034bijl 3.3.pdf
Tekst van het document
Quickscan Flora en Fauna Burgemeester Coenegrachtstraat 43a Blerick Toetsing aan natuurwetgeving en -beleid Definitief
Quickscan Flora en Fauna Burgemeester Coenegrachtstraat 43a Blerick
1
colofon
projectnaam Quickscan Flora en Fauna Burgemeester Coenegrachtstraat 43a Blerick datum 24 februari 2023 projectnummer P05166 opdrachtgever Aldi Roermond B.V. BRO projectleider ROs opgesteld door RBo interne controle RdM bron kaft BRO
Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel +31 (0)411 850 400 info@bro.nl www.bro.nl
Quickscan Flora en Fauna Burgemeester Coenegrachtstraat 43a Blerick
2
Inhoudsopgave 1
2
3
Inleiding
4
1.1
4
Werkwijze quickscan flora en fauna
Planbeschrijving
5
2.1 2.2
5 5
Huidige situatie Toekomstige situatie
Toetsing gebiedsbescherming
7
3.1 3.2
7 7
Wettelijke gebiedsbescherming Gebiedsbescherming vanuit provinciaal beleid
4
Toetsing beschermde houtopstanden
9
5
Toetsing soortenbescherming
10
5.1
11
Vogels 5.1.1
5.2
Vleermuizen 5.2.1
5.3
6
15
8
Geraadpleegde bronnen
16
11
12 12
12 12
12 12
12 12
Toetsing Toetsing
13
13 13
Vaatplanten
13
5.8.1
13
Conclusie
Samenvatting
12
Ongewervelde diersoorten 5.7.1
5.8
Toetsing
Vissen 5.6.1
5.7
Toetsing
Amfibieën 5.5.1
5.6
Toetsing
Reptielen 5.4.1
5.5
Toetsing
Grondgebonden zoogdieren 5.3.1
5.4
Toetsing
7
Toetsing
14
Quickscan Flora en Fauna Burgemeester Coenegrachtstraat 43a Blerick
3
1
Inleiding
Voor alle ruimtelijke ontwikkelingen geldt dat deze in overeenstemming met de nationale natuurwetgeving en het provinciale natuurbeleid moeten worden uitgevoerd. In het kader van een bestemmingsplanwijziging ten behoeve van de uitbreiding en renovatie van een Aldi is door middel van een verkennend flora- en faunaonderzoek (quickscan) een beoordeling gemaakt van de mogelijke effecten die het plan kan hebben op beschermde natuurwaarden. Hierdoor wordt duidelijk of het plan in overeenstemming is met de natuurwetgeving. De bescherming van de natuur is per 1 januari 2017 in Nederland vastgelegd in de Wet natuurbescherming (Wnb). Deze wet vormt voor wat betreft soortenbescherming en gebiedsbescherming een uitwerking van de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. Omtrent houtopstanden is de voormalige nationale Boswet eveneens in de Wet natuurbescherming opgenomen. Daarnaast vindt beleidsmatige gebiedsbescherming plaats door middel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN), de voormalige Ecologische Hoofdstructuur (EHS).
1.1
Werkwijze quickscan flora en fauna
In de quickscan zijn de gevolgen van de ruimtelijke ingreep afgezet tegen potentieel aanwezige natuurwaarden die vanuit de Wet natuurbescherming en provinciaal beleid zijn beschermd. Deze werkwijze vloeit voort uit de brochure ‘Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen’ van het Ministerie van Economische Zaken van december 2016. Om een beeld te krijgen van de natuurwaarden is op 24 februari 2023 tussen 09.00 – 10.00 uur door een ecoloog van BRO 1 een verkennend veldbezoek gebracht aan het plangebied en de directe omgeving hiervan. Het was circa 7°C, licht bewolkt, zonder neerslag, met een westenwind van 3 Bft. Tijdens het veldbezoek is gelet op de potentiële aanwezigheid van beschermde soorten op basis van het aanwezige habitat en nest-/verblijfsmogelijkheden. Daarnaast is aan de hand van verspreidingsatlassen, soortgerichte literatuur, NDFF-gegevens en op basis van ‘expert judgement’ nagegaan welke beschermde planten- en diersoorten er voor kunnen komen binnen en nabij het plangebied en zijn omtrent gebiedsbescherming gegevens van de provincie Limburg geraadpleegd. Aan de hand van het verkennende onderzoek is vervolgens beoordeeld welke beschermde soorten daadwerkelijk voor (kunnen) komen binnen het plangebied en is er vervolgens een inschatting gemaakt van de effecten van de ruimtelijke ontwikkeling op beschermde natuurwaarden.
1
BRO is lid van het Netwerk Groene Bureaus (NGB). Het NGB is de brancheorganisatie voor groene adviesbureaus en heeft als doel kwaliteitsbevordering en belangenbehartiging. Onze werkzaamheden voeren wij dan ook uit volgens de door het NGB vastgestelde gedragscode (versie juni 2008, aangevuld in februari 2010). De medewerkers binnen de discipline ecologie voldoen aan de door het Ministerie van EZ genoemde voorwaarden voor ter zake deskundigen op het gebied van ecologisch onderzoek.
