045 Bijlage 1 Toelichting bestemmingsplan _Vrijenbroekweg _ Pastoor Lemmensstraat.pdf
Tekst van het document
Het groepsrisico wordt uitgedrukt in een grafiek, waarin het overlijden van een bepaalde groep (bijvoorbeeld 10, 100 of 1000 personen) wordt afgezet tegen de kans daarop. Voor het groepsrisico geldt de oriëntatiewaarde als ijkpunt in de verantwoording. Dit is geen harde norm. Indien sprake is van ligging binnen invloedsgebieden van inrichtingen die onder het Bevi vallen, dient voor elke verandering van het groepsrisico in het invloedsgebied verantwoording te worden afgelegd, over de wijze waarop de toelaatbaarheid van deze verandering in de besluitvorming is betrokken. Samen met de hoogte van het groepsrisico moeten andere kwalitatieve aspecten worden meegewogen in de beoordeling van het groepsrisico. Onder deze aspecten vallen zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid. Indien sprake is van de ligging binnen het invloedsgebied vanwege het vervoer van gevaarlijke stoffen over wegen, spoorwegen en vaarwegen, is het Besluit externe veiligheid transportinrichtingen (Bevt) van toepassing. Zelfredzaamheid Hiermee wordt aangegeven in welke mate in het plangebied aanwezige personen in staat zijn zich op eigen kracht in veiligheid te brengen. Voorzieningen en maatregelen op het gebied van zelfredzaamheid leiden er toe dat mensen tijdig het gebied kunnen ontvluchten om zo zichzelf te redden of de
Apeladvies/Bestemmingsplan Vrijenbroekweg - Pastoor Lemmensstraat / woensdag 30 juni 2021
Pagina 25 van 39
Advies- en Projectbureau Engelen Limburg www.apeladvies.nl
ernst van hun verwondingen kunnen beperken. Zelfredzaamheid beïnvloedt hiermee het resteffect. Modelmatig zal dit effect niet altijd kunnen worden gekwantificeerd. Beheersbaarheid De beheersbaarheid heeft betrekking op de vraag in hoeverre de hulpverleningsdiensten in staat zijn hun taken goed uit te voeren en verdere escalatie kunnen voorkomen. Met maatregelen en voorzieningen op het gebied van beheersbaarheid kan escalatie van een incident worden voorkomen. Hierdoor wordt het groepsrisico in positieve zin beïnvloedt, neemt de zelfredzaamheid van personen toe en zal het resteffect ook lager uit kunnen vallen. Door bureau Tritium werd het laatst op 22 juni 2020 onder kenmerk 1912/101/JOW-04.3 een quickscan externe veiligheid uitgevoerd. De rapportage is hierbij gevoegd, maar onderstaand is een beknopte weergave opgenomen. De volgende relevante risicobronnen zijn rondom het plangebied aangetroffen: 1. Aardgasleiding Z-508-01; 2. Rijksweg A73: afrit 16 (Venlo – Zuid) – afrit 18 (Beesel), wegvak L14; 3. Spoorlijn Roermond – Venlo Oost, trajectnummer 50AI.5; 4. Vaarwegroute Maascorridor; 5. Spoorlijn Venlo Oost – Kaldenkirchen (D), trajectnummer 12CB.6. Bepaald werd of het groepsrisico berekend dient te worden voor deze risicobronnen of dat er kan worden volstaan met een beperkte of volledige invulling van de verantwoordingsplicht van het groepsrisico.
De buisleiding is gelegen op circa 5 meter van het geprojecteerde bouwvlak van de locatie aan de Vrijenbroekweg en 40 meter van die van Pastoor Lemmensstraat. Voor aardgasleidingen met een druk hoger dan 4000 kPa geldt dat het plaatsgebonden risico op 5 meter aan weerszijden van de leiding niet meer dan 10-6 mag zijn. Het landelijk externe veiligheidsbeleid is erop gericht om in principe geen nieuwe kwetsbare objecten zodanig dichtbij een risicovol object/transportmodaliteit te situeren. De beoogde ontwikkelingen liggen binnen de 1% letaliteitsgrens. Het groepsrisico moet derhalve in principe worden berekend middels het softwareprogramma CAROLA. Vanwege de beperkte omvang van de beoogde ontwikkeling (realisatie twee woningen) wordt door het bevoegd gezag het uitvoeren van een kwantitatieve berekening niet noodzakelijk geacht. De toename van het groepsrisico in navolging van onderhavige ontwikkeling is dusdanig gering dat deze met minder dan 10% of niet waarneembaar zal toenemen. In het Beleidsplan externe veiligheid 2012-2015 is een planologisch toetsingskader opgenomen voor ruimtelijke ontwikkelingen nabij hogedruk aardgastransportleidingen. Dit kader betreft twee kanten bereikbaarheid voor hulpdiensten, 2 vluchtroutes, beperking gevelopeningen en glasoppervlak aan risicozijde, eisen aan de beglazing, de brandwerendheid en risicocommunicatie (in het rapport nader omschreven).
