044 bijlage 1 - Toelichting en regels bestemmingsplan Venrayseweg 334 Venlo.pdf
Tekst van het document
Overgangs- en slotregels
Overgangsrecht (artikel 10) Voor volgens de regels afwijkende bestaande bebouwing is voor de omvang, het onderhoud en de herbouw een overgangsregel opgenomen. Dit artikel bevat tevens een overgangsregel ten aanzien van het voortzetten van bestaand gebruik dat in strijd met het bestemmingsplan is. Slotregel (artikel 11) Hier wordt vermeld onder welke naam de regels van dit bestemmingsplan kunnen worden aangehaald.
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING VENRAYSEWEG 334, VENLO | VASTGESTELD
53
54
HOOFDSTUK 9 PROCEDURE Het bestemmingsplan doorloopt de gebruikelijke procedure. De voorziene procedurestappen zijn: 1. Terinzagelegging ontwerpbestemmingsplan 2. Vaststelling door gemeenteraad 3. Terinzagelegging vastgesteld bestemmingsplan
9.1
Terinzagelegging ontwerpbestemmingsplan
Het ontwerpbestemmingsplan met bijbehorende stukken heeft vanaf 1 april tot en met 12 mei 2021 terinzage gelegen. In deze periode zijn er geen zienswijzen ingekomen.
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING VENRAYSEWEG 334, VENLO | VASTGESTELD
55
56
REGELS
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING VENRAYSEWEG 334, VENLO | VASTGESTELD
57
58
HOOFDSTUK 1 INLEIDENDE REGELS Artikel 1
Begrippen
In deze regels wordt verstaan onder: 1.1
plan
het bestemmingsplan Venrayseweg 334, Venlo met identificatienummer NL.IMRO.0983.BP202007VENRWEG334-VA01 van de gemeente Venlo 1.2
bestemmingsplan
de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels 1.3
aanduiding
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden 1.4
aanduidingsgrens
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft 1.5
abiotische waarde
de waarde, die een gebied ontleent aan het voorkomen van bijzondere aardkundige en hydrologische verschijnselen en/of processen 1.6
afrastering met ecologische functie of doel
afrastering met als doel dieren te verhinderen om te passeren ter beschermen van de dieren bijvoorbeeld bij (drukke) wegen 1.7
archeologisch onderzoek
onderzoek naar archeologische waarden uitgevoerd conform de Kwaliteitsnorm voor Nederlandse Archeologie (versie 4.0) 1.8
archeologische waarde
de aan een gebied toegekende waarde in verband met de kennis en de studie van de in dat gebied voorkomende overblijfselen van menselijke aanwezigheid of activiteiten in het verleden 1.9
bebouwing
een of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING VENRAYSEWEG 334, VENLO | VASTGESTELD
59
1.10
bestaand
situatie ten tijde van inwerkingtreding van het bestemmingsplan 1.11
bestemmingsgrens
de grens van een bestemmingsvlak 1.12
bestemmingsvlak
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming 1.13
bouwen
plaatsen, geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen, veranderen of vergroten van een bouwwerk 1.14
bouwperceel
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten 1.15
bouwperceelgrens
de grens van een bouwperceel 1.16
bouwwerk
elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond 1.17
cultuurhistorische waarden
de aan een bouwwerk of een gebied toegekende waarde, gekenmerkt door het beeld dat is ontstaan door het gebruik dat de mens in de loop van de geschiedenis heeft gemaakt van dat bouwwerk of dat gebied 1.18
deskundige
een door het bevoegd gezag aan te wijzen onafhankelijke deskundige of commissie van deskundigen 1.19
detailhandel
het bedrijfsmatig te koop of te huur of in lease aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ter verkoop, ter verhuur, ter leasing, het verkopen, het verhuren en/of leveren van goederen aan personen die deze goederen kopen respectievelijk huren voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit
60
1.20
extensief recreatief medegebruik
die vormen van dagrecreatie welke in hoofdzaak zijn gericht op natuur- en landschapsbeleving, zoals wandelen en fietsen 1.21
extensieve recreatie
