CConstaterende datVenlo
Koppel je AI →
Document · PDF

041 bijl07 Zienswijze reclamant 1.pdf

Raadsvergadering 28 juni 2023, gemeente VenloBij agendapunt: 4.2: RV 41 Vaststelling bestemmingsplan supermarkt Kaldenkerkerweg Kraanvogelstraat Venlo4.051 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Stibbe

Amsterdem Bses Londen Lusemboug New York (geanonimiseerd) (geano im se rd)

Aan de raad van de gemeente Venlo Postbus 3434

Advocaten on notaissen

B(geanonimiseerd) Venio

(geanonimiseerd) O | (geanonimiseerd) (geanonimiseerd)

(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) e

(geanonimise rd) (geanonimiseerd) (geanoimserd)

(geanonimiseerd)

(geanonimiseerd)

(geanonimiseerd)

20 december

AANVULLENDE

2022

ZIENSWIJZE

inzake ontwerpbestemmingsplan "Supermarkt Kaldenkerkerweg - Kraanvogelstraat”

Geachte

Raad,

n

(geano(geanonimiseerd) nimise rd) E )

heb

ik

op

6

december

ontwerpbestemmingsplan

jl.

een

pro

"Supermarkt

forma

zienswijze

Kaldenkerkerweg

naar

-

voren

gebracht

Kraanvogelstraat"

over

het

_ (kenmerk

NL.IMRO.0983.BP202205KALDKRAAN-ON01,"ontwerpbestemmingsplan", zie bijlage 1). Dat

ontwerpbestemmingsplan lag met ingang van 27 oktober tot en met 7 december 2022 ter inzage.

Bij

(geanonimiseerd) brief van 13 december jl. is de ontvangst daarvan bevestigd en is Bverzocht om de zienswijze

nader te motiveren (bijlage 2). Hierbij wordt aan dat verzoek gevolg gegeven. (geanonimiseerd) na enkele inleidende opmerkingen (paragraaf 1), in paragraaf 2 verschillende Hierna zal . bezwaren uiteenzetten. Achtereenvolgens komen aan de orde strijd met beleid en regelgeving (2.1), gebrekkig onderzoek en ondeugdelijke motivering ten aanzien van het voorziene winkel- en bruto-

voeroppervlak

(2.2),

strijd

met

het

Besluit

ruimtelijke

ordening

(2.3)

en

een

gebrekkige

onderbouwing op het punt van verkeersafwikkeling en parkeren (2.4). Afgesloten wordt met een

conclusie (paragraaf. 3).

Kort samengevat is (geanonimiseerd) j van mening dat de voorgenomen vestiging van /(geanonimiseerd) op deze locatie in strijd is met detailhandelsbeleid en -regelgeving op provinciaal, regionaal en gemeentelijk niveau. De onderbouwing van de conclusie dat de effecten aanvaardbaar zijn, dat voldoende ruimte is voor de geplande uitbreiding en dat het initiatief resulteert in een versterking van de consumentenverzorging en van de buurt is gebrekkig. Uit de stukken blijkt bovendien niet dat het initiatief op het punt van

verkeersveiligheid en parkeerbehoefte in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. Verder gaan de toelichting op het bestemmingsplan en bijbehorende bijlagen uit van een beperktere

invulling dan op grond van het ontwerpbestemmingsplan maximaal mogelijk is. Concluderend meent Ahold dat ongewijzigde vaststelling van dit ontwerp in strijd met een goede ruimtelijke ordening zou zijn.

(geanonimiseerd)

(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd)

Stibbe

1.

)

INLEIDENDE

OPMERKINGEN

Het ontwerpbestemmingsplan voorziet in "de verplaatsing van een Lidl supermarkt aan de (geanonimiseerd) ‘e B (geanonimiseerd) a N

de Kaldenkerkerweg

- Groenveldsingel (voormalig

Gebraterrein) te Venlo". De discount supermarkt wordt op de nieuwe locatie groter dan de huidige Lidl aan de Kraanvogelstraat. Het gaat om een uitbreiding van het huidig winkelvloeroppervlak (hierna: "wvo") van circa 934 m? en bruto vloeroppervlak (hierna:

(geanonimiseerd) naar circa 1.481 m? wvo respectievelijk "bvo") van circa 1.400 m? aan de . 2.415 m? bvo aan de Kaldenkerkerweg. Het wvo neemt daarmee toe met cen krappe 60%; voor het bvo bedraagt dit ruim 70%. Het ontwerpbestemmingsplan voorziet verder in een parkeerterrein met 118 parkeerplaatsen. @)

Het plangebied ligt in een buurt in het oosten van Venlo die ook wel Maagdenberg wordt genoemd. Het gemeentelijke Detailhandelsbeleid Venlo 2015-2025 kenmerkt de buurt als een

zgn. buurtsteunpunt waar de maatvoering van supermarkten beperkt is.! Voor de locatie gelden momenteel de bestemmingen ‘Groen’, *Verkeer - Verblijfsgebied’ en ‘Wonen’.? Het terrein ligt gedeeltelijk braak: deels is het terrein in gebruik als parkeergelegenheid voor een

(geanonimiseerd) die ten noordoosten van de planlocatie ligt, aan het supermarktvestiging van I Maagdenbergplein. Een overzichtsfoto van GoogleMaps hieronder geeft de ligging van het plangebied weer.

G

(geanonimiseerd) spermarkt aan het e (geanonimiseerd) daa gevestigd sinds 2008. Het wvo De A n bvo is beperkt in omvang en bedraagt 967 m? respectievelijk 1.269 m.

Detailhandelsbeleid Venlo 2015-2025, p. 6. Zie over het gemeentelijke beleid verder paragraaf 2.1.2.

Bestemmingsplan 'Venlo-Oost' d.d. 23 mei 2012.

26409192

Stibbe

@

(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) De Wikvestiging aan de t nieuwe locatie in Maagdenberg.

hemelsbreed op zo'n 1,35 km afstand van de

2

ZIENSWIJZE

21

Strijd met regelgeving en beleid

6)

Het ontwerpbestemmingsplan is op meerdere punten in strijd met regelgeving en beleid. Hierna komen achtereenvolgens aan de orde regelgeving en beleid op provinciaal en regionaal

niveau (2.1.1) en beleid op gemeentelijk niveau (2.1.2). 2.1.1 6

_ Provinciaal en regionaal beleid

De toelichting op het bestemmingsplan vermeldt dat het plan in overeenstemming s met de

Provinciale

Omgevingsvisie

("POVI"),

met

de

en

de

nieuwe,

("Omgevingsverordening"

met

Omgevingsverordening

nog

niet

in

Limburg

werking

2014

getreden

Omgevingsverordening ("Omgevingsverordening (nieuw)"). Deze constatering is onjuist. Ahold licht dit als volgt toe.

Inhoud regelgeving en beleid 0

De Omgevingsverordening bevat een regeling over detailhandel die per regio s uitgewerkt. Aan de regionale uitwerking ligt een aantal thematische principes ten grondslag die in het

Provinciaal Omgevingsplan 2014 ("POL2014", voorganger van POVT) waren opgenomen.” Zo is er de regel van dynamisch voorraadbcheer: cen ontwikkeling moet gepaard gaan mct

het verdwijnen van bestaande voorraad elders in de regio. &

Voor

de regio Noord-Limburg

is de uitwerking

te vinden

in artikel 2.4.3, eerste

lid

Omgevingsverordening en in bijlage 1. Artikel 2.4.3, eerste lid bepaalt dat een ruimtelijk plan

niet voorziet "in de toevoeging van

vestigingsmogelijkheden

voor detailhandel aan de

bestaande voorraad detailhandel alsmede aan de bestaande planvoorraad detailhandel anders dan in overeenstemming met de thematische principes zoals beschreven in paragraaf

63

van

het

POL2014,

de

regionale

Detailhandelsvisie

Noord-Limburg

en

de

bestuursafspraken regionale uirwerking POL2014 voor de regio Noord-Limburg, zoals verwoord in de bij deze paragraaf behorende bijlage ". Bijlage 1 omvat de bestuursafspraken die op regionaal niveau zijn gemaakt. De Regionale Detailhandelsvisie Noord-Limburg

("Regionale detailhandelsvisie") vormt de basis voor de regionale samenwerking op het gebied van detailhandel (artikel 5.1 van bijlage 1). Gemeenten verplichten zich om de in de uitvoeringsparagraaf van de Regionale detailhandelsvisie opgenomen acties conform

planning uit te voeren. De afspraken in de Regionale detailhandelsvisie komen voor NoordLimburg, kort samengevat, op het volgende neer.

