CConstaterende datVenlo
Koppel je AI →
Document · PDF

012bijl Nota van uitgangspunten Omgevingsvisie.pdf

Raadsvergadering 25 januari 2023, gemeente VenloBij agendapunt: 5.9: RV 12 Nota van uitgangspunten Omgevingsvisie4.952 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

omgevingsvisie nota van uitgangspunten

24 oktober 2022

inhoud

A. context • • •

de omgevingsvisie omgevingsvisie in context omgevingsvisie in proces, tijd en besluitvorming

B. nota van uitgangspunten • • • • • • •

vertrekpunt, trends en ontwikkelingen geluid uit het veld ambities opgaven handelingsperspectief omgevingseffectrapportage (OER) participatieplan

2

A | de omgevingsvisie •

aanleiding

voeren integrale beleid.

Het werkveld van de ruimtelijke ordening staat op een belangrijk keerpunt. Op 1 juli 2023 treedt de omgevingswet naar verwachting in werking, de nationale overheid neemt de regie weer in handen, en er spelen diverse maatschappelijke opgaven die grote gevolgen voor het ruimtegebruik in onze gemeente hebben. De omgevingswet vereist dat elke gemeente een gebiedsdekkende omgevingsvisie heeft, waarin ook verbinding wordt gezocht met werkvelden gezondheid, veiligheid en duurzaamheid.

In een omgevingsvisie moet rekening worden gehouden met het voorzorgsbeginsel, het beginsel van preventief handelen, het beginsel dat milieuaantastingen bij voorrang aan de bron dienen te worden bestreden en het beginsel dat de vervuiler betaalt.

Nederland moet daarnaast de komende jaren ruimtelijk flink op de schop. Dit is nodig om de grote opgaven waar Nederland voor staat tot stand te brengen, zoals de transitie naar een duurzame energievoorziening, een circulaire economie en een duurzaam voedselsysteem. De aanpak van deze opgaven moet bovendien gecombineerd worden met andere majeure opgaven, zoals de woningbouwopgave.

•

•

Een omgevingsvisie bevat een beschrijving van de hoofdlijnen van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving, van de voorgenomen ontwikkeling, het gebruik, het beheer, de bescherming en het behoud van het grondgebied en de hoofdzaken van het voor de fysieke leefomgeving te

planhorizon De omgevingsvisie heeft geen vaste planhorizon, wel zal vaker sprake zijn van evalueren en bijstellen. De omgevingsvisie wordt daardoor een dynamisch document dat sneller in kan spelen op actuele maatschappelijke ontwikkelingen.

•

uiterlijke datum vaststelling De omgevingswet bepaalt dat de omgevingsvisie uiterlijk op 31 december 2024 moet zijn vastgesteld.

vormvrij, wel inhoudelijke vereisten en beginselen De omgevingsvisie is vormvrij, net als voorheen de structuurvisie. Wel stelt de Omgevingswet in de geconsolideerde versie een aantal inhoudelijke vereisten (artikel 3.2) en legt een aantal beginselen op (artikel 3.3).

doorwerking omgevingsvisie De omgevingsvisie is zelfbindend voor de gemeente en gericht op uitvoering. Het vormt geen rechtstreeks toetsingskader voor burgers /ondernemers maar is veel meer een basis voor omgevingsprogramma’s, plan en –vergunning. Daarnaast vindt het gemeentelijk grondbeleid en kostenverhaal een basis in de omgevingsvisie.

omgevingsvisie De omgevingsvisie is een integrale strategische visie voor de lange termijn voor de gehele fysieke leefomgeving. In de omgevingsvisie benoemt een gemeente haar ambities, centrale opgaven en ontwikkelstrategie vanuit een samenhangend perspectief. De gemeente stelt één omgevingsvisie vast voor het hele grondgebied.

•

•

•

opvolger en/of vervanger -

Ruimtelijke Structuurvisie 2014 Visie Stedelijk Centrum 2022 Structuurvisie Laerbroeck (Venloos grondgebied) Structuurvisie Klein Vink Structuurvisie Klavertje 4-gebied (Venloos grondgebied) 3

A | omgevingsvisie in context De gemeente kan haar beleidsdoelen niet altijd bereiken met één instrument. De Omgevingswet biedt de gemeente 4 kerninstrumenten voor het gebruiken en beschermen van de leefomgeving. Met deze instrumenten kan de gemeente beleid schrijven en uitvoeren. Daarnaast kan de gemeente met deze instrumenten regels stellen aan activiteiten en de uitvoering van projecten. De vier kerninstrumenten zijn: de omgevingsvisie, het omgevingsprogramma, het omgevingsplan en de omgevingsvergunning. Juist een goede mix van (beleids) instrumenten bepaalt het succes en het gemak voor initiatiefnemers. Ook beïnvloeden de instrumenten elkaar.

omgevingsvisie

strategisch

omgevingsprogramma’s

tactisch

omgevingsplan omgevingsvergunningen

operationeel

De beleidspiramide van de gemeente Venlo positioneert de omgevingsvisie in het beleid van Venlo. De omgevingsvisie is naast de maatschappelijke en de economische visie een van de drie uitwerkingen van de strategische visie Venlo 2040. Deze drie deelvisies zijn uitgangspunt voor de raadsprogramma’s.

