011rv+rb Vaststellen lijst v gevallen adviesrecht bij buitenplanse omgpl act.pdf
Tekst van het document
qnh_zaaknummerqnh_Berichtnummer
Raadsvoorstel raadsnummer 2023 collegevergadering d.d. raadsvergadering d.d. programma portefeuillehouder
11 13 december 2022 25 januari 2023 Leefbaar Venlo T. Verhaegh
GEMEENTEBESTUUR ons kenmerk 1912860 team RGWLEV steller G. Meerts en K. Walter doorkiesnummer +31 77 3596505 e-mail g.meerts@venlo.nl datum 8 november 2022 bijlage(n) 2 datum verzonden
Onderwerp Vaststellen lijst van gevallen adviesrecht bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten.
Advies
Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet krijgt uw raad de mogelijkheid om een lijst van gevallen vast te stellen, waarvoor advies van uw raad nodig is bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten. Er is een lijst van gevallen opgesteld. Aan uw raad wordt nu voorgesteld om: 1. Onderstaande lijst van gevallen, waarvoor advies van de raad nodig is voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten, vast te stellen. 2. Onderstaande lijst van gevallen in werking te laten treden met ingang van de dag waarop de Omgevingswet in werking treedt.
Aanleiding
In de huidige regelgeving (Wabo) geldt dat bij een aanvraag om omgevingsvergunning die in strijd is met het bestemmingsplan en die niet verleend kan worden met een binnenplanse afwijking of met een kruimelvergunning, de uitgebreide voorbereidings- en afwijkingsprocedure van toepassing is. Voor omgevingsvergunningen met de uitgebreide afwijkingsprocedure dient de gemeenteraad een zogenoemde "verklaring van geen bedenkingen" af te geven, waarna het college een omgevingsvergunning kan verlenen. Op 25 maart 2015 heeft uw raad een lijst opgesteld met categorieën van gevallen waarvoor géén verklaring van geen bedenkingen noodzakelijk is. Wij verlenen in die gevallen de omgevingsvergunning zonder verklaring van geen bedenkingen van de gemeenteraad. Deze situatie verandert na de inwerkingtreding van de nieuwe Omgevingswet (beoogd op 1 juli 2023). De verklaring van geen bedenkingen komt dan te vervallen voor nieuwe aanvragen die zijn ingediend na inwerkingtreding van de Omgevingswet en daarvoor in de plaats krijgt uw raad een bindend adviesrecht. Uw raad geeft advies over die buitenplanse omgevingsplanactiviteiten, waarvan u zelf heeft vastgelegd hiervoor gebruik te willen maken van het adviesrecht. Met een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (afgekort bopa) wordt een vergunning verleend om af te wijken van het omgevingsplan.
De bevoegdheid om omgevingsvergunningen te verlenen voor een buitenplanse
omgevingsplanactiviteit ligt bij ons college. Wij kunnen een dergelijke aanvraag in dat geval zelfstandig afdoen, tenzij uw raad heeft vastgelegd in welke gevallen u gebruik wilt maken van het adviesrecht. Bij dit conceptraadsbesluit is een lijst gevoegd met activiteiten waar het adviesrecht voor zou kunnen gelden. De Omgevingswet: rolverdeling gemeenteraad en college In essentie blijft de rolverdeling tussen de gemeenteraad en het college na de inwerkingtreding van de Omgevingswet onveranderd. De gemeenteraad stelt kaders vast en het college geeft uitvoering aan deze kaders. Het college toetst of initiatieven passen binnen de door de gemeenteraad vastgestelde kaders. Daarnaast houdt de gemeenteraad gedurende het beleids- en besluitvormingsproces vinger aan de pols en stuurt op de gewenste doelen. Dat is met de komst van de Omgevingswet niet anders. Ook in de nieuwe situatie is het college het bevoegd gezag voor de omgevingsvergunning. De huidige situatie: ‘verklaring van geen bedenkingen (vvgb)’ Het kan zijn dat een (bouw)plan niet past in het bestemmingsplan en het niet mogelijk is om medewerking te verlenen via een binnenplanse afwijking of via de wettelijk aangewezen gevallen genoemd in het Besluit omgevingsrecht van beperkt planologische betekenis (de zogenoemde kruimelgevallenlijst/kruimelgevallenregeling).
Indien het (bouw)plan onder de huidige wetgeving niet past binnen voornoemde binnenplanse- of kruimelafwijking, kunnen wij uitsluitend een omgevingsvergunning voor een plan dat in strijd is met het bestemmingsplan verlenen, met een verklaring van geen bedenkingen van uw raad voor zover het plan in overeenstemming wordt geacht met de goede ruimtelijke ordening. De omgevingsvergunning wordt in dat geval dan voorbereid op basis van de uitgebreide voorbereidingsprocedure en met toepassing van een uitgebreide buitenplanse afwijking. Voor activiteiten in strijd met het bestemmingsplan waarop de uitgebreide buitenplanse afwijking van toepassing is, kan uw raad in de huidige situatie verklaren dat er ‘geen bedenkingen’ zijn. Om tijdige besluitvorming op de aanvraag te bevorderen en om het werkproces werkbaar te houden, heeft uw raad bij besluit van 25 maart 2015 categorieën van gevallen aangewezen waarin een vvgb niet nodig is. Voor alle overige gevallen is deze verklaring wel nodig. Deze categorieën van gevallen is ter informatie bijgevoegd (bijlage 1). De verklaring van geen bedenkingen vervalt voor de omgevingsvergunningaanvragen die ingediend worden onder de Omgevingswet. Daarvoor in de plaats komt het adviesrecht van de raad voor bepaalde buitenplanse omgevingsplanactiviteiten mits de raad daarvoor gevallen heeft aangewezen.
