051 Bijl01 Bestemmingsplan Mobiliteitscentrum Venloseweg 104-106 te Tegelen, toelichting.pdf
Tekst van het document
Bestemmingsplan Mobiliteitscentrum Venloseweg 104-106 te Tegelen Gemeente Venlo Vaststelling
Bestemmingsplan Mobiliteitscentrum Venloseweg 104-106 te Tegelen Gemeente Venlo Vaststelling
Rapportnummer:
P04667
IMRO-identificatienummer:
NL.IMRO.0983.BP202310MOBCENTRUM-VA01
Datum:
maart 2024
Opdrachtgever:
Vissers Energy Group B.V.
Projectteam BRO:
HLe, IMo, PvK, JEn
Concept:
4 augustus 2022, 30 november 2022, februari 2023, mei 2023
Ontwerp:
5 december 2023
Vaststelling:
april 2024
Bron foto kaft:
BRO, abstract
BRO Vestiging Venlo Industriestraat 94 5931 PK Tegelen T +31 (0)77 373 06 01 E info@bro.nl
TOELICHTING
2
Inhoudsopgave
1.INLEIDING 1.1 Aanleiding 1.2 Plangebied 1.3 Vigerende bestemmingsplannen 1.4 Leeswijzer
3 3 3 4 5
2.Beschrijving bestaande situatie
6
3.Planbeschrijving 3.1 Beschrijving planvoornemen 3.2 Ruimtelijke en stedenbouwkundige effecten
7 7 10
4.Beleidskader 4.1 Rijksbeleid
13 13
4.1.1 Nationale Omgevingsvisie 4.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening 4.1.3 Vrijwaringszone – weg (Rijkswaterstaat) 4.1.4 Ladder voor duurzame verstedelijking 4.1.5 Wet milieubeheer 4.2 Provinciaal beleid
13 14 14 16 19 19
4.2.1 Provinciale Omgevingsvisie (POVI) 19 4.2.2 Omgevingsverordening Limburg 2014 (geconsolideerde versie 16 december 2022) 21 4.2.3 Omgevingsverordening Limburg 2021 22 4.3 Regionaal beleid 23 4.3.1 Regionale visie werklocaties bedrijventerreinen Noord-Limburg 4.4 Gemeentelijk beleid
23 24
4.4.1 Strategische Visie Venlo 2040 4.4.2 Ruimtelijke Structuurvisie 2014 4.4.3 Beleidsnota motorbrandstofverkooppunten gemeente Venlo 4.4.4 Welstandnota gemeente Venlo 4.4.5 Vigerende bestemmingsplannen
24 26 29 30 30
5.Onderzoeksaspecten 5.1 Inleiding
31 31
5.1.1 Bodem- en grondwaterkwaliteit 5.1.2 Geluid 5.1.3 Luchtkwaliteit 5.1.4 Milieuzonering 5.1.5 Externe veiligheid 5.1.6 Milieueffectrapportage 5.2 Kabels en leidingen
Inhoudsopgave
31 32 33 35 36 37 43 1
5.3 Ecologie 5.4 Waterhuishouding
43 47
5.4.1 Inleiding 5.4.2 Beleidskader 5.4.3 Toetsing 5.5 Archeologie en cultuurhistorie
47 47 49 50
5.5.1 Archeologie 5.5.2 Cultuurhistorie 5.6 Verkeer en parkeren
50 52 52
5.6.1 Verkeer 5.6.2 Parkeren
52 55
6.Planstukken 6.1 Planstukken 6.2 Toelichting op de analoge verbeelding 6.3 Toelichting op de regels
57 57 57 57
7.ECONOMISCHE EN MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID 7.1 Economische uitvoerbaarheid 7.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid
61 61 61
8.PROCEDURE
64
SEPARATE BIJLAGEN Bijlage 1: Ladderonderbouwing Bijlage 2: Verkennend bodemonderzoek Bijlage 3: Proces-verbaal oplevering opsporen ontplofbare oorlogsresten Bijlage 4: Luchtkwaliteit Bijlage 5: Onderzoek externe veiligheid Bijlage 6: Stikstofdepositieonderzoek Bijlage 7: Quickscan Wet Natuurbescherming Bijlage 8: Aanvullend ecologisch onderzoek Bijlage 9: Watertoets en doorlatendheidsonderzoek Bijlage 10: Archeologisch onderzoek Bijlage 11: Parkeeronderzoek Bijlage 12: Verslag omgevingsdialoog Bijlage 13: aanmeldnotitie m.e.r.
Inhoudsopgave
2
1.
INLEIDING 1.1 Aanleiding Initiatiefnemer is voornemens om het bestaande mobiliteitsstation ter plaatse van de Venloseweg 104106 te Tegelen te herontwikkelen. Het initiatief ziet op het moderniseren van het mobiliteitsstation met een waterstofpunt en het daarbij mogelijk maken van twee horecafuncties en een fitnessstudio. Daarnaast wordt de bestaande fietsenwinkel en carwash binnen het plangebied verplaatst. Het waterstof tankstation wordt gerealiseerd in het kader van het project H2 Stroom. Hiermee komt het bestaande LPG-opslag- en verkooppunt te vervallen. De beoogde waterstoftankinstallatie is uniek en na de installatie in Horst vooralsnog de tweede installatie in de provincie Limburg.
Figuur 1.2: Uitsnede topografische kaart met globale ligging plangebied (rood omcirkeld)
1.2 Plangebied De ontwikkellocatie is gelegen aan de Venloseweg 104-106 en de Ariënsstraat te Tegelen, gemeente Venlo. Het plangebied ligt in het noordoosten van Tegelen en ten zuiden van de A73. Deze locatie staat kadastraal bekend als Tegelen, sectie A, nrs. 7950, 8095, 9085, 9364, 9193, 9194, 9195, 9362, 9364 en 9371.
Hoofdstuk 1
3
1.3 Vigerende bestemmingsplannen Bestemmingsplan ‘Bestemmingsplan met verbrede reikwijdte Tegelen’ Het bestemmingsplan is grotendeels gelegen binnen bestemmingsplan ‘Bestemmingsplan met verbrede reikwijdte Tegelen’. Het bestemmingsplan is vastgesteld op 22 december 2021. Op grond van dit bestemmingsplan heeft het plangebied de enkelbestemming ‘Gemengd’ en de dubbelbestemmingen ‘Waarde – Archeologie 3’ en ‘Waarde – Welstand bijzonder’. Daarnaast ligt op het plangebied een bouwvlak. Binnen het bouwvlak gelden de maximum goot- en bouwhoogte beide 6 meter. Tot slot liggen de gebiedsaanduidingen ‘veiligheidszone – lpg’, ‘vrijwaringszone – weg’ en ‘overige zone – kansen voor groen’ op het plangebied en de functieaanduidingen ‘bedrijf’ en ‘detailhandel perifeer’.
Figuur 1.2: Uitsnede vigerend bestemmingsplan met ligging plangebied (rood omlijnd)
Bestemmingsplan ‘Rijksweg 74’ Een klein gedeelte van het plangebied valt onder het bestemmingsplan ‘Rijksweg 74’, vastgesteld op 24 april 2013. Op grond van dit bestemmingsplan ligt de bestemming ‘Verkeer’ op het plangebied. Daarnaast liggen de gebiedsaanduidingen ‘milieu – grondwaterbescherming venlo schol’ en vrijwaringszone – weg 2’ op het plangebied.
Hoofdstuk 1
4
Figuur 1.3: Uitsnede vigerend bestemmingsplan 'Rijksweg 74' met ligging plangebied (rood omlijnd)
1.4 Leeswijzer Na dit inleidende hoofdstuk volgt hoofdstuk 2 waarin de bestaande situatie is beschreven. In hoofdstuk 3 wordt de beoogde planvorming geschetst. De daaropvolgende hoofdstukken vormen de verantwoording van de ontwikkeling die dit bestemmingsplan mogelijk maakt. In hoofdstuk 4 wordt het Rijks-, provinciaal-, regionaal- en gemeentelijk beleid beschreven. In hoofdstuk 5 wordt inzicht gegeven in diverse onderzoeksaspecten die van belang zijn voor het voorliggende bestemmingsplan. In hoofdstuk 6 is de juridische toelichting op de planopzet gegeven. In hoofdstuk 7 komt de financiële en maatschappelijke uitvoerbaarheid aan de orde. Ten slotte wordt in hoofdstuk 8 de procedure verder beschreven.
