vraag gesteld welke maatregelen het college inmiddels had genomen. Daarop hebben wij u de notitie “Beantwoording college op vragen nav behandeling rekenkamerrapport Schuldhulpverlening” (bijlage 2) per dagmail van 24 januari 2020 toegezonden. Uit die notitie blijkt onder meer, dat een gedeelte van de aanbevelingen al was opgenomen in het door uw raad op 19 december 2018 vastgestelde beleidsplan “Actief uit armoede en schulden; Integrale aanpak 2019 – 2022” en het door het college op 12 maart 2019 vastgestelde uitvoeringsprogramma. De aanbevelingen bevestigen daarmee de ingeslagen weg. Daarnaast blijkt uit die notitie dat een aantal aanbevelingen al was gerealiseerd in de periode tussen het onderzoek van de rekenkamercommissie en het aanbieden van het rapport aan uw raad.

Begin maart 2020 is een ambtelijke werkgroep gestart om te borgen dat alle aanbevelingen worden gerealiseerd en dat het vastgestelde beleid wordt uitgevoerd. Hieronder wordt per aanbeveling – die nog niet is gerealiseerd of niet is opgenomen in het beleidsplan – inzichtelijk gemaakt hoe we daaraan uitvoering geven en welke acties zijn uitgezet. Om u een volledig beeld te geven van de stand van zaken, is een plan van aanpak opgesteld met een overzicht van alle aanbevelingen en de uitvoering daarvan. Dit plan van aanpak is als bijlage 1 opgenomen bij deze raadsinformatiebrief.” In de bijlage bij de Raadsinformatiebrief is schematisch aangegeven welke acties waren voorzien, de planning van deze acties en een toelichting. Ten aanzien van de vervolgprocedure gaf het college aan dat in het najaar 2020 het aangescherpte beleidsplan aan de raad zou worden voorgelegd. De opvolging van de overige acties zou intern worden gemonitord. Over de voortgang gaf het college aan dat de raad via het reguliere P&C-proces zou worden geïnformeerd. Aanvullende informatie over de schuldhulpverlening is door het college in juni 2020 verschaft in een raadsinformatiebrief ‘Effectrapportage Beleid armoede en schulden’ (RIB63, 2 juni 2020). De informatie betrof met name de voortgang van de uitvoering van het beleidsplan “Actief uit armoede en schulden – Integrale aanpak 20192022”.

Monitoring aanbevelingen Sinds 2019 is in overleg met de auditcommissie en de rekenkamer besloten de monitoring van de aanbevelingen van de rekenkameronderzoeken op te nemen op twee momenten in de P&C-cyclus, te weten de jaarrekening en de begroting. Twee keer per jaar rapporteert de businesscontroller de stand van de zaken van de opvolging van de aanbevelingen van de rekenkameronderzoeken aan de auditcommissie. In de Jaarstukken 2020 (p. 141 e.v.) van de gemeente wordt verslag gedaan van de monitoring van de aanbevelingen van het schuldhulpverleningsonderzoek. De stand van zaken van de opvolging van de aanbevelingen is door de gemeente verwerkt in een ‘stoplichtenrapportage’. De status groen geeft aan dat de aanbeveling is afgerond, oranje betekent dat de aanbeveling nog of nog niet geheel is afgerond. Een rode status geeft aan dat de aanbeveling nog niet is afgerond of opgepakt. Per aanbeveling is de al dan niet uitgevoerde actie, de status en een toelichting opgenomen. Ten aanzien van het schuldhulpverleningsonderzoek geeft de gemeente aan dat negen aanbevelingen zijn ‘afgerond’, acht aanbevelingen de status ‘lopend’ hebben en dat één aanbeveling nog niet is opgepakt (aanbeveling 19 over het cliëntenperspectief/ onderzoek).

Pagina 6

1.2

Doel, vraagstelling en aanpak van het opvolgingsonderzoek

Doel en vraagstelling De rekenkamer stelt vast dat de (monitorings)rapportage van het college over de invulling van de aanbevelingen van het onderzoek in de jaarstukken 2020 niet in alle opzichten duidelijkheid biedt aan de raad. Bovendien blijken niet alle aanbevelingen te zijn uitgevoerd. Tegelijkertijd is de rekenkamer van mening dat schuldhulpverlening een uiterst belangrijk maatschappelijk thema is. De mogelijke gevolgen van corona voor de (schulden)problematiek van inwoners en van de invoering (per januari 2021) van aangepaste wetgeving voor de lokale overheid in de aanpak van schuldhulpverlening (i.c. de vroegsignalering en het adviesrecht voor gemeenten bij schuldenbewind) onderstrepen het belang van het onderzoek. Om die redenen heeft de rekenkamer besloten om een (beknopt) opvolgingsonderzoek naar de schuldhulpverlening in Venlo uit te voeren. De onderzoeksvraag is: hoe zijn de door de raad vastgestelde aanbevelingen van het rekenkameronderzoek uitgevoerd? Aanpak Het onderzoek is van start gegaan met een (digitale) startbijeenkomst voor alle betrokkenen op 29 juni 2021. In de zomermaanden is het onderzoek door het externe onderzoeksbureau BBSO uitgevoerd.

Voor de beoordeling van de uitvoering van de 18 aan het college gerichte aanbevelingen uit het schuldhulpverleningsonderzoek zijn twee onderzoeksmethoden gebruikt: • documentverzameling en -analyse van beleid en uitvoering (zie bijlage 2) • interviewronde met vele interne en externe betrokkenen. De interviews zijn afgenomen met sleutelinformanten van de gemeente, uitvoerende professionele en vrijwilligersorganisaties en externe betrokkenen (zie bijlage 3 voor een overzicht). Van alle gesprekken met sleutelinformanten van de gemeente zijn verslagen gemaakt, die ter accordering aan de respondenten zijn voorgelegd. Op 1 oktober zijn de bevindingen van het opvolgingsonderzoek voor ambtelijke wederhoor aan de gemeente voorgelegd. Op 15 oktober is de schriftelijke ambtelijke reactie ontvangen en heeft daarover ook een gesprek met de ambtelijke leiding plaatsgevonden. In de daaropvolgende weken zijn enkele noodzakelijke correcties en aanvullingen op basis van de ambtelijke reactie verwerkt en zijn conclusies geformuleerd. Het gehele rapport is op 1 november 2021 voor een bestuurlijke reactie aan het college voorgelegd.

Pagina 7

2. OVERZICHT AANBEVELINGEN RAPPORT ‘HELPT DE SCHULDHULPVERLENING’ De rekenkamer heeft in het bestuurlijk rapport in totaal 19 aanbevelingen geformuleerd, waarvan de eerste aanbeveling specifiek aan de raad was geadresseerd.2 Voor het college van B&W Venlo zijn de volgende 18 aanbevelingen opgesteld. Beleid gemeentelijke schuldhulpverlening Aanbeveling 1 | Maak een analyse van het schuldenprobleem en de risicogroepen Maak een goede probleemanalyse van de schuldenproblematiek bij inwoners van de gemeente Venlo in relatie tot armoede in bredere zin, en gebruik daarbij alle beschikbare gegevens van binnen en buiten de gemeente. Bepaal op basis van de probleemanalyse de kwetsbare (doel)groepen en het in te zetten instrumentarium voor deze doelgroepen, inclusief preventiemaatregelen en vroegsignalering. Maak hierbij gebruik van inzichten en elders beproefde instrumenten van landelijke organisaties (waaronder Divosa, NVVK) en van andere gemeenten. Aanbeveling 2 | Stel een gemeentelijke verordening vast Zorg dat het gemeentelijke beleid en de geboden dienstverlening worden vastgelegd in een gemeentelijke verordening. Daarmee is duidelijk vastgelegd wat de gemeente inwoners te bieden heeft en waartoe de gemeente zich verplicht. Bijkomend voordeel is dat de verordening door de raad moet worden vastgesteld, waarmee de raad een extra kaderstellend moment heeft.

