070bijl Locatiestudie jachthaven Venlo.pdf
Tekst van het document
6.2.4
Locatie Lomm Het rivierverruimings- en natuurontwikkelingsproject Lomm bevindt zich in een afrondende fase. De realisatie van een jachthaven grijpt in op gemaakte afspraken; procesmatig ligt hier een uitdaging. Dit geldt overigens ook voor de fysieke realisatie op deze locatie, die impact zal hebben op het reeds gerealiseerde project voor wat betreft rivierverruiming en de natuurontwikkelingsopgave. Afhankelijk van de impact van het realiseren van de jachthaven op deze locatie zal naar verwachting extra compensatie nodig zijn om te voorkomen dat het initiatief een negatieve impact heeft op de projectdoelstelling van deze rivierverruiming. Afhankelijk van de impact op deze projectdoelstellingen zal aanvullende compensatie nodig zijn. Om op voorhand deze impact, zo veel mogelijk, te beperken is gekozen voor positionering van de jachthaven in de noordelijke punt van het gebied, ter plaatse van de nevengeul die thans gebruikt wordt voor extensieve dagrecreatie. Hoewel met de ontwikkeling van een jachthaven op deze locatie kansen ontstaan om het dorp Lomm een ‘gezicht’ te geven naar de Maas, zijn naar verwachting de synergievoordelen hiervan beperkt. Deze synergievoordelen kunnen wél bereikt worden op een locatie die dichter gesitueerd is bij de stad, denk aan het koppelen van verschillende doelgroepen en het realiseren van cross-overs tussen verschillende vormen van recreatie.
Deze locatie ligt echter op wezenlijke afstand van zowel de bestaande jachthavenvoorziening als het centrum van Venlo. Dit kan met name een obstakel vormen om te komen tot één multifunctionele accommodatie waar verschillende vormen van waterrecreatie samenkomen. Programmatisch geniet het de voorkeur om droge en natte voorzieningen te concentreren aan één plas. In Lomm is naar verwachting een ‘knip’ noodzakelijk tussen enerzijds de jachthaven en anderzijds de oefenplas. Indien het noodzakelijk blijkt om via de Maas de oefenplas te bereiken dan is dit vanuit veiligheidsoverwegingen een onwenselijke situatie. Resumerend maakt de combinatie van onderstaande factoren deze locatie onwenselijk: Ontwikkeling grijpt in op een project dat in een afrondende fase zit. Compensatie zal nodig zijn om impact op gerealiseerde natuurdoelstellingen en rivierverruimingsdoelstellingen te beperken. Locatie levert beperkingen voor het beoogde programma. De locatie ligt op afstand van de huidige voorzieningen en gebruikersgroepen. De huidige invulling van het gebied voorziet in een behoefte en is van belang voor het dorp en de wijdere omgeving. Synergievoordelen zijn beperkt.
37
6.2.5
Vogelvlucht over de alternatieven Om een voorkeursalternatief te bepalen is het, los van de overwegingen per alternatief, ook van belang om alternatieven ten opzichte van elkaar te beschouwen. Deze vogelvlucht is met name relevant om de opgave, van het verplaatsen van de jachthaven, in breder perspectief te plaatsen. In dit kader is het allereerst van belang om de aanleiding voor het verplaatsen van de jachthaven te benoemen. Gemeente Venlo heeft de keuze gemaakt om haar industrie haven door te ontwikkelen zodat de betekenis van deze haven (als Trade-port), voor de brede regio (greenport) toeneemt. Als gevolg van deze doorontwikkeling is verplaatsing van de jachthaven nodig. Enerzijds vanuit veiligheid vanwege de toename van (vracht)scheepvaart en anderzijds vanuit de fysiek benodigde ruimte voor de groei van de haven gebonden industrie. Kortom er is een overweging gemaakt waarbij gekeken is naar de wijze waarop het gebied van (meer)waarde kan zijn bij de ontwikkeling van de brede regio. Het is dan ook niet meer dan logisch dat deze redeneerlijn ook centraal staat bij de opgave om te komen tot een nieuwe locatie voor de jachthaven. Met Raaijeind ligt er een locatie die vanwege de fysieke kenmerken weliswaar zeer geschikt is, maar waarbij synergievoordelen met andere functies beperkt zijn.
Het is een locatie waarbij de jachthaven echt als een op zichzelf staande functie binnen het gebied fungeert. Gezien de omschreven ambities voor de doorontwikkeling van watergebonden bedrijvigheid binnen Greenport, verdient het de aanbeveling om ook de potentie van deze locatie, in dit perspectief te verkennen. De functie van jachthaven, met bijbehorende faciliteiten en verenigingen sluiten qua functies goed aan op een stedelijke omgeving. Enerzijds breng je de functie hiermee dichter bij de reguliere gebruikers (verenigingen). Anderzijds is een bredere programmering mogelijk, zowel in de jachthaven als in het omliggende gebied. Er ontstaat immers een unieke kans om Venlo meer gezicht te geven naar de Maas. Dit geeft mogelijkheden voor wonen en werken maar ook in de combinatie met de in het centrum aanwezige stedelijke voorzieningen (bijvoorbeeld horeca, detailhandel). Een dergelijke locatie geeft bovendien meer mogelijkheden om een duurzame exploitatie te realiseren omdat er meer kansen zijn voor een alternatieve invulling van functies. Hierbij is het wel van belang dat een locatie op zichzelf ook geschikt is om invulling te geven aan deze functies. In voorgaande paragrafen is reeds geconcludeerd dat locatie Maaswaard veel minder kansen biedt ten opzichte van locatie Océ-Weerd.
Hoewel de dynamiek van verschillende opgaves, ontwikkeling op deze locatie ogenschijnlijk complex maakt, liggen hier ook de grootste synergievoordelen voor Venlo en de regio. Zowel in de combinatie van functies, de brede programmering alsmede ook in de waterveiligheidsopgaves (dijkversterking en ruimte voor de Maas). Van bovenstaand beschreven synergie met de stad en stedelijke functies is bij locatie Lomm geen sprake. Gezien het landelijke- en natuurlijke karakter van het gebied en de recent gerealiseerde nevengeul, vormt een jachthaven ook hier een op zichzelf staande functie. De synergievoordelen met het dorp Lomm zullen beperkt zijn. De betekenis van een jachthaven voor het dorp Lomm staat in geen verhouding met de betekenis die deze functie, in termen van programmering, kan hebben voor de stad Venlo.
38
B1 LOCATIES B1.1 Locatie Raaijeind
39
B1.2 Locatie Lomm
40
B1.3 Locatie Maaswaard
41
B1.4 Locatie Océ-Weerd
42
B2 BELEIDSANALYSE B2.1 Kaderrichtlijn Water Rijkswaterstaat verbetert de ecologische waterkwaliteit. De maatregelen die Rijkswaterstaat hiervoor neemt komen onder andere voort uit de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW). Europese aanpak Nederland en de andere landen van de Europese Unie vinden goede waterkwaliteit belangrijk in alle Europese wateren. Omdat water zich niks van landsgrenzen aantrekt, hebben we in 2000 samen afgesproken om maatregelen te nemen in de Kaderrichtlijn Water. Deze richtlijn bepaalt dat de wateren in 2027 een goed leefgebied moeten vormen voor de planten en dieren die er thuishoren. Hier is nog grote winst in te behalen door leefgebieden te herstellen, vissen ruim baan te geven en het water schoon en gezond te houden. Maatregelen Kaderrichtlijn Water Rijkswaterstaat voerde afgelopen jaren vele maatregelen uit om de ecologische waterkwaliteit te verbeteren en gaat daar de komende jaren ook mee door. Genomen maatregelen zijn bijvoorbeeld het opnieuw graven van nevengeulen bij rivieren, het maken van natuurvriendelijke oevers, het aanleggen van vispassages en het zorgen voor nieuw leefgebied in drassige gebieden. Maatregelen staan niet op zichzelf, maar zijn ingebed in de omgeving. Hierbij wordt verder gekeken dan de programmadoelstellingen.
