073rv+rb Verordening nadeelcompensatie Venlo 2023.pdf
Tekst van het document
qnh_zaaknummerqnh_Berichtnummer
Raadsvoorstel
GEMEENTEBESTUUR
raadsnummer 2022
ons kenmerk 1903367
collegevergadering d.d. raadsvergadering d.d. programma portefeuillehouder
73 25 oktober 2022 21 december 2022 Leefbaar Venlo T. Verhaegh
team RGJZAT steller J.M.G. Vincken doorkiesnummer +31 77 3596235 e-mail j.vincken@venlo.nl datum 11 oktober 2022 bijlage(n) datum verzonden
Onderwerp Verordening nadeelcompensatie Venlo 2023
Advies De bijgaande Verordening nadeelcompensatie Venlo 2023 vast te stellen.
Aanleiding De overheid kan rechtmatig handelen, maar toch schade veroorzaken. Bijvoorbeeld door het verlenen van een omgevingsvergunning die de aanleg van een appartementencomplex mogelijk maakt, waardoor het eigendom van het naastgelegen perceel in waarde achteruitgaat of door werkzaamheden aan de weg, waardoor een bedrijf (tijdelijk) onbereikbaar is en inkomsten misloopt. Het gaat dus niet alleen om schade veroorzaakt door rechtmatige besluiten, maar ook om schade veroorzaakt door rechtmatige feitelijke handelingen. Nadeelcompensatie is daarmee breder dan het begrip 'planschade' uit de Wet ruimtelijke ordening. Bij planschade gaat het enkel om inkomensderving of vermindering van de waarde van een onroerende zaak als gevolg van een planologische maatregel. Vooropgesteld wordt dat de overheid niet verplicht is om iedere schade die zij in de rechtmatige uitoefening van haar publieke taken veroorzaakt, in zijn geheel te vergoeden. Dat overheidsingrijpen voor sommige burgers en ondernemingen nadelige gevolgen kan hebben, is namelijk onvermijdelijk. Tot op zekere hoogte moeten deze gevolgen dus worden geaccepteerd (normaal maatschappelijk risico (hierna: nmr)). Burgers die door rechtmatig overheidsoptreden schade lijden die uitgaat boven het nmr en in vergelijking tot anderen onevenredig zwaar worden getroffen, kunnen desgevraagd schadevergoeding ontvangen (artikel 4:126 Awb).
De hoogte daarvan moet in zo’n geval redelijk zijn. De schadevergoeding dekt dus niet vanzelfsprekend de volledige schade. Een deel van de schade zal altijd voor eigen rekening blijven. Waarschijnlijk treedt per 1 juli 2023 de nieuwe nadeelcompensatieregeling van titel 4.5 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) in werking. Deze treedt uiterlijk tegelijk met de Omgevingswet in werking. De regeling heeft betrekking op schade die een bestuursorgaan in de rechtmatige uitoefening van een publiekrechtelijke bevoegdheid of taak
Raadsvoorstel
veroorzaakt. Het doel van de nieuwe regeling is om te komen tot meer eenduidigheid en overzichtelijkheid in het nadeelcompensatierecht. Daarnaast is de verwachting dat op 1 juli 2023 ook de Omgevingswet in werking treedt. De Omgevingswet bevat een specifiek op het omgevingsrecht toegesneden nadeelcompensatieregeling die enkele aanvullende regels op de Awb bevat (afdeling 15.1 van de Omgevingswet). Ten opzichte van de Awb bevat de reikwijdte van de Omgevingswet een nadere afbakening van schadeoorzaken. Daarmee wordt de brede grondslag van de regeling in de Awb beperkt. Onder de Omgevingswet komt het bekende begrip ‘planschade’ te vervallen.
Beoogd effect Het doel van het vaststellen van een verordening voor nadeelcompensatie is dat de adviescommissie zo een solide basis krijgt en dat het heffen van een recht zo bij wettelijk voorschrift is geregeld. Het beoogde effect is dat daarmee een uniforme werkwijze ontstaat voor de behandeling van verzoeken tot nadeelcompensatie.