Quickscan Flora en Fauna Burgemeester Coenegrachtstraat 43a Blerick
4
2
Planbeschrijving
Het plangebied is gelegen in het noordwestelijke gedeelte van de wijk Tuindorp aan de Burgemeester Coenegrachtstraat 43a, te Blerick. In figuur 1 is de topografische ligging van het plangebied weergegeven.
2.1
Huidige situatie
Het plangebied bestaat momenteel uit gebouwen van een ALDI vestiging gelegen in het westen van het plangebied. In het oosten van het plangebied zijn een parkeerplaats en een voetbalveld gelegen. Rondom het voetbalveld en de parkeerplaats zijn meerder bomen aanwezig. Dwars door het plangebied is ook de autoweg ‘Burgemeester Coenegrachtstraat’ gelegen. In het noorden naast het plangebied is de autoweg ‘Alberickstraat’ gelegen. In het zuiden naast het plangebied is de autoweg ‘Drie Decembersingel’ gelegen. Rondom het plangebied zijn meerde winkels en woonwijken aanwezig.
Figuur 1: Topografische kaart ligging plangebied (1:25.000)
Figuur 2: Luchtfoto plangebied en directe omgeving
In figuur 2 is een luchtfoto van het plangebied en de directe omgeving weergegeven. De figuren 4 t/m 9 geven een impressie van het plangebied, middels foto’s die zijn genomen tijdens het verkennende veldbezoek.
2.2
Toekomstige situatie
Het gebouw van de ALDI zal aan de zuidzijden worden uitgebreid, waarbij 7 bomen moeten worden gekapt. Het gedeelte van de ALDI aan de noordkant zal intern worden verbouwd. De parkeerplaats in het oosten van het langbied zal worden uitgebreid waarbij het voetbalveld gelegen in het zuidoosten van het plangebied verdwijnt. De Burgemeester Coenegrachtstraat zal door de uitbreidingen van de parkeerplaats een doodlopende weg worden. Bij de uitbreiding van de parkeerplaats worden enkele kleinere bomen te midden van de huidige parkeerplaats verwijderd, degene aan de rand van de parkeerplaats blijven allen behouden. Figuur 3 geeft een beeld van de toekomstige situatie. Figuur 3: Toekomstige situatie plangebied
Quickscan Flora en Fauna Burgemeester Coenegrachtstraat 43a Blerick
5
Figuur 4: Het filiaal van de Aldi gezien vanaf de parkeerplaats
Figuur 5: Het zuiden van het plangebied, waar de uitbreiding van de Aldi is voorzien
Figuur 6: Het zuiden van het plangebied, waar de uitbreiding van de Aldi is voorzien
Figuur 7: Parkeerplaats in het noordoosten van het plangebied
Figuur 8: Bomen te midden van het plangebied
Figuur 9: Voetbalveld in het zuiden van het plangebied
Quickscan Flora en Fauna Burgemeester Coenegrachtstraat 43a Blerick
6
3
Toetsing gebiedsbescherming
aan die tot dit netwerk behoren. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN,
3.1
Wettelijke gebiedsbescherming
werk van bestaande en te ontwikkelen natuurgebieden. De planologische
voorheen Ecologische Hoofdstructuur (EHS)) is een samenhangend net-
De Wet natuurbescherming, heeft voor wat betreft gebiedsbescherming,
begrenzing en beschermingsregimes van het Natuurnetwerk loopt via het
betrekking op de Europees beschermde Natura 2000-gebieden. De Vogel-
traject van de provinciale ruimtelijke structuurvisies en verordeningen. Bin-
richtlijn- en Habitatrichtlijngebieden worden in Nederland gecombineerd
nen de provincie Limburg bestaat het NNN uit de goudgroene natuurzone.
als Natura 2000-gebieden aangewezen. Als er naar aanleiding van pro-
Daarnaast worden ook de zilvergroene natuurzone en bronsgroene land-
jecten, plannen en activiteiten mogelijkerwijs significante effecten optre-
schapszone beleidsmatig beschermd. Het netwerk wordt gevormd door
den, dienen deze vooraf in kaart gebracht en beoordeeld te worden. Pro-
kerngebieden, natuurontwikkelingsgebieden en ecologische verbindings-
jecten, plannen en activiteiten die mogelijk een negatief effect hebben op
zones met als doel natuurgebieden beter met elkaar en met het omrin-
de beschermde natuur in een Natura 2000-gebied zijn vergunningsplichtig.
gende agrarisch gebied te verbinden. Activiteiten in deze gebieden zijn alleen toegestaan als ze geen negatieve effecten hebben op de wezenlijke
Het plangebied is niet gelegen binnen de grenzen van een gebied dat
kenmerken of waarden of als deze kunnen worden tegengegaan met miti-
aangewezen is als Natura 2000-gebied. Het meest nabijgelegen Natura
gerende maatregelen.
