034bijl 7 Ontwikkelstrategie Campus Zuid.pdf
Tekst van het document
ontwikkelstrategie Campus Zuid 26 april 2022
inhoud In het Q1 van 2022 is onder leiding van het onderzoeksbureau Ronald Berger een proces doorlopen met de partners van de Brightlands Campus Greenport Venlo (BCGV) om te komen tot een gezamenlijke en gedeelde visie op de ontwikkeling van de innovatiecampus. Het nader uitstippellen, verbinden en valideren van de individuele ontwikkelpaden om de visie* te effectueren en een uitwerking van een businesscase op hoofdlijnen zijn tevens onderdeel van de opdracht en komen samen in het ‘Groeiplan Brightlands Campus Greenport Venlo’. In het proces van visievorming volgen de ontwikkelingen elkaar snel op en leidt het uitspreken van ambities en doelstellingen nu al tot een kruisbestuiving die meer is dan de som der delen.
1.
context Campus 203X
3
2.
opgave Campus Zuid
7
3.
wonen en leven op de campus
9
4.
programma
12
5.
vervolg
15
In deze notitie wordt de nieuwe en verrijkte informatiepositie over de ontwikkeling van BCGV kort toegelicht, in relatie gebracht tot ontwikkelpositie – en potentie van de ontwikkelvelden in Campus Zuid en gestaafd aan de 12 kritische succesfactoren van het ontwikkelmodel voor campussen* van Buck Consultants International (BCI). Op basis hiervan is een advies opgesteld voor de gemeentelijke koers en handelingsperspectief voor het deelgebied Campus Zuid. Met als doel om strategisch in control te blijven, passend bij onze positie en rol bij de ontwikkeling van BCGV en het borgen van het strategisch economisch en maatschappelijk belang voor stad en regio.
•
bijlage financiële verkenning Ontwikkelstrategie Campus Zuid (vertrouwelijk)
*
De infographics in dit document op pagina 3, 4, 6 en 9 komen uit het ‘Groeiplan Brightlands Campus Greenport Venlo’. ** Roadmap rol gemeente Venlo bij doorontwikkeling BCGV tot 2030, juli 2021.
ontwikkel- en handelingsperspectief Campus Zuid
2
1. context Campus 203X In 2017 is de doorontwikkeling van het voormalige Floriadeterrein tot de Brightlands Campus Greenport Venlo (BCGV) opgestart. Het wenkend perspectief is een innovatiecampus gericht op gezonde en veilige voeding, future farming en de biocirculaire economie. De ambities met BCGV rijken echter verder dan fundamenteel en toegepast onderzoek en ontwikkeling alleen. De innovatiecampus is de drager van de regionale economische structuurversterking, waarin de kenniseconomie en economische vernieuwing een goede voedingsbodem heeft en bijdraagt aan een toekomstbestendige en gedifferentieerde arbeidsmarkt. De jonge campus heeft nog maar een beperkte omvang en slagkracht, maar er is volop potentie. Elk jaar is er meer reuring, bedrijvigheid en onderwijs in het gebied. Ondanks het (vooralsnog) ontbreken van een omvangrijke fysieke aanwezigheid van een zogeheten kennismagneet - bv. onderzoeksinstituut, -instelling of bedrijf - is er een toenemende kennisbasis en is de gehele keten van fundamenteel onderzoek tot marktintroductie aanwezig. Met de recente toetreding van BASF Vegetable Seeds heeft de innovatiecampus de gewenste samenwerkingsvorm van een triple-helix gekregen.
De BCGV aandeelhouders – provincie, gemeente, Universiteit Maastricht (UM) en BASF – hebben de afgelopen jaren fors geïnvesteerd in het gebied, waardoor de campus de stap heeft kunnen zetten van de ‘idee-fase’ naar ‘opstartfase’ naar de indeling van BCI. De stap naar een ‘volwassenfase’ loopt langs een fase van sterke groei en moet leiden tot een zelfstandige en financieel onafhankelijke positie. BCGV bevindt zich in het grensgebied van ‘opstartfase’ naar ‘groeifase’ en zal nu moeten versnellen en focussen om de belofte in te kunnen lossen. Groeiplan Brightlands Campus Greenport Venlo In de gezamenlijke visie in het ‘Groeiplan Brightlands Campus Greenport Venlo’ op de doorontwikkeling van de innovatiecampus wordt dit kantelpunt onderkend en is de focus voor deze groeifase als volgt vertaald: BCGV focust op innovatie in de hoogwaardige tuinbouw- en fruitteeltketen voor gezondheid, duurzaamheid en bedrijvigheid.
