034rv+rb 13e wijziging APV Venlo.pdf
Tekst van het document
1752095
Raadsvoorstel
GEMEENTEBESTUUR
raadsnummer 2021
34 11 mei 2021
ons kenmerk 1752095
30 juni 2021
doorkiesnummer +31773596343
Leefbaar Venlo
datum 3 mei 2021
Burgemeester
datum verzonden
collegevergadering d.d. raadsvergadering d.d. programma portefeuillehouder
team RGVEWW steller mr. SHH Helsen e-mail s.helsen@venlo.nl bijlage(n)
Onderwerp 13e wijziging van de APV Venlo
Advies De gemeenteraad wordt gevraagd over te gaan tot vaststelling van de 13e wijziging van de APV Venlo. De voorgestelde wijziging van de APV Venlo is het gevolg van de wens om specifieke bepalingen aan de APV toe te voegen en een enkele wijziging door te voeren. A. Outlaw Motorcycle Gangs (OMG); B. Lachgasverbod; C. Sluiting van voor het publiek openstaande gebouwen; D. Verkorting termijn ruimen weesfietsen;
Aanleiding A. Er was al langer de behoefte om een artikel in de APV op te nemen inzake een “color verbod” voor Outlaw Motorcycle Gangs (OMG). In eerste instantie waren er twijfels of dit vanuit juridisch oogpunt mogelijk zou zijn, doch de VNG heeft inmiddels een modelbepaling opgesteld. B. De afgelopen jaren heeft het gebruik van lachgas een vlucht genomen, met name onder jongeren en jongvolwassenen, ook in Venlo. Dit levert aantasting van de openbare orde, het milieu en de veiligheid op. Kortom dit gebruik heeft overlast tot gevolg. Er bestaat daarom grote behoefte aan een lachgasverbod op (recreatief) gebruik. C.
Raadsvoorstel
De laatste tijd komt illegaal gokken regelmatig voor in voor publiek toegankelijke gebouwen in Venlo. Er is daarom dringend behoefte aan specifieke handvatten om dit te kunnen bestrijden. Vandaar dat het gewenst is om in de APV een artikel op te nemen dat de burgemeester de bevoegdheid geeft om gebouwen waarin dit plaats vindt te kunnen sluiten. Een dergelijke bevoegdheid bestaat in de APV wel al voor horecabedrijven, seksinrichtingen en voor overige vergunningplichtige bedrijven. D. Ter verbetering van de handhaving is het gewenst om de vier-wekentermijn voor ruimen van weesfietsen in artikel 5:12 APV te verkorten. De termijn van vier weken is in de praktijk te lang gebleken. Vandaar het voorstel om ook in Venlo de termijn om weesfietsen te mogen ruimen te verkorten van vier naar twee weken.
Beoogd effect Het actualiseren van een Algemene plaatselijke verordening Venlo.
Argumenten A. In Limburg heeft vorig jaar een werkgroep gekeken naar mogelijke OMG-bepalingen voor in de APV. Nog voordat de werkgroep tot een inhoudelijk voorstel kon komen, verscheen in juli 2020 een VNG-ledenbrief. Het opnemen van een “color verbod’ in de APV zou juridisch niet mogelijk zijn, omdat het een beperkende maatregel is die indruist tegen de vrijheid van meningsuiting én het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer. Op verzoek van de VNG-commissie Bestuur en Veiligheid en het Landelijk Strategisch Overleg integrale aanpak OMG is op 15 oktober 2020 een nieuwe VNG-ledenbrief verschenen. In de nieuwe model-APV zijn wel bepalingen opgenomen die het mogelijk maken om op uiterlijke kenmerken van verboden organisaties te handhaven. Deze modelbepalingen beantwoorden daarmee een bestuurlijke behoefte. Vanuit een oogpunt van openbare orde kan het om bestuurlijke redenen wenselijk zijn om niet te wachten met het weren van zichtbare aanwezigheid van verboden of ontbonden organisaties uit de publieke ruime tot een onherroepelijk vonnis voorhanden is. Het Openbaar Ministerie heeft bij de rechter civiele verboden gevraagd en gekregen tegen enkele motorclubs.
Wat te doen wanneer een lid van een verboden club het bij die club horende jasje, ook wel ‘colors’ genoemd, in het openbaar blijft dragen? In de fase dat de verbodenverklaring onherroepelijk is geworden, kan een (dreigende) overtreding van de strafbepaling (vrees voor) een verstoring van de openbare orde opleveren. Gelet hierop kan de burgemeester in beginsel gebruik maken van zijn orderechtelijke bevoegdheden. Te denken valt aan de handhaving op clublocaties, bij evenementen en ‘ride outs’, noodbevelen, gebiedsontzeggingen of cameratoezicht. Veel gemeenten hebben in aanvulling hierop in de APV een bepaling opgenomen dat uiterlijke kenmerken van verboden organisaties niet zijn toegestaan in de openbare ruimte. Het Landelijk Strategisch Overleg integrale aanpak OMG’s juicht deze initiatieven toe omdat in geval van een overtreding de politie dan direct kan optreden. B.
