051 Bijl04 Bestemmingsplan Mobiliteitscentrum Venloseweg 104-106 te Tegelen, bijlagen toelichting (geanonimiseerd)_compressed.pdf
Tekst van het document
Bestemmingsplan Mobiliteitscentrum Venloseweg 104-106 te Tegelen Gemeente Venlo Bijlagen bij Toelichting
Bestemmingsplan Mobiliteitscentrum Venloseweg 104-106 te Tegelen Gemeente Venlo Bijlagen bij Toelichting
Rapportnummer:
P04667
IMRO-identificatienummer:
NL. IMRO. 0983. BP202310MOBCENTRUM-VA01
Datum:
maart 2024
Opdrachtgever:
Vissers Energy Group B. V.
Projectteam BRO:
HLe, IMo, PvK, JEn
Concept:
4 augustus 2022, 30 november 2022, februari 2023, mei 2023
Ontwerp:
5 december 2023
Vaststelling:
april 2024
Bron foto kaft:
BRO, abstract
BRO Vestiging Venlo Industriestraat 94 5931 PK Tegelen T +31 (0) 77 373 06 01 E info @bro.nl
Inhoudsopgave
Bijlagen bij toelichting
3
Bijlage 1
Ladderonderbouwing
4
Bijlage 2
Verkennend bodemonderzoek
21
Bijlage 3
Proces-verbaal oplevering opsporen ontplofbare oorlogsresten
158
Bijlage 4
Luchtkwaliteit
170
Bijlage 5
Onderzoek externe veiligheid
181
Bijlage 6
Stikstofdepositieonderzoek
207
Bijlage 7
Quickscan Wet Natuurbescherming
237
Bijlage 8
Aanvullend ecologisch onderzoek
269
Bijlage 9
Watertoets en doorlatendheidsonderzoek
286
Bijlage 10
Archeologisch onderzoek
305
Bijlage 11
Parkeeronderzoek
364
Bijlage 12
Verslag omgevingsdialoog
374
Bijlage 13
Aanmeldnotitie m. e. r.
401
2
Bijlagen bij toelichting
3
Bijlage 1
4
Ladderonderbouwing
Ladderonderbouwing horeca Venloseweg 104106 Tegelen
titel rapport Ladderonderbouwing horeca Venloseweg 104-106 Tegelen datum 19 juli 2023 projectnummer P04667 opdrachtgever Vissers Energy Group
BRO Projectleider JCJV Projectteam JCJV bron Kaft BRO
colofon BRO Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel T +31 (0) 411 850 400 E info @bro.nl www. bro. nl
“Als we anderen de ruimte niet gunnen zullen we zelf steeds meer opgesloten raken. ” Prof. Hans Galjaard
Inhoudsopgave 1
Introductie 1. 1 Initiatief 1. 2 Planologisch kader 1. 3 Introductie Ladder duurzame verstedelijking 1. 4 Opzet van het rapport
3 3 3 4 5
2
Trends en marktverkenning horeca in regio 2. 1 Afbakening verzorgingsgebied 2. 2 Trends en ontwikkelingen horeca 2. 3 Marktverkenning horeca kwantitatief 2. 4 Marktverkenning horeca kwalitatief 2. 5 Plancapaciteit en relevante plannen 2. 6 Toekomstperspectief horeca algemeen 2. 7 Conclusies behoefte horeca planlocatie
6 6 6 7 9 9 9 10
3
Beleidskaders 3. 1 Overheidsbeleid
11 11
3. 2 4
3. 1. 1 Provinciale Omgevingsvisie Limburg (POVI) 3. 1. 2 Omgevingsverordening Limburg 2014 3. 1. 3 Gemeentelijk beleid
11 11 11
Plannen in de regio
12
Toets ladder voor duurzame verstedelijking 4. 1 Behoefte 4. 2 Relevant verzorgingsgebied 4. 3 Effecten 4. 4 Locatie 4. 5 Conclusie
woensdag 19 juli 2023
13 13 13 13 14 14
2
1 Introductie Ladderonderbouwing horeca Venloseweg 104-106 Tegelen
1
Introductie
1. 1
Initiatief
Achtergrond ontwikkeling Aan de Venloseweg 104-106 te Tegelen wordt een Waterstof Tankstation inclusief Fast-Chargers voor motorvoertuigen ontwikkeld. Op de planlocatie is nu een tankstation, fietsenwinkel en carwash gelegen. Daarnaast bestaat het plan om twee horecagelegenheden, enige retail (binnen tankshop) en fitness toe te voegen. De planlocatie ligt in het noordoosten van de kern Tegelen op een gemengd bedrijventerrein aan de A73 en de doorgaande weg tussen Venlo en Tegelen.
Figuur 1: Planlocatie
Het initiatief De horeca behelst totaal ca. 828 m² bvo binnenruimte en ca. 170 m² buitenterras. De belangrijkste component is een laagdrempelige tankshop op begane grond en verdieping. Totale omvang (horeca en retail samen) ca. 465 m² bvo en ca. 110 m² terras. De betreffende horecaformule Moments & More (“Eten, drinken en beleven”) is in Nederland reeds op diverse
woensdag 19 juli 2023
locaties langs snelwegen gevestigd. Het wordt gekenmerkt door een ruime opzet, veelzijdig assortiment, moderne vormgeving en een hoogwaardige uitstraling. Daarnaast komt een afzonderlijke fastservice horecazaak met een omvang van ca. 360 m² (zitgedeelte ca. 125 m²) , met een terras van ca. 60 m². Samen omvat de nieuwe horeca derhalve ca. 828 m² binnenruimte inclusief retail. Het oppervlak aan ‘echte’ horeca omvat volgens onze inschatting maximaal ca. 709 m² bvo. Dit beperkt zich tot de horeca categorie 2 in de fastservice sector. Een restaurant is ter plekke niet toegestaan. De horeca moet vanwege haar omvang (meer dan 500 m² binnenruimte) worden beschouwd als een zogenaamde nieuwe stedelijke ontwikkeling in de zin van de Ladder voor duurzame verstedelijking. De horeca kan deels worden beschouwd als ondersteunend en ondergeschikt aan het tankstation, maar wordt in dit rapport (vanwege de substantiële omvang) wel getoetst aan de Ladder. De functies tankstation en fietsenwinkel zijn reeds gevestigd en positief bestemd en hoeven derhalve niet te worden beladderd. De fitness behoeft vanwege de beperkte omvang (ca. 350 m² bvo) eveneens niet te worden beladderd. Dit geldt ook voor de bescheiden retail (ca. 116 m² bvo) binnen de tankshop. De retail is bovendien ondergeschikt aan de functie als tankstation.
1. 2
aantal functieaanduidingen. Dit zijn de aanduidingen ‘specifieke vorm van bedrijf – garagebedrijf’, ‘specifieke vorm van gemengd – reclamemast’ en ‘verkooppunt motorbrandstoffen met lpg’. Daarnaast ligt op het plangebied de vens een
gebiedsaanduidingen ‘veiligheidszone – lpg’, en ‘vrijwaringszone – weg’. Er geldt een maximaal bebouwingspercentage van 100% en een maximum goot- en bouwhoogte van 6 meter. De gronden binnen de bestemming ‘Bedrijf’ zijn bestemd voor het uitoefenen van bedrijfsmatige activiteiten in de categorieën 1 en 2 zoals die zijn genoemd in de Lijst van Bedrijven, een garagebedrijf ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf – garagebedrijf’, een takstation met verkoop van lpg ter plaatse van de aanduiding ‘verkoop motorbrandstoffen met lpg’ en waterhuishoudkundige voorzieningen. Gebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd. De gronden binnen de bestemming ‘Verkeer-Verblijfsgebied’ zijn bestemd voor verkeersvoorzieningen, parkeervoorzieningen, groenvoorzieningen, waaronder bermen en beplanting, straatmeubilair en voorzieningen van algemeen nut. De gronden binnen de bestemming ‘Detailhandel’ zijn bestemd voor detailhandel, met uitzondering van een supermarkt, een reclamemast ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van gemengd – reclamemast’ en waterhuishoudkundige voorzieningen.
