CConstaterende datVenlo
Koppel je AI →
Document · PDF

055 bijl01 Meerjarenonderhoudsplan Verharderingen.pdf

Raadsvergadering 29 november 2023, gemeente VenloBij agendapunt: 5.1: RV 55 Meerjaren Onderhoudsplan Verhardingen 2023-202711.312 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Team projecten en projectmanagement

Investering

Integrale projecten

Werk met werk

Regulier onderhoud

Middelgrote projecten

Regulier onderhoud van clusters die in de tijd met elkaar worden gecombineerd Regulier onderhoud per cluster

Beheer als aandachtspunt: - Beheerbewust ontwerp/ ontwerpbewust beheer - Planning Beheer en Realisatie: Projectleider aanwijzen

Beheer: leidend cluster (ondersteuning integraal beheerder). Overdracht naar projectvoorbereiding Beheer: cluster

Figuur 12. Afhandeling meldingen klein onderhoud

Investeringen in combinatie met bestaande middelen Voorziening groot onderhoud/ exploitatie

1. Vanuit de toezichthouder/aannemer en bewoners komen de gegevens over schade aan verhardingen en onveilige situaties binnen bij de gemeente, onder meer via het systeem Meldingen Openbare Ruimte (MOR). 2. De meldingen die betrekking hebben op het verhardingsareaal worden afhankelijk van de aard en de omvang doorgezet naar het betreffende team dat daarover gaat. Het grootste deel van de meldingen betreft klein onderhoud (over een beperkt oppervlak) dat direct naar het serviceteam wordt doorgezet die ermee aan de slag gaat. Grotere schades worden doorgezet naar team realisatie en beheer. Dit alles gebeurt met behulp van de applicatie Melddesk. Op hoofdlijnen gelden de volgende

Voorziening groot onderhoud/ exploitatie

7.3.2 Vanuit meldingen naar uit te voeren klein onderhoud 16

8.Wat kost het en hebben we genoeg?

verantwoordelijkheden wat betreft de omvang van de schades die gemeld worden:  1-10 m2: Klein onderhoud door het Serviceteam  10 – 50 m2: klein onderhoud door Team Realisatie en Beheer.  >50m2: Via bestekken GO aangestuurd door Team Realisatie en Beheer.

8.1 Opbouw kosten- en budgetoverzicht

De volgende kosten worden in dit hoofdstuk inzichtelijk gemaakt:

Het onderhoud dat door het Serviceteam wordt uitgevoerd (1-10 m2) valt buiten het budget van dit plan. 3. Het klein onderhoud (1-10m2) wordt direct beoordeeld en indien nodig direct uitgevoerd door het Serviceteam. Groter onderhoud komt terecht bij het Team Realisatie en Beheer, wordt beoordeeld (eventueel met behulp van een toezichthouder op locatie) en wordt opgenomen in het overige uit te voeren groot onderhoud, zoals omschreven in de vorige paragraaf (vanaf stap 4). 4. Het klein onderhoud (1-10m2) wordt niet verwerkt in Gisib. Gisib is namelijk gericht op het planmatige grotere onderhoud dat op voorhand kan worden ingeschat op basis van de jaarlijkse weginspectie en de CROW systematiek voor wegbeheer. 7.3.3 In de toekomst naar integraal werken in het beheersysteem Op dit moment worden de gegevens van verhardingen vastgelegd in het integrale beheersysteem Gisib. Areaalgegevens en beheerdata van de andere disciplines worden ook deels in Gisib vastgelegd maar over het algemeen nog monodisciplinair beheerd. Daarbij worden er momenteel nog separate systemen naast Gisib gebruikt. In Gisib kunnen alle disciplines integraal worden beheerd. De integrale functies van Gisib bieden mogelijkheden voor de afstemming tussen de disciplines, het slim en effectief uitvoeren van onderhoud en kosteneffectief inzetten van het beheerbudget voor de hele openbare ruimte.

Om deze functies beter te benutten is het echter noodzakelijk om te investeren in de kennis en kunde onder de beheermedewerkers omtrent integrale beheer in Gisib.

1. Kosten regulier- en groot onderhoud (planmatig)

Planmatig onderhoud vanuit beheersystematiek (zie hst 4 voor uitleg systematiek).

2023 - 2027

2. Aanvullende overige jaarlijkse kosten

Ondersteunende en aansturende werkzaamheden om onderhoud te kunnen bepalen en uit te kunnen voeren.

