042 Bijl.01 Bestemmingsplan Maasdal Velden; Paaweg 4, toelichting.pdf
Tekst van het document
Bestemmingsplan - Toelichting -
Maasdal Velden; Paaweg 4 Gemeente Venlo
Bestemmingsplan Maasdal Velden; Paaweg 4 Gemeente Venlo
Onderdeel:
Toelichting
IDN-nummer:
NL.IMRO.0983.BP202327MDVPAAWEG4-VA01
Projectnummer:
M217722
Status:
vastgesteld
Datum:
18-10-2024
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleiding
5
Hoofdstuk 2 Plangebied en beoogde ontwikkeling
7
2.1 2.2
7 10
Ligging plangebied Beoogde planontwikkeling
Hoofdstuk 3 Planologisch-juridische situatie
15
Hoofdstuk 4 Beleid
17
4.1 4.2 4.3 4.4
17 20 24 25
Rijksbeleid Provinciaal beleid Regionaal beleid Gemeentelijk beleid
Hoofdstuk 5 Milieutechnische aspecten
31
5.1 5.2
Bodem Geluid
31 33
5.3 5.4 5.5
Milieuzonering Luchtkwaliteit Externe veiligheid
34 35 36
Hoofdstuk 6 Overige ruimtelijke aspecten
41
6.1 6.2 6.3 6.4 6.5 6.6
Archeologie Verkeer en parkeren Waterhuishouding Natuur en landschap Flora en fauna Duurzaamheid
41 42 43 44 48 50
Hoofdstuk 7 Uitvoerbaarheid
51
7.1 7.2
Grondexploitatie Planschade
51 52
Hoofdstuk 8 Planstukken
53
8.1 8.2
53 53
Algemeen Opbouw bestemmingsplan
Hoofdstuk 9 Vooroverleg, inspraak en formele procedure
57
9.1 9.2 9.3
57 57 57
Inleiding Vooroverleg Inspraak
bestemmingsplanMaasdal Velden; Paaweg 4
3
9.4
Formele procedure
58
Toelichting
4
bestemmingsplanMaasdal Velden; Paaweg 4
Hoofdstuk 1
Inleiding
In het kader van ‘Ruimte voor de rivier’ is het project Maasdal Velden opgestart. Dit project behelst de uitplaatsing van 13 bedrijven uit het Maasdal bij Velden met onder andere als doel het vrijwaren van het rivierdal van bebouwing. Het project Maasdal heeft als doel om in 2024 ruim 60% van de glasopstanden en bedrijfsgebouwen in het Maasdal te slopen. Ter compensatie worden, verspreid over een periode van 12 jaar, maximaal 30 woningen gerealiseerd. Eén van de te amoveren bedrijven in het kader van dit project betreft het glastuinbouwbedrijf aan de Paaweg 4 te Velden. Deze locatie is gelegen in het buitengebied van Velden en is kadastraal bekend als gemeente Arcen en Velden - sectie H - nummer 55. Ter plekke is bedrijfsbebouwing aanwezig welke bestaat uit kassen met een oppervlak van circa 8.000 m2 . Initiatiefnemer heeft een overeenkomst met de gemeente Venlo afgesloten waarin is vastgelegd dat de agrarische bedrijfsactiviteiten ter plaatse van de Paaweg 4 te Velden worden beëindigd. In ruil voor de beëindiging van het bedrijf mag initiatiefnemer ter plaatse van een agrarisch perceel aan de Arenborgweg ong. te Venlo een nieuwe woning realiseren. De bouwkavel wordt beoogd op het perceel, kadastraal bekend als gemeente Venlo - sectie U - nummer 960. Ten behoeve van onderhavige ontwikkeling dient het planologisch kader ter plaatse van de Paaweg 4 te Velden en Arenborgweg ong.
te Venlo te worden aangepast. Middels onderhavig bestemmingsplan wordt het opheffen van de agrarische bedrijfsactiviteiten aan de Paaweg 4 en het realiseren van een nieuwe woning aan de Arenborgweg te Venlo planologisch mogelijk gemaakt. Voorliggend document voorziet in een toelichting op bijbehorende regels en verbeelding voor onderhavige bestemmingsplanwijziging.
bestemmingsplanMaasdal Velden; Paaweg 4
5
6
bestemmingsplanMaasdal Velden; Paaweg 4
Hoofdstuk 2 ontwikkeling
Plangebied en beoogde
In dit hoofdstuk worden het plangebied, de huidige situatie en het planvoornemen beschreven. Tevens wordt in dit hoofdstuk ingegaan op de ruimtelijke effecten van het planvoornemen.
2.1
Ligging plangebied
Onderhavig planvoornemen ziet op het doorvoeren van een tweetal ontwikkelingen aan de Paaweg te Velden respectievelijk de Arenborgweg te Venlo. De locatie Paaweg 4 is gelegen in het buitengebied van Velden, op een afstand van circa 220 meter van de Maas. Onderhavig perceel aan de Arenborgweg te Venlo, is gelegen in het gebied 'Het Ven'. In onderstaande figuren wordt de ligging van beide locaties nader gevisualiseerd.
Luchtfoto met aanduiding Paaweg 4 te Velden
bestemmingsplanMaasdal Velden; Paaweg 4
7
Luchtfoto met aanduiding Arenborgweg ong. te Venlo met indicatieve aanduiding bouwkavel woning Kadastraal is de locatie Paaweg 4 te Velden bekend als gemeente Arcen en Velden - sectie H - nummer 55. De locatie Arenborgweg ong. te Venlo is kadastraal bekend als gemeente Venlo - sectie U - nummer 960.
Kadastrale kaart met aanduiding Paaweg 4 te Velden
8
bestemmingsplanMaasdal Velden; Paaweg 4
Kadastrale kaart met aanduiding Arenborgweg ong. te Venlo
De bestaande situatie op beide locaties wordt weergegeven aan de hand van de volgende foto's.
Paaweg 4 Velden
bestemmingsplanMaasdal Velden; Paaweg 4
9
Arenborgweg ong. Venlo met indicatieve aanduiding locatie beoogde woning binnen cirkel (oranje)
2.2
Beoogde planontwikkeling
2.2.1 Project MaasdalVelden Het plangebied van het project Maasdal is gelegen tussen de rivier de Maas, de Rijksweg N271 en de kern Velden. De voormalige gemeente Arcen en Velden heeft samen met Provincie Limburg, LLTB en 18 ondernemers, op 16 december 2008 een intentieovereenkomst “Beëindiging niet grondgebonden landbouw en gebiedsontwikkeling Maasdal Velden” getekend. Doel was te komen tot het beëindigen dan wel verplaatsen van de betrokken bedrijven. In 2009 is onderzocht in hoeverre dit doel kon worden bereikt middels een financieel haalbare, integrale gebiedsontwikkeling. De stuurgroep Maasdal Velden heeft op 6 december 2010 geconstateerd dat een projectmatige gebiedsontwikkeling niet haalbaar is. Tegelijkertijd is besloten dat bekeken diende te worden welke eventuele alternatieven wel haalbaar zijn. In de stuurgroep Maasdal Velden is besloten om één van de alternatieven, het projectalternatief dat de gemeente in samenspraak met de LLTB heeft voorbereid, verder uit te werken. Vanuit de centrale doelstelling van het project (het stoppen/verplaatsen bedrijven, rivierverruiming en een impuls voor ruimtelijke kwaliteit) is onderzocht hoe de betrokken ondernemers toch hun ambities kunnen realiseren met de beperkte middelen die er zijn.
