CConstaterende datVenlo
Koppel je AI →
Document · PDF

011bijl Eindconcept IVOR Venlo 2021-2031.pdf

Raadsvergadering 30 juni 2021, gemeente VenloBij agendapunt: 4.09: RV 11 - Integrale Visie Openbare Ruimte 2021-203115.288 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

terug naar vorig beeld

INTEGRALE VISIE OPENBARE RUIMTE - GEMEENTE VENLO 2021 - 2031 colofon

1

2

3

inleiding

visie

reisgids

5

6

7

8

ambities

aanpak

communicatie

bijlagen

onze koffer uitleg

4 zonering

1 terug naar vorig beeld 2 COLOFON 3 4 5 6 7 8

COPRODUCTIE

FOTO'S GEMAAKT DOOR PETRA LENSSEN, DION NIJSKENS EN HEDWIG VAN BAALEN PROJECTNUMMER 742400027 STATUS EINDVERSIE VERSIE 1.3 DATUM 31 MAART 2021

pagina 2

1 terug naar vorig beeld 2 Klik hier om terug te gaan naar de pagina die u als laatst heeft bezocht UITLEG 3 4 Klik hier om direct naar de eerste pagina van een hoofdstuk te gaan 5 6 7 2 8 visie Met deze knoppen op de voorpagina kunt

Klik hier om direct naar de website van de gemeente te gaan

u direct naar een hoofdstuk klikken

Op deze pagina staat uitgelegd welke interactieve functies u in deze PDF kunt gebruiken. Natuurlijk is het ook mogelijk om door het document te bladeren zoals u dat met andere PDF's gewend bent.

Naar de voorpagina (met de inhoudsopgave) Vorige pagina

Als dit onderaan de pagina staat weet u dat het hoofdstuk op de volgende pagina verder gaat

Volgende pagina

Vervolg op volgende pagina -> pagina 3

1 2 3 4 5 6 7 8

ONZE KOFFER

pagina 4

1 2 3 4 5 6 7 8

INLEIDING Het belang van een goed ingerichte openbare ruimte van de gemeente Venlo De openbare ruimte speelt een belangrijke rol in het dagelijks leven van de inwoners en bezoekers van Venlo. We reizen erdoor naar school of werk, we zoeken er een plek om te ontspannen of te recreëren en het is het visitekaartje van onze gemeente. Het vormt een fysieke basis die ook voor de sociale en economische rol van belang is voor onze gemeente. Een goed ingerichte openbare ruimte beantwoordt aan de vraag van haar gebruikers, kan inspireren en gewenst gedrag beïnvloeden. Zo stimuleert een snelfietsverbinding om op de fiets naar het werk te gaan. Voor de jongere doelgroep in onze openbare ruimte draagt een goede schoolomgeving bij aan verkeersveiligheid en meer buitenspelen. In een goed ingericht centrum zullen mensen langer verblijven, ze bezoeken bijvoorbeeld terrassen en steunen daarmee de lokale economie. Deze aantrekkelijke ruimte heeft een positief effect op inwoners en toeristen. Kortom: een goed ingerichte openbare ruimte heeft meerwaarde, voor jong en oud, inwoner of bezoeker!

Deze openbare ruimte bestaat uit ontelbaar veel elementen. Een aantal van dat soort elementen zijn o.a. groenvoorzieningen, afvalbakken, verkeersvoorzieningen, parkeerplaatsen en speeltoestellen. Bij de gebruiker van de openbare ruimte draait het echter niet om de afzonderlijke elementen maar om de beleving en de gebruikswaarde van het totaal. Voor een goede openbare ruimte moeten de inrichting, het beeld en de gebruiksmogelijkheden nu en in de toekomst goed blijven aansluiten op de vraag van inwoners, ondernemers en bezoekers. Daarbij leggen we ook steeds meer de verbinding tussen ons welzijn en de openbare ruimte. Een goede openbare ruimte draagt bij aan een gezonde en duurzame leefomgeving met ruimte voor sporten en bewegen.

Waarom een visie voor de openbare ruimte? De inrichting en het beheer van de openbare ruimte is het werk van verschillende vakdisciplines (werkvelden) die allemaal zo goed mogelijk in de behoefte van de gebruiker willen voorzien. De druk op deze openbare ruimte is groot en we maken hier veel verschillende inrichtingskeuzes. Keuzes die zowel boven de grond, als in de ondergrond invloed hebben op de beschikbare ruimte. Zo is bijvoorbeeld de ruimte voor kabels en leidingen vaak een spanningsveld met groeiruimte voor wortels van bomen. Als we in de ontwerpfase al goed kijken naar het gewenste en/of te verwachten gebruik kunnen functies in de openbare ruimte beter gecombineerd worden. Door samenwerken en een integrale benadering wordt de openbare ruimte multifunctioneel. Deze multifunctionaliteit is ook belangrijk om in te spelen op wensen en behoeften die voortkomen uit maatschappelijke ontwikkelingen en trends. Denk daarbij aan thema’s zoals klimaatverandering, circulair materiaalgebruik, energietransitie en technologische ontwikkelingen (smart cities, mobiliteitsverandering). Maar ook sociale thema’s zijn van belang, zoals omgaan met vergijzing en eenzaamheid.

Vervolg op volgende pagina -> pagina 5

1 terug naar vorig beeld 2 INLEIDING 3 4 5 6 Wat is de visie op de openbare ruimte? Het is belangrijk om integraal te benoemen wat we willen bereiken en 7 deze ambities in een gezamenlijk proces vast te leggen. Bij elke ambitie beschrijven we hoe we deze ambitie willen bereiken aan de hand van 8 speerpunten. Met de IVOR zetten we een belangrijke stap om meer richting te geven aan de toekomstige inrichting van de openbare ruimte. De IVOR vormt de verbindende schakel tussen verschillende gemeentelijke programma’s en doelen die betrekking hebben op de openbare ruimte. De IVOR is het belangrijkste toetsingskader wat bij alle integrale ontwikkelingen in de openbare ruimte moet worden meegenomen. Een goede samenwerking en draagvlak is hierbij cruciaal. Het actieve proces waarbij deze IVOR tot stand is gekomen is daarbij net zo belangrijk als het resultaat; “De reis is net zo belangrijk als de bestemming”.

Positionering De opdracht voor het opstellen van de IVOR komt vanuit het programma Leefbaar Venlo. De uitwerking van de IVOR is een visie op tactisch niveau (tussen strategisch en operationeel niveau, zie beleidspiramide). Het plan is ook functioneel gericht op de openbare ruimte: praktisch beleid op het juiste schaalniveau. Het is het belangrijkste kader voor ontwikkelingen in de inrichting van de openbare ruimte. De IVOR raakt vrijwel alle programma’s van de gemeente Venlo. Een aantal relevante raakvlakken met de programma’s worden hiernaast benoemd.

Vervolg op volgende pagina -> pagina 6

1 terug naar vorig beeld 2 INLEIDING 3 4 5 6 Afbakening In deze visie verstaan we onder de openbare ruimte alle vrij toegankelijke 7 ruimte, zowel boven- als ondergronds, in eigendom van de gemeente, niet zijnde gebouwen. De openbare ruimte bestaat daarbij uit verschillende onderdelen waarvan de gemeente eigenaar is en deze beheert en 8

Programma's Gezond en actief Venlo: Dit programma gaat over het stimuleren van inwoners om te werken aan hun gezondheid. Dit gebeurt in toenemende mate in de openbare ruimte. Hardlopen, bootcamps, wandelen en fietsen nemen toe in populariteit en vragen om een openbare ruimte die hier passend ruimte voor biedt. De openbare ruimte is laagdrempelig en biedt mogelijkheden aan een brede doelgroep om actief bezig te kunnen zijn in de directe omgeving.

onderhoudt. Denk daarbij bijvoorbeeld aan straten, fietspaden, wegen, groenperken, bomen, bermen, sloten, bruggen, bankjes, afvalbakken, verkeersborden en andere bewegwijzering.

Leefbaar Venlo: De doelstelling van dit programma is primair het realiseren van een kwalitatieve, toekomstbestendige, verkeersveilige en bereikbare leefomgeving. IVOR komt voort uit dit programma, waarbij duurzaamheidsambities en klimaatadaptatie integraal onderdeel zijn.

IVOR en IBOR Daarbij zit er een verschil in hoe we deze ruimte en de elementen daarin benaderen in de IVOR en hoe in de IBOR (Integraal Beheerplan Openbare Ruimte).