Integrale projecten Kaderrichtlijn Water Met het aanleggen van KRW-maatregelen wordt getracht zoveel mogelijk bij te dragen aan het behouden van Natura 2000-gebieden. Een win-win. Klimaatverandering en een toenemend maatschappelijk gebruik zorgen dat de druk op de grote wateren eerder toeneemt dan afneemt. In de Programmatische Aanpak Grote Wateren worden daarom aanvullende maatregelen onderzocht die de bereikte waterkwaliteit minimaal behouden en zo mogelijk nog verder verbeteren. Het programma bevat vier onderdelen: 1. Zuidwestelijke Delta 2. IJsselmeergebied 3. Waddenzee en Eems-Dollard 4. Grote Rivieren Door realisatie van (33 type) projecten (navolgende afbeelding) is verdere achteruitgang van de ecologische waterkwaliteit te voorkomen en komen de verbeterdoelen voor Natura 2000 binnen bereik. Drie werkwijzen staan centraal bij deze aanpak: waar mogelijk de natuurlijke dynamiek herstellen, de grote wateren (weer) met elkaar en het achterland verbinden en ontbrekende – en eerder verloren – leefgebieden ontwikkelen voor plant en dier. Conclusie Er liggen mogelijk kansen om bij de ontwikkeling van een nieuwe jachthaven de koppeling te zoeken met ambities uit de KRW. Opgemerkt dient te worden dat locaties Raaijeind en Lomm reeds in ontwikkeling zijn en dat natuurontwikkeling hier integraal onderdeel van uitmaakt.
Voor locatie Maaswaard dient opgemerkt te worden dat deze locatie relatief klein is. In de praktijk zal het lastig zijn om gewenste functies te realiseren én tevens deze meekoppelkans te benutten. Locatie Océ-Weerd biedt daarentegen voldoende ruimte om een combinatie mogelijk te maken tussen recreatieve functies en natuurontwikkeling.
43
Afbeelding 8 Uitsnede projectenkaart programmatische Aanpak Grote Wateren (PAGW)
44
B2.2 Beleidslijn grote rivieren Bij hoogwatersituaties treden er in het rivierbed verschillen op in de rivierkundige omstandigheden. Sommige delen van het rivierbed dragen vooral bij aan de afvoer van water, terwijl andere delen vooral een waterbergende functie hebben. Ook verschilt de noodzaak voor en effectiviteit van rivierverruimende maatregelen van plek tot plek. Deze verschillen rechtvaardigen een gedifferentieerde afweging van het toelaten van activiteiten, binnen de doelstellingen van de beleidslijn.
Afbeelding 9 Uitsnede uit Beleidsregels grote rivieren
45
De beleidsregels maken dan ook onderscheid in de volgende twee afwegingsregimes: Het stroomvoerend regime. In deze delen van het rivierbed zijn in principe alleen specifiek omschreven riviergebonden activiteiten toegestaan ('Ja, mits'). Niet-riviergebonden activiteiten zijn niet toegestaan; alleen voor specifiek omschreven activiteiten zijn uitzonderingen mogelijk ('Nee, tenzij'). Alle activiteiten moeten voldoen aan rivierkundige voorwaarden. Het bergend regime. Dit geldt voor delen van het rivierbed waar in principe alle activiteiten kunnen worden toegestaan, mits deze voldoen aan de gestelde rivierkundige voorwaarden ('Ja, mits'). In de Beleidsregels grote rivieren wordt voor de gebieden rond de grote rivieren aangegeven welke activiteiten toegestaan zijn. Vanuit het nationaal Deltaprogramma werken Rijk, waterschappen, provincies en gemeenten op een vernieuwende manier samen, met inbreng van kennisinstellingen, maatschappelijke organisaties, bedrijven en burgers. Dit gebeurt voor drie thema’s: Waterveiligheid, Zoetwater en Ruimtelijke adaptatie. De samenwerking krijgt invulling in nationaal en in regionaal verband. Om te komen tot een integrale aanpak van grote maatschappelijke opgaven in en langs de rivieren is gestart met het Programma Integraal Riviermanagement (IRM).
Specifiek voor deze locatiestudie is de voorverkenning Vierwaarden, die voortkomt uit dit programma, relevant. In bijlage B2.6 wordt nader ingegaan op deze voorverkenning. Conclusie Voor elk van de locaties geldt dat deze geheel, of in het geval van Raaijeind gedeeltelijk, gelegen zijn binnen het stroomvoerende regime. Riviergebonden activiteiten zijn hier toegestaan. Voor het realiseren van bebouwing zal hier voldaan moeten worden aan rivierkundige randvoorwaarden. Voor locatie Raaijeind geldt dat met name het hoger gelegen plangebied buiten deze aanduiding valt. Realisatie van droge voorzieningen is hier, vanuit perspectief van deze beleidsregel, toegestaan.
46
B2.3 Hoogwaterbeschermingsprogramma In het Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP) werken de 21 Nederlandse waterschappen en Rijkswaterstaat samen aan de grootste dijkversterkingsoperatie ooit sinds de Deltawerken. De komende jaren worden er honderden kilometers aan dijken versterkt. Het doel van het HWBP is dat in 2050 alle primaire keringen op een sobere en doelmatige wijze zijn versterkt, zodat deze voldoen aan de wettelijke normen zoals die zijn vastgelegd in de Waterwet. Hiermee wordt de waterveiligheid van Nederland gewaarborgd. Het gaat hier om 1.300 km aan dijken en bijna 500 sluizen en gemalen die versterkt moeten worden. (HWBP) Noordelijke Maasvallei Limburg Sinds 2016 wordt in de Limburgse Noordelijke Maasvallei aan HWBP-projecten gewerkt. Voor een vijftal trajecten (Nieuw Bergen, Belfeld, Well, Thorn-Wessem en Venlo-Velden) binnen de Noordelijke Maasvallei wordt momenteel onderzocht of voor deze trajecten in de toekomst de huidige norm gehandhaafd blijft (of dat kan worden volstaan met een lagere norm). Een beslissing hierover wordt genomen na de evaluatie van de Waterwet in 2024, mede op basis van het advies dat de Deltacommissaris zal geven. Daarom is gekeken naar mogelijkheden om, binnen de wetgeving en met behoud van de financiering, te komen tot een zo laag mogelijk ontwerp van de dijk.
Bij deze trajecten kan gedraaid worden aan de ‘ontwerpknop’ levensduurverkorting: een dijk met een kortere levensduur is lager, omdat er voor een kortere periode rekening wordt gehouden met economische groei en klimaatverandering. Uiteraard wordt daarbij de specifieke situatie van het betreffend dijktraject in acht genomen. Venlo-Velden Voor de dijkopgave en de (systeemwerkingsmaatregel) dijkteruglegging Venlo-Velden moeten Waterschap Limburg en het Rijk opnieuw afspraken maken om tot een HWBP/MIRT-verkenning te komen. MIRT staat voor Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport. Om hiertoe te komen zijn partijen een voorverkenning gestart: de pilot Vierwaarden. Conclusie Alleen locatie Océ-Weerd is gelegen binnen de projectgrenzen van het HWBP-programma (Venlo-Velden). Op dit traject ligt derhalve nog een opgave voor voornoemd programma. Ontwikkeling van de jachthaven op locatie OcéWeerd kan mogelijk uitgewerkt worden in combinatie met doelstellingen voor het HWBP. Voor de overige locaties geldt deze meekoppelkans niet.
47
Afbeelding 10 Dijkringen WL in Hoogwaterbeschermingsprogramma
48
B2.4 POVI Op 15 december 2020 is door de Gedeputeerde Staten de Omgevingsvisie Limburg vastgesteld. Conform de planning zou de Omgevingsvisie in april 2021 door de Provinciale Staten vastgesteld worden, dit is echter tot op heden nog niet gebeurd. Tot die tijd dient de planvorming te worden getoetst aan de Omgevingsvisie POL2014. Vooruitlopend op de vaststelling wordt onderhavig planvoornemen getoetst aan de uitgangspunten van de Omgevingsvisie Limburg. In de Omgevingsvisie wordt onderscheidt gemaakt in drie hoofdopgaven. De hoofdopgaven zijn: 1. Een aantrekkelijke, sociale, gezonde en veilige leefomgeving in: a. stedelijk c.q. bebouwd gebied. b. in landelijk gebied. 2. Een toekomstbestendige, innovatieve en duurzame economie (inclusief landbouwtransitie). 3. Klimaatadaptatie en energietransitie. Aangaande het aspect Cultuur, sport en erfgoed wordt gesteld dat de provincie streeft naar: Een divers aanbod van regionale voorzieningen voor sport en cultuur. Het behoud en (her)gebruik van cultureel erfgoed en monumenten in hun omgeving. Een zorgvuldige omgang met en behoud van archeologische waarden. In Limburg werken culturele makers in een creatief en innovatief klimaat, gefaciliteerd door voorzieningen in de fysieke omgeving. Deze culturele voorzieningen dragen net als sportieve voorzieningen bij aan een aantrekkelijk woon- en vestigingsklimaat in Limburg.
