CConstaterende datVenlo
Koppel je AI →
Document · PDF

058bijl 7 Bestemmingsplan Zone Sevenumseweg, Bijlagen toelichting.pdf

Raadsvergadering 20 oktober 2021, gemeente VenloBij agendapunt: 4.1: Rv 58 Vaststellen bestemmingsplan Zone Sevenumseweg25.923 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Reptielen

adder, hazelworm*, levendbarende hagedis*, ringslang

Vissen

beekdonderpad, beekprik, elrits, gestippelde alver, grote modderkruiper, kwabaal

Dagvlinders

aardbeivlinder, bosparelmoervlinder, bruin dikkopje, bruine eikenpage, donker pimpernelblauwtje, duinparelmoervlinder, gentiaanblauwtje, grote parelmoervlinder, grote vos, grote vuurvlinder, grote weerschijnvlinder, iepenpage, kleine heivlinder, kleine ijsvogelvlinder, kommavlinder, pimpernelblauwtje, sleedoornpage, spiegeldikkopje, veenbesblauwtje, veenbesparelmoervlinder, veenhooibeestje, veldparelmoervlinder, zilveren maan

Libellen

beekrombout, bosbeekjuffer, donkere waterjuffer, gevlekte glanslibel, gewone bronlibel, hoogveenglanslibel, Kempense heidelibel, speerwaterjuffer

Overige soorten

Europese rivierkreeft, vliegend hert

akkerboterbloem, akkerdoornzaad, akkerogentroost, beklierde ogentroost, berggamander, bergnachtorchis, blaasvaren, blauw guichelheil, bokkenorchis, bosboterbloem, bosdravik, brave hendrik, brede wolfsmelk, breed wollegras, bruinrode wespenorchis, dennenorchis, dreps, echte gamander, franjegentiaan, geelgroene wespenorchis, geplooide vrouwenmantel, getande veldsla, gevlekt zonneroosje, glad biggenkruid, gladde zegge, groene nachtorchis, groensteel, groot spiegelklokje, grote bosaardbei, grote leeuwenklauw, honingorchis, kalkboterbloem, kalketrip, karthuizeranjer, karwijselie, kleine ereprijs, kleine schorseneer, kleine wolfsmelk, kluwenklokje, knollathyrus, knolspirea, korensla, kranskarwij, kruiptijm, lange zonnedauw, liggende ereprijs, moerasgamander, muurbloem, naakte lathyrus, naaldenkervel, pijlscheefkalk, roggelelie, rood peperboompje, rozenkransje, ruw parelzaad, scherpkruid, schubvaren, schubzegge, smalle raai, spits havikskruid, steenbraam

Rapport 10067.001 versie D1

Volgens artikel 3.31 zijn de verboden, bedoeld in de artikelen 3.1, 3.5 en 3.10 niet van toepassing op handelingen die zijn beschreven in en aantoonbaar worden uitgevoerd overeenkomstig een door het Ministerie van Economische Zaken goedgekeurde gedragscode en die plaatsvinden in het kader van bestendig beheer, bestendig gebruik, of ruimtelijke ontwikkeling of inrichting. Houtopstanden De bescherming van houtopstanden onder conform hoofdstuk 4 van de Wet natuurbescherming heeft als doel om het aanwezige areaal bos in Nederland te behouden. Onder houtopstanden vallen alle zelfstandige eenheden van bomen, boomvormers of struiken van een oppervlakte van tien are of meer of rijbeplanting die meer dan twintig bomen omvat. Binnen de Wet natuurbescherming zijn op houtopstanden de artikelen van toepassing die zijn opgenomen in tabel VI. Tabel VI.

Bescherming houtopstanden in de Wet natuurbescherming

Artikel 4.1

De artikelen uitgezonderd artikel 4.6 zijn niet van toepassing op: a) Houtopstanden binnen de bij besluit van de gemeenteraad vastgestelde grenzen van de bebouwde kom; b) Houtopstanden op erven of in tuinen; c) Fruitbomen en windschermen om boomgaarden; d) Naaldbomen, kennelijk bedoeld om te dienen als kerstbomen, indien niet ouder dan twintig jaar; e) Kweekgoed; f) Wegbeplantingen, beplantingen langs waterwagen en eenrijige beplantingen langs landbouwgronden bestaande uit wilgen en populieren; g) het dunnen van een houtopstand; h) uit populieren, wilgen, essen of elzen bestaande beplantingen die kennelijk zijn bedoeld voor de productie van houtige biomassa, indien zij: 1. ten minste eens per tien jaar worden geoogst; 2. bestaan uit minstens tienduizend stoven per hectare per beplantingseenheid, zijnde een aaneengesloten beplanting die niet wordt doorsneden door onbeplante stroken breder dan twee meter, en 3. zijn aangelegd na 1 januari 2013.

Artikel 4.2

1. Het is verboden een houtopstand geheel of gedeeltelijk te vellen of te doen vellen, met uitzondering van het periodiek vellen van griend- of hakhout, zonder voorafgaande melding daarvan bij gedeputeerde staten. 3. Gedeputeerde staten kunnen het vellen van houtopstanden telkens voor ten hoogste vijf jaar verbieden ter bescherming van bijzondere natuur- of landschapswaarden.

Artikel 4.3 lid 1 en 2

Ingeval een houtopstand geheel of gedeeltelijk is geveld, met uitzondering van het periodiek vellen van griend- of hakhout, of anderszins teniet is gegaan, draagt de rechthebbende zorg voor het op bosbouwkundig verantwoorde wijze herbeplanten van dezelfde grond binnen drie jaar na het vellen of tenietgaan van de houtopstand. De rechthebbende vervangt binnen drie jaar na de herbeplanting, bedoeld in het eerste lid, herbeplanting die niet is aangeslagen.

Artikel 4.4 lid 1

De artikelen 4.2, eerste en derde lid, en 4.3, eerste en tweede lid, zijn niet van toepassing op: het vellen van houtopstanden en herbeplanten op een wijze die is beschreven in en aantoonbaar wordt gerealiseerd overeenkomstig een door Onze Minister goedgekeurde gedragscode. het vellen van houtopstanden ter uitvoering van een instandhoudingsmaatregel of een passende maatregel in het kader van natuurontwikkeling en -beheer

Artikel 4.5

Gedeputeerde staten kunnen ontheffing verlenen van artikel 4.3, eerste en tweede lid, ten behoeve van herbeplanting op andere grond, indien de herbeplanting voldoet aan bij provinciale verordening gestelde regels.

Rapport 10067.001 versie D1

Bijlage 2

Verklarende woordenlijst

Externe werking Niet alleen activiteiten in een Natura 2000-gebied/NNN hebben invloed op de staat van instandhouding van het gebied, ook activiteiten buiten het gebied kunnen de natuurwaarden in een gebied beïnvloeden. Dit wordt "externe werking" genoemd. Er bestaat geen ruimtelijke grens voor externe werking: bepalend zijn de effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van de soorten en habitattypen in het Natura 2000-gebied/NNN, ongeacht de afstand tot het beschermde gebied. Expert Judgement Inschatting van een deskundige op grond van zijn kennis en ervaring. Foerageerhabitat Het gebied waarbinnen een soort voedsel zoekt. Foerageren Zoeken en vinden van voedsel door dieren (jachtgebied). Functioneel leefgebied Hiermee wordt het gebied dat is benodigd om de functionaliteit van een voortplantingsplaats of van een vaste- rust of verblijfplaats te behouden. Een nestlocatie of voortplantingsplaats kan bijvoorbeeld alleen succesvol functioneren, wanneer er voldoende habitat (schuilgelegenheid, voedsel etc.) van voldoende kwaliteit aanwezig is om te kunnen paren, eieren te leggen en jongen groot te brengen. Gunstige staat van instandhouding Er is sprake van een gunstige staat van instandhouding van een soort of habitattype als de omstandigheden waarin de soort of het habitattype voorkomt perspectief bieden op een duurzaam voortbestaan van die soort of dat habitattype.

Habitat Omvat de plaatsen waar een bepaald organisme voorkomt doordat de abiotische en biotische factoren (niet levende en levende natuur) van die plaatsen voldoen aan de eisen en toleranties die het organisme stelt om te kunnen overleven, groeien en zich voortplanten. Kraamverblijfplaats Voortplantingsplaats van vleermuizen. Het gaat hierbij vaak om de vrouwelijke exemplaren van een kolonie (ook wel kraamgroep genoemd) die gezamenlijk hun jongen grootbrengen. De aantallen vleermuizen in een kraamgroep kun oplopen tot meerdere honderden exemplaren. Landschappelijk inpassingsplan Het inpassen van ruimtelijke ontwikkelingen in het buitengebied middels een ontwerp van de groenvoorziening, dat voldoet aan het beleid ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit. Hierdoor wordt zorg gedragen dat een ruimtelijke ontwikkeling past in het landschap. Landhabitat Amfibieën zijn voor de voortplanting afhankelijk van water. Buiten de voortplantingsperiode maakt de soortgroep gebruik van landhabitat als onderdeel van het leefgebied. Landhabitat voor amfibieën omvat onder andere structuurrijke of opgaande vegetatie zoals (loof)bos, houtwallen, struikgewas, heide, ruigtekruiden, vegetaties en moeras. Mitigerende maatregelen Maatregelen die negatieve effecten bij een ingreep voorkomen of reduceren.