Beleid en uitvoering schuldhulpverlening Aanbeveling 3 | Scherp samen met de uitvoering de doelen aan Vertaal op korte termijn op systematische wijze de geformuleerde doelstellingen van zowel het reguliere schuldhulpverleningsbeleid als voor preventie en vroegsignalering in haalbare, concrete en meetbare doelen. Kwantificeer daarbij zoveel mogelijk de te verwachten effecten. Betrek de uitvoering (klantadviseurs) bij het nader uitwerken hiervan. Maak hierbij gebruik van inzichten en ervaringen van landelijke organisaties (waaronder Divosa, NVVK) en van andere gemeenten. Aanbeveling 4 | Zorg voor goede bezetting Om de voor inwoners belangrijke taak van schuldhulpverlening beter uit te voeren, is het nodig om te zorgen voor voldoende capaciteit en zoveel mogelijk continuïteit in de inzet voor zowel beleid als uitvoering van schulpverlening. Aanbeveling 5 | Verbind beleid en uitvoering Maak binnen de gemeentelijke organisatie een inhoudelijke verbinding tussen beleidsontwikkeling en beleidsuitvoering bij schuldhulpverlening. Door meer gestructureerde uitwisseling van informatie en regulier overleg kan het beleid tussentijds worden bijgestuurd en kan de nieuwe beleidsontwikkeling beter worden gevoed.

Uitvoeringsproces schuldhulpverlening Aanbeveling 6 | Zorg voor meer structuur en aansturing van de uitvoering Maak (tijdelijk) extra capaciteit beschikbaar voor nadere structurering van werkprocessen en teamopbouw en consistente aansturing van de uitvoering.

² ‘Helpt de schuldhulpverlening’ een rekenkameronderzoek naar de schuldhulpverlening in Venlo (publicatie december 2019; oordeelsvormende raadsvergadering van 15 januari 2020).

Pagina 8

Aanbeveling 7 | Creëer beter zicht op (on)mogelijkheden van de klant aan de ‘voorkant’ Maak waar mogelijk gebruik van instrumenten die hun waarde (elders) hebben bewezen om ‘aan de voorkant’ van het schuldhulpverleningstraject een goed beeld te krijgen van de mogelijkheden (leerbaarheid en zelfredzaamheid) van de klant. De toepassing van een hulpmiddel voor betere screening van de klant (bijvoorbeeld met het screeningsinstrument Mesis) helpt bij de bepaling of bijvoorbeeld bewindvoering of budgetbeheer kan of moet worden ingezet. Het biedt de mogelijkheid de wenselijkheid van de inzet van bewindvoering of budgetbeheer beter te beoordelen en die inzet beter te stroomlijnen. Aanbeveling 8 | Registreer belangrijke gegevens over de uitvoering Investeer op korte termijn in betere registratie- en administratiesystemen bij de gemeentelijke schuldhulpverlening, zodat meer zicht komt op zowel de omvang en aard van de schuldhulpvraag als op de geboden schuldhulpverlening en de effectiviteit daarvan. Betrek hierbij ook expliciet PLANgroep en hun aandeel in de dienstverlening. Deze systemen en hun functionaliteit moeten adequate en bruikbare gestructureerde managementinformatie opleveren, en maken het mogelijk om onderscheid te maken naar de kosten en baten van de diverse instrumenten.

Dat is een belangrijke randvoorwaarde voor effectieve en efficiënte aan- en bijsturing van de schuldhulpverlening, en voor een goede verantwoording aan de gemeenteraad en de buitenwereld. Aanbeveling 9 | Versterk de aansturing Agendeer op managementniveau met regelmaat de stand van zaken in de uitvoering en de voortgang van het actieplan. Rapporteer bevindingen en resultaten ook buiten de P&C-cyclus als daar aanleiding voor is.

Afstemming en integrale aanpak in de uitvoering Aanbeveling 10 | Organiseer betere afstemming en samenwerking binnen de gemeente Maak concrete afspraken over afstemming, overleg en samenwerking tussen het cluster Schuldhulpverlening en het team Rechtmatigheid Sociaal Domein. Met de signalering van schulden en het overleg daarover op cliëntniveau kan men eerder en beter inspelen op de situatie van de cliënt.

Toegang tot de schuldhulpverlening en de rol van wijkorganisaties Aanbeveling 11 | Registreer de schuldhulpvragen in de buurten Overleg met de sociaal wijkteams, en mogelijk ook de buurtteams, om te zorgen voor eenvoudige registratie van aantal, aard én afhandeling van vragen over schulden. Aanbeveling 12 | Maak de toegang tot schuldhulpverlening inzichtelijk Maak een overzichtelijk plaatje van de diverse toegangsmogelijkheden tot de schuldhulpverlening, en de rol en positie van het cluster Schuldhulpverlening daarin. Daarbij moet ook worden verduidelijkt wat de rol en inzet is van wijk- en buurtteams, zodat duidelijk is wat zij wij wel en wat zij niet kunnen en mogen aanbieden aan hulpverlening. Het verduidelijkte plaatje vormt de basis voor het maken van afspraken, het beschrijven van werkprocessen (van doorverwijzing) en het investeren in training en coaching van wijkmedewerkers en -vrijwilligers op het vlak van schuldhulpverlening. Aanbeveling 13 | Werk beter samen met de vrijwilligersorganisaties Maak concrete afspraken met de relevante vrijwilligersorganisaties over toegang tot en informatiedeling over de gemeentelijke schuldhulpverlening.

PLANgroep en de schuldregelingen Aanbeveling 14 | Versterk de samenwerking met PLANgroep Blijf investeren in de samenwerking met PLANgroep, voor de intake, de afstemming over cliënten en de overdracht van cliënten(dossiers) over en weer. Overweeg daarvoor een vaste ‘accounthouder’ aan te stellen binnen het cluster SHV. Pagina 9

Aanpak en opbrengsten van preventie en vroegsignalering Aanbeveling 15 | Werk doelgerichter en meer structureel aan preventie Ontwikkel eenvoudige en concrete doelstellingen voor preventie en vroegsignalering, en probeer de projectmatige aanpak waar mogelijk om te zetten in structureel beleid, zodat op termijn meer zicht ontstaat op het bereik en de effectiviteit. Aanbeveling 16 | Organiseer de vroegsignalering goed en inzichtelijk Leg de gewenste werkwijze rondom vroegsignalering vast in interne werkprocesbeschrijvingen en afspraken met externe partijen, en zorg voor goede registratie van signalen/meldingen en de opvolging ervan. Maak daarbij gebruik van inzichten en ervaringen van landelijke organisaties en gemeenten inzake vroegsignalering, bijvoorbeeld om meer zicht te krijgen op de al dan niet reële barrières die de AVG opwerpt.

Kosten schuldhulpverlening en bewindvoering Aanbeveling 17 | Verbeter het inzicht en de grip op bewindvoering Maak een grondige analyse van de inzet van bewindvoering bij inwoners van Venlo, en stel op basis daarvan een concreet plan op om de inzet (en de kosten) van bewindvoering terug te dringen. Maak daarbij gebruik van landelijke inzichten.