Beoogd effect
Met het vaststellen van de lijst van gevallen maakt uw raad gebruik van het recht om gevallen aan te wijzen waarvoor advies van uw raad nodig is bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten.
Argumenten 1.1 Het adviesrecht volgens de Omgevingswet. Op grond van de Omgevingswet kan aan een aanvraag om een omgevingsvergunning op twee manieren medewerking worden verleend:
1. De omgevingsplanactiviteit; binnenplanse bevoegdheid van het college op basis van het omgevingsplan. 2. De buitenplanse omgevingsplanactiviteit; gevallen waarin de vergunning niet verleend kan worden, omdat het initiatief in strijd is met het omgevingsplan en ook voor gevallen waarbij de aangevraagde activiteit in strijd is met de regels van het omgevingsplan. Op basis van de Omgevingswet kan uw raad voor de buitenplanse omgevingsplanactiviteit gevallen aanwijzen waarin wel een bindend advies nodig is van de gemeenteraad om af te wijken van het omgevingsplan (artikel 16.15a onder b Omgevingswet). Voor de nietaangewezen gevallen vervalt het adviesrecht; dan gaat de raad er niet over. 1.2 Status van het raadsadvies Dit adviesrecht van de gemeenteraad is een zogenaamd verzwaard, bindend advies. Het college mag daar niet van afwijken. Dit betekent dat bij een negatief advies van uw raad de gevraagde omgevingsvergunning door ons niet kan worden verleend. Wel dient het advies door uw raad deugdelijk te zijn gemotiveerd op basis van het wettelijk criterium ‘evenwichtige toedeling van functies aan locaties’. Het advies van de raad kan echter meer zijn dan een ‘ja’ (verlenen) of ‘nee’ (weigeren). Uw raad kan er bijvoorbeeld ook voor kiezen om voorwaarden te benoemen waaronder het afwijken van het omgevingsplan aanvaardbaar is.
Met inachtneming van dat advies zullen wij de voorwaarden vervolgens uitwerken in een uiteindelijk besluit op de aanvraag om omgevingsvergunning voor de bopa. Daarbij is van belang, dat wij uit de voorwaarden direct moet kunnen opmaken wat er moet gebeuren. 1.3 Raadsbesluit nodig over adviesrecht De gemeenteraad moet een besluit nemen over de gevallen waarin hij advies wil geven vóórdat de Omgevingswet per 1 juli 2023 van kracht wordt. Dit besluit (de vastgestelde lijst) wordt aan iedereen bekend gemaakt in het gemeenteblad. Het huidige raadsbesluit uit 2015 ‘Lijst van categorieën van gevallen waarvoor geen verklaring van geen bedenkingen nodig is’, vervalt automatisch bij inwerkingtreding van de Omgevingswet voor nieuwe aanvragen die op of na de inwerkingtreding van de Omgevingswet zijn ingediend bij het bevoegd gezag. Regelt uw raad niets, dan is het niet nodig dat wij een bindend advies aan uw raad vragen voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten die in strijd zijn met het omgevingsplan.
1.4 Lijst van gevallen adviesrecht buitenplanse omgevingsactiviteit De opgestelde lijst bevat 10 categorieën van gevallen waarin de gemeenteraad haar adviesrecht toepast bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor de activiteit ‘buitenplanse omgevingsplanactiviteit (de Bopa)’ De categorieën sluiten zo veel mogelijk aan bij de huidige “Lijst van categorieën van gevallen waarvoor geen verklaring van geen bedenkingen nodig is” (raadsbesluit 25 maart 2015), welke met de inwerkingtreding van de Omgevingswet komt te vervallen. Tevens is aansluiting gezocht bij de handreiking van de VNG over dit onderwerp. Bij het opstellen van de lijst is rekening gehouden met een van de verbeterdoelen van de Omgevingswet: eenvoudigere en snellere procedures. Het gebruik maken van het adviesrecht van de raad betekent namelijk een extra procedurestap bij de besluitvorming omtrent een omgevingsvergunning. Daarnaast is ook bij afwijkingen van het omgevingsplan de reguliere voorbereidingsprocedure van toepassing (hoofdregel beslistermijn 8 weken, eenmalig te verlengen met 6 weken).
Gelet op voornoemde doelen van de Omgevingswet is in het algemeen terughoudend omgegaan met het opstellen van de lijst van gevallen. Daarom is bijvoorbeeld het adviesrecht alleen van toepassing voor gevallen waar het college voornemens is om medewerking te verlenen (positief voornemen). Voorts eist de rechtszekerheid dat de gevallen waarin bindend adviesrecht wordt gevraagd, concreet zijn omschreven. Algemene bewoordingen als ‘maatschappelijk gevoelige ontwikkelingen’ of ‘initiatieven met een grote ruimtelijke impact’ bieden onvoldoende rechtszekerheid. Daarom gaat de lijst uit van 10 categorieën en van een ondergrens. Alleen die activiteiten, die niet passen in het ruimtelijk beleid en groter zijn dan de gestelde ondergrens, worden voorgelegd voor een bindend advies. Verkorte weergave lijst van gevallen categorieën 1 tot en met 10. Categorieën 1.