Centrumstad Venlo: De doelstelling van dit programma is om het centrum en de ontwikkelingen rondom het stedelijk centrum het bestuurlijk, culturele en economische kloppend hart van de regio te maken. Dit door meer in te zetten op uitstraling en faciliteiten.

IVOR en IBOR kunnen niet zonder elkaar. Voor een compleet plaatje ten aanzien van de openbare ruimte dienen beiden gelijktijdig te worden opgeleverd en in samenhang te worden vastgesteld. Zie ook de positionering in de beleidspiramide. IVOR gaat om het ambitieniveau en IBOR om de vertaling daarvan naar het gewenste kwaliteits- en beheerniveau. IBOR vertaalt dit door naar beheer- en onderhoudsmaatregelen op objectniveau. IBOR is primair gericht op het in het stand houden van het kapitaalgoed van de openbare ruimte en doet dit in lijn met de kaders van de IVOR. De IBOR alleen vormt niet de uitwerling van de IVOR. Uitwerking van de ambities vindt met name plaats in de projecten zoals beschreven in hoofdstuk 6.

Welvarend Venlo: In dit programma zit het mobiliteitsbeleid Trendsportal met daarin 5 sporen: verhogen kwaliteit van leven, verbeteren verkeersveiligheid, aantrekkelijk mobiliteitssysteem, ondersteunen milieu- en energietransitie en verbeteren van ruimtelijkeconomische bereikbaarheid. Dit programma gaat ook over de kwaliteit van werklocaties en faciliteiten die noodzakelijk zijn om de kennisinfrastructuur en arbeidsmarkt te verbeteren. Een openbare ruimte die meegaat in deze ontwikkelingen en bijdraagt aan deze kwaliteit is op zijn plaats. Juist nu bedrijven meer omgevingsbewust zijn en ook zelf willen investeren in de openbare ruimte.

Het opstellen van de IVOR en inwonersparticipatie Voor het ophalen van de wensen van stakeholders hebben we gebruik gemaakt van de inbreng bij de strategische visies, de diverse beleidsstukken en recentelijk ook met de samenlevingsagenda. Daarnaast heeft een consultatie van het gemeentepanel plaatsgevonden om gevoel te krijgen of de koers die we bepalen in deze IVOR ook past bij hoe de samenleving hiernaar kijkt. Meer informatie hierover is terug te vinden in hoofdstuk 2.

Circulaire en duurzame hoofdstad: Duurzaamheid is een rode draad door alle programma’s en dus ook een belangrijke rode draad door de IVOR. Duurzaamheid maakt onderdeel uit van de ambities en het onderscheidend vermogen van Venlo. De opgaven van energie, klimaat en circulariteit zijn groot en hebben een directe impact op de leefomgeving. Het is essentieel dat we dit ook doorvertalen naar onze openbare ruimte. Vervolg op volgende pagina -> pagina 7

1 2 3 4 5 6 7 8

INLEIDING Wettelijke kaders, richtlijnen en vastgesteld beleid Alle wettelijke kaders, richtlijnen en al vastgesteld beleid dat van toepassing is op de openbare ruimte is uiteraard ook van toepassing op de IVOR. Dit is als vanzelfsprekend in dit rapport meegenomen en wordt daarom niet specifiek benoemd. De IVOR bestaat voor een groot deel uit reeds bestaand beleid, maar spitst dit wel toe op de openbare ruimte. De ambities uit deze sectorale beleidsvelden zijn in lijn met de ambities van deze IVOR.

Uitwerking De uitwerking en concrete toepassing van de IVOR vindt plaats bij ruimtelijke initiatieven, projecten en uitvoeringsprogramma’s van bestaand of nog op te stellen sectoraal beleid. Zo krijgen ambities die betrekking hebben op mobiliteit bijvoorbeeld een uitwerking in de Mobiliteitsvisie of de parkeervisie. Ook de IBOR (Integraal Beheerplan Openbare Ruimte) vormt een belangrijke uitwerking. In dat operationeel kader worden de ambities van de IVOR vertaald naar een gewenste kwaliteit van beheer en inrichting van de openbare ruimte. Bij investeringen en ontwikkelingen die impact hebben op de openbare ruimte worden ambities en speerpunten uit deze visie expliciet meegenomen. Ten slotte geeft de IVOR richting aan nog op te stellen kaders en handboeken die een uitwerking hebben in de openbare ruimte.

Vervolg op volgende pagina -> pagina 8

1 2 3 4 5 6 7 8

VISIE De Reis is net zo belangrijk als de bestemming Deze visie gaat over de ruimte van de gemeente Venlo die we allemaal samen delen en gebruiken. Het gaat over mensen en de plek waar ze elkaar ontmoeten, werken, sporten en bewegen of doorheen reizen naar hun bestemming. Het is de openbare ruimte in het “stedje van lol en plezeer” en omliggende dorpen, waar het openbare leven plaatsvindt en die onze gemeente aanzien en een gezicht geeft. We voelen ons er prettig door op onze dagelijkse reis en landen met een goed gevoel op onze bestemming.

Met de Integrale Visie op de Openbare Ruimte bereiden we ons daarop voor en leggen hiervoor kaders vast. De Integrale visie openbare ruimte:

SAMEN OP WEG NAAR EEN GEZONDE EN TOEKOMSTBESTENDIGE LEEFOMGEVING MET SLIMME MOBILITEIT Een aantal belangrijke grondleggers vormen, voor die visie en de ambities die we in dit rapport formuleren, een belangrijk vertrekpunt:

De openbare ruimte – De Reis is net zo belangrijk als de bestemming. Reizen en verblijven in de openbare ruimte is onderhevig aan trends en ontwikkelingen. Hoe ziet dat eruit voor nu en in de komende 10 jaar? Hoe bewegen we mee met de ontwikkelingen en werken we aan een openbare ruimte die de komende jaren blijft voldoen aan de behoefte van de gebruiker?

Gezondste regio In de regiovisie Noord-Limburg is gekozen voor één nadrukkelijke ambitie: het zijn van de gezondste regio van Nederland. Deze ambitie is gekozen vanuit een sterke focus op de productie van gezonde voeding, innovatieve bedrijven, toerisme en vitale gemeenschappen. Gezondheid is de verbindende schakel tussen economische en sociaal maatschappelijke activiteiten in de regio. Iedereen wil graag gezond zijn en gezond blijven, iedere onderneming wil een gezond bedrijf en ieder bestuur wil een gezonde vereniging. In de gezondste regio gaat de ontwikkeling van welvaart hand en hand met welzijn, vitaliteit en veerkracht. De ambitie wordt gedragen door 6 pijlers waarin de regio Noord-Limburg wil investeren. 1. Gezond ondernemen en innoveren 2. Gezond zijn en blijven 3. Gezond leven met toerisme en leisure 4. Gezonde leefomgeving 5. Gezond verbinden 6. Gezond leefklimaat

Vervolg op volgende pagina -> pagina 9

1 terug naar vorig beeld 2 VISIE 3 4 5 Om ook daadwerkelijk de gezondste regio van Nederland te worden wil de regio investeren in 7 icoonprojecten. Een aantal icoonprojecten die de 6 inrichting van de openbare ruimte raken zijn: “Vitale vrijetijdseconomie in een vitaal landschap”, “Duurzame mobiliteit en gezonde ontwikkeling van de regio” 7 en “Regionale energietransitie”. Het gedachtengoed van de gezondste regio vormt dan ook een belangrijke basis voor de visie op de openbare ruimte. 8 Meer informatie hierover is te vinden op: https://gezondsteregio.nl/

Morgen in Venlo “Morgen in Venlo” is een transitievisie met een duidelijke boodschap van de jongere generatie. Hun toekomst ligt in onze handen. Met “Morgen in Venlo” zet Venlo de groene knop om. Samen gaan we op weg naar een toekomst met duurzame energie, circulair materiaalgebruik en een klimaatbestendige leefomgeving. Hierbij borduren we voort op de Venlo Principes en het Cradle to Cradle gedachtengoed. Venlo is al jarenlang koploper op dat gebied. Cradle to Cradle (C2C) - gedachtengoed Na het zien van de documentaire ‘Afval is Voedsel’ was Venlo de eerste gemeente die actief aan de slag ging met het gedachtegoed. De documentaire was het zaadje waarmee de Cradle to Cradle ontwikkeling in de regio begon. Een paar mensen in de regio raakten geïnspireerd en dit leidde tot de eerste stappen die de gemeente zette, samen met de Kamer van Koophandel en enkele bedrijven. Venlo liet mensen trainen, richtte het C2C ExpoLAB op en ging aan de slag met allerlei projecten. – bron www.c2cvenlo.nl In Venlo geloven we dat de sleutel van deze transitie ligt in het verbeteren van de omgevingskwaliteit; “De mens centraal”. Dit betekent dat als we hierin willen slagen we dit ook willen laten landen in de ambities en visie voor de openbare ruimte. “Morgen in Venlo” maakt al een concrete start in o.a.