12 december 2014, zoals gewijzigd op 14 december 2018 (Provinciaal blad 2019, 383).

Zie de toelichting op artikel 2.4.3.

26409192

Stibbe

)

Dynamisch voorraadbeheer staat voorop: de tijd van grote groei in de winkelomtwikkeling i voorbij en er moet gedacht worden in termen van keuzes, kwaliteit en structuur. Voor grotere uitbreidingen van bestaande winkelgebieden met regionale impact is er ruimte als deze aantoonbaar toegevoegde waarde bieden aan de regio, leiden tot versterking van de structuur

en de vitaliteit van de binnensteden niet aantasten. Volgens de principes van het dynamisch voorraadbeheer

voorraad

moet

een ontwikkeling

gepaard

elders in de regio. Als sprake

plaatsvinden

door — bijvoorbeeld

gaan

met

het verdwijnen

van

bestaande

is van uitbreiding van het wvo, moet

— direct gekoppelde

sloop of onttrekking

saldering

buiten

de

afgebakende hoofdstructuur of direct gekoppelde onttrekking binnen (andere) gebieden in de afgebakende hoofdstructuur. (10)

Een

en ander heeft geresulteerd

in strikte afspraken

over instemming,

afstemming of

informeren, afhankelijk van de omvang van een initiatief. Grootschalige initiatieven met een bovenlokaal/regionaal effect worden ter beoordeling voorgelegd aan de regiogemeenten. Als

sprake is van een detailhandelsontwikkeling die afwijkt van het bestemmingsplan en die betrekking

heeft op een bruto toevoeging

van

meer

dan

1.000

m?

is in een

buurt als

Maagdenberg instemming van de regiogemeenten nodig. Verder vermelden de afspraken dat

nieuwe supermarkten thuishoren in of aan de rand van een winkelcentrum. Nieuwe grootschalige ontwikkelingen moeten bijdragen aan het behoud van de bestaande regionale detailhandelsstructuur en de structuur te versterken. Daarbij geldt kwaliteit in plaats van

kwantiteit en staat zorgvuldige inpassing en concentratie van de grootste winkels in de regionale detailhandelsstructuur voorop. a1)

Van belang is ten slotte dat al in POL2014 zorgen te vinden zijn over de op dat moment bestaande leegstand en de verwachte ontwikkeling op dat vlak. Geconstateerd wordt dat de detailhandelsector onder druk staat, dat de hoeveelheid leegstaande winkelruimte gestaag

oploopt

en beduidend

verschillende

meer

omstandigheden

is dan

nodig voor

is bovendien

de

een gezonde verwachting

marktwerking.

Gelet

op

het aantal

winkels

de

dat

komende jaren sterk gaat afnemen. Ook de Regionale detailhandelsvisie voor Noord-Limburg constateert verhoudingsgewijs veel leegstand (p. 24). Toep (2)

ssing op voornemen

(geanonimiseerd) Het voornemen heeft als gezegd betrekking op een nieuwe vestiging van Bijmet 1.481 m? wvo en 2.415 m? bvo. Niet alleen is daarmee sprake van een forse uitbreiding van het aantal

meters ten opzichte van de te sluiten locatie aan de Kraanvogelstraat. De locatie is bovendien gevestigd op ruime afstand van de huidige locatie (1,35 kilometer hemelsbreed). Daarmee is — anders

dan

waar

het ontwerpbestemmingsplan

verplaatsing van een

Lidl-vestiging binnen

een

van

uit gaat — geen

bepaald gebied,

maar

sprake

van

een

veeleer van

de

toevoeging van een grote supermarkt in een andere wijk in Venlo. De 'inzet’ van de meters

aan de Kraanvogelstraat voor compensatie is daarmee gekunsteld en niet in lijn met het beleid. (3)

Daarbij

komt

dat

—

als

rekening

wordt

gehouden

met

de

te

sluiten

meters

op

de

Kraanvogelstraat — de toevoeging van wvo-meters op de nieuwe locatie niet volgens de voorgeschreven regels van dynamisch voorraadbeheer wordt gecompenseerd. Netto is in het ontwerpbestemmingsplan

26409192

immers sprake van cen toename van 547 m’. Voor het uitblijven

Stibbe

van volledige compensatie ontbreekt een overtuigende onderbouwing. Het zou "niet reëel" zijn om de aanvullende meters te compenseren, maar dat zou niet betekenen dat "een

ontwikkeling geen doorgang kan vinden" (p. 24 van de toelichting). Zo'n redenering valt wellicht

nog

te

begrijpen

als

het

om

een

miniem

aantal

meters

gaat.