2000-gebied, “Vogelschutzgebiet 'Schwalm-Nette-Platte mit Grenzwald u. Meinweg'”, bevindt zich op circa 5,4 kilometer afstand ten zuidoosten van
Het plangebied is niet gelegen binnen het goudgroene natuurzone (zie fi-
het projectgebied in Duitsland. Het meest nabijgelegen Nederlandse Na-
guur 10). Het dichtstbijzijnde onderdeel van het goudgroene natuurzone
tura 2000-gebied, “Maasduinen” is gelegen op 6,9 kilometer afstand ten
ligt ongeveer 1,4 kilometer ten oosten van het plangebied. Gezien de aard
noorden van het projectgebied. Indien er sprake zou zijn van een effect,
van de voorgenomen plannen zullen de omgevingscondities redelijkerwijs
betreft dit een extern effect als gevolg van storingsfactoren als toename
gelijk blijven, waardoor de wezenlijke kenmerken en waarden van het
van geluid, licht of depositie van stikstof. Mede gezien de afstand tot het
goudgroene natuurzone niet worden aangetast. Vervolgonderzoek in het
plangebied zijn externe effecten als gevolg van aspecten als licht, geluid
kader van het goudgroene natuurzone wordt dan ook niet noodzakelijk ge-
en trillingen uitgesloten.
acht.
Uit vervolgonderzoek met een AERIUS-berekening zijn bij de gebruiksfase geen depositieresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j. Daarmee kunnen op voorhand negatieve effecten op Natura 2000-gebieden vanwege stikstofdepositie uitgesloten worden.
3.2
Gebiedsbescherming vanuit provinciaal beleid
Conform artikel 1.12 van de Wet natuurbescherming dragen Gedeputeerde Staten in hun provincie zorg voor de totstandkoming en instandhouding van een samenhangend landelijk ecologisch netwerk, genaamd ‘Natuurnetwerk Nederland’. Zij wijzen daartoe in hun provincie gebieden
Quickscan Flora en Fauna Burgemeester Coenegrachtstraat 43a Blerick
7
Figuur 10: Ligging goudgroene natuurzone (groen), zilvergroene natuurzone (geel), bronsgroene landschapszone (blauw) en Natura 2000-gebieden (paars gearceerd) ten opzichte van perceel plangebied (rood omlijnd)
Quickscan Flora en Fauna Burgemeester Coenegrachtstraat 43a Blerick
8
4
Toetsing beschermde houtopstanden
De bescherming van houtopstanden, conform de Wet natuurbescherming, heeft betrekking op alle zelfstandige eenheden van bomen, boomvormers of struiken van een oppervlakte van minimaal tien are of een rijbeplanting die meer dan twintig bomen omvat, gelegen buiten de bebouwde kom. Wanneer houtopstanden worden geveld, niet vallende onder artikel 4.1 van de Wet natuurbescherming, geldt een meldingsplicht bij Gedeputeerde Staten van desbetreffende provincie (artikel 4.2 Wnb). Indien er geen bezwaar is om de houtopstanden te kappen, verplicht artikel 4.3 van de Wet natuurbescherming om binnen 3 jaar na het vellen of tenietgaan van de houtopstand op dezelfde grond houtopstanden opnieuw aan te planten. Er geldt een algehele vrijstelling van de herplantplicht voor houtopstanden die gekapt worden in het kader van natuurbeheer en natuurbehoud. Aangezien het plangebied zich binnen de bebouwde kom bevindt is toetsing aan het onderdeel houtopstanden conform de Wet natuurbescherming bij dit plan niet aan de orde.