Planologisch kader
Het plangebied is grotendeels gelegen binnen het bestemmingsplan ‘Tegelen Noord’, zoals vastgesteld op 21 december 2011 door de gemeenteraad van Venlo. Ingevolge dit bestemmingsplan is het perceel bestemd als ‘Bedrijf’, ‘Verkeer Verblijfsgebied’ en ‘Detailhandel’. Op het plangebied ligt te-
3
1 Introductie Ladderonderbouwing horeca Venloseweg 104-106 Tegelen
Een klein gedeelte ten noorden van het plangebied is gelegen binnen bestemmingsplan ‘Rijksweg 74’, zoals vastgesteld op 24 april 2013 door de gemeenteraad van Venlo. Volgens dit bestemmingsplan ligt op de locatie de bestemming ‘Verkeer’ en de gebiedsaanduidingen ‘milieuzone – grondwaterbescherming Venlo schol’ en ‘vrijwaringszone – weg 2’. Het voornemen voorziet in gebouwen en bouwwerken die buiten de bestaande bouwvlakken vallen, waarbij de maximale bouwhoogte wordt overschreden en deels binnen de aanduiding ‘vrijwaringszone – weg’ wordt gebouwd Er wordt circa 1. 045 m 2 aan horeca toegevoegd. Daarnaast vervalt het LPG-opslag- en verkooppunt en hiervoor in de plaats komt een waterstofopslagpunt met verkooppunt.
1. 3
Introductie Ladder duurzame verstedelijking
De ontwikkeling van horeca als beschreven is niet toegestaan binnen het vigerende bestemmingsplan. Om deze ontwikkeling mogelijk te maken moet het bestemmingsplan worden gewijzigd. Daarbij is het doorlopen van de Ladder voor Duurzame Verstedelijking (art. 3. 1. 6. lid 2 Bro) verplicht voor iedere ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’, als bedoeld in art. 1. 1. 1. van het Bro.
Figuur 2: Uitsnede vigerend bestemmingsplan ‘Tegelen Noord’ met ligging projectlocatie (rood omlijnd)
De Ladder voor Duurzame Verstedelijking (‘ladder’) heeft zorgvuldig ruimtegebruik als doel en geeft invulling aan het zorgvuldig en transparant afwegen van besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen. Daarom bevat de toelichting bij een bestemmingsplan, op basis van art. 3. 1. 6. lid twee, een beschrijving van: de behoefte aan de betreffende ontwikkeling binnen het verzorgingsgebied; Figuur 1: Uitsnede vigerend bestemmingsplan ‘Rijksweg 74’ met ligging projectlocatie (rood omlijnd)
woensdag 19 juli 2023
4
1 Introductie Ladderonderbouwing horeca Venloseweg 104-106 Tegelen
indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.
1. 4
Opzet van het rapport
In hoofdstuk 2 wordt de ontwikkeling bezien in het licht van landelijke trends, het relevante aanbod en de behoefte in de relevante regio (kwantitatief en kwalitatief) . Tevens wordt de relevante regio afgebakend. Hoofdstuk 3 beschrijft de essenties van het relevante overheidsbeleid. Tot slot worden in hoofdstuk 4 de belangrijkste conclusies geformuleerd t. a. v. de toetsing aan de Ladder van de horecafunctie. Dit aan de hand van de beschreven analyses in dit rapport.
woensdag 19 juli 2023
5
2 Trends en marktverkenning horeca in regio Ladderonderbouwing horeca Venloseweg 104-106 Tegelen
2
Trends en marktverkenning horeca in regio
De keuze voor alleen gehele gemeenten binnen de regio als geografisch uitgangspunt is gemaakt vanwege de brede beschikbaarheid van cijfers over vraag en aanbod op dat niveau.
2. 2 In dit hoofdstuk wordt de behoefte aan horeca binnen de beschreven ontwikkeling nader onderbouwd. Dit aan de hand van trends, beleidskaders en een marktverkenning o. b. v. vraag en aanbod. We gaan in dit onderzoek uit van de fastservicesector, omdat alleen deze branche van toepassing is op de beschreven ontwikkeling. Fastservice horeca omvat o. a. fastfoodrestaurants, pannenkoekenrestaurants, snackbars, grillrooms, ijssalons, etc.
2. 1
Afbakening verzorgingsgebied
De relevante regio voor het programma is gedefinieerd als het gebied van waaruit bezoekers in maximaal 20 minuten reistijd per auto (tijdens daluren) de locatie kunnen bereiken. Uit onderzoek blijkt namelijk dat 79% van de sociaal-recreatieve trips in Nederland een actieradius van minder dan 20 km heeft. Het ContinuVrijeTijdsOnderzoek (CVTO) komt tot gemiddeld 8, 6 km enkele reis per toeristisch-recreatieve trip. We veronderstellen dat dit in grote lijnen ook van toepassing is voor de plantwikkeling.
Op basis van zowel de 20 minuten autoreistijd zijn de volgende gemeenten hier relevant: Venlo; Horst aan de Maas; Peel en Maas; Beesel.
woensdag 19 juli 2023
Trends en ontwikkelingen horeca
Vraagzijde Mensen eten en drinken steeds meer ‘buiten de deur’. Deze markt is inmiddels al goed voor een derde van de consumentenbestedingen aan eten. Het gaat daarbij niet alleen om ‘reguliere’ horeca, maar ook om eten binnen nieuwe winkelconcepten, foodfestivals, op het werk, etc. Bovendien wordt er door horecazaken steeds meer thuisbezorgd. Goede horeca is essentieel voor een sterke gebiedsontwikkeling gericht op bewoners, recreanten, werkers en/of passanten. Het belichaamt immers de brede toegankelijkheid, gastvrijheid en belevingswaarde. De consument gaat meer op zoek naar een unieke ervaring: producten en locaties met een bijzondere of emotionele lading. Nederland ontwikkelt zich tot ‘leisureland’ waar wonen, werken en winkelen niet meer zonder goede horeca- en vrijetijdsconcepten kunnen. De bestedingen in de horecasector groeiden t/m 2019 landelijk met opvallende cijfers. Dit geldt met name voor de fastfoodbranche, restaurants (+35% tussen 2010 en 2019) en hotels. Alleen in de branche cafés blijft de groei wat achter (zie figuur 3) . In de ‘coronajaren’ 2020 en 2021 daalden de bestedingen in de horeca fors, vanwege de gedwongen sluiting van de sector in diverse perioden.
bestedingen weer zullen stijgen, wat kansen biedt voor bestaande en nieuwe horeca. Voor onderscheidende horecaformules (in het hogere èn lagere segment) , die creatief inspelen op de gebiedskwaliteiten en consumententrends bestaat altijd perspectief. Nieuwe zaken worden groter; vanwege omzeteisen en de behoefte aan multifunctionaliteit. Bedrijven organiseren steeds vaker culturele en recreatieve activiteiten en/of verhuren zalen. Hiervoor is ruimte nodig, die in binnensteden en andere (hoofd) centra vaak niet aanwezig is. Ook door de recente corona-crisis is meer ruimte nodig, zowel binnen als buiten. Horeca wordt steeds meer met andere functies (bijv. detailhandel, cultuur, vermaak, recreatie) gemixt. Soms is horeca de hoofdfunctie, soms niet. Cross-selling, waarbij aanvullende producten of diensten worden verkocht aan de klant, heeft de toekomst. Horecazaken zijn vaak beeldbepalend voor gebieden en worden daarom soms doelbewust ingezet voor gebiedsontwikkelingen en ‘placemaking’. Het rendement van veel horecazaken staat onder druk. Er is in veel gebieden ‘teveel van hetzelfde’. Dit betreft vooral horecazaken met onvoldoende eigenheid/uniciteit, marketing, een gedateerde inrichting, uitstraling of menukeuze. Ze hebben veelal onvoldoende budget voor productvernieuwing.
Waarschijnlijk leidt het Coronavirus tot een versnelde sluiting van onrendabele horeca, maar de behoefte onder consumenten groeit nog steeds. Zie voor de verwachte effecten van het coronavirus par. 6.
Aanbodzijde De horeca is een zeer veerkrachtige sector. We verwachten dan ook dat op termijn (na de Coronacrisis) de
6
2 Trends en marktverkenning horeca in regio Ladderonderbouwing horeca Venloseweg 104-106 Tegelen
2. 3
Marktverkenning horeca kwantitatief
Een Ladderonderbouwing voor horeca is primair gericht op de kwalitatieve meerwaarde van de ontwikkeling (in brede zin) en de ruimtelijke effecten waaronder leegstand. Het omvat dus geen ‘traditioneel’, uitgebreid marktonderzoek voor de relevante activiteiten. Dit in aansluiting op de jurisprudentie. Er bestaat voor de beoogde horeca in wezen geen ‘vanzelfsprekende’ behoefte. De vraag wordt vooral bepaald door de aanbodkwaliteiten in brede zin, waarbij de combinatie tussen productconcept, faciliteiten, vormgeving/uitstraling, doelgroepen, gastvrijheid, marketing en locatie centraal staan. De marktomstandigheden zijn voor horeca en leisure bovendien zeer dynamisch, aan zowel de vraag- als aanbodzijde. De kwantitatieve behoefte wordt in dit kader dan ook slechts indicatief bepaald, met als doel de ruimtelijke effecten (waaronder leegstand) goed te kunnen inschatten. De beoordeling van de kwalitatieve aspecten is zoveel mogelijk geobjectiveerd en is afkomstig van BRO.