Dat is van belang voor inwoners, werknemers, werkgevers en de toeristische sector. Hierdoor wordt het voor jongeren en studenten interessanter om in onze provincie te blijven of om ernaar terug te keren. Verder zijn het religieuze en verenigingsleven en de daarbij behorende accommodaties een belangrijk onderdeel van onze maatschappij. Sporten is niet alleen ontspannend, het heeft ook een positief effect op de mentale en fysieke gezondheid. Sportstimulering kan een belangrijke bijdrage leveren aan de gezondheid van de Limburgers. Daarbij is het van belang om rekening te houden met trends in de sportbeoefening. Sporten in geijkte verbanden, zoals sportclubs, neemt af. Mensen sporten meer individueel of in niet-reguliere locaties en verbanden. Dit betekent dat er een opgave ligt om bestaande sportvoorzieningen aan te passen en nieuwe voorzieningen te creëren die aansluiten op de veranderende behoefte, ook in de openbare ruimte. Culturele en sportevenementen zorgen voor een levendige omgeving, een positief imago en stimuleren de plaatselijk economie. Ze bieden bewoners en bezoekers de mogelijkheid hun vrije tijd prettig te besteden en dragen bij aan de leefbaarheid van de omgeving. Evenementen zorgen voor verbinding, versterken het gemeenschapsgevoel en de betrokkenheid van bewoners en bezoekers bij de omgeving.
Tegelijkertijd kan het ook negatieve effecten met zich meebrengen, zoals druk op de leefbaarheid en op openbare (natuur)gebieden. De figuren geven de zoeklocaties weer binnen de POVI, deelgebied Limburgse principes. Groenblauwe mantel Het Maasdal, de beekdalen en steilere hellingen – voorheen de bronsgroene landschapszone en zilvergroene natuurzone – vormen samen de circa 36.000 hectare grote groenblauwe mantel binnen de landelijke gebieden van Limburg. De gebieden liggen als een soort mantel tussen en om het Natuurnetwerk Limburg. Het zijn gebieden waar we goede combinatiemogelijkheden zien voor duurzame vormen van (kringloop) land- en tuinbouw en andere economische functies, vooral door hergebruik van reeds aanwezige monumentale en beeldbepalende gebouwen. De focus ligt hier op het versterken van het klimaatadaptieve karakter met meer ruimte voor de beken en de Maas, de biodiversiteit en de kernkwaliteiten van het landschap. Op veel plekken zijn in de rivier- en beekdalen in de loop der tijd steden en dorpen tot ontwikkeling gekomen. Die bebouwde gebieden maken geen deel uit van de groenblauwe mantel, maar staan er wel mee in verband.
49
Afbeelding 11 Uitsnede uit POVI
50
Natuurnetwerk Limburg De Limburgse natuurgebieden, waaronder ook de Natura 2000-gebieden, vormen samen het Limburgse deel van het Natuurnetwerk Nederland. Het Natuurnetwerk Limburg beslaat circa 53.000 hectare. Het Natuurnetwerk Limburg is gelegen in delen van beekdalen, op hellingen en op veen- en stuifzandgebieden van de hoger gelegen gebieden. Binnen het Natuurnetwerk Limburg wordt ingezet op een goede kwaliteit en bescherming van de natuur met een bijzonder accent op bedreigde Limburgse dier- en plantensoorten. Daarnaast is het bieden van mogelijkheden voor natuurbeleving belangrijk. De Natura 2000-gebieden (circa 17.000 hectare) vormen een selectie binnen het Natuurnetwerk Limburg. Hier ligt de absolute nadruk op de natuurwaarden: het zo spoedig mogelijk en verantwoord bereiken van een gunstige staat van instandhouding van de soorten en habitatten, waarop de aanwijzing als Natura2000-gebied is gebaseerd. De Natuurbeheerplannen van de 23 Natura 2000-gebieden in Limburg beschrijven wat daarvoor nodig is. Vanuit Europa geldt een strenge wet- en regelgeving die gericht is op beheer en bescherming van de natuurwaarden. We werken onder andere via het Aanvalsplan Stikstof aan het verbeteren van de omgevingskwaliteit van de Natura 2000-gebieden.
Buitengebied Het buitengebied betreft de landelijke gebieden op de Zuid-Limburgse plateaus en op de hogere zandgronden in Noord- en Midden-Limburg, samen zo’n 85.000 hectare groot. Vergeleken met Noord- en Midden-Limburg zijn er in Zuid-Limburg minder mogelijkheden voor intensieve vormen van grondgebruik op de plateaus. Dit komt door de aard van de ondergrond en de aanwezige omgevingskwaliteiten. Op de hogere zandgronden van Noord- en Midden-Limburg is, rekening houdend met de droogtegevoeligheid en de kwaliteit van de grondwatervoorraden, een breed scala aan grondgebruiksvormen mogelijk, rekening houdend met de ruimteclaims vanuit de verschillende transitieopgaves. Conclusie Locatie Raaijeind is volledig gesitueerd binnen de aanduiding Groenblauwe mantel. De overige zoeklocaties zijn daarnaast ook gedeeltelijk gesitueerd binnen de aanduiding Natuurnetwerk Limburg. Voor locaties die gelegen zijn binnen de aanduiding Natuurnetwerk Limburg gelden doorgaans strengere eisen en randvoorwaarden voor ontwikkelingen, dit ter bescherming van de natuur. Locaties gelegen in de aanduidingen Groenblauwe mantel en Buitengebied kennen doorgaans meer ontwikkelingsvrijheid.
51
B2.5 Ruimtelijke structuurvisie Venlo Op 25 juni 2014 heeft de gemeenteraad van Venlo de Ruimtelijke structuurvisie Venlo vastgesteld. In de structuurvisie staat de hoofdlijn van het ruimtelijk beleid voor de gemeente Venlo beschreven. Hieruit is af te leiden wat er de komende jaren op ruimtelijk gebied wel en niet mogelijk is. De structuurvisie geldt voor het hele grondgebied van de gemeente Venlo, met uitzondering van Klavertje 4, Klein Vink en Laerbroeck. Voor deze gebieden bestaan aparte structuurvisies. In de Ruimtelijke structuurvisie Venlo zijn niet de regels, maar de ambities en opgaven het uitgangspunt. Nieuwe initiatieven worden in de toekomst nadrukkelijker beoordeeld op het maatschappelijk rendement. Dit rendement wordt bepaald door de mate waarin ontwikkelingen bijdragen aan het bereiken van de ambities van Venlo die zijn vastgelegd in de Strategische Visie 2030. De ruimtelijke structuurvisie is verdeeld in vijf thema's, de zogenaamde majeure opgaven. Daarnaast zijn er drie aandachtspunten geformuleerd die op elke ruimtelijke beslissing van toepassing zijn, de basisprincipes. Majeure opgaven Drukte in het ommeland: het contrast tussen buitengebied en stedelijk gebied verscherpen door het buitengebied ook daadwerkelijk als buitengebied te behandelen. Dit betekent het combineren van meerdere functies, zoals landbouw, recreatie, waterberging en natuurontwikkeling.