Quickscan Flora en Fauna Burgemeester Coenegrachtstraat 43a Blerick
9
5
Toetsing soortenbescherming
De Wet natuurbescherming heeft, voor wat betreft soortenbescherming, betrekking op alle in Nederland in het wild voorkomende zoogdieren, (trek)vogels, reptielen en amfibieën, een aantal vissen, libellen en vlinders, enkele bijzondere en min of meer zeldzame ongewervelde dierensoorten en een aantal vaatplanten. De beschermde soorten zijn ingedeeld in drie
Europees beschermde soorten geldt een zware toetsing. Het verschil binnen provincies zit vooral in het aantal nationaal beschermde soorten met een vrijstelling bij onder meer ruimtelijke ontwikkelingen. Zo zijn, in tegenstelling tot de meeste provincies, eekhoorn, steenmarter, hazelworm en levendbarende hagedis vrijgesteld in bepaalde periodes in het jaar in de provincie Limburg. Tabel 1: Verbodsbepalingen per categorie beschermde soorten
categorieën: Vogels (artikel 3.1 Wnb)
Europees beschermde soorten
Nationaal beschermde soorten
(artikel 3.5 Wnb)
(artikel 3.10 Wnb)
Vogels (artikel 3.1 Wet natuurbescherming)
Europees beschermde soorten (artikel 3.5 Wnb)
Art 3.1 lid 1
Art 3.5 lid 1
Art 3.10 lid 1a
Nationaal beschermde soorten (artikel 3.10 Wnb)
Het is verboden in het wild levende vogels op-
Het is verboden soorten in hun natuurlijke ver-
Het is verboden soorten opzettelijk te doden of
zettelijk te doden of te vangen
spreidingsgebied opzettelijk te doden of te van-
te vangen
Beschermde soorten vanuit nationaal oogpunt betreffen soorten uit ‘bijlage A en B’ van de Wet natuurbescherming. Beschermde soorten vanuit
gen Art 3.1 lid 2
Art 3.5 lid 4
Art 3.10 lid 1b
Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen
Het is verboden de voortplantingsplaatsen of
Het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen
en eieren van vogels te vernielen of te bescha-
rustplaatsen van dieren te beschadigen of te
of rustplaatsen van dieren opzettelijk te bescha-
digen, of nesten van vogels weg te nemen
vernielen
digen of te vernielen
lingen voor vogels en overige Europese soorten (categorie 1 en 2) zijn let-
Art 3.1 lid 3
Art. 3.5 lid 3
-
terlijk overgenomen uit respectievelijk de Vogelrichtlijn en de Habitatricht-
Het is verboden eieren te rapen en deze onder
Het is verboden eieren van dieren in de natuur
lijn. Voor de andere, ‘nationaal’ beschermde soorten (categorie 3) gelden
zich te hebben
opzettelijk te vernielen of te rapen
verbodsbepalingen die geïnspireerd zijn op de Habitatrichtlijn, maar in
Art 3.1 lid 4 en lid 5
Art 3.5 lid 2
sommige opzichten minder streng zijn. In tabel 1 zijn de verbodsbepa-
Het is verboden vogels opzettelijk te storen, ten-
Het is verboden dieren opzettelijk te verstoren
lingen per regime weergegeven.
zij de storing niet van wezenlijke invloed is op
Europees oogpunt betreffen soorten uit Bijlage IV van de Habitatrichtlijn, de soorten uit Bijlage 1 en 2 Verdrag van Bern, en Bijlage 1 Verdrag van Bonn, en alle in Europa inheemse vogels (Vogelrichtlijn). De drie beschermingsregimes kennen elk hun eigen verbodsbepalingen. De verbodsbepa-
-
de staat van instandhouding van de desbetrefDe Wet natuurbescherming regelt dat de provincie bevoegd gezag is en
fende vogelsoort
de lijst met te beschermen soorten kan afstemmen op de situatie in de provincie. De soortbescherming kan hierdoor per provincie verschillen. In
-
het algemeen gelden voor alle drie de categorieën de zogenoemde verbodsregels. Een ontheffing hierop wordt voor de Nationaal beschermde soorten (art. 3.10 Wnb) met een lichte toets verleend. Voor de vogels en
Quickscan Flora en Fauna Burgemeester Coenegrachtstraat 43a Blerick
Art 3.5 lid 5
Art 3.10 lid 1c
Het is verboden plantensoorten in hun natuur-
Het is verboden plantensoorten in hun natuur-
lijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken
lijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken
en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen
en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen
of te vernielen
of te vernielen
10
Voor alle soorten, dus ook voor de soorten die niet onder de aangewezen
plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed, maar die over vol-
bescherming vallen, of die zijn vrijgesteld van de ontheffingsplicht, geldt
doende flexibiliteit beschikken om, als die broedplaats verloren is gegaan,
de zogenaamde ‘algemene zorgplicht’ (art. 1.11 Wnb). Deze zorgplicht
zich elders te vestigen (‘categorie 5-soorten’).
houdt in dat de initiatiefnemer passende maatregelen neemt om schade aan aanwezige soorten te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken.
In de ‘Beleidsregels ten behoeve van de passieve soortbescherming on-
Hierbij gaat het bijvoorbeeld om het niet verontrusten of verstoren in de
der de Wet natuurbescherming in Limburg’ van de provincie Limburg (6
kwetsbare perioden zoals de winterslaap, de voortplantingstijd en de peri-
december 2017) is een aangepaste lijst met jaarrond beschermde nesten
ode van afhankelijkheid van de jongen. De zorgplicht geldt altijd en voor
gepubliceerd. Hier wordt onderscheid gemaakt in verschillende catego-
alle planten en dieren, of ze beschermd zijn of niet, en in het geval dat ze
rieën vogelnesten die beschermd zijn binnen de provincie Limburg. Van
beschermd zijn ook als er een ontheffing of vrijstelling is verleend.
