047bijl 7 Bp Hakkesstraat-Hendrikkenhofstraat Venlo - toelichting.pdf
Tekst van het document
Hakkesstraat-HendrikkenhofstraatVenlo Verantwoording en Status
Titel:
Bestemmingsplan Hakkesstraat-Hendrikkenhofstraat Venlo
Rapportnummer:
NL.IMRO.0983.BP202002ALBERTUSH-VA01
Ontwerp:
28 januari 2022
Definitief:
juni 2022
© 2022 Beusmans & Jansen, Onderzoek & Advies in Ruimtelijke Ordening Dit document is eigendom van de opdrachtgever en mag door hem gebruikt worden voor het doel waarvoor het is vervaardigd en met inachtneming van de rechten die voortvloeien uit de wetgeving op het gebied van het intellectuele eigendom. De auteursrechten van dit document blijven berusten bij Beusmans & Jansen, Onderzoek & Advies in Ruimtelijke Ordening. Niets uit dit document mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Beusmans & Jansen, Onderzoek & Advies in Ruimtelijke Ordening. Beusmans & Jansen, Onderzoek & Advies in Ruimtelijke Ordening geeft in ieder geval geen toestemming aan de opdrachtgever om dit document te gebruiken of te laten gebruiken indien facturen niet of niet volledig voldaan zijn. Alle rechten voorbehouden.
Pagina | 2
Inhoudsopgave Toelichting
5
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 1.2 1.3 1.3.1 1.3.2 1.4
Aanleiding en doel van het bestemmingsplan Ligging en begrenzing van het plangebied Bestemmingsplannen Bestemmingsplan bedrijventerrein Veegtes Paraplubestemmingsplannen Leeswijzer
Hoofdstuk 2 Beschrijving van het plangebied 2.1 2.2
Algemeen Ruimtelijke en functionele structuur
Hoofdstuk 3 Beleid 3.1 3.2 3.2.1 3.2.2 3.2.3 3.3 3.3.1 3.3.2 3.3.3 3.4 3.4.1 3.5 3.5.1 3.5.2 3.5.3 3.5.4 3.6
Inleiding Rijksbeleid Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte Ladder duurzame verstedelijking Besluit en Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Barro en Rarro) Provinciaal beleid Provinciale Omgevingsvisie Limburg Omgevingsverordening Limburg Beleidsnotitie huisvesting internationale werknemers Regionaal beleid Regionale Woonvisie Noord-Limburg Gemeentelijk beleid Strategische Visie Venlo 2030 Ruimtelijke Structuurvisie 2014 Beleidskader huisvesting internationale werknemers (short-stay) Venlo Bestemmingsplan Conclusie
Hoofdstuk 4 Planbeschrijving 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6
Uitgangspunten en doelstellingen van het plan Stedenbouwkundige/ruimtelijke aspecten Landschappelijke integratie en water Parkeren Duurzaamheid Lange termijn invulling
Hoofdstuk 5 Sectorale aspecten 5.1 5.1.1 5.2
Inleiding Milieueffectrapportage Milieuaspecten
| bestemmingsplan Hakkesstraat-Hendrikkenhofstraat Venlo | status: vastgesteld |
5 5 5 6 6 7 9
10 10 10
13 13 13 13 13 19 20 20 20 21 22 22 23 23 24 28 32 33
34 34 37 41 42 44 45
47 47 47 48
Pagina | 3
5.2.1 5.2.2 5.2.3 5.2.4 5.2.5 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.7.1 5.7.2 5.8
Bodem- en grondwaterkwaliteit Geluid Luchtkwaliteit Bedrijven en milieuzoneringen Externe veiligheid Waterparagraaf Kabels en leidingen Gebiedsbescherming Soortenbescherming Archeologie en cultuurhistorie Archeologie Cultuurhistorie Verkeer
Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid 6.1 6.2
Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijk uitvoerbaarheid
Hoofdstuk 7 Juridische toelichting 7.1 7.2 7.3
Planstukken Toelichting op de verbeelding Toelichting op de regels
Bijlagen Bijlage 1
Aanmeldnotitie MER
Bijlage 2
Besluit MERbeoordeling
Bijlage 3
Aeriusberekening
Bijlage 4
Bodemonderzoek huisvestingslocatie
Bijlage 5
Aanv. grondwa. huisvestingsloc.
Bijlage 6
Bodemonderzoek herdenkingspark
Bijlage 7
Verkeerskundig onderzoek
Bijlage 8
Resomeren milieu-effecten
Bijlage 9
Veiligheid resomeren
Bijlage 10
Akoest onderz. wegverkeerslawaai
Bijlage 11
Akoest onderz. verkeersaantr. werking
Bijlage 12
Quick scan externe veiligheid
Bijlage 13
Verantwoording groepsrisico
| bestemmingsplan Hakkesstraat-Hendrikkenhofstraat Venlo | status: vastgesteld |
48 49 51 53 58 60 62 63 65 68 68 72 74
76 76 76
79 79 79 79
Pagina | 4
Bijlage 14
Advies Veiligheidsregio
Bijlage 15
Ecologisch onderzoek
Bijlage 16
Aanvullend ecologisch onderzoek
Bijlage 17
Archeologisch bureauonderzoek
Bijlage 18
Aanvullend archeologisch onderzoek
Bijlage 19
Landschapsintegratieplan
Bijlage 20
St Erfgoed Venlo cultuurhistorie
Bijlage 21
Verslag wettelijk vooroverleg
Bijlage 22
Inventariserend veldonderzoek proefsleuven
Bijlage 23
Nota van zienswijzen
| bestemmingsplan Hakkesstraat-Hendrikkenhofstraat Venlo | status: vastgesteld |
Pagina | 5
Toelichting Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1
Aanleiding en doel van het bestemmingsplan
Initiatiefnemers hebben het voornemen om de hoek Nijmeegseweg-HakkesstraatHendrikkenhofstraat te Venlo te gaan ontwikkelen. Deze ontwikkeling betreft enerzijds de huisvesting van internationale werknemers en anderzijds de ontwikkeling van ‘Plan Albertushof’. Het perceel van de Albertushof wordt gesplitst in twee delen: op het zuidoostelijke deel, ongeveer 3 ha, wordt bebouwing gerealiseerd voor het duurzaam huisvesten van internationale werknemers en het noordelijke deel zal worden getransformeerd in een herinneringspark waar mensen herinneren en herinnerd worden. Aan dit herdenkings-concept, waarin ook een resomeercentrum is voorzien, liggen de volgende doelstellingen ten grondslag: het behouden of terughalen van de natuur in de stad of de gemeente, passend in de omgeving; het aantrekkelijk en toegankelijk maken van een ‘stadspark’ voor burgers; het creëren van een overgangsgebied tussen wonen, werken en recreëren. In 2017 is een principeverzoek hiertoe ingediend, waarop op 8 juli 2018 een overwegend positieve reactie van het bevoegd gezag is ontvangen op basis waarvan voor deze locatie de bestemmingsplanprocedure opgestart kan gaan worden.
1.2
Ligging en begrenzing van het plangebied
Het plangebied is gesitueerd aan de hoek Nijmeegseweg-Hakkesstraat-Hendrikkenhofstraat te Venlo, kadastraal bekend gemeente Venlo, sectie A nummers 7561, 7584, 7585, 4198, 6307 en 2367 (totaal circa 9,2 ha) en wordt aan drie zijden omringd door de bedrijventerreinen Veegtes en Noorderpoort. Op onderstaande figuur 1 is het plangebied in blauw aangeduid.
| bestemmingsplan Hakkesstraat-Hendrikkenhofstraat Venlo | status: vastgesteld |
Pagina | 6
Figuur: plangebied
1.3
Bestemmingsplannen
1.3.1
Bestemmingsplan bedrijventerrein Veegtes
Het plangebied is gelegen binnen het bestemmingsplan bedrijventerrein Veegtes, zoals vastgesteld op 28 maart 2012. Onderstaande afbeelding is een uitsnede van de verbeelding:
| bestemmingsplan Hakkesstraat-Hendrikkenhofstraat Venlo | status: vastgesteld |
Pagina | 7
Figuur: uitsnede vigerende verbeelding
Binnen de bestemming Groen zijn in ieder geval geen verblijfseenheden voor internationale werknemers toegestaan en het concept is ook niet binnen de vigerende bestemmingen te realiseren. Verder volstaan de bouwvlakken niet voor de gewenste bebouwing. Het bestemmingsplan kent geen afwijkings- of wijzigingsbevoegdheden zodat alleen medewerking kan worden verleend door het vaststellen van onderhavig, op maat geredigeerd bestemmingsplan.