Hoofdstuk 1
5
2.
BESCHRIJVING BESTAANDE SITUATIE De planlocatie ligt in het noordoosten van de kern Tegelen op een gemengd bedrijventerrein aan de A73 en de doorgaande weg tussen Venlo en Tegelen. Het plangebied wordt ontsloten door de Ariënsstraat en de Venloseweg (N271). Ten oosten van het plangebied is een Karwei en een McDonald’s gelegen. Ten zuiden van het plangebied, aan de overzijde van de Ariënsstraat, zijn verschillende logistieke distributiebedrijven gelegen. Aan de andere zijde van de Venloseweg is de afrit van de A73 gelegen en groene beplanting.
Figuur 2.1: Luchtfoto met globale ligging plangebied (rood omcirkeld)
Op de planlocatie is in de huidige situatie een tankstation gelegen. In het naastgelegen pand zit een fietsenwinkel en een tankshop. Het noordelijk gedeelte van het pand staat leeg. Tot slot is een carwash gelegen binnen het plangebied. Het plangebied is bijna volledig verhard.
Figuur 2.1: Foto’s huidige situatie vanuit het noorden van het plangebied en vanuit de Venloseweg (Google Streetview)
Hoofdstuk 2
6
3.
PLANBESCHRIJVING In dit hoofdstuk wordt het beoogde project beschreven en worden de stedenbouwkundige en ruimtelijke effecten hiervan weergegeven.
3.1 Beschrijving planvoornemen Het beoogde planvoornemen omvat de herontwikkeling van een mobiliteitsstation aan de Venloseweg 104-106 te Tegelen. De huidige bebouwing zal worden geamoveerd ten behoeve van de realisering van het planvoornemen. In de toekomstige situatie worden motorbrandstoffen Compressed Natural Gas (CNG) en waterstof verkocht. De verkoop van LPG vervalt.
Figuur 3.1: Plattegrond toekomstige situatie
Het bouwplan betreft een aaneengesloten bouwmassa met verschillende functies. Het totale (perifere) detailhandelsaanbod binnen het plangebied zal afnemen, namelijk van 880m 2 naar 856m2 (740+116). In het zuidwesten van het plangebied bestaat de bouwmassa uit twee bouwlagen. Op de begane grond zijn twee horecaconcepten beoogd. In het zuidelijke gedeelte van het pand komt een fastfood keten met een bruto vloeroppervlak (bvo) van circa 360 m2. Aan de voorzijde wordt een terras gerealiseerd van circa 60 m 2. In het noordelijke gedeelte van het pand zal een Moments & More worden gevestigd. Dit betreft een tankshop waar tevens verse broodjes worden bereid en verkocht. Moments & More heeft een bvo van circa 465 m2 en een terras aan de achterzijde van het pand van circa 110 m 2. Moments & More is verdeeld in circa 75% horeca en circa 25% retail. Tussen de fastfoodketen en Moments & More zit een passage waar auto’s doorheen kunnen rijden om eten af te halen bij de fastfoodketen. De verdieping van dit deel van de bouwmassa is een aaneengesloten ruimte en heeft een totale oppervlakte van circa 1.090 m2 bvo. Deze verdieping overdekt hiermee de functies op de begane grond. Het staat momenteel nog niet vast welke functie zich op de verdieping zullen vestigen.
Hoofdstuk 3
7
Het streven is dat de reeds aanwezige fietsenwinkel zich op de verdiepingen zal vestigen met een omvang van circa 740 m2 bvo en de fitnessstudio van circa 350 m 2 bvo. Bovenop dit deel van de bouwmassa worden zonnepanelen gelegd. De tweede verdieping is bereikbaar via een entree op de begane grond aan de oostzijde van Moments & More. In de entree is tevens de etalage van de fietsenwinkel gelegen. Het betreft hier een groot oppervlak voor uitstalling, omdat het volumineuze goederen betreft, maar dit deel van de entree is niet toegankelijk voor het winkelend publiek en wordt derhalve alleen als etalage gebruikt.
Figuur 3.2: Plattegrond begane grond
Hoofdstuk 3
8
Figuur: 3.3: plattegrond verdieping en dak
Ten noorden van Moments & More komt een overkapping waaronder de brandstofpompen en bijbehorende zuil gerealiseerd worden. Ten oosten van deze brandstofpompen zijn vier laadpalen met 4 parkeerplaatsen beoogd. Ten noorden van de overkapping wordt een enkele wasstraat van 45 meter gerealiseerd met technische ruimte en ruimte voor het personeel. Naast de wasstraat worden 12 parkeerplaatsen gerealiseerd met 12 stofzuigers. Ten noorden van de wasstraat zal de H2 techniek worden geplaatst. Binnen het onbebouwde deel van het plangebied worden 87 parkeerplaatsen aangelegd waarvan 2 parkeerplaatsen geschikt zijn voor mindervaliden. In de groenblauwe agenda van de gemeente Venlo (vastgesteld op 23 september 2020) is een van de belangrijkste doelen het opnemen van groen en water binnen het stedelijk gebied. Door functiecombinaties wordt de oppervlakte groen en water veelzijdig gebruikt en worden vele Venlose doelen gediend. De gemeente Venlo vindt het daarom noodzakelijk om ruimte te reserveren voor bestaand en nieuw groen en water in het stedelijk gebied. Binnen het plangebied is bovenstaand uitgangspunt op meerdere manieren opgenomen in het ontwerp. De parkeerplaatsen worden (deels) groen gerealiseerd ten behoeve van de waterinfiltratie. Verder worden wadi’s gerealiseerd ten behoeve van de berging van hemelwater.
De zuidelijke en westelijke rand van het plangebied wordt voorzien van een groenstrook en een haag. Voor zover mogelijk zal het terrein groen worden ingepast, en zal het gebouw worden voorzien van een eventuele groene
Hoofdstuk 3
9
gevel- en daktoepassing. De groene inpassing is in de regels geborgd als voorwaardelijke verplichting. In de huidige situatie bevindt zich een inrit aan de zuidwestzijde van het plangebied op de hoek Venloseweg / Ariënsstraat, een uitrit iets noordelijker op de Venloseweg en een in-/uitrit aan de zuidoostzijde vanuit de Ariënsstraat. De inrit op de hoek Venloseweg / Ariënsstraaten en de iets noordelijker gelegen uitrit op de Venloseweg komen te vervallen. Laatstgenoemde uitrit wordt omgevormd tot een calamiteitentoegang. De in/uitrit op de Ariënsstraat blijft behouden.
3.2 Ruimtelijke en stedenbouwkundige effecten Het plangebied is gelegen in het bebouwde gebied in het noordoosten van Tegelen. Op het plangebied is reeds een tankstation, fietsenwinkel en tankshop gelegen. In functioneel opzicht past het planvoornemen in het gebied. De bouwhoogte van het hoofdgebouw wordt voor het overgrote deel niet hoger dan 10 meter. Het trappenhuis met etalage aan de zijde van het parkeerterrein krijgt een hoogte van maximaal 13 meter. Aan de Venloseweg wordt een hoogteaccent van 20 meter gerealiseerd met het doel een herkenningspunt te vormen. Aan de buitenzijde zal reclame zichtbaar zijn en aan de binnenzijde wordt een trappenhuis gerealiseerd. De bouwhoogte van het hoogteaccent wordt niet hoger dan de nabij gelegen reclamemast van een fastfoodketen. Voor het overgrote deel past de nieuwe bebouwing derhalve qua goot- en bouwhoogte uitstekend bij de overige reeds aanwezige bebouwing. Voor de overkapping boven de brandstofpompen is daarnaast de bouwhoogte beperkt tot 6 meter. Voor het overige zijn er geen storende milieu-of verkeersaspecten die van invloed zijn op de omgeving. Zowel stedenbouwkundig als ruimtelijk gezien is het planvoornemen dan ook niet bezwaarlijk.
Hoofdstuk 3
10
Figuur 3.4: ontwerptekening gevels
Hoofdstuk 3
11
Figuur: 3.5: sfeerimpressie toekomstige bebouwing
Hoofdstuk 3
12
4. BELEIDSKADER In dit hoofdstuk zal aandacht worden besteed aan het beleidskader, voor zover dit gewijzigd is ten opzichte van het beleid, zoals opgenomen in het juridisch-planologisch regime van het geldend bestemmingsplan. Dat betekent dat reeds in het verleden bij het vaststellen van het bestemmingsplan een toets heeft plaatsgevonden aan de beleidsaspecten. Dus voor zover het beleid ongewijzigd is gebleven, wordt verwezen naar de toelichting van het vigerend bestemmingsplan.
