060 Bijl04 Bijlagen bij regels en toelichting bestemmingsplan 'Vilgert ong. Velden'.pdf
Tekst van het document
Lijst van bedrijven NR
OMSCHRIJVING
CAT
1
Bibliotheken, musea, ateliers, e.d.
1
2
Computerservice- en informatietechnologie-bureau's e.d., excl. internetcafé's e.d.
1
3
Consultatiebureaus
1
4
Expediteurs, cargadoors (kantoren)
1
5
Handelsbemiddeling (kantoren)
1
6
Kappersbedrijven en schoonheidsinstituten
1
7
Maatschappij- en geesteswetenschappelijk onderzoek
1
8
Overige dienstverlening t.b.v. vervoer (kantoren)
1
9
Overige zakelijke dienstverlening: kantoren
1
10
(Para)medische praktijken, klinieken en dagverblijven
1
11
Persoonlijke dienstverlening
1
12
Reisorganisaties
1
13
Reproduktiebedrijven opgenomen media
1
14
Telecommunicatiebedrijven, excl. belhuizen e.d.
1
15
Uitgeverijen (kantoren)
1
16
Veilingen voor huisraad, kunst e.d.
1
17
Verhuur van en handel in onroerend goed
1
18
Vervoersbedrijven (uitsluitend kantoren)
1
Nieuwewoning aan de Vilgert te Velden DOEL
Ruimtelijke verantwoording
DATUM
13 juni 2023
LOCATIE
Ten oosten van Vilgert 9 Velden Gemeente Venlo
Inleiding Initiatiefnemerszijn woonactig in de woonoerderij aan de Vilgert 9 te Velden e woonoerderij is geslitst in twee wooneeneden Vilgert 9 en 9a e gronden rondom de woning zijn ingerict en in geruik als tuin Gezien de aanzienlijke grootte van et erceel circa
200 m2 wordt een groot deel van de tuin ecter niet als dusdanig geruikt Gezien de ligging innen een dorsrand met vele urgerwoningen zijn de initiatiefnemers voornemens om innen et oneouwde deel van et erceel een nieuwe woning te realiseren n eeft o feruari 2023 een rincieverzoek ij de gemeente Venlo ingediend e gemeente eeft via een rincieesluit esloten dat er in Velden ‘innen de contour’ woningouwlocaties kunnen worden toegevoegd et erceel van de initiatiefnemers ligt innen deze contour en gezien de situering tussen reeds eouwde ercelen aan de dorsrand kan de ontwikkeling van et erceel worden gezien als afronding van de dorsrand e voorgenomen ontwikkeling is in strijd met de regels van et estemmingslan omdat et realiseren van een urgerwoning niet is toegestaan innen de uidige estemming r wordt eenrocedure gestart om af te kunnen wijken van et estemmingslan en onderdeel in deze rocedure is een landscaelijke inassing eze notitie is daar een uitwerking van
Locatie et langeied ligtaan de Vilgert in et uitengeied in de dorsrand van de kern Velden innen de ercelen welke kadastraal ekend staan als gemeente rcen en Velden sectie nummer 1199 en sectie nummers 20 en 31 In de uidige situatie is innen et langeied een estaande woning met ijgeouwen aanwezig et overige deel van et erceel is ingerict en in geruik als tuin
Figuur 1. Locatie plangebied op topografische ondergrond
Huidige situatie et langeied ligt aan de Vilgert in et uitengeied in de dorsrand van de kern Velden In de omgeving zijn voornamelijk urgerwoningen en oneouwde grasen landouwgronden te vinden In de dorsrand en ricting de dorskern is veel eouwing aanwezig en et geied ten
noorden etreft een oen agrarisc geied een alfoen geied
ierdoor kan de omgeving worden gekenmerkt als
Ten zuiden van et langeied zijn innen et lan ‘ieuw Villigerveld’ recentelijk 200 – eden een aantal vrijstaande woningen gerealiseerd en nog steeds in aanouw oor de realisatie van deze woningen an Vreezen is een stedelijke dorsrand ontstaanwaar et
Figuur 2. Zicht vanaf de Vilgert op de woning nummer 9 en voortuin
Figuur 3 Bestaande boomgaard met beukenhaag
langeied ij aansluit ierdoor wordt de eouwing aan de candeloseweg doorgetrokken naar de Vilgert en kan ier worden gesroken van een eouwingsconcentratie e straat Vilgert is een rustige landelijke weg et estaat uit een smalleasfaltwegmet aan de zijkantgrasetonkeien en een smalle groene ermvan kruidenrijk gras overoeken staan enkele landscasomen maar over et algemeen is de groeninricting soeren wordt veelal gevormd door de grenselanting van aangrenzende tuinen
Figuur 4. Het landschap ten noorden van Vilgert
Figuur 5. Klein kappelletje
et agrarisce land ten noorden van de Vilgert is in geruik als weide en kan vanaf de Vilgert ver wegkijken er zijn weinig groenstructuren de actergrond zijn de groenstructuren waarneemaar naij de candelosce eekin de vorm van struweel singels en omenrijen
et erceel staat een voormalige oerderij eze is geslitst in twee wooneeneden e oostzijde van de oerderijvormt et zogenaamde ‘vooruis’ Via eeninrit is de woning en et acterliggende gedeelte te ereiken aast de inrit en arallelaan de weg staat een groene eukenaag e ruimte ten oosten van de oerderij is in geruik als tuin cter inde tuin is een terrasje kienren en kleine groentetuin met kas et overige deel is gras gazon Ten oosten van et grasveld in de oek staat een oogstamfruitoomgaard en een solitaire oom atala ignonioides ok deze oek is omzoomd met een aag van groene euk maar oger dan et grasveldje e oomgaard wordt vanaf de weg nauwelijks ervaren
Ten oosten van de oomgaard staat een klein kaelletjeo oenaar geied wordt egeleid door eenlandscasoomlinde en struweel ulst
et kaelletje
aelletje
Figuur 6. Luchtfoto van planlocatie, aangeduid in paars
Beleidskader Structuurvisie Venlo
Gemeente Venloeeft in 201 een structuurvisie vastgesteld ruimtelijk eleid de gemeente de komende jaren nastreeft
ierin staat escreven welk
In de structuurvisie wordt et geied aangewezen als cultuurlandsca ierin kunnen meerdere functies naast elkaar et rimaat een Volgens de structuurvisie moet verrommeling verloedering en kwaliteitsverlies van et uitengeied tegengegaan worden ieuwe eouwing die et stedelijk geied uitollen worden niet toegestaan In dit geval wordt de locatie voor de nieuwe woning ingesloten door reeds eouwdeercelen aarnaast kan worden gesroken van een eouwingslint vanuit de kern ricting et uitengeied waarinnen veel eouwing aanwezig is et ontwikkelen van et langeied door de realisatie van slects één woning zorgt voor een geleidelijke afronding van et eouwingslint Gezien de locatie voor de nieuwe woning in et eouwde lint ligt kan worden gesroken van een inreidingslocatie waardoor et alfoen karakter in de omgeving niet wordt aangetast waliteitsverlies is dan ook niet aan de orde
Figuur 7. Aanduiding bebouwingslint
Historische analyse et langeied ligt o de arallel aan de aas loende gordel van rivierduinen diezic uitstrekt van Venlo tot Genne e aas en et duinencomle vormen elangrijke doorloende landscaelijke structuren de overgang van et laagnaar middenterras ontwikkelde zic eouwing m geenoverlast te ondervinden van oge waterstanden van de et aasdal zijn
de nederzettingenjuist oog genoeg o et middenterras gesitueerd de natte lagergelegengraslanden was veeteelten ooiwinning e ooilanden waren veelal omgeven door sloten in cominatie met struweelsingels outsingels en omenrij Tegenwoordig is een deel van deze groenstructuren nog aanwezig de ogere delen lagen agrarisce edrijventussen de akkers et langeied was ier onderdeel van e akkers waren waardevolle gronden waardoor ier niet veel groenstructuren aanwezig waren e randen van de akkers werden soms geaccentueerddoor groenstructuren met os en singels de erven van de oerderijen was kenmerkende elanting aanwezig zoals oomgaarden agenvan diverse soorten en solitaire omen voor verkoeling oude kaarten van 190 zijn deze elementen zictaar untjes o de kaart naij rode eouwing
Figuur 87. Historische kaart uit 1850
Figuur 9. Historische kaart uit 1900
Figuur 10. Historische kaarten 1970
Figuur 11. Topografische kaart 2021
Velden was een doraan de aasmet een agrarisc vroom en degelijk karkater 20 e eeuw is et dor sterk gegroeid met nieuwe woonwijken
alverwege de
oor de jaren een is veel randelanting verdwenenndanks de scaalvergroting van et agrarisc landsca eeft et langeied deels zijn karakter weten te eouden e laanelantingmet zuidnoord oriëntatie groenstructurenin et ooilandgedeelte ten noordoostenvan et langeied isnogsteeds aanwezig