recreatie met weinig dynamiek die nauwelijks druk uitoefent op de omgeving. Bijvoorbeeld wandelen, fietsen en natuurkamperen. Er zijn weinig of geen gebouwen nodig en het aantal recreanten (per tijdseenheid of oppervlakte-eenheid) is beperkt 1.22
foerageergebied voor de das
een gebied dat door de dassen regelmatig gebruikt wordt voor het zoeken en vinden van voedsel 1.23
gebouw
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt 1.24
kampeermiddelen
een tent, een tentwagen, een kampeerauto of een caravan;
enig ander onderkomen of enig ander voertuig of gewezen voertuig of gedeelte daarvan, voor zover geen bouwwerk zijnde;
een en ander voor zover deze onderkomens of voertuigen of gewezen voertuigen geheel of ten dele blijvend zijn bestemd of opgericht dan wel worden of kunnen worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf
1.25
landschappelijke waarde
de aan een gebied toegekende waarde, die wordt bepaald door de aanwezigheid van de onderlinge samenhang en beïnvloeding van de niet-levende en levende natuur (met inbegrip van de mens) 1.26
natuurlijke waarde
de aan een gebied toegekende waarde, die bepaald wordt door het voorkomen van planten en dieren die zichzelf onder invloed van klimaat, geomorfologie, bodemkundige en waterhuishoudkundige gesteldheid en al dan niet beïnvloed door menselijke aanwezigheid, instandhouden 1.27
normaal onderhoud en beheer
werken/werkzaamheden die periodiek dienen te worden uitgevoerd ter instandhouding van de binnen een gebied aanwezige functies en waarden
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING VENRAYSEWEG 334, VENLO | VASTGESTELD
61
1.28
opslag
het bedrijfsmatig opslaan, verpakken en verhandelen van goederen 1.29
parkeervoorziening
een al of niet overdekte, op straat aanwezige dan wel met een straat in open verbinding staande ruimte, die gelet op de ligging en de ontsluiting geschikt is om te worden gebruikt voor het parkeren van (motor)voertuigen 1.30
seksinrichting
de voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch pornografische aard plaatsvinden. Onder seksinrichting wordt in ieder geval verstaan: een prostitutiebedrijf alsmede een erotische massagesalon, een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar 1.31
verbindingszone das
een zone die wordt gebruikt om het migreren van dassen tussen natuurgebieden mogelijk te maken en zo de uitwisseling van genen te bevorderen 1.32
vrije doorgangshoogte afrastering
onbebouwde ruimte onder de afrastering waardoor dieren de afrastering kunnen passeren door er onder door te lopen 1.33
waterhuishoudkundige voorzieningen
voorzieningen ten dienste van de waterhuishouding waaronder wadi's, waterlopen, waterpartijen, watergangen, dammen, sluizen, duikers, retentiebekkens, vijvers, voorzieningen voor infiltratie, buffering en afvoer van water, voorzieningen ten behoeve van biologische waterzuivering en (secundaire en/of tertiaire) bluswatervoorzieningen 1.34
wonen
het gehuisvest zijn in een (zelfstandige) woning/wooneenheid of ander daartoe bedoeld object
62
Artikel 2
Wijze van meten
Bij de toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1
de bouwhoogte van een bouwwerk
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen 2.2
de oppervlakte van een bouwwerk
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk 2.3
de ondergrondse (verticale) bouwdiepte van een bouwwerk
vanaf het peil tot de afgewerkte vloer van het ondergrondse (deel van het) bouwwerk 2.4
peil
a. voor een gebouw, waarvan de hoofdtoegang grenst aan de weg: de hoogte van de kruin van de weg; b. voor andere gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde: de gemiddelde hoogte van het afgewerkte terrein ter plaatse van de bouw. 2.5
ondergeschikte bouwdelen
Bij de toepassing van lid 2.1 tot en met lid 2.4 worden ondergeschikte bouwdelen, zoals plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, erkers, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouw- dan wel bestemmingsgrenzen niet meer dan 1 m bedraagt.
