CConstaterende datVenlo
Koppel je AI →
Document · PDF

056 Bijl01 Toelichting bestemmingsplan Landhuis Moubis - Waterloostraat 28 Steyl'.pdf

Raadsvergadering 22 mei 2024, gemeente VenloBij agendapunt: 7.3: RV056 Vaststelling bestemmingsplan "Landhuis Moubis - Waterloostraat 28 Steyl14.234 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

dat

voldaan

kan

worden

aan

het

maximale

geluidniveau

van

45

dB(A)

langtijdgemiddeld beoordelingsniveau en er dus sprake zal blijven van een goed woon- en leefklimaat ten opzichte van de woningen. Met betrekking tot het stemgeluid afkomstig van de bewoners ter plaatse van de buitenruimte kan gesteld worden dat deze tevens zeer beperkt zal zijn. Dit gezien de buitenruimte zich bevindt tussen gevels van het H-vormige gebouw en deze de geluidsuitstraling naar de omgeving aanzienlijk zullen beperken. Waterloostraat ong. (transformatorhuisje) Tegenover de locatie staat een kleinschalig trafohuisje, welke behoort tot maximaal een milieucategorie 2 activiteit in het kader van de VNG (elektriciteitsdistributiebedrijven, met transformatorvermogen < 10 MVA). De bijbehorende grootste richtafstand van 30 meter is gebaseerd op het aspect gevaar. De richtafstanden van geur, stof en geluid bedragen allen 0 meter. Gesteld kan worden dat het transformatorhuisje zeer kleinschalig van aard is en het gebouwtje volledig afgesloten is middels daarvoor beveiligde omkasting. Transformatorhuisjes worden over het algemeen in het kader van de Wet milieubeheer niet als milieukundige inrichting gezien. Dit vanwege het ontbreken van relevante milieukundige activiteiten. Het transformatorhuisje is ook niet opgenomen op de risicokaart van Nederland als zijn ‘gevaarlijke inrichting’ waarvoor verantwoording van de risico’s noodzakelijk is.

Bovendien kan gesteld worden dat de nieuwe wooneenheden

gerealiseerd

worden

binnen

het

bestaande

gebouw,

welke

een

robuuste

bouwkundige omlijsting kent. Conclusie Gezien voorgaande kan gesteld worden dat er sprake is van een aanvaardbare scheiding van functies en een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse van de gevoelige objecten. Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt dan ook geen belemmering voor het planvoornemen.

4.9 Luchtkwaliteit In het kader van een planologische procedure dient te worden aangetoond dat voldaan wordt aan de wettelijke normen voor wat betreft luchtkwaliteit. Hierbij dient het effect op de luchtkwaliteit in de omgeving als gevolg van een nieuwe ontwikkeling, als ook de toetsing aan de Wet luchtkwaliteit in beeld te worden gebracht. De Wet luchtkwaliteit voorziet onder meer in een gebiedsgerichte aanpak van de luchtkwaliteit via het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Het Rijk, provincies en gemeenten werken in het NSL-programma samen aan maatregelen om de luchtkwaliteit te verbeteren tot de normen, ook in gebieden waar nu de normen voor luchtkwaliteit niet worden gehaald (overschrijdingsgebieden). De programma-aanpak zorgt voor een flexibele koppeling tussen ruimtelijke activiteiten en milieugevolgen.

pagina 30 van 46

Toelichting bestemmingsplan ‘Landhuis Moubis - Waterloostraat 28 Steyl’

Bijdrage ontwikkeling aan luchtkwaliteit Draagt een project ‘Niet In Betekenende Mate’ (hierna: NIBM) bij aan de luchtverontreiniging, dan is geen toetsing aan de grenswaarde voor luchtkwaliteit nodig. Een plan is vanaf 1 augustus 2009 NIBM als het een toename van de concentratie van fijn stof (PM 10) of stikstofdioxide (NO2) veroorzaakt die niet meer bedraagt dan 3% van de jaargemiddelde concentratie van die stof. Dit komt overeen met een toename van maximaal 1,2 microgram/m³ voor zowel PM 10 en NO2. Voor woningbouw is bijvoorbeeld in de NIBM-regeling een grens opgenomen van 1500 nieuwe woningen met één ontsluitingsweg en 3000 nieuwe woningen met twee ontsluitingswegen. Plannen voor woningbouw met een omvang onder deze grens beschouwt de Wet luchtkwaliteit als ‘niet in betekenende mate’. Deze plannen mogen zonder verdere toetsing worden gerealiseerd. Onderhavige planontwikkeling voorziet in de realisatie van maximaal 32 nieuwe wooneenheden, waardoor de norm van 1500 nieuwe woningen niet wordt overschreden. Gesteld kan worden dat het project ‘niet in betekende mate’ bijdraagt aan de luchtkwaliteit van de omgeving. Woon- en leefklimaat op basis van de luchtkwaliteit In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient te worden bezien of de luchtkwaliteit ter plaatse aanvaardbaar is om een goed woon- en leefmilieu te kunnen waarborgen voor de (toekomstige) bewoners.