Cliëntenperspectief Aanbeveling 18 | Kies het perspectief van de inwoners Om beter zicht te krijgen op de effectiviteit van de schuldhulpverlening aan de inwoners van Venlo is het verstandig om op korte termijn een onderzoek uit te voeren naar een willekeurige selectie van (voormalige) cliënten van de gemeentelijke schuldhulpverlening en PLANgroep. Vraag aan hen is hoe zij zijn geholpen met hun schulden. Het gaat dus niet om cliënttevredenheid, maar nadrukkelijk ook om de effectiviteit van de hulp. Probeer ook, bijvoorbeeld met hulp van de vrijwilligersorganisaties die actief zijn op dit terrein, enkele inwoners te ondervragen die wél problematische schulden hebben, maar geen gebruik maken van de gemeentelijke schuldhulpverlening. Zo krijg je beter zicht op het bereik en de toegankelijkheid van de gemeentelijke dienstverlening.

Pagina 10

3. CONCLUSIES Op grond van het onderzoek zijn conclusies getrokken over de mate waarin de aanbevelingen zijn uitgevoerd. We onderscheiden hierin zes hoofdthema’s en een slotbeschouwing: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.

Uitvoeringsproces en samenwerking met PLANgroep Probleemanalyse en beleid schuldhulpverlening Aansturing gemeentelijke schuldhulpverlening Toegang tot de schuldhulpverlening en de rol van wijkorganisaties Aanpak en opbrengsten van preventie en vroegsignalering Kosten schuldhulpverlening en (met name) bewindvoering Slotbeschouwing

De bevindingen van het onderzoek zijn te vinden in Bijlage 1 van dit rapport. Daarin wordt voor elke aanbeveling gerapporteerd wat het college heeft toegezegd, en vervolgens geanalyseerd wat de stand van zaken is ten aanzien van de uitvoering. De bevindingen voor alle 18 aanbevelingen zijn bijeengevoegd in een verzameltabel (zie volgende bladzijde). Daarbij zijn de volgende kleurcodes gehanteerd voor de mate waarin de aanbeveling is uitgevoerd: • • • • •

niet uitgevoerd enigszins uitgevoerd deels uitgevoerd grotendeels uitgevoerd uitgevoerd

Pagina 11

Tabel 1 | Aanbevelingen en opvolging daarvan Aanbevelingen

Opvolging van aanbeveling

1.

Maak een analyse van het schuldenprobleem en de risicogroepen

niet uitgevoerd

2.

Stel een gemeentelijke verordening vast (geamendeerde aanbeveling)

uitgevoerd

3.

Scherp samen met de uitvoering de doelen aan

deels uitgevoerd

4.

Zorg voor goede bezetting

grotendeels uitgevoerd

5.

Verbind beleid en uitvoering

uitgevoerd

6.

Zorg voor meer structuur en aansturing van de uitvoering

grotendeels uitgevoerd

7.

Creëer beter zicht op (on)mogelijkheden van de klant aan de ‘voorkant’

niet uitgevoerd

8.

Registreer belangrijke gegevens over de uitvoering

deels uitgevoerd

9.

Versterk de aansturing

deels uitgevoerd

10. Organiseer betere afstemming en samenwerking binnen de gemeente

grotendeels uitgevoerd

11. Registreer de schuldhulpvragen in de buurten

enigszins uitgevoerd

12. Maak de toegang tot schuldhulpverlening inzichtelijk

niet uitgevoerd

13. Werk beter samen met de vrijwilligersorganisaties

enigszins uitgevoerd

14. Versterk de samenwerking met PLANgroep

grotendeels uitgevoerd

15. Werk doelgerichter en meer structureel aan preventie

deels uitgevoerd

16. Organiseer de vroegsignalering goed en inzichtelijk

grotendeels uitgevoerd

17. Verbeter het inzicht en de grip op bewindvoering

enigszins uitgevoerd

18. Kies het perspectief van de inwoners

niet uitgevoerd

Oordeel

Pagina 12

Thema 1 Uitvoeringsproces en samenwerking met PLANgroep In de uitvoering van de gemeentelijke schuldhulpverlening zijn diverse aanbevelingen goed opgepakt, zo blijkt uit het onderzoek. Er is meer overleg en afstemming tussen de beleidsadviseur/beleidsmedewerkers en de klantadviseurs schuldhulpverlening in de gemeentelijke organisatie, onder meer over de invulling van de doelstellingen van de schuldhulpverlening (aanbeveling 3 en 5). Daardoor zijn betere condities geschapen voor informatie-uitwisseling tussen beleid en uitvoering. Of die meer gestructureerde informatie-uitwisseling daadwerkelijk plaatsvindt, hebben we in de context van dit beknopte opvolgonderzoek niet kunnen vaststellen. De bezetting van het cluster Schuldhulpverlening van de gemeente lijkt een meer stabiele basis te hebben (aanbeveling 4), en er is geïnvesteerd in een nadere opbouw en implementatie van werkprocessen in de schuldhulpverlening, zodat er meer structuur zit in de behandeling van de schuldhulpvraag (aanbeveling 6). De samenwerking met PLANgroep als uitvoeringspartner in de schuldhulpverlening is versterkt (aanbeveling 14). Omdat de gemeente en PLANgroep met verschillende (cliënt)systemen werken, is de uitwisseling van gegevens complex, en mogelijk ook niet volledig. In hoeverre dat het geval is, heeft de rekenkamer in dit beknopte opvolgingsonderzoek niet kunnen vaststellen.

De gemeente overweegt de ‘knip in het schuldhulpverleningsproces’ op te heffen; zij onderzoekt de mogelijkheden voor een volledig aanbod van schuldhulpverlening door de gemeente zelf. Ook de afstemming tussen het cluster schuldhulpverlening, het team Werk en het team Rechtmatigheid is verbeterd (aanbeveling 10). Er zijn afspraken over een ‘warme overdracht’ van cliënten als bij de intakegesprekken blijkt dat de cliënt schulden heeft. In hoeverre deze overdracht in de praktijk ook feitelijk plaatsvindt, kan op basis van dit onderzoek niet worden vastgesteld. De gemeente maakt in de uitvoering geen gebruik van een gevalideerd screeningsinstrument om de mogelijkheden van de klant bij het oplossen van de schuldproblematiek scherp in beeld te krijgen (aanbeveling 7). In het onderzoek wordt gewezen op een meldingsformulier (in ontwikkeling) voor cliënten, maar dat is geen screeningsinstrument. De argumentatie om dit niet te doen is niet overtuigend: screenen met behulp van een gevalideerd screeningsinstrument is niet strijdig met de persoonlijke aanpak die Venlo belangrijk vindt.

Thema 2 Probleemanalyse en beleid schuldhulpverlening De rekenkamer stelt vast dat de gemeente het schuldhulpverleningsbeleid nog niet van een goede (informatie) basis heeft voorzien. Diverse aanbevelingen die hieraan bijdragen zijn onvoldoende uitgevoerd. Er is geen goede probleemanalyse van de aard en de omvang van de doelgroepen gemaakt (aanbeveling 1). Beschikbare data zijn niet (zichtbaar) gebruikt. Het werken met ‘life events’ die risico’s op schulden opleveren kan nuttig zijn, maar de gemeente heeft geen zicht op de vraag hoeveel mensen het betreft, waar ze kunnen worden gevonden, etc. De uitvoering (i.c. klantadviseurs SHV) wordt vaker en intensiever betrokken bij het beleid (aanbeveling 3). Wat betreft de aanscherping en concretisering van de beleidsdoelen (aanbeveling 3) is het beeld gemengd. Er zijn wel op diverse plekken indicatoren geselecteerd, maar de gegevens daarvoor zijn niet altijd beschikbaar. De indicatoren worden ook niet gebruikt voor (bestuurlijke) rapportages over de uitvoering van de schuldhulpverlening. De rekenkamer concludeert dat de gemeente geen onderzoek heeft uitgevoerd dat zicht biedt op de vraag of inwoners met schulden goed worden geholpen, en dat informatie oplevert over mensen met schulden die niet bij de gemeentelijke schuldhulpverlening aankloppen (aanbeveling 18).