Het begrip van ‘de plant en de mens’ is het middel om innovatie te stimuleren. Op de campus krijgt dit nadere invulling vanuit de perspectieven gezondheid van het voedsel (voor de consument), duurzaamheid (met een zo minimale footprint) en productiviteit (maximale opbrengst met minimale arbeid). De waardepropositie is uitgewerkt in een ketenbenadering. Op de campus worden de tuinbouw en fruitteelt ketens van de toekomst vormgegeven. Innovatie vindt plaatst op alle schakels in de waardeketen met een sterke propositie voor geïntegreerde vraagstellingen over de gehele TRL-keten (Technology Readiness Levels), van ontdekking via fundamenteel onderzoek tot lancering op de markt. De focus van BCGV is complementair aan en versterkt niet alleen de andere Brightlands campussen, maar ook de clusters van glastuinbouw, maakindustrie en logistiek in stad en regio. De focus is nader uitgewerkt in een concreet programma met bijbehorende ruimtevraag en een ontwikkelpad in proces, tijd en middelen. De Brightlands Campus Greenport Venlo is een unieke campus in het groen waar ondernemers, onderzoekers & ontwikkelaars, studenten en bezoekers samen innoveren.
ontwikkel- en handelingsperspectief Campus Zuid
3
De ketenbenadering vereist een gelijktijdige en gelijkwaardige ontwikkeling van een viertal clusters: ondernemers, onderzoekers, studenten en gebruikers die hun thuisbasis vinden op de campus.
en vinden een plek voor hun productie in de regio. De opgebouwde R&D basis blijft behouden en achter op de campus. •
•
Voor ondernemers is de campus een fysieke landingsplek voor start-ups en spin-outs van bedrijven, kennisinstellingen en onderzoek op de campus. Op de campus kunnen zij zich door ontwikkelen over alle TRL-niveau's en geïntegreerde vraagstellingen over de gehele keten. Wanneer het tijd is om op te schalen, vliegen deze bedrijven weer uit
Voor onderzoekers is er een stevige kennisbasis van onderzoeksgroepen van de UM aangevuld met een structurele onderzoekscapaciteit van (middel)grote bedrijven die huisvesten op de campus. En daarnaast een groep onderzoekers die tijdelijk op de campus zijn om te participeren in publiek-private programma's op de campus en maken gebruik van gedeelde innovatie-infrastructuren op de campus.
ontwikkel- en handelingsperspectief Campus Zuid
4
•
Voor studenten biedt de campus een doorlopende leerlijn, waarbij een stevige basis van studenten van de UM worden geflankeerd door HBO, MBO en leven lang leren. De UM voorziet een negental vooruitstrevende bachelor- en masteropleidingen van de Faculty of Science and Engineering (FSE), Faculty of Health, Medicine & Life Sciences (FHML) en de School of Business & Economics (SBE) op de campus, waar studenten worden opgeleid over de gehele waardeketen. Studenten van MBO, HBO en WO werken met docenten en ondernemers samen aan geïntegreerde innovatievraagstukken uit het bedrijfsleven. Binnen 10 jaar verwacht de UM dat er circa 1.300 studenten op de campus rondlopen en circa 300 onderzoekers, waarvan 100 in dienst van de UM.
•
Voor gebruikers beschikt de campus over een experience center waar partijen op de campus klanten, medewerkers en bezoekers de innovaties op de campus laten zien. Een wandeling over de campus is een innovatie-beleving door de waardeketen. Het park op de campus vervult daarnaast een belangrijke publieke functie voor sport en plezier, en beschikt over kleinschalige horeca-faciliteiten, sport- en spelvoorzieningen en kan hiermee het open karakter behouden.