Ruimte in de stad: het contrast tussen buitengebied en stedelijk gebied door de beschikbare ruimte in bestaand stedelijk gebied maximaal te benutten. Leven met de Maas: ruimte geven aan de rivier en haar beken om te anticiperen op klimaatverandering. Voorzieningen op maat: zorgen voor vitale en toekomstbestendige voorzieningenclusters die aansluiten bij de reële behoefte van de samenleving. Robuuste structuren: werken aan een weerbare infrastructuur voor personen- en goederenvervoer. Daarnaast vraagt het gebruik van de ondergrond en het opwekken van schone energie steeds meer aandacht. Naast deze majeure opgaven wordt er uitgegaan van drie basisprincipes, aandachtspunten die van toepassing zijn op elk ruimtelijk initiatief. Dit betekent concreet dat een initiatief als kansrijker wordt beschouwd als: Het de uitgangspunten van Cradle to Cradle (C2C) als vertrekpunt hanteert. De vraag wordt gesteld wat het betrekken van (Duitse) regiogemeenten kan betekenen. Het zelf georganiseerd draagvlak geniet. Kernopgave In het hoofdstuk Robuuste structuren is het vinden van een nieuwe locatie voor de jachthaven en de daarbij behorende watersportrecreatie benoemd als onderdeel van de onderzoeksopgave voor de uitbreiding van de industriehaven. Op de visiekaart Robuuste structuren is een indicatief zoekgebied weergegeven.
Een jachthaven in het stedelijk gebied heeft een meerwaarde voor de kwaliteit en complementariteit van het stedelijk centrum, als onderdeel van de woonaantrekkelijkheid van Venlo als stad aan het water en door het vergroten van de toeristische belevingswaarde. In aanvulling op ‘leven met de Maas’ kan het aanleggen van een jachthaven mogelijk gecombineerd worden met het uitwerken van een hoogwatermaatregel in de vorm van een nevengeul. Conclusie De gemeentelijke structuurvisie heeft in het kader van de gewenste robuuste structuren een zoekgebied aangegeven waarbinnen verplaatsing van de jachthaven mogelijk is. De locaties Maaswaard en Océ-Weerd liggen binnen dit zoekgebied. De overige locaties liggen buiten dit zoekgebied. Verder liggen er vanuit de opgave ‘leven met de Maas’ nog opgaves ter plaatse van locaties Lomm en Océ-Weerd. Op de locatie in Lomm wordt reeds, in het kader van project Zandmaas, gewerkt aan de realisatie van een robuuste hoogwaterbescherming. Voor de locatie Océ-Weerd moet deze opgave nog uitgewerkt worden. Voor locaties Maaswaard en Océ-Weerd geldt tenslotte dat er kansen liggen vanwege de nabijheid van de stad en het versterken van de interactie tussen stad en Maas, bijvoorbeeld vanuit toeristisch-recreatief perspectief.
52
Afbeelding 12 Uitsnede uit structuurvisie Venlo 2014 – Drukte in het ommeland (bron: www.gemeentevenlo.nl)
53
Afbeelding 13 Uitsnede uit structuurvisie Venlo 2014 – Robuuste structuren (bron: www.gemeentevenlo.nl)
54
Afbeelding 14 Uitsnede uit structuurvisie Venlo 2014 – Leven met de Maas (bron: www.gemeentevenlo.nl)
55
B2.6 Vierwaarden In november 2020 heeft minister Van Nieuwenhuizen besloten dat er met een voorverkenning (zogeheten fase 0) kan worden gestart voor een samenhangende aanpak ten noorden van Venlo. In de voorverkenning wordt onderzocht welke opgaven het gebied heeft en welke denkbare oplossingsrichtingen mogelijk zijn. Het doel van de voorverkenning is dat de betrokken overheden samen kunnen besluiten of en zo ja welk vervolg zij haalbaar en wenselijk vinden, bijvoorbeeld het starten van een verkenning. In deze voorverkenning worden geen keuzes gemaakt voor een of meer oplossingsrichtingen, ook vallen er nog geen oplossingsrichtingen af. Het project Vierwaarden is een initiatief van gemeenten Horst aan de Maas en Venlo, provincie Limburg, Waterschap Limburg en het Rijk (ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en Rijkswaterstaat). Waterschap Limburg treedt namens de samenwerkende overheden op als trekker. Samen onderzoeken ze gebiedsopgaven en de mogelijkheden om een vervolgstap te zetten. De projectnaam Vierwaarden verwijst naar vier weerden (uiterwaarden). Dit zijn de Maasoevers bij: Venlo-Velden Grubbenvorst Lottum en Hertogbroek (Arcen) Het onderzoeksgebied betreft een terrassenlandschap met oude geulen. Na de hoogwaters in 1993 en 1995 zijn in het gebied dijken aangelegd.
In dit gebied liggen meerdere kansen voor versterking en ontwikkeling van gebiedskwaliteiten, verbetering van de hoogwaterbescherming en verbetering van het functioneren van de rivier (waterstandsverlaging en behoud rivierbed). Denk hierbij aan mogelijke maatregelen gericht op natuur, landschap, cultuur, recreatie, toerisme, landbouw, delfstoffenwinning en waterveiligheid (dijkversterking, dijkverlegging, kwel-/natuurgeul, hoogwatergeul, nevengeul). Daarnaast verwijst de projectnaam naar vier waarden, te weten: Ruimtelijke kwaliteit – o.a. natuur, landschap, cultuur Functioneren riviersysteem Leefbaarheid Hoogwaterveiligheid Het streven is om te komen tot één samenhangende aanpak waarin alle opgaven en ambities logisch en met oog voor de landschappelijke waarden samenkomen. Zonder dat er nu al keuzes gemaakt worden (dat gebeurt past in de eventueel te starten verkenning). Een samenhangende aanpak is nodig omdat bovenstaande vier locaties in elkaars nabijheid liggen en mogelijk elkaars werking beïnvloeden, bijvoorbeeld op het gebied van natuurontwikkeling, recreatie en toerisme, rivierkundig functioneren (waterstandsverlaging) en hoogwaterbescherming. Bij het in beeld brengen van de opgaves voor het gebied en de denkbare maatregelen komt onder andere het vraagstuk van de jachthaven aan bod.
Conclusie In het gebied Venlo – Arcen – Lottum – Grubbenvorst kunnen dijkversterking en rivierverruiming (systeemmaatregel Venlo-Velden) in combinatie met natuurontwikkeling en gebiedsontwikkeling samenkomen. De combinatie van de diverse maatregelen kan de hoogwaterveiligheidsopgave in de bebouwde kern van Venlo betekenisvol verlagen. Welke kansen hier liggen wordt in de preverkenning Vierwaarden onderzocht. De preverkenning is een pilot binnen het Integraal Riviermanagement (IRM). Het is logisch dat in dit perspectief ook gekeken wordt naar de meekoppelkans voor het verplaatsen van de jachthaven in combinatie met eventuele ingrepen zoals het graven van een geul ten dienste van waterstandsverlaging.
56
B2.7 Actieplan Waterrecreatie Midden- en Noord-Limburg De provincie Limburg ziet de Maas en de watersport als kansrijk productelement voor verdere versterking van de toeristisch-recreatieve sector. Gezien het succes en draagvlak voor het ontwikkelprogramma Nautisch programma van eisen Maasplassen is vervolgens het Actieplan Waterrecreatie Midden- en Noord-Limburg opgesteld. Het maakt onderdeel uit van het Investeringsprogramma Toerisme en Recreatie en is in samenspraak met experts uit de regio opgesteld. Afbakening Het actieplan Waterrecreatie is bedoeld als ontwikkelingsinstrument voor de waterrecreatie met een directe relatie met de Maas en de doorgaande kanalen. Het geeft richting aan de varende watersport en daaraan gekoppelde sport- en recreatiebeleving. Er zijn talloze raakvlakken met andere recreatieve activiteiten, zoals fietsen en zwemmen. Deze vormen zelf geen onderdeel van het programma. Oeverrecreatie is onderdeel van het programma voor zover relevant voor de Maas, de Maasplassen en de kanalen. Visie Waterrecreatie is een belangrijke markt met groeipotentie die past bij Limburg. Het water is voor Midden- en NoordLimburg een beeldbepalende factor waar beter gebruik van gemaakt moet worden. Daarbij is de focus op nieuwe doelgroepen en nieuwe gebruikers belangrijk, omdat daar kansen liggen; bovendien heeft de watersportsector door vergrijzing verjonging nodig.
