039 bijl03 Bestemmingsplan Wozoco Leijgraaf Belfeld, toelichting, regels en bijlagen.pdf
Tekst van het document
Een aanmeldingsnotitie is vormvrij, maar heeft wel een aantal inhoudelijke voorwaarden. De aanmeldingsnotitie moet in ieder geval informatie bevatten over de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële effecten van de activiteit. Het bevoegd gezag beslist op basis van deze aanmeldingsnotitie of een milieueffectrapportage moet worden opgesteld. Tegen een besluit om af te zien van een milieueffectrapport staat in dit geval geen bezwaar en beroep open. De Raad van State heeft eerder bepaald dat hier sprake is van een zogenaamde beslissing inzake de procedure ter voorbereiding van een besluit. Volgens artikel 6.3. van de Algemene wet bestuursrecht is een dergelijke beslissing niet vatbaar voor bezwaar en beroep, tenzij ze de belanghebbende –los van het voor te bereiden besluit tot vergunningverlening– rechtstreeks in zijn belang treft. In eerdere uitspraken heeft de Raad van State bepaald dat omwonenden en bijvoorbeeld milieuverenigingen niet als direct belanghebbenden worden gezien. Bij een vormvrije m.e.r.-beoordeling dient aan de hand van de volgende aspecten te worden
Wozoco Leijgraaf Belfeld
31
beoordeeld of de activiteit inderdaad geen aanzienlijke milieugevolgen kan hebben: de kenmerken van de activiteit (aard, omvang, cumulatie met andere ontwikkelingen); de locatie van de activiteit (kenmerken van het plangebied en de kwetsbaarheid van de omgeving); de mogelijke gevolgen van de activiteit. Planspecifiek Het juridisch-planologisch realiseren/mogelijk maken van deze functies is getoetst aan activiteiten uit de Bijlage bij het Besluit m.e.r. De voorgestane planontwikkeling is qua aard en omvang niet te vergelijken met de projecten die in lijst C 'Activiteiten, plannen en besluiten, ten aanzien waarvan het maken van een milieueffectrapportage verplicht is' zijn opgesomd en ligt ver onder de opgenomen drempelwaarden. In de drempelwaardenlijst wordt onder het geval D11.2 genoemd: de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen. In gevallen waarin de activiteit betrekking heeft: een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² of meer. Gelet op de aard van de bebouwing in relatie tot een gevoelig gebied en jurisprudentie, kan de ontwikkeling van het woonzorgcomplex en de vier rijwoningen aangemerkt worden als stedelijk ontwikkelingsproject in de zin van het Besluit m.e.r.
De uitgevoerde onderzoeken onderbouwen de conclusie dat gelet op aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot het plangebied en de (directe) omgeving er geen sprake is van aanzienlijke milieueffecten waardoor een milieueffectrapportage niet noodzakelijk is. De uitgevoerde onderzoeken tonen aan dat het realiseren van een woongebied op de projectlocatie voldoet aan de wettelijke eisen en er sprake is van een verantwoorde situatie vanuit milieuoogpunt. Uit de uitgevoerde onderzoeken en de uitvoerbaarheidsaspecten uit Hoofdstuk 4 Uitvoerbaarheid van voorliggend bestemmingsplan blijkt dat uit de beschouwing van de verschillende milieueffecten bij de uitvoering van de voorgestane ontwikkeling, gezien de plaats, omvang en overige kenmerken alsmede de potentiële effecten van het project, er geen sprake zal zijn van nadelige milieugevolgen, waardoor een milieueffectrapportage niet noodzakelijk is. Conclusie Uit het voorgaande is gebleken dat er geen sprake is van een ontwikkeling die een forse invloed heeft op het milieu in de omgeving. Belangrijke milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Verder onderzoek in het kader van het Besluit milieueffectrapportage is niet nodig: het plan is niet m.e.r.-plichtig.
32
Wozoco Leijgraaf Belfeld
4.2
Water
Water is een belangrijk thema in de ruimtelijke ordening. Door verstandig om te gaan met het water kan verdroging en wateroverlast voorkomen worden en de kwaliteit van het water hoog gehouden worden. Op Rijksniveau en Europees niveau zijn de laatste jaren veel plannen en wetten gemaakt met betrekking tot water. De belangrijkste hiervan zijn het Waterbeleid voor de 21e eeuw, de Waterwet en het Nationaal Waterplan. Waterbeleid voor de 21e eeuw De Commissie Waterbeheer 21e eeuw heeft advies uitgebracht over het toekomstige waterbeleid in Nederland. De adviezen van de commissie staan in het rapport 'Anders omgaan met water, Waterbeleid voor de 21ste eeuw' (WB21). De kern van het rapport WB21 is dat water de ruimte moet krijgen, voordat het die ruimte zelf neemt. In het Waterbeleid voor de 21e eeuw worden twee principes (drietrapsstrategieën) voor duurzaam waterbeheer geïntroduceerd: vasthouden, bergen en afvoeren: dit houdt in dat water zoveel mogelijk bovenstrooms wordt vastgehouden in de bodem en in het oppervlaktewater. Indien nodig wordt overtollig water tijdelijk geborgen in bergingsgebieden en pas als vasthouden en bergen niet meer mogelijk is wordt het water afgevoerd. schoonhouden, scheiden en zuiveren: hier gaat het erom dat het water zoveel mogelijk schoon wordt gehouden.
Vervolgens worden schoon en vuil water zoveel mogelijk gescheiden en als laatste komt het zuiveren van verontreinigd water aan bod. Waterwet De Waterwet regelt het beheer van oppervlaktewater en grondwater en verbetert ook de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening. Daarnaast levert de Waterwet een flinke bijdrage aan kabinetsdoelstellingen zoals vermindering van regels, vergunningstelsels en administratieve lasten. Een belangrijk gevolg van de Waterwet is dat de aloude vergunningstelsels uit de voorheen afzonderlijke waterbeheerwetten zijn gebundeld. Dit resulteert in één vergunning, de watervergunning. Nationaal Waterplan Op basis van de Waterwet is het Nationaal Waterplan vastgesteld door het kabinet. Dit Nationaal Waterplan geeft de hoofdlijnen, principes en richting van het nationale waterbeleid in de planperiode 2016-2021, met een vooruitblik richting 2050. Het Nationaal Waterplan richt zich op bescherming tegen overstromingen, beschikbaarheid van voldoende en schoon water en de diverse vormen van gebruik van water. Het geeft maatregelen die in de periode 2016-2021 genomen moeten worden om Nederland ook voor toekomstige generaties veilig en leefbaar te houden en de kansen die water biedt te benutten.
Beleid waterschap Limburg Vanuit waterschap Limburg is het Waterbeheerplan 2016-2021 een belangrijk beleidsdocument voor het aspect water waarmee rekening gehouden dient te worden. In het kader van het beleid van zowel het waterschap dient binnen het projectgebied een duurzaam waterhuishoudkundig systeem gerealiseerd te worden. Concreet betekent dit dat er sprake moet zijn van gescheiden schoon- en vuilwaterstromen die afzonderlijk worden verwerkt. Vanuit het Waterschap Limburg gelden daarbij de volgende uitgangspunten: afkoppelen van 100% van het verhard oppervlak, waarbij de beslisboom verantwoord afkoppelen van toepassing is;
Wozoco Leijgraaf Belfeld
33
water legt een ruimteclaim op het (stads)landschap waaraan voldaan moet worden. De bekende drietrapsstrategieën zijn leidend: 1. vasthouden-bergen-afvoeren (waterkwantiteit); 2. voorkomen-scheiden-zuiveren (waterkwaliteit); 3. de trits vasthouden-bergen-afvoeren is van toepassing, waarbij hergebruik dan wel infiltratie van schoon regenwater de voorkeur heeft; 4. verontreiniging van het water dient door bronmaatregelen voorkomen te worden; 5. grondwateroverlast dient voorkomen te worden; 6. een gelimiteerde afvoer naar het oppervlaktewatersysteem is toegestaan.