de “Aardgas(t) vrije wijk Hagerhof Oost” door het toepassen van aquathermie als nieuwe warmtebron voor het verwarmen van woningen. Meer informatie is te vinden op: https://www.morgeninvenlo.nl/

Vervolg op volgende pagina -> pagina 10

1 terug naar vorig beeld 2 VISIE 3 4 5 Trendsportal Met Trendsportal werkt de gemeente Venlo samen met de 7 andere 6 samenwerkende gemeenten in de regio Noord-Limburg aan slimme mobiliteit voor morgen. De regio is door haar belangrijke rol in o.a. transport en 7 logistiek uitgegroeid tot een regio waar mobiliteit van levensbelang is. Trendsportal is ingericht om tijdig te kunnen inspelen op ontwikkelingen in de 8 regio en samen met partners de kansen te verzilveren die we zien ontstaan. Trendsportal is een netwerk dat in basis gevormd wordt door de 8 regiogemeenten, waaronder Venlo. In dit netwerk is samen met ruim 400 partners gewerkt aan een overkoepelende mobiliteitsvisie. In deze mobiliteitsvisie wordt het doel gesteld om in 2040 de klimaatvriendelijkste, toegankelijkste en veiligste regio te zijn van Nederland op het gebied van mobiliteit. Een regio waar mobiliteit bijdraagt aan een fijne leefomgeving voor iedereen. Volgens deze visie zijn er 5 wegen die daar naartoe leiden: 1. Verhogen van de kwaliteit van leven – mobiliteit is noodzakelijk zodat iedereen in de maatschappij kan blijven meedoen. 2. Verbeteren van de veiligheid – streven naar zo min mogelijk verkeersslachtoffers 3. Aantrekkelijk mobiliteitssysteem – robuust en attractief 4. Ondersteunen milieu en energietransitie – door over te schakelen op stille en schone bronnen 5.

Verbeteren ruimtelijk economische bereikbaarheid. Voor de reis door de openbare ruimte is Trendsportal het kompas. Meer informatie hierover is te vinden op: https://www.trendsportal.nl/

pagina 11

1 2 3 4 5 6 7 8

REISGIDS De IVOR is een bijzondere reis die we samen hebben gemaakt. Tijdens deze reis stonden samenwerking, integraliteit en draagvlak centraal. In de afbeelding hieronder is te zien welke fases zijn doorlopen. Elke fase kan gezien worden als een station: per station zijn verschillende personen ingestapt en uitgestapt. Deze personen zijn de ambassadeurs van de IVOR en hebben allen vanuit hun eigen vakdiscipline en expertise een bijdrage geleverd aan de reis en aan het reisverslag; de IVOR. Na elke bijeenkomst is een verfrissende en beeldende samenvatting opgesteld, een zogeheten wrap-up.

Vervolg op volgende pagina -> pagina 12

1 2 3 4 5 6 7 8

REISGIDS

Praktijkervaringen De eerste stap in het proces was het ophalen van praktijkervaring van het toepassen van beleid en uitvoering in de openbare ruimte van Venlo. Dit ophalen heeft plaatsgevonden in de vorm van een aantal interviews. Behalve dat we hiermee al de nodige inhoudelijke input opgehaald hebben voor de IVOR hebben we deze personen daarmee geprikkeld om hun eigen vakdiscipline in het kader van deze IVOR wat meer onder de aandacht te brengen. Deze personen werden op dat moment eigenlijk al ambassadeur en hebben ook een inhoudelijke bijdrage geleverd aan bijvoorbeeld de inspiratiebijeenkomst of de Start-up.

Start up Ook tijdens de Start up hebben een aantal collega’s weer het podium gepakt en zijn leerzame speeches gehouden over veranderende mobiliteit, recreatieve aantrekkelijkheid en identiteit versterkt door erfgoed. Er was ruimte voor interactie over diverse thema’s en onderwerpen. De kernboodschap die veel terugkwam is de zoektocht naar de hoofdfuncties en hoe die gecombineerd kunnen worden met nevenfuncties. Hierbij is de IVOR een mooi instrument om meerdere doeleinden te kunnen realiseren. Zo scoorde het bieden van een fijn klimaat, verblijven & ontmoeten, transport van A naar B en recreëren & beleving hoog. Uit de Start up zijn uiteindelijk 4 thema’s ontstaan waarover in de themasessie het gesprek is gevoerd, met als rode draad door alle thema’s hoe je met goede inrichting van de openbare ruimte gewenst gedrag kunt beïnvloeden. Wil je meer weten? Klik dan op de wrap-up start-up.

Inspireren en enthousiasmeren De fase ‘inspireren en enthousiasmeren’ is in het leven geroepen om zo een enthousiaste projectgroep op te kunnen richten. De kracht van de inspiratiebijeenkomst ontstond doordat collega’s van verschillende afdelingen het podium hebben gepakt. Collega’s informeerden elkaar over knelpunten én inspireerden elkaar gericht op de kansen. Ook externe adviseurs gaven hun visie, zoals NL Greenlabel en idverde Advies. Daarnaast is op ludieke wijze de uitdaging en het belang van samenwerking, draagvlak en integraliteit belicht. Dit alles met als doel om mensen te enthousiasmeren om deel te nemen aan het IVOR-traject. Zij konden zich opgeven als ambassadeurs. Wil je meer weten? Klik dan op de wrap-up inspiratiebijeenkomst.

Themasessies We hebben twee rondes van vier themasessies georganiseerd. Tijdens deze sessies zijn ambities en speerpunten geformuleerd op basis van de vier thema’s gezondheid, leefbaarheid, duurzaamheid en mobiliteit. Alle input die we hiermee verzameld hebben is door vertaald naar hoofdambities met sub-ambities voor de gemeente Venlo. Aan deze ambities zijn bij de kernbijeenkomst speerpunten en gebieden gekoppeld. Wil je meer weten? Klik dan op de wrap-up themasessies.

Vervolg op volgende pagina -> pagina 13

1 terug naar vorig beeld 2 REISGIDS 3 4 5 6 7 8

Consultatie inwoners van gemeente Venlo Bij inwoners is voor het opstellen van de strategische visie, het formuleren van bepaald sectoraal beleid (bijv. Agenda Groen & Water) en bij het opstellen van de Samenlevingsagenda al veel opgehaald dat gaat over de openbare ruimte. Toch wilden we graag weten of onze interne blik overeenkomt met het beeld van onze inwoners. Daarvoor is een enquête uitgezet onder het gemeentepanel, met als onderwerp; Beleving van de Openbare Ruimte. De resultaten van deze enquête laten gelukkig zien dat inwoners geen wezenlijk ander beeld hebben dan intern deskundigen. De meer gedetailleerde uitkomsten zijn daarbij meegenomen in het verfijnen van de ambities van deze IVOR.

Uitwerkingssessies - Kernbijeenkomst Tijdens de kernbijeenkomst is discussie gevoerd over de vijf voorgestelde hoofdambities en zijn sub-ambities besproken en geprioriteerd. De daaruit definitief gevormde vier (hoofd)ambities vormen het hart van de IVOR en vindt je terug in dit rapport. Voor de prioritaire sub-ambities is ook gevraagd waar binnen onze gemeente deze opgaven zich met name bevinden.

Uitwerkingssessies - presentatie reisverslag Ter afronding van een interactieve reis is aan alle betrokken ambassadeurs een presentatie gegeven van het “reisverslag”: het resultaat van onze gezamenlijke inspanningen. Daarbij is nogmaals de dank uitgesproken naar alle betrokkenen die vanuit hun eigen expertise en vakdiscipline een bijdrage hebben geleverd in deze IVOR. Met als afsluiting tips voor verdere implementatie en de uitnodiging om er vooral samen een succes van te gaan maken.

pagina 14

1 terug naar vorig beeld 2 3 4 5 6 7 8

pagina 15

1 terug naar vorig beeld 2 ZONERING 3 4 5 Niet overal in de openbare ruimte hebben de in dit rapport beschreven ambities dezelfde betekenis of uitwerking. Ieder gebied kent een specifieke 6 opbouw, karakter en uitdagingen. Hieronder op de kaart is de gebiedsindeling van onze gemeente te zien. In de toelichting wordt een nadere beschrijving 7 van iedere zone gegeven. 8

Vervolg op volgende pagina -> pagina 16

1 terug naar vorig beeld 2 ZONERING 3 4 Uitsnedekaart stedelijk gebied gemeente Venlo 5 6 7 8

Vervolg op volgende pagina -> pagina 17

1 terug naar vorig beeld 2 ZONERING 3 4 5 6 Binnenstad 7 Het betreft hier de binnenstad van Venlo. Dit is een plek waar allerlei 8 activiteiten plaatsvinden langs een aantal belangrijke straten en pleinen.