Daarvoor moet het water bereikbaar zijn, de plassen beleefbaar, de gebruiksvormen voor nieuwe waterrecreanten met andere recreatievormen beschikbaar en de bestemmingen bezoekbaar . Dynamiek en innovatie voor nieuwe markten moet daarbij van de ondernemers komen, waarbij de overheid zorgt voor behapbare regelgeving en betaalbare uitvoering. Programmalijnen Het actieplan voorziet in de volgende programmalijnen Nieuwe doelgroepen en verjonging van publiek Bereikbare en bruikbare oevers/bestemmingen Integratie met ‘droge’ recreatiesector Betaalbaarheid en realiseerbaarheid Onderstaande afbeelding geeft schematisch inzicht in hoe uitvoering van projecten tot stand kan komen. Initiatieven vormen de basis en kunnen op ondersteuning rekenen wanneer ze positief bijdragen aan voornoemde programmalijnen. Daarnaast liggen er kansen om initiatieven aan te haken aan bredere gebiedsontwikkelingen die rondom de Maas spelen. Koploperproject Venlo Het Koploperproject Venlo brengt de lokale ambities in beeld die mogelijk gecombineerd kunnen worden met hoogwaterveiligheidsmaatregelen voor dit deeltraject. Er zijn ambities rond transport over water, woningbouw, herontwikkeling van diverse locaties en hervestiging van een jachthaven. Daarnaast heeft Venlo de wens beter bereikbaar te worden voor de riviercruisemarkt en zo in te spelen op deze groeimarkt.
Recreatieve planonderdelen Verplaatsing jachthaven Riviercruisevoorzieningen
57
Afbeelding 15 Actieplan Waterrecreatie Midden- en Noord-Limburg, 19 april 2016
Conclusie Het behouden van een veilige jachthaven voor de gemeenschap is vanuit perspectief op waterrecreatie een absolute meerwaarde, zeker gezien het aandeel jongeren dat via deze voorzieningen kennis maakt met het water. De overige programmalijnen richten zich op het zoeken naar cross-overs met andere vormen van recreatie en een combinatie van ‘nat’ en ‘droog’ aanbod. Het gaat ook over bereikbare en goed ontsloten locaties en locaties waarbij het ook financieel mogelijk is een duurzame exploitatie te realiseren. In dit kader is het in ieder geval belangrijk dat de beoogde locatie geschikt is voor clustering van verschillende activiteiten. Dit sluit aan bij wensen van gebruikers om te komen tot een brede watersportaccommodatie. De synergie met de stad geeft kansen voor verdere verbreding van doelgroepen en van recreatief aanbod (nat en droog). Ook voor de bereikbaarheid van de voorzieningen levert dit voordeel. In dit kader kan gesteld worden dat de Locatie Lomm minder voordelen biedt. Locatie Raaijeind is gezien de ligging vergelijkbaar aan de huidige locatie van de jachthaven maar biedt minder potentie op dit punt dan locaties Maaswaard en Océ-Weerd. Deze laatste locaties staan veel directer in verbinding met het centrum van Venlo wat cross-overs mogelijk maakt.
58
B2.8 Bestemmingsplan B2.8.1 Raaijeind Ter plaatse van de zoeklocatie Raaijeind (gemeente Horst aan de Maas) gelden de vigerende bestemmingsplannen Centrale verwerkingsinstallatie Raaieinde, dat in november 2015 door de gemeenteraad van Horst aan de Maas is vastgesteld en Bestemmingsplan Buitengebied Horst aan de Maas, dat in december 2017 door de gemeenteraad van Horst aan de Maas is vastgesteld (figuur 58). Het plangebied heeft hierin de bestemmingen: Agrarisch met waarden Bedrijf - Bouwgrondstoffenverwerking Groen Natuur – Natuurontwikkeling en Water Daarnaast kent de zoeklocatie de dubbelbestemmingen: Waarde – Archeologie De voor Waarde – Archeologie aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor instandhouding en bescherming van oudheidkundig waardevolle elementen en terreinen. Waterstaat – Stroomvoerend rivierbed De voor Waterstaat – Stroomvoerend rivierbed aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de afvoer en doorstroming van rivierwater. Waterstaat – Waterbergend rivierbed De voor Waterstaat – Waterbergend rivierbed aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de berging van rivierwater.
Leiding – Riool De voor Leiding – Riool aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de aanleg, instandhouding en bescherming van een ondergrondse riooltransportleiding. Tot slot kent de zoeklocatie de gebiedsaanduiding Milieuzone – grondwaterbeschermingsgebied Venloschol. Ter plaatse van de aanduiding Milieuzone – grondwaterbeschermingszone Venloschol is het niet toegestaan om dieper dan 5 meter boven NAP: boorputten op te richten, in exploitatie te nemen of te hebben. de grond te roeren. werken op of in de bodem uit te voeren of te doen uitvoeren, waarbij ingrepen worden verricht of stoffen worden gebruikt die de beschermende werking van de slechtdoorlatende bodemlagen kunnen aantasten. een gesloten bodemenergiesysteem aan te leggen. Conclusie Om beoogde ontwikkeling mogelijk te maken dient de bestemming Bedrijf – Bouwgrondstoffenverwerking omgezet te worden naar de bestemming Recreatie – Jachthaven. Het wijzigen van het bestemmingsplan is voorstelbaar, mede vanuit de optiek dat de beoogde functie normaliter minder impact (milieu-hygiënisch) heeft op de omgeving dan de huidige functie. Naast het omzetten van voornoemde functie kan het ook nog zinvol zijn de bestemming Water te wijzigen in de functie Recreatie – Jachthaven om zodoende de functie als oefenplas te borgen.
Het realiseren van bouwwerken kan buiten de aanduiding van Stroomvoerend rivierbed, waardoor compensatie in dit kader niet noodzakelijk is.
59
Afbeelding 16 Uitsnede uit bestemmingsplan, locatie Raaijeind (bron:
www.ruimtelijkeplannen.nl )
60
B2.8.2 Lomm Ter plaatse van de zoeklocatie Hoogwatergeul Lomm (gemeente Venlo) gelden de vigerende bestemmingsplannen Buitengebied, dat in mei 2009 door de gemeenteraad van Venlo is vastgesteld, Hoogwatergeul Lomm+, dat in september 2014 door de gemeenteraad van Venlo is vastgesteld en Maasdal Velden; Ebberstraat 29-33, dat in september 2014 door de gemeenteraad van Venlo is vastgesteld (figuur 59). Het plangebied heeft hierin de bestemmingen: Agrarisch met waarden Ontgrondingen Natuur – Natuurontwikkeling (met deels functieaanduiding recreatie) Water Water – Rivier en Wonen Daarnaast kent de zoeklocatie de dubbelbestemmingen: Waarde – Archeologie 1 De voor Waarde – Archeologie 1 aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming en het behoud van de in deze gronden voorkomende archeologische vindplaatsen. Al hetgeen in deze regels omtrent de ondergeschikte bestemmingen binnen de gebieden met de dubbelbestemming Waarde - Archeologie 1 is toegestaan, is uitsluitend toelaatbaar indien, gehoord de gemeentelijke archeoloog en/of de beleidsadviseur monumenten van de gemeente Venlo, het verenigbaar is met het belang van het cultuurhistorisch waardevol gebied.
Waarde – Archeologie 2 De voor Waarde – Archeologie 2 aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming en het behoud van de in deze gronden voorkomende archeologische zeer hoge waarden en AMK-terreinen. Waarde – Archeologie 3 De voor Waarde – Archeologie 3 aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming en het behoud van de op en/of in deze gronden voorkomende: o cultuurhistorische waarden. o archeologische hoge en middelhoge waarden. Waterstaat – Stroomvoerend rivierbed De voor Waterstaat – Stroomvoerend rivierbed aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de afvoer en doorstroming van rivierwater. Waterstaat – Waterkering De voor Waterstaat – Waterkering aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), tevens bestemd voor de aanleg, het onderhoud en instandhouding van dijken, kaden, dijksloten en andere voorzieningen ten behoeve van de waterkering gelegen ter plaatse van de aanduiding 'waterkering'. Leiding – Riool De voor Leiding – Riool aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de aanleg, instandhouding en bescherming van een ondergrondse riooltransportleiding.
