036 bijl10 Beeldkwaliteitsplan Kazernekwartier_Optimized.pdf
Tekst van het document
West 8 urban design & landscape architecture b.v.
55
3.14 | AFVALINZAMELING • • • • • • • • • • • •
56
Afvalcontainers staan altijd in de zijstraten. Worden zoveel mogelijk verdekt opgesteld en belemmeren niet de beleving van het straatbeeld. Wanneer mogelijk wordt de afvalinzameling groen ingepast. Te denken aan hagen of plantenbakken. Afvalcontainers nemen geen prominente plek in de openbare ruimte in. Ondergrondse inzamelplaatsen zijn niet toegestaan aan verblijfsruimtes, hoofdentree van het gebied, historische belangrijke plekken. Zoveel mogelijk containers clusteren. Afvalcontainers worden gecombineerd met parkeerplaatsen en/ of inritten, zodat er voldoende ruimte is voor bomen. Er wordt geen onderscheid gemaakt in de kleur van de container t.b.v. verschillende afvalstromen. Afvalcontainers zijn uitgevoerd met zwerfafvalklep, om prullenbakken in de openbare ruimte te minimaliseren en combineren. Niet-woonprogramma krijgt een rolcontainer en deze dient inpandig te worden ingepast en zijn goed toegankelijk. Opstelplekken voor rolcontainers dienen de functionaliteit van de openbare ruimte te hinderen en zoveel mogelijk gepostitioneerd te worden met dubbelgebruik. Om grote bestratingsvlakken te voorkomen Opstelplekken voor rolcontainers staan niet opgesteld bij hoofdentrees en historisch waardevolle plekken. Deze belemmeren de beeldkwaliteit en beleving van het Kazernekwartier niet.
West 8 urban design & landscape architecture b.v.
57
04
ONTWIKKELVELDEN
4.1 | VEELZIJDIG LEEFMILIEU Het Kazernekwartier wordt een binnenstedelijk gebied op Venlose maat en schaal met een intensief ruimtegebruik. Hier is volop ruimte om het bijzondere verleden te tonen en te beleven. Het gebied maakt deel uit van het stedelijk centrum van Venlo en moet hierbinnen een duidelijk onderscheidend profiel krijgen. Wonen wordt een belangrijke bouwsteen van het nieuwe Kazernekwartier. De mix van functies bestaat verder uit werken (dienstverlening en ‘schone’ bedrijvigheid) en diverse stedelijke voorzieningen, zoals horeca, onderwijs, sport en kleinschalige leisure. In lijn met de visie gaat het in de eerste fase om minimaal 20.000 m2 niet-woonprogramma. STEDELIJK PROGRAMMA onderwijs vermaak werken
62
OPPERVLAKTE ca. 6.000 m2 ca. 8.000 m2 ca. 6.000 m2
4.2 | WONINGBOUWPROGRAMMA Primair onderwijs Onderwijs Vermaak Werken Wonen Parkeerhubs Levendige plint Interactie programma binnen - buiten
De eerste fase biedt ruimte voor 500 reguliere wooneenheden en 130 studenten-eenheden. Deze zijn gericht op stedelijk georiënteerden die graag reuring en voorzieningen in de directe nabijheid willen, veel gebruik maken van de openbare ruimte, het erfgoed als toegevoegde zien en de auto minder belangrijk vinden. De 500 wooneenheden bieden een divers, robuust en passend aanbod voor Venlo en de regio. Mede door deze diversiteit biedt het Kazernekwartier een interessant stedelijk woon- en leefmilieu voor alle doelgroepen. Daarnaast zijn deze wooneenheden interessant voor pas afgestudeerden. Door een uniek woonaanbod te bieden, houden we deze jongeren vast in de stad.
West 8 urban design & landscape architecture b.v.
63
4.3 | ARCHITECTUUR ALGEMEEN GEDIFFERENTIEERD MILIEU • De bouwhoogte is hoofdzakelijk 3 à 4 bouwlagen. • Accenten, vijf bouwlagen met kap, worden enkel toegepast daar waar ruimtelijke aanleiding voor is. • Woningen met één bouwlaag en complexen met meer dan vijf bouwlagen zijn uitzonderingen. • Hoekwoningen krijgen verbijzonderingen, overhoeks ontwerpen. • De schaal van de legeringsgebouwen wordt gebruikt als ritme in de architectuur. • Er worden hoofdzakelijk langskappen gebruikt (refererend aan de kazernegebouwen).
Bij het ontwerpen van de ontwikkelvelden moeten de volgende drie doelstellingen zorgvuldig nageleefd worden: -- Het militaire verleden is het fundament van de ontwikkeling. -- De kwaliteit en identiteit van de openbare ruimte staan voorop. -- Duurzaam en gezond leven is de manier van doen. Het ontwerpconcept voor het Kazernekwartier is gebaseerd op het idee om de Frederik Hendrikkazerne als basis te gebruiken om op verder te bouwen. De derde tijdslaag sluit dus aan op het goede wonen in ruime panden met een statige uitstraling en het verblijven in hoogwaardige en toekomstbestendige openbare ruimtes . Het Kazernekwartier maakt gebruik van bestaande voorzieningen in Blerick, zoals scholen, verenigingen en winkelstraten.