Het hart van de rijksweg is gelegen op circa 100 meter van de locatie aan de Vrijenbroekweg en op circa 180 meter van de locatie aan de Pastoor Lemmensstraat. De locaties zijn gelegen in het invloedsgebied van de rijksweg A73 als gevolg van de maximale effectafstand van over deze weg vervoerde stoffen GF3, LT1, LT2 en GF2. Het PR-plafond bedraagt 0 meter, het GR-plafond bedraagt 74 meter en er is geen plasbrandaandachtsgebied aanwezig. Een analyse van het groepsrisico horende
Apeladvies/Bestemmingsplan Vrijenbroekweg - Pastoor Lemmensstraat / woensdag 30 juni 2021
Pagina 26 van 39
Advies- en Projectbureau Engelen Limburg www.apeladvies.nl
bij rijkswegen kan worden uitgevoerd aan de hand van de Handleiding Risicoanalyse Transport (HART, januari 2017). Voor het transport van gevaarlijke stoffen over rijkswegen zijn in de handleiding vuistregels opgenomen. Aan de hand van de vuistregels is bepaald dat voldaan wordt aan de eisen gesteld aan de oriëntatiewaarde en 10% van de oriëntatiewaarde. Wel is het plangebied gelegen binnen de maximale effectafstanden als gevolg van diverse brandbare en toxische vloeistoffen en gassen. Hier dient derhalve wel aandacht aan te worden besteed bij de beperkte verantwoording van het groepsrisico. Het hart van de spoorlijn Roermond - Venlo Oost is gelegen op circa 140 meter van de locatie aan de Vrijenbroekweg en op circa 200 meter van de locatie aan de Pastoor Lemmensstraat. De spoorlijn heeft geen PR-plafond, een GR-plafond 10-7 van 71 meter en een GR-plafond 10-8 van 193 meter. Er is geen plasbrandaandachtsgebied aanwezig. Het plangebied is gelegen binnen de maximale effectafstand als gevolg van de stofcategorieën A, B2, C3, D3 en D4. Het plangebied is gelegen binnen 200 meter van de spoorlijn Roermond – Venlo Oost en binnen de maximale effectafstand van de genoemde gevaarlijke stoffen. In eenvoudige gevallen kunnen vuistregels van het HART worden toegepast om te bepalen of het groepsrisico berekend dient te worden. Hiervoor dient de dichtheid per hectare bekend te zijn.
De dichtheid is via de Populatieservice BAG geïnventariseerd in een straal van 565 meter om het plangebied heen (1,0 km2). De dichtheid per hectare is hieruit volgend circa 20 personen. Het plangebied is met betrekking tot de spoorlijnen gelegen in de maximale effectafstand als gevolg van de stofcategorieën A, B2, C3, D3 en D4. De vuistregels van het HART zijn doorlopen in relatie tot toetsing van het plaatsgebonden risico’s. Er wordt niet voldaan aan de voorwaarden zoals gesteld in vuistregel 3. Indien een vuistregel aangeeft dat een 10-6-contour mogelijk is, dient het groepsrisico berekend te worden met RBM II. Vanwege de beperkte omvang van de beoogde ontwikkeling (realisatie twee woningen) wordt door het bevoegd gezag het uitvoeren van een kwantitatieve berekening niet noodzakelijk geacht. De toename van het groepsrisico in navolging van onderhavige ontwikkeling is dusdanig gering dat deze met minder dan 10% of niet waarneembaar zal toenemen. Wel dient een beperkte verantwoording van het groepsrisico opgesteld te worden. Het hart van de binnenvaartroute Maascorridor is gelegen op circa 1,15 kilometer van de locatie aan de Vrijenbroekweg en op circa 1,22 kilometer van de locatie Pastoor Lemmensstraat.
Omdat de afstand tot het plangebied buiten de maximale effectafstanden ligt, hoeven de vuistregels van de Handleiding Risicoanalyse Transport (HART, 2017) niet te worden doorlopen. Het vervoer van gevaarlijke stoffen over de binnenvaartroute Maascorridor vormt geen belemmering voor het planvoornemen. Het hart van de spoorlijn Venlo-Oost - Kaldenkirchen is gelegen op circa 1,27 kilometer van het voornoemde blauwe vlak en op circa 1,2 kilometer van het rode vlak aangeduid. De spoorlijn heeft geen PR-plafond, een GR- plafond 10-7 van 137 meter en een GR-plafond 10-8 van 284 meter. Er is geen plasbrandaandachtsgebied aanwezig. Er geldt een Warme/koude Bleve verhouding van de stof B2 van 1,24. Het plangebied is gelegen buiten de 200 meter van de spoorlijn Venlo Oost - Kaldenkirchen (D) gelegen en valt niet binnen de maximale effectenafstand van de gevaarlijke stoffen die vervoerd worden. Het vervoer van gevaarlijke stoffen over de spoorlijn Venlo Oost – Kaldenkirchen (D) vormt geen belemmering voor het planvoornemen.
Apeladvies/Bestemmingsplan Vrijenbroekweg - Pastoor Lemmensstraat / woensdag 30 juni 2021
Pagina 27 van 39
Advies- en Projectbureau Engelen Limburg www.apeladvies.nl
Conclusie Uit de uitgevoerde inventarisatie is gebleken dat met betrekking tot het vervoer van gevaarlijke stoffen over de diverse transportmodaliteiten het volgende kan worden vastgesteld in relatie tot het planvoornemen: het plangebied is gelegen binnen de 1%-letaliteitscontour van aardgasleiding Z-504-01. • Het bevoegd gezag heeft aangegeven een kwantitatieve berekening niet noodzakelijk te achten. Er dient een beperkte verantwoording van het groepsrisico opgesteld te worden; in het nader (bouw)ontwerp dient rekening te worden gehouden met de veiligheidscontour van • de buisleiding (5 meter). Hierbinnen mag niet gebouwd worden; de spoorlijn Roermond – Venlo Oost (trajectnummer 50AI.5) is gelegen binnen 200 meter van • het plangebied. De vuistregels van het HART zijn doorlopen om te bepalen of het groepsrisico berekend dient te worden. Er wordt niet voldaan aan vuistregel 3 van de toetsing van het plaatsgebonden risico. Het bevoegd gezag heeft aangegeven een kwantitatieve berekening niet noodzakelijk te achten. Er dient een beperkte verantwoording van het groepsrisico opgesteld te worden; het plangebied is gelegen binnen het invloedsgebied van de Rijksweg A73. Hiervoor zijn de • vuistregels van het HART doorlopen. Er wordt voldaan aan alle gestelde voorwaarden.
