016 bijl04.01 Verkennend bodemonderzoek Koelderstraat Venlo (Aeres Milieu AM20521).pdf
Tekst van het document
Verkennend bodemonderzoek Koelderstraat ong. te Venlo
Verkennend bodemonderzoek Koelderstraat ong. te Venlo Aeres Milieu Projectnummer Status rapport Datum
: AM20521 : Definitief (versie 1) : 1 december 2020
Opdrachtgever
: de heer F.H.M. Hendrikx Koelderstraat 86 5916 NH Venlo
Opgesteld door Paraaf
: ing. T.K.P.G. Thijssen :
Gecontroleerd door Paraaf
: M. Vrolix, bc :
Aeres Milieu B.V. Noordhoven 4 6042 NW ROERMOND (t) 0475 – 320 000 e-mail: info@aeres-milieu.nl www.aeres-milieu.nl
2001 + 2002
Disclaimer Het onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden (opzet conform NEN 5740 en interpretatie aan de hand van de Leidraad Bodembescherming). Opgemerkt wordt dat bij een verkennend bodemonderzoek sprake is van een steekproefsgewijze bemonstering en het nemen van een beperkt aantal monsters. De mogelijkheid blijft daarom bestaan dat puntverontreinigingen, welke niet voortkomen uit het historisch onderzoek, niet door het onderzoek worden aangetoond. Daarnaast blijft het mogelijk dat lokale afwijkingen in de samenstelling van het bodemmateriaal voorkomen. Tot slot wordt erop gewezen dat het uitgevoerde bodemonderzoek een momentopname is. Het bovenstaande betekent dat Aeres Milieu op voorhand geen aansprakelijkheid accepteert voor maatregelen of mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door Aeres Milieu uitgevoerde bodemonderzoek neemt. Tevens wordt opgemerkt dat Aeres Milieu voor het verkrijgen van de voor het historisch onderzoek noodzakelijke informatie (mede) afhankelijk is van externe bronnen. Voor Aeres Milieu is niet te verifiëren of deze bronnen altijd volledig en zonder fouten zijn. Hierdoor kan Aeres Milieu niet instaan voor de juistheid en volledigheid van de verzamelde historische informatie.
Pagina | 2 AM20521
INHOUDSOPGAVE 1. INLEIDING ........................................................................................................................................................................................................................4 2.
VOORONDERZOEK .............................................................................................................................................................................................6 2.1
Inleiding ............................................................................................................................................................................................................6
2.2
Topografische beschrijving ........................................................................................................................................................................6
2.3
Historisch overzicht en omgeving .........................................................................................................................................................6
2.4
Dossieronderzoek ..........................................................................................................................................................................................8
2.5
Bodemopbouw en geo(hydro)logie .................................................................................................................................................... 11
2.6
Beschrijving van de onderzoekslocatie .............................................................................................................................................. 11
2.7
Asbest ............................................................................................................................................................................................................. 12
2.8
Bodemkwaliteitskaart ............................................................................................................................................................................... 12
2.9
Onderzoekshypothese .............................................................................................................................................................................. 12
3.
ONDERZOEKSSTRATEGIE ............................................................................................................................................................................. 13 3.1
Inleiding ......................................................................................................................................................................................................... 13
3.2
Onderzoeksstrategie ................................................................................................................................................................................. 13
4.
VELDWERKZAAMHEDEN ............................................................................................................................................................................... 15 4.1
Algemeen ...................................................................................................................................................................................................... 15
4.2
Grondbemonstering ................................................................................................................................................................................... 15
4.3
Grondwatermonstername ........................................................................................................................................................................ 16
5.
LABORATORIUMONDERZOEK..................................................................................................................................................................... 18 5.1
Algemeen ...................................................................................................................................................................................................... 18
5.2
Grond(meng)monster(s)............................................................................................................................................................................ 18
5.3
Grondwatermonsters ................................................................................................................................................................................. 20
5.4
Toetsing van de gestelde hypothese .................................................................................................................................................. 21
6. CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ...................................................................................................................................................................... 22
Bijlagen: 1 2 3 4 5 6 7 8
Topografische en kadastrale overzichtskaart Foto’s onderzoekslocatie Situatietekening met boorpunten Boorprofielen Verklaring veldmedewerker Toetsingstabellen en analyserapport grond(meng)monster(s) Toetsingstabellen en analyserapport grondwatermonster(s) Omgevingsrapport gemeente Venlo
Pagina | 3 AM20521
1. INLEIDING In opdracht van de heer F.H.M. Hendrikx heeft Aeres Milieu een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd op de locatie Koelderstraat ong. in Venlo. De planlocatie bestaat uit twee deelgebieden, gelegen ten noorden en zuiden van het adres Koelderstraat 86. In afbeelding is de ligging en begrenzing van de onderzoekslocaties weergegeven. Het noordelijk gelegen deelgebied (gele omlijning) is kadastraal bekend als Venlo sectie U nummer 470 (ged.) en heeft een oppervlakte van circa 2.200 m2. Ter plaatse van deze locatie is door Aeres Milieu in december 2014 een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Het zuidelijk gelegen deelgebied (rode omlijning) is kadastraal bekend als Venlo sectie U nummer 469 (ged.) en heeft een oppervlakte van circa 2.100 m2.
Afbeelding 1: luchtfoto met begrenzing onderzoekslocaties (bron luchtfoto pdokviewer)
Aanleiding Dit bodemonderzoek is uitgevoerd in verband met de beoogde bestemmingsplanwijziging en nieuwbouwplan (woningbouw) Ten behoeve van de planontwikkeling is voor de noordelijke planlocatie (gele contour) een actualiserend vooronderzoek conform de NEN5725 uitgevoerd voor de periode december 2014 tot heden en voor de zuidelijke planlocatie (rode contour) een verkennend bodemonderzoek conform de NEN5740. Pagina | 4 AM20521
Doel Het doel van het verkennend onderzoek is, middels een steekproef, het vaststellen van de actuele bodemkwaliteit ter plaatse. Het onderzoek is niet bedoeld om een exacte aard en omvang van een eventuele verontreiniging aan te geven.
Onderzoek Aeres Milieu B.V. heeft geen binding met de opdrachtgever en de onderzoekslocatie anders dan als onafhankelijk onderzoeksbureau. In hoofdstuk 2 is het vooronderzoek en de daaruit volgende onderzoekshypothese beschreven. Naar aanleiding van de opgestelde hypothese wordt in hoofdstuk 3 de onderzoeksstrategie opgesteld. In hoofdstuk 4 worden de veldwerkzaamheden (grond-
en
grondwateronderzoek)
beschreven.
Hoofdstuk
5
beschrijft
de
laboratoriumwerkzaamheden
en
de
onderzoeksresultaten. Het rapport wordt afgesloten met hoofdstuk 6, waarin de conclusies en enkele aanbevelingen staan beschreven. Bemonstering en laboratoriumonderzoek vonden plaats in oktober-november 2020. De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd conform de protocollen van de BRL SIKB 2000. De chemische analyses zijn uitgevoerd door Synlab BV te Rotterdam. Synlab is geaccrediteerd volgens de door de Raad voor Accreditatie gestelde criteria voor Testlaboratoria conform ISO/IEC 17025. Alle analyses zijn uitgevoerd conform Accreditatie Schema 3000 (AS3000).
Pagina | 5 AM20521
2. VOORONDERZOEK 2.1
Inleiding
Conform het onderzoeksprotocol NEN 5725 is ten behoeve van de bepaling van de onderzoeksstrategie op onderhavige locatie een vooronderzoek uitgevoerd. De resultaten van dit vooronderzoek zijn opgenomen in voorliggend hoofdstuk. De in paragraaf 2.1 t/m 2.6 opgenomen informatie is afkomstig van/uit:
de opdrachtgever;
het kadaster;
topotijdreis.nl;
het dinoloket
gemeente Venlo;
provincie Limburg;
terreininspectie.
In principe richt het vooronderzoek zich op alle percelen waarop het onderzoek betrekking heeft én de direct hieraan grenzende percelen. Indien een direct aangrenzend perceel smal (< 10 m breed) is, worden ook de percelen hier weer aan grenzend meegenomen. Indien de aangrenzende percelen groot zijn, wordt alleen het gedeelte van deze percelen binnen 25 meter vanaf de grens van de bodemonderzoekslocatie in beschouwing genomen, tenzij er aanleiding bestaat toch het gehele perceel te onderzoeken.
2.2
Topografische beschrijving
De onderzoekslocaties liggen circa 2,5 kilometer ten noordoosten van het stadscentrum van Venlo. Circa 850 meter ten noorden van de locaties ligt de autosnelweg A67. Op 1 kilometer ten oosten ligt de landsgrens met Duitsland. Zie bijlage 1 voor een topografische kadastrale kaart.
