CConstaterende datVenlo
Koppel je AI →
Document · PDF

021bijlage 6 bestemmingsplan Greenport Businesspark bijlagen toelichting-gecomprimeerd.pdf

Oordeelsvormende raadsvergadering 14 april 2021, gemeente VenloBij agendapunt: 3.a: 19.15 - 19.30 uur Bestemmingsplan Greenport Businesspark en beeldkwaliteitsplan Greenport Businesspark (RV 2021-21)17.632 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Figuur 13. Onderzoeksresultaten diverse vleermuissoorten. De weergegeven vliegroutes bevatten tevens een foerageerfunctie. De blauwe vliegroute werd gebruikt door gewone dwergvleermuizen (circa 5-7 individuen), laatvlieger (2-3 individuen), watervleermuis (1-3) en de individuen van de kraamkolonie gewone grootoorvleermuizen. De groene vliegroute werd gebruikt door 1-3 gewone dwergvleermuizen.

5.8

Das

Omstandigheden Tijdens de veldbezoeken waren de weersomstandigheden voor het waarnemen van dassen(sporen) gunstig. Tijdens geen van de veldbezoeken was de temperatuur lager dan 5 C. De windsnelheid lag beneden de 5 Bft. en er was geen sprake van neerslag. Resultaten binnen en buiten de onderzoekslocatie In de afgelopen jaren is gebleken dat Klaver 14 en de directe omgeving onderdeel uitmaakt van het leefgebied van een dassenfamilie (o.a. monitoring 1234.001, pers. comm. Econsultancy). Het perceel

Rapport 8848.002 versie D5

Pagina 19 van 28

direct ten oosten van de onderzoekslocatie, tussen de oprit naar de A73 en de A73 zelf, bevat diverse pijpen en burchten van de das. Tijdens de gehele onderzoeksperiode zijn deze pijpen, in aanvulling op de eerder vernoemde monitoring, intensief onderzocht. Hieruit bleek dat de pijpen tijdens de gehele onderzoeksperiode gebruikt werden. Gezien de intensiviteit van gebruik en het aantal pijpen, kan geconcludeerd worden dat er aan de oostzijde van de planlocatie een hoofdburcht van een dassenclan aanwezig is (zie Figuur 14) . Vanuit de hoofdburcht zijn een aantal wissels gevonden (zie Figuur 14). Deze lopen langs de A73 in noordelijke richting (naar het bosperceel en maisakker ten noorden van de onderzoekslocatie), richting het bosperceel aan de zuidkant van de onderzoekslocatie en naar de paardenweiden in het westelijk gedeelte van de onderzoekslocatie. Bovendien maakt de das gebruik van Parc Zaarderheiken als foerageergebied. Binnen Parc Zaarderheiken wordt o.a. een golfterrein gerealiseerd (zie Figuur 10), waarbij er reeds randvoorwaarden zijn gesteld om leefgebied voor de das hierbinnen duurzaam te behouden (Linders & Pahlplatz, 2019). Om te kijken of de pijpen op de geplaatst tussen 2 en 24 mei 2019. Na analyse bleek dat hierop geen jonge dassen te zien waren, en op de onderzoekslocatie geen kraamfunctie hadden.

Relatieve belang voor de das: onderverdeling van leefgebied Gezien het gebruik van de onderzoekslocatie wordt verwacht dat de paardenweide in het westelijke gedeelte van de onderzoekslocatie optimaal geschikt foerageergebied is voor de das. Het terrein tegenover Enexis, het voetgolf-terrein en het gebied tussen de Venrayseweg en de oprit naar de A73 vormen secundair geschikt foerageergebied. Het relatieve belang van de onderzoekslocatie en de directe omgeving is weergegeven in Figuur 14 en Tabel 5. Zonder maatregelen zou er 7,91 ha optimaal geschikt leefgebied verloren gaan en 14,26 ha matig geschikt leefgebied. Tabel 5. Relatieve belang van de onderzoekslocatie voor de das.

Geschiktheid voor das

Oppervlakte in ha

1 optimaal geschikt

7,91

2 matig geschikt*

14,26

3 ongeschikt

6,26

Totaal:

27,87 - en

noordzijde (0,56 ha) dat in de toekomst ingericht zal worden als optimaal geschikt leefgebied voor de das.