2
Raadsvoorstel
Per 1 januari 2021 zou er een landelijk verbod op het bezit van lachgas worden ingevoerd, doch deze datum is niet gehaald en het is niet bekend wanneer dit wel het geval zal zijn. Om in deze lacune te voorzien wordt voorgesteld om een artikel in de APV op te nemen dat het recreatief gebruik van lachgas op een openbare plaats verbiedt. Dit APV artikel kan ook na invoering van het landelijk lachgasverbod van kracht blijven omdat het op (recreatief) gebruik van lachgas gericht is en niet op bezit (aanvullend op landelijke wetgeving). Ter bescherming van het milieu, de openbare orde en veiligheid en om overlast en hinder tegen te gaan, is het gewenst om het gebruik van lachgas op openbare plaatsen (of delen daarvan) te verbieden. Veel gemeenten zijn daar al toe overgegaan. Het college kan na inwerkingtreding van dit voorgesteld artikel in de APV vervolgens middels een aanwijzingsbesluit plaatsen aanwijzen waar dit gebruik niet is toegestaan. Het gebruik van lachgas leidt tot vervuiling van de openbare ruimte. Lachgaspatronen, cilinders en ballonnen waarmee lachgas gebruikt worden, worden aangetroffen op verschillende locaties door de hele stad. Het gebruik van lachgas leidt daarnaast tot ongewenst en onberekenbaar gedrag: omvallen, bewusteloosheid, onoplettendheid, hallucineren.
Doordat lachgas vooral in groepsverband in de openbare ruimte wordt gebruikt, gaat hiervan een dreigende houding uit waardoor omstanders zich onveilig voelen. Het gebruik van lachgas wordt dan als overlastgevend ervaren. Omvallen, duwen en afwijkend gedrag vormt in een menigte of op openbare plaatsen waar publiek aanwezig is een aanzienlijk risico voor de openbare orde. Ook kunnen door gebruik van lachgas ongelukken gebeuren (men raakt onder invloed). Bijvoorbeeld roekeloosheid, vallen of zelfs tijdelijk bewustzijnsverlies. In het verkeer en op straat kan dit tot gevaar leiden. Ook brandwonden en verlammingsverschijnselen, zoals dwarslaesies komen voor. Eerder heeft de burgemeester besloten dat het tijdens evenementen verboden is (recreatief) lachgas te verkopen of te gebruiken. Een en ander is opgenomen in de evenementenvergunning. Vanwege het risico voor de openbare orde en veiligheid is het ook van belang dat de verkoop van lachgas op een openbare plaats verboden is. Daar kan middels het ventverbod in de APV tegen worden opgetreden. Voor wat betreft de “Arnhemse aanpak” (verkoop van lachgas in de horeca en detailhandel verbieden o.b.v. Wet Milieubeheer) loopt er nog een bodemprocedure. Het voorstel is dan ook om dat eerst af te wachten en dit nog niet op te nemen. Daarnaast gelden er regels voor het vervoer en opslag van lachgas.
Een particulier mag bijvoorbeeld niet meer dan 2 kilo en alleen in de achterbak van een auto vervoeren. C. De laatste tijd wordt er steeds vaker geconstateerd dat er illegaal gegokt wordt in Venlo. Dit gebeurt vaak in voor publiek openstaande gebouwen niet zijnde horecabedrijven, seksinrichtingen of anderszins vergunningplichtige bedrijven. Er bestaat dringend behoefte om in deze situaties handhavend op te kunnen treden door het gebouw door de burgemeester te laten sluiten. Diverse gemeenten in Nederland hebben reeds een dergelijk artikel in de APV opgenomen. Er bestaat wel al een sluitingsbevoegdheid voor de burgemeester in onze APV voor horecabedrijven in artikel 2:29i, voor seksinrichtingen in artikel 3:7 en voor andere vergunningplichtige bedrijven in artikel 2:49g maar niet voor overige gebouwen.