2.3
Historisch overzicht en omgeving
In het kader van het vooronderzoek is historisch kaartmateriaal bestudeerd. De ontwikkeling van het plangebied en de directe omgeving is weergegeven op onderstaande topografische kaarten. Uit het kaartmateriaal is af te leiden dat de beide onderzoekslocaties in 1930 bestonden uit agrarisch bouwland. Beide locaties waren onbebouwd. Op de kaart van 1940 is op het achterterrein van het noordelijke deelgebied bebouwing waar te nemen. Dit betreft vermoedelijk een kas. Het zuidelijk gelegen plangebied is onbebouwd. In 1960 is de situatie ongewijzigd. In de directe omgeving van de locaties neemt het aantal tuinbouwkassen toe. Op de kaart van 1970 is nu ook de zuidelijke locatie bebouwd met een kas. Op de kaart van 1990 zijn beide kassen waar te nemen. Op de kaart is nu ook de huidige bestaande woning Koelderstraat 86 waar te nemen. Op de kaart van 1995 is de noordelijke locatie niet meer bebouwd.
Pagina | 6 AM20521
jaartal 1930
jaartal 1940
jaartal 1970 jaartal 1990 Afbeelding 2: geraadpleegde historische kaarten (Bron kaarten: topotijdreis.nl)
jaartal 1960
jaartal 1995
Op onderstaande luchtfoto uit 1978 is de tuinbouwkas op de onderzoekslocatie te zien.
Afbeelding 3: luchtfoto uit 1978 (bron: archief gemeente Venlo)
Pagina | 7 AM20521
2.4
Dossieronderzoek
Voor het verkrijgen van historische informatie van de onderzoekslocatie is op 16 oktober 2020 een informatieverzoek ingediend bij de gemeente Venlo. Gevraagd is naar uitgevoerde bodemonderzoeken en/of bodemsaneringen, verleende hinderwet- of milieuvergunningen, bouw- en/of sloopvergunningen, de aanwezigheid van onder- en/of bovengrondse brandstoftanks en gegevens over calamiteiten. In het gemeentelijk archief waren echter geen, voor het verkennend bodemonderzoek relevante, bouw- en sloopdossiers beschikbaar. Voor de onderzoekslocatie zijn de in tabel 2.1 weergegeven (relevante) milieuvergunningen geraadpleegd. Dossiernummer
Datum
Vergunning/melding/controle
Opmerkingen
10/1595
11-11-2009
Inspectierapport milieucontrole
Geen bijzonderheden/afwijkingen ten aanzien van bodem.
90/21635
20-5-1999
Controle Wet milieubeheer
Het bedrijf betreft een rozenteeltbedrijf. Geconstateerd is dat
de
hoeveelheid
geconcentreerde
vloeibare
kunstmeststoffen in emballage niet in een vloeistofdichte bak zijn geplaatst. Dit dient te worden hersteld. Voor 1 mei 1999 had op de locatie een verkennend (nul situatie) bodemonderzoek moeten plaatsvinden. Indien dit onderzoek nog niet is uitgevoerd, dient dat alsnog plaats te vinden. 31-10-1996
AMvB tuinbouwbedrijven met bedekte
Tijdens
een
controlebezoek
is
gebleken
dat
de
teelt
bovengrondse tank voor stookolie (HBO) niet in een lekbak is geplaatst. Tevens dient de lekbak tegen inregenen te worden beschermd of te worden voorzien van een aftappunt.
Daarnaast
worden
ter
plaatse
van
de
substraatunit zure en basische stoffen bij elkaar in de lekbak opgeslagen. Deze dienen in separate lekbakken te worden opgeslagen. De lekbak van de substraatunit is onvoldoende vloeistofdicht en dient zo spoedig mogelijk te worden hersteld. Tabel 2.1: Overzicht geraadpleegde (relevante) milieuvergunningen
Via de website van de gemeente Venlo is bodeminformatie gedownload van de locatie en directe omgeving. De omgevingsrapportage is opgenomen in bijlage 8. Binnen het plangebied en in de directe omgeving zijn de in tabel 2.2 weergegeven bodemonderzoeken uitgevoerd. Locatie en onderzoek
Samenvatting onderzoeksresultaten
Noordelijk deelgebied Verkennend bodemonderzoek
Het bodemonderzoek is uitgevoerd in opdracht van de heer F. Hendrikx. Aanleiding voor het
Aeres Milieu, kenmerk AM14330
uitvoeren van het onderzoek is de voorgenomen bestemmingswijziging en nieuwbouwplan.
d.d. 19-08-2015
Gebaseerd op de verzamelde gegevens uit het vooronderzoek is de onderzoekslocatie als “verdacht” beschouwd op de aanwezigheid van landbouwbestrijdingsmiddelen in de bovengrond in verband met het voormalige gebruik van een deel van de locatie als tuinbouwkas.
Pagina | 8 AM20521
Locatie en onderzoek
Samenvatting onderzoeksresultaten De locatie waar eind zeventiger jaren van de vorige eeuw een calamiteit met een lekkende olietank heeft plaatsgevonden, is als verdacht beschouwd op de aanwezigheid van minerale olie in de grond en het grondwater Het onderzoek is uitgevoerd conform de NEN 5740 norm voor verdachte locaties met een verdachte deellocatie. De aanwezigheid van asbestverdacht materiaal in de bodem wordt niet verwacht (niet verdacht). Uit de analyseresultaten blijkt dat de bovengrond licht verontreinigd is met kwik en lood en plaatselijk licht verontreinigd is met cadmium, koper, zink, Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen (PAK-10 Vrom), hexachloorbenzeen en diverse chloorbestrijdingsmiddelen. In de ondergrond zijn geen gehalten gemeten verhoogd ten opzichte van de achtergrondwaarde. Het freatisch grondwater is licht verontreinigd met koper. Ter plaatse van de locatie waar in de 70-er jaren van de vorige eeuw een calamiteit heeft plaatsgevonden met een lekkende huisbrandolietank zijn in de grond en het grondwater geen verhoogde concentraties met minerale olie aangetroffen. De resultaten van dit bodemonderzoek geven geen aanleiding tot het uitvoeren van een aanvullend of nader bodemonderzoek. De milieuhygiënische conditie van de bodem vormt geen belemmering voor de voorgenomen bestemmingswijziging en planontwikkeling.
Oriënterend bodemonderzoek
Als gevolg van een in het verleden lekkende olietank is een slootaanvulling met zand aan de
Heidemij Adviesbureau, kenmerk
Koelderstraat verontreinigd met minerale olie. Deze verontreiniging is in 1986 gesaneerd. Op basis
632/ZA92/E233/51145-2 d.d.
van het oriënterende bodemonderzoek kan worden gesteld dat de minerale olie verontreiniging
september 1992
niet geheel is verwijderd. In het laboratorium is een gehalte, ruim boven de referentiewaarde aangetoonde (400 mg/kg d.s.). Ter plaatse van het voormalige tuindersbedrijf (perceel C 1817) zijn licht verhoogde concentraties aan PAK, zware metalen, EOX en individuele organochloorpesticiden aangetroffen. In de monsters genomen op het (onverdachte) perceel C2516 zijn licht verhoogde gehalten zware metalen, EOX en PAK aangetroffen. Voor lood wordt de B-waarde (nu de tussenwaarde) in geringe mate overschreden. In het grondwater zijn geen sporen van minerale olie aangetroffen. Wel komt chroom in licht verhoogde concentraties voor. Uit de voormalige bovengrondse HBO-tank is begin jaren ’70 van de vorige eeuw circa 1500 liter huisbrandolie weggelopen. Door de lekkage is HBO in de bermsloot terecht gekomen. De sloot is nadien voor het perceel Koelderstraat 86 gedempt. Pagina | 9
AM20521
Locatie en onderzoek
Samenvatting onderzoeksresultaten Tijdens graafwerkzaamheden ten behoeve van de aanleg van nutsvoorzieningen in 1986 is de olieverontreiniging aan het licht gekomen. Hierop volgend is de verontreinigde grond in de strook waarin de nutsleidingen zijn gelegd (in opdracht van de gemeente Venlo) verwijderd. Er is ongeveer 20 m3 verontreinigde grond afgegraven. Uit de zintuiglijke waarnemingen tijdens het in het kader van het vooronderzoek uitgevoerde terreinbezoek blijkt dat de olieverontreiniging niet geheel is verwijderd. Vermoedelijk blijft de restverontreiniging beperkt tot de zandaanvulling in de sloot, buiten de (gesaneerde) leidingstrook.