Rapport 8848.002 versie D5

Pagina 20 van 28

Figuur 14. Aangetroffen wissels en pijpen van de das, en de geschiktheid van de onderzoekslocatie en directe omgeving als foerageergebied voor de das.

5.9

Levendbarende hagedis

Omstandigheden Tijdens de veldbezoeken waren de weersomstandigheden voor het waarnemen van huismussen gunstig. Tijdens de veldbezoeken lag de temperatuur tussen de 10 C en 20 C. De windsnelheid lag beneden de 5 Bft. en er was geen sprake van neerslag. Onderzoeksresultaten Op de onderzoekslocatie zijn geen levendbarende hagedissen waargenomen. Hieruit wordt geconcludeerd dat de onderzoekslocatie geen functioneel leefgebied voor levendbarende hagedissen bevat. Levendbarende hagedissen worden niet verder meegenomen in deze rapportage. 5.10 Steenmarter Omstandigheden De interne inspecties naar de steenmarter hebben gelijktijdig plaatsgevonden met de interne inspecties naar huis- en boerenzwaluw, kerkuil en steenuil. De omstandigheden voor het waarnemen van verblijfplaatsen van steenmarters waren gunstig. Onderzoeksresultaten De open kapschuur op de onderzoekslocatie is mogelijk geschikt als vaste verblijfplaats voor steenmarter. Steenmarters gebruiken hooizolders, loze ruimtes onder het dak, schuurtjes en dergelijke, als verblijfplaats. Een steenmarter heeft binnen zijn territorium verscheidene verblijfplaatsen. Tijdens de

Rapport 8848.002 versie D5

Pagina 21 van 28

diverse inpandige inspecties zijn eenmalig uitwerpselen van een marterachtige, waarschijnlijk steenmarter, aangetroffen. Hiermee kan een verblijfsfunctie in de open kapschuur, waarschijnlijk tussen de hooiopslag, niet worden uitgesloten. 5.11 Wulp Binnen de onderzoekslocatie is tweemaal een overvliegende wulp gehoord. De wulp maakt in Nederland vooral gebruik van agrarisch cultuurlandschap als foerageergebied en voor nestlocaties. Hoewel niet specifiek onderzocht, bevat de onderzoekslocatie waarschijnlijk foerageergebied voor de wulp. Het feit dat er, ondanks de vele veldbezoeken, niet vaker wulpen zijn gehoord, wijst op afwezigheid van een nestlocatie binnen de onderzoekslocatie. De wulp wordt daarom niet verder meegenomen in deze rapportage. 5.12 Eekhoorn Eekhoorns komen voor in loofbos, naaldbos of gemengd bos maar ook in tuinen, parken en houtwallen in de buurt van bos. Eekhoorns bouwen bolvormige nesten in bomen op minstens 5 meter hoogte. Binnen de onderzoekslocatie zijn voor de eekhoorn geschikte bomen aanwezig. Circa 50 meter ten zuiden van de onderzoekslocatie is dan ook een eekhoornnest aangetroffen. De nestboom van de eekhoorn en het omliggende bos (als functioneel leefgebied) blijft echter behouden. Eekhoorns worden daarom niet verder meegenomen in deze rapportage.

5.13 Overige soorten Binnen de onderzoekslocatie is bij Heierkerkweg 8ab diverse malen meerdere witte kwikstaarten waargenomen. Bovendien werd bij de stal van Heierkerkweg 8ab meermaals een zingend mannelijk exemplaar van de zwarte roodstaart aangetroffen, wat duidt op een territorium met nest. Dit betrof een zingend mannetje. Tevens zat in de open kapschuur bij Heierkerkweg 8ab een broedende houtduif, en onder de rand van de dakkapel van het woonhuis broedde een spreeuw. Een pimpelmees broedde in een nestkast aan de woning van Heierkerkweg 8ab. Het weiland achter Heierkerkweg 8ab Een Amerikaanse eik aan de Heierkerkweg bevatte een holte met nest van een grote bonte specht. Een andere Amerikaanse eik bevatte een nest van een ekster. In de hoop van boomstronken in de oksel van de Venrayseweg en de Heierkerkweg zijn diverse soorten muizen gezien. In de weilanden bij Heierkerkweg 8 en 8ab zijn diverse konijnenholen aanwezig. 5.14 Samenvatting In Figuur 15 zijn de resultaten van het onderzoek samengevat weergegeven.

