021bijlage 5 bestemmingsplan Greenport Businesspark toelichting.pdf
Tekst van het document
blad 32 van 52
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Greenport Business Park Gemeente Venlo Projectnummer 0452921
4.6.2.2
Aanvullende ecologische onderzoeken Econsultancy heeft in opdracht van Ontwikkelbedrijf Greenport Venlo een aanvullend ecologisch onderzoek uitgevoerd in het plangebied, zie Bijlage 4. Hierin is nader onderzoek gedaan naar 13 verschillende soortgroepen. Op basis van het aanvullende onderzoek wordt geconcludeerd dat op de onderzoekslocatie functies aanwezig zijn van huismus, diverse soorten vleermuizen en de das. Voor deze soorten dienen de benodigde maatregelen omschreven te worden in een activiteitenplan ten behoeve van een ontheffingsaanvraag op de Wet natuurbescherming. Voor de steenmarter dient er gewerkt te worden in een vrijstellingsperiode en moet rekening gehouden worden met de zorgplicht. Hiervoor dient een ecologisch werkprotocol te worden opgesteld. Ook is voor de steenuil, buizerd, torenvalk, havik en ransuil geconstateerd dat er voldoende (functioneel) leefgebied aanwezig blijft, waardoor geen maatregelen genomen hoeven te worden uitgevoerd. De resultaten van het aanvullend onderzoek zijn in tabel 4.2 weergegeven. Tabel 4.2: Overzicht resultaten nader onderzoek ecologie
Vleermuizen De lijnvormige elementen langs de Venrayseweg, Heierkerkweg en de bosrand ten zuiden van de planlocatie vervullen de functie van essentiële vliegroutefunctie met zijdelings foerageerfunctie voor gewone dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, laatvlieger en enkele watervleermuizen. De bomenrijen die dienst doen als vliegroute blijven tijdens de bouw- en gebruiksfase duurzaam behouden. Tijdens de gebruiksfase zal de vliegroute duurzaam behouden blijven middels mitigerende maatregelen. Zo worden er voorwaarden in het bestemmingsplan opgenomen waarbij de vliegroutes duurzaam behouden blijft. Zo zijn enkele bomenrijen aangewezen met de aanduiding 'Overige zone - vleermuizen', waardoor de bomenrijen niet zomaar mogen worden gekapt. Das Binnen de oostelijke grens van de planlocatie zijn zeven dassenpijpen gelegen. Middels onderzoek is vastgesteld dat deze pijpen geen kraamfunctie hadden in 2019. Bij de blad 33 van 52
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Greenport Business Park Gemeente Venlo Projectnummer 0452921
ontwikkeling van het Greenport Business Park zullen deze pijpen verloren gaan. De verwachting is dat het verwijderen van de pijpen, mits onder ecologische begeleiding en na het treffen van mitigerende en compenserende maatregelen, geen nadelig effect zal hebben op het gebruik van het gebied door de das. Om dit te bewerkstelligen wordt de looproute naar het noorden versterkt middels een faunatunnel en worden er in het noordelijke foerageergebied extra foerageermogelijkheden gecreëerd. Bovendien wordt hier een zandberg van vergraafbaar zand gemaakt, waarin de das eventueel nieuwe pijpen kan graven. Door de voorgenomen plannen gaat er in totaal 8,41 hectare optimaal geschikt leefgebied en 11,00 hectare matig geschikt leefgebied verloren. Hiervoor dient er in totaal 15,9 hectare optimaal geschikt foerageergebied gecompenseerd te worden. Er wordt 23,0 hectare optimaal leefgebied ingericht voor de das als compensatie van het leefgebied binnen de planlocatie. Het definitieve activiteitenplan voor de das en de vleermuizen is als Bijlage 5 bij de toelichting gevoegd. 4.6.2.3
Stikstofdepositieberekening Voor Greenport Business Park is de bijdrage aan de stikstofdepositie in de omliggende Natura 2000-gebieden berekend met het rekenprogramma AERIUS Calculator (versie 2019A) voor de maatgevende gebruiksfase in het jaar 2021. Hierbij is er vanuit gegaan dat in dat jaar alle bedrijven zijn gerealiseerd en in gebruik zijn. De complete berekening is opgenomen in de rapportage die als Bijlage 6 bij de toelichting is gevoegd. In de berekening zijn de huidige feitelijke en planologisch legale activiteiten die komen te vervallen meegenomen in de berekening. Het gaat hierbij om de voetgolf, de paardenkliniek en de bemesting van het grasland in het gebied. Voor de ontwikkeling is uitgegaan van een uitgeefbaar oppervlak van 22,77 Ha van bedrijventerrein in categorie 3.2. In de berekening is rekening gehouden met het wegverkeer als gevolg van de bronnen en met de directe emissies als gevolg van de bedrijfsprocessen van de bedrijven. Uitgangspunt bij de berekeningen is dat een deel van het bedrijventerrein (5,5 Ha) gasloos wordt uitgevoerd. Uit de doorrekening blijkt dat in de gebruiksfase op geen enkel Natura 2000-gebied een toename (bijdrage hoger dan 0,00 mol/ha/jaar) van de stikstofdepositie berekend wordt als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling. In tabel 4.3 zijn de resultaten van de depositieberekening weergegeven.
Tabel 4.3: Resultaten berekening stikstofdepositie op omliggende Natura-2000 gebieden
blad 34 van 52
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Greenport Business Park Gemeente Venlo Projectnummer 0452921
Ook is berekend wat de bijdrage is op de Duitse Natura-2000 gebieden. Ook hier wordt een bijdrage berekend van 0,00 mol/ha/jaar en dit blijft ruim onder de drempelwaarde van 7,14 mol/ha/jaar. Als de door een Nederlands project of handeling te veroorzaken stikstofdepositie lager dan of gelijk aan deze drempelwaarde is, kan op basis van Duitse wetgeving worden gesteld dat er geen sprake is van significant negatieve effecten op Duitse Natura 2000-gebieden als gevolg van het plan of project. Conclusie Voor het voorgenomen bedrijventerrein Greenport Business Park in Venlo is de stikstofdepositie in de gebruiksfase vergeleken met de referentiesituatie op geen enkel Nederlands Natura-2000 gebied hoger dan 0,00 mol/ha/jaar. De hoogst berekende bijdrage op Duitse Natura-2000 gebieden betreft 0,00 mol/ha/jaar. Dit ligt ruimschoots onder de drempelwaarde zoals Duitsland hanteert. Op basis van deze resultaten wordt geconcludeerd dat de Wnb (Wet natuurbescherming) besluitvorming niet in de weg staat. 4.6.2.4
Voortoets Wet natuurbescherming Voor Natura 2000-gebieden geldt een beschermingsregime om aantasting van de natuurlijke kenmerken van deze gebieden te voorkomen. In de Wet natuurbescherming (verder Wnb) is de bescherming van deze gebieden geregeld. In het kader van de besluitvorming over het plan dient getoetst te worden op de mogelijke gevolgen voor Natura 2000-gebieden. Ook activiteiten buiten een Natura 2000-gebied kunnen de instandhoudingsdoelstellingen in gevaar brengen. Dit wordt externe werking genoemd. Voor projecten geldt een vergunningplicht als het project een verslechterend of significant verstorend effect kan hebben op een Natura 2000-gebied (art. 2.7 Wnb). Als significante effecten niet met zekerheid kunnen worden uitgesloten, moet er op grond van de Wet natuurbescherming een passende beoordeling worden opgesteld (art 2.8 Wnb). Er is geen depositie van stikstof op Natura-2000 gebieden in de directe omgeving. Conclusie Zoals blijkt uit de quickscan flora en fauna (Bijlage 3) en het aanvullend uitgevoerde onderzoek zijn er effecten op de vleermuis en de das. Deze effecten worden waar mogelijk zo veel mogelijk gemitigeerd en waar dit niet mogelijk is afdoende gecompenseerd. Uit de stikstofberekening (Bijlage 6) blijkt dat er geen significatie effecten zijn op omliggende Natura 2000-gebieden.