Planvoornemen In de gewenste situatie wordt ten oosten van de estaande woning aan Vilgert 9 een nieuwe woning in de vorm van een vrijstaande woning gerealiseerd ij de woning staat een ijgeouw met een eigen inrit
Landschapsvoorstel Kaders e nieuwe situatie wordt landscaelijk ingeast at etekent dat de nieuwe eouwing wordt geïntegreerdin de estaandesituatiemet de tisce kenmerken en kwaliteiten van et landsca door middel van arcitectuur verscijningsvormen aanlant van geiedseigen elanting lle uidige ostal en verarding innen et nieuwe eouwingskavelwordt gesloot en
afgevoerd Wensen
Vanuit de initiatiefnemers zijn wensen gesteld ten aanzien van de inricting eoud estaande inrit en arkeervoorziening eoud arkactige tuin voor de woning eoud oomgaard naast de inrit et overige terrein rondom et uiskavel wordt in geruikt genomen als agrarisce grondakker met mais Geen intensieve groenvoorzieningen ten aanzien van eeer
Voorstel
Figuur 12. Landschapsvoorstel (zie bijlage I voor plan op maatvaste ondergrond
ij et toestaan van een ruimtelijke ontwikkeling iset van elang dat alle ruimtelijke waarden wordenmeegewogen en lan kan immers afreuk doenaan estaande landscaelijke of
cultuuristoriscewaarden ij de landscaelijke inassing wordtet eleid en de omgeving estudeerd en aan deand daarvan worden ruimtelijke randvoorwaardenogesteld ls aan deze voorwaarden wordenvoldaan kan de eouwing o een natuurlijke enverzorgde wijze worden ingeast en aansluiten o deaanwezige landscasstructuren m de lanontwikkeling mogelijk te maken zijn eenaantal inrictingsmaatregelen voorgesteld die oasis van et lanvoornemen de eleidskadersen kennis van et landsca en locatie zijnvormgegeven ovenstaande scets illustreert detoekomstige situatie gevolgd door een argumentatievan de inassingsmaatregelen 1 2 3
ieuw te ouwen woning met ijgeouwted Inritmet arkerenI eoud oogstamfruitoomgaardI et rondom tuinI andscasoom I
ted tedenouwkundige afweging I inassingsmaatregel 1. Nieuw te bouwen woning met bijgebouw e nieuwe woning wordt in armonie met de estaande eouwing aan de Vilgert gesitueerd e afstand van de gevel tot ard van de straat is 10m met een langska arallel aan de weg e verscijningsvorm is 1 laag met ka en et ijgeouw is ondergescikt aan de oofdwoning 2.
Inrit met parkeren Ten oosten van de woning komt een nieuwe inrit ier is ruimte voor 2 auto’s om te arkeren o eigen terreinTen guste van de inrit worden deuidigeatala’s verlant of gekat Behoud hoogstamfruitboomgaard e oogstamfruitomen lijven eouden e onderegroeiing van de oomgaard is kruidenrijk gras met een etensief eeer e aag rondom de oomgaard wordt verlaagd naar maimaal 1m oogte zodat men vanuit noordwestelijke ricting eerder zict eeft o et kaelletjes acter de oomgaard 3.
4. Heg rondom tuin an de zuidzijde van de tuin staat reeds een estaande eukenaag eze lijft eoudenals erfafsceiding de erfgrens met de uren van nummer 9 wordt een nieuwe ineemse aag gelant als afsceiding e voortuin wordt omzoomd met de estaande lage eukenaag 5. Landschapsboom de noordelijke oek wordt een markante nieuwe oom gelant eze kan uitgroeien tot een landscasoom
Beplantingsplan e soortensamenstelling voor de toe te voegen elanting is toegesitst o ineemse soorten die assen ij et karakter van et geied en de odemgesteldeid aarnaast isvooret eoud van de estaande landscaelijke structurengoed onderoud van elang nderstaand een escrijving van de diverse landscaselementenmet een aanleg en onderoudsadvies
Figuur 13. Referentiebeeld landschapsboom
GTGR stuksestaand Afbakening en oomgaard is een verzameling van fruitomen met een stam van minimaal 1 meter oog waarvan de onderegroeiing estaat uit een grazige vegetatie
Beheervoorschriften
Indien et ael of eer etreft wordt de oom tenminste eenmaal in detwee jaargesnoeid in de eriode 1 juli tot 1 maart Voor andere soorten is enkel vorm of onderoudsnoei nodig e stam van de fruitoom mag niet escadigd worden door vee et raster mag niet aan de oom evestigd worden ¡onge omen in een weiland met vee zijn voorzien van een oomkorf e onderegroeiing wordt jaarlijks eweid of de oomgaard wordt etensiefgemaaid waarij et maaisel wordt afgevoerd emesting met ruige mest van rundvee en ekalking is toegestaan
G G T G ¢1m G T G ¢m G I£¤ G 32m–12 st G I£¤ G 30m –120st Afbakening en kniof sceereg is een vrij liggend lijnvormig landscaselement met een aaneengesloten egroeiing van ineemse omen en¥of struiken dat wordt geknit of gescoren Inrichtingseisen bij aanleg nieuw element anlant 2en¥of 3jarig ineems oslantsoen euze uit de volgende soorten
1 2
arinus etulus aageuk ¦agus slvatica groene euk
3
cer camestre Veldesdoorn
igustrumvulgare iguster et etreft een éénof tweerijig elementin kruislings verand lantafstand stuks er meter
Beheervoorschriften
nien¥of sceerwerkzaameden worden alleen verrict in de eriode tussen 1 juli en 1 maart e eeereeneid wordt in een cclus van minimaal eenmaal er 2jaar gesnoeid geknit¥gescoren a et knien of sceren eeft de egvoor de voorgevel en aan de voorzijde van de oomgaardeen minimale oogte van 10 meter en maimaal 12men is minimaal 0m reede eg acter de voorgevel eeft een minimale oogte van 10 meter en maimaal 20men is minimaal 0m reed Grondewerking van aanliggende landouwgrond mag niet leiden tot scade aan et element et element mag niet worden escadigd door vee
ieuw 1 stuks Afbakening
en omenrij¥solitaire oom is een vrij liggend landscaselement van
ineemse loofomen Inrichtingseisen bij aanleg nieuw element anlantlandscasoom minimaal maat 121 en goed verankeren euze uit de volgende soorteno aangewezen locatie 1 Tilia cordata inde 2 cer seudolatanus sdoorn 3 ¦agus slvaticaGroene euk §uercus rour ik astanea sativa Tamme kastanje ¢ runus avium ers streekeigen soort
Beheervoorschriften
Gedurende 10 jaarworden de omen minimaal éénmaal gesnoeid a et snoeien eslaat de kroon minimaal 0¨ van de lengte van de oom ood out in de omen aan e emel wordt uit de kroon verwijderd Grondewerking van aanliggende landouwgrond mag niet leiden tot scade aan et element et element mag niet worden escadigd door vee en raster ter escerming mag niet aan et element evestigd worden
BIJLAGE I Landschapsplan op maatvaste ondergrond
k
RELAND
Ú}
locatieontwikkeling
ANDOOREN LANDSCHAP
8 juni
2023
N
Nieuwewoning aan de Vilgert te Velden DOEL
Ruimtelijke verantwoording
DATUM
13 juni 2023
LOCATIE
Ten oosten van Vilgert 9 Velden Gemeente Venlo
Inleiding Initiatiefnemerszijn woonactig in de woonoerderij aan de Vilgert 9 te Velden e woonoerderij is geslitst in twee wooneeneden Vilgert 9 en 9a e gronden rondom de woning zijn ingerict en in geruik als tuin Gezien de aanzienlijke grootte van et erceel circa
200 m2 wordt een groot deel van de tuin ecter niet als dusdanig geruikt Gezien de ligging innen een dorsrand met vele urgerwoningen zijn de initiatiefnemers voornemens om innen et oneouwde deel van et erceel een nieuwe woning te realiseren n eeft o feruari 2023 een rincieverzoek ij de gemeente Venlo ingediend e gemeente eeft via een rincieesluit esloten dat er in Velden ‘innen de contour’ woningouwlocaties kunnen worden toegevoegd et erceel van de initiatiefnemers ligt innen deze contour en gezien de situering tussen reeds eouwde ercelen aan de dorsrand kan de ontwikkeling van et erceel worden gezien als afronding van de dorsrand e voorgenomen ontwikkeling is in strijd met de regels van et estemmingslan omdat et realiseren van een urgerwoning niet is toegestaan innen de uidige estemming r wordt eenrocedure gestart om af te kunnen wijken van et estemmingslan en onderdeel in deze rocedure is een landscaelijke inassing eze notitie is daar een uitwerking van