Omgevingscheck Een omgevingscheck wordt uitgevoerd bij verlies van leefgebied van een jaarrond beschermde functie van een soort die door een ingreep (tijdelijk) verloren gaat. De omgeving van de ingreep wordt door een ter zake deskundige beoordeeld op aanwezigheid van voldoende alternatief leefgebied en/of potentiële verblijfplaatsen. Ontheffing De Wet natuurbescherming is bedoeld om planten- en diersoorten die vrij in het wild leven te beschermen. Om deze kwetsbare soorten te beschermen bevat de Wet natuurbescherming een aantal verbodsbepalingen. Onder bepaalde voorwaarden mogen de activiteiten wel doorgaan, daarvoor kan een ontheffing benodigd zijn. Een ontheffing is een besluit waarbij in een individueel concreet geval een uitzondering op een wettelijk verbod wordt gemaakt.

Rapport 10067.001 versie D1

Paarverblijfplaats Dit is een verblijfplaats die hoofdzakelijk in het najaar (september/oktober) door vleermuizen worden gebruikt om te paren. Eén mannetje kan een dergelijke verblijfplaats met meerdere vrouwtjes delen. In de omgeving van de paarverblijfplaats wordt veelal door het territoriale mannetje middels baltsvluchten getracht vrouwtjes aan te lokken. Projectplan Een projectplan dient als begeleidend document voor een ontheffingsaanvraag. In het projectplan zijn maatregelen verwoord waarmee de functionaliteit van een rust- of verblijfplaats van een beschermde soort behouden blijft en schade aan individuen wordt voorkomen. Populatie Een biologische populatie is een groep individuen van dezelfde soort die zich onderling voortplant en als zodanig geïsoleerd is van andere zulke groepen. Rode Lijst Rode Lijsten laten zien welke soorten zijn verdwenen en welke soorten in een gebied sterk zijn achteruitgegaan of zeldzaam zijn. Er bestaan verschillende Rode Lijsten. Voor vogels, voor zoogdieren, planten, paddenstoelen, insecten en voor allerlei andere soortgroepen. Rode Lijsten hebben geen officiële juridische status. Plaatsing op de lijst maakt een dier dus nog geen 'beschermde diersoort' in de zin van de Wet natuurbescherming. De Rode Lijsten hebben in de praktijk wel een belangrijke signaleringfunctie.

Door de Rode Lijst te raadplegen, kunnen alle instellingen die met natuurbehoud te maken hebben rekening houden met bedreigde soorten. Significant negatief effect Een effect is in het kader van de Wet natuurbescherming significant als de instandhoudingsdoelen van het Natura 2000gebied dreigen te worden aangetast. Het begrip 'significant' staat centraal in de toepassing van het beschermingsregime voor Natura 2000-gebieden bij zowel vaststelling van beheerplannen als de vergunningverlening. Het bepaalt of een uitvoerige toetsing, een zogenaamde passende beoordeling, moet worden uitgevoerd. Indien als gevolg van een ingreep de toekomstige oppervlakte habitat of leefgebied, aantal van een soort of kwaliteit van een habitat lager zal worden dan zoals bedoeld in de instandhoudingsdoelstelling, dan kan sprake zijn van significante gevolgen. Voor het goede begrip, de soorten hoeven er niet te zitten, het gebied moet geschikt zijn voor de soorten. Voortplantingsplaats of rustplaats Een plek binnen het leefgebied van een soort die essentieel is voor de levenscyclus van een individu. De Wet natuurbescherming omschrijft niet exact wat een vaste rust- of verblijfplaats is. Dit is soortafhankelijk. Vliegroute Een vaste route die door vleermuizen wordt gebruikt tussen de verblijfplaatsen naar foerageergebieden.

Winterverblijfplaats Verblijfplaats die gebruikt wordt om de periode van winterrust te overbruggen. Voor vleermuizen zijn dit vorstvrije, maar koele en vochtige plekken. Er kans sprake zijn van massaverblijfplaatsen, verblijfplaatsen van kleine groepen of één of enkele individuen. Zomerverblijfplaats Is een vleermuisverblijfplaats anders dan een kraamverblijf. Buiten de kraamperiode worden deze door vrouwtjes gebruikt, binnen de kraamperiode door individuele mannetjes.

Rapport 10067.001 versie D1

AANVULLEND ECOLOGISCH ONDERZOEK SEVENUMSEWEG (ONG.) TE VENLO

Rapportage aanvullend ecologisch onderzoek Sevenumseweg (ong.) te Venlo Opdrachtgever

Ontwikkelbedrijf Greenport Venlo Sint Jansweg 20 5928 RC Venlo

Rapportnummer Versienummer

10067.002 D1

Status

Eindrapportage

Datum

3 maart 2020

Vestiging

Brabant Heinz Moormannstraat 1b 5831 AS Boxmeer 088 - 5001600 boxmeer@econsultancy.nl

Opsteller

ing. M.H.M. Gijsbers

Paraaf

Kwaliteitscontrole

ir. B.H.H. Verdijck

Paraaf

Kwaliteitszorg Econsultancy is lid van het Netwerk Groene Bureaus (NGB). Het NGB is een vereniging van ecologische advies- en onderzoeksbureaus en werkt aan de kwaliteit van advisering gericht op natuur, landschap, water, milieu en ruimte en behartigt de belangen van groene adviesbureaus. Het Netwerk hanteert een gedragscode die opdrachtgevers en andere belanghebbenden een basis biedt om de leden aan te spreken op de kwaliteit van hun werk. Econsultancy werkt volgens een dynamisch kwaliteits- en milieusysteem, zoals beschreven in het kwaliteits- en milieuhandboek. Ons kwaliteits- en milieusysteem is gecertificeerd volgens de eisen in de NEN-EN-ISO 9001 en NEN-EN-ISO 14001. Betrouwbaarheid Dit onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd conform de toepasselijke en van kracht zijnde protocollen en richtlijnen voor onderzoek. Het onderzoek betreft echter een momentopname en geeft een inschatting van de aanwezigheid van beschermde soorten op de onderzoekslocatie. Het incidenteel voorkomen van beschermde soorten is nooit met zekerheid uit te sluiten. Econsultancy accepteert op voorhand geen aansprakelijkheid ten aanzien van mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door Econsultancy uitgevoerde onderzoek neemt.

INHOUDSOPGAVE 1

INLEIDING .................................................................................................................................. 1

2

GEBIEDSBESCHRIJVING ......................................................................................................... 2 2.1 2.2

Huidig gebruik onderzoekslocatie en omgeving ............................................................... 2 Toekomstig gebruik van de onderzoekslocatie en voorgenomen ingrepen ..................... 2

3

RESULTATEN VOORGAAND ONDERZOEK ............................................................................ 3

4

ONDERZOEKSMETHODIEK ..................................................................................................... 5 4.1 4.2 4.3

5

ONDERZOEKSRESULTATEN ................................................................................................... 6 5.1 5.2 5.3

6

Roofvogelnesten ............................................................................................................... 6 Steenuil ............................................................................................................................. 6 Bever ................................................................................................................................ 7

TOETSING AAN WET- EN REGELGEVING ............................................................................. 8 6.1 6.2 6.3

7

Roofvogelnesten ............................................................................................................... 5 Steenuil ............................................................................................................................. 5 Bever ................................................................................................................................ 5

Eksternesten ..................................................................................................................... 8 Kerkuil ............................................................................................................................... 8 Bever ................................................................................................................................ 8

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ....................................................................................... 9

10067.002

1

INLEIDING

Econsultancy heeft van Ontwikkelbedrijf Greenport Venlo opdracht gekregen voor het uitvoeren van een aanvullend ecologisch onderzoek aan de Sevenumseweg (ong.) te Venlo. Het onderzoek wordt uitgevoerd in het kader van een bestemmingsplanwijziging voor de zone ten zuiden van de Sevenumseweg te Venlo en naar aanleiding van de resultaten van de quickscan flora en fauna die Econsultancy in juli 2019 op de onderzoekslocatie heeft uitgevoerd (rapport 10067.001, d.d. 18 juli 2019). Uit de quickscan blijkt dat, om de effecten van de ingreep volledig te kunnen toetsen aan de Wet natuurbescherming er op sommige punten meer informatie is benodigd. Econsultancy is lid van de branchevereniging "Netwerk Groene Bureaus" en werkt volgens de door het Netwerk opgestelde gedragscode en protocollen.