Zuidelijk deelgebied Verkennend bodemonderzoek
Het bodemonderzoek is uitgevoerd in opdracht van Mts. Hendrikx ten behoeve van het vaststellen
Centraal Bodemkundig Bureau
van de nulsituatie. In het nulsituatie bodemonderzoek is de bodemkwaliteit vastgelegd ter plaatse
kenmerk 2061651 d.d. nov. 1997
van de aanmaak bestrijdingsmiddelen, opslag meststoffen en de bovengrondse olietank. Tijdens de veldwerkzaamheden zijn zintuiglijk geen afwijkingen van het bodemmateriaal waargenomen die wijzen op een bodemverontreiniging. Uit de analyseresultaten van de mengmonsters van de bovengrond blijkt dat de gehaltes van een aantal zware metalen (ter plaatse van de aanmaak bestrijdingsmiddelen en opslag meststoffen) en minerale olie (ter plaatse van de bovengrondse olietank) de streefwaarden overschrijden. Het gehalte aan lood (ter plaatse van de opslag meststoffen) overschrijdt de interventiewaarde. Tevens blijkt dat de groepsparameter EOX (ter plaatse van de aanmaak bestrijdingsmiddelen) de detectiegrens overschrijdt. Uit de analyseresultaten van de grondwatermonsters blijkt dat de gehaltes van een aantal zware metalen (ter plaatse van de aanmaak bestrijdingsmiddelen en opslag meststoffen) de streefwaarden overschrijden. Het gehalte nikkel (ter plaatse van de opslag meststoffen) overschrijdt de interventiewaarde.
Tabel 2.2: Overzicht uitgevoerde bodemonderzoeken Pagina | 10 AM20521
Voor zover bekend hebben er op de locatie geen ophogingen, opvullingen of dempingen plaatsgevonden. Er is geen informatie bekend dat op de locatie of directe omgeving (bedrijfs)activiteiten hebben plaatsgevonden die een potentiële bron zijn voor het voorkomen van PFAS en/of GenX in de bodem.
Uit informatie van het ondergrondportaal van de provincie Limburg is af te leiden dat ter plaatse van de onderzoekslocatie en in de directe omgeving geen voormalige stortplaatsen gelegen zijn en geen ernstige bodemverontreinigingen bekend zijn.
2.5
Bodemopbouw en geo(hydro)logie
De bodemopbouw van de onderzoekslocatie wordt schematisch weergegeven in tabel 2.3. Diepte [m-mv]
Hydrogeologische eenheid
Lithologie
0 – 12
Formatie van Beegden
Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit grof zand, grind en midden zand, weinig zandige klei en fijn zand, een spoor klei en kans op stenen, keien en blokken
12 - 24
24 - 45
Formatie van Peize en
Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden en grof zand, met weinig
formatie van Waalre
zandige klei, fijn zand en grind en een spoor klei en veen
Kiezelooliet formatie
Kleiige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit zandige klei, klei en midden zand, weinig bruinkool en fijn en grof zand en een spoor grind
Tabel 2.3: Geo(hydro)logische indeling (bron: Dinoloket identificatienummer B52H0030)
Het maaiveld ter plaatse van de onderzoekslocatie bevindt zich op een hoogte van circa 21,5 meter +NAP. De stroming van het freatisch grondwater is globaal westelijk gericht en bevindt zich op een hoogte van circa 18 meter +NAP. De onderzoekslocatie bevindt zich niet binnen de grenzen van een grondwaterbeschermingsgebied. Wel ligt het gebied binnen een boringsvrije zone (Venloschol).
2.6
Beschrijving van de onderzoekslocatie
Op 6 november 2020 is een veldinspectie uitgevoerd, hierbij is gelet op het terreingebruik en de aanwezigheid van ondergrondse tanks, stookplaatsen, (half)verhardingslagen, ophogingen, storthopen, dempingen, afgravingen en asbestverdacht materiaal op het terrein. De noordelijk gelegen planlocatie is onbebouwd en is in gebruik als paardenweide. Het gebruik is niet gewijzigd ten opzichte van het gebruik tijdens het uitgevoerde bodemonderzoek in december 2014. Er zijn geen waarnemingen gedaan die wijzen op de aanwezigheid van bodemverontreinigingen of bronnen van verontreinigingen. De zuidelijk gelegen planlocatie is deels bebouwd met een kas. De kas is niet meer in gebruik. Het buitenterrein voor de kas is deels verhard met betonvloer en is deels onverhard. Een deel van de voorzijde van de kas is ingericht als loods/technische ruimte en is verhard met een betonvloer. De kas zelf is onverhard met uitzondering van het betonnen middenpad. In de loods/technische ruimte bevinden zich nog de voormalige aanmaakplaats voor bestrijdingsmiddelen en meststoffen (substraatunit). De eerder op het buitenterrein aanwezige bovengrondse dieselolietank is niet meer aanwezig. Ter plaatse van de voormalige aanmaakplaats voor bestrijdingsmiddelen in de loods en de bovengrondse dieselolietank zijn bestaande peilbuizen aangetroffen.
Pagina | 11 AM20521
Tijdens de veldinspectie zijn op beide locaties geen asbestverdacht materialen aangetroffen. Een fotoreportage van de onderzoekslocatie is opgenomen in bijlage 2.
2.7
Asbest
Uit het dossieronderzoek en de uitgevoerde veldinspectie is geen informatie naar voren gekomen dat ter plaatse van de onderzoekslocatie asbestverdachte activiteiten hebben plaatsgevonden.
2.8
Bodemkwaliteitskaart
Op de bodemkwaliteitskaart van de gemeente Venlo (rapport Bodemkwaliteits- en functieklassenkaart gemeente Venlo, Artifex Terra, rapportnr. 2015.004.R1 d.d. 25 januari 2016) ligt de onderzoekslocatie in bodemkwaliteitszone 2.2 ‘Buitengebied ten oosten van de Maas’. Voor deze zone geldt voor de bovengrond en de ondergrond de ontgravingsklasse ‘AW2000’. Op de bodemfunctieklassenkaart heeft de onderzoekslocatie de functieklasse ‘Industrie’.
2.9
Onderzoekshypothese
Noordelijk plangebied (kadastraal perceel U 470 ged.) Op basis van de resultaten van het uitgevoerde bodemonderzoek in december 2014 is de bovengrond verdacht op het voorkomen van licht verhoogde gehalten aan zware metalen, PAK en chloorbestrijdingsmiddelen en het freatisch grondwater op koper. Gelet op het ongewijzigde gebruik van de locatie (paardenweide) in de periode december 2014 tot heden wordt geen additionele bodemverontreiniging verwacht. De onderzoeksresultaten uit 2014 geven een voldoende actueel beeld van de milieuhygiënische bodemkwaliteit ter plaatse. Zuidelijk plangebied (kadastraal perceel U 469 ged.) Gebaseerd op de verzamelde gegevens uit het vooronderzoek is de onderzoekslocatie als “verdacht” beschouwd. Op basis van onderzoeksresultaten uit 1997 wordt rekening gehouden met het aantreffen van verhoogde gehalten aan zware metalen minerale olie en chloorbestrijdingsmiddelen in de grond en zware metalen in het grondwater. De aanwezigheid van asbestverdacht materiaal in de bodem wordt niet verwacht (onverdacht).
Pagina | 12 AM20521
3. ONDERZOEKSSTRATEGIE 3.1
Inleiding
Op basis van de verzamelde informatie uit het vooronderzoek (NEN 5725) en de gestelde onderzoekshypothese(n) voor de onderzoekslocatie, is voor de zuidelijke planlocatie een onderzoeksstrategie opgesteld conform de richtlijnen van de onderzoeksnorm NEN 5740 (Bodem-Landbodem; Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek – Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond van het Nederlands Normalisatie-Instituut.
3.2
Onderzoeksstrategie
Het bodemonderzoek ter plaatse van de zuidelijke planlocatie is uitgevoerd conform de strategie ‘VED-HE’ uit de NEN 5740. In principe worden boringen willekeurig verspreid over de gehele onderzoekslocatie. Voor het vaststellen van de milieuhygiënische conditie van de bodem (grond en grondwater) van de onderzoekslocatie zal volgens onderstaande strategie veldwerk en monstername voor laboratoriumanalyse plaatsvinden. ONDERZOEKSNORM NEN 5740 'VED-HE' Aantal boringen oppervlakte (m²)
tot 0,5 m in de verdachte laag
2.100
11
boring tot de onderzijde van de verdachte laag met een maximum van 2 m 2
èn boring met peilbuis 1,2)
Aantal te onderzoeken (meng)monsters grond grondwater (verdachte laag)
1
3
1
Tabel 3.1: Veldwerk, monstername en analysestrategie volgens NEN 5740 “verdacht” 1) Deze boringen worden doorgezet tot 0,5 m onder de verdachte laag. Indien de grondwaterspiegel zich dieper dan 5 m beneden het maaiveld bevindt, kan plaatsing van peilbuizen achterwege blijven. De peilbuizen worden in dat geval vervangen door boringen tot tenminste 5,5 m beneden maaiveld. 2) Wanneer de verontreiniging vooral in het grondwater wordt verwacht, wordt het aantal peilbuizen uitgebreid.