4

B | omgevingsvisie in proces, tijd en besluitvorming

input raadswerkgroep maart + juni 2021

opdracht + plan van aanpak in college

onderzoek en analyse

opstellen nota van uitgangspunten met de hoofdopgaven + participatie-voorstel

informeren raad

besluitvorming college + raad

opstellen koers op hoofdlijnen per hoofdopgave

brede participatie met sessies per hoofdopgave

uitwerken en verfijnen koers tot ontwerpomgevingsvisie

vrijgeven ontwerp– omgevingsvisie voor formele inspraak

besluitvorming raad

oktober 2023

maart 2024

raadsinformatiebrief

raadsvoorstel

besluitvorming college november

oordeelsvorming maart + juni 2021

november 2021

14 december

juni-september 2022

2022

themabijeenkomst

raadsinformatiebrief

februari mei 2023

besluitvorming

20 oktober

21 december

2022

2022

presentatie

raadsvoorstel

5

deel B

nota van uitgangspunten en participatieplan • • • • • • •

vertrekpunt, trends en ontwikkelingen geluid uit het veld ambities opgaven handelingsperspectief omgevingseffectrapportage (OER) participatieplan

6

B | vertrekpunt, trends en ontwikkelingen De Ruimtelijke Structuurvisie 2014 is op enkele onderdelen niet meer actueel door een andere context. De strategische hoofdlijn biedt een goede basis om op voort te bouwen (raadssessie 16.06. 2021).

De Strategische Visie 2040 vormt het vertrekpunt voor iedere deelvisie en beleidsnota in de gemeente Venlo en krijgt in de Omgevings-visie een omgevingsgerichte vertaling.

EV30

omgevingsvisie

economische visie

nieuw

De deelvisie op maatschappelijk en economisch vlak kennen op veel onderdelen een wisselwerking met het omgevingsbeleid en worden waar mogelijk verwerkt. Diverse bestaande en toekomstige beleidsnota’s (omgevingsprogramma’s) hebben een ‘strategisch kop’, waarvoor een haakje moet worden gemaakt in de Omgevingsvisie. Woon visie

Agenda Groen & Water

Nieuwe energie

anders

IVOR

urgenter

Het beleid van andere overheden werkt door de ambities, opgaven en handelingsperspectief van de omgevingsvisie. Met name de positie van het rijk is gewijzigd, die duidelijk de regie terug heeft genomen de afgelopen periode. De Sustainable Development Goals, waaronder klimaatverandering, herstel ecosystemenen en veilige en duurzame steden, vormen een belangrijke inspiratie om het omgevingsbeleid aan te scherpen 7 en volhoudbaar te maken.

B | trends en ontwikkelingen Onze omgeving is nooit af. Iedere dag zijn er nieuwe ontwikkelingen, komen trends aan de oppervlakte, worden ideeën geboren en plannen gesmeed. De verhoudingen, gewoontes en behoeften veranderen mee. In de omgevingsvisie leggen we de focus op trends en ontwikkelingen met een lange termijn karakter en een structurerende invloed hebben op hoe we de ruimte gebruiken en beleven. Voor de omgevingsvisie zijn de volgende trends en ontwikkelingen geïdentificeerd en vormde het vertrekpunt voor de eerste inventarisatieronde.

demografische kanteling Venlo groeit nog en gaat voorlopig niet krimpen. Van een perspectief van -10.000 inwoners in 2040 naar +10.000 inwoners is een scherp contrast met de eerdere demografische verwachtingen. Voor de woningbouw, voorzieningen en economie biedt dit volop potentie, maar kan niet los worden gezien van andere maatschappelijke trends en ontwikkelingen.

ontwikkelen in balans met klimaat, gezondheid, circulariteit en duurzaamheid Lange tijd stond alles maximaal in dienst van economisch groei. Naast de omvangrijke welvaart heeft dit ook geleid tot een devaluatie of uitputting van bijna alles om ons heen: bodem, water, lucht, fossiele energie, materialen, natuur en landschap. De kaarten worden opnieuw geschud en het bodem- en het watersysteem moet centraal worden gesteld. Biodiversiteit, gezondheid, circulariteit, klimaat en duurzaamheid staan met een eigenstandige positie op de kaart.