Rapport 10067.002 versie D1

Pagina 1 van 9

2 2.1

GEBIEDSBESCHRIJVING Huidig gebruik onderzoekslocatie en omgeving

De onderzoekslocatie (± 20,6 ha) ligt aan de Sevenumseweg (ong.), circa 8 kilometer ten zuidoosten van de kern van Venlo. In figuur 1 is de topografische ligging van de onderzoekslocatie weergegeven. Volgens de topografische kaart van Nederland zijn de coördinaten van het midden van de onderzoekslocatie X = 204.006, Y = 381.414.

Figuur 1. Topografische ligging van de onderzoekslocatie.

De onderzoekslocatie betreffen de percelen aan de zuidzijde van de Sevenumseweg die op het moment voornamelijk in gebruik zijn als woonerven dan wel voor agrarische doeleinden. De onderzoekslocatie is bebouwd met woonhuizen en boerderijen. Het agrarisch landschap bestaat voornamelijk uit maisakkers en diverse boomkwekerijen van laanbomen en sierheesters. Tussen de akkers en woonhuizen bevinden zich bosschages en aan de westzijde van de onderzoekslocatie liggen meerdere poelen. 2.2

Toekomstig gebruik van de onderzoekslocatie en voorgenomen ingrepen

In tegenstelling tot eerdere plannen is de initiatiefnemer voornemens om vier nieuwe woonwerkkavels te realiseren binnen het bestemmingsplan en een deel van de agrarische percelen om te vormen als compensatiegebied voor de das. Een groot deel van de onderzoekslocatie, zoals de bestaande woonerven en bijbehorende tuinen worden wel herbestemd maar zullen geen verdere activiteiten worden ontplooid. De bestaande bebouwing en boomopstand blijft dan ook duurzaam behouden. Daarnaast wordt in het meest zuidwestelijke deel van de onderzoekslocatie een Enexis-station ontwikkeld op een huidige maisakker.

Rapport 10067.002 versie D1

Pagina 2 van 9

Figuur 2. Schetsontwerp bestemmingsplanwijziging Sevenumseweg (Bron: Arcadis, d.d. 4 november 2019). De oranje vlakken betreffen de nieuwe bouwkavels en het paarse vlak betreft het Enexis-station.

3

RESULTATEN VOORGAAND ONDERZOEK

Hieronder worden de resultaten uit de quickscan flora en fauna weergegeven. Tabel I.

Overzicht geschiktheid onderzoekslocatie voor soortgroepen en te nemen vervolgstappen Soortgroep

Geschikt habitat

Ingreep verstorend

Nader onderzoek

Ontheffingsaanvraag

Bijzonderheden / opmerkingen*

algemeen

ja

mogelijk

nee

nee

het verwijderen van nestgelegenheden buiten het broedseizoen uitvoeren

jaarrond beschermd

ja

mogelijk

ja

afhankelijk van nader onderzoek

inspecties op jaarrond beschermde roofvogelnesten en steenuil benodigd. Afhankelijk daarvan mogelijk nog aanvullend onderzoek benodigd.

verblijfplaatsen

ja

nee, mits bomen en bebouwing behouden blijven

nee, mits bomen en bebouwing behouden blijven

nee, mits bomen en bebouwing behouden blijven

op de onderzoekslocatie zijn mogelijk verblijfplaatsen aanwezig in bomen en/of bebouwing. Deze blijven beide echter behouden.

foerageergebied

ja

mogelijk

nee

nee

uitstralende verlichting richting opgaand groen beperken

vliegroutes

ja

mogelijk

nee

nee

uitstralende verlichting richting opgaand groen beperken

Grondgebonden zoogdieren

ja

mogelijk

nee

nee

aandacht voor zorgplicht ten aanzien van algemene grondgebonden zoogdieren als egel, mol en diverse muizensoorten

Bever

ja

mogelijk

ja

afhankelijk van nader onderzoek

aanvullend onderzoek naar het gebruik van het gebied door de bever noodzakelijk

Das

ja

mogelijk

nee

nee

ecologisch werkprotocol om functionaliteit van de looproute van de das te garanderen

Eekhoorn

ja

nee, mits bomen behouden blijven

nee, mits bomen behouden blijven

nee

indien bomen gekapt dienen te worden dienen de bomen allereerst onderzocht te worden op aanwezigheid van nesten

Amfibieën

ja

mogelijk

nee

nee

poelen, waterlopen en winterhabitat blijft behouden. Wel aandacht voor zorgplicht ten aanzien van algemene soorten als bruine kikker en gewone pad

Reptielen

beperkt

mogelijk

nee

nee, mits aantoonbaar gewerkt wordt volgens een goedgekeurde gedragscode

het is niet geheel uit te sluiten dat een zwervend individu van de levendbarende hagedis sporadisch kan worden aangetroffen. In het geval bij het onverhoopt aantreffen dient het individu zorgvuldig verplaatst te worden volgens een goedgekeurde gedragscode naar een geschikte locatie buiten de invloed-

Broedvogels

Vleermuizen

Rapport 10067.002 versie D1

Pagina 3 van 9

Soortgroep

Geschikt habitat

Ingreep verstorend

Nader onderzoek

Ontheffingsaanvraag

Bijzonderheden / opmerkingen*

sfeer van de projectlocatie. Vissen

ja

mogelijk

nee

nee

aandacht voor zorgplicht ten aanzien van algemene vissoorten.

Libellen en dagvlinders

nee

nee

nee

nee

-

Overige ongewervelden

nee

nee

nee

nee

-

Vaatplanten

nee

nee

nee

nee

-

Gebied aanwezig

Ingreep verstorend

Nader onderzoek

Vergunningplicht

5 km

mogelijk

ja

mogeljk

aangrenzend

nee

nee

nee

-

-

-

-

-

indien bomen gekapt moeten worden dient nader onderzocht te worden of er een melding en/of herplantplicht geldt.

Gebiedsbescherming

Natura 2000

Natuurnetwerk Nederland

Houtopstanden

aanvullend stikstofdepositie onderzoek noodzakelijk

* Wijzigingen in het planvoornemen kunnen van invloed zijn op de uitkomst van het onderzoek.

Conclusie Op basis van de nader te verkrijgen informatie kan worden bepaald of verstoring/overtreding door de ingrepen ten aanzien van de bovengenoemde soort(groep)en aan de orde is. Middels het tijdig treffen van de juiste maatregelen en het eventueel aanvragen van een ontheffing kunnen de voorgenomen plannen worden uitgevoerd. Daarnaast zal het opstellen van een ecologisch werkprotocol benodigd zijn.

Rapport 10067.002 versie D1

Pagina 4 van 9

4 4.1

ONDERZOEKSMETHODIEK Roofvogelnesten

De bomen in de omgeving van de vier nieuwe bouwkavels en het Enexis-terrein vormen in potentie geschikte nestlocaties voor jaarrond beschermde roofvogelnesten. Gedurende de quickscan kon door het dichte bladerdek niet goed geïnspecteerd worden op aanwezigheid van potentieel jaarrond beschermde nesten. In januari en februari 2020 zijn een tweetal inspecties uitgevoerd waarbij de bomen geïnspecteerd zijn op aanwezigheid van nesten. Exacte data van de veldbezoeken zijn terug te vinden in tabel II. Het onderzoek is enkel uitgevoerd op locaties waar in de toekomstige situatie wezenlijke wijzigingen plaatsvinden. Dit houdt in dat voornamelijk is gefocust op de nieuwe bouwkavels in het oostelijke gedeelte van de onderzoekslocatie en het Enexisterrein op het westelijk deel van de onderzoekslocatie (zie planvoornemen in figuur 2). 4.2

Steenuil

Aan de oostzijde van de planlocatie worden een aantal bouwkavels gerealiseerd naast bestaande woonkavels. Indien op deze bestaande erven nestlocaties van de steenuil aanwezig zijn kunnen negatieve effecten door verstoring ten aanzien van de steenuil mogelijk niet worden uitgesloten. Hiervoor is een éénmalige inspectie uitgevoerd waarbij de aanwezige bebouwing inpandig is geïnspecteerd om de aanwezigheid van nestlocaties aan te tonen dan wel uit te sluiten. Tabel II. Overzicht uitgevoerde veldbezoeken januari roofvogelnesten en inspectie steenuil

tijdstip

datum

functie

4.3

februari

maart

2x overdag 7 januari & 18 februari

Aanwezigheid nesten/nestkasten

Bever

Centraal over de onderzoekslocatie loopt de Gekkengraaf waar de afgelopen jaren regelmatig sporen van een bever zijn aangetroffen. In een eerder plan zouden naast de bosschage met vraatsporen twee nieuwe bouwkavels ontwikkeld worden en kon verstoring van de bever niet uitgesloten worden. Door wijzigingen in het planvoornemen zijn de onderzoeken naar het gebruik van de onderzoekslocatie door de bever niet meer aan de orde, immers de aangrenzende kavels zijn verwijderd uit het planvoornemen (zie figuur 2). Op 1 oktober 2019 is een veldbezoek uitgevoerd waarbij de bosschage naast de Gekkengraaf gecontroleerd is op sporen van de bever. Ook tijdens de overige veldbezoeken van het roofvogelonderzoek is aandacht besteed aan het inventariseren van sporen rond de watergang, welke duiden op het gebruik van de watergang door de bever.