Argumenten 1.1 De inwerkingtreding van titel 4.5 van de Awb en de Omgevingswet is aanstaande. Zodra titel 4.5 van de Awb en de Omgevingswet in werking treden krijgen we te maken met de nieuwe nadeelcompensatieregelingen. Met de Verordening nadeelcompensatie gemeente Venlo 2023 zijn we voorbereid op het in behandeling nemen van verzoeken om schadevergoeding. Het uitstel van de inwerkingtreding van de Omgevingswet leidt niet tot aanpassing van de verordening. In de bepaling over de inwerkintreding is daarmede rekening gehouden. 1.2 De planschaderegeling op grond van de Wet ruimtelijke ordening komt te vervallen. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet komt de planschaderegeling op grond van de Wet ruimtelijke ordening te vervallen. Daarmee vervalt tevens de grondslag voor de huidige “Procedureverordening voor advisering tegemoetkoming in planschade gemeente Venlo 2010” en komt deze dan ook te vervallen. 1.3 De verordening geeft eenduidige regels over het in behandeling nemen van een aanvraag om nadeelcompensatie. De nieuwe wettelijke regelingen over nadeelcompensatie zijn grotendeels uitputtend bedoeld. Ze bevatten regels over de procedure en bijbehorende beslistermijnen. Slechts over enkele onderwerpen is het mogelijk om aanvullend regels op te nemen in een gemeentelijke verordening, zoals het heffen van een recht en de mogelijkheid om een adviescommissie in te schakelen.
Voor wat betreft het inschakelen van de adviescommissie zal overigens niet anders gehandeld worden dan thans bij de advisering over planschadeverzoeken. De onderwerpen die lokaal bepaald kunnen worden zijn door de VNG uitgewerkt in een modelverordening. De Verordening nadeelcompensatie gemeente Venlo 2023 is hierop gebaseerd.
1903367
2
Raadsvoorstel
1.4 Door het vaststellen van de verordening kan een recht worden geheven. Voor het in behandeling nemen van een aanvraag om schadevergoeding kan een recht geheven worden. De hoogte van het recht voor het in behandeling nemen van een aanvraag om schadevergoeding is een lokale keuze. Het recht mag op grond van artikel 4:128 Awb maximaal € 500,- bedragen. In de voorliggende verordening is er voor gekozen om aan te sluiten bij het bedrag dat thans voor het in behandeling nemen van een verzoek om vergoeding van planschade wordt geheven. Met een recht van € 300,- worden lichtvaardige aanvragen om nadeelcompensatie tegengegaan en is de heffing niet hoger dan de ambtelijke kosten zullen zijn voor het in behandeling nemen van de aanvraag. Overigens wordt het betaalde recht gerestitueerd indien de aanvraag leidt tot een schadevergoeding.
Kanttekeningen 1.1 Het vaststellen van deze verordening is niet verplicht. Het vaststellen van een Verordening nadeelcompensatie is niet verplicht, zoals dat bij de Procedureverordening voor advisering tegemoetkoming in planschade op basis van de Wet ruimtelijke ordening wel het geval was. De VNG adviseert echter wel om een Verordening nadeelcompensatie vast te stellen. Zonder deze verordening kan bijvoorbeeld geen recht worden geheven of een adviescommissie worden ingesteld. 1.2 Deze verordening geldt niet voor aanvragen om schadevergoeding waarop een bijzondere regeling van toepassing is. De bestaande “Nadeelcompensatieregeling kabels en leidingen Venlo 2018” is een bijzondere regeling waarop deze Verordening nadeelcompensatie geen betrekking heeft. Op aanvragen om schadevergoeding als gevolg van het nemen van maatregelen ten aanzien van kabels en/of leidingen blijft vanwege de specifieke bepalingen deze nadeelcompensatieregeling van toepassing. Na inwerkingtreding van de Omgevingswet bestaan beide regelingen dan ook naast elkaar.
Financiën Door de Verordening nadeelcompensatie ontstaan geen nieuwe administratieve lasten. De gemeente is nu ook al verplicht om in bepaalde gevallen planschade te vergoeden. Dus ook zonder verordening is het bestuur al verplicht om nadeelcompensatie uit te keren en ook nu al worden verzoeken om schadevergoeding in behandeling genomen. Voor projecten geldt dat mogelijke nadeelcompensatie en/of planschade wordt verhaald op de initiatiefnemer middels een anterieure overeenkomst.