Om deze aanpak mogelijk te maken is een wijzigingsovereenkomst (op de intentieovereenkomst van 16-12-2008) noodzakelijk om enerzijds de beschikbare middelen veilig te stellen en anderzijds de (voor dit project specifieke) Rood-voor-Glasregeling in stand te houden. Alle betrokken ondernemers hebben de wijzigingsovereenkomst getekend en zijn akkoord gegaan met de gewijzigde condities. Het initiatief is daarmee geheel bij de ondernemers zelf komen te liggen om te komen met een creatieve oplossing om de doelstellingen van het project te realiseren. De betrokken ondernemers is gevraagd voor 1 juli 2012 een individueel voorstel neer te leggen waarin zij aangeven wat hun plannen zijn (met als vertrekpunt de onderhandelingsresultaten die de provincie had bereikt met de verschillende ondernemers). In mei/juni 2012 heeft daartoe intensief overleg plaatsgevonden met vrijwel alle betrokkenen en in een enkel geval is dit overleg in juli/augustus/september voortgezet. Op basis van de voorlopige resultaten is eind augustus 2012 de stuurgroep (provincie, LLTB, gemeente en een delegatie van de ondernemers) om advies gevraagd. Geconcludeerd is dat, met het collectief aan voorstellen, de doelstelling van het project (rivierverruiming, impuls ruimtelijke kwaliteit) voor een groot deel wordt gehaald. Het advies aan het college is drieledig: instemmen met het collectief aan oplossingen, bestuurlijk
10
bestemmingsplanMaasdal Velden; Paaweg 4
afzekeren en akkoord Rijkswaterstaat (saldobenadering) en akkoord over het te besteden surplus verwerkt in de individuele (project) overeenkomsten. Met in acht name van de onderhandelingsresultaten die eerder waren bereikt tussen ondernemers en provincie, tezamen met de aanvullende randvoorwaarden uit de wijzigingsovereenkomst, is geconcludeerd dat het collectief aan voorstellen de doelstelling van het project (rivierverruiming, impuls ruimtelijke kwaliteit) goeddeels wordt gehaald met de thans 13 deelnemende ondernemers: ruim 60 % van de glasopstanden en bedrijfsgebouwen is in 2024 verdwenen; ter compensatie worden, verspreid over een periode van 12 jaar, maximaal 30 woningen (waarvan een deel buiten het Maasdal) gerealiseerd; de financiële afspraken blijven binnen het beschikbare budget. Voor het realiseren van de bouwkavels in het Maasdal geldt uiteraard dat ook Rijkswaterstaat hiermee dient in te stemmen. Daarbij is een saldobenadering onvermijdelijk. Rijkswaterstaat heeft officieel per brief d.d. 9 juli 2012 laten weten dat zij in principe medewerking kan verlenen aan de verdere uitwerking van het project op grond van artikel 6d van de Beleidsregels grote rivieren. 2.2.2 Borging sloop glasopstanden Om de sloop van de glasopstanden te borgen worden de betrokken glastuinbouwbedrijven wegbestemd.
Op locaties waar nieuwbouw plaatsvindt op de locatie van de huidige glasopstanden is sloop van de glasopstanden evident. Op locaties waar nieuwbouw op een andere locatie plaatsvindt wordt behalve het wegbestemmen van de glasopstanden voorzien in een specifieke gebruiksregeling met een einddatum van 31 december 2024. Na die datum mogen de glasopstanden niet meer als zodanig worden gebruikt. Daarnaast is in privaatrechtelijke zin geborgd dat uit te keren financiële tegenprestaties pas worden uitbetaald na sloop van de glasopstanden en het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan. Is geen sprake van een financiële tegenprestatie dan zal een bankgarantie ter hoogte van de sloopkosten worden verlangd. 2.2.3 Het planvoornemen Onderhavig planvoornemen ziet op het beëindigen van de agrarische bedrijfsactiviteiten en sloop van de bestaande bedrijfsbebouwing op de locatie Paaweg 4 te Velden. Hierbij is van belang dat initiatiefnemer met de gemeente Venlo een overeenkomst heeft gesloten waarin is bepaald dat het bestaand gebruik voor glastuinbouw op de locatie Paaweg 4 mag worden voortgezet tot uiterlijk 31 december 2025. Bovendien dient voor 31 december 2025 de sanering van de betreffende bedrijfsbebouwing afgerond te zijn. De agrarische bedrijfsbestemming aan de Paaweg 4 wordt omgevormd tot een reguliere woonbestemming met bijbehorende burgerwoning.
Bovendien wordt met onderhavig bestemmingsplan een bouwkavel gecreëerd ten behoeve van het realiseren van een nieuwe woning op het perceel aan de Arenborgweg te Venlo. Het realiseren van een nieuwe woning aan de Arenborgweg wordt dan ook gezien als een vorm van compensatie voor de amovering van het glastuinbouwbedrijf. De nieuwe woningbouwkavel dient te voldoen aan een aantal voorwaarden welke hieronder nader zijn opgesomd. 1. De kavel heeft een oppervlak van 1000 m2 ; 2. De maximale breedte van de kavel bedraagt 30 meter; 3. De nieuwe woning heeft een inhoud van maximaal 900 m3 ; 4. Op het nieuwe perceel mag maximaal 100 m2 aan bijgebouwen worden gerealiseerd. Bovendien wordt beoogd om de nieuwe bouwkavel landschappelijk in te passen. Daartoe is een landschappelijk inpassingsplan uitgewerkt dat als Bijlage 1 aan voorliggende toelichting is gevoegd.
bestemmingsplanMaasdal Velden; Paaweg 4
11
Eveneens is de beoogde landschappelijke inpassing hieronder als figuur ingevoegd.
Uitsnede landschappelijk inpassingsplan Uit bovenstaande figuur blijkt dat onderhavige woningbouwkavel landschappelijk zal worden ingepast door een beukenhaag aan te planten en diverse bomen, waaronder zoete kers, walnoot en winterlinde. Bovendien zal aan de zuidzijde van de kavel, ter plaatse van de agrarische bestemming, bloemrijk grasland worden ingezaaid waardoor het landelijk en dorps karakter van de locatie positief wordt beïnvloed. 2.2.4 Ruimtelijke effecten Ieder ruimtelijk plan dat het mogelijk maakt om nieuwe bebouwing op te richten, gaat gepaard met het optreden van ruimtelijk-visuele effecten. De aanvaardbaarheid van deze effecten dient te worden beschouwd. Initiatiefnemer is voornemens om de agrarische bedrijfsvoering op de locatie Paaweg 4 te Velden te beëindigen en de bijbehorende glasopstanden te slopen. De sloop van deze bedrijfsgebouwen heeft een aanzienlijke kwaliteitswinst tot gevolg. Die sloop en het realiseren van één vrijstaande woning aan de Arenborgweg ong. te Venlo betekent een aanzienlijke ontstening voor het buitengebied. Derhalve wordt geconcludeerd dat onderhavige ontwikkeling een positieve invloed heeft op de ruimtelijke kwaliteit. Bovendien dient de nieuw te realiseren woning welstandstechnisch akkoord te worden bevonden. De uitstraling van deze woning dient namelijk te passen bij de bebouwde omgeving.
Bovendien is bij de realisatie van de nieuwe bouwkavel aan de Arenborgweg ong. Venlo rekening gehouden met een goede landschappelijke inpassing. Om en nabij dit plangebied zal worden voorzien in nieuwe aanplant, waarmee zorg wordt gedragen voor een inpassing van de te realiseren bebouwing. Tot slot is voor de nieuw te realiseren woning aan de Arenborgweg ong. te Venlo het 'Beleidskader particulier opdrachtgeverschap woningbouw in 't Ven Oost' relevant. Daar vloeien onderstaande uitgangspunten uit voort die bij de te realiseren woning in acht moeten worden genomen. Bebouwing wordt parallel aan de weg geplaatst, dat wil zeggen niet diagonaal;
12
bestemmingsplanMaasdal Velden; Paaweg 4
De woning heeft een zelfstandig karakter; De materialen en kleuren voor bebouwing zijn in overeenstemming met bestaande karakteristieke bebouwing en leveren een harmonieus beeld op; De bebouwing en eventuele bijgebouwen vormen een architectonische eenheid, waarbij de voorgevel van de woning dominant is in vormgeving en detaillering. Bijgebouwen zoals schuren en garages zijn ondergeschikt in massa en vormgeving. Bovendien worden de volgende maatregelen vanuit het oogpunt cradle-to-cradle aanbevolen: Het realiseren van voorzieningen voor duurzame energie: t.w. zonnepanelen, een warmtepomp. Een maximaal daglichttoetreding en situering van woon/leefruimten op het zuiden Gebruik van gezonde, niet toxische (bouw)materialen, dus niet toxisch voor mens, dier en milieu. Het sluiten van waterkringloop, hergebruik van grijs water. Geen verharde tuinen, maar tuinen met groen i.v.m klimaatadaptatie. Zo weinig mogelijk verharde oppervlakten. Aanpasbaar en demontabel bouwen, zodat materialen kunnen worden hergebruikt in de toekomst. Op basis van het vorenstaande mag worden geconcludeerd dat de ruimtelijke effecten, die optreden ten gevolge van voorliggende planontwikkeling, aanvaardbaar (en positief) worden bevonden.
bestemmingsplanMaasdal Velden; Paaweg 4
13
14
bestemmingsplanMaasdal Velden; Paaweg 4
Hoofdstuk 3
Planologisch-juridische situatie
Paaweg 4 Velden Ter plekke van onderhavig plangebied aan de Paaweg 4 te Velden vigeert het bestemmingsplan 'Buitengebied', vastgesteld door de voormalige gemeente Arcen en Velden op 28 mei 2009. Ter plekke van onderhavige locatie is de bestemming 'Agrarische bedrijfsdoeleinden'. Bovendien is ter plekke de aanduiding 'Glastuinbouwbedrijf' van toepassing evenals de aanduiding 1BW welke impliceert dat ter plekke één bedrijfswoning aanwezig mag zijn. Tot slot geldt op de locatie de dubbelbestemming 'Stroomvoerend rivierbed'.