Rapport 10067.002 versie D1

Pagina 5 van 9

5 5.1

ONDERZOEKSRESULTATEN Roofvogelnesten

Binnen de onderzoekslocatie zijn een tweetal grote nesten aangetroffen. Bij beide nesten zijn tijdens de inspecties eksters aangetroffen welke duidelijk binding vertoonden met de betreffende nesten. Nesten welke in gebruik zijn door ekster zullen niet gebruikt worden door roofvogels. Uit de resultaten van het onderzoek naar de aanwezigheid van nesten van roofvogels kan dan ook worden geconcludeerd dat op de onderzoekslocatie in de directe omgeving van de nieuwe bouwkavels en daarmee binnen de verstoringsafstand van mogelijke nesten, geen nestlocaties voor deze soorten aanwezig zijn. In figuur 5 is op kaart aangegeven waar deze nesten zich bevinden. 5.2

Steenuil

Tijdens de verschillende inspecties zijn geen nestlocaties van steenuil aangetroffen. Tevens zijn er geen sporen aangetroffen op de locatie welke duiden op het gebruik van de onderzoekslocatie door de steenuil. Uit de resultaten van het onderzoek naar de aanwezigheid van nestlocaties van steenuil kan dan ook worden geconcludeerd dat op de onderzoekslocatie in de directe omgeving van de nieuwe bouwkavels en daarmee binnen de verstoringsafstand van mogelijke nestlocaties, geen nestlocaties van steenuil aanwezig zijn. Tijdens deze inspecties is aan de achterzijde van Sevenumseweg 15 echter wel een kerkuilenkast aangetroffen in een half open kapschuur achter de woning. Hierbij zijn tevens enkele braakballen van kerkuil en krijtsporen aangetroffen, echter door staat waarin deze braakballen verkeerden en het lage aantal aangetroffen braakballen kan geconcludeerd worden dat het hier niet om een nestlocatie gaat maar om een incidentele roestplaats. Als gevolg van de voorgenomen plannen zal de functionaliteit van deze roestplaats niet in het geding komen, er komt binnen de huidige planvorming geen nieuwe bouwkavel in de directe omgeving van deze nestkast waardoor er geen verstoring of vernietiging van deze roestplaats verwacht wordt. In de directe omgeving van de roestplaats wordt juist meer groenaanplant gerealiseerd.

Hiermee is overtreding van de Wet natuurbescherming niet aan de orde. In figuur 3 en 4 is tevens de aangetroffen roestplaats, de nestkast van de kerkuil aangegeven. In figuur 5 is de locatie van de nestkast op kaart weergegeven.

Figuur 3. Aangetroffen kerkuilenkast in schuur achter Sevenumseweg 15.

Rapport 10067.002 versie D1

Figuur 4. Schuur waarin kerkuilenkast is aangetroffen, gele pijl geeft locatie van nestkast aan.

Pagina 6 van 9

5.3

Bever

Binnen de onderzoekslocatie zijn meermaals sporen van de bever aangetroffen, met name in een bosschage langs de watergang de Gekkengraaf. De aangetroffen sporen betreffen uitsluitend vraatsporen en glijbanen waar de bever het water in en uit gaat. Er is géén beverburcht binnen de onderzoekslocatie aangetroffen tijdens de uitgevoerde veldbezoeken. Uit deze resultaten kan worden opgemaakt dat de Gekkengraaf binnen de onderzoekslocatie (en daarbuiten) gebruikt wordt als migratieroute van de bever. Binnen de voorgenomen plannen zal de watergang niet worden aangetast en wordt het werken volgens een ecologisch werkprotocol voldoende geacht om overtreding op de Wet natuurbescherming te voorkomen.

Figuur 5. Resultaten aanvullend onderzoek (aangetroffen vogelnesten) met op de achtergrond de voorgenomen bestemmingsplanwijziging (oranje: nieuwe bouwvlakken; geel: bestaande woonerven; groen: nieuwe groenzones).

Rapport 10067.002 versie D1

Pagina 7 van 9

6 6.1

TOETSING AAN WET- EN REGELGEVING Eksternesten

Eksternesten zijn beschermd conform Artikel 3.1 van de Wet natuurbescherming (Het is verboden nesten te beschadigen, te vernielen of weg te nemen). De nesten mogen echter wel worden weggenomen wanneer deze op dat moment niet in gebruik zijn. In de Wet natuurbescherming wordt geen vaste periode gehanteerd voor het broedseizoen. Globaal kan voor het broedseizoen de periode maart tot half augustus worden aangehouden. Geldend is echter de aanwezigheid van een broedgeval op het moment van ingrijpen. 6.2

Kerkuil

De nestlocaties (en roestplaatsen) van kerkuil zijn beschermd conform Artikel 3.1 van de Wet natuurbescherming (Het is verboden nesten te beschadigen, te vernielen of weg te nemen). Tevens genieten deze nestlocaties een jaarronde bescherming, en mogen daarmee ook buiten het broedseizoen niet beschadigd of vernield worden. In onderhavige situatie zal echter geen negatief effect op de aanwezige roestplaats ontstaan. Binnen de verstoringsafstand van een broedgeval van deze soort (75 meter) komt geen bouwkavel en zal er geen verandering optreden ten opzichte van de huidige situatie. Door het uitblijven van een effect op deze roestplaats is daarmee ook overtreding op de Wet natuurbescherming uitgesloten. 6.3

Bever

Bevers zijn beschermd onder paragraaf 3.2 artikel 3.5 van de Wet natuurbescherming. Op, of in de directe omgeving van de onderzoekslocatie zijn geen beverburchten aangetroffen, echter zijn er wel vraatsporen aangetroffen. De Gekkengraaf heeft de functie migratieroute voor de bever. Bij de nieuwe inrichting wordt rekening gehouden met de migratieroute van bever ter plaatse van de Gekkengraaf. Binnen het kader van de voorgenomen plannen zal de watergang niet direct worden aangetast. Door te werken middels een ecologisch werkprotocol kan geborgd worden dat er geen negatieve effecten ontstaan ten aanzien van de bever.

Rapport 10067.002 versie D1

Pagina 8 van 9

7

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN

Econsultancy heeft van Ontwikkelbedrijf Greenport Venlo opdracht gekregen voor het uitvoeren van een aanvullend ecologisch onderzoek aan de Sevenumseweg (ong.) te Venlo. Het onderzoek wordt uitgevoerd in het kader van een bestemmingsplanwijziging voor de zone ten zuiden van de Sevenumseweg te Venlo en naar aanleiding van de resultaten van de quickscan flora en fauna die Econsultancy in juli 2019 op de onderzoekslocatie heeft uitgevoerd (rapport 10067.001, d.d. 18 juli 2019). Conclusie Op de onderzoekslocatie zijn functies aanwezig van kerkuil en bever. Voor beide soorten wordt werken volgens een ecologisch werkprotocol voldoende geacht en is geen ontheffing van de Wet natuurbescherming benodigd voor de voorgenomen bestemmingsplanwijziging. Tabel III. Overzicht uitgevoerde veldbezoeken Soort Kerkuil

Functie Roestplaats

Locatie Schuur achter Sevenumseweg 15

Ekster

Nestlocatie

Nabij Sevenumseweg 11 & 15

Bever

Migratieroute

Watergang Zijtak Gekkengraaf

Ontheffingsaanvraag? Nee, werken volgens ecologisch werkprotocol Nee, algemene zorgplicht geldt Nee, werken volgens ecologisch werkprotocol

Econsultancy Boxmeer, 3 maart 2020

Rapport 10067.002 versie D1

Pagina 9 van 9

Verklarende woordenlijst Activiteitenplan Een activiteitenplan dient als begeleidend document voor een ontheffingsaanvraag. In het activiteitenplan zijn maatregelen verwoord waarmee de functionaliteit van een rust- of verblijfplaats van een beschermde soort behouden blijft en schade aan individuen wordt voorkomen. Externe werking Niet alleen activiteiten in een Natura 2000-gebied/EHS hebben invloed op de staat van instandhouding van het gebied, ook activiteiten buiten het gebied kunnen de natuurwaarden in een gebied beïnvloeden. Dit wordt "externe werking" genoemd. Er bestaat geen ruimtelijke grens voor externe werking: bepalend zijn de effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van de soorten en habitattypen in het Natura 2000-gebied/ EHS, ongeacht de afstand tot het beschermde gebied. Expert Judgement Inschatting van een deskundige op grond van zijn kennis en ervaring. Foerageerhabitat Het gebied waarbinnen een soort voedsel zoekt. Foerageren Zoeken en vinden van voedsel door dieren (jachtgebied). Functioneel leefgebied Hiermee wordt het gebied dat is benodigd om de functionaliteit van een voortplantingsplaats of van een vaste- rust of verblijfplaats te behouden.