Een deel van het beleid van het waterschap ligt vast in de Keur (01-04-2019). De regels in de Keur hebben betrekking op het lozen, afvoeren, onttrekken of aanvoeren van grondwater en water uit beken en andere wateren. Ook kent de Keur gebods- en verbodsbepalingen over zaken die niet mogen in of om watergangen, dijken en lijnvormige elementen. Iedereen die werkzaamheden uitvoert of activiteiten plant in en om water of dijken, heeft met de Keur te maken. Bij afvoer en lozing van hemelwater afkomstig van nieuw aangelegd verhard oppervlak wordt het stand-still beginsel (waterneutraal bouwen) gehanteerd. Dit wil zeggen dat er bij een toename van het verhard oppervlak het debiet van de lozing uit een gebied niet toe mag nemen. Ook bij kleine ontwikkelingen vangt de initiatiefnemer zijn eigen water op. Waterschap Limburg hanteert geen ondergrens. Dynamische bergings/infiltratie- voorzieningen dienen minimaal gedimensioneerd te worden op een inhoud van 100 mm. Als infiltreren aantoonbaar niet of nauwelijks mogelijk is kan een dynamische bergings-/ infiltratievoorziening aangelegd worden met leegloopvoorziening. Om afwenteling naar benedenstrooms te voorkomen mag hiermee in Limburg maximaal 2 l/s/ha geloosd worden. Er dient boven de inhoud van de dynamische berging een waking gehanteerd te worden van minimaal 25 centimeter. Geadviseerd wordt een waking van 50 centimeter te hanteren.
Brochure 'Regenwater schoon naar beek en bodem' In deze brochure van de Limburgse waterbeheerders worden de richtlijnen en de voorkeursvolgorde voor het afkoppelen van regenwater van het riool beschreven bij (vervangende) nieuwbouw. De voorkeursvolgorde gaat voor het afkoppelen uit van de trits vasthouden, bergen, afvoeren. Voor het grondoppervlak, dakoppervlak, en voor hergebruik worden richtlijnen gegeven voor het afkoppelen. Keur Waterschap Limburg Waterschap Limburg streeft ernaar op bij nieuwbouw en herstructurering regenwater volledig af te koppelen en binnen het besluitgebied te verwerken. Ten aanzien van onderhavig plan is de Keur van Waterschap Limburg (in werking getreden op 1 april 2019) van toepassing. Watertoets De 'watertoets' is een instrument dat waterhuishoudkundige belangen expliciet en op evenwichtige wijze laat meewegen bij het opstellen van ruimtelijke plannen en besluiten. Het is geen technische toets, maar een proces waarbij de initiatiefnemer van een ruimtelijk plan en de waterbeheerder met elkaar in gesprek gaan voorafgaand aan de vaststelling van het plan.
De watertoets bestaat uit twee onderdelen: de verplichting aan initiatiefnemers van ruimtelijke plannen om de waterbeheerder vroegtijdig in de planvorming te betrekken, en de verplichting aan initiatiefnemers van ruimtelijke plannen om in hun plan verantwoording af te leggen over de manier waarop omgegaan is met de inbreng van de waterbeheerder. Dit laatste gebeurt doorgaans in de waterparagraaf bij het betreffende plan.
34
Wozoco Leijgraaf Belfeld
Planspecifiek Oppervlaktewater In het plangebied en de directe omgeving is geen primair oppervlaktewater aanwezig. Conform de leggerkaart van Waterschap Limburg betreft het dichtstbij gelegen primaire oppervlakte water de 'Belfeldse Leigraaf' op circa 260 meter van het plangebied. Met voorliggend plan wordt geen invloed uitgeoefend op deze waterloop. Toename verhard oppervlak en afkoppel beslisboom De afkoppel-beslisboom van de gemeente Venlo is bedoeld als stappenplan om te bepalen welke eisen er gelden voor de omgang met hemelwater. Om te bepalen of er dient te worden voorzien in een bergings- of infiltratievoorziening en hoe groot de capaciteit moet zijn, is de afkoppel beslisboom doorlopen. Bij voorliggend plan is er ten opzichte van de bestaande inrichting van het plangebied sprake van een toename aan verhard oppervlak. De exacte toename is nog niet bekend. Op basis van de huidige inrichtingstekening uit paragraaf 2.2 blijft het totale verhard oppervlak beperkt tot maximaal 1900 m² (woonzorggebouw 1000 m², ontsluiting en parkeren 470 m², rijwoningen 320 m² , tuinen rijwoningen (50%) 110 m²). Gelet op de hoeveelheid verhard oppervlak en de nabijheid van een gemeentelijk stelsel geldt 'bergingseis 2'.
Dat wil zeggen dat er op basis van de afkoppel beslisboom een waterbergings-/infiltratievoorziening op het eigen terrein dient te worden gerealiseerd van T=20 (20 mm in 1 uur, oftewel een waterberging van 0,02 m3 per m2 aan verhard oppervlak. Dit komt neer op te realiseren waterbergingsvoorzieningen van ten minste (0,02*1900 m2) = 38 m3. Binnen het plangebied is voldoende ruimte aanwezig om waterbergingsvoorzieningen aan te leggen die gezamenlijk over voldoene capaciteit beschikken (38 m3). Het woonzorggebouw wordt rondom ingepast met onverharde groenplantsoenen waar overtollig hemelwater direct op afgekoppeld kan worden of kan worden opgevangen. Daartoe worden wadi's aangelegd aan weerszijden van het woonzorggebouw. Zoals ook uit de inrichtingstekening uit bijlage 1 blijkt, krijgen de wadi's een gezamenlijke capaciteit van ca 40 m3. Daarmee hebben de wadi's voldoende capaciteit om het toekomstig verhard oppervlak te compenseren. Het overige groen rondom het appartementengebouw en de tuinen van de woningen zorgen voor extra bergingscapaciteit, waarbij overtollig water via de onverharde oppervlaktes geïnfiltreerd wordt in de bodem. Verder kan Voor de ontsluiting- en parkeerplaatsen gedacht worden aan halfverharding en binnen de tuinen van de nieuwe levensloopbestendige woningen kan overtollig hemelwater worden vastgehouden via regentonnen.
Uitgangspunt bij de infiltratievoorzieningen is dat de bekende drietrapsstrategie van het waterschap leidend is (vasthouden-bergen-afvoeren). Een nadere uitwerking van de te treffen waterbergingsvoorzieningen volgt tijdens de omgevingsvergunningaanvraag voor het bouwen. Op basis van voorgaande luidt de conclusie dat het bestemmingsplan uitvoerbaar is vanuit het onderdeel toename verhard oppervlak. Hemel- en afvalwater Binnen het plangebied is in de bestaande situatie een rioolleiding aanwezig, aan de kant van de Zandstraat. Bij de nadere uitwerking van voorliggend initiatief wordt er rekening mee gehouden dat niet op of nabij de leiding gebouwd gaat worden. De vrije ruimte van 5 m tussen de leiding en de nieuwbouw wordt in acht genomen. Het woonzorggebouw krijgt voor de afvoer van afvalwater een aansluiting op het bestaande riool aan de Leijgraaf.
Wozoco Leijgraaf Belfeld
35
Overleg waterbeheerder Waterschap Limburg heeft aangegeven dat plannen waarbij de toename van de hoeveelheid verhard oppervlak beperkt blijft tot maximaal 2.000 m2, niet hoeven te worden voorgelegd aan het watertoetsloket. Aangezien de toename van de hoeveelheid verhard oppervlak meer zal bedragen dan 2.000 m 2 dient ten behoeve van voorliggend plan een digitale watertoets uitgevoerd te worden. De watertoets is bijgevoegd als bijlage 4. Voorliggend plan raakt geen waterschapsbelangen. Naast het invullen van de watertoets is het waterschap ook in het kader van het wettelijk vooroverleg (3.1.1 Bro) op de hoogte gebracht van voorliggend bestemmingsplan. Daar zijn geen opmerkingen uit naar voren gekomen. Het initiatief is uitvoerbaar vanuit het aspect water.
4.3
Ecologie
Bij ruimtelijke ingrepen dient rekening te worden gehouden met de natuurwaarden ter plaatse. De Wet natuurbescherming beschermt natuurgebieden, inheemse soorten en bosopstanden in Nederland. Gebiedsbescherming In de Wet natuurbescherming worden de zogenoemde Natura 2000-gebieden beschermd. Natura 2000 is de overkoepelende naam voor gebieden die worden beschermd vanuit de Vogel- en Habitatrichtlijn. Volgens deze Europese richtlijnen moeten lidstaten specifieke diersoorten en hun natuurlijke leefomgeving (habitat) beschermen om de biodiversiteit te behouden. Natura 2000-gebieden kennen een zogenaamde 'externe werking'. Dit betekent dat ontwikkelingen die buiten de begrenzing van de Natura 2000-gebieden gelegen zijn, ook getoetst moeten worden of er significant negatieve effecten optreden op het betreffende gebied. Soortenbescherming Een hoofdstuk in de Wet natuurbescherming regelt de bescherming van de in het wild voorkomende inheemse planten en dieren: de soortenbescherming. De wet richt zich vooral op het in stand houden van populaties van soorten die bescherming behoeven. In de wet zijn algemene en specifieke verboden vastgelegd ten aanzien van beschermde dier- en plantensoorten. Bekeken moet worden in hoeverre ruimtelijke plannen negatieve gevolgen hebben op beschermde dier- en plantensoorten en of er compenserende of mitigerende maatregelen genomen moeten worden.
