017 Bijl04 Bestemmingsplan Fresh Park Plot 3, bijlagen toelichting.pdf
Tekst van het document
Bijlagen bij toelichting ‘Fresh Park Plot 3’ Gemeente Venlo en Horst aan de Maas
NL.IMRO.0983.BP202312FRESHPLOT3-VA1
Inhoudsopgave Bijlage I
Landschappelijke inpassing
Bijlage II
Historisch bodemonderzoek
Bijlage III
Aerius-berekening
Bijlage IV
Quickscan flora en fauna
BIJLAGE
I Landschappelijke inpassing
Bestemmingsplan
Het plangebied is onderdeel van de bestemmingsplannen Fresh Park Venlo, Gemeente Venlo (vastgesteld 2012-12-19) en Fresh Park Venlo te Horst, gemeente Horst aan de Maas (vastgesteld 201301-14). Om het landgebruik te optimaleren , worden de volgende aanpassingen gewenst: • De blauwe arcering heeft nu de bestemming ‘Natuur’ en zal worden aangepast naar bestemming ‘Bedrijventerrein – Verssector’ • De gele arcering heeft nu de bestemming ‘Bedrijventerrein – Verssector’ en zal worden aangepast aan bestemming ‘Natuur’ De voor "Natuur" aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. het behoud, het herstel en/of de ontwikkeling van de natuurwetenschappelijke en de landschappelijke waarden; b. waterhuishoudkundige doeleinden; c. sloten, beken en daarmee gelijk te stellen waterlopen; met daaraan ondergeschikt: a. agrarisch medegebruik; b. recreatief medegebruik en educatief medegebruik; c. infrastructurele voorzieningen; d. openbare nutsvoorzieningen; 2/6
Afbeelding: huidige situatie
4/6
Landschappelijke inpassing voor beoogde situatie Uitgangspunten: Er is contact opgenomen met de provincie Limburg en het volgende uitgangspunt is afgesproken: Verloren natuur wordt 1 op 1 gecompenseerd: - Grondwal verplaatsen/terugleggen. - Vegetatie (elders) terugbrengen. Landschappelijke inpassing plan: In de beoogde situatie wordt een gedeelte van de grondwal aangepast om ruimte te creëren voor het nieuwe bedrijfsgebouw. Het profiel van de nieuwe grondwal komt overeen met de bestaande situatie. De nieuwe grondwal wordt beplant conform de bestemming ‘Natuur’. Vervolgens is een deel van het jonge bos verwijderd (ca. 580 m2). Dit wordt gecompenseerd door de aan het zuiden toegevoegde bosuitbreiding (ca. 690 m2). Hierdoor wordt meer natuur toegevoegd dan verwijderd. Het voldoet hierdoor ruimschoots aan het 1 op 1 compensatie principe. De uitwisseling van bedrijventerrein met natuur betekent dat jonge beplanting verwijderd en gecompenseerd moet worden. Door de uitwisseling neemt het oppervlak met de bestemming ‘Natuur’ 110m2 toe. De grondslag van het uit te wisselen terrein betreft een grondwal met een steil zuid en een flauw noord talud. De taluds worden aangeplant conform het beheertype N15.02 Dennen-, eiken-, of beukenbos, in overeenkomst met de bestaande beheertype in de omgeving.
Voor het flauw noord talud kan dit gerealiseerd worden door het aanplanten van inheemse beplanting zoals Zomereik, Gewone beuk en Winterlinde. Verder wordt er rekening gehouden met: • Het beheertype Dennen-, eiken-, of beukenbos omvat bossen en struwelen gedomineerd door eiken, dennen, beuken, berken, lijsterbes, ratelpopulier of vuilboom. • Maximaal 20% van het areaal van het betreffende bosgebied wordt gedomineerd door boomsoorten die oorspronkelijk van buiten Europa zijn ingevoerd, zoals Amerikaanse eik en Douglasspar. Voor het steil zuid talud wordt een inheems zaadmengsel voorgestel die goed in de schaduw kan groeien: • Bosrand ADVANTA (of vergelijkbaar)
(https://www.advantaseeds.nl/veldbloemen/alle-bloemenmengsels/bosrand)
5/6
Afbeelding: landschappelijke inpassing plan
6/6
BIJLAGE
II Historisch bodemonderzoek
aeres milieu
Bijlage 1 Topografische en kadastrale overzichtskaart
AM23074
aeres milieu
Bijlage 2 Foto’s onderzoekslocatie
AM23074
AM23074
Foto 1
Foto 2
Foto 3
Foto 4
Foto 5
Foto 6
AM23074
Foto 7
Foto 8
Foto 9
Foto 10
Foto 11
Foto 12
aeres milieu
Bijlage 3 Situatietekening onderzoekslocatie met fotopunten en boorpunten
AM23074
aeres milieu
Bijlage 4 Boorprofielen
AM23074
aeres milieu
Bijlage 5 Omgevingsrapportage AM23074
AM23074
AM23074 Omgevingsrapportage
Pagina 1 van 17
-
16-08-2023
Inhoudsopgave Algemene toelichting Disclaimer Parkeerplaats ten noorden van Venrayseweg 142 te Venlo Venrayseweg ong Bestemmingsplan "veiling ZON" Venrayseweg / Meerlosebaan (asbestsanering) Venlo Toelichting per onderwerp
Pagina 2 van 17
-
16-08-2023
Toelichting In deze omgevingsrapportage vindt u gegevens over de kwaliteit van de bodem op de locatie die u heeft aangewezen door een gebied in te tekenen. Deze gegevens zijn afkomstig uit het BodemInformatieSysteem (hierna: BIS) van de gemeente Venlo. Hiermee krijgt u een indruk van de bodemkwaliteit binnen de door uzelf aangewezen locatie. De omgevingsrapportage geeft: alleen informatie over de locatie zelf (en niet over de locaties in een straal van 25 meter er omheen); alleen informatie uit onderzoeken naar verontreiniging met stoffen in de bodem zoals asbest, PFAS, zware metalen en olie. Deze rapportage geeft géén informatie over bijvoorbeeld stikstof, nitraat, doorlatendheid of draagkracht van de grond, niet-gesprongen explosieven of mogelijkheden voor bodemenergiesystemen; alleen informatie die bij de gemeente bekend is. Bodemonderzoeken die nooit bij de gemeente zijn ingediend, zijn bijvoorbeeld niet opgenomen. Hetzelfde geldt voor ondergrondse brandstoftanks die niet bekend zijn bij de gemeente. Deze rapportage bevat gegevens over de locaties en links voor documenten die u kunt downloaden. In de toelichting per onderwerp wordt specifiek uitgelegd wat de informatie inhoudt en hoe u deze kunt gebruiken. De informatie is met zorg en volgens de geldende richtlijnen verzameld. De gemeente registreert haar bodeminformatie al meer dan 25 jaar.