IN SYMBIOSE MET HET MILITAIRE VERLEDEN • Het militaire verleden is altijd beleefbaar. • De architectuur versterkt het militaire verleden. • De architectuur vertelt de historie. • De historische compositie van beide tijdslagen wordt zo veel mogelijk gewaarborgd. • De inpassing van de architectuur is niet in contrast met de bestaande monumenten en tijdslagen. • Er zijn geen harde contrasten in kleur en materiaal. • De maat en de schaal voegen zich naar hun omgeving. • Er wordt baksteenarchitectuur ingezet.
In fase 1 van het Kazernekwartier komen er mogelijk kleinschalige voorzieningen, zoals een bakker, een kapper, een therapeut en restaurants. Het ontwerp legt de basis voor een gemeenschap die graag in harmonie met de buurt, in een rustige wijk dicht bij de historische binnenstad van Venlo woont. Voor het Kazernekwartier wordt een statige en warme identiteit beoogd. Dat begint met een sterke, coherente boventoon met metselwerk in aardse tinten. Daardoor kan de wijk gecomponeerd worden met een knipoog naar de Frederik Hendrikkazerne. Historische voorbeelden worden gebruikt om een eigentijds ontwerp te ontwikkelen, gebaseerd op traditionele wortels. Los van die bouwstijl wordt de wijk levendig en gedifferentieerd door de toepassing van deze vier principes:
motief van de beëindiging, motief van de rustige basis en reconstructie van het gevelbeeld van het oorspronkelijke bouwplan
1. de stedenbouwkundige korrel van het paviljoen: de schaal van de legeringsgebouwen wordt gebruikt als ritme in de architectuur; 2. het uitnutten van overhoekse kwaliteiten in de architectuur van de hoekpanden en op de zichtlijnen; 3. een rustige basis met ritmiek en sobere detaillering; 4. anekdoten en geschiedenis.
64
West 8 urban design & landscape architecture b.v.
65
geen vlak doorlopende langskappen
architectuur kent een korrel van een paviljoenmaat, 4 à 5 stramienen
gevelbeëindiging midden plint
gevelopeningen t.b.v. daglicht niet wenselijk tot vloerpeil wegens duurzaamheidsambities
GEVELOPBOUW • De architectuur vormt een hedendaagse vertaling van de kazernegebouwen. • De wijk is een symbiose tussen bestaande bebouwing en nieuwbouw. • Panden worden in beperkte mate herhaald (4 à 5 stramienen). • De schaal van de legeringsgebouwen wordt gebruikt als ritme in de architectuur. • De begane grond van de grondgebonden woningen is flexibel inzetbaar als woon- en werkruimte. • De architectuur kenmerkt zich door repeterende details en composities. Sobere en rationeel ingedeelde gevels zorgen voor het ritme. • Vlakke straatgevels zijn niet toegestaan en daarom wordt dieptewerking in de gevel (plasticiteit) toegepast. • De gebouwen hebben een rijke detaillering rondom de gevelopeningen. Diepe negges, kozijnen met draaiende delen, onderdorpels en zonwering zijn hier onderdeel van. • De gevelopeningen lopen niet door tot op het vloerpeil, maar zijn met een lage borstwering ontworpen, refererend aan de kazernegebouwen. • Het gevelontwerp kent een driedeling (plint, middendeel, gevelbeëindiging) en wordt gekenmerkt door een verwevenheid van verticaal (ramen) en horizontaal (zoals lijstwerk, banden, kroonlijsten en gevelbeëindigingen). • De gevelvlakken worden beëindigd door dakranden. Het silhouet van de kap kent een rijke detaillering. Bijvoorbeeld door dakkapellen, dakramen, dakranden en een verschil in langs- en dwarskappen.
Het ontwerp, de detaillering en het materiaalgebruik zijn van hoogwaardige kwaliteit. • Bij panden met een zijgevel loopt de plint de hoek om. Deze plinten wijken af van het middendeel. HOEKPANDEN De kop- en zijgevels waren altijd belangrijk voor de beleving van de kazerne. Daarom worden gebouwen in belangrijke zichten en hoekgebouwen ‘overhoeks’ ontworpen: de gevel gaat de hoek om, waardoor de voor- en zijgevel dezelfde kwaliteit krijgen. Op sommige plekken leidt de situatie van het terrein tot specifieke plattegronden van hoekgebouwen, bijvoorbeeld door hoogteverschillen tussen de tuinen en het maaiveld of hoekverdraaiingen van bouwvelden. Deze specifieke plattegronden en ontwerpen zorgen samen voor echte blikvangers in het gebied.