De wet geeft de mogelijkheid aan provincies om voor een bepaald aantal soorten via een verordening een algemene vrijstelling op bepaalde verbodsbepalingen te geven. Daarnaast geldt voor iedereen in Nederland altijd, dus ook los van het voorliggende beoogde ruimtelijke project, dat de zorgplicht nageleefd moet worden bij het verrichten van werkzaamheden. Voor menige soort geldt dat indien deze zorgplicht nagekomen wordt een bepaald beoogd project uitvoerbaar is. Planspecifiek Gebiedsbescherming Het plangebied maakt geen onderdeel uit van een Natura 2000-gebied. Het plangebied bevindt zich op: circa 10,2 km van het Nederlandse Natura 2000-gebied 'Swalmdal'; circa 13,5 km van het Nederlandse Natura 2000-gebied 'Maasduinen'; circa 2 km van het Duitse Natura 2000-gebied 'Wälder und Heiden bei Brüggenbracht'. Gelet op de aard van de werkzaamheden, de afstand tot het Natura 2000-gebied en de beoogde situatie kunnen negatieve effecten vanuit de onderdelen 'trilling', 'geluid' en 'lichthinder' op voorhand worden uitgesloten. Voor het aspect stikstof is voor de aanlegfase en gebruiksfase een AERIUS-berekening opgesteld, zie bijlage 5. De belangrijkste conclusie van de berekening is dat er geen stikstofdepositie plaats zal vinden op omliggende Natura 2000-gebieden met meer dan 0,00 mol/ha/j. Voor de berekening is uitgegaan van een worst-case scenario.
Negatieve effecten op het onderdeel gebiedsbescherming kunnen worden uitgesloten.
36
Wozoco Leijgraaf Belfeld
Soortenbescherming Het plangebied was tot voorheen in gebruik ten behoeve van een basisschool. De school is reeds gesloopt. Hiermee voorziet voorliggend plan niet in de sloop van mogelijke verblijfsplaatsen van (beschermde) soorten. Daarbij, er wordt geen opgaande beplanting verwijderd en worden er geen poelen gedempt. Negatieve effecten voor mogelijk aanwezige soorten kunnen derhalve worden uitgesloten en is nadere toetsing niet aan de orde. Het initiatief is uitvoerbaar met betrekking tot het aspect ecologie.
4.4
Verkeer
Onderdeel van goede ruimtelijke ordening is het effect van een beoogd nieuw project op de verkeersstructuur. In de bestaande situatie is er een onderwijsinstelling toegestaan binnen het plangebied. De verkeersaantrekkende werking in de toekomstige situatie wordt bepaald door 27 woonzorgappartementen en 4 reguliere rijwoningen. Op basis van de verkeerscijfers van het CROW (matig stedelijk, rest bebouwde kom, gemiddelde normen) geldt voor de woonzorgappartementen een verkeersaantrekkende werking van 2,5 verkeersbewegingen per dag per woning. Voor de rijwoningen is er sprake van een verkeersaantrekkende wering van 7 verkeersbewegingen per dag per woning. De totale verkeersaantrekkende werking in de toekomstige situatie komt daarmee uit op een theoretisch aantal van 100 verkeersbewegingen per dag. Ten opzichte van de bestaande planologische mogelijkheden treden er geen noemenswaardige veranderingen op. Daarbij liggen er meerdere doorgaande wegen in de omgeving van het plangebied, waardoor sprake is van een snelle spreiding van het bestemmingsverkeer op het omliggende wegennet. Parkeren Onderhavig plan voorziet in de realisatie van 27 zorgwoningen met 24-uurszorg en 4 grondgebonden rijwoningen. Op grond van de CROW publicatie 318 'Toekomstbestendig parkeren' kan het woon- zorggebouw het best worden vergeleken met een verpleeg- en verzorgingstehuis.
Hiervoor wordt binnen de publicatie een norm gehanteerd van gemiddeld 0,6 parkeerplaatsen per wooneenheid (dit is inclusief ondersteunend en verzorgend personeel). De totale parkeerbehoefte van de woonzorgappartementen komt daarmee uit op afgerond 17 parkeerplaatsen. Voor de rijwoningen geldt een gemiddelde norm van 2 parkeerplaatsen per woning. De totale parkeerbehoefte voor deze woningen komt daarmee uit op 8 parkeerplaatsen. De totale parkeerbehoefte van het plan komt daarmee uit op 25 parkeerplaatsen. Op de inrichtingstekening uit paragraaf 2.2 is te zien dat er in de toekomstige situatie in totaal 25 parkeerplaatsen worden aangelegd binnen het plangebied. Daarmee worden er binnen eigen terrein voldoende parkeerplaatsen aangelegd om in de parkeerbehoefte van de woonzorgappartementen en de rijwoningen te voorzien. Voor de parkeerplaatsen wordt een gezamenlijk parkeerterrein aangelegd centraal binnen het plangebied. Deze parkeerplaatsen zijn bestemd voor zowel de toekomstige bewoners van de vier rijwoningen als voor bewoners, werknemers en bezoekers van het woonzorggebouw. Het parkeerterrein krijgt een ontsluiting op de Zandstraat. Het initiatief is uitvoerbaar vanuit het aspect verkeer.
Wozoco Leijgraaf Belfeld
37
4.5
Cultuurhistorie en archeologie
In elk bestemmingsplan moet een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden wordt omgegaan. Denk aan aanwezige monumenten, historische gebieden, kenmerkende (straat)beelden en landschapselementen. Bij het maken van plannen kan ook (weer) rekening gehouden worden met al deze elementen die er vroeger wel waren maar nu niet meer. Een bijzonder onderdeel van cultuurhistorie is archeologie. Cultuurhistorie Het belang van cultuurhistorie is wettelijk vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening. Het Besluit geeft aan dat “een beschrijving van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden” in het bestemmingsplan opgenomen moet worden. Het voornaamste doel hiervan is om het cultuurhistorische karakter van Nederland op gebiedsniveau te behouden en te versterken. Archeologie De bescherming van archeologische waarden bij ruimtelijke ontwikkelingen is geregeld in de Erfgoedwet. De essentie van de wettelijke bescherming is dat archeologische resten zoveel mogelijk in de bodem bewaard blijven. Bij ruimtelijke plannen geldt de verplichting om rekening te houden met bekende en te verwachten archeologische waarden.
Indien ingrepen gepaard gaan met een verstoring van de bodem, kan het nodig zijn om nader onderzoek te doen, zodat - waar nodig - de archeologische waarden veiliggesteld kunnen worden en/of het plan aangepast kan worden. De verantwoordelijkheid voor archeologische waarden ligt bij de gemeente. Op basis van artikel 5.10 van de Erfgoedwet zijn mogelijke (toevals)vondsten bij het verrichten van werkzaamheden in de bodem altijd beschermd. Er geldt een meldingsplicht bij het vinden van (mogelijke) waardevolle zaken. Planspecifiek Cultuurhistorie Mede op basis van de cultuurhistorische waardenkaart van de provincie Limburg en de cultuurhistorische inventarisatiekaart van de gemeente Venlo blijkt dat er geen cultuurhistorisch waardevolle objecten en elementen aanwezig zijn binnen het plangebied. Op de cultuurhistorische waardenkaart van de provincie Limburg, zie de uitsnede hieronder, blijkt dat het plangebied wel ligt op gronden die zijn aangemerkt als 'enkeerdgrond' en 'cultuurlandschap' (Bouwland, kampen). Deze aanduidingen refereren onder andere aan het voormalige agrarisch gebruik van de gronden ter plaatse. Binnen het plangebied en de direct aangrenzende gronden zijn geen (zichtbare) elementen meer aanwezig die nog aan dit oude gebruik doen denken. Het plangebied maakt onderdeel uit van een woonwijk waar stedelijke functies zijn gevestigd.