Het plangebied is wel gelegen binnen de maximale effectafstanden als gevolg van diverse brandbare en toxische stoffen. Er dient een beperkte verantwoording van het groepsrisico opgesteld te worden; het vervoer van gevaarlijke stoffen over de vaarroute Maascorridor en de spoorlijn Venlo Oost • – Kaldenkirchen (D) vormen geen belemmering voor het planvoornemen. * Advies Veiligheidsregio De Veiligheidsregio is kort ingegaan op de aspecten bij een beperkte verantwoordingsplicht ten zien van de aardgasleiding, de Rijksweg en de spoorlijn. De conclusies ten aanzien van de aspecten bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid zijn vervolgens in de rapportage overgenomen en hierna samengevat. Effect bestrijding: De inzet op spoor en Rijksweg A73 richten zich op het blussen van een brand, het koelen van een tankwagen en/of het neerslaan van een toxische stof. De inzet bij woningen richt zich op het blussen van secundaire branden. Op 15 meter afstand van de gewenste woning aan de Pastoor Lemmensstraat bevind zich een ondergrondse brandkraan, capaciteit 40 m3/uur, voldoende voor een inzet. Voor de woning aan de Vrijenbroekweg is die niet aanwezig en dient deze binnen 100 meter te worden gerealiseerd, capaciteit 30 m3/uur. Zelfredzaamheid: Bewoners zullen voldoende zelfredzaam zijn en met maatregelen wordt de zelfredzaamheid vergroot.
De maatregelen richten zich op de communicatie en wijze van handelen en het toepassen van centraal afsluitbare ventilatie. Bereikbaarheid: De woningen zijn voldoende bereikbaar. Opkomsttijd: De opkomsttijd van de brandweer is mogelijk binnen de vereiste 8 minuten. Effect beperkende maatregelen: Door toepassing van deze maatregelen wordt de veiligheid vergroot voor de bewoners. De maatregelen betreffen de toepassing van blinde gevels of brandwerende gevels en het beperken van glasoppervlak en scherfwerende beglazing aan de risicozijden. Voor details zie het advies van de Veiligheidsregio dat in de rapportage is opgenomen.
Apeladvies/Bestemmingsplan Vrijenbroekweg - Pastoor Lemmensstraat / woensdag 30 juni 2021
Pagina 28 van 39
Advies- en Projectbureau Engelen Limburg www.apeladvies.nl
4.2.6 Milieueffectrapportage In het plangebied wordt de nieuwbouw van twee woningen mogelijk gemaakt. Deze activiteit komt niet voor in onderdeel C van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.). Er is dus geen sprake van de verplichting om een m.e.r. procedure te doorlopen. Ook is een m.e.r. beoordeling niet noodzakelijk aangezien de gewenste ontwikkeling onder de drempelwaarden blijft genoemd in onderdeel D. Omdat het plan twee woningen omvat is er geen sprake van een stedelijk ontwikkelingsproject, zodat ook geen milieueffectrapport noodzakelijk is, noch hoeft er een vormvrije m.e.r. beoordeling te worden doorlopen.
4.3 Waterparagraaf Sinds 1 november 2013 bestaat de verplichting een watertoets uit te voeren. Het Rijk heeft haar beleid voor waterbeheer vastgelegd in het Nationaal Waterplan. De provincie deed dat in het POL2014. Hoofddoelstelling van beleid is 'het hebben en houden van een veilig en bewoonbaar land en het in stand houden en versterken van gezonde en veerkrachtige watersystemen, waarmee een duurzaam gebruik blijft gegarandeerd'. Voor de verschillende watersystemen is specifiek beleid ontwikkeld. Goede waterkwaliteit, afkoppelen van hemelwater van de riolering en het bevorderen van infiltratie van water in de bodem zijn belangrijke uitgangspunten, ook op grond van gemeentelijk beleid. In het plangebied is geen oppervlaktewater aanwezig. Het plangebied is nu in gebruik als wei. Met de realisatie van twee woningen en eventuele bijgebouwen zal ten opzichte van de bestaande situatie circa 250 m2 verharding per locatie worden toegevoegd. Er zal in voldoende bergingsvermogen moeten worden voorzien op eigen terrein. Uitgaande van de door de gemeente gehanteerde norm van 50 mm per m2 dient het bergingsvermogen binnen het eigen terrein per locatie minimaal 50 mm x 250 m2 = 13 m3 te zijn. Hiertoe wordt een infiltratievoorziening op eigen terrein geïnstalleerd waarnaar het hemelwater wordt afgevoerd.
Het grondwater bevindt zich op circa 3 meter beneden maaiveld, zo blijkt uit in het verleden uitgevoerd onderzoek door bureau Econsultancy. Het vuilwater wordt afgevoerd naar het gemeentelijk riool. Voor de bouw van de woningen zullen duurzame, niet uitlogende bouwmaterialen worden toegepast. Er zal geen (water)overlast ontstaan op aangrenzende percelen. De aspecten rondom de waterhuishouding vormen derhalve geen belemmering voor de voorgestane ontwikkeling. Overigens zal de exacte dimensionering van de voorzieningen eerst berekend kunnen worden na het ontwerp van de woningen c.q. de aanvraag om de omgevingsvergunning.