66
verbijzonderingen op koppen door puntgevels of dwarskappen
aandacht voor dakranden, deze zijn onderdeel van de gevelbeëindiging
schoorstenen als architectonisch element toevoegen t.b.v. installatievoorzieningen
dakkapellen zijn onderdeel van de architectuur en breken het dakvlak
MATERIALISATIE, KLEUR EN DETAILLERING • Het ontwerp bestaat hoofdzakelijk uit baksteenarchitectuur. • De verbijzonderingen en accenten bestaan uit natuursteen. • Er is samenhang in de plint door een natuurstenen borstwering of detaillering. • Het kleurgebruik van het metselwerk is ingetogen met overwegend aardse tinten. • Het metselwerk is genuanceerd, met een spectrum van tonen in het materiaal. • Het materiaalgebruik is hoogwaardig en duurzaam. De materialen en detaillering worden zó gekozen dat veroudering en weersinvloeden geen negatieve gevolgen hebben voor het uiterlijk. Materialen krijgen een patina naarmate ze ouder worden. • Subtiele dakranden en plinten wijken in metselwerkverband en voegbehandeling af van het middendeel. • De gevels van de binnenzijde van de ontwikkelvelden mogen zachter behandeld worden door de toepassing van hout en klimplanten. Dit gebeurt als ondersteuning van het karakter van de collectieve binnentuin. Hout vergrijst mooi en krijgt patina. • Structuurloze plaatmaterialen, open dilatatievoegen en simpele daktrimmen als dakrandbeëindiging worden niet toegepast. • Materialen die kunnen uitlogen en zo schadelijke stoffen in de omgeving kunnen brengen zijn niet wenselijk en wordt waar mogelijk een alternatief vergelijkbaar hoogwaardig materiaal gekozen. DUURZAAMHEID De kernambitie draait om erfgoed.
Daarbij passen materialen met een verleden, zoals tweedehands deuren en oude straatklinkers. Door de regio als bron van grondstoffen te gebruiken, gaat het Kazernekwartier nog meer verhalen vertellen. Zo krijgen oude producten meer betekenis. Zijn oude producten niet beschikbaar of toepasbaar, dan valt de keuze op nieuwe materialen uit de regio.
daglicht in de hal als kwaliteit, zoals in de legeringsgebouwen
Voor materialen is dit dan de gewenste volgorde: 1. Toepassen van oude materialen uit de regio (te beginnen met materialen die vrijkomen uit het Kazernekwartier zelf) 2. Toepassen van nieuwe biobased materialen uit de regio of oude materialen van buiten de regio 3. Toepassen van nieuwe duurzame materialen uit de regio of nieuwe biobased materialen van buiten de regio 4. Toepassen van nieuwe duurzame materialen van buiten de regio
West 8 urban design & landscape architecture b.v.
67
GEVELVERLICHTING • In het Kazernekwartier wordt een voorgeschreven gevelverlichting gehandhaafd om de openbare ruimte te verlichten. Deze verlichting wordt uitgewerkt in het inrichtingsplan. • De gevelverlichting wordt integraal ontworpen en ingepast in de architectuur. • De verlichting vormt een onderdeel van de gevel; de bedrading en aansluitingen zijn niet te zien. GEVELRECLAME EN BEBORDING • De gevelreclame en bebording worden door één hand ontworpen voor het hele Kazernekwartier. • Gevelreclame, bebording en belettering zijn onderdeel van de architectuur. • De sobere uitstraling van een kazerne blijft gehandhaafd. • Er wordt een handboek ontwikkeld, waarin specifieke eisen vastliggen voor deze ontwikkeling en voor toekomstige nieuwe bedrijvigheid. HEMELWATERAFVOER IS ONDERDEEL VAN DE BEELDKWALITEIT • Hemelwaterafvoeren worden uitgevoerd in een hoogwaardig materiaal. • Er zijn geen pvc-buizen in het zicht. • De hemelwaterafvoer draagt bij aan de subtiele verdeling tussen woningen. • Wanneer een hemelwaterafvoer in het zicht wordt geplaatst, is deze onderdeel van de architectuur. DUURZAAMHEID IS ONDERDEEL VAN DE ARCHITECTUUR • De energievoorzieningen zijn netjes geïntegreerd. • Zonnecellen zijn vanaf het begin integraal mee ontworpen en onderdeel van de architectuur. • Zonnecellen maken deel uit van de totale compositie van de dakvlakken.
• Zonnepanelen in de gevel zijn niet toegestaan. Een uitzondering hierop is de parkeerhub langs het spoor. • Installatievoorzieningen zijn onderdeel van de architectuur en worden daarmee zorgvuldig ingepast of uit het zicht geplaatst.
