019rv+rb Vaststellen nadere onderbouwing Dienstenrichtlijn bestemmingsplan verbrede reikwijdte Tegelen.pdf
Tekst van het document
GEMEENTEBESTUUR
Raadsvoorstel raadsnummer 2024 collegevergadering d.d. raadsvergadering d.d. programma portefeuillehouder
19 06-02-2024 27 maart 2024 Leefbaar Venlo T. Verhaegh
ons kenmerk 137030 team RGWLEV steller G.H.P. Meerts telefoonnummer +31 77 3596505 e-mail g.meerts@venlo.nl datum 17 januari 2024 bijlage(n) 2 datum verzonden
Onderwerp Vaststellen nadere onderbouwing Dienstenrichtlijn bestemmingsplan verbrede reikwijdte Tegelen Advies 1. Vast te stellen de nadere onderbouwing d.d. 22 januari 2024 dat artikel 6.3 van de planregels in overeenstemming is met artikel 15 lid 3 van de Dienstenrichtlijn. 2. De Raad van State en appellanten in kennis te stellen van deze nadere onderbouwing Aanleiding Op 22 december 2021 heeft uw raad vastgesteld het bestemmingsplan met verbrede reikwijdte Tegelen. Wij verwijzen hiervoor naar raadsvoorstel 2021-79. Tegen het vastgestelde bestemmingsplan is door appellanten beroep aangetekend bij de Raad van State. Op 11 oktober 2023 heeft de afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State een tussenuitspraak gedaan naar aanleiding van het ingediende beroep. De Raad van State stelt daarin vast dat de raad niet heeft gemotiveerd dat art. 6.3 van de planregels voldoet aan de eisen van art. 15, lid 3 van de Dienstenrichtlijn. In de tussenuitspraak draagt de Raad van State vervolgens op aan uw raad op om binnen 20 weken het geconstateerde gebrek te herstellen. Beoogd effect Met de nadere onderbouwing wordt het door de Raad van State geconstateerde gebrek hersteld. Het beoogde effect is dat de Raad van State de ingediende beroepsgrond op dit onderdeel ongegrond verklaart en het bestemmingsplan niet wordt vernietigd. Het bestemmingsplan wordt dan onherroepelijk.
137030
1
Raadsvoorstel
Argumenten Nadere onderbouwing Dienstenrichtlijn. In art. 6.3 van de planregels van het bestemmingsplan is o.a. het volgende bepaald; Voor supermarkten geldt dat maximaal de totale op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van dit plan bestaande legale brutovloeroppervlakte aan supermarkten is toegestaan. Omdat de bestaande legaal aanwezige brutovloeroppervlakte al is bereikt in het kernwinkelgebied is een verdere uitbreiding van supermarkten niet meer toegestaan. Appellanten zijn het hiermee niet eens en hebben bij de raad van state aangevoerd dat onvoldoende is gemotiveerd waarom deze beperking gerechtvaardigd is. De Raad van State merkt hierover op dat bovenvermelde art. 6.3 van de regels moet voldoen aan de Europese Dienstenrichtlijn. De betreffende planregel mag daarmee niet in strijd zijn. De raad van state stelt in de tussenuitspraak vast dat in het bestemmingsplan niet is gemotiveerd dat deze planregel in overeenstemming is met deze Dienstenrichtlijn. Vervolgens draagt de Raad van State aan de gemeenteraad op om dit gebrek te herstellen. Aan deze opdracht van de Raad van State is nu voldaan door een nadere onderbouwing hierover op te stellen. Deze nadere onderbouwing is bijgevoegd. In deze onderbouwing is nader gemotiveerd dat de beperkingen t.a.v. supermarkten in dit bestemmingsplan voldoen aan de gestelde criteria van art. 15 van de Dienstenrichtlijn.
1.discriminatieverbod: de beperkingen maken geen direct of indirect onderscheid naar nationaliteit of, voor vennootschappen, de plaats van een statutaire zetel; 2.noodzakelijkheid: de eisen zijn gerechtvaardigd om een dwingende reden van algemeen belang; 3.evenredigheid: de eisen moeten geschikt zijn om het nagestreefde doel te bereiken maar mogen niet verder gaan dan nodig is om dat doel te bereiken. Met andere woorden: het doel kan niet met andere, minder beperkende maatregelen worden bereikt. Ad 1. Discriminatieverbod. De vestigingsbeperkingen in een bestemmingsplan gelden voor eenieder, ongeacht nationaliteit of vestigingsland, waarmee deze niet-discriminerend zijn. Daarmee wordt aan dit criterium voldaan. Ad 2. Noodzakelijkheid.