Uitsnede vigerend bestemmingsplan 'Buitengebied' Op basis van artikel 1.20 van de planregels dient een bedrijfswoning te worden bewoond door (het huishouden van) een persoon wiens huisvesting ter plaatse noodzakelijk is, gelet op het feitelijk gebruik van het gebouw en/of het terrein in overeenstemming met de bestemming. Het in gebruik nemen van de bestaande bedrijfswoning ten behoeve van reguliere woondoeleinden is dan ook niet overeenstemming met geldend planologisch-juridisch kader. Arenborgweg ong. Venlo Op de locatie Arenborgweg ong. te Venlo geldt het bestemmingsplan 'Buitengebied Venlo', vastgesteld op 30 maart 2011 door de gemeenteraad van Venlo. Onderhavige locatie is bestemd tot 'Agrarisch met waarden'. De voor 'Agrarisch met waarden' aangewezen gronden zijn onder andere bestemd voor agrarisch gebruik. Bovendien is ter plekke de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie' van toepassing evenals de gebiedsaanduidingen 'milieuzone - grondwaterbescherming venlo schol', 'middelhoge/hoge archeologische verwachting' en 'robuuste landbouw en natuur' van toepassing.
bestemmingsplanMaasdal Velden; Paaweg 4
15
Uitsnede vigerend bestemmingsplan 'Buitengebied Venlo' met aanduiding planlocatie (oranje cirkel) Initiatiefnemer heeft de wens om op onderhavig perceel aan de Arenborgweg te Venlo een bouwkavel te creëren zodat ter plekke een vrijstaande woning kan worden gerealiseerd. Deze ontwikkeling is niet in overeenstemming met de bestemming 'Agrarisch met waarden' omdat deze enkel voorziet in het oprichten van bouwwerken, geen gebouwen zijnde met een agrarische functie. De door initiatiefnemer beoogde ontwikkelingen zijn niet toegestaan op basis van de ter plaatse geldende bestemmingsplannen. Bovendien bieden deze geen binnenplanse afwijkings- danwel wijzigingsbevoegdheden voor het college van burgemeester en wethouders om alsnog de beoogde ontwikkelingen mogelijk te maken. De planontwikkeling is enkel mogelijk middels het doorlopen van een separate bestemmingsplanprocedure. Overige bestemmingsplannen Naast de ter plaatse geldende bestemmingsplannen zijn ter plekke nog een tweetal paraplubestemmingsplannen van kracht, namelijk: 'Parapluplan plattelandswoningen Venlo' Met de inwerkingtreding van het 'Parapluplan plattelandswoningen Venlo' wordt voor de gehele gemeente Venlo de mogelijkheid geboden om agrarische bedrijfswoningen in gebruik te nemen als plattelandswoning.
'Paraplubestemmingsplan kamerbewoning I analoge bestemmingsplannen' Met het 'Paraplubestemmingsplan kamerbewoning I analoge bestemmingsplannen' wordt het beleid omtrent kamerbewoning aangepast. De mogelijkheden voor kamerbewoning - voor zover de geldende plannen die bieden - worden aangepast tot maximaal 2 kamers per woning.
16
bestemmingsplanMaasdal Velden; Paaweg 4
Hoofdstuk 4
Beleid
In dit hoofdstuk wordt ingegaan op het Rijks-, provinciale en gemeentelijke beleid. Het Rijksbeleid wordt besproken aan de hand van de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). Voor de beschrijving van het provinciale beleid is gebruik gemaakt van de Provinciale Omgevingsvisie (POVI), en de Omgevingsverordening Limburg 2014 (OvL2014). Het gemeentelijke beleid is ontleend aan de 'Strategische visie 2030', 'Ruimtelijke Structuurvisie' en de 'Woonvisie 2016-2021'.
4.1
Rijksbeleid
4.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Voorsorterend op de inwerkingtreding van de Omgevingswet is op 11 september 2021 de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld. Met de NOVI biedt het Rijk een duurzaam toekomstperspectief voor onze leefomgeving. Met ruim 17 miljoen mensen op ruim 41.000 m2 is het belangrijk goede keuzes te maken ten aanzien van ruimtebeslag, om Nederland over 30 jaar nog steeds een plek te laten zijn waar het goed wonen, werken en recreëren is. De NOVI richt zich op die ontwikkelingen waarin meerdere nationale belangen bij elkaar komen en keuzes in samenhang moeten worden gemaakt tussen de 21 nationale belangen die in de NOVI worden onderscheiden. De belangrijkste keuzes zijn: De inpassing van duurzame energie(opwekking) met oog voor omgevingskwaliteit. Het bieden van ruimte voor een overgang naar een circulaire economie. Woningbouw faciliteren in een stedelijk netwerk van gezonde en groene steden. Landgebruik meer in balans laten zijn met natuurlijke systemen. Het realiseren van deze wensen, het benutten van kansen en het oplossen van knelpunten vraagt om samenwerking tussen overheden. Zowel bij nationale vraagstukken als bij gebiedsgerichte regionale opgaven. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) richt zich op onderstaande vier prioriteiten.
Deze onderwerpen hebben onderling veel met elkaar te maken en ze hebben gevolgen voor hoe de fysieke leefomgeving wordt ingericht. De Nationale Omgevingsvisie helpt bij het maken van de noodzakelijke keuzes. 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland is in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust. We reserveren voldoende ruimte voor toekomstige waterveiligheidsmaatregelen. We maken de energie-infrastructuur geschikt voor duurzame energiebronnen en reserveren daarvoor ruimte. We passen duurzame energie in met oog voor de kwaliteit van de omgeving en combineren deze zo veel mogelijk met andere functies, zoals zonnepanelen op daken en clustering van windmolens. Voor de inpassing van duurzame energie op land worden regionale energiestrategieën opgesteld. 2. Duurzaam economisch groeipotentieel De Nederlandse economie verandert van karakter en is in 2050 geheel circulair en de broeikasgasemissies zijn dan met 95% gereduceerd, met 55% reductie als beoogd tussendoel in 2030. We zetten in op optimale (inter)nationale bereikbaarheid van steden en economische kerngebieden in het Stedelijk Netwerk Nederland. Overheden investeren in een aantrekkelijke, gezonde en veilige leefomgeving in steden en regio's en bevorderen een aantrekkelijk vestigingsklimaat.
bestemmingsplanMaasdal Velden; Paaweg 4
17
3. Sterke en gezonde steden en regio's We versterken het Stedelijk Netwerk Nederland door de ontwikkeling van de stedelijke regio's te ondersteunen en te zorgen voor goede onderlinge en externe verbindingen. Verstedelijking koppelen we aan de ontwikkeling van de (ov-) infrastructuur en vindt plaats in de regio's waar er vraag is. Het Rijk hanteert een integrale verstedelijkingsstrategie. Dit is een samenhangende aanpak van wonen, werken, mobiliteit, gezondheid, veiligheid en leefomgevingskwaliteit. Zo kunnen steden zich duurzaam ontwikkelen. Verstedelijking vindt geconcentreerd plaats in de regio. Toe te voegen nieuwe woon- en werklocaties worden zorgvuldig en op efficiënte wijze ingepast met oog voor beschikbare ruimte en mobiliteit. Het woningaanbod in de regio's sluit aan bij de vraag naar aantallen en typen woningen, woonmilieus en prijsklasse. We richten de leefomgeving zo in dat deze een actieve, gezonde leefstijl en maatschappelijke participatie bevordert. We verbeteren de luchtkwaliteit, zodat in 2030 wordt voldaan aan de advieswaarden van de Wereldgezondheidsorganisatie. We versterken het aanbod en de kwaliteit van het groen in de stad en verbeteren de aansluiting op het groene gebied buiten de stad. Een natuurinclusieve ontwikkeling van de stedelijke regio's en natuurinclusief bouwen zijn het uitgangspunt. We richten steden en regio's klimaatbestendig in.