1.3.2
Paraplubestemmingsplannen
Op 25 november 2020 zijn twee paraplubestemmingsplannen vastgesteld. Het betreft: 1. Parapluplan reguleren onbenutte plancapaciteit wonen 2. Parapluplan kamerbewoning. 1.3.2.1 Parapluplan reguleren onbenutte plancapaciteit wonen Dit parapluplan voorziet in één eenduidige regeling voor alle digitale bestemmingsplannen binnen het stedelijk gebied van de gemeente Venlo waarin woonbestemmingen zijn opgenomen. Hiermee wordt beoogd om één uniforme regeling op te nemen voor het stedelijk gebied van de gemeente Venlo. Voor die regeling worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: Voor bestemmingen die wonen toestaan naast andere (hoofd)functies, zoals bijvoorbeeld centrum- en gemengde bestemmingen, wordt de woonfunctie - voor zover het aantal woningen niet is gemaximeerd - beperkt tot panden waarin reeds één of meer legale bestaande woningen aanwezig zijn. In die panden wordt dan nog maximaal één woning per bouwlaag toegestaan. Binnen andere bestemmingen, zoals een horeca- of detailhandelsbestemming waarbinnen een bepaalde vorm van wonen is toegestaan, wordt ook slechts nog wonen toegestaan voor zover | bestemmingsplan Hakkesstraat-Hendrikkenhofstraat Venlo | status: vastgesteld |
Pagina | 8
reeds één of meer legale bestaande woningen aanwezig zijn. In die panden wordt dan ook nog maar maximaal één woning per bouwlaag toegestaan. Omzetting van bestaande grondgebonden woningen naar gestapelde woningen wordt uitgesloten, voor zover de geldende bestemmingsplannen daar niet in voorzien. Voor bestaande gestapelde woningbouw wordt het aantal woningen beperkt tot maximaal één per bouwlaag. Bestaande legale gestapelde woningbouwcomplexen waarin meer dan één woning per bouwlaag aanwezig is, worden niet onder het overgangsrecht gebracht. Voor dergelijke complexen mogen de bestaande woningaantallen (bij herbouw) worden gehandhaafd. Voorgaande uitgangspunten gelden niet voor bedrijfswoningen.
Binnen onderhavig bestemmingsplan Hakkesstraat-Hendrikkenhofstraat Venlo is geen andere reguliere woonfunctie dan de bedrijfswoning opgenomen; voor elke andere bestemming geven de regels exact aan wat hier is toegestaan en is het niet mogelijk om panden te her in te delen zodat sprake is van meerdere woningen. Van onbenutte plancapaciteit is hier ook geen sprake.
1.3.2.2 Parapluplan kamerbewoning Dit parapluplan voorziet in één eenduidige regeling voor het toestaan van kamerbewoning aan maximaal twee personen met betrekking tot de bestemming wonen voor alle digitale bestemmingsplannen binnen onderhavig plangebied om zo meer grip te krijgen op overbewoning en daarmee op de leefbaarheid in de wijken. Hiermee wordt beoogd om één uniforme regeling op te nemen voor de gehele gemeente Venlo. Voor die regeling worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: a. In plannen waarin expliciet een regeling ten aanzien van kamerbewoning is opgenomen voor maximaal 4 kamers, 4 personen, dan wel 4 huishoudens, is deze regeling beperkt tot maximaal 2 personen per woning, naast de bewoning door de rechthebbende (eigenaar/hospita). Dit geldt zowel voor woonbestemmingen als bredere bestemmingen, zoals centrum- en gemengde bestemmingen. b. Bestaande, legale situaties waarin kamerbewoning plaatsvindt door meer dan 2 personen zijn gerespecteerd. Aan de term 'bestaand' is als peildatum het moment van inwerkingtreding van dit parapluplan gekoppeld. Onder 'legaal' wordt verstaan: overeenkomstig het voorheen geldende bestemmingsplan, dan wel op basis van een daartoe strekkende omgevingsvergunning. c.
Aan bestemmingsplannen waarin geen expliciete regeling voor kamerbewoning is opgenomen binnen de woonbestemming, maar die dat impliciet wel mogelijk maakten door 'wonen' in algemene zin toe te staan, is nu wel een expliciete regeling toegevoegd (tot maximaal 2 personen). Dat geldt ook voor andere bestemmingen, waarbinnen woningen zijn toegestaan, voor zover geen sprake is van een bedrijfswoning, woonwagen of en woning op een bedrijventerrein. d. In plannen waarin een expliciet verbod op kamerbewoning is opgenomen blijft kamerbewoning uitgesloten. In die plangebieden kan altijd met een omgevingsvergunning alsnog kamerbewoning worden toegestaan, mits wordt voldaan aan het actuele beleid. Binnen onderhavig bestemmingsplan Hakkesstraat-Hendrikkenhofstraat Venlo is 'wonen in algemene zin' in het geheel niet toegestaan, zodat zich het probleem van kamerbewoning zich niet voordoet. Indien middels een omgevingsvergunning in afwijking van de gebruiksregels tóch
| bestemmingsplan Hakkesstraat-Hendrikkenhofstraat Venlo | status: vastgesteld |
Pagina | 9
kamerbewoning als bijzondere woonvorm wordt aangevraagd, dan zal altijd voldaan moeten worden aan het actuele ruimtelijke en volkshuisvestelijke beleid.
1.4
Leeswijzer
Deze toelichting bestaat uit de volgende delen. Na deze inleiding volgt hoofdstuk 2 met een beschrijving van het plangebied. In hoofdstuk 3 wordt het plan getoetst aan het geldende ruimtelijke beleid. Hoofdstuk 4 bevat een beschrijving van de te regelen ruimtelijke ontwikkeling zelf. Vervolgens geeft hoofdstuk 5 inzicht in de relevante milieu-planologische aspecten. De uitvoerbaarheid is neergelegd in hoofdstuk 6 en ten slotte de juridische toelichting in hoofdstuk 7.
| bestemmingsplan Hakkesstraat-Hendrikkenhofstraat Venlo | status: vastgesteld |
Pagina | 1 0
Hoofdstuk 2 Beschrijving van het plangebied 2.1
Algemeen
In dit hoofdstuk wordt de ligging van het plangebied op gemeentelijk niveau en de feitelijke situatie van het plangebied beschreven. Ook wordt er ingegaan op de aanwezige ruimtelijk-functionele structuur van het plangebied en omgeving.
2.2
Ruimtelijke en functionele structuur
Het plangebied is gelegen aan de hoek Nijmeegseweg-Hakkesstraat-Hendrikkenhofstraat te Venlo, kadastraal bekend gemeente Venlo, sectie A nummers 7561, 7584, 7585, 4198, 6307 en 2367 (totaal circa 9,2 ha)en wordt aan drie zijden omringd door de bedrijventerreinen Veegtes en Noorderpoort. Het gebied is bekend als Albertushof. Oorspronkelijk was Albertushof, ook wel Hendrikkenhof genoemd, een 19e-eeuwse boerderij. De boerderij werd omstreeks 1905 door de paters Dominicanen gekocht als buitenverblijf voor hun studenten. In januari 1939 werd er het missiehuis van de Zusters Dominicanessen in ondergebracht. Vanuit de oude hoeve vertrokken circa zestig zusters naar de missie in Zuid-Afrika. Daarnaast startten de zusters in Venlo in 1962 een kinderdagverblijf: de Stichting Albertuskleuterhof. Uit deze stichting ontstond in 1965 de Stichting Kindervreugd voor de opvang van verstandelijk gehandicapte kinderen. Momenteel is de hoeve omgebouwd tot een restaurant (Galerie De Hoeve) en rond 1968 is er een nieuw klooster gebouwd. Het omliggend perceel bestaat uit een bos, een tuin, een groentetuin, jonge aanplant, een in slechte staat verkerend (en inmiddels gesloopte) voormalig kinderdagverblijf, braakliggend terrein, enkele paardenweiden en een stuk landbouwgrond waar mais op werd verbouwd. In het bestaande bosgebied is het kerkhof van de congregatie en een Mariagrot gesitueerd.