4.4 Kabels en leidingen Overeenkomstig de wettelijke regels zal indien noodzakelijk een KLIC-melding worden gedaan.
Apeladvies/Bestemmingsplan Vrijenbroekweg - Pastoor Lemmensstraat / woensdag 30 juni 2021
Pagina 29 van 39
Advies- en Projectbureau Engelen Limburg www.apeladvies.nl
4.5 Natuurbeschermingswet In de voorliggende ontwikkeling is sprake van de realisatie van twee woningen op afzonderlijke locaties aan de Pastoor Lemmensstraat en de Vrijenbroekweg. Beide locaties betreffen vooral weides en een paddock voor paarden. Vanaf 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming in werking getreden. Deze wet vervangt 3 wetten: de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet en de Boswet. Deze wet is gericht op: 1) Het beschermen en ontwikkelen van de natuur, mede vanwege de intrinsieke waarden. 2) Het doelmatig uitvoeren van het beheer. 3) Samenhang brengen in het beleid. In de Wet natuurbescherming wordt wat flora en fauna betreft onderscheid gemaakt tussen vogels, soorten die voorkomen op de Habitatrichtlijn en de verdragen van Bern en Bonn en overige soorten, laatstgenoemde groep is te vergelijken met de huidige zogenaamde “Tabel 2-soorten”. Als gevolg van de voorgenomen ingreep op de onderzoekslocatie kan er sprake zijn van negatieve gevolgen voor door de wetgever vanuit natuurwetgeving beschermde gebieden. De onderzoekslocatie is niet gelegen binnen de grenzen of in de directe nabijheid van een gebied dat aangewezen is als Natura 2000. Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied aan Nederlandse zijde, ‘Maasduinen’, bevindt zich op circa 9,3 kilometer afstand ten oosten van de onderzoekslocatie.
Het meest nabij gelegen Natura 2000-gebied aan Duitse zijde ligt nabij Kaldenkirchen op een afstand van ca. 2,5 kilometer van het plangebied. De onderzoekslocatie is niet gelegen in de directe nabijheid van een gebied dat aangewezen is als beschermd natuurmonument.
Afbeelding 14: Uitsnede kaart Natura2000-gebieden.
Apeladvies/Bestemmingsplan Vrijenbroekweg - Pastoor Lemmensstraat / woensdag 30 juni 2021
Pagina 30 van 39
Advies- en Projectbureau Engelen Limburg www.apeladvies.nl
Met de inwerkingtreding van de Crisis- en herstelwet is in de Natuurbeschermingswet 1998 een verplichting voor de Provincie opgenomen om passende maatregelen te treffen ten aanzien van alle activiteiten die stikstofdepositie veroorzaken en mogelijk negatieve effecten sorteren op de instandhoudingsdoelstellingen van de Natura2000 -gebieden. Op dit moment is de stikstofdepositie in Limburg hoog. Dit staat het behalen van de instandhoudingsdoelstellingen van de Natura2000 -gebieden in de weg. Het nemen van passende maatregelen is derhalve onvermijdelijk. Bij de huidige stikstofdepositie op Natura2000 -gebieden in Limburg kan niet worden gegarandeerd dat op lange termijn de instandhoudingsdoelstellingen niet verslechteren in omvang of kwaliteit. De depositieafname die nodig is om achteruitgang van de instandhoudingsdoelstellingen te voorkomen kan vanwege de omvang niet via individuele projecten worden bereikt, maar zal bereikt moeten worden door een generieke emissiedaling. Niet ieder Natura 2000-gebied is van belang voor de beoordeling van de stikstofdepositie.
De toetsing is alleen noodzakelijk op Natura 2000-gebieden waarin voor stikstof gevoelige habitattypen of leefgebieden van soorten voorkomen (Raad van State 11032020, ECLI:NL:RVS:2020:731) als er sprake is van een overbelasting of een nadere overbelasting van de stikstofdepositie vanaf 70 mol per hectare, per jaar onder de kritische depositiewaarde. De kritische depositiewaarde (KDW) geeft aan bij welke mate van stikstofdepositie wordt aangenomen dat niet langer op voorhand kan worden uitgesloten dat er een risico is dat de kwaliteit van het habitattype wordt aangetast als gevolg van de verzurende en/of vermestende invloed van de stikstofdepositie. De toename van de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden moet daarom gezien de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden worden voorkomen. Nieuwe activiteiten die stikstofdepositie veroorzaken moeten daarom ook worden beoordeeld op de kritische depositiewaarde. Als die wordt overschreden bestaat de mogelijkheid van een aantasting van het Natura2000 gebied. Omdat significante gevolgen van een nieuwe activiteit (die stikstofdepositie veroorzaakt) dan niet kan worden uitgesloten is er voor die nieuwe activiteit een natuurvergunning vereist. Ten behoeve van die natuurvergunning moet een passende beoordeling worden opgesteld.
Daaruit kan worden afgeleid of de natuurlijke kenmerken van het gebied door de nieuwe activiteit wordt aangetast. Een toename van stikstofdepositie op een aantal habitattypen terwijl de KDW al wordt overschreden betekent niet zonder meer dat de natuurlijke kenmerken van het betreffende Natura 2000gebied worden aangetast (Raad van State 11032020, ECLI:NL:RVS:2020:741). Dus een overschrijding van de kritische depositiewaarde wil niet zeggen dat er geen toename van de stikstofdepositie kan worden vergund. Van belang is of die toename de natuurlijke kenmerken van het betrokken Natura 2000-gebied al dan niet aantast. Bestemmingsplannen moeten worden getoetst aan de Wet natuurbescherming. Met de AERIUS Calculator kan berekent worden of het plan zorgt voor extra stikstofneerslag. Als er geen extra neerslag is hoeft er ook geen vergunning Wet natuurbescherming aangevraagd te worden bij de provincie. Bij bestemmingsplannen moet onderzoek gedaan worden naar eventueel optredende significant negatieve effecten. Indien daar mogelijk sprake van is dient tevens een passende beoordeling worden uitgevoerd, hetgeen altijd gepaard gaat met een m.e.r. -procedure.
Uit de handreiking van de Rijksoverheid voor de stikstofdepositie bij woningbouw blijkt dat bij maximaal 50 laagbouwwoningen, gebouwd op zandgrond op minimaal 7 kilometer afstand van een Natura2000-gebied, de stikstofdepositie 0,00 mol/ha/jaar is. In dat geval hoeft er geen vergunning in het
Apeladvies/Bestemmingsplan Vrijenbroekweg - Pastoor Lemmensstraat / woensdag 30 juni 2021
Pagina 31 van 39
Advies- en Projectbureau Engelen Limburg www.apeladvies.nl
kader van de Wet natuurbescherming te worden aangevraagd. Maasduinen ligt op nog grotere afstand en het andere gebied ligt op 2,5 kilometer. Gelet op de kleinschaligheid van het project, is ook hier niet te verwachten dat er een te hoog stikstofdepositie optreedt. Externe effecten als gevolg van de voorgenomen plannen zijn vanwege de aard van de plannen en de afstand tot het Natura 2000-gebied niet te verwachten. Vervolgonderzoek in het kader van de Natuurbeschermingswet 1998 wordt niet noodzakelijk geacht. Landschappelijke inpassing. De locatie is gelegen tussen de kernen Venlo en Tegelen. Het landschap heeft een landelijke uitstraling, met een open lintbebouwing langs de wegen. Een zorgvuldige inpassing van nieuwe bebouwing is van belang om de ruimtelijke kwaliteit te behouden. Die inpassing wordt geborgd door te voldoen aan de stedenbouwkundige kaders van de ter plekke geldende ‘Beleidsregel particulier opdrachtgeverschap Natteweg en Pastoor Lemmensstraat’.
4.6 Flora en fauna De Europese natuurwetgeving is in Nederland, op het gebied van de soortbescherming, uitgewerkt in de Flora- en faunawet. Deze wet heeft tot doel alle in Nederland in het wild voorkomende planten- en diersoorten te beschermen en in stand te houden. Voor de Flora- en faunawet geldt dat vaste rust- en verblijfplaatsen van bepaalde soorten zijn beschermd. De beide percelen in voorliggend bestemmingsplan vormden tot voor kort een geheel met het perceel op de hoek Pastoor Lemmensstraat en de Vrijenbroekweg. Dit laatste perceel is inmiddels bebouwd maar werd voordien onderzocht middels het verrichten van een veldbezoek en een bureauonderzoek. In beginsel zijn op de open percelen dezelfde waarnemingen mogelijk als het gaat om het verkrijgen van inzicht in de aanwezigheid van geschikt habitat en de daarbij te verwachten beschermde soorten. Indertijd werd namelijk de gehele onderzoekslocatie, alsmede de directe omgeving beoordeeld door bureau Econsultancy op de mogelijke aanwezigheid van beschermde en bedreigde soorten op basis van het aanwezige habitat. De das komt volgens recente verspreidingsgegevens van NDFF voor in de omgeving van de onderzoekslocatie en wel 550 meter in noordwestelijke richting. Zie hierover de bijgaande rapportage.
Door bureau Ecolybrium te Weert werd op 7 september 2020 onder kenmerk 20-692 een rapportage ‘Quickscan ecologische waarden Vrijenbroekweg en Pastoor Lemmensstraat te Venlo/Tegelen’ overlegd. Deze rapportage is als bijlage toegevoegd en wordt hierna samengevat. Op de onderzoekslocatie werden geen beschermde plantensoorten aangetroffen en deze zijn ook niet te verwachten omdat begrazing plaats vindt. Een goed ontwikkelde vegetatie van bomen en struiken is geheel niet aanwezig. Op de locatie en verder langs de noordelijk gelegen Hulsforthofweg komt het niet zwaar beschermde Rapunzelklokje voor. Door de negatie af te plaggen en naar de buitenranden van de onderzoekslocatie te verplaatsen, kan de soort blijven groeien en komt de gunstige staat van instandhouding niet in het geding. Dit is echter geen wettelijke verplichting. Op de bouwpercelen is geen broedbiotoop voor vogels aanwezig door het intensief gebruik van de percelen. Kleine schuurtjes ter plaatse zijn ongeschikt voor broedvogels zoals steenuil, huismus en boerenzwaluw. Uit te sluiten is een verstoring van grondbroedende soorten, vanwege een te kleine omvang van de graslanden. Wel zijn maatregelen te treffen in het kader van de wettelijke zorgplicht.
Apeladvies/Bestemmingsplan Vrijenbroekweg - Pastoor Lemmensstraat / woensdag 30 juni 2021
Pagina 32 van 39
Advies- en Projectbureau Engelen Limburg www.apeladvies.nl
Voor vleermuizen vormen de percelen een jachtgebied voor vleermuizen, maar deze vormen geen essentieel jachtbiotoop vanwege een te kleine omvang. Er treedt geen negatief effect op. De schuur is geen geschikte vaste rust- en verblijfplaats. De percelen vormen geen optimaal ontwikkeld voortplantingsgebied voor beschermde soorten amfibieën, vissen, libellen, dagvlinders, grondgebonden zoogdieren en overige ongewervelden en er treden geen effecten op. De conclusie is dat er geen overtredingen plaats vinden in het kader van de Wet natuurbescherming en er dus geen belemmering is voor voorliggend plan.
4.7 Archeologie en cultuurhistorische waarden Monumentenwet De wet- en regelgeving op rijksniveau rondom cultureel erfgoed is vastgelegd in de Wet op de archeologische monumentenzorg. Het is het belangrijkste sectorale instrument voor de bescherming van cultureel erfgoed. Geregeld is hoe monumenten aangewezen kunnen worden als beschermd monument. De wet heeft betrekking op gebouwen en objecten, stads- en dorpsgezichten, archeologische waarden en op het uitvoeren van archeologisch onderzoek. De Wet regelt de bescherming van archeologisch erfgoed in de bodem, de inpassing ervan in de ruimtelijke ontwikkeling en de financiering van opgravingen. Voor gebieden waar archeologische waarden voorkomen of waar reële verwachtingen bestaan dat ter plaatse archeologische waarden aanwezig zijn, dient door de initiatiefnemer voorafgaand aan bodemingrepen archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd. De uitkomsten van het archeologisch onderzoek dienen vervolgens volwaardig in de belangenafweging te worden betrokken. Het belangrijkste doel is de bescherming van het archeologisch erfgoed in de bodem (in situ) omdat de bodem doorgaans de beste garantie biedt voor een goede conservering. Er wordt uitgegaan van het basisprincipe de ‘verstoorder’ betaalt voor het opgraven en het documenteren van de aangetroffen waarden als behoud in de bodem niet tot de mogelijkheden behoort.
Door de voorgenomen ontwikkeling vinden er bodemingrepen plaats en daarom moet nagegaan worden of er een verkennend onderzoek aan de orde is. De ontwikkeling bestaat uit de bouw van twee nieuwe woningen op twee ten dele aan elkaar grenzende locaties. Afbeelding 15: uitsneden(bewerkte) archeologische beleidskaart (ABK) met de locatie geel omkaderd en gele pijl.
Binnen de gemeente Venlo is dit beleid vertaald in de archeologische beleidskaart (ABK). De archeologische beleidskaart van de gemeente laat zien dat het plangebied in een zone ligt die is vrijgegeven. Het vrijgegeven gebied is op afbeelding 15 in de kleur wit weergegeven en wordt
Apeladvies/Bestemmingsplan Vrijenbroekweg - Pastoor Lemmensstraat / woensdag 30 juni 2021
Pagina 33 van 39
Advies- en Projectbureau Engelen Limburg www.apeladvies.nl
begrensd door een groene onderbroken lijn. Het plangebied (gele rand en pijl) ligt in dit vrijgegeven gebied. Er behoeft voor deze planontwikkeling daarom geen archeologisch onderzoek te worden verricht. Hierdoor is het aspect archeologie verder niet meer aan de orde en is er ook geen verder onderzoek of rapportage noodzakelijk. Cultuurhistorische waarden Volgens het Besluit ruimtelijke ordening 2012 dienen bij ruimtelijke plannen alle cultuurhistorische waarden te worden meegewogen. Er moet rekening worden gehouden met aanwezige cultuur-historische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten. Bij cultuurhistorische waarden gaat het over de positieve waardering van sporen, objecten, patronen en structuren die zichtbaar of niet zichtbaar onderdeel uitmaken van onze leefomgeving en een beeld geven van een historische situatie of ontwikkeling. In veel gevallen bepalen deze cultuurhistorische waarden de identiteit van een plek of gebied en bieden ze aanknopingspunten voor toekomstige ontwikkelingen. Deze cultuurhistorische elementen kan men niet allemaal als beschermd monument of gezicht aanwijzen, maar zijn wel onderdeel van de manier waarop we ons land beleven, inrichten en gebruiken. Volgens historisch kaartmateriaal uit de periode 1900 was de locatie, alsmede de omgeving ervan, destijds in agrarisch gebruik (weide) en werd deze extensief bewoond.
Ten noorden van de locatie hebben onverharde wegen gelegen. Volgens het kaartmateriaal is de onderzoekslocatie onbebouwd gebleven. De percelering ter plaatse wordt niet als kenmerkend aangegeven in het kader van Cultuurhistorisch GIS. Er is evenmin sprake van een aandachtsgebied. Het landschap ter plaatse is op de provinciale kaart voor cultuurhistorie aangemerkt als ‘Nieuw cultuurland 1806/1840-1890’. Volgens de kaart zijn op de locatie geen cultuurhistorische elementen aanwezig. Door het volgen van de regels uit het vigerende bestemmingsplan en beleidsregels in combinatie met het bestaande straatbeeld zal de bebouwing stedenbouwkundig passen in het straatbeeld en is er nauwelijks of geen sprake van een negatief ruimtelijke effect. Op basis van bovenstaande kan gesteld worden dat door de gewenste ontwikkeling geen belangrijke aantasting van cultuurhistorische waarden aan de orde is en dit aspect geen belemmering vormt voor de gewenste ontwikkeling. Afbeelding 16: Historisch kaartmateriaal
4.8 Verkeer en parkeren Door de voorgenomen activiteiten zal er niet ingrijpend extra verkeer naar de locatie komen waardoor de extra verkeersbewegingen beperkt zijn en geen verdere consequenties kent. Het parkeren geschiedt op eigen terrein dat wordt bereikt door een inrit van 3 meter breedte per locatie. Daarmee wordt voldaan aan de gemeentelijke beleidsregel uitweg 2014.
Apeladvies/Bestemmingsplan Vrijenbroekweg - Pastoor Lemmensstraat / woensdag 30 juni 2021
Pagina 34 van 39
Advies- en Projectbureau Engelen Limburg www.apeladvies.nl
5. JURIDISCH PLAN
5.1 Planstukken Dit plan is een bestemmingsplan zoals bedoeld in artikel 3 lid 1 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en bestaat uit een toelichting, verbeelding en regels met bijlages. In de digitale verbeelding hebben alle gronden binnen het plangebied een bestemming gekregen. Binnen een bestemming kunnen nadere aanduidingen zijn aangegeven. Deze aanduidingen hebben slechts juridische betekenis indien en voor zover hier in de regels naar wordt verwezen. Ten behoeve van de leesbaarheid is het plan op een topografische ondergrond getekend. De bestemmingen en de aanduidingen zijn ingedeeld in de hoofdgroepen volgens de SVBP2012 en zijn op de verbeelding opgenomen in het renvooi. De digitale verbeelding is juridisch bindend.