Het

ontwerpbestemmingsplan voorziet echter in een toename van wvo met maar liefst bijna 60%.° Als in een geval als dital aanleiding zou kunnen bestaan voor een afwijking, verliest het breed gedragen beleid zijn effectiviteit. a4)

De benodigde positieve regionale instemming is op dit moment voorwaardelijk in de ontwerpbesluitvorming verwerkt (zie p. 23). Gelet op bovenstaande is een dergelijke instemming echter niet aan de orde.

(15)

De slotsom luidt dan ook dat realisering van het voornemen niet past binnen de geldende, zorgvuldig tot stand gekomen bestuurlijke afwegingskaders op provinciaal en regionaal niveau.

2.1.2 (16)

_ Strijd met gemeentelijk beleid

Het voorgenomen plan is, zo meldt het ontwerpbestemmingsplan, in overeenstemming met

de Strategische Visie Venlo 2024 ("SVV"), de Ruimtelijke Structuurvisie Venlo 2014 ("RSV") en het Detailhandelsbeleid Venlo 2015-1025 ("Detailhandelsbeleid Venlo"). Ook (geanonimiseerd) licht dat hierna toe. die constatering snijdt geen hout — B Inhoud beleid

a7)

De RSV6 legt voor voorzieningen — in afwijking van andere opgaven — een restrictief beleid vast met scherpere grenzen. "Jn het bijzonder ten aanzien van detailhandel moeten we streng zijn.", aldus de RSV (p. 70). Maagdenberg is aangemerkt als buurtsteunpunt, net als de Kraanvogelstraat. Buurtsteunpunten hebben een beperkt draagvlak; verdere uitbreiding heeft meestal direct gevolgen voor nabijgelegen wijkcentra en uitbreiding in de vorm van winkelunits is dan ook niet toegestaan. Wat wel is toegestaan zijn ondergeschikte uitbreidingen van bestaande winkels die noodzakelijk zijn voor duurzame instandhouding. leegstand is hergebruik als buurtvoorziening (niet detailhandel) of dienstverlening wensel het vervallen van detailhandelsruimte wordt niet elders gecompenseerd.

(18)

Het Detailhandelsbeleid Venlo benadrukt dat nieuwe ontwikkelingen plaats moeten vinden "binnen of in aansluiting op de bestaande perspectiefrijke winkelcentra'.

Er zijn twee

verzorgingsniveaus: de verzorging van de eigen inwoners in buurten, wijken en stadsdelen (hier aan de orde), en de regionale verzorgingsfunctie van Venlo. Voor wat betreft het eerste niveau moeten ontwikkelingen inzetten op behoud en versterking van voorzieningen en voldoende aanbod op aanvaardbare afstand. Als er sprake is van kans op leegstand in een

Het aantal meters wvo kan overigens nog hoger komen te liggen, gelet op de formulering van de planregels en de afwijkingsmogelijkheden. Zie daarover paragraaf 2.2. De SVV bevat geen beleidsuitgangspunten over detailhandel en komt hierna dan ook niet aan de orde.

26409192

stibbe

winkelgebied zonder perspectief moet uitzicht bestaan op transformatie van leegkomend winkelvastgoed. a9)

Toevoeging van winkelvloeroppervlak is in principe alleen mogelijk in winkelgebieden met een goed perspectief. In winkelgebieden met een redelijk of matig perspectief zijn de mogelijkheden

voor

ontwikkelingen

beperkt.

