035rv+rb Transitievisie Gebouwde omgeving 2.0 (5).pdf
Tekst van het document
GEMEENTEBESTUUR
Raadsvoorstel raadsnummer 2023 collegevergadering d.d. raadsvergadering d.d. programma portefeuillehouder
35 18 april 2023 25 mei 2023 Circulaire en duurzame hoofdstad M. Pollux
ons kenmerk 1497 team RGWBET steller S. Belgers telefoonnummer +31615605000 e-mail s.belgers@venlo.nl datum 27 maart 2023 bijlage(n) 1 datum verzonden
Onderwerp Transitievisie Gebouwde omgeving 2.0 Advies Vaststellen van de Transitievisie Gebouwde omgeving 2.0 en de daarin geformuleerde ambitie om de gebouwde omgeving stapsgewijs vóór 2050 aardgasvrij te maken en gelijktijdig de Transitievisie Gebouwde omgeving 2021 intrekken. Aanleiding Het Klimaatakkoord uit 2019 omschrijft de landelijke doelstellingen voor het verminderen van de uitstoot van broeikasgassen. De gebouwde omgeving is een van de vijf sectoren die daarin wordt genoemd als belangrijke sector in de totale opgave om de CO2-uitstoot te verminderen. In 2050 moeten namelijk 7 miljoen woningen en 1 miljoen gebouwen van het aardgas af. Dat betekent isoleren en gebruik maken van duurzame warmte- en elektriciteitsbronnen. Als eerste stap moeten in 2030 de eerste 1,5 miljoen bestaande woningen verduurzaamd zijn. De Venlose warmtetransitie Gemeenten worden in het klimaatakkoord benoemd als regisseurs van de energietransitie in de gebouwde omgeving. Dit betekent dat gemeenten een belangrijke rol hebben in de transitie naar een volledig duurzame warmtevoorziening in 2050. Hoe deze transitie eruitziet, verschilt per gemeente. In de Transitievisie Warmte schetst elke gemeente een beeld van de verwachte warmteoplossing per buurt en de plannen om te verduurzamen voor de komende jaren. In de gemeente Venlo noemen we onze Transitievisie: de ‘Transitievisie Gebouwde omgeving’.
De warmtetransitie hangt namelijk sterk samen met andere ruimtelijke en sociale opgaven in de gebouwde omgeving. Als gemeente kregen we deze rol omdat we van alle overheden het dichtst bij de inwoner staan. Dat betekent echter niet dat we deze opgave alleen kunnen realiseren. De woningcorporaties, de netbeheerder, maar zeker onze inwoners, zijn onmisbaar in deze transitie. Inspelen op ontwikkelingen
1497
Raadsvoorstel
In 2021 stelde uw raad de ‘Transitievisie Gebouwde omgeving 2021’ vast (RV 8 - 1727469). Sinds het opleveren van deze Transitievisie ziet de wereld er echter heel anders uit. Onder andere de oorlog in Oekraïne zorgde voor een forse stijging in de energieprijzen. Hierdoor nam het bewustzijn van veel mensen over de noodzaak om energie te besparen toe. Ook zijn huishoudens steeds vaker bereid om te verduurzamen om zo minder afhankelijk te zijn van (buitenlands) aardgas. De gemeente Venlo wil graag een betaalbare en duurzame energievoorziening, zodat deze voor iedereen toegankelijk is. We herijken met dit document de eerdere Transitievisies en houden rekening met deze recente veranderingen. Beoogd effect Met deze herijking van onze Transitievisie Gebouwde omgeving schetsen we een realistisch en actueel beeld van onze plannen in de warmtetransitie. Daarbij hebben we nóg meer oog voor het perspectief van onze inwoners. We constateren namelijk dat de warmtetransitie veel meer is dan een technische oplossing in een buurt, en dat de warmtetransitie zeker ook een sociale transitie is. Onze lessen uit de praktijk, maar ook de diverse ontwikkelingen in juridische, politieke en economische context hebben ertoe geleid dat we deze herijking hebben opgesteld.