Campus, stad en regio In veranderende economie zijn campussen de nieuwe motoren van werkgelegenheid. Ze vergroten de aantrekkingskracht van de stad, verbeteren het draagvlak voor stedelijke voorzieningen en hebben spin-off naar de regionale economische structuur. Een campus is meer dan alleen een terrein met gebouwen voor onderzoek en onderwijs. Voor een succesvolle campus moeten bovenal toevallige ontmoetingen worden gefaciliteerd tussen onderzoekers, studenten, bedrijven en samenleving. Een campus krijgt daarmee steeds meer trekjes van een ‘gewone’ stad met bijbehorende behoeftes. De campus is in potentie een tweede pool van stedelijke dynamiek in Venlo. Maar te ver van het (centrum) stedelijk gebied om hier een logisch en aansluitend onderdeel van te zijn. De maat en schaal van de campus is (vooralsnog) te klein om de campus als een ‘eigen stad’ te laten functioneren met eigen stedelijke voorzieningen. Andersom is Venlo te klein om haar stedelijk voorzieningen te delen met de campus. Tegelijkertijd wil Venlo als centrumstad de campus maximaal faciliteren in het doorgroeien naar een volwassenfase met een profiel dat voldoet aan de verwachtingen van haar gebruikers. Het merendeel van de thematiek van de campus is uiteindelijk mensgericht en tastbaar, zeker op het moment dat de doorontwikkeling van (fundamenteel) onderzoek naar producten meer vorm en massa krijgt.
ontwikkel- en handelingsperspectief Campus Zuid
5
Het onderzoek van BCI - d.d. juli 2021- naar de doorontwikkeling van BCGV is uitgevoerd aan de hand van een toetsing aan een twaalftal kritische succesfactoren, die worden gezien als voorwaarden voor een optimaal en zelfstandig werkend campus-ecosysteem. BCGV scoort op de meeste succesfactoren op het derde niveau van ‘matig op orde’, op enkele punten scoort BCGV op het tweede niveau ‘op orde’. Geen van de kritische succesfactoren scoort op hoogste niveau, hetgeen in dit ontwikkelstadium van de opstartfase ook vrijwel onmogelijk is. Zorgwekkend is de laagste score ‘niet op orde’ op de succesfactor ‘kritische massa/place to be’. De uitrol van de visie in een ketenbenadering met BASF en het regionaal MKB zal een positieve uitwerking hebben op een groot aantal kritische succesfactoren in het ontwikkelmodel van BCI. In het bijzonder de achilleshiel van BCGV in de huidige situatie: onvoldoende kritische massa. De groei naar 1.300 studenten, 300 onderzoekers van de UM en andere partners creëert in eerste aanleg de kritische massa, die leidt tot start-ups,
spin-offs, spin-outs en zal een sterke aantrekkingskracht hebben op ondernemers. De benodigde versnelling van de groei in deze ontwikkelfase van de campus komt hiermee binnen handbereik. Ook de kritische succesfactoren ‘aanwezigheid kennisdragers’, ‘aantrekkingskracht op en aanwezigheid van talent’, ‘adequate huisvesting’, ‘organisatie en management’ en ‘een heldere visie met draagvlak’ kunnen een stap in de juiste richting zetten naar het tweede hoogste niveau ‘op orde’. Een doorgroei naar campus in de volwassenfase, met een substantiële kennisbasis en magneetwerking en zelfstandige opzet binnen 10-12 jaar komt daarmee steeds scherper in beeld en wint aan realiteitswaarde. Gestaafd aan het ontwikkelmodel van BCI biedt de visie, focus en het ontwikkelpad de basis voor een positieve doorontwikkeling van de campus. En kan het ontwikkelscenario in onderzoek van BCI mogelijk verschuiven van een actieve doorontwikkeling naar een ambitieuze doorontwikkeling.
ontwikkel- en handelingsperspectief Campus Zuid
6
2. opgave Campus Zuid De visie in het ‘Groeiplan BCGV’ is langs de lijn van de vier clusters van ondernemers, onderzoekers, studenten en gebruikers (zie pagina 4 en 5) te vertalen naar programma’s, benodigde faciliteiten, ruimtevraag, middelen en tijdspad. Dit leidt tot een stevige toename van de ruimtevraag voor de verschillende clusters op de campus. Niet allemaal morgen, maar wel met een zwaartepunt in de komende 5-12 jaar. Desondanks is het aanbod van ruimte voor onderzoek, ontwikkeling, ondernemers en consumenten op de campus nog altijd groot, vooralsnog te groot. Met het beoogde en gevalideerde ontwikkeltempo bieden de Boskamer, de kamer van de Villa Flora en de Innova-as in het verlengde van de Innovatoren en het Bright House meer dan voldoende ontwikkelruimte. De ontwikkelvelden binnen het deelgebied Podium aan het water zijn naar verwachting de eerste 10-12 jaar niet benodigd voor onderzoek, onderwijs of bedrijvigheid. Voor de periode daarna is de vraag minder scherp in beeld en vooral afhankelijk van het succes van de voorliggende en huidige groeifase. Het perspectief voor deze ontwikkelvelden – Campus Zuid is echter gunstig op de lange termijn. Dit neemt niet weg dat de ontwikkelvelden de komende jaren op de balans van de campus zullen blijven drukken bij gebrek aan inkomsten.