2023 – 2027 en verder (2028 <)

3. Kosten innovatie

Het budget dat jaarlijks wordt vrijgemaakt om het verhardingsareaal te innoveren.

2023 – 2027 en verder (2028 <)

4. Onderhoudskosten lange termijn

Het budget dat op lange termijn gemiddeld per jaar in theorie nodig is om ook na de periode 2023 -2027 de kwaliteit van de verhardingen op het gewenste niveau te houden.

2028 <

5. Kosten klein onderhoud

Het budget dat gemiddeld per jaar nodig is om onvoorziene schades te verhelpen en de onverharde wegen te onderhouden.

2023 – 2027 en verder (2028<)

1. Kosten planmatig onderhoud (groot/regulier onderhoud) 20232027 Zoals hoofdstuk 4 omschrijft bepalen we onze maatregelen en kosten voor de periode 2023-2027 vanuit de CROW-basisplanning, met behulp van het beheersysteem Gisib. Op basis van de gebiedskennis en ervaring van de wegbeheerders van de gemeente wordt deze basisplanning en het benodigde budget nader toegespitst. Dit planmatige onderhoud heeft betrekkingen op het reguliere en grote onderhoud. In hoofdstuk 4 is nader omschreven hoe vanuit de CROW-systematiek de planning met de benodigde maatregelen en het benodigde budget wordt bepaald.

Op dit moment wordt Q-gis gebruikt om de maatregelen vanuit de verschillende beheeropgaven/disciplines inzichtelijk te maken en af te stemmen en daarbij de mogelijke koppelkansen in beeld te krijgen (tafel van de Openbare Ruimte).

17

Het aanbrengen van ZOAK-klinkers: circulaire klinker met hoog absorberend vermogen. 4. Kosten planmatig onderhoud Lange termijn (>5 jaar). Voor de langere termijn is op hoofdlijnen inzicht gegeven in de gemiddelde jaarlijkse onderhoudskosten. Deze jaarlijkse onderhoudskosten zijn theoretisch bepaald door de kosten op basis van de maatregelplanning voor de periode 2023-2027 te extrapoleren naar de periode 2028-2032. Hierbij is ook voor de langere termijn vooralsnog uitgegaan van het huidige onderhoudsscenario waarbij het gehele areaal op een basisniveau wordt onderhouden (minimaal c).

Regulier onderhoud bestaat voornamelijk uit het inspecteren, het herstellen en vervangen van bepaalde wegonderdelen of gedeeltes van straten. Groot onderhoud heeft betrekking op het vervangen van complete deklagen en het herstraten van complete straten (exclusief de fundering). De basisplanning vanuit de systematiek die door de wegbeheerders nader wordt aangescherpt (planmatig onderhoud) heeft zowel betrekking op regulier als groot onderhoud. Zodra de gehele constructie (inclusief de fundering) wordt vervangen, is er sprake van rehabilitatie of reconstructie. In financiële termen worden dit ‘investeringen’ genoemd. Dit valt buiten de scope van dit plan. In paragraaf 8.7 is echter wel aandacht voor de verhardingen die het einde van de levensduur hebben bereikt en in theorie ruimschoots toe zijn aan vervanging.

5. Kosten klein onderhoud (inclusief onverharde wegen en bermen). Klein onderhoud betreft onderhoud aan onvoorziene (niet voorspelbare) schades, die niet gepland kunnen worden vanuit de wegbeheersystematiek. Dit zijn vaak ernstige schades van kleine omvang, zoals gaten of losliggende tegels die direct gevaar kunnen voorzaken en dus opgelost dienen te worden. Het uitstellen van planmatig onderhoud vergroot de kans op klein onderhoud, het is echter niet te voorspellen wanneer welke klein onderhoud nodig is. Ook het onderhoud aan de onverharde wegen en bermen, het zogenaamd postzegelwerk op asfalt (geplande reparaties op kleine oppervlaktes), wordt beschouwd als klein onderhoud.

2. Overige jaarlijkse kosten wegbeheer Bovenop de onderhoudskosten uit de systematiek, zijn er nog een aantal extra zaken die ook bekostigd dienen te worden. Ter voorbereiding en monitoring van het onderhoud zijn extra werkzaamheden nodig. Het gaat hier om werkzaamheden zoals het opstellen van bestekken, begrotingen en tekeningen, V&G-plannen, aanbestedingsdocumenten, bodem- en asfaltonderzoeken, en toezicht en directie bij de uitvoering van maatregelen. Daarnaast wordt verhardingenareaal periodiek geïnspecteerd om de actuele kwaliteit van de verhardingen inzichtelijk te maken en te houden. Op basis van voorgaande jaren wordt het jaarlijkse benodigde budget hiervoor geraamd op €100.000,00. Dit bedrag is bepaald op basis van ervaringen en de uitgaven uit eerdere jaren in de periode 2017 - 2022.

