065 bijl1 Rapport motie energiearmoede (1860244).pdf
Tekst van het document
Rapport Energiearmoede in Venlo
Inhoudsopgave Inleiding.................................................................................................................................. 3 Leeswijzer........................................................................................................................... 3 Hoofdstuk 1. Wat is energiearmoede en wie heeft er last van?...............................................4 Potentiële uitbreiding energiearmoede-groep......................................................................4 Hoofdstuk 2. Energiearmoede. Hoe is het verdeeld over de stad?.........................................5 2.1.
Energiearmoede verdeeld over de stad Venlo..........................................................6
2.2.
Verdeling lage inkomensgroepen over de wijken......................................................9
Hoofdstuk 3. Energiearmoede en inkomen...........................................................................10 3.1. Lage inkomensgroepen in Venlo................................................................................11 3.2. Rechthebbende energietoeslag..................................................................................11 3.3. Financiële veerkracht..................................................................................................11 3.4 Energiebetalingsachterstanden...................................................................................11 Hoofdstuk 4. Risicogroepen..................................................................................................13 4.1. Risicogroepen in Venlo...............................................................................................13 4.1.1. Eenpersoonshuishoudens....................................................................................13 4.1.2. Eenouder gezinnen..............................................................................................13 4.1.3. Twee ouder gezinnen...........................................................................................14 4.1.4. Ouderen............................................................................................................... 14 5.
Conclusie.......................................................................................................................... 18 Literatuur en databronnen.....................................................................................................19
Inleiding Op 22 februari 2022 is er door uw Raad de mote ‘Breng energiearmoede in beeld’ unaniem aangenomen. De aanleiding van de mote zijn de torenhoge energiekosten die door diverse oorzaken tot stand zijn gekomen. Huishoudens, maatschappelijke organisates en bedrijven hebben hier last van. Uw Raad heef daarom verzocht om de problemen ten aanzien van energiearmoede bij huishoudens in beeld te brengen en daar waar mogelijk met korte en lange termijn oplossingsrichtngen te komen. Dit rapport informeert uw Raad over de situate en oorzaken ten aanzien van energiearmoede in Venlo. Gezien het debat op 14 september voegen wij dit rapport toe aan het raadsvoorstel en niet via een aparte RIB
Leeswijzer In dit rapport is aandacht voor de mate en oorzaken van energiearmoede. Hoofdstuk 1 gaat in op wat energiearmoede is en in Hoofdstuk 2 gaat in op hoe energiearmoede verdeeld is over Venlo. Hoofdstuk 3 gaat in op de energiearmoede en inkomen en Hoofdstuk 4 gaat in op de risicogroepen in Venlo. Tot slot wordt het rapport kort samengevat in een conclusie.
Hoofdstuk 1. Wat is energiearmoede en wie heef er last van? Potentële uitbreiding energiearmoede-groep 8.409 huishoudens met een WSM inkomen lager dan 130%. Dit zijn ongeveer 18,4% van alle huishoudens in Venlo (CBS RIO, 2020).
Hoofdstuk 2. Energiearmoede. Hoe is het verdeeld over de stad? Factoren die een rol spelen bij energiearmoede kun je indelen op verschillende manieren. TNO ziet dat er sterke verschillen te ontdekken zijn in de duurzaamheid 1 van de woning per wijk, stad en provincie. Daarnaast defniëren ze woningtype, inkomen en gezinssituate/levensfase als criteria om energiearmoede langs te duiden. Energiearmoede is een complex geheel aan factoren die ertoe kunnen leiden dat een inwoner of huishouden acute energiearmoede ervaart. Om het probleem in Venlo nader te duiden, gaan we nu in op de verschillende onderwerpen.
2.1.
1
Energiearmoede verdeeld over de stad Venlo
De mate van duurzaamheid wordt in dit rapport weergegeven aan de hand van energielabels. In slechts 50% van de
woningen is een energielabel aanwezig. Energielabel geeft daarmee slechts een indicatief beeld.
