CConstaterende datVenlo
Koppel je AI →
Document · PDF

058bijl 7 Bestemmingsplan Zone Sevenumseweg, Bijlagen toelichting.pdf

Oordeelsvormende raadsvergadering 13 oktober 2021, gemeente VenloBij agendapunt: 2.b: 19.10 – 19.15 uur Vaststelling Bestemmingsplan Zone Sevenumseweg (RV 2021-58)25.923 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Bestemmingsplan Zone Sevenumseweg Gemeente Venlo

NL.IMRO.0983.01-0001 ONTWERP

Contactpersoon T M E

Arcadis Nederland B.V.

bestemmingsplan Zone Sevenumseweg (ontwerp)

Inhoudsopgave

Bijlagen bij Toelichting Bijlage 1

Samenvatting MER

Bijlage 2

Conclusie MER

Bijlage 3

Watertoets

Bijlage 4

Quickscan flora en fauna

Bijlage 5

Aanvullend ecologisch onderzoek

Bijlage 6

Passende Beoordeling

Bijlage 7

Nota industrielawaai

Bijlage 8

Hoofdstuk 8 milieuaspecten

Bijlage 9

NGE Rapport

1

SAMENVATTING MER ZONE SAMENVATTING MER ZONE SEVENUMSEWEG SEVENUMSEWEG Gemeente Venlo Gemeente Venlo 22 MAART 2021

4 SEPTEMBER 2020

SAMENVATTING MER ZONE SEVENUMSEWEG

Contactpersoon NICK BERGMAN Sr. Projectleider Vastgoed & Gebiedsontwikkeling & vastgoed

M +31643022140 E Nick.Bergman@arcadis.com

Onze referentie: D10015214:21 - Datum: 22 maart 2021

Arcadis Nederland B.V. Postbus 56825 1040 AV Amsterdam Nederland

2 van 13

SAMENVATTING MER ZONE SEVENUMSEWEG

INHOUDSOPGAVE 1

SAMENVATTING

4

1.1

Inleiding

4

1.2

Plangebied

5

1.3

Referentiesituatie

6

1.4

Voorgenomen ontwikkeling

6

1.5

Methode beoordeling milieuaspecten

7

1.6

Beschrijving milieueffecten

9

1.7

Conclusie

12

COLOFON

13

Onze referentie: D10015214:21 - Datum: 22 maart 2021

3 van 13

SAMENVATTING MER ZONE SEVENUMSEWEG

1

SAMENVATTING

1.1

Inleiding

n het kader van de gebiedsontwikkeling Klavertje 4/Greenport Venlo werken de gemeenten Horst aan de Maas en Venlo samen aan het realiseren van de werklandschappen in het Klavertje 4-gebied. Hiertoe zijn, onder andere, Klaver 1 en Klaver 3 al grotendeels gerealiseerd (zie ook Figuur 1). Voor de zone tussen Klavers 1 en 3 en de Sevenumseweg/Grubbenvorsterweg is een uitvoeringsplan opgesteld ten behoeve van de verdere (landschappelijke) inpassing van de Klavers 1 en 3. In de zone wordt gewerkt aan een duurzame groene casco met ontwikkelkamers waarin woon-werklocaties kunnen worden gerealiseerd. Daarnaast biedt het ruimte voor de compensatieopgave van de das (circa 4 hectare).

Figuur 1: Ligging klavers 1 t/m 8 binnen Klavertje 4-gebied Aanleiding De aanleiding om het bestemmingsplan Zone Sevenumseweg te gaan bestemmen is de afronding van de inpassing van Klavers 1 en 3, en het inpassen van de compensatieopgave van de das. Het gebied wordt tevens gebruikt voor de aanleg van fietsverbindingen tussen de klavers en de Greenportbikeway langs de Grubbenvorsterweg/Sevenumseweg. Het plangebied ligt tussen Klaver 1 en Klaver 3 en de Sevenumseweg. Aan de oostzijde wordt het plangebied begrensd door het Parc Zaarderheiken en aan de westzijde door de St. Jorisweg (Zie Figuur 2). M.e.r-plicht In twee gevallen heeft de overheid een plicht om een milieueffectrapport (MER) te vereisen bij een besluit:  Indien de overheid een besluit neemt dat het 'kader schept' voor een latere mer-(beoordelings)plichtige activiteit;  Indien de overheid een besluit neemt waarin een zogenaamde passende beoordeling op grond van de Wet Natuurbescherming vereist is. Dit is bij (grootschalige) ontwikkelingen in de omgeving van Natura 2000-gebieden vaker het geval. M.e.r. (beoordelings)-plichtige actviteiten zijn beschreven in het besluit-m.e.r.

Het planologisch mogelijk maken van woon-werkkavels in de Zone Sevenumseweg is m.e.r.-beoordelings-plichtig volgens categorie D11.2 van het Besluit m.e.r.: De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met Onze referentie: D10015214:21 - Datum: 22 maart 2021

4 van 13

SAMENVATTING MER ZONE SEVENUMSEWEG

inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen. Om te kunnen beoordelen of sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject, dient te worden gekeken naar de volgende zaken: • de concrete omstandigheden van het geval, waarbij de aard en omvang van het project van belang zijn; • het gebied waarin de ontwikkeling plaats zal vinden; • de uitbreiding van de bebouwing (indien sprake is van een bestaand gebouw); • de mogelijkheden op grond van het bestemmingsplan; • de milieugevolgen. Hoewel de omvang van het project beperkt is, vindt de ontwikkeling plaats buiten het bestaand stedelijk gebied. Daarnaast is sprake van uitbreiding van bebouwing, en zijn eventuele milieugevolgen niet op voorhand uit te sluiten. De activiteit overschrijdt de drempelwaarden van categorie D11.2 van het Besluit m.e.r. niet, waardoor kan worden volstaan met een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Een passende beoordeling is verplicht wanneer niet kan worden uitgesloten dat een plan of project significante gevolgen heeft op een Natura 2000-gebied. De beoordeling gaat in op de instandhoudingsdoelstellingen voor het betreffende Natura 2000-gebied, de effecten van het initiatief op de soorten/habitattypen in het gebied en of er sprake is van aantasting van de natuurlijke kenmerken van het gebied.

Voor het bestemmingsplan Zone Sevenumseweg moet een passende beoordeling worden gemaakt omdat het plan een toename aan stikstofdepositie mogelijk maakt (er mogen zich bedrijven vestigen die stikstof kunnen uitstoten) en de Natura 2000-gebieden in de omgeving – zoals de Maasduinen - al overbelast zijn met stikstofdepositie (in vaktermen: de kritische depositiewaarde "KDW" van soorten die voorkomen in die gebieden is overschreden). Significante effecten zijn daarom niet op voorhand uit te sluiten. De Wet milieubeheer bepaalt dat voor een bestemmingsplan waarvoor een passende beoordeling gemaakt moet worden een plan-MER plicht geldt. De passende beoordeling maakt daarbij dan onderdeel uit van het plan-MER, en is opgenomen in Bijlage 6.

1.2

Plangebied

Het plangebied ligt tussen Klaver 1 en Klaver 3 en de Sevenumseweg. Aan de oostzijde wordt het plangebied begrensd door het Parc Zaarderheiken en aan de westzijde door de St. Jorisweg (Zie Figuur 2).

Figuur 2: Ligging Zone Sevenumseweg (rode omlijning) binnen het Klavertje 4-gebied. De aanduiding van de ligging in indicatief. Onze referentie: D10015214:21 - Datum: 22 maart 2021

5 van 13

SAMENVATTING MER ZONE SEVENUMSEWEG

1.3

Referentiesituatie

De Zone Sevenumseweg vormt de overgangszone tussen Klaver 1 en Klaver 3 en de Sevenumseweg. Het gebied wordt omgeven door de Sevenumseweg en de bedrijventerreinen. In de huidige situatie is sprake van agrarisch gebruik. Langs de Sevenumseweg bevinden zich enkele woningen. Ook bevindt zich een boomteelt in het plangebied.

Figuur 1 Plangebied met een luchtfoto kaart als ondergrond

Binnen het plangebied is netbeheerder voornemens om een verdeelstation te realiseren. Deze ontwikkeling is meegenomen als autonome ontwikkeling voor het bestemmingsplan Zone Sevenumseweg.

