067 Bijl02 correctieve herziening herbegrenzing glastuinbouwconcentratiegebied Meelderbroek toelichting bijlage.pdf
Tekst van het document
boomkwekerijen in de directe omgeving. In de opgaande beplanting bin-
achterliggende ruimtes. Hierdoor zijn er geen openingen aanwezig die
tieve oplossing mogelijk is waardoor er geen negatief effect kan plaatsvin-
nen en rond het plangebied bevinden zich tevens geen jaarrond be-
naar geschikte ruimtes onder het dak of in de spouw leiden. De bomen
den. Indien dit niet mogelijk is, zal ontheffing aangevraagd moeten worden
schermde nesten van vogels als havik en ransuil. Wel kunnen hier moge-
rondom het plangebied hebben geen holtes en/of scheuren waar boombe-
op basis van een geldig wettelijk belang, waarbij de gunstige staat van in-
lijk “algemene” soorten als merel, roodborst, heggenmus, zwartkop, win-
wonende vleermuissoorten een rust- en/of verblijfplaats kunnen hebben.
standhouding van beschermde soorten niet in het geding komt. De onthef-
terkoning en houtduif tot broeden komen.
Hierdoor is aanwezigheid van een verblijfplaats van boombewonende vleermuizen uitgesloten. Binnen het plangebied is mogelijk foerageerge-
fing kan dan onder voorwaarden worden verleend. 5.1.1
5.1
Vogels
Toetsing
bied aanwezig. Dit zal echter geen essentieel foerageergebied zijn aange-
Bij uitvoering van de plannen gaan geen nestlocaties van soorten met een
zien er in de directe omgeving geschikter foerageergebied aanwezig is in
jaarrond beschermde status verloren. Bij de werkzaamheden kunnen wel
de vorm van weilanden, akkerlanden, boomkwekerijen en bosranden. De
In de ‘Beleidsregels ten behoeve van de passieve soortbescherming on-
nesten verloren gaan die niet jaarrond zijn beschermd. Voor de betref-
bomenrijen die het plangebied omgeven, gelegen aan de Elshoutweg, Ho-
der de Wet natuurbescherming in Limburg’ van de provincie Limburg (6
fende vogelsoorten geldt dat, indien het verwijderen van het opgaand
verheideweg en Koelesweg kunnen mogelijk als vliegroute voor vleermui-
december 2017) is een aangepaste lijst met jaarrond beschermde nesten
groen buiten het broedseizoen wordt uitgevoerd, er redelijkerwijs geen
zen dienen.
gepubliceerd. Hier wordt onderscheid gemaakt in verschillende catego-
overtredingen plaats zullen vinden met betrekking tot broedvogels. In de
rieën vogelnesten die beschermd zijn binnen de provincie Limburg. Van
Wet natuurbescherming wordt geen vaste periode gehanteerd voor het
5.2.1
de meeste vogelsoorten zijn de nesten uitsluitend beschermd wanneer
broedseizoen. Globaal kan voor het broedseizoen de periode maart tot
Het gebouw bevat geen geschikte doorgangen naar potentiële verblijf-
deze tijdens de broed- en nestperiode in gebruik zijn. Het gaat om soorten
half augustus worden aangehouden. Geldend is echter de aanwezigheid
plaatsen. Bij uitvoering van de voorgenomen ontwikkeling zal er geen
die jaarlijks nieuwe nesten maken. Van een aantal soorten roofvogels en
van een broedgeval op het moment van ingrijpen. Bij twijfel over de
sprake zijn van (potentiële) overtreding met betrekking tot vaste rust- of
uilen, koloniebroeders en gebouw bewonende vogelsoorten (‘categorie 1-
aan/afwezigheid van een vervroegd of verlaat broedgeval (bijvoorbeeld
verblijfplaatsen of foerageergebied voor vleermuizen. De bomenrijen die
3 soorten’) zijn de nesten en de functionele leefomgeving jaarrond be-
van een houtduif) dient een controle hieromtrent zekerheid te bieden. De
het plangebied omgeven kunnen mogelijk dienen als vliegroute voor vleer-
schermd. Ten slotte is er een categorie nesten van vogelsoorten die welis-
voorgenomen plannen zullen geen afname van essentieel broedhabitat
muizen. Volgens het planvoornemen zullen deze structuren behouden blij-
waar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben
veroorzaken van een vogelsoort, inbreuk op de gunstige staat van in-
ven. Indien deze structuren worden gerooid of niet meer de functionaliteit
gebroed, maar die over voldoende flexibiliteit beschikken om, als die
standhouding van lokale populaties is dan ook uitgesloten.
kunnen behouden dient er nader onderzoek te worden gedaan naar vlieg-
broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen (‘categorie 4-soor-
Toetsing
routes.
ten’).
Quickscan Flora en Fauna Elshoutweg 28 Belfeld
11
5.3
Grondgebonden zoogdieren
schermde grondgebonden zoogdiersoorten zijn op basis van de versprei-
schikt over natuurlijke oevers en functioneert mogelijk mede als waterop-
Het plangebied vormt matig geschikt habitat voor grondgebonden zoog-
dingsgegevens en/of het ontbreken van geschikt habitat eveneens redelij-
slag. De poel beschikt over een zandbodem waarop beperkte vegetatie
dieren. Soorten als egel en huisspitsmuis kunnen in het plangebied wor-
kerwijs uitgesloten.
aanwezig is. Bovendien zijn er enkele (droogliggende) sloten aanwezig
den waargenomen. Door de aanwezigheid van voldoende alternatief foe-
rondom het plangebied. Soorten zoals de knoflookpad, poelkikker, heikik-
rageergebied betreft de ontwikkeling geen afname van essentieel foera-
5.3.1
geergebied voor deze soorten. Daarbij geldt voor al deze soorten een pro-
Met de ontwikkeling binnen het plangebied gaan geen verblijfplaatsen van
de aanwezigheid van voldoende waterplanten, blad op de bomen en scha-
vinciale vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkeling. In het kader van de zorg-
niet-vrijgestelde soorten verloren. Ook gaat er geen (essentieel) leefge-
duw. De rugstreeppad is een soort die minder kritisch is wat betreft het
plicht is het echter wel noodzakelijk om tijdens de werkzaamheden vol-
bied van een grondgebonden zoogdiersoort verloren. Inbreuk op de gun-
kiezen van oppervlaktewater en geeft de voorkeur aan een zanderig, dy-
doende zorg te dragen voor (incidenteel) aanwezige individuen, met name
stige staat van instandhouding van lokale populaties van soorten en over-
namisch landschap met een pionierskarakter. Ook de alpenwatersalaman-
een relatief trage soort als de egel die onder dichte beplanting verscholen
treding van de Wnb is niet aan de orde. In het kader van de zorgplicht is
der is minder kritisch ten aanzien van voortplantingswater en kan zich snel
kan zitten. Dit houdt in dat al het redelijkerwijs mogelijke gedaan dient te
het echter wel noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor (inciden-
verspreiden. Mogelijk kunnen de poel en sloten als voortplantingswater
worden om het doden van individuen te voorkomen. Dieren moeten de ge-
teel) aanwezige individuen.
dienen voor deze soorten. Binnen het plangebied is beperkt geschikt land-
legenheid krijgen om het werkgebied zelfstandig en veilig te kunnen verla-
Toetsing
ten. Indien noodzakelijk dienen soorten zorgvuldig te worden verplaatst
5.4
Reptielen
naar buiten het werkgebied.