Hierbij dient getoetst te worden aan de normen in het kader van de Wet luchtkwaliteit, waaronder de maximale jaargemiddelde concentraties van NO2 en PM10. Deze concentraties mogen maximaal 40 µg/m³ bedragen. Hiernaast is er een indicatieve Europese grenswaarde voor PM2,5, waarbij de jaargemiddelde concentratie maximaal 20 µg/m³ mag bedragen. Volgens de kaarten van de Atlas Leefomgeving, een initiatief van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu en het Rijksinstituut voor Volksgezondheid (RIVM), worden de jaargemiddelde grenswaarden omtrent luchtkwaliteit niet overschreden. Gelet op het bovenstaande kan gesteld worden dat het woon- en leefklimaat ter plaatse als ‘aanvaardbaar’ kan worden beschouwd.

Figuur 4.4: Uitsnede kaart Atlas Leefomgeving (projectlocatie ter plaatse van informatieteken)

Gezien voorgaande vormt het aspect luchtkwaliteit geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

pagina 31 van 46

Toelichting bestemmingsplan ‘Landhuis Moubis - Waterloostraat 28 Steyl’

4.10 Externe veiligheid Externe veiligheid betreft het risico dat aan bepaalde activiteiten verbonden is voor niet bij de activiteit betrokken personen. Het externe veiligheidsbeleid richt zich op het voorkomen en beheersen van risicovolle bedrijfsactiviteiten en van risicovol transport. Het gaat daarbij om de bescherming van individuele burgers en groepen tegen ongevallen met gevaarlijke stoffen of omstandigheden. Daarbij gaat het om de risico's verbonden aan 'risicovolle inrichtingen', waar gevaarlijke stoffen worden geproduceerd, opgeslagen of gebruikt en anderzijds om het 'vervoer van gevaarlijke stoffen' via wegen, spoorwegen, waterwegen en buisleidingen. De regelgeving is vervat in onder andere het ‘Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi)’, het ‘Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb)’ en het ‘Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt)’. Wanneer er sprake is van een situatie waarin externe veiligheid een rol speelt en waarin de overheid als bevoegd gezag een beslissing dient te nemen, moet beoordeeld worden of de situatie niet in strijd is met de grenswaarden voor het plaatsgebonden risico en dient het groepsrisico te worden verantwoord. De 'verantwoording van groepsrisico' is ingevoerd met de inwerkingtreding van het Bevi (Besluit externe veiligheid inrichtingen).

Kort gezegd komt het er op neer dat het bevoegd gezag verantwoording aflegt over het groepsrisico en de maatregelen die getroffen zijn om dat risico zoveel mogelijk te beperken. Dit onderzoek beschrijft derhalve vanuit de risicobronnen de consequenties voor de ontwikkeling. Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico is de kans dat iemand die zich op een bepaalde plaats bevindt, komt te overlijden ten gevolge van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het plaatsgebonden risico wordt weergegeven door een lijn op een kaart die de punten met een gelijk risico met elkaar verbindt (zogeheten risicocontour). Het Rijk heeft als maatgevende risicocontour de kans op overlijden van 10-6 per jaar gegeven (indien een persoon zich gedurende een jaar binnen deze contour bevindt is de kans op overlijden groter dan één op een miljoen jaar). Ruimtelijke ontwikkelingen moeten worden getoetst aan het plaatsgebonden risico 10 -6. Het plaatsgebonden

risico

10-6

is

voor

ruimtelijke

besluiten

vertaald

naar

grenswaarden

en

richtwaarden. De wetgeving is erop gericht om voor bestaande situaties geen personen in kwetsbare objecten (zoals woningen, scholen, ziekenhuizen en grote kantoren) en zo min mogelijk personen in beperkt kwetsbare objecten (zoals kleine kantoren en sportcomplexen) bloot te stellen aan een plaatsgebonden risico dat hoger is dan 10-6 per jaar. Nieuwe ontwikkelingen van kwetsbare objecten binnen de risicocontour van 10 -6 per jaar zijn niet toegestaan. Nieuwe ontwikkelingen van beperkt kwetsbare objecten zijn ongewenst, maar wel toegestaan indien gemotiveerd kan worden waarom dit noodzakelijk is. Daarnaast dient aangetoond te worden dat afdoende maatregelen worden genomen om de risico's en de gevolgen van een eventueel ongeval te beperken.

pagina 32 van 46

Toelichting bestemmingsplan ‘Landhuis Moubis - Waterloostraat 28 Steyl’

Groepsrisico Het groepsrisico is een maat voor de kans dat een bepaald aantal mensen overlijdt als direct gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. De hoogte van het groepsrisico hangt af van: •

de kans op een ongeval;

•

het effect van het ongeval;

•

het aantal personen dat in de omgeving van de bron (inrichting of transportroute) verblijft;

•

de mate waarin de personen in de omgeving beschermd zijn tegen de gevolgen van een ongeluk.

Het groepsrisico kan worden weergegeven in een grafiek met op de horizontale as het aantal dodelijke slachtoffers en op de verticale as de kans per jaar op tenminste dat aantal slachtoffers. Het groepsrisico wordt bepaald binnen het zogenaamde invloedsgebied van een risicovolle activiteit. Hoe meer personen per hectare in het invloedsgebied aanwezig zijn, hoe groter het aantal (potentiële) slachtoffers is, en hoe hoger het groepsrisico. Inventarisatie plangebied en omgeving Bij de inventarisatie van risicobronnen rondom het plangebied is gebruik gemaakt van de “Risicokaart Nederland” - www.risicokaartnederland.nl (samenwerking van het Rijk, de provincies en de gemeenten).

1. 3.

2.

5.

4.

Figuur 4.5: Uitsnede van de risicokaart (plangebied paars omlijnd).

