068 bijl04 Bijlagen bij toelichting bp 'Aan t Erf ong. en Sijzenbroek ong. Arcen'.pdf
Tekst van het document
3.2.1 Beplantingen
Pagina
8
Op de kavels en kavelgrenzen zijn diverse beplantingen te vinden in de vorm van bomen, hagen, heesters en kruidachtige begroeiing (zie afbeelding 3 t/m 6). De kavels en begroeiingen dienen gecontroleerd te worden op aanwezige beschermde soorten flora en fauna.
Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68
Afbeelding 3 t/m 6: De aanwezige beplantingen op- en nabij de te ontwikkelen kavels, welke bezocht en onderzocht zijn op de aanwezigheid van beschermde soorten fauna. Bron: BNL advies, datum: 02-06-2022
3.2.2 Aangrenzende bebouwingen
Pagina
9
Aangrenzend aan de noord- en zuidzijde van de te ontwikkelen kavels is diverse bebouwing aanwezig (zie afbeelding 7 t/m 10). Gecontroleerd moet worden of in / nabij deze bebouwingen mogelijke vaste- rust en verblijfplaatsen bevinden. Beoordeeld moet worden of beschermde soorten in- en nabij de bestaande bebouwingen, negatieve effecten ondervinden van de geplande ontwikkelingen.
Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68
Afbeelding 7 t/m 10: De aangrenzende bebouwingen aan de te ontwikkelen kavels. Bron: BNL advies, datum: 02-06-2022
3.3 Vooronderzoek Voorafgaand aan het bezoek op de projectlocatie is de NDFF geraadpleegd om te bekijken welke soorten aanwezig zijn in het gebied, om daarop de quickscan aan te passen. De projectlocatie valt binnen het kilometerhok 210-388 Het belangrijkste wat opviel is dat in de directe omgeving (atlasblok van 5x5 km) diverse beschermde soorten flora en fauna voorkomen. Beoordeeld moet worden door middel van een veldbezoek of beschermde soorten ook mogelijk gebruik maken van het gebied/ aanwezig zijn in het gebied.
Pagina
10
Gezien de ligging van het perceel, was het dus belangrijk om het gebied goed te inventariseren op beschermde vaatplanten/ groeilocaties, aanwezige holtes / mogelijke verblijfplaatsen, voortplantings-, en nestlocaties van zoogdieren en vogelsoorten.
Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68
Pagina
11
Tabel 2. Mogelijk aanwezige zoogdieren binnen het projectgebied, Bron: NDFF
Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68
4. Onderzoeksresultaten beschermde soorten 4.1 Algemeen De kavel en omliggende gronden zijn op donderdag 2 juni 2022 visueel geïnspecteerd en gecontroleerd op de (mogelijke) aanwezigheid van beschermde soorten of de nesten/ verblijfslocaties daarvan. Waar tijdens de quickscan vooral op gelet/ naar gezocht is zijn de volgende soorten:
Nesten in bomen/ beplantingen van vogels in de directe omgeving van het projectgebied Holtes en spleten/ scheuren in bomen welke door vogels en vleermuizen gebruikt worden Holtes en spleten/ scheuren in aangrenzende bebouwingen welke door vogels en vleermuizen gebruikt worden Mogelijke verblijfplaatsen en holen van marterachtigen Groeiplaatsen van beschermde soorten flora
4.2 Soorten vogelrichtlijn 4.2.1 Vogels met jaarrond beschermde nesten De directe omgeving van het plangebied is mogelijk geschikt voor vaste rust- en verblijfplaatsen van vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten in bebouwingen/ aangrenzende gebouwen, bomen en beplantingen. Huismus Voor de huismus zou de kavel kunnen dienen als essentieel leefgebied met betrekking tot foerageren en schuilen. Gedurende het veldbezoek zijn er geen huismussen waargenomen op de kavels en de aangrenzende kavels en op bebouwingen. Gezien de afwezigheid van huismussen op- en in de directe omgeving van het plangebied, wordt nader onderzoek naar de huismus niet nodig geacht. Gierzwaluw In de aangrenzende bebouwingen zijn geen mogelijk geschikte verblijfplaatsen van de gierzwaluw aangetroffen. Dit door de afwezigheid van invliegopeningen naar mogelijke nestplaatsen. Nader onderzoek naar de gierzwaluw wordt niet nodig geacht. Roofvogels. In de omgeving van het plangebied zijn tijdens het veldbezoek geen jaarrond beschermde nesten- of sporen van boombewonende broedvogels waargenomen. Op basis hiervan kunnen soorten als buizerd, havik, sperwer en wespendief worden uitgesloten van aanwezigheid. Ook voor soorten als de boomvalk en ransuil, zijn geen mogelijke nestlocaties aangetroffen.