Een nestlocatie of voortplantingsplaats kan bijvoorbeeld alleen succesvol functioneren, wanneer er voldoende habitat (schuilgelegenheid, voedsel etc.) van voldoende kwaliteit aanwezig is om te kunnen paren, eieren te leggen en jongen groot te brengen. Gunstige staat van instandhouding Er is sprake van een gunstige staat van instandhouding van een soort of habitattype als de omstandigheden waarin de soort of het habitattype voorkomt perspectief bieden op een duurzaam voortbestaan van die soort of dat habitattype. Habitat Omvat de plaatsen waar een bepaald organisme voorkomt doordat de abiotische en biotische factoren (niet levende en levende natuur) van die plaatsen voldoen aan de eisen en toleranties die het organisme stelt om te kunnen overleven, groeien en zich voortplanten. Kraamverblijfplaats Voortplantingsplaats van vleermuizen. Het gaat hierbij vaak om de vrouwelijke exemplaren van een kolonie (ook wel kraamgroep genoemd) die gezamenlijk hun jongen grootbrengen. De aantallen vleermuizen in een kraamgroep kan oplopen tot meerdere honderden exemplaren. Landschappelijk inpassingsplan Het inpassen van ruimtelijke ontwikkelingen in het buitengebied middels een ontwerp van de groenvoorziening, dat voldoet aan het beleid ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit. Hierdoor wordt zorg gedragen dat een ruimtelijke ontwikkeling past in het landschap.

Landhabitat Amfibieën zijn voor de voortplanting afhankelijk van water. Buiten de voortplantingsperiode maakt de soortgroep gebruik van landhabitat als onderdeel van het leefgebied. Landhabitat voor amfibieën omvat onder andere structuurrijke of opgaande vegetatie zoals (loof)bos, houtwallen, struikgewas, heide, ruigtekruiden, vegetaties en moeras. Mitigerende maatregelen Maatregelen die negatieve effecten bij een ingreep voorkomen of reduceren. Omgevingscheck Een omgevingscheck wordt uitgevoerd bij verlies van leefgebied van een jaarrond beschermde functie van een soort die door een ingreep (tijdelijk) verloren gaat. De omgeving van de ingreep wordt door een ter zake deskundige beoordeeld op aanwezigheid van voldoende alternatief leefgebied en/of potentiële verblijfplaatsen.

Ontheffing De Wet natuurbescherming is gemaakt om planten- en diersoorten die vrij in het wild leven te beschermen. Om deze kwetsbare soorten te beschermen bevat de Wet natuurbescherming een aantal verbodsbepalingen. Onder bepaalde voorwaarden mogen de activiteiten wel doorgaan, daarvoor kan een ontheffing benodigd zijn. Een ontheffing is een besluit waarbij in een individueel concreet geval een uitzondering op een wettelijk verbod wordt gemaakt. Paarverblijfplaats Dit is een verblijfplaats die hoofdzakelijk in het najaar (september/oktober) door vleermuizen worden gebruikt om te paren. Eén mannetje kan een dergelijke verblijfplaats met meerdere vrouwtjes delen. In de omgeving van de paarverblijfplaats wordt veelal door het territoriale mannetje middels baltsvluchten getracht vrouwtjes aan te lokken. Populatie Een biologische populatie is een groep individuen van dezelfde soort die zich onderling voortplant en als zodanig geïsoleerd is van andere zulke groepen. Rode Lijst Rode Lijsten laten zien welke soorten zijn verdwenen en welke soorten in een gebied sterk zijn achteruitgegaan of zeldzaam zijn. Er bestaan verschillende Rode Lijsten. Voor vogels, voor zoogdieren, planten, paddenstoelen, insecten en voor allerlei andere soortgroepen. Rode Lijsten hebben geen officiële juridische status.

Plaatsing op de lijst maakt een dier dus nog geen 'beschermde diersoort' in de zin van Wet natuurbescherming. De Rode Lijsten hebben in de praktijk wel een belangrijke signaleringfunctie. Door de Rode Lijst te raadplegen, kunnen alle instellingen die met natuurbehoud te maken hebben rekening houden met bedreigde soorten. Significant negatief effect Een effect is in het kader van de Wet natuurbescherming significant als de instandhoudingsdoelen van het Natura 2000gebied dreigen te worden aangetast. Het begrip 'significant' staat centraal in de toepassing van het beschermingsregime voor Natura 2000-gebieden bij zowel vaststelling van beheerplannen als de vergunningverlening. Het bepaalt of een uitvoerige toetsing, een zogenaamde passende beoordeling, moet worden uitgevoerd. Indien als gevolg van een ingreep de toekomstige oppervlakte habitat of leefgebied, aantal van een soort of kwaliteit van een habitat lager zal worden dan zoals bedoeld in de instandhoudingsdoelstelling, dan kan sprake zijn van significante gevolgen. Voor het goede begrip, de soorten hoeven er niet te zitten, het gebied moet geschikt zijn voor de soorten. Vaste rust- of verblijfplaats Een plek binnen het leefgebied van een soort die essentieel is voor de levencyclus van een individu. Wet natuurbescherming omschrijft niet exact wat een vaste rust- of verblijfplaats is. Dit is soortafhankelijk.

Vliegroute Een vaste route die door vleermuizen wordt gebruikt tussen de verblijfplaatsen naar foerageergebieden. Winterverblijfplaats Verblijfplaats die gebruikt wordt om de periode van winterrust te overbruggen. Voor vleermuizen zijn dit vorstvrije, maar koele en vochtige plekken. Er kans sprake zijn van massaverblijfplaatsen, verblijfplaatsen van kleine groepen of één of enkele individuen. Zomerverblijfplaats Buiten de kraamperiode worden deze door vrouwtjes gebruikt, binnen de kraamperiode door individuele mannetjes.

PASSENDE BEOORDELING WET NATUURBESCHERMING Bestemmingsplan Zone Sevenumseweg Gemeente Venlo

22 MAART 2021

PASSENDE BEOORDELING WET NATUURBESCHERMING

Contactpersoon JAN DIJKWEL Junior Consultant

M +31627060799 E jan.dijkwel@arcadis.com

Onze referentie:

- Datum: 22 maart 2021

Arcadis Nederland B.V. Postbus 137 8000 AC Zwolle Nederland

2 van 17

PASSENDE BEOORDELING WET NATUURBESCHERMING

INHOUDSOPGAVE 1

INLEIDING

4

2

WETTELIJK KADER

5

2.1

Natura 2000-gebieden rond Zone Sevenumseweg

5

2.2

Besluitvorming en passende beoordeling

6

3

VOORGENOMEN ACTIVITEIT

7

4

EFFECTBESCHRIJVING

9

4.1

Selectie van mogelijke effecten

9

4.2

Stikstofdepositie

9

4.2.1

Berekening stikstofdepositie met AERIUS

10

4.2.1.1

Wegvallen stikstofdepositie door agrarische activiteiten en het gebruik van deze stikstofruimte

11

Effectbeoordeling stikstofdepositie

11

4.2.2

5

CONCLUSIE

COLOFON

Onze referentie:

16

17

- Datum: 22 maart 2021

3 van 17

PASSENDE BEOORDELING WET NATUURBESCHERMING

1

INLEIDING

Het bestemmingsplan voor Zone Sevenumseweg maakt de vestiging van woon-werklocaties van de milieucategorie 2.1 mogelijk. Het gebied waarin Zone Sevenumseweg ontwikkeld wordt is momenteel nog landbouwgebied en is er een boomkwekerij gevestigd. Deze activiteiten kunnen als gevolg van de planontwikkeling niet worden voortgezet. De emissie van stikstof door deze activiteiten zal daarom stoppen. Stikstofuitstoot door nieuw te vestigen bedrijven is in het bestemmingsplan als strijdig gebruik aangemerkt. Wel is een afwijkingsbevoegdheid opgenomen, waarbij het bedrijf bij vestiging zelf zorgdraagt voor volledige mitigatie of compensatie van de eventuele gevolgen van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. De realisatie van woon-werklocaties langs de Sevenumseweg heeft een verkeer genererende werking. De toename van gemotoriseerd verkeer leidt tot een toename van emissie van stikstof, en daarmee tot de kans dat depositie van stikstof toeneemt in Natura 2000-gebieden in de omgeving van het plangebied. Dat geldt ook voor de realisatiefase van het bedrijventerrein, waarbij ook stikstof geëmitteerd wordt. De natuur in veel van deze gebieden is gevoelig voor depositie van (te) grote hoeveelheden stikstof. De bestaande belasting van deze gebieden met stikstof is in vrijwel heel Zuid-Nederland hoger dan de normen die voor deze gebieden gelden.