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING VENRAYSEWEG 334, VENLO | VASTGESTELD
63
64
HOOFDSTUK 2 BESTEMMINGSREGELS Artikel 3
3.1
Natuur
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Natuur' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. de instandhouding en versterking van de aanwezige natuurlijke, landschappelijke, cultuurhistorische en abiotische waarden, met ecologisch en ruimtelijk-structurele samenhang; b. bos; c.
foerageergebied en/of verbindingszone voor de das;
d. ter plaatse van de aanduiding 'begraafplaats' een particuliere begraafplaats maximaal twee graven; e. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; f.
(ontsluitings)wegen, -paden;
g. extensief recreatief medegebruik.
3.2
Bouwregels
3.2.1
Algemeen
Op deze gronden mag niet worden gebouwd, met uitzondering van: a. beperkte voorzieningen - bouwwerken, geen gebouwen zijnde - ten behoeve van extensieve recreatie, zoals zitbanken en routeborden; b. afrasteringen.
3.2.2
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Binnen deze bestemming mogen bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van deze bestemming worden gebouwd, zoals bedoeld in sublid 3.2.1, met inachtneming van de volgende bepalingen: a. de hoogte van afrasteringen bedraagt maximaal 1,2 meter; b. de vrije doorgangshoogte van een afrastering bedraagt ten minste: 1. afrasteringen met ecologische functie en doel 0 meter; 2. overige afrasteringen 20 centimeter; c.
de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt maximaal 2 meter.
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING VENRAYSEWEG 334, VENLO | VASTGESTELD
65
3.3
Specifieke gebruiksregels
3.3.1
Strijdig gebruik
Met betrekking tot het gebruik gelden de volgende regels: a. tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken, wordt in elk geval gerekend het gebruik van gronden en bouwwerken voor: 1. wonen; 2. detailhandel; 3. paardenbakken; 4. opslag van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, goederen, stoffen en materialen en van emballage en/of afval, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; 5. het opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond.
3.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
3.4.1
Uitvoeringsverbod zonder omgevingsvergunning
Het is verboden op of in de gronden met de bestemming 'Natuur' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, of de volgende werkzaamheden uit te voeren: a. het aanleggen of verharden van wegen of paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; b. het veranderen van het huidige maaiveldniveau door ontginningen, bodemverlagen, egaliseren, afgraven, of ophogen; c.
het aanbrengen en/of rooien van diepwortelende beplantingen en/of bomen;
d. het uitvoeren van grondwerkzaamheden ten opzichte van het maaiveld, waartoe ook wordt gerekend woelen, mengen, diepploegen, aanleggen van drainage; e. het aanleggen, verwijderen of herstellen van kabels en leidingen en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; f.
het indrijven, ingraven en aanbrengen van voorwerpen in de bodem;
g. het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren.
66
3.4.2
Uitzonderingen
Het verbod van sublid 3.4.1 is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a. niet dieper gaan dan 0,4 meter beneden maaiveld; b. normaal onderhoud en beheer ten dienste van de bestemming betreffen; c.
reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan;
d. reeds mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning; e. het graven van een graf betreffen.
3.4.3
Toelaatbaarheid werken of werkzaamheden
De werken of werkzaamheden als bedoeld in sub lid 3.4.1 zijn slechts toelaatbaar, indien: a. deze verband houden met de omschrijving, die aan de desbetreffende bestemming is toegekend; b. hierdoor dan wel door de daarvan hetzij direct hetzij indirect te verwachten gevolgen de natuurlijke, landschappelijke, cultuurhistorische, archeologische, bosbouwkundige en/of landbouwkundige waarden en kwaliteiten van de gronden niet onevenredig worden of kunnen worden verkleind.
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING VENRAYSEWEG 334, VENLO | VASTGESTELD
67
Artikel 4
4.1
Waarde - Archeologie 2
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Archeologie 2' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming, mede bestemd voor het behoud en de bescherming van archeologische waarden.