4.1 Rijksbeleid 4.1.1 Nationale Omgevingsvisie Op 11 september 2020 heeft het Rijk vooruitlopend op de inwerkingtreding van de Omgevingswet de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld. De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vervalt geheel (behalve paragraaf 4.9). De NOVI omvat een langetermijnvisie op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De intentie van het Rijk is om met de NOVI een perspectief te bieden om grote maatschappelijke opgaven aan te pakken. Bij die opgaven kan worden gedacht grote en complexe opgaven met betrekking tot klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw. Een centraal aspect van de NOVI is de focus op een nieuwe aanpak van vraagstukken in de fysieke leefomgeving. Werken op basis van integraliteit met betrekking tot verschillende vraagstukken in plaats van sectorale aanpakken voor individuele vraagstukken vormt de kern van deze nieuwe aanpak. Het streven naar integraliteit dat onderdeel is van de NOVI valt samen in vier verschillende prioriteiten waartussen een onderscheid wordt gemaakt in de NOVI, te weten: Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; Duurzaam economisch groeipotentieel; Sterke en gezonde steden en regio’s; Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.
Binnen de NOVI worden drie afwegingsprincipes gehanteerd om te komen tot weloverwogen beleidskeuzes. Die zouden moeten helpen bij het afwegen en prioriteren van verschillende belangen en opgaven: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; 3. Afwentelen wordt voorkomen. De nationale overheid richt zich in de NOVI op 21 verschillende nationale belangen: 1. Bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving; 2. Realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit; 3. Waarborgen en versterken van grensoverschrijdende en internationale relaties; 4. Waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving;
Hoofdstuk 4
13
5. Zorg dragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften; 6. Waarborgen en realiseren van een veilig, robuust en duurzaam mobiliteitssysteem; 7. In stand houden en ontwikkelen van de hoofdinfrastructuur voor mobiliteit; 8. Waarborgen van een goede toegankelijkheid van de leefomgeving; 9. Zorg dragen voor nationale veiligheid en ruimte bieden voor militaire activiteiten; 10. Beperken van klimaatverandering; 11. Realiseren van een betrouwbare, betaalbare en veilige energievoorziening, die in 2050 CO₂-arm is, en de daarbij benodigde hoofdinfrastructuur; 12. Waarborgen van de hoofdinfrastructuur voor transport van stoffen via (buis)leidingen; 13. Realiseren van een toekomstbestendige, circulaire economie; 14. Waarborgen van de waterveiligheid en de klimaat-bestendigheid (inclusief vitale infrastructuur voor water en mobiliteit); 15. Waarborgen van een goede waterkwaliteit, duurzame drinkwatervoorziening en voldoende beschikbaarheid van zoetwater; 16. Waarborgen en versterken van een aantrekkelijk ruimtelijk-economisch vestigingsklimaat; 17. Realiseren en behouden van een kwalitatief hoogwaardige digitale connectiviteit; 18. Ontwikkelen van een duurzame voedsel- en agro-productie; 19. Behouden en versterken van cultureel erfgoed en landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten van (in-ter)nationaal belang; 20. Verbeteren en beschermen van natuur en biodiversiteit; 21.
Ontwikkelen van een duurzame visserij. Afweging Bij de realisatie van het voorliggende initiatief is sprake van een dermate kleinschalige ontwikkeling dat geen nationale belangen in het spel zijn. De beoogde ontwikkeling is dan ook niet in strijd met de nationale belangen zoals verwoord in de Nationale Omgevingsvisie. 4.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn de nationale belangen die juridische borging vereisten opgenomen. De AMvB Ruimte is gericht op doorwerking van de nationale belangen in bestemmingsplannen. De onderwerpen in het Barro betreffen: Rijksvaarwegen, Project Mainportontwikkeling Rotterdam, Kustfundament, Grote Rivieren, Waddenzee en waddengebied, Defensie, Hoofdwegen en landelijke spoorwegen, Elektriciteitsvoorziening, Buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen, Natuurnetwerk Nederland, Primaire waterkeringen buiten het kustfundament, IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte), Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde en Ruimtereservering parallelle Kaagbaan. Afweging Het Barro heeft voor de genoemde onderwerpen en gezien de aard en kleinschaligheid van het project, geen gevolgen voor het planvoornemen. 4.1.3 Vrijwaringszone – weg (Rijkswaterstaat) Het plangebied is deels gelegen binnen de vrijwaringszone van de Rijksweg A73.
Ingevolge het ‘Bestemmingsplan met verbrede reikwijdte’ geldt ter plaatse de gebiedsaanduiding ‘vrijwaringszone – weg’. De vrijwaringszone is primair beoogd voor het beschermen van een veilig en doelmatig functioneren van wegen.
Hoofdstuk 4
14
Uitsnede vigerend bestemmingsplan met ligging ‘vrijwaringszone – weg’ (uitgelicht)
Ten aanzien van deze veiligheidszone zijn de navolgende regels van toepassing: Afstand vanuit de as van de meest nabij gelegen rijbaan
Bouwregel
0 tot 50 meter bij Rijksweg 0 tot 50 meter bij provinciale weg
Uitsluitend bouwwerken die nodig zijn voor het wegverkeer
50 tot 100 meter bij Rijksweg 25 tot 50 meter bij provinciale weg
Uitsluitend met een omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit en slechts indien: - wordt voldaan aan de bouwregels uit Hoofdstuk 2, en; - door de bouw het verkeersbelang niet onevenredig wordt aangetast. Alvorens de vergunning wordt verleend wordt advies ingewonnen bij de wegbeheerder.
Afweging Een deel van de beoogde bebouwing wordt gerealiseerd binnen de vrijwaringszone. Het is niet mogelijk alle bebouwing buiten de vrijwaringszone te realiseren. De H2-techniek dient zo ver mogelijk van de beoogde verblijfsfuncties komen te liggen. Daarnaast is deze locatie dicht bij de opstelplaats van de tubetrailers gelegen en is de route om met die tubetrailers daar te komen de meest veilige ten opzichte van de verblijfsfuncties in het plangebied. De bebouwing zal derhalve op circa 45 meter van de A73 zijn gelegen.
Hoofdstuk 4
15
In de huidige situatie is binnen de vrijwaringszone, zowel binnen de planlocatie alsook op de buurpercelen, reeds bebouwing opgericht. De naastgelegen Karwei is gelegen op circa 40 meter van de Rijksweg A73. Deze bebouwing werkt reeds belemmerend. De rooilijn van de Karwei is derhalve als uitgangspunt genomen. Nu de beoogde bebouwing op minimaal 45 meter van de Rijksweg A73 is gelegen, wordt niet dichter bij de A73 gebouwd dan de reeds naastgelegen Karwei. Het initiatief is voorbesproken met Rijkswaterstaat. 4.1.4 Ladder voor duurzame verstedelijking Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen is per 1 oktober 2012 de ladder voor duurzame verstedelijking in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6 Bro) opgenomen. De ladder ziet op een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. De ladder is een motiveringsinstrument dat verplicht moet worden toegepast bij elk ruimtelijk besluit dat een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’ mogelijk maakt.
Wat er onder een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt verstaan, is in artikel 1.1.1 Bro bepaald: “De ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.” Uit de jurisprudentie komt naar voren dat het wel een nieuwe stedelijke ontwikkeling van enige omvang moet zijn.1 Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. Voorziet het plan in de toevoeging van een bedrijfsgebouw, dan ligt de ondergrens 'in beginsel' bij een bruto-vloeroppervlakte van minder dan 500 m 2. Per 1 juli 2017 is een gewijzigde Ladder in werking getreden.
Hierin is de tekst van de Ladder teruggebracht naar de essentie, namelijk de noodzaak om aan te geven dat de voorgenomen nieuwe stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte plus een motivering indien de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd: “De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.” Afweging Het initiatief ziet op de herontwikkeling van het mobiliteitscentrum aan de Venloseweg 104-106 te Tegelen. Er is reeds een tankstation aanwezig en een wasstraat. Ook is er bebouwing aanwezig waarin een fietsenwinkel is gevestigd. Een deel van de bebouwing staat momenteel leeg. De huidige bebouwing heeft een totale oppervlakte van circa 2.610 m2. De beoogde nieuwe bebouwing heeft een oppervlakte van circa 2.490 m2. De totale oppervlakte aan bebouwing neemt derhalve af. De verdeling van functies in de huidige bebouwing en in de toekomstige bebouwing wijzigt wel. De huidige wasstraat heeft een oppervlakte van circa 210 m 2. De toekomstige wasstraat heeft een oppervlakte van circa 400 m2.