Algemeen
Volgn r 1.1
1.2
1.3
2.
3.
4.
Woningen/appartementen die niet passen binnen een ruimtelijk-planologisch kader dat de gemeenteraad heeft vastgesteld, zoals een structuurvisie, omgevingsvisie, stedenbouwkundige visie, gebiedsvisie, regionale woonvisie of een lokale woonvisie. Grootschalige maatschappelijke voorzieningen die niet passen binnen een ruimtelijk-planologisch kader dat de gemeenteraad heeft vastgesteld zoals een structuurvisie, omgevingsvisie, stedenbouwkundige visie, stedenbouwkundige randvoorwaarden, gebiedsvisie, verkeers- of vervoersplan, regionale woonvisie, of een lokale woonvisie. Grootschalige sportvoorzieningen die niet passen binnen in een ruimtelijk-planologisch kader dat de gemeenteraad heeft vastgesteld zoals een structuurvisie, omgevingsvisie, stedenbouwkundige visie, stedenbouwkundige randvoorwaarden, gebiedsvisie.
2.1
3.1
Adviesrecht (16.15 onder b OW) De gevallen waarin het bevoegde gezag een aanvraag om een omgevingsvergunning met toepassing van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit wilt toewijzen (positief voornemen) en voor zover de aanvraag valt binnen categorie 1 tot en met 10 en de daarbij behorend adviesrecht. De gevallen waarin een ander bevoegd gezag zoals GS of Minister een aanvraag om een omgevingsvergunning met toepassing van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit wilt toewijzen (positief voornemen) of wilt weigeren, voor zover de aanvraag valt binnen categorie 1 tot en met 10 en de daarbij behorend adviesrecht. De gevallen waarvan een milieueffectrapportage moet worden gemaakt (MER-plichtige activiteiten) en voor zover de aanvraag valt binnen categorie 1 tot en met 10 en het daarbij behorend adviesrecht. Woningen en/of appartementen voor zover het gaat om volledige nieuwbouw.
Maatschappelijke voorzieningen groter dan 1500 m² bedrijfsvloeroppervlakte (bvo), en: een perceelsoppervlakte van 3000 m² of groter. Bijvoorbeeld multifunctionele accommodaties en opvangcentra.
4.1
Sportvoorzieningen groter dan 1500 m² bedrijfsvloeroppervlakte (bvo), en: een perceelsoppervlakte groter dan 3000 m². Bijvoorbeeld een voetbalstadion.
5.
6.
7.
8.
Intensieve recreatie wat niet past binnen een ruimtelijk-planologisch kader dat de gemeenteraad heeft vastgesteld zoals een structuurvisie, omgevingsvisie, stedenbouwkundige visie, stedenbouwkundige randvoorwaarden, gebiedsvisie, verkeers- of een vervoersplan. Commerciële voorzieningen (waaronder nieuwbouw) zoals winkels en andere bedrijfsruimten die niet passen binnen het ruimtelijk-planologisch kader dat de gemeenteraad heeft vastgesteld zoals een structuurvisie, omgevingsvisie, stedenbouwkundige visie, stedenbouwkundige randvoorwaarden, gebiedsvisie.
Nieuwbouw van kantoren die niet passen binnen een ruimtelijk-planologisch kader dat de gemeenteraad heeft vastgesteld of goedgekeurd zoals een structuurvisie, omgevingsvisie, stedenbouwkundige visie of stedenbouwkundige randvoorwaarden, gebiedsvisie. Projecten met betrekking tot energie opwekking die niet passen binnen een ruimtelijk-planologisch kader dat de gemeenteraad heeft vastgesteld zoals
5.1
Intensieve recreatie, inclusief de daarbij behorende voorzieningen (zoals ontsluiting, paden en groen).
6.1
Commerciële detailhandelvoorzieningen met een groter dan 500 m² bedrijfsvloeroppervlakte (bvo).
6.2
7.1
8.1 8.2 8.3
9.
Antenne-installaties die niet passen binnen een ruimtelijk-planologisch kader dat de gemeenteraad heeft vastgesteld of goedgekeurd zoals een structuurvisie, omgevingsvisie, stedenbouwkundige visie, stedenbouwkundige randvoorwaarden, gebiedsvisie. 10. Infrastructurele projecten voor zover deze niet passen binnen een ruimtelijk-planologisch kader dat de gemeenteraad heeft vastgesteld zoals een structuurvisie, omgevingsvisie, stedenbouwkundige visie, stedenbouwkundige randvoorwaarden, gebiedsvisie.