gemeenschap van gemeenschappen In onze samenleving tekent zich steeds sterker een meerdelig af, dan de veronderstelde tweedeling. De gemene deler tussen mensen wordt kleiner en meer divers en heeft naast een ook een ruimtelijke impact. Traditionele verbanden van kerk, vereniging of stichting maken plaats voor lossere en meer sociale ad hoc verbanden, vaak binnen de eigen (digitale) bubbel met eigen wensen en behoeften.

economische evolutie Het regionaal economisch profiel ontwikkelt zich steeds duidelijker langs de lijn van kenniswerkers en die van doeners en makers. De twee ontwikkellijnen zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden en worden vaak sterker van interactie in elkaars nabijheid. Tegelijkertijd stellen ze andere eisen aan hun ideale omgeving. Ook zien we op regionale schaal nieuwe economische kansen en opgaven in de zorg en het toerisme met ieder een eigen impact op de ruimte. 8

B | geluid uit het veld Om een zo’n compleet mogelijk beeld van de relevante ambities en opgaven te krijgen, zijn diverse stakeholders al geraadpleegd. Dit begon met twee verkennende sessies met de raad en de raadswerkgroep. De beelden hieruit hebben we samengebracht met de Strategische Visie 2040 en bijvangst uit het proces, de analyse van intern beleid en externe kaders én de majeure trends en ontwikkelingen die van invloed zij op het omgevingsbeleid. Aan de hand van deze eerste opzet hebben we informatie opgehaald bij onze ketenpartners me. Vervolgens is deze opbrengst aangevuld met gesprekken uit de interne organisatie.

ketenpartners

raad en raadswerkgroep • 18 03 2021 | proces • 16 06 2021 | thema’s en onderwerpen

bijvangst proces Strategische Visie 2040

beleidsteams in fysiek en maatschappelijk domein en de uitvoerende teams

9

B | ambities De ambities uit de Strategische Visie 2040 – vastgesteld door de raad in mei 2021 – zijn vertaald naar een viertal ambities voor de nieuwe omgevingsvisie. Nieuwe trends en ontwikkelingen, de input van de raadswerkgroep en de ketenpartners én evaluatie van het huidige beleid hebben de ambities nader vormgeven en in een ruimtelijk perspectief geplaatst.

Venlo is een gezonde, klimaat- en toekomstbestendige gemeente. In Venlo staat bewuster groeien en leven centraal in de opgaven en keuzes voor vandaag en morgen. Een gezonde levensstijl is voor iedereen bereikbaar en de omgeving nodigt hiertoe uit. Andersom is de omgeving fysiek veilig en wordt overlast van milieukundige aard voor een gezond woonleef- en ondernemersklimaat tot een minimum beperkt. De impact van het ruimtelijke handelen is afgestemd op de draagkracht van het bodem- en watersysteem, het landschap en de natuurlijke omgeving met oog voor het klimaat en een betere biodiversiteit. Venlo schakelt zo snel mogelijk over op hernieuwbare energie en schone mobiliteit en zet vol in op circulariteit.

Venlo is economisch onderscheidend op een vertrouwde basis. Venlo bouwt voort op haar sterke wortels in de maakindustrie, logistiek en tuinbouw en is een belangrijke werkgever voor de regio. Kennis, innovatie, circulariteit en vakmanschap krijgen hierin volop de ruimte om het economische profiel toekomstbestendig en onderscheidend te maken. Niet alleen groei staat centraal, maar ook de balans met mens en omgeving. Nieuwe economische pijlers ontluiken - zoals de zorg- en vrijetijdseconomie - en bieden daarnaast de mogelijkheid om het economische profiel te verbreden. Om talenten op het vlak van kennis en vakmanschap te binden zijn een krachtig stedelijk centrum met hoogwaardige voorzieningen en aantrekkelijke woon- en werkmilieus voorwaardelijk.

Venlo is een sociale, inclusieve en gastvrije gemeente. Het demografisch perspectief voor Venlo is gekanteld en krijgt de ruimte. Venlo groeit door naar 110.000 inwoners, ziet haar inwoners draagkrachtiger, beter opgeleid en gezonder worden. Anderzijds neemt de vergrijzing een sterke vlucht lijken sommige af te haken in de moderne samenleving. In Venlo voelt echter iedereen zich thuis, of je er nu geboren en getogen bent of van buiten komt. Voor iedereen is er plek en een betaalbare woning, ook als je een steuntje in de rug nodig hebt. Een integrale verstedelijkingsstrategie stimuleert en faciliteert leefbare wijken en dorpen met een sterk sociaal netwerk en ruimte voor ontmoeting, zorg, onderwijs en werk. Venlo is gastvrij en bruisend, waar mensen uit de (EU)regio graag naar toe komen voor de vele evenementen. Inwoners en bezoekers genieten van succesvolle evenementen op het gebied van gastronomie, cultuur, urban culture en sport.