Met de vaststelling van deze visie zetten we verder koers op een betaalbare energietransitie, waarbij we niet alleen ingaan op de warmteoplossing per buurt, maar ook op de wijze waarop we de komende jaren stappen zetten om die oplossingen ook te realiseren. Argumenten 1. Met de Transitievisie Gebouwde omgeving 2.0 wordt duidelijk op welke koers we de komende jaren inzetten om de gebouwde omgeving te verduurzamen We zien in Venlo een tweetal warmteoplossingen die op grote schaal toepasbaar zijn. De eerste warmteoplossing is het collectieve warmtenet. In dit geval wordt een groot aantal gebouwen op één centraal warmtenet aangesloten. De gemeente heeft dan een rol om deze collectieve voorziening te faciliteren en/of te initiëren. Een aantal buurten in Venlo is kansrijk voor een collectief warmtenet. Dit zijn met name buurten waar een warmtebron beschikbaar is (zoals aquathermie uit de Maas), maar ook kenmerken als veel corporatiebezit en een hoge woningdichtheid spelen een rol. De tweede warmteoplossing is de elektrische warmtepomp. Daarbij wordt de warmte van een bron (buitenlucht of bodemwater) gebruikt voor de verwarming van een gebouw. De elektrische warmtepomp is in tegenstelling tot een warmtenet een oplossing die die door de woningeigenaar zelf (individueel) wordt gerealiseerd. De gemeente kan in dit geval ondersteunen met regelingen en subsidies.
Voor het grootste gedeelte van de buurten in de gemeente Venlo is deze individuele warmteoplossing met een warmtepomp voorzien. 2. Met deze Transitievisie verbreden de collectieve wijkaanpak met een stadsbrede aanpak gericht op besparing en het aardgasvrij-ready maken van onze woningvoorraad Het uiteindelijke doel ligt vast, namelijk een CO2-neutrale woningvoorraad in 2050. Maar de weg daarnaartoe niet. De snelheid van ontwikkelingen in onder andere techniek, regelgeving en financieringsmogelijkheden vragen om een adaptieve aanpak. Dit houdt in dat we het doel voor ogen houden, maar dat we in de weg daarnaartoe inspelen op actuele ontwikkelingen.
1497
Raadsvoorstel
De energiecrisis en het toegenomen urgentiebesef onder inwoners maakt dat we nú willen handelen. Energiebesparing centraal stellen in onze aanpak levert ons en onze inwoners nu al veel voordelen op. De inwoner realiseert hiermee nu al een hogere besparing, als gemeente stoten we nu al minder CO-2 uit, én we zorgen stapsgewijs voor woningen die eenvoudiger van het aardgas kunnen doordat woningen al goed zijn geïsoleerd (aardgasvrij-ready). 3. Met deze Transitievisie bieden we ook perspectief in buurten waar de eindoplossing nog onvoldoende duidelijk is Hoewel we in veel buurten al een duidelijk beeld hebben van de verwachte warmteoplossing, zijn er ook een aantal buurten waar we dit nog met onvoldoende zekerheid kunnen zeggen. De afweging om te kiezen voor een individuele of collectieve warmteoplossing is namelijk van veel zaken afhankelijk. Naast maatschappelijke kosten spelen bijvoorbeeld ook de uitvoerbaarheid en de mogelijkheid om als gemeente te sturen op waarden zoals betaalbaarheid en onafhankelijkheid een rol. In de buurten waar de warmteoplossing nog onzeker is, willen we inwoners in de tussentijd wel perspectief bieden. Daarom gaan we in die buurten versneld aan de slag met een wijkaanpak gericht op besparing. Daarbij valt ook te denken aan spijtvrije maatregelen die ongeacht de warmteoplossing slim zijn om te treffen. 4.
Met deze Transitievisie investeren we als gemeente in onze zichtbaarheid voor de inwoner en zijn we aanspreekbaar voor de samenleving We vinden het belangrijk dat inwoners weten waar ze terecht kunnen met vragen. We bieden ze inzicht en perspectief in de mogelijkheden om te verduurzamen. Dat doen we onder andere door onze communicatie over de warmtetransitie toegankelijker te maken. Met een adressentool kunnen inwoners snel en eenvoudig zien welke plannen er zijn in hun wijk en welke stappen slim zijn om te nemen. Naast dat we hierin een belangrijke rol voor onszelf zien weggelegd, zien we ook de meerwaarde in de kennis en ervaring van inwoners en organisaties in onze lokale netwerken, zoals een wijk die zelf het initiatief neemt om een bijeenkomst te organiseren. 5. Met deze Transitievisie verlagen we drempels en sturen we op een rechtvaardige transitie Om de warmtetransitie tot een succes te maken, zijn drie pijlers van belang, namelijk: financiële middelen, technische ontwikkelingen én het meenemen van iedere inwoner. Als gemeente hebben we relatief weinig invloed op de financiële stimulansen en de technische ontwikkelingen. Wel staan we dicht bij de inwoner. Het bieden van perspectief aan de inwoner vraagt niet alleen om duidelijke communicatie, maar ook om passende instrumenten.