Tot slot kent de zoeklocatie de gebiedsaanduiding Vrijwaringszone – vaarweg. Ter plaatse van de aanduiding Vrijwaringszone – vaarweg mag ter waarborging van het doelmatig en veilig gebruik van de Maas als transportroute niet worden gebouwd, behoudens vaarweggebonden bouwwerken, geen gebouw zijnde ten dienste van het scheepvaartverkeer, met een bouwhoogte van maximaal 4 meter.
61
Afbeelding 17 Uitsnede uit bestemmingsplan, locatie Lomm (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl) Conclusie Het vigerende bestemmingsplan voorziet ter plaatse van de beoogde locatie in de bestemming Natuur – Natuurontwikkeling. Hierbij is ruimte voor ondergeschikte extensieve recreatie in de vorm van watersportfuncties als zeilen en kanoën, alsmede de daarvoor benodigde voorzieningen. Bij ontwikkeling van onderhavig plan is geen sprake meer van ondergeschiktheid, maar van recreatie als hoofdfunctie. Het bestemmingsplan dient gewijzigd te worden, rekening houdend met compensatie van natuurwaarden en compensatie voor het realiseren van voorzieningen in het stroomvoerend rivierbed.
62
B2.8.3 Maaswaard Ter plaatse van de zoeklocatie Maaswaard (gemeente Venlo) gelden de vigerende bestemmingsplannen Maaswaard, dat in december 2008 door de gemeenteraad van Venlo is vastgesteld en Venlo Zuid, dat in november 2011 door de gemeenteraad van Venlo is vastgesteld (figuur 60). Het plangebied heeft hierin de bestemmingen: Natuur en Water – Rivier Daarnaast kent de zoeklocatie de dubbelbestemmingen: Waarde – Archeologie middelhoog De voor Waarde – Archeologie middelhoog aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming en het behoud van de op en/of in deze gronden voorkomende archeologische waarden. Waterstaat – Stroomvoerend rivierbed De voor Waterstaat – Stroomvoerend rivierbed aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de afvoer en doorstroming van rivierwater. Waterstaat – Waterkering De voor Waterstaat – Waterkering aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), tevens bestemd voor de aanleg, het onderhoud en instandhouding van dijken, kaden, dijksloten en andere voorzieningen ten behoeve van de waterkering gelegen ter plaatse van de aanduiding 'waterkering'.
Leiding – Riool De voor Leiding – Riool aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de aanleg, instandhouding en bescherming van een ondergrondse riooltransportleiding. Tot slot kent de zoeklocatie de gebiedsaanduiding Veiligheidszone – vervoer gevaarlijke stoffen. Ter plaatse van de aanduiding Veiligheidszone - vervoer gevaarlijke stoffen zijn de gronden, behalve voor de daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor het tegengaan van een te hoog veiligheidsrisico van bewoners in verband met het vervoer van gevaarlijke stoffen per spoor. Conclusie Het vigerende bestemmingsplan voorziet ter plaatse van de beoogde locatie in de bestemmingen Natuur en Water. Hierbij is ruimte voor recreatief medegebruik. Bij ontwikkeling van onderhavig plan is geen sprake meer van medegebruik, maar van recreatie als hoofdfunctie. Het bestemmingsplan dient gewijzigd te worden, rekening houdend met compensatie van natuurwaarden en compensatie voor het realiseren van voorzieningen in het stroomvoerend rivierbed. Ook dient rekening gehouden te worden met de functie van Waterkering welke van toepassing is op een deel van het plangebied.
63
Afbeelding 18 Uitsnede uit bestemmingsplan, locatie Maaswaard (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)
64
B2.8.4 Océ-Weerd Ter plaatse van de zoeklocatie Océ-Weerd (gemeente Venlo) geldt het vigerende bestemmingsplan Océ en omgeving, dat in december 2008 door de gemeenteraad van Venlo is vastgesteld (figuur 61). Het plangebied heeft hierin de bestemmingen: Agrarisch Agrarisch onbebouwd Bedrijventerrein Horeca Natuur Sport en Water – Rivier Daarnaast kent de zoeklocatie de dubbelbestemmingen: Waterbergend Rivierbed De gronden op de plankaart aangewezen voor Waterbergend rivierbed van de Maas, op grond van artikel 16 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening aangegeven, hebben naast de andere krachtens dit plan hieraan gegeven bestemmingen, primair een waterbergende functie. Waterkering De op de plankaart voor Waterkering aangewezen gronden zijn, naast de andere voor die gronden aangewezen bestemmingen, tevens bestemd voor het onderhoud en instandhouding van dijken, kaden, dijksloten en andere voorzieningen ten behoeve van de waterkering.
Gasleiding De op de plankaart voor leidingen aangewezen gronden zijn, naast de andere voor die gronden aangewezen bestemmingen (basisbestemming), tevens bestemd voor de aanleg en instandhouding van een ondergrondse hoge druk aardgastransportleiding met een belemmerende strook ter breedte van 4 meter Rioolleiding De op de plankaart voor leidingen aangewezen gronden zijn, naast de andere voor die gronden aangewezen bestemmingen (basisbestemming), tevens bestemd voor de aanleg en instandhouding van een rioolwatertransportleiding, met een beschermingsstrook ter breedte van 2,5 meter. Tot slot kent de zoeklocatie de aanduidingen: Beschermingszone Watergang Beschermingszone Waterkering Geluidzone Conclusie Het vigerende bestemmingsplan voorziet ter plaatse van de beoogde locatie (hoofdzakelijk) in de bestemmingen Natuur en Agrarisch. Het bestemmingsplan dient gewijzigd te worden om onderhavige ontwikkeling mogelijk te maken. Hierbij dient rekening gehouden te worden met compensatie van natuurwaarden en compensatie voor het realiseren van voorzieningen in het Waterbergend Rivierbed. Ook dient rekening gehouden te worden met de functie van Waterkering welke van toepassing is op een deel van het plangebied alsmede met de aanwezige kabels en leidingen.
65
Afbeelding 19 Uitsnede uit bestemmingsplan, locatie Océ-Weerd (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)
66
B3 RUIMTELIJKE ANALYSE B3.1 Hoogteligging Onderstaande afbeeldingen geven de hoogteligging van de locaties weer op basis van informatie beschikbaar op www.ahn.nl. De locaties kennen de volgende hoogteligging: 1. Raaijeind, circa 12-19 m +NAP 2. Hoogwatergeul Lomm, circa 12 en 17 m +NAP (exclusief tijdelijk dekgronddepot) 3. Maaswaard, circa 13 en 15 m +NAP (hoogwatervluchtplaats/uitkijkpunt 18 m +NAP) 4. Océ en Weerd, tussen de 12 en 18 m +NAP (groen kade circa18,2 m +NAP) Conclusie De afbeeldingen geven een duidelijk beeld van het hoogteverloop in het terrein. Uitzondering hierop is locatie Raaijeind. Raaijeind De lopende ontgronding van de plas is nog niet doorgevoerd in betreffende hoogtekaarten. Hierdoor ontbreekt een beeld van het duidelijk aanwezige hoogteverschil op deze locatie. De bedrijfslocatie bevindt zich immers op een plateau met een aantal meters lager de waterspiegel. In basis is locatie Raaijeind dan ook qua hoogteligging geschikt voor de beoogde functies waarbij de droge functies ook op hoogte waterveilig kunnen worden aangelegd. Naar verwachting zijn weinig tot geen grondwerkzaamheden noodzakelijk om de plas geschikt te maken voor beoogde functie. Lomm Locatie Lomm laat met de aanwezige laagtes en de gerealiseerde nevengeul duidelijk zien dat het gebied in de eindfase van de ontgronding zit.