4.2
Bouwregels
4.2.1
Toelaatbare bebouwing
Op of in deze gronden mogen worden gebouwd: a. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, uitsluitend ten dienste van de in lid 4.1 genoemde bestemming; b. bouwwerken ten dienste van de andere aldaar geldende bestemming(en), uitsluitend onder voorwaarde van het bepaalde in sublid 4.2.2 en sublid 4.2.3.
4.2.2
Archeologisch rapport
Bij aanvraag omgevingsvergunning dient in geval van ingrepen dieper dan 40 cm ten opzichte van maaiveld én een groter oppervlak dan 500 m² een rapport te worden overlegd waaruit blijkt dat de archeologische waarden van de gronden, die blijkens de aanvraag zullen worden verstoord, naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate zijn veilig gesteld.
4.2.3
Voorwaarden omgevingsvergunning
Indien uit het in sublid 4.2.2 bedoelde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning zullen worden verstoord, kunnen een of meerdere voorwaarden worden verbonden aan de omgevingsvergunning: a. de verplichting tot het treffen van maatregelen, waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; c.
de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeesters en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties.
68
4.3
Afwijken van de bouwregels
Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 4.2 indien: a. de ingre(e)p(en) word(t)(en) verricht op minder dan 40 centimeter onder het maaiveld en met een oppervlakte kleiner dan 500 m²; b. het bouwplan of bouwplannen uitsluitend betrekking heeft of hebben op verandering of vervanging van bestaande bouwwerken, waarbij de bestaande bebouwde oppervlakte gehandhaafd blijft en de bestaande fundering niet wordt gewijzigd en of uitgebreid; c.
de nieuwbouw naar het oordeel van burgemeester en wethouders binnen de archeologische waarden past, dan wel een kwalitatieve bijdrage levert aan de genoemde waarden;
d. de archeologische waarden van de gronden in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld.
4.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
4.4.1
Uitvoeringsverbod zonder omgevingsvergunning
Het is verboden op of in de gronden met de bestemming 'Waarde - Archeologie 2' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, of de volgende werkzaamheden uit te voeren: a. het aanleggen of verharden van wegen of paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; b. het veranderen van het huidige maaiveldniveau door ontginningen, bodemverlagen, egaliseren, afgraven, of ophogen; c.
het aanbrengen en/of rooien van diepwortelende beplantingen en/of bomen;
d. het uitvoeren van grondwerkzaamheden dieper dan 0,4 meter ten opzichte van het maaiveld, waartoe ook wordt gerekend woelen, mengen, diepploegen, aanleggen van drainage; e. het aanleggen, verwijderen of herstellen van kabels en leidingen en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; f.
het indrijven, ingraven en aanbrengen van voorwerpen in de bodem;
g. het uitvoeren van werkzaamheden ter verlaging van de grondwaterstand; h. het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren.
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING VENRAYSEWEG 334, VENLO | VASTGESTELD
69
4.4.2
Uitzonderingen
Het verbod van sublid 4.4.1 is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a. betrekking hebben op normaal onderhoud en beheer ten dienste van de bestemming; b. betrekking hebben op een oppervlakte kleiner dan 500 m²; c.
reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan; of
d. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning; e. minder diep reiken dan 40 centimeter onder het maaiveld en waarbij geen grond blijvend wordt afgevoerd en/ of het grondoppervlak van de aanlegwerken minder is dan 500 m² per bouwperceel; f.
archeologisch onderzoek betreffen.
4.4.3
Toelaatbaarheid werken of werkzaamheden
De werken of werkzaamheden als bedoeld in sublid 4.4.1 zijn slechts toelaatbaar, indien: a. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de belangen van de in lid 4.1 genoemde doeleinden; b. vooraf schriftelijk advies is ingewonnen bij de gemeentelijk archeoloog van de gemeente Venlo.
4.5
Wijzigingsbevoegdheid
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen in die zin, dat de bestemming 'Waarde - Archeologie 2' (geheel of gedeeltelijk) van de verbeelding wordt verwijderd, als op basis van archeologisch onderzoek, dat voldoet aan de normen van de archeologische beroepsgroep, geen archeologische waarden zijn vastgesteld. Alvorens een wijziging wordt uitgevoerd wordt advies ingewonnen bij de gemeentelijk archeoloog van de gemeente Venlo.