Er is veel informatie verzameld en met zorg in het BIS opgenomen. In deze tijd zijn er veel dingen veranderd, zowel voor wat betreft de wet- en regelgeving, onderzoeksprotocollen als het BIS zelf. Het is onvermijdelijk dat informatie: niet meer actueel is (de gemeente ontving bijvoorbeeld van een bedrijf wel een onderzoek bij de aanvang van de activiteiten maar nooit van een onderzoek dat werd gedaan na afloop van de activiteiten, terwijl dat bedrijf het onderzoek wel had uitgevoerd); onvolledig is (in oude rapporten hoeft u bijvoorbeeld niet te zoeken naar PFAS, want deze stoffen werden nog niet gemeten); onjuist is (de informatie hangt bijvoorbeeld aan een locatie die niet goed is ingetekend); nog niet ingevoerd is. Dit het geval bij onderzoeken die recent bij de gemeente zijn binnengekomen. De invoerachterstand zal maximaal enkele maanden bedragen. Mocht u rapporten en besluiten nodig hebben die niet digitaal beschikbaar zijn dan kunt u opvragen bij de gemeente Venlo. Dit kan uitsluitend middels het indienen van een pand- en perceelverzoek via https://www.venlo.nl/informatie-over-pandenen-percelen. Geef in dat verzoek altijd aan om welk perceel het gaat door middel van de kadastrale aanduiding en een kaartje. Daarnaast dient u de omgevingsrapportage die u nu onder ogen heeft mee te sturen.
Geef duidelijk aan welke informatie uit de rapportage u wilt ontvangen als deze niet online beschikbaar is. U krijgt vervolgens bericht met wie u een afspraak kunt maken voor het inzien van de dossiers en met welke behandeltermijn u rekening dient te houden. Heeft u te maken met een onderzoeksplicht, bijvoorbeeld omdat u een pand of stuk grond wil kopen of vanwege bouw- of graafwerkzaamheden? Dan mag u deze rapportage niet beschouwen als een volledig vooronderzoek. Deze rapportage is wel bruikbaar als startpunt van een vooronderzoek volgens de normen. De algemene eisen voor een vooronderzoek staan in onderzoeksprotocollen zoals, op dit moment de NEN 5725. Een dergelijk vooronderzoek wordt vrijwel altijd uitgevoerd door een bodemadviesbureau. De NEN 5725 stelt onder andere eisen aan de afbakening van de onderzoekslocatie. Deze afbakening dient te gebeuren door een deskundige. Als u als bodemadviesbureau een rapportage genereert dan adviseren wij u om zelf een afbakening te maken, wellicht door een zelf gekozen straal om de bewuste onderzoekslocatie te tekenen. Het nu voorliggende rapport gaat namelijk alleen over de locatie die u aangewezen heeft zonder een straal eromheen. Voor het vooronderzoek is het ook noodzakelijk om andere bronnen te raadplegen. Zo is het van belang om vast te stellen of er watergangen gedempt zijn en of er ophooglagen aanwezig zijn.
Daarnaast kan uit het moment dat een locatie bebouwd werd afgeleid worden of een locatie asbestverdacht is. Naast algemene bronnen (zie ook NEN 5725) als de BAG viewer en een website als www.topotijdreis.nl gaat het bij Venlo in elk geval om de volgende bronnen: Nota bodembeheer Limburg Noord / Bodemkwaliteitskaart Limburg Noord, te vinden op de website van de gemeente; De Atlas Limburg Viewer van Provincie Limburg. Zie: https://portal.prvlimburg.nl/viewer/app/default. Onder het kopje historische geografie zijn bij cultuurhistorische elementen voormalige watergangen en stadsmuren te vinden en er zijn weer andere kaartlagen voor grondwateronttrekkingen of ontgrondingen. Officiële bekendmakingen van de gemeente Venlo. Hierin kunnen bodemonderzoeken toegevoegd zijn aan aanvragen en meldingen die recent bij de gemeente zijn binnengekomen. Relevante hinderwet- en/of bouwvergunningen indien van toepassing. Deze kunt u opvragen bij het Gemeentearchief of u kunt ook hiervoor een pand- en perceelverzoek indienen, zoals eerder genoemd. De beeldbank van het gemeentearchief. Klik hiervoor op https://venlo.hosting.deventit.net/ en zoek in de velden
Pagina 3 van 17
-
16-08-2023
‘Beschrijving’ of ‘Globaal’ op een straatnaam aangevuld met bijvoorbeeld het woord luchtfoto.
Pagina 4 van 17
-
16-08-2023
Disclaimer De gemeente Venlo is niet aansprakelijk voor enigerlei schade die het directe of indirecte gevolg is van of in verband staat met het gebruik van informatie in de omgevingsrapportage.