Legenda bij tabel 3.1 m: meter beneden maaiveld lutos: lutum en organische stofgehalte De bovengrond en de ondergrond worden onderzocht op de stoffen uit het NEN 5740 ‘standaardpakket’: drogestof-bepaling 9 zware metalen 10 polycyclische aromatische koolwaterstoffen 7 polychloorbifenylen (PCB) minerale olie Tevens bepaalt het laboratorium het gehalte aan organische stof en lutumgehalte voor het vaststellen van een toetsingskader voor de lokale bodemkwaliteit. Het grondwater wordt onderzocht op de stoffen uit het NEN 5740 ‘standaardpakket’: 9 zware metalen 8 vluchtige aromatische koolwaterstoffen (incl. naftaleen) 21 vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen minerale olie
Pagina | 13 AM20521
In aanvulling op de strategie VED-HE is het grondwater uit de bestaande peilbuizen ter plaatse van de voormalige dieselolietank en aanmaakplaats voor bestrijdingsmiddelen bemonsterd. Het grondwatermonster ter plaatse van de bovengrondse dieselolietank is geanalyseerd op minerale olie en vluchtige aromaten. Het grondwatermonster ter plaatse van de aanmaakplaats voor bestrijdingsmiddelen is geanalyseerd op de componenten uit het NEN5740 standaardpakket en chloorbestrijdingsmiddelen. Ter verificatie van het in 1997 sterk verhoogde gehalte aan lood in de bovengrond ter plaatse van de voormalige substraat unit (meststoffen) zijn 3 (extra) grondboringen geplaatst tot minimaal 1,0 m-mv. De grondmonsters van de bovengrond (toplaag) zijn separaat geanalyseerd op zware metalen.
Pagina | 14 AM20521
4. VELDWERKZAAMHEDEN 4.1
Algemeen
Conform de onderzoeksstrategie, zoals beschreven in hoofdstuk 3, is op de onderzoekslocatie een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. De werkzaamheden zijn uitgevoerd onder certificaat op grond van BRL SIKB 2000 conform protocollen 2001 en 2002 van de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer. Voor het traceren van de kabels en leidingen is voorafgaand aan de uitvoering van de veldwerkzaamheden een KLIC melding verricht.
4.2
Grondbemonstering
Op 6 november 2020 zijn de boringen geplaatst volgens de in paragraaf 3.2 weergegeven onderzoeksstrategie. De werkzaamheden zijn uitgevoerd door de heer H. van den Tillaar, erkend monsternemer in het kader van de BRL SIKB 2000 voor de protocollen 2001, 2002 en 2018.
De boringen zijn verricht met behulp van de Edelmanboor (ø 7 of 10 cm). Zie voor de boorpuntlocaties bijlage 3. De boringen 3, 5, 6, 7, 8 en 10 zijn op het voorterrein geplaatst waarbij boorpunt 3 is gesitueerd nabij de voormalige dieselolietank. De boringen 1, 2 en 9 zijn in de loods geplaatst waarbij boorpunt 1 is gesitueerd bij de voormalige aanmaakplaats voor bestrijdingsmiddelen. In de kas zijn de boringen 4 en 11 t/m 18 geplaatst, waarbij de boringen 16, 17 en 18 (extra boringen) zijn gesitueerd ter plaatse van de voormalige substraatunit.
Gebaseerd op de diepte en stroming van het freatisch grondwater is een boring afgewerkt met een peilbuis (zie bijlage 2). Deze is centraal op de onderzoekslocatie geplaatst, ter plaatse van boorpunt 1. Deze peilbuis bevindt zich tevens direct nabij de voormalige substraatunit. De bovenkant van het peilbuisfilter is onder de aangetroffen grondwaterstand geplaatst. Tijdens de installatie van de peilbuis is geen werkwater gebruikt.
Het opgeboorde bodemmateriaal is volgens de classificatienorm voor onverharde bodems (NEN 5104) beoordeeld. Daarnaast is vastgesteld in hoeverre het opgeboorde materiaal mogelijke aanwijzingen biedt voor de aanwezigheid van visueel zichtbare verontreiniging.
Op basis van de zintuiglijke waarnemingen en de bodemopbouw heeft laagsgewijze bemonstering plaatsgevonden. De uitkomende grond en alle zintuiglijk waargenomen bijzonderheden zijn per boring beschreven in de profielbeschrijvingen (zie bijlage 4).
In tabel 4.1 zijn de boringen beschreven waarin zintuiglijk afwijkingen zijn geconstateerd. Pagina | 15 AM20521
Boring
Traject (m -mv) 0 – 0,5
Grondsoort
Waargenomen bijzonderheden
03
Diepte boring (m -mv) 2,0
zand
sporen baksteen
06
1,0
0 – 0,1
zand
zwak basteenhoudend
0,1 – 0,5
zand
sporen baksteen
07
1,0
0,1 – 0,5
zand
sporen baksteen
08
1,1
0,1 – 0,6
zand
zwak baksteenhoudend
16
1,2
0,2 – 0,7
zand
sporen baksteen
17
1,2
0 – 0,7
zand
sporen baksteen
Tabel 4.1: Overzicht zintuiglijke afwijkingen
In het kader van dit onderzoek is geen specifiek onderzoek (conform NEN 5707) verricht naar het voorkomen van asbest in de grond en op het maaiveld. Wel heeft een inspectie van het terrein plaatsgevonden. Op het maaiveld en in de vrijkomende grond zijn geen asbestverdachte materialen aangetroffen. De visueel waargenomen baksteenresten in de bovengrond worden niet als asbestverdacht beschouwd. Het voorliggende onderzoek doet geen bindende uitspraak over de aan- of afwezigheid van asbest in de bodem binnen de onderzoekslocatie.
4.3
Grondwatermonstername
De peilbuizen zijn op 13 november 2020 bemonsterd conform protocol 2002 van de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer. De bemonstering is uitgevoerd door erkend veldwerker van Aeres Milieu, de heer L. Koomen. Voorafgaand aan de bemonstering is de grondwaterstand opgenomen en zijn de zuurgraad (pH) en het elektrischegeleidingsvermogen (Ec) van het grondwater bepaald. Deze waarden waren constant bij monstername. De geleidbaarheid is gecorrigeerd voor de grondwatertemperatuur. De geleiding is een maat voor de concentratie aan opgeloste stoffen in het water, terwijl de pH de zuurgraad van het water aangeeft (pH<7: zuur, pH = 7: neutraal, pH>7: basisch). De grondwatermonsters zijn in het veld, voor zover noodzakelijk gefiltreerd en geconserveerd. De in het veld gemeten parameters zijn in tabel 4.2 samengevat. Peilbuis Pb 1 (bestaand)
Filterdiepte (m-mv.) 2,7 – 3,7
Grondwaterstand (m-mv.) 1,5
pH (-)
Ec (µS/cm)
5,9
452
Troebelheid (NTU) 9,81
Pb 2
1,9 – 2,9
1,5
5,9
472
19,8
Pb 3 (bestaand)
2,1 – 3,1
1,5
6,0
533
8,38
Tabel 4.2: Resultaten veldmetingen tijdens grondwatermonstername
De meetresultaten wijken niet af van natuurlijk of regionaal voorkomende waarden. In het grondwater uit peilbuis 2 is sprake van een verhoogde troebelheid (>10 NTU). Een verhoogde troebelheid kan in sommige gevallen leiden tot een overschatting van de gehalten aan organische parameters in het grondwater. Bij het voorliggende onderzoek is de index van geen enkele organische parameter verhoogd (zie 5.3 grondwateranalyse).
Pagina | 16 AM20521
De eventuele overschatting van de gehalten als gevolg van een verhoogde troebelheid heeft geen gevolgen voor de interpretatie van de onderzoeksgegevens en de conclusies van dit rapport. Aanvullend onderzoek naar de verhoogde troebelheid is daarom niet uitgevoerd. De overige waarden geven geen aanleiding tot opmerkingen.
Pagina | 17 AM20521
5. LABORATORIUMONDERZOEK 5.1
Algemeen
De analyses zijn uitgevoerd door het onderzoekslaboratorium van Synlab BV te Rotterdam. Synlab is geaccrediteerd volgens de door de Raad voor Accreditatie gestelde criteria voor Testlaboratoria conform ISO/IEC 17025, waar verdere conservering en (voor)behandeling van de monsters plaats heeft gevonden.