De volgende risicobronnen zijn aangetroffen en afgebeeld op figuur 4.5: 1. Transport gevaarlijke stoffen water, Maascorridor 2. Transport gevaarlijke stoffen buisleiding, gasleiding Gasunie (Z-513-01/Z-513-20/Z-513-21) 3. Transport gevaarlijke stoffen spoor, spoorlijn Venlo – Roermond (50AG.5/50AF.5) 4. Transport gevaarlijke stoffen weg, Rijksweg A73 5. Risicovolle inrichting Helichem B.V. Voor het overige zijn er nog een aantal risicovolle inrichtingen in de nabije omgeving gelegen waarbij ter plaatse worden gevaarlijke stoffen opgeslagen. De plaatsgebonden risicocontouren van deze opslagen vallen binnen de eigen terreingrenzen van de betreffende inrichtingen. Ook is het plangebied niet gelegen binnen de invloedsgebieden van deze inrichtingen. De risicovolle inrichtingen vormen in het kader van externe veiligheid daarom geen belemmering voor het planvoornemen. Voor wat betreft de inrichting Helichem B.V. wordt hierna een nadere beschouwing gegeven.

pagina 33 van 46

Toelichting bestemmingsplan ‘Landhuis Moubis - Waterloostraat 28 Steyl’

1.

Vaarweg Maascorridor

In de nabije omgeving van het plangebied is de binnenvaartroute Maascorridor gelegen. Het plangebied ligt op een afstand van circa 120 meter van het midden van deze vaarroute. Hierover vindt transport van gevaarlijke stoffen plaats zoals weergegeven in navolgende tabel. Tabel 4.6: gegevens vaarroute (bron: Basisnet) Stofcategorie

Hoeveelheden

Maximale effectafstand (m)

LF1

Brandbare vloeistof

803

35

LF2

Brandbare vloeistof

2710

35

LT1

Toxische vloeistof

40

600

LT2

Toxische vloeistof

0

880

GF2

Brandbaar gas

0

65

GF3

Brandbaar gas

289

90

GT3

Toxisch gas

258

1070

Het plangebied is gelegen binnen de effectafstanden van de stofcategorieen LT1 en GT3, daarnaast ligt het plangebied binnen de 200 meter van de vaarroute. Hiervoor worden de vuistregels van de Handleiding Risocoanalyse Transport (HART, 2017) doorlopen. De Maas valt op basis van het HART onder CEMT-klasse (Bevaarbaarheidsklasse) 5. De volgende vuistregels gelden voor deze klasse: •

Vuistregel toetsing plaatsgebonden risico: Een vaarweg bevaarbaarheidsklasse 5 heeft geen 10-6-contour.

•

Vuistregel toetsing oriëntatiewaarde: Langs een vaarweg bevaarbaarheidsklasse 5 wordt de oriëntatiewaarde van het groepsrisico niet overschreden.

•

Vuistregel toetsing 10% van de oriëntatiewaarde: Langs een vaarweg bevaarbaarheidsklasse 5 wordt 10% van de oriëntatiewaarde van het groepsrisico niet overschreden.

Uit voorgaande toetsing blijkt dat wordt voldaan aan de gestelde vuistregels op basis van het HART. De vuistregels kunnen in dit geval worden toegepast, gezien het gaat om een gemiddelde vaarwegsituatie en geen nautisch complexe situatie (kruisend verkeer, stroom, bocht e.d.). Om deze reden is het niet noodzakelijk een RBM II berekening op te stellen. Wel dient gezien de ligging van het plangebied binnen de maximale effectenafstand van de stoffen LT1 en GT3 een beperkte verantwoording van het groepsrisico gegeven te worden. Hiervoor wordt aangesloten bij de standaard verantwoording groepsrisico. De vaarroute vormt in het kader van externe veiligheid daarom geen belemmering voor het planvoornemen. 2. Gasleiding Gasunie Nabij het plangebied zijn buisleidingen van de Gasunie gelegen, waardoor aardgas wordt getransporteerd. De leidingdelen zijn aangeduid als Z-513-01/Z-513-20/Z-513-21. De gegevens van de buisleidingen onderling komen met elkaar overeen en worden weergegeven in de navolgende tabel.

pagina 34 van 46

Toelichting bestemmingsplan ‘Landhuis Moubis - Waterloostraat 28 Steyl’

Tabel 4.7: gegevens buisleiding conform risicokaart en handboek buisleidingen Leiding

Z-513-01/20/21

Diam.

Druk

PR 10-6

Letaliteit 1%

Afstand tot plangebied

(mm)

(bar)

(m)

(m)

(m)

324

40

5

140

200

Het groepsrisico wordt bepaald binnen het invloedsgebied van een risicovolle activiteit. Dit invloedsgebied wordt begrensd door de 1%-letaliteitscontour: de afstand waarop nog 1% van de blootgestelde mensen in de omgeving komt te overlijden bij een calamiteit met gevaarlijke stoffen. Het plangebied ligt op minimaal 200 meter afstand van de buisleidingen, waarmee het plangebied buiten PR 10-6 contour is gelegen. Het plangebied is tevens gelegen buiten de 1% letaliteitszones van de buisleidingen. Het groepsrisico hoeft niet te worden berekend. De buisleidingen vormen in het kader van externe veiligheid daarom geen belemmering voor het planvoornemen. Spoorlijn Venlo-Roermond Ten oosten van het plangebied is op circa 540 meter afstand de spoorlijn Venlo-Roermond gelegen (spoortrajectnummer 50AG.5/50AF.5). De spoorlijn kent een PR-10-6 contour van 0 meter, een PR10-7

contour

van

71

meter

en

een

PR-10-8

contour

van

193

meter.