Venlo is een authentieke stad met een rijke historie. Venlo koestert haar eeuwenlang ontstaansgeschiedenis in het rivierdal van de Maas, die zichtbaar en beleefbaar is in stad en ommeland. Niet alleen het stad zijn in een verder rurale omgeving, maar ook de verschillende stadsdelen, wijken en omliggende dorpen koesteren hun eigen historie, karakter en kwaliteiten. Deze diversiteit is een waardevolle kenmerk, stimuleert betrokkenheid en eigenaarschap en wordt door de inwoners gewaardeerd. Het landschap bewijst zijn toegevoegde waarde als decor voor vrije tijd, identiteit, recreatie en toerisme. Waardevolle historische plekken en gebouwen krijgen een nieuw leven en worden opgenomen in de moderne tijd, met het erfgoed en uniciteit als inspiratiebronnen. 10

B | opgaven omgevingsvisie

Om onze ambities waar te kunnen maken, zien we de volgende ruimtelijke opgaven: We werken aan.. 1.

een veerkrachtig bodem- en watersysteem

2.

een gezonde leefomgeving1

3.

een aantrekkelijk centrum met (EU)regionale betekenis

4.

leefbaarheid met oog voor identiteit1

5.

een innovatieve en circulaire economie2

6.

een bereikbare stad en ommeland

7.

een samenleving op basis van hernieuwbare energie 1. 2.

o.a. ruimtelijke vertaling van maatschappelijke opgaven uit ‘Fier op Venlo’ o.a. ruimtelijke vertaling van economische opgaven uit ‘Economische Visie 2030’ (in voorbereiding)

11

B | duiding opgaven

1.

werken aan een veerkrachtig bodem- en watersysteem

Het landelijk en stedelijk gebied zal de komende decennia flink moeten veranderen. We willen de kwaliteit van onze natuur verbeteren, ons watersysteem robuuster en gezonder maken op weg naar een klimaatbestendige omgeving. Tegelijkertijd moet het landschap herkenbaar blijven. Het zomerhoogwater van 2021 heeft ons weer eens met de neus op de feiten gedrukt. Ook in onze gemeente hielden de dijken het maar net. Daar staat tegenover dat we ook steeds meer en heviger omgekeerde effecten ervaren, zoals extreme en lange periodes van droogte. Een kentering in het denken over bodem en water is nodig, het vormt immers de basis voor een gezonde en divers natuur en biodiversiteit en de ondergrond voor de landbouw. De draagkracht van het bodem- en watersysteem zal meer sturend moeten zijn voor het gebruik.

aandachtspunten • bodem- en watersysteem sturend • robuust rivier- en bekensysteem • hoogwaterbescherming • klimaatverandering en –adaptatie • delfstoffenwinning • biodiversiteit • natuurontwikkeling • bodemuitputting en droogte • bescherming Venloschol

De kwaliteit en behoud van natuur is steeds meer afhankelijk van de mens. Diversiteit aan vitale leefgebieden binnen onze landschappen is de basis voor biodiversiteit. Daarnaast is de omvang van leefgebieden en verbindingen daartussen van belang voor de veerkracht van de natuur en daarmee het hele bodem- en watersysteem. Die veerkracht van de natuur is nodig om de dynamiek van de klimaatverandering op te kunnen vangen. De bodem- en watersystemen houden niet op bij de grens van het stedelijk of landelijk gebied. Het onderscheid zit in de mogelijkheden hier mee om te gaan: in het stedelijk gebied moeten we er vooral ruimte voor vrij maken en in het landelijk gebied liggen eerdere de mogelijkheden om de opgaven slim te combineren en de draagkracht van de ondergrond te volgen.

12

B | duiding opgaven

2.

werken aan een gezonde leefomgeving

We zien meer dan ooit het belang van een gezonde leefomgeving om de welvaart en het welzijn van onze inwoners te bevorderen. Ook - en misschien wel juist - in onze dagelijkse leefomgeving kunnen we een belangrijk verschil maken, waarbij ‘het voorkomen’ een doorslaggevende rol kan spelen. Vanuit deze opgave moeten we aan de slag met een gezonde basis. Overlast of risico’s door teveel geluid, stikstof, luchtvervuiling of gevaarlijke activiteiten moeten we minimaliseren op de plekken waar we veel en langdurige verblijven om tot rust te komen en nieuwe energie op te doen. We zien het als een opgave om ‘positieve’ gezondheid te vertalen naar de inrichting van de openbare ruimte in onze wijken en dorpen. We zien een groeiende behoefte aan groen, water en natuur. Niet alleen om naar te kijken, maar ook om in te bewegen en recreëren, water te bergen en verkoeling te vinden in warme periodes en elkaar te ontmoeten.

aandachtspunten: • nabijheid en toegankelijkheid van groen, water en natuur • sporten en bewegen in openbare ruimte • aanbod (on)gezonde voeding nabij scholen e.d. • (positieve) gezondheid en zorg • gezonde luchtkwaliteit • geluidhinder • omgevingsveiligheid • hittestress en waterberging • natuur-inclusief bouwen • duurzaam en gezond materiaalgebruik

Een gezondere leefomgeving beperkt zich niet tot de openbare ruimte. Ook in de gebouwen kunnen we met duurzaam en gezond materiaalgebruik en natuur-inclusief bouwen een belangrijke bijdrage leveren aan een gezonde leefomgeving.