Het

Detailhandelsbeleid

Venlo

werkt

dit

specifiek en per winkelgebied uit. Het perspectief van buurtsteunpunt Maagdenberg wordt gekenmerkt als 'redelijk'. De ontwikkelrichting is 'versterking': daarbij ligt de focus op uitbreiding van non-food aanbod (p. 6). De maatvoering van supermarkten ligt voor buurtsteunpunten als Maagdenberg tussen 700 en maximaal 1200 m? wvo. c0)

Het specifieke toetsingskader bepaalt onder meer dat voor supermarkten maximale afmetingen gelden en dat de ontwikkeling moet passen bij het perspectief. Een citaat: "De maatvoering moet passen binnen het kader voor de maatvoering die

winkelgebied indien het een

supermarkt

betreft.

is aangegeven per type

Het perspectief van het specifieke

winkelgebied bepaalt vervolgens of de maximale maatvoering voor dat type winkelgebied hier van toepassing is. Alleen indien het perspectief goed is kan de bovenmaat worden aangehouden. Omstandigheden die de wenselijke maatvoering van supermarkten bepalen kunnen wijzigen, daarom wordt in de toekomst een marge van 20% gehanteerd bij toetsing (geanonimiseerd) van initiatieven." (onderstreept ) en)

Als een ontwikkeling vanwege bijvoorbeeld de omvang niet past binnen de detailhandelsstructuur (p. 12) of in strijd is met specifieke toetsingscriteria, kan "onder bepaalde en strikte voorwaarden" cen uitzondering worden gemaakt. Daarvoor gelden de maatwerk-toetsingscriteria.

Daarnaast

geldt

voor

zo'n

initiatief

een

volgorde

van

gebiedsvoorkeur. Alleen als een initiatief niet past in de Maaswaard of het Kazernekwartier komen andere locaties in beeld.

e

In de toelichting op het voor deze locatie geldende bestemmingsplan Venlo Oost wordt geconstateerd dat het aanbod van detailhandelvoorzieningen ruim is en dat zich opvallend

veel leegstand van winkelpanden voordoet. De vestiging van Lidl aan de Leutherweg (hoek Casinoweg) is inmiddels gesloten. Toepassing op voornemen (e3)

Het voornemen om in Maagdenberg een Lidl-vestiging ter grootte van 1.481 m? wvo en 2.415

m? bvo mogelijk te maken is in strijd met het hierboven weergegeven gemeentelijk beleid, en wel om de volgende redenen:

* _ het gaat bij de wijk Maagdenberg om een buurtsteunpunt met een redelijk perspectief, terwijl toevoeging van winkelvloeroppervlak alleen is toegestaan in winkelgebieden met een goed perspectief; * _ het voornemen past niet in de ontwikkelrichting met een focus op non-food;

26409192

Stibbe

©

de beoogde

maatvoering

ligt ruim

boven

de voor

Maagdenberg

voorgeschreven

maatvoering van tussen 700 en maximaal 1200 m? wvo: ° _ omdat geen sprake is van een goed perspectief kan bovendien niet de bovenmaat worden

aangehouden; een opwaartse marge van 20% zou in dit geval dan ook geen uitkomst bieden — nog los van het feit dat ook die marge in onvoldoende meters resulteert; * _ aan het specifieke toetsingskader wordt dan ook niet voldaan: *

evenmin biedt het eventuele maatwerk-toetsingskader een mogelijkheid om voor dit initiatief een uitzondering te maken.

e4

De onderbouwing in het ontwerpbestemmingsplan gaat aan dit alles ten onrechte voorbij

22

Regels supermarkt, bvo en wvo — maximale invulling

e5)

Het

ontwerpbestemmingsplan

staat

een

supermarkt

toe

met

een

maximum

bruto

vloeroppervlakte van 2.415 m? (artikel 3.2.1). Ahold constateert dat geen beperkingen gelden voor het maximumaantal vierkante meters dat binnen het beschikbare bruto vloeroppervlakte

wordt ingericht als winkelvloeroppervlakte. De onderbouwing die aan het ontwerpbestemmingsplan ten grondslag ligt, is echter toegesneden op 1.481 m? wvo. Deze onderbouwing kan dan ook niet dienen als toelichting op de betreffende planregel. 26)

De kans dat het winkelvloeroppervlakte in de toekomst de nu voorziene 1481 m? wvo zal

overstijgen, is overigens zeer reëel. Doorgaans houden supermarkten voor de verhouding wvo — bvo een marge aan tussen 75% en 85%. Die verhouding ligt hier om en nabij 61% en is dus aanzienlijk lager dan gebruikelijk en noodzakelijk. e

Deze constatering knelt temeer omdat de planregels aanvullende bebouwing mogelijk maken. Ahold wijst op de afwijkingsmogelijkheden die in artikel 3.4.1 en artikel 12 zijn opgenomen. De hierboven genoemde metersaantallen nemen daarmee mogelijk nog verder toe.