1.4

Voorgenomen ontwikkeling

Vanaf 2014 is gewerkt aan een ontwikkelvisie voor de Zone Sevenumseweg. Hierin is gekozen voor een landschappelijke invalshoek. Die keuze is onder andere gemaakt vanwege de versterking van de inpassing van de klavers en het realiseren van een verbindingsroute voor de das. Door te bouwen aan een duurzame groene casco ontstaan ontwikkelkamers waarbinnen woon-werklocaties kunnen worden gerealiseerd. Het duurzame groene casco wordt gevormd door:  De aanwezige erfbeplantingen en het bestaande groen;  Verbreding of aanleg van een bomenstrook van 7,5 meter breed aan de zuidzijde van de zone;  Herstel van de laanstructuur Grubbenvorsterweg/Sevenumseweg inclusief de aanplant van een tweede  Bomenrij aan de zuidzijde van de weg;  De realisatie van de groene gebieden ter plaatse van het centrale hart van Klaver 1 en de centrale as tussen de Klavers 1 en 3. De groene gebieden worden ook gebruikt voor de aanleg van fietsverbindingen tussen de klavers en de Greenportbikeway langs de Grubbenvorsterweg/Sevenumseweg. Daarbij is ruimte voor waterberging en een verbindingsroute voor de das, waarvoor een compensatieopgave van circa 4 hectare geldt. Onze referentie: D10015214:21 - Datum: 22 maart 2021

6 van 13

SAMENVATTING MER ZONE SEVENUMSEWEG

Binnen het groene casco worden woon-werkkavels gerealiseerd. Verwacht wordt een ruimtelijk laadvermogen van de zone binnen het duurzame groene casco 6 woon-werkkavels, met een gemiddelde oppervlakte van circa 1.500m2. Hiervan kan maximaal 30% worden bebouwd, dat komt neer op een maximale totale oppervlakte van 450 m2.

Figuur 2 Indicatieve schets van beoogde structuur

Onze referentie: D10015214:21 - Datum: 22 maart 2021

7 van 13

SAMENVATTING MER ZONE SEVENUMSEWEG

1.5

Methode beoordeling milieuaspecten

Beoordelingskader In deze gecombineerde MER met toelichting van het bestemmingsplan wordt de voorgenomen ontwikkeling beoordeeld op de effecten voor het milieu. Per milieuaspect zijn één of meer beoordelingscriteria geformuleerd. Aan de hand van deze beoordelingscriteria zijn de effecten in beeld gebracht. De gehanteerde beoordelingscriteria zijn weergegeven in het beoordelingskader in Tabel 1. Alle effecten worden beoordeeld op basis van een vijfpuntschaal (zie Tabel 2). Tabel 1 Beoordelingskader milieueffecten

Aspect

Beoordelingscriterium

Bodem

Effect op bodemkwaliteit Effect op oppervlaktewater (kwaliteit en kwantiteit)

Water

Effect op grondwater (kwaliteit en kwantiteit) Effect op riolering Effecten op beschermde gebieden Natura 2000

Ecologie

Effecten op beschermde gebieden Natuurbeheerplan/POL2014 Gevolgen voor beschermde soorten en hun leefgebieden

Archeologie

Aantasting van gebieden met een archeologische verwachtingswaarde Landschappelijke waarden

Landschap en cultuurhistorie Cultuurhistorische waarden Plaatsgebonden risico Externe veiligheid Groepsrisico Verkeersgeneratie en -afwikkeling Verkeer

Verkeersveiligheid Parkeren Stikstofemissie

Luchtkwaliteit Fijnstofemissie Industriegeluid Geluid Verkeersgeluid

Tabel 2 Vijfpuntsschaal

++

sterk positief effect ten opzichte van de referentiesituatie

+

positief effect ten opzichte van de referentiesituatie

0

geen positief en geen negatief effect ten opzichte van de referentiesituatie

Onze referentie: D10015214:21 - Datum: 22 maart 2021

8 van 13

SAMENVATTING MER ZONE SEVENUMSEWEG

-

negatief effect ten opzichte van de referentiesituatie

--

sterk negatief effect ten opzichte van de referentiesituatie

Aanpak milieuonderzoek Het bestemmingsplan voor Zone Sevenumsweg biedt ruimte voor flexibiliteit in de toekomstige plannen. Dat betekent dat op voorhand niet bekend is wat de precieze inrichting zal zijn binnen de uitgeefbare woonwerkkavels. Daarom is bij de onderzochte milieuaspecten in dit rapport uitgegaan van een worst case benadering door uitgangspunten te kiezen die uitgaan van een maximale invulling van het plangebied binnen de milieuzonering zoals beschreven in paragraaf 1.4. Effecten als gevolg van de toekomstige vestiging van ondernemers vallen daardoor binnen de bandbreedte aan effecten zoals bepaald in het MER-deel van deze toelichting. Door middel van monitoring van de werkelijke effecten na het ontwikkelen van de Zone Sevenumseweg kunnen de daadwerkelijke effecten worden gevolgd en kan worden beoordeeld of de ontwikkelingen binnen de bandbreedten blijven die zijn vastgelegd in het bestemmingsplan.

1.6

Beschrijving milieueffecten

In Tabel 3 is de beoordeling van de verschillende milieueffecten samengevat. De effectbeoordelingen worden na de tabel per milieuaspect toegelicht. Tabel 3 Beoordeling milieueffecten bestemmingsplan Zone Sevenumseweg

Aspect

Beoordelingscriterium

Effectbeoordeling

Bodem

Effect op bodemkwaliteit

0

Effect op oppervlaktewater (kwaliteit en kwantiteit)

0 / --

Effect op grondwater (kwaliteit en kwantiteit)

0 / --

Effect op riolering

0

Wet natuurbescherming, aspect gebiedsbescherming

0

POL2014/Natuurbeheerplan

0

Wet natuurbescherming, aspect soortbescherming

-

Verwachte archeologische waarden

0

Landschappelijke waarden

0

Cultuurhistorische waarden

0

Plaatsgebonden risico

0

Groepsrisico

0

Verkeersgeneratie en -afwikkeling

0

Verkeersveiligheid

0

Parkeren

0

Stikstofemissie(NO2)

0

Fijnstofemissie (PM10)

0

Industriegeluid

0

Water

Ecologie

Archeologie

Landschap

Externe veiligheid

Verkeer

Luchtkwaliteit

Geluid

Onze referentie: D10015214:21 - Datum: 22 maart 2021

9 van 13

SAMENVATTING MER ZONE SEVENUMSEWEG

Aspect

Beoordelingscriterium

Effectbeoordeling

Verkeersgeluid

0

Bodem Binnen het plangebied zijn geen gevallen van potentieel ernstige bodemverontreiniging aanwezig. Hierdoor kent het aspect bodem een neutrale (0) score.

Water In de plansituatie neemt de verharding toe. Hierdoor bestaat een risico dat water versneld afstroomt. Dit leidt tot piekafvoeren en daarmee mogelijk extra opstuwing in het benedenstrooms gelegen oppervlaktewater. Dit geeft een zeer negatieve score (- -) Gezien de omvang en geplande gebruik van de kavels (wonen) is de verwachting dat de ontwikkeling minimale invloed heeft op de waterkwaliteit. Dit is als neutraal (0) beoordeeld. Door de toename van het verhard oppervlak wordt de infiltratie van hemelwater naar het grondwater verstoord. Het gevolg is dat de aanvulling van de grondwatervoorraad afneemt ten opzichte van de huidige situatie. De afname van infiltratie geeft een zeer negatieve score voor de grondwaterkwantiteit (- -). Gezien de omvang en geplande gebruik van de kavels (wonen) is de verwachting dat de ontwikkeling minimale invloed heeft op de grondwaterkwaliteit. Dit is als neutraal (0) beoordeeld.

Ecologie Door de minimale afstand van circa 5 kilometer tussen Zone Sevenumseweg en de Natura 2000-gebieden is directe aantasting van deze gebieden uitgesloten. Wel kan stikstofdepositie toenemen als gevolg van de aanleg- een gebruiksfase. Echter, als gevolg van het stopzetten van agrarische activiteiten ontstaat een afname van de stikstofdepositie in 63 Natura 2000-gebieden. In overige gebieden wordt geen effect berekend door AERIUS. Verder zijn er geen waterhuishoudkundige effecten en leidt ook geen van de overige potentiële effecten (geluid, licht en optisch) tot overschrijding van de drempelwaarde waarboven negatieve effecten zouden kunnen optreden. Hiermee bestaat de zekerheid dat significante negatieve effecten op Natura 2000-gebieden in de omgeving Zone Sevenumseweg op voorhand kunnen worden uitgesloten (0). Er vindt geen ruimtebeslag plaats in de Natuurgebieden die zijn aangewezen in het POL2014/Natuurbeheerplan. Derhalve zijn er geen effecten te verwachten door ruimtebeslag en versnippering. Door de afstand van het bedrijventerrein tot de natuurgebieden zijn ook effecten door verstoring en verdroging uit te sluiten (0).