Bij publicatie van het rapport dacht de rekenkamer de uitvoering van deze belangrijke aanbeveling te kunnen stimuleren door te kiezen voor de aansprekende titel ‘Kies het perspectief van de inwoners’. In combinatie met een adequate probleemanalyse van de schuldenproblematiek onder (groepen) inwoners, geeft een onderzoek naar het perspectief van de cliënt een belangrijke informatiebasis voor een verdere verbetering van het beleid en van de uitvoering op dit belangrijke beleidsterrein.

Pagina 13

Thema 3 Aansturing gemeentelijke schuldhulpverlening De aansturing van de schuldhulpverlening is voor een deel aangepakt, maar zeker niet op alle onderdelen, zo blijkt uit het onderzoek. Wat is verbeterd, is dat de vaste teamleiding van het team Werk tot meer consistentie en structuur in de aansturing van de uitvoering van de schuldhulpverlening heeft geleid (aanbeveling 6). Er is serieus naar de omvang en continuïteit van de bezetting van het cluster schuldhulpverlening gekeken en met de huidige vraag naar schuldhulpverlening lijkt de bezetting in kwantitatieve zin te voldoen (aanbeveling 4). De gemeente heeft echter geen zicht op de omvang en aard van de problematiek in de stad, en weet dus niet hoeveel mensen ondanks hun problematische schulden geen beroep op de schuldhulpverlening doen. De gemeente heeft dus ook geen zicht op de vraag wat ‘voldoende’ capaciteit is. Anders gesteld: ‘je bent er nog niet als je alleen de mensen in beeld hebt die zichzelf aan het loket melden’. Zicht op de (potentiële) doelgroep(en) is cruciaal voor het formuleren van concrete (beleids)doelen en voor het bepalen van het gewenste aanbod in de schuldhulpverlening. Een belangrijke aanbeveling was om te zorgen voor betere managementinformatie over de omvang en aard van de schuldhulpvraag als op de geboden schuldhulpverlening en de effectiviteit daarvan (aanbeveling 8).

Het onderzoek laat zien dat er een dashboard met verscheidene uitvoeringsindicatoren is ontwikkeld, dat sinds januari 2021 (betrouwbare) gegevens kan leveren. Het dashboard, dat nog in (door)ontwikkeling is, wordt gebruikt voor de interne monitoring van de uitvoering, maar (nog) niet voor (bestuurlijke) rapportages die zicht bieden op de resultaten van het beleid. De stand van zaken in de uitvoering van schuldhulpverlening wordt regelmatig op managementniveau geagendeerd (aanbeveling 9). Daarbij volgt men de invulling van de acties zoals verwoord in het teamplan Werk. Onduidelijk is wie de regie voert over het uitvoeren van het actieplan naar aanleiding van het rekenkamerrapport. De rekenkamer stelt verder vast dat binnen of buiten de P&C-cyclus geen herkenbare rapportage van de resultaten van de schuldhulpverlening heeft plaatsgevonden.

Thema 4 Toegang tot de schuldhulpverlening De toegang tot de schuldhulpverlening via het wijkniveau is niet structureel aangepakt, zo blijkt uit het onderzoek. Het is tot nu toe niet gelukt om een voor iedereen duidelijk beeld te schetsen (visualisatie) van de diverse toegangsmogelijkheden tot de schuldhulpverlening, de rol en positie van het cluster Schuldhulpverlening en de rol van de wijk- en I&A-punten daarin (aanbeveling 12). Daardoor is er geen duidelijkheid gecreëerd voor de (professionele en vrijwillige) organisaties in de wijk over wat zij wel en niet kunnen en mogen aanbieden aan hulpverlening, en kan de training en coaching van wijkmedewerkers en -vrijwilligers op het vlak van schuldhulpverlening niet worden verbeterd. Het zicht van de gemeente op de problematische schuldenomvang in de stad is beperkt. Er is geen ‘overall’ registratie bij de gemeente van aantal, aard en afhandeling van vragen over schulden op wijkniveau en de gemeente beschikt niet over de bij Incluzio bekende gegevens over aanmeldingen en afhandeling van (schuld)hulpvragen binnen de I&A-punten (aanbeveling 11). In de registratie van het cluster Schuldhulpverlening wordt wel vastgelegd of een schuldhulpvraag afkomstig is via een wijkpunt of via andere organisaties (zoals Humanitas en SchuldHulpMaatje).

Er is geen herkenbare voortgang geboekt in het maken van concrete afspraken met de relevante organisaties in de wijken over toegang tot en informatiedeling over de gemeentelijke schuldhulpverlening (aanbeveling 13).

Thema 5 Aanpak en opbrengsten van preventie en vroegsignalering Hoewel preventie veel aandacht krijgt in het beleidsplan en in het Addendum van het beleidsplan, is het beleid op dit punt niet zichtbaar uitgewerkt. Er wordt wel voorlichting gegeven over risico’s op het ontstaan van financiële problemen (bij ‘‘life events’’), maar omdat de gemeente onvoldoende zicht heeft op de aard en omvang van de Pagina 14

schuldenproblematiek in de stad is deze vorm van preventie tamelijk ongericht. De rekenkamer stelt verder vast dat er geen zicht is op bereik en effectiviteit van de gekozen aanpak (aanbeveling 15). In de uitvoering is de vroegsignalering goed georganiseerd mede door het sluiten van convenanten met een groot aantal relevante organisaties. Deze aanpak wordt ook met wettelijke maatregelen ondersteund. Er is een samenwerking met woningcorporaties en andere maatschappelijke partijen om tijdig zicht te krijgen op mensen die schulden ontwikkelen (aanbeveling 16). Vroegsignalering is in de werkprocessen van de SHV opgenomen en is onderdeel van het dashboard. Er is geen verslaglegging van de resultaten van vroegsignalering voorhanden.

Thema 6 Kosten schuldhulpverlening en bewindvoering De aanbeveling om op gerichte wijze de hoge kosten van bewindvoering terug te dringen, is in beperkte mate uitgevoerd (aanbeveling 17). Een grondige analyse van de bewindvoering met een concreet plan om de inzet en de kosten van bewindvoering terug te dringen is niet opgesteld. De gemeente heeft inmiddels wel beter zicht op de bestaande groep inwoners in bewindvoering en de kosten die daarmee gepaard gaan. Er is een kleinschalige pilot gestart met extra begeleiding voor personen die mogelijk zouden kunnen uitstromen. De doelstelling van de gemeente om het aantal trajecten bewind te laten afnemen, door daar (onder meer) budgetbeheer voor in de plaats aan te bieden, lijkt nog niet behaald. De rekenkamer heeft geconstateerd dat de kosten van bewindvoering in de jaren 2019 en 2020 verder zijn toegenomen. Sinds voorjaar 2021 is sprake van een (zeer) licht dalende lijn. Opvallend is dat de kosten voor schuldhulpverlening (sterk) zijn gedaald. Dat is (mede) een gevolg van de verminderde vraag naar, of noodzaak van, schuldregelingen (en van de inzet van PLANgroep in dit kader).

7.