4.6.3
Conclusie Op basis van de uitgevoerde onderzoeken blijkt dat er geen significante effecten op Natura 2000-gebieden zijn. Er dient een compensatieplan te worden opgesteld voor flora en fauna. Op basis van deze nog uit te voeren onderzoek dient te worden bepaald of de haalbaarheid van het plan afdoende wordt geborgd.
4.7
Externe veiligheid
4.7.1
Wet- en regelgeving / toetsingskader Voor externe veiligheid wordt getoetst aan de wettelijke normen, in dit geval het plaatsgebonden risico, het groepsrisico en de bestrijdbaarheid van rampen. Plaatsgebonden risico
blad 35 van 52
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Greenport Business Park Gemeente Venlo Projectnummer 0452921
Het plaatsgebonden risico (PR) geeft inzicht in de theoretische jaarlijkse kans op overlijden van een individu op een bepaalde horizontale afstand van een risicovolle activiteit. Dit risico wordt bepaald door te stellen dat een (fictieve) persoon zich 24 uur per dag gedurende een heel jaar, onbeschermd op een bepaalde plaats bevindt. De grenswaarde van het PR voor inrichtingen is 10-6 per jaar. Voor kwetsbare objecten geldt deze norm als grenswaarde. Binnen deze contour mogen geen kwetsbare objecten (onder andere woningen en grote kantoren) aanwezig zijn of worden opgericht. Voor beperkt kwetsbare objecten (onder andere sommige bedrijfsgebouwen) geldt deze contour als richtwaarde. Het bevoegd gezag mag gemotiveerd afwijken. Voor de beoordeling van het plaatsgebonden risico wordt inzichtelijk gemaakt in hoeverre de PR10-6 -contouren van objecten over de perceelsgrenzen vallen (of te verwachten is dat deze erover vallen). De wijze van beoordelen is in lijn met de regeling die geldt op basis van het bestemmingsplan Trade Port Noord (Venlo). Groepsrisico Het groepsrisico drukt de kans per jaar uit dat een groep mensen van minimaal 10 personen overlijdt als direct gevolg van een ongeval waarbij gevaarlijke stoffen betrokken zijn.
Het groepsrisico wordt zowel bepaald door de mogelijke ongevallen en bijbehorende ongevalen uitstromingsfrequentie, als het aantal aanwezigen in de nabijheid van een eventueel ongeval. Bij het aangeven van representatieve aantallen personen wordt geteld vanuit zowel de kwetsbare als de beperkt kwetsbare bestemmingen. Met het groepsrisico wordt aangegeven hoe hoog het totale aantal slachtoffers bij een ongeval kan zijn op basis van de aanwezige mensen. Naarmate de groep slachtoffers (N) groter wordt, moet de kans (f) op een dergelijk ongeval (kwadratisch) kleiner zijn. Dit resulteert in een fN-curve waarbij de kans tegen het aantal slachtoffers is uitgezet. Bij het bepalen van het groepsrisico wordt getoetst aan de oriëntatiewaarde. Dit is geen harde norm, maar geldt als oriënterende waarde. De bepaling van de hoogte van het groepsrisico geldt als beginpunt voor een uitspraak over de aanvaardbaarheid van de hoogte van het groepsrisico. Zelfredzaamheid, bereikbaarheid en bestrijdbaarheid Voor een verantwoording van een aanvaardbare veiligheidssituatie is het naast een beoordeling op voorgaande criteria ook nodig in te gaan op de zelfredzaamheid van personen, bereikbaarheid van de ontwikkelingsgebieden voor hulpdiensten en de bestrijdbaarheid van calamiteiten.
4.7.2
Onderzoek Ten behoeve van dit bestemmingsplan is door Antea Group een onderzoek naar externe veiligheid opgesteld. Het complete onderzoek is opgenomen als Bijlage 7. Aanvullend hierop is een kwantitatieve risicoanalyse (QRA) opgesteld ten aanzien van de Rotterdam Rijn-pijpleidingen (RRP-leidingen). De complete QRA is als Bijlage 8 bij de toelichting gevoegd. Onderstaand zijn de conclusies van het onderzoek naar externe veiligheid weergegeven. In het onderzoek zijn de verschillende risicobronnen beschouwd in relatie tot de voorgenomen ontwikkelingen (zie tabel 4.4). In het bestemmingsplan wordt op basis van de bedrijvenlijst de vestiging van bedrijven die onder het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) vallen overigens zoveel mogelijk uitgesloten.
blad 36 van 52
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Greenport Business Park Gemeente Venlo Projectnummer 0452921
Tabel 4.4: Conclusies onderzoek externe veiligheid. Voor de ontwikkeling is in relatie tot de RRP-leidingen een QRA uitgevoerd. In de QRA zijn de externe veiligheidsrisico's van de RRP-buisleidingen voor zowel de huidige als de nieuwe, gewenste situatie (invloedsgebied, groepsrisico en plaatsgebonden risico) bepaald. Het groepsrisico van de 24 inch-buisleiding bedraagt in de toekomstige situatie 0,78 keer de oriëntatiewaarde. Het groepsrisico van de 36 inch-buisleiding bedraagt in de toekomstige situatie 0,19 keer de oriëntatiewaarde. Het groepsrisico van de geplande situatie neemt toe (voor beide buisleidingen) ten opzichte van de vigerende (bestaande situatie). De verantwoordingsplicht groepsrisico is van toepassing. In de QRA is een maatregelpakket samengesteld dat leidt tot het verkleinen en/of verdwijnen van de 10-6 /jaar contour, in ieder geval tot binnen de belemmeringenstrook. Initiatiefnemer, leidingbeheerder (RRP) en gemeente Venlo hebben afspraken gemaakt om dit maatregelenpakket te effectueren. In onderhavig plan is het afgesproken maatregelenpakket verdisconteerd. In het bestemmingsplan is een belemmeringenstrook opgenomen van vijf meter aan weerszijden van beide leidingen waarbinnen geen bebouwing is toegestaan. Het aspect externe veiligheid staat de uitvoering van dit bestemmingsplan dan ook niet in de weg.