Er wordt niet meer dan 500 m2 aan wasstraat toegevoegd.
1
O.a. ABRvS 1 juni 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:1503), ABRvS 18 februari 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:428) en ABRvS 24 augustus 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:2319).
Hoofdstuk 4
16
De huidige fietsenwinkel heeft een vergund bruto vloeroppervlak van 880 m 2. In de nieuwe situatie heeft de fietsenwinkel een oppervlakte van circa 740 m2. Het oppervlak neemt derhalve in de toekomstige situatie met circa 140 m2 af. Moments & More heeft een oppervlakte van circa 465 m2 waarvan circa 25% ziet op retail. Moments & More ziet derhalve op een toevoeging van retail met een oppervlak van circa 116 m2. In totaal neemt de oppervlakte aan retail met circa 24 m2 af. Er is derhalve ten aanzien van de retail binnen het plangebied geen ladderonderbouwing noodzakelijk. Er wordt een fitnessstudio van circa 350 m2 toegevoegd. Ook deze oppervlakte overschrijdt de 500 m2 niet waardoor geen ladderonderbouwing noodzakelijk is. Ten aanzien van horeca wordt wel meer dan 500 m 2 aan oppervlak toegevoegd. Er wordt een fastfoodrestaurant gerealiseerd van circa 360 m2 met een terras van circa 60 m2. Daarnaast bestaat circa 75% van Moments & More uit horeca, wat een oppervlakte betreft ter grootte van circa 349 m2. Ook heeft Moments & More een terras van circa 110 m2. Ten aanzien van de toevoeging van horeca is derhalve een ladderonderbouwing 2 opgesteld. De ladderonderbouwing is als bijlage aan onderhavige toelichting toegevoegd. Hier wordt een samenvatting weergegeven. Behoefte Kwalitatieve behoefte leidend Vanuit de Laddersystematiek zijn er globaal twee soorten behoeften:
Kwalitatieve behoefte komt voort uit trends en ontwikkelingen, beleidskaders en de meerwaarde en het onderscheidend vermogen van een plan voor wat betreft doelgroepen, marktsegmenten, relatie met de planlocatie en omgeving, etc.. Kwantitatieve behoefte komt voort uit cijfermatige modelberekeningen van vraag en aanbod en zijn gebaseerd op diverse cijfermatige aannames.
In de ruimtelijke ordening is de kwalitatieve behoefte het meest relevant, mede omdat de kwantitatieve (cijfermatige) behoefte/marktruimte veelal wordt beschouwd als onderdeel van de reguliere marktwerking. Met dit laatste heeft de overheid in principe geen bemoeienis, tenzij extra leegstand wordt verwacht of de markt door een specifieke ontwikkeling duurzaam ontwricht dreigt te ramen, met wezenlijke negatieve ruimtelijke, economische of maatschappelijke effecten. Voldoende kwalitatieve en kwantitatieve behoefte De ontwikkeling versterkt het profiel van het huidige tankstation/fietsenwinkel als verzorgingspunt voor (met name) automobilisten. De nabijgelegen McDonald’s illustreert reeds deze potentie. Er is in kwantitatieve èn kwalitatieve zin behoefte geconstateerd aan de beoogde ontwikkeling van horeca in de fastservice sector, conform de beschreven kenmerken, invulling, omvang en doelgroepen. De horeca (fastservice) zal in hoge mate bezoekers van buiten de regio trekken, zodat de concurrentie op het bestaande aanbod beperkt blijft. De beoogde fitnessruimte is vanwege haar bescheiden omvang geen nieuwe stedelijke ontwikkeling in de zin van de Ladder. Door de bijzondere locatie (uitstekend bereikbaar, tussen Venlo en Tegelen) zal het gebruikers uit een relatief groot gebied trekken.
De effecten op bestaande voorzieningen in de regio zullen naar verwachting beperkt zijn en extra leegstand wordt niet verwacht.
2
BRO, ‘Ladderonderbouwing horeca Venloseweg 104-116 Tegelen’, projectnr.: P04667, d.d. 19 juni 2023.
Hoofdstuk 4
17
Passend in beleidskaders De ontwikkeling speelt bovendien goed in op de behoefte van de lokale, regionale en provinciale overheden, zoals omschreven in diverse beleidsdocumenten. Horeca heeft een belangrijke meerwaarde voor de economische en maatschappelijke functie van Venlo en de regio (ontmoeting, ontspanning, maatschappelijk). Het provinciale, regionale en gemeentelijke beleid zet in op hoogwaardige stedelijke woon-, recreatie- en werklocaties. Bovendien sluit de ontwikkeling aan op en is ondersteunend aan het bestaande en beleidsmatig gefaciliteerde PDV-cluster Zuiderbrug, die tevens wordt beschouwd als ‘Poort naar de stad’. Ook sluit het, als verzorgingspunt, aan op het (inter) regionale wegennet. De ontwikkeling vindt grotendeels plaats in bestaande bebouwing met momenteel een laagwaardige uitstraling. Het voorkomt daarmee een dreigende leegstand op termijn. Relevant verzorgingsgebied De handreiking bij de ladder schrijft voor dat aard en omvang van de nieuwe stedelijke ontwikkeling(en) bepalend is voor de afbakening van het verzorgingsgebied. De relevante regio voor het programma is gedefinieerd als het gebied van waaruit bezoekers in maximaal 20 minuten reistijd per auto (daluren) de locatie kunnen bereiken. Dit omvat de gemeenten Venlo, Horst aan de Maas, Peel en Maas en Beesel.
Daarnaast komen er nu reeds veel bezoekers van buiten de regio langs de locatie, met name automobilisten. Eventuele effecten zullen zich dus over een groot gebied spreiden, inclusief Duitsland en België. Effecten De onderhavige ontwikkeling is zonder meer waardevol en onderscheidend binnen de regio, vanwege de bijzondere locatiekwaliteiten (een uitstekend bereikbare ‘traffic-locatie’) en de combinatie met een modern tankstation en verzorgingspunt voor automobilisten is. Het is complementair aan het bestaande aanbod in Venlo en de regio. Mede omdat voldoende behoefte is aangetoond en het initiatief een relatief grote reikwijdte heeft, verwachten we geen substantiële (negatieve) effecten op het aanbod van horeca in de regio, dan wel een toename van de leegstand. De ontwikkeling heeft kortom geen negatieve effecten op de leegstand en het woon-, leef- en ondernemersklimaat en in de regio en genereert, integendeel, in dat opzicht zelfs vooral positieve effecten. Locatie De beoogde ontwikkeling vindt plaats binnen het huidige stedelijke gebied als gedefinieerd vanuit de ladder voor duurzame verstedelijking. De locatie behoeft dus geen nadere onderbouwing. Conclusie De ontwikkeling van nieuwe horeca op de locatie Venloseweg 104-106 te Tegelen als omschreven in hoofdstuk 1 wordt vanuit de doelstellingen en kaders van de Ladder voor duurzame verstedelijking positief beoordeeld.
De ontwikkeling heeft zowel een lokale als (boven)regionale verzorgingsfunctie en er is voldoende behoefte aanwezig, zowel vanuit kwalitatief als kwantitatief perspectief. Het is dus niet aannemelijk dat de ontwikkeling negatieve ruimtelijke effecten heeft op de horecastructuur inclusief de aangewezen concentratiegebieden. Bovendien past het binnen de vigerende beleidskaders.