Locatie et langeied ligtaan de Vilgert in et uitengeied in de dorsrand van de kern Velden innen de ercelen welke kadastraal ekend staan als gemeente rcen en Velden sectie nummer 1199 en sectie nummers 20 en 31 In de uidige situatie is innen et langeied een estaande woning met ijgeouwen aanwezig et overige deel van et erceel is ingerict en in geruik als tuin
Figuur 1. Locatie plangebied op topografische ondergrond
Huidige situatie et langeied ligt aan de Vilgert in et uitengeied in de dorsrand van de kern Velden In de omgeving zijn voornamelijk urgerwoningen en oneouwde grasen landouwgronden te vinden In de dorsrand en ricting de dorskern is veel eouwing aanwezig en et geied ten
noorden etreft een oen agrarisc geied een alfoen geied
ierdoor kan de omgeving worden gekenmerkt als
Ten zuiden van et langeied zijn innen et lan ‘ieuw Villigerveld’ recentelijk 200 – eden een aantal vrijstaande woningen gerealiseerd en nog steeds in aanouw oor de realisatie van deze woningen an Vreezen is een stedelijke dorsrand ontstaanwaar et
Figuur 2. Zicht vanaf de Vilgert op de woning nummer 9 en voortuin
Figuur 3 Bestaande boomgaard met beukenhaag
langeied ij aansluit ierdoor wordt de eouwing aan de candeloseweg doorgetrokken naar de Vilgert en kan ier worden gesroken van een eouwingsconcentratie e straat Vilgert is een rustige landelijke weg et estaat uit een smalleasfaltwegmet aan de zijkantgrasetonkeien en een smalle groene ermvan kruidenrijk gras overoeken staan enkele landscasomen maar over et algemeen is de groeninricting soeren wordt veelal gevormd door de grenselanting van aangrenzende tuinen
Figuur 4. Het landschap ten noorden van Vilgert
Figuur 5. Klein kappelletje
et agrarisce land ten noorden van de Vilgert is in geruik als weide en kan vanaf de Vilgert ver wegkijken er zijn weinig groenstructuren de actergrond zijn de groenstructuren waarneemaar naij de candelosce eekin de vorm van struweel singels en omenrijen
et erceel staat een voormalige oerderij eze is geslitst in twee wooneeneden e oostzijde van de oerderijvormt et zogenaamde ‘vooruis’ Via eeninrit is de woning en et acterliggende gedeelte te ereiken aast de inrit en arallelaan de weg staat een groene eukenaag e ruimte ten oosten van de oerderij is in geruik als tuin cter inde tuin is een terrasje kienren en kleine groentetuin met kas et overige deel is gras gazon Ten oosten van et grasveld in de oek staat een oogstamfruitoomgaard en een solitaire oom atala ignonioides ok deze oek is omzoomd met een aag van groene euk maar oger dan et grasveldje e oomgaard wordt vanaf de weg nauwelijks ervaren
Ten oosten van de oomgaard staat een klein kaelletjeo oenaar geied wordt egeleid door eenlandscasoomlinde en struweel ulst
et kaelletje
aelletje
Figuur 6. Luchtfoto van planlocatie, aangeduid in paars
Beleidskader Structuurvisie Venlo
Gemeente Venloeeft in 201 een structuurvisie vastgesteld ruimtelijk eleid de gemeente de komende jaren nastreeft
ierin staat escreven welk
In de structuurvisie wordt et geied aangewezen als cultuurlandsca ierin kunnen meerdere functies naast elkaar et rimaat een Volgens de structuurvisie moet verrommeling verloedering en kwaliteitsverlies van et uitengeied tegengegaan worden ieuwe eouwing die et stedelijk geied uitollen worden niet toegestaan In dit geval wordt de locatie voor de nieuwe woning ingesloten door reeds eouwdeercelen aarnaast kan worden gesroken van een eouwingslint vanuit de kern ricting et uitengeied waarinnen veel eouwing aanwezig is et ontwikkelen van et langeied door de realisatie van slects één woning zorgt voor een geleidelijke afronding van et eouwingslint Gezien de locatie voor de nieuwe woning in et eouwde lint ligt kan worden gesroken van een inreidingslocatie waardoor et alfoen karakter in de omgeving niet wordt aangetast waliteitsverlies is dan ook niet aan de orde
Figuur 7. Aanduiding bebouwingslint
Historische analyse et langeied ligt o de arallel aan de aas loende gordel van rivierduinen diezic uitstrekt van Venlo tot Genne e aas en et duinencomle vormen elangrijke doorloende landscaelijke structuren de overgang van et laagnaar middenterras ontwikkelde zic eouwing m geenoverlast te ondervinden van oge waterstanden van de et aasdal zijn
de nederzettingenjuist oog genoeg o et middenterras gesitueerd de natte lagergelegengraslanden was veeteelten ooiwinning e ooilanden waren veelal omgeven door sloten in cominatie met struweelsingels outsingels en omenrij Tegenwoordig is een deel van deze groenstructuren nog aanwezig de ogere delen lagen agrarisce edrijventussen de akkers et langeied was ier onderdeel van e akkers waren waardevolle gronden waardoor ier niet veel groenstructuren aanwezig waren e randen van de akkers werden soms geaccentueerddoor groenstructuren met os en singels de erven van de oerderijen was kenmerkende elanting aanwezig zoals oomgaarden agenvan diverse soorten en solitaire omen voor verkoeling oude kaarten van 190 zijn deze elementen zictaar untjes o de kaart naij rode eouwing
Figuur 87. Historische kaart uit 1850
Figuur 9. Historische kaart uit 1900
Figuur 10. Historische kaarten 1970
Figuur 11. Topografische kaart 2021
Velden was een doraan de aasmet een agrarisc vroom en degelijk karkater 20 e eeuw is et dor sterk gegroeid met nieuwe woonwijken
alverwege de
oor de jaren een is veel randelanting verdwenenndanks de scaalvergroting van et agrarisc landsca eeft et langeied deels zijn karakter weten te eouden e laanelantingmet zuidnoord oriëntatie groenstructurenin et ooilandgedeelte ten noordoostenvan et langeied isnogsteeds aanwezig
Planvoornemen In de gewenste situatie wordt ten oosten van de estaande woning aan Vilgert 9 een nieuwe woning in de vorm van een vrijstaande woning gerealiseerd ij de woning staat een ijgeouw met een eigen inrit
Landschapsvoorstel Kaders e nieuwe situatie wordt landscaelijk ingeast at etekent dat de nieuwe eouwing wordt geïntegreerdin de estaandesituatiemet de tisce kenmerken en kwaliteiten van et landsca door middel van arcitectuur verscijningsvormen aanlant van geiedseigen elanting lle uidige ostal en verarding innen et nieuwe eouwingskavelwordt gesloot en
afgevoerd Wensen
Vanuit de initiatiefnemers zijn wensen gesteld ten aanzien van de inricting eoud estaande inrit en arkeervoorziening eoud arkactige tuin voor de woning eoud oomgaard naast de inrit et overige terrein rondom et uiskavel wordt in geruikt genomen als agrarisce grondakker met mais Geen intensieve groenvoorzieningen ten aanzien van eeer
Voorstel
Figuur 12. Landschapsvoorstel (zie bijlage I voor plan op maatvaste ondergrond
ij et toestaan van een ruimtelijke ontwikkeling iset van elang dat alle ruimtelijke waarden wordenmeegewogen en lan kan immers afreuk doenaan estaande landscaelijke of
cultuuristoriscewaarden ij de landscaelijke inassing wordtet eleid en de omgeving estudeerd en aan deand daarvan worden ruimtelijke randvoorwaardenogesteld ls aan deze voorwaarden wordenvoldaan kan de eouwing o een natuurlijke enverzorgde wijze worden ingeast en aansluiten o deaanwezige landscasstructuren m de lanontwikkeling mogelijk te maken zijn eenaantal inrictingsmaatregelen voorgesteld die oasis van et lanvoornemen de eleidskadersen kennis van et landsca en locatie zijnvormgegeven ovenstaande scets illustreert detoekomstige situatie gevolgd door een argumentatievan de inassingsmaatregelen 1 2 3
ieuw te ouwen woning met ijgeouwted Inritmet arkerenI eoud oogstamfruitoomgaardI et rondom tuinI andscasoom I
ted tedenouwkundige afweging I inassingsmaatregel 1. Nieuw te bouwen woning met bijgebouw e nieuwe woning wordt in armonie met de estaande eouwing aan de Vilgert gesitueerd e afstand van de gevel tot ard van de straat is 10m met een langska arallel aan de weg e verscijningsvorm is 1 laag met ka en et ijgeouw is ondergescikt aan de oofdwoning 2.