Vraagpotentieel horeca Het inwonertal van de gemeente Venlo (nu ca. 103. 000 inw. ) neemt de komende jaren beperkt toe (zie tabel 1) , maar elders in de regio (nu ca. bijna 100. 000 inw. ) neemt het af. Voor de gehele regio (nu totaal 202. 200 inw. ) is sprake van een bescheiden groei met 1% tot 203. 800 in 2032. Het regionale consumentendraagvlak voor nieuwe horeca groeit in de regio dus beperkt.
1
Figuur 4:
Ontwikkeling omzet horeca naar branche in Nederland 1
CBS 2020
woensdag 19 juli 2023
7
2 Trends en marktverkenning horeca in regio Ladderonderbouwing horeca Venloseweg 104-106 Tegelen
We benadrukken dat hierbij geen rekening is gehouden met (groei van) de toeristische vraag en stijgende bestedingen in de horeca in het algemeen (particulier, zakelijk) . Deze toename wordt wel voorspeld door banken, brancheorganisaties en toeristische netwerkorganisaties, ook post corona (zie par. 6) . Zeker in de fastservicesector kan deze toename aanzienlijk zijn (zie hierna) . Tabel 1:
Regionale ontwikkeling bevolking (x 1. 000) 2022
2027
2032
20222032 (%)
Venlo
103
104
105, 2
+2%
Overige regio
99, 8
98, 2
97
-/- 3%
Totaal regio
202, 2
202, 8
203, 8
+1%
Raming marktruimte horeca Venlo en regio In deze paragraaf is een indicatieve berekening opgesteld voor de regionale marktruimte (behoefte) aan Fastservice horeca. We benadrukken dat marktruimte voor horeca nauwelijks ‘modelmatig’ kan worden berekend. De behoefte op bijvoorbeeld de onderhavige locatie wordt grotendeels bepaald door de kwaliteiten en het onderscheidend vermogen van het concept, locatiekwaliteiten, wervingskracht op de beoogde doelgroepen en marketing en (zeer belangrijk in de horeca) het ondernemerschap. De ‘behoefte’ aan horeca hangt daarnaast samen met de beleidsmatige keuzes t. a. v. het structuurbeeld en het aanbod van onderscheidende gebiedsprofielen voor horeca. In tabel 2 hebben we de marktruimte voor nieuwe Fastservice horeca in Venlo en de regio bepaald in algemene zin, o. b. v. een zogenaamde distributieve aanpak. Deze aanpak wordt ook in de detailhandel veelvuldig toegepast. Wel is de 2
Tabel 2:
Raming marktruimte horeca Fastservice regio Venlo vanuit distributieplanologische benadering Regio Venlo in 2032 MIN
MAX
203. 800
203. 800
Besteding horeca Fastservicesector per jaar (CBS, gemiddelde Nederland)
€ 272
€ 272
Binding inwoners op lokale/regionale horeca Fastservice
70%
75%
Toevloeiing omzet van buiten gemeente/regio
50%
50%
Omzetpotentie horeca Fastservice gemeente/regio (x 1 mln. )
€ 77, 6
€ 83, 2
Omzetclaim gevestigd aanbod Fastservice (x 1 mln. , zie onder)
€ 73, 3
€ 73, 3
Marktruimte horeca Fastservice gemeente/regio (x 1 mln. )
€ 4, 3
€ 9, 9
Aantal inwoners 2022 (CBS)
marktruimte in de horeca altijd globaler en indicatiever (zie boven) . Ter toelichting: Uitgangspunt voor het aantal inwoners is het jaar 2032 (totale regio 203. 800 inwoners, tabel 1) . De gemiddelde besteding per inwoner aan Fastservice horeca is gebaseerd op het landelijke cijfer uit 2019. Dus pre-corona, toen de horeca (i. t. t. in 2020 en 2021) volledig geopend was. Alles wijst erop, dat deze bestedingen inmiddels weer boven het niveau van 2019 liggen. Dit cijfer is dus een behoudend uitgangspunt. Fastservicezaken worden vanwege hun aard (prijsvriendelijk, vervanging van zelf koken, snacks, ijsco’s, etc. ) vooral in de eigen woonomgeving bezocht, anders dan bijvoorbeeld restaurants of terrassen. Over de binding aan de eigen regio bestaan geen specifieke koopstroomcijfers. De gemiddelde koopkrachtbinding (‘gebonden bestedingen’) in fastservice-horeca binnen de eigen regio ramen we, o. b. v. onze eigen kennis en ervaring, op 70-75%.
De toevloeiing van omzet van buiten de regio is sterk afhankelijk van de omvang en kwaliteiten van het gevestigde aanbod. In de gemeente Venlo komt 61% van de totale niet-dagelijkse winkelomzet van buiten de gemeente. 2 Elders in de regio is dat cijfer lager. De toevloeiing van buiten de regio ligt in Fastservice horeca doorgaans wat lager dan in de niet-dagelijkse sector. In onderhavige regio is echter wel veel dag- en verblijfstoerisme aanwezig, wat de anderzijds toevloeiing verhoogt. De toevloeiing van buiten de regio in de branche Fastservice horeca ramen we op gemiddeld 50%, in zowel de minimale als maximale variant. De raming van de marktruimte (behoefte) is behoudend ingestoken. We veronderstellen bijvoorbeeld geen toename van bestedingen en gemiddelde omzet per zaak de komende 10 jaar, terwijl dat conform de algemene verwachting waarschijnlijk wel het geval zal zijn. Zie bijvoorbeeld de omzetontwikkeling van de horeca tussen 2005 en 2019 (figuur 4) .
Koopstromenonderzoek Limburg 2019.
woensdag 19 juli 2023
8
2 Trends en marktverkenning horeca in regio Ladderonderbouwing horeca Venloseweg 104-106 Tegelen
Zeker de fastservicesector stijgt qua bestedingen gestaag door en is, mede vanwege het overwegend prijsvriendelijke en laagdrempelige karakter, nauwelijks gevoelig voor conjuncturele schommelingen. Dit was bijvoorbeeld goed zichtbaar in de jaren 2008-2012 (kredietcrisis, economische recessie) . Tot 2032 is er vanuit deze benadering in de regio Venlo een marktruimte voor nieuwe Fastservice horeca van netto + € 4, 3 – 9, 9 mln. per jaar. Het zwaartepunt van de regionale marktruimte ligt in de gemeente Venlo, mede door de positieve bevolkingsontwikkeling aldaar. De geraamde marktruimte is nadrukkelijk indicatief en mede afhankelijk van de specifieke productformules binnen het nieuwe aanbod. Fastservice horecazaken kunnen vaak op een relatief laag omzetniveau toch rendabel functioneren, vanwege de gemiddeld hoge (bruto) winstmarges in deze branche. Ook locatiekwaliteiten, onderscheidend vermogen en ondernemerschap spelen een belangrijke rol. Toelichting omzetclaim gevestigde horeca De omzetclaim van de bestaande horeca in de regio is als volgt bepaald. Er zijn in de regio momenteel 223 fastservicezaken (bron: Vastgoeddata. nl / Kamer van Koophandel, bewerkt door BRO) . Wanneer we hierop de gemiddelde Nederlandse omzetcijfer voor dit horecatype per zaak toepassen (€ 272. 000) , dan ontstaat de zogenaamde omzetclaim van het gevestigde aanbod Deze is weergegeven in tabel 2.
2. 4
Marktverkenning horeca kwalitatief
Veruit het belangrijkste horecaconcentratie gebied in de regio is de binnenstad van Venlo. Deze richt zich vooral op recreatief en vaak impulsgericht horecabezoek, waaronder uitgaan
woensdag 19 juli 2023
‘s avonds. Er zijn dan ook vele restaurants en cafés. In de overige centra binnen de regio (waaronder Tegelen) is het aanbod en de variatie van horeca veel beperkter en vooral winkelondersteunend. Daarnaast bieden de wijk- en buurtcentra en andere winkelgebieden (Via Venlo) horeca. Dit betreft vooral fastservicezaken, maar er zijn in onderhavige regio ook veel cafés. Ook deze horeca is in hoge mate winkelondersteunend dan wel lokaal verzorgend. De enige horeca nabij het plangebied (Zuiderbrug) betreft een McDonald's. De aanwezigheid van deze internationaal welbekende horecaformule onderstreept de functie en potenties van het plangebied als enerzijds goed bereikbare horecabestemming voor de lokale/regionale inwoners en anderzijds verzorgingsplek voor automobilisten via de nabijgelegen snelwegen.