Afeelding 2: energielabels koopwoningen per wijk in Venlo (Bron BAG)
Op basis van deze gegevens valt te concluderen dat Op de Hei en Vossener over het algemeen de minst duurzaamste wijken zijn. Daar wordt Venlo Noord aan toegevoegd indien het alleen koopwoningen betref. Als daar inkomen en energielasten aan worden toegevoegd, zoals in afeelding 3 zien we een verschuiving richtng Venlo Oost Zuid. Dit geef weer dat hier de woningen duurzamer zijn qua energielabel. Echter is het hier aannemelijk dat indien er sprake is van energiearmoede dit gedreven wordt door inkomen of hoge energielasten in relate tot het inkomen.
2.2.
Verdeling lage inkomensgroepen over de wijken
In de vorige paragraaf werd duidelijk dat naast energielabels ook inkomen een belangrijk criterium is voor energiearmoede. De laagste inkomensgroepen wonen in Blerick Zuid, Venlo Noord, Venlo Zuid Oost, Blerick Noord en Blerick Midden. Zie tabel 2.1. De verwachtng is dat dit grotendeels met name huurders betref die gezien het lage inkomen in sociale huurwoningen verblijven. Door landelijke taakstellingen van woningcorporates zijn de woningen mogelijk wel duurzaam, maar zijn met name het lage inkomen en de stjgende energieprijzen de reden waarom er kans is op energiearmoede. Bovendien heef de lage inkomensgroep geen tot weinig invloed op het verduurzamen van de woning. In een deel van de gevallen wonen ze daarbij mogelijk ook nog eens in een niet duurzame woning (bijvoorbeeld in Blerick Noord). Dit maakt ze dubbel kwetsbaar. Eenouder
Wijk
Huishouden
Een
75 jaar gezinnen
Gezinn
AOW
s met
ouder
en
tot 130%
en tot
tot
inkomen
gezinne ouder
van het
130%
130%
tot 130%
Koopwonin el B of
n%
WSM
WSM
WSM
WSM
g%
%
Energielab beter%
Blerick Noord
13,9
5,9
48,5
14,7
34,3
25,9
51
22,5
11,1
6,4
48
11,4
27,9
27,9
48
48,8
6,8
11,9
36,7
9,7
23,8
31,9
38
58,9
8,1
10,7
37,1
8,8
39,7
27,9
41
38,8
8,6
12,2
35,4
7,9
32,8
25,7
47
37,7
9,8
7
36,6
7,6
28,7
19,7
60
10,3
Venlo Oost Zuid Blerick Zuid Venlo Noord Blerick Midde n Tegele n op de hei
Tabel 2:1. wijken met lage inkomensgroepen in Venlo (bron wijkanalyse 2020, oorspronkelijke bron CBS RIO, 2020)
Hoofdstuk 3. Energiearmoede en inkomen Kortom er is naar verwachtng een grote groep mensen die een hoger energiecontract hebben moeten afsluiten of nu problemen ondervinden doordat ze een variabel energiecontract hebben afgesloten. Dit is een extra groot risico op acute energiearmoede voor inkomens tot 130% van het WSM.
3.1. Lage inkomensgroepen in Venlo
3.2. Rechthebbende energietoeslag Het Rijk heef bij het opstellen van de regeling energietoeslag de inkomensgrens van 120% WSM gehanteerd. In totaal komen in Venlo op basis van dit criteria 6.992 huishoudens in aanmerking voor de energietoeslag (CBS armoedescan, 2020). Inmiddels hebben naar schatng 6100 huishoudens een aanvraag gedaan voor de eenmalige energietoeslag van 800 euro (inmiddels bijgesteld naar 1300 euro) op peildatum 15 juli 2022. De groep is verdeeld in 2600 huishoudens die de toeslag automatsch kregen toegekend en 3500 aanvragen die individueel beoordeeld moesten worden. De beleidsintervente zal naar verwachtng enige verlichtng geven in de aankomende maanden.