5.2
Grond(meng)monster(s)
In het laboratorium zijn voor het chemisch onderzoek van de grondmonsters uit de boven- en ondergrond al dan niet mengmonsters samengesteld volgens onderstaande tabel. De keuze voor het samenstellen van deelmonsters tot een mengmonster of het analyseren van individuele monsters is gebaseerd op de zintuiglijke waarnemingen in het veld en op de onderzoeksstrategie. Analysemonster MM1 (buitenterrein)
Traject (m -mv) 0 – 0,5
Deelmonsters
Analysepakket
3-1
Standaardpakket incl. lu/os
6-2 8-1 MM2 (loods)
0,1 – 0,5
2-1
Standaardpakket incl. lu/os
9-2 MM3 (kas)
0 – 0,5
4-2
Standaardpakket incl. lu/os
11-2 12-2 15-2 MM4 (gehele terrein)
0,5 – 2,0
1-2
Standaardpakket incl. lu/os
2-5 3-2 4-3 6-3 MM5 (kas)
0 – 0,2
4-1
Organochloor bestrijdingsmiddelen incl. lu/os
11-1 13-1 15-1 M6 (vml. aanmaak bestrijdingsmiddelen)
0,7 – 1,0
1-2
Organochloor bestrijdingsmiddelen incl. lu/os
M7 (vml. dieselolietank)
0 – 0,5
3-1
Minerale olie incl. lu/os
M8 (vml. substraatunit)
0 – 0,2
16-1
Zware metalen (9) incl. lu/os
M9 (vml. substraatunit)
0 – 0,2
17-1
Zware metalen (9) incl. lu/os
M10 (vml. substraatunit)
0 – 0,2
18-1
Zware metalen (9) incl. lu/os
Tabel 5.1: samenstelling analysemonsters en analysepakket
Pagina | 18 AM20521
De analyseresultaten van de grond(meng)monsters worden in de volgende tabel samengevat, waarbij door middel van onderstaande sterrencodering de mate van verontreiniging is aangegeven.
*
Het gehalte is groter dan de achtergrondwaarde en kleiner dan of gelijk aan de het gemiddelde van de achtergronden interventiewaarde;
**
het gehalte is groter dan het gemiddelde van de achtergrond- en interventiewaarde en kleiner dan of gelijk aan de interventiewaarde;
***
het gehalte is groter dan de interventiewaarde.
In de Regeling bodemkwaliteit (RBK) is vastgelegd dat de toetsing altijd moet plaatsvinden door het gevonden gehalte in een monster eerst te corrigeren met het lutum en organisch stof gehalte (=berekende concentratie) en vervolgens te vergelijken met de grenswaarden van de Regeling Bodemkwaliteit. In de kolommen zijn alleen die stoffen vermeld waarvan de analyseresultaten na toetsing hoger zijn dan de bijbehorende achtergrondwaarde voor duurzame bodemkwaliteit. Zie bijlage 6 voor de toetsingstabellen en het analyserapport. (Meng)monster MM1
Traject (m -mv) 0 – 0,5
Zintuiglijke waarnemingen
Verhoogde component
baksteenhoudend
Cadmium
Berekende concentratie [mg/kg d.s.] en toetsing 0,915 *
Kwik
0,509
*
Lood
96,9
*
Zink
232
*
PAK
5,08
*
MM2
0,1 – 0,5
geen bijmengingen/bijzonderheden
--
-
-
MM3
0 – 0,5
geen bijmengingen/bijzonderheden
Cadmium
0,921
*
Koper
48,8
*
Kwik
0,346
*
Lood
90,5
*
Zink
174
*
MM4
0,5 – 2,0
geen bijmengingen/bijzonderheden
--
-
-
MM5
0 – 0,2
geen bijmengingen/bijzonderheden
Hexachloorbenzeen
0,0351
*
Som DDT
0,409
*
Som DDD
0,0642
*
Som aldrin/dieldrin/endrin
0,203
*
Gamma-HCH
0,00807
*
Som heptachloorepoxide
0,024
*
Alpha-endosulfan
0,00667
*
Som chloordaan
0,0205
*
M6 (1-2)
0,7 – 1,0
geen bijmengingen/bijzonderheden
Som aldrin/dieldrin/endrin
*
M7 (3-1)
0 – 0,5
geen olie-water reactie, spoor baksteen
--
-
-
M8 (16-1)
0 – 0,2
geen bijmengingen/bijzonderheden
Cadmium
0,945
*
Koper
51,7
*
Kwik
0,224
*
Lood
102
* Pagina | 19
AM20521
(Meng)monster M9 (17-1)
M10 (18-1)
Traject (m -mv) 0 – 0,2
0 – 0,2
Zintuiglijke waarnemingen
Verhoogde component
spoor baksteen
Cadmium
Berekende concentratie [mg/kg d.s.] en toetsing 0,939 *
Koper
60,2
*
Kwik
0,237
*
Lood
87,9
*
Cadmium
0,717
*
Koper
54,7
*
Kwik
0,215
*
Lood
79,2
*
Zink
146
*
geen bijmengingen/bijzonderheden
Tabel 5.2: Toetsingsresultaten van de grond(meng)monsters
Uit de analyseresultaten blijkt dat bovengrond van het buitenterrein (MM1, dieptetraject 0-0,5 m-mv.) licht verhoogd is met zware metalen (cadmium, kwik, lood en zink) en PAK. In de bovengrond onder de betonvloer in de loods (MM2, traject 0,1-0,5 m-mv) zijn geen gehalten verhoogd ten opzichte van de achtergrondwaarden gemeten. De bovengrond in de kas (MM3, traject 0-0,5 m-mv) is licht verhoogd met zware metalen (cadmium, koper, kwik, lood en zink). De toplaag in de kas (MM5, 0-0,2 mmv) is licht verhoogd met chloorbestrijdingsmiddelen. Ter plaatse van de voormalige aanmaakplaats van bestrijdingsmiddelen is het bodemtraject van 0,7 tot 1,0 m-mv (monster M6) licht verhoogd met som aldrin/dieldrin/endrin. De bovengrond ter plaatse van de voormalige dieselolietank (M7) is niet verhoogd met minerale olie. De separaat geanalyseerde grondmonsters (traject 0-0,2 m-mv) ter plaatse van de voormalige substraatunit (M8, M9 en M10) zijn licht verhoogd met zware metalen. Het in 1997 aangetoonde sterk verhoogde gehalte aan lood wordt niet bevestigd.
In het mengmonster van de ondergrond van de gehele locatie (MM4) zijn geen verhoogde gehalten aangetoond.
5.3
Grondwatermonsters
De analyseresultaten van de grondwatermonsters worden in de volgende tabel samengevat, waarbij door middel van onderstaande sterrencodering de mate van verontreiniging is aangegeven.
*
Het gehalte is groter dan of gelijk aan de streefwaarde (of de detectiegrens, indien deze hoger is) en kleiner dan of gelijk aan het gemiddelde van de streef- en interventiewaarde;
**
het gehalte is groter dan het gemiddelde van de streef- en interventiewaarde en kleiner dan of gelijk aan de interventiewaarde;
***
het gehalte is groter dan de interventiewaarde.
In de kolommen zijn alleen die stoffen vermeld waarvan de analyseresultaten na toetsing hoger zijn dan de bijbehorende streefwaarde voor duurzame bodemkwaliteit. Zie bijlage 7 voor de toetsingstabellen en het analyserapport.
Pagina | 20 AM20521
Peilbuis
Filtertraject [m-mv]
1
2
1,9 – 2,9
3
Grondwaterstand [m-mv.]
Verhoogde component
1,5
Barium
Gemeten concentratie [µg/l] en toetsing 61 *
Cadmium
0,63
*
Nikkel
19
*
Xylenen
0,28
*
1,5
--
-
-
1,5
Xylenen
0,28
*
Tabel 5.3: Toetsingsresultaten van de grondwatermonsters
Uit de analyseresultaten blijkt dat het grondwater afkomstig uit peilbuis 1 (vml. aanmaak bestrijdingsmiddelen) licht verhoogd is met zware metalen (barium, cadmium en nikkel) en xylenen. Voor de geanalyseerde chloorbestrijdingsmiddelen zijn geen gehalten gemeten verhoogd ten opzichte van de streefwaarden. In het grondwater afkomstig uit peilbuis 2 (nabij vml. substraatunit) zijn geen gehalten gemeten verhoogd ten opzichte van de streefwaarden. Het freatisch grondwater uit peilbuis 3 (vml. bovengrondse dieselolietank) is licht verhoogd met xylenen.
5.4
Toetsing van de gestelde hypothese
Geconcludeerd kan worden dat de analyseresultaten van de grond- en grondwatermonsters in overeenstemming zijn met de vooraf geformuleerde hypothese dat de locatie als verdacht beschouwd dien te worden. De gemeten concentraties liggen ruim beneden de tussenwaarden. Het uitvoeren van een aanvullend of nader bodemonderzoek is gelet op de gemeten concentraties niet noodzakelijk geacht.