Inrit met parkeren Ten oosten van de woning komt een nieuwe inrit ier is ruimte voor 2 auto’s om te arkeren o eigen terreinTen guste van de inrit worden deuidigeatala’s verlant of gekat Behoud hoogstamfruitboomgaard e oogstamfruitomen lijven eouden e onderegroeiing van de oomgaard is kruidenrijk gras met een etensief eeer e aag rondom de oomgaard wordt verlaagd naar maimaal 1m oogte zodat men vanuit noordwestelijke ricting eerder zict eeft o et kaelletjes acter de oomgaard 3.
4. Heg rondom tuin an de zuidzijde van de tuin staat reeds een estaande eukenaag eze lijft eoudenals erfafsceiding de erfgrens met de uren van nummer 9 wordt een nieuwe ineemse aag gelant als afsceiding e voortuin wordt omzoomd met de estaande lage eukenaag 5. Landschapsboom de noordelijke oek wordt een markante nieuwe oom gelant eze kan uitgroeien tot een landscasoom
Beplantingsplan e soortensamenstelling voor de toe te voegen elanting is toegesitst o ineemse soorten die assen ij et karakter van et geied en de odemgesteldeid aarnaast isvooret eoud van de estaande landscaelijke structurengoed onderoud van elang nderstaand een escrijving van de diverse landscaselementenmet een aanleg en onderoudsadvies
Figuur 13. Referentiebeeld landschapsboom
GTGR stuksestaand Afbakening en oomgaard is een verzameling van fruitomen met een stam van minimaal 1 meter oog waarvan de onderegroeiing estaat uit een grazige vegetatie
Beheervoorschriften
Indien et ael of eer etreft wordt de oom tenminste eenmaal in detwee jaargesnoeid in de eriode 1 juli tot 1 maart Voor andere soorten is enkel vorm of onderoudsnoei nodig e stam van de fruitoom mag niet escadigd worden door vee et raster mag niet aan de oom evestigd worden ¡onge omen in een weiland met vee zijn voorzien van een oomkorf e onderegroeiing wordt jaarlijks eweid of de oomgaard wordt etensiefgemaaid waarij et maaisel wordt afgevoerd emesting met ruige mest van rundvee en ekalking is toegestaan
G G T G ¢1m G T G ¢m G I£¤ G 32m–12 st G I£¤ G 30m –120st Afbakening en kniof sceereg is een vrij liggend lijnvormig landscaselement met een aaneengesloten egroeiing van ineemse omen en¥of struiken dat wordt geknit of gescoren Inrichtingseisen bij aanleg nieuw element anlant 2en¥of 3jarig ineems oslantsoen euze uit de volgende soorten
1 2
arinus etulus aageuk ¦agus slvatica groene euk
3
cer camestre Veldesdoorn
igustrumvulgare iguster et etreft een éénof tweerijig elementin kruislings verand lantafstand stuks er meter
Beheervoorschriften
nien¥of sceerwerkzaameden worden alleen verrict in de eriode tussen 1 juli en 1 maart e eeereeneid wordt in een cclus van minimaal eenmaal er 2jaar gesnoeid geknit¥gescoren a et knien of sceren eeft de egvoor de voorgevel en aan de voorzijde van de oomgaardeen minimale oogte van 10 meter en maimaal 12men is minimaal 0m reede eg acter de voorgevel eeft een minimale oogte van 10 meter en maimaal 20men is minimaal 0m reed Grondewerking van aanliggende landouwgrond mag niet leiden tot scade aan et element et element mag niet worden escadigd door vee
ieuw 1 stuks Afbakening
en omenrij¥solitaire oom is een vrij liggend landscaselement van
ineemse loofomen Inrichtingseisen bij aanleg nieuw element anlantlandscasoom minimaal maat 121 en goed verankeren euze uit de volgende soorteno aangewezen locatie 1 Tilia cordata inde 2 cer seudolatanus sdoorn 3 ¦agus slvaticaGroene euk §uercus rour ik astanea sativa Tamme kastanje ¢ runus avium ers streekeigen soort
Beheervoorschriften
Gedurende 10 jaarworden de omen minimaal éénmaal gesnoeid a et snoeien eslaat de kroon minimaal 0¨ van de lengte van de oom ood out in de omen aan e emel wordt uit de kroon verwijderd Grondewerking van aanliggende landouwgrond mag niet leiden tot scade aan et element et element mag niet worden escadigd door vee en raster ter escerming mag niet aan et element evestigd worden
BIJLAGE I Landschapsplan op maatvaste ondergrond
k
RELAND
Ú}
locatieontwikkeling
ANDOOREN LANDSCHAP
8 juni
2023
N
DD hodem:nzicht
Rapport vooronderzoek
Bezoekadres
Vilgert 9 te Velden
Projectnaam
_B3247
Opdrachtgever
_Reland
locatieontwikkeling
Postadres
postbus
186
5830 AD
Boxmeer
Contactpersoon
(geanonimiseerd)
Status
Definitief
Versie
1
Aantal pagina's
6 (exclusief
Datum
30 mei 2023
Samenstelling rapport en
_ Vilgert 9 te Velden
Projectnummer
kwaliteitscontrole
Paraaf
bijlagen)
(geanonimiseerd)
(geanonimiseerd)
_lekschotstraat 12
Veghel
Postcode enplaats
5465
PG
Telefoon
0413
287068
_info@bodem-inzicht.nl
internet
_www.bodem-inzicht.nl
rapport B3247 Vilgert 9 te Velden
2
wijze een relatie met de opdrachtgever en zijn geen belanghebbenden bij de onderzochte locatie. Bodeminzicht garandeert hiermee derhalve dat een volledig onafhankelijk en onpartijdig onderzoek is uitgevoerd. 1. 4
Opbouw van het rapport
In het voorliggende rapport komen de volgende aspecten aan de orde: Vooronderzoek (hoofdstuk 2) Conclusies en aanbevelingen (hoofdstuk 3)
rapport B3247 Vilgert 9 te Velden
3
2. 1
Beschrijving onderzoekslocatie
adres onderzoekslocatie kadastrale registratie eigendomssituatie oppervlakte ligging onderzoekslocatie huidige functie beschrijving bebouwing/inrichting
beschrijving maaiveld, (half) verhardingslagen, funderingslagen omgeving
2. 2
Vilgert 9 te Velden Arcen en Velden L 317 (gedeeltelijk) Eigendom van de heer W. J. P. K. Theelen 1. 250 m² Binnen de bebouwde kom van Velden tuin Een dierenverblijf is opgetrokken uit hout en voorzien van (vermoedelijk) asbestvrije golfplaten, goten en hemelwaterafvoer. Een plantenkas is opgetrokken uit een metalen frame en glas. Een schuurtje is opgetrokken uit hout en voorzien van dakpannen. Het maaiveld is deels voorzien van klinkers en betontegels en grotendeels onverhard en in gebruik als tuin. noord Openbare weg Vilgert, landbouwgrond Openbare weg Vilgert, woningen oost zuid Woningen, landbouwgrond west Woningen
Voormalig en huidig gebruik
voormalig gebruik locatie algemeen
voormalige bebouwing
Onderhavige onderzoekslocatie behoort bij het adres Vilgert 9 en is in gebruik als tuin. De locatie kent een (kleinschalig) agrarisch gebruik. Ter plaatse van de onderzoekslocatie is sinds 1993 sprake van een tuin, daarvoor is altijd sprake geweest van landbouwgrond. In 1993 is de locatie door de huidige eigenaar aangekocht van zijn vader. Ten tijde van gebruik als landbouwgrond werd op een deel van de onderzoekslocatie vaste/stapelbare mest opgeslagen.