Als gevolg van de voorgenomen ingreep op het plangebied kunnen overtredingen van verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming optreden of kan sprake zijn van negatieve gevolgen voor door de wetgever vanuit natuurwetgeving beschermde gebieden voor de kerkuil, ekster en bever . Om deze reden scoort dit criterium negatief (-). Archeologie Op basis van het bureauonderzoek is er sprake van een zeer lage archeologische verwachting. Vanwege de zeer lage verwachting op het aantreffen van archeologische resten wordt er geen effect verwacht ten aanzien van het criterium verwachte archeologische waarden. Het criterium scoort neutraal (0).

Landschap De geplande ontwikkelingen aan de Sevenumseweg veranderen de landschappelijke elementen niet, al komt deze verbindingsroute wel in een andere context te liggen door de omliggende hedendaagse ontwikkelingen. Vanwege de beperkte veranderingen binnen de Zone Sevenumseweg is het criterium landschappelijke waarden neutraal (0) beoordeeld. Onze referentie: D10015214:21 - Datum: 22 maart 2021

10 van 13

SAMENVATTING MER ZONE SEVENUMSEWEG

Het plangebied kenmerkt zich door rechtlijnige wegen- en ontginningspatronen van het nieuwe cultuurland. De ontwikkelingen binnen de Zone Sevenumseweg doet geen afbreuk aan de herkenbaarheid van de cultuurhistorische weg. Het effect op cultuurhistorische waarden is dan ook neutraal (0) beoordeeld.

Externe veiligheid In het gehele plan worden op woonwerkkavels met maximaal bedrijfscatgeorie 2.1 mogelijk gemaakt. Deze type bedrijvigheid kan gezien worden als beperkt kwetsbaar object. Er zijn geen 10-6 contouren binnen het plangebied aanwezig waardoor er geen effect op het beoordelingscriterium van het plaatsgebonden risico is te verwachten, het effect is neutraal beoordeeld (0). In de toekomstige situatie neemt de personendichtheid toe in verband met de komst woonwerkkavels. Dit zal de grootste toename in het groepsrisico tonen. Op basis van expert judgement is de verwachting dat het groepsrisico kleiner blijft dan de oriëntatie waarde. Daarmee is geen verandering in de hoogte van het groepsrisico ten opzichte van de oriëntatiewaarde en is de score van het groepsrisico neutraal (0).

Verkeer De ontwikkeling leidt tot een verkeerstoename van 6% op de Sevenumseweg. Echter, omdat de absolute hoeveelheid verkeer in de huidige situatie laag is leidt de toename niet tot knelpunten. De Sevenumseweg blijft ruimschoots onder de maximaal gewenste intensiteit van erftoegangswegen, ook na realisatie van het plan. Vanuit verkeersafwikkeling worden door de ontwikkeling van de woon-werkkavels geen problemen omtrent verkeersafwikkelingen voorzien waardoor dit aspect neutraal (0) scoort. Omdat de verkeerstoename beperkt is, zal het risico op een ongeval tevens beperkt toenemen. Dit wordt versterkt door de maximum snelheid in het plangebied laag is, waardoor de kans op een ongeval met letsel afneemt. Omdat de Sevenumseweg over een parallel gelegen vrijliggend fietspad beschikt wordt het gemotoriseerd verkeer van het langzaam verkeer fysiek gescheiden. Om deze reden scoort het aspect verkeersveiligheid neutraal (0). De parkeergelegenheid dient op eigen perceel te worden opgelost, ditzelfde geldt voor de eventuele laad- en losmogelijkheden. Om deze reden worden er geen effecten verwacht voor het criterium parkeren en scoort dit criterium neutraal (0).

Luchtkwaliteit De jaargemiddelde concentratie NO2 rond het plangebied bedraagt (inclusief achtergrondconcentratie) ten hoogste circa 20 μg/m³. Deze bijdrage wordt vooral door de aanwezige achtergrondconcentratie in het plangebied in 2018 bepaald. De jaargemiddelde concentratie NO 2 voldoet ruimschoots aan de grenswaarde van 40 μg/m³. Ter hoogte van woningen of gevoelige bestemmingen bedraagt de bronbijdrage voor stikstof (NO2) maximaal 0,1 µg/m3 op woningen gelegen buiten de beoogde woon-werkkavels. De grens van 1,2 μg/m³ toename wordt niet overschreden. Om deze reden scoort het criterium stikstof neutraal (0). Binnen het plangebied bedraagt de jaargemiddelde concentratie PM 10 ten hoogste 17 μg/m³. Voor PM2.5 is dit ten hoogste 11 μg/m³. Op de woon-werkkavels neemt de jaargemiddelde concentratie met maximaal 0,1 µg/m3 toe. De grens van 1,2 μg/m³ toename wordt niet overschreden. Om deze reden scoort het criterium fijn stof neutraal (0).

Geluid Aangezien het plan maximaal categorie 2 toestaat en een maximaal bebouwingsoppervlakte van 30% wordt toegestaan, kan op voorhand gesteld worden dat de aan te houden richtafstand van 10 meter tot aan bestaande woningen gerespecteerd kan/zal worden. Zodoende is er geen geluidsbelasting van meer dan 50 dB(A) te verwachten vanwege de woonwerkkavels voor de omliggende woningen. Derhalve is het criterium industriegeluid neutraal beoordeeld (0).

Onze referentie: D10015214:21 - Datum: 22 maart 2021

11 van 13

SAMENVATTING MER ZONE SEVENUMSEWEG

In de plansituatie geldt een toename van 38 motorvoertuigen per etmaal ten opzichte van de referentiesituatie, dit is een beperkte toename. Om deze reden scoort het criterium verkeersgeluid neutraal (0).

1.7

Conclusie

Bij de onderzochte milieuaspecten is in dit rapport uitgegaan van een worst case benadering, door uitgangspunten te kiezen die uitgaan van een maximale invulling van het plangebied. Effecten als gevolg van de toekomstige ondernemers op de woonwerkkavels vallen daardoor binnen de bandbreedte aan effecten zoals bepaald in het milieueffectrapport bij deze toelichting. Door middel van monitoring kunnen de werkelijke effecten tijdens en na het ontwikkelen de Zone Sevenumseweg worden gevolgd en kan worden beoordeeld of de ontwikkelingen binnen de kaders blijven die zijn vastgelegd in het bestemmingsplan. Onderstaand zijn beknopt de mitigerende maatregelen en een aanzet voor een monitorings- en evaluatieprogramma beschreven. Na het nemen van deze mitigerende maatregelen is geen sprake meer van significant negatieve effecten. Mitigerende maatregelen zijn: •

•

Om piekafvoeren in het regionale watersysteem te voorkomen wordt afstromend hemelwater in infiltratie/ bergingsvoorzieningen geloosd. In deze voorzieningen wordt het afstromende hemelwater vastgehouden, en geïnfiltreerd. Deze voorzieningen lopen geleidelijk leeg door infiltratie waarmee de natuurlijke situatie wordt gesimuleerd en (piek) afvoeren worden voorkomen. Door het nemen van deze maatregelen worden geen directe negatieve effecten meer verwacht. In de aanlegfase en gebruiksfase van Zone Sevenumseweg wordt stikstof uitgestoten door bouwwerkzaamheden en wegverkeer. Dit leidt tot een toename van stikstofdepositie op Natura 2000gebieden, die reeds overbelast zijn met stikstof. Echter, door het beëindigen van de veehouderij aan de Sevenumseweg 1 ontstaat netto een afname van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden.

Op grond van de Wet milieubeheer bestaat de plicht tot evaluatie van de in het MER beschreven effecten. Daartoe wordt een aanzet gegeven voor mogelijke evaluatiemethoden. Waar kaders worden vastgelegd in het bestemmingsplan heeft de gemeente als bevoegd gezag voor het bestemmingsplan de verantwoordelijkheid om te monitoren. In andere gevallen is dat de initiatiefnemer van een bepaalde ontwikkeling. Tabel 4 Aanzet tot evaluatie- en monitoringsprogramma

Milieuaspect

Te monitoren

Locatie

Type onderzoek

Geluid

Geluidshinder

Ter plaatse en in omgeving

Meten en monitoren geluidsemissies van industriegeluid en verkeersgeluid. Nagaan of bij invulling van percelen voldoende infiltratie/ bergingsvoorzieningen aanwezig zijn.