Hoofdstuk 4
18
Er is in de regio geen planologische capaciteit bekend, geschikt voor de onderhavige ontwikkeling. 4.1.5 Wet milieubeheer In artikel 7.2, lid 1 van de Wet milieubeheer is bepaald dat bij algemene maatregel van bestuur de activiteiten worden aangewezen: a. Die belangrijke nadelige gevolgen kunnen hebben voor het milieu; b. Ten aanzien waarvan het bevoegd gezag moet beoordelen of zij belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben. In het Besluit milieueffectrapportage zijn in artikel 2, lid 1 als activiteiten die belangrijke nadelige gevolgen kunnen hebben voor het milieu (en waarvoor op grond van de Wet milieubeheer dus de verplichting geldt om een milieueffectrapportage op te stellen), aangewezen de activiteiten die behoren tot een in onderdeel C van de bijlage bij het Besluit genoemde categorie. In lid 2 van hetzelfde artikel zijn als activiteiten ten aanzien waarvan het bevoegd gezag moet beoordelen of zij belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben (en waarvoor op grond van de Wet milieubeheer dus een m.e.r.-beoordelingsplicht geldt), aangewezen de activiteiten die behoren tot een in onderdeel D van de bijlage bij het Besluit genoemde categorie. In artikel 2, lid 5, aanhef en onder b.
van het Besluit milieueffectrapportage, is vastgelegd dat de m.e.r.-beoordelingsplicht ook geldt voor plannen die weliswaar vallen onder een van de in onderdeel D genoemde activiteiten maar waarbij het project valt onder de drempelwaarden zoals genoemd in onderdeel D, indien: 'op grond van selectiecriteria als bedoeld in bijlage III bij de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling niet kan worden uitgesloten dat de activiteit belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben'. De afweging met betrekking tot de m.e.r.-(beoordelings)plichtigheid van dit bestemmingsplan, is opgenomen in paragraaf 5.1.6.
4.2 Provinciaal beleid 4.2.1 Provinciale Omgevingsvisie (POVI) Met de komst en invoering van de Omgevingswet dient elke provincie haar eigen provinciale omgevingsvisie op te stellen. Op 1 oktober 2021 heeft de provincie Limburg de provinciale omgevingsvisie vastgesteld: ‘de Provinciale omgevingsvisie Limburg’ (hierna te noemen: POVI Limburg). De POVI Limburg is een lange termijnvisie, met als doelstelling invulling geven over hoe de provincie Limburg in de periode 2030-2050 op een integrale en toekomstbestendige manier kan door ontwikkelen. De omgevingsvisie is dynamisch en flexibel, aangezien dit mogelijkheden biedt om het document te actualiseren met het oog op toekomstige veranderingen. De POVI is op 25 oktober 2021 in werking getreden en vervangt daarmee het Provinciaal Omgevingsplan Limburg uit 2014 (POL2014).
Hoofdstuk 4
19
Daarnaast wordt een omgevingsverordening uitgewerkt om het beleid juridisch te verankeren. Deze ontwerp-omgevingsverordening wordt besproken in paragraaf 4.2.3. Hoofdopgaven In de provinciale omgevingsvisie Limburg zijn een aantal hoofdopgaven te onderscheiden, namelijk: Het creëren van een aantrekkelijke, sociale, gezonde en veilige omgeving, zowel in het landelijkals in het bebouwde gebied; Een toekomstbestendige, innovatieve en duurzame economie (inclusief landbouwtransitie); Klimaatadaptatie en energietransitie. Deze opgaven, die Limburg-breed spelen, dienen met inachtneming van de specifieke eigenschappen die Limburg bezit op een integrale en toekomstbestendige manier te worden geïmplementeerd. Participatie tussen de overheid, de markt en de inwoners van Limburg is hierbij een belangrijk uitgangspunt. In de Provinciale omgevingsvisie Limburg wordt daarnaast een toekomstbeeld van 2030-2050 geschetst. Inhoud De Omgevingsvisie Limburg bestaat uit twee delen: Een thematisch deel waarin gedetailleerd wordt ingegaan op de provinciale ambities en opgaven voor de diverse thema’s; Een gebiedsgericht deel waarin de thema’s op hoofdlijnen verbonden worden op regionale schaal voor de drie regio’s Noord-, Midden en Zuid-Limburg. Werklocaties Op het gebied van werklocaties dienen in Limburg keuzes te worden gemaakt.
De vestiging of uitbreiding van bedrijven kan problematisch zijn door onvoldoende beschikbare ruimte of ruimte die niet aan de eisen voldoet. Die eisen kunnen bovendien in de toekomst veranderen door digitalisering, verduurzaming, globalisering of robotisering van bedrijfsprocessen. Winkelgebieden Limburg heeft (te) veel winkels, en gezien huidige ontwikkelingen omtrent e-commerce is het aannemelijk om te denken dat dit op de lange termijn verder terug zal lopen. De opgave in Limburg is om kwaliteit van winkels te vergroten, maar de kwantiteit terug te dringen. Hierbij is ondersteuning van de provincie aan gemeente ten behoeve van het versterken van de economie en de leefbaarheid, door het compacter maken en kwalitatief versterken van de bestaande winkelgebieden in de steden en landelijke kernen. Bedrijventerreinen Voor bedrijventerreinen wordt geopteerd voor compacte werklocaties, is de voorkeursvolgorde: eerst opknappen of herontwikkelen van verouderde werklocaties, daarna pas bieden we de gelegenheid om nieuwe bedrijventerreinen te ontwikkelen. Dit gebeurt dan bij voorkeur via uitbreiding van bestaande terreinen. Afweging Op grond van kaart 6 ‘Economie’ van het POVI ligt het gebied in het ‘bebouwd gebied – werklocaties’ en op grond van kaart 7 ‘werklocaties’ binnen ‘bedrijventerrein – algemeen’.
Hoofdstuk 4
20
Onderhavig bestemmingsplan maakt de herontwikkeling van het mobiliteitscentrum aan de Venloseweg 104-106 te Tegelen mogelijk. De verkoop van LPG wordt beëindigd en vervangen door een verkooppunt voor waterstof. Dit maakt het tankstation toekomstbestendiger. Door het aanbieden van waterstof op meerdere plaatsen in Nederland wordt het gemakkelijker om te rijden op waterstof, wat duurzaamheid stimuleert. Dit is in lijn met het duurzaamheidsbeleid van de provincie Limburg. Daarnaast wordt het terrein waar mogelijk duurzaam ingericht. Er wordt een wadi op het terrein gerealiseerd voor de opvang van hemelwater, op het dak komen zonnepanelen en het terrein wordt gedeeltelijk met groene bestrating ingericht tegen hittestress. Daarnaast worden verschillende functies mogelijk gemaakt. Dit betreft een fastfoodrestaurant, de tankshop Moments & More waar zowel retail als horeca plaatsvindt, een fitnessstudio en een fietsenwinkel. De fietsenwinkel is momenteel al mogelijk, maar wordt middels onderhavig bestemmingsplan verplaatst en vergroot. De diverse functies zijn niet ladderplichtig omdat de toevoeging onder de 500 m2 valt, met uitzondering van de horeca. Uit paragraaf 4.1.2 (ladderonderbouwing) blijkt dat er behoefte bestaat aan de beoogde horecafuncties. De fitnessstudio biedt een toevoeging van sportmogelijkheden in Tegelen.
Hiermee wordt beweging en gezondheid van burgers gestimuleerd. Ook dit is in lijn met de POVI. Er wordt geen nieuw bedrijventerrein of winkelgebied mogelijk gemaakt, maar een bestaande locatie wordt herontwikkeld waardoor het tankstation, maar ook de fietsenwinkel toekomstbestendiger is. Het herstructureren van bestaande terreinen is in lijn met de POVI. 4.2.2 Omgevingsverordening Limburg 2014 (geconsolideerde versie 16 december 2022) De provincie Limburg heeft op 12 december 2014 de “Omgevingsverordening Limburg 2014” vastgesteld. Hierin staan de regels die nodig zijn om het omgevingsbeleid van het voormalige Provinciaal Omgevingsplan Limburg 2014 (POL2014) juridische binding te geven. De Omgevingsverordening is een samenvoeging van de Provinciale milieuverordening, de Wegenverordening, de Waterverordening en de Ontgrondingenverordening. De Omgevingsverordening is uitgebreid met een nieuw hoofdstuk Ruimte. Dat hoofdstuk Ruimte bevat een aantal instrumenten die gericht zijn op de doorwerking van het ruimtelijke beleid van het voormalige POL2014. Behalve de toevoeging van het hoofdstuk Ruimte zijn in de Omgevingsverordening Limburg 2014 ook de Verordening Veehouderijen en Natura 2000 (van oktober 2013) en de Verordening Wonen Zuid-Limburg (van juli 2013) vrijwel ongewijzigd overgenomen.