Pagina | 21 AM20521
6. CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN Noordelijk plangebied (kadastraal perceel U 470 ged.) Op basis van de resultaten van het uitgevoerde bodemonderzoek in december 2014 is de bovengrond verdacht op het voorkomen van licht verhoogde gehalten aan zware metalen, PAK en chloorbestrijdingsmiddelen en het freatisch grondwater op koper. Gelet op het ongewijzigde gebruik van de locatie (paardenweide) in de periode december 2014 tot heden wordt geen additionele bodemverontreiniging verwacht. De onderzoeksresultaten uit 2014 geven een voldoende actueel beeld van de milieuhygiënische bodemkwaliteit ter plaatse. De milieuhygiënische conditie van de bodem vormt geen belemmering voor de bestemmingsplanwijziging en het voorgenomen nieuwbouwplan. Zuidelijk plangebied (kadastraal perceel U 469 ged.) Uit de onderzoeksresultaten blijkt dat bovengrond van het buitenterrein licht verhoogd is met zware metalen (cadmium, kwik, lood en zink) en PAK. In de bovengrond onder de betonvloer in de loods zijn geen gehalten verhoogd ten opzichte van de achtergrondwaarden gemeten. De bovengrond in de kas is licht verhoogd met zware metalen (cadmium, koper, kwik, lood en zink). De toplaag in de kas is licht verhoogd met chloorbestrijdingsmiddelen. Ter plaatse van de voormalige aanmaakplaats van bestrijdingsmiddelen is het bodemtraject van 0,7 tot 1,0 m-mv licht verhoogd met som aldrin/dieldrin/endrin.
De bovengrond ter plaatse van de voormalige dieselolietank is niet verhoogd met minerale olie. De separaat geanalyseerde grondmonsters ter plaatse van de voormalige substraatunit (M8, M9 en M10) zijn licht verhoogd met zware metalen. Het in 1997 aangetoonde sterk verhoogde gehalte aan lood wordt niet bevestigd. In het mengmonster van de ondergrond van de gehele locatie zijn geen verhoogde gehalten aangetoond. Het freatisch grondwater bij de voormalige aanmaak bestrijdingsmiddelen is licht verhoogd met zware metalen (barium, cadmium en nikkel) en xylenen. Voor de geanalyseerde chloorbestrijdingsmiddelen zijn geen gehalten gemeten verhoogd ten opzichte van de streefwaarden. In Het grondwater centraal op de locatie en nabij de voormalige substraatunit zijn geen gehalten gemeten verhoogd ten opzichte van de streefwaarden. Het freatisch grondwater ter plaatse van de voormalige bovengrondse dieselolietank is licht verhoogd met xylenen. De resultaten van dit bodemonderzoek geven geen aanleiding tot het uitvoeren van een nader bodemonderzoek. De milieuhygiënische conditie van de bodem vormt geen belemmering voor de bestemmingsplanwijziging en het voorgenomen nieuwbouwplan. Middels het uitgevoerde bodemonderzoek is tevens de eindsituatie vastgesteld van het voormalige tuinbouwbedrijf.
Pagina | 22 AM20521
Algemeen Indien er werkzaamheden plaatsvinden, waarbij grond vrijkomt, kan de grond mogelijk niet zonder meer worden afgevoerd of elders worden toegepast. Ten aanzien van hergebruik van deze grond elders is het Besluit Bodemkwaliteit en het tijdelijke handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie van toepassing.
Het freatisch grondwater ter plaatse van beide locaties is niet multifunctioneel toepasbaar. Het wordt daarom afgeraden het freatisch grondwater te gebruiken voor consumptie, besproeiing of proceswater.
Pagina | 23 AM20521
aeres milieu
Bijlage 1 Topografische en kadastrale situatie
AM20521
Kadastrale kaart
Uw referentie: AM20527-TT
Deze kaart is noordgericht
12345 25
Schaal 1: 2000
Perceelnummer Huisnummer Vastgestelde kadastrale grens Voorlopige kadastrale grens Administratieve kadastrale grens
Kadastrale gemeente Sectie Perceel
Venlo U 469
Bebouwing Voor een eensluidend uittreksel, geleverd op 30 oktober 2020 De bewaarder van het kadaster en de openbare registers
Aan dit uittreksel kunnen geen betrouwbare maten worden ontleend. De Dienst voor het kadaster en de openbare registers behoudt zich de intellectuele eigendomsrechten voor, waaronder het auteursrecht en het databankenrecht.
aeres milieu
Bijlage 2 Foto’s onderzoekslocaties
AM20521
AM20521
Foto 1 – noordelijk plangebied (perceel U nr. 470 ged.)
Foto 2 – noordelijk plangebied (perceel U nr. 470 ged.)
Foto 3 – noordelijk plangebied (perceel U nr. 470 ged.)
Foto 4 – noordelijk plangebied (perceel U nr. 470 ged.)
AM20521
Foto 1 – zuidelijk plangebied (perceel U nr. 469 ged.)
Foto 2 – zuidelijk plangebied (perceel U nr. 469 ged.)
Foto 3 – zuidelijk plangebied (perceel U nr. 469 ged.)
Foto 4 – zuidelijk plangebied (perceel U nr. 469 ged.)
Foto 5 – zuidelijk plangebied (perceel U nr. 469 ged.)
Foto 6 – zuidelijk plangebied (perceel U nr. 469 ged.)
AM20521
Foto 7 – zuidelijk plangebied (perceel U nr. 469 ged.)
Foto 8 – zuidelijk plangebied (perceel U nr. 469 ged.)
Foto 9 – zuidelijk plangebied (perceel U nr. 469 ged.)
Foto 10 – zuidelijk plangebied (perceel U nr. 469 ged.)
Foto 11 – zuidelijk plangebied (perceel U nr. 469 ged.)
Foto 12 – zuidelijk plangebied (perceel U nr. 469 ged.)
AM20521
Foto 13 – zuidelijk plangebied (perceel U nr. 469 ged.)
Foto 15 – zuidelijk plangebied (perceel U nr. 469 ged.)
Foto 14 – zuidelijk plangebied (perceel U nr. 469 ged.)
aeres milieu
Bijlage 3 Situatietekeningen met fotopuntlocaties en boorpunten
AM20521
211826
211851
211876
211901
377100 377075
377075
377100
377125
211801
377125
211776
fotopuntenkaart (A4) AM20521 Venlo Koelderstraat Schaal
377050
v1.0_25-11-2020_LK
plangebied Foto's Achtergrond: topografische kaart PDOK Actueel 25 cm, Kadastrale kaart WFS PDOK
211776
211801
211826
211851
211876
211901
377050
N
Legenda
211776
211801
211826
211851
377025
377025
377050
211751
377050
211726
Legenda boring tot 0,5 m-mv
377000
377000
boring tot 1,0 m-mv boring tot 2,0 m-mv peilbuis bestaande peilbuis
Boorpuntenkaart (A4)
plangebied
AM20521 Koelderstraat Venlo
vml. loc. aanmaak bestrijdingsmiddelen
Schaal
N
vml. loc. substraatunit
Foto's Achtergrond: ondergrond PDOK Actueel 25 cm, Kadastrale kaart WFS PDOK
211726
211751
211776
211801
211826
211851
376975
v1.0_25-11-2020_LK
376975
vml. loc. b.g. dieselolietank
aeres milieu
Bijlage 4 Boorprofielen
AM20521
getekend volgens NEN 5104
Boring:
01
Boring: 0 10
0
beton
02 0 10
0
Geen monstermateriaal 50
1
70
2 100
100 3
50
50 Zand, zeer fijn, zwak siltig, matig humeus, donker zwartbruin, Edelmanboor Zand, zeer fijn, zwak siltig, grijsgeel, Edelmanboor
2 80
100
150
130
4
200
200
Zand, zeer fijn, zwak siltig, beigegrijs, Edelmanboor
150 Zand, zeer fijn, zwak siltig, matig grindhoudend, witgrijs, Zuigerboor handmatig
4
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor Leem, zwak zandig, zwak humeus, bruingrijs, Edelmanboor
3
Leem, zwak zandig, geelgrijs, Edelmanboor 150
Betonboor Zand, zeer fijn, zwak siltig, sporen grind, grijsgeel, Edelmanboor
1 50
beton
5 200 220
Zand, zeer fijn, zwak siltig, lichtgrijs, Edelmanboor 250
290
Boring:
03
0
Boring: 0
erf
50
Zand, zeer fijn, zwak siltig, matig humeus, sporen wortels, sporen baksteen, geen olie-water reactie, donkerbruin, Edelmanboor
1 50
100
100
2 50
50
150 4
200
200
90
4
150
150 Zand, zeer fijn, zwak siltig, zwak grindhoudend, geen olie-water reactie, grijsgeel, Zuigerboor handmatig
erf
50
50
0
06 1
0 10
erf
50
Zand, zeer fijn, zwak siltig, matig humeus, sporen baksteen, donker zwartbruin, Edelmanboor
2 50 3 100
100
Boring:
07
Boring: 0 10
0 1
50
50
Zand, matig fijn, zwak siltig, sporen baksteen, zwak grindhoudend, grijsgeel, Edelmanboor
100
0 10
0 1 50
60
2 100
Zand, zeer fijn, zwak siltig, zwak baksteenhoudend, oranjebruin, Edelmanboor
Zand, zeer fijn, zwak siltig, donker witgrijs, Edelmanboor
08
Betonboor
Zand, matig fijn, zwak siltig, licht, Edelmanboor
2 100
beton
Zand, zeer fijn, zwak siltig, donker geelgrijs, Edelmanboor
200
200
Zand, zeer fijn, zwak siltig, matig humeus, sporen wortels, donkerbruin, Edelmanboor
1
Leem, matig zandig, geelgrijs, Edelmanboor