Verdere toename van depositie kan daarom leiden tot aantasting van de natuurlijke kenmerken van deze gebieden. Ook komen andere mogelijke verstoringen naast de stikstofuitstoot aan bod. Echter, gezien de afstand van circa 5,4 kilometer tot Natura 2000-gebieden zijn deze effecten (betreffende geluid, licht, optische verstoringen en waterhuishoudkundige effecten) uitgesloten. In deze passende beoordeling is onderzocht of uitgesloten kan worden dat de aanleg van de woonwerklocaties en de toename van verkeer als gevolg van Zone Sevenumseweg leidt tot aantasting van de natuurlijke kenmerken van Natura 2000-gebieden in de omgeving van het plangebied voor Zone Sevenumseweg, rekening houdend met het wegvallen van de bestaande (agrarische) functies in het plangebied.

Onze referentie:

- Datum: 22 maart 2021

4 van 17

PASSENDE BEOORDELING WET NATUURBESCHERMING

2

WETTELIJK KADER

2.1

Natura 2000-gebieden rond Zone Sevenumseweg

In Nederland hebben veel natuurgebieden een beschermde status onder de Wet Natuurbescherming (hierna Wnb) gekregen. De meeste van deze gebieden zijn als speciale beschermingszone aangewezen onder de Europese Habitatrichtlijn en Vogelrichtlijn, en worden Natura 2000-gebieden genoemd. Voor al deze gebieden gelden instandhoudingsdoelen, die zijn vastgelegd in een aanwijzingsbesluit. De essentie van het beschermingsregime voor deze gebieden is dat deze instandhoudingsdoelen niet in gevaar mogen worden gebracht. De instandhoudingsdoelen voor alle Nederlandse natuurgebieden kunnen geraadpleegd worden op de website www.synbiosis.alterra.nl. Ook in België en Duitsland liggen Natura 2000-gebieden die beschermd worden in het verlengde van de Vogel- en Habitatrichtlijn (in Duitsland worden deze FFH-Gebiete genoemd). Zone Sevenumseweg ligt op enige afstand van een groot aantal Natura 2000-gebieden, in zowel Nederland, België als Duitsland. De meest nabij gelegen gebieden zijn “Maasduinen” (ca. 5,4 km), “Deurnsche Peel & Mariapeel” (ca. 11 km) beiden in Nederland en “Vogelschütsgebiet Schwalm-Nette-Platte” mit Grenszwald und Meinweg” in Duitsland. Dit Duitse gebied ligt op 10-12 kilometer van het plangebied.

Figuur 1. Locatie met nabijgelegen Natura 2000-gebieden, v.l.n.r. Deurnsche Peel & Mariapeel, Maasduinen, Vogelschützgebiet Schwalm-Nette-Platte mit Grenzwald und Meinweg. De rode ster geeft de locatie van Zone Sevenumseweg aan.

Deze Natura 2000-gebieden liggen op aanmerkelijke afstand van het plangebied voor Zone Sevenumseweg. Dat betekent dat directe aantasting van deze gebieden op voorhand kan worden uitgesloten. Wel zijn effecten mogelijk die op afstand van het plangebied doorwerken in Natura 2000-gebieden.

Onze referentie:

- Datum: 22 maart 2021

5 van 17

PASSENDE BEOORDELING WET NATUURBESCHERMING

2.2

Besluitvorming en passende beoordeling

Bij de besluitvorming rond plannen die gevolgen kunnen hebben voor Natura 2000-gebieden is het beschermingskader van toepassing dat de Wnb geeft aan deze gebieden. Artikelen 2.7 en 2.8 bevatten de procedures die moeten worden gevoerd bij besluitvorming over deze plannen. Volgens deze artikelen stelt een bestuursorgaan (in dit geval de raad van de gemeente Horst aan de Maas) een plan, dat niet direct verband houdt met of nodig is voor het beheer van een Natura 2000-gebied, en dat afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied, uitsluitend vast indien uit de passende beoordeling de zekerheid is verkregen dat het plan de natuurlijke kenmerken van het gebied niet zal aantasten. Omdat de ontwikkeling van Zone Sevenumseweg leidt tot uitstoot van stikstof, kan op voorhand niet worden uitgesloten dat het bestemmingsplan voor Zone Sevenumseweg, afzonderlijk of in cumulatie met andere plannen of projecten, significante gevolgen kan hebben voor Natura 2000-gebieden. Voor de vaststelling van het bestemmingsplan voor Zone Sevenumseweg moet daarom een passende beoordeling worden uitgevoerd (zie Figuur 2).

Figuur 2. Stroomschema gebiedsbescherming Wnb bij plannen.

Onze referentie:

- Datum: 22 maart 2021

6 van 17

PASSENDE BEOORDELING WET NATUURBESCHERMING

3

VOORGENOMEN ACTIVITEIT

Als gevolg van de ontwikkelingen in de logistieke sector is het gewenst dat vorm en omvang van de uitgeefbare gronden in het bestemmingsplan Zone Sevenumseweg worden afgestemd op de actuele vraag vanuit de markt om woonwerkkavels. In Figuur 3 is een indicatieve schets van de beoogde structuur binnen het plangebied gegeven. Nieuw terrein Op het terrein wordt circa 0,6 hectare aan woon-werklocaties mogelijk gemaakt. De vier kavels worden bestemd met een maximale bedrijfscategorie van 2.1 (zie Figuur 4). Van de beoordeling van het bestemmingsplan in deze passende beoordeling wordt ervan uitgegaan dat de bedrijfswoningen van Zone Sevenumseweg emissie van stikstof veroorzaken.

Figuur 3. Indicatieve schets van het beoogde structuur Zone Sevenumseweg,.

Onze referentie:

- Datum: 22 maart 2021

7 van 17

PASSENDE BEOORDELING WET NATUURBESCHERMING

Figuur 4 milieuzonering Zone Sevenumseweg

Verkeer De vier woon-werklocaties ter plaatse van de Zone Sevenumseweg hebben een verkeer aantrekkende werking. Dit verkeer wordt grotendeels aangedreven door motoren die gebruik maken van fossiele brandstof. Hierdoor zal de emissie van geluid en stikstof mogelijk toenemen. Dit wordt in hoofdstuk 4 getoetst. Landbouwkundige activiteiten In de huidige situatie bevinden zich op de locatie van het beoogde industrieterrein Zone Sevenumseweg deels boomkwekerijen. Dit betreft de twee oostelijke kavels tegenover de Sevenumseweg 2b te Venlo. Als gevolg van de ontwikkeling van Zone Sevenumseweg wordt dit bedrijf opgeheven, eventuele emissies worden stopgezet.

Onze referentie:

- Datum: 22 maart 2021

8 van 17

PASSENDE BEOORDELING WET NATUURBESCHERMING

4

EFFECTBESCHRIJVING

4.1

Selectie van mogelijke effecten

De aanleg en het gebruik van het plangebied voor Zone Sevenumseweg kan op verschillende wijze gevolgen hebben voor omliggende natuurgebieden. Het plangebied van Zone Sevenumseweg ligt op aanzienlijke afstand van Natura 2000-gebieden. Het meest nabij gelegen deel van het Natura 2000-gebied Maasduinen ligt op een minimale van circa 5 kilometer afstand. Dit betekent dat directe aantasting van deze gebieden als gevolg van de bouwwerkzaamheden (oppervlakteverlies, versnippering en mechanische verstoring) en het gebruik van het plangebied op voorhand kunnen worden uitgesloten. Eveneens door deze minimale afstand van circa 5 kilometer kunnen waterhuishoudkundige effecten, verstoring door licht, verstoring door geluid en optische verstoring worden uitgesloten. De storingsfactoren reiken tot maximaal enkele honderden meters. Een uitzondering, is de stikstofdepositie en het effect hiervan, dit is als enige potentieel effect hieronder beschreven.