Beschermingsgebieden Uit de kaarten behorende bij de Omgevingsverordening Limburg 2014 blijkt dat het plangebied is gelegen binnen de boringsvrije zone Venloschol. In deze zone is het verboden om beneden 5 meter boven NAP een boorput te hebben, de grond te roeren, een gesloten bodemenergiesysteem te hebben of werken op of in de bodem uit te voeren waarbij ingrepen worden verricht of stoffen worden gebruikt die de beschermende werking van slecht doorlatende bodemlagen kunnen aantasten. Aangezien er geen sprake is van een van deze ingrepen beneden 5 meter boven NAP, vormt de ligging in de boringvrije zone Venloschol geen belemmering. Verder zijn binnen het plangebied geen stiltegebieden, waterwingebieden, grondwaterbeschermingszones of overige boringsvrije zones gelegen. Vanuit dit kader bestaan er dan ook geen belemmeringen.
Duurzame verstedelijking
Hoofdstuk 4
21
In de omgevingsverordening zijn verder in paragraaf 2.2 regels opgenomen ten behoeve van duurzame verstedelijking. Onderdeel hiervan vormt onder meer de Ladder voor duurzame verstedelijking. De onderbouwing van het project in relatie tot deze ladder is reeds opgenomen in paragraaf 4.1.2. Een belangrijk aandachtspunt vanuit de provincie vormt ook het streven naar herbenutting van leegstaande monumentale en beeldbepalende gebouwen. In artikel 2.2.2 wordt gesteld dat bij een ruimtelijk plan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, de mogelijkheden tot herbenutting van leegstaande monumentale en beeldbepalende gebouwen dienen te worden betrokken. Het initiatief ziet op de herontwikkeling van een bestaand tankstation en de bestaande bebouwing binnen het plangebied. Het aantal vierkante meters bebouwing zal middels onderhavig plangebied afnemen. Alleen de horecafuncties nemen toe met meer dan 500 m 2 en zijn derhalve ladderplichtig. Uit paragraaf 4.1.2 volgt dat er behoefte bestaat aan het toevoegen van de horecafuncties. Bestuursafspraken regionale uitwerking In artikel 2.4.5 van de verordening zijn de bestuursafspraken vastgelegd met betrekking tot de vestigingsmogelijkheden van bedrijven. Het betreft hier geen nieuwvestiging of uitbreiding van een bestaand bedrijventerrein en verdere toetsing aan dit artikel is dan ook niet nodig.
Afweging Onderhavig initiatief ziet op de herontwikkeling van het bestaande mobiliteitsstation en de perifere detailhandel (fietsenwinkel) binnen de regio Noord-Limburg. Er is geen sprake van de nieuwvestiging van bedrijven op een bedrijventerrein en verdere toetsing aan de bestuursafspraken regionale uitwerking met betrekking tot de vestigingsmogelijkheden van bedrijven is dan ook niet aan de orde. Desalniettemin wordt zoals blijkt uit paragraaf 4.2.1 voldaan aan artikel 2.2.2 van de omgevingsverordening. Er wordt daarmee voldaan aan de Omgevingsverordening Limburg 2014. 4.2.3 Omgevingsverordening Limburg 2021 Met de komst van de Omgevingswet is een nieuwe omgevingsverordening nodig die past binnen de kaders en het instrumentarium van de Omgevingswet. Provinciale Staten hebben op 17 december 2021 de Omgevingsverordening Limburg 2021 vastgesteld. De inwerkingtreding is voorzien op het moment dat ook de nieuwe Omgevingswet in werking zal treden. Hoewel het ontwerp van de Omgevingsverordening Limburg (2021) hoofdzakelijk een beleidsneutrale omzetting van de Omgevingsverordening Limburg 2014 is, staan er enkele nieuwe of inhoudelijk aanmerkelijk gewijzigde onderwerpen in. Het gaat hier om instructieregels aan gemeenten op het gebied van wonen, zonne-energie, na-ijlende effecten van de steenkoolwinning en huisvestingsnormen voor internationale werknemers.
Volgens de kaart ‘Wonen, werken en recreëren’ ligt het besluitgebied binnen het gebied ‘Bedrijventerreinen’ en meer specifiek binnen de thema’s bedrijven. Conform artikel 12.5 van de omgevingsverordening dient bij motivering bij een omgevingsplan dat betrekking heeft op de toevoeging vestigingsmogelijkheden bedrijventerreinen het volgende te beschrijven. Lid 1
Hoofdstuk 4
22
Een omgevingsplan voor een gebied gelegen in de regio Noord-Limburg laat de toevoeging van vestigingsmogelijkheden voor bedrijventerreinen aan de bestaande voorraad of planvoorraad bedrijventerreinen alleen toe, als dat in overeenstemming is met de Limburgse principes en hoofdstukken 3 (Algemene zonering), 8 (Economie) en 9 (Werklocaties) van de provinciale omgevingsvisie, de regionale visie Bedrijventerreinen Noord-Limburg en de bestuursafspraken regionale uitwerking POL2014 voor de regio Noord-Limburg. Lid 2 Een omgevingsplan voor een gebied gelegen in de regio Midden-Limburg laat de toevoeging van vestigingsmogelijkheden voor bedrijventerreinen aan de bestaande voorraad of planvoorraad bedrijventerreinen alleen toe, als dat in overeenstemming is met de Limburgse principes en hoofdstukken 3 (Algemene zonering), 8 (Economie) en 9 (Werklocaties) van de provinciale omgevingsvisie, het beleidskader werklocaties Midden-Limburg en de bestuursafspraken regionale uitwerking POL2014 voor de regio Midden-Limburg.
Lid 3 Een omgevingsplan voor een gebied gelegen in de regio Zuid-Limburg laat de toevoeging van vestigingsmogelijkheden voor bedrijventerreinen aan de bestaande voorraad of planvoorraad bedrijventerreinen alleen toe, als dat in overeenstemming is met de Limburgse principes en hoofdstukken 3 (Algemene zonering), 8 (Economie) en 9 (Werklocaties) van de provinciale omgevingsvisie, de Structuurvisie Ruimtelijke Economie Zuid-Limburg en de bestuursafspraken regionale uitwerking POL2014 voor de regio Zuid-Limburg. Lid 4 De motivering bij een omgevingsplan bevat: a. een verantwoording van de wijze waarop invulling is gegeven aan het eerste, tweede of derde lid; b. een beschrijving van het proces van voorbereiding van het initiatief, de planvoorbereiding en, wanneer dat aan de orde is, de verantwoording van de afstemming in (sub-)regionaal verband. Afweging Onderhavig initiatief ziet op de herontwikkeling van het bestaande mobiliteitsstation en de perifere detailhandel (fietsenwinkel) binnen de regio Noord-Limburg. Er is geen sprake van de nieuwvestiging van bedrijven op een bedrijventerrein en verdere toetsing aan artikel 12.5 is dan ook niet aan de orde. Desalniettemin wordt zoals blijkt uit paragraaf 4.2.1 voldaan aan lid 1 van artikel 12.5 van de omgevingsverordening. Er wordt daarmee voldaan aan de Omgevingsverordening Limburg 2021.
De Omgevingsverordening Limburg 2021 zal in werking treden wanneer de nieuwe Omgevingswet in werking treedt. Tot die tijd blijft de Omgevingsverordening Limburg 2014 van kracht.
4.3 Regionaal beleid 4.3.1 Regionale visie werklocaties bedrijventerreinen Noord-Limburg De regionale Visie Bedrijventerreinen Noord-Limburg bevat de ambities, opgaven en principes die de regiogemeente in Noord-Limburg nastreven met betrekking tot bedrijventerrein. Daarnaast bevat de visie de regionale werkwijze en spelregels, rekening houdend met het door de provincie voorgestelde dynamisch voorraad beheer. Centraal in het dynamisch voorraadbeheer staan drie typen interventies:
Hoofdstuk 4
23
1. Werken aan de kwaliteit van de bestaande voorraad (bijvoorbeeld renovatie, herstructureren, energiemaatregelen, duurzaamheid). Onderdeel hiervan vormt de aanpak van de bestaande leegstand. 2. Waar mogelijk schrappen (verkleuren / van functie veranderen) van harde plannen die niet de beoogde toevoeging van kwaliteit opleveren. Het kan ook gaan om tijdelijke andere functies. 3. Onder voorwaarden (bijvoorbeeld alleen echte toevoeging kwaliteit, principes duurzame verstedelijking) ruimte bieden voor het toevoegen van goede nieuwe voorraad, maar dan wel in combinatie met het schrappen van bestaande voorraad. Afweging Het initiatief ziet op de herstructurering van een bestaand tankstation en detailhandel aan de Venloseweg 104-106 te Tegelen. De herstructurering zorgt voor een toekomstbestendig terrein. Het LPG verkooppunt zal verdwijnen en er komt een waterstofverkooppunt voor in de plaats. Daarnaast worden vier elektrische laadpalen gerealiseerd binnen het plangebied. Het aanbieden van waterstof en laadpalen voor elektrische auto’s maakt het aantrekkelijker om voor een duurzame optie van vervoer te kiezen. Het initiatief is in lijn met de regionale visie werklocaties bedrijventerrein Noord-Limburg.