Zand, zeer fijn, zwak siltig, donker geelgrijs, Zuigerboor handmatig
6
Boring: 0
110
5
05
0
Zand, zeer fijn, zwak siltig, licht grijsgeel, Edelmanboor
3 100
150
erf Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, uiterst wortelhoudend, donkerbruin, Edelmanboor
1
Leem, zwak zandig, sporen wortels, geen olie-water reactie, blauwgrijs, Edelmanboor
3
Boring:
0
0
Zand, zeer fijn, zwak siltig, geen olie-water reactie, bruingrijs, Edelmanboor
2
04
110
beton Betonboor Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, zwak grindhoudend, zwak baksteenhoudend, donkerbruin, Edelmanboor Zand, matig fijn, zwak siltig, neutraalgrijs, Edelmanboor, Matig leembrokken
Projectnaam: Koelderstraat te Venlo Projectcode: AM20521
Opdrachtgever: Dhr. F, Hendrikx
getekend volgens NEN 5104
Boring:
09
Boring: 0 10
0 1
25
2
beton
Boring: 0
0
erf
2 50
50
0
2 50
50
Boring: 0
erf
2 50
50
14 0
0
Zand, zeer fijn, zwak siltig, matig humeus, uiterst wortelhoudend, donkerbruin, Edelmanboor
1
2 50
50
Zand, zeer fijn, zwak siltig, donker geelbruin, Edelmanboor 100
100
15
Boring: 0
0 2
50
16 0
0
Zand, zeer fijn, zwak siltig, matig humeus, sporen grind, sporen wortels, donkerbruin, Edelmanboor
1
50
erf
erf Zand, zeer fijn, zwak siltig, matig humeus, sporen baksteen, donkerbruin, Edelmanboor
1
3
Boring:
erf Zand, zeer fijn, zwak siltig, matig humeus, sporen wortels, donkerbruin, Edelmanboor
1
13
0
12
0
Zand, zeer fijn, zwak siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor
1
Boring:
50
50
11
erf Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, sporen wortels, donkerbruin, Edelmanboor
1
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor Zand, zeer fijn, zwak siltig, grijsgeel, Edelmanboor
Boring:
0
0
Betonboor
50
50
10
1
20
2 50 3
70
4 100
100 5
120
erf Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, sporen wortels, donkerbruin, Edelmanboor Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, sporen baksteen, donkerbruin, Edelmanboor Zand, matig fijn, zwak siltig, lichtgrijs, Edelmanboor Leem, zwak zandig, zwak humeus, grijsbruin, Edelmanboor
Projectnaam: Koelderstraat te Venlo Projectcode: AM20521
Opdrachtgever: Dhr. F, Hendrikx
getekend volgens NEN 5104
Boring:
17
Boring: 0
0
erf
2 50
0
0
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, sporen baksteen, sporen grind, donkerbruin, Edelmanboor
1
18 erf Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, sporen grind, donkerbruin, Edelmanboor
1 2 50
3 4
100
100 5
3
70
120
Zand, matig fijn, zwak siltig, lichtgrijs, Edelmanboor
70
4 100
100
Zand, matig fijn, zwak siltig, lichtgrijs, Edelmanboor
Leem, zwak zandig, zwak humeus, grijsbruin, Edelmanboor
Projectnaam: Koelderstraat te Venlo Projectcode: AM20521
Opdrachtgever: Dhr. F, Hendrikx
Legenda (conform NEN 5104) grind
klei
geur
Grind, siltig
Klei, zwak siltig
Grind, zwak zandig
Klei, matig siltig
geen geur zwakke geur matige geur sterke geur
Grind, matig zandig
Klei, sterk siltig
Grind, sterk zandig
Klei, uiterst siltig
Grind, uiterst zandig
Klei, zwak zandig
uiterste geur
olie geen olie-water reactie zwakke olie-water reactie matige olie-water reactie sterke olie-water reactie Klei, matig zandig
Klei, sterk zandig
zand
uiterste olie-water reactie
p.i.d.-waarde >0
Zand, kleiïg
>1 >10 Zand, zwak siltig
>100
leem
>1000
Zand, matig siltig
Leem, zwak zandig
>10000
Zand, sterk siltig
Leem, sterk zandig
monsters geroerd monster
Zand, uiterst siltig
overige toevoegingen zwak humeus
veen Veen, mineraalarm
matig humeus
ongeroerd monster volumering
overig bijzonder bestanddeel
Veen, zwak kleiïg
sterk humeus
Gemiddeld hoogste grondwaterstand grondwaterstand
Veen, sterk kleiïg
zwak grindig
Veen, zwak zandig
matig grindig
Veen, sterk zandig
sterk grindig
Gemiddeld laagste grondwaterstand slib
water
peilbuis blinde buis
casing
hoogste grondwaterstand gemiddelde grondwaterstand laagste grondwaterstand zand afdichting bentoniet/mikoliet/klei afdichting
grind afdichting filter
aeres milieu
Bijlage 5 Verklaring veldmedewerker
AM20521
VERKLARING Hierbij verklaar ik (ondergetekende) dat de veldwerkzaamheden onafhankelijk van de opdrachtgever zijn uitgevoerd conform de eisen van de BRL 2000. Projectnummer
AM20521
Onderzoekslocatie
Koelderstraat ong. te Venlo (kadastraal perceel U, nr. 469 ged.)
Opdrachtgever
De heer F.H.M. Hendrikx
Afwijkingen van BRL 2000 (protocol)
Nee
Ja, aard en motivatie afwijkingen beschrijven Protocol:
Datum uitvoering veldwerkzaamheden:
2001
6 november 2020
2002
13 november 2020
Gecertificeerd monsternemer
H. van den Tillaar
L. Koomen
aeres milieu
Bijlage 6 Analyseresultaten grond(meng)monsters met achtergrond en interventiewaarden
AM20521
Projectnaam Projectcode
Koelderstraat te Venlo AM20521
Tabel: Analyseresultaten grond (as3000) monsters (gehalten in mg/kgds, tenzij anders aangegeven) Monstercode Bodemtype
MM1 1 or
MM2 2 or
br
AW 1/2(AW+I)
Ja 82.4 <1 Geen
-----
Ja 93.9 <1 Geen
-----
organische stof (gloeiverlies) (% vd DS)
6.0
--
1.1
--
KORRELGROOTTEVERDELING lutum (bodem)(% vd DS) 4.5
--
1.5
--
66 0.65 3.5 23 0.38 69 0.60 9.6 120
195 0.915 9.66 38.9 0.509 96.9 0.6 23.2 232
*
* *
*
<20 <0.2 2.0 7.9 <0.05 <10 <0.5 3.5 27
POLYCYCLISCHE AROMATISCHE KOOLWATERSTOFFEN naftaleen 0.02 -<0.01 fenantreen 0.72 -0.01 antraceen 0.19 -<0.01 fluoranteen 1.3 -0.02 benzo(a)antraceen 0.60 -<0.01 chryseen 0.58 -<0.01 benzo(k)fluoranteen 0.32 -<0.01 benzo(a)pyreen 0.54 -<0.01 benzo(ghi)peryleen 0.40 -0.01 indeno(1,2,3-cd)pyreen 0.41 -<0.01 pak-totaal (10 van VROM) (0.7 factor) 5.08 5.08 * 0.089 POLYCHLOORBIFENYLEN (PCB) PCB 28(µg/kgds) <1 PCB 52(µg/kgds) <1 PCB 101(µg/kgds) <1 PCB 118(µg/kgds) <1 PCB 138(µg/kgds) <1 PCB 153(µg/kgds) <1 PCB 180(µg/kgds) <1 som PCB (7) (0.7 factor)(µg/kgds) 4.9 MINERALE OLIE fractie C10-C12 fractie C12-C22 fractie C22-C30 fractie C30-C40 totaal olie C10 - C40
<5 <5 12 9 20
-------8.17 ----33.3
Monstercode en monstertraject 1 13349073-001 MM1 03(1) 06(2) 08(1) 2 13349073-002 MM2 02(1) 09(2)
<1 <1 <1 <1 <1 <1 <1 4.9 <5 <5 12 10 20
RBK eis
br
monster voorbehandeling() droge stof(gew.-%) gewicht artefacten(g) aard van de artefacten(-)
METALEN barium+ cadmium kobalt koper kwik° lood molybdeen nikkel zink
I
54.2 0.241 7.03 16.3 0.0503 11 0.35 10.2 64.1
0.60 15 40 0.15 50 1.5 35 140
6.8 102 115 18 290 96 68 430
920 13 190 190 36 530 190 100 720
20 0.20 3.0 5.0 0.050 10 1.5 4.0 20
1.5
21
40
0.35
20
510
1000
4.9
190
2595
5000
35
----------0.089
-------24.5
a
----100
De resultaten zijn voor de interventiewaarde getoetst aan de toetsingswaarden zoals vermeld in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013, Staatcourant 27 juni 2013, Nr. 16675 en voor de achtergrondwaarde aan het Besluit Bodemkwaliteit, Staatscourant 20 december 2007, Nr. 247. Tevens zijn de volgende wijzigingen doorgevoerd: De gewijzigde grenswaarden van een aantal OCB (per 30-07-2008) (www.Senternovem.nl) en de wijziging in de Staatscourant 67 van 7 april 2009 en met wijzingen zoals beschreven in de Staatscourant nr. 22335 (02-11-2012). De gehalten die de betreffende toetsingswaarden overschrijden zijn als volgt geclassificeerd: het gehalte is groter dan de achtergrondwaarde en kleiner dan of gelijk aan het gemiddelde van de achtergrond- en * interventiewaarde het gehalte is groter dan het gemiddelde van de achtergrond- en interventiewaarde en kleiner dan of gelijk aan de ** interventiewaarde *** het gehalte is groter dan de interventiewaarde -geen toetsingswaarde voor opgesteld niet geanalyseerd # Verhoogde rapportagegrens, voor meer informatie zie analysecertificaat RBK Tabel 1 (rapportagegrenzen), Staatscourant nr. 22335 (02-11-2012). a gecorrigeerd gehalte is groter dan of gelijk aan de achtergrondwaarde (of geen achtergrondwaarde voor opgesteld), maar wel kleiner dan de RBK rapportagegrens zoals beschreven in de Staatscourant nr.