1946 1972 2004 Ter plaatse van deze tuin is in de jaren ’60 tot ’90 sprake geweest van enkele houten kippenhokken voorzien van dakpannen, een ervan is nog aanwezig en in gebruik als schuurtje.
(sloot-) dempingen (historische) ophogingen/aangevoerde grond/depots
nee nee
ongewone voorvallen
nee nee
bodembedreigende activiteiten, opslagtanks en opslag bodembedreigende stoffen
rapport B3247 Vilgert 9 te Velden
4
Landbouw/Natuur. onderzoek in directe omgeving
Beïnvloeding grond en/of grondwater vanuit de omgeving 2. 4
Bodem- en geohydrologische gegevens
deklaag eerste watervoerend pakket
scheidende laag
diepte freatisch grondwater stromingsrichting 2. 5
In 1990 is ter plaatse van de woning op het adres Vilgert 9 en 9a een verkennend bodemonderzoek verricht (Inbodem) in het kader van verbouw en verkoop van de woning. Zintuiglijk zijn geen bijzonderheden aangetoond. Analytisch zijn er geen B-waarde overschrijdende gehalten aangetoond. Er is geen belemmering voor de beoogde plannen. Op het adres Vilgert 13/Schandeloseweg zijn tussen 1997 en 2022 bodemonderzoeken verricht in het kader van herontwikkeling voor woningbouw. Er worden verhoogde gehalten aan zware metalen aangetroffen in de bovengrond en het grondwater, te relateren aan de regionale problematiek met zware metalen in de bodem. Er bestaat geen belemmering voor de bouwplannen. In de regio worden verhoogde gehalten aan zware metalen in het grondwater aangetoond. Deze kunnen als regionaal verhoogd worden beschouwd.
Bodemopbouw Kleiige eenheid; zandige klei, midden en fijn zand, weinig klei, veen en grof zand Zandige eenheid, hoofzakelijk bestaande uit grof zand, grind en midden zand, weinig zandige klei en fijn zand, een spoor klei en kans op stenen, keien en blokken Kleiige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit zandige klei, klei en midden zand, weinig bruinkool en fijn en grof zand en een spoor grind hydrologie 2, 0 tot 3, 0 m-mv
Formatie van Boxtel
0-2, 5 m-mv
Formatie van Beegden
2, 5-14 mmv
Kiezeloöliet
14 m-mv en verder
Westelijk tot noordwestelijk
Terreinverkenning
25 mei 2023 is de onderzoekslocatie geïnspecteerd. Bij de rondgang zijn geen bijzonderheden geconstateerd. De locatie maakt een verzorgde indruk.
rapport B3247 Vilgert 9 te Velden
5
Potentiële verontreinigingsbronnen: Uit het verrichte vooronderzoek zijn geen (voormalige) potentiële bronnen vastgesteld die bodemverontreiniging tot gevolg kunnen hebben. De onderzoekslocatie wordt als onverdacht beschouwd. Asbestverdenking: Uit het verrichte vooronderzoek blijkt geen sprake van een asbestverdachte (deel) locatie. Beïnvloeding vanuit omgeving: Vanuit de directe omgeving wordt geen beïnvloeding verwacht op de bodemkwaliteit. In de regio worden gehalten aan zware metalen in het grondwater aangetoond, te relateren aan de regionale problematiek met zware metalen in de bodem. Conclusie en advies Op basis van de resultaten van het vooronderzoek wordt de hypothese gesteld dat de onderzoekslocatie onverdacht is met betrekking tot bodemverontreiniging en asbestverontreiniging en derhalve geen belemmering vormt voor de aanstaande bestemmingswijziging en bouw van een woning. De algemene verordening gemeente Venlo vermeld dat verkennend bodemonderzoek niet noodzakelijk wordt geacht wanneer een locatie op basis van een vooronderzoek conform NEN5725 als onverdacht wordt beschouwd. Verkennend bodemonderzoek conform NEN5740 of een verkennend asbestonderzoek conform NEN5707 wordt derhalve niet noodzakelijk geacht. De eventueel bij werkzaamheden vrijkomende grond is op of buiten het onderzoeksterrein herbruikbaar.
Indien vrijkomende grond van de locatie afgevoerd dient te worden, dient men rekening te houden met de regels van het vigerende Besluit Bodemkwaliteit.
rapport B3247 Vilgert 9 te Velden
6
Bijlage 1
Topografische ligging onderzoekslocatie
12345 25
Deze kaart is noordgericht
Schaal 1: 1000
Perceelnummer Huisnummer Vastgestelde kadastrale grens Voorlopige kadastrale grens Administratieve kadastrale grens Bebouwing
Kadastrale gemeente Sectie Perceel
Voor een eensluidend uittreksel, geleverd op 23 mei 2023 De bewaarder van het kadaster en de openbare registers
Arcen en Velden L 317
Aan dit uittreksel kunnen geen betrouwbare maten worden ontleend. De Dienst voor het kadaster en de openbare registers behoudt zich de intellectuele eigendomsrechten voor, waaronder het auteursrecht en het databankenrecht.
onderzoekslocatie
Bijlage
1a
Foto's onderzoekslocatie
Vilgert
woning, Vilgert 9a woning, Vilgert 9
tkm bebouwing
kippenhok
kas schuurtje
GWSR
Situatietekening met boorlocaties Project:
Vilgert 9 te Velden Projectnummer:
B3248 0 m
50 m
Legenda:
begrenzing onderzoekslocatie boringen tot 0, 5 m-mv boringen 0, 5 tot 2, 0 m-mv boringen met peilbuis Asbestproefgat
Datum:
01-06-2020
stelcons
klinkers
grind
tegels
beton
onverhard
asfalt
Beoordeling externe veiligheid Vilgert (sectie L317) te Velden Aan de gemeente Venlo is medewerking gevraagd voor het splitsen van een perceel ten behoeve van het realiseren van een woning aan de Vilgert (sectie L317) te Velden. Voor het gewijzigde gebruik is een buitenplanse afwijking van toepassing.
Juridisch kader: In de volgende AMvB’s, Ministeriële Regelingen en circulaires zijn risiconormen en/of veiligheidsafstanden opgenomen die relevant zijn voor externe veiligheid bij het vaststellen van een
ruimtelijk besluit: • Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) • Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) • Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) • Het Activiteitenbesluit milieubeheer • Circulaire effectafstanden externe veiligheid LPG-tankstations • Circulaire opslag ontplofbare stoffen voor civiel gebruik • Beleidsplan Externe Veiligheid Venlo 2012-2015 • Planologisch toetsingskader emplacement Venlo Risicobronnen: -
-
Basisnetroute water (Maascorridor) ; Op ongeveer 1. 200 meter van het plangebied ligt de Maas, dit is een basisnetroute die valt onder Bevt. Op basis van de Regeling basisnet vindt hierover onder andere vervoer van toxische gassen (stofcategorie GT3) plaats. Het plangebied valt buiten het invloedsgebied (1%-letaliteitszone van 1070 meter 1 ) van de Maas en is hiermee dus niet relevant voor externe veiligheid. Basisnetroute weg (A67 afrit 41 (Venlo) – Duitse grens) ; Op ongeveer 3. 400 meter van het plangebied ligt de A67, dit is een basisnetroute die valt onder het Bevt. Op basis van de Regeling basisnet vindt hierover onder andere vervoer van toxische gassen (GT4) plaats. Het plangebied valt binnen het invloedsgebied (1%-letaliteitszone van > 4.000 meter 1 ) van de A67 en hiermee is deze risicobron relevant voor externe veiligheid.
Toetsing: Plaatsgebonden Risico (PR) : De plaatsgebonden risicocontour 10 -6 per jaar (PR 10 -6 ) van de A67 is 27 meter. Het plangebied ligt niet binnen deze risicontour. Dit betekent dat het plan voldoet aan de grenswaarde van het plaatsgebonden risico van de relevante risicobron. Groepsrisico (GR) : De transportroute (A67) is getoetst aan artikel 6 en 7 uit het Bevt. De A67 ligt buiten de 200 meter van het plangebied en dus dient voor deze transportroute alleen rekening gehouden te worden met
de effecten van een toxische gaswolk. Conclusie/tekst casemanager: Het plangebied ligt binnen het invloedsgebied van een transportroute. Dit betekent dat voor externe veiligheid getoetst moet worden aan de eisen uit het Besluit externe veiligheid transportroutes.