Het stedelijke mobiliteitssysteem levert een goede bereikbaarheid op. De auto, het ov, fietsen en lopen zijn onderling verknoopt. Het systeem draagt zo bij aan een gezonde leefomgeving en een gezonde leefstijl. Voor gebieden buiten het Stedelijk Netwerk Nederland, die liggen aan de grens van het land en/of waar vraagstukken rond bevolkingsdaling spelen, ontwikkelen de overheden gezamenlijk een integrale gebiedsgerichte aanpak.https://www.dropbox.com/t/kplybdBtjIQZbswI 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Unieke landschappelijke kwaliteiten worden versterkt en beschermd. Nieuwe ontwikkelingen in het landelijk gebied voegen landschapskwaliteit toe. Omgevingsbeleid wordt landschapsinclusief. Met betrekking tot het planvoornemen zijn er weinig directe en concrete raakvlakken tussen deze visies en onderhavig plan, anders dan de meer algemene uitgangspunten ten aanzien van een veilige en gezonde leefomgeving, duurzaam ruimtegebruik, etc. Op deze onderwerpen wordt in navolgende paragrafen en hoofdstukken nader ingegaan. In paragraaf 4.1.5 wordt nader ingegaan op de ladder voor duurzame verstedelijking. 4.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Het Barro voorziet in de juridische borging van het nationale ruimtelijke beleid.
Het bevat regels die de beleidsruimte van andere overheden ten aanzien van de inhoud van ruimtelijke plannen inperken, daar waar nationale belangen dat noodzakelijk maken. Navolgende onderwerpen met nationaal belang zijn opgenomen in het Barro en de eerste aanvulling (Stb. 2012, nr. 388): Project Mainportontwikkeling Rotterdam; kustfundament en de daarbuiten gelegen primaire waterkeringen; grote rivieren en rijksvaarwegen en de veiligheid daarom heen; toekomstige rivierverruiming van de Maastakken; Waddenzee en waddengebied, en IJsselmeergebied; verstedelijking in het IJsselmeer; defensie;
18
bestemmingsplanMaasdal Velden; Paaweg 4
erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde; hoofdwegen en landelijke spoorwegen; elektriciteitsvoorziening; ecologische hoofdstructuur. 4.1.3 Beleidsregel grote rivieren Het thema grote rivieren, waar titel 2.4 van het Barro betrekking op heeft, vormt een implementatie van de Beleidsregels grote rivieren. In 1996 is de Beleidslijn Ruimte voor de Rivier tot stand gekomen. De doelstelling van de Beleidslijn is om de beschikbare afvoer- en bergingscapaciteit van het rivierbed te behouden en ontwikkelingen tegen te gaan die de mogelijkheid tot rivierverruiming door verbreding en verlaging nu en in de toekomst feitelijk onmogelijk maken. In 1997 is deze beleidslijn gewijzigd. Bij besluit van 4 juli 2006 is de beleidslijn opnieuw herzien en is haar naam gewijzigd in Beleidslijn Grote Rivieren. Deze herziening bestond uit twee onderdelen: eenbeleidsbrief en de beleidsregels. De Beleidsregels grote rivieren bieden een kader voor de beslissing omtrent de toelaatbaarheid vanuit rivierkundig opzicht bezien dat nodig is voor het verkrijgen van een vergunning op grond van de Waterwet/Waterbesluit. Via het Barro is geborgd dat ook bij ruimtelijke planvorming de toelaatbaarheid vanuit rivierkundig opzicht in de afwegingen wordt betrokken.
Onderhavig planvoornemen maakt onderdeel uit van het Maasdal Velden-project, dat per saldo een forse afname van de bebouwing in het rivierbed van Maas oplevert. De beleidsregels grote rivieren c.q. het bepaalde in het Barro op dit punt is in onderhavig bestemmingsplan geborgd door het opnemen van dubbelbestemmingen voor het stroomvoerend rivierbed van de Maas. Het project Maasdal Velden en onderhavig planvoornemen op zichzelf beschouwd, leveren per saldo meer ruimte op voor de rivier op een rivierkundig bezien aanvaardbare locatie, waardoor het planvoornemen doorgang kan vinden op basis van artikel 6, onderdeel d van de Beleidsregel Grote rivieren. Op basis van het voorgaande wordt geconcludeerd dat het Barro geen belemmeringen vormt voor onderhavig planvoornemen. 4.1.4 Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) Naast het Barro is ook de Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) in werking getreden. In het Barro is bepaald dat bij ministeriële regeling verschillende militaire terreinen, gebieden, objecten en zones worden aangewezen, waar gemeenten bij de vaststelling van bestemmingsplannen rekening mee moeten houden. In de Rarro wordt daar uitvoering aan gegeven. 4.1.5 Ladder voor duurzame verstedelijking De structuurvisie streeft een zorgvuldige en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke plannen na.
Hiertoe is in de structuurvisie een ladder voor duurzame verstedelijking ontwikkeld. De invulling van deze ladder wordt overgelaten aan de gemeenten en provincies. Zolang de ontwikkeling de rijksbeleidsdoeleinden niet frustreert, is er een grote mate van vrijheid voor de decentrale overheden. De zogenaamde 'ladder voor duurzame verstedelijking' is opgenomen in artikel 3.1.6, tweede lid, Besluit ruimtelijke ordening en luidt als volgt: De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Onderhavige planontwikkeling voorziet in het slopen van de bestaande bedrijfsbebouwing op de locatie Paaweg 4 te Velden en het realiseren van een nieuwe vrijstaande woning op de locatie Arenborgweg ong. te Venlo. Uit jurisprudentie (o.a. uitspraak Raad van State d.d. 16 september 2015, 201501297/1/R4) blijkt dat het
bestemmingsplanMaasdal Velden; Paaweg 4
19
realiseren van maximaal 11 woningen niet wordt gezien als een stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i, Bro. Omdat voorliggende planontwikkeling ziet op het realiseren van slechts één nieuwe woning, wordt deze ontwikkeling niet beschouwd als een stedelijke ontwikkeling zodat artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro niet van toepassing is. 4.1.6 Conclusie Rijksbeleid De beoogde planontwikkeling levert geen strijd op met de Nationale Omgevingsvisie, het Barro en de Rarro. Het Rijksbeleid is niet aan de orde, omdat sprake is van een kleinschalige ontwikkeling en er geen onderwerpen vanuit de Nationale Omgevingsvisie en Barro op het plangebied van toepassing zijn. Ook gelden er vanuit de Rarro geen beperkingen ten aanzien van het planvoornemen.
4.2
Provinciaal beleid
4.2.1 Omgevingsvisie Limburg (POVI) Op 1 oktober 2021 hebben Provinciale Staten van Limburg de Omgevingsvisie Limburg vastgesteld, met inachtneming van de aanvaarde amendementen. De Omgevingsvisie Limburg vervangt de Omgevingsvisie POL 2014. De Omgevingsvisie is een strategische en lange termijn (2030-2050) visie op de fysieke leefomgeving en beschrijft onderwerpen zoals wonen, infrastructuur, milieu, water, natuur, landschap, bodem, ruimtelijke economie, luchtkwaliteit en cultureel erfgoed. Daarnaast worden ook de aspecten gezondheid, veiligheid en een gezonde leefomgeving in de Omgevingsvisie meegenomen. In het POVI is het plangebied aan de Paaweg 4 te Velden gelegen in de zone 'Groenblauwe mantel'. Vanuit beleidsmatig oogpunt in relatie tot voorliggende planontwikkeling is geen sprake van relevante wijzigingen. Over de 'Groenblauwe mantel' is in het POVI het volgende opgenomen. Groenblauwe mantel In de zone 'Groenblauwe mantel' worden goede combinatiemogelijkheden gezien van duurzame vormen van land- en tuinbouw en meer ruimte voor de beken en de Maas, de biodiversiteit en de kernkwaliteiten van het landschap. Deze kernkwaliteiten betreffen het groene karakter, het visueel-ruimtelijk karakter, het cultuurhistorisch erfgoed, het reliëf en ruimte voor water en waterberging in laagten en beekdalen .