Daarnaast is er een duidelijk hoger gelegen plateau aanwezig, direct grenzend aan de plas. Dit plateau zou, qua hoogteligging, geschikt zijn voor de droge functies behorende bij de jachthaven. Naar verwachting zijn beperkte grondwerkzaamheden noodzakelijk om de plas geschikt te maken voor beoogde functie. Maaswaard Locatie Maaswaard is duidelijk lager gelegen dan de stad. Op de hoogtekaarten tekent zich duidelijk de contour af van de kering. De zuidelijke punt van het plan is duidelijk hoger gelegen. Hier bevinden zich ook de bestaande voorzieningen van Kanovereniging Viking. Bij ontwikkeling van deze locatie ligt het voor de hand dat deze zuidelijke hoek wordt ingezet voor droge voorzieningen. Gezien de beperkt beschikbare omvang van hoger gelegen delen dienen direct aangrenzende gronden binnen het plangebied opgehoogd te worden. De overige gronden dienen ontgraven te worden ten behoeve van realisatie van de watergebonden voorzieningen. Océ-Weerd Dit gebied ligt duidelijk lager dan de nabijgelegen stad. Binnen het plangebied is de waterkering duidelijk herkenbaar. Om het gebied geschikt te maken voor de droge functies zal een deel van het gebied buitendijks (of binnendijks) gelegen moeten zijn. Voor het realiseren van de watergebonden voorzieningen is ontgronding noodzakelijk.
67
Afbeelding 20 Hoogteligging zoekgebieden (bron: www.ahn.nl)
68
Afbeelding 21 Hoogteligging zoekgebieden hillshade (bron: www.ahn.nl)
69
B3.2 Ontgrondingen In voorliggende paragraaf en met navolgende afbeelding wordt inzichtelijk gemaakt of binnen beoogde locaties in het verleden al ontgrondingen hebben plaatsgevonden. Dit geeft inzicht in de mogelijke opbrengstpotentie, in de vorm van delfstoffen, die in het gebied nog aanwezig kan zijn. Deze delfstoffen kunnen mogelijk te gelde worden gemaakt bij ontwikkeling van de jachthaven. Conclusie Raaijeind Voor het gebied Raaijeind loopt er momenteel een ontgronding. Dus: geen opbrengstpotentie meer. Lomm Voor het gebied Lomm is de ontgronding in een afrondend stadium. Dus: geen opbrengstpotentie meer. Maaswaard Het noordelijke deel van locatie Maaswaard is in het verleden ontgrond (voormalige stadshaven). In de huidige situatie is deze ontgronding gedempt. In het kader van voorliggende studie is niet onderzocht welk materiaal hier toegepast is. Van het overige deel van Maaswaard zijn geen gegevens beschikbaar over delfstofwinning in het verleden. Océ-Weerd Voor het plangebied Océ-Weerd zijn geen gegevens beschikbaar over delfstofwinning in het verleden. Er heeft nog geen delfstofwinning plaatsgevonden, voorraden zijn nog beschikbaar. Naar verwachting ligt hier een opbrengstpotentie. Dit zal echter wel onderzocht moeten worden.
70
Afbeelding 22 Overzicht ontgrondingsvergunningen (bron: www.limburg.nl)
71
B3.3 Archeologie Middels voorliggende aspecten wordt gekeken naar de archeologische verwachtingswaarde in de bodem, gebaseerd op de provinciale verwachtingenkaart. Een hoge verwachtingswaarde kan leiden tot hogere kosten voor het geschikt maken van het plangebied voor beoogde functies. Conclusie Raaijeind Voor het gebied Raaijeind loopt er momenteel een ontgronding. Voor deze locatie is de kaart dan ook achterhaald. In het kader van deze ontgronding zijn gronden archeologisch onderzocht. Lomm Voor het gebied Lomm is de ontgronding in een afrondend stadium. Voor deze locatie is de kaart dan ook achterhaald. In het kader van deze ontgronding zijn gronden archeologisch onderzocht. Maaswaard Voor locatie Maaswaard geldt een middelhoge archeologische verwachtingswaarde. Onderzoek is derhalve noodzakelijk alvorens grondwerkzaamheden worden uitgevoerd. Océ-Weerd Voor het plangebied Océ-Weerd geldt voor een deel van het gebied (binnendijks) een lage/middelhoge/hoge archeologische verwachtingswaarde. Onderzoek is derhalve noodzakelijk alvorens grondwerkzaamheden worden uitgevoerd. Voor het overige deel van het plangebied is er geen verwachting op archeologische vondsten.
72
Afbeelding 23 Gemeentelijke archeologische verwachtingskaart (bron: www.limburg.nl)
73
B3.4 Milieuhygiënische kwaliteit Op onderstaande figuren (25-28) worden de bekende bodemlocaties getoond (die bekend zijn bij de provincie Limburg) waar sprake kan zijn van bodemverontreinigingen. De gemeente Venlo is zelf bevoegd gezag (Wet bodembescherming). Ze beschikken zelf over een bodeminformatiesysteem (BIS) met informatie over de milieuhygiënische bodemkwaliteit. Daarnaast liggen de zoeklocaties grotendeels binnen het beheergebied van Rijkswaterstaat (bron: kaarten Waterregeling). Rijkswaterstaat heeft hoogstwaarschijnlijk ook informatie over de milieuhygiënische waterbodemkwaliteit. Deze bodeminformatie is niet als open source informatie te gebruiken en kan hierdoor niet verwerkt worden in GIS. Conclusie Ter plaatse van de locaties Raaijeind en HWG Lomm speelt milieuhygiënische (water)bodemkwaliteit nauwelijks een rol meer ten behoeve van de ontwikkeling van de jachthaven. Eventuele (water)bodemverontreinigingen hebben een plaats gekregen voorafgaand aan de ontgrondingswerkzaamheden. Voor de overige twee locaties blijft de milieuhygiënische (water)bodemkwaliteit een aandachtspunt. Op de viewer (https://venlo.omgevingsrapportage.nl /) van de gemeente Venlo is relatief veel (water)bodeminformatie beschikbaar van de locaties Maaswaard en Océ-Weerd. Rijkswaterstaat beschikt niet over een viewer.
Gezien de ligging van de onderzoekslocaties langs de Maas wordt minimaal een diffuse verontreiniging van de toplaag als realistisch geacht. De mate van verontreiniging is echter nog onbekend en vormt onderdeel van nadere uitwerking van de voorkeurslocatie.
74
Afbeelding 24 Bekende bodem(verontreinigings)locaties (bron: www.limburg.nl)
75
B3.5 Grondwater Op de isohypsenkaart zijn lijnen met gelijke stijghoogte van het grondwaterpeil zichtbaar. Ze laten het ruimtelijke patroon van de stijghoogte zien en geven daarmee een indicatie in welke richting het grondwater stroomt. Conclusie Locaties Lomm, Raaijeind en Océ-Weerd laten een zelfde, geleidelijke patroon zien wat betreft grondwater. Enkel op locatie Maaswaard is sprake van een fluctuerend patroon.
76
Afbeelding 25 Isohypsenkaart
77
B3.6 Natuurbeleid Op basis van het POL2014 kan worden opgemaakt dat alle zoeklocaties gelegen zijn in de goudgroene, zilvergroene en bronsgroene natuur-/landschapszone. Voor de goudgroene natuurzones geldt dat deze planologische bescherming hebben middels de nee-tenzij bescherming in de Omgevingsverordening. Voor de zilvergroene natuurzones geldt dat projecten gestimuleerd worden vanuit de uitnodigingsplanologie. De verbetering van de ecologische waarde van natuurbeken gebeurt in beekherstelprojecten; aanpak van verdroging in de buurt van natte natuurparels gebeurt via GGOR-maatregelen. Binnen de zilvergroene natuurzone wordt tevens ingezet op behoud en ontwikkeling van cultuurhistorische waarden als onderdeel van de landschappelijke waarden. Natuurcompensatieverplichtingen worden mede ingezet om areaaluitbreiding van natuur in zilvergroen te realiseren. Areaaluitbreiding binnen de bronsgroene natuurzone leidt tot natuurcompensatieverplichtingen. Ontwikkelingen binnen de bronsgroene landschapszone is enkel mogelijk middels compensatiemaatregelen met betrekking tot de Beleidsregel Natuurcompensatie. Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied (Maasduinen) bevindt zich op ten minste 500 meter afstand van de dichtstbijgelegen zoeklocatie (Lomm). Conclusie Raaijeind Voor het gebied Raaijeind loopt er momenteel een ontgronding.