Communicatie De Verordening nadeelcompensatie wordt bekend gemaakt in het Gemeenteblad (www.overheid.nl). Wanneer de Verordening nadeelcompensatie in werking treedt zal de informatie op www.venlo.nl hierop worden aangepast. De verordening treedt in werking op het tijdstip waarop de Omgevingswet in werking treedt.
1903367
3
Raadsvoorstel
Vervolgprocedure raad Na vaststelling en inwerkingtreding van de verordening zijn burgemeester en wethouders en de burgemeester belast met de uitvoering.
Burgemeester en wethouders van Venlo de secretaris
de burgemeester
Twan Beurskens
Antoin Scholten
Bijlagen Nr. 1.
Naam Datum Raadsbesluit Ontwerp Verordening nadeelcompensatie Venlo .. 2023
1903367
4
Raadsbesluit onderwerp raadsnummer 2022 raadsvergadering d.d.
GEMEENTEBESTUUR Verordening nadeelcompensatie Venlo 2023 73 21 december 2022
team RGJZAT steller J.M.G. Vincken doorkiesnummer +31 77 3596235 e-mail j.vincken@venlo.nl datum 12 oktober 2022
De raad van de gemeente Venlo; gelezen het voorstel van het college van 25 oktober 2022, registratienummer 1903367; gelet op de artikelen 108 en 149 van de Gemeentewet, titel 4.5 van de Algemene wet bestuursrecht en afdeling 15.1 van de Omgevingswet; besluit:
vast te stellen de navolgende:
Verordening nadeelcompensatie Venlo 2023
Artikel 1. Toepassingsbereik 1. Deze verordening heeft betrekking op aanvragen om schadevergoeding als bedoeld in artikel 4:126, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, waarvan de aanvrager stelt dat die wordt veroorzaakt door een bestuursorgaan van de gemeente. 2. Deze verordening heeft geen betrekking op aanvragen om schadevergoeding waarop een bijzondere regeling van toepassing is. Artikel 2. Heffen recht Voor het in behandeling nemen van de aanvraag om schadevergoeding wordt een recht van € 300,- geheven. Artikel 3. Aanvraag 1. De aanvrager van schadevergoeding maakt gebruik van een door het bestuursorgaan vastgesteld (elektronisch) formulier. 2. In aanvulling op artikel 4:127 van de Algemene wet bestuursrecht bevat een aanvraag mede: a. als het schade betreft wegens winst- of inkomstenderving: jaarrekeningen over het jaar waarin schade is geleden en voor zover van toepassing de drie daaraan voorafgaande jaren en de aanslagen vennootschapsbelasting of inkomstenbelasting. b. als het schade betreft wegens gederfde huurinkomsten: een afschrift van de huurovereenkomst of gebruiksovereenkomst en een eigendomsakte.
Raadsbesluit
Artikel 4. Adviescommissie 1. Het bestuursorgaan wint slechts advies in bij een adviescommissie voor zover dat naar zijn oordeel noodzakelijk is om op de aanvraag om schadevergoeding te kunnen beslissen. 2. Advies als bedoeld in het eerste lid, wordt in ieder geval niet ingewonnen als: a. de aanvraag naar het oordeel van het bestuursorgaan kennelijk ongegrond is, omdat zich kennelijk een weigeringsgrond voordoet als bedoeld in artikel 4:126, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht; b. de schade kennelijk niet kan worden toegerekend aan een door het bestuursorgaan genomen besluit of verrichte handeling; c. de aanvraag naar het oordeel van het bestuursorgaan voldoende gelijkenis vertoont met andere aanvragen waarvoor al advies is uitgebracht; d. de schadevergoeding kennelijk minder bedraagt dan € 500,- voor particulieren en € 1.000,- voor bedrijven, of e. naar het oordeel van het bestuursorgaan in de gemeentelijke organisatie voldoende deskundigheid voor de beoordeling van de aanvraag aanwezig is. 3. Een adviescommissie bestaat uit een of meer deskundigen. 4. Een adviescommissie kan worden benoemd als: a. vaste commissie, waarbij de leden door burgemeester en wethouders voor een termijn van maximaal vier jaar worden benoemd met de mogelijkheid tot herbenoeming voor maximaal vier jaar, of b.