9.1
10.1
Bijvoorbeeld winkels en supermarkten. Commerciële bedrijfsruimten voorzieningen groter dan 500 m² met bedrijfsvloeroppervlakte (bvo), niet zijnde kantoorfuncties (met uitzondering van planologisch ondergeschikte kantoor/detailhandelsfunctie in een bedrijfsruimte). Bijvoorbeeld bedrijven op bedrijventerreinen. Nieuwbouw kantoorvoorzieningen groter dan 500 m² bedrijfsvloeroppervlakte (bvo).
Het realiseren van minimaal één windturbine met een rotordiameter van minimaal twee meter en groter. Het realiseren van zonnevelden met zonnepanelen van minimaal drie hectare en groter. Het opwekken en/of opslag van andere vormen van energie. Bijvoorbeeld een kerncentrale, biomassainstallatie en opslag voor waterstof. Het oprichten of veranderen van een antenne-installatie van 40 meter of hoger.
Het aanleggen/bouwen van grootschalige infrastructurele werken, inclusief bijbehorende voorzieningen en groen. Bijvoorbeeld nieuwe aanleg van rondwegen, (spoor)tunnels en viaducten.
De lijst van gevallen met toelichting en leeswijzer is bijgevoegd.
Kanttekeningen
1.1 Uitstel inwerkingtreding Omgevingswet. De inwerkingtreding van de ‘Lijst van gevallen adviesrecht buitenplanse omgevingsactiviteiten” als bedoeld in artikel 16.15a onder b Omgevingswet is gelijk aan de datum inwerkingtreding van de Omgevingswet. De Omgevingswet is opnieuw uitgesteld. De beoogde inwerkingtredingsdatum is nu 1 juli 2023. Deze datum is echter nog niet definitief.
Het Koninklijk Besluit over de exacte datum van inwerkingtreding van de Omgevingswet moet nog worden genomen (voorjaar 2023). Wordt de Omgevingswet opnieuw uitgesteld, dan zal ook de lijst nog niet in werking treden. 1.2 Aanpassen lijst van gevallen. Nieuwe inzichten kunnen ertoe leiden dat aanpassingen in de lijst van gevallen nodig zijn. Het besluit tot aanpassing van de lijst is aan uw raad. De lijst van gevallen zal gedurende ongeveer 1 jaar worden beoordeeld en geëvalueerd. Bekeken wordt of de lijst werkbaar is en wijzigingen of aanvullingen noodzakelijk zijn. Mocht dat het geval zijn dan kan uw raad besluiten om de lijst van gevallen aan te passen.
Financiën N.v.t.
Communicatie
De vastgestelde lijst van gevallen zal worden bekend gemaakt in het gemeenteblad en op de gemeentelijke website, zodat iedereen hiervan kan kennisnemen.
Vervolgprocedure raad
Na vaststelling en inwerkingtreding van deze lijst van gevallen zullen aanvragen om een omgevingsvergunning voor activiteiten die voorkomen op deze lijst voor advies aan uw raad worden voorgelegd. Om te kunnen beoordelen of de lijst van gevallen werkbaar is en wijzigingen of aanvullingen al dan niet noodzakelijk zijn, zal in het 3e kwartaal 2024 een evaluatie plaatsvinden. De resultaten daarvan delen wij met uw raad, eventueel gevolgd met een voorstel om de lijst aan te passen. Burgemeester en wethouders van Venlo de secretaris
de burgemeester
Twan Beurskens
Antoin Scholten
Bijlagen Nr. 1. 2. 3. 4. 5.
Naamvan gevallen adviesrecht bij buitenplanse Lijst omgevingsplanactiviteiten Verklaring van geen bedenkingen .. .. ..
Datum .. 25 maart 2015 .. .. ..
Raadsbesluit onderwerp raadsnummer 2023 raadsvergadering d.d.
GEMEENTEBESTUUR Vaststellen lijst van gevallen adviesrecht 11 25 januari 2023
team RGWLEV steller G. Meerts doorkiesnummer +31 77 3596505 e-mail g.meerts@venlo.nl datum 8 november 2022
De raad van de gemeente Venlo; gelezen het voorstel van het college van 13 december 2022, registratienummer 1912860; gelet op artikel 16.15a, aanhef en onder b 1º van de Omgevingswet; besluit: 1. Onderstaande lijst van gevallen, waarvoor advies van de gemeenteraad nodig is voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten, vast te stellen. 2. Onderstaande lijst van gevallen in werking te laten treden met ingang van de dag waarop de Omgevingswet in werking treedt.
Lijst van gevallen adviesrecht gemeenteraad bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten Leeswijzer lijst van gevallen adviesrecht De gemeenteraad wil in de volgende 10 categorieën van gevallen gebruik maken van haar adviesbevoegdheid en alléén in die gevallen waarin het bevoegd gezag een aanvraag om een omgevingsvergunning met toepassing van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit, wilt toewijzen (positief voornemen). De categorieën sluiten zo veel mogelijk aan bij de huidige lijst van categorieën van gevallen waarvoor “geen verklaring van geen bedenkingen nodig is’”, welke met de inwerkingtreding van de Omgevingswet komt te vervallen voor aanvragen die zijn ingediend op of na de datum dat de Omgevingswet in werking is getreden. Indien het aangevraagde ruimtelijk plan dat niet past binnen het omgevingsplan maar past binnen ruimtelijke kaders die door gemeenteraad zijn vastgesteld, waarvan enkele voorbeelden in kolom 1 zijn genoemd (volgnummers staan in kolom 2), is kolom 3 niet van toepassing. Dan is het adviesrecht niet aan de orde. Indien het ruimtelijk plan niet past binnen de kaders uit kolom 1 “categorieën”, moet het plan worden getoetst aan de voorwaarden opgesomd in kolom 3 “Adviesrecht”. Voldoet het plan aan de voorwaarden in kolom 3, dan is het college verplicht om de gemeenteraad om advies te vragen.