68
NATUURINCLUSIEF BOUWEN Vogels en insecten krijgen de gelegenheid om te nestelen in de gevels. Daar moet op voorhand rekening mee worden gehouden in het architectonisch ontwerp van de gebouwen. De relevante varianten van kasten, stenen en voegen worden in acht genomen. • • • • •
Vogel- en vleermuiskasten zijn onderdeel van de architectuur. De pergola’s binnen de ontwikkelvelden zijn integraal mee ontworpen en kunnen bijdragen aan het verzachten van de gevel. Waar mogelijk worden klimplanten en geveltuinen toegepast voor de biodiversiteit. Dergelijke voorzieningen zijn onderdeel van het ontwerp en worden niet achteraf aangebracht. Maximaal 30% van de privé- en collectieve buitenruimte is verhard. Erfafscheidingen worden gevormd door natuurlijke grenzen of uitgevoerd in natuurlijke materialen.
PARKEERHUBS • Bewoners en bezoekers wandelen door het Kazernekwartier naar hun bestemming. • De entree voor personen is zichtbaar, goed toegankelijk en wordt waar mogelijk versterkt met een aanvullende functie, zoals een fietsenmaker, pakketservicemuur of koffiezaak. • De architectuur van de parkeerhubs is onderdeel van de beeldkwaliteit en de betreffende gebiedscriteria. • De parkeerhubs zijn flexibel en schaalbaar voor de toekomst. • De baksteenarchitectuur bevat perforaties voor de ventilatie. • Er is aandacht voor dieptewerking in de gevel. • De hellingbaan van de parkeergarage kan aanleiding gevel tot een verbijzondering in de gevel. • De entree van de parkeergarage is terughoudend ontworpen. • De deelmobiliteit bevindt zich in het zicht en dicht bij de entree van de hubs. • Als het dak en/of de spoorgevel van de parkeerhubs wordt ingezet als buurtbatterij, dan worden de zonnepanelen en de bijbehorende voorzieningen architectonisch ingepast. NUTSVOORZIENINGEN ZIJN GOED INGEPAST • Vrijstaande transformatorhuisjes zijn onderdeel van de beeldkwaliteit. Deze worden vernuftig ingepast. • Transformatorhuisjes kunnen ook geïntegreerd zijn in een bouwblok. Daarmee zijn ze ook onderdeel van de architectuur. • De openbare ruimte blijft vrij van obstakels.
West 8 urban design & landscape architecture b.v.
69
4.4 | OVERGANGEN EN GRENZEN • •
• • • • •
•
• • •
70
De overgangen tussen privé en openbaar zijn in samenhang ontworpen met de architectonische eenheid. De gevels die op de begane grond grenzen aan de openbare ruimte, hebben een openheid die bij de situatie past. Dichte (bergings)gevels aan de straatzijde zijn niet wenselijk. Hier moet extra aandacht voor zijn in de uitwerking. De entree representeert het gebouw en is integraal ontworpen. Onderdeel van de entree zijn ook: de voordeur, het raampje, de verlichting, de brievenbus, de deurklink en het huisnummer. Gevelopeningen naast of boven de voordeur zorgen voor daglicht in de hal. Inritten van parkeerkoffers zijn zorgvuldig ontworpen. Het hetwerk is onderdeel van de architectuur. Privé-stoepen zijn zorgvuldig ontworpen en verhard met een hoogwaardig materiaal in lijn met de sfeer van de straat, zoals klinkers of natuursteen, op een manier die de aanleg van geveltuintjes of klimplanten mogelijk maakt. Voortuinen worden door een gemetseld laag muurtje, een haag of een stevig hek afgezoomd. Het hek of het gemetselde muurtje is zorgvuldig ontworpen en gedetailleerd, met de toepassing van hoogwaardig materiaal. Elk ontwikkelveld heeft een consequente begrenzing tussen het privédomein en de openbare ruimte. Erfafscheidingen van privétuinen of terrassen zijn onderdeel van de beeldkwaliteit en zijn daarmee uniform ontworpen. Er worden geen individuele schuttingen o.d. toegepast.
Wanneer er terugliggende rooilijnen worden ontworpen en de ‘‘restruimte’’ terug wordt gegeven aan de openbare ruimte, dan wordt het detail daarop afgestemd.
4.5 | INSPIRATIE MATERIALISATIE
hoogwaardige en duidelijk gedefineerde overgangen tussen privé en openbaar
West 8 urban design & landscape architecture b.v.
71
VERFIJNING IN METSELWERK Dit zijn de voornaamste kenmerken van het metselwerk in het Kazernekwartier, waardoor de gevel gaat spreken: • hedendaagse architectuur • analoge architectuur • overhoeks ontwerpen • ambacht, vakmanschap • ingetogen • patina • metselwerkverbanden • diepe negges • geveldragers • gemetselde waterslagen • aandacht voor de onderzijde van de balkons en loggia’s
72
West 8 urban design & landscape architecture b.v.