1 Handleiding
risicoanalyse transport (HART) , versie 1. 2, 11 januari 2017, RIVM
Besluit Externe Veiligheid Transportroute (Bevt) Plaatsgebonden risico: Het plangebied ligt buiten de PR 10 -6 contour van de transportroutes. Dit betekent dat het plan voldoet aan de grenswaarde van het plaatsgebonden risico. Groepsrisico: De transportroutes zijn getoetst aan artikel 6 en 7 uit het Bevt. De A67 ligt buiten de 200 meter van het plangebied en dus dient voor deze transportroute alleen rekening gehouden te worden met de effecten van een toxische gaswolk.
QUICKSCAN SOORTENBESCHERMING VILGERT 9 TE VELDEN
Colofon Quickscan
Projectnummer: Versie:
1
Datum:
2
soortenbescherming EP.23.0051
juni 2023
Opdrachtnemer Agrifirm NWE BV Bedrijfsontwikkeling Waalkade 5347
KR
Exlan
33
Postbus
300
Oss
5340 AH
Oss
Locatie
Vilgert 9 Velden Contactpersoon
(geanonimiseerd) T: 088 F: 088 E:
—
—
488
2929
488
2102
(geanonimiseerd)
Uitvoerders
(geanonimiseerd) Collegiale
check
(geanonimiseerd)
ALLE
RECHTEN
GELUIDSBAND, OPGESLAGEN,
VOORBEHOUDEN. ELEKTRONISCH ZONDER
2 Quickscan
OF
NIETS
UIT
OP
WELKE
VOORAFGAANDE
Flora- en
DEZE
UITGAVE
ANDERE
WIJZE
MAG DAN
SCHRIFTELIJKE TOESTEMMING
Fauna
—
WORDEN
OOK, VAN
VERVEELVOUDIGD EN
EVENMIN
AGRIFIRM
Vilgert 9 Velden
EXLAN.
IN
EEN
DOOR
MIDDEL
VAN
GEAUTOMATISEERD
DRUK,
FOTOKOPIE,
GEGEVENSBESTAND
MICROFILM, WORDEN
Inhoudsopgave Quickscan soortenbescherming INLEIDING
4
HOOFDSTUK 1 TOETSINGSKADER
6
HOOFDSTUK 2 ONDERZOEKSRESULTATEN
9
HOOFDSTUK 3 CONCLUSIE
21
LITERATUUR
22
WAARNEMINGEN EFFECTEN INDICATOR SOORTEN PLAN PROJECTLOCATIE
23 27 28
3 Quickscan Flora- en Fauna – Vilgert 9 Velden
6
9
21
Inleiding Planbeschrijving Aanleiding De plannen omvatten het realiseren van een woning op het kavel ten oosten van de woning aan Vilgert 9 te Velden. Hiervoor moeten enkele schuurtjes gesloopt worden. In dit kader wordt door het bevoegde gezag een toets aan de soortenbescherming noodzakelijk geacht. Bij de uitvoering van de voorgenomen ingrepen moet rekening worden gehouden met het huidige voorkomen van de, op grond van de Wet natuurbescherming, beschermde soorten. Als de voorgenomen ingreep leidt tot het overtreden van verbodsbepalingen betreffende beschermde soorten, moet vrijstelling of ontheffing worden verkregen. De voorliggende quickscan bevat een inventarisatie van de huidige aanwezigheid van beschermde soorten planten en dieren in en om het plangebied. Tevens worden de te verwachten effecten van de ingreep in het plangebied beoordeeld. Plangebied Het plangebied ligt in de Velden in de gemeente Venlo. Het plangebied bevindt zich buiten de verkeerskundige en stedenbouwkundige bebouwde kom van Velden.
Afbeelding 1: luchtfoto plangebied (bron: streetsmart. cyclomedia. com/streetsmart, geraadpleegd op 26/05/2023)
4 Quickscan Flora- en Fauna – Vilgert 9 Velden
Onderzoeksmethode Om een goede indicatie van de natuurwaarden binnen het plangebied te krijgen, wordt het onderzoek in verschillende stappen uitgevoerd. Op basis van bronnenonderzoek is nagegaan of er wettelijk beschermde planten- of diersoorten in het gebied voor kunnen komen waaraan extra aandacht geschonken dient te worden tijdens het terreinbezoek. Na het bronnenonderzoek is een verkennend terreinbezoek gebracht aan het plangebied. Hierbij is, op basis van de gegevens van het literatuuronderzoek, beoordeeld voor welke soorten het gebied daadwerkelijk een geschikte habitat biedt en daarmee welke soorten er daadwerkelijk voor kunnen komen. Vervolgens zijn de mogelijke effecten op de verwachte beschermde soorten beschreven. Op basis van de doorlopen procedures zijn conclusies getrokken met betrekking tot de eventuele negatieve effecten en/of obstakels inzake de Wet natuurbescherming.
Op woensdag 31 mei 2023 is de locatie tussen 08: 30 en 09: 30 uur ter plaatse geïnventariseerd, om te onderzoeken of het plangebied een zodanig belangrijke status heeft dat een aanvullend veldonderzoek noodzakelijk is. Op het moment van inventarisatie was het 16 graden Celsius en onbewolkt, vrijwel windstil. Op basis van terreinkenmerken is beoordeeld of het terrein geschikt is voor de, in de regio voorkomende, beschermde soorten. Doelstelling Om een indicatie te krijgen van de effecten die de bouwwerkzaamheden hebben op de natuurwaarden binnen het plangebied, dienen de volgende vragen te worden beantwoord: 1. 2. 3.
Welke wettelijk beschermde soorten komen in het plangebied voor? Welke status hebben deze soorten? Welke invloed heeft de geplande ingreep in het betreffende gebied op de beschermde soorten en komt daarmee de staat van instandhouding in gevaar? Hoe dient omgegaan te worden met eventuele negatieve effecten van het plan op wettelijk beschermde planten- en diersoorten, en welke vervolgstappen zijn nodig?
5 Quickscan Flora- en Fauna – Vilgert 9 Velden
Hoofdstuk 1
1
Toetsingskader Wet natuurbescherming De bescherming van natuur is in Nederland vastgelegd in nationale wetgeving. De nationale wetgeving is een Nederlandse implementatie van de belangrijkste Europese wetgevingselementen. Per 1 januari 2017 zijn de Flora- en Faunawet, de Boswet en de Natuurbeschermingswet 1998 vervangen door de Wet natuurbescherming. De uitvoering van deze nieuwe wet is grotendeels in handen van de provincies gekomen.
1. 1
Gebiedsbescherming De Wet natuurbescherming noemt bekende maar ook enkele nieuwe soorten natuurgebieden die bescherming behoeven: de Natura 2000-gebieden, het Natuurnetwerk Nederland (NNN) bijzondere provinciale natuurgebieden en landschappen, bijzondere nationale natuurgebieden en de nationale parken. Bij ontwikkelingen met name in het buitengebied moet rekening worden gehouden met het al dan niet van toepassing zijn van de beschermingsregimes van deze natuurgebieden. Ieder gebied kent een eigen beschermingsregime dat afzonderlijk gewogen dient te worden in relatie tot plannen, projecten en andere handelingen met mogelijk nadelige effecten voor de beschermde natuurwaarden. Natura 2000-gebieden De bekendste natuurgebieden zijn de Natura 2000-gebieden, zij kennen tevens het meest strikte beschermingsregime. De basis voor Natura 2000 zijn de Europese Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. In Nederland zijn 164 gebieden als Natura 2000-gebied aangewezen. Voor ieder gebied zijn instandhoudingsdoelstellingen bepaald die betrekking kunnen hebben op de bescherming van specifieke flora en fauna alsook leefgebieden van soorten. Alle projecten en handelingen binnen of buiten de gebiedsgrenzen mogen geen verstorend of verslechterend effect hebben op de instandhoudingsdoelstellingen. Voor de voorgenomen ontwikkeling is hier, voor zover van toepassing, separaat aan getoetst.