Volgens verspreidingsgegevens van RAVON zijn in de omgeving van het plangebied waarnemingen bekend van de levendbarende hagedis, hazel-
ker en boomkikker stellen kritische eisen aan voortplantingswater, zoals
habitat aanwezig. Geschikt landhabitat bevindt zich voornamelijk in de omliggende percelen. Met betrekking tot een incidenteel passerend individu van een algemene (vrijgestelde) soort is enkel de zorgplicht van toepassing.
Volgens de verspreidingsgegevens komen in de omgeving van het plan-
worm, muurhagedis en zandhagedis. De waarnemingen hebben betrek-
gebied ook de niet vrijgestelde soorten, das, wild zwijn en bever voor. De
king op de natuurgebieden in de omgeving. Het plangebied zelf en de di-
5.5.1
steenmarter en eekhoorn zijn deels vrijgesteld binnen de provincie Lim-
recte omgeving biedt geen geschikt habitat voor deze soorten. Het voorko-
De poel en sloten binnen het plangebied zullen naar aanleiding van het
burg. Binnen het plangebied is beperkt geschikt leefgebied voor de steen-
men ervan binnen het plangebied is daarmee dan ook uitgesloten.
planvoornemen behouden blijven. De voorgenomen plannen zullen daar-
marter aanwezig in de vorm van grasstroken aan de rand van het kassencomplex. Dit groen zal naar aanleiding van het planvoornemen niet worden aangetast. Bovendien is er geschikter leefgebied in de directe omgeving voor deze soort aanwezig in de vorm van boomkwekerijen, struwelen en bosgebied. Binnen het plangebied zijn tevens geen nesten of sporen van de eekhoorn aangetroffen dan wel burchten, loop- of eetsporen, latrines of wissels die duiden op de aanwezigheid en/of het gebruik van het plangebied door de das. Binnen het plangebied zijn daarnaast geen sporen aangetroffen van het wild zwijn in de vorm van voetsporen, pootafdrukken en modderbaden daardoor is redelijkerwijs aanwezigheid van het wildzwijn uitgesloten. Het oppervlakte water in de vorm van de water afvoer en opslag biedt geen habitat voor de bever daardoor is aanwezigheid
Toetsing
door geen afname van mogelijk geschikt essentieel habitat van de rug5.4.1
Toetsing
Negatieve effecten en overtredingen ten aanzien van reptielen zijn op voorhand uitgesloten.
5.5
Amfibieën
In de omgeving van het plangebied zijn algemene soorten bekend als bruine kikker, gewone pad, bastaardkikker en kleine watersalamander. Volgens de verspreidingsgegevens zijn in de omgeving van het plangebied ook waarnemingen van de niet vrijgestelde rugstreeppad, knoflook pad, poelkikker, heikikker, boomkikker, alpenwatersalamander en kamsalamander bekend. In het zuiden van het plangebied, nabij de wateropslag,
streeppad of alpenwatersalamander veroorzaken, inbreuk op de gunstige staat van instandhouding van populaties en overtreding van de Wnb is dan ook uitgesloten. Indien dit oppervlaktewater zal verdwijnen dient er nader onderzoek plaats te vinden om vast te stellen of uit te sluiten of er voortplantingshabitat van voornoemde soorten aanwezig is. In het kader van de algemene zorgplicht is het wel noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor eventueel passerende individuen.
5.6
Vissen
Vanwege het ontbreken van geschikt oppervlaktewater binnen het plangebied kan deze soortgroep buiten beschouwing worden gelaten. Be-
is oppervlaktewater aanwezig in de vorm van een poel. Deze poel be-
van de bever uitgesloten. De aanwezigheid van andere strenger be-
Quickscan Flora en Fauna Elshoutweg 28 Belfeld
12
schermde vissoorten hebben over het algemeen de voorkeur voor snel-
5.8.1
stromend water met een hoge waterkwaliteit. Dit is binnen het plangebied
Negatieve effecten en overtredingen ten aanzien van beschermde vaat-
niet aanwezig.
planten zijn op voorhand uitgesloten.
5.6.1
5.9
Toetsing
Negatieve effecten en overtredingen ten aanzien van beschermde vissen zijn op voorhand uitgesloten.
5.7
Ongewervelde diersoorten
Toetsing
Invasieve exoten
Enkele soorten binnen Nederland mogen niet worden verhandeld of vervoerd, of moeten actief worden geweerd. Voor soorten op de zogenoemde Unielijst (EU-exotenverordening) geldt een verbod op bezit, handel, kweek, transport en import van een aantal schadelijke exotische planten
In de ruime omgeving van het plangebied zijn waarnemingen bekend van
en dieren. Voor lidstaten geldt de plicht om in de natuur aanwezige popu-
bruine eikenpage, grote vos, grote weerschijnvlinder, kleine ijsvogelvlin-
laties op te sporen en te verwijderen. Per soort zijn doelen en acties om-
der, beekrombout en gewone bronlibel. Al deze soorten stellen echter zeer
schreven (Onderbouwing strategie Unielijstsoorten). Daarnaast geldt voor
specifieke eisen aan hun habitat, die in het plangebied niet aanwezig zijn.
enkele soorten een nationaal handelsverbod, waaronder drie soorten Azi-
Aanwezigheid van de overige beschermde libellen en vlinders is vanwege
atische duizendknopen. Deze mogen niet worden verhandeld of vervoerd.
de verspreiding en/of aanwezig habitat uitgesloten. Aantasting van
Dit geldt ook voor grond waarin resten of zaden van duizendknoop in aan-
(deel)populaties van een beschermde libellen- of vlindersoort is met zeker-
wezig zijn. Er geldt enkel een uitzondering ten behoeve van het uitroeien,
heid niet aan de orde. De aanwezigheid van de overige beschermde on-
bestrijden of beheersen van de duizendknopen.
gewervelde soorten, zoals vliegend hert, Europese rivierkreeft en platte schijfhoren, is eveneens uitgesloten. Binnen het plangebied en in de om-
In de directe omgeving van het plangebied zijn waarnemingen bekend van
geving is hiervoor geen geschikt habitat aanwezig.
de reuzenberenklauw, Japanse duizendknoop en de Grote Waternavel. Binnen het plangebied zijn echter geen waarnemingen van deze soorten
5.7.1
gedaan tijdens het veldbezoek.
Toetsing
Negatieve effecten en overtredingen ten aanzien van beschermde ongewervelde soorten zijn op voorhand uitgesloten
5.8
Vaatplanten
In de directe omgeving van het plangebied zijn beschermde soorten bekend als gladde zegge en grote leeuwenklauw. Deze soorten stellen echter zeer specifieke eisen aan hun standplaatsen. Gezien het aanwezige biotoop van het plangebied is de aanwezigheid van dergelijk beschermde vaatplanten redelijkerwijs uitgesloten.
Quickscan Flora en Fauna Elshoutweg 28 Belfeld
13
6
Conclusie
Gelet op de potentiële ecologische waarden kan het voorgenomen plan alleen in overeenstemming met de nationale natuurwetgeving en het provinciale natuurbeleid worden uitgevoerd, mits voorafgaand en tijdens het uitvoeren van de werkzaamheden het bepaalde in de Wet natuurbescherming in acht wordt genomen:
Ten aanzien van vleermuizen dient licht gericht of uitstralend op opgaand groen te worden vermeden;
Indien de bomenrijen die het plangebied omgeven gerooid of niet meer de functionaliteit kunnen behouden dient er nader onderzoek te worden gedaan naar vliegroutes;
Indien de poel en sloten binnen het plangebied zullen verdwijnen dient er nader onderzoek plaats te vinden om vast te stellen of uit te sluiten of er voortplantingshabitat van de rugstreeppad en alpenwatersalamander aanwezig is;
Ten aanzien van broedvogels dient, om overtreding op voorhand redelijkerwijs te voorkomen, het verwijderen van nestgelegenheid buiten het broedseizoen te worden uitgevoerd, of een controle moet de aanwezigheid van een broedgeval kunnen uitsluiten;
In het kader van de algemene zorgplicht is het noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor aanwezige individuen. Dit houdt in dat al het redelijkerwijs mogelijke gedaan dient te worden om het doden van individuen te voorkomen.