3.3. Financiële veerkracht
3.4 Energiebetalingsachterstanden Er zijn meerdere signalen die hier van belang kunnen zijn. Voor nu richten we ons op het meest directe signaal, betalingsachterstanden bij energieleveranciers. We zien dat er tussen januari 2022 en juli 2022 maandelijks gemiddeld 58 meldingen binnen komen van energieachterstanden via het RIS portaal. De piek met 87 meldingen lag in februari. Het dieptepunt lag in april met 32 meldingen. In april hebben huishoudens die voldeden aan de voorwaarden van de energietoeslag en bekend waren bij de gemeente, de energietoeslag ambtshalve toegekend gekregen. Sindsdien lopen de meldingen weer op richtng gemiddeld 58 meldingen per maand. Naast deze meldingen komen er gemiddeld 30 meldingen per maand via de email binnen van energieleveranciers. Het werkelijke cijfer van energieachterstanden ligt daarmee hoger dan in het RIS portaal naar voren komt. Als we dit vergelijken met 2021 bleek dat in dezelfde periode gemiddeld 31 energieachterstanden per maand gemeld werden in het RIS portaal. Er lijkt dus sprake te zijn van een toename in 2022. Hierbij dient de kantekening gemaakt te worden dat in 2021 organisates over het algemeen minder gebruik maakten van de vroegsignalering én er sindsdien meer organisates aangesloten zijn.
Gebaseerd op de cijfers van het RIS portaal zien we in 2022 bij gemiddeld 63% van de huishoudens terug dat er sprake is van recidive. Dit betekent dat over de betrefende huishouden in de laatste zes maanden eerder een betalingsachterstand is gemeld. Hier is geen goede vergelijking in te maken met 2021. Er kan geen koppeling met inkomensgegevens en energiebetalingsachterstanden gemaakt worden in deze fase. Hierdoor kunnen er verder geen uitspraken gedaan worden bij welke inkomensgroep of WSM inkomenspercentage de energiebetalingsachterstanden het meest voorkomen. Als laatste kunnen huishoudens (gedreven door geldzorgen) andere keuzes maken in hun bestedingspatroon waardoor er sprake kan zijn van verborgen energiearmoede.
Hoofdstuk 4. Risicogroepen 4.1. Risicogroepen in Venlo
Eenouder
AOW
Huishoudens
tot
met
Eenpersoonshuishoudens 130% van het tot 130%
130%
inkomen tot Koopwonin
Energielabel
tot 130% van WSM
WSM
130% WSM
B of beter%
gezinnen tot Wijk
WSM
Gezinnen WSM
g%
Blerick Zuid
48,9
36,7
9,7
23,8
31,9
38
58,9
42,5
48
11,4
27,9
27,9
48
48,8
39,9
35,4
7,9
32,8
25,7
47
37,7
39,2
37,1
8,8
39,7
27,9
41
38,8
Noord
37,1
48,5
14,7
34,3
25,9
51
22,5
Steyl
36,2
23,4
5
25,6
19,3
59
22,1
35,2
36,6
7,6
28,7
19,7
60
10,3
Venlo Oost Zuid Blerick Midden Venlo Noord Blerick
Tegelen op de hei
Tabel 4.1: huishoudensamenstelling in relate tot koopwoning, inkomen en energielabels.(bron wijkanalyse 2020, oorspronkelijke bron CBS RIO, 2020)
4.1.1. Eenpersoonshuishoudens Eenpersoonshuishoudens zijn in grote getalen aanwezig in de wijk Blerick Zuid, Venlo Zuid Oost, Blerick Midden en Venlo Noord. In Blerick Zuid zijn de alleenstaanden met een inkomen tot 130 % de grootste groep. De energielabels in deze wijk zijn echter over het algemeen beter dan in andere wijken. Hierdoor is het risico op acute energiearmoede kleiner.
4.1.2. Eenouder gezinnen Eenouder gezinnen met een laag inkomen zijn in grote getalen aanwezig binnen de wijken Blerick Noord (48,5%), Venlo-Oost-Zuid (48%), Venlo Noord (37,1%) en Blerick Zuid ( 36,7%). In Blerick Noord is het energielabel lager dan B in 77,5% van de gevallen en 70 tot 80% van de situates een label lager dan C. De kans op acute energiearmoede voor eenouder gezinnen is op deze plek het grootste.