13

B | duiding opgaven

3.

werken aan een aantrekkelijk centrum met (EU)regionale betekenis

Venlo is als centrumstad het bestuurlijk, cultureel en economisch kloppend hart van de (EU)regio. Met de stad Venlo als het vanzelfsprekend middelpunt voor stedelijk wonen, werken en leven van bewoners, ondernemers en bezoekers. Deze bijzondere positie krijg je niet cadeau. Het vormt een voortdurende opgave om vanuit een solide en sterke basis de centrumfunctie te verbreden en daarmee robuust te maken, waarin ook volop aandacht is voor wat Venlo bijzonder en uniek maakt of kan maken.

Onze samenleving verandert snel, daar moeten we als gemeente en samenleving snel en adequaat op inspelen. In het oog springt de ontluikende stedelijkheid van Venlo met een groeiende dichtheid van bewoners, bedrijven en bezoekers die leidt tot nieuwe interacties, wensen en opgaven. Bovendien zien we in Venlo de stuwende economische sectoren kennisintensiever worden en de concurrentie om bedrijven, maar vooral werknemers toenemen. We moeten ons stedelijk profiel en identiteit toekomstbestendig maken door te investeren in het stedelijk woon- en leefklimaat. Het stedelijk centrum ondergaat momenteel de transitie van een plek waar je vooral dingen koopt, naar een plek waar je wil zijn. Hiermee verschuift de focus naar de historische en belevingswaarde en de ontmoetingsfunctie. Met als doel de aantrekkingskracht op (toekomstige) bewoners, bedrijven en bezoekers te versterken. Tegelijkertijd verdienen de bestaande centra van de stadsdelen Tegelen, Blerick en het Trefcentrum nog de nodige aandacht. Immers de snelheid van trends en ontwikkelingen op dit vlak vergen het uiterste van alle betrokkenen om de gebieden een duurzaam toekomstperspectief te geven.

aandachtspunten: • economische kracht van beleving en verblijfskwaliteit • positionering en profielen van de primaire centra • goed vestigingsmilieu voor talenten op alle niveaus • ontmoetingsfuncties, binnen en buiten • transformatie en hergebruik erfgoed • overschot vierkante meters detailhandel • potentie kenniseconomie • creatief en vernieuwend ondernemerschap • binden van de regiobezoeker • goede balans wonen en leven • versterken stedelijke woonfunctie • ruimte voor evenementen • mix van functies en ‘rust, ruis en reuring’ • onderscheidende openbare ruimtes • voetgangers, fietsers en deelvervoer

14

B | duiding opgaven

4.

werken aan leefbaarheid met oog voor identiteit

De directe leefomgeving is voor onze inwoners de thuisbasis. Een gevoel van verbondenheid, veiligheid en herkenbaarheid is hierbij leidend. We werken aan de opgave om de woonomgeving leefbaar en herkenbaar te houden in wijken, dorpen én het buitengebied. Tegelijkertijd moeten we ook ruimte bieden aan de dynamiek van de samenleving. We zullen verder moeten verdichten en waar dat niet kan ook uitbreiden. Waarbij het behoud of versterken van de ruimtelijke kwaliteit – waaronder de beleving en (her)gebruik van het landschap en erfgoed - het uitgangspunt is. Het hebben van een passend aanbod aan betaalbare woningen (ook voor een ‘permanente’ tijdelijke vraag) en een divers woonmilieu draagt bij aan deze opgave. Hierin is ook ruimte om ouderen met een zorgvraag of kwetsbare groepen een thuis te geven. Op de schaal van dorpen en wijken hoort een passende voorzieningenstructuur met voldoende draagvlak.

Een leefbare en veilige woonomgeving betekent ook wat voor onze mobiliteitskeuzes, de auto is niet meer overal de eerste keuze en ook steeds meer te gast. Sociale samenhang in dorpen, wijken en het buitengebied zorgt voor een gevoel van verbondenheid en veiligheid en kan niet zonder ruimte voor ontmoeting. We zien een opgave voor onze gezamenlijke ruimte, die flexibel gebruikt kan worden en waar plek is voor sport en spel, ontmoeting en nieuwe gebruikers zoals urban sports. Daarbij hechten we veel belang aan de kwaliteiten en belevingswaarde van ons erfgoed, buitengebied en landschap.