20
bestemmingsplanMaasdal Velden; Paaweg 4
Uitsnede kaart 'Limburgse principes' POVI met ligging plangebied in Groenblauwe mantel Het plangebied aan de Arenborgweg ong. te Venlo is gelegen binnen de zonering 'Buitengebied'.
Uitsnede kaart 'Limburgse principes' POVI met ligging plangebied Arenborgweg ong. in 'Buitengebied' Buitengebied Het buitengebied betreft de landelijke gebieden op de Zuid-Limburgse plateaus en op de hogere zandgronden
bestemmingsplanMaasdal Velden; Paaweg 4
21
in Noord- en Midden-Limburg, samen zo'n 85.000 hectaren groot. Vergeleken met Noord- en Midden-Limburg zijn er in Zuid-Limburg minder mogelijkheden voor intensieve vormen van grondgebruik op de plateaus. Dit komt door de aard van de ondergrond en de aanwezige omgevingskwaliteiten. Op de hogere zandgronden van Noord- en Midden-Limburg is, rekening houdend met de natuurlijke omstandigheden en de ruimteclaims vanuit verschillende transitieopgaven, een breed scala aan grondgebruiksvormen mogelijk. Voorliggende planontwikkeling wordt niet belemmerd door de beleidsuitgangspunten van de provincie Limburg. 4.2.2 Omgevingsverordening Limburg 2014 (OvL2014) Naast de indeling in zoneringen is tevens sprake van diverse provinciale beschermingsgebieden, waartoe op grond van de Omgevingsverordening Limburg 2014 specifieke regelgeving geldt. Onderhavig plangebied aan de Paaweg 4 te Velden respectievelijk de Arenborgweg ong. te Venlo is gelegen binnen het gebied 'Venloschol'.
Uitsnede kaart 'milieubeschermingsgebieden' Omgevingsverordening Limburg 2014 met ligging plangebied Paaweg 4
22
bestemmingsplanMaasdal Velden; Paaweg 4
Uitsnede kaart 'milieubeschermingsgebieden' Omgevingsverordening Limburg 2014 met ligging plangebied Arenborgweg ong. In artikel 4.4.2 van de 'Omgevingsverordening Limburg' wordt aangegeven dat het in het gebied 'Venloschol' verboden is om binnen en buiten inrichtingen beneden 5 meter boven NAP een boorput te maken of te hebben, de grond te roeren, een gesloten bodemenergiesysteem of aardwarmtesysteem te maken of te hebben of werken op of in de bodem uit te voeren of te doen uitvoeren waarbij ingrepen worden verricht of stoffen worden gebruikt die de beschermende werking van slecht doorlatende bodemlagen kunnen aantasten. Het planvoornemen gaat niet gepaard met dergelijke activiteiten waardoor de zone 'Venloschol' geen belemmeringen vormt voor onderhavige ontwikkeling. 4.2.3 Ontwerp Omgevingsverordening Limburg (2021) Met de komst van de Omgevingswet is een nieuwe omgevingsverordening nodig die past binnen de kaders en het instrumentarium van de Omgevingswet. De ontwerp Omgevingsverordening Limburg 2021 treedt in werking op het moment dat de Omgevingswet in werking treedt, namelijk 1 januari 2024. Hoewel het ontwerp van de Omgevingsverordening Limburg (2021) hoofdzakelijk een beleidsneutrale omzetting van de Omgevingsverordening Limburg 2014 is, staan er enkele nieuwe of inhoudelijk aanmerkelijk gewijzigde onderwerpen in.
Het gaat hier om instructieregels aan gemeenten op het gebied van wonen, zonne-energie, na-ijlende effecten van de steenkoolwinning en huisvestingsnormen voor internationale werknemers. Provinciale Staten hebben de nieuwe Omgevingsverordening vastgesteld in de vergadering van 17 december 2021. Omdat deze Omgevingsverordening is gebaseerd op de Omgevingswet kan deze niet eerder in werking treden dan de Omgevingswet zelf. Wanneer de Omgevingswet in werking treedt, zal de Omgevingsverordening Limburg ook van kracht worden en de Omgevingsverordening uit 2014 vervangen.
bestemmingsplanMaasdal Velden; Paaweg 4
23
4.2.4 Conclusie provinciaalbeleid Gelet op vorenstaande uiteenzetting van het vigerende provinciale beleid, bestaan er geen belemmeringen met betrekking tot voorliggende planontwikkeling.
4.3
Regionaal beleid
4.3.1 Regionale Woonvisie Noord-Limburg 2020-2024 De Regionale Woonvisie Noord-Limburg 2020-2024 geeft richting aan het woonbeleid voor de komende 4 jaar. Deze visie is door 8 Noord-Limburgse gemeenten in gezamenlijkheid opgesteld. Binnen de Regionale Woonvisie zijn een aantal vraagstukken c.q. opgaven geformuleerd. Een daarvan is de mismatch woningvoorraad en toekomstige bevolkingssamenstelling. Voor Ruimte voor Ruimte geldt dat de provincie een verbreding heeft gemaakt in de regeling. Er wordt ook ruimte geboden voor andere woonvormen die beter aansluiten bij de behoefte. Ook is er een mogelijkheid om andere verdienmodellen te verkennen. De regio onderschrijft deze verbreding. Zo ontstaan er mogelijkheden om Ruimte voor Ruimte in te zetten voor de kwalitatieve woonopgaven van de regio. Vragen vanuit de provincie om in het kader van Ruimte voor Ruimte woningbouw mogelijk te maken, zullen in de regio kwalitatief beoordeeld worden op eenzelfde wijze waarop ook andere woningbouwplannen beoordeeld worden. Uitgangspunt is immers dat de woningen die toegevoegd worden ook moeten voorzien in een woonbehoefte. De betrokken gemeenten in de regio Noord Limburg hebben gekozen om met een zogenaamde kwalitatieve richtlijn te werken. In de regio hebben we uitgangspunten geformuleerd waaraan alle bouwplannen moeten voldoen die binnen de kwalitatieve richtlijn vallen.
De geldende uitgangspunten voor de kwalitatieve richtlijn luiden als volgt: toevoegen van woningen in principe alleen in de kernen; koppelkansen; toevoegen van woningen leidt niet tot het vergroten van het kwetsbare woningoverschot; het type toe te voegen woning moet passen binnen de kwalitatieve behoefte; streven naar sociaal duurzame woonconcepten; aansluiting zoeken op de duurzaamheidsdoelen die landelijk, regionaal en lokaal gesteld zijn. Het beoogde woningbouwproject voldoet grotendeels aan deze uitgangspunten. Het plangebied ligt weliswaar binnen het bestemmingsplan ‘Buitengebied’, maar de locatie is gelegen buiten de bebouwde kom. Tevens wordt op onderhavige locatie aan de Arenborgweg ong. te Venlo een nieuwe woning gerealiseerd ter compensatie voor het beëindigen van de agrarische bedrijfsactiviteiten op de locatie Paaweg 4 te Velden. Het woningtype dat door dit project gerealiseerd wordt (ruime, vrijstaande, landelijke woning op een ruim en intensief landschappelijk ingepast perceel) past binnen het gebied ’t Ven. Dit soort exclusieve woningen in een landgoedachtige setting hoort tot het hogere segment van de woningmarkt. 4.3.2 Conclusie regionaal beleid Voorliggende planontwikkeling is in overeenstemming met het regionaal beleid.
24
bestemmingsplanMaasdal Velden; Paaweg 4
4.4
Gemeentelijk beleid
4.4.1 Strategische visie 2040 De gemeenteraad van Venlo heeft op 26 mei 2021 de 'Strategische visie Venlo 2040' vastgesteld. Hiermee is de Strategische visie Venlo 2030 geactualiseerd. Deze Strategische visie is een belangrijk beleidsdocument, waarin de hoofdrichting staat beschreven van de door de gemeente(raad) gewenste toekomstige ontwikkeling van de stad als geheel. Deze hoofdrichting heeft echter een abstract karakter en dient nader te worden geconcretiseerd in tactische beleidsdocumenten. In de nieuwe strategische visie- zijn nieuwe opgaven toegevoegd zoals (de voortgaande) digitalisering, duurzaamheid, energie en klimaat. Als leidraad voor het bestaande ‘stedelijk’ beleid staat de strategische koers echter nog steeds recht overeind: het zijn van een vitale (in omvang) licht groeiende gemeenschap met voldoende koopkracht om onze voorzieningen in stand te houden, om de economie draaiende te houden. In de Strategische visie wordt het volgende toekomstbeeld voor het Venlo van 2040 geschetst: “Thuis in Venlo Er wordt ingezet op bescheiden groei van het aantal inwoners. Het aantal Venlonaren met een niet-Venlose oorsprong zal toenemen vanwege de aantrekkingskracht van onze economie. Internationale medewerkers, kenniswerkers en studenten vragen om aantrekkelijke woonmilieus en voorzieningen.