In Tegelen op de Hei is dit 89,7% van de woningen het geval. Ook hier wonen relatef veel eenoudergezinnen (36,6%). In Tegelen op de Hei staan in verhouding met de andere wijken relatef veel koopwoningen (60%). Het is goed mogelijk dat door het lage inkomen en de grote groep eenoudergezinnen met een laag inkomen verduurzaming van de woning voor deze inwoners een grote opgave is.
4.1.3. Twee ouder gezinnen In Blerick Noord en Venlo Oost Zuid wonen daarnaast ook relatef veel twee ouder gezinnen met een laag inkomen. De kans is groot dat één ouder en twee ouder gezinnen huisvesten in tussenwoningen, tweeonderéénkap en hoekwoningen. Daar waar deze niet van de woningcorporate of waar de woningen verouderd zijn, ligt energiearmoede op de loer. Dit wordt in dit geval hoogstwaarschijnlijk veroorzaakt door het woningtype in relate tot de gezinssamenstelling en het inkomen.
4.1.4. Ouderen Naast gezinnen zijn ook ouderen volgens TNO kwetsbaar voor energiearmoede. De meeste kwetsbare ouderen zijn de ouderen met hoge zorgkosten en een AOW tot 130% van het WSM. Deze groep is kwetsbaar omdat naarmate men ouder wordt de zorgkosten toenemen. In de regel hanteert men in de literatuur de leefijdsgrens van 80+, maar vanuit het CBS hebben we alleen gegevens beschikbaar van 75+. Daarom gebruiken we deze leefijd als aanknopingspunt voor de toenemende zorgkosten. Bovendien is in een rapport van de Ombudsman (2022) geconcludeerd dat ouderen over het algemeen minder gebruik maken van inkomensondersteunende maatregelen. De meeste AOW-ers met een klein inkomen woont echter in Venlo Noord en Blerick Midden. De meeste 75+-ers in Venlo met een klein inkomen wonen in Blerick Midden en Blerick Zuid en Tegelen Centrum. Dit betekent dat met name de kans groter is dat de groep 75+ in Blerick Midden en Venlo Noord een AOW heef tot 130% van het WSM. Ook al woont deze groep in een duurzame woning, ze kunnen last ervaren van de energieprijzen omdat dit zich opstapelt op hun toenemende zorgkosten en mogelijk weinig gebruik maken van de inkomensondersteunende regelingen.
Wijk
75 jaar en
AOW tot 130%
ouder %
WSM
Blerick Midden
12,2
32,8
Blerick Zuid
11,9
23,8
Tegelen centrum
11,7
26
Venlo Noord
10,7
39,7
Arcen
10,4
13,6
Venlo Oost Noord
10,2
16,3
Steyl
10,1
25,6
Tabel 4.2.. 75+ in relate tot inkomen en wijk.
Een tweede kwetsbare groep ouderen is de groep waar sprake is van een niet-duurzame koopwoning en klein inkomen. Zie tabel 4.3. Wijk
75 jaar en
AOW tot 130%
ouder %
WSM
Energielabel B of Koopwoning %
beter%
Venlo Noord
10,7
39,7
41
38,8
Venlo Zuid
7,6
34,7
51
48,7
Blerick Noord
5,9
34,3
51
22,5
Blerick Midden
12,2
32,8
47
37,7
Tegelen op de hei
7
28,7
60
10,3
Venlo Oost Zuid
6,4
27,9
48
48,8
Venlo- Centrum
8
26,4
35
31,4
Venlo
8,3
26,4
63,8
35,9
Tegelen centrum
11,7
26
65
40,8
Tabel 4.3. situate ouderen in relate tot koopwoning en energielabel.
In Blerick Noord heef 51% van de inwoners een koopwoning en woont een relatef grote groep AOW-ers waarbij sprake is van een inkomen onder de 130% van het WSM. De energielabels in deze wijk zijn relatef laag ten opzichte van andere wijken in Venlo.