Er

is

geen

plasbrandaandachtsgebied aanwezig. Over de spoorlijn Venlo-Roermond worden de navolgende tabel weergegeven gevaarlijke stoffen vervoerd. Tabel 4.8: gegevens spoorlijn Venlo-Roermond Stofcategorie

Hoeveelheden

Maximale effectafstand

(ketelwagens)

(m) 450

A

Brandbaar gas

12400

B2

Toxisch gas

3500

995

B3

Zeer toxisch gas

0

> 4000

C3

Zeer brandbare vloeistof

1600

35

D3

Toxische vloeistof

2500

375

D4

Zeer toxische vloeistof

0

> 4000

Het plangebied is gelegen buiten de gestelde PR-contouren en op een afstand van meer dan 200 meter van de spoorlijn, waardoor het groepsrisico niet berekend hoeft te worden. Gezien de ligging binnen de maximale effectafstand van de stofcategorie B2 dient het groepsrisico beperkt verantwoord te worden. Hiervoor wordt aangesloten bij de standaard verantwoording groepsrisico, welke aan de bijlage is toegevoegd. De spoorlijn vormt in het kader van externe veiligheid daarom geen belemmering voor het planvoornemen. Rijksweg A73 Het plangebied is gelegen nabij de Rijksweg A73. In de navolgende tabel zijn de gegevens met betrekking tot het vervoer van gevaarlijke stoffen weergegeven. Voor de weg geldt geen aandachtsgebied voor plasbrand.

pagina 35 van 46

Toelichting bestemmingsplan ‘Landhuis Moubis - Waterloostraat 28 Steyl’

Tabel 4.9: gegevens transportroutes o.b.v. referentieaantallen Stofcategorie

Hoeveelheden

Maximale

(tankwagens) per wegvak

effectafstand

L14 (A73)

(m)

Afstand tot plangebied (m) PR 10

-6

1480

(m)

GF3

Licht ontvlambaar gas

LF1 LF2

0 3000

355

Brandbaar vloeistof

9304

45

Brandbaar vloeistof

10954

45

LT1

Toxische vloeistof

247

730

LT2

Toxische vloeistof

818

880

LT3

Zeer toxische vloeistof

0

> 4000

GF1

Brandbaar gas

0

40

GF2

Brandbaar gas

189

280

GT2

Toxisch gas

0

245

GT3

Toxisch gas

0

560

GT4

Toxisch gas

0

> 4000

GT5

Toxisch gas

0

> 4000

Het plangebied is gelegen op circa 1480 meter vanaf de A73. De A73 heeft een PR 10-6 van 0 meter en heeft derhalve geen effect op het plangebied. Daarnaast is het plangebied gelegen op meer dan 200 meter van de transportroutes, waardoor het conform artikel 8 van de Bevt niet noodzakelijk is om het groepsrisico te berekenen. Ook blijkt uit de tabel dat het plangebied niet is gelegen binnen het invloedsgebied van de stofcategorieën vanwege het vervoer van de gevaarlijke stoffen. Overeenkomst artikel 7 van de Bevt geldt er derhalve geen verantwoordingsplicht voor de beperking van eventuele groepsrisico’s. Voor wat betreft het transport van gevaarlijke stoffen over de N271 kan worden gesteld dat het invloedsgebied wordt bepaald door het vervoer van toxische vloeistoffen (880 meter). Aangezien het plangebied zich hierbuiten bevindt, is de N271 niet relevant voor het plan. Transport over de weg vormt in het kader van externe veiligheid daarom geen belemmering voor het planvoornemen. Risicovolle inrichting Helichem B.V. Het plangebied is gelegen op een afstand van ruim 750 meter tot de risicovolle inrichting Helichem B.V. Dit betreft een BEVI-inrichting met de hoofdactiviteit het vervaardigen van zeep-, was-, reinigings- en onderhoudsmiddelen, waarbij de opslag van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. Het plangebied is niet gelegen binnen de PR-contouren van de betreffende inrichting.

Wel is het plangebied gelegen binnen het invloedsgebied vanwege de opslag van gevaarlijke stoffen van de inrichting Helichem BV, deze reikt namelijk tot circa 930 meter. Aangezien het plan op grote afstand van de inrichting is gelegen kan worden volstaan met de standaard verantwoording van het groepsrisico, welke aan de bijlage is toegevoegd.

pagina 36 van 46

Toelichting bestemmingsplan ‘Landhuis Moubis - Waterloostraat 28 Steyl’

Conclusie Het plangebied is gelegen binnen de effectafstanden van de vaarroute, de spoorlijn en risicovolle inrichting, waarvoor kan worden aangesloten bij de standaard verantwoording van de gemeente Venlo. Deze is toegevoegd aan de bijlage van onderhavige toelichting. Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkelingen in het plangebied.