2. 5
Plancapaciteit en relevante plannen
Plancapaciteit horeca Er bestaan in het verzorgingsgebied diverse planologische opties voor vestiging van (nieuwe) horeca. Dit betreft echter vooral de centrumgebieden en buurt- en wijkcentra, met veelal een bredere (flexibele) bestemming dan alleen horeca. Deze locatietypen zijn qua bezoekmotief en –gedrag dus totaal niet vergelijkbaar met de onderhavige ‘traffic-locatie’ en dus niet relevant in dit kader. Het betreft bovendien veelal reeds jarenlang bestaande plancapaciteit die om uiteenlopende redenen niet wordt benut, bijvoorbeeld door onvoldoende lokaal draagvlak en ontwikkelperspectief, of omdat de locaties al benut worden voor andere functies.
2. 6
Toekomstperspectief horeca algemeen
Toekomstperspectief horeca algemeen De komende jaren worden, na afbouw van de steunmaatregelen, weliswaar extra faillissementen verwacht in de horecasector, maar aan de andere kant ook een verdere groei van bezoek en bestedingen. Meerdere bronnen verwachten dat de horecaomzet landelijk in 2022/2023 reeds weer op het niveau van ‘topjaar’ 2019 zal zijn. De actuele situatie bevestigt deze prognose. Horeca is niet meer weg te denken uit het straatbeeld en heeft een belangrijke maatschappelijke functie. Er bestaat een enorme (voor iedereen herkenbare) behoefte aan buitenshuis eten, iets drinken en uitgaan. Mensen willen er weer op uit, anderen ontmoeten en iets ‘beleven’. De spaartegoeden van particulieren zijn in 2020/2021 bovendien sterk gegroeid, wat met name voor een ‘luxeproduct’ als horeca zeer relevant is. Wel bestaan vraagtekens of mensen in de toekomst nog dicht op elkaar willen zitten of staan, wat de (verdien) capaciteit van horecazaken kan beïnvloeden. De horeca is van nature een zeer dynamische en veerkrachtige sector, die creatief inspeelt op veranderende trends, ontwikkelingen en marktomstandigheden. Dat zagen we ook na 2008 (kredietcrisis, recessie) : vanaf 2013 nam de horecaomzet landelijk weer snel en vrij aanzienlijk toe.
Ook in de coronaperiode was het aanpassingsvermogen van de horecasector goed zichtbaar (thuisbezorgen/afhalen, culinaire wandelingen, nieuwe terrasconcepten en -locaties) . Opvallend is dat er overal in Nederland ook nu nog veel aanvragen komen voor nieuwe horecazaken en de financiering daarvan geen wezenlijk knelpunt vormt.
Effecten Corona Het coronavirus heeft enorme effecten gehad op de horecamarkt, inclusief een volledige sluiting van enige maanden. 9
2 Trends en marktverkenning horeca in regio Ladderonderbouwing horeca Venloseweg 104-106 Tegelen
Geleidelijk zijn zaken en terrassen (vanaf juni 2021) weer opengegaan.
Onderzoek van Mastercard (juli 2021) wees toen al uit, dat liefst 77 procent van de ondervraagden net zo vaak of vaker uit eten wil of een drankje nuttigen, dan dat ze deden voor de pandemie. Vooral jongeren zijn enthousiast en willen de horeca vaker bezoeken om de lockdown-periode in te halen (22 procent) . Men zit liever dan vroeger op het terras i. p. v. binnen.
Opvallend is dat er sinds maart 2020 (begin Coronaepidemie in West-Europa) in Nederland per saldo circa 6% eet- en drinkgelegenheden zijn bijgekomen. Ondernemers investeren dus nog steeds graag in deze sector. Ook het relatief bescheiden aantal faillissementen in Nederland sinds maart 2020 is opvallend. Verder ligt het aantal horecazaken in de verkoop momenteel landelijk een derde lager dan pre corona. Belangrijke oorzaak vormen de steunmaatregelen van de overheid. Waarschijnlijk zal het aantal faillissementen na afbouw van deze steun een behoorlijke ‘inhaalslag’ maken.
2. 7
Conclusies behoefte horeca planlocatie
Planinitiatief i. r. t. kwalitatieve behoefte horeca De beoogde horeca is in belangrijke mate ondersteunend aan de functie als modern tankstation en ‘verzorgingspunt’ voor automobilisten. De locatie is uitstekend bereikbaar voor automobilisten vanaf zowel de lokale als bovenlokale/regionale infrastructuur (A73/A74) en zal voor een groot deel ook mensen van buiten de regio verzorgen. Ook voor fietsers en voetgangers is de locatie goed bereikbaar. De bushalte Zuiderbrug (3 buslijnen) ligt op zeer korte afstand.
Tegelen en Venlo. De horeca aldaar heeft veel meer een winkelondersteunend karakter. Fastservice horeca in buurten wijkcentra is doorgaans primair gericht op mensen die woonachtig zijn in de omliggende wijken en veel minder op passanten (zoals bij onderhavige ontwikkeling) .
Planinitiatief i. r. t. kwantitatieve behoefte Er is vanuit kwantitatieve (cijfermatige) optiek ruim voldoende marktruimte (behoefte) aanwezig voor de beoogde nieuwe horeca aan de Venloseweg te Tegelen. De omzetclaim van de onderhavige horecaontwikkeling kan als volgt worden geraamd. Van de totaal ca. 828 m² bvo resteert volgens onze inschatting maximaal ca. 709 m² bvo ‘echte’ horeca (de rest is retail) . Dit staat gelijk aan een verkoopvloeroppervlak (VVO) van ca. 600 m². O. b. v. de gemiddelde landelijke omzet per m² horeca (ca. € 2. 500) bedraagt de totale omzet ca. € 1, 5 mln. Hiervan zal, vanwege het profiel als traffic-locatie, naar onze inschatting maximaal twee derde (€ 1 mln. ) uit de regio komen. De overige omzet (€ 0, 5 mln. ) komt van passanten per auto, van grotere afstand. Er bestaat derhalve voldoende marktruimte (behoefte) voor de beschreven ontwikkeling, als we het gemiddelde tussen de minimale en maximale raming als uitgangspunt nemen. Er zijn geen andere horeca-ontwikkelingen in de regio bekend, die voorzien in de beschreven behoefte. Ook is er geen relevante harde plancapaciteit aanwezig met de kenmerken (ligging, bereikbaarheidsprofiel, omvang, etc. ) van onderhavige locatie.
De locatie onderscheidt zich hiermee ook nadrukkelijk van andere denkbare vestigingsplekken voor Fastservice horecazaken in de regio. Dit betreft bijvoorbeeld de hoofdcentra van
woensdag 19 juli 2023
10
3 Beleidskaders Ladderonderbouwing horeca Venloseweg 104-106 Tegelen
3
Beleidskaders
3. 1
Overheidsbeleid
Op het terrein van horeca is nauwelijks specifiek of gebiedsgericht overheidsbeleid geformuleerd. We volstaan hier dan ook met de belangrijkste algemene beleidskaders. 3. 1. 1
Provinciale Omgevingsvisie Limburg (POVI)
Met de komst en invoering van de Omgevingswet dient elke provincie haar eigen provinciale omgevingsvisie op te stellen. Op 1 oktober 2021 heeft de provincie Limburg de provinciale omgevingsvisie vastgesteld: ‘de Provinciale omgevingsvisie Limburg’. De POVI Limburg is een lange termijnvisie, met als doelstelling invulling geven over hoe de provincie Limburg in de periode 2030-2050 op een integrale en toekomstbestendige manier kan door ontwikkelen. Het vervangt het huidige ‘Provinciaal Omgevingsplan Limburg (POL2014) . ’ De omgevingsvisie is dynamisch en flexibel, aangezien dit mogelijkheden biedt om het document te actualiseren met het oog op toekomstige veranderingen. In de provinciale omgevingsvisie Limburg worden een aantal hoofdopgaven onderscheiden: het creëren van een aantrekkelijke, sociale, gezonde en veilige omgeving, zowel in het landelijk- als het bebouwde gebied; een toekomstbestendige, innovatieve en duurzame economie (inclusief landbouwtransitie) ; klimaatadaptatie en energietransitie. Deze opgaven, die Limburg-breed spelen, moeten met inachtneming van de specifieke eigenschappen van Limburg
woensdag 19 juli 2023
integrale en toekomstbestendige manier worden geimplementeerd. Participatie tussen overheid, markt en inwoners van Limburg is hierbij een belangrijk uitgangspunt. In de op een
4.