Daarnaast zien we de grootste groep 75+-ers in Blerick Midden, Blerick Zuid en Tegelen Centrum. In Tegelen Centrum staan relatef veel koopwoningen. De verwachtng is dat gezien het lage aantal AOW-ers met een inkomen tot 130% van het WSM in deze wijk voor de meeste huishoudens voldoende eigen middelen aanwezig zijn om te kunnen verduurzamen of fnanciële tegenvallers op te kunnen vangen. Bovendien liggen de energielabels van woningen in deze wijk, als ook in Blerick Zuid relatef hoger dan in andere wijken (zie hoofdstuk 2 afeelding 2). Hierdoor is de kans op energiearmoede kleiner.
5. Conclusie Mensen met een inkomen lager dan 130% van het WSM hebben meer kans op acute energiearmoede. In Venlo is dit risico groter omdat deze groep met 18,4% in vergelijking 3% groter is ten opzichte van het landelijk gemiddelde. Bovendien ligt de fnanciële veerkracht lager ten opzichte van de regio Noord Limburg omdat een grote groep minder dan 5000 euro vermogen heef. Vermogen is noodzakelijk om fnanciële tegenslagen op te kunnen vangen. Het risico wordt vergroot indien de woning niet duurzaam is of niet duurzaam gemaakt kan worden. In Venlo zijn er relatef veel woningen met energie label C of lager. Verduurzaming is één van de belangrijkste interventes om energiearmoede tegen te gaan. (Eenouder)gezinnen in Venlo Oost Zuid, Blerick Noord en Tegelen op de Hei lopen de meeste risico op energiearmoede. Bij de eerste wijk zijn de mogelijke aanjagers voor energiearmoede inkomen in relate tot gezinssamenstelling, woningtype en energielasten. Bij de overige twee wijken is de weinig duurzame huisvestng de aanjager voor energiearmoede naast inkomen, woningtype, gezinssamenstelling. Hierbij is de kans dat het gezin in een koopwoning woont die verduurzaamd moet worden het grootst in Tegelen op de Hei. Naast (eenouder) gezinnen zijn ouderen een groep die mogelijk last ervaart van acute energiearmoede.
De aanjagers zijn met name stjgende zorgkosten en het niet benuten van overheidsregelingen. Dit speelt naar verwachtng meer bij de inwoners die ouder zijn dan 75. Uiteraard speelt ook inkomen, hoogte van energielasten, duurzaamheid van de woning en woningtype een rol. Ouderen (75+) met het meeste risico op energiearmoede wonen in Venlo Noord en Blerick Midden. Tot slot Dit rapport geef inzicht in hoe energiearmoede eruit ziet in Venlo. Hierbij wordt op diverse factoren en specifeke groepen gelet die uit het TNO rapport als extra kwetsbaar worden geduid. Eén ding is zeker. Er zullen verborgen groepen zijn die niet uit de literatuur naar voren komen. Bovendien wordt ook de middeninkomensgroep met de huidige infate en stjgende energieprijzen steeds meer uitdaging ondervinden bij het bekostgen van de energielasten en/of verduurzaming. Daarnaast is de analyse op wijkniveau uitgevoerd met een beperkt aantal indicatoren. Dit betekent dat de werkelijke situate op huishoudenniveau kan afwijken of er meer factoren een rol hebben bij het ontstaan van acute energiearmoede dan in dit rapport naar voren komt.
Literatuur en databronnen Rapporten TNO brengt energiearmoede gedetailleerd in kaart | TNO Met te weinig genoegen nemen (natonaleombudsman.nl) Hoe voorkomen we energiearmoede? | TNO
Data bronnen DASHBOARD - Woningen - Venlo (databank.nl) DASHBOARD - Energieverbruik - Venlo (databank.nl) Dashboard - Ouderenhuisvestng - Venlo (datawonen.nl) Armoedescan (cbs.nl) Microsof Word - wijkanalyse 2020 def (venloonline.nl) Fysiek Domein - Woonmonitor - Power BI Report Server (venlo.lan) htps://www.milieucentraal.nl/energie-besparen/inzicht-in-je-energierekening/energierekening/ Prijs van energie 86 procent hoger (cbs.nl) RIO databron CBS (inkomen) htps://www.waarstaatjegemeente.nl/Dashboard/dashboard/energietransite?scrollid=2479 htps://infogram.com/1pz2dkyyvz5kjzi2kkplkwp9pqt11r006g5?live