Water

Waterberging

Plangebied

Soortenbescherming

Verstoring beschermde soorten

Ter plaatse

Toetsen op ontwikkeling aanwezige planten- en diersoorten met beschermde status.

Luchtkwaliteit

Emissies van fijnstof en stikstof

Ter plaatse en in omgeving

Meten en monitoren van emissies van fijnstof en stikstof

Verkeersafwikkeling

Doorstroming van het verkeer

Ter plaatse en in omgeving

Verkeerstellingen en evaluatie functioneren onsluitingsstructuur en doorstroming van het verkeer.

Onze referentie: D10015214:21 - Datum: 22 maart 2021

12 van 13

SAMENVATTING MER ZONE SEVENUMSEWEG

COLOFON SAMENVATTING MER ZONE SEVENUMSEWEG GEMEENTE VENLO

AUTEUR Nick Bergman ONZE REFERENTIE D10015214:21 DATUM 22 maart 2021 STATUS Concept

Arcadis Nederland B.V. Postbus 56825 1040 AV Amsterdam Nederland +31 (0)88 4261 261 www.arcadis.com

Onze referentie: D10015214:21 - Datum: 22 maart 2021

13 van 13

CONCLUSIE MER KLAVER ZONE SEVENUMSEWEG Gemeente Venlo

22 MAART 2021

CONCLUSIE MER KLAVER ZONE SEVENUMSEWEG

Contactpersoon NICK BERGMAN Sr. Projectleider Vastgoed & Gebiedsontwikkeling

M +31643022140 E Nick.Bergman@arcadis.com

Arcadis Nederland B.V. Postbus 56825 1040 AV Amsterdam Nederland

2

CONCLUSIE MER ZONE SEVENUMSEWEG

INHOUDSOPGAVE 1

CONCLUSIE

4

1.1

Overzicht milieueffecten en conclusies

4

1.2

Milieuaspecten met een neutrale beoordeling

5

1.3

Milieuaspecten met een negatieve beoordeling

7

1.4

Leemten in kennis

7

1.5

Aanzet evaluatie- en monitoringsprogramma

8

COLOFON

9

3

CONCLUSIE MER KLAVER ZONE SEVENUMSEWEG

1

CONCLUSIE

1.1

Overzicht milieueffecten en conclusies

Tabel 1 Beoordeling milieueffecten (zonder mitigerende maatregelen) bestemmingsplan Zone Sevenumseweg

Aspect

Beoordelingscriterium

Effectbeoordeling

Bodem

Effect op bodemkwaliteit

0

Effect op oppervlaktewater (kwaliteit en kwantiteit)

0 / --

Effect op grondwater (kwaliteit en kwantiteit)

0 / --

Effect op riolering

0

Wet natuurbescherming, aspect gebiedsbescherming

0

POL2014/Natuurbeheerplan

0

Wet natuurbescherming, aspect soortbescherming

-

Verwachte archeologische waarden

0

Landschappelijke waarden

0

Cultuurhistorische waarden

0

Plaatsgebonden risico

0

Groepsrisico

0

Verkeersgeneratie en -afwikkeling

0

Verkeersveiligheid

0

Parkeren

0

Stikstofemissie(NO2)

0

Fijnstofemissie (PM10)

0

Industriegeluid

0

Verkeersgeluid

0

Water

Ecologie

Archeologie

Landschap

Externe veiligheid

Verkeer

Luchtkwaliteit

Geluid

Tabel 2 Vijfpuntsschaal

++

sterk positief effect ten opzichte van de referentiesituatie

+

positief effect ten opzichte van de referentiesituatie

0

geen positief en geen negatief effect ten opzichte van de referentiesituatie

-

negatief effect ten opzichte van de referentiesituatie

--

sterk negatief effect ten opzichte van de referentiesituatie

4

CONCLUSIE MER ZONE SEVENUMSEWEG

1.2

Milieuaspecten met een neutrale beoordeling

Bodemverontreiniging Binnen het plangebied zijn geen gevallen van potentieel ernstige bodemverontreiniging aanwezig. Oppervlaktewaterkwaliteit Gezien de omvang en geplande gebruik van de kavels (wonen) is de verwachting dat de ontwikkeling minimale invloed heeft op de waterkwaliteit. Grondwaterkwaliteit Gezien de omvang en geplande gebruik van de kavels (wonen) is de verwachting dat de ontwikkeling minimale invloed heeft op de grondwaterkwaliteit. Dit is als neutraal (0) beoordeeld. Riolering Conform het bouwbesluit wordt het water binnen het plangebied gescheiden aangeboden en afgevoerd naar het bestaande vrij verval systeem van de gemeente. Wet Natuurbescherming, aspect soortenbescherming Door de minimale afstand van circa 5 kilometer tussen Zone Sevenumseweg en de Natura 2000-gebieden is directe aantasting van deze gebieden uitgesloten. Wel kan stikstofdepositie toenemen als gevolg van de aanlegfase van Zone Sevenumsweg en het wegverkeer in de gebruiksfase. Echter, als gevolg van het stopzetten van agrarische activiteiten ontstaat een afname van de stikstofdepositie in 63 Natura 2000gebieden. In overige gebieden wordt geen effect berekend door AERIUS. Verder zijn er geen waterhuishoudkundige effecten en leidt ook geen van de overige potentiële effecten (geluid, licht en optisch) tot overschrijding van de drempelwaarde waarboven negatieve effecten zouden kunnen optreden.

Hiermee bestaat de zekerheid dat significante negatieve effecten op Natura 2000-gebieden in de omgeving van Zone Sevenumseweg op voorhand kunnen worden uitgesloten.

POL2014/Natuurbeheerplan Er vindt geen ruimtebeslag plaats in de Natuurgebieden in de natuurgebieden die zijn aangewezen in het POL2014/Natuurbeheerplan. Derhalve zijn er geen effecten te verwachten door ruimtebeslag en versnippering. Door de afstand van de woonwerkkavels tot de natuurgebieden zijn ook effecten door verstoring en verdroging uit te sluiten.

Verwachte archeologische waarden Vanwege de zeer lage verwachting op het aantreffen van archeologische resten wordt er geen effect verwacht ten aanzien van het criterium verwachte archeologische waarden.

Landschappelijke waarden De geplande ontwikkelingen aan de Sevenumseweg veranderen de landschappelijke elementen niet, al komt deze verbindingsroute wel in een andere context te liggen door de omliggende hedendaagse ontwikkelingen. Vanaf de Sevenumseweg en de Grubbenvorsterweg is er vrij uitzicht naar het landschap aan de oostzijde. De ontwikkelingen aan de westzijde hebben geen effect omdat het zich al wordt ontnomen door de opgeworpen grondwallen (Manchetten) rond de ontwikkeling van het Klavertje 4-gebied. Vanwege de beperkte veranderingen binnen de Zone Sevenumseweg is het criterium landschappelijke waarden neutraal (0) beoordeeld. Cultuurhistorische waarden Het plangebied kenmerkt zich grotendeels als nieuw cultuurland. De periode van nieuwe cultuurland kenmerkt zich door grootschalige ontginningen. Het wegenpatroon en het ontginningspatroon van het

5

CONCLUSIE MER KLAVER ZONE SEVENUMSEWEG

nieuwe cultuurland zijn rechtlijnig. De Sevenumseweg is hier een voorbeeld van. De ontwikkelingen binnen de Zone Sevenumseweg doet geen afbreuk aan de herkenbaarheid van de cultuurhistorische weg.

Plaatsgebonden risico In het gehele plan worden op woonwerkkavels met maximaal bedrijfscatgeorie 2.1 mogelijk gemaakt. Deze type bedrijvigheid kan gezien worden als beperkt kwetsbaar object. Er zijn geen 10-6 contouren binnen het plangebied aanwezig, waardoor er geen effect op het beoordelingscriterium van het plaatsgebonden risico is te verwachten.

Groepsrisico In de toekomstige situatie neemt de personendichtheid toe in verband met de komst woonwerkkavels. Dit zal de grootste toename in het groepsrisico tonen. Op basis van expert judgement is de verwachting dat het groepsrisico kleiner blijft dan de oriëntatie waarde.