4.11 Archeologie en cultuurhistorie Sinds 2007 zijn gemeenten wettelijk belast met de zorgplicht van het archeologisch erfgoed. Dat wil zeggen dat men rekening dient te houden met de in de bodem aanwezige, dan wel te verwachten archeologische resten. Met de erfgoedwet wil de overheid het cultureel erfgoed in Nederland beter beschermen. Tot 1 juli 2016 golden verschillende wetten en regels voor behoud en beheer van cultureel erfgoed. Sinds 1 juli 2016 is de Erfgoedwet in werking getreden en zijn alle wetten en regels ten aanzien van het cultureel en archeologisch erfgoed gebundeld in één wet. Archeologie De gemeente Venlo heeft een archeologische beleidskaart vastgesteld. Volgens de gemeentelijke beleidskaart

geldt

voor

het

plangebied

een

hoge

tot

middelhoge

archeologische

verwachtingswaarde. Hiervoor geldt een archeologische onderzoeksplicht bij bodemingrepen die groter zijn dan 500 m² en die dieper reiken dan 40 cm -mv. Tevens is er voor het plangebied in 2002 reeds een archeologisch vooronderzoek verricht. Hierin is de status van de hoge archeologische verwachtingswaarde op de archeologische beleidskaart bevestigd. Gezien er geen relevante bodemingrepen plaats gingen vinden, is een archeologisch vervolgonderzoek niet noodzakelijk geacht. In dit geval beperkt de herontwikkeling zich tevens in grote lijnen tot binnen de contouren van het bestaande gebouw. Er vindt slechts een zeer beperkte uitbreiding plaats ter plaatse van de keukenvleugel in de noordwesthoek. Dit nieuwe bouwvolume strekt zich grotendeels uit over de reeds aanwezige kelderverdieping. Feitelijk wordt het gebouw slechts circa 50 m² groter dan de bestaande kelder, waarbij de kelder niet wordt uitgebreid. Voor het overige staat een gedeeltelijke ophoging van de tuin gepland en voorziet het plan slechts in aanleg van een tuin, hellingbaan en diverse parkeerplaatsen. Ook worden er geen nieuwe diepwortelende bomen aangeplant. De diepwortelende bomen (lees; grote(re) bomen die opgenomen zijn in het tuinplan) zijn reeds bestaande bomen en worden behouden in het plan. Verdere invulling van de tuin bestaat uit beplanting en struiken welke niet diepwortelend is.

De parkeerplaatsen en oprit aan de noordzijde bevinden zich ter plaatse van eerder gesloopte gebouwen. Cultuurhistorie De gemeente Venlo heeft een cultuurhistorische inventarisatiekaart (RAAP-RAPPORT 2926) ‘Venlo’s verleden op de terrassen van de Maas’. Hierna volgt een uitsnede van de kaart met de bijbehorende (potentiële) cultuurhistorische waarden.

pagina 37 van 46

Toelichting bestemmingsplan ‘Landhuis Moubis - Waterloostraat 28 Steyl’

Figuur 4.6: Uitsnede van de cultuurhistorische inventarisatiekaart.

Uit de inventarisatiekaart blijkt dat het plangebied is gelegen ter plaatse van een beschermd dorpsgezicht en dat het landhuis is aangewezen als rijksmonument. Zoals reeds in paragraaf 4.1 beschreven voorziet het planvoornemen overwegend in de restauratie van het rijksmonument. Er wordt eveneens voorzien in de herbouw van een deel van het gebouw, waarmee de historische structuur wordt hersteld. Door SATIJNplus Architecten is een ontwerp gemaakt voor de beoogde transformatie. Dit betreft overwegend interne aanpassingen c.q. indelingen ten behoeve van de woon-zorg functie, zonder daarbij de kernwaarden van het monument aan te tasten. Op deze wijze wordt een zinvolle en duurzame bestemming aan het monument gegeven. Het plangebied is gelegen in het beschermd dorpsgezicht. In dat kader zijn in dit bestemmingsplan regels opgenomen ter bescherming

van

deze waarden. Er is een

omgevingsvergunning

noodzakelijk voor ingrepen die de fysieke leefomgeving beïnvloeden. Dit omvat zodoende gebouwen, maar ook de buitenruimte. Onderhavig planvoornemen voorziet in het behoud van (de uitstraling van) het monument en een tuinontwerp die nadrukkelijker aansluit bij de historie van deze plek en inspeelt op het beschermde dorpsgezicht. Daarnaast

blijkt

dat

aan

de

voorzijde

van

het

terrein

een

cultuurhistorisch

waardevol

landschapselement in de vorm van opgaand groen aanwezig is. Deze blijft met het planvoornemen onaangetast. Aan de achterzijde van het plangebied is tevens een cultuurhistorische lijn gelegen welke een vermoedelijke ligging van een loopgraaf/tankgracht aanduid. De ontwikkeling geeft geen belemmeringen voor de indicatie van de potentiële waarde. Gezien voorgaande zullen de archeologische restricties niet worden overschreden en wordt het verrichten van archeologisch onderzoek niet zinvol geacht. De archeologische middelhoge tot hoge verwachtingswaarde

blijft daarbij

gehandhaafd

ter bescherming

van eventuele

aanwezige

archeologische waarden bij toekomstige ingrepen. Bovendien voorziet het plan in een zorgvuldige inpassing binnen het beschermd dorpsgezicht en wordt aan het rijksmonument een nieuwe waardevolle invulling gegeven waarmee instandhouding langdurig is gewaarborgd. Het initiatief en

pagina 38 van 46

Toelichting bestemmingsplan ‘Landhuis Moubis - Waterloostraat 28 Steyl’

(de totstandkoming van) het ontwerp zijn meermaals besproken met de Adviescommissie Welstand en Erfgoed (AWE) en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) en hebben een positief advies uitgebracht.