Met diverse maatregelen spelen we daarop in, zoals: gratis en laagdrempelig advies van ons vrijwilligersteam Goede Buren, collectieve inkoopacties voor isolatie, een ontzorgingsproject voor zonnepanelen, én ons energieloket met professioneel advies, energievouchers en subsidies. De woningeigenaar die wil verduurzamen doet dat bovendien op zijn of haar eigen manier. Daarom verkennen we of we bepaalde groepen nog beter kunnen ondersteunen zoals: huishoudens met energiearmoede, VvE’s en eigenaren van monumentale panden (bijvoorbeeld in de binnenstad). 6. Met deze Transitievisie hebben we aandacht voor nieuwe ontwikkelingen, en zijn we tegelijkertijd realistisch in wat op korte termijn haalbaar is 1497
Raadsvoorstel
Op de korte termijn zien we de individuele elektrische warmtepomp en het collectieve warmtenet als de twee grootschalig toepasbare duurzame warmteoplossingen in Venlo. Daarbij volgen we nauwlettend de ontwikkelingen rondom andere energiebronnen en-dragers die mogelijk in de toekomst een bijdrage kunnen leveren aan de verduurzaming van de gebouwde omgeving. De warmtetransitie is namelijk erg dynamisch en oplossingen staan nooit helemaal vast. 7. Met deze Transitievisie leren we over de kansen en risico’s voor het realiseren van een collectief warmtenet Hagerhof-Oost is een voorbeeld van hoe we de afgelopen jaren praktijkervaring op hebben gedaan in de uitvoering van de collectieve wijkaanpak. We hebben onder andere geleerd dat de ontwikkeling van een warmtenet complex is en veel kennis en kunde vraagt. Ook communicatie naar en met inwoners is niet altijd gemakkelijk wanneer nog onderzoek wordt gedaan en er nog geen (technische) keuzes gemaakt zijn. Daarbij hebben we ook geconstateerd dat het erg lastig is om inwoners perspectief te bieden in de fase waarin we enerzijds plannen aankondigen voor een warmtenet, maar tegelijkertijd op de korte termijn nog geen concrete oplossingen kunnen bieden. Inwoners in buurten waar een warmtenet is gepland, willen ook nú stappen zetten.
Door hier rekening mee te houden in de aanpak, verlagen we het risico dat we vertragen óf dat zij zelf al stappen zetten richting een individuele oplossing. 8. Met deze Transitievisie benadrukken we het belang van samenwerking met buurgemeenten (vanuit de Regionale Energiestrategie) en het lokale bedrijfsleven. Als gemeente Venlo nemen we het initiatief om met buurgemeenten samen op te trekken. Dit doen we in de Regio Noord-Limburg en de Regionale Energiestrategie Noord- en MiddenLimburg (RES NML). Een concreet voorbeeld waarbij we aan de slag zijn met regionale samenwerking op het gebied van warmte en energiebesparing is het Nationaal Isolatieprogramma (NIP), waarmee we grootschalig onze woningvoorraad gaan voorzien van isolatie. Waar we als gemeente al intensief samenwerken met buurgemeenten, zien we ook het belang van samenwerking met het lokale bedrijfsleven. Als gemeente zijn we vaak initiator of facilitator van bepaalde verduurzamingsmaatregelen, maar de uitvoering kunnen we niet alleen. Zeker nu we op steeds grotere schaal aan de slag gaan met het isoleren van woningen, het plaatsen van warmtepompen en andere maatregelen zijn goede afspraken met lokale betrouwbare partners (in een schaarse markt) van groot belang. Daarnaast zit er ook veel kennis bij de markt. Ons uitgangspunt is dat we zoveel mogelijk gebruik maken van lokale bedrijven. Kanttekeningen 1.