Hieronder is een voorbeeld opgenomen op basis van een fictieve casus.
“Er is een bouwplan ingediend voor het oprichten van een asielzoekerscentrum. Deze aanvraag is in strijd met het omgevingsplan, omdat de locatie waar het centrum moet komen, een agrarische functie heeft. De aanvrager heeft ervoor gekozen om een omgevingsvergunning in te dienen. Het college is voornemens medewerking te verlenen aan de aanvraag door toepassing van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Zij is tot deze conclusie gekomen op basis van een zorgvuldig onderzoek en een afweging van alle relevante ruimtelijke belangen. Door een ruimtelijke onderbouwing is zij van mening dat is aangetoond dat het aangevraagde bouwplan in overeenstemming is met ‘een evenwichtige toedeling van functies’. (Dit criterium vervangt onder de Omgevingswet het huidig wettelijk criterium dat er sprake moet zijn van een plan dat in overeenstemming blijft met ‘een goede ruimtelijke ordening’). Het bouwplan heeft 2000 m² bedrijfsvloeroppervlakte en het perceel waarop het bouwplan is voorzien, heeft een omvang van 4000 m². In categorie nummer 3 ‘maatschappelijke voorzieningen’ van kolom 1, staan de ruimtelijke kaders vermeld, bijvoorbeeld de Ruimtelijke Structuurvisie Venlo (2014). In dit ruimtelijke kader is géén centrum voorzien. Daarom toetst het college het bouwplan vervolgens aan de randvoorwaarden van kolom 3, nummer 3.1.
Daarin staat vermeld dat adviesrecht nodig is voor grootschalige maatschappelijke voorzieningen groter dan 1500 m² bvo en met een perceelsoppervlakte groter dan 3000 m². Het college is in deze fictieve casus verplicht om advies te vragen aan de raad, omdat aan beide randvoorwaarden uit kolom 3 is voldaan (volgnummer 3.1). Was bijvoorbeeld de omvang van de maatschappelijke voorziening kleiner geweest dan 1500 m² bvo, dan was er geen adviesrecht nodig van de gemeenteraad voor het bouwplan.”
Lijst van gevallen adviesrecht buitenplanse omgevingsactiviteit: Categorieën 1 tot en met 10, inclusief de toelichting per categorie: Categorieën 1. Algemeen
Volgnr. 1.1
1.2
1.3
Adviesrecht (16.15 onder b OW) De gevallen waarin het bevoegde gezag een aanvraag om een omgevingsvergunning met toepassing van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit wilt toewijzen (positief voornemen) en voor zover de aanvraag valt binnen categorie 1 tot en met 10 en het daarbij behorend adviesrecht. De gevallen waarin een ander bevoegd gezag zoals GS of Minister een aanvraag om een omgevingsvergunning met toepassing van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit wilt toewijzen (positief voornemen) of wilt weigeren, voor zover de aanvraag valt binnen categorie 1 tot en met 10 en de daarbij de behorend adviesrecht. De gevallen waarvan een milieueffectrapportage moet worden gemaakt (merplichtige activiteiten) en voor zover de aanvraag valt binnen categorie 1 tot en met 10 en het daarbij behorend adviesrecht.
Toelichting volgnr. 1.1
Bij de aanwijzing van het adviesrecht door de gemeenteraad mag worden bepaald dat het bindend adviesrecht van de raad alleen nodig bij een positief voornemen van het bevoegd gezag om de aanvraag om een omgevingsvergunning toe te wijzen. Die mogelijkheid past binnen de doelstelling van de Omgevingswet om de doorlooptijden voor de beslissing op de aanvraag te verkorten en het behandelen van de aanvraag, werkbaar te houden. Toelichting volgnr. 1.2
In de Omgevingswet zijn voor bepaalde activiteiten een ander bevoegd gezag aanwezen. In die gevallen wordt afgeweken van de hoofdregel dat het college van burgemeester en wethouders het bevoegde gezag zijn om te beslissen op de aanvraag. Daarnaast kunnen
overheden onderlinge afspraken maken over wie het bevoegde gezag is voor een aanvraag. Mochten zulke gevallen zich voordoen dan voorziet deze lijst voor die gevallen in adviesrecht. Toelichting volgnr. 1.3
De wetgeving rond de milieueffectrapportage (mer) is opgenomen in afdeling 16.4 van de Omgevingswet en hoofdstuk 11, afdeling 11.2 van het Omgevingsbesluit. Een milieueffectrapportage is een hulpmiddel bij het nemen van besluiten. In de rapportage zijn de effecten van een plan beschreven en ook de effecten van alternatieven op het milieu. De mer wordt gecombineerd met de voorbereidingsprocedure voor de procedure voor de behandeling van een aanvraag van een omgevingsvergunning voor de gevallen die zijn omschreven in afdeling 11.2 van het Omgevingsbesluit, bijvoorbeeld een Landinrichtingsproject, of een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra en parkeerterreinen, of een jachthaven of een themapark. In de meeste gevallen ligt voor zulke (grootschalige) ontwikkelingen een wijziging van een deel van het omgevingsplan voor de hand. Het adviesrecht is niet van toepassing bij de procedure voor het wijzigen van het omgevingsplan. Daarvoor is de raad al rechtstreeks aangewezen als het bevoegde gezag op basis van de Omgevingswet.