aandachtspunten: • goede, diverse en leefbare woonmilieus voor groeiende bevolking • betaalbare woningen voor ieders wens en mogelijkheid • permanente huisvesting voor tijdelijke vraag • extramuralisering, kwetsbare groepen en vergrijzing • unieke karakters van wijken, dorpen en buitengebied borgen • kwaliteit en belevingswaarde landschap • aandacht voor vitale wijken: voorkomen segregatie en breuklijnen • basisvoorzieningen en buurteconomie in dorpen en wijken • fysieke ruimte voor flexibiliteit en niches • transformatie religieus erfgoed, kerken en kloosters • aantrekkelijk, ruim en multifunctioneel openbare ruimte • maatschappelijk groeien en thuis zijn in de wijk • sociale veiligheid, bijzondere aandacht voor ondermijning • mobiliteit op maat, veilig en duurzaam

15

B | duiding opgaven

5.

werken aan een innovatieve en circulaire economie

De sterke economische sectoren - agrofood, logistiek en (hoogwaardige) maakindustrie - vinden allen hun oorsprong in het rijke en diverse verleden en bepalen in sterke mate het profiel en de identiteit van de stad. De sectoren zijn inmiddels diep geworteld in de regio en vormen een bron van innovatie en kans om te excelleren. Dat heeft Venlo en de regio tot op heden geen windeieren gelegd. Aan de horizon zien we echter ook nieuwe ontwikkelingen en krachten die onze economie blijvend zullen veranderen en voor Venlo volop kansen biedt. Onze economie wordt kennisintensiever, circulair, schoon en innovatiever. Met name de wisselwerking in nieuwe woon-, werk- en leefmilieus geeft een hele nieuwe dynamiek aan de stad en stelt heel andere eisen aan de omgeving. Ook zien we een aantal sectoren langszij komen: zorg (uit noodzaak) en vrijetijd (uit luxe). En zien we naast het belang van kennis ook de herwaardering van het vakmanschap. Tegelijkertijd moeten we de dingen anders doen om het volhoudbaar te maken: denk aan de toenemende grondstoffenschaarste, uitputting van bodem en watersysteem en de onvermijdelijke overstap naar hernieuwbare energie. Tot slot hebben de coronapandemie en de nieuwe geopolitieke werkelijkheid in 2022 de zwakke kant van de globalisering laten zien en het effect hiervan op onze economie.

In de economische visie (EV30) zal hierin een koers voor Venlo worden opgesteld en zullen de ruimtelijke effecten hiervan in balans met andere belangen en wensen voor het ruimtegebruik, een plek moeten krijgen in de omgevingsvisie. Bijzondere aandacht verdient de economische opgave in het landelijk gebied. Ook hier zullen nieuwe economische perspectieven, functiecombinaties en circulariteit leiden tot ruimtelijke opgaven in relatie tot de bestaande gebiedsidentiteit.

aandachtspunten: • ruimtelijke koers op basis van de economische visie (in voorbereiding): - verbreden en vernieuwen economisch profiel op bestaande basis - groeien in kwaliteit - optimalisatie bedrijventerreinen en –complexen - ruimte houden voor midden- en kleinbedrijf op bestaande terreinen • ruimte voor: - groeiende sectoren zorg (noodzaak) en vrijetijdseconomie (kans) - duurzame en circulaire economie: ambachtscentra, hubs, start- en scaleups en hoogwaardige recycling - transitie van agrofoodsector: circulair/kringloop, natuur-inclusief, biologisch, schaalvergroting, technologisering, verdroging - nieuwe werkmilieus voor kennis en vakmanschap: innovatief en onderscheidend - nieuwe (kruis)concepten - doorontwikkeling kennisinfrastructuur: mbo, hbo en wo - field labs en living labs als verbinder tussen onderwijs, bedrijven en bewoners • kansen door betere bereikbaarheid: station Venlo met internationaal OV • minder afhankelijkheid van traditionele bouwgrondstoffen: delfstofwinning • stimuleren van herbruikbare bouw)grondstoffen en materialen

16

B | duiding opgaven

6.

werken aan een bereikbare stad en ommeland

Niet de auto, trein of fietser staat centraal in de mobiliteitsopgave van de toekomst, maar het behoud van de bereikbaarheid van bestemmingen. De eindigheid van het tijdperk van de fossiele brandstoffen, de wens voor een schonere en veiligere leefomgeving en de onvervangbare wens en noodzaak om ons regelmatig te verplaatsen, betekenen dat we de bereikbaarheid anders, beter en slimmer moeten inrichten en organiseren. Het doel is altijd om mensen en locaties duurzaam te verbinden en zoveel toegankelijk te maken voor iedereen: bewoners, bezoekers en bedrijven. Op lokale schaal zien we vooral de opgave om bestemmingen – in het bijzonder die met een hoge dynamiek - op een duurzame, gezonde en veilige wijze bereikbaar te maken en te houden. De (elektrische) fiets en scooter – al dan niet in gedeelde vorm – zijn hiervan de belangrijkste dragers. Het positieve effect op klimaat en luchtkwaliteit is niet de enige winst, ook het gezondheidsaspect speelt hierin mee. De infrastructuur in de vorm van paden, oplaad- en stallingsmogelijkheden en hubs verdienen de nodige aandacht.