tijdelijke commissie voor advisering met betrekking tot een of meer aanvragen, door het bestuursorgaan dat de aanvragen behandelt. Artikel 5. Procedure 1. Als advies wordt ingewonnen bij een adviescommissie, informeert het bestuursorgaan de aanvrager en belanghebbenden. 2. Bij de toepassing van de artikelen 4:7 en 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht wordt naast de aanvrager voor zover van toepassing betrokken: a. degene die de activiteit verricht en met wie een overeenkomst als bedoeld in artikel 13.3c, eerste lid, van de Omgevingswet is gesloten, en, b. als sprake is van een schadeveroorzakend besluit naar aanleiding van een aanvraag, zoals geregeld in artikel 13.3d van de Omgevingswet, de aanvrager van dat besluit of degene die de toegestane activiteit verricht, tenzij: i. de schadevergoeding redelijkerwijze voor rekening behoort te blijven van het bestuursorgaan, of ii. de schadevergoeding voldoende op een andere manier is verzekerd. Artikel 6. Uitbetaling Bij geheel of gedeeltelijke toewijzing van een aanvraag om schadevergoeding, wordt de toegewezen schadevergoeding uiterlijk betaald bij het onherroepelijk worden van het besluit op de aanvraag. Artikel 7. Aanvraag voorschot 1. Het bestuursorgaan kan op een daartoe strekkende aanvraag beslissen een voorschot te verlenen op een uit te betalen geldsom. 2.
Het voorschot bedraagt maximaal 80% van de in het conceptadvies opgenomen geldsom. 3. De artikelen 4:95 en 4:96 van de Algemene wet bestuursrecht zijn op dit voorschot van toepassing.
1903367
2
Raadsbesluit
Artikel 8. Intrekking oude regeling De “Procedureverordening voor advisering tegemoetkoming in planschade gemeente Venlo 2010” wordt ingetrokken. Artikel 9. Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag waarop Titel 4.5 van de Algemene wet bestuursrecht en Afdeling 15.1 van de Omgevingswet in werking treden. Mochten deze wettelijke regelingen op verschillende momenten in werking treden, dan geldt voor de inwerkingtreding van deze verordening de datum van de laatste inwerkingtreding van deze wettelijke regelingen. 2. Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening nadeelcompensatie Venlo 2023”.
Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 21 december 2022.
De griffier
De voorzitter
Geert van Soest
Antoin Scholten
1903367
3
Raadsbesluit
Toelichting Artikelsgewijze toelichting Artikel 1 In de Verordening nadeelcompensatie Venlo 2023 (hierna: Verordening nadeelcompensatie) is ervan uitgegaan dat aanvragen om schadevergoeding waarop een bijzondere verordening van toepassing is, geen onderdeel uitmaken van het toepassingsbereik van deze verordening. Artikel 2 Voor het in behandeling nemen van de aanvraag om schadevergoeding wordt een recht van € 300,- geheven. Met een recht van deze hoogte worden lichtvaardige aanvragen om nadeelcompensatie tegengegaan en is de heffing niet hoger dan de ambtelijke kosten zullen zijn voor het in behandeling nemen van de aanvraag. Overigens wordt het betaalde recht gerestitueerd indien de aanvraag leidt tot een schadevergoeding. Artikel 3 Hoewel in de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) al verschillende aanvraagvereisten zijn genoemd, is dit artikel opgenomen, omdat het kan helpen om de aanvrager duidelijk te maken welke stukken nodig zijn voor de aanvraag. Artikel 4 Het heeft voor eenvoudige gevallen de voorkeur om verzoeken om nadeelcompensatie snel, en dus zonder adviescommissie, af te handelen. Dit ook in verband met de kosten voor het instellen van de adviescommissie, in verhouding tot het uit te betalen bedrag.
Het uitgangspunt dat bij het opstellen van deze Verordening nadeelcompensatie is gehanteerd is dan ook dat bij de medewerkers voldoende deskundigheid aanwezig is om een deel van de aanvragen om schadevergoeding te kunnen beoordelen. In de Verordening nadeelcompensatie wordt er daarom van uitgegaan dat alleen extra deskundigheid wordt ingeschakeld voor zover dat naar het oordeel van het bestuursorgaan noodzakelijk is om op de aanvraag te beslissen. Dan wordt via een adviseur deskundigheid betrokken bij de behandeling van een aanvraag. In het tweede lid, onder d, zijn de bedragen ingevuld die als bagateldrempel fungeren. Met een dergelijke drempel hoeft geen advies te worden ingewonnen bij aanvragen tot vergoeding van heel kleine schadebedragen. Dat wil zeggen dat schade beneden deze bagateldrempel niet voor vergoeding in aanmerking komt. De aanvragen hoeven dus niet in behandeling te worden genomen en de betreffende claims kunnen direct worden afgewezen. Voor de bagateldrempel is gekeken naar die van Rijkswaterstaat. De Verordening nadeelcompensatie bevat in het vierde lid twee opties voor het benoemen van de adviescommissie, namelijk: a. benoemen voor een termijn van maximaal vier jaar waarna mogelijkheid bestaat tot herbenoeming (vaste commissie), of b. benoemen van een adviescommissie voor advisering met betrekking tot één of meerdere specifieke aanvragen.