Slotbeschouwing

De analyse van de wijze waarop het college de aanbevelingen uit het schuldhulpverleningsonderzoek van december 2019 heeft uitgevoerd, levert een gemengd beeld op. De rekenkamer stelt vast dat er op allerlei manieren en plekken in de organisatie hard is gewerkt aan uitvoering van de aanbevelingen. Er was heel veel te doen en te verbeteren, met een beperkte (ambtelijke) capaciteit. In de tussentijd kreeg de gemeente te maken met de coronacrisis, wat de zaken zeker niet heeft vergemakkelijkt. Een aantal aanbevelingen is afgerond en met een aantal is de gemeente nog bezig. Dat neemt niet weg dat het teleurstellend is dat diverse aanbevelingen niet of onvoldoende zijn opgepakt. Zeker ook omdat aan de raad was toegezegd (in het plan van aanpak van juni 2020 – zie RIB 062) dat veel zaken eind 2020 zouden zijn geregeld. Welke aanbevelingen belangrijk zijn, en welke misschien minder, bepaalt uiteindelijk de gemeenteraad. De rekenkamer wil zelf graag op één rode draad in het onderzoek wijzen. In het dossier schuldhulpverlening is ons inziens veel verbetering mogelijk als het gaat om een slim en systematisch gebruik van onderzoeksgegevens, al dan niet reeds (elders) beschikbaar. De gemeente heeft geïnvesteerd in het beschikbaar maken van noodzakelijke sturingsinformatie, om zo de uitvoering van de schuldhulpverlening te kunnen monitoren en eventueel bijsturen. Dat is een goede zaak.

Maar juist aan de voorkant en aan de achterkant van het proces werkt de gemeente in zekere zin in het duister. We duiden dan met name op de aanbevelingen 1 en 18. Aan de voorkant is er weinig zicht op de vraag wie waar in de stad last heeft van problematische schulden, en of die mensen wel worden bereikt. Pas als mensen eenmaal bij de klantadviseurs schuldhulpverlening hebben aangeklopt, heeft de gemeente ze in het vizier. Maar je zou graag willen dat de gemeente meer werk maakt van het ‘vinden’ van mensen, zodat ze eerder kunnen worden geholpen. Juist bij schuldenproblemen kan een tijdige aanpak veel ellende voorkomen. Aan de achterkant zou de gemeente moeten willen onderzoeken of mensen goed geholpen zijn, of ze structureel uit de problemen zijn en welke lessen zij de gemeentelijke schuldhulpverleners eventueel kunnen meegeven.

Pagina 15

Zowel aan de voorkant als aan de achterkant is dus stevig onderzoek nodig, vanuit het perspectief van de inwoners. Niet wachten tot mensen ‘in het systeem’ zitten, maar onderzoeken of en in welke mate zij met schulden kampen, of daar patronen in zitten, wat mensen eventueel weerhoudt om hulp te zoeken, en ook wat het ze oplevert als ze dat daadwerkelijk hebben gedaan. Daar kan je als gemeente veel aan hebben voor de bijsturing en eventueel aanpassing van je beleid. Deze oproep sluit ons inziens naadloos aan bij het ambitieuze programma van de gemeente Venlo voor informatiegestuurd (ofwel datagestuurd) handelen. Het zou mooi zijn als daar voor de schuldhulpverlening op korte termijn werk van wordt gemaakt. Met deze analyse beschouwt de rekenkamer haar werk op het thema schuldhulpverlening als afgerond. Het is nu aan de gemeenteraad om de vinger aan de pols te houden bij de verdere verbeteringen van de schuldhulpverlening in Venlo.

Pagina 16

4. REACTIE VAN HET COLLEGE

Pagina 17

Pagina 18

Pagina 19

Pagina 20

Pagina 21

Pagina 22

5. NAWOORD De rekenkamer bedankt het college voor de uitgebreide reactie op de conclusies van het opvolgonderzoek naar de schuldhulpverlening in de gemeente Venlo. De bestuurlijke reactie laat goed zien dat er veel in beweging is op dit beleidsterrein en dat er op onderdelen resultaten worden bereikt. Maar ook dat dit voor de gemeenteraad en de buitenwereld maar beperkt zichtbaar is. Zo zijn de cijfers in het rapport over de kostenontwikkeling van bewindvoering door de rekenkamer zelf bij elkaar gezocht, en in de bestuurlijke reactie lezen we ons onbekende cijfers over het aantal mensen ‘onder bewind’ dat blijkbaar is gedaald. De rekenkamer ziet dit als een voorbeeld van onze constatering dat er over de schuldhulpverlening nauwelijks wordt gerapporteerd en verantwoord. Dat moet echt beter, wil de raad kunnen meekijken met de verbeterslagen. Er zijn ook diverse aanbevelingen die niet zijn uitgevoerd. De inhoud van de bestuurlijke reactie doet ons inziens niets af aan die vaststelling, en biedt daarvoor ook geen overtuigende argumentatie. We hopen de raad van dienst te zijn met het totaaloverzicht van de uitvoering van de aanbevelingen, en hopen dat het een concrete bijdrage is aan de controlerende taak van de raad. Klaartje Peters Voorzitter rekenkamer

Pagina 23

BIJLAGE 1 BEVINDINGEN OPVOLGINGSONDERZOEK

1 Inleiding: structuur van de rapportage In deze bevindingenrapportage is voor elke aanbeveling een vaste structuur gevolgd, met zes elementen: 1.

2.

3.

4.

5.

6.

Aanbeveling van de rekenkamer In het bestuurlijk rapport van de rekenkamer zijn, zoals gesteld, in totaal 19 aanbevelingen geformuleerd, waarvan de eerste specifiek aan de raad was geadresseerd. Voor het college van B&W Venlo zijn 18 aanbevelingen opgesteld. Deze aanbevelingen zijn als uitgangspunt genomen voor het opvolgingsonderzoek. Bij het rapporteren aan de raad (in de Jaarstukken 2020, p. 141 e.v.) heeft het college de oorspronkelijke nummering van de aanbevelingen gewijzigd: ‘aanbeveling 2’ uit het rapport van de rekenkamer is hernummerd als ‘aanbeveling 1’, zijnde de eerste aanbeveling aan het college. In dit rapport heeft de rekenkamer deze aangepaste nummering aangehouden. Bestuurlijke reactie college van B&W op het rekenkamerrapport (november 2019) Onder dit kopje wordt ook meegenomen de reactie van college van B&W op vragen van de raad naar aanleiding van de bespreking van het rekenkameronderzoek schuldhulpverlening, d.d. 22 januari 2020 (geldend voor enkele aanbevelingen). Plan van aanpak uitvoering aanbevelingen rekenkamer van college van B&W (juni 2020) In dit plan van aanpak zijn voor elke aanbeveling beloftes mét tijdslimiet gedaan. Het plan va aanpak is aangeboden aan de raad en in verkorte vorm met een toelichting/onderbouwing opgenomen in RIB 062, 2 juni 2020.

Monitoringsrapportage van college van B&W in de jaarstukken 2020 (juni 2021) Deze rapportage van de gemeente bevat per aanbeveling de uitgevoerde actie van de gemeente, de status van de actie en haar toelichting daarop (overgenomen op basis van Jaarstukken 2020 gemeente Venlo3). Bevindingen van de rekenkamer Onder dit kopje presenteert de rekenkamer de bevindingen uit de documentenanalyse en interviewronde ten aanzien van de daadwerkelijke uitvoering van de aanbeveling. Constatering uitvoering van aanbeveling Bij de constateringen is een vijfpunt-schaal gehanteerd om de mate waarin de aanbeveling door de gemeente is uitgevoerd te karakteriseren. De aanbeveling is aldus (met toepassing van kleuren): • niet uitgevoerd • enigszins uitgevoerd • deels uitgevoerd • grotendeels uitgevoerd • uitgevoerd

Aan het slot van deze bijlage is een verzameltabel met alle 18 aanbevelingen opgenomen.