137030
2
Raadsvoorstel
Vestigingsbeperkingen kunnen noodzakelijk zijn vanuit het oogpunt van behoud van de leefbaarheid van een centrum of in de wijken en het voorkomen van leegstand in het kader van ruimtelijk beleid, aangezien daarmee sprake is van dwingende redenen van algemeen belang. Op dit punt geldt dat – in samenhang met de beoogde ontwikkeling ‘Martinushof’ wordt gestreefd naar modernisering en concentratie van het detailhandelsaanbod binnen het kernwinkelgebied, juist om (verdere) leegstand te voorkomen. Door binnen het plangebied ‘Martinushof’ de detailhandelsmogelijkheden te beperken tot supermarkten, wordt verdere leegstand aan de Kerkstraat voorkomen, hetgeen afbreuk doet aan de leefbaarheid van het centrum en de consumentenverzorging in Tegelen. Eerder in deze paragraaf is de aanleiding voor het vastleggen van de bestaande oppervlakte aan supermarkten binnen ‘Centrum – Kernwinkelgebied reeds toegelicht. Die aanleiding wordt ook ingegeven door het voorkomen van leegstand en de daarmee gepaard gaande gevolgen voor de leefbaarheid en de consumentenverzorging in Tegelen. Door een verdere uitbreiding van de oppervlakte aan supermarkten zonder onderbouwing van en toets op de gevolgen daarvan, kunnen onaanvaardbare gevolgen in de vorm van een toename van de leegstand en de gevolgen voor de consumentenverzorging door verdringing niet worden uitgesloten.
Daarmee is sprake van een dwingende reden van algemeen belang. Ad 3. Evenredigheid. Dit plan voorziet als aangegeven niet in een totaalverbod op een uitbreiding van de oppervlakte aan supermarkten binnen Centrum - Kernwinkelgebied. Met een omgevingsvergunning (binnenplanse vergunning, omgevingsplanactiviteit) kan die uitbreiding toch worden toegestaan, mits de gevolgen daarvan worden onderzocht en die gevolgen aanvaardbaar zijn. Zonder nader ‘toetsmoment’ in de vorm van een vergunningplicht kunnen onaanvaardbare gevolgen – ook gelet op de resultaten van het onderzoek ten behoeve van de ontwikkeling ‘Martinushof’ – niet worden uitgesloten. Gezien het voorgaande wordt ook voldaan aan het derde criterium: evenredigheid. De nadere onderbouwing wordt als voldoende en toereikend gezien om te voldoen aan de tussenuitspraak van de Raad van State. De nadere onderbouwing is een aanvulling op de toelichting van het betreffende bestemmingsplan. De juridische onderdelen van het bestemmingsplan (planregels en verbeelding) blijven ongewijzigd. Een wijziging of nieuw besluit over dit bestemmingsplan is daarmee niet vereist. Volstaan kan worden met het vaststellen van deze aanvullende onderbouwing, als onderdeel van de toelichting. De toelichting is geen juridisch onderdeel van het bestemmingsplan.
In de tussenuitspraak heeft de Raad van State de overige door appellanten aangevoerde beroepsgronden niet overgenomen.
137030
3
Raadsvoorstel
Kanttekeningen N.v.t. Financiën N.v.t. Communicatie De Raad van State en de appellanten worden in kennis gesteld van de nadere onderbouwing. Vervolgprocedure raad Na vaststelling van deze nadere onderbouwing door de gemeenteraad worden de raad van state en appellanten hiervan in kennis gesteld. Vervolgens zal de raad van state met inachtneming van deze nadere onderbouwing definitieve uitspraak doen over dit bestemmingsplan. Burgemeester en wethouders van Venlo de secretaris
de burgemeester
{{esl:Signer1:signature:size(200,50)}}
{{esl:Signer1:signature:size(200,50)}}
Twan Beurskens
Antoin Scholten
Bijlagen 1. Tussenuitspraak afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State d.d. 11 oktober 2023 2. Nadere onderbouwing dienstenrichtlijn bestemmingsplan verbrede reikwijdte Tegelen
137030
4
Raadsbesluit
GEMEENTEBESTUUR
Vaststellen nadere onderbouwing Dienstenrichtlijn bestemmingsplan verbrede reikwijdte Tegelen Raadsnummer 2024 19
ons kenmerk 137030
onderwerp
raadsvergadering d.d.
27 maart 2024
steller G.H.P. Meerts telefoonnummer +31 77 3596505 e-mail g.meerts@venlo.nl datum 17 januari 2024
De raad van de gemeente Venlo; gelezen het voorstel van het college van 06-02-2024, registratienummer 137030; gelet op de bepalingen van de Wet ruimtelijke ordening en de Algemene wet bestuursrecht; besluit: 1. Vast te stellen de nadere onderbouwing d.d. 22 januari 2024 dat artikel 6.3 van de planregels in overeenstemming is met artikel 15 lid 3 van de Dienstenrichtlijn. 2. De Raad van State en appellanten in kennis te stellen van deze nadere onderbouwing Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 27 maart 2024.
De griffier
De voorzitter
Geert van Soest
Antoin Scholten
137030
5