4.2

Stikstofdepositie

De emissie van stikstof is in de huidige situatie afkomstig van agrarische activiteiten (vooral ammoniak), en in de toekomst van gemotoriseerd verkeer dat aan Zone Sevenumseweg toegeschreven kan worden (vooral stikstofoxiden). Stikstofoxiden en ammoniak komen na emissie in de atmosfeer terecht. Eenmaal in de lucht wordt het geëmitteerde gas meegevoerd door de wind, waardoor het snel wordt verspreid, waardoor snel verdunning van de concentraties aan stoffen optreedt. Hoe ver de verschillende componenten komen, wordt bepaald door een complex van factoren, waarbij vooral de emissiehoogte, de atmosferische omstandigheden (snelheid van luchtstromingen, turbulentie e.d.), de snelheid van chemische omzettingen, de depositiesnelheid van de desbetreffende verbinding en de aard en ruwheid van het aardoppervlak met zijn vegetatie van belang zijn. Uiteindelijk zullen al deze stoffen op het aardoppervlak terechtkomen. Dit proces wordt depositie genoemd. Een te hoge aanvoer van stikstof heeft verschillende nadelige gevolgen voor natuur, waarvan de belangrijkste zijn: •

•

Eutrofiëring door geleidelijke toename van de beschikbaarheid van stikstof. Een toename van de atmosferische stikstofdepositie in een voorheen onbelast gebied leidt in eerste instantie tot een toename van de beschikbaarheid van stikstof in bodem of water en aldus tot een verhoogde opname van stikstofverbindingen door de vegetatie. Dit proces wordt eutrofiëring genoemd. Door verhoogde toevoer en accumulatie van N-verbindingen zal de beschikbaarheid van stikstof voor planten geleidelijk toenemen; Verzuring van bodem en water. Verzuring, oftewel afname van de buffercapaciteit, is een langetermijnproces dat ook van nature plaatsvindt door carbonzuur of organische zuren maar wat (zeer sterk) versneld kan worden door de toevoer van zure of verzurende stoffen uit de atmosfeer. Afhankelijk van de bodemsamenstelling kan dit complexe proces leiden tot een lagere pH, verhoogde uitspoeling van kationen (calcium, magnesium of kalium), verhoogde concentraties aan toxische metalen (vooral van aluminium) en veranderingen in de verhouding tussen nitraat en ammonium in de bodem. In deze situatie kunnen plantensoorten die resistent zijn tegen dergelijke zure omstandigheden gaan overheersen en verdwijnen veel van de soorten die voorkomen in een milieu met een meer neutrale pH;

Omdat soorten verschillend reageren op de invloed van stikstof, ontstaan veranderingen in groeisnelheid en daarmee in concurrentieverhouding tussen soorten. Dit leidt tot verdringing van minder concurrentiekrachtige soorten door stikstof minnende (nitrofiele) soorten, aangezien een groot deel van de soorten in halfnatuurlijke en natuurlijke ecosystemen juist is aangepast aan een lage stikstofbeschikbaarheid in de bodem. De samenstelling van vegetaties (en daarmee ook van habitattypen) kan daardoor veranderen. Over het algemeen leidt dit tot verlies van langzaam groeiende, en voor de habitattypen kenmerkende soorten. De kwaliteit van de habitattypen neemt daardoor af. Daardoor verandert ook de kwaliteit van de vegetatie als voedsel voor herbivoren en leefgebied voor tal van diersoorten, met allerlei gevolgen voor diersoorten hoger in de voedselketen.

Onze referentie:

- Datum: 22 maart 2021

9 van 17

PASSENDE BEOORDELING WET NATUURBESCHERMING

4.2.1

Berekening stikstofdepositie met AERIUS

De stikstofdepositie als gevolg van het gebruik van Zone Sevenumseweg in Natura 2000-gebieden is berekend met het wettelijk voorgeschreven programma AERIUS Calculator 2020 (versie 2020_20210209_2f032ce1a2). In de berekening met AERIUS is onderzocht wat de verandering in stikstofdepositie is in Natura 2000-gebieden, als gevolg van de huidige fase en de gebruiksfase van Zone Sevenumseweg. Realisatiefase Gedurende de realisatiefase worden werktuigen ingezet ten behoeve van de bouw. De emissie van de werktuigen die worden ingezet tijdens de bouw van Zone Sevenumseweg is bepaald aan de hand van het rapport TNO rapportages en ‘Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator 2020’. De uitgangspunten zijn samengevat in Tabel 1. Tabel 1. Emissie als gevolg van inzet werktuigen voor de realisatiefase van Zone Sevenumseweg

Stage

Belas ting

% ure n stat

Cilin der inhoud

NOxNOxemissi EF e factor Stat

NOxemissie vracht

[-]

[%]

[%]

[L]

[g/ kWh]

[g/L/ uur]

[kg]

375

Stage IV

69%

30%

18,8

0,8

10

31,0

41

45

Stage V

69%

30%

2,3

3,3

10

3,2

Graaf-laad combinatie

20

80

Stage IV

55%

30%

4,0

0,9

10

Bulldozer

92

200

Stage IV

55%

30%

10,0

0,9

10

9,2

Trilplaat

204

10

Stage V

55%

30%

0,5

5,6

10

4,7

Betonstorters

26

200

Stage IV

69%

30%

10,0

1,0

10

3,2

Mobiele kraan

35

450

EL

-

-

-

-

-

0,0

Mobiele kraan

35

450

Stage IV

61%

30%

22,5

0,9

10

8,4

Mobiele kraan

94

200

EL

-

-

-

-

-

0,0

Mobiele kraan

94

200

Stage IV

61%

30%

10,0

0,9

10

10,0

Trilplaat

37

10

Stage V

55%

30%

0,5

5,6

10

0,9

Aantal uren

Motorisch vermogen

[uur]

[kW]

Graafmachine

153

Graafmachine

Machine

Totaal

Onze referentie:

0,8

71,4

- Datum: 22 maart 2021

10 van 17

PASSENDE BEOORDELING WET NATUURBESCHERMING

Verkeersbewegingen als gevolg van de realisatiefase zijn weergegeven in Tabel 2. De intensiteit in de tabel betreft etmaalintensiteiten; het aantal verkeersbewegingen voor de totale realisatiefase is omgerekend naar weekdaggemiddelde etmaalwaarden. Tabel 2. Verkeersbewegingen als gevolg van bouwwerkzaamheden t.b.v. Zone Sevenumseweg

Vervoer personeel/transporten

Licht

Middelzwaar

Zwaar

7075

0

415

Gebruiksfase In de gebruiksfase wordt aansluiting op het aardgasnetwerk niet uitgesloten voor de Zone Sevenumseweg. Voor de bedrijfsvoering van woonwerkkavels is het mogelijk om stikstof uit te stoten, voor bijvoorbeeld het verwarmen van het pand. In de Aerius-berekening is hier rekening mee gehouden. Wegverkeer Voor de berekening van de verkeer genererende werking van het bestemmingsplan is uitgegaan van de 4 woon-werk kavels van in totaal 0,6 hectare uitgeefbaar terrein. De verkeersaantallen zijn in Tabel 3 weergegeven in aantallen motorvoertuigen. Tabel 3. Kentallen toename verkeer

Wegvak

Etmaalintensiteit

Licht verkeer

Middelzwaar verkeer

Zwaar verkeer

Sevenumseweg

82

73

0

9

De toekomstige situatie van de toename van motorvoertuigbewegingen als gevolg van aanleg Zone Sevenumseweg zijn meegenomen.

4.2.1.1

Wegvallen stikstofdepositie door agrarische activiteiten en het gebruik van deze stikstofruimte

Als gevolg van de gebiedsontwikkeling Greenport Venlo worden veehouderijen opgeheven om de verschillende bedrijventerreinen mogelijk te maken. Huidige stikstofemissies van deze veehouderijen – zoals uitstoot agrarisch materieel en stalemissies - komen daardoor te vervallen. Een inschatting van hiervan is aangeleverd door Ontwikkelbedrijf Greenport Venlo. Er bestaat niet in alle gevallen een directe relatie tussen de Klavers en de ingezette veehouderijen. Deze veehouderijen liggen niet of gedeeltelijk binnen de specifieke plangebieden. Wel zijn alle plannen onderdeel van de gebiedsontwikkeling Greenport Venlo. De vervallen ‘rechten’ van de veehouderijen zijn hierdoor meegenomen in de saldering van de plannen, in dit geval Zone Sevenumseweg. Zie bijlage 1 voor de AERIUS-berekening, waarbij deze methodiek is toegepast.