Galerie De Hoeve valt buiten het te ontwikkelen project, maar zal wel als bestaande en te behouden accommodatie bij de uitvoering van het project betrokken worden. De overzichtsfoto met het plangebied rood omkaderd, ziet er als volgt uit:
| bestemmingsplan Hakkesstraat-Hendrikkenhofstraat Venlo | status: vastgesteld |
Pagina | 1 1
Figuur: luchtfotomet plangebied
| bestemmingsplan Hakkesstraat-Hendrikkenhofstraat Venlo | status: vastgesteld |
Pagina | 1 2
Figuur: foto's bestaande situatie
Ten noordwesten van het plangebied bevindt zich Océ, ingeklemd tussen de Maas, A67 en de Nijmeegseweg. Sinds de jaren ’70 van de vorige eeuw heeft Océ een sterke groei doorgemaakt. Aan de Nijmeegseweg (aan de zuidzijde grenzend aan het plangebied) is de Veiligheidsregio Limburg-Noord gevestigd. Hier bevinden zich onder andere de regionale brandweer, de Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de regio (GHOR), de Gemeentelijke Gezondheidsdienst (GGD) en een opleidingscentrum met een oefenlocatie voor brandpreventie en brandbestrijding.
Het plangebied bevindt zich in de uiterste noordwestelijke hoek van bedrijventerrein Veegtes. Met de ontwikkeling van het bedrijventerrein Veegtes werd gestart in 1950 door de aanleg van de L.J. Costerstraat. De overige straten werden in 1962 aangelegd, met uitzondering van de Simon Stevinstraat (1967/1968) en de Buys Ballotstraat (1968). Op het bedrijventerrein Veegtes zijn ongeveer 140 bedrijven gevestigd met in totaal ongeveer 3500 werkzame personen. Er bevinden zich met name bedrijven in de sectoren industrie, groot- en tussenhandel, reparatie en bouw. Ook komen er logistieke bedrijven voor, naast meer publiekgerichte bedrijven (onder andere aan de Winkelveldstraat). Binnen het gebied is sprake van een zeer sterke menging van genoemde bedrijfstypen. Van clustering of concentratie is geen sprake. Noorderpoort (ten noorden van het plangebied) is een hoogwaardig kantoren- en bedrijvenpark gelegen tegen de A67. Aan de westrand van het terrein op zichtlocaties aan de Nijmeegseweg, liggen kantoorgebouwen terwijl het achterliggende deel van het bedrijvenpark een mix van functies kent waaronder ook kleinschalige, maar hoogwaardige industriële productie. Het terrein heeft een hoogwaardig karakter door de groene, rustige uitstraling. De bedrijven op het terrein verzorgen in totaal circa 700 arbeidsplaatsen.
Meer dan de helft van de werkgelegenheid wordt ingenomen door de dienstverlening. De overige werkgelegenheid is verdeeld over de sectoren; handel/ horeca, transport/communicatie en industrie.
De ontsluitingsstructuur van de bedrijventerreinen (Océ, Noorderpoort, Veegtes) vindt primair plaats via de A67, van waaruit via de Nijmeegseweg de diverse bedrijventerreindelen benaderd kunnen worden
| bestemmingsplan Hakkesstraat-Hendrikkenhofstraat Venlo | status: vastgesteld |
Pagina | 1 3
Hoofdstuk 3 Beleid 3.1
Inleiding
Dit hoofdstuk geeft een beeld van de randvoorwaarden die vanuit het beleid gelden betreffende onderhavige ontwikkeling. De beleidskaders zijn op verschillende schaalniveaus beschreven. Aan bod komen het rijks-, provinciaal - en het gemeentelijk beleid.
3.2
Rijksbeleid
3.2.1
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte
Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig. Daar streeft het Rijk naar met een krachtige aanpak die ruimte geef aan regionaal maatwerk, de gebruiker voorop zet, investeringen scherp prioriteert en ruimtelijke ontwikkelingen en infrastructuur met elkaar verbindt. Dit doet het Rijk samen met andere overheden en met een Europese en mondiale blik. Bij deze aanpak hanteert het Rijk een filosofie die uitgaat van vertrouwen, heldere verantwoordelijkheden, eenvoudige regels en een selectieve rijksbetrokkenheid. Zo ontstaat er ruimte voor maatwerk en ontwikkelingen van burgers en bedrijven. In deze structuurvisie schetst het Rijk ambities voor Nederland in 2040: een visie hoe Nederland er in 2040 voor moet staan. Deze structuurvisie geeft een nieuw, integraal kader voor het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid op rijksniveau en vormt de 'kapstok' voor bestaand en nieuw rijksbeleid met ruimtelijke consequenties. Het Rijk is verantwoordelijk voor een goed systeem van ruimtelijke ordening inclusief zorgvuldige, transparante ruimtelijke en infrastructurele besluiten. Bij nieuwe ontwikkelingen, aanleg en herstructurering moet in elk geval aandacht zijn voor de gevolgen voor de waterhuishouding, het milieu en het cultureel erfgoed. Deze aspecten zullen in paragraaf 5.3, respectievelijk paragraaf 5.2 en 5.7 aan de orde komen.
Onderhavig plan heeft geen invloed op de beschreven doelen die het Rijk nastreeft.
3.2.2
Ladder duurzame verstedelijking
Op 1 juli 2017 is het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gewijzigd, waarbij een nieuwe Laddersystematiek geldt. De Laddertoets moet worden uitgevoerd wanneer er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. In artikel 1.1.1 onder i van het Bro is een nadere omschrijving van het begrip stedelijke ontwikkeling vastgelegd. Als stedelijke ontwikkeling wordt genoemd: 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.' In het Bro is geen ondergrens voor de minimale omvang vastgelegd. Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. Gelet op de omvang van onderhavige deelprojecten is er duidelijk sprake van een stedelijke ontwikkeling. Als een stedelijke ontwikkeling in bestaand stedelijk gebied ligt en voorziet in een behoefte dan is voldaan aan de Ladder (aldus de Afdelingsuitspraak ABRvS 20 januari 2016; | bestemmingsplan Hakkesstraat-Hendrikkenhofstraat Venlo | status: vastgesteld |
Pagina | 1 4
ECLI:NL:RVS:2016:125). In betreffende casus was aan de gronden in het plangebied in het voorheen geldende bestemmingsplan de bestemming "Groenvoorzieningen" toegekend. De gronden waren onder meer bestemd voor groenvoorzieningen, speelvoorzieningen en voet- en fietspaden. Gelet op de ligging aangrenzend aan de woonbebouwing, gaat het hier om stedelijk groen, behorend bij een bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing. Derhalve is het plangebied bestaand stedelijk gebied in de zin van artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder h, en artikel 3.1.6, tweede lid, aanhef en onder b, van het Bro.
Behoefte aan huisvestingslocatie binnen het verzorgingsgebied De regio Noord-Limburg heeft Etil Research Group (Etil) gevraagd een onderzoek uit te voeren naar de hoeveelheid internationale werknemers die Noord-Limburg de komende vijf jaar kan verwachten en in welke sectoren, gelet op de arbeidsmarktsituatie (rekening houdend met de vraag naar arbeidskrachten en de wijze waarop de regio hierin zelf kan voorzien). E.e.a met een doorkijk naar de situatie in 2030. De Nederlandse economie is met groeicijfers van 3,2% (2018) en 2,7% (2019) op stoom. De economische hoogconjunctuur heeft tot gevolg dat de arbeidsmarkt krapper wordt. De werkloosheid in Nederland daalt in 2019 naar het laagste niveaus sinds 2001, 3.5%. Ook op de arbeidsmarkt in Noord-Limburg zijn de gevolgen van de aantrekkende economie duidelijk zichtbaar: toename arbeidsmarktspanning en een toename van het percentage bedrijven dat door een tekort aan arbeidskrachten belemmeringen ervaart in de bedrijfsvoering. In de prognose periode 2017-2022 is het aantal baanopeningen groter dan de instroom van schoolverlaters. Afhankelijk van de realisatie van de economische ambities van de regio Noord-Limburg is er eind 2022 sprake van een personeelstekort van 7.500 tot 12.500 werkzame personen. De instroom van internationale werknemers is een belangrijke optie om het in 2022 verwachte personeelstekort mede op te lossen.