Door de toename van het aantal huishoudens vraagt dit om passende woonruimte voor alle doelgroepen, met name de doelgroepen die ondervertegenwoordigd zijn. Woningbouw vindt vooral plaats binnen de huidige stedelijke contouren. De woningvoorraad zal een kwaliteitsslag moeten maken gelet op de noodzakelijke verduurzaming. Verdergaande informatisering zorgt voor grotere verschillen binnen de gemeenschap. Elkaar ontmoeten krijgt andere vormen. De openbare ruimte en onze voorzieningen vervullen daarin een belangrijke rol. Digitalisering en domotica zal een belangrijke rol vervullen bij het langer dan voorheen thuis wonen van inwoners die zorg nodig hebben. De overheid garandeert een fatsoenlijk basisniveau van voorzieningen. De overheid en inwoners moeten bescheiden zijn in hun verwachtingen over en weer. Ruimte voor initiatieven De binnenstad heeft in 2040 een andere aanblik. Deze is groener geworden, beken zijn zichtbaar en nog meer een aantrekkelijk woon- en verblijfsgebied met aantrekkelijke voorzieningen. Ook in de wijken en dorpen is ontsteend en hebben is er werk gemaakt van de klimaatopgave gecombineerd met een impuls om een kwaliteitsslag in de openbare ruimte te maken. De klimaatopgaven hebben geleid tot een andere samenstelling van energiebronnen. Landbouwgrond heeft hierdoor deels een andere invulling gekregen, desondanks zijn de opbrengsten gegroeid.
De ruimte tussen de kernen worden opengehouden en wordt gebruikt voor landbouw, recreatieve en toeristische functies. Natuurwaarden zijn versterkt in combinatie met energieopwekking en klimaatadaptatie. Ruimtelijke ontwikkelingen hebben ertoe bijgedragen dat er aan de westoever een stadsdeel is ontstaan dat aanvullend is op de historische stadskern. In de dorpskernen hebben gerichte investeringen bijgedragen aan unieke en kwalitatieve hoogwaardige dorpse woonmilieus. Werken in Venlo In de toekomst bevindt Venlo zich op een sleutelpositie binnen het Europese economische kerngebied. De opkomst van China als economische grootmacht en handelspartner heeft geleid tot een strategische heroriëntatie. Het logistieke belang van Venlo is gegroeid door digitalisering en robotsering. Er wordt binnen de logistiek ingezet op vergroting van de toegevoegde waarde. En dat geldt ook voor de toegevoegde waarde die Venlo biedt op het gebied van voedselproductie en gezonde
bestemmingsplanMaasdal Velden; Paaweg 4
25
voeding. De Brightlands Campus Greenport Venlo heeft haar vleugels uitgeslagen en er vindt fundamenteel en toegepast onderzoek plaats. Met een aanzienlijke economische spin-off als gevolg. Daarmee is het economisch fundament, dankzij de sterke basis op het gebied van de maakindustrie, logistiek en agribusiness, verder verbreed. Meer economie en minder beroepsbevolking biedt ook kansen voor diegenen die in het verleden minder gemakkelijk aan betaald werk konden komen. We hebben ontdekt dat menselijk kapitaal schaarser is geworden en er zorgvuldig mee moet worden omgegaan. Een keur aan instrumenten en arrangementen hebben het in Venlo mogelijk gemaakt om zoveel mogelijk inwoners de kans te bieden op betaald werk, passend bij de mogelijkheden van zowel de werkgever als werknemer Grenzeloos Wat betreft onze grensligging is het (relatieve) gemak toegenomen waarmee over en weer gebruik wordt gemaakt aan beide zijden van de grens van elkaars kwaliteiten en profiteren van elkaars aanwezigheid. De stedelijke en regionale programmering op een breed scala aan onderwerpen is veel hechter geworden. Gezondheid De ambitie om de Gezondste regio te zijn heeft geleid tot een breed aanbod aan economische activiteiten die hieraan invulling geven. Gezonde voeding en een gezonde levensstijl hebben gemaakt dat niet alleen onze economie, maar vooral ook onze inwoners hebben geprofiteerd.
Onze vrijetijdseconomie heeft mede daardoor een stevige impuls gekregen. Venlo is niet alleen omwille van haar historie, winkelaanbod en ligging de moeite van het bezoeken waard, maar ook door de mogelijkheden om te kunnen wandelen, te kunnen fietsen, te kunnen ontspannen en te genieten van al het goede en lekkers dat specifiek in onze regio aan voeding wordt geproduceerd. Rol van de gemeente Venlo In de toekomst is de gemeente in staat op basis van ervaring een onderscheid te maken tussen de verschillende vormen die er bestaan tussen loslaten enerzijds en overnemen anderzijds. De gemeentelijke organisatie heeft ook een transformatie doorgemaakt. Digitalisering heeft het mogelijk gemaakt dat iedere inwoner, op ieder moment van de dag, snel zijn gegevens kan inzien en van onze dienstverlening gebruik kan maken.”
Ten aanzien van woningbouw wordt in de 'Strategische visie 2040' aangegeven dat de groei van het aantal inwoners en het (verder) afgenomen aantal personen per huishouden ertoe heeft geleid dat het aantal huishoudens en de behoefte aan woonruimte binnen de gemeente Venlo is toegenomen. In dat verband is van belang dat er binnen de gemeente Venlo voor iedereen, mede afhankelijk van het beschikbare inkomen of levensfase, iets passends te vinden is. Woningbouw heeft ruimtelijk gezien gedifferentieerd over de gemeente plaats gevonden, waarbij Venlo heeft gebouwd naar behoefte. Voor groepen inwoners die (wat betreft woningaanbod) relatief ondervertegenwoordigd waren, maar ook voor ouderen die langer dan in het verleden zelfstandig thuis wonen. Daarbij is met name gekeken naar (door functiewijziging) vrijgekomen terreinen (o.a. sport) en het voorkomen van ruimtelijke segregatie op basis van woningtypen. Daarnaast heeft een deel van de woningvoorraad een kwaliteitsslag gemaakt, mede tegen de achtergrond van de noodzakelijke verduurzaming. Op basis van bovenstaande uiteenzetting wordt geconcludeerd dat de strategische visie ziet op het beschikken over een gedifferentieerde bevolkingsopbouw. Daarnaast wordt beoogd om juist die woningbouwplannen mogelijk te maken waar daadwerkelijk behoefte aan is en op locaties waar dit passend wordt geacht.
Onderhavige ontwikkeling ziet op slopen van een tuinbouwkas en het creëren van een nieuwe bouwkavel.
26
bestemmingsplanMaasdal Velden; Paaweg 4
4.4.2 Ruimtelijke Structuurvisie Venlo 2014 De gemeenteraad van de gemeente Venlo heeft op 25 juni 2014 de 'Ruimtelijke Structuurvisie' vastgesteld. De Ruimtelijke Structuurvisie moet worden aangemerkt als een logisch voortvloeisel van de Strategische Visie 2040. Deze Ruimtelijke Structuurvisie geeft in hooflijnen het ruimtelijk beleid voor de hele gemeente Venlo weer, voor zowel stad als land. Concreet komt in deze structuurvisie naar voren hoe de gemeente haar omgeving in de komende jaren wil inrichten, bebouwen en gebruiken. In de Ruimtelijke Structuurvisie Venlo zijn niet de regels, maar de ambities en opgaven het uitgangspunt. Nieuwe initiatieven worden in de toekomst nadrukkelijker beoordeeld op het maatschappelijk rendement. Dit rendement wordt bepaald door de mate waarin ontwikkelingen bijdragen aan het bereiken van de ambities van Venlo die zijn vastgelegd in de Strategische Visie 2040. De ruimtelijke structuurvisie is verdeeld in vijf thema's, de zogenaamde 'majeure opgaven'. Daarnaast zijn er drie aandachtspunten geformuleerd die op elke ruimtelijke beslissing van toepassing zijn, de 'basisprincipes'. Majeure opgaven: Drukte in het ommeland: het contrast tussen buitengebied en stedelijk gebied verscherpen door het buitengebied ook daadwerkelijk als buitengebied te behandelen.