Onverharde wegen en bermen vallen buiten de scope van de wegbeheersystematiek van CROW omdat het niet mogelijk is om hiervoor een onderhoudscyclus vast te stellen. Toch is ook hier klein onderhoud nodig om de functionaliteit en veiligheid te waarborgen en daar dient budget beschikbaar voor te zijn. Onderhoud gebeurt hier reactief op basis van meldingen en het jaarlijks aanvullende en verhelpen van oneffenheden.

3. Budget voor innovatie Dit heeft betrekking op het budget dat, evenals in de voorgaande jaren, vanuit de voorziening voor het wegbeheer wordt ingezet voor nieuwe ontwikkelingen. Gemeente Venlo loopt graag voorop als het gaat om ontwikkeling op het gebied van duurzaamheid en circulariteit (denk hierbij aan zaken zoals de cradle-to-cradle rotonde, SecuBric, milieuvriendelijke kleurstof voor fietspaden, etc.). De gemeente Venlo wil zich blijven ontwikkelen in het kader van ontwikkelend beheer waarbij duurzaamheid en circulariteit een centrale rol spelen. Het jaarlijkse budget dat hiervoor nodig is wordt, op basis van de voorgaande jaren, geraamd op €150.000,00. Enkele concrete voorbeelden van innovaties waaraan dit budget onder meer recentelijk is besteed (zie ook paragraaf 7.2):  Pilot voor gebruik van een duurzame rode coating in plaats van traditioneel rood asfalt.  Het aanbrengen van Streetprint: asfalt met een patroon. 18

8.2 Benodigd budget regulier/groot onderhoud 2023 – 2027

In tabel 5 zijn de verwachte jaarlijkse kosten (benodigd budget) voor het reguliere en groot (planmatig) onderhoud aan de verhardingen voor de komende vijf jaar inzichtelijk gemaakt. Deze cijfers zijn conform de traditionele werkwijze verkregen. Hierbij is de theoretische basisplanning vanuit het beheersysteem aangescherpt door de wegbeheerders op het uit te voeren onderhoud in de praktijk, conform onderhoudsscenario-0: alles op een basis onderhoudsniveau. De jaarlijkse kosten voor het planmatige onderhoud (regulier en groot onderhoud) zijn als gemiddeld benodigd jaarlijks budget inzichtelijk gemaakt voor de periode 2023-2027, inclusief de overige kosten en inclusief het jaarlijkse budget voor innovatie. De kosten voor klein onderhoud zijn separaat inzichtelijk gemaakt in paragraaf 8.3. Daarnaast is er een doorkijk gegeven voor de periode 2028-2032 door de kosten op basis van de maatregelplanning te extrapoleren uitgaande van het huidige onderhoudsscenario.

Prijsindexering Afgelopen periode zijn de prijzen van met name bouwmaterialen en brandstof fors gestegen. Voor het berekenen van de onderhoudskosten in dit plan zijn de gehanteerde eenheidsprijzen in april 2022 geïndexeerd naar de situatie die op dat moment van toepassingen was, op basis van CBS prijsindexering voor grond-, weg- en waterbouw (www.cbs.nl). De prijzen zijn na april 2022 verder toegenomen en het is niet te voorspellen hoe deze prijzen zich in de toekomst verder gaan ontwikkelen. Binnen gemeente Venlo wordt conform de kadernota in 2024 een algemene prijsindexatie van 3,9% toegepast. Vanaf 2025 wordt uitgegaan van 2%, zijnde het maximale meerjarige streefpercentage van de Europese Centrale Bank voor inflatie binnen de Eurozone.

In de periode 2023 – 2037 is jaarlijks gemiddeld circa €4.030.000,00 nodig (prijspeil 2023, exclusief indexering) om het planmatige onderhoud uit te kunnen voeren en het verhardingsareaal op het huidige ambitieniveau te brengen en te houden, inclusief de gewenste innovaties. Voor een adequaat onderhoud voor de wegen is de opgave leidend en zal de raad gevraagd worden om aanvullende middelen als blijkt dat de opgave groter is dan verwacht.