4.12 Milieueffectrapportage Een m.e.r.-procedure is noodzakelijk als een besluit wordt genomen over een activiteit waarbij belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden. De vraag of door voorgenomen activiteiten belangrijke nadelige milieugevolgen veroorzaakt kunnen worden staat dan ook centraal bij het beoordelen of een m.e.r. moet worden uitgevoerd. De Europese Unie heeft in de richtlijn m.e.r. aangegeven bij welke activiteiten er zeer waarschijnlijk sprake is van belangrijke nadelige milieugevolgen. In onderdeel C van de bijlage bij het Besluit m.e.r. is aangegeven voor welke activiteiten direct een m.e.r.-plicht geldt. Verder zijn in onderdeel D van het Besluit m.e.r.-activiteiten aangewezen waarvoor het niet zeker is of er belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden. In dit kader zijn voor deze activiteiten in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Voor de ontwikkeling in het plangebied is de categorie stedelijk ontwikkelingsproject relevant. Op de

D-lijst

van

het

ontwikkelingsproject

Besluit een

m.e.r.

is

in

categorie

m.e.r.-beoordelingsplichtige

11.2

aangegeven

activiteit

is,

dat

een

stedelijk

wanneer

de

volgende

drempelwaarden worden overschreden: •

een oppervlakte van 100 hectare of meer;

•

een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat of;

•

een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer.

Evenwel dient het bevoegd gezag bij activiteiten die niet aan de bijbehorende drempelwaarden voldoen, na te gaan of sprake kan zijn van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu, gelet op de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. Deze omstandigheden betreffen: •

de kenmerken van de projecten;

•

de plaats van de projecten;

•

de kenmerken van de potentiële effecten.

Onderzoek en conclusies De ontwikkeling betreft de realisatie van 32 woon-zorgeenheden, waarvan één logeerkamer, binnen de bestaande bebouwingscontouren. De beoogde ontwikkeling is qua aard en omvang niet als stedelijk ontwikkelingsproject te kwalificeren. Een m.e.r.-procedure is derhalve niet aan de orde. Voor de volledigheid is alsnog een vormvrije m.e.r.-beoordeling opgesteld, welke separaat is aangeboden bij de gemeente Venlo ter besluitvorming. Uit de aanmeldnotitie blijkt dat, gelet op de kenmerken van het project (de transformatie van bestaand cultuurhistorisch waardevol erfgoed tot een woon-zorghuis), de locatie van het project (binnen bestaand stedelijk gebied, binnen de contouren van de bestaande gebouwen) en de effecten van het project (geen belangrijke nadelige ruimtelijk of milieukundige effecten), de milieueffecten van het project niet van dusdanige omvang zijn dat sprake is van ‘belangrijke nadelige milieugevolgen’. Deze zal worden meegenomen in het kader van de besluitvorming.

pagina 39 van 46

Toelichting bestemmingsplan ‘Landhuis Moubis - Waterloostraat 28 Steyl’

4.13 Kabels en leidingen Binnen of in de directe omgeving van het plangebied zijn geen planologisch relevante leidingen aanwezig. Er zijn derhalve geen belemmeringen met betrekking tot de aanwezigheid van kabels en leidingen voor de voorgenomen planontwikkeling.

pagina 40 van 46

Toelichting bestemmingsplan ‘Landhuis Moubis - Waterloostraat 28 Steyl’

Hoofdstuk 5. Juridische planaspecten 5.1 Inleiding Het bestemmingsplan bestaat uit regels en een verbeelding, vergezeld van een toelichting. De regels en de verbeelding vormen het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan. In de toelichting wordt gemotiveerd waarom sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Ondanks het feit dat de toelichting geen onderdeel uitmaakt van het juridisch plangedeelte, fungeert de toelichting wel als interpretatiekader voor de uitleg van de regels, indien hierover interpretatieverschillen blijken te bestaan. De structuur van het plan is zodanig dat de verbeelding ervan de primaire informatie geeft over waar gebouwd mag worden (bouwvlak voor bouwen tot een bepaalde goothoogte en bouwhoogte). Bij het raadplegen van het bestemmingsplan dient dan ook eerst naar de verbeelding gekeken te worden. Vervolgens kan men in de regels teruglezen welk gebruik en welke bouwmogelijkheden zijn toegestaan. De ordening van regels is daartoe zodanig opgezet dat bij iedere bestemming een nagenoeg compleet beeld van de regels voor die bestemming is gegeven. Desondanks blijven aanvullend inleidende bepalingen en algemene bepalingen nodig.

5.2 Toelichting op de verbeelding De verbeelding heeft de rol van visualisering van de bestemmingen. De verbeelding omvat de gronden die voor de ontwikkeling van het plan van belang zijn. De keuze van de bestemmingen en de situering van de bestemmingsvlakken is gebaseerd op de huidige ruimtelijke situatie en de gewenste functies. Voorts sluit de opzet van de verbeelding aan op de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP 2012). De verbeelding is getekend op basis van een recente kadastrale ondergrond. Op de verbeelding zijn aangegeven:

• • • •

de grens van het plangebied; de (dubbel)bestemmingen van de in het plangebied gelegen gronden; bouwvlakken; aanduidingen waarnaar in de regels wordt verwezen.