Ons centrum vormt voor zowel ontmoeting en ontspanning (horeca) als economisch een hart voor onze stad. Het is de plek waar we veel bezoekers ontvangen. Onze bezoeker bestaat ook voor een belangrijk deel uit Duitse gasten (kooptoeristen). Zeker ook om die groep bezoekers goed te bedienen is een goede balans tussen voldoende faciliteiten voor de auto, maar ook een goede inrichting voor langzaam-verkeer en een goed OV belangrijk. De inrichting van de openbare ruimte sluit daarbij aan op het historische karakter zoals rondom het Huis van de stad en de Oude markt.

Stedelijke kernen Dorp- en wijkcentra vallen onder stedelijke kernen. Het dorpscentrum of wijkcentrum is vaak de plek waar voorzieningen, zoals winkels, een kerk of het gemeenschapshuis aanwezig zijn. Er is ruimte voor ontmoeten. In deze centra is aandacht voor langzaam verkeer, maar ook voor de auto. Inrichting is veelal functioneel en plaatselijk aangepast op de omgeving (historie). In dorpen zoals Steyl en Arcen is daarbij ook bijzondere aandacht voor recreatie en toerisme.

Woonbuurt In de woonbuurten buiten de centrumgebieden ligt de nadruk op wonen en minder op recreatie en toerisme. De openbare ruimte heeft hier een groen en functioneel karakter. Voorzieningen zijn hier met name gericht op wat noodzakelijk is in de directe woonomgeving. In deze woonbuurten is bijzondere aandacht voor de omgeving van scholen. De omgeving rondom een basisschool is een openbare ruimte waarin veel gebeurt en de functionaliteit en veiligheid belangrijk zijn.

Parken Parken zijn bij uitstek de plekken die ruimte bieden aan ontmoeten, recreëren en sporten maar vormen ook de groenblauwe oase van rust in de nabijheid van de woonbuurten. Parken dicht bij de binnenstad kunnen ook een functie als evenemententerrein vervullen, zoals Julianapark en Kop van Weerd.

Vervolg op volgende pagina -> pagina 18

1 2 3 4 5 6 7 8

ZONERING

Maascorridor De Maascorridor is de groen-blauwe noord-zuid as door onze gemeente. Vrijwel alle kernen en woongebieden worden door de Maascorridor met elkaar verbonden. Deze as is een ruimtelijke drager, het is een belangrijk gebied waarin recreatie, natuur en langzaam verkeer een plek krijgt.

Werkgebieden De gemeente is een belangrijke logistieke hotspot. Mede hierdoor hebben we een groot oppervlak aan werkgebieden. De openbare ruimte in deze gebieden is gericht op een prettig vestigingsklimaat; functioneel en verblijfskwaliteit door het vergroenen van deze omgeving. Voorbeeld: Greenport.

Ontsluitingswegen Ontsluitingswegen zijn de belangrijkste lijnen in onze gemeente waarlangs mensen en goederen zich door de openbare ruimte verplaatsen. Deze wegen worden druk bezocht. Een goede sturing en doorstroming van alle vormen van verkeer is hier essentieel. Voorbeeld: Eindhovenseweg.

Vervolg op volgende pagina -> pagina 19

1 2 3 4 5 6 7 8

ZONERING

Woon- en verblijfstraten

Entreegebied

In de woonbuurten ligt een heel netwerk aan allerlei vormen van woonstraten en verblijfstraten. Afhankelijk van de periode waarin een woonbuurt is ontstaan kennen deze straten een bepaalde inrichting (profielopbouw). Ze bieden meer of minder ruimte aan alle voorzieningen die noodzakelijk zijn in de directe omgeving van de woning. Denk daarbij aan parkeren, groen en water, maar ook straatverlichting, kabels & leidingen (ondergrondse openbare ruimte).

Bij een entree komt een grote stroom bezoekers de gemeente binnen en maakt zij vaak voor het eerst kennis met de gemeente Venlo. Denk daarbij aan belangrijke invalswegen, maar ook de stationsgebieden. Hier worden de eerste indrukken op gedaan en oriënteert men zich aan de hand van herkenbare elementen. Voorbeelden: Tegelseweg vanaf de A73 en de trein-/busstations in Venlo, Tegelen en Blerick. Al sinds de Floriade in 2012 presenteren deze "Poorten van de stad" Venlo als een welkome en groene stad en poort van Nederland.

Buitengebied De gemeente kent een groot uitloop- of buitengebied. Het gehalte gemeentelijke openbare ruimte in deze gebieden is weliswaar klein en clustert zich vooral rondom de bewoonde kernen. Voor het welbevinden van de inwoners is het wel belangrijk dat het buitengebied gemakkelijk bereikbaar is en mogelijkheden biedt voor sport, recreatie en ontspanning. Voorbeeld: Romeinenweerd in Hout-Blerick en Jaomerdal in Venlo-Zuid.

Vervolg op volgende pagina -> pagina 20

1 2 3 4 5 6 7 8

pagina 21

1 2 3 4 5 6 7 8

ONZE AMBITIES VOOR DE OPENBARE RUIMTE Schoon, heel en veilig waren jarenlang het credo voor de openbare ruimte. Maar om zowel nu als in de toekomst aan de vraag en de behoefte van de gebruiker te blijven voldoen is veel meer nodig. Straten, pleinen, parken en werkgebieden nodigen uit om prettig door te reizen en te verblijven en vormen voor inwoners, bezoekers en ondernemers een prettige fysieke basis voor hun leefomgeving. In dit hoofdstuk wordt de visie op de openbare ruimte vertaald naar vier hoofdambities. Elke hoofdambitie kent een aantal onderliggende ambities en deze zijn vervolgens uitgewerkt in speerpunten.Ook is per ambitie aangeduid in welke gebieden dit het meeste speelt en hier extra aandacht naar uit dient te gaan bij ontwikkelingen.

Een prettige gezonde leefomgeving voor iedereen Omgeving nodigt uit om naar buiten te gaan Belevingswaarde openbare ruimte vergroten Bewegen van kinderen stimuleren

Toekomstbestendig als basis

Verplaatsing volgens het STOPprincipe

Nieuw gebruik: circulariteit Nieuwe energie: CO2-neutrale gemeente Venlo Nieuwe natuur: groen en water doet leven

We doen het samen: een openbare ruimte voor iedereen

'De mens centraal' bij inrichting verblijfsruimte

Draag het samen: gedeelde verantwoordelijkheid

Fietsen en wandelen meer stimuleren

Goede balans tussen hoger belang en individueel belang Bewustwording/samen anders doen

Toegankelijkheid en veiligheid voor iedereen Mensen zijn trots op hun omgeving Logische routes zijn herkenbaar Sterke werkomgeving

Vervolg op volgende pagina -> pagina 22

1 terug naar vorig beeld 2 AMBITIES OPENBARE RUIMTE 3 4 5 Hoofdambitie 1: Een prettige en gezonde leefomgeving voor iedereen 6 7 8 Gewenst effect: de openbare ruimte nodigt uit tot een gezonde levensstijl en deelname aan het openbare leven. We stellen inwoners in staat om te werken aan hun gezondheid en sociaal actief te zijn. Dit gebeurt in toenemende mate in de openbare ruimte: bewegen (fit), ontspannen (rust) en ontmoeten (sociaal). Steeds meer mensen sporten in de openbare ruimte: hardlopen, wandelen en fietsen nemen toe in populariteit. Een goed ingerichte openbare ruimte is laagdrempelig. De openbare ruimte heeft misschien wel een groter effect op het verbeteren van de gezondheid dan de medische sector. Dit vraagt om een openbare ruimte die hier een passende inrichting voor biedt. Belangrijk is ook het stedelijk centrum (ons visitekaartje) waar het gebruik vaak intensief is en de openbare ruimte meer onder druk staat. De focus ligt op de volgende ambities in volgorde van prioriteit: Omgeving nodigt uit om naar buiten te gaan Belevingswaarde openbare ruimte vergroten Bewegen van kinderen stimuleren Toegankelijkheid en veiligheid voor iedereen Mensen zijn trots op hun omgeving Logische routes zijn herkenbaar Sterke werkomgeving