6.1
Vervolgtraject en advies
6.1.1
AERIUS-berekening
Om op voorhand negatieve effecten op Natura-2000 gebieden vanwege stikstofdepositie uit te sluiten kan een AERIUS-berekening uitgevoerd worden. Als uit deze berekeningen blijkt dat bij de aanleg- en gebruiksfase niet meer dan 0,00 mol/ha/j aan depositie plaatsvindt op stikstofgevoelige habitatten, kunnen negatieve effecten uitgesloten worden en is voor het aspect stikstofdepositie geen aparte (Wet natuurbescherming)vergunning benodigd. Als uit de berekening een resultaat komt boven 0,00 dienen vervolgstappen ondernomen te worden. Om een AERIUS-berekening uit te voeren zijn verschillende gegevens nodig voor de aanlegfase en gebruiksfase. Voor de aanlegfase is het van belang dat in beeld wordt gebracht welke (mobiele) werktuigen (hijskraan, graafmachine etc.) er gebruikt gaan worden, want bij de verbranding van fossiele brandstoffen komt stikstof vrij, de totale gebruiksduur van deze werktuigen, het bouwjaar van de werktuigen is en het vermogen (kW). Daarnaast dienen het aantal verwachte verkeersbewegingen in de aanlegfase (vrachtwagens die materiaal aan- en afvoeren, busjes, personenauto’s, enz.) ook meegenomen te worden. Als het gebouw gasgestookt wordt, is informatie nodig over de stikstofemissie die jaarlijks vrijkomt vanwege de verwarming en het overige gasverbruik tijdens de gebruiksfase. Als het gebouw gasloos is hoeft alleen gekeken te worden naar de verkeersgeneratie.
Dat zijn alle vervoersbewegingen die samenhangen met het gebruik van het nieuwe gebouw. Er dient aangegeven te worden of het gaat om lichte voertuigen (personenauto’s en kleine busjes), middelzware vervoersbewegingen (kleine vrachtwagens) of zware vervoersbewegingen (grote vrachtwagens).
Quickscan Flora en Fauna Elshoutweg 28 Belfeld
14
7
Samenvatting
Tabel 2: Overzicht effecten met betrekking tot gebiedsbescherming en te nemen vervolgstappen
In onderstaande tabel is samengevat of de voorgenomen ontwikkeling ne-
Gebiedsbescherming
Afstand tot gebied
Sprake van aantasting
Vervolgtraject
Bijzonderheden / opmerkingen
Natura 2000
Ca. 8 km
Mogelijk
AERIUS-berekening
Geen externe verstorende
gatieve effecten kan hebben op beschermde soorten en/of gebieden, en wat de eventuele vervolgstappen zijn, zoals soortgericht nader onderzoek
factoren
of vergunningstrajecten. In de tabel is tevens weergegeven of maatregelen noodzakelijk zijn om overtreding van de Wet natuurbescherming voor
Natuurnetwerk Nederland
Ca. 10 m
Nee
-
Ecologische waarde en
bepaalde soortgroepen te voorkomen.
kenmerken blijven gelijk Houtopstanden
Ca. 5 m
Nee
-
Indien de bomenrijen worden gerooid is een ontheffing aan de orde.
Tabel 3: Overzicht (potentiële) aanwezigheid beschermde soorten en te nemen vervolgstappen
Soortgroep Broedvogels
Algemeen
Jaarrond be-
Potentieel aanwezig
Sprake van overtreding
Vervolgtraject / maatregelen
Bijzonderheden / opmerkingen
Ja
Te voorkomen
Plangebied buiten broedseizoen bouwrijp
Globale broedseizoen loopt van maart tot
maken of controle vooraf
half augustus
Nee
Nee
-
-
Verblijfplaatsen
Nee
Nee
-
-
Foerageerhabitat
Nee
Nee
-
-
Vliegroutes
Ja
Nee
-
Indien de bomenrijen worden aangetast na-
schermd Vleermuizen
der onderzoek naar vliegroutes. Grondgebonden zoogdieren
Ja
Te voorkomen
Zorgplicht afdoende
Heeft betrekking op een soort als de egel
Reptielen
Nee
Nee
-
-
Amfibieën
Ja
Nee
Zorgplicht afdoende
Bij dempen poel en sloten vervolgonderzoek rugstreeppad en alpenwatersalamander
Vissen
Nee
Nee
-
-
Ongewervelden
Nee
Nee
-
-
Nee
Nee
-
-
Vaatplanten
Quickscan Flora en Fauna Elshoutweg 28 Belfeld
15
8
Geraadpleegde bronnen
Algemene Literatuur Diepenbeek, A. 2021. Veldgids Dierensporen Europa. Tweede druk, KNNV Uitgeverij Zeist. Dietz C., O. von Helversen & D. Nill 2011. Vleermuizen. Alle soorten van Europa en Noordwest-Afrika. De Fontein/Tirion Uitgevers, Utrecht. Limpens, H., J. Regelink & R. Koelman 2010. Vleermuizen en planologie. Zoogdiervereniging, Nijmegen. Ministerie van Economische Zaken 2016. Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen. Lees hier wat de Wet natuurbescherming daarover regelt. Versie 1.3, december 2016. Ministerie van Economische Zaken, Den Haag. SOVON Vogelonderzoek Nederland 2019. Vogelatlas van Nederland. Broedvogels, wintervogels en 40 jaar verandering. Zesde druk, Kosmos Uitgevers, Utrecht/Antwerpen. Van Hoof, P & R, Creemers, 2023. Fotoveldgids amfibieën. alle soorten en stadia in beeld.1e Druk, Stichting RAVON, Nijmegen. https://www.ndff.nl/, Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF)
Beleidsregels ten behoeve van de passieve soortenbescherming onder de Wet natuurbescherming in Limburg, Gedeputeerde Staten van Limburg, 6 december 2017 Hermans, J.T., R.W. Akkermans, F. Mertens, J. van der Weele & H.W.G. Heijligers 2004. Werkatlas libellen in Limburg. Inventarisatiegegevens periode 1977-2003. Stichting Natuurpublicaties Limburg, Roermond. Huizinga, C.E., L.S.G.M. Verheggen & R.W. Akkermans 2005. Werkatlas zoogdieren in Limburg. Stichting Natuurpublicaties Limburg, Roermond. Huizinga, C.E., R.W. Akkermans, J.C. Buys, J. van der Coelen, H. Morelissen & L.S.G.M. Verheggen 2010. Zoogdieren van Limburg. Verspreiding en ecologie in de periode 1980-2007. Stichting Natuurpublicaties Limburg, Maastricht. Kurstjens, G., B. Peters & K. van Looy 2010. De flora van het Maasdal. Ontwikkelingen van bijzondere soorten sinds de start van natuurontwikkeling vanaf 1994. Deelrapport 7. Kurstjens ecologisch adviesbureau, Beek-Ubbergen / Bureau Drift, Berg en Dal / INBO, Brussel. https://natuurgegevensprovincielimburg.nl/ (natuurgegevens provincie Limburg) https://polviewer.nl/ (NNN en beschermde gebieden in Limburg)
Algemene websites https://www.bij12.nl/ (kennisdocumenten van o.a. huismus, gierzwaluw en diverse vleermuissoorten) https://www.eis-nederland.nl/ (soortgegevens ongewervelden) https://www.floron.nl/ (soortgegevens planten) https://www.ravon.nl/ (soortgegevens amfibieën, reptielen en vissen) https://sovon.nl/ (soortgegevens vogels) https://www.natura2000.nl/gebieden (Natura 2000-gebieden) https://www.verspreidingsatlas.nl/vaatplanten (verspreidingsgegevens planten) https://www.vlinderstichting.nl/ (soortgegevens vlinders en libellen) https://wetten.overheid.nl/BWBR0037552/2021-07-0 (wettekst Wet natuurbescherming) https://www.zoogdiervereniging.nl/ (soortgegevens zoogdieren) Provinciale bronnen van Buggenum, H.J.M., R.P.G. Geraerds & A.J.W. Lenders (red.) 2009. Herpetofauna van Limburg. Verspreiding en ecologie van amfibieën en reptielen in de periode 1980-2008. Stichting Natuurpublicaties Limburg, Maastricht.