De opgaven zijn niet exclusief het domein van de gemeente, maar spelen op regionaal, landelijk of internationaal niveau met dito belanghebbenden. Het gemeentelijk belang kan hierbij ondergeschikt lijken of raken. We zien het als een kans om onze lokale opgave te verbinden aan bovenregionale invetseringen. Tot slot zien we de alternatieve vormen van transport door ondergrondse leidingen verder toenemen en de kansen die de geografische positie met zich meebrengt als een mogelijkheid om hier voor de lokale gemeenschap een meerwaarde te creëren.

aandachtspunten: • toekomstbestendig verbinden van mensen en locaties • internationale (openbaar) vervoersverbindingen • optimale doorstroming op de stedelijke snelwegen en werklocaties • opgave (inter)nationale infrastructuur koppelen aan lokale opgaven • knooppuntontwikkeling haven (incl. verplaatsing jachthaven) en station(somgeving) Venlo (incl. doorontwikkeling emplacement) • ruimte voor koppelen modaliteiten spoor, water en weg • (inter)nationale buisleidingen en tracés • leefbaarheid als volwaardig onderdeel van mobiliteitsopgaven • fietsen en wandelen als duurzaam en gezond alternatief • faciliteiten voor duurzaam deelvervoer • aandacht voor vervoersarmoede • bereikbaarheid en parkeerdruk hoogdynamische locaties • stadsbreed netwerk van laadinfrastructuur voor auto/scooter/fiets • slimme en schone bevoorrading stedelijke centra: zero-emissie zone • slimme mobiliteitshubs op strategische locaties • prioriteiten verkeersveiligheid

17

B | duiding opgaven

7.

werken aan een samenleving op basis van hernieuwbare energie.

De overstap van fossiele brandstoffen naar duurzame energiebronnen is een van de grootste opgaven voor de komende decennia. Dit heeft ook zijn weerslag op onze fysieke leefomgeving. We zullen ruimte moeten bieden aan opwek en opslag van hernieuwbare energie. Ook onze (ondergrondse) energieinfrastructuur en het gebruik van de bodem als opslag van warmte, hiervoor zijn regie en aanpassingen onmisbaar voor de vragen van de toekomst. Door te werken aan deze opgave levert Venlo een belangrijke bijdrage aan de energietransitie.

aandachtspunten: • beëindiging gebruik van aardgas voor verwarmen gebouwen • afname gebruik fossiele brandstoffen • verduurzamen industrie, kantoren en kassen • ruimte voor opwek en opslag hernieuwbare energie • aanpassing (ondergrondse) energie-infrastructuur • kansen voor waterstof • aandacht voor energiearmoede vanuit ruimtelijk perspectief

18

B | bouwstenen handelingsperspectief

werken aan slim ruimtegebruik en prioritering in stad en ommeland De gemeenschappelijke opgaven die in de komende decennia voor de deur staan zijn immens. Of het nu gaat om klimaatverandering, landbouwen energietransitie, woningbouw of de ontwikkeling van de economie, ze hebben stuk voor stuk een ruimtelijke component. Het is een complexe ruimtelijke puzzel! En op voorhand weten we ook dat niet alles kan en past op de kleine postzegel Nederland of de nog kleinere postzegel van de gemeente Venlo. Om dit voor Venlo in goede banen te leiden, moeten we regie nemen op basis van een concreet handelingsperspectief. We zijn het aan onze kinderen en kleinkinderen verplicht om meerdere generaties vooruit te denken. Daarom moeten we slimme keuzes maken die leiden tot een mooi en toekomstgericht Venlo, dat we met trots kunnen doorgeven. Eerste gedachten handelingsperspectief: • streven naar compacte stad en dorpen • inbreiden én uitbreiden in goede balans tussen stad, water en groen • contouren hard waar nodig en transparant waar mogelijk mits een ruimtelijk kwaliteitsimpuls • transformatie, hergebruik, herstructurering vrijkomend vastgoed en locaties • versterken stedelijkheid en verdichten stedelijk gebied, maar ook ruimte voor groen en klimaat • meervoudig karakter nieuwe ruimte voor energie- en klimaatopgaven • tijdelijke opgaven inzetten als facilitator van structurele doelen (bv.

natuur) • nieuwe technieken en innovatie om extra ruimtegebruik te voorkomen (bv. agrofood) • niet alles kan en hoeft in Venlo: maak keuzes, stel prioriteiten en hanteer het regionaal perspectief • meekoppelkansen als standaard in nieuwe opgaven