Pagina 5 van 17
-
16-08-2023
Pagina 6 van 17
-
16-08-2023
Toelichting per onderwerp Locatie Bij de locatiegegevens vindt u het adres en daarnaast enkele codes waarmee de gegevens in het informatiesysteem van de gemeente staan. Als u overlegt met een bodemmedewerker van de gemeente is deze informatie soms handig. Staat de toevoeging “tank” in de locatienaam? Dan heeft op deze locatie waarschijnlijk ooit een ondergrondse tank gelegen. Als deze toevoeging ontbreekt, mag u er echter niet vanuit gaan dat er geen ondergrondse tank aanwezig is geweest. Informatie hierover kan elders in de rapportage of documenten nog te vinden zijn. Uitgevoerde onderzoeken Hier staan in chronologische volgorde de bij de gemeente Venlo bekende onderzoeken, die op de locatie zijn uitgevoerd. Let op: vaak heeft een onderzoek slechts betrekking op een klein deel van de totale locatie. Het veld ‘Conclusie overheid’ geeft informatie over de onderzoeksresultaten. In dit veld staat vaak middels afkortingen aangegeven wat voor een verontreiniging er in bijvoorbeeld de BG (=BovenGrond), OG (=OnderGrond) of het GW (=Grondwater) is aangetroffen. De benamingen zijn soms lastig te begrijpen. Als daar vragen over zijn, dan kunt u die stellen aan de gemeente (o.a. via info@venlo.nl), of vraag uw bodemadviesbureau.
De meest gebruikte afkortingen zijn: >S (licht verontreinigd); >T (matig verontreinigd); >I (sterk verontreinigd); MO (Minerale Olie); PAK (Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen (aanwezig in bijvoorbeeld teer of uitlaatgassen)); Pb (lood); Cu (koper); Zn (zink); Hg (kwik). Tot slot: ‘zintuiglijk’ wil zeggen: aangetroffen door middel van zien of ruiken, ‘analytisch’ wil zeggen: in een laboratorium bepaald. Beschikbare documenten per onderzoek Als een onderzoek digitaal beschikbaar is, dan kunt u dat hier downloaden. Indien u een rapport wilt inzien dat in ons archief aanwezig is, dan vragen wij u om dat te doen zoals eerder beschreven in de algemene toelichting. Verontreinigende activiteiten Als hier activiteiten staan dan is dit een indicatie dat een locatie verdacht is op aanwezigheid van bodemverontreiniging. Hierbij moet wel worden opgemerkt dat veel van deze activiteiten afkomstig zijn uit een inventarisatie uit 2003. Destijds is voor heel Nederland het historisch bodembestand (HBB) samengesteld waaruit het aantal verdachte locaties geschat is. Hiervoor is informatie verzameld over onder andere ondergrondse tanks, voormalige bedrijfsactiviteiten, stortplaatsen en gedempte watergangen. Voor een volledig vooronderzoek conform de norm moet deze informatie verder onderzocht worden. Bij bedrijfslocaties is vaak alleen een beperkt aantal activiteiten genoemd.
Zo is het mogelijk dat een vrachtwagenreparatiebedrijf een bovengrondse tank heeft gehad die niet in het HBB is opgevoerd. Het kan echter ook zijn dat de activiteit te zwaar is ingeschat. Een bekend voorbeeld hiervan is een woning van een chauffeur die ten onrechte als transportbedrijf is opgevoerd. Voor wat betreft gedempte watergangen geldt dat deze met de technieken en informatiebronnen van nu beter in beeld gebracht kunnen worden dan tijdens de inventarisatie van het HBB in 2003. Geconstateerde verontreinigingen Vaak staat hier niets. In het verleden werden hier verontreinigingen bijgehouden, maar deze informatie is niet meer actueel. Beschikbare documenten Hier kunnen de documenten gedownload worden die direct aan de locatie gekoppeld zijn en niet aan de onderzoeken. Het gaat onder andere om de volgende belangrijke documenten: Besluiten over de locatie. Hierin staan maatregelen die op de locatie gelden en vaak ook een beschrijving van de locatie en de aangetroffen verontreinigingen; Beoordelingen van de gemeente uit het verleden. Deze zijn bijvoorbeeld opgesteld als een bodemonderzoek is ingediend voor een bouwvergunning.
Deze documenten kunnen een indicatie geven van de resultaten van een bodemonderzoek als dit onderzoek niet zelf te downloaden is; Documenten over ondergrondse brandstoftanks, zoals een melding dat een tank aanwezig is of een certificaat dat een ondergrondse tank volgens de geldende regels uit de grond is verwijderd. Besluiten Zijn er besluiten opgevoerd? Dan is er vaak al een oordeel gegeven over een bodemsanering of een verontreiniging. Deze zijn opgenomen in besluiten van de gemeente Venlo (sinds 2002) of de provincie Limburg (vóór 2002). Het gaat om besluiten volgens de Wet bodembescherming (hierna: Wbb), waarin bijvoorbeeld is opgenomen of de locatie is aangemerkt als “voldoende gesaneerd” of dat er nog beperkingen zijn. Voor de inhoud van de besluiten raden wij aan om de documenten te downloaden.
Pagina 16 van 17
-
16-08-2023
Sanering/Saneringscontouren In het verleden werden hier gegevens over saneringen bijgehouden. Later werd dit niet meer gedaan. De gegevens die hier staan zijn dus vaak verouderd. Voor de meest actuele gegevens kunt u het beste de beschikbare besluiten en onderzoeksdocumenten downloaden, die staan onder de kopjes 'besluiten' en 'beschikbare documenten'. Zorgmaatregelen Deze informatie is alleen relevant op het moment dat in de kaart van iGor (zie website waarmee u deze rapportage heeft aangemaakt) ook nazorg is ingetekend. Binnen de contour die is ingetekend gelden beperkingen in het gebruik van de bodem. Dit is het geval als na sanering nog verontreiniging is achtergebleven en er maatregelen zijn genomen om blootstelling aan of verspreiding van de restverontreiniging te voorkomen. Er is dan bijvoorbeeld een schone leeflaag (bijvoorbeeld 1 meter dik) aangebracht op een verontreiniging op diepte (>1 meter). Ook als de sanering nog in uitvoering is, zijn nazorgmaatregelen ingetekend. Voor een beschrijving van de maatregelen en beperkingen verwijzen wij naar de besluiten die gedownload kunnen worden.