Quickscan Flora en Fauna Elshoutweg 28 Belfeld
16
Amsterdam Rhijnspoorplein 38 1018 TX Amsterdam +31 (0)20 506 19 99
Boxtel Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel +31 (0)411 850 400
Venlo Industriestraat 94 5931 PK Tegelen +31 (0)77 373 06 01 info@bro.nl www.bro.nl Quickscan Flora en Fauna Elshoutweg 28 Belfeld
17
Bijlage 4 Oplegnotitie archeologische quickscan
Bestemmingsplan "Correctieve herziening herbegrenzing glastuinbouwconcentratiegebied Meelderbroek" (vastgesteld) 65
Oplegnotitie archeologische quickscan en verkennend booronderzoek Elshoutweg en Hoverheideweg te Belfeld, in de gemeente Venlo
Oplegnotitie archeologische quickscan en verkennend booronderzoek Elshoutweg en Hoverheideweg, te Belfeld in de gemeente Venlo Opdrachtgever
BRO Postbus 4 5280 AA Boxtel
Rapportnummer
9325.001b
Versienummer 1
1
Datum
11 augustus 2023
Opsteller 2
De heer drs. M. Stiekema
Kwaliteitscontrole
De heer drs. A.H. Schutte
1
Versie 1 betreft een rapport waarvan geen beoordeling van de bevoegde overheid is ontvangen, bij versie 2 is het rapport wel beoordeeld door de bevoegde overheid. 2 AVG In onze rapportages wordt niet gewerkt met handtekeningen en/of parafen. Conform protocol en eisen uit het kwaliteitssysteem wordt het rapport aantoonbaar vrijgegeven. In het kader van de AVG dient, voorafgaand aan publicatie of bij uitlevering aan derden, bijlagen met kadastrale uittreksels en namen van opdrachtgevers verwijderd dan wel zwart gelakt te worden.
Econsultancy Archeologisch Rapport
KWALITEITSZORG Econsultancy is onder meer gecertificeerd voor protocollen 4001, 4002, 4003 en 4004 van de BRL SIKB 4000. Verder is Econsultancy lid van de Nederlandse Vereniging van Archeologische Opgravingsbedrijven (NVAO). De leden van de NVAO bieden kwalitatief hoogstaand archeologisch onderzoek. Het lidmaatschap is een waarborg voor kwaliteit en betrouwbaarheid. Ook is Econsultancy aangesloten bij de Vereniging van Ondernemers in Archeologie (VOiA). De VOiA behartigt de belangen van meer dan 100 bedrijven in alle takken van de archeologie. CERTIFICERING Econsultancy werkt volgens een dynamisch kwaliteits- en milieusysteem, zoals beschreven in het kwaliteitsen milieuhand-boek. Ons kwaliteits- en milieusysteem is gecertificeerd volgens de eisen in de NEN-EN-ISO 9001 en NEN-EN-ISO 14001. Daarnaast staat veilig werken bij Econsultancy voorop en zijn we gecertificeerd voor VCA*.
BETROUWBAARHEID Dit onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd, conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving. Een booronderzoek wordt in het algemeen uitgevoerd door het steekproefsgewijs onderzoeken van de bodem, waardoor het, op basis van de resultaten van een booronderzoek, onmogelijk is garanties af te geven ten aanzien van de aan- of afwezigheid van archeologische waarden. In dit kader dient ook opgemerkt te worden dat geraadpleegde bronnen niet altijd zonder fouten en volledig zijn. Daar Econsultancy voor het verkrijgen van historische informatie afhankelijk is van deze bronnen, kan Econsultancy niet instaan voor de juistheid en volledigheid van deze informatie. Al onze rapportages worden opgesteld conform de ‘Handreiking omgaan met AVG in bodemonderzoeken’ opgesteld door de VKB (29 juni 2022). Hiermee voldoet de rapportage aan de eisen die de wet, NEN en KNA protocollen ons stellen en wordt tevens voldaan aan de AVG. Hierbij wordt opgemerkt dat wetgeving, waaronder wettelijke eisen uit de Erfgoedwet, prevaleert boven de AVG. RECHTEN © Econsultancy bv, Foto’s en tekeningen: Econsultancy bv, tenzij anders vermeld.
Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de rechthebbende. Econsultancy aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek. ISSN: 2210-8777 (Analoog rapport) ISSN: 2210-8785 (Digitaal rapport E-depot)
Econsultancy Archeologisch Rapport
INHOUDSOPGAVE ADMINISTRATIEVE GEGEVENS PLANGEBIED 1
INLEIDING .................................................................................................................................................... 1 1.1 1.2
2
ACTUALISATIE .............................................................................................................................................. 2 2.1 2.2
3
Aanleiding tot het onderzoek en leeswijzer .................................................................................... 1 Resultaten vooronderzoek .............................................................................................................. 1
Doelstelling en Methoden ............................................................................................................... 2 Afbakening en huidige situatie van het plangebied ........................................................................ 2
CONCLUSIE EN ADVIES ................................................................................................................................ 3
LITERATUUR BRONNEN KAARTEN
KAARTEN Kaart 1. Kaart 2.
Het plangebied op de topografische kaart Het plangebied op een luchtfoto uit 2022
ADMINISTRATIEVE GEGEVENS PLANGEBIED Projectcode
9325.001b
Opdrachtgever
BRO
Toponiem
Elshoutweg en Hoverheideweg
Plaats
Belfeld
Gemeente
Venlo
Provincie
Limburg
Kadastrale gegevens
Gemeente Belfeld, sectie E, nummers 3 (ged.) 695, 910, 1195 (ged.) en 1196
Omvang plangebied
circa 16 hectare
Kaartblad
58E
Centrumcoördinaten (X/Y)
X: 206.170 Y: 367.020
Archeoregio NOaA
5: Limburgs zandgebied
Bevoegde overheid
Gemeente Venlo Postbus 3434 5902 RK Venlo
Uitvoeringsperiode
augustus 2023
Uitvoerders
Econsultancy, De heer drs. M. Stiekema( Senior KNA Prospector)
Onderzoeksmelding ARCHIS3
698782100
Beheer en plaats documentatie
Econsultancy en op termijn het provinciaal depot
Contactpersoon: drs. J.W. Schotten T: 077 – 3596363 E: j.schotten@venlo.nl
1
INLEIDING
1.1 Aanleiding tot het onderzoek en leeswijzer Econsultancy heeft in opdracht van BRO een oplegnotitie opgesteld voor een plangebied aan de Elshoutweg en Hoverheideweg in Belfeld, gemeente Venlo (zie kaart 1). Het plangebied is grotendeels herontwikkeld met glastuinbouw. Om deze ontwikkeling mogelijk te maken, moet eerst een nieuw bestemmingsplan worden opgesteld. Als onderdeel van de bestemmingsplanprocedure moet een ruimtelijke onderbouwing worden opgesteld. Hierbij moet ook inzichtelijk worden gemaakt welke archeologische waarden binnen het plangebied kunnen worden verwacht en wat het effect is van eventuele ingrepen op deze archeologische waarden. De noodzaak tot archeologisch onderzoek vloeit voort uit het Verdrag van Malta (1992), de Wet ruimtelijke ordening (Wro, 2006) en de Erfgoedwet (2016). In § 1.2 worden de resultaten van het reeds uitgevoerde onderzoek beschreven. In hoofdstuk 2 wordt een actualisatie van het in 2019 uitgevoerde onderzoek gegeven. Op basis van het onderzoek wordt een geactualiseerd advies gegeven of vervolgstappen nodig zijn en zo ja, in welke vorm (hoofdstuk 3). De oplegnotitie is opgesteld in augustus 2023 door drs. M. Stiekema Senior KNA Prospector). De notitie is gecontroleerd door drs. A.H. Schutte (Senior KNA Prospector).
