062Bijlage 5 Nota van zienswijzen bestemmingsplan Woonzorghuis Manresa.pdf
Tekst van het document
Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen bestemmingsplan Woonzorghuis Manresa. 1. Het ontwerpbestemmingsplan Woonzorghuis Manresa inclusief bijlagen hebben voor een ieder gedurende 6 weken tot en met 18 augustus 2022 ter inzage gelegen in het stadskantoor Venlo. Genoemde stukken konden verder worden geraadpleegd via de gemeentelijke website en op de website ruimtelijkeplannen.nl. 2. Gedurende de termijn van ter inzage legging heeft een ieder ten aanzien van het ontwerp bestemmingsplan zienswijzen kunnen indienen bij de gemeenteraad. 3. Van de gelegenheid tot het indienen van zienswijzen is door één persoon gebruik gemaakt. 4. De zienswijzen worden geanonimiseerd samengevat weergegeven en vervolgens van ons commentaar (schuingedrukt) voorzien. Bij de beoordeling van de zienswijzen zijn wel de volledige brieven, zoals deze bij de gemeente zijn ingediend en kenbaar gemaakt, meegenomen. Deze nota zal bij vaststelling van het bestemmingsplan elektronisch beschikbaar worden gesteld. Algemeen De zienswijze is binnen de daarvoor gestelde termijn ingediend. Reclamanten die binnen de termijn van de ter inzage legging hun zienswijze hebben ingediend kunnen ook voor het overige in hun zienswijzen ontvankelijk worden verklaard. Reclamant 1 Reclamant heeft op 12 augustus 2022 een mondelinge zienswijze ingediend tegen het ontwerp bestemmingsplan Woonzorghuis Manresa.
Reclamant heeft en bedrijf gelegen in de directe omgeving van de ontwikkeling. -Reclamant geeft aan dat in de directe omgeving nu al sprake is van parkeeroverlast. Er zijn te weinig beschikbare parkeerplekken, omdat er in de omgeving steeds meer nieuwe bewoners met meer gezinsleden komen wonen en andere bedrijven die meer clientèle hebben dan voorgaande bedrijven. In de nieuwe situatie, na realisering van het woonzorghuis en herinrichting van de openbare weg, wordt het aantal parkeerplaatsen op straat verminderd van nu 3 plekken naar 1 plek om te kunnen parkeren. Het aantal parkeerplekken vermindert van ongeveer 14 naar ongeveer 4. En dat terwijl er al te weinig parkeerplaatsen zijn. De parkeer overlast zal daardoor alleen maar toenemen. Ook t.b.v. de praktijk wordt hierdoor overlast ervaren. Daar zij voor tandartsen werk moeten halen en brengen moet er vaak op grote afstand geparkeerd worden en met een 10 tal kistjes onnodig ver gelopen worden. -Reclamant vraagt verder of het mogelijk is om een eigen parkeerplek te krijgen voor de praktijk. In ieder geval overdag als de praktijk open is, zodat de bedrijfsauto voor de praktijk gestald kan worden en in en uitladen minder tijdrovend wordt. Het overgrote deel van het personeel incl. eigenaren komt al te voet of met de fiets.
Pagina 1 van 4
Reactie gemeente -Er is sprake van een bestaande situatie in een stedelijke omgeving waarbinnen diverse functies reeds zijn toegestaan. De bestaande legale situatie is op dit moment niet aan de orde en staat niet open voor het indienen van een zienswijze. Reclamant stelt dat er parkeerplaatsen verdwijnen ten opzichte van de huidige situatie. Dat is niet het geval. Het aantal parkeerplaatsen blijft gelijk. Op de plek voor de praktijk waar nu langsparkeren mogelijk is komen haaksparkeervakken te liggen. Het gaat in dit geval dus om een andere inrichting, geen vermindering van het aantal parkeerplaatsen. -Hoeveel parkeerplaatsen nodig zijn ten behoeve van de nieuwe ontwikkeling is vastgelegd in algemene normen gekoppeld aan functies. Bij nieuwbouw en bij herstructurering van bestaande functies dient de geldende parkeernorm 'op eigen erf' toegepast te worden. De gemeente sluit hiertoe aan bij de meest recente landelijke parkeernormen (de geldende CROW-publicatie 381 'Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie'). Op basis van een ligging in gebied 'Rest van de bebouwde kom - matig stedelijk' geldt voor de verschillende typen woningen een parkeernorm. Aan deze parkeernorm dient op eigen terrein te worden voldaan. Hiervoor is op eigen terrein voldoende ruimte.
Op eigen terrein wordt voorzien in de aanleg van 12 tot 14 parkeerplaatsen voor 20 zorgappartementen en 1 woonzorghuis (echtpaar dat de exploitatie van het woonzorgcomplex verzorgt). Dit is gebaseerd op de norm: -minimaal 0,5 en maximaal 0,7 parkeerplaatsen per (zorg)woonunit. -aandeel parkeren is inclusief 0,3 pp voor bezoekers. Gelet op de doelgroep, dementerende ouderen is de verwachting dat het aantal parkeerplaatsen voor de bewoners laag zal zijn er uitgegaan kan worden van 0,5 parkeerplaats per (zorg)woonunit. Dit betekent dat er voldoende parkeerplaatsen worden gerealiseerd ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling. Het verzoek om een gereserveerde parkeerplaats te krijgen in de openbare ruimte is een separaat traject dat los staat van de voorliggende bestemmingsplan procedure en zal separaat dienen te worden aangevraagd en te worden beoordeeld. De zienswijze wordt gezien voorgaande niet overgenomen.