2. Woningen/appartementen die niet passen binnen een ruimtelijk-planologisch kader dat de gemeenteraad heeft vastgesteld, zoals een structuurvisie, omgevingsvisie, stedenbouwkundige visie, stedenbouwkundige randvoorwaarden, gebiedsvisie, woningbouwprogramma, regionale woonvisie of een lokale woonvisie.
2.1
Adviesrecht (16.15 onder b OW) Woningen en/of appartementen voor zover het gaat om volledige nieuwbouw.
Toelichting woningen/appartementen
Onder wonen wordt verstaan wat onder het begrip wonen in het omgevingsplan in de planregels is opgenomen. Onder deze categorie vallen in ieder geval NIET recreatiewoningen, bedrijfswoningen en/of zorgwoningen. Het gaat om plannen waarin het gewenste plan voorziet in volledige nieuwbouw en niet om plannen waarin een deel van een bestaand gebouw wordt getransformeerd (wijziging van gebruik) en/of een nieuw deel wordt (aan)gebouwd.
3. Grootschalige maatschappelijke voorzieningen die niet passen binnen een ruimtelijk-planologisch kader dat de gemeenteraad heeft vastgesteld zoals een structuurvisie, omgevingsvisie, stedenbouwkundige visie, stedenbouwkundige randvoorwaarden, gebiedsvisie, verkeers- of vervoersplan, regionale woonvisie, of een lokale woonvisie.
Toelichting grootschalige maatschappelijke voorzieningen
3.1
Adviesrecht (16.15 onder b OW) Maatschappelijke voorzieningen groter dan 1500 m² bedrijfsvloeroppervlakte (bvo), en: een perceelsoppervlakte van 3000 m² of groter.
Nieuw is het woord ‘grootschalig’; met ‘grootschalig’ wordt hier bedoeld die maatschappelijke voorzieningen die normaal gesproken niet zonder meer overal in de woonomgeving passen
gelet op specifieke eisen voor het gebruik, de situering en de bereikbaarheid van de voorziening. In veel gevallen gaat het hier om intensieve functies die doorgaans zeven dagen in de week, 24 uur per dag toegankelijk zijn. Zulke voorzieningen kunnen daarom een grotere impact hebben op de fysieke leefomgeving. Voorbeelden zijn multifunctionele accommodaties of opvangcentra zoals een asielzoekerscentrum.
4. Grootschalige sportvoorzieningen die niet passen binnen in een ruimtelijk-planologisch kader dat de gemeenteraad heeft vastgesteld zoals een structuurvisie, omgevingsvisie, stedenbouwkundige visie, stedenbouwkundige randvoorwaarden, gebiedsvisie, verkeers- en vervoersplan.
4.1
Adviesrecht (16.15 onder b OW) Sportvoorzieningen groter dan 1500 m² bedrijfsvloeroppervlakte (bvo), en: een perceelsoppervlakte groter dan 3000 m².
Toelichting grootschalige sport voorzieningen
Nieuw zijn grootschalige sportvoorzieningen; met ‘grootschalig’ wordt hier bedoeld die sport voorzieningen, die normaal gesproken niet zonder meer direct in de fysieke leefomgeving passen, gelet op specifieke eisen voor het gebruik, de situering en de bereikbaarheid. In veel gevallen gaat het hier om intensieve functies/ voorzieningen, die tot 7 dagen in de week overdag en een deel van de avond toegankelijk zijn en ook een grote verkeerstroom met zich meebrengen en geluid van (sportende) mensen en toeschouwers. Zulke voorzieningen kunnen daarom een grotere impact hebben op de fysieke leefomgeving. Bijvoorbeeld een voetbalstadion.
5. Intensieve recreatie wat niet past binnen een ruimtelijkplanologisch kader dat de gemeenteraad heeft vastgesteld zoals een structuurvisie, omgevingsvisie, stedenbouwkundige visie, stedenbouwkundige randvoorwaarden, gebiedsvisie, of een verkeers- of vervoersplan.
5.1
Adviesrecht (16.15 onder b OW) Intensieve recreatie, inclusief de daarbij behorende voorzieningen (zoals ontsluiting, paden en groen).
Toelichting intensieve en extensieve recreatie
Onder intensieve recreatie wordt verstaan: een gebied specifiek bedoeld voor recreatiedoeleinden. Het kan hier gaan om zowel dagrecreatie als verblijfsrecreatie. Bij deze vormen van recreatie is sprake van permanent ruimtebeslag, eventueel aangevuld met faciliteiten voor dat recreatieve gebruik. Voorbeelden daarvan zijn recreatieterreinen, campings en zwemplassen. Onder extensieve recreatie wordt verstaan: het medegebruik van gronden voor wandelen, paardrijden, fietsen, varen, zwemmen en vissen, waarbij de recreatie geen specifiek beslag legt op de ruimte.