73
05
FREDERIK HENDRIK KAZERNE
ELKE TIJDSLAAG IS ZICHTBAAR IN DE ARCHITECTUUR EN VERTELT ZIJN EIGEN VERHAAL
5.1 | ERFGOED ALGEMEEN Een uniforme buitenkant, aan de binnenzijde een wereld van verschil De huidige monumentale gebouwen krijgen diverse functies die allemaal in zekere mate ingrijpen op de bestaande casco’s. Daarbij is het belangrijk dat het nieuwe gebruik mogelijk is en dat voldaan wordt aan de wettelijke eisen uit het bouwbesluit. Ook de ambities op het gebied van duurzaamheid worden hierbij meegenomen. De transformatie van het Kazernekwartier is een complexe opgave. Dit biedt kansen en risico’s. De complexiteit kan immers ook leiden tot gemiste kansen, zoals verrommeling. Daarom leggen we de beeldkwaliteit voor de kazernegebouwen vast om de eenheid te waarborgen. Zo kunnen de kazernegebouwen door diverse partijen worden ontwikkeld en ontworpen met een verschillend programma.
Het detail in de grote ruimtelijke opzet De kazernegebouwen kunnen niet los worden gezien van de ruimtelijke opzet. Stedenbouwkundig gezien is het ensemble van kazernegebouwen niets zonder de appèlplaats. Op detailniveau heeft een originele okergroene kleurstelling geen betekenis zonder de ruimtelijke ervaring van schaal. Hoe ervaar je een dergelijk detail op afstand en van dichtbij? Een mooi voorbeeld is het toiletgebouwtje dat in de oorspronkelijke kleuren hersteld is. De verfijndheid van het kleinste gebouw is kenmerkend voor het gebied: de verfijnde detaillering en uitwerking, de kleurstelling die weer in oude glorie is hersteld. Het toiletgebouw is niet weggemoffeld, maar staat midden op het veld en is fijnzinnig en mooi afgewerkt. Met details en kleuren die gezien mogen worden en dus ook zichtbaar zijn vanuit de verte. Dit vraagt om een pragmatische aanpak met de medewerking van Welstand & Erfgoed en de RCE om van het gebied een bruisend stadsdeel te maken.
De buitenkant van alle kazernegebouwen wordt in de oorspronkelijke staat hersteld. De gevels en alle elementen daarin worden op eenzelfde manier behandeld. Hierbij is het document ‘FHK transformatiescan’ leidend. In deze paragraaf worden een aantal essentiële onderdelen daarvan toegelicht. Ook aan de binnenkant van de kazernegebouwen zitten belangrijke historische elementen die zo veel mogelijk behouden moeten blijven. Dit is afhankelijk van de functie. Verder vinden alle aanpassingen aan de kazernegebouwen plaats in overleg met Welstand & Erfgoed en de RCE. Mogelijk zijn niet alle ambities op het gebied van duurzaamheid haalbaar voor het erfgoed. Dan kunnen de ambities op gebiedsniveau een rol spelen. De eis is dat er geen voorzieningen op het gebied van duurzaamheid worden uitgevoerd aan de buitenkant van de kazernegebouwen. Een uitzondering hierop is de ontluchting, zoals bij de Tapijnkazerne. Voor de binnenkant zijn deze duurzame voorzieningen wél een optie.
80
historisch beeld legeringsgebouwen Frederik Hendrikkazerne
huidige staat legeringsgebouwen Frederik Hendrikkazerne
historisch beeld kantine I, Frederik Hendrikkazerne
huidige staat voormalige kantine I, Frederik Hendrikkazerne
West 8 urban design & landscape architecture b.v.
81
Gevels met ornamentaal metselwerk en natuursteendetails • Het metselwerk wordt schoongemaakt en hersteld met behoud van het patina. • De natuursteendetails (waterslagen, cordonlijst en lateien) worden schoongemaakt en hersteld met behoud van het patina. • Het voegwerk wordt hersteld op een manier die past bij de oorspronkelijke kalkvoegmortel knipvoeg.
Verdiepingshoogte De verlaagde plafonds zijn niet origineel en verarmen de ruimtelijke beleving van de architectuur van de kazernegebouwen. De oorspronkelijke verdiepingshoogte moet weer zichtbaar worden.
Entrees De entrees zijn in de loop der tijd een aantal malen veranderd, waarbij de status en de verfijning zijn verdwenen. De entrees moeten hun oorspronkelijke status terugkrijgen en daarmee de gebouwen weer een echte hoofdentree geven aan de appèlplaats. Daklandschap De verfijning van de daken is verdwenen. Bij de ontwikkeling worden de details van weleer hersteld door de historische dakornamenten (zoals de pironnen) en dakkapellen terug te brengen. De dakranden krijgen hun oorspronkelijke donkere kleur terug en de boeidelen worden verfijnd volgens de historische details.