Verkeersgeneratie en -afwikkeling De ontwikkeling kent een totale verkeersgeneratie van 82 voertuigbewegingen per etmaal. Dit leidt tot een verkeerstoename van 6% op de Sevenumseweg. Echter omdat de absolute hoeveelheid verkeer in de huidige situatie laag is leidt de toename niet tot knelpunten. De Sevenumseweg blijft ruim onder de gewenste intensiteit van een erftoegangsweg ook na realisatie van het plan. Vanuit verkeersafwikkeling worden door de ontwikkeling van de woon-werkkavels geen problemen omtrent verkeersafwikkelingen voorzien.

Verkeersveiligheid Omdat de verkeerstoename beperkt is, zal het risico op een ongeval tevens beperkt toenemen. Dit wordt versterkt door de maximum snelheid in het plangebied zal laag is (max 60 km/u) waardoor de kans op een ongeval met letsel afneemt. Omdat de Sevenumseweg over een parallel gelegen vrijliggend fietspad beschikt wordt het gemotoriseerd verkeer van het langzaam verkeer fysiek gescheiden. Parkeren De parkeergelegenheid dient op eigen perceel te worden opgelost, ditzelfde geldt voor de laad- en losmogelijkheden. Om deze reden worden er geen effecten verwacht voor het criterium parkeren. Stikstofemissie (NO2) De jaargemiddelde concentratie NO2 rond het plangebied bedraagt (inclusief achtergrondconcentratie) ten hoogste circa 20 μg/m³. Deze bijdrage wordt vooral door de aanwezige achtergrondconcentratie in het plangebied in 2018 bepaald. De jaargemiddelde concentratie NO 2 voldoet ruimschoots aan de grenswaarde van 40 μg/m³. Ter hoogte van woningen of gevoelige bestemmingen bedraagt de bronbijdrage maximaal 0,1 µg/m3 op woningen gelegen buiten de beoogde woon-werkkavels. De grens van 1,2 μg/m³ toename wordt niet overschreden.

Fijnstofemissie (PM10) Binnen het plangebied bedraagt de jaargemiddelde concentratie PM 10 ten hoogste 17 μg/m³. Voor PM2.5 is dit ten hoogste 11 μg/m³. Dit betekent dat er geen overschrijding is van de grenswaarde. Alleen op de woonwerkkavels neemt de jaargemiddelde concentratie met maximaal 0,1 µg/m3 toe.

Industrielawaai Bij de projectie van de categorie 2 bedrijven op de woonwerkkavels kan er voldaan worden aan de richttafstand van 10 meter tot aan woonbebouwing. Zodoende is er geen geluidsbelasting van meer dan 50 dB(A) te verwachten vanwege de woonwerkkavels voor de omliggende woningen.

6

CONCLUSIE MER ZONE SEVENUMSEWEG

Verkeersgeluid In de plansituatie geldt een toename van 41 motorvoertuigen per etmaal ten opzichte van de referentiesituatie. Op basis van expert judgement kan worden gesteld dat in de plansituatie geen wijziging optreedt ten opzichte van de referentiessituatie, vanwege het aspect verkeersgeluid. Vanuit het aspect wegverkeerslawaai zijn geen verdere bezwaren tegen realisatie van onderliggend plan.

1.3

Milieuaspecten met een negatieve beoordeling

Oppervlaktewaterkwantiteit In de plansituatie neemt de verharding toe. Hierdoor bestaat een risico dat water versneld afstroomt. Dit leidt tot piekafvoeren en daarmee mogelijk extra opstuwing in het benedenstrooms gelegen oppervlaktewater. Grondwaterkwantiteit Door de toename van het verhard oppervlak wordt de infiltratie van hemelwater naar het grondwater verstoord. Het gevolg is dat de aanvulling van de grondwatervoorraad afneemt ten opzichte van de huidige situatie. Wet Natuurbescherming, aspect soortenbescherming Als gevolg van de voorgenomen ingreep op het plangebied kunnen overtredingen van verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming optreden of kan sprake zijn van negatieve gevolgen voor door de wetgever vanuit natuurwetgeving beschermde gebieden.

1.4

Leemten in kennis

Het bestemmingsplan Zone Sevenumseweg biedt een bepaalde mate van flexibiliteit bij inrichting van de woonwerkkavels. Daarom is bij de onderzochte milieuaspecten in dit rapport uitgegaan van een worst case benadering door uitgangspunten te kiezen die uitgaan van een maximale invulling van het plangebied. Effecten als gevolg van de toekomstige vestiging van bedrijven vallen daardoor binnen de bandbreedte aan effecten zoals bepaald in dit MER bij de toelichting. Door middel van monitoring van de werkelijke effecten na het realiseren van het bedrijventerrein kunnen de daadwerkelijke effecten worden gevolgd en kan worden beoordeeld of de ontwikkelingen binnen de kaders blijven die zijn vastgelegd in het bestemmingsplan (zie ook aanzet evaluatieprogramma). Onderstaand zijn per milieuthema de geconstateerde leemten in kennis opgenomen. Er gelden leemten in kennis op het gebied van water, archeologie en externe veiligheid. Water Voor het beoordelen van de effecten is op dit moment enig inzicht in het functioneren van het regionaal watersysteem en de gemiddeld hoogste grondwaterstanden in het gebied. Er zijn een aantal onderzoeken uitgevoerd naar het functioneren van beide systemen waardoor dit inzicht is ontstaan. Door de relatief korte meetreeksen was het nodig om binnen deze onderzoeken een aantal aannames te doen.

De conclusies geven echter een goede indicatie van de verwachte gevolgen. De resultaten van de onderzoeken zijn daarom meegenomen bij de inrichting van het gebied. Het is belangrijk om het grond- en oppervlaktewater te blijven monitoren met een jaarlijkse evaluatie of en hoe deze nieuwe informatie invloed heeft op de ontwikkeling. Archeologie Een inherent probleem aan archeologie is dat het gedeeltelijk gebaseerd wordt op beperkte informatie en aannames. Er heeft geen veldonderzoek plaatsgevonden in het gebied en de archeologische verwachtingswaarde is gebaseerd op de landschappelijke situatie en kennis over de verspreiding van bekende vindplaatsen in het landschap. Het is om deze reden niet uit te sluiten dat bij graafwerkzaamheden ten behoeve van de aanleg van het bedrijventerrein (niet voorspelbare) toevalsvondsten kunnen worden aangetroffen, zoals bedoeld in paragraaf 7, artikel 53 van de Monumentenwet. In dat geval moet hiervan melding worden gedaan bij het bevoegd gezag. Externe Veiligheid 7

CONCLUSIE MER KLAVER ZONE SEVENUMSEWEG

Voor het aspect externe veiligheid is er sprake van een leemte in kennis en informatie over de exacte ligging van de nieuwe bedrijvigheid in omliggende bedrijventerreinen van vastgestelde bestemmingsplannen en van nieuwe bedrijvigheid in het plangebied en het ontbreken van berekeningen en gegevens over personendichtheden in de toekomst. Hierdoor is een kwalitatieve inschatting gemaakt van het verwachte effect zonder de invulling van Bevi-inrichtingen en andere inrichtingen zoals benoemd in het Activiteitenbesluit. Bij vaststelling van een eventuele de vestiging van Bevi-inrichtingen en andere risicovolle inrichtingen, zoals genoemd in het Activiteitenbesluit, al dan niet in omliggende bedrijventerreinen, dient een externe veiligheidsonderzoek uitgevoerd te worden om de risico’s te toetsen aan de wettelijke normen voor het plaatsgebonden risico en om het groepsrisico te verantwoorden.

1.5

Aanzet evaluatie- en monitoringsprogramma

Op grond van de Wet milieubeheer bestaat de plicht tot evaluatie van de in deze gecombineerde toelichting met MER beschreven effecten. Deze paragraaf beschrijft een aanzet voor een evaluatie- en monitoringsprogramma dat aansluit op de beschreven effecten en leemten in kennis. Dit programma beoogt het volgende: • • •

Voortgaande studie naar vastgestelde leemten in kennis en informatie. Toetsing van de voorspelde effecten aan de daadwerkelijk optredende effecten. Bepaling van de noodzaak tot het treffen van aanvullende mitigerende en compenserende maatregelen en de toetsing van de noodzaak van deze maatregelen.

De aanzet bestaat uit een aantal mogelijkheden en evaluatiemethoden waaruit gekozen kan worden. Een aantal uitwerkingen hiervan zijn weergegeven in onderstaande tabel. Deze tabel is echter niet volledig en andere methoden zijn denkbaar. Op basis van de resultaten kan besloten worden om aanvullende mitigerende maatregelen te treffen. Waar eisen of mitigerende maatregelen worden vastgelegd in het bestemmingsplan heeft de gemeente als bevoegd gezag voor het bestemmingsplan de verantwoordelijkheid om te monitoren. In andere gevallen is dat de initiatiefnemer van een bepaalde ontwikkeling. Tabel 3 Aanzet tot evaluatie- en monitoringsprogramma

Milieuaspect

Te monitoren

Locatie

Type onderzoek

Geluid

Geluidshinder

Ter plaatse en in omgeving

Meten en monitoren geluidsemissies van industriegeluid en verkeersgeluid.

Water

Waterberging

Plangebied

Soortenbescherming

Verstoring beschermde soorten

Ter plaatse

Toetsen op ontwikkeling aanwezige planten- en diersoorten met beschermde status.

Luchtkwaliteit

Emissies van fijnstof en stikstof

Ter plaatse en in omgeving

Meten en monitoren van emissies van fijnstof en stikstof

Verkeersafwikkeling

Doorstroming van het verkeer

Ter plaatse en in omgeving

Verkeerstellingen en evaluatie functioneren ontsluitingsstructuur en doorstroming van het verkeer.

Nagaan of bij invulling van percelen voldoende infiltratie/ bergingsvoorzieningen aanwezig zijn.

8

CONCLUSIE MER ZONE SEVENUMSEWEG

COLOFON CONCLUSIE MER ZONE SEVENUMSEWEG GEMEENTE VENLO

AUTEUR Nick Bergman ONZE REFERENTIE D10015215:15 DATUM 22 maart 2021 STATUS Concept

Arcadis Nederland B.V. Postbus 56825 1040 AV Amsterdam Nederland +31 (0)88 4261 261 www.arcadis.com

9

ONDERWERP

ONZE REFERENTIE

Watertoets ontwikkeling Sevenumseweg - Greenport Venlo

084006083 0.2

DATUM

3 oktober 2019 VAN

Joost Veltmaat AAN

Ontwikkelbedrijf Greenport Venlo

Inleiding Ten noordwesten van Venlo wordt een nieuw logistiek kerngebied (Trade Port Noord) ontwikkeld door ontwikkelbedrijf Greenport Venlo. Het gebied wordt gefaseerd aangelegd in zogenaamde klavers, waarbij per klaver een watersysteem wordt ontwikkeld dat is bedoeld voor het bergen en afvoeren van het afstromend hemelwater van de betreffende klaver. Elke individuele klaver voldoet daarmee aan de voorgeschreven bergingsopgave. Deze waterparagraaf is opgesteld ten behoeve van het bestemmingsplan voor zone Sevenumseweg. In deze waterparagraaf het inrichtingsplan getoetst aan het beleid van het bevoegd gezag.

Waterbeleid Beleid of regelgeving

Inhoud & relevantie

Europese Kaderrichtlijn Water (2000)

De Kaderrichtlijn Water (KRW) heeft tot doel om de kwaliteit van de Europese wateren in een goede toestand te brengen en te houden. Waterbeheer op het niveau van stroomgebieden is daarbij het uitgangspunt, waarbij het stroomgebiedbeheerplan een belangrijk instrument is. In 2015 heeft Nederland de tweede generatie stroomgebiedbeheerplannen naar de Europese Commissie gestuurd: voor de Rijn, de Schelde, de Maas en het Eems-Dollardestuarium. Het plangebied valt binnen het beheersgebied van Waterschap Limburg, dat onderdeel uitmaakt van het stroomgebied van de Maas. Van belang is dat bij initiatieven tenminste voldaan wordt aan het standstill principe. Dit houdt in dat een ingreep (uitvoering van het ruimtelijk plan) de toestand van het watersysteem niet mag verslechteren, tenzij beargumenteerd kan worden dat dit wegens ‘een hoger doel’ niet anders kan (notitie Gevolgen van de KRW voor fysieke projecten in en om het water, ministerie van Verkeer en Waterstaat, maart 2006).

Nationaal Bestuursakkoord Water

Op basis van het rapport van de Commissie Waterbeheer 21e eeuw en het kabinetsstandpunt 'Anders omgaan met water' hebben het Rijk, de provincies, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en de Unie van Waterschappen het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) ondertekent. Het NBW is doorgevoerd in de provinciale en regionale beleidsplannen. Relevante aspecten uit het NBW zijn: • Toepassen van de watertoets als procesinstrument op alle waterhuishoudkundig relevante ruimtelijke plannen en besluiten. Het doel van de watertoets is waarborgen dat waterhuishoudkundige doelen expliciet en op evenwichtige wijze in beschouwing worden genomen.

Arcadis Nederland B.V., Mercatorplein 1, 5223 LL 's-Hertogenbosch

T +31 (0)88 4261 261

Arcadis Nederland B.V. - Registered office: Arnhem - Registered number: 09036504

www.arcadis.com

• Toepassen van de trits schoonhouden - zuiveren - schoon maken, met als eerste insteek het voorkomen van vermenging van schoon hemelwater van dakvlakken en afvalwater en het gebruik van bijvoorbeeld een bodempassage voor hemelwater van druk bereden straatvlakken. • Wateropgave (de benodigde bergingscapaciteit voor het opvangen van pieken in neerslag) bepalen aan de hand van de NBW normen regionale wateroverlast. Voor stedelijk gebied geldt een norm van T=100 (neerslaggebeurtenis die statistisch berekend eens in de 100 jaar voorkomt). Waterwet (2009)

Op 22 december 2009 is de Waterwet in werking getreden. Acht bestaande wetten voor het waterbeheer in Nederland zijn vervangen door deze Waterwet en de zes verschillende vergunningen zijn opgenomen in één vergunning. De Waterwet regelt het beheer van oppervlaktewater en grondwater, en verbetert ook de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening. Een belangrijk doel is het klimaat adaptief en klimaatbestendig maken en wateroverlast zoveel mogelijk te beperken. Een belangrijke verandering na het in werking treden van de Waterwet is de onderverdeling in het bevoegde gezag met betrekking tot directe en indirecte lozingen. Alle indirecte lozingen vallen onder het bevoegde gezag voor de Wet Milieubeheer (gemeente en provincie). Alle directe lozingen vallen onder het gezag van de Waterwet (waterschappen voor de regionale wateren en Rijkswaterstaat voor de rijkswateren). Een Watervergunning is nodig voor: • Werken in, aan en in de nabijheid van oppervlaktewater (bijvoorbeeld leggen van kabels, verlagen maaiveld). • Het onttrekken/(weer) lozen van grondwater tijdens bouwwerkzaamheden. • Het lozen van regenwater van verhard dak- en terreinoppervlak direct of via een retentie/infiltratievoorziening in oppervlaktewater. • Werkzaamheden in of nabij waterkeringen.

Provinciaal Omgevingsplan Limburg 2014 Waterbeheerprogramma waterschap Limburg 2016-2021

Het provinciaal waterbeleid is vastgelegd in POL2014 en is nader geconcretiseerd in de POL-aanvulling Provinciaal Waterplan 20102015 op grond van de vereisten van de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW). Deze POL-aanvulling is in 2015 opgevolgd worden door het Provinciaal Waterprogramma 2016-2021, conform de 6-jarige plancyclus van de KRW. Dit programma maakt onderdeel uit van het tweede nationale Stroomgebiedbeheersplan Maas. Het waterbeheerprogramma is het centrale beleidsplan van een waterschap. Binnen de kaders van de Waterwet, de Europese Kaderrichtlijn Water, de Deltabeslissingen en het Provinciaal Omgevingsplan Limburg beschrijft het waterschap hoe ze werkt aan haar wateropgaven.

Keur Waterschap

Een deel van het beleid van het waterschap ligt vast in de Keur. De regels in de Keur hebben betrekking op het lozen, afvoeren, onttrekken of aanvoeren van grondwater en water uit beken en andere wateren. Ook kent de Keur gebods- en verbodsbepalingen over zaken die niet mogen in of om watergangen, dijken en lijnvormige elementen. Iedereen die werkzaamheden uitvoert of activiteiten plant in en om water of dijken, heeft met de Keur te maken.

Onze referentie: 084006083 A - Datum: 3 oktober 2019

2 van 5

Huidige situatie Plangebied Zone Sevenumseweg is gelegen tussen de Sevenumseweg en Klaver 1 in het noordelijk deel van het Klavertje 4 gebied. In Figuur 1 is de ligging van deze zone en de Tradeport ontwikkeling te zien. Het huidige landgebruik wordt gekenmerkt door tuinbouw en een aantal woonkavels. Binnen de ontwikkeling wordt een oppervlak van 0,93 ha uitgegeven.

Klaver 3

Klaver 1

Klaver 4 Klaver 5

Klaver 2 Klaver 6

Klaver 7

Klaver 8

Tradeport West

Figuur 1: Ligging de zone Sevenumseweg binnen het Trade port gebied. In Figuur 2 is het maaiveld van de Sevenumseweg en omgeving [m+ NAP] weergegeven. Het maaiveld loopt van west (ca. NAP+ 24,50 m) af naar oost (ca. 23,75 m).

Figuur 2: Variatie in het maaiveld (m +NAP) ter plaatse van de Sevenumseweg

Infiltratie Binnen het plangebied zijn voor zover bekend geen infiltratiemetingen uitgevoerd. De bodem in de omgeving van het plangebied is overwegend goed doorlatend maar kan lokaal afwijken. Wij adviseren om de lokale infiltratiecapaciteit bij de verdere uitwerking ter plaatse te toetsen op de locaties waar bergingsvoorzieningen gepland zijn.

Geohydrologie De isohypsen van het Tradeport gebied zijn met een model gegenereerd op basis van gegevens uit DINO-loket en in februari 2016 beschikbaar gesteld. Dit model wordt gebruikt om de GHG en de GLG in binnen de gebiedsontwikkelingen van Tradeport Venlo vast te stellen.

Onze referentie: 084006083 A - Datum: 3 oktober 2019

3 van 5

De GHG binnen het gebied varieert van NAP+ 24,1 m tot NAP+ 22,4 m. Uit de isohypsen is af te lezen dat het grondwater richting het oosten, noordoosten stroomt. Hierbij is het verschil in de GHG tussen het westen en oosten van het plangebied circa 1,7 meter.

Figuur 3: Gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG) rond de Sevenumseweg

Figuur 4: Gemiddeld laagste grondwaterstand (GLG) rond de Sevenumseweg

Oppervlaktewater

noord

Gekkengraaf

Langevenseloop

Het plangebied wordt in de huidige situatie ontwaterd door een primaire watergang genaamd de Gekkengraaf. In Figuur 5 is een overzicht gegeven van de ligging van het plangebied ten opzichte van het watersysteem van waterschap Limburg. De Achterste Flinkenpeel en Gekkengraaf hebben de meeste invloed op de inrichting van het plangebied.

Figuur 5 Overzicht huidige situatie met het plangebied daarin geprojecteerd (grijze lijnen)

Onze referentie: 084006083 A - Datum: 3 oktober 2019

4 van 5

Toekomstige situatie In bijlage A is het inrichtingsplan van het plangebied weergegeven. In dit inrichtingsplan zijn de volgende elementen van belang voor de waterhuishouding: Ontwikkeling bouwkavels Er wordt een 5-tal bouwkavels ontwikkeld Deze bouwkavels zijn ruim opgezet met naar verwachting een relatief kleine hoeveelheid verhard oppervlak (dak + oprit). Bergingsgebieden In het ontwerp bevinden zich een aantal bergingsgebieden. Deze gebieden staan het grootste deel van het jaar droog en lopen bij hoog water in de Gekkengraaf vol waardoor de peilstijging vermindert en de kans op overlast afneemt.

Verhard oppervlak en bergingsopgave Binnen het plangebied is alleen binnen de bouwkavels verhard oppervlak gepland. Omdat deze nu onverhard zijn betekent dit een toename van het verhard oppervlak. De woonkavels hebben een oppervlak van 1.500 m² tot 1.600 m². Er is voor deze kavels nog geen inrichtingsplan waardoor de hoeveelheid verhardoppervlak onbekend is. De verwachting is dat deze ca. 20-30% van de kavel zullen bedragen. Gezien de ruime opzet is er op de kavels is daarmee voldoende ruimte beschikbaar om binnen de perceelsgrens invulling te geven aan de bergingsopgave van 100 mm. Een gezamenlijke voorziening is daarmee niet nodig.

Oppervlaktewater De bergingsgebieden worden aangesloten op de waterlopen waardoor deze over kunnen lopen. De ligging en eigenschappen van de watergangen in het plangebied blijft ongewijzigd.

Waterkwaliteit Gezien de woonfunctie van de te realiseren bebouwing is het niet de verwachting dat deze de waterkwaliteit van het afstromende regenwater negatief beïnvloedt.

Grondwater De grondwaterstanden in het gebied liggen in de huidige situatie op een aantal locaties dicht aan het maaiveld. Deze hebben invloed op de bouw- en wegpeilen en bepaling van de beschikbare ruimte boven de GHG in de bergingsvoorzieningen Bij het verder uitwerken van de plannen moet hier rekening mee gehouden worden.

Beheer en onderhoud Voorzieningen die in de openbare ruimte liggen (bergingszones) worden een aantal jaren door het ontwikkelbedrijf Greenport Venlo onderhouden. Het beheer en onderhoud en functioneren van voorzieningen op privaat terrein ligt bij de terreineigenaar. Handhaving voor het functioneren van de voorzieningen ligt bij de beheerder van het terrein.

(Afval) waterketen Het afvalwater kan geloosd worden op het aanwezige afvalwatersysteem in de Sevenumseweg. Dit betreft een druksysteem waarvoor bij de gemeente een aansluiting aangevraagd moet worden.

Onze referentie: 084006083 A - Datum: 3 oktober 2019

5 van 5

QUICKSCAN FLORA EN FAUNA SEVENUMSEWEG (ONG.) TE VENLO

Rapportage quickscan flora en fauna Sevenumseweg (ong.) te Venlo Opdrachtgever

Ontwikkelbedrijf Greenport Venlo Sint Jansweg 20 5928 RC Venlo

Rapportnummer Versienummer

10067.001 D1

Status

Eindrapportage

Datum

18 juli 2019

Vestiging

Brabant Heinz Moormannstraat 1b 5831 AS Boxmeer 0485 - 581818 boxmeer@econsultancy.nl

Opsteller

ir. B.H.H. Verdijck

Paraaf

Kwaliteitscontrole

ir. D. Sanders

Paraaf

Kwaliteitszorg Econsultancy is lid van het Netwerk Groene Bureaus (NGB). Het NGB is een vereniging van ecologische advies- en onderzoeksbureaus die werkt aan de kwaliteit van advisering gericht op natuur, landschap, water, milieu en ruimte en die de belangen behartigt van groene adviesbureaus. Het Netwerk hanteert een gedragscode die opdrachtgevers en andere belanghebbenden een basis biedt om de leden aan te spreken op de kwaliteit van hun werk. Econsultancy werkt volgens een dynamisch kwaliteits- en milieusysteem, zoals beschreven in het kwaliteits- en milieuhandboek. Ons kwaliteits- en milieusysteem is gecertificeerd volgens de eisen in de NEN-EN-ISO 9001 en NEN-EN-ISO 14001. Betrouwbaarheid Dit onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving ten aanzien van natuurwetgeving. Het onderzoek betreft een momentopname en geeft een inschatting van de geschiktheid van de onderzoekslocatie voor beschermde soorten en het al dan niet voorkomen van soorten. De gebruikte informatie omtrent verspreiding van soorten is deels afkomstig uit de NDFF en mag niet zonder toestemming worden verstrekt aan derden of op enige andere wijze openbaar gemaakt worden.

Econsultancy accepteert op voorhand geen aansprakelijkheid ten aanzien van mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door Econsultancy uitgevoerde onderzoek neemt. In het algemeen kan gesteld worden dat een quickscan geldig is voor een periode van 2 tot 3 jaar, tenzij in deze periode de ecologische omstandigheden wezenlijk zijn veranderd en/of de Wet natuurbescherming, dan wel inzichten hieromtrent zijn gewijzigd. Bij uitstel van de uitvoering van een project met meer dan 3 jaar verdient het de aanbeveling de resultaten van de quickscan opnieuw te toetsen.

INHOUDSOPGAVE 1

INLEIDING .................................................................................................................................. 1

2

GEBIEDSBESCHRIJVING ......................................................................................................... 2 2.1 2.2

Huidig gebruik onderzoekslocatie en omgeving ............................................................... 2 Toekomstig gebruik van de onderzoekslocatie en voorgenomen ingrepen ..................... 4

3

ONDERZOEKSMETHODIEK ..................................................................................................... 5

4

OVERZICHT VAN DE NATIONALE NATUURWETGEVING ..................................................... 6 4.1 4.2 4.3 4.4

5

AANGETROFFEN EN TE VERWACHTEN BESCHERMDE SOORTEN ................................ 10 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6

6

Vogels ............................................................................................................................. 10 Vleermuizen .................................................................................................................... 12 Overige zoogdieren ........................................................................................................ 13 Reptielen, amfibieën en vissen....................................................................................... 15 Ongewervelden............................................................................................................... 15 Vaatplanten..................................................................................................................... 16

TOETSING AAN SOORTENBESCHERMING ......................................................................... 17 6.1 6.2 6.3 6.4 6.5 6.6 6.7 6.8

7

Zorgplicht .......................................................................................................................... 6 Soortenbescherming ........................................................................................................ 6 Gebiedenbescherming ..................................................................................................... 7 Houtopstanden ................................................................................................................. 8

Broedvogels .................................................................................................................... 17 Vleermuizen .................................................................................................................... 18 Overige zoogdieren ........................................................................................................ 18 Algemene grondgebonden zoogdieren .......................................................................... 19 Amfibieën ........................................................................................................................ 19 Reptielen ......................................................................................................................... 20 Vissen ............................................................................................................................. 20 Overige soort(groep)en .................................................................................................. 20

TOETSING AAN GEBIEDENBESCHERMING ........................................................................ 21 7.1 7.2

Natura 2000 .................................................................................................................... 21 Natuurnetwerk Nederland ............................................................................................... 22

8

HOUTOPSTANDEN ................................................................................................................. 23

9

SAMENVATTING EN CONCLUSIES ....................................................................................... 24

Bijlage 1 Bijlage 2

toelichting verbodsbepalingen Wet natuurbescherming verklarende woordenlijst 10067.001

1

INLEIDING

Econsultancy heeft van Ontwikkelbedrijf Greenport Venlo opdracht gekregen voor het uitvoeren van een quickscan flora en fauna aan de Sevenumseweg (ong.) te Venlo. De quickscan flora en fauna is uitgevoerd in het kader van een bestemmingsplanwijziging en heeft als doel in te schatten of er op de onderzoekslocatie planten- en diersoorten aanwezig of te verwachten zijn, die volgens de Wet natuurbescherming een beschermde status hebben en die mogelijk negatieve invloed kunnen ondervinden door de voorgenomen ingreep. Tevens is beoordeeld of de voorgenomen ingreep invloed kan hebben op Natura 2000-gebieden, houtopstanden die middels de Wet natuurbescherming zijn beschermd, of op gebieden die deel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland. Econsultancy is lid van de branchevereniging "Netwerk Groene Bureaus" en werkt volgens de door het Netwerk opgestelde gedragscode en protocollen. In dat kader verklaart Econsultancy ten behoeve van de onderzoekslocatie niet eerder betrokken te zijn geweest voor ecologische advisering of ecologisch onderzoek.

Rapport 10067.001 versie D1

Pagina 1 van 25

2 2.1

GEBIEDSBESCHRIJVING Huidig gebruik onderzoekslocatie en omgeving

De onderzoekslocatie (± 20,6 ha) ligt aan de Sevenumseweg (ong.), circa 8 kilometer ten zuidoosten van de kern van Venlo. In figuur 1 is de topografische ligging van de onderzoekslocatie weergegeven. Volgens de topografische kaart van Nederland zijn de coördinaten van het midden van de onderzoekslocatie X = 204.006, Y = 381.414.

Figuur 1. Topografische ligging van de onderzoekslocatie.

De onderzoekslocatie betreffen de percelen aan de zuidzijde van de Sevenumseweg die op het moment voornamelijk in gebruik zijn als woonerven dan wel voor agrarische doeleinden. De onderzoekslocatie is bebouwd met woonhuizen en boerderijen. Het agrarisch landschap bestaat voornamelijk uit maisakkers en diverse boomkwekerijen van laanbomen en sierheesters. Tussen de akkers en woonhuizen bevinden zich bosschages en aan de westzijde van de onderzoekslocatie liggen meerdere poelen. In figuur 2 is een luchtfoto van de onderzoekslocatie en de directe omgeving weergegeven. De figuren 3 t/m 8 geven een impressie van de onderzoekslocatie, middels foto’s die zijn genomen tijdens het veldbezoek.

Rapport 10067.001 versie D1

Pagina 2 van 25

Figuur 2. Luchtfoto onderzoekslocatie en directe omgeving.

Figuur 3. Overzicht onderzoekslocatie langs de Sevenumseweg.

Figuur 4. Maisakker op onderzoekslocatie.

Figuur 5. Bosschage op de onderzoekslocatie.

Figuur 6. Overzicht onderzoekslocatie.

Figuur 7. Boomkwekerij aangrenzend aan Sevenumseweg.

Figuur 8. Werkterrein van de boomkwekerij.

Rapport 10067.001 versie D1

Pagina 3 van 25

2.2

Toekomstig gebruik van de onderzoekslocatie en voorgenomen ingrepen

De initiatiefnemer is voornemens om zes nieuwe woonwerkkavels te realiseren binnen het bestemmingsplan en een deel van de agrarische percelen om te vormen als compensatiegebied voor de das. Een groot deel van de onderzoekslocatie, zoals de bestaande woonerven en bijbehorende tuinen worden wel herbestemd maar zullen geen verdere activiteiten worden ontplooid. De bestaande bebouwing en boomopstand blijft dan ook duurzaam behouden.

Figuur 9. Schetsontwerp bestemmingsplanwijziging Sevenumseweg.

Rapport 10067.001 versie D1

Pagina 4 van 25

3

ONDERZOEKSMETHODIEK

Het onderzoek is uitgevoerd middels het verrichten van een veldbezoek en een bureauonderzoek. Op deze wijze is inzicht verkregen in de aanwezigheid van geschikt habitat en de daarbij te verwachten beschermde soorten, gesitueerd op of nabij de onderzoekslocatie. Het veldbezoek is afgelegd op 17 juni 2019. Tijdens dit veldbezoek is de gehele onderzoekslocatie, alsmede de directe omgeving beoordeeld. Gedurende het veldbezoek is gelet op de mogelijke aanwezigheid van beschermde en bedreigde soorten op basis van het aanwezige habitat. Verder is aan de hand van verspreidingsatlassen, andere standaardwerken en op basis van “expert judgement” nagegaan welke bijzondere planten- en diersoorten er voor kunnen komen op de onderzoekslocatie en zijn omtrent gebiedsbescherming gegevens van de provincie Limburg opgevraagd. Actuele verspreidingsgegevens van flora en fauna zijn uit de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) opgevraagd. De quickscan flora en fauna is een toets van de ecologische potenties van de onderzoekslocatie en betreft geen volwaardig soort(en) specifiek onderzoek. Er zijn in het onderhavige onderzoek geen inventarisaties uitgevoerd van soorten en soortgroepen. Een ecologische inventarisatie beslaat meerdere veldbezoeken gedurende de voor de soortgroep meest gunstige periode van het jaar.

Rapport 10067.001 versie D1

Pagina 5 van 25

4

OVERZICHT VAN DE NATIONALE NATUURWETGEVING

Dit hoofdstuk geeft achtergrondinformatie over de natuurwetgeving waaraan de voorgenomen ingreep op de onderzoekslocatie wordt getoetst. Er wordt een globale toelichting gegeven ten aanzien van potentiële overtredingen van de Wet natuurbescherming bij de meest voorkomende soorten en soortgroepen. Dit hoofdstuk is niet toegespitst op de situatie op de onderzoekslocatie, maar geeft enkel een beschrijving van de vigerende wetgeving. De Wet natuurbescherming is gericht op:   

het beschermen en ontwikkelen van de natuur, mede vanwege de intrinsieke waarde en het behouden en herstellen van de biologische diversiteit; het doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de natuur ter vervulling van maatschappelijke functies; het verzekeren van een samenhangend beleid gericht op het behoud en beheer van waardevolle landschappen, vanwege hun bijdrage aan de biologische diversiteit en hun cultuurhistorische betekenis, mede ter vervulling van maatschappelijke functies.

De bevoegdheid voor het verlenen van ontheffingen en vrijstellingen bij soortenbescherming ligt grotendeels bij de provincies. De provincie is bevoegd gezag voor de toetsing van handelingen met mogelijke gevolgen voor beschermde dier- en plantensoorten (de soortenbeschermingsbepalingen) én voor Natura 2000-gebieden (de gebiedenbeschermingsbepalingen). Alleen bij ruimtelijke ingrepen waarmee grote nationale belangen zijn gemoeid, blijft het Rijk bevoegd gezag. 4.1

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.venlo.nl/api/v1/meetings/503/documents/10977