6. Commerciële voorzieningen (waaronder nieuwbouw) zoals winkels en andere bedrijfsruimten die niet passen binnen het ruimtelijk-planologisch kader dat de
6.1
Adviesrecht (16.15 onder b OW) Commerciële detailhandelvoorzieningen met een groter dan 500 m²
gemeenteraad heeft vastgesteld zoals een structuurvisie, omgevingsvisie, stedenbouwkundige visie, stedenbouwkundige randvoorwaarden, gebiedsvisie.
6.2
bedrijfsvloeroppervlakte (bvo). Commerciële bedrijfsruimten voorzieningen groter dan 500 m² met bedrijfsvloeroppervlakte (bvo), niet zijnde kantoorfuncties (met uitzondering van planologisch ondergeschikte kantoor/detailhandelsfunctie in een bedrijfsruimte).
Toelichting commerciële voorzieningen
Onder commerciële detailhandelsvoorzieningen wordt bijvoorbeeld verstaan winkels en supermarkten. Onder commerciële bedrijfsruimtevoorzieningen wordt bijvoorbeeld verstaan bedrijven op bedrijventerreinen.
7. Nieuwbouw van kantoren die niet passen binnen een ruimtelijk-planologisch kader dat de gemeenteraad heeft vastgesteld zoals een structuurvisie, omgevingsvisie, stedenbouwkundige visie of stedenbouwkundige randvoorwaarden, gebiedsvisie.
7.1
Adviesrecht (16.15 onder b OW) Nieuwbouwvoorzieningen groter dan 500 m² bedrijfsvloeroppervlakte (bvo).
Toelichting nieuwbouw kantoren
Spreekt voor zich.
8. Projecten met betrekking tot energie opwekking die niet passen binnen een ruimtelijk-planologisch kader dat de gemeenteraad heeft vastgesteld zoals een structuurvisie, omgevingsvisie, stedenbouwkundige visie, stedenbouwkundige randvoorwaarden, gebiedsvisie.
8.1
8.2
8.3
Adviesrecht (16.15 onder b OW) Het realiseren van minimaal één windturbine met een rotordiameter van minimaal twee meter en groter. Het realiseren van zonnevelden met zonnepanelen van minimaal drie hectare en groter. Het opwekken en/of opslag van andere vormen van energie.
Toelichting projecten met betrekking tot energie opwekking Deze categorie is nieuw en speelt in op recente ontwikkelingen voor een duurzame fysieke leefomgeving. In de keuze van de verschillende vormen van energieopwekking is het onderscheid gemaakt tussen grootschalige en individuele toepassing daarvan.
Kleinschalige individuele energieopwekking voor eigen particuliere gebruik (bijvoorbeeld zonnepanelen op de woning of op de eigen garage) valt buiten het adviesrecht van de gemeenteraad. Definitie zonneveld: een grondgebonden opstelling met zonnepanelen. Onder opslag of andere vormen van energie valt bijvoorbeeld een kerncentrale, een biomassa-installatie of opslag voor waterstof.
9. Antenne-installaties die niet passen binnen een ruimtelijkplanologisch kader dat de gemeenteraad heeft vastgesteld zoals een structuurvisie, omgevingsvisie, stedenbouwkundige visie, stedenbouwkundige randvoorwaarden, gebiedsvisie.
9.1
Adviesrecht (16.15 onder b OW) Het oprichten of veranderen van een antenne-installatie van 40 meter of hoger.
Toelichting antenne-installaties
Spreekt voor zich.
10. Infrastructurele projecten voor zover die niet passen binnen een ruimtelijk-planologisch kader dat de gemeenteraad heeft vastgesteld zoals een structuurvisie, omgevingsvisie, stedenbouwkundige visie, stedenbouwkundige randvoorwaarden, masterplan, gebiedsvisie, projectplan, verkeers- of een vervoersplan.
10.1
Adviesrecht (16.15 onder b OW) Het aanleggen/bouwen van grootschalige infrastructurele werken, inclusief bijbehorende voorzieningen en groen.
Toelichting infrastructurele projecten Grootschalig is in dit verband een nieuwe aanleg van rondwegen, (spoor) tunnels en viaducten met bijbehorende voorzieningen zoals geluidsschermen en groen.