In deze rapportage wordt hier verder niet op ingegaan. Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (voorheen EHS) is het Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied. De provincies zijn belast met de taak een dergelijk netwerk tot stand te laten te komen en in stand te laten. De uitvoering hiervan is hoofdzakelijk gestuurd vanuit de ruimtelijke ordening (provinciale verordeningen) Binnen het Natuurnetwerk Nederland geldt een “nee, tenzij”- benadering. .
Overige gebieden
Naast de bovengenoemde gebieden kunnen gebieden aangewezen worden als ‘bijzondere provinciale natuurgebieden’, ‘bijzondere provinciale landschappen’ of ‘nationaal park’. De bescherming van deze gebieden vindt net als bij het NNN plaats via het ruimtelijk spoor. Daarnaast kan een gebied aangewezen worden als ‘bijzonder nationaal gebied’, een soort voorloper van de aanwijzing als Natura 2000-gebied. De bescherming van deze gebieden stemt dan ook overeen met de bescherming van Natura 2000-gebieden.
6 Quickscan Flora- en Fauna – Vilgert 9 Velden
,
1. 2
Soortenbescherming De Wet natuurbescherming deelt soorten in drie beschermingsregimes in. Daarnaast zijn er vrijgestelde soorten en jaarrond beschermde vogelnesten. 1) Beschermingsregime soorten vogelrichtlijn 2) Beschermingsregime soorten habitatrichtlijn 3) Beschermingsregime ander soorten 4) Vrijgestelde soorten 5) Jaarrond beschermde vogelnesten Vogelrichtlijn Onder de soorten van de Vogelrichtlijn vallen alle van nature in Nederland in het wild levende vogels. Het is verboden om: Opzettelijk vogels te doden of te vangen; Opzettelijk vogelnesten, -rustplaatsen en – eieren te vernielen of te beschadigen of vogelnesten weg te nemen; Eieren van vogels te rapen en deze onder zich te hebben; Opzettelijk vogels te storen, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. Habitatrichtlijn Onder de soorten van de Habitatrichtlijn vallen soorten die genoemd zijn in Bijlage IV van de Habitatrichtlijn, Bijlage I en II van het Verdrag van Bern en Bijlage I van het Verdrag van Bonn. In de Bijlagen van de Verdragen van Bern en Bonn worden ook vogels genoemd.
Wat betreft deze soorten is het verboden om: Opzettelijk dieren te doden of te vangen; Opzettelijk dieren te verstoren; Opzettelijk eieren van dieren te vernielen of te rapen; Voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen; Opzettelijk planten in hun natuurlijke verspreidingsgebied te plukken, te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Ook is het verboden deze soorten te verkopen, te vervoeren voor verkoop, te verhandelen, te ruilen of te kopen, tenzij het gaat om gefokte of gekweekte dieren of planten. Andere soorten Onder het beschermingsregime andere soorten vallen soorten waarvan er geen Europese verplichting tot bescherming is. Dit zijn soorten die vanuit nationaal belang extra bescherming behoeven. Het beschermingsniveau van deze soorten kan per provincie verschillen. Het is verboden om: 1) Opzettelijk dieren te doden of te vangen; 2) Voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen; 3) Opzettelijk (vaat) planten in hun natuurlijke verspreidingsgebied te plukken te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Provincies hebben de bevoegdheid om bij provinciale verordening vrijstelling te verlenen voor nationaal beschermde soorten.
Vrijgestelde soorten De verboden zijn niet van toepassing op de bosmuis, de huisspitsmuis en de veldmuis voor zover deze dieren zich in of op gebouwen of daarbij behorende erven of roerende zaken bevinden. Ook vallen de zwarte rat, bruine rat, huismuis, de mol en exoten niet onder beschermingsregime van de Wet natuurbescherming en mogen opzettelijk gedood en gevangen worden. Daarnaast geldt, zoals hierboven reeds aangegeven, dat provincies de bevoegdheid hebben vrijstelling te verlenen voor bepaalde soorten.
7 Quickscan Flora- en Fauna – Vilgert 9 Velden
Jaarrond beschermde vogelnesten De opgestelde lijst met jaarrond beschermde nesten voor vogels is een beleidsdocument dat voortvloeit uit de voormalige Flora- en faunawet en meegenomen is onder de Wet natuurbescherming. De nesten zijn ingedeeld in categorieën (1 t/m 5) waarvan de categorie 1 t/m 4 jaarrond beschermd zijn. Nesten in categorie 5 zijn enkel beschermd bij afwezigheid van voldoende alternatieven. 1) Nesten die, behalve gedurende het broedseizoen als nest, buiten het broedseizoen in gebruik zijn als vaste rust- en verblijfplaats 2) Nesten van koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing of biotoop. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar. 3) Nesten van vogels, zijnde geen koloniebroeders, die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar. 4) Vogels die jaar in jaar uit gebruik maken van hetzelfde nest en die zelf niet of nauwelijks in staat zijn een nest te bouwen.
5) Nesten van vogels die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan, maar die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen.
1. 3
Houtopstanden De regels van de Boswet zijn grotendeels onveranderd opgenomen in de Wet natuurbescherming. Een houtopstand is een zelfstandige eenheid van bomen, boomvormers, struiken, hakhout of griend, die een oppervlakte van 10 are of meer beslaat ofwel een rijbeplanting die meer dan twintig bomen omvat. Buiten de bescherming vallen: houtopstanden binnen de bij besluit van de gemeenteraad vastgestelde grenzen van de bebouwde kom (voor deze wet) ; houtopstanden op erven of in tuinen fruitbomen en windschermen om boomgaarden; naaldbomen bedoeld als kerstbomen en niet ouder dan twintig jaar kweekgoed; o uit populieren of wilgen bestaande wegbeplantingen, beplantingen langs waterwegen, en o eenrijige beplantingen langs landbouwgronden; o Het dunnen van een houtopstand; uit populieren, wilgen, essen of elzen bestaande beplantingen die zijn bedoeld voor de productie van houtige biomassa indien zij: ten minste eens per tien jaar worden geoogst; o bestaan uit minstens tienduizend per hectare per beplantingseenheid o bestaande uit een aaneengesloten beplanting die niet wordt doorsneden o door onbeplante stroken breder dan twee meter; o zijn aangelegd na 1 januari 2013.
8 Quickscan Flora- en Fauna – Vilgert 9 Velden
Hoofdstuk 2
Onderzoeksresultaten
2 2. 1
Bronnenonderzoek Gegevens van websites als www. waarneming. nl zijn geraadpleegd voor achtergrondinformatie. Een groot aantal amateurs en professionals publiceert op deze bekende websites zijn natuurwaarnemingen, die worden gecontroleerd door een validatiecommissie. Zodoende zijn de waarnemingen uit deze bronnen redelijk betrouwbaar, maar moeilijk te verifiëren. De waarnemingen geven eventueel wel een indicatie van soorten waar tijdens het veldonderzoek extra aandacht aan besteed dient te worden. Natuurnetwerk Nederland Het natuurbeheerplan is een beleidskader om het Europese, rijks- en provinciale natuur- en landschapsbeleid te realiseren. Het gaat hier om bestaande natuurgebieden, gebieden waar nieuwe natuur aangelegd wordt, landbouwgebieden worden ingericht en beheerd volgens agrarisch natuurbeheer en de Natura 2000-gebieden. Het plangebied ligt buiten het Natuurnetwerk Nederland en buiten andere natuurgebieden zoals Natura 2000. Het meest dichtbijgelegen Natura 2000-gebied is het Natura 2000-gebied “Maasduinen” en ligt 1, 8 km ten noorden van de projectlocatie. Het meest dichtbijgelegen Natuurnetwerk ligt versnipperd ten noorden van de projectlocatie op een afstand van ca 150 meter.