1.2 Resultaten vooronderzoek In mei 2019 is door Econsultancy een archeologisch onderzoek uitgevoerd voor het plangebied aan de Elshoutweg en Hoverheideweg in Belfeld, gemeente Venlo. 3 Omdat het plangebied volgens de gemeentelijke beleidskaart in een gebied ligt met een lage archeologische verwachtingswaarde, maar met de kans op het voorkomen van mogelijk bijzondere datasets, en er in de omgeving van het plangebied al diverse bureauonderzoeken zijn uitgevoerd, is in overleg met de gemeente Venlo (contactpersoon dhr. J. Schotten) besloten om voor het plangebied een archeologisch onderzoek door middel van een quickscan en extensief verkennend booronderzoek uit te voeren. Resultaten quickscan Op basis van de quickscan is voor het plangebied een gespecificeerde archeologische verwachting opgesteld. De gespecificeerde verwachting is voor archeologische resten uit het Paleolithicum en het Mesolithicum middelhoog. Dit is gebaseerd op de vondsten uit de regio en de mogelijke aanwezigheid van tijdelijke kampementen in
3
Stiekema, 2019
9325.001b versie 1
1/4
het plangebied. De natte omstandigheden kunnen een gevarieerde ecologie tot gevolg hebben gehad, die interessant was voor jagers-verzamelaars. De gespecificeerde archeologische verwachting vanaf het Neolithicum is laag, met de mogelijke aanwezigheid van een bijzondere dataset. De natte omstandigheden maakten het gebied ongunstig voor (permanente) bewoning en landbouw. Wel kon dit leiden tot zogenaamde bijzondere datasets op puntlocaties, zoals bijvoorbeeld knuppelpaden, watermolens en drainagesystemen. Uit kaartmateriaal blijkt dat het terrein in de Nieuwe tijd is ontgonnen. De gespecificeerde verwachting voor archeologische resten uit de Nieuwe tijd is toch laag, omdat het terrein slechts een korte periode in gebruik is geweest (sinds begin 20 e eeuw), waarbij verwacht wordt dat de materiële neerslag van dit gebruik laag is. Resultaten inventariserend veldonderzoek Uit het booronderzoek blijkt dat de bodem in het gehele plangebied licht tot plaatselijk sterk verstoord is. Deze bodemverstoringen zijn vermoedelijk ontstaan bij de ontginning van het gebied en/of het latere agrarische gebruik. Op basis van de aangetroffen bodemverstoring worden binnen het plangebied geen archeologische resten meer verwacht.
De gespecificeerde archeologische verwachting, zoals die is bepaald door de quickscan, is door de resultaten van het veldonderzoek bijgesteld naar laag voor het voorkomen van bijzondere datasets. Advies Op grond van de resultaten van de archeologische quickscan en het veldonderzoek is door Econsultancy in 2019 geadviseerd om het plangebied vrij te geven.
2
ACTUALISATIE
2.1 Doelstelling en Methoden Het doel van de oplegnotitie is het actualiseren van het in 2019 uitgevoerde archeologisch onderzoek. Hiervoor wordt aan de hand van bekende bronnen onderzocht of wat betreft de aannamen uit 2019 sindsdien wijzigingen zijn opgetreden Bij het uitvoeren van deze werkzaamheden zijn de volgende bronnen geraadpleegd: • • • •
het Archeologische Informatie Systeem (ARCHIS); de Archeologische Monumenten Kaart (AMK); geologische kaarten, geomorfologische kaarten en bodemkaarten; de archeologische verwachtingskaarten van de gemeente Venlo;
2.2 Afbakening en huidige situatie van het plangebied Huidige situatie Voor de oplegnotitie is het van belang de huidige situatie te onderzoeken. Landgebruik en bebouwing kunnen van invloed zijn op de archeologische verwachting. Hiervoor is gebruik gemaakt van de meest recente gegevens.
9325.001b versie 1
2/4
Het plangebied is momenteel in gebruik als kassencomplex met loods en waterbassin. De noordelijke hoek van het plangebied is in gebruik als boomkwekerij (zie foto 1 & 2 en kaart 2).
Foto 1 & 2: het plangebied in 2023
Aardwetenschappelijke gegevens Sinds het in 2019 uitgevoerde archeologisch onderzoek zijn voor zover bekend bij Econsultancy geen nieuwe aardwetenschappelijke kaarten opgesteld van het plangebied en de directe omgeving. Archeologische waarden In ARCHIS staan alle bekende archeologische onderzoeks- en vondstmeldingen geregistreerd. Sinds het in 2019 uitgevoerde archeologisch onderzoek zijn voor zover bekend in ARCHIS geen nieuwe archeologische onderzoeken uitgevoerd dan wel vondsten gedaan in het plangebied en de directe omgeving (in een straal van 1 kilometer rond het plangebied).4
3
CONCLUSIE EN ADVIES
Uit het booronderzoek uit 2019 blijkt dat de bodem in het gehele plangebied licht tot plaatselijk sterk verstoord is. Deze bodemverstoringen zijn vermoedelijk ontstaan bij de ontginning van het gebied en/of het latere agrarische gebruik. Op basis van de aangetroffen bodemverstoring worden binnen het plangebied geen archeologische resten meer verwacht. De gespecificeerde archeologische verwachting, zoals die is bepaald door de quickscan, is door de resultaten van het veldonderzoek bijgesteld naar laag voor het voorkomen van bijzondere datasets. Advies 2019 Op grond van de resultaten van de archeologische quickscan en het veldonderzoek is door Econsultancy in 2019 geadviseerd om het plangebied vrij te geven.
4
Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort
9325.001b versie 1
3/4
Conclusie en advies 2023 Uit een analyse van de meest recente gegevens zijn er geen nieuwe archeologische gegevens over het plangebied en de directe omgeving naar boven gekomen. Verder blijkt dat het plangebied in de tussentijd voor een groot deel bebouwd is, waardoor de bodem en daarmee mogelijk aanwezige archeologische waarden alleen maar meer verstoord zullen zijn dan ze in 2019 al waren. Op grond van de geactualiseerde gegevens zijn er geen aanwijzingen om de in 2019 opgestelde gespecificeerde archeologische verwachting (zie § 1.2) aan te passen. Ook op grond van de geactualiseerde resultaten adviseert Econsultancy om het plangebied vrij te geven.
LITERATUUR Stiekema, M., 2019: archeologische quickscan en verkennend booronderzoek tussen Elshoutweg en Hoverheideweg te Belfeld. Econsultancy-rapport 9325.001, Swalmen
BRONNEN Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort, augustus 2023. https://archis.cultureelerfgoed.nl
9325.001b versie 1
4/4
KAARTEN
Kaart 1.