4.4 Gemeentelijk beleid 4.4.1 Strategische Visie Venlo 2040 In de nieuwe strategische visie- zijn nieuwe opgaven toegevoegd zoals (de voortgaande) digitalisering, duurzaamheid, energie en klimaat. Als leidraad voor het bestaande ‘stedelijk’ beleid staat de strategische koers echter nog steeds recht overeind: het zijn van een vitale (in omvang) licht groeiende gemeenschap met voldoende koopkracht om de voorzieningen in stand te houden, om de economie draaiende te houden. Thuis in Venlo Er wordt ingezet op bescheiden groei van het aantal inwoners. Het aantal Venlonaren met een nietVenlose oorsprong zal toenemen vanwege de aantrekkingskracht van onze economie. Internationale medewerkers, kenniswerkers en studenten vragen om aantrekkelijke woonmilieus en voorzieningen. Door de toename van het aantal huishoudens vraagt dit om passende woonruimte voor alle doelgroepen, met name de doelgroepen die ondervertegenwoordigd zijn. Woningbouw vindt vooral plaats binnen de huidige stedelijke contouren. De woningvoorraad zal een kwaliteitsslag moeten maken gelet op de noodzakelijke verduurzaming. Verdergaande informatisering zorgt voor grotere verschillen binnen de gemeenschap. Elkaar ontmoeten krijgt andere vormen. De openbare ruimte en onze voorzieningen vervullen daarin een belangrijke rol.
Digitalisering en domotica zal een belangrijke rol vervullen bij het langer dan voorheen thuis wonen van inwoners die zorg nodig hebben. De overheid garandeert een fatsoenlijk basisniveau van voorzieningen. De overheid en inwoners moeten bescheiden zijn in hun verwachtingen over en weer. Ruimte voor initiatieven De binnenstad heeft in 2040 een andere aanblik. Deze is groener geworden, beken zijn zichtbaar en nog meer een aantrekkelijk woon- en verblijfsgebied met aantrekkelijke voorzieningen. Ook in de wijken en dorpen is ontsteend en is er werk gemaakt van de klimaatopgave gecombineerd met een impuls om een kwaliteitsslag in de openbare ruimte te maken. De klimaatopgaven hebben geleid tot een
Hoofdstuk 4
24
andere samenstelling van energiebronnen. Landbouwgrond heeft hierdoor deels een andere invulling gekregen, desondanks zijn de opbrengsten gegroeid. De ruimte tussen de kernen worden opengehouden en wordt gebruikt voor landbouw, recreatieve en toeristische functies. Natuurwaarden zijn versterkt in combinatie met energieopwekking en klimaatadaptatie. Ruimtelijke ontwikkelingen hebben er toe bijgedragen dat er aan de westoever een stadsdeel is ontstaan dat aanvullend is op de historische stadskern. In de dorpskernen hebben gerichte investeringen bijgedragen aan unieke en kwalitatieve hoogwaardige dorpse woonmilieus. Werken in Venlo In de toekomst bevindt Venlo zich op een sleutelpositie binnen het Europese economische kerngebied. De opkomst van China als economische grootmacht en handelspartner heeft geleid tot een strategische heroriëntatie. Het logistieke belang van Venlo is gegroeid door digitalisering en robotsering. Er wordt binnen de logistiek ingezet op vergroting van de toegevoegde waarde. En dat geldt ook voor de toegevoegde waarde die Venlo biedt op het gebied van voedselproductie en gezonde voeding. De Brightlands Campus Greenport Venlo heeft haar vleugels uitgeslagen en er vindt fundamenteel en toegepast onderzoek plaats. Met een aanzienlijke economische spin-off als gevolg.
Daarmee is het economisch fundament die dankzij de sterke basis op het gebied van de maakindustrie, logistiek en agribusiness verder is verbreed. Meer economie en minder beroepsbevolking biedt ook kansen voor diegenen die in het verleden minder gemakkelijk aan betaald werk konden komen. Een keur aan instrumenten en arrangementen hebben het in Venlo mogelijk gemaakt om zoveel mogelijk inwoners de kans te bieden op betaald werk, passend bij de mogelijkheden van zowel de werkgever als werknemer. Grenzeloos Wat betreft de grensligging is het (relatieve) gemak toegenomen waarmee over en weer gebruik wordt gemaakt aan beide zijden van de grens van elkaars kwaliteiten en profiteren van elkaars aanwezigheid. De stedelijke en regionale programmering op een breed scala aan onderwerpen is veel hechter geworden. Gezondheid De ambitie om de Gezondste regio te zijn heeft geleid tot een breed aanbod aan economische activiteiten die hieraan invulling geven. Gezonde voeding en een gezonde levensstijl hebben gemaakt dat niet alleen onze economie, maar vooral ook onze inwoners hebben geprofiteerd. De vrijetijdseconomie heeft mede daardoor een stevige impuls gekregen.
Venlo is niet alleen omwille van haar historie, winkelaanbod en ligging de moeite van het bezoeken waard, maar ook door de mogelijkheden om te kunnen wandelen, te kunnen fietsen, te kunnen ontspannen en te genieten van al het goede en lekkers dat specifiek in onze regio aan voeding wordt geproduceerd. Rol van de gemeente Venlo In de toekomst is de gemeente in staat op basis van ervaring een onderscheid te maken tussen de verschillende vormen die er bestaan tussen loslaten enerzijds en overnemen anderzijds. De gemeentelijke organisatie heeft ook een transformatie doorgemaakt. Digitalisering heeft het mogelijk gemaakt dat iedere inwoner, op ieder moment van de dag, snel zijn gegevens kan inzien en van onze dienstverlening gebruik kan maken.
Hoofdstuk 4
25
Afweging De beoogde ontwikkeling sluit aan bij het beleid van de gemeente om Venlo. Het initiatief herziet de mobiliteitslocatie aan de Venloseweg 104-106 om deze toekomstbestendiger te maken. Het volledige plangebied wordt geherstructureerd. Het tankstation zal worden voorzien van een waterstofpomp en de verkoop van LPG zal worden opgeheven. Daarnaast worden vier elektrische laadpalen gerealiseerd binnen het plangebied. Het aanbieden van waterstof en laadpalen voor elektrische auto’s maakt het aantrekkelijker om voor een duurzame optie van vervoer te kiezen. Het toevoegen van de fitnesstudio sluit aan bij de ambitie om de gezondste regio te zijn. De fitnesstudio stimuleert namelijk omwonenden om te sporten wat goed is voor de gezondheid. Fastfoodrestaurants hebben een ongezond imago, maar zijn de afgelopen jaren steeds meer bezig geweest met het aanbieden van gezonde producten naast de standaard ongezonde producten. Ook worden steeds vaker de voedingswaarden van producten weergegeven op de verpakking. Daarnaast geldt bij een verder gezond eetpatroon dat incidenteel gebruik maken van een fastfoodrestaurant geen probleem voor de gezondheid hoeft te zijn. De onderhavige locatie is een doorgangslocatie en wordt met name gebruikt door automobilisten die moeten tanken en eventueel snel wat willen eten of door voorbijgangers die een snelle hap willen nuttigen op hun doorreis.
