CConstaterende datVenlo
Koppel je AI →
Document · PDF

036 bijl08 Bp. Kazernekwartier - toelichting.pdf

Raadsvergadering 28 juni 2023, gemeente VenloBij agendapunt: 4.1: RV 36 Planologische procedures planontwikkeling Kazernekwartier6.044 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

→ → → → → → → →

Gemengd - 2

Gemengd - 1

•

•

• •

• •

• •

• • • • • •

→

→

→

→

→

→

→

→

→

•

• • •

→

• • • • • • • •

→

→

• • • • •

→

→

• • • • •

→

• • •

→

       

        

• • • •

• • • • • •

• •

• •

•

• • • •

• • •

• • •

• o o o • o

o o o o • o o o o o

•

•

•

• • • • •

• • •

• •

• • • • • • •

• • •

• • • •

• • • • • • • •

 

   

• o

o

•

• • • o

o • o

o • •

  

Verslag wettelijk vooroverleg ex art. 3.1.1 Bro inzake het bestemmingsplan Kazernekwartier •

Inleiding

In het kader van het overleg op grond van artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is aan de relevante besturen en diensten van de betrokken bevoegde gezagen gevraagd om een reactie te geven op het concept van het bestemmingsplan Kazernekwartier. Dit betreffen de provincie Limburg, het Waterschap Limburg, ProRail en de Veiligheidsregio LimburgNoord. In dit verslag is de beantwoording van de ontvangen overlegreacties opgenomen. •

Resultaten vooroverleg

Met betrekking tot het concept van het ontwerp-bestemmingsplan Kazernekwartier zijn in het kader van het wettelijk vooroverleg reacties/adviezen ontvangen van: 1. Provincie Limburg, Postbus 5700, 6202 MA Maastricht; 2. Veiligheidsregio Limburg-Noord, Postbus 11, 5900 AA Venlo; 3. Waterschap Limburg, Postbus 2207, 6040 CC Roermond; 4. ProRail, Postbus 2038, 3500 GA Utrecht. Hieronder volgt een korte samenvatting van de reacties, voorzien van een gemeentelijk standpunt. 1. Provincie Limburg, Postbus 5700, 6202 MA Maastricht Reactie: Het plan is beoordeeld op de adequate doorwerking van de provinciale belangen. De beoordeling van het plan geeft geen aanleiding tot het maken van opmerkingen. Indien dit plan op deze wijze wordt voortgezet, zal er geen aanleiding zijn om in de verdere procedure van het plan een zienswijze in te dienen. Standpunt: De reactie wordt voor kennisgeving aangenomen. 2. Veiligheidsregio Limburg Noord, Postbus 11, 5900 AA Venlo Reactie: Voor het volledige advies van de Veiligheidsregio wordt verwezen naar haar advies d.d. 28 maart 2022 met kenmerk 2022-011786. Een aantal aspecten worden hier uitgelicht. • Beheersmaatregelen EV scenario’s: Uitgangspunt voor fysieke veiligheid zijn de kernwaarden van de Veiligheidsregio’s zoals deze ook zijn opgenomen in de “Bouwstenen fysieke veiligheid voor het omgevingsplan” van Brandweer Nederland: 1.

De kwaliteit van de leefomgeving wordt mede bepaald door (fysieke) veiligheid. 2. Samen werken aan een veilige fysieke leefomgeving. 3. De leefomgeving wordt mede vormgegeven volgens de ontwerpprincipes voor veiligheid: a. voorkomen of beperking van risico’s vergroot de veiligheid; b. afstand tot de risico’s vergroot de veiligheid; c. bouwwerken en omgeving bieden bescherming; d. bouwwerken en gebieden zijn snel en veilig te verlaten; e. de omgeving maakt snel en effectief optreden van de hulpdiensten mogelijk; f. mensen krijgen bij crisis passende medische zorg.

4. Mensen zijn bekend met risico's en weten hoe te handelen. Omdat voor het voorliggende concept-bestemmingsplan net als bij een omgevingsplan niet alle (toekomstige) risico’s bekend zijn, zoals bijvoorbeeld risico’s in het kader van de energietransitie, adviseert de Veiligheidsregio bovenstaande basisuitgangspunten in het bestemmingsplan op te nemen. Daarnaast adviseert de Veiligheidsregio om voor de risico’s die wel reeds bekend zijn op basis van deze kernwaarden de volgende concrete maatregelen: • Ruimtelijke veiligheid: 1. Snelheid vervoer gevaarlijke stoffen per spoor verlagen tot 40km/uur. 2. Grote personendichtheden verder van de bron af. 3. Geen bebouwing binnen 30 meter van het spoor in verband met het plasbrandaandachtsgebied uit het Basisnet. 4. Geen zeer kwetsbare gebouwen binnen het invloedsgebied vanuit het spoor en de buisleiding. Onder de Omgevingswet worden dit respectievelijk het explosieaandachtsgebied (200 meter) van het spoor en het brandaandachtsgebied (140 meter) vanuit de buisleiding. Geadviseerd wordt om deze aandachtsgebieden grafisch weer te geven in de verbeelding van het bestemmingsplan. Het explosieaandachtsgebied is reeds weergegeven, het brandaandachtsgebied vanuit de buisleiding nog niet. 5. Geen (grootschalige) evenementen binnen de invloedsgebieden (aandachtsgebieden) van de risicobronnen.

Naast het advies ten aanzien van het bestemmingsplan geeft de Veiligheidsregio aandachtspunten mee voor het vervolgtraject ten aanzien van de gebiedsontwikkeling in relatie tot energietransitie en de bereikbaarheid en bluswatervoorzieningen binnen het plangebied. Verwezen wordt naar het uitgebrachte advies. Standpunt gemeente: De basisuitgangspunten zoals benoemd onder de beheersmaatregelen EV scenario’s hebben een plek gekregen in de toelichting van het bestemmingsplan. Met de meer concrete maatregelen ten aanzien van ruimtelijke veiligheid is, voor zover mogelijk, in het bestemmingsplan rekening gehouden. De maatregel van het verlagen van de snelheid van vervoer gevaarlijke stoffen per spoor tot 40km/uur kan geen plek in het bestemmingsplan krijgen. Verder wordt opgemerkt, dat in de planregels een nadere eisenregeling is opgenomen ter bevordering van de bestrijding van incidenten met gevaarlijke stoffen en zelfredzaamheid van personen bij deze incidenten alsmede de onderlinge afstemming van veiligheidsmaatregelen bij de diverse bouwplannen. Een en ander met inachtneming van het in de plantoelichting beschreven kader. Bij een omgevingsvergunning waarbij burgemeester en wethouders overwegen om nadere eisen te stellen, wordt de Veiligheidsregio in de gelegenheid gesteld advies uit brengen.