De campus is een eigen wereld, maar staat niet los van de landschappelijke context, structuren en routes. Het gebied dat (nog) geen rol speelt in de campus staat op de pauzestand en wordt door de toevallige passant en recreant gebruikt. Daarnaast heeft de campus een hoogwaardige en parkachtige setting, als erfenis van de Floriade in 2012. De combinatie met de publieke toegankelijkheid van het gebied leidt tot steeds intensiever medegebruik. In positieve zin heeft de campus een meervoudige functie als stedelijke uitloopgebied voor recreanten en passanten. De keerzijde is echter ongewenst gebruik in de donkere uren door gebrek aan sociaal toezicht. De parkachtige setting en het medegebruik hebben hoge onderhouds- en beheerskosten tot gevolg, bovenop het vooralsnog ontbreken van inkomsten een deel van de ontwikkelvelden. Het recreatief medegebruik genereert ook weer een eigen ruimtevraag. Een burgerinitiatief om een openbare (bos)speeltuin in het gebied te creëren kan op een brede maatschappelijke en politieke sympathie rekenen. Het is dus niet zomaar een braakliggend terrein in het buitengebied.
ontwikkel- en handelingsperspectief Campus Zuid
Campus Zuid
7
Tijdelijk gebruik Het geschetste perspectief in de visie in het ‘Groeiplan BCGV’ maakt het aannemelijk dat de ruimtevraag van de campus op de langere termijn ook om de inzet van de ontwikkelvelden in Campus Zuid vraagt. De exacte termijn is echter nog ongewis door het samenspel van kritische succesfactoren en macro economische en maatschappelijke ontwikkelingen, die de groei- en ontwikkelsnelheid van de campus bepalen. De ontwikkelvelden van Campus Zuid onomkeerbaar omvormen voor een permanent ander gebruik moet worden voorkomen. Het alternatief is een tijdelijk gebruik om inkomsten te generen in de tussenliggende tijd. Ook hier zijn de mogelijkheden beperkt. Een tijdelijk gebruik met een inflexibel karakter, bijvoorbeeld door een minimale terugverdientijd van het gebruik, kan ook de doorontwikkeling van de campus frustreren. Het ontwikkeltempo van de campus is fluvatiel en kan ook plots accelereren door een belangrijke ontdekking of het instappen van een nieuwe partner.
maar kunnen naar de toekomst nog worden samengevoegd of verder worden opgesplitst, naar gelang de vraag. De ontwikkelvelden zijn vrij van bebouwing na het amoveren van de tijdelijke paviljoens van de Floriade in Q1 van 2022. Op een aantal ontwikkelvelden staan behoudenswaardige bomen, die wellicht bij tijdelijk gebruik van meerwaarde kunnen zijn. In de huidige situatie zijn 7 ontwikkelvelden te onderscheiden met een gezamenlijke netto oppervlakte van ongeveer 26.800 m2. Het driehoekige veld D van circa 1.900 m2 met het voormalige Belgiëhuis behoort formeel niet tot de ontwikkelvelden of de groenstructuur. Het ontwikkelveld is gezien de vorm, ligging en nabijheid van fiets- en wandelpaden uitermate geschikt om de gewenste speelvoorziening te faciliteren. Daarmee rest nog een netto tijdelijke ontwikkelruimte van 24.900 m2 op de ontwikkelvelden A, B, C, E, F en G.