³ Het woordje ‘We’ in de tekst verwijst derhalve naar de ‘gemeente Venlo’. Pagina 24

2 Uitvoering van de aanbevelingen 1.

Aanbeveling van de rekenkamer Aanbeveling 1 | Maak een analyse van het schuldenprobleem en de risicogroepen

Maak een goede probleemanalyse van de schuldenproblematiek bij inwoners van de gemeente Venlo in relatie tot armoede in bredere zin, en gebruik daarbij alle beschikbare gegevens van binnen en buiten de gemeente. Bepaal op basis van de probleemanalyse de kwetsbare (doel)groepen en het in te zetten instrumentarium voor deze doelgroepen, inclusief preventiemaatregelen en vroegsignalering. Maak hierbij gebruik van inzichten en elders beproefde instrumenten van landelijke organisaties (waaronder Divosa, NVVK) en van andere gemeenten.

2.

Bestuurlijke reactie (november 2019) In januari 2020 meldt het college aan de raad: “We maken een analyse van de doelgroep en risicogroepen. Daarvoor onderzoeken we welke data we nodig hebben, in hoeverre we zelf over deze data beschikken of hoe we aan deze data kunnen komen (CBP, CBS). Zonodig schaffen we data aan. Daarbij kan gedacht worden aan de Armoedemonitor van het CBS. Vervolgens bepalen we welke doelgroepen we als kwetsbaar aanmerken en onderzoeken we welke instrumenten we kunnen inzetten om deze inwoners te ondersteunen. We kijken daarvoor welke instrumenten we zelf in huis hebben en welke instrumenten we aanvullend nodig hebben. Wat we nodig hebben, schaffen we aan. Deze analyse is eind 2020 gereed”. (uit: beantwoording door college van vragen aan raad over rekenkamerrapport Schuldhulpverlening, 23 januari 2020)

3.

Plan van aanpak gemeente (juni 2020) (overeenkomstig bestuurlijke reactie) “We maken een analyse van de doelgroep en risicogroepen. We onderzoeken daarvoor welke data we nodig hebben, in hoeverre we zelf over deze data beschikken of hoe we aan deze data kunnen komen (CBP, CBS). We schaffen data aan, voor zover we deze zelf niet hebben (bijvoorbeeld Armoedemonitor CBS). Vervolgens bepalen we welke doelgroepen we als kwetsbaar aanmerken en onderzoeken we welke instrumenten we kunnen inzetten om deze inwoners te ondersteunen. We onderzoeken welke instrumenten we zelf in huis hebben en welke instrumenten we aanvullend nodig hebben. Wat we nodig hebben, schaffen we aan. (Onder de instrumenten vallen ook preventie en vroegsignalering). Bij Speerpunt 4 van het beleidsplan hebben we opgenomen: ”Inzicht hebben in risicogroepen, wat zij nodig hebben, kosten-batenanalyse van verschillende instrumenten en activiteiten”. Gereed: Periode 31 juli 2020-31 december 2020.

4.

Monitoringrapportage jaarstukken 2020 (juni 2021) “Aanbeveling loopt We hebben vastgesteld dat huishoudens met kinderen die 18 jaar worden en werkenden met wisselende inkomsten het grootste risico lopen om in schulden te geraken. Kinderen die 18 jaar worden en gaan werken of stoppen met werken zijn ‘‘life events’’ met een financieel risico. Met het preventieplan (zie ook aanbeveling 16; redactie: dit wordt daar niet meer vermeld) richten we ons op deze ‘life events’ om schulden te voorkomen”.

5.

Bevindingen van de rekenkamer De gemeente heeft in het Addendum van het beleidsplan ‘Actief uit armoede en schulden – Integrale aanpak 20192022’ (Addendum, november 2020 vastgesteld) een algemene beschrijving van risicogroepen in het kader van het armoedebeleid gepresenteerd (op basis van het SCP-rapport Armoede 2019). Hiermee tracht men armoede beter in beeld te krijgen. Er is geen scherper, kwantitatief of kwalitatief beeld van de aard en omvang van de schuldhulpvraag in Venlo opgesteld. Beschikbare data op dit vlak (onder meer van het CBS) worden door de gemeente niet toegepast of in een probleemanalyse verwerkt. Het CBS houdt een dashboard bij van huishoudens met problematische schulden. Daaruit komt bijvoorbeeld naar voren dat er (meetdatum oktober 2020) in de gemeente Venlo 4.100 huishoudens

Pagina 25

zijn met schulden; dit is 8,5% van het totaal aantal huishoudens in Venlo (het landelijk gemiddelde bedraagt 7,6%). Het dashboard van het CBS geeft meer wetenswaardige inzichten in de ontwikkeling van schulden in een gemeente en in onder meer achtergrondkenmerken van huishoudens; https://dashboards.cbs.nl/v3/SchuldenproblematiekInBeeld/ Vanuit een focus op preventie en vroegsignalering heeft de gemeente voor de bepaling van mogelijke doelgroepen in de SHV, in samenwerking met de klantadviseurs, ‘life events’ geïdentificeerd, dat wil zeggen situaties waarin personen tot een schuldhulpvraag zouden kunnen komen. Men heeft 12 relevante ‘life events’ onderscheiden, waaronder het krijgen van een kind, het huis uit gaan van een jongere, scheiden of overlijden van de partner. De gemeente geeft aan dat uit onderzoeken is gebleken dat ‘life events’ een trigger kunnen zijn voor schulden. Bij de aanmeldingen voor schuldhulp bij de gemeente zien de klantadviseurs dat vooral de life-events “kind wordt 18” en “wisselende inkomsten/nieuwe baan” terugkomen. De gemeente heeft voor ‘life events’ informatie bijeengebracht, die onder meer door folders en webinars voor organisaties en inwoners beschikbaar komt. Er is geen zicht op de vraag in welke mate bepaalde inwoners/ groepen eerder te maken kunnen krijgen met dergelijke ‘life events’.

De aanbeveling om de omvang van de huidige doelgroep en van risicogroepen voor SHV nader te bepalen, met ondersteuning van andere informatiebronnen, is niet in deze vorm opgevolgd. 6.

Constatering

De aanbeveling is niet uitgevoerd. Er is geen probleemanalyse, naar aard en omvang, van de schuldenproblematiek bij inwoners van de gemeente Venlo gemaakt. Beschikbare data zijn niet gebruikt voor een beschrijving van de schuldensituatie in Venlo. Ook zijn geen aanvullende onderzoeksgegevens/bronnen gebruikt of daartoe zelf ingezet. Wel zijn mogelijke risicogroepen beschreven in het kader van het armoedebeleid. Daarbinnen zijn kwetsbare groepen en in te zetten instrumentarium benoemd. In het accent op preventie en vroegsignalering van schulden wordt het concept van ‘life events’ gehanteerd.

Pagina 26

1.

Aanbeveling rekenkamer Aanbeveling 2 | Stel een gemeentelijke verordening vast Zorg dat het gemeentelijke beleid en de geboden dienstverlening worden vastgelegd in een gemeentelijke verordening. Daarmee is duidelijk vastgelegd wat de gemeente inwoners te bieden heeft en waartoe de gemeente zich verplicht. Bijkomend voordeel is dat de verordening door de raad moet worden vastgesteld, waarmee de raad een extra kaderstellend moment heeft.