De adviezen van de Veiligheidsregio, met inbegrip van de aandachtspunten voor het vervolgtraject van de gebiedsontwikkeling, worden ook met de ontwikkelpartijen gedeeld en meegenomen bij de verdere uitwerking van de plannen. Zo is reeds concreet afgesproken, dat de Veiligheidsregio al actief wordt betrokken bij de VO-fase van de bouwplannen.

3.

Waterschap Limburg, Postbus 2207, 6040 CC Roermond

Reactie: Het plan is akkoord. De verdere uitwerking water zal tevens plaatsvinden bij de omgevingsvergunningen. Verder merkt het waterschap op, dat bij eventuele werkzaamheden (bebouwing, kabels en leidingen, etc.) in de beschermingszones van de waterkering contact moet worden opgenomen met vergunningen@waterschaplimburg.nl. Afhankelijk van de afstand tot de waterkering kunnen namelijk aanvullende eisen en randvoorwaarden worden gesteld, zoals het toepassen van andere funderingen of geen kelders aanbrengen. Hiervoor dient er dan wel een uitgewerkt plan te liggen van de bebouwing en/of kabels en leidingen, zodat vergunningen dit kan beoordelen. Een vlakkenkaart is onvoldoende. Standpunt: Bij de verdere planuitwerking zal met de reactie van het waterschap rekening worden gehouden. 4. ProRail, Postbus 2038, 3500 GA Utrecht Reactie: a. Duurzame bereikbaarheid ProRail geeft een toelichting op de ontwikkelingen bereikbaarheid, gevolgd door enkele suggesties ten aanzien van het (verbeteren van) de duurzame bereikbaarheid. Op basis van de Integrale Mobiliteitsanalyse 2021 (IMA-2021) ziet ProRail voor de spitsuren de volgende mobiliteitsontwikkelingen voor Blerick tot 2040: - Rijkswegen: Via de A67 en de A73 wordt het plangebied slechter bereikbaar. De situatie verslechtert op een aantal wegvakken verder naar “beperkte restcapaciteit” of zelfs “weinig/geen restcapaciteit”.

- Spoor reizigerstreinen en station: In de reizigerstreinen tussen Blerick en Eindhoven zijn in 2040 pas vanaf Helmond Brandevoort beperkte knelpunten, dan zijn 80-100% van de zitplaatsen bezet. Voor het station Blerick worden voor het jaar 2040 geen knelpunten verwacht. De bereikbaarheid van werkgelegenheidslocaties vanuit het plangebied wordt tot 2040 per auto slechter, maar met het OV beter. Gezien het bovenstaande ligt het voor de hand om de mobiliteitsbehoefte in de toekomst duurzaam te faciliteren, met onder andere een goede bereikbaarheid van station Blerick. ProRail ziet met dit bestemmingsplan een goede benutting van kansen voor duurzame bereikbaarheid. Er is gekozen voor verdichting nabij het station en er wordt ingezet op meerdere vormen van deelvervoer. ProRail verzoekt om met het bestemmingsplan de duurzame bereikbaarheid op de volgende manieren te verbeteren: 1. De parkeernorm is niet eenvoudig uit het bestemmingsplan op te maken. Er wordt verwezen naar een extern stuk, waardoor er niet direct een concrete norm is af te leiden. Het verzoek is om in de planregels een concrete norm op te nemen. Overweeg een lagere parkeernorm, tot bijvoorbeeld 0,6. Combineer dit met het faciliteren van meer deelauto’s; 2. De parkeerhubs voorzien in de parkeerbehoefte van alle (deel-)modaliteiten. Er wordt een parkeerhub aan het spoor beoogd.

Niet duidelijk is, of die ook voorziet in het parkeren van alle (deel-)modaliteiten voor de overstappers van en naar de trein. Het faciliteren van de “first mile” en “last mile” van de treinreiziger is van belang om de trein onderdeel te maken van een duurzaam bereikbaarheidssysteem. Het verzoek is om dat onderdeel nog nader toe te lichten; 3. Bij de duurzame bereikbaarheid speelt niet alleen de trein, maar ook de duurzame

bereikbaarheid van het station een rol. De aard en ligging van de plannen brengen met zich mee, dat er goed moet (en kan) worden voorzien in aantrekkelijke en sociaal veilige loop- en fietsroutes naar de stations. De loop- en fietsroutes komen in het bestemmingsplan alleen in de tekst globaal aan bod. Het verzoek is om die hoofdstukken met kaartmateriaal en wegprofielen uit te breiden met informatie over de beoogde loop- en fietsroutes. Heroverweeg daarbij het ontwerp van het klassieke wegprofiel, waar de auto domineert. Faciliteer de lopers en fietsers (met volledig vrijliggende fietspaden) eerst, en pas dan de auto. Dan blijft er ook ruimte over, omdat de auto de grootste gebruiker van openbare ruimte is. Zo heeft Breda een “groene loper” naar het station gefaciliteerd. Dat is een route zonder kruisend autoverkeer. De genoemde suggesties hebben samen ook positieve gevolgen voor: leefbaarheid (minder auto’s betekent onder andere minder lawaai), duurzaamheid (compacte bouw en minder auto’s betekenen minder energieverbruik), kosten nieuwe infra (de bestaande infra wordt beter benut), verkeersveiligheid, ruimte voor andere omgevingsopgaven (energietransitie, klimaatadaptatie, etc.), karakteristiek landschap (als het buitengebied zo min mogelijk wordt bebouwd) alsmede inclusiviteit/brede welvaart (lopen en fietsen kan bijna iedereen, een auto aanschaffen kan niet iedereen).