Het uitgevoerde onderzoek vormt de onderbouwing van de verantwoording van het groepsrisico van het bestemmingsplan Greenport Business Park.
4.7.3
Conclusie De risico's voor de omgeving gerelateerd aan externe veiligheid voldoen aan de wettelijke grens- en richtwaarden, maar worden door vaststelling van het bestemmingsplan wel iets groter (groepsrisico RRP-leidingen). De gemeente Venlo acht het voldoende, dat de gebruikers van Greenport Business Park kennis nemen van de risico's van gevaarlijke stoffen en van de mogelijke maatregelen daartegen. De gemeente heeft hiervoor een verantwoording voor het groepsrisico opgesteld deze is opgenomen als Bijlage 9 bij dit bestemmingsplan. Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de uitvoering van het plan.
4.8
Luchtkwaliteit
4.8.1
Toetsingskader Voor het project zijn de wettelijke kaders, zoals weergegeven in tabel 4.5, relevant bij het in beeld brengen van de beoordeling van het thema luchtkwaliteit. Tabel 4.5: Wet- en regelgeving luchtkwaliteit Wet-/regelgeving
blad 37 van 52
Omschrijving
Ruimte - Antea Nederland B.V.
Relevantie
ontwerp bestemmingsplan Greenport Business Park Gemeente Venlo Projectnummer 0452921
Wet milieubeheer titel 5.2 (hierna Wm)
Deze titel bevat de luchtkwaliteitseisen waaraan moet worden getoetst (Wm artikel 5.16, eerste lid). Onderdeel hiervan is ook het toepasbaarheidsbeginsel (artikel 5.19 lid 2) dat voorschrijft op welke plaatsen niet getoetst hoeft te worden.
Emissies van NOx en PM10 dienen getoetst te worden aan de grenswaarden zoals opgenomen in bijlage 2 van de Wm.
Regeling beoordeling luchtkwaliteit 2007 (RBL 2007) inclusief alle latere wijzigingen.
Hierin is beschreven hoe de De berekeningen i.h.k.v. het luchtkwaliteit moet worden bestemmingsplan dienen berekent en beoordeeld. uitgevoerd te worden conform Onderdeel hiervan is ook het de RBL 2007. bloostellingscriterium (artikel 22) dat ingaat op de periode waaraan personen aan concentraties kunnen worden blootgesteld.
Besluit en regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteit)
Bevat de uitvoeringsregels voor 'Niet in betekenende mate bijdragen' (NIBM)
Wet ruimtelijke ordening
Regelt hoe de ruimtelijke plannen Binnen de Wro kunnen van Rijk, projecten middels een provincies en gemeenten tot stand bestemmingsplan mogelijk komen. gemaakt worden.
NOx en fijn stof worden getoetst aan dit besluit.
Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit In het NSL (Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit) werken de Rijksoverheid en decentrale overheden sinds 2009 samen om te zorgen dat Nederland tijdig aan de grenswaarden voor fijn stof en stikstofdioxide voldoet (het RIVM analyseert en rapporteert samen met Infomil jaarlijks de luchtkwaliteit). Het NSL benoemt de ruimtelijke-ordeningsprojecten die een negatief effect hebben op de luchtkwaliteit en zet hier maatregelen om de luchtkwaliteit te verbeteren tegenover. Van de ruimtelijke projecten in het NSL is ongeveer een kwart in uitvoering of afgerond. Dat het grootste deel van de projecten nog niet is afgerond kan betekenen dat eventuele emissies die gerelateerd zijn aan deze projecten pas later effect hebben op de luchtkwaliteit. Het omgekeerde kan gelden als de uitvoering van maatregelen is vertraagd. Of de vertraging van maatregelen samenhangt met vertraging van projecten is niet bekend. Op 5 juni 2014 is het NSL verlengd tot en met 31 december 2016. Op 1 januari 2017 is het het NSL opnieuw verlengt tot het moment van inwerkingtreding van de Omgevingswet. De monitoring van het NSL brengt luchtvervuilende stoffen in beeld waar de bevolking aan wordt blootgesteld. Het blijkt dat, in lijn met de resultaten van voorgaande jaren, de concentraties fijn stof en stikstofdioxide in 2013 blijven dalen.
In het grootste deel van Nederland liggen de berekende concentraties fijn stof en stikstofdioxide onder de Europese grenswaarden. Wettelijke grondslagen luchtkwaliteit De Wm biedt de volgende grondslagen waarmee kan worden onderbouwd dat een plan blad 38 van 52
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Greenport Business Park Gemeente Venlo Projectnummer 0452921
voldoet aan de wet- en regelgeving voor luchtkwaliteit: het project leidt niet tot overschrijding van grenswaarden (art. 5.16, 1ste lid, onder a, Wm); indien er sprake is van een beperkte verslechtering van de luchtkwaliteit, maar er: a. ten gevolge van het project per saldo sprake is van een verbetering van de concentratie van de betreffende stof of de concentratie gelijk blijft (art. 5.16, 1ste lid, onder b, sub 1, Wm); b. ten gevolge van een door het project optredend effect of een met het plan samenhangende maatregel per saldo sprake is van een verbetering van de concentratie van de betreffende stof of de concentratie gelijk blijft (art. 5.16, 1ste lid, onder b, sub 2, Wm); het plan draagt niet in betekenende mate bij aan een verslechtering van de luchtkwaliteit (art. 5.16, 1ste lid, onder c, Wm); het project is genoemd of beschreven in, dan wel past binnen of is in elk geval niet strijdig met het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (art. 5.16, 1ste lid, onder d, Wm). Wanneer een plan voldoet aan één of meerdere van de bovenstaande grondslagen, vormt luchtkwaliteit geen belemmering voor realisatie van het plan. Toetsingskader stikstofdioxide Sinds 1 januari 2015 geldt een grenswaarde van 40 µg/m3 als de jaargemiddelde concentratie en een uurgemiddelde concentratie van 200 µg/m3 die maximaal 18 keer per jaar mag worden overschreden.
Toetsingskader fijn stof (PM10 en PM2.5 ) Sinds 11 juni 2011 geldt voor PM10 een grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie van 40 µg/m3 en de 24-uurgemiddelde concentratie van 50 µg/m3 die maximaal 35 dagen per jaar mag worden overschreden. Vanaf 2015 geldt voor PM2.5 een jaargemiddelde concentratie 25 µg/m3 .