Er wordt door bezoekers een bewuste keuze gemaakt voor het nuttigen van fastfood. Het verzorgingsgebied is derhalve groot. Uit de ladderonderbouwing volgt dat op deze locatie zowel in kwantitatieve als kwalitatieve zin ook behoefte bestaat aan dit soort horeca (zie paragraaf 4.1.4). Reguliere restaurants en fastfoodrestaurants zullen de aankomende jaren steeds meer gedwongen worden om meer gezonde voeding aan te bieden en bezoekers worden daarmee in de gelegenheid gesteld een bewuste keuze ten aanzien van voeding te maken. Het initiatief is daarmee in lijn met de Strategische Visie Venlo. 4.4.2 Ruimtelijke Structuurvisie 2014 Op 25 juni 2014 heeft de gemeenteraad van Venlo de Ruimtelijke Structuurvisie Venlo vastgesteld. In de structuurvisie staat de hoofdlijn van het ruimtelijk beleid voor de gemeente Venlo beschreven. Hieruit is af te leiden wat er de komende jaren op ruimtelijk gebied wel en niet mogelijk is. De structuurvisie geldt voor het hele grondgebied van de gemeente Venlo, met uitzondering van Klavertje 4, Klein Vink en Laerbroeck. Voor deze gebieden bestaan aparte structuurvisies. In de Ruimtelijke Structuurvisie Venlo zijn niet de regels, maar de ambities en opgaven het uitgangspunt. Nieuwe initiatieven worden in de toekomst nadrukkelijker beoordeeld op het maatschappelijk rendement.
Dit rendement wordt bepaald door de mate waarin ontwikkelingen bijdragen aan het bereiken van de ambities van Venlo die zijn vastgelegd in de Strategische Visie 2030. De ruimtelijke structuurvisie is verdeeld in vijf thema's, de zogenaamde 'majeure opgaven'. Daarnaast zijn er drie aandachtspunten geformuleerd die op elke ruimtelijke beslissing van toepassing zijn, de 'basisprincipes'. Majeure opgaven:
Hoofdstuk 4
26
1. Drukte in het ommeland: het contrast tussen buitengebied en stedelijk gebied verscherpen door het buitengebied ook daadwerkelijk als buitengebied te behandelen. Dit betekent het combineren van meerdere functies, zoals landbouw, recreatie, waterberging en natuurontwikkeling. 2. Ruimte in de stad: het contrast tussen buitengebied en stedelijk gebied door de beschikbare ruimte in bestaand stedelijk gebied maximaal te benutten. 3. Leven met de Maas: ruimte geven aan de rivier en haar beken om te anticiperen op klimaatverandering. 4. Voorzieningen op maat: zorgen voor vitale en toekomstbestendige voorzieningenclusters die aansluiten bij de reële behoefte van de samenleving. 5. Robuuste structuren: werken aan een weerbare infrastructuur voor personen- en goederenvervoer. Daarnaast vraagt het gebruik van de ondergrond en het opwekken van schone energie steeds meer aandacht. Naast deze 'majeure opgaven' wordt er uitgegaan van drie basisprincipes, aandachtspunten die van toepassing zijn op elk ruimtelijk initiatief. Dit betekent concreet dat een initiatief als kansrijker wordt beschouwd als:
Het de uitgangspunten van Cradle to Cradle (C2C) als vertrekpunt hanteert; De vraag wordt gesteld wat het betrekken van (Duitse) regiogemeenten kan betekenen; Het zelf georganiseerd draagvlak geniet.
Kernopgave Het contrast tussen het stedelijk gebied en het buitengebied wordt kleiner. En dat is jammer, omdat dit een minder afwisselende en daardoor minder aantrekkelijke gemeente oplevert. Steden, dorpen en het buitengebied hebben ieder hun specifieke kwaliteiten. Om die kwaliteiten nog beter tot hun recht te laten komen, wordt het contrast tussen steden, dorpen en het buitengebied de komende jaren versterkt. Het bestaande bebouwde gebied in de stad en de dorpen biedt ruim voldoende capaciteit voor toekomstige stedelijke functies. Het buitengebied wordt - in tegenstelling tot vroeger - steeds meer gebruikt voor typische 'buitengebied-activiteiten', zoals toerisme en recreatie en landbouw. De gemeente wil het contrast tussen stedelijk gebied en het buitengebied verder vergroten door de specifieke kwaliteiten van zowel de stad als het land te benadrukken. Stad en land moeten elkaar aanvullen in plaats van in elkaar over te gaan. De uitbreidingsruimte van het stedelijk weefsel van stad en dorpen is begrensd door er een 'contour' omheen te trekken. Hierbuiten worden in principe geen stedelijke functies meer toegestaan. De contouren vormen de overgangen tussen het stedelijk gebied en het buitengebied. Deze contouren zijn geen 'lijntje' op de kaart, maar stadsrandzones waarin de overgang van bebouwd gebied naar het (open) landschap wordt vormgegeven.
Op veel plekken rondom het stedelijk gebied is er sprake van een logische begrenzing. Indien de cultuurhistorische kwaliteiten van een gebied een verdere verdichting van het landschap niet toelaten of verdragen, zijn deze gebieden buiten de contour gelaten. Ruimte in de stad In het stedelijk gebied wordt gestreefd naar maximale benutting van de bestaande beschikbare ruimte, niet om een uitbreiding daarvan. In het stedelijk gebied is door tijdelijk gebruik, hergebruik, multifunctioneel gebruik en slim slopen nog voldoende ruimte aanwezig om nieuwe initiatieven een plaats te geven. Liever worden bestaande woningen of gebieden aangepast, dan dat er wordt uitgebreid. Ook voor kantoren, bedrijfsruimte of winkels geldt dat het bestaande of al in ontwikkeling genomen aanbod voor lange tijd voldoende is. Hoewel het bekend is dat hergebruik, herstructurering en transformatie
Hoofdstuk 4
27
complexer en vaak kostbaarder is dan nieuwbouw, wordt de groeiende leegstand toch benut voor herontwikkeling. Ruimtes die weinig gebruikt worden, kunnen intensiever gebruikt worden, verouderde en verloederende (bedrijven)terreinen kunnen worden opgewaardeerd en ‘rotte plekken’ kunnen worden aangepakt. Absolute prioriteit ligt bij hergebruik en -ontwikkeling van waardevol cultureel en religieus erfgoed, zoals boerderijen, fabriekspanden, kloosters en kerken. Voorzieningen op maat Een andere grote opgave ligt in het bieden van een vitale voorzieningenstructuur. Het wordt steeds moeilijker om commerciële en maatschappelijke voorzieningen overeind te houden. Om in de behoeften te voorzien, willen de gemeente in de wijken en dorpen waar een dreigend tekort aan voorzieningen speelt, de basisvoorzieningen op het gebied van dagelijkse boodschappen, eerstelijnszorg, basisonderwijs, sport en welzijn zoveel mogelijk clusteren. Door te richten op de sterke voorzieningenclusters wordt er toch een vitale voorzieningenstructuur gecreëerd. Ten slotte wordt het geaccepteerd wanneer de zwakkere clusters niet overeind kunnen blijven. Grootstedelijke voorzieningen moeten als tegenhanger van het voorgaande - zoveel mogelijk in het stedelijk centrum van Venlo een plek vinden. Afweging Het plangebied is gelegen binnen de stedelijke contour en specifiek binnen de perifere detailhandelscluster.
Daarnaast ligt het plangebied binnen een gebied met ruimtelijke kwaliteit en/of identiteitsbepalende uitstraling. Het initiatief maakt de herontwikkeling van een mobiliteitscentrum mogelijk. Het tankstation zal de huidige verkoop van LPG stoppen en waterstof gaan verkopen als brandstof. Dit is in lijn met de ruimtelijke structuurvisie. Er wordt overgestapt op een nieuw duurzaam economisch model. Door de herstructurering van het plangebied wordt maximaal gebruik gemaakt van het terrein aan de Venloseweg. Met het plan wordt derhalve leegstand voorkomen en er is geen sprake van uitbreiding maar van een afname aan bvo. Daarnaast wordt er met het planvoornemen het huidige verouderde en verloederende tankstation opgewaardeerd en wordt er een KFC fastfoodrestaurant, een lunchroom, fietsenwinkel en fitness studio gerealiseerd. Tevens wordt de perifere detailhandel (fietsenwinkel) verplaatst binnen het plangebied en uitgebreid. Dit is in lijn met de Ruimtelijke Structuurvisie 2014. Tot slot draagt het plan bij aan het op peil houden van de voorzieningen binnen het gebied. Het verouderde tankstation zal worden gesloopt waarvoor een nieuwer en moderner tankstation in de plaats komt. Daarnaast blijft het in de toekomst mogelijk om op dit punt te kunnen tanken en daarbij kunnen er bij de tankshop verse broodjes en basisartikelen worden aangeschaft.