5. 3. 1. 2
Omgevingsverordening Limburg 2014
Met de komst van de Omgevingswet is een nieuwe omgevingsverordening nodig die past binnen de kaders en het instrumentarium van de Omgevingswet. Op 17 december 2021 heeft Provinciale Staten de nieuwe Omgevingsverordening Limburg (2021) vastgesteld. Dit is in principe een beleidsneutrale omzetting van de (beschreven) Omgevingsverordening. De inwerkingtreding is voorzien op 1 januari 2023. Het plangebied is niet gelegen binnen milieubeschermingsgebieden of beschermingszones ten behoeve van natuur en landschap. De voorgenomen ontwikkeling past dan ook binnen het provinciaal beleid. 3. 1. 3
Gemeentelijk beleid
Ruimtelijke Structuurvisie Venlo Ruimte binnen grenzen’ De ruimtelijke structuurvisie (mei 2014) is verdeeld in vijf thema’s c. q. ‘majeure opgaven’. Dit betreft: 1. Drukte in het ommeland: het contrast tussen buitengebied en stedelijk gebied verscherpen. 2. Ruimte in de stad: de beschikbare ruimte in bestaand stedelijk gebied maximaal benutten. Bijvoorbeeld middels tijdelijk gebruik, hergebruik, multifunctioneel gebruik en ‘slim slopen’. Het bestaande of al in ontwikkeling genomen aanbod is voor veel functies voor lange tijd voldoende. Inzet op het benutten van leegstand voor herontwikkeling. 3. Leven met de Maas: ruimte geven aan de rivier en haar beken om te anticiperen op klimaatverandering.
Voorzieningen op maat: zorgen voor vitale en toekomstbestendige voorzieningenclusters, die aansluiten bij de reële behoefte. Robuuste structuren: werken aan een weerbare infrastructuur voor personen- en goederenvervoer.
Op de onderhavige planlocatie is ten eerste een knooppunt aangegeven in het (inter) nationaal wegennet. Ten tweede is het aangemerkt als ‘Poort van de stad’, waarbij versterken van de groene uitstraling van de gemeente een belangrijk aspect is. Ten derde is het gebied Zuiderbrug aangemerkt als perifeer detailhandelscluster op lokale schaal, met beperkte ontwikkelruimte (mits aansluitend en geen ruimte in bestaand vastgoed) . Over de sector horeca worden in deze visie geen specifieke uitspraken gedaan, behalve dat het stedelijk centrum (de binnenstad) hét concentratiegebied voor grootstedelijke en (EU) regionale voorzieningen op het gebied van recreatief winkelen, cultuur, leisure, horeca, hoger onderwijs en dienstverlening is. Strategische visie gemeente Venlo ‘Venlo 2040’ Deze visie (april 2021) beschrijft globaal als hoofdopgaven: een gebalanceerde bevolking; draagvlak voor voorzieningen; kennisontwikkeling en verdienmodellen ; een samenleving die zelf zaken oppakt en organiseert. Over de sector horeca worden geen gerichte uitspraken gedaan. Horecabeleid De gemeente Venlo heeft geen actueel integraal horecabeleid.
11
3 Beleidskaders Ladderonderbouwing horeca Venloseweg 104-106 Tegelen
3. 2
Plannen in de regio
Er zijn in de regio geen ‘harde’ plannen of plancapaciteit bekend met de aard, omvang, doelgroepen en het locatieprofiel van onderhavige ontwikkeling.
woensdag 19 juli 2023
12
4 Toets ladder voor duurzame verstedelijking Ladderonderbouwing horeca Venloseweg 104-106 Tegelen
4
Toets ladder voor duurzame verstedelijking
Mede op basis van de beschreven analyses en beleidskaders, beoordelen we hieronder het plan voor onderhavige ontwikkeling vanuit de Ladder voor duurzame verstedelijking.
4. 1
Behoefte
Kwalitatieve behoefte leidend Vanuit de Laddersystematiek zijn er globaal twee soorten behoeften: Kwalitatieve behoefte komt voort uit trends en ontwikkelingen, beleidskaders en de meerwaarde en het onderscheidend vermogen van een plan voor wat betreft doelgroepen, marktsegmenten, relatie met de planlocatie en omgeving, etc. . Kwantitatieve behoefte komt voort uit cijfermatige modelberekeningen van vraag en aanbod en zijn gebaseerd op diverse cijfermatige aannames. In de ruimtelijke ordening is de kwalitatieve behoefte het meest relevant, mede omdat de kwantitatieve (cijfermatige) behoefte/marktruimte veelal wordt beschouwd als onderdeel van de reguliere marktwerking. Met dit laatste heeft de overheid in principe geen bemoeienis, tenzij extra leegstand wordt verwacht of de markt door een specifieke ontwikkeling duurzaam ontwricht dreigt te ramen, met wezenlijke negatieve ruimtelijke, economische of maatschappelijke effecten.
woensdag 19 juli 2023
Voldoende kwalitatieve en kwantitatieve behoefte De ontwikkeling versterkt het profiel van het huidige tankstation/fietsenwinkel als verzorgingspunt voor (met name) automobilisten. De nabijgelegen McDonald’s illustreert reeds deze potentie. Er is in kwantitatieve èn kwalitatieve zin behoefte geconstateerd aan de beoogde ontwikkeling van horeca in de fastservice sector, conform de beschreven kenmerken, invulling, omvang en doelgroepen. De horeca (fastservice) zal in hoge mate bezoekers van buiten de regio trekken, zodat de concurrentie op het bestaande aanbod beperkt blijft. De beoogde fitnessruimte is vanwege haar bescheiden omvang geen nieuwe stedelijke ontwikkeling in de zin van de Ladder. Door de bijzondere locatie (uitstekend bereikbaar, tussen Venlo en Tegelen) zal het gebruikers uit een relatief groot gebied trekken. De effecten op bestaande voorzieningen in de regio zullen naar verwachting beperkt zijn en extra leegstand wordt niet verwacht. Passend in beleidskaders De ontwikkeling speelt bovendien goed in op de behoefte van de lokale, regionale en provinciale overheden, zoals omschreven in diverse beleidsdocumenten. Horeca heeft een belangrijke meerwaarde voor de economische en maatschappelijke functie van Venlo en de regio (ontmoeting, ontspanning, maatschappelijk) .
Het provinciale, regionale en gemeentelijke beleid zet in op hoogwaardige stedelijke woon-, recreatie- en werklocaties Bovendien sluit de ontwikkeling aan op en is ondersteunend aan het bestaande en beleidsmatig gefaciliteerde PDV-cluster Zuiderbrug, die tevens wordt beschouwd als ‘Poort naar de stad’. Ook sluit het, als verzorgingspunt, aan op het (inter) regionale wegennet. De ontwikkeling vindt grotendeels
plaats in bestaande bebouwing met momenteel een laagwaardige uitstraling. Het voorkomt daarmee een dreigende leegstand op termijn.
4. 2
Relevant verzorgingsgebied
De handreiking bij de ladder schrijft voor dat aard en omvang van de nieuwe stedelijke ontwikkeling (en) bepalend is voor de afbakening van het verzorgingsgebied. De relevante regio voor het programma is gedefinieerd als het gebied van waaruit bezoekers in maximaal 20 minuten reistijd per auto (daluren) de locatie kunnen bereiken. Dit omvat de gemeenten Venlo, Horst aan de Maas, Peel en Maas en Beesel. Daarnaast komen er nu reeds veel bezoekers van buiten de regio langs de locatie, met name automobilisten. Eventuele effecten zullen zich dus over een groot gebied spreiden, inclusief Duitsland en België.