2. Bestuurlijke reactie (november 2019) In januari 2020 meldt het college aan de raad: “In onze reactie op het onderzoek hebben wij u laten weten te betwijfelen of het opstellen van een verordening meerwaarde heeft. Bij de inwerkingtreding van de Wgs in 2012 hebben wij de Beleidsregels schuldhulpverlening vastgesteld. Deze beleidsregels worden momenteel geactualiseerd. Daarbij worden de verschillende schuldhulpverleningsinstrumenten in de beleidsregels opgenomen. Op basis van de Wgs en onze geactualiseerde beleidsregels is voor onze inwoners voldoende duidelijk welke aanspraken zij hebben. Het heeft ons inziens daarom geen meerwaarde deze instrumenten daarnaast ook in een verordening op te nemen. Dit past ook niet in de visie van deregulering en kan juist beknellend gaan werken. Voorts biedt het beleidsplan “Actief uit armoede en schulden - Integrale aanpak 2019-2022” uw raad een dynamisch instrument om kaders te stellen en deze kaders ten alle tijde bij te sturen en bij te stellen. Daarnaast wordt u via rapportages en de P&C-cyclus met regelmaat geïnformeerd over de stand van zaken. Dit in tegenstelling tot een verordening. Deze wordt eenmaal vastgesteld en blijft vervolgens van kracht totdat uw raadt deze formeel wijzigt. Uw raad is daardoor meer “in control” met het beleidsplan dan met een verordening”.

(uit: beantwoording door college van vragen aan raad over rekenkamerrapport Schuldhulpverlening, 23 januari 2020) Aanvulling Rekenkamer: deze aanbeveling is door de raad bij amendement gewijzigd. De aanbeveling is als volgt gewijzigd: “Het gemeentelijk beleid en de geboden dienstverlening worden vastgelegd in een door de raad vast te stellen aanpassing van het huidige beleidsplan”4. 3.

Plan van aanpak gemeente (juni 2020) In RIB62, juni 2020 (onderbouwing/toelichting RIB): “We bieden de dienstverlening aan conform de gedragscode van de Nederlandse Vereniging voor Volkskrediet (NVVK). De NVVK is de brancheorganisatie voor organisaties die werkzaam zijn op het gebied van sociale kredietverlening, schuldhulpverlening, budgetbeheer en bewindvoering. Uit de gedragscode blijkt welke diensten geleverd kunnen worden. We borgen deze manier van werken in het beleid en nemen de diensten op in de Beleidsregels schuldhulpverlening gemeente Venlo. Deze beleidsregels worden door het college vastgesteld. In het najaar wordt het aangescherpte beleid op het gebied van armoede en schulden ter besluitvorming aan uw raad voorgelegd en wordt uw raad geïnformeerd over de door ons vastgestelde beleidsregels”. In plan van aanpak: “We leggen in het najaar een addendum bij beleidsplan “Actief uit armoede en schulden; Integrale aanpak 2019 – 2022” ter besluitvorming voor aan de raad. In het addendum brengen we het beleid in beeld op de onderdelen: preventie, signalering, curatie en nazorg. We leggen daarbij vast welke diensten we aan inwoners aanbieden. Daarvoor nemen we de gedragscode van de NVVK als uitgangspunt.

Daarnaast passen we de Beleidsregels schuldhulpverlening gemeente Venlo aan door de verschillende diensten waarop een inwoner aanspraak kan maken, vast te leggen in deze beleidsregels. Gereed: Periode 30 september – 31 oktober 2020”.

⁴ De gemeenteraad van Venlo; in vergadering bijeen op 19 februari 2020; wijzigt het besluit behorend bij het raadsvoorstel 2019-4, “onderzoek Rekenkamer Schuldhulpverlening”.

Pagina 27

4.

Monitoringrapportage Jaarstukken 2020 (juni 2021) “Aanbeveling is afgerond “Het Addendum bij het beleidsplan actief uit armoede en schulden is op 19 augustus 2020 voor besluitvorming aan de raad aangeboden. Het presidium heeft de behandeling van het stuk doorgeschoven naar november. Het Addendum is op 25 november jl. (2020) vastgesteld. De Beleidsregels schuldhulpverlening zijn gereed”.

5.

Bevindingen van de rekenkamer Het college van B&W heeft in een reactie op het rekenkameronderzoek (d.d. 22 januari 2020) aangegeven dat het van mening is dat het opstellen van een verordening geen meerwaarde heeft. Bij de inwerkingtreding van de Wgs in 2012 heeft het de Beleidsregels schuldhulpverlening vastgesteld. Er is een Addendum op het beleidsplan opgesteld en vastgesteld (25 november 2020; 045rv+rb Addendum bij Beleidsplan Integrale aanpak Actief uit armoede en schulden 2019-2022). (https://venlo.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/View/e9a9fd1d-e07d-4972-89f0-696d126f2465) In het Addendum bij het beleidsplan is opgenomen dat gewerkt wordt volgens de schuldhulpverleningsnormen van de NVVK en de producten worden aangeboden die de NVVK hanteert. De producten zijn vervolgens vastgelegd in de Beleidsregels schuldhulpverlening gemeente Venlo 2021. De beleidsregels zijn geactualiseerd en vastgesteld maart 2021 (Beleidsregels Schuldhulpverlening gemeente Venlo 2021; https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR654913). In het kader van de Wgs is een Verordening beslistermijn schuldhulpverlening Gemeente Venlo 2021 16 december 2020 vastgesteld. https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2020-337685.html

6.

Constatering

De aanbeveling is door de raad geamendeerd. De geamendeerde aanbeveling is uitgevoerd. Het gemeentelijk beleid en de geboden dienstverlening zijn vastgelegd in een door de raad vastgestelde aanpassing, i.c. aanvulling van het huidige beleidsplan in de vorm van het Addendum. De dienstverlening is vastgelegd in de Beleidsregels schuldhulpverlening gemeente Venlo 2021 en er is een Verordening beslistermijn schuldhulpverlening Gemeente Venlo 2021 vastgesteld.

Pagina 28

1.

Aanbeveling rekenkamer Aanbeveling 3 | Scherp samen met de uitvoering de doelen aan Vertaal op korte termijn op systematische wijze de geformuleerde doelstellingen van zowel het reguliere schuldhulpverleningsbeleid als voor preventie en vroegsignalering in haalbare, concrete en meetbare doelen. Kwantificeer daarbij zoveel mogelijk de te verwachten effecten. Betrek de uitvoering (klantadviseurs) bij het nader uitwerken hiervan. Maak hierbij gebruik van inzichten en ervaringen van landelijke organisaties (waaronder Divosa, NVVK) en van andere gemeenten.

2.

Bestuurlijke reactie (november 2019) In januari 2020 meldt het college aan de raad: “Medio 2019 zijn beleid en uitvoering beter met elkaar verbonden. De beleidsadviseur betrekt de klantadviseurs schuldhulpverlening en administratieve ondersteuning schuldhulpverlening bij alle acties/ontwikkelingen die spelen. Zij worden ook betrokken bij de aanscherping van het beleid zoals dat in het najaar aan uw raad voor vaststelling wordt voorgelegd. In dat beleid benoemen we meetbare indicatoren”. (uit: beantwoording door college van vragen aan raad over rekenkamerrapport Schuldhulpverlening, 23 januari 2020)

3.

Plan van aanpak gemeente (juni 2020) “We onderscheiden de fases: preventie, signalering, curatie en nazorg. Per fase leggen we in het beleid vast wat we doen en met welk doel. We benoemen daarbij meetbare indicatoren. De beleidsadviseur betrekt de klantadviseurs schuldhulpverlening bij de keuzes in wat we doen, het doel en het bepalen van indicatoren. De beleidsadviseur betrekt de klantadviseurs schuldhulpverlening en administratieve ondersteuning schuldhulpverlening bij alle acties/ontwikkelingen die spelen. Gereed: Per 30-09-2020 en doorlopend.”

4.

Monitoringrapportage Jaarstukken 2020 (juni 2021) “Aanbeveling is afgerond De klantadviseurs schuldhulpverlening worden betrokken bij alle beleidskeuzes. We meten het effect van preventie en vroegsignalering door de gemiddelde schuldhoogte bij aanvang van een traject te registreren. Bij effectief beleid daalt de gemiddelde schuldhoogte. Bij curatie moet 85% van de schuldhulptrajecten schuldenvrij worden afgesloten.”