de meeste vogelsoorten zijn de nesten uitsluitend beschermd wanneer deze tijdens de broed- en nestperiode in gebruik zijn. Het gaat om soorten
Komen soorten van de hierboven genoemde beschermingsregimes voor,
die jaarlijks nieuwe nesten maken. Van een aantal soorten roofvogels en
dan is de eerste vraag of de voorgenomen activiteit effecten heeft op de
uilen, koloniebroeders en gebouw bewonende vogelsoorten (‘categorie 1-
beschermde soorten. Treden er effecten op, dan dient er gekeken te wor-
3 soorten’) zijn de nesten en de functionele leefomgeving jaarrond be-
den of er (provinciale) vrijstelling verleend kan worden (al dan niet door te
schermd. Ten slotte is er een categorie nesten van vogelsoorten die welis-
werken volgens een goedgekeurde gedragscode), of dat er een alterna-
waar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben
tieve oplossing mogelijk is waardoor er geen negatief effect kan plaatsvin-
gebroed, maar die over voldoende flexibiliteit beschikken om, als die
den. Indien dit niet mogelijk is, zal ontheffing aangevraagd moeten worden
broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen (‘categorie 4-soor-
op basis van een geldig wettelijk belang, waarbij de gunstige staat van in-
ten’).
standhouding van beschermde soorten niet in het geding komt. De ontheffing kan dan onder voorwaarden worden verleend.
5.1
De bebouwing binnen het plangebied heeft een plat dak, waarbij de dakranden goed aansluiten op de gevels. Hierdoor ontbreken openingen naar
Vogels
Op de ‘Aangepaste lijst jaarrond beschermde vogelnesten’ van het Minis-
eventuele ruimten onder het dak, en kan de aanwezigheid van een nestlocatie van huismus of gierzwaluw op voorhand worden uitgesloten. Ook
terie van LNV (augustus 2009) wordt onderscheid gemaakt in verschil-
voor een uilensoort zijn er geen geschikte invliegopeningen en ontbreekt
lende categorieën vogelnesten. Van de meeste vogelsoorten zijn de nes-
geschikt leefgebied. In de opgaande beplanting binnen en rond het plan-
ten uitsluitend beschermd wanneer deze tijdens de broed- en nestperiode
gebied bevinden zich geen jaarrond beschermde nesten van vogels als
in gebruik zijn. Het gaat om soorten die jaarlijks nieuwe nesten maken.
havik en ransuil. Wel is het nest van een ekster aangetroffen in een van
Van een aantal soorten roofvogels en uilen, koloniebroeders en gebouw
de bomen die aan de Burgemeester Coenegrachtstraat grenzen in het zui-
bewonende vogelsoorten (‘categorie 1-4 soorten’) zijn de nesten en de
den van het plangebied. Ook kunnen binnen de bomen “algemene” soor-
functionele leefomgeving jaarrond beschermend. Ten slotte is er een cate-
ten als merel, roodborst, heggenmus, zwartkop, winterkoning en houtduif
gorie nesten van vogelsoorten die weliswaar vaak terugkeren naar de
tot broeden komen.
Figuur 11: Eksternest in boom aan de Burgemeester Coenegrachtstraat
5.1.1
Toetsing
Bij uitvoering van de plannen gaan geen nestlocaties van soorten met een jaarrond beschermde status verloren. Bij de werkzaamheden kunnen wel nesten verloren gaan die niet jaarrond zijn beschermd. Voor de betreffende vogelsoorten geldt dat, indien het verwijderen van het opgaand groen buiten het broedseizoen wordt uitgevoerd, er redelijkerwijs geen overtredingen plaats zullen vinden met betrekking tot broedvogels. In de Wet natuurbescherming wordt geen vaste periode gehanteerd voor het broedseizoen. Globaal kan voor het broedseizoen de periode maart tot half augustus worden aangehouden. Geldend is echter de aanwezigheid van een broedgeval op het moment van ingrijpen. Bij twijfel over de aan/afwezigheid van een vervroegd of verlaat broedgeval (bijvoorbeeld van een houtduif) dient een controle hieromtrent zekerheid te bieden. De voorgenomen plannen zullen geen afname van essentieel broedhabitat veroorzaken van een vogelsoort, inbreuk op de gunstige staat van instandhouding van lokale populaties is dan ook uitgesloten.
Quickscan Flora en Fauna Burgemeester Coenegrachtstraat 43a Blerick
11
5.2
Vleermuizen
geergebied voor deze soorten. Daarbij geldt voor al deze soorten een pro-
5.4
Volgens verspreidingsgegevens van de Zoogdiervereniging is het plange-
vinciale vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkeling. In het kader van de zorg-
Volgens verspreidingsgegevens van RAVON zijn in de omgeving van het
bied gelegen in een deel van Nederland waar de volgende vleermuissoor-
plicht is het echter wel noodzakelijk om tijdens de werkzaamheden vol-
plangebied waarnemingen bekend van de levendbarende hagedis en
ten kunnen voorkomen: gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis,
doende zorg te dragen voor (incidenteel) aanwezige individuen, met name
zandhagedis. De waarnemingen hebben betrekking op de natuurgebieden
rosse vleermuis, laatvlieger, gewone grootoorvleermuis, bosvleermuis en
een relatief trage soort als de egel. Dit houdt in dat al het redelijkerwijs
in de omgeving. Het plangebied zelf en de directe omgeving biedt geen
watervleermuis.
mogelijke gedaan dient te worden om het doden van individuen te voorko-
geschikt habitat voor deze soorten. Het voorkomen ervan binnen het plan-
men. Dieren moeten de gelegenheid krijgen om het werkgebied zelfstan-
gebied is daarmee dan ook uitgesloten.