70
HOOFDSTUK 3 ALGEMENE REGELS Artikel 5
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING VENRAYSEWEG 334, VENLO | VASTGESTELD
71
Artikel 6
6.1
Algemene gebruiksregels
Strijdig gebruik
Tot een gebruik,strijdig met de gegeven bestemmingen, wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van de gronden voor de opslag van (aan het oorspronkelijk verkeer onttrokken) voer-, vaar- of vliegtuigen, anders dan in het kader van de bedrijfsvoering; b. het gebruik van de gronden voor de opslag van schroot, afbraak- en bouwmaterialen, grond, bodemspecie en puin en voor het storten van vuil, anders dan in het kader van de bedrijfsvoering; c.
het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van een seksinrichting;
d. het gebruik van de gronden voor het beproeven van voertuigen, de beoefening van motorsport en de gemotoriseerde modelsport, het houden van wedstrijden met motorvoertuigen of bromfietsen, het racen, crossen met motorvoertuigen en bromfietsen; e. het gebruik van de gronden als standplaats voor kampeermiddelen.
72
Artikel 7
Algemene afwijkingsregels
Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van: a. de bij recht in de regels gegeven maten, afmetingen, percentages tot niet meer dan 10% van die maten, afmetingen en percentages; b. de bestemmingsbepalingen voor het bouwen teneinde een geringe mate van afwijking van de plaats en richting van de bestemmingsgrenzen toe te staan dit noodzakelijk is in verband met afwijkingen of onnauwkeurigheden ten opzichte van de feitelijke situatie of in die gevallen waar een rationele verkaveling van de gronden een geringe afwijking vergt; c.
de bestemmingsbepalingen ten aanzien van de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en toestaan dat de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van kunstwerken, geen gebouwen zijnde, en ten behoeve van zend-, ontvang- en/of sirenemasten, wordt vergroot tot niet meer dan 10 meter;
mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan:
het straat- en bebouwingsbeeld;
de milieusituatie;
de verkeersveiligheid;
de sociale veiligheid;
de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING VENRAYSEWEG 334, VENLO | VASTGESTELD
73
Artikel 8
8.1
Algemene wijzigingsregels
Overschrijding bestemmingsplangrenzen
Het bevoegd gezag kan de in het plan opgenomen bestemmingen wijzigen ten einde een overschrijding van bestemmingsgrenzen toe te staan, voor zover dit van belang is voor een technisch betere realisering van bestemmingen of bouwwerken dan wel voor zover dit noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein. De overschrijding mag echter niet meer bedragen dan 3 meter en het bestemmingsvlak mag met niet meer dan 10% worden vergroot.
74
Artikel 9
9.1
Overige regels
Verwijzing naar andere wettelijke regelingen
Waar in dit bestemmingsplan wordt verwezen naar andere wettelijke regelingen, wordt geduid op de regelingen zoals die luidden op het tijdstip van de vaststelling van het bestemmingsplan.
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING VENRAYSEWEG 334, VENLO | VASTGESTELD
75
76
HOOFDSTUK 4 OVERGANGS- EN SLOTREGELS Artikel 10
10.1
Overgangsrecht
Overgangsrecht bouwwerken
Voor bouwwerken luidt het overgangsrecht als volgt: a. een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot: 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het tenietgaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan; b. burgemeester en wethouders kunnen eenmalig in afwijking van het bepaalde onder a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het bepaalde onder a met maximaal 10%; c.
het bepaalde onder a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.
10.2
Overgangsrecht gebruik
Voor gebruik luidt het overgangsrecht als volgt: a. het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet; b. het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het bepaalde onder a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind; c.
indien het gebruik, bedoeld in het bepaalde onder a, na het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten;
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING VENRAYSEWEG 334, VENLO | VASTGESTELD
77
d. het bepaalde onder a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
78
Artikel 11
Slotregel
Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Venrayseweg 334, Venlo'
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING VENRAYSEWEG 334, VENLO | VASTGESTELD
79