Afbeelding 2: ligging Natuurnetwerk Nederland en Natura 2000 (bron: atlasleefomgeving. nl/kaarten, geraadpleegd op 26/05/2023)
9 Quickscan Flora- en Fauna – Vilgert 9 Velden
De Limburgse natuurgebieden, waaronder ook de Natura 2000-gebieden, vormen samen het Limburgse deel van het Natuurnetwerk Nederland (samen ca. 53. 000 ha) Het Natuurnetwerk Limburg is gelegen in delen van beekdalen, op hellingen en op veen- en stuifzandgebieden van de hoger gelegen gebieden. Binnen het Natuurnetwerk Limburg wordt ingezet op een goede kwaliteit en bescherming van de natuur met een bijzonder accent op bedreigde Limburgse dier- en plantensoorten. Daarnaast wordt ingezet op het bieden van mogelijkheden voor natuurbeleving. De Natura 2000-gebieden (ca. 17. 000 ha) vormen een selectie binnen het Natuurnetwerk Limburg. Hier ligt de absolute nadruk op de natuurwaarden: het zo spoedig mogelijk en verantwoord bereiken van een gunstige staat van instandhouding van de soorten en habitatten, de aanwijzing als Natura2000-gebied is gebaseerd. De waarop Natuurbeheerplannen van de 23 Natura 2000-gebieden in Limburg geven inzicht in hetgeen daarvoor nodig is. Er zijn ook Natura 2000-gebieden (net) buiten de provinciegrens. Vanuit de Europese wet- en regelgeving geldt een strenge wet- en regelgeving gericht op beheer en bescherming van de natuurwaarden. Onder andere via het Aanvalsplan Stikstof wordt gewerkt aan het verbeteren van de omgevingskwaliteit van de Natura 2000-gebieden. .
2. 2
Veldonderzoek Op verschillende punten in het plangebied zijn waarnemingen verricht. Tijdens het veldbezoek is het gebied beoordeeld op de aanwezigheid van beschermde soorten en de habitatgeschiktheid voor beschermde soorten. Er is extra aandacht besteed aan de mogelijke aanwezigheid van vleermuizen en vogelnesten. De ecologische factoren in de omgeving zijn met behulp van een digitale fotocamera vastgelegd. Om de flora en fauna te kunnen determineren, is gebruik gemaakt van eigen kennis en literatuur. g
10
Quickscan Flora- en Fauna – Vilgert 9 Velden
5:
Afbeelding 3: Projectlocatie, nu ingericht als tuin met verschillende solitaire bomen
11
Afbeelding 4: beuken heg tussen projectlocatie en bestaand woonhuis deze blijft waarschijnlijk behouden
Quickscan Flora- en Fauna – Vilgert 9 Velden
12
Afbeelding 5: trompetboom blijft niet behouden op projectlocatie
Quickscan Flora- en Fauna – Vilgert 9 Velden
13
Afbeelding 6: beukenhaag en fruitbomen blijven waarschijnlijk niet behouden
Afbeelding 7: bestaand woonhuis naast de plan locatie
Quickscan Flora- en Fauna – Vilgert 9 Velden
14
Afbeelding 8: te slopen bijgebouw
Afbeelding 9: binnenzijde te slopen bijgebouw
Quickscan Flora- en Fauna – Vilgert 9 Velden
15
Afbeelding 10: te slopen kweekkas
Afbeelding 11: open plek achter op perceel
Quickscan Flora- en Fauna – Vilgert 9 Velden
16
Afbeelding 12: Kippenren naast te slopen bijgebouw
Afbeelding 13: binnenzijde te slopen bijgebouw, voorzien van ongeïsoleerde golfplaten
Quickscan Flora- en Fauna – Vilgert 9 Velden
Flora algemeen Bij de planlocatie zijn geen bijzondere beplantingen aangetroffen. Er is tevens gelet op de aanwezigheid van (beschermde) muurvegetatie. Er is erfbeplanting aangetroffen. Deze erfbeplanting bestaat uit beukenheggen, gras dat regelmatig gemaaid wordt en enkele notenen fruitbomen.
Grondgebonden zoogdieren Specifiek wordt bekeken of binnen de betreffende inrichting verwacht kan worden of er streng beschermde zoogdieren; steenmarter, bunzing, hermelijn, wezel, eekhoorn, bever en das kunnen worden aangetroffen.
Steenmarter
De onderzoekslocatie vormt geschikt habitat voor de steenmarter. Steenmarters gebruiken hooizolders, loze ruimtes onder het dak, schuurtjes en dergelijke, als verblijfplaats. Een steenmarter heeft binnen zijn territorium verscheidene verblijfplaatsen. Daarnaast laten steenmarters enorm veel sporen achter. Tijdens het veldbezoek zijn geen sporen, zoals uitwerpselen of prooiresten aangetroffen die duiden op het gebruik van de onderzoekslocatie als vaste rust- of verblijfplaats door deze soort. Kleine marterachtigen De onderzoekslocatie biedt geen geschikte verblijflocaties voor de hermelijn, wezel en bunzing. De soorten maken gebruik van oude holen van onder andere mollen en muizen, maar ook houtwallen, steenhopen en ruimtes onder boomwortels. Desbetreffende soorten hebben binnen hun territorium verscheidene verblijfplaatsen. Tijdens het veldbezoek zijn er geen marters of sporen van marters aangetroffen op de onderzoekslocatie. Echter, dit betekent niet dat het gebied niet potentieel in gebruik is door de hermelijn, wezel en/of bunzing als migratieroute.
Gezien de onderzoekslocatie kleiner is dan één hectare kan gesteld worden dat deze geen essentieel onderdeel uitmaakt van het leefgebied van een van genoemde soorten (Bouwens 2017) Indien bij sloop/herinrichting van het gebied groenstructuren rond het perceel behouden blijven, is er geen sprake van een negatief effect op genoemde soorten. .
Eekhoorn De onderzoekslocatie is vanwege de afwezigheid van voldoende bomen niet geschikt als habitat voor de eekhoorn. Er staan te weinig bomen rondom de projectlocatie. Tevens worden er met de werkzaamheden geen bomen verwijderd. Een negatief effect als gevolg van de werkzaamheden is uitgesloten. Bever Voor de bever is op de onderzoekslocatie geen geschikt habitat aanwezig. Vaste rust- en verblijfplaatsen van de bever kunnen worden uitgesloten. Das Tijdens het veldbezoek zijn op de onderzoekslocatie en de directe omgeving geen loop- of eetsporen, latrines en/of wissels aangetroffen die duiden op de aanwezigheid en/of het gebruik van de onderzoekslocatie door de das. Dassen zullen eerder hun leefgebied hebben in de nabij gelegen natuurgebieden en de aansluitende weilanden. Verstoring ten aanzien van de das als gevolg van de voorgenomen ingreep is niet aan de orde. Het voorkomen van overige grondgebonden zoogdieren waarvoor geen vrijstelling geldt, is tijdens het veldbezoek niet vastgesteld. Vleermuizen Het plangebied is zeer nauwkeurig beoordeeld op de mogelijke waarde voor vleermuizen. Hierbij is gelet op de geschiktheid van de aanwezige bebouwing als verblijfplaats voor deze dieren: aanwezigheid van spouwgaten en andere openingen in muren en daken, vetstrepen, uitwerpselen en prooiresten bij gevelopeningen.
Verblijfsruimte voor vleermuizen
hebben specifieke voorwaarden zoals een stabiele temperatuur en het tochtvrij zijn. Bij vleermuizen worden vier verblijfplaatsen onderscheiden; 17
Quickscan Flora- en Fauna – Vilgert 9 Velden
winterverblijven, zomerverblijven, kraamverblijven en paarverblijven. Aan de winterverblijven worden de hoogste eisen gesteld, daarna de kraamverblijven, dan de zomerverblijven en tenslotte de paarverblijven, waarbij de vleermuizen een zeer korte tijd op een bepaalde locatie kunnen verblijven. De dakconstructie van de te slopen bijgebouwen bestaan uit daken met ongeïsoleerde golfplaten welke niet stabiel blijven qua temperatuur en gedurende de dag aan enorme temperatuurschommelingen onderhevig zijn. De dakconstructie is hierdoor geen geschikte verblijfsplaats voor vleermuizen. Er zijn in en om de te slopen bijgebouwen geen sporen (vetstrepen, uitwerpselen, prooiresten) aangetroffen. Naast de onderzoekslocatie bevindt zich een woonhuis. Eventuele verblijfsplaatsen hierin ondervinden door de afstand tot de slooplocatie en de aard van de ingreep geen hinder. Foerageerhabitat De onderzoekslocatie zal, gelet op de aanwezige habitat, gebruikt kunnen worden door in de omgeving verblijvende vleermuizen om te foerageren. De plannen zullen echter geen aantasting van belangrijk foerageerhabitat vormen. Door de voorgenomen ingreep zal het aanbod van foerageermogelijkheden niet in het geding komen. In de directe omgeving is meer geschikt foerageerhabitat voor vleermuizen aanwezig in de vorm van bomenrijen en bosranden.