In tabel 5 is deze prijsindexering tot en met 2032 in een afzonderlijke regel inzichtelijk gemaakt.

Tabel 5. Benodigd budget planmatig (regulier/groot) onderhoud verhardingen.

Benodigd budget regulier/groot onderhoud 2023 – 2027

Doorkijk benodigd budget 2028-2032

2023 € 2.700.000,€ 1.080.000,€ 3.780.000,-

2024 € 2.700.000,€ 1.080.000,€ 3.780.000,-

2025 € 2.700.000,€ 1.080.000,€ 3.780.000,-

2026 € 2.700.000,€ 1.080.000,€ 3.780.000,-

2027 € 2.700.000,€ 1.080.000,€ 3.780.000,-

2028 € 2.700.000,€ 1.080.000,€ 3.780.000,-

2029 € 2.700.000,€ 1.080.000,€ 3.780.000,-

2030 € 2.700.000,€ 1.080.000,€ 3.780.000,-

2031 € 2.700.000,€ 1.080.000,€ 3.780.000,-

2032 € 2.700.000,€ 1.080.000,€ 3.780.000,-

Overige kosten: inspectie, onderzoek, beheerplannen, advies etc. Innovatiekosten

€ 100.000,-

€ 100.000,-

€ 100.000,-

€ 100.000,-

€ 100.000,-

€ 100.000,-

€ 100.000,-

€ 100.000,-

€ 100.000,-

€ 100.000,-

€ 150.000,-

€ 150.000,-

€ 150.000,-

€ 150.000,-

€ 150.000,-

€ 150.000,-

€ 150.000,-

€ 150.000,-

€ 150.000,-

€ 150.000,-

EINDTOTAAL exclusief indexatie:

€ 4.030.000,-

€ 4.030.000,-

€ 4.030.000,-

€ 4.030.000,-

€ 4.030.000,-

€ 4.030.000,-

€ 4.030.000,-

€ 4.030.000,-

€ 4.030.000,-

€ 4.030.000,-

EINDTOTAAL inclusief indexatie: (2024 3,9%, 2025-2032 2%)

€ 4.030.000,-

€ 4.187.170 ,-

€ 4.270.913,-

€ 4.356.332,-

€ 4.443.458,-

€4.532.327,-

€ 4.622.974,-

€ 4.715.433,-

€ 4.809.742,-

€ 4.905.937,-

Onderhoud asfalt + cementbeton Onderhoud Elementen Subtotaal groot/regulier onderhoud

19

8.2.1 Waarschuwing: Vooruitgeschoven onderhoud (2028<) Tijdens de toets op de theoretisch basisplanning is er door de wegbeheerders voor gekozen om op een aantal verhardingen het door het systeem voorgestelde onderhoud vooruit te schuiven, in het kader van risicogestuurd onderhoud. Dit betreffen verhardingen van een lagere kwaliteit waar volgens het systeem onderhoud nodig is maar waar de risico’s beperkt zijn en/of locaties waar nieuwe ontwikkelingen worden verwacht in de komende periode. Een onderhoudsinvestering in deze wegen in de periode 2023 - 2027 is niet urgent of rendabel. Het beschikbare budget kan beter worden geïnvesteerd in verhardingen waar de urgentie groter is. Wel dient de veiligheid op deze verhardingen gewaarborgd te blijven door het uitvoeren van klein onderhoud. Aangezien gevaarzetting door onvoorziene schades zich eerder voordoen op de verhardingen van lagere kwaliteit, is extra waakzaamheid op deze locaties gewenst.

In het kader van ontwikkelend beheer gaat gemeente Venlo in de nabije toekomst werken vanuit verschillende onderhoudsscenario’s. Zo wordt er voor verschillende scenario’s, aansluitend op de gemeentelijke ambities en beleidskeuze inzichtelijk gemaakt wat de onderhoudskosten zijn. Er worden dan onder meer onderhoudsscenario’s vergeleken waarbij de binnenstad, kerncentra en/of primaire fietsroutes op een hoger niveau worden onderhouden. Uiteindelijk wordt er een keuze gemaakt in het onderhoudsscenario die het beste past binnen het beschikbare budget en de gemeentelijke ambities en kaders. Zo wordt het budget effectiever benut op de locaties waar onderhoud het meest urgent is. Bovendien kan er beter worden gestuurd en voortijdig worden bepaald op welke wijze de beschikbare budgetten worden benut ten behoeve van het gemeentelijke beleid en ambities.