Gezien de bebouwing binnen het plangebied een plat dak heeft, waarbij
dig en veilig te kunnen verlaten. Indien noodzakelijk dienen soorten zorg-
de dakranden goed aansluiten op de gevels, kan de aanwezigheid van
vuldig te worden verplaatst naar buiten het werkgebied.
sloten. Ook in de gevels zijn geen open stootvoegen of andere openingen
Volgens de verspreidingsgegevens komen in de omgeving van het plan-
naar ruimten in de spouw aanwezig. De aanwezigheid van een rust- of
gebied ook de niet vrijgestelde soorten steenmarter, eekhoorn en water-
verblijfplaats van een gebouwbewonende vleermuissoort kan op voorhand
spitsmuis voor. Gezien de binnenstedelijke ligging, de beperkte omvang
worden uitgesloten. De te kappen bomen hebben geen holten, kieren of
en het relatief stenige habitat, betreft het hier geen essentieel habitat voor
loshangede stukken schors die kunnen dienen als rust- of verblijfplaats
de betreffende kleine marterachtigen. Er zijn geen holen of nesten in de
van een boombewonende vleermuissoort. Er zijn enkele rotte okselknop-
grond of in de bomen aangetroffen die zouden kunnen dienen als schuil-
pen aanwezig. Deze zijn echter allemaal naar beneden doorgerot en
of nestplaats voor deze soorten. Binnen het plangebied zijn tevens geen
slechts enkele centimeters diep. Er is geen sprake van potentieel (essenti-
nesten of sporen van de eekhoorn aangetroffen. De waterspitsmuis komt
eel) foerageergebied en/of vliegroutes, gezien het ontbreken van aspecten
voor in en langs schoon, niet te voedselrijk, vrij snel stromend tot stil-
als grote hoeveelheden opgaand groen, oppervlaktewater en lijnvormige
staand water met een behoorlijk ontwikkelde watervegetatie en ruig be-
landschapselementen.
groeide oevers. Dit habitat is binnen het plangebied eveneens niet aanwezig waardoor het geen geschikt leefgebied vormt voor deze soort. De aan-
Toetsing
wezigheid van andere strenger beschermde grondgebonden zoogdier-
Het gebouw noch de bomen bevatten potentiële verblijfplaatsen voor een
soorten zijn op basis van de verspreidingsgegevens en/of het ontbreken
vleermuissoort. Bij uitvoering van de voorgenomen ontwikkeling zal er
van geschikt habitat eveneens redelijkerwijs uitgesloten.
geen sprake zijn van (potentiële) overtreding met betrekking tot vaste rustof verblijfplaatsen, vliegroutes of foerageergebied voor vleermuizen.
5.3
Grondgebonden zoogdieren
Het plangebied vormt matig geschikt habitat voor grondgebonden zoogdieren. Soorten als egel en huisspitsmuis kunnen in het plangebied worden waargenomen. Door de aanwezigheid van voldoende alternatief foerageergebied betreft de ontwikkeling geen afname van essentieel foera-
Toetsing
Negatieve effecten en overtredingen ten aanzien van reptielen zijn op
een rust- of verblijfplaats van een vleermuis onder het dak worden uitge-
5.2.1
5.4.1
Reptielen
5.3.1
Toetsing
Met de ontwikkeling binnen het plangebied gaan geen verblijfplaatsen van niet-vrijgestelde soorten verloren. Ook gaat er geen (essentieel) leefge-
voorhand uitgesloten.
5.5
Amfibieën
In de omgeving van het plangebied zijn algemene soorten bekend als bruine kikker, gewone pad, bastaardkikker en kleine watersalamander. Volgens de verspreidingsgegevens zijn in de omgeving van het plangebied ook waarnemingen van de niet vrijgestelde Alpenwatersalamander en boomkikker bekend. Het plangebied bevat echter geen oppervlaktewater of schuilgelegenheid, waardoor de aanwezigheid van de meeste van deze soorten binnen het plangebied redelijkerwijs is uitgesloten. Met betrekking tot een incidenteel passerend individu van een algemene (vrijgestelde) soort is enkel de zorgplicht van toepassing. 5.5.1
Toetsing
De voorgenomen plannen zullen geen afname van geschikt essentieel habitat van een amfibieënsoort veroorzaken, inbreuk op de gunstige staat van instandhouding van populaties en overtreding van de Wnb is dan ook uitgesloten. In het kader van de algemene zorgplicht is het wel noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor eventueel passerende individuen.
bied van een grondgebonden zoogdiersoort verloren. Inbreuk op de gun-
5.6
stige staat van instandhouding van lokale populaties van soorten en over-
Vanwege het ontbreken van oppervlaktewater binnen het plangebied kan
treding van de Wnb is niet aan de orde. In het kader van de zorgplicht is
deze soortgroep buiten beschouwing worden gelaten.