4.8.2
Onderzoek Door Antea Group is een luchtkwaliteitsonderzoek uitgevoerd. Het complete onderzoek is als Bijlage 10 bij de toelichting gevoegd. Het luchtkwaliteitsonderzoek heeft betrekking op zowel Parc Zaarderheiken, de Brightlands Campus Greenport Venlo als Greenport Business Park. Hierbij is rekening gehouden met alle activiteiten die leiden tot een emissie van luchtverontreinigende stoffen zoals genoemd in de Wet milieubeheer. De concentraties van deze luchtverontreinigende stoffen zijn uitgerekend en getoetst ter plaatse van de relevante beoordelingslocaties in de directe omgeving. Op basis van het uitgevoerde luchtkwaliteit onderzoek kan worden geconcludeerd dat op alle beoordelingspunten wordt voldaan aan de op het betreffend punt te toetsen grenswaarden.
4.8.3
Conclusie De luchtkwaliteitseisen (zoals opgenomen in Titel 5.2 van de Wet milieubeheer) vormen dan ook geen belemmering voor verdere besluitvorming (artikel 5.16, lid 1 onder a Wm).
blad 39 van 52
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Greenport Business Park Gemeente Venlo Projectnummer 0452921
4.9
Verkeer
4.9.1
Onderzoek Door Antea Group is een memo opgesteld, zie Bijlage 11, waarin de wijze is opgenomen waarop de verkeersgeneratiecijfers zijn bepaald voor de ontwikkeling van Greenport Business Park. Royal Haskoning heeft de bestaande verkeersgegevens aangeleverd . Daarbij wordt ook een doorkijk gegeven naar het verkeerskundig effect van deze ontwikkeling. Onderstaand zijn het effect van de ontwikkeling op de verkeersafwikkeling opgenomen en de conclusies met betrekking tot de verkeersafwikkeling. Het aantonen van een adequate verkeersafwikkeling is noodzakelijk voor het bestemmingsplan. Om de verkeersafwikkeling te kunnen beoordelen is de verkeersgeneratie van de planontwikkeling bepaald. Voor het bepalen van de verkeersgeneratie en het parkeren zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: stedelijkheidsgraad gemeente Venlo: sterk stedelijk (hoewel voor alle stedelijkheidsgraden dezelfde kentallen van toepassing zijn); ligging plangebied: Buitengebied; omrekenfactor weekdag naar werkdag 1,33. Tabel 4.6: Verkeersgeneratie gebied Verkeersgeneratie Voor het bepalen van verkeersgeneratie zijn de CROW kentallen aangehouden. Omschrijving
CROW Functie
Gemengd bedrijventerrein
Type werkmilieu: Gemengd terrein
Verkeersgeneratie per werkdagetmaal Omschrijving
Verkeersgeneratie motorvoertuigen per werkdagetmaal
Verkeersgeneratie personenauto per werkdagetmaal
Verkeersgeneratie vrachtauto per werkdagetmaal
Gemengd bedrijventerrein [20 ha]
5.142
4.088
1.055
Bereikbaarheid Greenport Business Park is via de Heierkerkweg en de Floriadelaan en via de Venrayseweg ontsloten op de Greenportlane. De Heierkerkweg , de Floriadelaan en de Venrayseweg zijn erftoegangswegen buiten de bebouwde kom. De Greenportlane (N295) is een provinciale verbindingsweg tussen de A73 en de A67. Deze weg functioneert tevens als gebiedsontsluitingsweg voor de bedrijventerrein in het gebied. Op de Greenportlane rijden circa 7.500 motorvoertuigen per dag in de autonome situatie (situatie zonder Greenport Business Park). Indien in de plansituatie al het verkeer vanuit Greenport Business Park ook gebruik maakt van de toegang vanuit de Floriadelaan en de Venrayseweg neemt dit toe tot circa 12.500 motorvoertuigen per werkdagetmaal. Een blad 40 van 52
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Greenport Business Park Gemeente Venlo Projectnummer 0452921
dergelijke intensiteit kan prima worden afgewikkeld op dit type weg. Op kruispuntniveau zijn geen afwikkelingsproblemen te verwachten door de beperkte toename van verkeer in de spitsen. Het plangebied is derhalve goed ontsloten. Parkeren Voor het parkeren dienen de bedrijven op eigen terrein voldoende parkeergelegenheid te realiseren. In de planregels is opgenomen dat hierbij voldaan moet worden aan de eisen die hiervoor worden gesteld in de CROW, publicatie 317 "Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie". In de openbare ruimte worden geen openbare parkeervoorzieningen gerealiseerd.
4.9.2
Conclusie De capaciteit van de ontsluitingsweg Heierkerkweg, Floriadelaan en Venrayseweg zijn ruim voldoende ten opzichte van de mogelijke toeloop die ontstaat door de planontwikkeling. In de inrichting wordt uitgegaan van parkeren op eigen terrein, waarbij voldaan moet worden aan de normen van de CROW uitgave.
4.10
Water
4.10.1
Wet- en regelgeving / Toetsingskader Het beleidskader voor water bestaat uit beleid gericht op waterkwantiteit en waterkwaliteit. Op verschillende niveaus is er beleid ontwikkeld (Europees, Nationaal, Provinciaal en Waterschap). Op het vlak van waterkwaliteit is samenvattend van toepassing dat de waterkwaliteit niet mag verslechteren en dat alle watersystemen in een chemische en ecologisch goede toestand verkeren. Daarnaast mag de toestand van het grondwater niet verslechteren en dient het grondwater beschermd te worden tegen verontreinigingen. Waterkwantiteit valt grotendeels binnen de beleidskaders van het waterschap. In het beleid wordt gestreefd naar het infiltreren van zoveel mogelijk water om de grondwateraanvulling te maximaliseren en de afvoer te minimaliseren. Voor nieuwe ontwikkelingen wordt het principe van hydrologisch neutraal bouwen gehanteerd. Hierbij mag de afvoer vanaf nieuwe ontwikkelingen niet toenemen tot boven de maximale afvoer van 2 l/s/ha. Deze 2 l/s/ha is gebaseerd op de natuurlijke afvoer in het landelijk gebied. Sinds 1 april is de nieuwe Keur van Waterschap Limburg in werking getreden. De Keur streeft naar zoveel mogelijk klimaat adaptief aanleggen en een waterberging voorzien voor berging van 100 mm in 24 uur.