Het plangebied heeft eerder dienst gedaan als onderwijslocatie en is nu in gebruik als toegankelijk groenplantsoen. De inrichting vertegenwoordigd geen waardevolle cultuurhistorische betekenis meer. Voorliggend initiatief heeft daarmee geen negatief effect op de aanwezige cultuurhistorisch waardevolle landschappen. Mogelijke waardevolle archeologische objecten en elementen in de bodem worden anderszins beschermd, zie daartoe het vervolg van deze paragraaf. Op de cultuurhistorische waardenkaart van de provincie is de Zandstraat, de straat direct ten noorden van het plangebied, aangemerkt als een 'andere weg ouder dan 1806'. Voorliggend initiatief heeft geen effect op de huidige inrichting van de weg. Wel maakt het initiatief de oprichting van vier nieuwe aan de weg mogelijk. Deze woningen zorgen voor een fraaie afronding van dit deel van de woonwijk en verbeteren het algehele aanzien van het straatbeeld ter plaatse. Een nadere toelichting op het initiatief is te raadplegen in paragraaf 2.2. Verder gelden er ter plaatse van het plangebied, bijvoorbeeld via het moederplan, geen regels voor de bescherming van cultuurhistorische waardevolle objecten en elementen. Negatieve effecten op het onderdeel cultuurhistorie kunnen op voorhand worden uitgesloten.
38
Wozoco Leijgraaf Belfeld
Cultuurhistorische waardenkaart provincie Limburg (bron: Cultuurhistorische waardenkaart Limburg)
Archeologie Binnen het vigerende bestemmingsplan 'Kern Belfeld' uit 2012 is voor het gehele plangebied de archeologische verwachtingswaarde vastgesteld op 'Waarde - Archeologie middelhoog'. Op de archeologische beleidskaart van de gemeente Venlo uit 2015 is de verwachting ter plaatse van het plangebied bijgesteld naar een 'hoge of middelhoge' archeologische verwachting. Op basis van de beleidskaart uit 2015 zijn de verwachtingswaarden 'middelhoog' en 'hoog' samengevoegd. Omdat de aan deze verwachtingswaarden gekoppelde normering bij beide identiek is, betekent is geen strengere norm ten opzichte van het vigerende bestemmingsplan 'Kern Belfeld' uit 2012.
Wozoco Leijgraaf Belfeld
39
Uitsnede van de Archeologische Beleidskaart, gemeente Venlo uit 2015
Vanwege de grondwerkzaamheden in het kader van de bouw van het woonzorggebouw en de vier levensloopbestendige woningen is een archeologisch bureau- en verkennend booronderzoek uitgevoerd, zie bijlage 6. De belangrijkste conclusies van het onderzoek zijn dat er overwegend onverstoord ondergrond is aangetroffen binnen het onderzoeksgebied. Er zijn geen relevante indicatoren aangetroffen. De consensus is dat een verkennend booronderzoek als onderzoeksmethode niet geschikt is om vindplaatsen op te sporen. Vanwege de overwegend onverstoorde bodemopbouw kan de archeologische verwachting niet naar beneden worden bijgesteld. Op basis van de onderzoeksresultaten wordt aanvullend onderzoek geadviseerd in de vorm van een Inventariserend Veldonderzoek Deel: Proefsleuvenonderzoek (IVO-P). Selectiebesluit gemeente Venlo: Het advies om in het plangebied vervolgonderzoek te doen door middel van proefsleuven neemt de gemeente over als selectiebesluit. Dit aangezien uit de boringen blijkt dat de oorspronkelijke bodemopbouw niet vrijwel ongestoord is, ook ter plaatse/in de directe nabijheid van de gesloopte school in het noordelijke gedeelte van het plangebied. Dit is te danken aan de dikke afdekkende oude akkerlaag die in het plangebied aanwezig is.
Deze heeft een bufferlaag gevormd tegen latere bodem verstorende werkzaamheden; deze hebben het archeologisch relevante niveau niet of nauwelijks aangetast." Vanwege dit advies dient een Programma van Eisen te worden opgesteld voor de uitvoering van een proefsleuvenonderzoek. Het PvE en het aanvullend onderzoek zijn inmiddels opgesteld en uitgevoerd. Aanvullend onderzoek Het aanvullend proefsleuvenonderzoek is toegevoegd als bijlage 7. Voor het aanvullend onderzoek zijn vier proefsleuven aangelegd. Op basis van de resultaten van het proefsleuvenonderzoek is er geen aanvullend onderzoek nodig en kan het plangebied worden vrijgegeven voor de ontwikkeling. De dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie middelhoog' is niet overgenomen in voorliggend bestemmingsplan. Conclusie Het bestemmingsplan is uitvoerbaar in het kader van cultuurhistorie en archeologie.
40
Wozoco Leijgraaf Belfeld
4.6
Economische uitvoerbaarheid
Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan dient, op grond van artikel 3.1.6 lid 1, sub f van het Bro, onderzoek plaats te vinden naar de (economische) uitvoerbaarheid van het plan. In principe dient bij vaststelling van een ruimtelijk besluit tevens een exploitatieplan vastgesteld te worden om verhaal van plankosten zeker te stellen. Op basis van 'afdeling 6.4 grondexploitatie', artikel 6.12, lid 2 van de Wro kan de gemeenteraad bij het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan echter besluiten geen exploitatieplan vast te stellen indien: het verhaal van kosten van de grondexploitatie over de in het plan of besluit begrepen gronden anderszins verzekerd is; het bepalen van een tijdvak of fasering als bedoeld in artikel 6.13, eerste lid, onder c, 4°, onderscheidenlijk 5°, niet noodzakelijk is; het stellen van eisen, regels, of een uitwerking van regels als bedoeld in artikel 6.13, tweede lid, onderscheidenlijk b, c of d, niet noodzakelijk is. Planspecifiek De ontwikkelingskosten komen geheel voor rekening van de initiatiefnemer. Hiertoe zal de gemeente voorafgaand aan de planologische procedure met de initiatiefnemer een exploitatieovereenkomst afsluiten. Voor de realisatie van het plan hoeft de gemeente geen investering te doen. De kosten die door de gemeente gemaakt worden voor het voeren van de planologische procedure zijn verrekend in de leges.
Eventuele extra gemeentelijke kosten worden gedekt door de exploitatieovereenkomst. Tevens zal een overeenkomst betreffende planschade worden afgesloten. Deze kosten komen eveneens geheel voor rekening van de initiatiefnemer. Op basis van het bovenstaande kan geconcludeerd kan worden dat het plan economisch uitvoerbaar is.
Wozoco Leijgraaf Belfeld
41
Hoofdstuk 5 5.1
Juridische planbeschrijving
Algemeen
Het bestemmingsplan is opgezet volgens de in de Wet ruimtelijke ordening opgenomen standaardvorm van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingplannen 2012 (SVBP 2012). Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, planregels en een toelichting. De verbeelding en de planregels vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Beide planonderdelen dienen in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. Op de verbeelding zijn de bestemmingen aangewezen. Aan deze bestemmingen zijn bouwregels en regels betreffende het gebruik gekoppeld. De toelichting heeft geen rechtskracht, maar is wel een belangrijk onderdeel van het plan. De toelichting geeft een weergave van de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten die aan dit plan ten grondslag liggen. De toelichting is van wezenlijk belang voor een juiste interpretatie en toepassing. Daarnaast maken ook eventuele bijlagen onlosmakelijk onderdeel uit van het bestemmingsplan. Verbeelding De verbeelding is een digitale kaart, waarop bestemmingen en aanduidingen zijn weergegeven. Aanduidingen worden gebruikt om bepaalde zaken specifieker te regelen, bijvoorbeeld in de vorm van gebiedsaanduidingen, bouwaanduidingen, bouwvlakken, functieaanduidingen etc. Voor de analoge verbeelding is gebruik gemaakt van een digitale ondergrond (Grootschalige Basiskaart en/of kadastrale kaart).
Daar waar een verschil is tussen de digitale en de analoge verbeelding, is de digitale versie leidend. Regels De planregels zijn standaard onderverdeeld in vier hoofdstukken. Hoofdstuk I : Inleidende regels, deze bevatten de begrippen en wijze van meten; Hoofdstuk II: Bestemmingsregels, dit zijn de verschillende bestemmingen op alfabetische volgorde. De regels bevatten een bestemmingsomschrijving en regels voor het bouwen en het gebruik. Hoofdstuk III: Algemene regels, dit zijn regels die gelden voor alle bestemmingen. Dit zijn onder meer (mogelijke) flexibiliteitsbepalingen in de vorm van wijzigings- en afwijkingsbevoegdheden. Hoofdstuk IV: Overgangs- en slotbepalingen.