3
Raadsvoorstel
Met een dergelijk specifiek artikel in de APV is het voor de gemeente minder omslachtig om op te kunnen optreden, nu kan dat enkel door toepassing van de Gemeentewet. Artikel 174 van de Gemeentewet geeft de burgemeester de mogelijkheid over te gaan tot sluiting indien sprake is van een ordeverstoring die concreet voorzienbaar is en een actuele dreiging vormt voor de ordelijke gang van zaken, waartegen onmiddellijk moet worden opgetreden. De sluiting kan dan slechts van korte duur zijn. Soms is een langere sluiting wenselijk en ontbreekt het de burgemeester de bevoegdheid tot langere sluiting op grond van artikel 174 Gemeentewet. Het voorgestelde artikel 2:86 voorziet hierin. Met deze sluitingsmogelijkheid heeft de burgemeester ook een extra instrument bij de aanpak van bijvoorbeeld heling, illegaal gokken of het faciliteren van criminaliteit. De burgemeester kan met behulp van dit artikel ook gericht optreden tegen bijvoorbeeld winkeliers die ernstige overlast (blijven) veroorzaken. De burgemeester kan de wijze van uitoefening van zijn bevoegdheid nader uitwerken in een beleidsregel. De burgemeester zal o.a.
tot het oordeel kunnen komen dat sluiting noodzakelijk is indien aannemelijk is, dat in of vanuit het voor het publiek openstaand gebouw strafbare feiten worden gepleegd of indien zich in of vanuit het voor het publiek openstaand gebouw anderszins feiten hebben voorgedaan die de vrees wettigen, dat het geopend blijven van het voor het publiek openstaand gebouw gevaar oplevert voor de openbare orde of een bedreiging vormt voor het woon- of leefklimaat in de omgeving van dit pand. Op grond van dit artikel is de burgemeester bevoegd om voor het publiek openstaande gebouwen en de daarbij behorende erven voor langere duur te sluiten. De sluitingsbepaling laat een beoordelingsmarge. Het ligt niet in de rede gebruik te maken van een zware maatregel als sluiting als sprake is van een marginale overtreding van de voorschriften. Een sluiting moet voldoen aan de eisen van subsidiariteit en proportionaliteit. Toelichting onderdelen artikel 2:86 Eerste lid Bij voor publiek openstaande gebouwen kan men denken aan openbare gedeelten van winkels, bedrijven voor handelsdoeleinden, belwinkels, avondkappers, uitzendbureaus, bioscopen, musea, theaters. Hier wordt gekeken naar de feitelijke situatie ter plaatse.
Ook cafés, disco's, hotels, restaurants, seksinrichtingen en coffeeshops vallen hieronder, maar zover de mogelijkheid tot sluiting daarvan elders is geregeld, is dit artikel op deze gebouwen niet van toepassing (zie ook toelichting op zevende lid hieronder). Derde lid Sluiting op grond van dit artikel zal veelal ook ten doel hebben de gang van bezoekers te doorbreken. Een algemene bekendheid van het besluit is dan van belang. Het besluit treedt overeenkomstig artikel 5:24 Algemene wet bestuursrecht in werking door bekendmaking aan de eigenaar en/of de gebruiker van het pand. Zevende lid Dit artikel geldt niet voor bijvoorbeeld de sluiting van seksinrichtingen en horecabedrijven. Daarvoor gelden afzonderlijke regels in de Algemene plaatselijke verordening Venlo. Met
4
Raadsvoorstel
dit artikel kan ook niet in dezelfde situaties opgetreden worden als waarvoor artikel 13b Opiumwet is bedoeld. D. Op grond van artikel 5:12 APV “Parkeren en overlast van fietsen en bromfietsen” is het verboden op door het college aangewezen openbare plaatsen fietsen of bromfietsen langer dan vier weken onafgebroken te laten staan (weesfietsen). Ter verbetering van de handhaving achten wij het nodig om de vier-wekentermijn voor ruimen van weesfietsen in artikel 5:12 lid 2 APV te verkorten. De termijn van vier weken is in de praktijk te lang gebleken en in den lande is twee weken een meer gebruikelijke termijn. Vandaar het voorstel om ook in Venlo de termijn om weesfietsen te mogen ruimen te verkorten van vier naar twee weken.
Kanttekeningen n.v.t.
Financiën n.v.t.
Communicatie Politie en werkgroep Nix18 (lachgasverbod) zijn betrokken bij en kunnen instemmen met dit voorstel.
Vervolgprocedure raad Na vaststelling van de 13e wijziging van de APV Venlo en bekendmaking daarvan treedt de gewijzigde verordening in werking. Burgemeester en wethouders van Venlo de secretaris
de burgemeester
Twan Beurskens
Antoin Scholten
Bijlagen Nr. 1. 2. 3.
Naam Raadsbesluit .. ..
Datum 30 juni 2021 .. .. 5
Raadsvoorstel
4. 5.
.. ..
.. ..