Standpunten: Ad. 1: Het mobiliteitsconcept is nader uitgewerkt in het door burgemeester en wethouders op 8 maart 2022 vastgestelde Ontwikkelplan Kazerne Kwartier. Het Ontwikkelplan ligt aan de basis van het bestemmingsplan en is als bijlage bij de toelichting van het bestemmingsplan gevoegd. In het bestemmingsplan wordt volstaan met een verwijzing naar de CROW-publicatie 381 'Toekomstbestendig parkeren; van parkeerkencijfers naar parkeernormen' ofwel de beleidsnota parkeernormen die geldt op het moment van beslissen op de aanvraag omgevingsvergunning. Het toepassen van een nog lagere parkeernorm in combinatie met het faciliteren van meer deelauto’s is overwogen. Het betreft echter een inbreiding in bestaand gebied zonder parkeerregulering. De kans op overlast in de omgeving is te groot in het geval een lagere norm zou worden gehanteerd. Daarom wordt de norm van 1 op 1 toegepast. Ad. 2: In het voortraject is er voor wat betreft de parkeercapaciteit rekening gehouden met treinreizigers die ook parkeren in de hub. Ad. 3: De gekozen aanpak sluit goed aan bij de visie van ProRail door het aanleggen van aantrekkelijke loop- en fietsroutes van en naar het station. De wijze waarop hieraan vorm wordt gegeven is nader uitgewerkt in het door burgemeester en wethouders op 8 maart 2022 vastgestelde Ontwikkelplan Kazerne Kwartier. b.

Handelingsperspectief Reactie: Het verbaast ProRail dat in het onderhavige bestemmingsplan geen rekening is gehouden met de resultaten en conclusies uit het handelingsperspectief dat op verzoek van uw gemeente samen met ProRail en NS tot stand is gekomen. In dit handelingsperspectief zijn de opgaven rondom de stations Venlo en Blerick beschreven. Met betrekking tot het Kazernekwartier spreken we dan onder andere over de stationsentree en het toekomstige ontvangstdomein voor auto’s en fietsen aan de noordzijde van het station Blerick. ProRail verzoekt de gemeente derhalve in het ontwerpbestemmingsplan de resultaten en conclusies uit het handelingsperspectief te verwerken.

ProRail behoudt zich verder het recht voor in de verdere procedure aanvullende c.q. nieuwe opmerkingen/zienswijzen kenbaar te maken. Standpunt: Het handelingsperspectief is een gezamenlijke analyse en handelingsperspectief voor de betrokken partijen met betrekking tot de verbeterpunten en toekomst van het station. In het handelingsperspectief is al een doorvertaling van de ontwikkeling van de eerste fase van het Kazernekwartier opgenomen voor de positie van het station in de toekomst. Dit is ook terug te zien in het Ontwikkelplan, in het bijzonder waar het veiligheid en toegankelijkheid betreft. Wij hebben het Ontwikkelplan als bijlage bij het (ontwerp)bestemmingsplan gevoegd. Het (fiets)parkeren en de aansluiting op de deelmobiliteit van de gebiedsontwikkeling kent zijn eigen dynamiek via het project Stationsomgeving. Venlo, 23 juni 2022

Notitie: Verantwoording groepsrisico Kazernekwartier Opgesteld door: Carry van den Beld, gemeente Venlo Datum: Augustus 2022

Verantwoording groepsrisico Kazernekwartier

Afweging Het aspect externe veiligheid dient bij iedere planontwikkeling aandacht te krijgen en is dus ook beschouwd bij de ontwikkeling van het plangebied Kazernekwartier. Dit plangebied is gelegen binnen de zogeheten “invloedsgebieden” van diverse risicobronnen. De spoorlijn Venlo-Eindhoven, spooremplacement Blerick en de hogedruk aardgasleiding zijn de belangrijkste risicobronnen voor het Kazernekwartier. Dit zijn de dichtstbijzijnde liggende risicobronnen tot het plangebied. De gevaren waaraan de personen binnen het Kazernekwartier worden blootgesteld zijn een brand, explosie en een giftige wolk. Dit kan ontstaan door een incident bij de verschillende risicobronnen. Deze gevaren zijn zo groot dat de aanwezigen kunnen komen te overlijden. De kans hierop is echter klein. Externe veiligheid kent twee risicomaten waaraan toetsing plaatsvindt, het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Het plaatsgebonden risico is het minimale beschermingsniveau voor een individu in de omgeving van een risicobron met gevaarlijke stoffen. Het groepsrisico is een maat voor de maatschappelijke ontwrichting. Het geeft het risico weer dat een groep mensen dodelijk slachtoffer kan worden door een incident bij een risicobron met gevaarlijke stoffen. Uit onderzoek blijkt15 dat wordt voldaan aan de grens,- en richtwaarde voor het plaatsgebonden risico.

Er worden namelijk geen functies mogelijk gemaakt binnen de plaatsgebonden risicocontouren 10-6 per jaar van de risicobronnen. Verder blijkt dat door het plan Kazernekwartier het groepsrisico van de spoorlijn niet toeneemt en onder de oriëntatiewaarde blijft. Ook neemt het groepsrisico van de overige risicobronnen door de ontwikkeling niet toe. Op basis van de vigerende wet- en regelgeving dient het groepsrisico van de risicobronnen verantwoord te worden. De verantwoording van het groepsrisico heeft als doel om gezien het risico af te wegen welke maatregelen nodig zijn om de mensen te beschermen tegen de gevaren van de risicobronnen. In dit proces is het belangrijk dat belanghebbenden worden betrokken. Voor het Kazernekwartier zijn alle belanghebbenden (zoals de veiligheidsregio en ontwikkelpartijen) vanaf het begin bij de planvorming betrokken. In verband met het spooremplacement Blerick dient ook gekeken te worden naar maatregelen om de risico’s te beperken.