4. 3
Effecten
De onderhavige ontwikkeling is zonder meer waardevol en onderscheidend binnen de regio, vanwege de bijzondere locatiekwaliteiten (een uitstekend bereikbare ‘traffic-locatie’) en de combinatie met een modern tankstation en verzorgingspunt voor automobilisten is. Het is complementair aan het bestaande aanbod in Venlo en de regio. Mede omdat voldoende behoefte is aangetoond en het initiatief een relatief grote reikwijdte heeft, verwachten we geen substantiële (negatieve) effecten op het aanbod van horeca in de regio, dan wel een toename van de leegstand. De ontwikkeling heeft kortom geen negatieve effecten op de leegstand en het woon-, leef- en ondernemersklimaat en in de regio en genereert, integendeel, in dat opzicht zelfs vooral positieve effecten.
13
4 Toets ladder voor duurzame verstedelijking Ladderonderbouwing horeca Venloseweg 104-106 Tegelen
4. 4
Locatie
De beoogde ontwikkeling vindt plaats binnen het huidige stedelijke gebied als gedefinieerd vanuit de ladder voor duurzame verstedelijking. De locatie behoeft dus geen nadere onderbouwing.
4. 5
Conclusie
De ontwikkeling van nieuwe horeca op de locatie Venloseweg 104-106 te Tegelen als omschreven in hoofdstuk 1 wordt vanuit de doelstellingen en kaders van de Ladder voor duurzame verstedelijking positief beoordeeld. De ontwikkeling heeft zowel een lokale als (boven) regionale verzorgingsfunctie en er is voldoende behoefte aanwezig, zowel vanuit kwalitatief als kwantitatief perspectief. Het is dus niet aannemelijk dat de ontwikkeling negatieve ruimtelijke effecten heeft op de horecastructuur inclusief de aangewezen concentratiegebieden. Bovendien past het binnen de vigerende beleidskaders. Er is in de regio geen planologische capaciteit bekend, geschikt voor de onderhavige ontwikkeling.
woensdag 19 juli 2023
14
4 Toets ladder voor duurzame verstedelijking Ladderonderbouwing horeca Venloseweg 104-106 Tegelen
Hoofdvestiging Boxtel Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel T +31 (0) 411 850 400 Vestiging Amsterdam Rhijnspoorplein 38 1018 TX Amsterdam T +31 (0) 20 506 19 99 Vestiging Venlo
www. bro. nl
woensdag 19 juli 2023
| info @bro.nl
Industriestraat 94 5931 PK Tegelen T +31 (0) 77 373 06 01
15
Bijlage 2
Verkennend bodemonderzoek
21
VERKENNEND BODEMONDERZOEK VENLOSEWEG 104-106 TE TEGELEN
Rapportage verkennend Venloseweg
bodemonderzoek
104-106 te Tegelen
Opdrachtgever
Energy Group
Vissers
Stationsstraat 90 HS Horst
5961
Rapportnummer Versienummer
14306.001 D1
Status
Eindrapportage
Datum
18 december 2020
Vestiging
Limburg Rijksweg
Noord
6071
Swalmen
088
KS -
39
5001600
swalmen@econsultancy.nl Opsteller Paraaf
Kwaliteitscontrole Paraaf
(geanonimise rd) Neree) AA
Kwaliteitszorg Econsultancy is
Vereniging Kwaliteitsborging Bodembeheer (VKB). De VKB is een vereniging van bodemadviesheeft als doel kwalitet sborging en continue verbetering van de dienstverlening van haar leden op het gebied van bodembeheer. Het VKB keurmerl k geeft opdrachtgevers de zekerheid dat het uitvoerend bureau werkt conform de eisen die de VKB aan haar leden stelt op het gebied van competenties en integriteit van medewerkers en het toepassen van vigerende normen en onderzoeksprotocollen. en
lid van
de
-onderzoeksbureaus
en
Econsultancy boek. Ons
werkt
volgens een dynamisch kwa iteits- en milieusysteem, zoals beschreven milieusysteem is gecerti iceerd volgens de eisen in de NEN-EN-ISO
kwaliteits- en
in het kwaliteits- en 9001
en
milieuhand-
NEN-EN-ISO
14001.
Betrouwbaarheid Dit bodemonderzoek
toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving. Een het steekproefsgewijs bemonsteren van de bodem, uitgevoerd waardoor het, op basis van de resultaten van een bodemonderzoek, onmogelijk is garanties af te geven ten aanzien van de milieuhygiënische bodemkwaliteit. Daarnaast betreft het bodemonderzoek een momentopname. Econsultancy accepteert op voorhand geen aansprakelijkheid ten aanzien van mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door Econsultancy uitgevoerde bodemonderzoek neemt. bodemonderzoek
is op
wordt
In dit kader dient ook
in
zorgvuldige wijze zijn algemeenheid
ui gevoerd echter
conform
de
door
opgemerkt te worden dat geraadpleegde bronnen niet altijd zonder fouten en volledig zijn. Daar Econsultancy voor het verkrijgen van historische informatie afhankelijk is van deze bronnen, kan Econsultancy niet instaan voor de juistheid en volledigheid van deze informatie.
INHOUDSOPGAVE 1
INLEIDING
2
AFBAKENING ONDERZOEKSLOCATIE
3
MILIEUHYGIËNISCH VOORONDERZOEK BODEM 3. 1 3. 2 3. 3 3. 4 3. 5 3. 6 3. 7 3. 8 3. 9
. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .
Geraadpleegde bronnen
. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .
. .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .
. . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .
Historisch en huidig gebruik onderzoekslocatie Toekomstige situatie
. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .
.. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .
Calamiteiten Uitgevoerd (e) bodemonderzoek (en) op de onderzoekslocatie Aangrenzende terreindelen/percelen
.. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .
. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .
Terreininspectie Informatie lokale of regionale achtergrondgehalten Bodemopbouw en geohydrologie
. . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .
.. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .
1 1 2 2 2 3 3 3 4 4 5 5
4
CONCLUSIES MILIEUHYGIËNISCH VOORONDERZOEK BODEM (ONDERZOEKSOPZET) 6
5
VELDWERK 5. 1 5. 2
Algemeen
5. 3
Visuele inspectie toplaag/maaiveld op asbest Uitvoering veldwerk Algemene bodemopbouw en visuele inspectie opgegraven materiaal
.. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .
. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .
7
.. . . . .. . . .. . . .
. .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .
Uitvoering veldwerk Bemonstering
. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .
.. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. .
LABORATORIUMONDERZOEK 6. 1 6. 2 6. 3 6. 4
6 7 7 7 8 9 9 10
. .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .
Grondwateronderzoek 5. 3. 1 5. 3. 2
6
.. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .
Grondonderzoek 5. 2. 1 5. 2. 2 5. 2. 3
6
. . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .
. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. .
Uitvoering analyses Toetsingskader Resultaten grond- en grondwatermonsters verkennend bodemonderzoek Resultaten verkennend onderzoek asbest
. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. .
10 13 14 15
. . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. .
16
. .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. .
. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. .
SAMENVATTING, CONCLUSIES EN ADVIES
10
. . . .. . . .. . . .. . . . .. .
BIJLAGEN: 1. 2. 3a. 3b. 4a. 4b. 5.
-
Topografische ligging van de locatie
-
Locatieschets
-
Bodemprofielen
-
Foto's asbestinspectiegaten, opgegraven en gezeefd materiaal
Analysecertificaten Getoetste analyseresultaten - Toetsingskader Circulaire bodemsanering -
14306. 001
1
INLEIDING
Vissers Energy Group heeft Econsultancy opdracht verleend voor het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek op de locatie Venloseweg 104-106 te Tegelen. Het onderzoek is uitgevoerd in het kader van de voorgenomen aankoop van de onderzoekslocatie. Het onderzoek heeft tot doel met een relatief geringe onderzoeksinspanning vast te stellen of op de onderzoekslocatie bodemverontreiniging aanwezig is. Tevens heeft het onderzoek tot doel na te gaan of de verdenking van verontreiniging met asbest van het terrein terecht is en (zo nodig) een indicatieve uitspraak te doen over het asbestgehalte in de bodem en/of het puin. Op basis van de resultaten wordt bepaald of er milieuhygiënische belemmeringen zijn voor de voorgenomen aankoop van de onderzoekslocatie.