Na de praktische toets door de beheerders op de door de systematiek voorgestelde maatregelen voor de periode 2023 - 2027 is er voor een bedrag van jaarlijks circa €2.500.000,00 aan onderhoud vooruitgeschoven (prijspeil 2023, exclusief indexatie). In tabel 6 is dit bedrag weergegeven. Dit betekent niet dat na 2027 dit geld nodig is om dit onderhoud alsnog uit te voeren. Bij een volgende actualisatie van het Meerjaren Onderhoudsplan dienen deze verhardingen opnieuw beoordeeld te worden om te bepalen of onderhoud nodig is. Over het algemeen wordt er op veel van deze verhardingen ook na 2027 nog volstaan met klein onderhoud voor het waarborgen van de veiligheid op deze locaties of zijn de betreffende verhardingen al vernieuwd of omgevormd in het kader van een nieuwe ontwikkeling.

Tabel 6. vooruitgeschoven onderhoud

Jaarlijkse bedrag vooruitgeschoven onderhoud, 2028< (prijspeil 2023) Asfalt + cementbeton Elementen Totaal vooruitgeschoven onderhoud

€ 900.000,€ 1.645.600,€ 2.545.600,-

20

8.3 Benodigd budget klein onderhoud: onvoorziene schades, onverharde wegen en bermen.

Er dient altijd geld beschikbaar te zijn voor onvoorziene (niet voorspelbare) schades. Dit wordt ook wel klein onderhoud genoemd. Dit zijn vaak ernstige schades van kleine omvang, zoals gaten of losliggende tegels die direct gevaar kunnen voorzaken en dus opgelost dienen te worden. Ook het onderhoud aan de zandwegen en zogenaamd postzegelwerk op asfalt (geplande reparaties op kleine oppervlaktes) worden bekostigd vanuit dit budget.

Conform het gemeentelijke beleid (§4.3.1 van de Nota reserves en voorzieningen, 9 November 2018) worden stortingen niet inflatoir bijgesteld. Wel dienen de inflatoire consequenties opgenomen te worden in het beheerplan, gebaseerd op de uitgaven uitgezet in de tijd. Middels actualisatie van dit MJOP vindt eventuele bijstelling plaats.

De kosten voor klein onderhoud zijn variabel en hangen sterk af van het aantal meldingen dat binnenkomt. Het benodigde budget voor klein onderhoud is apart bepaald op basis van de gemaakte kosten in de afgelopen periode (zie tabel 8). Zo is er jaarlijks €650.000,00 nodig (prijspeil 2023, exclusief indexering) om het klein onderhoud uit te kunnen voeren. Dit bedrag is als volgt onder te verdelen:  €100.000,00 per jaar voor de asfaltverhardingen  €350.000,00 per jaar voor de elementenverhardingen  €200.000,00 per jaar voor onderhoud aan onverharde wegen en bermen

Dit betekent concreet dat de jaarlijkse prijsindexatie in dit beheerplan alleen op de benodigde budgetten (verwachte onderhoudskosten) inzichtelijk is gemaakt in de paragraaf 8.2. Bij de beschikbare budgetten (stortingen) in paragraaf 8.3 is geen prijsindexering opgenomen.

Tabel 7. benodigd budget klein onderhoud

Jaarlijks benodigd budget klein onderhoud 2023

2024

2025

2026

2027

2028<

Etc.

KO asfalt + cementbeton KO Onderhoud Elementen Onderhoud onverharde wegen en bermen.

€ 100.000,€ 350.000,€ 200.000,-

€ 100.000,€ 350.000,€ 200.000,-

€ 100.000,€ 350.000,€ 200.000,-

€ 100.000,€ 350.000,€ 200.000,-

€ 100.000,€ 350.000,€ 200.000,-

€ 100.000,€ 350.000,€ 200.000,-

> > >

Totaal klein onderhoud exclusief indexatie:

€ 650.000,-

€ 650.000,-

€ 650.000,-

€ 650.000,-

€ 650.000,-

€ 650.000,-

21

8.3.1 Benodigd budget versus beschikbaar budget klein onderhoud Het huidige beschikbare budget voor het klein onderhoud van jaarlijks € 640.000,00 is nagenoeg voldoende om het klein onderhoud gedurende de periode 2023 – 2027 uit te kunnen voeren (zie tabel 12). Ten opzichte van het vorige Meerjaren Onderhoudsplan zijn de kosten voor het klein onderhoud toegenomen. Dit heeft onder meer te maken met het toenemende aantal aan verouderde verhardingen waarvan de theoretische levensduur is verstreken (zie paragraaf 8.7) en waar plaatselijke onvoorziene schades zich vaker voordoen. Daarnaast is er in de afgelopen jaren meer geld uitgegeven aan het onderhoud aan onverharde wegen. Hierdoor zijn de te verwachte kosten voor klein onderhoud voor de komende jaren hoger. Tabel 8. Jaarlijks nodig versus beschikbaar voor klein onderhoud