42
Wozoco Leijgraaf Belfeld
5.2
Wijze van bestemmen
Voorliggend bestemmingsplan bevat de volgende bestemmingen: Groen, aan de oostkant van het plangebied, om de bestaande groene afscheiding op de grens van het plangebied en de Leijgraaf planologisch te borgen. Maatschappelijk, met de functieaanduiding 'gezondheidszorg'. Voor het nieuwe woonzorggebouw is een bouwvlak opgenomen met een bebouwingspercentage van 90%. De maximale goot- en bouwhoogte van het woonzorggebouw bedraagt respectievelijk 10- en 10 m. Verkeer, ter plaatse van het nieuwe parkeerterrein; Wonen, ter plaatse van de vier beoogde rijwoningen. De woningen zijn toegestaan binnen het daarvoor opgenomen bouwvlak met daarbinnen de bouwaanduiding 'aaneengebouwd'. De woningen krijgen een maximale bouw- en goothoogte van respectievelijk 7- en 5 m. En zijn de volgende twee paraplubestemmingsplannen van toepassing verklaard: 1. Parapluplan plattelandswoningen Venlo, vastgesteld door de gemeenteraad van Venlo op 21 december 2016; 2. Paraplubestemmingsplan kamerbewoning, vastgesteld door de gemeenteraad van Venlo op 25 november 2020. Met dit hoofdstuk is voldaan aan artikel 3.1.3 van het Bro.
Wozoco Leijgraaf Belfeld
43
Hoofdstuk 6 6.1
Procedure
Algemeen
Bij de voorbereiding van een (voor)ontwerp bestemmingsplan dient overleg te worden gevoerd als bedoeld in artikel 3.1.1 Bro. Dit is het vooroverleg, waarin het conceptplan wordt voorgelegd aan het waterschap en aan die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Voor wat kleinere plannen kan, in overleg, afgezien worden van dit overleg. Op basis van artikel 3.1.6 Bro dient verslag te worden gedaan van de wijze waarop burgers en maatschappelijke organisaties bij de voorbereiding van het bestemmingsplan zijn betrokken. Dit is de inspraak. Van (formele) inspraak kan, zeker bij wat kleinere plannen, worden afgezien. De gemeentelijke inspraakverordening is daarbij ook van belang. Een ontwerpbestemmingsplan dient conform afdeling 3.4 Awb gedurende 6 weken ter inzage gelegd te worden. Hierbij is er de mogelijkheid voor een ieder om zienswijzen in te dienen op het plan. Na vaststelling door de Raad wordt het vaststellingsbesluit bekend gemaakt. Het bestemmingsplan ligt na bekendmaking 6 weken ter inzage. Gedurende deze termijn is er de mogelijkheid voor belanghebbenden beroep in te dienen bij de Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State.
Het bestemmingsplan treedt vervolgens daags na afloop van de tervisielegging in werking als er geen beroep is ingesteld.
6.2
Verslag vooroverleg ex artikel 3.1.1 Bro
Dit bestemmingsplan is in het kader van het wettelijk overleg toegezonden aan de relevante instanties. De reactie van de provincie Limburg is in navolgende tekst opgenomen. Geacht College, Het plan is beoordeeld op de adequate doorwerking van de provinciale belangen. De beoordeling van het plan geeft aanleiding tot het maken van een opmerking. Indien u in het plan onderstaande opmerking adequaat verwerkt, zal er geen aanleiding zijn om in de verdere procedure van het plan een zienswijze in te dienen. De opmerking betreft het volgende: In paragraaf 3.4.4 van de Toelichting wordt gesproken over de 'Woonvisie Venlo 2016 - 2021', terwijl momenteel de 'Woonvisie Venlo 2021-2026' voor de motivering op dit punt van toepassing is. Ik verzoek u de Toelichting hierop aan te passen. Tevens vraag ik uw aandacht voor de registratie van dit plan in de Plancapaciteitsmonitor Wonen. drs. H.J.J.G. Simons clustermanager Ruimte” Ook de veiligheidsregio Limburg-Noord heeft advies uitgebracht, zie bijlage 8. Dit advies heeft betrekking op de paragraaf Externe veiligheid. In paragraaf 4.1.5 Externe veiligheid zijn de adviezen van de veiligheidsregio verwerkt. Ook Waterschap Limburg is om advies gevraagd. Het waterschap heeft geen advies ingediend.
44
Wozoco Leijgraaf Belfeld
6.3
Verslag inspraak ex artikel 3.1.6 Bro
Voor dit plan wordt geen formale inspraakprocedure doorlopen. Het bestemmingsplan wordt direct als ontwerpbestemmingsplan ter inzage gelegd. De initiatiefnemer heeft omwonenden via een informatieavond op de hoogte gebracht van de voorgenomen ontwikkelingen. Een verslag van deze informatieavond is in navolgende tekst opgenomen. Omgevingsdialoog Fintheim Vastgoed is voornemens om aan de locatie de Leijgraaf te Belfeld een woonzorgvoorziening en 4levensloopbestendige woningen te realiseren. De locatie is in het verleden maatschappelijk aangewend en ligt al meer dan 10 jaar braak. Vanuit zorgorganisatie Proteion is contact opgenomen met Fintheim Vastgoed om de mogelijkheden om de benoemde locatie een woonzorgvoorziening te ontwikkelen. Dit met name omdat er vanuit de bewoners van Belfeld een enorme behoefte en vraag naar voren is gekomen. Deze behoefte werd ook bevestigd door de Wijkraad. Fintheim Vastgoed heeft dan ook besloten om aan deze vraag invulling te geven middels het voorliggende plan. In februari 2022 zijn alle belanghebbenden vanuit de buurt uitgenodigd voor een informatiebijeenkomst op 11 maart in buurtcentrum De Hamar in Belfeld. Ongeveer 40 omwonenden zijn hierbij aanwezig geweest. Er is zeer positief gereageerd op de voorgenomen plannen en iedereen was overtuigd van de meerwaarde van zowel de woonzorgvoorziening als de levensloopbestendige woningen in Belfeld.
Wel werd er de zorg geuit over de toegang via de Leijgraaf. Op basis hiervan heeft Fintheim Vastgoed besloten het projectgebied anders in te vullen, waardoor de toegang via de Zandstraat gaat verlopen. Hierover is Fintheim Vastgoed ook met de gemeente Venlo in gesprek gegaan. Eind mei heeft dezelfde groep belanghebbenden een informatiebrief ontvangen, met daarin opgenomen het aangepaste plan. Voor Fintheim Vastgoed is hiermee het participatietraject op een goede en coöperatieve wijze doorlopen.
6.4
Verslag zienswijzen
In deze paragraaf, of in een separate bijlage, worden te zijner tijd de zienswijzen op het ontwerpbestemmingsplan en de gemeentelijke reactie hierop opgenomen.
Wozoco Leijgraaf Belfeld
45
46
Wozoco Leijgraaf Belfeld
Bijlagen bij de toelichting
Wozoco Leijgraaf Belfeld
47
48
Wozoco Leijgraaf Belfeld
Bijlage 1
Inrichtingstekening Wozoco Leijgraaf
Wozoco Leijgraaf Belfeld
49
Meter 0
5
10
15
20
25
Bouwplan gebouw met zorgeenheden (27)
Te kappen bomen (3)
Fietsenstalling en toegang tot tuin
Rijwoningen (4)
Nieuwe bomen (7)
Ondergrondse afvalcontainers
Parkeerplaatsen (25)
Onderbeplanting (deels bestaand)
Draaicirkel brandweerwagen
Te behouden bomen (19)
Aan te leggen wadi’s ca. 40 m³ (buiten kroonprojectie)
Molgoot en afwatering(-srichting)
Leijgraaf | Gemeente Venlo Inrichtingsplan | oktober 2022
Betonklinkers in keperverband
Grasbetontegels als parkeervak
Beukenhaag
Wadi
Ruwe berk (Betula pendula)
Hollandse Linde (Tilia x europaea)
Gewone vogelkers
Wilde lijsterbes
Leijgraaf | Gemeente Venlo Inrichtingsplan | oktober 2022
Wegedoorn
Gelderse roos
50
Wozoco Leijgraaf Belfeld
Bijlage 2
Bodemonderzoek
Wozoco Leijgraaf Belfeld
51
Verkennend en aanvullend bodemonderzoek Leigraaf (ong.) Belfeld 20-2271-R02AvH
COLOFON
Opdrachtgever
Fintheim Vastgoed Westervoort B.V. Lunenburg 1 3401 HT IJsselstein Contactpersoon: dhr. F. Bel
Contactbedrijf
Buro SRO Sweerts de Landastraat 50 6814 DG Arnhem
Locatie
Leigraaf (ong.) te Belfeld
Type onderzoek
Verkennend en aanvullend bodemonderzoek NEN 5740
Rapportnummer
20-2271-R02AvH
Datum rapport
5 november 2020
Auteur
Dhr. A.J. van Houwelingen Projectleider Bodem
Kwaliteitscontrole
Mevr. M. Penders Projectleider Bodem
Inventerra Nijverheidsweg 34 3341 LJ Hendrik-Ido-Ambacht (078) 682 24 55 info@inventerra.nl
Verkennend en aanvullend bodemonderzoek Leigraaf (ong.) te Belfeld 20-2271-R02AvH
INHOUDSOPGAVE
1.
INLEIDING .......................................................................................................................... 1
2.
MILIEUHYGIËNISCH VOORONDERZOEK NEN 5725 .............................................................. 2 2.1 2.2 2.3
3.
OPZET, UITVOERING EN RESULTATEN VERKENNEND BODEMONDERZOEK NEN 5740 .......... 5 3.1 3.2 3.3
4.
Algemeen ....................................................................................................................... 2 Verzamelde informatie vooronderzoek ............................................................................... 2 Hypothese ...................................................................................................................... 4
Onderzoeksopzet ............................................................................................................ 5 Uitvoering veldwerk ......................................................................................................... 5 Uitvoering chemisch-analytisch onderzoek ......................................................................... 6
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ...................................................................................... 8
BIJLAGEN 1.
2. 3. 4. 5. 6.
Weergave onderzoekslocatie 1.1 Kadastrale gegevens en omgevingskaart 1.2 Situatietekening 1.3 Foto’s Boorprofielen Analysecertificaten Toetsingskader Resultaten vooronderzoek Kwaliteitsaspecten van het onderzoek
Verkennend en aanvullend bodemonderzoek Leigraaf (ong.) te Belfeld 20-2271-R02AvH
1. INLEIDING
In opdracht van Fintheim Vastgoed Westervoort B.V. heeft Inventerra in augustus - oktober 2020 een verkennend en aanvullend bodemonderzoek conform de NEN 5740 verricht op de locatie aan de Leigraaf (ong.) te Belfeld. De aanleiding voor het bodemonderzoek is de voorgenomen wijziging van de bestemming ten behoeve van woningbouw. Het doel is het vaststellen van de huidige bodemkwaliteit en of deze bodemkwaliteit geen belemmering vormt voor het huidige en toekomstige gebruik. Onderhavig onderzoek is uitgevoerd conform de werkwijze volgens de NEN 5725:2017 (Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek) en de NEN 5740 (Strategie voor het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek). Kwaliteit Inventerra is door Normec Certifications gecertificeerd voor de BRL SIKB 2000, protocol 2001, 2002 en 2018 (certificaatnummer EC-SIK-20241) en de BRL SIKB 6000, protocol 6001 en 6002 (certificaatnummer EC-SIK-60009) en is tevens door TÜV Nederland gecertificeerd voor de algemene kwaliteitsnorm NEN-ENISO 9001. De genoemde beoordelingsrichtlijn BRL SIKB 2000 is onderdeel van een certificatiesysteem voor het gehele proces van veldwerk bij milieuhygiënisch onderzoek, inclusief alle secundaire processen, dat begint bij de acceptatie van het veldwerk en dat eindigt bij de overdracht van veldgegevens en monsters, inclusief de daarbij horende veldwerkrapportage, aan de opdrachtgever.
Op dit bodemonderzoek zijn de volgende protocollen, behorende bij de BRL SIKB 2000, van toepassing: 2001 – Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van
☒ ☒ ☐
grondmonsters en waterpassen. 2002 – Het nemen van watermonsters. 2018 – Locatie-inspectie en monsterneming van asbest in bodem.
De beoordelingsrichtlijn BRL SIKB 2000 is niet van toepassing op: • de processen vóór het veldwerk, zoals vraagstelling, gegevens verzamelen en onderzoeksvoorstel; • de processen ná het veldwerk, zoals laboratoriumanalyses, interpretatie van analyse- en veldwerkresultaten en advies; • veldwerk anders dan middels de technieken boringen, steken en graven van sleuven, inclusief alle veldwerk dat volgt op deze technieken zoals plaatsen van peilbuizen of bemonsteren van peilbuizen; • de monsterneming in het kader van het Besluit bodemkwaliteit. Inventerra verklaart hierbij geen organisatorische, financiële of juridische binding te hebben met de opdrachtgever en/of de onderhavige onderzoekslocatie en verklaart daarmee te voldoen aan de vereisten zoals gesteld in Kwalibo (Besluit uitvoeringskwaliteit bodembeheer).
Verkennend en aanvullend bodemonderzoek Leigraaf (ong.) te Belfeld 20-2271-R02AvH
pag. 1 van 9
2. MILIEUHYGIËNISCH VOORONDERZOEK NEN 5725
2.1
Algemeen
Om inzicht te krijgen over de mogelijke aanwezigheid van verontreinigingen wordt relevante informatie over de onderzoekslocatie en eventueel de beïnvloeding vanuit de directe omgeving verzameld, geanalyseerd en geïnterpreteerd. De te verzamelen informatie is afhankelijk van de aanleiding en het doel van het vooronderzoek. De aanleiding voor het navolgend beschreven vooronderzoek is het opstellen van een hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van het uit te voeren bodemonderzoek (aanleiding A uit de NEN 5725:2017). Ten behoeve hiervan dient in ieder geval informatie te worden verzameld over: • Bodemopbouw en geohydrologie, inclusief informatie over de verwachte aan- of afwezigheid van antropogene lagen in de bodem; • Verwachting t.a.v. de bodemkwaliteit op basis van de bodemkwaliteitskaart, reeds uitgevoerde bodemonderzoeken en of mogelijk sprake kan zijn van een geval van ernstige bodemverontreiniging; • Gebruik en beïnvloeding van de locatie, verdachte situaties, asbest, activiteiten en/of ongewone voorvallen, op basis van het voormalige en huidige gebruik.
Voor het verzamelen van de benodigde informatie kunnen meerdere informatiebronnen worden geraadpleegd, zoals: • Informatie/interview(s) eigenaar en/of opdrachtgever • Archieven gemeente, milieudienst en/of provincie • Online bronnen zoals Bodemloket.nl en Topotijdreis.nl • Bodemkwaliteitskaarten • Topografische kaarten • Geohydrologische kaarten Verder dient een terreinverkenning te worden uitgevoerd. Deze kan eventueel meteen voorafgaand aan de uitvoering van het veldwerk worden uitgevoerd. Vermeld dient te worden dat de verantwoordelijkheid voor de resultaten van onderhavig onderzoek wordt beperkt tot de aan deze resultaten ten grondslag liggende en op het moment van onderzoek ter beschikking staande gegevens, alsmede de bij de terreininspectie(s) ter plaatse van de onderzoekslocatie geconstateerde situatie. 2.2
Verzamelde informatie vooronderzoek
In de navolgende tabel is de tijdens het vooronderzoek verzamelde relevante informatie weergegeven. Tabel 1 Overzicht verzamelde informatie vooronderzoek
Gegevens onderzoekslocatie Adres
Leigraaf (ong.) te Belfeld
Kadaster
Belfeld, sectie F, nr. 2394
XY-coördinaten
X: 206.522
Begrenzing onderzoekslocatie
De begrenzing van de onderzoekslocatie is weergegeven in bijlage 1. De oppervlakte van de onderzoekslocatie bedraagt 3.950 m².
Huidig gebruik
Speelterrein, park
Y: 369.764
Toekomstig gebruik
Gepland is de wijziging van de bestemming ten behoeve van woningbouw.
Omgeving
De locatie wordt omringd door woningen met tuin en openbare wegen.
Verkennend en aanvullend bodemonderzoek Leigraaf (ong.) te Belfeld 20-2271-R02AvH
pag. 2 van 9
Vervolg tabel 1
Overzicht verzamelde informatie vooronderzoek
Overige informatie vooronderzoek Informatie eigenaar / opdrachtgever
De aanwezige niveauverschillen in het maaiveld zijn volgens opgave gerealiseerd door het herschikken van grond op de locatie, zonder aanvoer van grond van elders.
Terreinverkenning
• •
De locatie is ingericht als een parkachtig speelterrein met behoorlijke niveauverschillen. Bij de terreininspectie is aandacht besteed aan het voorkomen van verdachte punten, zoals brandplaatsen, aanwezigheid van puin op de bodem en de aanwezigheid van asbestverdachte bouw- en/of verhardingsmaterialen. Voornoemde aspecten zijn niet waargenomen.
Kaartmateriaal
Topotijdreis: De locatie was tot 1978 onbebouwd. Daarna was er tot 2008 bebouwing aanwezig. Sinds 2009 is het terrein onbebouwd. Voor zover te herleiden zijn er geen kassen, boomgaarden of sloten aanwezig geweest op de onderzoekslocatie.
Gemeente Venlo
Volgens de verstrekte gegevens is op het terrein door Econsultancy een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd (rapport 03101571, d.d. 28 november 2003). Bij het onderzoek zijn in de grond geen verontreinigingen aangetoond. In het grondwater was sprake van licht verhoogde gehalten aan cadmium en zink, die als verhoogde achtergrondwaarden werden beschouwd. Door Aeres Milieu is op de locatie eveneens een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd (projectnummer AM08389, rapportdatum 11 februari 2009). Hierbij zijn in de grond ook geen verontreinigingen aangetoond. In het grondwater overschrijdt nikkel de tussenwaarde en overschrijden barium, kobalt en zink de streefwaarde. Gezien het feit dat er geen aanwijsbare bronnen zijn gevonden, werden deze verhogingen dan ook toegeschreven aan de verhoogde achtergrondconcentraties in Noord- en Midden Limburg conform circulaire Provincie Limburg van d.d. 12 september 1995 nr. 95/36199V. De locatie is lange tijd in gebruik geweest als agrarisch bouwland. In 1972 is ter plaatse van de onderzoekslocatie een basisschool gebouwd. Het schoolgebouw is omstreeks 2004 gesloopt. Er is geen informatie bekend dat er ondergrondse tanks aanwezig zijn geweest voor de opslag van oliehoudende producten.
Bodemkwaliteitskaart
De locatie is gelegen in bodemkwaliteitszone 2. De ontgravingsklasse voor zowel de bovengrond als de ondergrond is “Achtergrondwaarde”.
Geohydrologie (DinoLoket en Grondwaterkaarten TNO)
Het maaiveld ter plaatse bevindt zich op ca. 23 m+NAP. Tot ca. 9 à 10 m-mv is sprake van zandige afzettingen van de Formaties van Boxtel en Beegden. Hieronder bevindt zich een kleiige eenheid bestaande uit afzettingen van de Kiezeloöliet Formatie tot een diepte van ca. 18 m-mv. Stromingsrichting van het freatisch grondwater (<10 m): noordwestelijk
In bijlage 1 zijn de kadastrale informatie, foto’s, gemaakt tijdens de terreininspectie, en de situatietekening bijgevoegd. In bijlage 5 zijn relevante gegevens van het vooronderzoek opgenomen.
Verkennend en aanvullend bodemonderzoek Leigraaf (ong.) te Belfeld 20-2271-R02AvH
pag. 3 van 9
2.3
Hypothese
Ten behoeve van het opstellen van de onderzoekshypothese(s) dienen de volgende onderzoeksvragen te worden beantwoord: Wat is de afbakening van de onderzoekslocatie? De begrenzing van de onderzoekslocatie is weergegeven op de situatietekening in bijlage 1. Is sprake van bodemvreemde lagen en waar bevinden deze zich? Er is op grond van het vooronderzoek geen aanleiding om te verwachten dat sprake is van bodemvreemde lagen. Is de bodem asbestverdacht? Omdat op grond van het vooronderzoek geen bodemvreemde lagen worden verwacht, is de bodem vooralsnog onverdacht voor asbest. Welke kwaliteitsklasse is toegekend aan de bodem in de bodemkwaliteitskaart en welke lagen zijn daarbij te onderscheiden? De ontgravingsklasse voor zowel de bovengrond als de ondergrond is “Achtergrondwaarde”. Is er sprake van beïnvloeding vanuit de omgeving van de bodemkwaliteit of de kwaliteit van het grondwater? Er wordt niet verwacht dat eventuele activiteiten op de omliggende percelen de bodemkwaliteit op het onderzoeksterrein negatief hebben beïnvloed. Is de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem afdoende bekend of is bodemonderzoek noodzakelijk? Op grond van de resultaten van de eerder uitgevoerde verkennende bodemonderzoeken is de bodemkwaliteit voldoende vastgelegd, maar gezien de ouderdom van de onderzoeken is actualisatie nodig.
Wordt op de locatie of een deel daarvan (een geval van ernstige) bodemverontreiniging vermoed? Op grond van de verzamelde informatie wordt niet verwacht dat sprake is van een bodemverontreiniging op de locatie. Is er sprake van potentiële bronnen van bodemverontreiniging, waar liggen ze en wat zijn verdachte parameters? Ter plaatse van (het overige deel van) de onderzoekslocatie zijn geen potentiële bronnen van bodemverontreiniging bekend. Welke hypothese en strategie zijn van toepassing bij de uitvoering van bodemonderzoek? Voor wat betreft de algemene bodemkwaliteit wordt er vanuit gegaan dat sprake is van een onverdachte locatie en is de onderzoeksstrategie voor een ‘onverdachte niet-lijnvormige locatie’ (ONV-NL, NEN 5740) van toepassing.
Verkennend en aanvullend bodemonderzoek Leigraaf (ong.) te Belfeld 20-2271-R02AvH
pag. 4 van 9
3. OPZET, UITVOERING EN RESULTATEN VERKENNEND BODEMONDERZOEK NEN 5740
3.1
Onderzoeksopzet
Op basis van de in het vorige hoofdstuk geformuleerde hypothese en onderzoeksstrategie is de minimaal benodigde onderzoeksinspanning bepaald. In onderstaande tabel is aangegeven welke werkzaamheden en analyses volgens de NEN 5740 worden verricht. Tabel 2 Veldwerkzaamheden en analyses Locatie
Strategie
Opp. 3.950 m2
ONV-NL
Verklaring tabel: m-mv: meter-maaiveld NENG :
NENW :
Veldwerk
Analyses
boringen
peilbuizen
bg
og
gw
10x 0,5 m-mv 2x 2,0 m-mv
1x
2x NENG
1x NENG
1x NENW
bg: bovengrond
og: ondergrond
gw: grondwater
standaard pakket grond (droge stofgehalte, organisch stof- en lutumgehalte, 9 zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK 10 VROM), polychloorbifenylen (PCB), minerale olie) standaard pakket grondwater (9 zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), vluchtige aromatische koolwaterstoffen (benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen, naftaleen en styreen), vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen (VOCl, 11 stuks), minerale olie)
Het onderzoek naar de aanwezigheid van asbest in en op de bodem beperkt zich tot het doen van waarnemingen tijdens de terreininspectie en tijdens het boren. Dit asbestonderzoek is indicatief. Specifiek onderzoek naar de aanwezigheid van asbest in grond en/of puin, conform de NEN 5707/5897, maakt geen onderdeel uit van dit bodemonderzoek. Vanwege het aantreffen van een verhoogd gehalte aan PAK in een mengmonster is aansluitend aanvullend onderzoek uitgevoerd middels het uitvoeren van separate analyses. Vervolgens zijn aanvullende boringen en analyses uitgevoerd om de horizontale en verticale omvang van de verontreiniging in kaart te brengen. 3.2
Uitvoering veldwerk
De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd conform BRL SIKB 2000 en de daarbij horende protocollen 2001 en 2002. De veldwerkzaamheden zijn uitbesteed aan BodemBasics B.V. te Oosterhout. De uitvoerend veldmedewerker, dhr. T.P.C. van Gils, is in dit kader geregistreerd bij Rijkswaterstaat Leefomgeving onder certificaatnr. NC-SIK-20330. Op 25 augustus 2020 zijn in totaal 13 boringen (boringen 101 t/m 113) geplaatst, in diepte variërend van 1,0 – 4,8 m-mv. Boring 112, centraal op het terrein, is afgewerkt met een peilbuis ten behoeve van het grondwateronderzoek. De situering van de boringen en de peilbuis en enkele overzichtsfoto’s zijn weergegeven in bijlage 1.2 en 1.3. Voor het aanvullend onderzoek zijn op 7 oktober 2020 in totaal 13 boringen (boringen 201 t/m 213) geplaatst, tot een diepte van 1,0 à 2,0 m-mv. Het omhoog gebrachte bodemmateriaal is ter plaatse zintuiglijk beoordeeld, de vrijgekomen grond is geclassificeerd en bodemvreemde elementen en waarneembare afwijkingen (zoals kleur, geur, bijmengingen, verontreinigingen) zijn beschreven in boorprofielen, welke in bijlage 2 zijn bijgevoegd. Bij iedere boring zijn monsters genomen van de te onderscheiden bodemlagen. De bodem op de locatie bestaat uit zand tot de maximale boordiepte. Op een diepte van 4,8 meter is een laag grof grind aangetroffen, dat met het beschikbare materiaal niet te doorboren was.