Samenvattend is een tijdelijk alternatief gebruik van de ontwikkelvelden in Campus Zuid mogelijk, mits omkeerbaar en flexibel in de looptijd. Om de balans van Campus Vastgoed te ontzien kan de gemeente de gronden in erfpacht nemen voor tijdelijk. Met als uitgangspunt dat de inkomsten van de tijdelijke uitgifte worden ingezet om de gemeentelijke kosten voor de inrichting van het gebied met een (vooralsnog) tijdelijke functie te compenseren. Het initiatief voor de speeltuin kan wel een permanent karakter krijgen en gezien de grote groene openbare ruimte eenvoudig worden ingepast zonder ten kosten te gaan van de primaire ontwikkelvelden. Karakteristiek en omvang Campus Zuid heeft een eigen karakter en kwaliteiten door de oriëntatie op het water en het zicht op het mozaïeklandschap van Parc Zaarderheiken. De voormalige podiumheuvel is dominant aanwezig, maar is geen onderdeel van de ontwikkelvelden. De podiumfunctie is verloren gegaan, maar de landmark biedt naar de toekomst diverse mogelijkheden voor recreatief en sportief medegebruik. De ontwikkelvelden worden door de kunstmatige vijver, bos en waardevolle natuur- en groenelementen omringd, sommige met een specifieke erfgoedwaarde.
A
D
E F
B
C
G
De Campus Zuid is in ontwikkeltermen ‘gebruiksrijp’. De openbare ruimte is volledig ingericht en hoogwaardig afgewerkt. De boven- en ondergrondse infrastructuur is reeds aanwezig, inclusief nutsvoorzieningen. De ontwikkelvelden zijn al daarmee al gekaderd,
ontwikkel- en handelingsperspectief Campus Zuid
8
3. wonen en leven op de campus De Universiteit Maastricht met de uitrol van een 9-tal bachelor- en masteropleidingen vanuit een drietal faculteiten zullen in de groeifase zorgen voor een substantiële bijdrage aan de gewenste kritische massa en kennismagneet. De professoren, medewerkers, onderzoekers en studenten vormen in aantal het zwaartepunt van de campus. Binnen 10 jaar verwacht de UM circa 1.300 studenten op de campus en ruim 100 onderzoekers verbonden aan de UM. BCGV is echter een jonge en relatief onbekende campus en zal een paar extra stappen moeten zetten om die studenten, PhD-studenten, PostDocs en (top)onderzoekers aan te binden. Alles moet kloppen!
Studentenpopulatie in bovenstaande grafiek is inclusief de bestaande studenten op de locatie in de binnenstad.
De UM zet in op een internationaal gezelschap van studenten en medewerkers. Naar verwachting zal circa 70% van de studenten uit het buitenland komen of op meer dan 100 km afstand wonen, waarvoor dagelijks reizen geen optie is. Dit betekent een fors huisvestingsvraag voor Venlo, met name voor studenten. In een internationale perspectief zijn de verwachtingen bij een deel van de studenten dat op de campus gewoond kan worden. Het aanbieden van huisvesting van studenten en een aantal PhD-studenten wordt door de UM als onmisbaar gezien.
Studenten zijn daarnaast veel en graag op campus, brengen leven in de brouwerij en vormen ook een vorm van de gemiste sociale controle op de campus. Op de campus kan in het gebied Campus Zuid unieke huisvesting in het groen worden aangeboden. Passend bij het leidmotief van de campus kan de huisvesting tevens een showcase in duurzaamheid vormen en de aantrekkingskracht van de jonge campus versterken. Studenten maken onderdeel uit van een living lab voor duurzaamheid en gezondheid op de campus en dragen zo nog eens extra bij aan het onderzoek. Wonen op de campus zal ook vragen om gemeenschappelijke voorzieningen, die gedeeld kunnen worden met andere bezoekers en gebruikers van de campus. Maar ook een gezamenlijke moestuin, kas en community room zullen onmisbaar zijn voor deze bijzondere doelgroep. Studentenhuisvesting in Venlo In het ruimtelijk beleid van de gemeente Venlo maakt de campus onderdeel uit het stedelijk gebied. In beginsel is binnen het bestaand stedelijk gebied een breed pallet aan
ontwikkel- en handelingsperspectief Campus Zuid
9
De referentiebeelden zijn verkregen via Google Afbeeldingen en hebben in deze vorm geen commerciële betekenis, maar dienen slechts ter referentie en inspiratie.