Deze soorten gebruiken vaak oude kraaien- en eksternesten om te nestelen, deze zijn in de directe omgeving van het plangebied niet aangetroffen.
Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68
Pagina
Tijdens het veldbezoek zijn in en nabij het projectgebied geen uilen of nesten/ nestkasten, sporen of prooidieren aangetroffen. Nader onderzoek naar de aanwezigheid van deze soorten wordt dan ook niet nodig geacht.
12
Uilen. De aanwezigheid van steenuil of kerkuil is in de aanwezige bouwwerken en in de aangrenzende bebouwingen/ bomen is niet mogelijk, door de afwezigheid van geschikte holen in bomen en openingen naar mogelijk geschikte verblijfruimten in gebouwen.
4.2.2 Vogels met niet- jaarrond beschermde nesten (Categorie 0) Het plangebied en direct aangrenzende woonhuizen/ vogelhuisjes zijn potentieel geschikt als voortplantingsplaats voor vogels met niet jaarrond beschermde nesten (categorie 0 soorten). Het plangebied is geschikt voor vaste rust- en verblijfplaatsen van vogels met niet jaarrond beschermde nesten in holtes in bomen, bebouwingen en nestkasten, zoals spreeuw, koolmees en pimpelmees. Wanneer buiten het broedseizoen (15 maart – 15 augustus) gewerkt wordt (verwijderen van beplantingen en bebouwingen), is de kans gering dat er negatieve effecten ontstaan. Voor deze soorten geldt tijdens de werkzaamheden te allen tijde de zorgplicht.
4.2.3 Algemene broedvogels Het plangebied is potentieel geschikt als voortplantingsplaats voor algemene vogels. De beplantingen binnen het plangebied zijn een geschikte nestplaats. Dit betreft soorten als zanglijster, houtduif en merel. Gezien de geplande ontwikkelingen vormen deze nauwelijks een bedreiging voor deze soorten, wanneer buiten het broedseizoen (15 maart – 15 augustus) gewerkt wordt (verwijderen van beplantingen), is de kans gering dat er negatieve effecten ontstaan. Tijdens de werkzaamheden te allen tijde de zorgplicht.
4.2.4 Werken binnen het broedseizoen Werken binnen het broedseizoen is enkel mogelijk indien er geen bezette nesten worden verstoord van vogels met niet jaarrond beschermde nesten en nesten van algemene broedvogels. Indien er binnen het broedseizoen gewerkt gaat worden, is voorafgaand aan de werkzaamheden een extra controle op broedende vogels noodzakelijk. Wanneer nesten aangetroffen worden, dienen voorafgaand aan de werkzaamheden eventuele aanwezige ongebruikte nesten te worden verwijderd en wordt kort (maximaal 1 week) voor aanvang van de werkzaamheden door een ecoloog gecontroleerd of er aanwezige nesten gebruikt worden.
4.3 Soorten Habitatrichtlijn 4.3.1 Vleermuizen Aangrenzende bebouwingen. De aangrenzende bebouwingen zijn mogelijk geschikt voor vaste rust-, voortplantings- en verblijfplaatsen van vleermuizen. Gezien de geplande werkzaamheden hebben deze geen invloed wanneer overdag bij licht gewerkt wordt. Nader onderzoek naar vleermuizen in bebouwingen wordt dan ook niet nodig geacht. Wel dient eventuele (werk)verlichting te allen tijde afgewend te worden van bestaande bebouwingen en groenstructuren. Dit om eventuele foerageerroutes van vleermuizen niet negatief te beïnvloeden.
Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68
Pagina
Wel kan de bomenrij op de noord- en oostgrens van de kavels dienen als foerageer- en vliegroute. Wanneer deze bomen gaan verdwijnen, zal voorafgaand een nader onderzoek naar vleermuizen en hun essentieel leefgebied uitgevoerd dienen te worden.
13
Beplantingen en directe omgeving. In de beplantingen/ bomen op- en direct grenzend aan de kavels zijn geen geschikte openingen/ holen/ spleten en scheuren in bomen aangetroffen welke de aanwezigheid van vleermuizen mogelijk zou maken. Nader onderzoek wordt dan ook niet nodig geacht.