De verantwoording van het groepsrisico is een taak van het bevoegd gezag. De veiligheidsregio heeft hierin een wettelijke adviesfunctie. De Veiligheidsregio Limburg-Noord heeft dan ook een advies uitgebracht over diverse mogelijk te treffen maatregelen ter verbetering van de veiligheidssituatie binnen het plangebied. Deze maatregelen zijn samengevat in bijlage 1 “Overzichtstabel gekozen maatregelen bestemmingsplan Kazernekwartier” van deze notitie De borging van deze maatregelen zal plaatsvinden via het bestemmingsplan, de te verlenen omgevingsvergunning(en) en/of de met de marktpartijen gesloten uitgifte-overeenkomst. Dit betekent dat bij de verdere uitwerking van het plan

interactie gaat plaatsvinden tussen de veiligheidsdeskundigen, waaronder de veiligheidsregio en de ontwerpers. Toepassing van de benoemde maatregelen zullen een positief effect hebben op de externe veiligheidssituatie. Waaronder de hoogte van het groepsrisico, de omvang en gevolgen van een eventuele ramp en de zelfredzaamheid voor de bezoekers en werknemers binnen het plangebied. Met het toepassen van deze maatregelen wordt het plan Kazernekwartier uit het oogpunt van externe veiligheid verantwoord geacht.

Onderbouwing Algemene toelichting 1.

Inleiding, achtergronden en argumenten (Welke besluiten zijn er aan voorafgegaan?)

1.1 Wettelijk kader externe veiligheid Externe veiligheid kent een landelijk beleidskader. Het Besluit externe veiligheid transportroutes beschrijft de externe veiligheidseisen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen over weg, water en spoor. Voor buisleidingen is dit geregeld in het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en voor inrichtingen in het besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi)). Verder kent de gemeente Venlo beleid op het gebied van externe veiligheid. Dit is vastgelegd in het beleidsplan externe veiligheid Venlo 2012-2015. 1.2 Inleiding De gemeenteraad van Venlo heeft besloten tot ontwikkeling op het terrein van de voormalige Frederik Hendrik Kazerne (FHK), ook wel genoemd Kazernekwartier. Omdat de beoogde ontwikkeling niet past binnen het vigerende bestemmingsplan is hiervoor het ontwerp bestemmingsplan “Kazernekwartier” opgesteld. In het kader van de besluitvorming over dit bestemmingsplan dient onder andere aandacht te worden geschonken aan het aspect externe veiligheid. Dit aspect kent twee risicomaten, het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Het plaatsgebonden risico is het minimale beschermingsniveau voor een individu in de omgeving van een risicobron met gevaarlijke stoffen. Het groepsrisico is een maat voor de maatschappelijke ontwrichting.

Het geeft het risico weer dat een groep mensen dodelijk slachtoffer kan worden door een incident bij een risicobron met gevaarlijke stoffen. Het groepsrisico wordt mede beoordeeld op basis van de oriëntatiewaarde. De oriëntatiewaarde is te beschouwen als een thermometer, waarmee de hoogte van het groepsrisico vergeleken kan worden. Overschrijding ervan vraagt om een zwaardere verantwoording. Op basis van het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en het Besluit externe veiligheid buisleidingen, dient verantwoording van het (toekomstige) groepsrisico door het bevoegde gezag plaats te vinden. Het groepsrisico dient voor de spoorlijn Venlo-Eindhoven, de Maas, de Eindhovenseweg en een hogedruk aardgasleiding en spooremplacementen Blerick en Venlo verantwoord te worden.

Omdat de Veiligheidsregio Limburg Noord (veiligheidsregio) een wettelijke adviesplicht heeft in het kader van de verantwoordingsplicht is de veiligheidsregio vanaf het begin betrokken bij het plan Kazernekwartier. Door de veiligheidsregio is een advies uitgebracht met betrekking tot de aspecten groepsrisico, zelfredzaamheid, hulpverlening en bereikbaarheid. Daarnaast is het aspect externe veiligheid vanaf de start van het project gecommuniceerd met de initiatiefnemer/(externe) projectontwikkelaar. Het adviesbureau AVIV heeft het onderzoek “Onderzoek externe veiligheid, BP Kazerneterrein Blerick in Venlo 16 juni 2022” uitgevoerd. Voor het plan is een extern veiligheidsonderzoek uitgevoerd.

16Uit dit onderzoek blijkt het navolgende: ▪ De mensen in het plangebied Kazernekwartier worden blootgesteld aan de gevaren van een brand, explosie en gifwolk als gevolg van een incident met gevaarlijke stoffen op de spoorlijn Venlo-Eindhoven, de Maas, de Eindhovenseweg, hogedruk aardgasleiding en de spooremplacementen Blerick en Venlo; ▪ de mogelijke impact van de risicobronnen Maas, Eindhovenseweg en spooremplacement Venlo is beperkt vanwege de geringe omvang van het vervoer van gevaarlijke stoffen en/of de afstand tot het plangebied; ▪ de risicobronnen spoorlijn Venlo-Eindhoven, spooremplacement Blerick en hogedruk aardgasleiding zijn relevant voor de ontwikkeling van het plangebied vanwege de dichte ligging; ▪ het plaatsgebonden risicocontour 10-6 per jaar vanwege de spoorlijn bedraagt 0 meter uit het hart van het spoor en vanwege de hogedruk aardgasleiding 0 meter. Hiermee wordt voldaan aan de grens- en richtwaarde voor het plaatsgebonden risico; ▪ het groepsrisico van de spoorlijn Venlo-Eindhoven ligt zowel in de huidige situatie, als in de situatie na ontwikkeling van het Kazernekwartier, op 0.7 keer de oriëntatiewaarde van het groepsrisico. Door het Kazernekwartier neemt het groepsrisico niet toe. Wel ligt het plangebied op korte opstand van het spoor en kent een hoge personendichtheid.