Pagina 17 van 17
-
16-08-2023
BIJLAGE
III Aerius-berekening
BIJLAGE
IV Quickscan flora en fauna
Verkennend onderzoek naar de aanwezigheid van vaste rust- en verblijfplaatsen van beschermde flora en fauna op de locatie: Venrayseweg ong. te Venlo
Colofon: Opgesteld door:
BNL advies Telefoonstraat 2 5428 GJ Venhorst
Venrayseweg ong. 5928 RH Venlo
Status: Versie: Datum: Auteur:
definitief 23039.QFF 8-5-2023
© copyright BNL advies 2023 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of welke wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteursrechthebbende. BNL advies kan door opdrachtgever niet aansprakelijk worden gesteld voor schade die voortvloeit uit gebruik van data of gegevens of door toepassing van aanbevelingen en conclusies, die zijn opgenomen in deze rapportage.
Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68
Pagina
Projectlocatie:
1
E: info@bnladvies.nl W: www.bnladvies.nl
Inhoud Colofon: ...................................................................................................1 1.
Inleiding .............................................................................................4
2.
Toelichting onderzoekskader .....................................................................5 2.1 Wet natuurbescherming .........................................................................5 2.1.1 Bescherming van gebieden .................................................................5 2.1.2 Bescherming van soorten ...................................................................5 2.1.3 Bescherming van houtopstanden ..........................................................5 2.2 Verordening ruimte ..............................................................................5 Omschrijving plangebied ..........................................................................7 3.1
Algemeen.......................................................................................7
3.2
Voorgenomen ontwikkeling ..................................................................8
3.2.1
De kavels..................................................................................8
3.2.2
Aangrenzende bebouwingen ...........................................................9
3.2.3
Aangrenzende beplantingen ...........................................................9
3.3
Onderzoeksresultaten beschermde soorten .................................................. 12 4.1
Algemeen..................................................................................... 12
4.2
Soorten vogelrichtlijn ...................................................................... 12
4.2.1
Vogels met jaarrond beschermde nesten .......................................... 12
4.2.2 Vogels met niet- jaarrond beschermde nesten (Categorie 0 ........................ 13 4.2.3 Algemene broedvogels ................................................................... 13 4.2.4 Werken binnen het broedseizoen ....................................................... 13 4.3 Soorten Habitatrichtlijn ....................................................................... 13 4.3.1 Vleermuizen ................................................................................ 13 4.3.2 Overige Habitatrichtlijn soorten ........................................................ 13 4.4 Nationaal beschermde soorten ............................................................... 13 4.4.1 Amfibieën en reptielen .................................................................. 14 4.4.2 Libellen ..................................................................................... 14 4.4.3 Dagvlinders ................................................................................. 14 4.4.4 Vaatplanten ................................................................................ 14 4.4.4 Effectbeoordeling en toetsing ........................................................... 14
2
4.
Vooronderzoek .............................................................................. 10
Pagina
3.
Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68
5.
Conclusie en aanbevelingen .................................................................... 15 5.1 Soorten Vogelrichtlijn ......................................................................... 15 5.1.1 Vogels met jaarrond beschermde nesten .............................................. 15 5.1.2 Vogels met niet- jaarrond beschermde nesten (Categorie 0) ....................... 15 5.1.3 Algemene broedvogels .................................................................... 15 5.2 Soorten Habitatrichtlijn ....................................................................... 16 5.2.1 Vleermuizen ................................................................................ 16 5.2.2 Overige habitatrichtlijnsoorten ......................................................... 16 5.3 Nationaal beschermde soorten .............................................................. 16 5.4 Aanbevelingen/ natuur-inclusief bouwen ................................................... 16
3
Conclusie .......................................................................................... 17
Pagina
6.
Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68
1. Inleiding Aanleiding. Op verzoek van de initiatiefnemer, is op donderdag 9 maart 2023, een quickscan uitgevoerd in het kader van de Wet natuurbescherming. De ecologische quickscan bestaat uit een veldonderzoek op locatie en bijbehorende verslaglegging. Doel. Doel van deze quickscan is het verkrijgen van informatie over de aanwezigheid van beschermde flora en fauna en dan voornamelijk de aanwezigheid van tijdelijke of vaste rust- en verblijfplaatsen. Deze informatie is nodig ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling aan de Venrayseweg ong. te Venlo. De werkzaamheden betreffen het bouwrijp maken van de kavel voor de bouw van een nieuw bedrijfspand. Op- en rondom de kavel zijn beplantingen aanwezig in de vorm van heesterbeplanting en kruidachtige begroeiingen. In- en nabij bestaande beplantingen en aangrenzende bouwwerken en bebouwingen kunnen beschermde soorten flora en fauna voorkomen welke negatieve effecten kunnen ondervinden van de geplande ontwikkelingen. Door middel van een oriënterend bronnen- en veldonderzoek zal worden onderzocht of de voorgenomen ontwikkelingen kunnen leiden tot een overtreding van verbodsbepalingen voor (potentieel) aanwezige soorten flora en fauna.
Pagina
4
De quickscan richt zich op het verkrijgen van een geïnformeerd beeld van de mogelijke consequenties vanuit de natuurwetgeving en –beleid. Op basis daarvan worden uitspraken gedaan over de (mogelijke) effecten van de voorgenomen ontwikkeling en de eventueel noodzakelijke vervolgstappen.
Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68
2. Toelichting onderzoekskader 2.1 Wet natuurbescherming Per 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) van kracht. Deze nieuwe wet is een vervanging en samenbundeling van drie voorgaande wetten; de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en faunawet1. Tevens heeft er een decentralisatie van het bevoegd gezag plaatsgevonden: per 1 januari 2017 zijn de provincies verantwoordelijk voor de vergunningen en ontheffingen. De Wnb is op te delen in grofweg drie delen:
2.1.1 Bescherming van gebieden De Wnb richt zich met de bescherming van natuurgebieden uitsluitend op Natura 2000gebieden. Natura 2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden. In Natura 2000-gebieden worden bepaalde diersoorten en hun natuurlijke leefomgeving beschermd om de biodiversiteit te behouden. Invloeden (ook van buitenaf) mogen deze instandhoudingsdoelstellingen niet in gevaar brengen.
2.1.2 Bescherming van soorten De Wnb onderscheidt drie verschillende beschermingsregimes, met elk hun eigen verbodsbepalingen (zie tabel 1). De eerste twee categorieën zijn gebaseerd op de door de Europese Unie opgestelde Vogelrichtlijn (uit 1979) en de Habitatrichtlijn (uit 1992). Het derde beschermingsregime betreft soorten die niet op Europees niveau beschermd zijn, maar wel op landelijk niveau: de Nationaal beschermde soorten (in de wet aangeduid als “andere soorten”). Als bevoegd gezag heeft iedere afzonderlijke provincie (een aantal) algemene soorten uit deze derde categorie vrijgesteld van ontheffingsplicht. Wel geldt altijd voor alle soorten de algemene zorgplicht. Deze zorgplicht houdt in dat men bij werkzaamheden met mogelijk negatief effect op planten en dieren, maatregelen dient te nemen (binnen wat redelijkerwijs van men verwacht kan worden) om onnodige schade aan planten of dieren te voorkomen2.
2.1.3 Bescherming van houtopstanden De bescherming van houtopstanden betreft voornamelijk een voortzetting van de Boswet en richt zich op de instandhouding van het bosareaal. Bij houtopstanden groter dan 10 are of 20 rijbomen en gelegen buiten de bebouwde kom geldt een meldplicht, herplantplicht en mogelijke oplegging van een kapverbod.
2.2 Verordening ruimte
Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68
Pagina
Naast de drie gebieden, kan de provincie planologische bescherming aan gebieden toekennen door hen aan te wijzen als “bijzondere provinciale natuurgebieden” of “bijzondere provinciale landschappen”. Hierbij is bijvoorbeeld te denken aan de bescherming van belangrijke weidevogelgebieden. Iedere provincie kan een eigen invulling geven aan bijvoorbeeld compensatie. Het beschermingsregime van overige op provinciaal niveau beschermde gebieden kan sterk verschillen tussen provincies.
5
In de Verordening ruimte is het Natuurnetwerk Nederland (NNN) vastgelegd. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is een netwerk van groene gebieden, voorheen bekend als de Ecologische Hoofdstructuur (EHS). In Limburg de goudgroene natuurzone, bronsgroene landschapszone of het Nationaal Landschap Zuid-Limburg genaamd. genaamd. De gebieden worden beschermd via het planologisch kader. Dit alles is verankerd in de bestemmingsplannen waarin de regels uit de provinciale Verordening ruimte zijn verwerkt. Het ruimtelijke beleid van de goudgroene natuurzone kent het “nee, tenzij” principe en is gericht op ‘behoud, herstel en ontwikkeling van de wezenlijke waarden en kenmerken’ van de goudgroene natuurzone.
Pagina
6
Tabel 1. Soortenbescherming en verbodsbepalingen.
Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68
3. Omschrijving plangebied 3.1 Algemeen Het plangebied is gelegen in ten noorden van het centrum van Venlo, binnen Fresh Park Venlo, in de gemeente Venlo en deels in de gemeente Horst aan de Maas, liggende in de provincie Limburg (zie afbeelding 1). Het plangebied / onderzochte gronden betreft een braakliggend kavel. Aangrenzend aan de kavel zijn bebouwingen en beplantingen aanwezig.
Afbeelding 1: De locatie waar de werkzaamheden plaats gaan vinden, globaal binnen de rode cirkel. Bron: Kadviewer, datum: 14-03-2023
Pagina
7
Tijdens het veldbezoek is een quickscan uitgevoerd op de projectlocatie en is gezocht naar de aanwezigheid van beschermde flora en fauna en de daarbij behorende vaste rust- en verblijfplaatsen. De locatie, welke bezocht en onderzocht is, staat afgebeeld in afbeelding 2 binnen de rode lijn.
Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68
Afbeelding 2: De kavels waarbinnen de werkzaamheden plaats gaan vinden, binnen de rode lijnen. Bron: Kadviewer, datum: 14-03-2023
3.2 Voorgenomen ontwikkeling De werkzaamheden betreffen het bouwrijp maken van de kavel voor de bouw van een nieuw bedrijfspand. Op- en rondom de kavel zijn beplantingen aanwezig in de vorm van heesterbeplanting en kruidachtige begroeiingen. In- en nabij bestaande beplantingen en aangrenzende bouwwerken en bebouwingen kunnen beschermde soorten flora en fauna voorkomen welke negatieve effecten kunnen ondervinden van de geplande ontwikkelingen.
3.2.1 De kavels
Pagina
8
De kavels welke ontwikkeld gaan worden zijn momenteel braakliggend (zie afbeelding 3 en 4). Op- en nabij de kavels kunnen diverse soorten beschermde flora en fauna voor komen welke nadelige effecten kunnen ondervinden van de geplande werkzaamheden.
Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68
Afbeelding 3 en 4: de te ontwikkelen kavels. Bron: BNL advies, datum: 09-03-2023
3.2.2 Aangrenzende bebouwingen Aangrenzend aan de te ontwikkelen kavel is bebouwing aanwezig (zie afbeelding 5 en 6). Beoordeeld moet worden of geplande werkzaamheden een negatief effect kunnen hebben op mogelijk aanwezige beschermde soorten flora en fauna in de aangrenzende bebouwingen.
Afbeelding 5 en 6: aangrenzende bebouwing ten zuiden en westen van de te ontwikkelen kavels. Bron: BNL advies, datum: 09-03-2023
3.2.3 Aangrenzende beplantingen
Pagina
9
Aangrenzend aan de kavel zijn diverse beplantingen te vinden in de vorm van bomen, hagen, heesters en kruidachtige begroeiing (zie afbeelding 7 en 8). De kavel en begroeiingen dienen gecontroleerd te worden op aanwezige beschermde soorten flora en fauna.
Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68
Afbeelding 7 en 8: De aangrenzende beplantingen nabij de te ontwikkelen kavels. Bron: BNL advies, datum: 09-03-2023
3.3 Vooronderzoek Voorafgaand aan het bezoek op de projectlocatie is de NDFF geraadpleegd om te bekijken welke soorten aanwezig zijn in het gebied, om daarop de quickscan aan te passen. De projectlocatie valt binnen het kilometerhok 206-380. Het belangrijkste wat opviel is dat in de directe omgeving (atlasblok van 5x5 km) diverse beschermde soorten flora en fauna voorkomen. Beoordeeld moet worden door middel van een veldbezoek of beschermde soorten ook mogelijk gebruik maken van het gebied/ aanwezig zijn in het gebied.
Pagina
10
Gezien de ligging van het perceel, was het dus belangrijk om het gebied goed te inventariseren op beschermde vaatplanten/ groeilocaties, aanwezige holtes / mogelijke verblijfplaatsen, voortplantings-, en nestlocaties van zoogdieren en vogelsoorten op de kavel zelf en in aangrenzende bebouwingen.
Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68
Pagina
11
Tabel 2. Mogelijk aanwezige zoogdieren in de directe omgeving van het plangebied. Bron: Verspreidingsatlas NDFF
Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68
4. Onderzoeksresultaten beschermde soorten 4.1 Algemeen De kavel en omliggende gronden zijn op donderdag 9 maart 2023 visueel geïnspecteerd en gecontroleerd op de (mogelijke) aanwezigheid van beschermde soorten of de nesten/ verblijfslocaties daarvan. Waar tijdens de quickscan vooral op gelet/ naar gezocht is zijn de volgende soorten:
Nesten in bomen/ beplantingen van vogels in de directe omgeving van het projectgebied Holtes en spleten/ scheuren in aangrenzende bomen welke door vogels en vleermuizen gebruikt worden Holtes en spleten/ scheuren in aangrenzende bebouwingen welke door vogels en vleermuizen gebruikt worden Mogelijke verblijfplaatsen en holen van marterachtigen op- en nabij de kavels Groeiplaatsen van beschermde soorten flora op- en nabij de kavels
4.2 Soorten vogelrichtlijn 4.2.1 Vogels met jaarrond beschermde nesten De directe omgeving van het plangebied is mogelijk geschikt voor vaste rust- en verblijfplaatsen van vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten in aangrenzende gebouwen, bomen en beplantingen. Huismus Voor de huismus is het plangebied niet geschikt als voortplantingsplaats, maar wel als foerageergebied. Tijdens het veldbezoek waren er geen huismussen op- en nabij de te ontwikkelen kavels. Ook de aangrenzende gebouwen zijn niet geschikt voor huismussen om in te nestelen. Gezien de afwezigheid van mogelijke vaste rust- en verblijfplaatsen van huismussen binnen het plangebied en daarmee ook de afwezigheid van een essentieel leefgebied, wordt nader onderzoek naar de huismus niet nodig geacht. Gierzwaluw In de aangrenzende bebouwingen zijn niet geschikt voor gierzwaluwen om in te verblijven. Nader onderzoek naar negatieve effecten op de gierzwaluw, m.b.t. de geplande werkzaamheden wordt niet nodig geacht. Roofvogels. In de omgeving van het plangebied zijn tijdens het veldbezoek geen jaarrond beschermde nesten- of sporen van boombewonende broedvogels waargenomen. Op basis hiervan kunnen soorten als buizerd, havik, sperwer en wespendief worden uitgesloten van aanwezigheid.
Tijdens het veldbezoek zijn in en nabij het projectgebied geen uilen of nesten/ nestkasten, sporen of prooidieren aangetroffen. Nader onderzoek naar de aanwezigheid van deze soorten wordt dan ook niet nodig geacht. Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68
Pagina
Uilen. De aanwezigheid van steenuil of kerkuil is in de aangrenzende bebouwingen/ bomen is niet mogelijk, door de afwezigheid van geschikte holen in bomen en openingen naar mogelijk geschikte verblijfruimten in gebouwen.
12
Ook voor soorten als de boomvalk en ransuil, zijn geen mogelijke nestlocaties aangetroffen. Deze soorten gebruiken vaak oude kraaien- en eksternesten om te nestelen, deze zijn in de directe omgeving van het plangebied niet aangetroffen.
4.2.2 Vogels met niet- jaarrond beschermde nesten (Categorie 0) De direct aangrenzende gebouwen zijn potentieel geschikt als voortplantingsplaats voor vogels met niet jaarrond beschermde nesten (categorie 0 soorten). Het plangebied zelf is niet geschikt voor vaste rust- en verblijfplaatsen van vogels met niet jaarrond beschermde nesten in holtes in bomen, bebouwingen en nestkasten door de afwezigheid hiervan. Nader onderzoek naar Categorie 0 soorten wordt dan ook niet nodig geacht.