De gronden gelegen binnen de grens van het plangebied zijn geregeld binnen dit bestemmingsplan. Een bepaalde kleur geeft aan om welke bestemming het gaat. Deze kleur maakt daarom meteen duidelijk welk artikel uit de regels geraadpleegd moet worden. Bouwvlakken geven de begrenzing weer waarbinnen gebouwen opgericht mogen worden. In de bouwvlakken moeten hoofdgebouwen gesitueerd worden. De overige aanduidingen geven een specifieke situatie weer, waarvoor in de regels een aparte regeling is opgenomen.

pagina 41 van 46

Toelichting bestemmingsplan ‘Landhuis Moubis - Waterloostraat 28 Steyl’

5.3 Toelichting op de planregels De regels regelen hoe de betreffende gronden mogen worden gebruikt en bebouwd. De bestemmingen zijn zo opgenomen dat voldoende rechtszekerheid bestaat voor omwonenden en andere gebruikers van het gebied en de omliggende gebieden. De regels bestaan uit vier hoofdstukken, te weten: •

inleidende regels;

•

bestemmingsregels;

•

algemene regels;

•

overgangs- en slotregels.

Inleidende bepalingen Hoofdstuk 1 van de regels bevat bepalingen die, net als de in hoofdstuk 3 opgenomen “Algemene regels”, algemeen gelden voor alle bestemmingen zoals opgenomen in hoofdstuk 2. Hoofdstuk 1 bevat de begrippen (artikel 1) en het artikel betreffende de wijze waarop bijvoorbeeld hoogtematen en oppervlaktematen moeten worden gemeten en berekend. In Hoofdstuk 3 zijn onder andere procedureregels, algemene gebruiksregels en flexibiliteitsbepalingen opgenomen. In Hoofdstuk 4 zijn de overgangsregels en de slotregel opgenomen. Bestemmingsregels In dit hoofdstuk worden planregels gegeven voor de binnen het plangebied bestaande functies. Per planregel zijn de doeleinden c.q. de toegelaten gebruiksvormen van de gronden aangegeven. In beginsel is iedere vorm van bebouwing, die past binnen de desbetreffende bestemming tot een bepaalde omvang rechtstreeks (dus zonder voorafgaande omgevingsvergunning voor het afwijken van het plan of wijziging) toegestaan. Indien wordt voldaan aan de voorgeschreven maatvoering (bebouwingspercentage, goothoogte en dergelijke) en wordt gebouwd binnen het aangegeven bouwvlak, kan hiervoor in de regel zonder meer een omgevingsvergunning voor het bouwen worden verleend.

Binnen iedere bestemming is een aantal algemene voorzieningen toegestaan, zoals voorzieningen voor verkeer en verblijf, parkeervoorzieningen, groenvoorzieningen, speelvoorzieningen, tuinen, erven en verhardingen, voorzieningen voor openbaar nut, en water en waterhuishoudkundige voorzieningen. In iedere bestemming zijn bouwregels opgenomen voor bouwwerken ten behoeve van voorzieningen van openbaar nut. Binnen iedere bestemming is een aantal algemene regels opgenomen. Het betreft de bevoegdheid om nadere eisen te stellen, algemene afwijkingen van de bouwregels en algemene wijzigingsbevoegdheden. Algemene regels Dit hoofdstuk bevat de volgende algemene regels: -

Een anti-dubbeltelregel;

-

Algemene bouwregels: hierin worden regels vastgesteld met de betrekking tot maatvoering en parkeergelegenheid en laad- en losmogelijkheden bij gebouwen;

pagina 42 van 46

Toelichting bestemmingsplan ‘Landhuis Moubis - Waterloostraat 28 Steyl’

-

Algemene gebruiksregels; hier worden regels vastgesteld bij welk gebruik in ieder geval sprake is van het in strijd zijn met het bestemmingsplan;

-

Algemene

aanduidingsregels: hierin

worden

regels beschreven

met

betrekking

tot

de

verschillende geluid- en luchtvaartverkeerszones; -

Algemene afwijkingsregels: hierin worden afwijkingsmogelijkheden voor regels voor maten en bouwgrenzen beschreven;

-

Overige regels: hierin is de mogelijkheid voor het bevoegd gezag opgenomen om nadere eisen te stellen aan de plaats en afmeting van de bebouwing.

Overgangs- en slotbepaling Dit hoofdstuk bevat: - Overgangsrecht; - Slotregel.

5.4 Beschrijving bestemmingen Tuin De bestemming ‘Tuin’ is toegekend aan de gronden die uitsluitend worden ingericht als tuin bij het woon-zorghuis en geen daarbij behorende functies als parkeerplaatsen bevatten. Bijbehorende bouwwerken ten dienste van de bestemming ‘Wonen’ zijn toegestaan, evenals bij deze functie horende voorzieningen zoals paden en waterbergingsvoorzieningen. Wonen De bestemming ‘Wonen’ blijft op locatie gehandhaafd en is opgenomen voor de gronden met omliggende tuinen. Om het woon-zorghuis met bijbehorende her- en verbouw mogelijk te maken wordt het bestaande bouwvlak beperkt uitgebreid en wordt de aanduiding ‘specifieke vorm van maatschappelijk – woonzorgfunctie’ toegekend. De overige, bestaande aanduidingen, waaronder de aanduiding ‘kantoor’, ‘Rijksmonument’, ‘gestapeld’ en de aanduidingen van de maatvoering blijven van toepassing op de locatie en worden waar nodig geactualiseerd. Er wordt tevens een afwijkingsregeling opgenomen om het woon-zorghuis, onder voorwaarden, te kunnen gebruiken ten behoeve van regulier wonen. Hiervoor is extra afwijkingsprocedure noodzakelijk en dient het bevoegd gezag derhalve een nieuw toestemmingsbesluit voor te verlenen. Met deze afwijkingsmogelijkheid blijft de flexibiliteit in het bestemmingsplan behouden met oog op de huidige functie, zonder dat daarbij eventuele belangen in het geding zullen komen.