Het plangebied op de topografische kaart
Kaart 2.
Het plangebied op een luchtfoto uit 2022
Bijlage 5 Akoestisch onderzoek
Bestemmingsplan "Correctieve herziening herbegrenzing glastuinbouwconcentratiegebied Meelderbroek" (vastgesteld) 79
AKOESTISCH ONDERZOEK in het kader van het Activiteitenbesluit en een bestemmingsplanwijziging voor de aardbeienkwekerij aan de Elshoutweg te Belfeld 19 maart 2020
akoestisch onderzoek Meelderbroek te Belfeld
Akoestisch onderzoek in het kader van het Activiteitenbesluit en een bestemmingsplanwijziging voor de aardbeienkwekerij aan de Elshoutweg te Belfeld
opdrachtgever
rapportnummer Mee.Bel.19.AO AB-05 projectleider H. Neelen
:
BRO (contactpersoon S. Driessen) Industriestraat 94 5931 PK Tegelen +31 (0) 77 373 0601
datum 19 maart 2020 Auteur P. Rovers
status definitief
M-tech Nederland BV Produktieweg 1 g 6045 JC ROERMOND telefoon: + 31 (0) 475 420 191 telefax : + 31 (0) 475 311 558 E-mail : info@m-tech-nederland.nl
Mee.Bel.19.AO AB-05
19 maart 2020
akoestisch onderzoek Meelderbroek te Belfeld
Inhoudsopgave 1
Inleiding
4
2
Uitgangspunten
5
2.1 2.2
5 5
3
4
5
6
situering van de inrichting beschrijving activiteiten en representatieve bedrijfssituatie
Wettelijk kader
7
3.1 3.2
7 7
normstelling directe hinder normstelling indirecte hinder
Opzet van het onderzoek en berekeningssystematiek
8
4.1 4.2 4.3
8 8 8
objecten immissiepunten geluidbronnen
Resultaten berekeningen en toetsing
10
5.1 5.2 5.3
10 10 11
langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (LAr,LT) maximaal geluidniveau (LAmax) Verkeersaantrekkende werking
Samenvatting en conclusies
12
Bijlage 1: grafische weergave rekenmodel
I
Bijlage 2: invoergegevens rekenmodel
II
Bijlage 3: rekenresultaten – langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (LAr, LT)
III
Bijlage 4: rekenresultaten – maximaal geluidniveau (LAmax)
IV
Bijlage 5: rekenresultaten – verkeersaantrekkende werking
V
Mee.Bel.19.AO AB-05
19 maart 2020
akoestisch onderzoek Meelderbroek te Belfeld
1
Inleiding
In opdracht van BRO is een akoestisch onderzoek uitgevoerd voor de oprichting van een aardbeienkwekerij aan de Elshoutweg te Belfeld. Onderzoek vindt plaats in het kader van het Activiteitenbesluit milieubeheer en een bestemmingsplanwijziging. Het doel van dit onderzoek is inzicht geven in de geluidemissie van de inrichting naar haar directe omgeving. Hierbij is uitgegaan van de representatieve (aangeleverde) bedrijfssituaties, aangevuld met (akoestische) ervaringscijfers. Het onderzoek is uitgevoerd volgens de regels uit de Handleiding meten en rekenen industrielawaai van 1999. Middels voorliggende rapportage wordt verslag gedaan van de uitgangspunten en bevindingen van het uitgevoerde onderzoek.
Mee.Bel.19.AO AB-05
4
19 maart 2020
akoestisch onderzoek Meelderbroek te Belfeld
2
Uitgangspunten
2.1
situering van de inrichting
De initiatiefnemer wenst aan de Elshoutweg in Belfeld (gemeente Venlo) een nieuw kascomplex te realiseren voor het kweken van aardbeien. De projectlocatie is gelegen in het buitengebied, ten zuiden van Belfeld en ten noordoosten van Reuver. De directe omgeving bestaat uit agrarisch gebied met andere glastuinbouwbedrijven. Ten oosten bevindt zich de grens met Duitsland en het natuurgebied Heidemoore/Brachter Wald. Ten westen is de A73 gelegen. Figuur 1 geeft de geografische situering van de inrichting.
Figuur 1: geografische ligging met de beoogde inrichting in rood kader
2.2
beschrijving activiteiten en representatieve bedrijfssituatie
Het nieuwe kascomplex zal een teeltoppervlak beslaan van circa 92.760 m2. Naast de teeltruimte worden er o.a. een loods met laaddock, een opslagruimte, opslagtanks/silo’s, een koelcel, een ketelruimte en een waterbassin gerealiseerd. Jaarlijks worden rond juni/juli nieuwe aardbeienplanten aangeleverd. Omstreeks mei en december wordt geoogst, waarna de kas wordt leeggeruimd en klaar wordt gemaakt voor nieuwe planten. Op het dak van de kas worden sproeiers geïnstalleerd voor verkoeling van de kas tijdens warme perioden. Deze zullen maximaal van 10.00 tot 21.00u in werking zijn. In figuur 2 geeft een schematische weergave van de terreinindeling. Aan de noordwestzijde van het terrein bevindt zich de inrit aan de Elshoutweg. Tevens worden hier de parkeerplaatsen en de laaddocks gerealiseerd. De laaddocks zijn gelegen aan de loods en de teeltruimte.
Mee.Bel.19.AO AB-05
5
19 maart 2020
akoestisch onderzoek Meelderbroek te Belfeld
Figuur 2: schematische weergave terreinindeling
Personeel en klanten/bezoekers bereiken de inrichting middels personenwagens, personenbusjes en touringcars. De aan- en afvoer van producten, fust, substraat e.d. gebeurt middels vrachtwagens, deze draaien op eigen terrein. Het laden en lossen vindt inpandig plaats bij een laaddock aan de loods. Binnen de kas wordt gebruik gemaakt van elektrische heftrucks en pallettrucks. Navolgende tabel 2-a geeft een overzicht van het aantal aan- en afrijdende voertuigen. De werkdag begint in het hoogseizoen om 06.00 uur waardoor er voor 06.00 uur personeel aankomt (nachtperiode). Het in de nacht lossen van vrachtwagens met vloeibaar CO2 of het in de nacht laden van vrachtwagens met producten komt slechts sporadisch voor. tabel 2-a: overzicht aantal voertuigen omschrijving
dag 20
licht verkeer (personenwagens) middelzwaar verkeer (busjes/kleine vrachtwagens/touringcars) zwaar verkeer (vrachtwagens)
Mee.Bel.19.AO AB-05
6
aantal voertuigen avond nacht 3 8
10
2
3
8
2
2
19 maart 2020
akoestisch onderzoek Meelderbroek te Belfeld
3
Wettelijk kader
3.1
normstelling directe hinder
Activiteitenbesluit Voor de beoordeling van het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT) en het maximaal geluidniveau (LAmax) wordt aansluiting gezocht bij de normstelling volgens het Activiteitenbesluit. Conform Artikel 2.17 lid 6 geldt voor een glastuinbouwbedrijf binnen een glastuinbouwgebied dat voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT) en het maximaal geluidsniveau (LAmax), veroorzaakt door de in de inrichting aanwezige installaties en toestellen, alsmede door de in de inrichting verrichte werkzaamheden en activiteiten en laad- en losactiviteiten ten behoeve van en in de onmiddellijke nabijheid van de inrichting, geldt dar de niveaus in onderstaande tabel genoemde plaatsen en tijdstippen niet meer bedragen dan de in de tabel aangegeven waarden; tabel 3-a: normstelling Activiteitenbesluit milieubeheer
LAr,LT op de gevel van gevoelige gebouwen LAmax op de gevel van gevoelige gebouwen LAr,LT in in- en aanpandige gevoelige gebouwen LAmax in in- en aanpandige gevoelige gebouwen
dag 06.00-19.00u 50 70 35 55
geluidniveau [dB(A)] avond nacht 19.00-22.00u 22.00-06.00u 45 40 65 60 30 25 50 45
De in de periode tussen 06.00 uur en 19.00 uur in de tabel opgenomen maximale geluidsniveaus (LAmax) zijn niet van toepassing op laad- en losactiviteiten inclusief aanverwante activiteiten, zoals het slaan van autoportieren en het starten en wegrijden van voertuigen. Bestemmingsplan In het kader van de bestemmingsplanwijziging wordt aangesloten bij het stappenplan uit de VNG-brochure “Bedrijven en milieuzonering”. Voor een bestemmingsplanwijziging geeft de brochure het stappenplan in bijlage B5.3 met de volgende richtwaarden voor omgevingstype “gemengd gebied”: - 50 dB(A) etmaalwaarde langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (LAr,LT) - 70 dB(A) etmaalwaarde maximaal geluidniveau (LAmax) En de volgende richtwaarden voor omgevingstype “rustige woonwijk/rustig buitengebied” - 45 dB(A) etmaalwaarde langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (LAr,LT) - 65 dB(A) etmaalwaarde maximaal geluidniveau (LAmax) De nabije omgeving sluit het beste aan bij de typering “gemengd gebied”. Het betreft hier woningen in het buitengebied met overwegend agrarische bedrijvigheid. Daarbij ligt het gebied direct naast de A73. De genoemde richtwaarden sluiten aan bij het toetsingskader volgens het Activiteitenbesluit.