Vissen
het echter wel noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor (incidenteel) aanwezige individuen.
Quickscan Flora en Fauna Burgemeester Coenegrachtstraat 43a Blerick
12
5.6.1
Toetsing
Negatieve effecten en overtredingen ten aanzien van beschermde vissen zijn op voorhand uitgesloten.
5.7
Ongewervelde diersoorten
In de ruime omgeving van het plangebied zijn waarnemingen bekend van grote vos, iepenpage, kleine ijsvogelvlinder, teunisbloempijlstaart, beekrombout, gevlekte glanslibel en rivierrombout. Al deze soorten stellen echter zeer specifieke eisen aan hun habitat, die in het plangebied niet aanwezig zijn. Aanwezigheid van de overige beschermde libellen en vlinders is vanwege de verspreiding en/of aanwezig habitat uitgesloten. Aantasting van (deel)populaties van een beschermde libellen- of vlindersoort is met zekerheid niet aan de orde. De aanwezigheid van de overige beschermde ongewervelde soorten, zoals vliegend hert, Europese rivierkreeft en platte schijfhoren, is eveneens uitgesloten. Binnen het plangebied en in de omgeving is hiervoor geen geschikt habitat aanwezig. 5.7.1
Toetsing
Negatieve effecten en overtredingen ten aanzien van beschermde ongewervelde soorten zijn op voorhand uitgesloten
5.8
Vaatplanten
In de directe omgeving van het plangebied zijn beschermde soorten bekend als gladde zegge, groot spiegelklokje, kluwenklokje en muurbloem. Deze soorten stellen echter zeer specifieke eisen aan hun standplaatsen. Gezien het aanwezige biotoop en binnenstedelijke ligging van het plangebied is de aanwezigheid van dergelijk beschermde vaatplanten redelijkerwijs uitgesloten. 5.8.1
Toetsing
Negatieve effecten en overtredingen ten aanzien van beschermde vaatplanten zijn op voorhand uitgesloten.
Quickscan Flora en Fauna Burgemeester Coenegrachtstraat 43a Blerick
13
6
Conclusie
Gelet op de potentiële ecologische waarden kan het voorgenomen plan alleen in overeenstemming met de nationale natuurwetgeving en het provinciale natuurbeleid worden uitgevoerd, mits voorafgaand en tijdens het uitvoeren van de werkzaamheden het bepaalde in de Wet natuurbescherming in acht wordt genomen:
Ten aanzien van broedvogels dient, om overtreding op voorhand redelijkerwijs te voorkomen, het kappen van bomen en het verwijderen van nestgelegenheid buiten het broedseizoen te worden uitgevoerd, of een controle moet de aanwezigheid van een broedgeval kunnen uitsluiten;
In het kader van de algemene zorgplicht is het noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor aanwezige individuen. Dit houdt in dat al het redelijkerwijs mogelijke gedaan dient te worden om het doden van individuen te voorkomen.
Quickscan Flora en Fauna Burgemeester Coenegrachtstraat 43a Blerick
14
7
Samenvatting
In onderstaande tabel is samengevat of de voorgenomen ontwikkeling negatieve effecten kan hebben op beschermde soorten en/of gebieden, en
Tabel 2: Overzicht effecten met betrekking tot gebiedsbescherming en te nemen vervolgstappen
Gebiedsbescherming
Afstand tot gebied
Sprake van aantasting
Vervolgtraject
Bijzonderheden / opmerkingen
Natura 2000
Ca. 5,3 km
Nee
-
Uitkomst AERIUS onder
wat de eventuele vervolgstappen zijn, zoals soortgericht nader onderzoek of vergunningstrajecten. In de tabel is tevens weergegeven of maatregelen noodzakelijk zijn om overtreding van de Wet natuurbescherming voor
0,00 mol/ha/j
bepaalde soortgroepen te voorkomen. Natuurnetwerk Nederland
Ca. 1,4 km
Nee
-
Ecologische waarde en kenmerken blijven gelijk
Houtopstanden
-
Nee
-
Niet van toepassing
Tabel 3: Overzicht (potentiële) aanwezigheid beschermde soorten en te nemen vervolgstappen
Soortgroep Broedvogels
Algemeen
Jaarrond be-
Potentieel aanwezig
Sprake van overtreding
Vervolgtraject / maatregelen
Bijzonderheden / opmerkingen
Ja
Te voorkomen
Plangebied buiten broedseizoen bouwrijp
Globale broedseizoen loopt van maart tot
maken of controle vooraf
half augustus
Nee
Nee
-
-
Verblijfplaatsen
Nee
Nee
-
-
Foerageerhabitat
Nee
Nee
-
-
Vliegroutes
Nee
Nee
-
-
Grondgebonden zoogdieren
Ja
Te voorkomen
Zorgplicht afdoende
Heeft betrekking op een soort als de egel
Reptielen
Nee
Nee
-
-
Amfibieën
Ja
Te voorkomen
Zorgplicht afdoende
Heeft betrekking op een soort als de ge-
schermd Vleermuizen
wone pad Vissen
Nee
Nee
-
-
Ongewervelden
Nee
Nee
-
-
Vaatplanten
Nee
Nee
-
-
Quickscan Flora en Fauna Burgemeester Coenegrachtstraat 43a Blerick
15
8
Geraadpleegde bronnen
Creemers, R.C.M. & J.J.C.W. van Delft (RAVON) (red.) 2009. De amfi-
2009. Herpetofauna van Limburg. Verspreiding en ecologie van amfi-
Natuurhistorisch Museum Naturalis, Leiden / European Invertebrate
bieën en reptielen in de periode 1980-2008. Stichting Natuurpublica-
Survey - Nederland, Leiden.