4.2.2

Effectbeoordeling stikstofdepositie

De resultaten van de AERIUS Calculator wat betreft stikstofdepositie tijdens huidige fase en projectfase zijn opgenomen in bijlage 1. Dit is een pdf die het programma zelf produceert. Hieruit blijkt dat voor alle relevante Natura 2000-gebieden een afname van de stikstofdepositie is berekend (Tabel 4). In de overige Natura 2000-gebieden worden geen effecten van stikstofdepositie van Zone Sevenumseweg verwacht. Tabel 4. Overzicht stikstofdepositie in huidige- en projectsituatie voor Zone Sevenumseweg (in mol/ha/jaar)

Natura 2000-gebieden

Huidige situatie

Project situatie

Brabantse Wal

0,01

0,00

Onze referentie:

- Datum: 22 maart 2021

11 van 17

PASSENDE BEOORDELING WET NATUURBESCHERMING

Veluwe

0,01

0,00

Engbertsdijksvenen

0,01

0,00

Vecht- en Beneden-Reggegebied

0,01

0,00

Biesbosch

0,01

0,00

Springendal & Dal van de Mosbeek

0,01

0,00

Boetelerveld

0,01

0,00

Regte Heide & Riels Laag

0,01

0,00

Rijntakken

0,01

0,00

Binnenveld

0,01

0,00

Lingegebied & Diefdijk-Zuid

0,01

0,00

Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek

0,01

0,00

Langstraat

0,01

0,00

Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen

0,01

0,00

Kolland & Overlangbroek

0,01

0,00

Loevestein, Pompveld & Kornsche Boezem

0,01

0,00

Maas bij Eijsden

0,01

-0,01

Ulvenhoutse Bos

0,01

-0,01

Bergvennen & Brecklenkampse Veld

0,01

-0,01

Sallandse Heuvelrug

0,01

-0,01

Wierdense Veld

0,01

-0,01

Savelsbos

0,01

-0,01

Dinkelland

0,01

-0,01

Geuldal

0,01

-0,01

Kempenland-West

0,01

-0,01

Lemselermaten

0,01

-0,01

Sint Pietersberg & Jekerdal

0,01

-0,01

Kampina & Oisterwijkse Vennen

0,01

-0,01

Noorbeemden & Hoogbos

0,01

-0,01

Achter de Voort, Agelerbroek & Voltherbroek

0,01

-0,01

Onze referentie:

- Datum: 22 maart 2021

12 van 17

PASSENDE BEOORDELING WET NATUURBESCHERMING

Landgoederen Oldenzaal

0,01

-0,01

Landgoederen Brummen

0,01

-0,01

Borkeld

0,01

-0,01

Kunderberg

0,01

-0,01

Bemelerberg & Schiepersberg

0,01

-0,01

Aamsveen

0,01

-0,01

Lonnekermeer

0,01

-0,01

Geleenbeekdal

0,01

-0,01

Buurserzand & Haaksbergerveen

0,01

-0,01

Witte Veen

0,01

-0,01

Brunssummerheide

0,01

-0,01

Bunder- en Elslooërbos

0,01

-0,01

Stelkampsveld

0,01

-0,01

Leenderbos, Groote Heide & De Plateaux

0,01

-0,01

Weerter- en Budelerbergen & Ringselven

0,01

-0,01

Korenburgerveen

0,01

-0,02

Strabrechtse Heide & Beuven

0,01

-0,02

Willinks Weust

0,01

-0,02

Roerdal

0,01

-0,02

De Bruuk

0,01

-0,02

Wooldse Veen

0,01

-0,02

Bekendelle

0,01

-0,02

Oeffelter Meent

0,01

-0,02

Sint Jansberg

0,01

-0,02

Meinweg

0,01

-0,02

Sarsven en De Banen

0,01

-0,03

Zeldersche Driessen

0,01

-0,03

Groote Peel

0,01

-0,03

Deurnsche Peel & Mariapeel

0,01

-0,03

Leudal

0,01

-0,04

Onze referentie:

- Datum: 22 maart 2021

13 van 17

PASSENDE BEOORDELING WET NATUURBESCHERMING

Swalmdal

0,01

-0,04

Maasduinen

0,01

-0,04

Boschhuizerbergen

0,01

-0,09

Effecten Nederlandse Natura 2000-gebieden Omdat de depositie van stikstof in Natura 2000-gebieden, als gevolg van de ontwikkeling van het plan voor Zone Sevenumseweg afneemt, is aantasting van de natuurlijke kenmerken van deze gebieden uitgesloten. Omdat aantasting van de gebieden is uitgesloten is het niet nodig om in deze passende beoordeling in te gaan op de Natura 2000-gebieden en de stikstof gevoelige habitattypes in deze gebieden. De aanwezige habitattypes en gevoelige soorten zijn niet relevant voor de conclusie, daar er geen toename van stikstofdepositie is in de gebieden. Voor nadere informatie over de Natura 2000-gebieden, stikstofgevoelige habitattypes en soorten kan gekeken worden op https://www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/gebiedendatabase.aspx?subj=n2k&groep=0. Omdat het plan voor Zone Sevenumseweg op geen negatieve effecten heeft op Natura 2000-gebieden, zijn cumulatieve effecten in combinatie met andere plannen en projecten eveneens uitgesloten. Effecten op Duitse Natura 2000-gebieden De effecten in Duitsland zijn volgens de Duitse methode beoordeeld. Volgens die methode dienen effecten alleen beoordeeld te worden wanneer de depositie door een project groter is dan 7,14 mol N/ha/jaar.

Toetsing aan dit afbakeningscriterium is een worst case benadering, omdat een afbakeningscriterium van 21,4 mol/ha/j is geaccepteerd door de hoogste Duitse bestuursrechter (zie ook het onderstaande tekstkader). Artikel 19j van de Natuurbeschermingswet uit 19981 biedt geen grondslag voor het toetsen van een plan voor zover het gaat om de mogelijke schadelijke gevolgen van een project voor buiten Nederland gelegen Natura 2000-gebieden. Het voorgaande laat evenwel onverlet dat, zoals de Afdeling bestuursrechtspraak (Raad van State) heeft overwogen in de uitspraak van 16 april 2014, ECLI:NL:RVS:2015:2848, het bevoegd gezag moet beoordelen of toestemming verlenen in overeenstemming is met artikel 6, derde lid, van de Habitatrichtlijn. Dit leidt ertoe dat het Nederlandse bevoegde gezag alleen toestemming kan verlenen voor vaststellen van een plan, wanneer het geen significante gevolgen voor een in het buitenland gelegen Natura 2000-gebied kan hebben of, wanneer het plan die gevolgen wel kan hebben, het de zekerheid heeft verkregen dat het plan de natuurlijke kenmerken van dat gebied niet aantast. De afdeling heeft in de uitspraak van 16 april 2014, ECLI:NL:RVS:2015:2848 en van 5 augustus 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2510, eveneens overwogen dat het gebruik van de Duitse beoordelingsmethode in Duitsland gangbaar is.

De Afdeling overwoog dat de verweerders in die zaak in beginsel vanuit hebben mogen gaan dat die methode voor de beoordeling van de gevolgen van de toename van stikstofdepositie in Duitse Natura 2000-gebieden, in overeenstemming is met artikel 6, derde lid, van de Habitatrichtlijn (zie ook: ABRvS van 29 juni 2016, nr. 201502440/1/R2).

1 Wet van 25 mei 1998, houdende nieuwe regelen ter bescherming van natuur en landschap (Natuurbeschermingswet

1998). Onze referentie:

- Datum: 22 maart 2021

14 van 17

PASSENDE BEOORDELING WET NATUURBESCHERMING

In Duitsland wordt getoetst aan de hand van een concreet project en niet op planniveau zoals in Nederland. Dit betekent dat een project dat uitgevoerd wordt in het kader van het bestemmingsplan Zone Sevenumseweg maximaal 7,14 mol N/ha/jaar aan depositie mag veroorzaken in Duitse Natura 2000gebieden, voordat een aanvullende toetsing noodzakelijk is. Beoordelingsmethode stikstofdepositie Duitsland Van belang is dat op basis van een in opdracht van het Bundesanstalt für Straßenwesen (BaSt) vervaardigd rapport 'Untersuchung und Bewertung von straßenverkehrsbedingten Nährstoffeinträgen in empfindliche Biotope', een enigszins aangepaste beoordelingsmethode wordt gehanteerd. Daarbij wordt in de eerste plaats een afbakeningscriterium (Irrelevanzschwelle) van 0,3 kg N/ha/jr (21,4 mol N/ha/jr) in plaats van 0,1 kg (7,14 mol) gehanteerd. Vervolgens wordt, als voorheen, getoetst aan het verwaarloosbaarheidscriterium van 3% van de maatgevende KDW. Het afbakeningscriterium is afgeleid uit de detectiegrens voor NOx- en NHr concentraties in de atmosfeer. Concentraties lager dan die grens zijn in de atmosfeer niet meer vast te stellen, en dus kan daarvan ook de depositie niet aan een individueel project worden toegerekend. Deze wijze van vaststellen en beoordelen van mogelijke depositietoename is door de Duitse rechter aanvaard.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.venlo.nl/api/v1/meetings/628/documents/16881