De uitvoering van de warmtetransitie kent veel onzekerheden en risico’s Als gemeente werken we als regisseur aan de opgave om de gebouwde omgeving aardgasvrij te maken. Tegelijkertijd zijn er veel omgevingsfactoren waar we niet of beperkt op kunnen sturen die wél invloed uitoefenen op de uitvoerbaarheid van de warmtetransitie. - Onzekere juridische kaders. De doorlooptijd van de realisatie van een warmtenet is in de regel al een complex proces met een veelvoud aan betrokken partijen en grote investeringsbeslissingen. Daarbij zorgt in het bijzonder de voorgenomen wetswijziging van de 1497
Raadsvoorstel
Wet Collectieve Warmte door het Rijk, die aanstuurt op een groter publiek belang in warmtenetten, op dit moment voor veel onzekerheid bij betrokken partijen over hun rol in toekomstige warmtenetten (publieke partijen én marktpartijen). - Verduurzamen niet altijd vanzelfsprekend. Voor een deel van de inwoners is verduurzamen niet vanzelfsprekend. Zij hebben andere zorgen of interesses of komen er simpelweg niet aan toe. Hoewel hier zeker een kantelpunt zichtbaar is, blijft het als overheid moeilijk om bij sommige doelgroepen in beeld te komen. - Ontbreken structurele middelen uitvoering beleid. Gemeenten ontvangen nog altijd geen structurele middelen vanuit het Rijk voor de uitvoering van de gemeentelijke taken voor het realiseren van de klimaatdoelstellingen. Door de incidentele uitkeringen ligt de nadruk bij personele inzet met name op tijdelijke inhuur, in plaats van formatieve invulling met eigen medewerkers. Dit heeft een negatief effect op de kostenefficiëntie en is tegelijkertijd niet bevorderlijk voor de continuïteit en het lerend vermogen van het programma. - Beschikbaarheid van arbeidskrachten en materialen. Er is schaarste is in de markt van de energietransitie.
Enerzijds doet deze ontwikkeling zich voor aan de zijde van grondstoffen die nodig zijn voor maatregelen gericht op energiebesparing en duurzame energieopwek zoals isolatiemateriaal, zonnepanelen en warmtepompen. Anderzijds doet deze ontwikkeling zich voor aan de zijde van personeel voor de uitvoering van de transitie. Naast het nemen van maatregelen in de gebouwde omgeving zijn deze knelpunten ook zichtbaar op een ander niveau, zoals bij het realiseren van een toekomstbestendige energie-infrastructuur. 2. De uitvoering van de warmtetransitie is niet haalbaar zonder onze partners De opgave om van het aardgas af te gaan, kunnen alleen samen realiseren. Als gemeente hebben we een regisserende rol en verwachten we snel meer kaders en instrumenten vanuit het Rijk waarmee we aan de slag kunnen. Maar in veel opzichten zijn we ook afhankelijk van onze andere partners zoals woningcorporaties, de netbeheerder en niet op de laatste plaats onze inwoners. De woningeigenaar moet uiteindelijk zelf bereid zijn om (met ondersteuning) stappen te zetten in de verduurzaming, de woningcorporaties moeten flink aan de slag om hun sociale huurwoningen versneld te verduurzamen en de netbeheerder is verantwoordelijk voor een infrastructuur die toereikend is voor toenemende duurzame energievoorzieningen. 3.
De uitvoering van de warmtransitie vraagt om een rolkeuze in warmtenetten In oktober 2022 verscheen de kamerbrief van minister Jetten, waarin een grote wijziging van de governance van bestaande en toekomstige warmtenetten wordt aangekondigd. In de brief licht de minister toe dat minimaal 51% van de infrastructuur van de warmtenetten in publieke handen moet komen en dat impliceert een publieke deelneming. De minister erkent dat er op dit moment nog onvoldoende publieke realisatiekracht is en stelt een ingroeiperiode van zeven jaar voor waarin publieke instanties aan deze realisatiekracht kunnen werken en stelt hiervoor ook financiële middelen in het vooruitzicht. Het wettelijk kader voor dit voornemen, de Wet op de Collectieve Warmte, in het kort WCW, zal naar de verwachting van de minister op 1 juli 2024 in 1497
Raadsvoorstel
werking treden. Tot die tijd kan de inhoud van de wet nog veranderen en is alleen de huidige wetgeving van kracht. Omdat deze voorgestelde wijziging mogelijk invloed heeft op de ontwikkeling van warmtenetten en de rol daarin van gemeenten, is in opdracht van de gemeente een nadere verkenning uitgevoerd. Daarmee is in beeld gebracht wat mogelijke rolkeuzes zijn van gemeenten en hoe die van invloed zijn op bestaande en toekomstige trajecten voor de ontwikkeling van warmtenetten. Daarbij is ook aandacht voor de kansen en risico’s om als gemeente te sturen op de toegankelijkheid, betaalbaarheid en onafhankelijkheid van warmte. 4. De warmtetransitie is lokaal maatwerk Iedere gemeente heeft andere kenmerken en daarmee ook andere uitdagingen om de warmtetransitie te realiseren. - Voor een warmtenet moet er een duurzame warmtebron in de buurt zijn die ook op lange termijn beschikbaar blijft. Venlo heeft relatief weinig beschikbare duurzame warmtebronnen door het ontbreken van grootschalige (industriële) restwarmte én door belemmeringen in de bodem voor het gebruik van geothermie (aardwarmte). - Omdat een warmtenet relatief duur is en een grote investering vraagt, is een warmtenet daarnaast vooral geschikt op plaatsen waar er veel vraag naar warmte is op een klein oppervlak.