Jaarlijks nodig versus beschikbaar voor klein onderhoud (prijspeil 2022) Asfalt

Jaarlijkse kosten (benodigd) € 100.000,-

Elementen

€ 350.000,-

Onverharde wegen

€ 200.000,-

Totaal

€ 650.000,-

Jaarlijks budget (beschikbaar) €523.000,-

Verschil + € 73.000

€117.000,-

-€ 83.000,-

€ 640.000,- -€ 10.000,-

De bovengenoemde beschikbare en benodigde budgetten zijn gebaseerd op het prijspeil van 2023. De jaarlijkse indexatie is hierin dus buiten beschouwing gelaten. Het beschikbare budget voor klein onderhoud is enkel toereikend indien de gemiddelde jaarlijkse indexatie van het beschikbare budget gelijk is aan de indexatie van de benodigde budget.

22

8.4 Investeringen verhardingen einde levensduur

In beginsel heeft dit Meerjaren Onderhoudsplan betrekking op het onderhoud tot het einde van de levensduur van de betreffende verhardingen. Binnen dit kader is het beschikbare budget erop gericht om deklagen, tussenlagen en onderlagen van de verhardingen te onderhouden. De fundering en ondergrond zijn niet in het budget ingecalculeerd. Daarmee vallen de investeringen (rehabilitaties en reconstructies) en nieuwe investeringen buiten de scope van dit plan.

Met behulp van regulier en klein onderhoud kan de levensduur nog jaren verlengd worden. Echter worden de onderhoudskosten steeds hoger om de functionaliteit en de veiligheid op deze verouderde wegen te blijven waarborgen. Zeker op de veelgebruikte verhardingen is een nieuwe verhardingsconstructie uiteindelijk minder kostbaar ten opzichte van het in stand houden van een verouderde constructie.

In dit Meerjaren Onderhoudsplan wordt echter op hoofdlijnen wel vooruitgekeken naar de te verwachte investeringspiek. Een groot deel van het wegenareaal is namelijk verouderd en heeft het einde van de theoretische levensduur al bereikt of bereikt deze op korte termijn. Het is daarom raadzaam in de komende jaren rekening te houden met nieuwe investeringen (rehabilitatie/reconstructies) en daarvoor budget beschikbaar te maken.

In het kader van risicogestuurd beheer dient er gericht een keuze gemaakt te worden van de wegen die als eerste voor een reconstructie in aanmerking komen. Zo is aan te bevelen om de belangrijke ontsluitingswegen, locaties met kwetsbare gebruikers en de primaire fietspaden en snelfietsroutes als eerste te vervangen. Voor de minst risicovolle locaties, zoals rustige landbouwwegen in het buitengebied, heeft vervangen geen prioriteit. Om de veiligheid te waarborgen dient men op deze locaties scherp te blijven op eventuele gevaarzetting door schades die met behulp van klein onderhoud verholpen kunnen worden.

Zoals figuur 13 laat zien is een groot deel van de verhardingsconstructies (inclusief funderingen) gedateerd en vaak al ouder dan 60 jaar. Dit betekent dat de theoretische levensduur van een groot deel van de verhardingen al ruimschoots is verlopen en dat er in komende jaren geïnvesteerd dient te worden in nieuwe verhardingsconstructies.

Aanvullend op de periodieke visuele weginspecties wordt momenteel door middel van nader technisch onderzoek inzicht verkregen in de technische staat van de gehele constructie, inclusief ondergrond en fundering. Op deze wijze wordt voor de meest urgente locaties bepaald of reconstructie nodig is. Ook voor het uitvoeren van dit aanvullende onderzoek in de toekomst moet rekening worden gehouden met extra budget, bovenop het huidige benodigde budget zoals in de voorgaande paragrafen omschreven.

Figuur 13 Periode van aanleg m2 verhardingen in Venlo. (Bron: Gisib, augustus 2022)

23

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.venlo.nl/api/v1/meetings/119/documents/6059