(8)

In dit verband merkt Ahold bovendien nog op dat het criterium dat in artikel 12 is opgenomen "mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de gebruiksmogelijkheden, het woon- en leefklimaat, de stedenbouwkundige kwaliteit, de beeldkwaliteit, de verkeersveiligheid, de

sociale veiligheid, de brandveiligheid en rampenbestrijding van de aangrenzende gronden en bouwwerken,"

onvoldoende

objectief

begrensd

is.

Onduidelijk

is wanneer

zich

een

onevenredige afbreuk aan de genoemde belangen voordoet. Daarnaast is de betekenis, strekking en weging van die belangen onvoldoende gedefinieerd. e9)

Samenvattend:

het

ontwerpbestemmingsplan

maakt,

deels

rechtstreeks

en

deels

via

(rechtsonzekere) afwijkingsmogelijkheden, een groter winkelvloeroppervlakte mogelijk dan waarvan in de onderbouwing is uitgegaan.

26409192

Stibbe

23

Onderbouwing ruimtelijk-functionele effecten

G0)

In het ontwerpbestemmingsplan ontbreekt een deugdelijke onderbouwing in de zin van artikel 3.1.6, tweede lid Besluit ruimtelijke ordening ("Bro"). Op grond van dat artikel moet een

ontwerpbestemmingsplan dat een stedelijke ontwikkeling als de onderhavige mogelijk maakt, een beschrijving bevatten van de steekhoudende beschrijving ontbreekt. G

behoefte

aan

die

ontwikkeling.

Een

dergelijke,

In de Ruimtelijk-functionele effectenanalyse (bijlage 1 bij het ontwerpbestemmingsplan, "RFE') wordt geconstateerd dat het beoogde initiatief van Lidl aansluit bij provinciale, regionale en gemeentelijke beleidskaders (p. 5). Uit bovenstaande blijkt dat die constatering

niet klopt. De provinciale, regionale en gemeentelijke kaders beschrijven welke voorzieningen, in welke omvang en in welke gebieden gewenst zijn met het oog op ontwikkelingen in behoefte, bevolkingsomvang, leegstand en ruimtelijke efTecten. Afwijking van provinciaal, regionaal en/of gemeentelijk beleid kan slechts onder strikte voorwaarden aan de orde zijn. Daaraan wordt in dit geval niet voldaan. G2)

Daarbij vierkante

komt dat het bestemmingsplan

geen beperkingen

meters dat als winkelvloeroppervlakte

kan

stelt aan het maximumaantal

worden

benut.

De

RFE

is echter

toegespitst op een wvo van 1481 m?, en vertoont ook al om die reden gebreken. G3)

Ten slotte merkt Ahold op dat de RFE uitgaat van een verp/aatsing, daar waar het in feite om meerdere redenen gaat om een nieuwvestiging (zie daarover randnummer 12). Aan de

effectbeoordeling en daaruit volgende conclusies ligt dan ook een onjuist uitgangspunt ten grondslag. (G4)

Al met al voldoet het ontwerpbestemmingsplan niet aan artikel 3.1.6, tweede lid Bro. De beschrijving van de behoefte aan de voorziene ontwikkeling voldoet op meerdere punten niet.

24

Verkeersafwikkeling en parkeren

G5)

Ahold is met het oog op haar klanten en medewerkers gebaat bij een veilige verkeerssituatie in de directe omgeving van haar supermarkt. Ook de aanwezigheid van voldoende parkeergelegenheid is van groot belang voor Ahold. Aan beide aspecten wordt onvoldoende recht gedaan. Ahold licht dit als volgt toe.