Dit betekent het combineren van meerdere functies, zoals landbouw, recreatie, waterberging en natuurontwikkeling; Ruimte in de stad: het contrast tussen buitengebied en stedelijk gebied verscherpen door de beschikbare ruimte in bestaand stedelijk gebied maximaal te benutten; Leven met de Maas: ruimte geven aan de rivier en haar beken om te anticiperen op klimaatverandering; Voorzieningen op maat: zorgen voor vitale en toekomstbestendige voorzieningenclusters die aansluiten bij de reële behoefte van de samenleving; Robuuste structuren: werken aan een weerbare infrastructuur voor personen- en goederenvervoer. Daarnaast vraagt het gebruik van de ondergrond en het opwekken van schone energie steeds meer aandacht. Naast deze 'majeure opgaven' wordt er uitgegaan van drie basisprincipes, aandachtspunten die van toepassing zijn op elk ruimtelijk initiatief. Dit betekent concreet dat een initiatief als kansrijker wordt beschouwd als: het de uitgangspunten van Cradle to Cradle (C2C) als vertrekpunt hanteert; de vraag wordt gesteld wat het betrekken van (Duitse) regiogemeenten kan betekenen; het zelf georganiseerd draagvlak geniet. In het stedelijk gebied (inclusief stads- en dorpsranden) is door hergebruik, multifunctioneel gebruik en slim slopen nog voldoende ruimte aanwezig of te creëren om nieuwe initiatieven een plaats te geven.
Door middel van het toevoegen van woningen in wijken (‘verdichten’) kan draagvlak behouden worden voor wijk- en buurtvoorzieningen, blijft vastgoed langer bruikbaar, worden gebieden veiliger en kan efficiënter worden omgegaan met energie en vervoer. Dit is nodig om toekomstbestendige en leefbare kernen en wijken te creëren. Daarnaast wil de gemeente ‘nee’ zeggen tegen ontwikkelingen die slechts leiden tot een uitbreiding van het stedelijk gebied in plaats van tot een kwaliteitsverbetering van het bestaand stedelijk gebied. Op basis van de structuurvisie bestaat een positieve grondhouding ten opzichte van transformatie van terreinen die hun (economische) functie verloren hebben of gaan verliezen. Bovendien markeert deze visie ’t Ven Oost als een cultuurhistorisch waardevol gebied en een kwelzone met hoge ecologische en waterhuishoudkundige waarden. Daarnaast kreeg de locatie ’t Ven Oost een bijzondere positie als ontwikkelzone ‘low profile’ binnen de contour van bestaand stedelijk en dorpsgebied. Hierin is destijds een transformatie voorzien van verouderd glastuinbouwgebied naar een mix van wonen (met een
bestemmingsplanMaasdal Velden; Paaweg 4
27
landelijk karakter en in lage dichtheid), kleinschalig werken en recreatie, cultuurhistorie, water, natuur en glastuinbouw. De transformatie heeft het onderliggende landschap en de bijzondere kwaliteiten van het gebied als vertrekpunt. Door de tuinbouwkas op de locatie Paaweg 4 te slopen wordt de locatie in maatschappelijk oogpunt opgewaardeerd en wordt een toekomstbestendige invulling aan de locatie gegeven. Met onderhavige ontwikkeling wordt dan ook in overeenstemming gehandeld met de 'Ruimtelijke Structuurvisie Venlo 2014'. 4.4.3 Woonvisie 2021-2026 In de 'Woonvisie 2021-2026' komt naar voren dat de bevolking van Venlo vergrijst, ontgroent (meer ouderen en minder jongeren) en individualiseert. Er komen daardoor meer één- en tweepersoonshuishoudens. Er wordt daarmee nog tot 2030 een lichte toename in de woningvraag verwacht, waarna de woningvraag tussen 2030 en 2050 met 6% zal afnemen. Om negatieve effecten van de bevolkingsdaling en huishoudensdaling (zoals leegstand en verloedering) op termijn voor te kunnen blijven, wordt in de gemeente Venlo ingezet op twee prioritaire beleidslijnen: 1. 2.
Het versterken van het stedelijk profiel van Venlo door een accent te leggen op verdichting in en rond het centrum; Een transformatieopgave in de wijken die verder van het centrum liggen door een gerichte verdunning op termijn en toevoeging van ruimtelijke kwaliteit in de woonwijken, zowel gericht op koop- als huurwoningen.
Met vaststelling van de Woonvisie Venlo 2021-2026 schept de gemeenteraad van Venlo de kaders en randvoorwaarden voor een toekomstbestendige woningvoorraad in de stad. De Woonvisie bestaat uit drie hoofdthema’s die nader worden uitgewerkt: De belangrijkste opgaven hierbij zijn: Robuuste woningvoorraad Hiermee wordt een toekomstbestendige woningvoorraad bedoeld, met aandacht voor de bestaande woningvoorraad en nieuwbouw. De opgaven om te verduurzamen wordt gekoppeld aan de aanpak van de bestaande woningvoorraad. Met woningbouw kan een bijdrage worden geleverd aan de aanpak van plekken die transformatie behoeven in Venlo. Beschikbaarheid en betaalbaarheid woningvoorraad Een belangrijke opgave is het beschikbaar en betaalbaar houden van de woningvoorraad. In tijden van een krappe woningmarkt staan beiden onder druk. Naast de regulier woningzoekenden en nieuwe doelgroepen die de gemeente aan Venlo wil binden, is er aandacht voor doelgroepen voor wie het minder vanzelfsprekend is een plek te vinden op de Venlose woningmarkt. Voldoende kwalitatief aanbod op het gebied van wonen en zorg In de woonvisie wordt de koers uitgezet als het gaat om wonen en zorg. Hierbij is oog voor de verschillende doelgroepen en de opgave voor de komende jaren een passend woningaanbod aan te (blijven) bieden.
Met betrekking tot onderhavig planvoornemen staat voorop dat de beoogde woning zowel qua doelgroep als qua hoogwaardige woningkwaliteit aansluit bij de kaders die in de Woonvisie 2016-2021 worden geschetst.
28
bestemmingsplanMaasdal Velden; Paaweg 4
4.4.4 Dynamische Woningbouwprogrammering De dynamische woningbouwprogrammering (DWP) is een lokaal uitvoeringsinstrument, waarmee de gemeente Venlo invulling geeft aan de woningbouwkaders uit de Woonvisie 2016-2021 en de Strategische Visie Venlo 2040. De DWP heeft als doel de beleidslijnen uit bovengenoemde bestuursdocumenten te verfijnen naar de feitelijke situatie en af te stemmen op de actuele vraag. In de DWP wordt ingezet op een betere fasering van de woningbouw initiatieven. Het DWP is dus een instrument om een fasering en onderscheid in de voorgenomen woningbouwontwikkelingen aan te brengen. Hierbij wordt gekeken naar drie elementen als het gaat om de planvoorraad (initiatieven): mate van gebondenheid, financiële betrokkenheid/risico's gemeente en doelen van de stad. De schifting wordt gemaakt door te kijken naar de mate van gebondenheid (juridische status). Binnen de mate van gebondenheid zijn drie categorieën te onderscheiden, per categorie is aangegeven hoe met de initiatieven en plannen omgegaan wordt: Categorie 1. In aanbouw/ omgevingsvergunning / bestemmingsplan Het gaat hier om harde plannen die al in uitvoering zijn, of een omgevingsvergunning hebben of waarbij het bestemmingsplan onherroepelijk is. Aan deze plannen zal gemeente Venlo gewoon medewerking (blijven) verlenen.
Vanuit de gemeente wordt niet actief gestuurd op een eventuele verandering van het programma of een andere fasering. Bijstelling van het programma in kwantitatieve en kwalitatieve zin of fasering is mogelijk na overleg. Categorie 2. In voorbereiding (SOK/ROK) Bij deze plannen bestaat een mate van gebondenheid. Er liggen overeenkomsten aan ten grondslag, bekrachtigd door tenminste een B&W besluit. Per plan kan de mate van gebondenheid verschillen en dit bepaalt de vrijheid die de gemeente heeft nog te sturen in programma en fasering. Voor deze plannen staat onderling gesprek centraal, om te komen tot een kwantitatieve en kwalitatieve bijstelling en/of aanpassing van de fasering op basis van de actuele marktsituatie. Categorie 3. Ontwikkellocatie (geen afspraken) Dit zijn initiatieven waar nog geen afsprakenkader onder ligt. Gemeente is hier niet gebonden aan het plan en heeft dus nog de vrijheid om te beslissen over eventuele medewerking, het programma en fasering.