Vervolg op volgende pagina -> pagina 23

1 terug naar vorig beeld 2 AMBITIES OPENBARE RUIMTE 3 4 5 1.1 Omgeving nodigt uit om naar buiten te gaan 6 De openbare ruimte nodigt uit om naar buiten te gaan, te 7 ontmoeten, bewegen, ontspannen en recreëren. 8 Dicht bij de woonbuurten bevinden zich prettige plekken om andere

omgeving herontdekten als ze er even op uit wilden gaan. Er werden meer elektrische fietsen verkocht en mensen gingen buiten sporten omdat veel binnen activiteiten gesloten waren. Ook parken werden drukker en jongeren gingen elkaar ontmoeten langs de Maas in plaats van in de horeca. De openbare ruimte werd ineens intensief en anders gebruikt. Dit soort trends zullen zich mogelijk doorzetten en bieden kansen om de openbare ruimte daarop in te richten. Zo kunnen we in de toekomst ook beter inspelen op ontwikkelingen door '21e eeuw ziektes, zoals obesitas en eenzaamheid, of bijvoorbeeld meer aandacht voor de fiets terug te laten komen in de ontwikkelingen van de openbare ruimte.

buurtinwoners te treffen. Onze parken in stad en dorp, zoals Tuindorppark, Bergerpark, Marianumpark, Groene long Velden en de Schans Arcen, vervullen hierin een belangrijk rol. Goed ingerichte parken hebben een aantrekkende werking en nodigen uit om te ontspannen of juist te bewegen. Iedereen verdient een park dichtbij. Bij ruimtelijke ontwikkelingen worden dan ook, waar mogelijk, nieuwe parken en wijkspeelplekken gerealiseerd. Groene stedelijke randzones, zoals rond de kinderboerderij Hagerhof, nodigen uit om vanuit de woonwijk eropuit te gaan. Onze Maasoevers zijn een verbindende recreatieve as die aanleiding geeft tot bewegen en op sommige plekken echt als park wordt gebruikt zoals Kop van Weerd.

In de wijk zijn laagdrempelige voorzieningen aanwezig om te sporten, bewegen en ontmoeten. Doordat woonstraten zijn ingericht als verblijfstraten ontstaat er ruimte voor ontmoeting: hier treffen we onze buren voor een spontaan babbeltje. Direct vanuit je huis word je uitgenodigd om naar buiten te stappen via aantrekkelijke paden en verbindingen in de wijk. Er zijn meer openbare sportvoorzieningen zoals hardlooppaden, parcoursen, trimbanen, etc. Daarbij zijn verbindingen gelegd met aantrekkelijke routes (zoals het brug-tot-brug rondje), die zoveel mogelijk door het groen of langs het water lopen. Door bewust obstakels op te nemen in de route, zoals trappen, wordt extra beweging gestimuleerd. Sportparken zijn toegankelijker met sportieve routes van, naar en op het sportpark. Sportparken hebben een openbaar karakter gekregen en worden zo nog beter benut.

De openbare ruimte wordt benut als een gezamenlijke woonkamer: verschillende doelgroepen en leeftijden vinden elkaar in de openbare ruimte en maken op hun eigen manier gebruik van de openbare ruimte. Van samen spelen in het Julianapark tot heerlijk uitwaaien langs de Maas, van een terrasje pakken met vrienden op het dorpsplein in Arcen tot het dagelijkse ommetje. Voor een groter samenzijn vormt de openbare ruimte een podium voor evenementen, zoals de Venloop, Zomerparkfeest en - op kleinere schaal - voor een buurtbarbecue.

Speelt vooral in:

Onze maatschappij verandert mede door opkomende trends. De openbare ruimte vervult hierin steeds vaker een sleutelrol als gezamenlijk ruimte. In 2020 tijdens het schrijven van deze IVOR heeft de COVIDsituatie gezorgd voor minder vervoersbewegingen in de openbare ruimte (woon-werk). Er zaten veel mensen thuis die vervolgens de eigen Vervolg op volgende pagina -> pagina 24

1 2 3 4 5 6 7 8

AMBITIES OPENBARE RUIMTE 1.2 Belevingswaarde openbare ruimte vergroten Een aantrekkelijke openbare ruimte die meer in speelt op de beleving door inwoners. Het oog wil ook wat. Kwaliteit wordt vaak onbewust ervaren, maar speelt een belangrijke rol bij tevredenheid van inwoners. De openbare ruimte beïnvloedt (vaak onbewust) hoe we ons voelen en hoe we ons gedragen. Hier worden we blij van of we ervaren stress. We streven naar een openbare ruimte die positieve energie geeft aan de burger. Door te sturen op de belevingswaarde heeft onze openbare ruimte een hogere belevingswaarde gekregen. Er zijn aantrekkelijke plekken en routes waar mensen (onbewust) blij van worden. Er is een goede balans tussen beleving en functionaliteit. De toekomstwaarde en gebruikswaarde van de openbare ruimte is groter geworden. Van het stadshart tot in de woonstraat is de kwaliteit van de openbare ruimte onderscheidend voor onze gemeente: het heeft aantrekkingskracht waardoor mensen het prettig vinden om in Venlo te gaan of blijven wonen. Inwoners voelen zich verbonden aan onze gemeente. Onze inwoners vinden daarbij het groen belangrijk voor de belevingswaarde. De waardering van het groen is verhoogd door meer kwaliteit, variatie en kleur in het groen.

De openbare ruimte vertelt het Venlose verhaal. Rond het stadshart of dorpshart beleven inwoners en bezoekers het vestingverleden; kansen om dit zichtbaar te maken, zoals bij de Schans in Arcen zijn benut. Historische centra zoals Steyl kennen een kwalitatief hoogwaardige inrichting passend bij de erfgoedwaarde. Toerist en recreant maken kennis met lokale bijzonderheden. Stressvolle/verstorende elementen zijn aangepakt. Sommige elementen verstoren de beleving van de openbare ruimte en de gemoedstoestand van de gebruiker en worden daardoor als stressvol ervaren. Dit wordt aangepakt bij de bron met minder zwerfafval, minder obstakels die de doorgang belemmeren en camouflage of opfleuren van niet aantrekkelijke elementen of gevels.

Het centrum van Venlo is het visitekaartje van onze prachtige stad: belangrijk voor ons imago. Een verassend sfeervol, uitnodigend, gezellig centrum van hoog niveau. Hier dragen die Venlose eigenheid, uitstraling, historisch waardevolle elementen en de juiste setting voor evenementen zoals het Zomerparkfeest en de Venloop aan bij. Niet voor niets onderscheiden we ons met de titel ‘Beste binnenstad 2013-2015’: een niveau dat we hebben weten vast te houden. Van de Kop van Weerd tot en met het Museumkwartier. Hier proef je Venlo! De sterke aantrekkingskracht van Mooder Maas is optimaal benut, met haar brede rivierbed, stromende water, groene oevers, bruggen en kades. Van Arcen tot Belfeld dragen prettige verblijfplekken, fijne entrees en routes langs de Maas bij aan ontspanning en beleving aan het water, zoals Hoogwatergeul Lomm.

Speelt vooral in:

Vervolg op volgende pagina -> pagina 25

1 2 3 4 5 6 7 8

AMBITIES OPENBARE RUIMTE 1.3 Bewegen van kinderen stimuleren Kinderen bewegen meer en krijgen hier kwalitatief de ruimte voor. Hierdoor neemt het percentage overgewicht onder kinderen af en de creativiteit en het contact met de natuur neemt toe. Kinderen vinden hun plek in de openbare ruimte om meer te bewegen, buiten te spelen: minder beeldscherm en meer ravotten in de natuur. Op school, onderweg naar school en in hun directe speelomgeving worden de kinderen uitgedaagd. De schoolomgeving is voor veel kinderen belangrijk dus daar ligt de hoogste prioriteit. Schoolpleinen functioneren als belangrijke beweegen ontmoetingsplekken. Hier spelen en bewegen kinderen met elkaar voor, tijdens én na schooltijd. De plekken zijn veilig, voldoende uitdagend en gevarieerd. Het spelen stopt niet bij het “hek”. Doordat de (groene) omgeving bij het schoolplein is betrokken, is de speel- en ontdekruimte van kinderen vergroot. Groen in de schoolomgeving beschouwen we als integraal onderdeel van de speel- en beweegomgeving. Buitengym, buitenles en na-schoolse buitenactiviteiten/sporten vinden hier meer en meer een plek. Op schoolroutes worden actieve uitdagingen aangeboden zoals hinkstapstenen of een klauterparcours. Er zijn veilige speellocaties nabij scholen én in de woonwijk. Spontane spelaanleidingen integreren we in het ontwerpen van het schoolplein, maar ook de omgeving.

Om kinderen meer in contact te brengen met natuur zijn er natuurontdekplekken en -routes dichter bij huis: op safari in Venlo. Met aangepast groen(beheer) wordt natuurlijk speelgedrag bevordert: verstoppertje, spelen in het hoge gras, bloemen plukken, beestjes zoeken, met zand modderen, slootjespringen, hut bouwen of boompje klimmen.

Speelt vooral in:

Vervolg op volgende pagina -> pagina 26

1 terug naar vorig beeld 2 AMBITIES OPENBARE RUIMTE 3 4 5 1.4 Toegankelijkheid en veiligheid voor iedereen 6 7 Voor de maatschappij is het van belang dat iedereen kan deelnemen aan het openbare leven. Onze samenleving verandert. Individualisering, vereenzaming, vergrijzing... Blijf naar elkaar 8 omkijken, zorg voor elkaar. De openbare ruimte is laagdrempelig en heeft een mate van toegankelijkheid en veiligheid die ervoor zorgt dat iedereen op zijn/haar manier kan deelnemen.

Een laagdrempelige en levensloopbestendige inrichting van de openbare ruimte zorgt ervoor dat zowel mensen met als zonder beperking genieten van een prettige woonomgeving. De openbare ruimte faciliteert het (zelfstandig) deel kunnen nemen aan het openbare leven. Ook voor ouderen richten we de openbare ruimte levensloopbestendig in zodat ze langer thuis kunnen blijven wonen. Het Agenda 22 principe nemen we mee bij nieuwe ontwerpopgaven en zorgt voor een openbare ruimte met zo min mogelijk knelpunten, obstakels en hindernissen. Vooral waar veel mensen bij elkaar komen, zoals in een wijk- of dorpscentrum, werken we actief aan het oplossen van knelpunten in toegankelijkheid. Voor meer informatie over het Agenda 22 principe zie: www.toegankelijkvenlo.nl. De sociale veiligheid is verhoogd met een inrichting die bijdraagt aan een gevoel van veiligheid. We zetten in op goede zichtbaarheid en overzicht vanuit de buurt, veilige routes en goede verlichting. Maar we waken ook voor schijnveiligheid door parken in een bepaald deel van de nacht bewust niet te verlichten en zo ongewenste activiteiten te ontmoedigen en gebruikers te stimuleren meer veilige routes te kiezen. Waar sprake is van overlast of sociaal onveilige situaties, wordt onderzocht of een andere inrichting en/of beheer dit gevoel van onbehagen kan oplossen.

De verkeersveiligheid is verhoogd voor een veiligere deelname aan het verkeer volgens het STOP-principe. Zie hoofdambitie 3. Het draait daarbij ook om toegankelijkheid en beschikbaarheid van openbaar vervoer om ‘mobiliteitsarmoede’ te voorkomen. Mensen die in isolatie raken omdat ze afhankelijk zijn van een te beperkt aanbod of gebrekkige ontsluiting van (openbaar) vervoer weten we zo veel mogelijk te voorkomen. Een belangrijk aandachtspunt vanuit onze hulpdiensten is meervoudige bereikbaarheid. Bij het ontwerpen en inrichten van de openbare ruimte letten we er goed op dat dat locaties op meerdere manieren bereikbaar zijn bij calamiteiten.

Speelt vooral in:

Vervolg op volgende pagina -> pagina 27

1 terug naar vorig beeld 2 AMBITIES OPENBARE RUIMTE 3 4 5 1.5 Mensen zijn trots op hun omgeving 6 7 De leefomgeving draagt positief bij aan het gevoel van welbevinden. Mensen voelen zich prettig en vinden het fijn “thuiskomen”. Mensen voelen zich verbonden met hun 8 woonomgeving en kunnen daar ook zelf aan bijdragen.

De eigen omgeving is herkenbaar en versterkt het gevoel van thuis. Elk gebied heeft zo zijn eigenheid, eigen sfeer, gevoel en herkenningselementen. Zo heeft het Lambertusplein in Blerick een andere sfeer en uitstraling dan het dorpsplein in Velden. En heeft het park Maasveld in Tegelen een totaal andere groene inrichting dan het Marianumpark in Venlo-Oost. De openbare ruimte kent een rustige, opgeruimde en schone inrichting en draagt daardoor bij aan de geborgenheid. De basis is op orde: aan elementen in de openbare ruimte wordt tijdig groot onderhoud uitgevoerd of ze worden tijdig vervangen. Met meer fleur en kleur is de waardering van het groen verhoogd. Door bijvoorbeeld meer diversiteit in bloeiende en vaste planten, wintergroen en meer diversiteit in boomsoorten voegen we kleur en eigenheid toe aan het grijze straatbeeld. Naast groen draagt kunst ook een steentje bij aan meer kleur in een grijs straatbeeld. Bij de inrichting spelen we ook in op de historie, erfgoedwaarde en het verhaal van die plek. Inwoners verhogen het gevoel van trots voor hun omgeving door hier zelf aan bij te dragen. Bijvoorbeeld door samen met buren de handen uit de mouwen te steken in een stukje aan groenonderhoud. Of door het aanleggen en onderhouden van geveltuinen, groenere voortuinen, het adopteren van boomspiegels of het ruimen van blad en/of afval in de directe woonomgeving.

Als gemeente faciliteren we vergroeningsacties en deze vormen van zelfbeheer en burgerinitiatieven in de openbare ruimte met subsidie, het ter beschikking stellen van materialen en het geven van advies.

Speelt vooral in:

Vervolg op volgende pagina -> pagina 28

1 2 3 4 5 6 7 8

AMBITIES OPENBARE RUIMTE 1.6 Logische routes zijn herkenbaar

1.7 Sterke werkomgeving

Logische routes zijn herkenbaar en dragen bij aan oriëntatie, cultuurhistorie en identiteit.

Een sterke werkomgeving passend bij de economische kracht van onze gemeente. De openbare ruimte op de bedrijventerreinen draagt bij aan 1) de kwaliteit van werklocaties, 2) bereikbaarheid, zichtbaarheid en uitstraling voor profilering bedrijven en 3) aan de kwaliteit van werken voor de werknemer. Juist nu bedrijven meer omgevingsbewust worden en steeds vaker zelf willen investeren in de openbare ruimte.

Verbindingen in de stad en dorpen zijn herkenbaar. Centra en woonbuurten staan in goede verbinding met elkaar. We zorgen voor een warm welkom door entrees/ poorten van de stad met uitstraling, zoals de Tegelseweg bij het ziekenhuis en de Schans bij Arcen.

Goede ontsluitingswegen naar de belangrijke bedrijventerreinen verbeteren de ruimtelijk-economische bereikbaarheid. Dit doen we ook voor langzaam verkeer, zoals we al hebben gedaan met de Greenport Bikeway. Eenmaal op het bedrijventerrein draagt de openbare ruimte bij aan een herkenbare uitstraling en eenheid. De openbare ruimte is robuust van karakter. Bij de inrichting van nieuwere bedrijventerreinen is er meer balans in de openbare ruimte tussen de te ontwikkelen bedrijven en de ruimte voor langzaam verkeer, groen en water.

Infrastructuur is een identiteitsdrager geworden. De infrastructuur zorgt voor zichtbaarheid en beleving van cultureel, historisch en landschappelijk belangrijke punten zoals kloosters in Steyl of de beboste steilrand. Er zijn toeristisch-recreatief aantrekkelijke verbindingen van de centra naar het buitengebied. Recreatieve routes zijn gekoppeld met andere structuren, zoals met utilitaire routes. Ontbrekende schakels in natuurroutes, recreatieve en sportieve routes lossen we op, zoals vanuit de parken naar de steilrand. Hierdoor is historie weer zichtbaar en herkenbaar, zoals bijvoorbeeld het vestingverleden, historische routes/lanen (zoals de lanen bij kasteel Arcen), oude wegprofielen/verharding of oude beeklopen.

De buitenruimte heeft een basiskwaliteit om te fungeren als visitekaartje van bedrijven. Bedrijven kunnen mee investeren in de openbare ruimte en daar met de gemeente afspraken over maken. De arbeidsproductiviteit is verhoogd door groen en water in te zetten voor het tegengaan van stress, voor verkoeling en beweging. Werknemers maken gebruik van kleine ommetjes voor het halen van een frisse neus tijdens een lunchwandeling.