Rapport 8848.002 versie D5

Pagina 22 van 28

Figuur 15. Verspreiding resultaten veldonderzoek in 2019.

Rapport 8848.002 versie D5

Pagina 23 van 28

6 6.1

TOETSING AAN WET- EN REGELGEVING Huismus

De huismus valt onder het beschermingsregime van artikel 3.1 van de Wet natuurbescherming. Het is verboden de voortplantings- en rustplaatsen te beschadigen of te vernielen en de nesten mogen niet worden weggenomen (artikel 3.1 lid 2). Bovendien is het verboden vogels opzettelijk te storen, tenzij het storen niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding (artikel 3.1 lid 4 en 5). Voor eventuele werkzaamheden en/of sloop van Heierkerkweg 8ab met acht huismusterritoria dient ontheffing te worden verkregen voor het beschadigen, vernielen, wegnemen en/of storen van jaarrond beschermde huismusnesten en het functionele leefgebied. In een activiteitenplan ter bate van de ontheffingsaanvraag dienen mitigerende maatregelen te worden opgenomen. 6.2

Vleermuizen

Alle vleermuissoorten vallen onder het beschermingsregime van de Habitatrichtlijn en de conventie van Bonn, in de Wet natuurbescherming ondergebracht in artikel 3.5. Dit betekent dat ze beschermd zijn tegen verstoring van vaste rust- en verblijfplaatsen. Onder deze vaste rust- en verblijfplaatsen wordt verstaan: "het gehele systeem waarvan een populatie gebruik maakt tijdens de jaarcyclus van de soort". Dit houdt in dat niet alleen de verblijfplaatsen maar ook de verbindingen hiertussen (vliegroutes) en de foerageergebieden bescherming genieten. Verblijfplaats van de gewone grootoorvleermuis Bij sloop en/of werkzaamheden aan Heierkerkweg 8ab gaat een kraamkolonie van de gewone grootoorvleermuis verloren. Voor deze voorgenomen ingreep zal een ontheffing, met de daarbij benodigde maatregelen voor de gewone grootoorvleermuis, aangevraagd dienen te worden ten aanzien van de verboden als vermeldt in artikel 3.5, lid 2 en 4. De functionaliteit van de verblijfplaatsen moet voor, tijdens en na uitvoer van de geplande activiteiten gegarandeerd kunnen worden door het treffen van mitigerende dan wel compenserende maatregelen.

Foerageerfunctie en vliegroute De Heierkerkweg, de Venrayseweg en de bosrand aan de zuidgrens van de onderzoekslocatie vervullen de functie van vliegroute met zijdelingse foerageerfunctie voor gewone dwergvleermuizen, laatvlieger en voor de meer lichtgevoelige soorten als gewone grootoorvleermuis en watervleermuis. Bovendien vervult het zandpad aan de westgrens van de onderzoekslocatie de functie van vliegroute voor gewone dwergvleermuizen. De initiatiefnemer is voornemens de lijnvormige elementen op de onderzoekslocatie zoveel mogelijk te behouden. Om te voorkomen dat de lijnvormige elementen de functie van vliegroute en foerageerfunctie verliezen wordt geadviseerd om de bomenrijen te versterken en uitstralende verlichting te voorkomen. Echter kan niet uitgesloten worden dat diverse vleermuissoorten, die gebruiken maken van de vliegroutes, alsnog verstoring ondervinden van de voorgenomen plannen. De maatregelen dienen daarom te worden vastgelegd in activiteitenplan ter bate van een ontheffingsaanvraag. 6.3

Das

De das is beschermd conform artikel 3.10 van de Wet natuurbescherming. Het is verboden de voortplantings- en rustplaatsen te beschadigen of te vernielen en de verblijfplaatsen mogen niet worden weggenomen. Op de onderzoekslocatie zelf zijn een aantal pijpen van de das aanwezig, en in de directe omgeving van de onderzoekslocatie ligt een hoofdburcht. De initiatiefnemer is voornemens de

Rapport 8848.002 versie D5

Pagina 24 van 28

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.venlo.nl/api/v1/meetings/499/documents/10814