22335 (02-11-2012), dus mag verondersteld worden kleiner dan de achtergrondwaarde te zijn. b gecorrigeerd gehalte is groter dan de achtergrondwaarde (of geen achtergrondwaarde voor opgesteld), en groter dan de RBK rapportagegrens zoals beschreven in de Staatscourant nr. 22335 (02-11-2012). + De interventiewaarde voor barium geldt alleen voor die situaties waarbij duidelijk sprake is van antropogene verontreiniging en geen sprake is van thermisch gereinigde grond en baggerspecie. ° Er staan twee interventie waardes beschreven voor kwik in grond in de circulaire bodemsanering (per 1 juli 2013); 4 mg/kg d.s. voor organisch kwik en 36 mg/kg d.s. voor anorganisch kwik. Het analyse resultaat is het gehalte aan kwik. Er kan daarin geen verder onderscheid worden gemaakt tussen de twee soorten. Voor deze toetsing wordt de eis van 36 mg/kg d.s. gehanteerd. or Origineel resultaat br Omgerekend resultaat De achtergrond- en interventiewaarden zijn afhankelijk van de bodemsamenstelling. Voor de toetsing is gebruik gemaakt van de volgende samenstelling: (Als humus/lutum niet is gemeten geldt een default waarde van lutum = 25% en organische stof = 10%.) Bodemtypehumus lutum 1 6% 4.5% 2 1.1% 1.5%
Projectnaam Projectcode
Koelderstraat te Venlo AM20521
Tabel: Analyseresultaten grond (as3000) monsters (gehalten in mg/kgds, tenzij anders aangegeven) Monstercode Bodemtype
MM3 3 or
MM4 4 or
br
AW 1/2(AW+I)
Ja 84.5 <1 Geen
-----
Ja 85.9 <1 Geen
-----
organische stof (gloeiverlies) (% vd DS)
5.7
--
2.0
--
KORRELGROOTTEVERDELING lutum (bodem)(% vd DS) 2.5
--
3.3
--
57 0.63 3.2 27 0.25 62 0.83 11 82
208 0.921 10.7 48.8 0.346 90.5 0.83 30.8 174
* * * *
*
<20 <0.2 <1.5 <5 <0.05 <10 <0.5 4.6 <20
POLYCYCLISCHE AROMATISCHE KOOLWATERSTOFFEN naftaleen 0.02 -<0.01 fenantreen 0.17 -<0.01 antraceen 0.02 -<0.01 fluoranteen 0.32 -<0.01 benzo(a)antraceen 0.18 -<0.01 chryseen 0.20 -<0.01 benzo(k)fluoranteen 0.13 -<0.01 benzo(a)pyreen 0.16 -<0.01 benzo(ghi)peryleen 0.14 -<0.01 indeno(1,2,3-cd)pyreen 0.13 -<0.01 pak-totaal (10 van VROM) (0.7 factor) 1.47 1.47 0.07 POLYCHLOORBIFENYLEN (PCB) PCB 28(µg/kgds) <1 PCB 52(µg/kgds) <1 PCB 101(µg/kgds) <1 PCB 118(µg/kgds) <1 PCB 138(µg/kgds) <1 PCB 153(µg/kgds) <1 PCB 180(µg/kgds) <1 som PCB (7) (0.7 factor)(µg/kgds) 4.9 MINERALE OLIE fractie C10-C12 fractie C12-C22 fractie C22-C30 fractie C30-C40 totaal olie C10 - C40
<5 <5 5 <5 <20
-------8.6 ----24.6
<1 <1 <1 <1 <1 <1 <1 4.9 <5 <5 <5 <5 <20
Monstercode en monstertraject 1 13349073-003 MM3 04(2) 11(2) 12(2) 15(2) 2 13349073-004 MM4 01(2) 02(5) 03(2) 04(3) 06(3)
RBK eis
br
monster voorbehandeling() droge stof(gew.-%) gewicht artefacten(g) aard van de artefacten(-)
METALEN barium+ cadmium kobalt koper kwik° lood molybdeen nikkel zink
I
46.7 0.236 3.23 6.93 0.0492 10.8 0.35 12.1 31.2
0.60 15 40 0.15 50 1.5 35 140
6.8 102 115 18 290 96 68 430
920 13 190 190 36 530 190 100 720
20 0.20 3.0 5.0 0.050 10 1.5 4.0 20
1.5
21
40
0.35
20
510
1000
4.9
190
2595
5000
35
----------0.07
-------24.5
a
----70
De resultaten zijn voor de interventiewaarde getoetst aan de toetsingswaarden zoals vermeld in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013, Staatcourant 27 juni 2013, Nr. 16675 en voor de achtergrondwaarde aan het Besluit Bodemkwaliteit, Staatscourant 20 december 2007, Nr. 247. Tevens zijn de volgende wijzigingen doorgevoerd: De gewijzigde grenswaarden van een aantal OCB (per 30-07-2008) (www.Senternovem.nl) en de wijziging in de Staatscourant 67 van 7 april 2009 en met wijzingen zoals beschreven in de Staatscourant nr. 22335 (02-11-2012). De gehalten die de betreffende toetsingswaarden overschrijden zijn als volgt geclassificeerd: het gehalte is groter dan de achtergrondwaarde en kleiner dan of gelijk aan het gemiddelde van de achtergrond- en * interventiewaarde het gehalte is groter dan het gemiddelde van de achtergrond- en interventiewaarde en kleiner dan of gelijk aan de ** interventiewaarde *** het gehalte is groter dan de interventiewaarde -geen toetsingswaarde voor opgesteld niet geanalyseerd # Verhoogde rapportagegrens, voor meer informatie zie analysecertificaat RBK Tabel 1 (rapportagegrenzen), Staatscourant nr. 22335 (02-11-2012). a gecorrigeerd gehalte is groter dan of gelijk aan de achtergrondwaarde (of geen achtergrondwaarde voor opgesteld), maar wel kleiner dan de RBK rapportagegrens zoals beschreven in de Staatscourant nr.
22335 (02-11-2012), dus mag verondersteld worden kleiner dan de achtergrondwaarde te zijn. b gecorrigeerd gehalte is groter dan de achtergrondwaarde (of geen achtergrondwaarde voor opgesteld), en groter dan de RBK rapportagegrens zoals beschreven in de Staatscourant nr. 22335 (02-11-2012). + De interventiewaarde voor barium geldt alleen voor die situaties waarbij duidelijk sprake is van antropogene verontreiniging en geen sprake is van thermisch gereinigde grond en baggerspecie. ° Er staan twee interventie waardes beschreven voor kwik in grond in de circulaire bodemsanering (per 1 juli 2013); 4 mg/kg d.s. voor organisch kwik en 36 mg/kg d.s. voor anorganisch kwik. Het analyse resultaat is het gehalte aan kwik. Er kan daarin geen verder onderscheid worden gemaakt tussen de twee soorten. Voor deze toetsing wordt de eis van 36 mg/kg d.s. gehanteerd. or Origineel resultaat br Omgerekend resultaat De achtergrond- en interventiewaarden zijn afhankelijk van de bodemsamenstelling. Voor de toetsing is gebruik gemaakt van de volgende samenstelling: (Als humus/lutum niet is gemeten geldt een default waarde van lutum = 25% en organische stof = 10%.) Bodemtypehumus lutum 3 5.7% 2.5% 4 2% 3.3%