Speelt vooral in:

Speelt vooral in:

pagina 29

1 terug naar vorig beeld 2 AMBITIES OPENBARE RUIMTE 3 4 5 Hoofdambitie 2: Toekomstbestendig als basis 6 7 8 Gewenst effect: Een openbare ruimte voor nu én de toekomst. Met een multifunctionele en flexibele inrichting van de openbare ruimte kunnen we beter inspelen op trends en ontwikkelingen in de samenleving. Deze kunnen we de ruimte bieden en mede helpen te doen slagen. Duurzaamheid, het C2C principe, de nieuwe Venlo principes en de transitie “morgen in Venlo”, maken onderdeel uit van de ambitie en het onderscheidend vermogen van Venlo. Bij al onze ontwikkelingen worden bovenstaande principes uitgedragen. De opgaven van energie, klimaat en circulariteit zijn groot en hebben een directe impact op de leefomgeving. Essentieel is de doorvertaling naar onze openbare ruimte: nieuwe energie, nieuwe natuur en nieuw gebruik. Dit vraagt om een integrale aanpak en combineren van werkzaamheden. Duurzaamheid is niet iets wat moet, we maken het juist leuk: People-Planet-Profit en Plezeer! De focus ligt hierbij op de volgende ambities: Nieuw gebruik: circulariteit Nieuwe energie: CO2-neutrale gemeente Venlo Nieuwe natuur: groen en water doet leven

Vervolg op volgende pagina -> pagina 30

1 terug naar vorig beeld 2 AMBITIES OPENBARE RUIMTE 3 4 5 2.1 Nieuw gebruik: circulariteit 6 7 Bij nieuw gebruik draait het om duurzaam (her)gebruik van grondstoffen, materialen, goederen en ruimtegebruik. Circulariteit wordt gebruikt als principe bij inrichting en materiaalkeuze 8 van de openbare ruimte. De gemeente inspireert daarmee ook

Zo zijn in onze ontwerpen de ondergrondse infra, verharding en bomen verenigbaar of ze krijgen binnen een plangebied hun eigen plek als combineren niet mogelijk is. Ook wordt er gekeken naar gemeentelijk eigendom om toekomstige opgaven in te kunnen realiseren. Elk stukje openbare ruimte is bruikbaar: kleine resthoeken in wijken worden waar mogelijk ingezet voor nieuw gebruik, nieuwe energie of nieuwe natuur. De veelheid aan verschillende aantallen objecten in de openbare ruimte wordt teruggebracht. Er worden minder borden geplaatst, kleiner materiaal gebruikt of slimme combinaties gemaakt van objecten. Denk hierbij aan nieuwe bebording zo veel mogelijk bevestigen op bestaande palen van verkeersborden en straatlantaarns, en lantaarnpalen laten dienen als laadpalen voor elektrische fietsen of auto’s.

inwoners en ondernemers die dit goede voorbeeld volgen.

Voor een kleinere footprint van de openbare ruimte (gevolgen van onze leefstijl voor andere mensen, natuur en toekomstige generaties) wordt het gebruik van grondstoffen verminderd voor inrichtingselementen zoals wegverharding, straatlantaarns en beplanting. Bij herinrichting of ontwikkeling van de openbare ruimte worden steeds meer duurzame en circulaire materialen toegepast. Een voorbeeld hiervan en een inspiratie voor de inwoners en ondernemers is “de rotonde van morgen”. We leren steeds meer over de toepassing van duurzame en circulaire materialen of maken gebruik van kennis hiervan bij (Venlose) bedrijven.

De verwachting is dat grondstoffen vanwege schaarste een steeds hogere waarde vertegenwoordigen in het economisch verkeer. Hier maken we bij de inrichting van de openbare ruimte bewust gebruik van: waardecreatie/waardevermeerdering. Bijvoorbeeld bij grondverkoop om duurzaamheid te belonen bij planrealisatie. Aannemers verwerken hun eigen afval en leveranciers nemen hun restproducten terug. Inwoners en ondernemers worden gestimuleerd hun eigen afval goed te scheiden en de gemeente faciliteert en communiceert dit in de openbare ruimte door laagdrempelige en aantrekkelijke inzamelpunten en voorzieningen. Inwoners worden gestimuleerd tot deelgebruik/deeleconomie (in plaats van bezit) zoals fiets, auto, gereedschap. Dat heeft een effect op het ruimtegebruik: minder parkeerplaatsen, minder materiaalgebruik en meer kansen voor kwalitatief groen, klimaatbestendigheid en biodiversiteit.

Het C2C principe (afval als grondstof) vormt de basis voor het toepassen en verwerken van vrijkomend materiaal uit de openbare ruimte. Zo worden materialen bij (her)inrichting vaker teruggebracht in de kringloop met geen of beperkt verlies van waarde. Bij de materiaalkeuze wordt hier al op gelet: zijn er materialen te gebruiken die circulair zijn of wordt geïnvesteerd in objecten die demontabel/verplaatsbaar/te repareren/uitwisselbaar zijn met andere locaties, zoals bijvoorbeeld afvalbakken en speeltoestellen? Behalve hergebruik van grondstoffen en elementen (verkeersbord, stoeptegel, etc.) wordt ingezet op het verlengen van de levensduur van inrichtingselementen. Zo hebben bijvoorbeeld veel bomen een betere groeiplaats en daardoor meer potentie om ouder te worden. Daarbij hoeft een inrichting niet (overal) perfect te zijn. Een gebruikt bankje of afvalbak die op een bepaalde plaats overbodig is geworden, kan een tweede leven krijgen als er ergens eentje vervangen moet worden.

Speelt vooral in:

Er is ingezet op zorgvuldig ruimtegebruik. De openbare ruimte heeft een multifunctionele inrichting boven- en ondergronds met multifunctionele objecten. Vervolg op volgende pagina -> pagina 31

1 2 3 4 5 6 7 8

AMBITIES OPENBARE RUIMTE 2.2 Nieuwe energie: CO2-neutrale gemeente Venlo Gemeente Venlo is steeds CO2-neutraler. De energietransitie heeft impact op de openbare ruimte. Ook de mobiliteitsopgave is medebepalend voor de inrichting van infrastructuur en openbare ruimte.

een koppelkans voor investeringen in de kwaliteit van de openbare ruimte, zoals het verbeteren van de afkoppeling van regenwater of groeiplaatsverbetering van bomen. Korte termijn kansen en initiatieven zijn en worden wel zo goed mogelijk opgepakt in aansluiting op actuele wensen en behoeften in de wijken.

Inwoners en ondernemers zijn zich steeds meer bewust van de maatschappelijke impact van (mobiliteits)keuzes. Ze worden laagdrempelig uitgedaagd tot duurzame en actieve mobiliteit en verplaatsing volgens het STOP-principe (zie hoofdambitie 3). Hierbij is nog steeds een belangrijke rol weggelegd voor de auto. Veel inwoners maken nog bijna dagelijks gebruik van één of meer auto’s. Door het aanbod van deelauto’s en OV-fietsen neemt dit gebruik wel af.

Elektrisch rijden wordt gefaciliteerd met een ruimer aanbod aan slimme laadplaatsen. Waarbij deze laadplaatsen in de toekomst ook zouden kunnen fungeren als energievoorziening. Ook distributie gebeurt meer elektrisch en vanuit centrale pick-up-points. De energietransitie vraagt dat we beter voorsorteren op de mogelijkheden om elektrisch rijden te ondersteunen. Zowel voor auto, als voor de fiets. Maar ook als we voor ons vervoer overschakelen op andere bronnen, zoals waterstof of biogas moeten we hier in de openbare ruimte kunnen inspelen op deze vraag.

De transitievisie warmte voor de bebouwde omgeving is ook verankerd in inrichting van de openbare ruimte. De openbare ruimte in de eerste pilot- wijken, met Hagerhof-Oost als pionier voor een ondergronds warmtenet, heeft een energietransitie ondergaan. Deze grootschalige ondergrondse verbouwing is een impuls geweest voor de ruimte bovengronds. Dit heeft geleid tot grote verandering in de indeling in de openbare ruimte. Met een integrale aanpak zijn kansen voor nieuw gebruik en nieuwe natuur benut en is volop aangesloten op initiatieven van inwoners. Veel werkzaamheden worden gecombineerd zoals de aanleg van een warmtenet met de aanpassing van ondergrondse - of bovengrondse infrastructuur. De ervaringen die zijn opgedaan bij de eerste pilotwijken worden toegepast in de wijken die nog aan de beurt komen.