Verkeersafwikkeling G6)

Allereerst

merkt

Ahold

op

dat

zij

zorgen

heeft

over

de

gevolgen

die

het

ontwerpbestemmingsplan met zich brengt voor de verkeerssituatie n de directe omgeving van

haar supermarkt aan het Maagdenbergplein. In het Verkeersonderzoek supermarkt Kaldenkerkerweg Venlo ("Verkeersonderzoek") wordt een worst case scenario doorgerekend, waarbij al het verkeer naar en van Lidl via de Leutherweg rijdt. De conclusie luidt vervolgens dat de bijkomende verkeersbewegingen resulteren in een intensiteit die de

wegcapaciteit van de Leutherweg (tussen 12.000 en 20.000 motorvoertuigen per etmaal) niet

26409192

Stibbe

overschrijdt. Daarbij is onder verwijzing naar het Gemeentelijke Verkeers- en Vervoersplan

2007-2020 ("GVVP") de Leutherweg aangemerkt als een secundaire hoofdontsluitingsweg. G7)

Het Verkeersonderzoek gaat daarbij ten onrechte geheel voorbij aan de specifieke ligging,

indeling, vormgeving en het gebruik van dit deel van de Leutherweg (zie hieronder een weergave in Google Maps). Het gaat hier om een druk en kort (circa 65 meter) deel van de

Leutherweg waar verschillende verkeersdeelnemers met verschillende snelheden passeren. Bezoekers parkeren in en uit, bezoekers steken wandelend over met boodschappen(karretjes), fietsers slaan af om hun fiets te stallen voor de winkel, omwonenden en bezoekers steken over

en deponeren afval in verschillende containers die voor het winkelpand staan. Kortom: van een secundaire hoofdontsluitingsweg is wellicht sprake bij de doorgaande Leutherweg, maar niet bij dit deel van de Leutherweg. Dat blijkt overigens ook uit het feit dat de criteria die het

GVVP uiteenzet voor secundaire hoofdontsluitingswegen in dit geval niet aan de orde zijn. Zo is een maximumsnelheid van 50 km/u hier in de praktijk volstrekt niet haalbaar en is geen sprake van vrijliggende fietspaden. Dit deel van de Leutherweg laat zich dan ook beter kenmerken als een erftoegangsweg, die een (in dit geval) winkelerf toegankelijk maakt. Op zo'n weg is de verblijfsfunctie het belangrijkste, is sprake van volledige uitwisseling van

verkeer en doen zich manoeuvres voor zoals in- en uitstappen, laden en lossen van goederen en in- en uitrijden (GVVP. p. 25).

G8)

Deze zorg van Ahold wordt nog eens onderstreept door de constatering dat het verkeer in geval van een "sporadisch" geblokkeerde toerit via de Groenveldsingel, van de Leutherweg gebruik zal moeten maken om het parkeerterrein van Lidl te bereiken (p. 5 van het Verkeersonderzoek).

Vastgesteld op 30 mei 2007.

26409192

Stibbe

Parkeervoorzieningen 9)

Dat het ontwerpbestemmingsplan

voorziet

in afdoende

parkeerbehoefte

is evenmin

op

deugdelijke wijze onderbouwd. Per 100 m? bvo wordt een parkeerplaatsaantal van minimaal 4.0 parkeerplaatsen en maximaal 6,4 aangehouden. Gelet op die normering is volgens het Verkeersonderzoek sprake van een minimumaantal van 97 parkeerplaatsen en een maximum

van 155 parkeerplaatsen. Omdat voorzien wordt in 118 parkeerplaatsen op eigen terrein, is voorzien in de behoefte, aldus het Verkeersonderzoek. De 13 openbare parkeerplaatsen — op dit moment van belang voor Ahold — verdwijnen en worden gecompenseerd in de zone aanpalend aan de nieuwe parkeerplaats. (a0)

Ahold wijst er allereerst op dat het ontwerpbestemmingsplan en Verkeersonderzoek ten onrechte voorbijgaan aan het bestaande tekort aan parkeerplaatsen in deze buurt. Daarmee

staat niet vast dat het plan in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. Dat geldt temeer, nu het voorziene aantal parkeerplaatsen (118) richting de onderkant (97) van de

berekende

marge gaat, en in ieder geval

lang niet het maximum

van de benodigde

parkeerplaatsen haalt (155). a

Van belang is verder dat de voorziene compensatie in de zone aanpalend aan de nieuwe parkeerplaats voor de Albert Heijnvestiging geen adequate oplossing biedt. Niet alleen draagt

deze compensatie niet bij aan een oplossing voor het bestaande tekort. Ook is de realisering ervan niet geborgd. )

Bovendien stelt het ontwerpbestemmingsplan

geen beperkingen aan het maximumaantal

wvo-meters en kan door middel van afwijking een groter brutovloeroppervlakte worden toegestaan dan voorzien (zie paragraaf 2.2). Het valt dan ook te verwachten dat het aantal

bezoekers groter zal zijn dan waarvan nu wordt

uitgegaan. Dat zet de verkeersveiligheid nog

meer onder druk. Hetzelfde geldt voor de parkeerdruk. (43)

Samenvattend biedt het Verkeersonderzoek onvoldoende rechtvaardiging voor de conclusie dat het ontwerpbestemmingsplan ten aanzien van verkeersafwikkeling en parkeerbchoefte in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening.