Het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem is verricht conform de NEN 5725: 2017 " Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek." Het bodemonderzoek is uitgevoerd conform de NEN 5740+A1: 2016 " Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond." Het verkennend onderzoek asbest in bodem en puin is uitgevoerd conform de NEN 5707+C1: 2016/C2: 2017 " Bodem - Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond " en/of conform de NEN 5897+C1: 2016/C2: 2017 " Inspectie en monsterneming van asbest in bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat." Het veldwerk en de bemonstering zijn verricht onder certificaat op grond van de BRL SIKB 2000 " Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek," protocollen 2001, 2002 en 2018. Voor het veldwerk en bemonstering van asbest in puin is geen certificering van toepassing. De visuele inspectie is uitgevoerd door medewerkers, die gekwalificeerd zijn voor het protocol 2018 van de BRL SIKB 2000. De analyseresultaten met betrekking tot de bodem zijn getoetst aan het toetsingskader uit de Circulaire bodemsanering en aan de achtergrondwaarden voor grond uit de Regeling bodemkwaliteit. De (inspectie) resultaten met betrekking tot puin zijn getoetst aan de helft van de hergebruikswaarde.
Voor de specifieke toetsing wordt verwezen naar paragraaf 6. 2. Econsultancy is onder meer gecertificeerd voor de protocollen 2001, 2002 en 2018 van de BRL SIKB 2000. In dat kader verklaart Econsultancy geen eigenaar van de onderzoekslocatie te zijn of te worden.
2
AFBAKENING ONDERZOEKSLOCATIE
Het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem omvat de onderzoekslocatie en de direct hieraan grenzende percelen en/of terreindelen binnen een afstand van 25 meter. De onderzoekslocatie (± 9. 500 m²) is gelegen aan de Venloseweg 104-106 te Tegelen (zie bijlage 1) De onderzoekslocatie is kadastraal bekend gemeente Tegelen sectie A, nummer 7950, 8095, 9085, 9193, 9194, 9195 en 9364.
.
Volgens het Actueel Hoogtebestand Nederland bevindt het maaiveld zich op een hoogte van circa 18 m +NAP en zijn de coördinaten van het midden van de onderzoekslocatie X = 208. 170, Y = 373. 930.
Rapport 14306. 001 versie D1
Pagina 1 van 16
Ne
_MILIEUHYGIËNISCH VOORONDERZOEK
3
Geraadpleegde
3.1
Voorafgaand aan bodem uitgevoerd vooronderzoek
BODEM
bronnen
de
uitvoering
van
op
basis van
de
bodem
de NEN
geraadpleegde
veldwerkzaamheden
is
5725.
de in het kader
van
het
weergegeven. Van de locatie
en
de directe
In tabel
bronnen
1
zijn
een
milieuhygiënisch
vooronderzoek
milieuhygiënisch omgeving historische, huidige en toekom-
zijn uit verschillende informatiebronnen gegevens verzameld over het stige gebruik, eventuele calamiteiten, eventueel eerder uitgevoerde bodemonderzoeken, opbouw en geohydrologie, verhardingen, kabels en leidingen. Geraadpleegde
Tabel 1.
Historisch, huidig
uitgevoerd
-
-
van
(contactpersoor (geanonimiseerd)
Opdrachtgever
ondergrondse tanks, calamiteiten,
|
eerder
bodemonderzoek
Locatiegegevens -
Bron
toekomstig gebruik
Bouw-/milieudossier,
Gemeente Venlo
(contactpersoon
(geanonimiseerd) _________ |
topografisch kaartmateriaal basisregistratie grootschalige topografie
WWW. topotijdreis.nl
kadastrale
www.kadaster.nl www.ahn.nl
-luchtfoto's
webservices.gbo-provincies.nl/luto/services/wms maps.google.nl
Google streetview provinciale bodeminformatie bodemopbouw -geo(hydro)logie kabels en leidingen -
maps.bodemdata.nl
-
www.dinoloket.nl www.kadaster.nl/klic-wion
-
3.2
Historisch
De
onderzoekslocatie
huidig gebruik
en
is
tankstation en is
onderzoekslocatie
momenteel
gebruik), fietsenwinkel,
buitenterrein
2020
www.bodemloket.nl
-
het
2 december
www.pdok.nl
gegevens
-hoogtekaart
meer
d.d.
internet:
historisch
in
bodem-
bronnen
Onderdeel en
de
de wasstraat
(grotendeels)
in
gebruik
wasstraat
en
bevindt zich verhard
met
als
met
tankstation,
met
werkplaats
(niet
weg (Ariënstraat). Ter plaatse van vloeistofdichte verharding. De rest van het
plaatselijk een Op perceel
klinkers.
garagebedrijf
asfalt verharde
A7950
bevindt
zich
puinverhar-
een
ding. Ten
behoeve
liter),
het
van
benzinetank
tankstation
(20.000
liter)
bevinden
en
2
zich
(onder meer) een ondergrondse dieseltank (20.000 superbenzinetanks (respectievelijk 15.000 liter en 12.000 liter)
op de onderzoekzoekslocatie. De vulpunten van deze tanks bevinden zich den zich alhier 2 olie-fbenzineafscheiders. Nabij de wasstraat bevindt
geclusterd. zich
Tevens
eveneens
een
bevinolie-
/benzineafscheider. In de
Uit
verfopslag (30 liter), een opslag voor oude accu's (respectievelijk 2.400 liter en 1.200 liter) aanwezig (geweest).
werkplaats
smeerolietanks
historisch
is
een
voor
zover
bekend
vóór
zijn
in
lekbakken
2
blijkt, dat de onderzoekslocatie in gebruik was als weiland en altijd agrarische bestemming gehad (zie figuur 1). Vóór 1980 heeft ten zuiden van de onderzoekslocatie een woonhuis gestaan tot ca. 1980. Uit historisch kaartmateriaal uit de periode 1980 1990 blijkt dat het huidige pand in deze periode gebouwd is. Volgens de BAGvieis de wasstraat in 1998 op de locatie gebouwd. wer (Basisregistratie Adressen en Gebouwen) heeft
kaartmateriaal
en
1950
een
-
Rapport 14306.001 versie D1
Pagina 2 van 16
Figuur 1. Uitsneden historisch kaartmateriaal
In bijlage 2 is de huidige situatie op een locatieschets weergegeven. 3. 3
Toekomstige situatie
De initiatiefnemer is voornemens de locatie aan te kopen. De tankstation en de bedrijven op de onderzoekslocatie worden heringedeeld op de percelen. Afgezien van deze werkzaamheden zullen de huidige bedrijfsactiviteiten (grotendeels) worden voortgezet. 3. 4
Calamiteiten
Voor zover bij de opdrachtgever bekend hebben zich op de onderzoekslocatie in het verleden geen calamiteiten met een bodembedreigend karakter voorgedaan. Ook uit informatie van de gemeente Venlo blijkt, niet dat er zich in het verleden bodembedreigende calamiteiten hebben voorgedaan. 3. 5
Uitgevoerd (e) bodemonderzoek (en) op de onderzoekslocatie
Op de onderzoekslocatie zijn, voor zover bekend, twee bodemonderzoeken uitgevoerd. In 2008 is door Econsultancy ter plaatse van de locatie Venloseweg 104-106, in opdracht van Automobielbedrijf G+H, een inventariserend bodemonderzoek uitgevoerd (rapportnummer 04101581. 29 VEN. BSB. INV, d. d. 1 juni 2008) Destijds zijn, verdeeld over 10 deellocaties, in totaal 40 boringen verricht tot maximaal 4, 0 m -mv. Tevens zijn 12 peilbuizen bemonsterd. Ter plaatse van het zuidelijke deel van perceel A7950 is destijds een puinverharding aangetroffen. In de grond zijn destijds géén verontreinigingen aangetoond. Het grondwater bleek plaatselijk licht tot matig verontreinigd met nikkel en verder licht verontreinigd met cadmium, chroom, zink, minerale olie, tetrachlooretheen of cis-1. 2dichlooretheen. .
Ter plaatse van de wasstraat is recentelijk door HMB bv een nulsituatie bodemonderzoek uitgevoerd (kenmerk 18277701A, d. d. 12 juli 2018) Destijds zijn 7 boringen verricht tot maximaal 2, 0 m -mv en zijn 2 bestaande peilbuizen bemonsterd. Bij de uitvoering van het veldwerk zijn destijds geen bijzonderheden (waaronder olie-indicaties) of bijmengingen aangetroffen, die kunnen duiden op aanwezigheid van bodemverontreiniging. Op het maaiveld en in het omhoog gebrachte materiaal zijn ook geen asbestverdachte materialen aangetroffen. Het grondwater bevond zich destijds op ± 2, 95 m -mv. Analytisch zijn in de bovengrond destijds géén verontreinigingen aangetoond. Het grondwater bleek licht verontreinigd met barium en cadmium. .