In beide gevallen vormen de adviseurs een adviescommissie als bedoeld in artikel 4:130 Awb.
1903367
4
Raadsbesluit
Voor wat betreft het inschakelen van de adviescommissie zal overigens niet anders gehandeld worden dan thans bij de advisering over planschadeverzoeken. Dat betekent dat de beslistermijn voor zover advies wordt ingewonnen bij de behandeling van een aanvraag zes maanden is. Die termijn kan eenmaal met ten hoogste zes maanden worden verdaagd (artikel 4:130 Awb). Artikel 5 De procedure en bijbehorende beslistermijnen voor het tot stand komen van het besluit op de aanvraag om schadevergoeding zijn uitputtend geregeld in de Awb. Aanvullend hierop is vastgelegd dat het bestuursorgaan de aanvrager en belanghebbenden informeert als advies wordt ingewonnen bij een adviescommissie. De opdracht aan de adviseur(s) kan ook worden ingetrokken. In dat geval worden de aanvrager en belanghebbenden daar ook over geïnformeerd. Op de voorbereiding van het besluit op een aanvraag om schadevergoeding is de Awb van toepassing, waaronder de bepalingen over de voorbereiding van besluiten (hoofdstuk 4 van de Awb). Dat betekent onder andere dat de artikelen 4:7 en 4:8 van de Awb van toepassing zijn op grond waarvan de aanvrager en eventuele belanghebbenden, binnen de daar opgenomen kaders, in de gelegenheid worden gesteld om voorafgaand aan de beslissing op de aanvraag een zienswijze naar voren te brengen.
In het tweede lid is verduidelijkt welke partijen naast de aanvrager een zienswijze naar voren kunnen brengen. Dat zijn voor zover van toepassing degenen met wie een schadeovereenkomst is gesloten en, als sprake is van een schadeveroorzakend besluit naar aanleiding van een aanvraag: de aanvrager van dat besluit of degene die de toegestane activiteit verricht. Die zienswijze kan naar keuze schriftelijk of mondeling naar voren worden gebracht (artikel 4:9 van de Awb). Artikel 6 In deze bepaling is de uiterste betaaltermijn vastgelegd. Als een aanvraag om schadevergoeding geheel of gedeeltelijk wordt toegekend, wordt het betreffende bedrag uiterlijk bij het onherroepelijk worden van het toekenningsbesluit uitbetaald. Dus na afronding van eventuele bezwaar- en beroepsprocedures. Artikel 7 In dit artikel is vastgelegd dat het bestuursorgaan op een daartoe strekkende aanvraag kan beslissen een voorschot te verlenen op het eventueel uit te betalen bedrag aan schadevergoeding. Dit kan worden gedaan als redelijkerwijs kan worden aangenomen dat een verplichting tot betaling zal worden vastgesteld. Hiertoe kan door de aanvrager een verzoek worden gedaan. Het voorschot kan ook ambtshalve worden verleend. In het tweede lid is de maximale hoogte van het voorschot vastgelegd. Artikel 8 De Wro wordt ingetrokken als de Omgevingswet in werking treedt.
De wettelijke grondslag voor de “Procedureverordening voor advisering tegemoetkoming in planschade gemeente Venlo 2010” is daarmee komen te vervallen. In de Invoeringswet Omgevingswet (artikel 4.17 t/m 4.21) is het overgangsrecht geregeld.
1903367
5
Raadsbesluit
Artikel 9 De inwerkingtreding is gekoppeld aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Eventueel (verder) uitstel van de inwerkingtreding hoeft niet tot aanpassing van de verordening te leiden.
1903367
6