Het Openbaar Vervoer (OV) wordt ondersteund met goed gesitueerde transferia (stations) en haltes. Inwoners gebruiken deze mobiliteitshubs per wijk voor eenvoudig, comfortabel en overzichtelijk overstappen tussen vervoermiddelen. Energiebesparing is doorgezet in inrichtingselementen zoals LEDstraatverlichting. Energieopwekking - bij voorkeur lokaal opgewekt voor lokaal gebruik - wordt gestimuleerd. Dit kan echter niet tegen elke prijs: er worden geen bomen (CO2-binder) gekapt voor zonnepanelen en er wordt geen biogas opgewekt bij woongebieden die te lijden hebben onder de luchtkwaliteit. Bij objecten die energie nodig hebben, zoals pompen, zijn waar mogelijk voorzieningen toegepast die van eigen stroom zijn voorzien.

De planning voor groot onderhoud is gesynchroniseerd met de planning voor de energietransitie. In wijken waar binnen een aantal jaren de infrastructuur op de schop gaat voor energietransitie is groot onderhoud, zoals aan verharding of groen, zo veel als mogelijk uitgesteld in afwachting van eventuele grootschalige ondergrondse verbouwingen. Daarmee wordt voorkomen dat investeringen in bovengrondse voorzieningen teniet wordt gedaan door de energietransitie (kapitaalvernietiging). De energietransitie wordt juist gebruikt als

Speelt vooral in:

Vervolg op volgende pagina -> pagina 32

1 2 3 4 5 6 7 8

AMBITIES OPENBARE RUIMTE 2.3 Nieuwe natuur: groen en water doet leven Inwoners en bezoekers genieten van groen en water in de bebouwde omgeving. Ze recreëren langs de oevers van Mooder Maas en de beken die hierin uitmonden. Groen en water wordt benut voor een aangenaam leefklimaat. Het brengt ons verkoeling, schonere lucht en maakt ons minder kwetsbaar voor droogte of wateroverlast. De openbare ruimte is klimaatbestendiger en onze inwoners en bedrijven zijn klimaatbewuster. De biodiversiteit is toegenomen en er is minder overlast door ziekten en plagen. Schadelijke effecten van drukke ontsluitingswegen zijn verminderd door groen. De inrichting van de openbare ruimte is klimaatbestendiger. De gemeente geeft hiermee het goede voorbeeld en onze inwoners en ondernemers worden steeds meer klimaatbewust. De inrichting van de openbare ruimte is weerbaar genoeg om hevige piekbuien en perioden van hitte en droogte te doorstaan. Overlast komt in steeds minder gevallen voor of de tijdsduur van de overlast is korter. Er zijn minder problemen met de kwaliteit van het oppervlaktewater. In stadsparken vinden mensen meer verkoeling, net als op terrassen en pleinen met meer schaduw. Een steeds groenere openbare ruimte met meer bomen, meer beplanting en meer water draagt bij aan de klimaatopgave en is multifunctioneel (sport, ontmoeting, luchtkwaliteit, etc.).

De waarden van het groen en water worden beter benut waardoor de kwaliteit van leven is verhoogd. Het groen kan de vele gebruiksfuncties dragen doordat het van hogere kwaliteit is.

Straten zijn aangenamer geworden door stimulering en facilitering van geveltuinen, omvorming verharding (grijs naar groen), het aanbrengen van variatie en kleur in het groen en afkoppeling van regenwater (www.waterklaar.nl). Niet alleen in de eigen tuin, maar ook door adoptie van groen in de directe omgeving. De gemeente geeft daarmee invulling aan de groene impuls (o.a. beplantingsregelingen voor inwoners). Een goed voorbeeld van een succesvolle groene straat is de Montfortstraat in Belfeld en er volgen er nog meer. Met hele wijken zijn er klimaatakkoorden, zoals in Hout-Blerick en benutten we kansen om de omgeving in te richten voor de toekomst.

Vervolg op volgende pagina -> pagina 33

1 terug naar vorig beeld 2 AMBITIES OPENBARE RUIMTE 3 4 5 2.3 Nieuwe natuur: groen en water doet leven (vervolg) 6 Grote aaneengesloten groene omgevingen - met water - vormen een 7 robuust groenblauw netwerk door bebouwd gebied dat zorgt voor een aangenaam leefklimaat. Binnen die groenblauwe basisstructuur wordt 8 ingezet op versterken, verbinden en vooral aantrekkelijk inrichten. Bomen fungeren als belangrijke dragers. Een duurzaam bomenbestand is daarvoor een basisvoorwaarde, waarbij bomen een betere groeiplaats krijgen. In versteende gebieden wordt meer ruimte gecreëerd voor groen en water door waar mogelijk het parkeren meer naar de randen te verplaatsen en/of te onderzoeken op de parkeercapaciteit nog nodig is voor de huidige parkeerbehoefte. Er wordt gewerkt aan een adequate waterstructuur volgens de drietrapsstrategie vasthouden > bergen > afvoeren.

Bij grote herinrichtingen en ruimtelijke initiatieven wordt natuurinclusief ontworpen. Dat betekent dat in de ontwerpfase al wordt nagedacht of het ontwerp met geringe aanpassing van meerwaarde kan zijn voor soorten, zoals bijv. vleermuisvriendelijke verlichting of vlinderstruiken als waard- en nectarplant. Meer en strategisch aangebracht groen draagt ook bij aan een betere luchtkwaliteit. Doelbewuste plaatsing en keuze van groen en sterke groenstructuren naast hoofd-transportassen, zoals Natuurpark Klingerberg als fijnstofpark langs Rijksweg A73, vermindert het effect van de vervuilende bron. Daarnaast letten we bij de inrichting van hoofdontstluitingswegen op meer afstand of ontvlechting tussen auto- en fietsverkeer.

Bij ontwikkelingen in de openbare ruimte benutten we de kans om het groen aan te passen op het veranderende klimaat. Zo passen we vaker soorten toe die beter bestand zijn tegen de droogte en zorgen we voor een goede bodem als basis. Een goede bodem met het juiste bodemleven vergroot de overlevingskansen van het groen. Ook wordt groen, en dan met name bomen, ingezet op strategische plaatsen voor verkoeling.

Nieuwe en toekomstige technieken met toenemende digitalisering, zoals zelfrijdende auto’s, zullen hun effect hebben op onze openbare ruimte. De grootste winst in minder kosten en meer kwaliteit zit hem nu al in het maken van keuzes over flexibiliteit voor verantwoord toekomstig handelen.

Speelt vooral in:

Door andere inrichting en beheer van onze openbare ruimte is de biodiversiteit in onze gemeente aan het toenemen en worden we beetje bij beetje minder kwetsbaar voor ziekten en plagen en verkleinen daarmee de overlast (zoals eikenprocessierups). Ecologisch groenbeheer en gevarieerd groen dragen bij aan meer leefruimte voor dier- en plantensoorten die hier van nature voorkomen. Dit doen we op plekken waar ecologie zich kan ontwikkelen en het gebruik van de openbare ruimte dit toe laat. Bermen zijn bloemrijker en monotoon groen is omgevormd. Door het betrekken van inwoners en ondernemers, bijv. door stimuleren ophangen nestkastjes, is de bewustwording vergroot.

pagina 34

1 terug naar vorig beeld 2 3 4 5 6 7 8

pagina 35

1 terug naar vorig beeld 2 AMBITIES OPENBARE RUIMTE 3 4 5 Hoofdambitie 3: Verplaatsing volgens het STOP-principe 6 7 8 Gewenst effect: onze infrastructuur leidt tot deelname aan het STOPprincipe. De openbare ruimte stimuleert duurzame mobiliteit: we stimuleren dat mensen eerst gaan Stappen (te voet), dan Trappen (fietsen) dan Openbaar vervoer (bus/trein) benutten en als laatste pas gebruik maken van Personenwagenvervoer (auto). De focus ligt hierbij op de volgende ambities: “De mens centraal” bij inrichting van de openbare ruimte Fietsen en wandelen meer stimuleren

Vervolg op volgende pagina -> pagina 36

1 terug naar vorig beeld 2 AMBITIES OPENBARE RUIMTE 3 4 5 3.1 “De mens centraal” bij inrichting van de openbare ruimte 6 7 De mens staat weer centraal bij de inrichting van de openbare ruimte. In de afgelopen jaren is vooral de auto leidend geweest bij de inrichting van de openbare ruimte, zodat er voldoende 8 ruimte was voor de auto om overal snel te kunnen komen en te

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.venlo.nl/api/v1/meetings/626/documents/16814