Gevelopeningen De kozijnen worden zo veel mogelijk hersteld volgens het oorspronkelijke beeld. Bepalende elementen daarbij zijn: houten kozijnen met een tweedeling, een roedeverdeling en enkel glas, met donkere kaders en lichtoker voor de invullingen. We streven de originele detaillering en roedeverdeling na.
huidige situatie met verlaagde plafonds
Paviljoen architectuur De gebouwen hebben van oorsprong een alzijdige opzet. In de jaren zeventig zijn er tegen de legeringsgebouwen op de ontwikkelvelden Bravo, Charlie, Echo en Foxtrot uitbreidingen gemaakt met sanitaire units. Deze verstoren het beeld van de oorspronkelijke architectuur en worden gesloopt. Het advies is om de symmetrie van de zijgevels in stand te houden en eventuele aansluitingen op andere gebouwen substantieel teruggelegd te ontwerpen of uit te voeren in glas.
na verwijdering verlaagde plafond Tapijnkazerne
witte kunststof kozijnen legeringsgebouwen E en F historisch beeld entreepartij Frederik Hendrikkazerne
toiletaanbouwen uit 1970, Federik Hendrikkazerne rijkdom detaillering en kleurgebruik van het daklandschap Frederik Hendrikkazerne
82
Tapijnkazerne Maastricht voor en na restauratie
restauaratie bestaande houten kozijnen Tapijnkazerne
Tapijnkazerne Maastricht na restauratie West 8 urban design & landscape architecture b.v.
83
5.2 | GEMEENTELIJKE MONUMENTEN
5.3 | RIJKSMONUMENTEN
De legeringsgebouwen,CDEF, zijn gemeentelijke monumenten. Deze vier bouwwerken zijn in originele staat identiek aan elkaar. In de loop der jaren hebben ze allen een andere tranformatie ondergaan met wisselende functies. Op de eerder pagina’s worden enkele elementen aangehaald die nodig zijn om de bouwwerken in oude glorie te herstellen. Naar alle waarschijnlijkheid zullen er echter verschillende functies gaan landen in deze vier bouwwerken. Daarnaast dient er te worden nagedacht over de tranformatiemogelijkheden van de bouwwerken zonder dat het uniforme beeld verloren gaat. De bestaande vier gemeentelijke monumenten aanpassen op het gewenste programma is maatwerk en wordt dan ook in afstemming met het kwaliteitsteam verder uitgewerkt. Uitgangspunt blijft altijd het uniforme beeld van de legeringsgebouwen aan de appelplaats met de kwaliteitsambitie van de Tapijnkazerne Maastricht.
De twee rijksmonumenten, de Kantine I en het Wachtgebouw A, lenen zich als visitekaartje voor het Kazernekwartier. Ze vormen samen de hoofdentree en worden nóg belangrijker door de mogelijke komst van een brug en het verlengen van de Antoniuslaan onder het spoor en de Eindhovenseweg door. Het bijzondere programma ‘het hotel’ biedt de mogelijkheid om deze gebouwen op een iconische manier te behandelen. Dit is een rijke toevoeging met meerwaarde voor de beide rijksmonumenten. Een symbiose tussen oud en nieuw is cruciaal en moet daarom zorgvuldig worden ontworpen. Ook mag de toevoeging geen afbreuk doen aan het ensemble van de kazernegebouwen. Een nauwkeurige analyse door een architect is daarom een vereiste. Dit wordt in een intensief traject met de supervisor opgepakt. De doorontwikkeling van de Kantine I en het Wachtgebouw A wordt nauw afgewogen met de toekomstige eigenaar, Welstand en de RCE. RANDVOORWAARDEN • De ontwikkelingen vinden plaats in symbiose met de rijksmonumenten. • De toevoegingen hebben een hedendaagse architectuur en passen in de tijdslaag van nu. • Het exterieur wordt het decor voor het interieur. • De plinten hebben vooral een publieke functie. Denk aan: de receptie, een brasserie, een ontbijtzaal, vergaderruimte(s) en sportfaciliteiten. • Nieuwe toevoegingen worden uitgevoerd in hout met een ranke detaillering.
• De kleinschalige aanbouw wordt transparant ontworpen, zodat de monumentale gevel vanaf de buitenkant beleefbaar blijft.
84
West 8 urban design & landscape architecture b.v.
85
CENTRALE ZICHTAS VANAF DE BESTAANDE RIJKSMONUMENTALE LOODS NAAR DE APPELPLAATS
06
KARAKTERS
CITIEL
AAN
NS
OM
GE
VI
NTEN
FORT
SINT -M I C
ENGD
ST AT IO
AME
VERL
FUND
E AN
TO N I
USLA
AN
EXER
HIEL
NG
BIJ
DE
RUI
TER
IJ
6.1 | FUNDAMENTEN FORT SINT-MICHIEL
6.2 | EXERCITIEPARK
Aan de achterkant van de legeringsgebouwen bevindt zich de tijdslaag van fort Sint-Michiel. De ontwikkelvelden vouwen zich hier om de fundamenten heen, waardoor spannende doorzichten ontstaan. De bebouwing aan de fundamenten van de fortificatie vormt geen wand. De bouwvelden zijn luchtig vormgegeven en bieden ruimte voor doorsteken en zichtlijnen.