3.2 normstelling indirecte hinder Als toetsingskader met betrekking tot de geluidbelasting ten gevolge van de verkeersaantrekkende werking geldt de “Circulaire indirecte hinder”1, die een voorkeurgrenswaarde van 50 dB(A) etmaalwaarde en een maximale grenswaarde van 65 dB(A) etmaalwaarde stelt. Voorts stelt deze circulaire dat de geluidhinder ten gevolge van verkeersbewegingen van en naar de inrichting beoordeeld wordt op een wijze overeenkomend met de wijze waarop verkeerslawaai in het kader van de Wet geluidhinder wordt beoordeeld. 1
“Circulaire inzake geluidhinder veroorzaakt door het wegverkeer van en naar de inrichting; beoordeling in het kader van de Wet milieubeheer d.d. 29 februari 1996”
Mee.Bel.19.AO AB-05
7
19 maart 2020
akoestisch onderzoek Meelderbroek te Belfeld
4
Opzet van het onderzoek en berekeningssystematiek
Ten behoeve van de berekening van de geluidimmissie van de inrichting op de rekenpunten is een rekenmodel opgesteld. Hierbij is gebruik gemaakt van het programma “Geomilieu” versie V5.21. Bijlage 2 geeft de invoergegevens van de rekenmodellen. 4.1
objecten
In het rekenmodel zijn alle relevante objecten en bodemgebieden meegenomen. Voor de omgeving wordt gerekend met een standaard bodemfactor van 1,0 vanwege de aanwezige akoestisch zachte bodemgebieden. In figuur 2 van bijlage 1 zijn de gehanteerde objecten en bodemgebieden grafisch weergegeven. 4.2
immissiepunten
De geluidimmissie vanwege het kascomplex wordt berekend ter plaatse van de meest nabij gelegen woningen volgens de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG). De rekenhoogte bedraagt ter plaatse van woningen 1,5 meter voor de dagperiode en 5 meter voor de avond- en nachtperiode. Figuur 2 in bijlage 1 geeft de situering van de immissiepunten. 4.3
geluidbronnen
4.3.1 overzicht Navolgende tabel 4-a geeft een overzicht van de gehanteerde geluidbronnen zoals die voorkomen in de representatieve bedrijfssituatie voor respectievelijk de gemiddelde bronvermogens als de bronvermogens voor de maximale geluidniveaus. In deze tabel zijn, naast het bronnummer, de bronomschrijving en het bronvermogen opgenomen wat de bedrijfsduur van elke geluidbron is in de dag-, avond- en nachtperiode. Onder het kopje “bron” in tabel 4-c is vermeld waar de gehanteerde bronvermogens uit afkomstig zijn. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in literatuur2 (L), bureau-ervaringscijfers (B) of het akoestisch rapport3. tabel 4-c: overzicht geluidbronnen representatieve bedrijfssituaties bronvermogen [dB(A)] i.d. omschrijving bron gemiddeld maximaal mobiele bron* M01 zwaar verkeer L 102 104 M01a zwaar verkeer achteruit L 102 108 middelzwaar verkeer/ B M02 100 touringcar 95 M03 licht verkeer B 90 100 I43 Heftruck B 87 93 puntbron P01 luchtinlaat/-uitlaat B 75 -P02 luchtinlaat/-uitlaat B 75 -P03-1-100 daksproeier A 78 -P04 condensor B 92 -P05 piekgeluid zwaar verkeer B -108
dag
bedrijfsduur [uur] avond nacht
16 16
4 4
4 4
20
4
6
40 2
6 -
16 -
13 13 9 13
3 3 1 3
8 8 -8
*De bedrijfsduur van de mobiele bronnen is afhankelijk van het aantal bewegingen, de routelengte op het inrichtingsterrein, de rijsnelheid en het aantal bronpunten dat de rijroute simuleert. Onder bedrijfsduur is het aantal bewegingen weergegeven.
2
Ontleend aan het onderzoek van Peutz: Geluidvermogens van vrachtwagens bij lage snelheden - EHA Granneman et al. Publicatie in het blad Geluid, maart 2013 3 Prognoseberekening geluiduitstraling industrielawaai Elshoutweg (perceel E99, 100 & 704) Belfeld, HMB B.V., d.d. 06-072007, kenmerk 07230201N.
Mee.Bel.19.AO AB-05
8
19 maart 2020
akoestisch onderzoek Meelderbroek te Belfeld
Het piekgeluid zwaar verkeer heeft betrekking op het slaan van portieren of het ontluchten van remmen nabij de laaddocks. Het maximaal geluidniveau voor zwaar verkeer heeft betrekking op optrekken en afremmen. Het licht en middelzwaar verkeer rijdt van de inrit naar de parkeerplaatsen. Zwaar verkeer rijdt vanaf de inrit, en draaien binnen de locatie naar de laaddocks en terug (zie ook grafische weergave rekenmodel in bijlage 1). Het laden en lossen in het laaddock gebeurt inpandig in een gesloten systeem. De geluidafstraling naar omgeving hiervan zal minimaal zijn en wordt daarom als niet relevant beschouwd. Voor de voertuigbewegingen binnen het inrichtingsterrein wordt een snelheid van 10 km/u gehanteerd. Het verkeer zal de inrichting bereiken vanuit noordwestelijke richting via de Elshoutweg en de Broekstraat. Hier geldt een maximale snelheid van 60 km/u. Voor het zware vrachtverkeer is voor de maximum snelheid 40km/u aangehouden vanwege de situerering en ligging nabij een kruispunt waar het verkeer in het huidige verkeersbeeld is opgenomen.