6
Raadsbesluit
GEMEENTEBESTUUR
onderwerp
team RGVEWW
raadsnummer 2021 raadsvergadering
13e wijziging APV Venlo 34 30 juni 2021
steller mr. SHH Helsen doorkiesnummer +31773596343 e-mail s.helsen@venlo.nl
d.d.
datum 3 mei 2021
De raad van de gemeente Venlo; gelezen het voorstel van het college van 11 mei 2021, registratienummer 1752095; gelet op artikel 149 van de Gemeentewet; besluit: Vast te stellen I.
de navolgende 13e wijziging van de Algemene plaatselijke verordening Venlo (APV Venlo).
A. Art. 2:26 lid 8 wordt gewijzigd als volgt: 8. Het is verboden bij een evenement de orde te verstoren. B. Na art. 2:26 lid 8 worden de leden 9 t/m 11 ingevoegd: 9. Het is verboden bij een evenement zichtbaar goederen te dragen, bij zich te hebben of te vervoeren die uiterlijke kenmerken zijn van een organisatie die bij rechterlijke uitspraak of bestuurlijk besluit verboden is verklaard of is ontbonden vanwege een doel of werkzaamheid in strijd met de openbare orde. 10. Het verbod in het negende lid geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht. 11. Een ieder is verplicht bij evenementen alle aanwijzingen van ambtenaren van politie en brandweer in het belang van openbare orde of veiligheid terstond en stipt op te volgen. C. Na artikel 2:48 wordt ingevoegd: Art. 2:48a Verboden lachgasgebruik
Raadsbesluit
Het is verboden op een openbare plaats, die deel uitmaakt van een door het college aangewezen gebied, lachgas te inhaleren uit een ballon of enig ander hulpmiddel of tanks, ampullen en dergelijke met lachgas tot dat kennelijke doel bij zich te hebben. D. Na artikel 2:50 wordt ingevoegd: Artikel 2:50a Verbod op zichtbare uitingen van verboden organisaties 1. Het is verboden op openbare plaatsen of in voor het publiek toegankelijke openstaande gebouwen en daarbij behorende erven zichtbaar goederen te dragen, bij zich te hebben of te vervoeren die uiterlijke kenmerken zijn van een organisatie die bij rechterlijke uitspraak of bestuurlijk besluit verboden is verklaard of is ontbonden vanwege een werkzaamheid of doel in strijd met de openbare orde. 2. Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht. E. Na artikel 2:85 wordt ingevoegd: Afdeling 18 Sluiting van voor het publiek openstaande gebouwen Art. 2:86 Sluiting van voor het publiek openstaande gebouwen 1.De burgemeester kan de sluiting - al dan niet voor een bepaalde duur - bevelen van een voor publiek toegankelijk gebouw of daarbij behorend erf, inrichting of ruimte of gedeelte daarvan - niet zijnde een horecabedrijf als bedoeld in artikel 2:29i, seksinrichting in artikel 3:7 of ander vergunningplichtig bedrijf als bedoeld in artikel 2:41g als daar: a.
is gehandeld in strijd met artikel 1 van de Wet op de kansspelen; b. door misdrijf verkregen zaken voorhanden, bewaard of verborgen zijn dan wel zijn verworven of overgedragen; c. wapens als bedoeld in artikel 2 van de Wet wapens en munitie aanwezig zijn waarvoor geen ontheffing, vergunning of verlof is verleend of d. zich andere feiten of omstandigheden hebben voorgedaan die de vrees wettigen dat het geopend blijven van het gebouw, de inrichting of de ruimte ernstig gevaar oplevert voor de openbare orde. 2. De sluiting kan door de burgemeester worden opgeheven indien uit later bekend geworden feiten en omstandigheden moet worden afgeleid dat de bescherming van de belangen in verband waarmee deze regeling van kracht is, geen langere sluiting vergen. 3. De sluiting wordt geacht in het openbaar bekend te zijn gemaakt zodra een besluit tot sluiting op, in of nabij de toegang of toegangen van de inrichting is aangebracht. 4. De rechthebbende laat toe dat een afschrift van het sluitingsbevel wordt aangebracht. 5. Het is verboden, na het van kracht worden van de sluiting als bedoeld in het eerste lid, bezoekers tot de inrichting toe te laten of daarin te laten verblijven. 6. Het is een ieder verboden in een bij besluit van de burgemeester gesloten inrichting als bezoeker te verblijven. F.
2
Raadsbesluit
Art. 5:12 lid 2 wordt gewijzigd als volgt: 2. Het is verboden op door het college aangewezen openbare plaatsen fietsen of bromfietsen langer dan twee weken onafgebroken te laten staan (weesfietsen) in het belang van het beheer van de openbare ruimte.
II.
te bepalen dat deze wijziging daags na bekendmaking in werking treedt.
Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 30 juni 2021. De griffier
De voorzitter
Geert van Soest
Antoin Scholten
3