Pagina 2 van 4
Ambtshalve wijzigingen. Pagina 60 van de toelichting: Naar aanleiding van controle van het ontwerpbestemmingsplan is de toelichting aangepast voor het aspect geluid inzake wegverkeer. Abusievelijk is door het bureau, dat zorg draagt voor de samenstelling van het bestemmingsplan, de ambtshalve toets niet overgenomen in het ontwerpbestemmingsplan. Dit wordt hersteld in het gewijzigd vast te stellen plan. In de toelichting van het ontwerpplan stond opgenomen dat een besluit hogere waarden inzake wegverkeer noodzakelijk was. Dit is hersteld en in het vast te stellen plan is opgenomen dat een Besluit hogere waarde niet noodzakelijk is gezien het feit dat het gaat om de uitbreiding van een bestaand geluidsgevoelig object. Pagina 77 van de toelichting: Op 2 november 2022 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State uitspraak gedaan in de zaak over het Porthos-project en de bouwvrijstelling (Uitspraak 202107079/1/R4). De Raad van State heeft geoordeeld dat de bouwvrijstelling (artikel 2.7, lid 2 Wnb) niet gebruikt mag worden. De bouwvrijstelling houdt in dat voor de tijdelijke stikstofuitstoot die tijdens de bouw ontstaat, geen natuurvergunning nodig is. De hoogste rechter vindt dit niet juist, omdat het niet is uit te sluiten dat de natuur in Natura 2000gebieden hierdoor schade oploopt.
De Raad van State geeft aan dat uit de rechtspraak van het Europese Hof volgt dat een maatregelenpakket zoals de wetgever voorstelt alleen als onderbouwing gebruikt mag worden als die maatregelen ook echt zijn uitgevoerd en de verwachte voordelen daarvan vaststaan. Het pakket van maatregelen dat de wetgever heeft gebruikt als onderbouwing om de bouwvrijstelling in de Wet natuurbescherming op te nemen, voldoet daar niet aan. Het overgrote deel van de maatregelen is namelijk nog niet uitgevoerd. De bouwvrijstelling voldoet daarmee niet aan het Europese natuurbeschermingsrecht. Derhalve wordt in voorliggend bestemmingsplan de volgende paragraaf: “Stikstofdepositie tijdens aanlegfase De Wet stikstofreductie en natuurverbetering (Wsn) regelt een vrijstelling van de vergunningplicht in artikel 2.7, lid 2 Wnb voor de aanlegfase van bouwwerkzaamheden. De vrijstelling is verder uitgewerkt in het Besluit stikstofreductie en natuurverbetering (Bsn) met aanwijzing in het nieuwe artikel 2.5 van het Bnb. Deze partiële vrijstelling geldt alleen voor de effecten als gevolg van stikstofdepositie en niet voor eventuele andere effecten als gevolg van het project op Natura 2000-gebieden.
Wat valt onder de vrijstelling: -het bouwen en slopen van een bouwwerk; -het verplaatsen van grond in het kader van bouwrijp maken van een terrein; -de vervoersbewegingen die samenhangen met de werkzaamheden (o.a. het aan- en afvoeren van bouwmaterialen en emissies van werktuigen op de bouwplaats).
Vervangen door:
Pagina 3 van 4
“Stikstofdepositie tijdens aanlegfase De Wet stikstofreductie en natuurverbetering (Wsn) regelde een vrijstelling van de vergunningplicht in artikel 2.7, lid 2 Wnb voor de aanlegfase van bouwwerkzaamheden. Op 2 november 2022 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State echter uitspraak gedaan in de zaak over het Porthos-project en de bouwvrijstelling (Uitspraak 202107079/1/R4). In deze uitspraak heeft de Raad van State geoordeeld dat de bouwvrijstelling (artikel 2.7, lid 2 Wnb) niet gebruikt mag worden. Het pakket van maatregelen dat de wetgever heeft gebruikt als onderbouwing om de bouwvrijstelling in de Wet natuurbescherming op te nemen, voldoet daar niet aan. Het overgrote deel van de maatregelen is namelijk nog niet uitgevoerd. De bouwvrijstelling voldoet daarmee niet aan het Europese natuurbeschermingsrecht. Voor het aspect stikstof tijdens de aanlegfase kan worden opgemerkt dat een toename van de stikstofdepositie op grond van het bepaalde in de 'Handreiking woningbouw en AERIUS' (januari 2020, Rijksoverheid) op voorhand kan worden uitgesloten. In de handreiking is een tabel met indicatieve deposities opgenomen in relatie tot nieuwe woningbouwontwikkelingen met verschillende woningaantallen.
Uit de tabel is op te maken dat woningbouwontwikkelingen tot 50 woningen geen depositie op Natura 2000-gebieden tot gevolg hebben die op 8 kilometer afstand van een natuurgebied zijn gelegen. Voorliggend initiatief bestaat uit minder dan 50 woningen. Op basis van het bepaalde in de handreiking en de specifieke planaspecten kan daarom op voorhand worden aangenomen dat voorliggend initiatief geen stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden tot gevolg heeft. Conclusie Een vergunning in het kader van de Wnb (gebiedsbescherming) is gelet op het voorgaande in het kader van de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan niet noodzakelijk. Het bestemmingsplan kan dan ook in overeenstemming met artikel 2.7, eerste lid, Wnb worden vastgesteld.”
Pagina 4 van 4