De Frederik Hendrikkazerne heeft altijd in een U-vorm om de appèlplaats heen gestaan. In deze paragraaf wordt de vierde zijde van de appèlplaats en de hoek van het ontwikkelveld Delta omschreven. Belangrijk bij de uitwerking hiervan is dat deze vierde zijde een nieuwe toevoeging in de derde tijdslaag is.
RANDVOORWAARDEN - De bebouwing bestaat uit 4 lagen. - Vanwege de privacy geldt aan de Bataljonstraat een opgetild vloerpeil van circa 50 centimeter. - De woon-werkwoningen met flexibel inzetbare plint hebben een verdiepingshoogte van 3,50 meter. - De bebouwing aan de fortificatie heeft een visuele plint van 3,50 meter. - De bovenste laag van de hoekpanden heeft een verbijzondering in de top, zoals een verfijning van de dakrand of de kapvorm. - De woningen kunnen aantoonbaar getransformeerd worden naar werkwoningen. - De gebouwen hebben een duidelijke plint, een middenstuk en een kop. - Er zijn geen aaneengesloten wanden; er is ruimte voor doorsteken en zichtlijnen. - De architectuur van het paviljoen is afleesbaar. - Interactie tussen plint en fortmuur is wenselijk, extra aandacht voor deze overgangen. - Klimplanten breken het bakstenen vlak en dragen bij aan de dieptewerking tussen gevel en fortmuur. - Het metselwerk is genuanceerd en in symbiose met de aangrenzende ontwikkelvelden. - Verbijzondering in de materialisatie of massa is mogelijk als daar stedenbouwkundige aanleiding voor is. - De ontwerpen hebben vooral langskappen met verbijzonderingen. - De zijgevels zijn nooit blinde gevels. Deze zijn altijd overhoeks ontworpen. - Binnenterreinen hebben een informeel karakter waar andere materialen (hout, groene gevel) denkbaar zijn.
- De parkeerinritten zijn beschut opgesteld in de zijstraten en zijn onderdeel van de architectuur, met ontworpen hekwerken.
RANDVOORWAARDEN - Voor de architectuur geldt: eenheid in materiaal, uitzondering in structuur. - De bebouwing bestaat uit 4 lagen. - Minstens een van de verdiepingen is gelijk aan de verdiepingshoogte van de kazernegebouwen (circa 4,20 m). - Het gaat om bijzondere individuele woontypes, met bijvoorbeeld vides of spit-levels (noordzijde appèlplaats). - Iedere woning is uniek en heeft de uitstraling van particulier opdrachtgeverschap (noordzijde appèlplaats). - Woningen kunnen aantoonbaar getransformeerd worden naar woon-werkwoningen. - De zijgevels zijn nooit blinde gevels. Deze zijn altijd overhoeks ontworpen.
92
West 8 urban design & landscape architecture b.v.
93
6.3 | ACCENTEN CONTOUREN FORTIFICATIE De accenten van het Kazernekwartier benadrukken de contouren van fort Sint-Michiel. Deze accenten zijn in symbiose met de bestaande monumenten van de Frederik Hendrikkazerne, maar door afwijkende oriëntatie worden het accenten in de tweede linie.
BRAVO 10 L + kap
CHARLIE 9 L + kap
ECHO 10 L + kap
FOXTROT 9 L + kap
RANDVOORWAARDEN - De accenten van de vier ontwikkelvelden passen bij elkaar qua architectuur, materialisatie, maat en schaal. - Vanaf het Exercitiepark zijn de accenten in samenhang met elkaar. - Er is sprake van uniformiteit in kleurgebruik. - Er is een verbijzondering in detaillering en maat, schaal en structuur. - De eerste vier lagen, de plint, zijn onderdeel van het bouwblok. - De bouwhoogtes van de vier accenten verspringen speels in hoogte. - De kapvorm is verwant aan die van de kazernegebouwen. - De langskappen lopen parallel aan de fortificatie. - De accenten kunnen worden uitgevoerd in metselwerk en/of hout.
94
West 8 urban design & landscape architecture b.v.
95
6.4 | VERLENGDE ANTONIUSLAAN
6.5 | BIJ DE RUITERIJ
De Verlengde Antoniuslaan neemt het karakter over van de Antoniuslaan in Blerick. Dat betekent: statige herenhuizen aan een laanstructuur. De Antoniuslaan is de hoofdstraat met allure in Blerick waar ook het centrum en de kerk mee verbonden zijn.