4.2.3 Algemene broedvogels De beplantingen en ruigere beplantingen nabij het plangebied zijn potentieel geschikt als voortplantingsplaats voor algemene broedvogels. Dit betreft soorten als zanglijster, houtduif en merel. Gezien de geplande ontwikkelingen vormen deze nauwelijks een bedreiging voor deze soorten, wanneer buiten het broedseizoen (15 maart – 15 augustus) gewerkt wordt (bouwrijp maken van de kavel), is de kans gering dat er negatieve effecten ontstaan. Tijdens de werkzaamheden te allen tijde de zorgplicht.
4.2.4 Werken binnen het broedseizoen Werken binnen het broedseizoen is enkel mogelijk indien er geen bezette nesten worden verstoord van vogels met niet jaarrond beschermde nesten en nesten van algemene broedvogels. Indien er binnen het broedseizoen gewerkt gaat worden, is voorafgaand aan de werkzaamheden een extra controle op broedende vogels in aangrenzende beplantingen en op de te ontwikkelen kavels noodzakelijk. Wanneer nesten aangetroffen worden, dienen voorafgaand aan de werkzaamheden eventuele aanwezige ongebruikte nesten te worden verwijderd en wordt kort (maximaal 1 week) voor aanvang van de werkzaamheden door een ecoloog gecontroleerd of er aanwezige nesten gebruikt worden.
4.3 Soorten Habitatrichtlijn 4.3.1 Vleermuizen De te ontwikkelen kavels zijn geen essentiële foerageergebieden voor vleermuizen, door de afwezigheid van geschikte structuren zoals bomenrijen/ singels en bebouwingen. Vleermuissoorten als de laatvlieger en rosse vleermuis kunnen het plangebied hoog passeren, maar de geplande werkzaamheden hebben hier geen negatief effect op. Nader onderzoek naar negatieve effecten op vleermuizen wordt niet nodig geacht.
4.3.2 Overige Habitatrichtlijn soorten Het plangebied is ongeschikt voor overige habitatrichtlijnsoorten die volgens de Habitatrichtlijn beschermd zijn. Gezien de geplande werkzaamheden en de afwezigheid van water/ geschikt habitat is nader onderzoek op overige habitatrichtlijn soorten niet nodig.
4.4 Nationaal beschermde soorten
Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68
Pagina
Tijdens het verkennend veldonderzoek zijn er geen sporen aangetroffen die op aanwezigheid van de kleine marters, eekhoorn of steenmarter kunnen wijzen. Geschikte openingen/ holen en potentiële verblijfplaatsen zijn afwezig (ook voor kleine marters).
13
Het plangebied is ongeschikt voor vaste rust- en verblijfplaatsen en als functioneel leefgebied voor grondgebonden zoogdieren waarvoor in de provincie Limburg geen vrijstelling geldt.
Het plangebied is potentieel geschikt als vaste rust- en verblijfplaats en als functioneel leefgebied voor algemene soorten als de haas, egel, konijn en (spits)muizen waarvoor in Limburg een provinciale vrijstelling geldt. De groenstrook ten oosten van de te ontwikkelen kavels is wel geschikt als leef-/ foerageergebied voor de bunzing en wezel. Mogelijke vaste rust-, voortplantings- en verblijfplaatsen zijn niet aangetroffen. Aangezien het areaal leefgebied noordoostelijk ‘verdwijnt’ en zuidoostelijk teruggegeven wordt, wordt nader onderzoek naar marters niet nodig geacht.
4.4.1 Amfibieën en reptielen Het plangebied is ongeschikt voor vaste rust- en verblijfplaatsen voor amfibieën en reptielen waarvoor in de provincie Limburg geen vrijstelling geldt, zoals de boomkikker, knoflookpad, alpenwatersalamander en kamsalamander, door de afwezigheid van een geschikt habitat. Nader onderzoek wordt dan ook niet nodig geacht.
4.4.2 Libellen Het plangebied is ongeschikt voor vaste rust- en verblijfplaatsen voor Nationaal beschermde soorten libellen. Dit habitat is niet aanwezig binnen het plangebied.
4.4.3 Dagvlinders Het plangebied is ongeschikt voor vaste rust- en verblijfplaatsen voor Nationaal beschermde soorten dagvlinders, door de afwezigheid van eventuele waardplanten. Het bronnen- en het veldonderzoek hebben ook geen (mogelijke) aanwezigheid aangetoond. Nader onderzoek wordt dan ook niet nodig geacht.
4.4.4 Vaatplanten Potenties voor nationaal beschermde plantensoorten zijn binnen het plangebied afwezig. Binnen het plangebied zijn voedselarme of kalkrijke bodem en akkerreservaten afwezig. Tijdens het veldbezoek zijn alleen algemene soorten aangetroffen zoals: Kruipende boterbloem, Muur, hondsdraf, paardenbloem, witte klaver, paarse dovenetel en algemene grassoorten.
4.4.4 Effectbeoordeling en toetsing Het plangebied is nagenoeg niet geschikt voor Nationaal beschermde soorten waarvoor in de provincie Limburg een vrijstelling geldt door de afwezigheid van een geschikt habitat. Aanvullend onderzoek naar deze soorten is niet noodzakelijk.
Pagina
14
Wel geldt te allen tijde de zorgplicht. Dit houdt in dat indien mogelijk schadelijke effecten op soorten zoveel mogelijk dienen te worden voorkomen. Te denken valt aan het verplaatsen van dieren naar veilige locaties buiten het werkgebied indien zij aangetroffen worden tijdens de werkzaamheden, of daar direct aan voorafgaand.
Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68
5. Conclusie en aanbevelingen 5.1 Soorten Vogelrichtlijn 5.1.1 Vogels met jaarrond beschermde nesten Het plangebied zelf is niet geschikt voor vaste rust- en verblijfplaatsen van vogels met jaarrond beschermde nesten in bomen en gebouwen. Aanvullend onderzoek naar het voorkomen/ negatieve effecten op de huismus, gierzwaluw, roofvogels/ uilen wordt daarom niet nodig geacht.