Etil en het CBS constateren dat er eind 2022 in Noord-Limburg behoefte is aan 1100 tot 4800 extra internationale werknemers (t.o.v. het jaar 2017). Verder doorkijkend dan het jaar 2022 nemen de onzekerheden rondom de toekomstige behoeftes van de arbeidsmarkt en daarmee samenhangende tekorten toe. Het CPB gaat in zijn laatste lange termijnverkenning (Toekomstverkenning welvaart en leefomgeving, 2015) ervan uit dat de economische groei in Nederland tot het jaar 2030 tussen de 1%-2% bedraagt en dat er gedurende deze periode sprake is van een (beperkte) toename van de werkgelegenheid. Aanvullend zorgen de extra investeringen door de regio er voor dat er ook gedurende de periode 2022-2030 extra werkgelegenheid gecreëerd (ongeveer 5.000 extra arbeidsplaatsen) wordt. Ondanks dat het lastig is uitspraken te doen over de omvang van de benodigde instroom van internationale werknemers, zal - volgens het Etil-onderzoek - de vraag naar internationale werknemers gedurende de periode 2022-2030 zeker blijven bestaan. De onzekere factor bij het vaststellen van de hoogte van de benodigde instroom van internationale werknemers is het effect van de technologische ontwikkelingen. De extra vraag is met name gekoppeld aan de ontwikkelingen in de Greenport en heeft hiermee een sterke link met de Greenportgemeenten.
Gesprekken met bedrijven, huisvesters en uitzendbureaus wijzen er op dat dit een realistische inschatting is van de vraag. Om een substantiële bijdrage te leveren om het tekort op te lossen is de doelstelling voor Venlo om 3000 bedden te realiseren voor 2025.
| bestemmingsplan Hakkesstraat-Hendrikkenhofstraat Venlo | status: vastgesteld |
Pagina | 1 5
Op basis van het Etil-onderzoek - dat is uitgevoerd op basis van de methodiek van de Ladder voor duurzame verstedelijking - kan geconcludeerd worden dat de beoogde ontwikkeling voor het tijdelijke huisvesten van internationale werknemers voorziet in een duidelijke behoefte en dat er geen sprake is van onaanvaardbare effecten op de leegstand dan wel het werk-, woon- en leefklimaat in de regio. Er is zeker sprake van een economische opgave: voorkomen dat een gebrek aan huisvesting een remmende factor is bij het aantrekken van personeel en daarmee voor economische groei en ontwikkeling. De effecten van de onderhavige ontwikkeling zijn per saldo als positief te beoordelen, omdat niet dan wel slecht gehuisveste mensen een (tijdelijke) verblijfplaats krijgen die voldoet aan de hedendaagse eisen qua inrichting, comfort en veiligheid.
Toetsing aan het beleid Het concrete project voldoet aan de uitgangspunten en voorwaarden voor een goede huisvesting voor internationale werknemers conform het Beleidskader huisvesting internationale werknemers (short stay) Venlo.
Aanvaardbaarheid van de effecten De ontwikkeling heeft duidelijke positieve effecten op het woon-, leef-en ondernemersklimaat in de regio. Veel internationale werknemers wonen nu in vakantieparken (ten koste van de recreatieve capaciteit c.q. uitstraling), op locaties zonder woonbestemming (bijvoorbeeld agrarische bedrijven) en/of in onveilige accommodaties. Behalve dat daarbij vaak sprake is van een planologisch ongewenste situatie, leiden deze woonvormen soms tot ongewenste effecten op de omgeving (overlast, samenscholing, geluidsoverlast, zwerfvuil, etc.) en moeten deze internationale werknemers relatief grote afstanden overbruggen tot winkels, scholen en andere voorzieningen. Daarbij komt dat de internationale werknemers van groot en groeiend belang zijn voor de economische bedrijvigheid in de regio Venlo. Er moet derhalve passende huisvesting worden geboden, die voldoet aan de hedendaagse eisen qua locatie, inrichting, privacy, comfort en veiligheid.
Conclusie De beoogde nieuwe, tijdelijke huisvesting van internationale werknemers in de vorm van een verblijfsgebouwen ten behoeve van maximaal 768 internationale werknemers, wordt vanuit de doelstellingen en kaders van de Ladder voor duurzame verstedelijking positief beoordeeld. Er is ruim voldoende regionale behoefte aanwezig, zowel vanuit kwalitatief als kwantitatief perspectief en er is geen sprake van onaanvaardbare effecten.
Behoefte aan resomeercentrum binnen het verzorgingsgebied In het 'Draagvlakonderzoek resomeren', opgesteld door I&O Research, in opdracht van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (Rapportnummer 2017/028, 9 februari 2017) is onderzocht of er behoefte is aan een alternatieve vorm van lijkbezorging. Uit dit onderzoek is het volgende gebleken:
| bestemmingsplan Hakkesstraat-Hendrikkenhofstraat Venlo | status: vastgesteld |
Pagina | 1 6
1. Achtergrond en doel van het onderzoek Nederland kent momenteel drie toegestane vormen van lijkbezorging: begraven, crematie en ter beschikking stellen aan de wetenschap. Deze toegestane vormen zijn vastgelegd in de Wet op de lijkbezorging (Wlb1). Vanuit de uitvaartbranche is er een initiatief om resomeren als een alternatieve vorm van lijkbezorging in ons land aan te bieden. Dit is pas mogelijk door een wijziging van de Wlb. Als input voor besluitvorming hierover heeft het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) aan I&O Research de opdracht verleend een onderzoek uit te voeren naar het maatschappelijk draagvlak voor resomeren. De doelstelling van het onderzoek is het bieden van een objectief en onafhankelijk beeld van de maatschappelijke wenselijkheid van een nieuwe methode van lijkbezorging in de vorm van resomeren. Het ministerie van BZK gebruikt de uitkomsten als basis voor de besluitvorming over het toestaan van resomeren.
In het verlengde van deze doelstelling is de centrale vraag van het onderzoek als volgt geformuleerd: "Is er draagvlak/behoefte bij de Nederlandse bevolking voor een alternatieve methode voor lijkbezorging in de vorm van resomeren indien deze in de dienstverlening wordt aangeboden?" Om het draagvlak te kunnen bepalen is in het onderzoek achtereenvolgens gekeken naar: • de algemene houding tegenover alternatieve vormen van lijkbezorging naast de reeds bestaande; • de reacties en emoties die de methode en techniek van resomeren oproepen; • de vraag of resomeren bij mogelijke introductie in ons land wordt geaccepteerd c.q. als serieuze optie in het keuzeproces wordt meegenomen; • de publieke opinie over het eventueel wettelijk toestaan van resomeren in Nederland.
2. Uitvoering van het onderzoek Het onderzoek bestond uit een kwalitatief en een kwantitatief deel. In de kwalitatieve fase is deskresearch uitgevoerd en zijn er gesprekken gevoerd met vertegenwoordigers van de religieuze groeperingen in ons land. Daarnaast is een tweetal focusgroepen met burgers uitgevoerd. De belangrijkste argumenten, standpunten en emoties rond resomeren zijn verwerkt in een vragenlijst. Deze is vervolgens in de kwantitatieve fase voorgelegd aan een representatieve groep inwoners van ons land. In de respons waren de verschillende geloofsovertuigingen voldoende vertegenwoordigd om over die groepen afzonderlijke uitspraken te kunnen doen.
3. Belangrijkste uitkomsten Grootste groep kiest voor crematie; onder moslims en protestant-christelijke groepen sterke voorkeur voor begraven. Binnen de Nederlandse bevolking kiest op dit moment de grootste groep (44%) voor zichzelf voor crematie. Ruim een derde van de Nederlanders (35%) heeft een voorkeur voor begraven. Een deel van deze groep geeft aan dit te doen voor de nabestaanden, maar ook de geloofsovertuiging speelt een belangrijke rol. Onder gereformeerden,
| bestemmingsplan Hakkesstraat-Hendrikkenhofstraat Venlo | status: vastgesteld |
Pagina | 1 7
hervormden, protestanten, moslims en joden heeft begraven de voorkeur. Onder rooms-katholieken, boeddhisten, hindoes en Nederlanders zonder kerkelijke gezindte, kiest meer dan de helft voor crematie. De motieven voor cremeren hebben vaak te maken met het ontzorgen van de nabestaanden en het milieu. Degenen die aangeven hun lichaam ter beschikking te willen stellen aan de wetenschap (4%), kiezen hier met name voor om na hun dood nog iets te kunnen betekenen voor de samenleving. Krappe meerderheid heeft geen bezwaar tegen introductie alternatieve vormen van lijkbezorging, mits de eigen keuzevrijheid gewaarborgd blijft. Buiten de gangbare vormen van lijkbezorging zijn bij 16 procent van de Nederlanders alternatieve vormen bekend. In het algemeen heeft een op de drie Nederlanders (32%) er geen bezwaar tegen als er in Nederland een nieuwe vorm van lijkbezorging wordt geïntroduceerd, voor ruim de helft (54%) hangt dit sterk af van de methode. Zeven procent heeft wel bezwaar tegen een nieuwe vorm. Bezwaren tegen het introduceren van een nieuwe vorm van lijkbezorging leven het sterkst onder moslims, hervormden en gereformeerden. De mate van religiositeit speelt sowieso een grote rol: hoe religieuzer men zichzelf vindt, hoe meer bezwaar men hier tegen heeft.
Ruim vier op de vijf Nederlanders vinden dat elke Nederlander vrij moet zijn om te kiezen tussen begraven, cremeren of een andere vorm van lijkbezorging. De overgrote meerderheid heeft geen bezwaar tegen andere vormen zolang zij zelf de vrijheid hebben om hun eigen methode van lijkbezorging te kunnen kiezen. Wel vindt twee derde dat niet alles maar toegestaan moet worden: de overheid moet volgens hen duidelijke grenzen stellen aan de vormen van lijkbezorging in ons land. Ruim de helft van de Nederlanders overweegt mogelijk alternatieve vormen van lijkbezorging, mocht begraven en cremeren in de toekomst te belastend worden voor het milieu. Nederlanders die begraven willen worden zijn het minst geneigd om alternatieve vormen van lijkbezorging te overwegen. Resomeren roept zowel positieve als negatieve reacties op; religieuze Nederlanders zijn negatiever over de methode dan niet-religieuzen Resomeren is als methode van lijkbezorging nog vrijwel onbekend in Nederland. De deelnemers aan dit onderzoek blijken na een korte introductietekst over de methode in bijna 40 procent van de gevallen positief te oordelen over deze vorm van lijkbezorging. Zij zien resomeren vaak als een interessant, goed en milieuvriendelijk alternatief voor de huidige vormen van lijkbezorging. Nederlanders die neutraal tegenover resomeren staan (30%), zien vooral veel overeenkomsten met cremeren.
Resomeren komt op hen over als een milieuvriendelijke methode, die nog wel wat vreemd en onwennig is maar wellicht toch interessant kan zijn. De Nederlanders waarbij resomeren vooral negatieve gevoelens oproept (30%), uiten met name weerzin. Daarnaast is er onbegrip: de vraag rijst waarom het nodig is om deze (vreemde) methode van lijkbezorging te introduceren. De gevoelens die resomeren als mogelijke vorm van lijkbezorging oproept, hangen samen met de mate waarin men zichzelf als religieus beschouwt: onder sterk religieuze groepen is de weerstand tegen resomeren als vorm van lijkbezorging het sterkst. Meerderheid heeft er geen problemen mee als anderen kiezen voor resomeren; kwart geeft aan de methode mogelijk te overwegen als alternatief voor bestaande vormen van lijkbezorging Het merendeel van de Nederlanders heeft er geen bezwaar tegen wanneer anderen kiezen voor resomeren als methode van lijkbezorging. Zo zegt bijna 80 procent er geen problemen mee te hebben wanneer iemand uit zijn of haar vrienden- of kennissenkring
| bestemmingsplan Hakkesstraat-Hendrikkenhofstraat Venlo | status: vastgesteld |
Pagina | 1 8
kiest voor resomeren. Maar als het dichter bij de persoonlijke levenssfeer komt, neemt het draagvlak af. Wanneer de eigen partner zou kiezen voor resomeren, zegt nog maar de helft daar geen problemen mee te hebben. Slechts weinig Nederlanders zouden vanwege de keuze van de overledene voor resomeren, weigeren de uitvaart te bezoeken. Een kwart van de Nederlandse bevolking (25%) overweegt resomeren voor de eigen uitvaart. Met name het milieu is voor deze groep een belangrijk argument om deze nieuwe methode te overwegen. Iets meer dan zes op de tien Nederlanders (61%) geven aan resomeren niet in overweging te nemen voor de eigen uitvaart. Binnen deze groep is het meest genoemde argument dat resomeren in strijd is met het geloof.
Er is (onder voorwaarden) steun voor wettelijk toestaan Circa twee derde van de Nederlanders (66%) heeft er geen bezwaar tegen als resomeren in Nederland wettelijk wordt toegestaan en een op de acht (12%) heeft wel bezwaren. Deze hebben vooral te maken met de eigen religieuze overtuiging. Onder de tegenstanders van het wettelijk toestaan zijn personen die zichzelf als sterk religieus beschouwen, relatief sterk vertegenwoordigd. De weerstand tegen wettelijk toestaan van resomeren is het grootst onder gereformeerden. Ruim een op de vijf Nederlanders die géén bezwaar hebben tegen het wettelijk toestaan van resomeren in Nederland, vindt dat een eventuele introductie van resomeren in Nederland wel aan bepaalde voorwaarden moet zijn verbonden. Nederlanders hechten aan eigen keuzevrijheid De meeste Nederlanders vinden dat iedereen vrij moet zijn om te kiezen tussen begraven, cremeren of resomeren (91%). Ook tegenstanders van resomeren geven aan keuzevrijheid belangrijk te vinden en dat hen geen andere vormen (zoals resomeren) worden opgedrongen.
4. Conclusies • Resomeren is momenteel in Nederland nog vrijwel onbekend als methode van lijkbezorging. Het onderzoek maakt duidelijk dat inwoners die voor het eerst over deze alternatieve methode worden geïnformeerd, hierop uiteenlopend reageren. Naast een aanzienlijke groep die er neutraal tegenover staat, roept de methode in eerste instantie iets meer positieve dan negatieve associaties en reacties op. • Het merendeel van de Nederlandse bevolking staat niet afwijzend tegenover een eventuele introductie van resomeren als methode van lijkbezorging. Twee derde van de Nederlanders heeft er geen bezwaar tegen als resomeren in Nederland wettelijk wordt toegestaan. Bijna een kwart geeft aan dat zij resomeren in overweging nemen als methode van lijkbezorging voor zichzelf. • Daarnaast is er een groep Nederlanders die niet positief tegenover resomeren staat. In de meeste gevallen is dit omdat men persoonlijk een duidelijke voorkeur heeft voor een andere vorm van lijkbezorging. Een afwijzende houding tegenover resomeren vinden we vooral terug bij protestantchristelijke groeperingen (hervormden en gereformeerden) en onder moslims. Het merendeel van deze tegenstanders heeft er echter geen bezwaar tegen als anderen wel voor resomeren kiezen.
| bestemmingsplan Hakkesstraat-Hendrikkenhofstraat Venlo | status: vastgesteld |
Pagina | 1 9
• Nederlanders hechten sterk aan de individuele keuzevrijheid waar het gaat om de keuze voor de best passende methode van lijkbezorging. • Al met al leidt dat tot de slotconclusie dat een eventuele introductie van resomeren of een andere nieuwe uitvaartmethode niet zal leiden tot zwaarwegende bezwaren vanuit de samenleving. Zolang de eigen keuzevrijheid is gegarandeerd, heeft men er geen problemen mee als anderen voor een alternatieve andere vorm van lijkbezorging kiezen.
Hieruit blijkt dat er behoefte is aan een nieuwe en milieuvriendelijke vorm van lijkbezorging welke in Nederland, noch de omringende landen, mogelijk is. Hiermee wordt derhalve voldaan aan de ladder voor duurzame verstedelijking.
3.2.3
Besluit en Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Barro en Rarro)
In het Barro zijn een aantal onderwerpen opgenomen waarvoor het rijk uit het oogpunt van de nationale belangen in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte ruimtelijke regels stelt: rond rijksvaarwegen wordt ruimte geborgd voor de veiligheid van scheepvaart; rond de Maastakken wordt ruimte gereserveerd voor toekomstige rivierverruiming; rond verschillende hoofdwegen en op enkele locaties wordt ruimte gereserveerd voor toekomstige uitbreiding van het hoofdwegennet en hoofdspoorwegennet; op verschillende locaties wordt ruimte gereserveerd voor (kern)energiecentrales en zones onder hoogspanningsverbindingen worden gevrijwaard; de provincies wordt opgedragen de ecologische hoofdstructuur te beschermen; primaire waterkeringen buiten het kustfundament krijgen ruimtelijke bescherming; in het IJsselmeer wordt verstedelijkingsruimte beperkt mogelijk gemaakt; het erfgoed van de Stelling van Amsterdam, de Beemster, de Nieuwe Hollandse Waterlinie en de Romeinse Limes worden ruimtelijk beschermd; rond militaire radarposten worden voorwaarden gesteld aan windmolens en hoge bebouwing. Voor een aantal van de genoemde Barro-onderwerpen, waaronder de uitbreiding van het hoofdwegennet, het hoofdspoorwegennet en de militaire radars, geldt dat de regels worden uitgewerkt in de Rarro.
Op onderhavig project werken geen van de in het Barro genoemde rijksbelangen rechtstreeks door.
| bestemmingsplan Hakkesstraat-Hendrikkenhofstraat Venlo | status: vastgesteld |
Pagina | 2 0
3.3
Provinciaal beleid
3.3.1
Provinciale Omgevingsvisie Limburg
De Omgevingsvisie is een strategische en lange termijn (2030-2050) visie op de fysieke leefomgeving en beschrijft onderwerpen zoals wonen, infrastructuur, milieu, water, natuur, landschap, bodem, ruimtelijke economie, luchtkwaliteit en cultureel erfgoed. Daarnaast worden ook de aspecten gezondheid en een gezonde leefomgeving in de Omgevingsvisie meegenomen. In de Omgevingsverordening legt de Provincie regels vast voor onder meer natuur, milieu, (grond-) water, ontgronding, wegen, ruimte (verstedelijking, woon- en werklocaties, agrarische bedrijven). De Omgevingsvisie is op 1 oktober 2021 door Provinciale Staten vastgesteld. In deze Omgevingsvisie wordt onder andere geconstateerd dat er behoefte is aan passende, en mogelijk tijdelijke, huisvesting voor internationale werknemers en dat deze internationale werknemers geholpen moeten worden met geschikte huisvesting, integratie en onderwijs. Het verdient aandacht om een waardige en passende huisvestingsstrategie voor de (tijdelijke) internationale werknemers te faciliteren, die in de pas moet lopen met de keuzes voor de economische focus van de regio. De maatschappelijke acceptatie verdient hierin expliciet aandacht.
3.3.2
Omgevingsverordening Limburg
Met de komst van de Omgevingswet is een nieuwe omgevingsverordening nodig die past binnen de kaders en het instrumentarium van de Omgevingswet. Hoewel de Omgevingsverordening Limburg (2021) hoofdzakelijk een beleidsneutrale omzetting van de Omgevingsverordening Limburg 2014 is, staan er enkele nieuwe of inhoudelijk aanmerkelijk gewijzigde onderwerpen in. Het gaat hier om instructieregels aan gemeenten op het gebied van wonen, zonne-energie, na-ijlende effecten van de steenkoolwinning en huisvestingsnormen voor internationale werknemers. Deze nieuwe en gewijzigde onderdelen vinden hun oorsprong in het ontwerp van de Omgevingsvisie Limburg. Op 17 december 2021 hebben Provinciale Staten de Omgevingsverordening Limburg (2021) vastgesteld.
In artikel 12.11 ('Instructieregel toepassing SNF-normen huisvesting internationale werknemers') is ten aanzien van de huisvesting van internationale werknemers het volgende bepaald: Bij de vaststelling van een omgevingsplan dat voorziet in een functie die de tijdelijke of permanente huisvesting van internationale werknemers toestaat houdt het gemeentebestuur rekening met de normenset voor huisvesting van internationale werknemers voor het register van de Stichting Normering Flexwonen.
Deze instructieregel is in onderhavig bestemmingsplan vertaald in artikel 6.5.3 van de planregels, waarin direct verwezen wordt naar de normenset van het SNF.
| bestemmingsplan Hakkesstraat-Hendrikkenhofstraat Venlo | status: vastgesteld |
Pagina | 2 1
3.3.3
Beleidsnotitie huisvesting internationale werknemers
In de beleidsnotitie huisvesting internationale werknemers 2016 worden de algemene uitgangspunten benoemd voor de tijdelijke huisvesting van internationale werknemers in de provincie Limburg. Kort en bondig zijn dit de volgende: Als algemeen uitgangspunt geldt het provinciale beleid zoals verwoord in het Provinciaal Omgevingsplan 2014. Voor alle huisvestingskosten geldt als basisvereiste dat tenminste wordt voldaan aan de eisen zoals opgenomen in het Bouwbesluit. Het is wenselijk dat bij plannen voor huisvesting van internationale werknemers ook een huisvestingsnorm gehanteerd wordt, zoals de uniforme huisvestingsnorm geformuleerd door Stichting Normering Flexwerken (SNF). Met betrekking tot het beheer van huisvestingslocaties dienen afspraken gemaakt en geborgd te worden tussen de gemeente en verhuurder. Huisvesting van internationale werknemers moet zoveel mogelijk plaatsvinden in of nabij bestaand bebouwd gebied van steden of dorpen. Nieuwbouw buiten de reguliere woningvoorraad ten behoeve van de huisvesting van internationale werknemers is uitgesloten, tenzij het gaat om transformatie van bestaande bebouwing (sloop en vervolgens nieuwbouw op dezelfde plek). Huisvesting op recreatieterreinen is conform Omgevingsverordening Limburg 2014 niet toegestaan.
Uitzondering hierop is huisvesting van internationale werknemers voor de duur van maximaal 10 jaar op óf te saneren recreatieterreinen óf te revitaliseren recreatieterreinen. Dit is tijdelijk mogelijk onder voorwaarde dat een deel van de inkomsten wordt gebruikt om de sanering of revitalisering te bekostigen. Deze voorwaarde is geborgd in de Omgevingsverordening Limburg 2014. Huisvesting van internationale werknemers kent de volgende prioritering: 1. Huisvesting binnen de reguliere woningvoorraad in of nabij bestaand bebouwd gebied van steden en dorpen. 2. Huisvesting binnen de bestaande (eventueel te saneren of transformeren) bebouwing in of nabij bestaand gebouwd gebied van steden en dorpen, indien optie 1 niet binnen de regio voorhanden is. 3. Huisvesting op bestaande (te saneren of te revitaliseren) recreatieterreinen, indien optie 1 en 2 binnen de regio niet voorhanden zijn. 4. Bij uitzondering huisvesting in tijdelijke woonunits, indien optie 1,2 en 3 binnen de regio niet voorhanden zijn. Indien huisvesting in de reguliere woningvoorraad niet mogelijk blijkt, moet onderzocht worden of er bestaande bebouwing in of nabij bestaand bebouwd gebied van steden en dorpen beschikbaar is die geschikt gemaakt kan worden voor bewoning.
Pas als blijkt dat dit ook geen mogelijkheden biedt, kan onder goede motivering per specifiek geval uitgeweken worden naar (te saneren of te revitaliseren) recreatieterreinen. Als blijkt dat huisvestingsmogelijkheden in optie 1, 2 en 3 binnen de regio niet voorhanden zijn, kan bij uitzondering uitgeweken worden naar tijdelijke woonunits.
In casu is initiatiefnemer in bezit van het SNF-keurmerk en worden de short-stay internationale werknemers binnen het plangebied ten minste conform de normen van SNF gehuisvest. Tevens is, in overleg met het bevoegd gezag, voorzien in 24/7 beheer van de huisvestingslocatie. De locatie is gevonden binnen het bestaand bebouwd gebied, voorzien van een zeer goede
| bestemmingsplan Hakkesstraat-Hendrikkenhofstraat Venlo | status: vastgesteld |
Pagina | 2 2
ontsluiting nabij de grotere uitvalswegen, maar ook op korte (loop)afstand van de primaire voorzieningen (eerste levensbehoeften). Voor de short-stay huisvesting van 768 internationale werknemers is in alle redelijkheid geen locatie te vinden waarbij volstaan kan worden met 'transformatie binnen bestaande bebouwingsmassa's'. Om te voorzien in accommodaties voor deze aantallen, welke ook nog moeten voldoen aan onder andere SNF-normen, duurzaamheidsaspecten en draagvlak, zal omwille van de financiële haalbaarheid nieuw gebouwd moeten worden. Een locatie waarop een in verval geraakt gebouw aanwezig was dat hiertoe inmiddels is gesloopt, en gelegen binnen het bestaand bebouwd gebied is in dergelijke situatie het best haalbare.
3.4
Regionaal beleid
3.4.1
Regionale Woonvisie Noord-Limburg
Op 23 september 2020 heeft de gemeente Venlo de nieuwe Regionale Woonvisie Noord-Limburg 2020-2024 vastgesteld. Deze woonvisie geeft richting aan het woonbeleid voor de komende 4 jaar. Het is de 2e visie die door de 8 Noord-Limburgse gemeenten in gezamenlijkheid is opgesteld. In deze visie wordt teruggekeken naar de vorige visie: waar komen we vandaan en wat willen we meenemen naar de nieuwe visie. En zijn er ook zaken die veranderd zijn? Het 'wonen' is steeds meer verweven met andere beleidsvelden in het economische én het sociaal domein. In het hoofdstuk 'analyse: trends en ontwikkelingen' wordt aangegeven wat de huishoudensontwikkeling is. Demografie blijft immers een belangrijke onderlegger voor het woonbeleid. Prognoses geven een handvat om in te spelen op de toekomstige ontwikkeling van onze bevolking. Hierbij gaat het zeker niet alleen om aantallen, maar ook om de samenstelling van onze bevolking. Uit de analyse die inzicht geeft in de sterke en zwakke segmenten van de woningvoorraad, blijkt dat de aandacht met name moet uitgaan naar de bestaande voorraad. Ook zijn allerlei trends en ontwikkelingen die de context waarbinnen wordt gewerkt, beïnvloeden en de druk op de leefbaarheid vergroten. Denk hierbij aan grote ontwikkelingen zoals de energietransitie en de vergaande extramuralisering van de zorg.
Vanuit deze analyse is er dan ook een aantal opgaven dat kan worden samengevat in: Mismatch woningbehoefte en woningvoorraad: Het gaat hierbij om zowel de bestaande woningvoorraad, als nieuwbouw. Er wordt geconstateerd dat de samenstelling van onze bevolking verandert. Men wordt ouder en er is een grote toename van het aantal 1-persoonshuishoudens. Dit brengt een andere woonvraag met zich mee. Deze vraag sluit maar deels aan op wat we in de bestaande voorraad hebben. De opgave ligt dan ook bij het aanpassen van de bestaande voorraad. De nieuwbouw die wordt toegevoegd dient toegespitst te worden op de toekomstige woningbehoefte. Hierbij wordt nog meer dan voorheen gekeken naar de kwalitatieve vraag en het bevorderen van de doorstroming op de regionale woningmarkt. Bij nieuwbouw is de kwalitatieve toets daarom leidend en in mindere mate de kwantitatieve toets. Zoektocht om alle doelgroepen een plek te geven binnen onze woningmarkt: In onze regio komen verschillende doelgroepen nadrukkelijker naar voren. Die moeten allemaal een plek krijgen binnen onze woningmarkt en maatschappij. Denk hierbij aan zorgdoelgroepen (vanuit beschermd wonen naar de reguliere woningmarkt) en internationale werknemers die zich hier voor langere tijd willen vestigen. Voor een deel zijn bijzondere doelgroepen afhankelijk van de sociale huursector. De druk op dit segment lijkt dan ook toe te nemen.
Niet alleen qua aantallen, maar juist door een concentratie van mensen die door allerlei oorzaken hun weg maar moeilijk kunnen vinden in onze maatschappij. Dit brengt druk op de
| bestemmingsplan Hakkesstraat-Hendrikkenhofstraat Venlo | status: vastgesteld |
Pagina | 2 3
leefbaarheid met zich mee. Toets aan regionale Woonvisie: De uitgangspunten van deze woonvisie betreffen: Toevoegen van woningen in principe alleen in de kernen Koppelkansen Toevoegen van woningen leidt niet tot het vergroten van het kwetsbare woningoverschot Het type toe te voegen woning moet passen binnen de kwalitatieve behoefte We streven sociaal duurzame woonconcepten na We zoeken aansluiting op de duurzaamheidsdoelen die landelijk, regionaal en lokaal gesteld zijn In paragraaf 3.5.3 zal blijken op welke wijze in Venlo bijzondere aandacht uitgaat naar huisvestingslocaties voor internationale werknemers en hoe onderhavig initiatief pas in dit gemeentelijk beleid.
3.5
Gemeentelijk beleid
3.5.1
Strategische Visie Venlo 2030
De Strategische Visie Venlo 2030 vormt een afwegingskader op basis waarvan toekomstige besluiten kunnen worden afgewogen en nieuwe ontwikkelingen binnen breder perspectief kunnen worden geplaatst. In de Visie is vastgelegd hoe Venlo zich tot 2030 zal moeten ontwikkelen. Er zijn vijf thema's gekozen waarvoor een analyse voor het jaar 2010 is uitgevoerd en waarvoor de ambities voor het jaar 2030 zijn geformuleerd. Het betreft de volgende thema's: Stad van actieve mensen Innovatieve en excellente stad Venlo internationaal Centrum van de Euregio: hoofdstad en vitaal hart Veelzijdige stad in het groen In deze thema's komen individuele ontplooiing en participatie, innovatiekracht en een aantrekkelijk woonklimaat naar voren, als zijnde de belangrijkste karakteristieken voor de toekomst.
Venlo zet in op doorontwikkeling en innovatie van de economische speerpunten. De crux van de ontwikkeling schuilt in de netwerkvorming: het bijeenbrengen van bedrijven uit dezelfde en verschillende branches, intermediaire organisaties, kennisinstituten en onderwijsinstellingen, met het doel te komen tot ketenvorming. De gemeente faciliteert dit proces en is platform voor de communicatie tussen netwerkpartners. Naast productinnovatie vindt procesinnovatie plaats, waarbij met name gebruik gemaakt wordt van ketenvorming. Daarnaast kiest Venlo voor de ‘quality of life’ door fors te investeren in aanpalende vestigingsplaatsfactoren: Door de combinatie van een kwalitatief hoogwaardige binnenstad en een prachtige natuurlijke omgeving met uitstekende verbindingen maakt de stad en de regio zeer aantrekkelijk voor de eigen inwoners, maar ook voor nieuwkomers en toeristen.
| bestemmingsplan Hakkesstraat-Hendrikkenhofstraat Venlo | status: vastgesteld |
Pagina | 2 4
Educatie en kwalificatie van de beroepsbevolking zijn, naast het aantrekken van kenniswerkers van buiten de regio, speerpunt. Regionale arrangementen tussen onderwijs en bedrijfsleven stuwen de economische ontwikkeling. Een gedetailleerde kennis van de (Eu-) regionale arbeidsmarkt leidt tot een betere aansluiting van arbeidsvraag en -aanbod. De samenleving is laagdrempelig voor nieuwkomers en waardeert en stimuleert de bijdragen die zij leveren aan de regionale economie en aan de gemeenschap. Zonder verlies van identiteit verloopt integratie in de stedelijke samenleving soepel. Nieuwe gedifferentieerde woonmilieus sluiten aan bij de behoeften die er zijn binnen de groepen nieuwkomers. Binnen het verenigingsleven ontstaan door deze aanwas nieuwe initiatieven.
Deze visie geeft aan dat Venlo een grote rol ziet in ontwikkeling van (vernieuwende) bedrijfstakken en hierin een voortrekkersrol ziet. In die zin past het in deze visie om een vernieuwend bedrijf als een resomeercentrum, dat ook ziet op een duurzamere manier van 'ter aarde bestelling' dan regulier (natuur)begraven dat meer ruimte kost, of cremeren, waarbij de milieubelasting hoger is en de capaciteit minder groot. Ook past het in deze visie dat nieuwkomers (in casu de short stay internationale werknemers) welkom worden geheten om de arbeidsvraag die de bedrijven in Venlo hebben te vervullen. Hiervoor wordt ook verwezen naar paragraaf 3.5.3.
3.5.2
Ruimtelijke Structuurvisie 2014
Op 25 juni 2014 heeft de gemeenteraad van Venlo de Ruimtelijke Structuurvisie Venlo vastgesteld. In de structuurvisie staat de hoofdlijn van het ruimtelijk beleid voor de gemeente Venlo beschreven. Hieruit is af te leiden wat er de komende jaren op ruimtelijk gebied wel en niet mogelijk is. De ruimtelijke structuurvisie is verdeeld in vijf thema's, de zogenaamde 'majeure opgaven'. Daarnaast zijn er drie aandachtspunten geformuleerd die op elke ruimtelijke beslissing van toepassing zijn, de 'basisprincipes'. Majeure opgaven: Drukte in het ommeland: het contrast tussen buitengebied en stedelijk gebied verscherpen door het buitengebied ook daadwerkelijk als buitengebied te behandelen. Dit betekent het combineren van meerdere functies, zoals landbouw, recreatie, waterberging en natuurontwikkeling. Ruimte in de stad: het contrast tussen buitengebied en stedelijk gebied door de beschikbare ruimte in bestaand stedelijk gebied maximaal te benutten. Leven met de Maas: ruimte geven aan de rivier en haar beken om te anticiperen op klimaatverandering. Voorzieningen op maat: zorgen voor vitale en toekomstbestendige voorzieningenclusters die aansluiten bij de reële behoefte van de samenleving. Robuuste structuren: werken aan een weerbare infrastructuur voor personen- en goederenvervoer. Daarnaast vraagt het gebruik van de ondergrond en het opwekken van schone energie steeds meer aandacht.
De uitbreidingsruimte van het stedelijk weefsel van stad en dorpen is begrensd door er een 'contour' omheen te trekken. Hierbuiten worden in principe geen stedelijke functies meer
| bestemmingsplan Hakkesstraat-Hendrikkenhofstraat Venlo | status: vastgesteld |
Pagina | 2 5
toegestaan. De contouren vormen de overgangen tussen het stedelijk gebied en het buitengebied. Deze contouren zijn stadsrandzones waarin de overgang van bebouwd gebied naar het (open) landschap wordt vormgegeven. Op veel plekken rondom het stedelijk gebied is er sprake van een logische begrenzing. Indien de cultuurhistorische kwaliteiten van een gebied een verdere verdichting van het landschap niet toelaten of verdragen, zijn deze gebieden buiten de contour gelaten. In het stedelijk gebied wordt gestreefd naar maximale benutting van de bestaande beschikbare ruimte, niet om een uitbreiding daarvan. In het stedelijk gebied is door tijdelijk gebruik, hergebruik, multifunctioneel gebruik en slim slopen nog voldoende ruimte aanwezig om nieuwe initiatieven een plaats te geven. Liever wil men bestaande woningen of gebieden aanpassen, dan dat er wordt uitgebreid. Ook voor kantoren, bedrijfsruimte of winkels geldt dat het bestaande of al in ontwikkeling genomen aanbod voor lange tijd voldoende is. Hoewel bekend is dat hergebruik, herstructurering en transformatie complexer en vaak kostbaarder is dan nieuwbouw, benutten we de groeiende leegstand toch voor herontwikkeling. Ruimtes die weinig gebruikt worden, kunnen intensiever gebruikt worden, verouderde en verloederende (bedrijven)terreinen kunnen worden opgewaardeerd en ‘rotte plekken’ kunnen worden aangepakt.
Absolute prioriteit ligt bij hergebruik en -ontwikkeling van waardevol cultureel en religieus erfgoed, zoals boerderijen, fabriekspanden, kloosters en kerken.
Ook wordt uitgegaan van drie basisprincipes: 1. Elk initiatief dat de uitgangspunten van Cradle to Cradle (C2C) als vertrekpunt hanteert, wordt beschouwd als kansrijker. 'Grondstoffen en fossiele brandstoffen worden schaars en duur. Overschakelen op nieuwe duurzame economische modellen is daarom essentieel. Wij onderstrepen de definitie van ruimtelijke kwaliteit als toekomstwaarde, belevingswaarde en gebruikswaarde en geloven dan ook in het concept C2C. Cradle to Cradle is een innovatief economisch concept dat uitgaat van het continu opnieuw gebruiken van materialen, het gebruiken van schone energie, zuiveren van lucht, water en bodem. Wij hebben als eerste regio ter wereld C2C volledig omarmd en wij hebben in 2014 een koploperspositie in de wereld. We streven ernaar om deze leidende positie te behouden en te benutten en kiezen ervoor om in C2C te blijven investeren. We vinden als gemeente dat wij hierbij een voorbeeldfunctie hebben, en daarmee de taak om onze burgers en bedrijfsleven te inspireren en te overtuigen van de sociale, economische en ecologische meerwaarde. We kiezen ervoor om de uitgangspunten zelf praktisch toe te passen en ontwikkelen zelf een stimulerend instrumentarium.' 2. Elk ruimtelijk initiatief dat onderworpen is aan de vraag wat het betrekken van onze (Duitse) regiogemeenten kan betekenen voor dit initiatief, wordt beschouwd als kansrijker.
'Samen met onze buurgemeenten beschikken we over een groot achterland met miljoenen inwoners. Verder kijken dan onze gemeentegrenzen kan een verrijking zijn voor het ruimtelijke initiatief. Met name op het gebied van regionale spreiding en concentratie van diverse voorzieningen, bedrijventerreinen, natuur- en landschapsontwikkeling, klimaatadaptatie, (toekomstige) knelpunten op het gebied van infrastructuur en energievoorziening ligt samenwerking voor de hand, ook grensoverschrijdend! Wij kiezen ervoor om de relatie met onze Nederlandse regiogemeenten verder te intensiveren, met onze Duitse regiogemeenten willen we een constructieve relatie opbouwen.
| bestemmingsplan Hakkesstraat-Hendrikkenhofstraat Venlo | status: vastgesteld |
Pagina | 2 6
3. Elk ruimtelijk initiatief dat zelf georganiseerd draagvlak geniet, beschouwen we als kansrijker. 'Dit houdt in dat een initiatiefnemer zelf op zoek gaat naar draagvlak in zijn of haar omgeving en daartoe allianties smeedt. Wij zijn in dat geval eerder bereid om mee te werken. Voorwaarde is uiteraard dat het initiatief, ondanks draagvlak, niet het publieke belang onevenredig schaadt. Dit betekent niet dat zomaar alles kan en mag, ook al kan er in de directe omgeving draagvlak gecreëerd worden.'
Ad 1: Het C2C-principe dient anno 2020 onlosmakelijk verbonden te zijn met elk initiatief; er dient gebruik te worden gemaakt van duurzame materialen, hergebruik van stoffen en schone energie. Zowel het resomeercentrum al de huisvestingsbebouwing inclusief bijbehorende voorzieningen zullen C2C worden uitgevoerd, zoals ook in paragraaf 4.5 wordt aangegeven. Verder is het resomeercentrum bijzonder vernieuwend en mogelijk de eerste in het land. Door gebruik te maken van de resomeertechniek wordt de voetafdruk van de mens na het overlijden tot een minimum beperkt; het proces van resomeren zorgt voor minder restproduct (vaste stof) dan cremeren en het ruimtegebruik van urnen danwel stoffelijke overschotten is beperkter. In tijden van een groeiend bevolkingsaantal en vergrijzing is het verminderen van het noodzakelijke beslag op de ruimte wenselijk.
Ad 2: Deze grensoverschrijdende samenwerking komt erg goed tot uitdrukking in onderhavig project. Enerzijds zal het resomeercentrum ook een deel van de Duitse markt bedienen, omdat ook in Duitsland (althans voorzover het de regio rondom Venlo betreft) nog geen mogelijkheden voor resomeren geboden worden. Anderzijds is er in de regio Venlo een grote behoefte aan arbeidskrachten welke niet meer vanuit deze regio te betrekken zijn; hiervoor zal dus grensoverschrijdend gezocht moeten worden. Deze internationale werknemers zal onderdak/huisvesting geboden moeten worden. Hierin voorziet het plandeel 'huisvestingslocatie internationale werknemers'.
Ad 3: Onderhavig project kan niet los worden gezien van de omgeving en een zo groot mogelijk draagvlak is dan ook wenselijk. Op 3 juli 2018 heeft in Galerie de Hoeve te Venlo een presentatie van het project plaatsgevonden. Omwonenden en bedrijven in de directe omgeving van het terrein tussen Hakkesstraat en Hendrikkenhofstraat (bedrijventerrein Noorderpoort en Veegtes) zijn daarbij geïnformeerd over de plannen om in het gebied dat is gelegen tussen de Nijmeegseweg-Hakkesstraat-Hendrikkenhofstraat te Venlo huisvesting voor internationale werknemers en een herdenkingspark met resomeercentrum te realiseren. De aanwezigen hebben vragen kunnen stellen, welke ter plaatse, maar ook nadien zijn beantwoord. De informatieavond werd tevens door een vertegenwoordiger van het bevoegd gezag bijgewoond. Na deze presentatie (omgevingsdialoog) zullen meer informatiemomenten volgen, op momenten die hiervoor, gezien de stand van de procedure, geschikt worden geacht.