5.2 Opbouw van de regels Dit bestemmingsplan vormt het juridische kader waarbinnen in dit plangebied de gewenste ontwikkeling kan worden gerealiseerd. Ingevolge de Wet ruimtelijke ordening (Wro), het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) en de daarbij behorende ministeriële Regeling standaarden ruimtelijke ordening (Rsro), dienen bestemmingsplannen op vergelijkbare wijze opgebouwd en gepresenteerd te worden en tevens digitaal uitwisselbaar gemaakt te worden. Er is een aantal standaarden door het Ministerie van VROM ontwikkeld. In dit bestemmingsplan wordt van deze standaarden voor zover van toepassing gebruik gemaakt. Hiermee wordt de rechtsgelijkheid en de uniformiteit binnen de gemeentelijke c.q. landelijke bestemmingsplannen gediend. Op basis van dit bestemmingsplan zal de beoogde ontwikkeling zonder verdere uitwerking van de bestemmingen of andere planologisch-juridische procedures kunnen worden uitgevoerd. Daarnaast vervult het plan, na realisatie, een belangrijke beheer- en gebruiksfunctie. Iedere functie in het plangebied is voorzien van een daarop toegesneden bestemmingsregeling. Ten behoeve van de beoogde inrichting is de nodige flexibiliteit in het plan ingebracht door middel van de opname van algemene afwijkings- en wijzigingsregels.
Deze planvorm biedt flexibiliteit voor de beoogde ontwikkeling en tegelijkertijd rechtszekerheid voor de bewoners en gebruikers van de aangrenzende gebieden. De omvang van de diverse functies is vastgelegd in de bestemmingsregeling. Door deze wijze van bestemmen zijn de functies ruimtelijk begrensd. Op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht juncto het Besluit omgevingsrecht (Bor) zijn gevallen aangewezen waarvoor geen omgevingsvergunning is vereist.
Apeladvies/Bestemmingsplan Vrijenbroekweg - Pastoor Lemmensstraat / woensdag 30 juni 2021
Pagina 35 van 39
Advies- en Projectbureau Engelen Limburg www.apeladvies.nl
5.3 Planregels De planregels zijn verdeeld in 4 hoofdstukken, te weten: Hoofdstuk 1: Inleidende regels met daarin de begrippen en de wijze van meten; Hoofdstuk 2: Bestemmingsregels. Hiermee worden de op de verbeelding opgenomen bestemmingen geregeld; Hoofdstuk 3: Algemene regels, waarin onder andere zijn opgenomen de antidubbeltelregel, algemene bouwregels, -afwijkingsregels en wijzigingsregels; Hoofdstuk 4: Overgangs- en slotregels, waarin het overgangsrecht en de slotregel zijn opgenomen. Het belangrijkste doel van de planregels is om de bouw- en gebruiksregels van de bestemming aan te geven. Hoofdstuk 1 : Inleidende regels Begrippen (art. 1) In dit artikel zijn bepalingen (begrippen) opgenomen welke in het algemeen spraakgebruik onvoldoende vastliggen en waarbij verschillen in interpretatie bij toepassing van de planregels mogelijk zijn. Voor het gemak zijn enkele begrippen uit de Woningwet/ Bouwverordening overgenomen. Verder zijn enkele begrippen afkomstig van de geldende wettelijke standaarden voor bestemmingsplannen en zijn begrippen aangepast aan de Wabo. Wijze van meten (art. 2) Hierin wordt aangegeven op welke manier onder meer hoogte, lengte, breedte, inhoud en oppervlakte van bouwwerken/ percelen gemeten moeten worden. Bij de wijze van meten is aangesloten bij de SVBP 2012 (Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen).
Hoofdstuk 2 : Bestemmingsregels Bestemmingen De regels van een bestemming worden als volgt opgebouwd en benoemd: 1. Bestemmingsomschrijving 2. Bouwregels 3. Nadere eisen 4. Specifieke gebruiksregels 5. Afwijken van de gebruiksregels Duidelijk zal zijn dat een bestemming niet alle elementen hoeft te bevatten. Dit kan per bestemming verschillen. In de bestemmingsomschrijving wordt een omschrijving gegeven van de aan de gronden toegekende functies. Als eerste wordt de hoofdfunctie aangegeven. Indien nodig worden vervolgens de andere aan de grond toegekende functies genoemd. In de bouwregels wordt bepaald aan welke voorwaarden de bebouwing moet voldoen. Voor zover nodig wordt een onderscheid gemaakt in hoofdgebouwen, bijgebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, waardoor de toetsing van aanvragen voor een omgevingsvergunning aanmer-
Apeladvies/Bestemmingsplan Vrijenbroekweg - Pastoor Lemmensstraat / woensdag 30 juni 2021
Pagina 36 van 39
Advies- en Projectbureau Engelen Limburg www.apeladvies.nl
kelijk vereenvoudigd en inzichtelijker is. In het onderstaande worden de regels van de opgenomen bestemming nader toegelicht. Wonen (artikel 3) De voor ‘Wonen’ aangewezen gronden zijn bestemd voor wonen. Op de verbeelding is een bouwvlak opgenomen waarbinnen gebouwen gebouwd mogen worden. Hoofdgebouwen mogen alleen worden gebouwd binnen de aanduiding “specifieke bouwaanduiding – hoofdgebouw toegestaan‟. Er worden regels gesteld aan hoofdgebouwen, maar ook aan aan- en uitbouwen en bijgebouwen, en bouwwerken die geen gebouw zijn. De maximale goot- en bouwhoogte is op de verbeelding van het bestemmingsplan aangegeven. Binnen de woonbestemming zijn naast het wonen zelf, ook aan huis gebonden beroepen en aan huis gebonden bedrijven en kleinschalige bedrijvigheid toegestaan. Wat daaronder wordt verstaan staat in de begripsomschrijving. Voor ‘bed and breakfast’ is onder voorwaarden via afwijking toestemming te krijgen.