Waarde – Beschermd dorpsgezicht De voor 'Waarde- Beschermd dorpsgezicht' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming en het behoud van de op en/of in deze gronden voorkomende cultuurhistorische waarden. Waarde – Archeologie De voor ‘Waarde - Archeologie' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming, mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de (te verwachten archeologische) waarden van de gronden.

pagina 43 van 46

Toelichting bestemmingsplan ‘Landhuis Moubis - Waterloostraat 28 Steyl’

Hoofdstuk 6. Uitvoerbaarheid 6.1 Economische uitvoerbaarheid In de Wro is in afdeling 6.4 de regelgeving rondom grondexploitatie (Grexwet) opgenomen. Centrale doelstelling van de Grexwet is om in de situatie van particuliere grondexploitatie te komen tot een verbetering van het gemeentelijke kostenverhaal en de versterking van de gemeentelijke regie bij locatieontwikkeling. In artikel 6.12 van de Wro is bepaald dat de gemeenteraad een exploitatieplan vaststelt voor gronden waarop een bouwplan is voorgenomen. Een exploitatieplan is niet noodzakelijk wanneer de kosten van grondexploitatie anderszins verzekerd zijn. In dit geval zijn de kosten van de grondexploitatie anderszins verzekerd. De legesverordening van de gemeente Venlo voorziet in het kostenverhaal voor wat betreft de ambtelijke voorbereidings- en procedurekosten

van

de

bestemmingsplanprocedure,

welke

voor

rekening

komen

van

initiatiefnemer. Voor wat betreft de kosten voor de ontwikkeling van het terrein kan gesteld worden dat de ontwikkeling in het geheel plaatsvindt op het eigen terrein van initiatiefnemer, waardoor er geen gemeentelijke gronden ontwikkeld zullen worden. De gemeentelijke voorzieningen voor het in exploitatie kunnen brengen van de gronden/gebouwen zijn reeds aanwezig, danwel is het kostenverhaal ook hiervan verzekerd door middel van de gemeentelijke verordeningen. Als laatste kan gesteld worden dat er ten behoeve van het plan een planschadeovereenkomst gesloten tussen gemeente en initiatiefnemer, waarbij eventuele toegekende planschade als gevolg van het plan kan worden verhaald op initiatiefnemer. Gezien voorgaande is het kostenverhaal van de planologische ontwikkeling in voldoende mate verzekerd.

6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid Vooroverleg Artikel 3.1.1 van het Besluit op de ruimtelijke ordening (Bro) geeft aan dat bij de voorbereiding van een bestemmingsplan burgemeester en wethouders overleggen met het bestuur van de bij het plan betrokken waterschap. Waar nodig plegen zij tevens overleg met besturen van andere gemeenten, met de provincie en met eventuele andere diensten van Rijk en provincie die belast zijn met de behartiging van belangen die in het plan in het geding zijn. Omgevingsdialoog Gemeente en initiatiefnemers achten het van belang dat de beoogde ontwikkeling vroegtijdig aan omwonenden wordt toegelicht en met de omgeving wordt besproken. Initiatiefnemer heeft daarom de

omgevingsdialoog

informatieverstrekking,

gevoerd

met

de

aanpassingen

aan

direct het

omwonenden.

plan

en

de

Ondanks

toepassing

de

van

uitgebreide (beperkende)

maatregelen is het helaas niet gelukt om met alle bewoners van Park Waterloo een consensus te verkrijgen. Tijdens de informatiebijeenkomsten en de verdere correspondentie met bewoners van het park, zijn er inhoudelijke aspecten besproken waar gevolg aan is gegeven en waar rekening mee is gehouden. Dit is tevens in het ontwerp meegenomen.

pagina 44 van 46

Toelichting bestemmingsplan ‘Landhuis Moubis - Waterloostraat 28 Steyl’

Zienswijzen Conform artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening wordt het ontwerpbestemmingsplan gedurende

een

termijn

van

zes

weken

ter

inzage

gelegd.

Gedurende

de

termijn

van

terinzagelegging kan een ieder over het bestemmingsplan hun zienswijze naar voren brengen. Het ontwerpbestemmingsplan heeft van donderdag 5 oktober 2023 tot en met woensdag 15 november 2023 ter inzage gelegen. Gedurende deze termijn zijn er tien zienswijzen naar voren gebracht. Voor wat betreft de inhoud en beantwoording van deze zienswijzen wordt verwezen naar de ‘Nota van zienswijzen in het kader van het ontwerp bestemmingsplan ‘Landhuis Moubis Waterloostraat 28 Steyl’, zoals gekoppeld aan het vaststellingsbesluit.

pagina 45 van 46

Toelichting bestemmingsplan ‘Landhuis Moubis - Waterloostraat 28 Steyl’

Overzicht separate bijlagen 1. Verkennend en aanvullend bodemonderzoek 2. Quickscan flora en fauna 3. Berekening stikstofdepositie 4. Standaard verantwoording groepsrisico

pagina 46 van 46

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.venlo.nl/api/v1/meetings/752/documents/19312