stedelijke functies toegestaan. Specifiek voor dit gebied wordt ingezet op de ontwikkeling onderzoek en ontwikkeling, onderwijs en hieraan gelieerde bedrijvigheid en voorzieningen. Studentenhuisvesting maakt op basis van de inzichten van 2012 en 2014 geen onderdeel van het beoogde profiel. Een herijking van het beleidsstandpunt naar de maatstaven van de huidige tijdsgeest en inspelend op de gevalideerde propositie in het ‘Groeiplan BCGV’ is gegrond. Het belang van een doorontwikkeling van de campus ten gunste van de economische structuur en arbeidsmarkt staat buiten kijf. De UM is een belangrijke drager in deze groeifase om te komen tot de noodzakelijke kritische massa en magneetwerking, waarvoor de campus moet voldoen aan de internationale maatstaven voor onderzoekers en studenten. Vanuit deze positie is het toevoegen van campuswonen voor studenten passend en aanvaardbaar. In ruimtelijk zin is daarnaast een wederkerigheid voor stad en regio met een vraag in de reguliere woningvoorraad en draagvlak voor voorzieningen van nieuwe (internationale) onderzoekers en medewerkers. Vanzelfsprekend moet de woonfunctie passen binnen de normen vanuit wet- en regelgeving voor een acceptabel woon- en leefmilieu en omgekeerd niet leiden tot belemmeringen voor de primaire onderzoeks- en/of productieactiviteiten op de campus.
In het woonbeleid (2021) van de gemeente Venlo is de huisvesting van studenten een bijzondere aandachtsgroep. De woonwensen van studenten sluiten goed aan op de dynamiek, de woningvoorraad en het hoge voorzieningenniveau in het stedelijk centrum en de eerste schil rond het stedelijk centrum. Op andere locatie in het stedelijk gebied wordt studentenhuisvesting niet uitgesloten, maar dient een nadere afweging te worden gemaakt. Vanuit de ontwikkeling van de campus is het aannemelijk dat een deel van de – internationale - studenten de voorkeur geeft aan of verwacht op de campus te kunnen wonen. Daarnaast wordt in voldoende mate rekening gehouden dat ook een aanzienlijk deel van de studenten bij voorkeur in de stad resideert. Op basis van deze nadere afweging is de ontwikkeling van studentenhuisvesting op de campus passend en aanvaardbaar. In overeenstemming met het voorstel en de verwachtingen van de UM wordt voor maximaal 50% van de studenten huisvestingsruimte, om de wederkerigheid voor het studentenmilieu in de stad te borgen. Daarnaast wordt een fasering verondersteld in lijn met het groeitempo van het aantal studenten op de campus.
doorontwikkeling van de campus is groter dan verwacht in het woonbeleid. Ook met de ontwikkeling van studentenhuisvesting op de campus. In het woonbeleid is het Kazerne Kwartier aangewezen als een locatie voor studentenhuisvesting. In de eerste fase is reeds studentenhuisvesting voorzien, ook in de tweede fase kan hierin worden voorzien. Het gebied is gunstig gelegen tussen de binnenstad en de campus gevoelsmatig dichterbij de stad brengen. De gemeente zal actief met de UM in gesprek blijven over de ontwikkeling van de vraag en de positionering van extra huisvesting in het stedelijk gebied.
Het referentiebeeld is verkregen via Google Afbeeldingen en heeft in deze vorm geen commerciële betekenis, maar dient slechts ter referentie en inspiratie.
De groei van het aantal studenten en bijbehorende huisvestingsvraag als gevolg van de
ontwikkel- en handelingsperspectief Campus Zuid
11
4. programma De ontwikkelvelden van Campus Zuid kunnen vooralsnog tijdelijk worden gebruikt voor studentenhuisvesting, waarbij ook ruimte os voorzien voor sport-, ontspanning en spelvoorzieningen. De positionering van de opgave binnen de visie (H2), de ontwikkeling van campus (H3) en de relatie met de stad (H4) leidt tot een aantal bouwstenen om het programma nader vorm te geven, in kwantitatieve en kwalitatieve zin. De bouwstenen geven tegelijkertijd richting aan een nieuw handelingsperspectief voor de gemeente.
omkeerbaar
flexibel
faseerbaar
wederkerig
kwaliteit
De campus is en blijft primair een gebied voor onderzoek, onderwijs, ontwikkeling en hieraan gelieerde productie. Indien de campus in de toekomst een ruimteclaim legt op de ontwikkelvelden van Campus Zuid, dan moeten deze beschikbaar kunnen worden gemaakt.