▪ het groepsrisico vanwege de hogedruk aardgasleiding is in de huidige situatie en na de ontwikkeling van het Kazernekwartier kleiner dan 0.1 keer de oriëntatiewaarde. Door de beoogde planontwikkeling neemt het groepsrisico niet toe. ▪ Het groepsrisico van spooremplacement Blerick ligt onder de oriëntatiewaarde en neemt niet toe door de beoogde planontwikkeling. 1.3. Verantwoordingsplicht groepsrisico Door ruimtelijke ontwikkeling nabij risicobronnen toe te laten worden mensen blootgesteld aan de gevaren van een brand, explosie en/of gifwolk. Wanneer hiervan sprake is, dient het bevoegd gezag het groepsrisico van deze risicobronnen te verantwoorden door de zogenaamde verantwoordingsplicht. De verantwoordingsplicht draait kort gezegd om de vraag in hoeverre risico’s, als gevolg van een beoogde ruimtelijke ontwikkeling, door het bevoegd gezag worden geaccepteerd en welke veiligheidsverhogende maatregelen getroffen kunnen worden. Beoogd wordt een situatie te creëren waarbij zoveel mogelijk de risico’s zijn afgewogen en geanticipeerd wordt op de mogelijke gevolgen van een incident. Deze afweging is kwalitatief van aard en richt zich op twee aspecten: de mogelijkheden van bestrijdbaarheid van een mogelijke calamiteit en de mate van zelfredzaamheid van de bevolking van de beoogde planontwikkeling.

Het groepsrisico van de relevante risicobronnen moet verantwoord worden. In de verantwoording wordt de nadruk gelegd op de risico’s van de spoorlijn en de aardgasleiding. De mogelijke impact van de risicobronnen Maas, Eindhovenseweg en de emplacementen Blerick en Venlo is namelijk relatief beperkt en zijn ondergeschikt aan de mogelijke impact van de risicobronnen spoorlijn Venlo-Eindhoven en hogedruk aardgasleiding. Om deze reden wordt voor het treffen van mogelijke veiligheidsverhogende maatregelen alleen ingezoomd op de risicobronnen spoorlijn VenloEindhoven en de hogedruk aardgasleiding. De veiligheidsverhogende maatregelen zijn ook effectief voor een eventueel incident vanwege de minder relevante risicobronnen. Met deze veiligheidshogende maatregelen wordt het toekomstig groepsrisico verantwoord geacht. 1.4. Advies veiligheidsregio Naar aanleiding van het plan Kazernekwartier en het onderliggende onderzoek externe veiligheid heeft de veiligheidsregio een advies uitgebracht over diverse mogelijk te treffen bouwkundige, technische en organisatorische maatregelen ter verbetering van de veiligheidssituatie binnen het plangebied. 17 Specifiek gaat de veiligheidsregio in op risicoreducerende maatregelen aan het spoor en effectreducerende maatregelen aan gebouwen.

Ook zijn maatregelen benoemd voor bereikbaarheid van de risicobronnen, bereikbaarheid van het plangebied, van de percelen en de objecten. Verder worden de benodigde bluswatercapaciteit binnen het plangebied en nabij de risicobronnen benoemd. In het bijzonder gaat de veiligheidsregio nog in op veiligheidsmaatregelen in relatie tot de energietransitie (energie opslagsystemen). 1.5. Overwegingen Onderstaand wordt ingegaan op de diverse door de veiligheidsregio geadviseerd te treffen maatregelen. Daarnaast wordt ingegaan op te treffen mogelijke maatregelen overeenkomstig het Beleidsplan Externe Veiligheid Venlo 2012-2015 . Hiertoe is een overzichtstabel opgesteld waarin deze maatregelen zijn opgenomen. Dit zijn eveneens de maatregelen die onderdeel uitmaken van de verantwoording van het groepsrisico. De onderzochte maatregelen zijn voor een groot deel al aan het vigerende bestemmingsplan verbonden en niet nieuw. Gelet op de nieuwe verblijfsfuncties in het gebied, met name woonfuncties, zijn er ook nieuwe maatregelen aan het gebruik gekoppeld. 1.4.1. Risicoreductie De meeste winst op risicoreductie is het nemen van maatregelen aan de bron. In dit geval het spoor. Een snelheidsreductie op het spoortraject nabij het plangebied naar het niet harder mogen rijden van treinen dan 40km/uur zal het groepsrisico namelijk doen dalen tot onder de oriëntatiewaarde.

De gemeente Venlo heeft hierop echter zeer beperkte invloed. Dat blijkt ook wel uit het verzoek van de gemeente Venlo in 2011 aan Ministerie van Infrastructuur en Milieu. Het verzoek was om de snelheid op maximaal 40 km/uur te stellen. Het verzoek is echter niet gehonoreerd. Verder is van belang: ▪ In Nederland is het programma Robuust Basisnet Spoor opgezet om de structurele overschrijdingen van de beleidsmatig vastgestelde risicoplafonds langs het

▪

Basisnet spoor aan te pakken en te zorgen voor een balans tussen de ambities op het gebied van vervoer, bouwen en veiligheid. In Venlo hebben we ook te maken met een overschrijding van de risicoplafonds. De onderzoeken voor het Robuust Basisnet Spoor zijn nog gaande. Er zijn nog geen besluiten genomen. De overschrijding van de risicoplafonds komt mede door de aanleg het ‘Derde spoor Duitsland’. Doordat het derde spoor nog in de aanlegfase zit, rijden er over het traject ter hoogte van het plangebied meer treinen met gevaarlijke stoffen. Wanneer het derde spoor gereed is, zal het vervoer van gevaarlijke stoffen afnemen. De overschrijding van de risicoplafonds zijn mogelijk van tijdelijke aard.

Verder maakt het plan energie Opslag Systeem (EOS) mogelijk. De veiligheidsregio adviseert om voor dit type risicobronnen een aantal veiligheidsmaatregelen te treffen aan de bron. Zie hiervoor bijlage 1 “Overzichtstabel gekozen maatregelen bestemmingsplan Kazernekwartier”. 1.4.2. Risicoreductie plangebied Naast het nemen van bronmaatregelen leidt het nemen van ruimtelijke maatregelen ook tot risicoreductie. Het gaat hierbij om maatregelen zoals afstand houden tot de risicobronnen en het beperken van de personendichtheid. Dit volgt ook uit het advies van de veiligheidsregio. De voorgestelde te treffen ruimtelijke maatregelen zijn opgenomen in de “Overzichtstabel gekozen maatregelen bestemmingsplan Kazernekwartier”. Zoveel mogelijk is aangesloten bij de ruimtelijke maatregelen uit het vigerend bestemmingsplan en op de komst van de Omgevingswet. De belangrijkste ruimtelijke maatregelen zijn hieronder zichtbaar. Tevens kan uit deze tabel worden afgelezen of de maatregel nieuw is ten opzichte van de huidige situatie. Ruimtelijke maatregelen 1. Geen (beperkt) kwetsbare gebouwen binnen het brandaandachtsgebied (30 meter) van de spoorlijn. 2. Geen zeer kwetsbare gebouwen binnen het explosieaandachtsgebied (200 m) van de spoorlijn. 3. Geen zeer kwetsbare gebouwen binnen brandaandachtsgebied (140 m) van de buisleiding. 4. Geen grootschalige evenementen binnen plangebied. 5.

Grote personendichtheden verder van het spoor af.

Huidige situatie x x

Toekomstige situatie x x x

x (150 meter)

x

x

x

De maatregel ‘grote personendichtheden verder van het spoor af’ is niet voor gehele plangebied mogelijk. Voor de onderwijsfunctie is het niet gelukt om aan deze maatregel te voldoen. Er waren geen alternatieve locaties mogelijk. Dit heeft tot gevolg dat de onderwijs functie bepalend is voor de hoogte van het groepsrisico. 1.4.3. Effectreducerende maatregelen Door het treffen van bouwkundige- en installatietechnische maatregelen kunnen de effecten van een ongeval met gevaarlijke stoffen worden beperkt. De door de veiligheidsregio geadviseerd te treffen maatregelen zijn nader uitgediept naar kosten, effectiviteit, stedenbouwkundige inpasbaarheid en wijze van implementatie van de maatregelen. Bij het uitwerken van de bouwplannen zullen de voorgestelde bouwkundige

maatregelen en overige maatregelen zoveel als mogelijk moeten worden betrokken. Daarbij zal interactie nodig zijn tussen de veiligheidsdeskundigen en ontwerpers om de bouwkundige haalbaarheid en de mate van veiligheidswinst te beoordelen. Met name de specifieke functies binnen 50 meter van het spoor en 70 meter van de buisleiding vragen om maatwerk. Het gebied van 70 meter vanaf de buisleiding is het gebied waarbinnen gebouwen vlam vatten. Binnen het gebied van 50 meter vanaf het spoor bezwijken de gebouwen door een explosie. De voorgesteld te treffen bouwkundige maatregelen aan de diverse te realiseren gebouwen zijn opgenomen in de “Overzichtstabel gekozen maatregelen bestemmingsplan Kazernekwartier. De belangrijkste bouwkundige maatregelen zijn hieronder zichtbaar. Tevens kan uit de tabel worden opgemaakt of de maatregel nieuw is ten opzichte van de huidige situatie. Bouwkundige maatregelen 1. Beperken gevelopeningen en glasoppervlak. 2. Scherfwerende en/of brandwerende beglazing. 3. Een gebouwontwerp/gevelconstructie die voldoende weerstand biedt tegen een drukgolf of explosie. 4. Gevel (incl. beglazing en kozijnen) zodanig uitvoeren dat deze ten minste 30 minuten brandwerend zijn. 5. Centraal afsluitbare ventilatie in bouwwerken op een makkelijk bereikbare plaats.

Huidige situatie x x x

Toekomstige situatie x x x

x

x

x

x

1.4.4. Bereikbaarheidsmaatregelen Voor de dagelijkse hulpverlening en hulpverlening bij rampen en zware ongevallen adviseert de veiligheidsregio een aantal maatregelen ten aanzien van de bereikbaarheid van de risicobronnen en het plangebied. Omdat de huidige planvorm zich niet eigent om al deze maatregelen ook vast te leggen in het bestemmingsplan, zal de veiligheidsregio bij de verdere uitwerking van het plangebied nadrukkelijk worden betrokken om de genoemde maatregelen daarbij te borgen. De voorgesteld te treffen bereikbaarheidsmaatregelen zijn opgenomen in de “Overzichtstabel gekozen maatregelen bestemmingsplan Kazernekwartier”. De belangrijkste bereikbaarheidsmaatregelen zijn hieronder zichtbaar. Tevens kan uit de tabel worden opgemaakt of de maatregel nieuw is of ten opzichte van de huidige situatie. bereikbaarheidsmaatregelen 1. Voldoen aan technische eisen bereikbaarheid en aan “beleidsregels bluswatervoorzieningen en bereikbaarheid gemeente Venlo”. 2. Ten minste tweezijdige bereikbaarheid van bouwwerken binnen het plangebied. 3. Aandacht voor bereikbaarheid t.a.v. energie Opslag Systemen (EOS).

Huidige situatie x

x

Toekomstige situatie x

x x

1.4.5. Bluswatervoorzieningen Om een goede bestrijding van de gevolgen van een ongeval met gevaarlijke stoffen of anderszins mogelijk te maken zijn bluswatervoorzieningen binnen het plangebied en nabij de risicobron belangrijk. De bluswatervoorzieningen in het plangebied dienen te voldoen aan de “Beleidsregels bluswatervoorzieningen en bereikbaarheid gemeente Venlo” Voor

effectieve bronbestrijding bij het spoor adviseert de veiligheidsregio twee opstelplaatsen voor brandweervoertuigen binnen het plangebied aan de zijde van het spoor(station) en ten minste twee bluswatervoorzieningen met een debiet van ten minste 90 m3/ uur. Verder heeft de veiligheidsregio nog een aantal aandachtspunten benoemd ten aanzien van de bluswatervoorzieningen in het plangebied. Waaronder ook voor energie opslagsystemen. Omdat deze maatregelen niet opgenomen kunnen worden in het bestemmingsplan zal de veiligheidsregio bij de verdere uitwerking van het plangebied nadrukkelijk worden betrokken om de genoemde maatregelen daarbij te borgen. De voorgesteld te treffen bluswatervoorzieningen zijn opgenomen in de “Overzichtstabel gekozen maatregelen bestemmingsplan Kazernekwartier “. Verder leidt de landelijke uniformering van veiligheidsvoorzieningen op spooremplacementen tot aanvullende veiligheidsmaatregelen voor het emplacement Blerick. Daarvoor staat ProRail aan de lat. De belangrijkste maatregelen voor bluswatervoorzieningen zijn hieronder zichtbaar. Tevens kan uit de tabel worden opgemaakt of de maatregel nieuw is ten opzichte van huidige situatie. Maatregelen bluswatervoorzieningen 1. Voldoen aan de “beleidsregels bluswatervoorzieningen en bereikbaarheid gemeente Venlo”. 2.

twee opstelplaatsen voor brandweervoertuigen binnen het plangebied aan de zijde van het spoor(station) en ten minste twee bluswatervoorzieningen met een debiet van ten minste 90 m3/ uur ten behoeve van de bronbestrijding van een EV incident op het spoor. 3. Voldoende opstelplaatsen voor brandweervoertuigen binnen het overige plangebied in relatie tot de gebouwfuncties en aanwezige risicobronnen. 4. Voldoende bluswatervoorzieningen binnen het plangebied ten behoeve van de “reguliere” gebouwbrandbestrijding en effectbestrijding van een EV incident (primair, secundair en tertiair). 5. Aandacht voor bluswatervoorzieningen t.a.v. energie Opslag Systemen (EOS).

Huidige situatie x

Toekomstige situatie x

x

x

x

x

x

x

x

1.4.6 Zelfredzaamheid In het algemeen kan worden gesteld dat de aanwezigen in het plangebied zelfredzaam zijn. Dit niveau geeft aan in welke mate de aanwezigen in het effectgebied in staat zijn om zich op eigen kracht in veiligheid te brengen. Verder is de zelfredzaamheid afhankelijk van het gevaar dat kan optreden bij een incident (een brand, explosie of gifwolk). Met name bij het gevaar explosie zijn de mogelijkheden voor de zelfredzaamheid beperkt. Om de zelfredzaamheid te verhogen zijn de in paragraaf 1.4.3. genoemde maatregelen benoemd waarmee de effecten van een ongeval beperkt worden en dus de zelfredzaamheid wordt vergroot. Om te voorkomen dat in het plangebied verminderd zelfredzame functies worden gerealiseerd, wordt in het bestemmingsplan een verbodsbepaling opgenomen voor deze functies binnen 200 meter van de spoorlijn en binnen 140 meter van de buisleiding.

De belangrijkste maatregelen voor de zelfredzaamheid zijn hieronder zichtbaar. Tevens kan uit de tabel worden opgemaakt of de maatregel nieuw is of ten opzichte van de huidige situatie. Maatregelen zelfredzaamheid

Huidige situatie 1. Vluchtmogelijkheden van de risicobron af, zowel op x gebouwniveau als gebiedsniveau. 2. Voor bedrijven en instellingen binnen het x plangebied met een BHV organisatie de verplichting om EV scenario’s op te nemen in hun BHV plannen, te communiceren en beoefenen. 3. Risicocommunicatie naar toekomstige bewoners x en gebruikers van het plangebied omtrent aanwezige risico’s en handelingsperspectief.

Toekomstige situatie x x

x

1.6. Communicatie De verantwoording van het groepsrisico heeft als doel om in relatie tot de hoogte van het groepsrisico af te wegen welke maatregelen nodig zijn om de mensen te beschermen tegen de gevaren van de risicobronnen. In dit proces is het belangrijk dat belanghebbenden worden betrokken. Het gaat hierbij om de projectleiding Kazernekwartier, de veiligheidsregio en de markpartijen. Voor het Kazernekwartier zijn deze belanghebbenden vanaf het begin bij de planvorming betrokken. Over de te treffen maatregelen heeft op 3 mei 2022 een overleg plaatsgevonden met de betrokken. Mede op basis van dit overleg is de “Overzichtstabel gekozen maatregelen bestemmingsplan Kazernekwartier” opgesteld. Hierin zijn alle maatregelen opgenomen welke in beginsel voor implementatie in aanmerking komen. Verder zal bij de verdere uitwerking van het plan de Veiligheidsregio nauw betrokken worden voor de te treffen maatregelen ten aanzien van de bereikbaarheid en bluswatervoorzieningen. 1.7. Conclusie Realisering van het plan “Kazernekwartier” zal niet leiden tot een toename van het groepsrisico. Wel ligt het plangebied op dichte afstand van de spoorlijn Venlo-Eindhoven, een hogedruk aardgastransportleiding en het emplacement Blerick. Door de situering nabij het spoor en de hoge personendichtheid is de onderwijsfunctie bepalend voor het groepsrisico van het spoor.

Er zijn echter geen mogelijkheden om binnen het plangebied de onderwijsfunctie op grotere afstand tot het spoor te situeren. Toepassing van de hierboven benoemde maatregelen zullen een positief effect hebben op de hoogte van het groepsrisico, de omvang van een eventuele ramp en de zelfredzaamheid voor de bezoekers en werknemers binnen het plangebied. Om de beoogde bereikbaarheidsmaatregelen en bluswatervoorzieningen ook daadwerkelijk te borgen bij de verdere uitwerking zal de veiligheidsregio hier nauw bij worden betrokken. In welke mate de beoogd te treffen maatregelen zullen leiden tot een vermindering van het groepsrisico, de omvang van een eventuele ramp en de zelfredzaamheid is niet middels berekeningen te kwantificeren. Met Inachtneming van de voorgesteld te treffen maatregelen wordt evenwel de realisering van het plangebied “Kazernekwartier” uit het oogpunt van externe veiligheid in voldoende mate verantwoord geacht.

Bijlage 1 Overzichtstabel gekozen maatregelen bestemmingsplan Kazernekwartier

Nr.