19

B | omgevingseffectrapportage (OER)

Bij het opstellen van een omgevingsvisie is het belangrijk (en vanuit de wet verplicht) om de effecten op de fysieke leefomgeving mee te ‘wegen’ in de keuzes die je maakt. Deze effecten breng je in beeld in een Omgevingseffectrapportage (OER). De bedoeling daarvan is dat de gevolgen voor de leefomgeving op een volwaardige manier kunnen worden betrokken bij de besluitvorming. Afhankelijk van het ontwikkelperspectief en abstractieniveau dat in de Omgevingsvisie wordt opgenomen, zal met een OER inzichtelijk worden gemaakt wat het besluit op de Omgevingsvisie voor gevolgen heeft voor de leefomgeving van Venlo en hoe deze eventueel beperkt kunnen worden door het treffen van maatregelen. De gevolgen voor de staat van de fysieke leefomgeving op langere termijn zullen nog met onzekerheid zijn omgeven. Om de effecten goed te kunnen bepalen, zullen we eerst een notitie reikwijdte en detailniveau (NRD) en een nulmeting op moeten stellen (een ‘foto’ van Venlo). •

verplicht om milieueffecten op hoofdlijnen mee te nemen (MER)

•

OER biedt op bescheiden schaal ook inzicht in sociale en economische effecten

•

onderbouwing, aanscherping en aandachtspunten beleidskeuzes en handelingsperspectief

•

0-meting om effecten van omgevingsbeleid te meten

•

basis voor evaluatie en bijstelling, bijvoorbeeld 1 x 5 jaar

•

koppeling met Meetbaar Venlo

20

B | opzet participatie

Uit de Omgevingswet vloeit voort dat inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties meer invloed kunnen uitoefenen op het beheer en de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving: dit geldt ook voor de Omgevingsvisie. De wijze waarop we de participatie moeten vormgeven is niet vastgelegd. We moeten echter wel in de Omgevingsvisie opnemen op welke wijze we burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en andere bestuursorganen hebben betrokken en wat de resultaten daarvan zijn. Het zwaartepunt voor de participatie ligt op de uitwerking van de opgaven in een koers én het opstellen van het handelingsperspectief. De laatste jaren zijn al veel participatietrajecten doorlopen op verschillende niveaus, onderwerpen en thema’s. Hierbij is al een rijke oogst van ideeën, opvattingen, denkbeelden en meningen gedeeld. We willen voorkomen dat de burgers, ondernemers en andere belanghebbenden door de bomen het bos niet meer zien en ‘participatie-moe’ worden. Daarom kiezen we voor een duidelijke focus in de participatiestrategie langs een drietal lijnen informeren, raadplegen en adviseren, passend binnen het in voorbereiding zijnde gemeentelijk participatiebeleid. Via de participatievorm informeren willen we open en transparant de relevante informatie delen van het beleid in wording en de tussenstappen in het proces om hier te komen, op een voor iedereen toegankelijke wijze.

Ook als je pas later aanhaakt in het totstandkomingsproces of misschien geen direct belanghebbende bent. Via de participatievorm raadplegen willen we een brede input ophalen bij bewoners, werknemers, studenten en ondernemers, maar ook bezoekers en toeristen. We richten ons daarbij op een aantal nader te bepalen specifieke thema’s, die wel op het schaalniveau van een Omgevingsvisie zijn en tegelijkertijd begrijpelijk en toegankelijk kunnen worden voorgelegd. Om het bereik te maximaliseren stellen we een digitale campagne voor, waar middels een QR-code een vragen- en stellingenlijst kan worden geopend gericht op de betreffende doelgroep. Door dit ook in de openbare ruimte te plaatsen, kunnen we tevens bezoekers en toeristen bereiken. Een speciale vragenlijst voor kinderen behoort eveneens tot de mogelijkheden. Via de participatievorm adviseren willen we in gesprek met (semi-)professionals en direct belanghebbenden op uitnodiging en/of voordracht per opgave. We denken hierbij aan een tweetal gespreksronden, de eerste gericht op het informeren en inspireren en in een vervolgsessie ligt de nadruk op consulteren en adviseren. Tussen beide gesprekken moet voldoende tijd zitten om te overleggen met de achterban en eventueel participanten toe te voegen voor de tweede gespreksronde. Ook hier willen we ‘dubbele participatie’ binnen een te kort tijdsbestek voorkomen.

Recent zijn bijvoorbeeld uitvoerige participatietrajecten doorlopen op thema’s wonen, energie en economie, in participatiebijeenkomsten zal dan ook de focus liggen op de ruimtelijke impact en minder op het programma. 21

samenvatting

ambities

opgaven

OER

participatie handelingsperspectief 22

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.venlo.nl/api/v1/meetings/109/documents/3399