Leiding - Gas (artikel 4) De voor ‘Leiding-Gas’ aangewezen gronden zijn mede bestemd voor de aanleg en instandhouding van een ondergrondse hogedruk aardgastransportleiding. Er zijn alleen bouwwerken geen gebouwen zijnde toegelaten binnen deze bestemming. Met een omgevingsvergunning kan hiervan worden afgeweken. Hoofdstukken 3 en 4 Hoofdstuk 3 bevat de algemene regels. Dit hoofdstuk bevat een aantal algemene regels die gelden voor het hele plangebied. Het betreft daarnaast onder andere de anti- dubbeltelbepaling (artikel 5), algemene bouwregels (artikel 6), algemene aanduidingsregels (artikel 7), algemene wijzigingsregels (artikel 8), algemene procedureregels (artikel 9) en overige regels (artikel 10). Hoofdstuk 4 bevat het overgangsrecht en de slotregel van het bestemmingsplan.
Apeladvies/Bestemmingsplan Vrijenbroekweg - Pastoor Lemmensstraat / woensdag 30 juni 2021
Pagina 37 van 39
Advies- en Projectbureau Engelen Limburg www.apeladvies.nl
6. UITVOERBAARHEID 6.1 Economische uitvoerbaarheid De realisatie van het project geschiedt voor rekening van de initiatiefnemer. Op de onderhavige situatie zijn grondexploitatieregels van toepassing, maar de ontsluitingskosten van de percelen beperken zich tot de rioolaansluiting en de inritvergunning. Hierdoor is de uitzondering van toepassing als bedoeld in artikel 6.2.1a Bro aanhef en onder c voor ‘kruimelgevallen’. De gronden zijn in eigendom van de initiatiefnemer en zijn zoon. Van gemeentewege zal een overeenkomst ten aanzien van een planschadeverhaalsbeding zoals bedoeld in art. 6.4a Wro worden opgesteld. Hiermee wordt gewaarborgd dat eventueel te vergoeden planschade niet voor rekening van de gemeente Venlo komt maar voor rekening van de initiatiefnemer. Overigens heeft de planologische wijziging dusdanig weinig impact op de omgeving dat de kans op vergoedbare planschade minimaal wordt geacht.
6.2 Handhaving Handhavingsaspecten aanvullend op het vigerend bestemmingsplan zijn niet aan de orde. 6.3 Maatschappelijke uitvoerbaarheid en Procedure Wettelijk overleg zal plaatsvinden ex. artikel 3.1.1. Bro.
Voor het bestemmingsplan dient de uitgebreide procedure zoals beschreven in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) te worden gevolgd. Voor de uitgebreide procedure geldt afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De Wabo geeft hierop enkele aanvullingen. Dit zijn onder andere: • Aanvraag, ontwerpbesluit en/ of het definitieve besluit moeten op grond van zowel de Wabo als het Besluit omgevingsrecht (Bor) in bepaalde specifieke gevallen aan specifieke personen of instanties worden toegestuurd. Te denken valt aan het orgaan dat de verklaring van geen bedenkingen afgeeft (in casu de gemeenteraad), de Inspectie, een ander bestuursorgaan dan het aangewezen bevoegd gezag, etc. • Iedereen kan zienswijzen op het ontwerpbesluit indienen (art. 3.12 lid 5 Wabo). Alleen belanghebbenden kunnen rechtstreeks in beroep gaan bij de Rechtbank, mits aan de eisen van artikel 6:13 Awb is voldaan. • De beslistermijn van zes maanden begint te lopen op de dag ná de dag van ontvangst van een ontvankelijke aanvraag (art. 3.12 lid 7 Wabo). • De beslistermijn van zes maanden mag één maal verlengd worden, met ten hoogste zes weken (art. 3.12 lid 8 Wabo).
• Bij een geval als bedoeld in artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, onder 3o, van de Wabo (de toestemming uit de Wabo die in de plaats komt van het projectbesluit) wordt de kennisgeving van het ontwerpbesluit en de mededeling van het definitieve besluit in de Staatscourant geplaatst. De mededeling van het definitieve besluit wordt tevens langs elektronische weg gedaan en beschikbaar gesteld (art. 6.14 Bor).
Apeladvies/Bestemmingsplan Vrijenbroekweg - Pastoor Lemmensstraat / woensdag 30 juni 2021
Pagina 38 van 39
Advies- en Projectbureau Engelen Limburg www.apeladvies.nl
Vooroverleg Er heeft formeel vooroverleg plaatsgevonden met de provincie en Rijkswaterstaat; er zijn geen bezwaren tegen dit plan vanuit provinciale belangen of belangen vanuit Rijkswaterstaat. Zienswijzen Het ontwerp bestemmingsplan heeft met ingang vanaf 25 maart 2021 gedurende zes weken voor een ieder ter inzage gelegen. In deze periode zijn geen zienswijzen ingediend.
6.4 Bijlagen bij de regels n.v.t. 7. BELANGENAFWEGING Het plan is strijdig met het vigerende bestemmingsplan. Met het doorlopen van een voorgeschreven procedure kan een planologisch-juridisch kader worden gegeven voor de gewenste ontwikkeling. Het project is niet in strijd met het beleid op de verschillende bestuursniveaus, noch is er sprake van belemmerende milieuhygiënische en andere aspecten. Er bestaan geen bezwaren tegen het plan op grond van een goede ruimtelijke ordening en een goede motivering van het besluit.
Apeladvies/Bestemmingsplan Vrijenbroekweg - Pastoor Lemmensstraat / woensdag 30 juni 2021
Pagina 39 van 39