Mogelijke maatregel

Wettelijke eis

Risicobronnen Spoor 1 Snelheid vervoer gevaarlijke stoffen per spoor Nee verlagen tot >40 km/uur. Zonnepanelen op daken/gebouwen 2 Zorg ervoor dat de zonnepanelen niet over Nee brandcompartimentsgrenzen worden geïnstalleerd. 3 Installeren volgens de SCIOS Scope12 Nee (verzekeraars). 4 Advies om in de meterkast van de woningen Nee aan te geven waar de omvormer zich bevindt en wie ze geïnstalleerd heeft. Energie Opslag Systeem (EOS) zoals bijvoorbeeld een buurtbatterij 5 EOS moet (incl. energiedragers) voldoen aan Nee minimaal (IEC 62933-5-2 en NEN-EN-IEC 62619). 6 Montage conform eisen producent. Nee 7 Klimaatbeheersing, voorkomen overmatige Nee vochtvorming en temperatuur in het energiedragerscompartiment binnen de operationele specificaties. 8 Ventilatie, minimaal 2 keer de bruto inhoud Nee per uur;. 9 Afhankelijk van locatie een aanrijdbeveiliging. Nee 10 Brandwerendheid volgens NEN 6069 of Nee berekend volgens NEN 6068. WBDBO moet minimaal 60 minuten zijn. 11 EOS bij voorkeur beveiligen tegen Nee brandpropagatie minimaal op moduleniveau op basis van bijvoorbeeld UL9540A, mocht dit niet zo zijn dan het EOS voorzien van een bluswateraansluiting (Storz-koppeling nok81). 12 Brandwerendheid doorvoeringen Nee 13 CO en H2 detectie, en afschakelen of Nee doormelden op basis van detectie: 1. 10 ppm: Automatische doormelding en opvolging door installatieverantwoordelijke; 2.

20 ppm: Regel a + zichtbaar signaal bij de toegang tot het EOS. 3. 120 ppm: Regel a + b + Automatische doormelding naar hulpdiensten. 14 Bliksembeveiliging NEN-EN-IEC 62305-2. Nee

Basis voor verantwoording

Nee

Nee

Nee Nee

Ja

Ja Ja

Ja Ja Ja

Ja

Ja Ja

Ja

15 Opstellen noodplan (Bij thermal runaway en vrijkomen electrolyt, ook opruimen bluswater dient hierin aandacht te hebben). 16 Aan de buitenzijde van een EOS moeten veiligheidstekens zijn aangebracht: 1. Rook en open vuur (NEN-EN-ISO 7010, nr P003); 2. Elektrocutiegevaar (NEN-EN-ISO 7010, nr W012); 3. Waarschuwing opladen batterijen (NENEN-ISO, nr W026). Gebruik Omgeving 17 Geen bebouwing binnen 30 meter van het spoor. 18 Grote personendichtheden verder van het spoor af . 19 Geen gebouwen voor verminderd zelfredzame mensen binnen explosieaandachtsgebied spoor (200 m). 20 Geen zeer kwestbare gebouwen binnen brandaandachtsgebied buisleiding (140 m). 21 brandaandachtsgebied van buisleiding opnemen in bestemmingsplan. 22 Geen grootschalige evenementen binnen aandachtsgebieden (200 meter spoor en 140 meter buisleiding). Rampenbestrijding Algemeen 23 Ten minste tweezijdige bereikbaarheid van bouwwerken binnen het plangebied. 24 Opstelplaatsen voor brandweervoertuigen binnen het plangebied aan de zijde van het spoor(station) en ten minste 2 bluswatervoorzieningen met een debiet van ten minste 90 m3/ uur ten behoeve van de bronbestrijding van een EV incident op het spoor. 25 Voldoende opstelplaatsen voor brandweervoertuigen binnen het overige plangebied in relatie tot de gebouwfuncties en aanwezige risicobronnen.

26 Voldoende bluswatervoorzieningen binnen het plangebied ten behoeve van de “reguliere” gebouwbrandbestrijding en effectbestrijding van een EV incident (primair, secundair en tertiair). 27 Veiligheidsvoorzieningen bij toepassing alternatieve energiebronnen.

Nee

Ja

Nee

Ja

Nee

Ja

Nee

Ja

Nee

Ja

Nee

Ja

Nee

Ja

Nee

Ja

Nee

Ja

Nee

Ja

Nee

Ja

Nee

Ja

Nee

Ja

Specifiek 28 Zorg dat een toekomstige aanpassing van de Nee Kazernestraat (stationsgebied incl. tunnel, rotonde Kazernestraat) en de Venrayseweg, aansluiting met het plangebied voldoet aan de CROW 165 ‘Hulpdiensten snel op weg’. 29 Zorg in de technische uitvoering van deze Nee wegen dat ze geschikt zijn voor hulpdiensten, daarbij uitgaand van een brandweervoertuig. 30 Zorg dat bij de toepassing in het gebied van Nee dynamische of vaste afsluitingen deze worden uitgevoerd conform de afspraken uit de convenant ‘vaste en dynamische wegafsluitingen Limburg-Noord’. 31 Zorg dat in overleg met de brandweer per Nee gebouwsoort een opstelplaats wordt bepaald. 32 Zorg dat de opstelplaats voldoet aan de eisen Nee voor een opstelplaats van een TS =tankautospuit en/of HW = hoogwerker of ladderwagen. 33 Zorg dat de aanrijroute naar de opstelplaats Nee voldoet aan de eisen voor een weg voor een brandweervoertuig. 34 Zorg dat de voorzieningen zodanig in het Nee gebied worden gesitueerd dat ze geen belemmering vormen voor de bereikbaarheid van hulpdiensten. 35 Zorg dat de straten en gebouwen voor Nee hulpdiensten en anderen duidelijk vindbaar zijn door straatnamen en huisnummers (conform BAG) en ter plaatse duidelijk zichtbaar, door deze aan te geven op centrale plaatsen en aan gebouwen.

Specifiek energietransitie 36 Zorg dat bij de projectering van de Nee brandkranen aan de voorkant de brandweer wordt betrokken bij het ontwerp (primaire voorziening). 37 Zorg dat in overleg met de brandweer de Nee positie van een geboorde put en/of open water wordt bepaald (secundaire voorziening). 38 Zorg dat de brandweer wordt betrokken bij de Nee bepaling van een tertiaire voorziening.

Ja

Ja

Ja

Ja Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.venlo.nl/api/v1/meetings/115/documents/4576