Bij de Ruiterij is een levendige plek binnen het Kazernekwartier. De diversiteit in programma is af te lezen in de architectuur: het betreft een mix van wonen, werken en recreëren. De nadruk ligt hierbij op het werken, met de exercitieloods in het midden. De bebouwing is aanpasbaar en geschikt voor meerdere functies, net als het bestaande erfgoed.
RANDVOORWAARDEN - Aan de Verlengde Antoniuslaan is sprake van een opgetild vloerpeil van circa 50 centimeter. - Er is een visuele plint van 4,20 meter, in samenhang met de Antoniuslaan in Blerick. - De bovenste laag van de hoekpanden heeft een verbijzondering in de top, zoals een verfijning van de dakrand of de kapvorm. - De bebouwing bestaat uit 4 lagen. - De bebouwing heeft het karakter van statige herenhuizen. - Ook appartementen stralen het karakter van een herenhuis uit, bijvoorbeeld door portieken. - Voor deze ontwerpen geldt: kleinere korrel, geen gesloten wanden. - Voor de architectuurkorrel geldt: 1 tot 4 beukmaten in dezelfde architectuur, vergelijkbaar met de Antoniuslaan. - De bebouwing heeft een diversiteit aan dakvormen. - Dakkapellen zijn onderdeel van de architectuur. - De gebouwen hebben een duidelijke plint, een middenstuk en een kop. - Er is sprake van plasticiteit in de gevels door erkers, loggia’s en ornamenten. - De zijgevels zijn nooit blinde gevels. Deze zijn altijd overhoeks ontworpen.
96
RANDVOORWAARDEN - De bestaande monumenten aan het plein vormen de inspiratie. - Vanwege de privacy hebben de woningen een opgetild vloerpeil van circa 50 centimeter. - Het gebied Bij de Ruiterij bestaat uit een landschap van loodsen. - Er is sprake van diversiteit door verschillen in schaal en dakvormen. - Het ontwerp gaat uit van een rauwere baksteenarchitectuur. - De gebouwen bestaan vooral uit 4 bouwlagen met een kap. - De werkgebouwen hebben een flexibel indeelbare plattegrond met een minimale vrije hoogte van 3,50 meter. - De diversiteit in programma is af te lezen aan de architectuur. - Verbijzondering in de materialisatie of massa is mogelijk als daar stedenbouwkundige aanleiding voor is. - De parkeerhub is onderdeel van de architectuur. - De zijgevels zijn nooit blinde gevels. Deze zijn altijd overhoeks ontworpen.
West 8 urban design & landscape architecture b.v.
97
6.6 | STATIONSOMGEVING ANTONIUSLAAN
6.7 | SPECIALS IN HOUT
De stationsomgeving, aan de noordkant van station Blerick, vormt het gezicht aan het spoor én een entree van het Kazernekwartier. Veel bewoners en bezoekers komen het gebied binnen via de Kazernestraat. Daar wordt in de architectuur dan ook rekening mee gehouden.
De duurzaamheidsvisie maakt de inzet van biobased producten mogelijk. Op enkele ontwikkelvelden is hout een alternatief materiaal. Voorwaarde hierbij is dat deze materialen de duurzame lokale economie stimuleren. Bijvoorbeeld door de toepassing van nieuwe biobased materialen of door oude materialen te oogsten uit de omgeving.
RANDVOORWAARDEN - Dit deel van het Kazernekwartier is de entree vanaf het station en daarmee een belangrijke toegang tot het gebied. - Dat vraagt om een kloek en zelfstandig gebouw van vier tot vijf bouwlagen en een uitnodigende gevel aan het stationsplein. - Vanwege de externe veiligheid is extra aandacht nodig voor de detaillering van de gevel aan de spoorzijde. Een gesloten gevel is daarbij niet wenselijk. - Werk- en onderwijsgebouwen hebben een flexibel indeelbare plattegrond met een minimale vrije hoogte van 4 meter. - De zijgevels zijn nooit blinde gevels. Deze zijn altijd overhoeks ontworpen. - Het bouwblok kan worden opgeknipt in meerdere volumes.
RANDVOORWAARDEN - Het materiaal heeft of ontwikkelt patina; hout vergrijst en veroudert op een mooie manier. - Het materiaal is in symbiose met het metselwerk door maatverhoudingen. - De gevels hebben geleding en ritme. - Houten elementen maken een verfijning in architectuur mogelijk. - De gevels van de binnentuinen kunnen (deels) worden uitgevoerd in hout, wat het informele en collectieve karakter onderstreept. - De onderkanten van loggia’s en balkons kunnen worden afgewerkt met hout.
98
West 8 urban design & landscape architecture b.v.
99
WONEN, WERKEN EN VOORAL GENIETEN STEDELIJK LEVEN IN EEN HISTORISCHE SETTING OP EEN STEENWORP AFSTAND VAN ALLES