Rapport 14306. 001 versie D1
Pagina 3 van 16
3. 6
Aangrenzende terreindelen/percelen
In paragraaf 3. 1 zijn de geraadpleegde informatiebronnen voor de omliggende terreindelen en aangrenzende percelen binnen 25 meter van de onderzoekslocatie opgenomen. Het bodemgebruik van de omliggende terreindelen is als volgt: aan de noordwestzijde bevindt zich de N271 (Venloseweg) ; aan de noordoostzijde bevindt zich A73; aan de zuidoostzijde bevindt zich de Karwei. Vóór 2008 bevond zich op dit terrein de Intratuin; aan de zuidwestzijde bevindt zich aan de overzijde van de Anjelierstraat de parkeerplaats van een company gebouw.
multi-
Van de aangrenzende percelen zijn enkele bodemonderzoeksgegevens bekend. In 2017 heeft Geonius een verkennend onderzoek uitgevoerd ter plaatse van het fietspad, ten noordwesten van de onderzoekslocatie (rapportnummer: MA140233. 029. R01, d. d. 26-01-2017) Het verkennend bodemonderzoek is uitgevoerd in het kader van de voorgenomen reconstructiewerkzaamheden. Destijds zijn zintuigelijk en analytisch geen verontreinigingen aangetroffen. .
In 2010 heeft Oranjewoud een vooronderzoek uitgevoerd aan de Aiensstraat 100 (voormalige Intratuin) ten zuidoosten van de onderzoekslocatie (rapportnummer: 202513, d. d. 4-06-2010) De locatie wordt op basis van het vooronderzoek beschouwd als ‘verdacht’. ,
.
In 1994 heeft Intron bodemtech een verkennend onderzoek uitgevoerd ten zuidoosten van de onderzoekslocatie (Venloseweg/Bosserhofweg 100) (rapportnummer: 94181) In de bodem is zintuiglijk geen verontreiniging aangetroffen. De bovengrond bleek sterk verontreinigd met arseen en licht verontreinigd met PAK. De ondergrond bleek licht verontreinigd met arseen. Het grondwater bleek licht verontreinigd met nikkel, tolueen en xylenen. .
Aan de overzijde van de Venloseweg (voormalige steenfabriek te Venloseweg 77, huidig afrittencomplex van de A73) zijn destijds meerdere bodemonderzoeken uitgevoerd door onder andere Heidemij Advies (projectnummer 632/ZC95/1090/51538) De bodem bleek zintuiglijk verontreinigd met puin en kooltjes. Ter hoogte van de voormalige vuurvaste loods bleek de bovengrond sterk verontreinigd met arseen, cadmium en zink en matig verontreinigd met lood, barium en PAK. De ondergrond bleek sterk verontreinigd met arseen en cadmium en licht verontreinigd met lood, zink en barium. Ter hoogte van de stortrug en de voormalige glazuuropslag bleek de bovengrond sterk verontreinigd met barium en licht verontreinigd met minerale olie en PAK. De ondergrond bleek sterk verontreinigd met lood en minerale olie. Verder bleek de bodem plaatselijk licht verontreinigd met enkele zware metalen. Uit het saneringsplan, opgesteld door Heidemij Advies Heidemij Advies, (projectnummer 632/ZC95/1090/51538) bleek dat de aangetroffen verontreinigingen ontgraven zullen worden. .
3. 7
Terreininspectie
De tijdens de terreininspectie aangetroffen situatie komt overeen met de locatiegegevens, zoals deze zijn opgenomen in paragraaf 3. 2. Op de onderzoekslocatie zijn geen mogelijke bronnen voor een grond- en/of grondwaterverontreiniging aangetroffen. Op de onderzoekslocatie zijn eveneens geen specifieke mogelijke bronnen voor een asbestverontreiniging aangetroffen.
Rapport 14306. 001 versie D1
Pagina 4 van 16
3. 8
Informatie lokale of regionale achtergrondgehalten
De onderzoekslocatie is met betrekking tot de boven- en ondergrond gelegen binnen de bodemkwaliteitszone " Wonen en werken < 1987 - Tegelen”, van het gebied waarvoor de gemeente Venlo een “Bodembeheernota Venlo” heeft opgesteld. Binnen bodemkwaliteitszone " Wonen en werken < 1987 Tegelen” komen licht verhoogde gehalten voor aan metalen (cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, nikkel en zink) minerale olie, PAK en PCB. ,
Voor het gebied waarin onderhavige onderzoekslocatie is gelegen, is géén asbestkansenkaart vastgesteld. Regionaal komen verhoogde concentraties van metalen in het grondwater voor. De provincie Limburg heeft specifieke beleidslijnen geformuleerd met betrekking tot deze regionaal verhoogde concentraties van metalen in het grondwater (zie “Beleidskader bodem, actualisatie 2016”, vastgesteld door Gedeputeerde Staten van Limburg op 26 juli 2016) .
3. 9
Bodemopbouw
en geohydrologie
De originele bodem bestaat volgens de bodemkaart van Nederland uit een rooibrikgrond, die volgens de Stichting voor Bodemkartering voornamelijk is opgebouwd uit zeer sterk lemig fijn zand. De afzettingen, waarin deze bodem is ontstaan, behoren geologisch gezien tot de Formatie van Beegden.
Figuur 2. Uitsnede bodemkaart
De gemiddelde stand van het freatisch grondwater bedraagt ± 14 m +NAP, waardoor het grondwater zich op ± 4 m -mv zou bevinden. Het water van het eerste watervoerend pakket stroomt volgens de isohypsenkaart van de Dienst Grondwaterverkenning van TNO in noordelijke richting. Er liggen geen pompstations in de buurt van de onderzoekslocatie die van invloed zouden kunnen zijn op de grondwaterstroming ter plaatse van de onderzoekslocatie. De onderzoekslocatie ligt niet in een grondwaterbeschermingsgebied.
Rapport 14306. 001 versie D1
Pagina 5 van 16
CONCLUSIES MILIEUHYGIËNISCH VOORONDERZOEK BODEM (ONDERZOEKSOPZET)
4
Ten behoeve van het bodemonderzoek is, op basis van het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem, een aantal deellocaties geïdentificeerd. In tabel 2 zijn de onderzoeksstrategieën, die van toepassing zijn op de betreffende deellocaties, weergegeven. Tabel 2.
Onderzoeksstrategie Deellocatie
Oppervlakte
Verwachte stoffen
Onderzoeksstrategie
A
ondergronds tankcluster (totaal 67. 000 liter)
n. v. t.
minerale olie | vluchtige aromaten | MTBE
VEP-OO
B
vulpunten
< 10 m 2
minerale olie | vluchtige aromaten | MTBE
VEP
C
afleverpunten
< 100 m 2
minerale olie | vluchtige aromaten | MTBE
VEP
D
leidingtracé (s)
n. v. t.
minerale olie | vluchtige aromaten | MTBE
VEP-OO
E
olie-/benzineafscheiders
< 10 m 2
minerale olie | vluchtige aromaten | MTBE
VEP-OO
F
werkplaats
< 500 m 2
PAK | minerale olie
VEP
G
zuidelijk deel perceel A7950
< 1.500 m 2
asbest
VED-HE
H
toekomstige tankstation
< 800 m 2
asbest
VED-HE
X
overig terreindeel
± 9. 500 m 2
metalen | PAK | minerale olie
VED-HE-NL
Onderzoeksstrategieën volgens NEN 5740: VEP Verdacht, plaatselijke bodembelasting, uitgezonderd ondergrondse opslagtanks : VEP-OO : Verdacht, plaatselijke bodembelasting, één of meer ondergrondse opslagtank (s) VED-HE-NL: Verdacht, diffuse bodembelasting, heterogene verontreiniging, niet lijnvormig
5
VELDWERK
5. 1
Algemeen
Tijdens het opstellen van het boorplan is rekening gehouden met de doelstellingen en de richtlijnen, die geformuleerd zijn in de inleiding. Daarnaast is rekening gehouden met de gegevens voortvloeiend uit het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem en de ligging van kabels en leidingen. Bijlage 2 bevat de locatieschets met daarop aangegeven de situering van de boorpunten/gaten en de peilbuizen. In bijlage 3a zijn de bodemprofielen opgenomen. Bijlage 3b bevat foto’s van het opgegraven en gezeefde materiaal. Het veldwerk is tussen 30 november en 3 december 2020 uitgevoerd onder kwaliteitsverantwoordelijkheid van de heer N. W. M. Snippe. Deze medewerker van Econsultancy staat geregistreerd als ervaren veldwerker voor de protocollen 2001 en 2018 van de BRL SIKB 2000 " Veldwerk bij milieuhygienisch bodem- en waterbodemonderzoek."