In relatie tot andere steden kent Venlo buiten de stedelijke centra met name dorpen en een landelijk gebied met een overwegend minder geconcentreerde bebouwing. Dit maakt dat een groot deel van de woningvoorraad minder aantrekkelijk is voor het realiseren van een warmtenetinfrastructuur, ten opzichte van een dichtbebouwde stad met veel hoogbouw. - Tot slot heeft Venlo een relatief oude woningvoorraad en daarmee in bouwkundig opzicht een complexere verduurzamingsopgave ten opzichte van steden met recent gerealiseerde grootschalige nieuwbouw en omvangrijke uitbreidingsgebieden. Deze factoren werken beperkend op de hoeveelheid aan mogelijkheden voor het realiseren van een duurzame warmteoplossing. 5. De uitvoering van de warmtransitie krijgt een plek in de omgevingsvisie Op dit moment wordt door het Rijk gewerkt aan de Omgevingswet. Werken in de geest van de Omgevingswet vraagt om een andere manier van organiseren. In deze Transitievisie wordt hierop voorgesorteerd. De Transitievisie moet uiteindelijk worden vertaald in de instrumenten van de Omgevingswet. Concreet betekent dit dat de ruimtelijke effecten van dit beleid een plek zullen krijgen in het plan van aanpak voor het Omgevingsplan en de Omgevingsvisie. Dit staat de uitvoering van de warmtetransitie niet in de weg. Financiën Het vaststellen van deze Transitievisie heeft geen directe financiële gevolgen.
Op de langere termijn kan de koers van de warmtetransitie resulteren in bepaalde investeringsbeslissingen, bijvoorbeeld voor de realisatie van collectieve warmtevoorzieningen of het op grotere schaal investeren in verduurzamingsregelingen die ten goede komen van de inwoner.
1497
Raadsvoorstel
Communicatie Een belangrijk uitgangspunt van deze Transitievisie is het wegnemen van drempels en investeren in onze zichtbaarheid als gemeente. De transitievisie omschrijft op welke wijze we hier samen met onze partners invulling aan geven. Naast dat we hierin een belangrijke rol voor onszelf zien weggelegd, zien we ook de meerwaarde in de kennis en ervaring van inwoners en organisaties in onze lokale netwerken, zoals een wijk die zelf het initiatief neemt om een informatiebijeenkomst te organiseren. Vervolgprocedure raad Deze visie wordt om de twee jaar herzien. In de tussentijd wordt u middels een RIB geïnformeerd over de voortgang binnen de uitvoering van de warmtetransitie. Daarnaast wordt aan uw raad op korte termijn een voorstel voorgelegd aangaande de rolkeuze in het warmtenet van Hagerhof. Burgemeester en wethouders van Venlo
de secretaris
de burgemeester
Twan Beurskens
Antoin Scholten
Bijlagen 1. Transitievisie Gebouwde omgeving 2.0 Warmtetransitie in de praktijk
1497
GEMEENTEBESTUUR
Raadsbesluit Raadsnummer 2023
Transitievisie Gebouwde omgeving 2.0 35
raadsvergadering d.d.
25 mei 2023
onderwerp
ons kenmerk 1497 steller S. Belgers telefoonnummer +31615605000 e-mail s.belgers@venlo.nl datum 27 maart 2023
De raad van de gemeente Venlo; gelezen het voorstel van het college van 18-04-2023, registratienummer ;1497
besluit: Vaststellen van de Transitievisie Gebouwde omgeving 2.0 en de daarin geformuleerde ambitie om de gebouwde omgeving stapsgewijs vóór 2050 aardgasvrij te maken en gelijktijdig de Transitievisie Gebouwde omgeving 2021 intrekken.
Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 25 mei 2023.
De griffier
De voorzitter
Geert van Soest
Antoin Scholten
1497