De reikwijdte van de verkeersaantrekkende werking blijft beperkt tot dat gebied waarbinnen de voertuigen van en naar de inrichting voor het gehoor nog herkenbaar zijn ten opzichte van andere voertuigen op de openbare transportroutes of tot dat gebied waarbinnen de voertuigen van en naar de inrichting nog niet zijn opgenomen in het heersende verkeersbeeld4. Voor de bepaling van de verkeersaantrekkende werking wordt aangesloten bij de methode wegverkeerslawaai RMW-2012. De heftrucks en pallettrucks worden uitsluiten binnen de kas gebruikt, echter 2 keer per jaar bij het wisselen van oogst wordt de volledige kas leeggehaald met een heftruck, derhalve is deze 2uur opgenomen. De samenstelling van de CV-installatie en een eventuele WKK-unit is uitgegaan van een tweetal luchtinlaten/-uitlaten en een condensorbank die het gehele etmaal in werking zijn. In bijlage 2 zijn de invoergegevens opgenomen. Bijlage 1 geeft de situering van de diverse geluidbronnen. 4.3.2 bijzondere geluiden en trillingen Gezien de relevante bronnen binnen het bedrijf zal de geluidimmissie ter plaatse van woningen vanwege de inrichting geen tonaal-, muziek- of impulsachtig karakter hebben. Van laagfrequente geluiden zal evenmin sprake zijn. Binnen de inrichting zijn geen machines of apparatuur in bedrijf die specifieke trillingen kunnen veroorzaken.
Het vrachtverkeer op het terrein rijdt over verhard terrein waarbij met een lage snelheid wordt gereden, waardoor trillingen, veroorzaakt door het rijden tot een minimum worden beperkt. De snelheid van de vrachtwagens op het inrichtingsterrein is beperkt tot circa 10 km/u. Daarnaast wordt het vrachtverkeer niet gehinderd door enige vorm van obstakels. Gezien het feit dat vrachtwagens niet dichter langs woningen zullen rijden dan via de openbare weg kan verder worden gesteld dat, ook ten gevolge van mobiele bronnen, geen trillinghinder zal optreden. Uit het rekenmodel is gebleken dat ruim voldaan wordt aan de norm, derhalve is een strafcorrectie van 5 dB vanwege tonaal karakter van achteruitrijsignalering uitgesloten. Zou de achteruitrijsignalering hoorbaar zijn bij de woning dan zou na het optellen van de strafcorrectie nog steeds ruimschoots worden voldaan.
4
https://www.infomil.nl/onderwerpen/geluid/regelgeving/activiteitenbesluit/indirecte/
Mee.Bel.19.AO AB-05
9
19 maart 2020
akoestisch onderzoek Meelderbroek te Belfeld
5
Resultaten berekeningen en toetsing
In dit hoofdstuk worden de berekende geluidimmissies weergegeven. Een uitgebreid overzicht van de rekenresultaten is ondergebracht in bijlage 3 t/m 5. 5.1
langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (LAr,LT)
Tabel 5-a geeft een overzicht van de berekende langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus (LAr,LT). tabel 5-b: langtijdgemiddelde geluidsniveau (LAr,LT) Langtijdgemiddeld geluidsniveau [dB(A)] i.d. omschrijving dag avond nacht 1_A Koelesweg 10 23 24 21 2_A Elshoutweg 25 33 34 31 2a_A Elshoutweg 25 zijgevel 25 24 21 3_A Elshoutweg 27 34 34 32 4_A Elshoutweg 15 18 19 16 5_A Elshoutweg 13 18 19 15 6_A Hoverheideweg 2 18 18 14 7_A Hoverheide 1 18 18 14 8_A Koelesweg 7 24 24 20
Het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT) bedraagt ten hoogste 34, 34 en 32 dB(A) tijdens respectievelijk de dag-, avond- en nachtperiode. Dit valt ruim binnen het toetsingskader conform AB artikel 2.17 lid 6 en de VNG-brochure van 50 dB(A) etmaalwaarde. 5.2
maximaal geluidniveau (LAmax)
Navolgende tabel 5-b geeft een overzicht van de berekende maximale geluidniveaus (LAmax) op de immissiepunten voor de dag-, avond- en nachtperiode. tabel 5-b: maximaal geluidniveau (LAmax) i.d.
omschrijving
1_A 2_A 2a_A 3_A 4_A 5_A 6_A 7_A 8_A
Koelesweg 10 Elshoutweg 25 Elshoutweg 25 zijgevel Elshoutweg 27 Elshoutweg 15 Elshoutweg 13 Hoverheideweg 2 Hoverheide 1 Koelesweg 7
maximaal geluidniveau [dB(A)] dag avond nacht 30 33 33 51 52 52 50 52 52 52 54 54 32 34 34 34 36 36 31 32 32 31 32 32 31 33 33
Het maximale geluidniveau (LAmax) bedraagt ten hoogste 52, 54 en 54 dB(A) tijdens respectievelijk de dag-, avond- en nachtperiode. Hiermee wordt voldaan aan het toetsingskader conform AB artikel 2.17 lid 6 en de VNG-brochure van 70 dB(A) etmaalwaarde.
Mee.Bel.19.AO AB-05
10
19 maart 2020
akoestisch onderzoek Meelderbroek te Belfeld
5.3
Verkeersaantrekkende werking
In tabel 5-c zijn de rekenresultaten voor wat betreft de verkeersaantrekkende werking weergegeven. tabel 5-c: rekenresultaten verkeersaantrekkende werking i.d.
omschrijving
1_B 1a_B 2_B 3_B 4_B
Elshoutweg 25 Elshoutweg 25 zijgevel Elshoutweg 27 Elshoutweg 15 Elshoutweg 13
etmaalwaarde (Letm) [dB(A] 48 44 44 22 18
Uit de berekeningen blijkt dat de geluidbelasting vanwege de verkeer aantrekkende werking ten hoogste 48 dB(A) etmaalwaarde bedraagt. Hiermee wordt de voorkeurgrenswaarde van 50 dB(A) gerespecteerd.
Mee.Bel.19.AO AB-05
11
19 maart 2020
akoestisch onderzoek Meelderbroek te Belfeld
6
Samenvatting en conclusies
In opdracht van BRO is een akoestisch onderzoek uitgevoerd voor de oprichting van een aardbeienkwekerij aan de Elshoutweg te Belfeld. De initiatiefnemer wenst aan de Elshoutweg in Belfeld een nieuw kascomplex te realiseren voor het kweken van aardbeien met een teeltoppervlak van 125.000 m2. Aan de hand van de beoogde bedrijfssituatie is een rekenmodel opgesteld. Middels dit rekenmodel zijn de akoestische effecten met betrekking tot de bedrijfsactiviteiten inzichtelijk gemaakt. Het onderzoek vindt plaats in het kader van het Activiteitenbesluit milieubeheer en een bestemmingsplanwijziging. Het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT) bedraagt ten hoogste 34, 34 en 32 dB(A) tijdens respectievelijk de dag-, avond- en nachtperiode. Het maximale geluidniveau (LAmax) bedraagt ten hoogste 52, 54 en 54 dB(A) tijdens respectievelijk de dag-, avond- en nachtperiode. Daarmee wordt voldaan aan het toetsingskader conform Activiteitenbesluit artikel 2.17 lid 6 en de VNG-brochure van 50 danwel 70 dB(A) etmaalwaarde. De verkeersaantrekkende werking over de Elshoutweg bedraagt ten hoogste 48 dB(A) etmaalwaarde. Hiermee wordt de voorkeurgrenswaarde van 50 dB(A) gerespecteerd.
Mee.Bel.19.AO AB-05
12
19 maart 2020
akoestisch onderzoek Meelderbroek te Belfeld
Bijlage 1: grafische weergave rekenmodel
I
akoestisch onderzoek Meelderbroek te Belfeld
Bijlage 2: invoergegevens rekenmodel
II