Raadsbesluit
Verkorte weergave van de lijst van gevallen categorieën 1 tot en met 10: Categorieën 11. Algemeen
Volgn r 1.1
1.2
1.3
12. Woningen/appartementen die niet passen binnen een ruimtelijk-planologisch kader dat de gemeenteraad heeft vastgesteld, zoals een structuurvisie, omgevingsvisie, stedenbouwkundige visie, gebiedsvisie, regionale woonvisie of een lokale woonvisie. 13. Grootschalige maatschappelijke voorzieningen die niet passen binnen een ruimtelijk-planologisch kader dat de gemeenteraad heeft vastgesteld zoals een structuurvisie, omgevingsvisie, stedenbouwkundige visie, stedenbouwkundige randvoorwaarden, gebiedsvisie, verkeers- of vervoersplan, regionale woonvisie, of een lokale woonvisie. 14. Grootschalige sportvoorzieningen die niet passen binnen in een ruimtelijk-planologisch kader dat de gemeenteraad heeft vastgesteld zoals een structuurvisie, omgevingsvisie, stedenbouwkundige visie, stedenbouwkundige randvoorwaarden, gebiedsvisie. 15. Intensieve recreatie wat niet past binnen een ruimtelijk-planologisch kader dat de gemeenteraad heeft vastgesteld zoals een structuurvisie, omgevingsvisie, stedenbouwkundige visie, stedenbouwkundige randvoorwaarden, gebiedsvisie, verkeers- of een vervoersplan. 16. Commerciële voorzieningen (waaronder nieuwbouw) zoals winkels en andere bedrijfsruimten die niet passen binnen het ruimtelijk-planologisch kader dat de gemeenteraad heeft vastgesteld zoals een structuurvisie, omgevingsvisie, stedenbouwkundige visie, stedenbouwkundige randvoorwaarden, gebiedsvisie.
2.1
3.1
Adviesrecht (16.15 onder b OW) De gevallen waarin het bevoegde gezag een aanvraag om een omgevingsvergunning met toepassing van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit wilt toewijzen (positief voornemen) en voor zover de aanvraag valt binnen categorie 1 tot en met 10 en de daarbij de behorend adviesrecht. De gevallen waarin een ander bevoegd gezag zoals GS of Minister een aanvraag om een omgevingsvergunning met toepassing van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit wilt toewijzen (positief voornemen) of wilt weigeren, voor zover de aanvraag valt binnen categorie 1 tot en met 10 en de daarbij de behorend adviesrecht. De gevallen waarvan een milieueffectrapportage moet worden gemaakt (MER-plichtige activiteiten) en voor zover de aanvraag valt binnen categorie 1 tot en met 10 en het daarbij behorend adviesrecht. Woningen en/of appartementen voor zover het gaat om volledige nieuwbouw.
Maatschappelijke voorzieningen groter dan 1500 m² bedrijfsvloeroppervlakte (bvo), en: een perceelsoppervlakte van 3000 m² of groter. Bijvoorbeeld multifunctionele accommodaties en opvangcentra.
4.1
5.1
6.1
6.2
Sportvoorzieningen groter dan 1500 m² bedrijfsvloeroppervlakte (bvo), en: een perceelsoppervlakte groter dan 3000 m². Bijvoorbeeld een voetbalstadion. Intensieve recreatie, inclusief de daarbij behorende voorzieningen (zoals ontsluiting, paden en groen).
Commerciële detailhandelvoorzieningen met een groter dan 500 m² bedrijfsvloeroppervlakte (bvo). Bijvoorbeeld winkels en supermarkten. Commerciële bedrijfsruimten voorzieningen groter dan 500 m² met bedrijfsvloeroppervlakte (bvo), niet zijnde kantoorfuncties (met uitzondering van
13
Raadsbesluit
planologisch ondergeschikte kantoor/detailhandelsfunctie in een bedrijfsruimte).
17. Nieuwbouw van kantoren die niet passen binnen een ruimtelijk-planologisch kader dat de gemeenteraad heeft vastgesteld of goedgekeurd zoals een structuurvisie, omgevingsvisie, stedenbouwkundige visie of stedenbouwkundige randvoorwaarden, gebiedsvisie. 18. Projecten met betrekking tot energie opwekking die niet passen binnen een ruimtelijk-planologisch kader dat de gemeenteraad heeft vastgesteld zoals een structuurvisie, omgevingsvisie, stedenbouwkundige visie, stedenbouwkundige randvoorwaarden, gebiedsvisie.
19. Antenne-installaties die niet passen binnen een ruimtelijk-planologisch kader dat de gemeenteraad heeft vastgesteld of goedgekeurd zoals een structuurvisie, omgevingsvisie, stedenbouwkundige visie, stedenbouwkundige randvoorwaarden, gebiedsvisie. 20. Infrastructurele projecten voor zover deze niet passen binnen een ruimtelijk-planologisch kader dat de gemeenteraad heeft vastgesteld zoals een structuurvisie, omgevingsvisie, stedenbouwkundige visie, stedenbouwkundige randvoorwaarden, gebiedsvisie.
7.1
8.1 8.2 8.3
9.1
10.1
Bijvoorbeeld bedrijven op bedrijventerreinen. Nieuwbouw kantoorvoorzieningen groter dan 500 m² bedrijfsvloeroppervlakte (bvo).
Het realiseren van minimaal één windturbine met een rotordiameter van minimaal twee meter en groter. Het realiseren van zonnevelden met zonnepanelen van minimaal drie hectare en groter. Het opwekken en/of opslag van andere vormen van energie. Bijvoorbeeld een kerncentrale, biomassainstallatie en opslag voor waterstof. Het oprichten of veranderen van een antenne-installatie van 40 meter of hoger.
Het aanleggen/bouwen van grootschalige infrastructurele werken, inclusief bijbehorende voorzieningen en groen. Bijvoorbeeld nieuwe aanleg van rondwegen, (spoor)tunnels en viaducten.
Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 25 januari 2023. De griffier
De voorzitter
Geert van Soest
Antoin Scholten
14