4.10.2
Onderzoek In 2014 is het waterhuishoudkundigplan Trade Port Noord voor Klaver 5 t/m 8 opgesteld. Greenport Business Park is geen onderdeel van dit waterhuishoudkundigplan, daarom is door Arcadis voor Greenport Business Park een nieuw waterhuishoudkundig plan opgesteld (Bijlage 12). Gezien de ligging en vergelijkbare ontwikkeling zijn de uitgangspunten uit het waterhuishoudkundig plan van Trade Port Noord ook gehanteerd voor Greenport Business Park. Waar nodig zijn deze aangescherpt, zodat ze aansluiten op de lokale omstandigheden en actuele ontwikkelingen, zoals de nieuwe Keur van het Waterschap Limburg. Elk gebied heeft unieke eigenschappen om de beste inpassing te bepalen wordt daarom de volgende voorkeursvolgorde gehanteerd: 1.
blad 41 van 52
waar mogelijk wordt gebruik gemaakt van bestaande voorzieningen (watergangen, Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Greenport Business Park Gemeente Venlo Projectnummer 0452921
2. 3. 4.
leidingen en bergingsvijvers); klanten worden ontzorgd door de aanleg van bergingsvoorzieningen in openbaar terrein; de klant wordt ontzorgd door water naar het Mierbeekdal af te voeren en daar te infiltreren; de opgave wordt door de klant op eigen terrein ingevuld.
Gezien de directe omgeving en inrichting van Greenport Business Park is gekozen voor uitsluitend stap 4. Deze keuze wordt in het Waterhuishoudkundigplan Greenport Business Park van Arcadis van 26 januari 2021 verder onderbouwd. Het afvalwater wordt afgevoerd naar de RWZI. De grondwaterstanden blijven hiermee gelijk ten opzichte van de huidige situatie. Doordat er in de nieuwe plannen gebruik wordt gemaakt van het afkoppelen van hemelwater zal er vanuit het riool geen overstort op het oppervlaktewater optreden bij extreme neerslag situaties. Hiermee is er geen effect op waterkwaliteit.
4.10.3
Conclusie Met de beoogde ontwikkeling wordt voldaan aan de eisen die gesteld worden aan de waterkwaliteit en waterberging. Het aspect waterhuishouding staat de uitvoering van het bestemmingsplan niet in de weg.
4.11
Milieueffectrapportage
4.11.1
Wet- en regelgeving / Toetsingskader De procedure van een milieueffectrapportage (m.e.r.) is bedoeld om het milieubelang vroegtijdig en volwaardig in de plan- en besluitvorming in te brengen. Een m.e.r. is altijd gekoppeld aan een besluit, bijvoorbeeld een structuurvisie of een bestemmingsplan. Het centrale onderdeel van een m.e.r. is het milieueffectrapport (MER) waarin de milieueffecten voor een tal van aspecten voor een of meerdere alternatieven geanalyseerd en beoordeeld worden ten opzichte van de referentiesituatie. Deze m.e.r.-procedure is van toepassing bij activiteiten waarvan reeds vast staat dat er mogelijke belangrijke nadelige milieugevolgen optreden. Deze activiteiten met bijbehorende drempelwaarden staan weergegeven in onderdeel C van het Besluit m.e.r. (ook geldt dit voor activiteiten uit onderdeel D waar een plan, bijvoorbeeld een structuurvisie, voor nodig is). Naast het direct uit moeten voeren van een m.e.r. zijn in het Besluit m.e.r. ook activiteiten, met bijbehorende drempelwaarden, aangegeven waarvoor eerst beoordeeld moet worden of sprake is van mogelijke belangrijke nadelige milieugevolgen (m.e.r.-beoordeling). Deze activiteiten met bijbehorende drempelwaarden staan benoemd in onderdeel D van het Besluit m.e.r. Voor deze activiteiten dient een zogenaamde m.e.r.-beoordeling uitgevoerd te worden. Daarnaast is het verplicht om aandacht aan m.e.r.
te besteden voor activiteiten die in onderdeel D genoemd staan, maar waar de drempelwaarden niet gehaald wordt (deze drempelwaarden zijn aantallen, oppervlaktes of grootte bijvoorbeeld 100 hectare, 110 stuks, etc.). Voor dergelijke activiteitendient een vormvrije m.e.r.-beoordeling uitgevoerd te worden. Hierbij wordt, net als bij de m.e.r.-beoordeling getoetst of er mogelijke belangrijke nadelige milieugevolgen op kunnen treden. Het verschil met de 'gewone' m.e.r.-beoordeling is dat bij de vormvrije m.e.r.-beoordeling niet alle procedurele vereisten van toepassing zijn (vandaar de term vormvrij). De initiatiefnemer dient bijvoorbeeld wel een melding te doen van zijn voornemen en het bevoegd gezag dient hierover binnen zes weken een besluit te nemen en de initiatiefnemer hiervan op de hoogte te stellen. Qua inhoud gelden wel strikte vereisten vanuit de Europese richtlijn m.e.r..
blad 42 van 52
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Greenport Business Park Gemeente Venlo Projectnummer 0452921
4.11.2
Onderzoek Uit de vormvrije m.e.r.-beoordeling, Bijlage 13, blijkt dat geen sprake is van bijzondere omstandigheden ten aanzien van kenmerken en locatie van het plan, die zouden kunnen leiden tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu ter plaatse. Voor de getoetste milieuaspecten geldt dat er geen effecten optreden, dan wel dat deze effecten met mitigerende maatregelen worden beperkt, zodat voldaan wordt aan de geldende wet- en regelgeving.
4.11.3
Conclusie Geconcludeerd wordt dat er geen noodzaak is voor het doorlopen van een m.e.r.-procedure en het opstellen van een milieueffectrapport (MER) voor de voorgenomen ontwikkeling.
blad 43 van 52
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Greenport Business Park Gemeente Venlo Projectnummer 0452921
blad 44 van 52
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Greenport Business Park Gemeente Venlo Projectnummer 0452921
Hoofdstuk 5
5.1
Juridische planbeschrijving
Wettelijke vereisten De Wet ruimtelijke ordening (Wro) bepaalt dat ruimtelijke plannen digitaal en analoog beschikbaar moeten zijn. Dit brengt met zich mee dat bestemmingsplannen digitaal uitwisselbaar en op vergelijkbare wijze gepresenteerd moeten worden. Met het oog hierop stellen de Wro en de onderliggende regelgeving eisen waaraan digitale en analoge plannen moeten voldoen. Zo bevat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP) bindende afspraken waarmee bij het maken van bestemmingsplannen rekening moet worden gehouden. De SVBP kent (onder meer) hoofdgroepen van bestemmingen, een lijst met functie- en bouwaanduidingen, gebiedsaanduidingen en een verplichte opbouw van de planregels en het renvooi. De wettelijke vereisten vormen de leidraad bij deze nieuwe bestemmingsregeling voor het plangebied.