Rekening houdend met voorgaande uiteenzetting behoort onderhavige ontwikkeling tot categorie 2. 4.4.5 Conclusie gemeentelijk beleid Gelet op het vorenstaande uiteenzetting van het gemeentelijke beleid wordt geconcludeerd dat onderhavige planontwikkeling niet strijdig is met dit beleid.
bestemmingsplanMaasdal Velden; Paaweg 4
29
30
bestemmingsplanMaasdal Velden; Paaweg 4
Hoofdstuk 5
Milieutechnische aspecten
Bij de realisering van een planontwikkeling moet in de eerste plaats rekening worden gehouden met aspecten uit de omgeving die een negatieve invloed kunnen hebben op het plangebied. Dit geldt omgekeerd ook voor de uitwerking die het project heeft op zijn omgeving. Voor de locatie zijn in dit hoofdstuk de milieuaspecten bodem, geluid, milieuzonering, luchtkwaliteit en externe veiligheid onderzocht.
5.1
Bodem
Indien sprake is van een planologische functiewijziging of het toevoegen van nieuwe verblijfsruimten, dient te worden bezien of de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ter plaatse geschikt is voor het voorgenomen gebruik. Paaweg 4 te Velden Ter plekke van onderhavige locatie is het bestemmingsplan 'Buitengebied' van kracht. Op de locatie geldt de bestemming 'Agrarische bedrijfsdoeleinden' evenals de aanduiding 'Glastuinbouwbedrijf'. Bovendien is op onderhavige locatie een bedrijfswoning aanwezig. Initiatiefnemer is voornemens om de agrarische bedrijfsactiviteiten te beëindigen en de bedrijfswoning met omliggende gronden in gebruik te nemen ten behoeve van reguliere woondoeleinden. Ten behoeve van onderhavige ontwikkeling heeft Aelmans Eco B.V. een historisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek verricht ter plaatse van onderhavig plangebied aan de Paaweg. De rapportage hiervan is bijgevoegd als Bijlage 2. Grond De hypothese "diffuus verdacht met twee verdachte deellocaties" wordt op basis van de onderzoeksresultaten verworpen voor de twee verdachte deellocaties. Het resterende terrein dient aan een aanvullend onderzoek te worden onderworpen. Grondwater De hypothese "onverdacht" wordt op basis van de onderzoeksresultaten verworpen. Echt de aangetroffen verontreinigingen zijn van dien aard, dat ze geen belemmeringen voor de voorgenomen bestemmingswijziging veroorzaken.
Voornoemde verontreinigingen kunnen veelal als gebiedseigen worden bestempeld. Asbest Aangezien het bedrijfsgebouw is voorzien van een regengoot met afvoer naar het riool en inpandig het gebouw is voorzien van een deugdelijke betonvloer, is er geen aanleiding om de locatie als verdacht voor asbest aan te merken. Zintuiglijk is tijdens het veldwerk geen asbestverdacht plaatmateriaal aangetoond. Wel is bij een boring 02 een zwakke bijmenging met puin aangetroffen. Aangezien bij overige boringen geen bijmenging zijn aangetroffen, is ervoor gekozen om geen onderzoek naar asbest in bodem te verrichten, aangezien dit niet de doelstelling van het verkennend onderzoek is. Resumé Uit de voorhanden zijnde historische informatie, is de locatie als "diffuus verdacht met 2 verdachte deellocaties" op de aanwezigheid van mogelijke bodemverontreinigingen aangemerkt. De twee verdachte deellocaties zijn onderzocht middels een verkennend bodemonderzoek. Op basis van het onderzoek kunnen we stellen, dat er geen verhogingen zijn aangetroffen die aan het voormalige gebruik kunnen worden gerelateerd. Daar bij het plaatsen echter puinbijmengingen zijn aangetroffen, is de bodem tevens verdacht op verontreiniging inclusief asbest. Verder dient de tuinbouwkas eveneens onderworpen te worden aan een verkennend onderzoek op basis van het gebruik van bestrijdingsmiddelen in het verleden.
Dit betekent, dat er aanvullend onderzoek dient te worden uitgevoerd voor de gehele locatie conform NEN5740 en NEN5707
bestemmingsplanMaasdal Velden; Paaweg 4
31
waarbij de bovengrond van de tuinbouwkas aanvullend op OCB dient te worden onderzocht. Voor asbest wordt in eerste instantie alleen het buitenterrein onderzocht en de kas, dit omdat de resterende bebouwing gehandhaafd blijft.
Op basis van het voorgaande is in artikel 4.4.4 van de planregels een voorwaardelijke verplichting voor het aspect bodem opgenomen. Daarin is bepaald dat het gebruiken van de locatie Paaweg 4 te Velden voor reguliere woondoeleinden en de daaraan grenzend gelegen agrarische gronden ten behoeve van agrarische doeleinden slechts mag plaatsvinden indien middels bodemonderzoek is aangetoond dat de gronden daarvoor vanuit milieuhygiënisch oogpunt geschikt zijn gemaakt. Arenborgweg ong. te Venlo Op de locatie Arenborgweg ong. te Venlo is het bestemmingsplan 'Buitengebied Venlo' van kracht. Op basis van dit bestemmingsplan is deze locatie bestemd tot 'Agrarisch met waarden'. Ten behoeve van onderhavige ontwikkeling wordt beoogd om ter plekke een agrarische bouwkavel te realiseren zodat ter plekke een vrijstaande woning kan worden opgericht. In het kader van deze ontwikkeling heeft Aelmans Eco B.V. een verkennend bodem- en asbestonderzoek verricht op onderhavige locatie. De rapportage hiervan is bijgevoegd als Bijlage 3. In de rapportage worden de volgende conclusies en aanbevelingen gedaan. Bovengrond De bovengrond c.q. toplaag is analytisch onderzocht in grondmengmonster 01. Uit de analyseresultaten van dit betreffende grondmengmonster blijkt, dat diverse concentraties OCB de achtergrondwaarden overschrijden, doch niet de bodemindex en/of interventiewaarden.
Van de standaard parameters uit het NEN-5740 pakket blijkt, dat geen van deze parameters de achtergrondwaarden overschrijden. De verhoogde gehalten met OCB zijn toe te schrijven aan het gebruik van het voormalig gebruik van onderhavig gebied als zijnde glastuinbouw. Vorenstaande impliceert, dat de bovengrond als licht verontreinigd beschouwd dient te worden. De lichte overschrijdingen zijn van dien aard, dat deze geen directe belemmeringen opleveren voor de beoogde bouwplannen. Ondergrond De ondergrond van dit perceel is analytisch onderzocht in grondmengmonster 02. Uit de analyseresultaten van dit betreffende grondmengmonster blijkt, dat geen van de onderzochte parameters de achtergrondwaarden (AW2000) overschrijden. Op basis van een indicatieve toetsing aan het Besluit bodemkwaliteit kan de ondergrond als klasse AW2000 grond bestempeld worden. Grondwater In het grondwater zijn overschrijdingen met xylenen, kobalt en barium aangetroffen. Deze aangetroffen concentraties overschrijden enkel de streefwaarden, doch niet de interventiewaarden. De concentratie nikkel overschrijdt de interventiewaarde. Formeel gezien geeft de aangetroffen concentratie nikkel in het grondwater, aanleiding tot een nader grondwateronderzoek, echter wordt dit niet zinvol geacht om de navolgende redenen: In de vaste bodem wordt geen verhoging aan nikkel aangetroffen.
Er zal derhalve geen sprake zijn van een bron op de locatie die in verband kan worden gebracht met de aangetoonde verontreiniging. Alhoewel voor Venlo geen lokale achtergrondwaarden voor het grondwater zijn vastgesteld, blijkt uit de nota bodembeheer van de gemeente Venlo dat zware metalen veelvuldig in het ondiepe grondwater worden aangetroffen. In het algemeen kan worden gesteld dat er in de regio lokaal verhoogde gehalten voorkomen zonder dat er een mogelijke bron in de directe omgeving aanwezig is. Verder brengt het aangetroffen gehalte in het grondwater geen humane risico's met zich mee in relatie tot de huidige en toekomstige situatie van het terrein.