Daarbij is bovendien ten onrechte

geen rekening gehouden met de reeds toegestane, maximale invulling van wvo-meters en uitbreidingen die door middel van afwijkingen zijn toegestaan 3.

AFSLUITING

EN

CONCLUSIE

(44)

Gelet op het voorgaande vertoont het ontwerpbestemmingsplan gebreken die aan ongewijzigde vaststelling in de weg staan. Zo is het ontwerpbestemmingsplan evident in strijd

met regelgeving en beleid. Plan en bijlagen zijn bovendien afgestemd op een maximum wvo, terwijl de planregels slechts een beperking voor bvo bevatten. De onderbouwing van de

uitvoerbaarheid is gebrekkig. Ten slotte is niet gebleken dat het plan op het punt van verkeersafwikkeling en parkeerbehoefte in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening.

26409192

10

Stibbe

(45)

_ Ongewijzigde vaststelling van het plan zou, samenvattend, resulteren in strijd met artikel 3.1 Wro en met de artikelen 3:2, 3:4 en 3:46 Algemene wet bestuursrecht.

(46)

_ Ahold dringt dan ook aan op een heroverweging van de voorgenomen planvorming.

(geanonimise rd) (geanonimiseerd) Bijlagen Bijlage I

Zienswijze d.d. 6 december 2022 tegen het ontwerpbestemmingsplan "Supermarkt Kaldenkerkerweg - Kraanvogelstraat”

Bijlage 2

Brief gemeente Venlo d.d. 13 december 2022 waarin de ontvangst van de zienswijze wordt bevestigd en waarin een termijn wordt gegeven voor de aanvulling

26409192

u

(geanonimiseerd) |

n

B de Loerteog Nen t

Aangetekend J.C. van Oosten (geanonimiseerd)

|

(geanonimiseerd)

(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd)

(geanonimiseerd) (geanonimiseerd)

(geanonimiseerd)

(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd)

1043961/JV0/LB-26368404 owret

n‚nb. Datum

6 december 2022

PRO

FORMA

ZIENSWIJZE

inzake ontwerpbestemmingsplan "Supermarkt Kaldenkerkerweg — Kraanvogelstraat"! Geachte Raad,

rd) Namens| (geano im se(geanonimiseerd) … allebei statutair gevestigd te (geanonimiseerd) aan de (geanonimiseerd) (gezamenlijk: " (geanonimiseerd) )dreesimin(ogeannoimasered) g( ‚ breng ik een zienswijze naar voren over het ontwerpbestemmingsplan "Supermarkt Kaldenkerkerweg - Kraanvogelstraat" (kenmerk NL.IMRO.0983.BP202205KALDKRAAN-ONO1,"ontwerpbestemmingsplan”). Het ont-

werpbestemmingsplan ligt met ingang van 27 oktober tot en met 7 december 2022 ter inzage; kopie van de bekendmaking daarvan in het Gemeenteblad is bijgesloten als bijlage 1. Uittreksels uit het

Handelsregister van de Kamer van Koophande] van Ahold treft u aan als bijlage 2 en bijlage 3. Ahold kan zich met het ontwerpbestemmingsplan niet verenigen. Vriendelijk verzoek ik u mij een termijn van twee weken te verlenen om de gronden van deze zienswijze aan te vullen, Volledigheidshalve verwijs k hierbij naar de vaste jurisprudentie van de Afdeling

bestuursrechtspraak van de Raad van State waaruit blijkt dat het indienen van een pro forma ziens(geanonimiseerd) en ABRVS 16 december wijze is toegestaan (0.a. ABRYS 13 augustus 2008 (zaaknr. N

2009 (zaakr (geanonimiseerd)

(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd)

(geanonimiseerd)

(geanonimiseerd) (geanonimiseerd)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.venlo.nl/api/v1/meetings/115/documents/4583