5.2
Verbeelding Met de digitalisering van ruimtelijke plannen is het lezen en interpreteren van de verbeelding (voorheen plankaart) een nieuwe aangelegenheid. Via de website www.ruimtelijkeplannen.nl kunnen bestemmingsplannen worden ingezien. Alhoewel de digitale verbeelding het uitgangspunt vormt, blijft het mogelijk het bestemmingsplan analoog in te zien (de toelichting, regels en de verbeelding). Op de verbeelding zijn alle functies zodanig bestemd, dat het mogelijk is om met behulp van het renvooi direct te zien welke bestemmingen aan de gronden binnen het plangebied zijn gegeven en welke regels daarbij horen. Uitgangspunt daarbij is dat de verbeelding zoveel mogelijk informatie geeft over de in acht te nemen maten en volumes.
5.3
Bestemmingen Op de verbeelding worden verschillende soorten vlakken gebruikt. Het bestemmingsvlak geeft aan waar een bepaald gebruik is toegestaan. Over een bestemmingsvlak kan een dubbelbestemming liggen waar aanvullende regels worden gesteld ten aanzien van de bestemming. In de regeling bij de bestemming is vervolgens bepaald of en zo ja, waar en op welke wijze de gronden mogen worden bebouwd (zie paragraaf 5.4). Aanduidingen Op de verbeelding is een onderscheid gemaakt tussen verschillende aanduidingen en figuren: a.
b.
c.
blad 45 van 52
gebiedsaanduidingen: deze aanduidingen verwijzen naar een gebied waarvoor specifieke regels gelden, meestal als gevolg van sectorale regelgeving. Een voorbeeld is de gebiedsaanduiding 'Overige zone - vleermuizen'; functieaanduidingen: hiermee wordt nader gespecificeerd welk gebruik in de verschillende deelgebieden is toegestaan; de in dit plan gebruikte functieaanduidingen betreffen onder meer 'zend- en ontvangstinstallatie' en 'bedrijf tot categorie 3.1'; maatvoeringsaanduidingen: dit zijn aanduidingen die betrekking hebben op afmetingen zowel ten aanzien van het bouwen als ten aanzien van het gebruik. Op de verbeelding is sprake van de maatvoeringsaanduidingen ten behoeve van de bouwhoogte 'minimum bouwhoogte (m), maximum bouwhoogte (m)'; Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Greenport Business Park Gemeente Venlo Projectnummer 0452921
d.
figuren: om de ligging van de in het plangebied aanwezige leidingen (rioolleiding) kenbaar te maken, is het figuur hartlijn opgenomen. Daarnaast is de figuur gevellijn opgenomen om de voorgevellijn aan te wijzen.
Nadere uitleg bij deze aanduidingen is te lezen bij de bespreking van de betreffende bestemmingen en/of artikelen waarin de aanduidingen zijn opgenomen.
5.4
Regels De regels geven duidelijkheid over de bestemmingsomschrijving, de bouwregels en de specifieke gebruiksregels. In de regels zijn eventuele afwijkings- en wijzigingsregels opgenomen. Door middel van deze regels biedt het plan flexibiliteit voor toekomstige ontwikkelingen. Ook biedt de regeling burgemeester en wethouders de mogelijkheid om nadere eisen te stellen. Hiermee kan de in het plan opgenomen regeling in een aantal gevallen worden gespecificeerd. Dit zal met name gaan om eisen bij concrete bouwaanvragen.
5.4.1
Inleidende regels Artikel 1 Begrippen De begrippen die het bestemmingsplan gebruikt, worden in dit artikel gedefinieerd. Dit wordt gedaan om interpretatieverschillen te voorkomen. Artikel 2 Wijze van meten Dit artikel maakt duidelijk hoe de lengte, breedte, hoogte, diepte en oppervlakte en dergelijke van gronden en bouwwerken worden gemeten of berekend. Alle begrippen waarin maten en waarden voorkomen worden in dit artikel verklaard. Voor ondergeschikte bouwdelen (zoals luifels en overstekende daken) geldt een specifieke regeling. Deze worden namelijk niet meegerekend zolang bouw- en of bestemmingsgrenzen niet meer dan 1 m worden overschreden.
5.4.2
Bestemmingsregels Artikel 3 Bedrijventerrein De bestemming 'Bedrijventerrein' omvat alle gronden die bestemd zijn voor bedrijvigheid, de ontsluitingswegen en groen- en waterhuishoudkundige voorzieningen. Daarbij is in de regeling onderscheid gemaakt in verschillende gebieden, vanwege de zonering, zoals beschreven in paragraaf 4.2. Zo zijn gronden aangewezen waar bedrijven zijn toegestaan in de milieucategorie 2, en zijn gronden waar bedrijfsactiviteiten zijn toegestaan in de milieucategorie 2 en 3.1 en er zijn gronden waar bedrijfsactiviteiten zijn toegestaan in de milieucategorie 2, 3.1 en 3.1. Doordat binnen de bestemming meerdere functies zijn mogelijk gemaakt en percelen niet zijn begrenst, is een flexibele indeling van de gronden mogelijk en kan per bedrijf een afweging worden gemaakt omtrent de meest efficiënte invulling van het perceel. Wat betreft de regeling voor de bestemming 'Bedrijventerrein' wordt zo veel mogelijk aangesloten bij de vigerende regeling uit de bestemmingsplan 'Trade Port Noord' en de herziening van Klaver 2 en 3. Voor het realiseren van de gebouwen zijn regels gesteld aan de situering van de gebouwen en de bouwhoogte. Zo dienen de gebouwen in of maximaal 5 meter achter de op de verbeelding aangegeven figuur 'gevellijn' te worden gebouwd.
De ruimte van 5 meter is opgenomen om bedrijven de mogelijkheid te bieden een optimaal bedrijfspand te realiseren ook als de gevellijn iets gebogen is. Voor wat betreft de bouwhoogte is een minimale
blad 46 van 52
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Greenport Business Park Gemeente Venlo Projectnummer 0452921
bouwhoogte bepaald en een maximale bouwhoogte, waarbij de locaties bij de op- en afrit van de rijksweg hoger mogen zijn. Dat is ook wenselijk om een hoogte-accent te kunnen realiseren als landmark. Wijzigingsbevoegdheid naar kantoren Voor het deel van het plangebied dat het dichtst is gelegen op de snelweg is op de verbeelding een wijzigingsbevoegdheid opgenomen binnen de bestemming 'bedrijventerrein'. Binnen de bestemming is het al mogelijk om bedrijfsgebonden kantoren op te richten die een ondergeschikt onderdeel vormen van het bedrijf dat zich gevestigd heeft, maar met deze wijzigingsbevoegdheid wordt het ook mogelijk om zelfstandige kantoren te vestigen op deze locatie. Het opnemen van deze bevoegdheid is na afstemming met de provincie tot stand gekomen en kent een aantal belangrijke voorwaarden. Pas als aan deze voorwaarden wordt voldaan kan gebruik worden gemaakt van de bevoegdheid. Een voorwaarde is dat het zelfstandige kantoor een duidelijke link heeft met een aantal specifiek opgenomen sectoren, zoals de agro-food, zodat het kantoor een aanvulling is op andere bedrijfsfuncties van de omliggende bedrijventerreinen. De wijziging naar kantoren dient daarbij voor zowel de noodzaak als de omvang te worden onderbouwd in een goede ruimtelijke onderbouwing. Tevens dient te worden voldaan aan de provinciale en regionale regelgeving op het gebied van kantoren.