Het bouwconcept moet flexibel zijn in omvang, gebruiksmogelijkheden en positionering.
De opleidingen op de campus groeien in circa 10 jaar naar de verwachte omvang van 1.300 studenten. Het huisvestingsaanbod moet meegroeien met dit ontwikkeltempo.
De ontwikkeling van de campus moet ook een meerwaarde hebben voor (het studentenleven in de) stad. De ontwikkeling van studentenhuisvesting in de stad moet gelijk oplopen met de campus en onderlinge bereikbaarheid moet verbeteren.
Het profiel van de campus is vooruitstrevend met focus op een gezonde en duurzame leefomgeving. De huisvesting moet dat ook uitstalen en studenten verleiden voor BCGV te kiezen.
Dit betekent: • de ontwikkelvelden worden niet verkocht aan derden • de woonfunctie wordt toegestaan als medegebruik • de gemeente neemt de gronden in erfpacht • de realisatie en exploitatie van de huisvesting door derden • woonunits niet onlosmakelijk verbonden met ondergrond.
Dit betekent: • een modulaire en stapelbaar bouwconcept • de units zijn schakelbaar voor gedifferenteerde woonvraag (studenten en PhD) • de units zijn makkelijk verplaatsbaar • de units zijn eenvoudig geschikt te maken voor ander gebruik.
Dit betekent: • een bouwconcept dat in fase gerealiseerd kan worden • een realisatie in drie fasen: start, groei en afrondingsfase, met een zwaartepunt in de groeifase • optie om te versnellen of vertragen naar gelang ontwikkeltempo.
Dit betekent: • wonen op de campus is alleen voor (PhD-)studenten die voor onderzoek of studie verbonden zijn aan de campus (campuscontract) • maximaal 50% van de studenten woont op de campus in lijn met de gefaseerde ontwikkeling • frequente en duurzame verbinding met de stad en regio, via openbaar vervoer en/of duurzame deelmobiliteit.
Dit betekent: • representatieve en hoogwaardige uitstraling en afwerking • gezonde en circulaire materialen materiaalgebruik • energiezuinig en waar mogelijk zelfvoorzienend • gemeenschappelijk ruimtes • ruim voldoende gezamenlijke buitenruimte voor ontspanning, sport, spel en kweken en telen voor eigen gebruik • groen in buiten- en restruimte heeft meerwaarde voor lokale biodiversiteit en bestaande bomen worden ingepast • domein van fietser en voetganger, parkeren op afstand in clusters.
ontwikkel- en handelingsperspectief Campus Zuid
12
fase 1 periode*
fase 2
fase 3
fase 4
2025
2027
2028
vanaf 2030
studenten**
groei op de campus
130
495
655
860-1.020
huisvestingsbehoefte
op de campus (max. 50%)
43
161
214
283-336
100
100
100
100***
studenten
95
95
95
95
reguliere studenten unit
25 m2
95%
PhD-studenten
5
5
5
5
PhD-studenten unit
50 m2
5%
gemeenschappelijk ruimte
+10%
realisatie
rekenfactoren
cumulatief ruimtegebruik
wonen
3.200
6.400
9.600
12.800
vormfactor bebouwing
0,9
(m2 bvo)
grondvlak
1.100
2.150
3.200
4.300
factor buitenruimte/m2 wonen
4
buitenruimte
4.300
8.600
12.800
17.100
gemiddeld aantal bouwlagen
3
restruimte ontwikkelvelden
19.500
14.200
8.900
3.500
* indicatief ontwikkelpad o.b.v. Groeiplan BCGV, verschuifbaar in de tijd ** bestaande 300 studenten zijn niet in berekening meegenomen en resideren hoofdzakelijk in de binnenstad *** naar gelang de feitelijke doorgroei van studenten kan in de laatste fase op een kleiner aantal units worden ingezet
De binnenste ring betreft de verhouding in het grondgebruik op de ontwikkelvelden, de buitenste ring toont bruto vloeroppervlakte voor het wonen (rood) ten opzichte van de buitenruimte en de resterende ruimte.