Met in de eindsituatie een plas, die in directe verbinding staat met de Maas. Ter compensatie van deze ontgronding wordt natuur gerealiseerd. Indien op onderhavige locatie een jachthaven gerealiseerd wordt, dan zijn naar verwachting aanvullende maatregelen noodzakelijk in het kader van de te behouden natuurwaarden. Aard en omvang van deze maatregelen hangt af van de te realiseren natuurdoeltypen en de impact die de jachthaven met bijbehorende functies hierop heeft. Lomm Voor het gebied Lomm loopt er momenteel een ontgronding. Met in de eindsituatie een nevengeul, die in directe verbinding staat met de Maas. Ter compensatie van deze ontgronding wordt natuur gerealiseerd. Indien op onderhavige locatie een jachthaven gerealiseerd wordt, dan zijn naar verwachting aanvullende maatregelen noodzakelijk in het kader van de te behouden natuurwaarden. Aard en omvang van deze maatregelen hangt af van de te realiseren natuurdoeltypen (goudgroene natuurzone) en de impact die de jachthaven met bijbehorende functies hierop heeft. Er moet rekening gehouden worden met de aankoop van een gelijke oppervlakte grond als oppervlakte die verloren gaat aan goudgroene natuur binnen het project. Tenzij goudgroene natuur binnen het project gerealiseerd kan worden. Maaswaard Bij de ontwikkeling van locatie Maaswaard dient natuurcompensatie plaats te vinden.
Océ-Weerd Bij de ontwikkeling van locatie Océ-Weerd dient natuurcompensatie plaats te vinden.
78
Afbeelding 26 Beschermingszones natuur POL2014 (bron: www.limburg.nl)
79
B3.7 Milieubeschermingsgebieden In navolgende afbeelding zijn de zoeklocaties geprojecteerd over de milieubeschermingsgebiedenkaart (bron: www.limburg.nl). De zoeklocaties bevinden zich alle in de Boringsvrije zone Venloschol. Het is in het gebied Venloschol binnen en buiten inrichtingen beneden 5 m+ NAP verboden de grond te roeren en werken op of in de bodem uit te voeren of te doen uitvoeren waarbij ingrepen worden verricht of stoffen worden gebruikt die de beschermende werking van slecht doorlatende bodemlagen kunnen aantasten. Conclusie Binnen alle locaties kan de gewenste havendiepte (4m-mv) gerealiseerd worden. De grondroerende activiteiten Belemmeringen gelden voor werkzaamheden m+ NAP. Vastgesteld kan worden dat dit, gezien de ligging van alle locaties, boven NAP, in combinatie met de beoogde vaardiepte (2,5 - 4 meter diep), geen belemmering vormt.
80
Afbeelding 27 Milieubeschermingsgebieden Omgevingsverordening Limburg (bron: www.limburg.nl)
81
B3.8 Explosieven Op de website www.explosievenopsporing.nl van de Vereniging voor explosieven Opsporing (VEO) bevindt zich een VEO Bommenkaart (navolgende afbeelding). Via de VEO Bommenkaart kan men voor een bepaalde locatie nagaan of daar Vooronderzoek en Opsporing is uitgevoerd. Disclaimer: het gebruik van de VEO Bommenkaart is geheel voor eigen risico. De informatie in deze webservice wordt aangeleverd door deelnemers. VEO aanvaardt geen enkele aansprakelijkheid voor de volledigheid en juistheid van de informatie. Ter indicatie geeft onderstaande figuur een uitsnede van de Bommenkaart (screenshot: d.d. 04-10-2019).
Conclusie De locaties Raaijeind en Lomm zijn in het kader van de in uitvoering zijnde projecten onderzocht op aanwezige NGE (Niet Gesprongen Explosieven). Voor zover onderhavige ontwikkelingen plaatsvinden binnen deze contouren zal nader onderzoek naar NGE naar verwachting niet nodig zijn. Voor locaties Maaswaard en Océ-Weerd geldt een hoge verwachtingswaarde.
82
Afbeelding 28 VEO Bommenkaart (bron: www.explosievenopsporing.nl)
83
B3.9 Kabels en leidingen Middels een KLIC-oriëntatiemelding (d.d. 28-06-2021) zijn de kabels en leidingen binnen (of direct in de omgeving van) het plangebied inzichtelijk gemaakt. Conclusie Raaijeind Voor het gebied Raaijeind loopt er momenteel een ontgronding. In dit kader is reeds rekening gehouden met eventuele aanwezige kabels en leidingen. Indien de beoogde jachthaven op deze locatie wordt gerealiseerd dan zal bij eventueel aanvullende graafwerkzaamheden getoetst dienen te worden of kabels en leidingen alsnog geen belemmering vormen. Op basis van de uitgevoerde KLIC wordt dit risico beperkt geacht Lomm Voor het gebied Lomm loopt er momenteel een ontgronding. In dit kader is reeds rekening gehouden met eventuele aanwezige kabels en leidingen. Indien de beoogde jachthaven op deze locatie wordt gerealiseerd dan zal bij eventueel aanvullende graafwerkzaamheden getoetst dienen te worden of kabels en leidingen alsnog geen belemmering vormen. Op basis van de uitgevoerde KLIC wordt dit risico beperkt geacht. Maaswaard Met name in het noordelijk deel van het plangebied zijn kabels en leidingen aanwezig. Afhankelijk van de, nader te bepalen, diepteligging dienen aanwezige kabels en leidingen verlegd te worden bij realisatie van de jachthaven.
Océ-Weerd Ter hoogte van de rioolzuiveringsinstallatie (westzijde Maas) kruist een pakket kabels en leidingen de Maas en daarmee ook het plangebied. Dit vormt een serieus aandachtspunt bij het uitwerken van het ontwerp op deze locatie (gezien de kosten voor eventuele verlegging). Een oplossing kan ook zijn ten noorden van de bundel kabels en leidingen de jachthaven te situeren, zoals in variant 1. Nader onderzoek naar diepte is nodig. Daarnaast ligt er parallel aan de Maas over de hele lengte van het plangebied een rioolwaterpersleiding. Het is in dit stadium nog onduidelijk of deze leiding gehandhaafd kan worden in een ontwerp. Gezien de ligging en de realisatie van een invaart wordt ervan uitgegaan dat verlegging van deze leiding noodzakelijk zal zijn.
84
Afbeelding 29 KLIC-oriëntatiemelding (d.d. 28-06-2021)
85
B3.10 Eigendomssituatie In onderstaande afbeelding zijn per locatie kadastrale kaarten ingeladen. Hiermee wordt inzicht gegeven in het aantal percelen. Op basis van eigendomsgegevens (aantal en type eigenaren) kan een inschatting gemaakt worden van de complexiteit en (tijds)inspanning die nodig is om gronden te verwerven of om toestemming te krijgen voor het gebruik van gronden voor de beoogde functie als jachthaven. Conclusie Raaijeind Kadastrale percelen (< 10) binnen het plangebied op locatie Raaijeind zijn hoofdzakelijk in eigendom van één private partij. Deze partij gebruikt het gebied als ontgrondingslocatie. Deze ontgronding heeft nog een tijdshorizon van circa vijftien jaar. Naar verwachting zal medewerking op deze locatie dan ook afhangen van het verloop van deze ontgronding. Lomm Voor het gebied Lomm loopt er momenteel een ontgronding. Na afronding worden gronden (< 50 percelen) ingezet voor natuurontwikkeling. Het beheer van gronden ligt dan overwegend bij de natuurbeherende instanties. Met deze partijen dient dan ook afgestemd te worden over de mogelijkheid van het realiseren van een jachthaven. Maaswaard Locatie Maaswaard bestaat ‘slechts’ uit enkele (< 10) kadastrale percelen. Gronden zijn bovendien overwegend in eigendom van overheidsorganen. Océ-Weerd Het plangebied Océ-Weerd bestaat uit < 50 kadastrale percelen.
Percelen kennen verschillende eigenaren (publiekprivaat). Daarnaast wordt een deel van de gronden gebruik tvoor agrarische doeleinden en zijn op enkele percelen opstallen (bedrijven/woningen) gesitueerd. Voor deze locatie zal naar verwachting sprake zijn van een complexer traject dat doorlopen dient te worden alvorens er uitsluitsel gegeven kan worden over de mogelijkheden tot verwerving van gronden.
86
Afbeelding 30 Kadastrale kaart (Kadaster)
87
COLOFON