Dit vergt met name een goede ruimtelijke onderbouwing, maar ook afstemming die op dit moment noodzakelijk is binnen de regio als een nieuw kantoor wordt gevestigd buiten de daarvoor aangewezen locaties, waar in dit geval sprake van is. Als laatste voorwaarde is gesteld dat het kantoor geen belemmering mag vormen voor andere bedrijven die zich gevestigd hebben. Artikel 4 Groen Binnen de bestemming 'Groen' zijn verschillende functies toegestaan, zoals groenvoorzieningen en plantsoenen, maar ook fiets- en wandelpaden, ontsluitingswegen, onderhoudspaden en calamiteitenontsluitingen, realisering en instandhouding van ecologische voorzieningen, geluidwerende voorzieningen, water, waterhuishoudkundige voorzieningen en voorzieningen van algemeen nut. Op deze gronden is bouwen niet toegestaan met uitzondering van nutsvoorzieningen en lichtmasten. Artikel 5 Natuur De bestemming 'Natuur' is opgenomen voor de zones tussen de aansluiting van de Venrayseweg op de Greenportlane en de A73. In het vigerende bestemmingsplan Trade Port Noord hadden deze gronden ook de bestemming Natuur. Het gaat dan voornamelijk om gronden die van belang zijn voor de robuuste groenstructuur. Ook een klein stuk ten noorden van de Greenportlane is conform hetzelfde vigerende bestemmingsplan bestemd als 'Natuur'.
Op deze gronden is bouwen niet toegestaan met uitzondering van nutsvoorzieningen en voorzieningen ten behoeve van het recreatief medegebruik en educatief medegebruik. Artikel 6 Verkeer De bestemming 'Verkeer' is opgenomen voor de bestaande wegen in het gebied en de aansluiting op de Greenportlane. Hierbij is dezelfde ruimte gecreëerd voor noodzakelijke opstelruimten voor vrachtwagens en voor de op- en afritten van de Greenportlane, in aansluiting op het provinciale inpassingsplan van de Greenportlane.
blad 47 van 52
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Greenport Business Park Gemeente Venlo Projectnummer 0452921
Artikel 7 Leiding - Olie/Artikel 8 Leiding - Riool De belemmeringen die voortvloeien uit de leidingen die in het plangebied voorkomen zijn per leiding geregeld door middel van een dubbelbestemming. Binnen een bepaalde afstand van deze leidingen (de zakelijk rechtstrook) is het in principe niet toegestaan bouwwerken op te richten. Om toch in deze zone te kunnen bouwen, dient hiertoe een afwijkingsbesluit te worden genomen door het college. Bij dit afwijkingsbesluit wordt het belang van de leiding in de afweging meegenomen. Artikel 9 Waarde - Archeologie Om de aanwezig archeologische waarden in het gebied te beschermen is de bestemming 'Waarde - Archeologie' in het plan opgenomen. Afhankelijk van het beschermingsniveau zijn voorwaarden gesteld aan de bouwmogelijkheden en de mogelijkheden om de gronden te roeren. Om de archeologische waarden te beschermen is het veelal nodig een onderzoek uit te voeren waaruit blijkt dat de waarden niet onevenredig worden geschaad.
5.4.3
Algemene regels In dit onderdeel van de regels komen algemene regels aan de orde die gelden voor alle bestemmingen in het bestemmingsplan. De algemene regels bestaan uit de volgende artikelen. 1.
2.
3.
4.
5.
blad 48 van 52
Artikel 10 Anti-dubbeltelregel: De anti -dubbeltelbepaling wordt opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein niet nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. De formulering van de antidubbeltelregel wordt bindend voorgeschreven in artikel 3.2.4 van het Besluit ruimtelijke ordening. Artikel 11 Algemene aanduidingsregels: in dit artikel wordt omgeschreven welke waarden er in het gebied zijn en op welke wijze deze in het bestemmingsplan beschermd worden. Binnen dit artikel zijn de regels opgenomen voor de aanduidingen Milieuzone grondwaterbescherming Venloschol, Overige zone - dassen, Overige zone - vleermuizen, Vrijwaringszone - weg en Wetgevingszone - wijzigingsgebied. Artikel 12 Algemene afwijkingsregels: In dit artikel wordt omschreven in welke gevallen een omgevingsvergunning kan worden verleend voor het afwijken van de bouwregels. Dit betreft de bevoegdheid om af te wijken van de voorgeschreven maten en percentages tot ten hoogste 10%. De omgevingsvergunning kan overigens alleen worden verleend wanneer hiermee geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan aspecten als de woonen milieusituatie van aangrenzende percelen.
Artikel 13 Algemene wijzigingsregels: Dit betreft de mogelijkheid het bestemmingsplan op daarvoor aangewezen onderdelen te laten wijzigen door het college van burgemeester en wethouders. Het overschrijden van de bestemmingsgrenzen is tot bepaalde maten beperkt en kan alleen worden toegepast als de overschrijding van bestemmingsgrenzen vanwege de aard van het terrein noodzakelijk is of om de realisatie van de bestemmingen beter tot recht te laten komen. Voor het omzetten van de woning naar een bedrijfsruimte zijn voorwaarden opgenomen om de milieuzonering op te heffen. Artikel 14 Algemene procedureregels: Voor de nadere eisenregeling schrijft het bestemmingsplan de te volgen procedure voor. De voorgenomen nadere eis(en) worden twee weken ter inzage gelegd. Gedurende deze termijn kunnen belanghebbenden hun zienswijze bij het college kenbaar maken. Voor het overige gelden de voorwaarden die in de Algemene wet bestuursrecht zijn opgenomen. Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Greenport Business Park Gemeente Venlo Projectnummer 0452921
6.
5.4.4
Artikel 15 Overige regels: In dit artikel is de werking van wettelijke regelingen geregeld. In de regels van een bestemmingsplan wordt in een (toenemend) aantal gevallen met verwijzing naar een (andere) wettelijke regeling een procedure, begrip en/of functie uit die andere regeling van toepassing verklaard. De van toepassing verklaarde wettelijke regeling geldt zoals deze luidt op het moment van de vaststelling van het bestemmingsplan door de raad. Wijziging van de wettelijke regeling na de vaststelling van het bestemmingsplan zou anders zonder Wro-procedure een wijziging van het bestemmingsplan met zich mee kunnen brengen.