Er zijn plaatselijk op verschillende diepten bijmengingen met sporen baksteen waargenomen. Het grondwater bevond zich tijdens het veldwerk op een diepte van 3,7 m-mv. In en op de bodem is geen asbestverdacht (plaat)materiaal waargenomen; onder asbestverdacht (plaat)materiaal wordt materiaal verstaan dat op Verkennend en aanvullend bodemonderzoek Leigraaf (ong.) te Belfeld 20-2271-R02AvH
pag. 5 van 9
basis van voorkennis en/of een visuele beoordeling een hoeveelheid asbest zou kunnen bevatten. Baksteen is niet verdacht voor asbest. Het grondwater uit de geplaatste peilbuis 112 is op 1 september 2020 door dhr. dhr. T.P.C. van Gils van BodemBasics B.V. zorgvuldig afgepompt en bemonsterd. De resultaten van de veldmetingen en eventuele bijzonderheden zijn weergegeven in onderstaande tabel. Tabel 3 Resultaten veldmetingen en waarnemingen tijdens monstername grondwater Peilbuis 112
Filterstelling (m-mv)
Grondwaterstand (m-mv)
pH
EGV (µS/cm)
Troebelheid (NTU)*
Bijzonderheden
3,80 - 4,80
3,6
6,3
2190
1,75
-
Verklaring tabel: pH: zuurgraad EGV: elektrisch geleidend vermogen *: Bij een NTU >10 dient het grondwater als troebel te worden beschouwd
De peilbuis kon niet op voldoende diepte (bovenkant peilbuis minimaal 0,5 m-grondwaterstand) worden geplaatst, wegens een niet doordringbare laag grof grind. Dit is een afwijking van de BRL. Er wordt echter vanuit gegaan dat deze afwijking niet heeft geleid tot een beïnvloeding van de resultaten. Tijdens de uitvoering van de veldwerkzaamheden zijn voor het overige geen kritieke afwijkingen van de proceseisen opgetreden. 3.3
Uitvoering chemisch-analytisch onderzoek
In onderstaande tabel is een overzicht opgenomen van de geanalyseerde grond- en grondwatermonsters en de uitgevoerde analyses van het verkennend onderzoek. De analyseresultaten zijn getoetst aan het vigerende bodembeleid en zijn eveneens weergegeven in de tabel. Daarbij zijn alleen de parameters vermeld die verhoogd zijn ten opzichte van de achtergrond- c.q. streefwaarde(n). De analysecertificaten zijn bijgevoegd in bijlage 3. In bijlage 4 is het wettelijk toetsingskader beschreven en is de uitgebreide toetsing van de analyseresultaten bijgevoegd. Tabel 4 Overzicht grond- en grondwatermonsters en analyseresultaten verkennend onderzoek Grond
Boring met traject (m-mv)
Analyse
102 (0,00 - 0,50) MM1
108 (0,00 - 0,50)
NENG
111 (0,00 - 0,50)
Toelichting
> AW
> T
> I
Zandige bovengrond
PCB (som 7)
met sporen baksteen
(0,01)
-
-
Zandige bovengrond,
Minerale olie
zonder bijmengingen
(0,03)
PAK (0,64)
-
-
-
-
101 (0,00 - 0,50) 103 (0,00 - 0,50) MM2
104 (0,00 - 0,50) 105 (0,00 - 0,50)
NENG
106 (0,00 - 0,50) 109 (0,00 - 0,50) 108 (0,50 - 1,00) 110 (0,50 - 1,00) MM3
112 (1,00 - 1,50) 112 (1,50 - 2,00)
NENG
Zandige on dergrond, zonder bijmengingen
113 (0,50 - 1,00) 113 (1,00 - 1,50) 101-1
101 (0,00 - 0,50)
PAK
uitsplitsing MM2
-
-
-
103-1
103 (0,00 - 0,50)
PAK
uitsplitsing MM2
-
-
-
104-1
104 (0,00 - 0,50)
PAK
uitsplitsing MM2
-
-
-
105-1
105 (0,00 - 0,50)
PAK
uitsplitsing MM2
-
-
PAK (2,19)
106-1
106 (0,00 - 0,50)
PAK
uitsplitsing MM2
PAK (0,01)
-
-
109-1
109 (0,00 - 0,50)
PAK
uitsplitsing MM2
-
-
-
Grondwater
Filterstelling ( m-mv)
Analyse
Toelichting
> S
> T
> I
-
-
Nikkel (0,22) 112-1-1
3,80 - 4,80
NEN W
-
Zink (0,06) Cadmium (0,11) Barium (0,02)
Verkennend en aanvullend bodemonderzoek Leigraaf (ong.) te Belfeld 20-2271-R02AvH
pag. 6 van 9
Een overzicht van de geanalyseerde grondmonsters, de uitgevoerde analyses en de toetsing van het aanvullend onderzoek is in de navolgende tabel weergegeven. Tabel 5 Overzicht grond- en grondwatermonsters en analyseresultaten aanvullend onderzoek Grond 202-1
Boring met traject (m-mv) 202 (0,00 - 0,50)
Analyse PAK
204-1
204 (0,00 - 0,50)
PAK
205-2
205 (0,50 - 1,00)
PAK
206-1
206 (0,00 - 0,50)
PAK
208-1
208 (0,00 - 0,50)
PAK
Toelichting Zandige bovengrond, zonder bijmengingen Zandige bovengrond, zonder bijmengingen Zandige on dergrond, zonder bijmengingen Zandige bovengrond, zonder bijmengingen Zandige bovengrond, zonder bijmengingen
> AW
> T
> I
-
-
-
PAK (0,06)
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
Verklaring tabellen: NENG : standaard pakket grond NENW : standaard pakket grondwater > AW : overschrijding achtergrondwaarde(n) > S : overschrijding streefwaarde(n) > T : overschrijding voormalige tussenwaarde(n) >I : overschrijding interventiewaarde(n) : geen overschrijding (getal) : verontreinigingsfactor t.o.v. de interventiewaarde (interventiewaarde is factor 1) (-) : verontreinigingsfactor is kleiner dan 0,01
Afwijking Op een analysecertificaat is een overschrijding van de conserveringstermijn voor een aantal parameters vastgesteld. Een overschrijding van de conserveringstermijn is een kritische afwijking op de BRL, omdat hierdoor de betrouwbaarheid van de resultaten mogelijk beïnvloed is. Het betreft het volgende analysecertificaat: Certificaat 2020136646: conserveringstermijn Extractie PCB/PAK. De oorzaak voor de overschrijding van de conserveringstermijn ligt in het feit dat het aanvullende analyses betreft in vervolg op de eerste analysefase. Hierdoor zijn de aanvullende analyses met het oog op de conserveringstermijn te laat in behandeling genomen. Omdat de monsters tijdens het veldwerk, het transport en bij het laboratorium onder strenge condities gekoeld en opgeslagen zijn, wordt een eventuele beïnvloeding van de monsters en daarmee de analyseresultaten minimaal geacht.
Verkennend en aanvullend bodemonderzoek Leigraaf (ong.) te Belfeld 20-2271-R02AvH
pag. 7 van 9
4. CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN
In opdracht van Fintheim Vastgoed Westervoort B.V. heeft Inventerra in augustus - oktober 2020 een verkennend en aanvullend bodemonderzoek conform de NEN 5740 verricht op de locatie aan de Leigraaf (ong.) te Belfeld De onderzoekslocatie, met een oppervlakte van 3.950 m2, is in gebruik als speelterrein, park. De aanleiding voor het bodemonderzoek is de voorgenomen wijziging van de bestemming ten behoeve van woningbouw. Het doel is het vaststellen van de huidige bodemkwaliteit en of deze bodemkwaliteit geen belemmering vormt voor het huidige en toekomstige gebruik. Op basis van het uitgevoerde vooronderzoek is een hypothese opgesteld met betrekking tot een mogelijke verontreinigingssituatie in de bodem, namelijk onverdacht voor bodemverontreiniging. Uit de resultaten van het verkennend bodemonderzoek wordt het volgende geconcludeerd: • De bovengrond op de locatie (0 – 0,5 m-mv) met bijmengingen van sporen baksteen is plaatselijk licht verontreinigd met PCB. • In monster 105-1 blijkt na separate analyses de bovengrond sterk verontreinigd met PAK en bij boring 106 licht verontreinigd met PAK. • In de overige monsters van de bovengrond zijn geen verontreinigingen aangetoond met uitzondering van een licht verhoogd gehalte minerale olie in mengmonster MM2. • In de zintuiglijk onverdachte ondergrond op de locatie (0,5 – 2,0 m-mv) zijn geen verontreinigingen aangetoond.