5.

Bevindingen van de rekenkamer Formulering haalbare, concrete en meetbare doelen In het beleidsplan ‘Actief uit armoede en schulden 2019 – 2022’5, met geïntegreerd uitvoeringsprogramma (maart 2019), zijn vier speerpunten geformuleerd. Voor elk van die speerpunten heeft de rekenkamer onderzocht of er sprake is van nadere concretisering, bijvoorbeeld in de vorm van indicatoren: 1. ‘Een op de bewoner afgestemde houding en communicatie’, voor een betere communicatie en vermindering van de onbekendheid en het niet-gebruik van (met name minima) regelingen. Indicatoren die hierbij zijn opgesteld hebben ook betrekking op bekendheid en gebruik minimaregelingen (en niet op schuldhulpverlening).

⁵ Dit beleidsplan inclusief uitvoeringsprogramma is uitgebreid aan de orde gekomen in rekenkamerrapport “Helpt de Schuldhulpverlening? Een rekenkameronderzoek naar schuldhulpverlening in Venlo”.

Pagina 29

2.

3. 4.

‘Armoede voorkomen en bestrijden vanuit een sluitende en integrale aanpak’, met meer aandacht voor preventie en het vergroten van de zelfredzaamheid onder inwoners. Voorlichting en vroegsignalering zijn hier als instrumenten benoemd, evenals nazorg. Bij vroegsignalering zijn twee indicatoren opgenomen: a) aantal mensen dat door vroegsignalering (naar de gemeente) is doorverwezen stijgt met 10%; b) de gemiddelde hoogte van de schuld bij aanmelding daalt met 5%. De rekenkamer constateert dat geen cijfers voorhanden zijn om te kunnen bepalen of deze (sub)doelen geheel of deels zijn bereikt. Bij nazorg is als indicator gesteld een daling met 5% van het aantal mensen dat recidiveert, en een daling van het aantal aanmeldingen van mensen voor minimaregelingen en schuldhulpverlening. De rekenkamer constateert dat geen cijfers voorhanden zijn om te kunnen bepalen of deze (sub)doelen geheel of deels zijn bereikt. Uit interviews en een screenshot van een tabblad van het (inmiddels) ontwikkelde ‘dashboard sociaal domein’ komt naar voren dat ‘recidive’ wordt gemeten op basis van gegevens in Suite. Deze registratie biedt (nog) geen zicht op de mate van recidive. Uit interviews en enkele documenten komt naar voren dat het aantal aanmeldingen van mensen voor schuldhulpverlening in 2021 (sterk) is gedaald.

Bij dit speerpunt is tevens benoemd het verminderen van de uitgaven voor bewindvoering, met name door het aanbieden van (goedkopere) trajecten van budgetbeheer. Ook wil men overleg hierover met bewindvoerders en rechtbanken om de instroom te verminderen. Bij bewindvoering is als indicator gesteld een daling met 12% van het aantal bewindvoeringstrajecten door inzetten van budgetbeheer in eigen beheer, door klantadviseurs. Voor de vermindering van de instroom bij bewind en vergroten van de uitstroom stelt men als indicator een daling van het aantal aanmeldingen voor beschermingsbewind en het aantal lopende trajecten. De rekenkamer constateert dat de kosten voor bewindvoering in 2020 niet zijn gedaald, maar zijn toegenomen (zie ook aanbeveling 17). Deze kosten vertonen een (zeer) licht dalende lijn sinds voorjaar 2021. De doelstelling van de gemeente om het aantal trajecten bewind te laten afnemen, door daar (onder meer) budgetbeheer voor in de plaats aan te bieden, lijkt nog niet behaald. Als onderdeel van dit speerpunt is ook de herijking van het gehele schuldhulpverleningsproces genoemd, met als doel meer ‘integraal’ te werken. Aspecten die hierin worden genoemd zijn verbetering registratie en monitoring, verbeteren van efficiëntie en onderzoeken in hoeverre het wenselijk is onderdelen in eigen beheer uit te voeren.

‘Doorontwikkelen van minimaregelingen’ ‘Meer inzicht in en grip op de effectiviteit van het beleid’ De gemeente geeft aan behoefte te hebben aan monitoring en evaluatie, zodat zicht ontstaat op de effecten van de inzet bij schuldhulpverlening. Geplande activiteiten hierin (voor 2019) zijn met name deelname aan benchmarking (Divosabenchmark) en verbetering van de monitoring van informatie van minimaregelingen en schuldhulpverlening. In dit kader constateert de rekenkamer dat de gemeente inmiddels een realtime monitoring van gegevens in een ‘dashboard sociaal domein’ heeft opgezet, waarin ook data over schuldhulpverlening worden bijgehouden. Er zijn hierover geen rapportages beschikbaar. De gemeente Venlo is geen deelnemer aan de Divosa-benchmark.

In het Addendum van het beleidsplan (november 2020) is aangegeven dat: • het beleid wordt gevolgd aan de hand van de fases preventie, (vroeg)signalering, curatie en nazorg; • de focus wordt gelegd op preventie en (vroeg)signalering; • preventie planmatig wordt vormgegeven door aan te sluiten bij ‘life events’; • (Vroeg)signalering wordt gebaseerd op 3 pijlers: interne verwijzingen, externe doorverwijzingen en signaleren door derden; • een campagne wordt gestart om inwoners ook zelf te weg naar ondersteuning te laten vinden. In het Addendum hebben doelen een vertaling c.q. operationalisatie gekregen in twee (meetbare) indicatoren. Er is in het kader van preventie en vroegsignalering een indicator benoemd die zicht moet geven op de gemiddelde schuldhoogte bij aanvang van een traject. Met behulp van deze indicator - die nog concreet in schuldhoogte dient te worden vastgesteld - kan worden bepaald of het beleid effectief is. Een afname van de gemiddelde schuldhoogte (bij aanmelding bij klantadviseurs SHV) in de loop der tijd kan er (mogelijk) op wijzen dat men eerder zicht heeft op Pagina 30

de ontwikkeling van schulden en daar eerder op in kan grijpen. Met de registratie van deze schuldhoogte is oktober 2020 gestart. Aangezien de gemeente aangeeft hierover geen historische gegevens te hebben, wil ze eerst een jaar inventariseren wat de gemiddelde schuldhoogte is/zal zijn alvorens een bepaalde hoogte/bedrag vast te stellen (de indicator is met andere woorden nog niet concreet ingevuld). Voor de oplossing van schuldenproblemen heeft de gemeente de norm vastgesteld dat 85% van de schuldhulptrajecten schuldenvrij moet worden afgesloten. In de overeenkomst van de gemeente met PLANgroep is vastgelegd dat 85% van de schuldregelingen succesvol moet worden afgerond. Dit gespecialiseerde deel van de schuldhulpverlening wordt in Venlo door PLANgroep verzorgd en deze externe organisatie dient ook hierover te rapporteren6. Daaruit blijkt dat in 2019 een slagingspercentage van 82% is behaald en in 2020 100%.7 In het rekenkamerrapport uit december 2019 is geconstateerd dat het opgestelde beleidsplan een summier beeld gaf van het proces van schuldhulpverlening en van enkele basisgegevens over het aantal meldingen bij het cluster SHV van de gemeente en het aantal schuldregelingen bij PLANgroep in voorgaande jaren. Verklaringen voor ontwikkelingen werden niet gegeven, mede vanwege het ontbreken van monitoring daarvan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.venlo.nl/api/v1/meetings/506/documents/11065