ontwikkel- en handelingsperspectief Campus Zuid
13
referentie project architect plaats
ontwikkel- en handelingsperspectief Campus Zuid
Barbizon Aemsen Capelle aan den IJssel
14
5. vervolg De rol van de gemeente Venlo op de Brightlands Campus Greenport Venlo is er geen van huisvester. De realisatie en exploitatie van de studentenhuisvesting is aan een hiertoe geoutilleerde derde partij met veel ervaring op het gebied van moderne, tijdelijke en modulaire huisvesting. Om strategisch grip te houden op de ontwikkelvelden van Campus Zuid voor de lange termijn en tegelijkertijd de campusorganisatie op korte termijn te ontlasten kan de gemeente wel een rol spelen als pachter en onderpachter. Hiertoe dienen een drietal aspecten met voorrang te worden opgepakt: publiekrechtelijk procedure, exploitant voor de huisvesting en middelen voor pacht en onderpacht.
Publiekrechtelijke procedure Wonen op de campus is formeel beleidsmatig niet uitgesloten, maar op basis van het juridisch-planologisch kader niet rechtstreeks toegestaan. Hiertoe dient een publiekrechtelijke procedure in het kader van de Wet ruimtelijke ordening – danwel Omgevingswet – te worden doorlopen. Insteek voor de procedure is wonen als een medegebruik mogelijk te maken en tegelijkertijd de bestaande en/of beoogd gebruik van de andere gebouwen en/of ontwikkelvelden niet te belemmeren in gebruik en activiteiten. Daarnaast dienen nabijgelegen bronnen van hinder en overlast zorgvuldig te worden meegewogen in het kader van een goed woon- en leefklimaat ter plaatse. Denk hierbij aan de nabijgelegen infrastructuur en bedrijvigheid. Op basis van een stedenbouwkundig en/of inrichtingsplan dient een aanvraag voor een omgevingsvergunning te worden ingediend. Gezien het karakter van de aanvraag en de lange termijn van tijdelijkheid dient dit een uitgebreide procedure te zijn met een maximale doorlooptijd van 6 maanden. Eventueel beroep of hoger beroep bij een bestuursrechter valt niet binnen deze termijn.
ontwikkel- en handelingsperspectief Campus Zuid
Huisvester Geen van de partijen op de Campus heeft als kernactiviteit huisvesting voor studenten. De gewenste standaard is hoog, de termijn van exploitatie vooralsnog gekaderd en het ontwikkeltempo afhankelijk van het succes van de campus. Het is van belang om zo snel mogelijk een professionele huisvester te acquireren, die deze vraag efficiënt en effectief met voorrang kan oppakken. Bij voorkeur is deze al aan boord voor het indienen van een ontwerp-omgevingsvergunning met het oog op de haalbaarheid en uitvoerbaarheid.
Middelen De ontwikkelvelden van Campus Zuid worden door de gemeente Venlo in erfpacht genomen en via een ondererfpacht tegen marktconforme condities aan een huisvester beschikbaar gesteld voor (vooralsnog) en tijdelijke vorm van studentenhuisvesting. Het overige gedeelte krijgt een publieke functie, inclusief een bosspeeltuin. Hiervoor worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: • gronden worden in erfpacht genomen van de campusorganisatie voor een termijn van maximaal 15 jaar • alleen ontwikkelvelden binnen de bestaande infrastructuur wordt aan de gemeente Venlo in erfpacht uitgegeven, niet de bijbehorende infrastructuur • over te nemen gronden zijn technisch bouwrijp en geschikt voor beoogd gebruik, de nutsvoorzieningen zijn aanwezig en geschikt voor woningbouw • nog bestaande paviljoens worden/zijn gesloopt door en voor rekening van de campusorganisatie
15
•
het ruimtegebruik en programma voor de studentenhuisvesting is gebaseerd op het ‘Groeiplan BCGV’, kengetallen en ervaringscijfers van de Universiteit Maastricht.
Voor de verdere uitwerking van de businesscase wordt verwezen naar de bijlage ‘financiële verkenning Ontwikkelstrategie Campus Zuid’. In de businesscase zijn de kosten voor de publiekrechtelijk procedure, de planvormingskosten, de aanlegkosten voor de speelvoorzieningen, de inrichtingskosten voor de buitenruimtes en de éénmalige aansluitkosten voor de tijdelijke functies meegenomen.
ontwikkel- en handelingsperspectief Campus Zuid
16
bijlage • financiële verkenning Ontwikkelstrategie Campus Zuid (vertrouwelijk)
ontwikkel- en handelingsperspectief Campus Zuid
17