Overgangs- en slotregel Artikel 16 Overgangsrecht Het overgangsrecht ziet zowel op bouwwerken als op gebruik die op het moment van vaststelling van het bestemmingsplan aanwezig zijn, c.q. bestaat. Gedurende de werking van dit bestemmingsplan is het toegestaan bouwwerken die legaal zijn gebouwd, of nog kunnen worden gebouwd, in stand te houden en ook gedeeltelijk te vernieuwen (mits de maatvoering gelijk blijft). Ook het gebruik van de gronden en bouwwerken zoals dit bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan mag worden voortgezet, mits dit gebruik na inwerkingtreding van het plan niet meer dan een jaar wordt onderbroken. Wijziging van het gebruik is alleen toegestaan indien hierdoor de strijd met de nieuwe bestemming wordt verkleind. De bescherming van het overgangsrecht zoals hierboven beschreven vervalt op het moment dat een nieuw bestemmingsplan voor de betreffende gronden wordt vastgesteld. Artikel 17 Slotregel Deze regel benoemt op welke wijze naar de regels van dit bestemmingsplan dient te worden verwezen.
blad 49 van 52
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Greenport Business Park Gemeente Venlo Projectnummer 0452921
blad 50 van 52
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Greenport Business Park Gemeente Venlo Projectnummer 0452921
Hoofdstuk 6
Uitvoerbaarheid
6.1
Economische uitvoerbaarheid
6.1.1
Kostenverhaal Volgens de Wet ruimtelijke ordening (afdeling 6.4), geldt er een verplichting tot kostenverhaal voor die gevallen die zijn aangewezen in het Besluit ruimtelijke ordening (hierna: Bro). Op grond van het Bro is kostenverhaal verplicht in geval van: de bouw van één of meer woningen en hoofdgebouwen; uitbreidingen van gebouwen met ten minste 1.000 m2 of met één of meer woningen; de verbouwing van één of meer aaneengesloten gebouwen die voor andere doeleinden in gebruik of ingericht waren voor woondoeleinden, mits ten minste 10 woningen worden gerealiseerd, één of meer aaneengesloten gebouwen die voor andere doeleinden in gebruik of ingericht waren bij ingebruikname voor detailhandel, dienstverlening, kantoor of horecadoeleinden, mits de cumulatieve oppervlakte ten minste 1.000 m2 bedraagt; de bouw van kassen met een oppervlakte van ten minste 1.000 m2 . In het bestemmingsplan Greenport Business Park wordt de mogelijkheid geboden tot realisatie van bouwplannen zoals hiervoor opgesomd. De ontwikkelingsmogelijkheden in dit bestemmingsplan zijn uitsluitend gelegen op gronden die in eigendom zijn van het B.V. Ontwikkelbedrijf Greenport Venlo. Op gronden van derden worden geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt. Met B.V.
Ontwikkelbedrijf Greenport Venlo wordt voorafgaand aan het vaststellen van dit bestemmingsplan een anterieure overeenkomst gesloten over de grondexploitatie en een planschade. Hierbij worden de door de gemeente te maken kosten inzake de grondexploitatie (waaronder eventuele planschade) verhaald op de initiatiefnemer. Door de overeenkomst zijn de kosten die de gemeente moet maken voor dit bestemmingsplan anderszins verzekerd en is geen exploitatieplan noodzakelijk.
6.1.2
Financiële uitvoerbaarheid De realisatie van Greenport Business Park geschiedt door de initiatiefnemer. De investeringen voor de aanleg van de openbare ruimte, het bouw- en woonrijp maken van de bouwkavels en alle daarbij behorende voorzieningen, inclusief de kosten van verwerving respectievelijk vestiging van zakelijke rechten op de daartoe benodigde gronden, worden gedragen door de initiatiefnemer. Zoals aangegeven ziet het bestemmingsplan Greenport Business Park op de realisatie van een bedrijventerrein. De gronden die benodigd zijn voor de realisatie van de nieuwe bouwplannen, zijn in eigendom van de initiatiefnemer. De realisatie van Greenport Business Park wordt uitgevoerd voor rekening en risico van de initiatiefnemer zijnde B.V. Ontwikkelbedrijf Greenport Venlo. De initiatiefnemer is voornemens deze investeringen terug te verdienen door het uitgeven en verpachten van gronden in Greenport Business Park. Het vorenstaande heeft tot gevolg dat bestemmingsplan Greenport Business Park als economisch uitvoerbaar mag worden aangemerkt.
blad 51 van 52
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Greenport Business Park Gemeente Venlo Projectnummer 0452921
6.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid Artikel 3.1.1 van het Bro bepaalt dat bij de voorbereiding van een bestemmingsplan het College van Burgemeester en Wethouders overleg voert met betrokken instanties en overheden. In het kader van het vooroverleg wordt kennisgeving gedaan bij verschillende belanghebbende organisaties en overheden. Ontwerpfase In het kader van het vooroverleg als bedoeld in artikel 3.1.1. van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is het voorontwerpbestemmingsplan toegezonden aan de volgende overleginstanties: Veiligheidsregio, Gasunie, Rijkswaterstaat, RRP, Provincie Limburg en Waterschap Limburg. Binnen deze termijn is een ieder in de gelegenheid gesteld schriftelijk en/of mondeling een zienswijze op het plan in te dienen. De volgende reacties zijn binnengekomen: Gasunie, geen opmerkingen; Rijkswaterstaat, geen opmerkingen; RRP, voorstel planregels 'Leiding - Olie'. Het voorstel is overgenomen in de planregels; Provincie, geeft aan dat de mogelijkheden voor de vestiging van kantoren voor het gehele plangebied moet komen te vervallen. In paragraaf 2.2.3 is een nadere toelichting ten aanzien van kantoren in het plangebied toegevoegd; Waterschap, geeft aan dat de nieuwe Keur meegenomen moet worden als beleid en dat de normen ten aanzien van waterberging in de nieuwe Keur zijn aangescherpt.
De nieuwe Keur is opgenomen in het Beleidskader en de normstelling is verwerkt in het plan. Een uitgebreid verslag van het vooroverleg is toegevoegd als Bijlage 14 van dit bestemmingsplan. In het vast te stellen bestemmingsplan zijn wijzigingen en aanvullingen aangebracht die in de Nota van zienswijzen zijn opgenomen, welke als Bijlage 15 aan deze toelichting is toegevoegd. Vaststellingsfase Binnen twaalf weken na de termijn van terinzagelegging moet de gemeenteraad beslissen omtrent de vaststelling van het bestemmingsplan. Tegen het besluit tot vaststelling staat, voor belanghebbenden, direct beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Direct na de beroepstermijn treedt, indien tijdens de beroepstermijn geen verzoek om voorlopige voorziening is ingediend, het plan in werking.
blad 52 van 52
Ruimte - Antea Nederland B.V.