ties Limburg, Maastricht.
Dietz C., O. von Helversen & D. Nill 2011. Vleermuizen. Alle soorten Limpens, H., J. Regelink & R. Koelman 2010. Vleermuizen en planologie. Zoogdiervereniging, Nijmegen.
der de Wet natuurbescherming in Limburg, Gedeputeerde Staten van Limburg, 6 december 2017
Hermans, J.T., R.W. Akkermans, F. Mertens, J. van der Weele & H.W.G. Heijligers 2004. Werkatlas libellen in Limburg. Inventarisatie-
ruimtelijke ingrepen. Lees hier wat de Wet natuurbescherming daar-
gegevens periode 1977-2003. Stichting Natuurpublicaties Limburg,
Zaken, Den Haag.
Roermond.
Huizinga, C.E., L.S.G.M. Verheggen & R.W. Akkermans 2005. Werk-
SOVON Vogelonderzoek Nederland 2019. Vogelatlas van Nederland.
atlas zoogdieren in Limburg. Stichting Natuurpublicaties Limburg,
Broedvogels, wintervogels en 40 jaar verandering. Zesde druk, Kos-
Roermond.
mos Uitgevers, Utrecht/Antwerpen.
Beleidsregels ten behoeve van de passieve soortenbescherming on-
Ministerie van Economische Zaken 2016. Soortenbescherming bij over regelt. Versie 1.3, december 2016. Ministerie van Economische
van Buggenum, H.J.M., R.P.G. Geraerds & A.J.W. Lenders (red.)
bieën en reptielen van Nederland. Nederlandse Fauna 9. Nationaal
van Europa en Noordwest-Afrika. De Fontein/Tirion Uitgevers, Utrecht.
Zoogdiervereniging.nl (soortgegevens zoogdieren)
Bronnen Limburg
Algemene Literatuur
Huizinga, C.E., R.W. Akkermans, J.C. Buys, J. van der Coelen, H. Mo-
Diepenbeek, A. 2021. Veldgids Dierensporen Europa. Tweede druk,
relissen & L.S.G.M. Verheggen 2010. Zoogdieren van Limburg. Ver-
KNNV Uitgeverij Zeist.
spreiding en ecologie in de periode 1980-2007. Stichting Natuurpublicaties Limburg, Maastricht.
Algemene websites
Kurstjens, G., B. Peters & K. van Looy 2010. De flora van het Maas-
Bij12.nl (kennisdocumenten van o.a. huismus, gierzwaluw en diverse
dal. Ontwikkelingen van bijzondere soorten sinds de start van natuur-
vleermuissoorten)
ontwikkeling vanaf 1994. Deelrapport 7. Kurstjens ecologisch advies-
Eis-nederland.nl (soortgegevens ongewervelden)
bureau, Beek-Ubbergen / Bureau Drift, Berg en Dal / INBO, Brussel.
Floron.nl (soortgegevens planten)
Ravon.nl (soortgegevens amfibieën, reptielen en vissen)
Sovon.nl (soortgegevens vogels)
Synbiosys.alterra.nl/natura2000 (Natura 2000-gebieden)
Verspreidingsatlas.nl/planten (verspreidingsgegevens planten)
Vlinderstichting.nl (soortgegevens vlinders en libellen)
Wetten.overheid.nl/BWBR0037552/2019-01-01 (wettekst Wet natuur-
Natuurgegevensprovincielimburg.nl (natuurgegevens provincie Limburg)
Polviewer.nl (NNN en beschermde gebieden in Limburg)
bescherming)
Quickscan Flora en Fauna Burgemeester Coenegrachtstraat 43a Blerick
16
Amsterdam Rhijnspoorplein 38 1018 TX Amsterdam +31 (0)20 506 19 99
Boxtel Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel +31 (0)411 850 400
Venlo Industriestraat 94 5931 PK Tegelen +31 (0)77 373 06 01 info@bro.nl www.bro.nl Quickscan Flora en Fauna Burgemeester Coenegrachtstraat 43a Blerick
17