5.1.2 Vogels met niet- jaarrond beschermde nesten (Categorie 0) Het plangebied zelf is niet geschikt voor vaste rust- en verblijfplaatsen vogels met niet jaarrond beschermde nesten, zoals de spreeuw, koolmees en pimpelmees. Tijdens het veldbezoek zijn geen nesten/ nestlocaties/ holtes aangetroffen in de aangrenzende bomen. Eventueel kunnen niet- jaarrond beschermde vogels wel aanwezig zijn nabij het plangebied in bedrijfsbebouwingen en aangrenzende tuinen. Hier hebben de geplande werkzaamheden geen negatief effect op. Vogels met niet jaarrond beschermde nesten (Categorie 0) zijn vogels die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan en die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen. Deze zijn buiten het broedseizoen niet beschermd. Categorie 0-soorten zijn wel jaarrond beschermd als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen. In dezen zijn er geen ecologische omstandigheden waardoor categorie 0 soorten in het plangebied jaarrond beschermd dienen te zijn. Het betreft een lokaal en regionaal algemene vogels. In de directe omgeving zijn voldoende geschikte structuren die als alternatief gebruikt kunnen worden.
Tijdelijke schadelijke effecten op Categorie 0 soorten vogels door uitvoering van de werkzaamheden op bezette nesten zijn te voorkomen (in gebruik zijnde vogelnesten mogen in principe nooit worden verstoord) door buiten het broedseizoen te werken (buiten grofweg de periode 15 maart – 15 augustus). Werken binnen het broedseizoen is enkel mogelijk indien er geen bezette nesten worden verstoord. Indien er binnen het broedseizoen gewerkt wordt is voorafgaand aan de werkzaamheden een controle door een deskundig ecoloog.
5.1.3 Algemene broedvogels
Pagina
Tijdelijke schadelijke effecten op algemene broedvogels door uitvoering van de werkzaamheden op bezette nesten zijn te voorkomen (in gebruik zijnde vogelnesten mogen in principe nooit worden verstoord) door buiten het broedseizoen te werken (buiten grofweg de periode 15 maart – 15 augustus). Werken binnen het broedseizoen is enkel mogelijk indien er geen bezette nesten worden verstoord. Indien er binnen het broedseizoen gewerkt wordt is voorafgaand aan de werkzaamheden een extra controle op aanwezige nesten noodzakelijk.
15
De aangrenzende beplantingen nabij het plangebied, en de kavelranden zijn potentieel geschikt voor algemene broedvogels om te broeden. Zij kunnen nestelen in de bomen, beplantingen en kruidachtige begroeiingen.
Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68
5.2 Soorten Habitatrichtlijn 5.2.1 Vleermuizen De voorgenomen ontwikkelingen kunnen niet leiden tot een negatief effect op vleermuizen. Hierdoor kunnen ook de verbodsbepalingen Art 3.5 lid 2 en 4 (zie Tabel 1) van de Wnb. niet worden overtreden. Wel is het belangrijk om, wanneer gewerkt wordt na zonsondergang en voor zonsopkomst, dat werklicht afgewend wordt van bestaande aangrenzende bebouwingen en groenstructuren. Dit om eventueel aanwezige vlieg- en foerageerroutes niet te verstoren.
5.2.2 Overige habitatrichtlijnsoorten Voor overige habitatrichtlijnsoorten is het plangebied (redelijkerwijs) ongeschikt door het ontbreken van een geschikt habitat. Aanvullend onderzoek naar deze soorten is niet noodzakelijk.
5.3 Nationaal beschermde soorten Het plangebied is nagenoeg niet geschikt voor Nationaal beschermde soorten waarvoor in de provincie Limburg een vrijstelling geldt door de afwezigheid van een geschikt habitat. Ook zijn er geen (mogelijke) vaste rust-, voortplantings- en verblijfplaatsen aangetroffen. Aanvullend onderzoek naar deze soorten is niet noodzakelijk. Wel geldt te allen tijde de zorgplicht. Dit houdt in dat indien mogelijk schadelijke effecten op soorten zoveel mogelijk dienen te worden voorkomen. Te denken valt aan het verplaatsen van dieren naar veilige locaties buiten het werkgebied indien zij aangetroffen worden tijdens de werkzaamheden, of daar direct aan voorafgaand.
5.4 Aanbevelingen/ natuur-inclusief bouwen Door niet alleen te kijken naar ‘wat er niet is’, is het juist belangrijk om te kijken naar mogelijkheden voor flora en fauna voor en na de bouw van het nieuwe bedrijfspand. Er zijn altijd mogelijkheden om (nieuwe) soorten een kans te geven zich te vestigen of in stand te houden in het gebied door kleine aanpassingen. Zo kun je denken aan het ophangen van nestkasten voor onder andere huismussen, maar ook voor mezen en andere soorten is van alles te verkrijgen. Om vleermuizen een mogelijkheid te bieden zich te vestigen/ in stand te houden in het gebied kunnen vleermuiskasten opgehangen worden tegen, of ingebouwd worden in de gevels van het bedrijfspand.
Vleermuiskast inbouw type: IB VL 06 (Vivarapro) Vleermuiskast opbouw type: 1FTH-zwart (Waveka) Huismus inbouw type: NK MU 07 (Vivarapro) Huismus opbouw type: NK MU 08 (Vivarapro) Gierzwaluw inbouw type: GZP2 (Unitura) Gierzwaluw opbouw type: GZTH1 (Unitura)
Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68
Pagina
-
16
Er zijn speciale vleermuiskasten te koop via internet: www.vivarapro.nl / www.waveka.nl welke onderdak kunnen bieden aan de diverse soorten vleermuizen. De kasten welke mogelijk geplaatst kunnen worden: