CConstaterende datVenlo
Koppel je AI →
Document · PDF

011bijl Eindconcept IVOR Venlo 2021-2031.pdf

Oordeelsvormende raadsvergadering 16 juni 2021, gemeente VenloBij agendapunt: 4.i: 20.35 - 21.05 uur Integrale Visie Openbare Ruimte 2021-2031 (RV 2021-11)15.288 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

In de veilige schoolomgeving staat het kind centraal. Het is uitnodigend en veilig op en rond het schoolplein. Kinderen kunnen buiten spelen (ook buiten schooltijd) en ouders/oppassers hebben ruimte om elkaar even te treffen. Schoolomgevingen zijn nagenoeg autovrij. Steeds minder kinderen komen met de auto. Kinderen gaan zoveel mogelijk zelfstandig te voet of te fiets naar school via veilige routes.

parkeren “voor de deur”. Dit is gekanteld: het draait meer en meer om de mens en het stimuleren van inwoners en bezoekers tot het kiezen van ander vervoer dan de eigen auto (fiets/deelauto/ OV). De inrichting van de openbare ruimte draagt bij aan het doorzetten van deze kanteling. Zo dragen bijvoorbeeld steeds meer snelfietsverbindingen ertoe bij dat een werknemer vaker op de fiets naar zijn werk gaat.

Door de mens centraal te stellen volgens het STOP-principe draagt dit ook bij aan verkeersveiligheid. De inrichting, functie, het profiel van de weg en het verkeersregime zijn goed op elkaar afgestemd en beïnvloeden onze weggebruikers tot het gewenste gedrag en gebruik (veilig verkeersgedrag en verkeersveiligheidsbeleving). De inrichting van het wegprofiel kan veel invloed hebben op het weggedrag. Waar een ontsluitingsweg de verkeersstroom snel af moet wikkelen en daarvoor een breed profiel heeft en verkeersregelinstallaties, heeft een verblijfstraat juist meer het karakter van een woonerf waar de auto te gast is.

Het STOP-principe is ons leidend inrichtingsprincipe. Bij dit principe staat de mens centraal bij de inrichting en hebben verblijfsfuncties, voetgangers en fietsers prioriteit en is in verblijfsruimtes de auto te gast. Dit zorgt voor een betere balans tussen langzaam en snel verkeer. Daar waar verkeersstromen kruisen wordt onderzocht wie voor gaat: langzaam verkeer krijgt veilig voorrang waar het kan en de auto waar het moet. Het draait daarbij om het omslagpunt van vervoersfunctie naar verblijfsfunctie. Waar de vervoersfunctie voorop staat zijn verkeersstromen zoveel mogelijk gescheiden en waar de verblijfsfunctie voorop staat zijn ze juist geclusterd. Op routes met veel fietsverkeer is geïnvesteerd in meer fietsstraten. Woongebied heeft de uitstraling gekregen van verblijfsgebied. Het is er prettig verblijven dicht bij huis met rust en gezelligheid, groen en een veilig gevoel. Straatprofielen bieden hiertoe de ruimte: woonstraten zijn ingericht als verblijfsstraten. In een verblijfstraat draait het om ruimte om samen te zijn, voor een babbeltje met de buren, voor kinderen om op straat te spelen en voor ouderen om een blokje om te gaan en niet om snelle verkeersafwikkeling.

Vervolg op volgende pagina -> pagina 37

1 2 3 4 5 6 7 8

AMBITIES OPENBARE RUIMTE 3.1 “De mens centraal” bij inrichting van de openbare ruimte (vervolg) In de woonwijken is overdimensionering aangepakt: want waar een breed recht profiel passend is bij een belangrijke hoofdweg met doorstroming, nodigt eenzelfde profiel in een woonstraat juist uit tot ongewenst hard rijden. Bij groot onderhoud aan een weg is de kans benut om het profiel aan te passen. Dus niet alleen de toplaag van de verharding wordt vervangen, maar de totale inrichting wordt aangepakt. Met deze herinrichting anticiperen we op het nieuwe 30-regime dat de overheid invoert. Dat regime gaat ervan uit dat overal binnen de bebouwde kom standaard maximaal 30 km/u gereden mag worden. In de gemeente Venlo wijken we hier alleen bewust van af op belangrijke ontsluitingswegen. Hoofdontsluitingswegen zoals Eindhovenseweg, Weselseweg en Professor Gelissensingel hebben een noodzakelijk hoger snelheidsregime. Op deze wegen is een snelle doorstroming en afwikkeling van autoverkeer en transport noodzakelijk. Dit voorkomt het vastlopen van grote verkeersstroken en onnodig sluipverkeer door woonwijken. Voor het voorzien in de parkeerbehoefte leveren we maatwerk. Daar waar de druk op de openbare ruimte groot is kijken we kritisch naar de verhouding tussen bestaand parkeeraanbod en de parkeerbehoefte. We waken voor afwenteling van de parkeervraag op de openbare ruimte.

In lijn met het STOP-principe worden vragen om extra parkeerplaatsen in principe niet gefaciliteerd. Samen vinden we alternatieve oplossingen zoals bijvoorbeeld een deel-auto of parkeren aan de randen van een buurt of wijk. In intensief bebouwde gebieden is parkeren voor de deur niet meer vanzelfsprekend en geven we voorrang aan het gebruik van alternatief vervoer.

Speelt vooral in:

Vervolg op volgende pagina -> pagina 38

1 2 3 4 5 6 7 8

AMBITIES OPENBARE RUIMTE 3.2 Fietsen en wandelen meer stimuleren Er is meer aandacht voor langzaam verkeer, waardoor we inwoners stimuleren vaker te fietsen of te wandelen. Er is een kwantitatief én kwalitatief (aantrekkelijk) netwerk (verbindingen) voor het langzaam verkeer in de openbare ruimte.

snelfietsverbindingen in op toenemend gebruik van elektrische fietsen voor het woon-werkverkeer. Bij onze mobiliteitshubs zijn er overstapmogelijkheden, door meer OVfietsen of goede stallingsmogelijkheden. Er is ruimte voor fietsparkeren in de centrumgebieden. Er zijn minder obstakels voor fietsers en wandelaars op routes: minder barrières, ongelijkvloerse kruisingen, rotondes en verkeersinstallaties beperken het aantal stressvolle elementen op de route.

Onze inwoners en gasten worden met aantrekkelijke routes verleid tot fietsen en wandelen door onze gemeente. Fietsroutes lopen zoveel mogelijk langs de Maas, langs water en bos- en groengebieden of door rustige woongebieden. Er zijn veel vrij liggende fietsvoorzieningen. Hoofdwegen worden zoveel mogelijk vermeden en langzaam verkeer voorzieningen liggen waar mogelijk op ruimere afstand van hoofdwegen. Dagelijkse fietsroutes zijn zoveel mogelijk gecombineerd met recreatieve fietsroutes. Op de routes is er aandacht voor een prettige inrichting met onder andere doorzichten/vergezichten en schaduw. Langs routes zijn plekken ingericht als aantrekkelijke rustpunten.

De verkeersveiligheid van fiets- en wandelroutes draagt bij aan het gebruik. Op de routes is veel aandacht voor het veilig kruisen van verkeer, zoals tussen auto en fiets. Er zijn voldoende veilige oversteken of alternatieve routes. Op basis van onderzoek wordt gekeken waar vooral aandacht nodig is voor verkeersveiligheid. Daar waar oversteken vanuit veiligheid ongewenst is en er toch wordt overgestoken, wordt dit ontmoedigd met de juiste obstakels. Er zijn minder ‘olifantenpaadjes’ doordat routes hier beter gefaciliteerd worden. Ook is er aandacht voor veilig gecombineerd gebruik, zoals wandelwagen en mountainbike.

Het Venlose netwerk van fiets- en wandelpaden verbindt inwoners met hun dagelijkse bestemmingen, verbindt wijken met centrumgebieden, verbindt dorpen met de stad en verbindt de woonomgeving met het buitengebied. Hiaten in het netwerk zijn of worden aangepakt. Toeristische verbindingen zijn geoptimaliseerd zoals tussen Maas, buitengebied, groene uitloopgebieden, toeristische attracties en langs pleisterplaatsen, bijv. van Maas langs kasteeltuinen naar bad Arcen.

Wandelen wordt gestimuleerd met een goed ontsloten padenstructuur langs de Maas, langs de beken, in/op de steilrand, in parken, bos, natuur en landschap dicht bij de woonomgeving. Maar ook door de wijk - zoveel mogelijk door het groen/langs het water - voor de kleine ommetjes in de buurt. Er zijn afdoende rustpunten voor mensen die pauzes nodig hebben in een route, zoals de steeds langer thuiswonende ouderen.

Het is makkelijker om met de fiets op een ontspannen en comfortabele manier door onze gemeente te verplaatsen. Op de drukke routes in ons stedelijk gebied heeft de fietser meer ruimte, waardoor het fietsverkeer prima doorstroomt. Er liggen meer snelfietsverbindingen - zoals de Greenport Bikeway. Er zijn meer fietsstraten, waar de fiets leidend is en de auto te gast. Vooral bij smalle woonstraten biedt dit een oplossing voor een rustiger profiel en prettiger fietsen en wandelen.

Speelt vooral in:

Steeds meer snelfietsers maken gebruik van de belangrijkste fietsroutes waar meer ruimte is gecreëerd voor de snelfiets. Ook spelen we met

pagina 39

1 terug naar vorig beeld 2 AMBITIES OPENBARE RUIMTE 3 4 5 Hoofdambitie 4: We doen het samen: een openbare ruimte voor iedereen 6 7 8 Gewenst effect: er ontstaat bewustwording, gedeelde verantwoordelijkheid en eigenaarschap bij inwoners. Initiatieven in de openbare ruimte vanuit inwoners en bedrijven worden gehoord en ze worden actiever betrokken bij initiatieven vanuit de gemeente. De openbare ruimte is een ruimte van en voor iedereen. Sámen zorgen we ervoor dat de openbare ruimte niet alleen goed functioneert maar ook goed gebruikt en positief beleefd wordt. De focus ligt hierbij op de volgende ambities in volgorde van prioriteit: Draag het samen: gedeelde verantwoordelijkheid Goede balans tussen hoger belang en individueel belang Bewustwording/samen anders doen

Vervolg op volgende pagina -> pagina 40

1 terug naar vorig beeld 2 AMBITIES OPENBARE RUIMTE 3 4 5 4.1 Draag het samen: gedeelde verantwoordelijkheid 6 7 Samen maken we de openbare ruimte in wijken leefbaar. Inwoners en gemeente nemen daarin samen de verantwoordelijkheid. Inwoners zijn meer en meer betrokken 8 bij hun directe omgeving. Er is wederzijds begrip en goede communicatie.

De leefbaarheid in wijken is toegenomen door het juiste gebruik van de openbare ruimte. De gemeente zorgt voor een inrichting die zoveel mogelijk aan sluit bij de behoeften van haar inwoners. Dit versterkt het eigenaarschap. Een grotere betrokkenheid stimuleert het juiste gebruik van de openbare ruimte en zorgt voor minder overlast (zoals door zwerfafval). De openbare ruimte is ook de verantwoordelijkheid van de inwoner en daar is het gedrag van inwoners ook naar. Bij herinrichting betrekt de gemeente de betreffende inwoners. Daar waar er keuzeruimte is (bijv. inrichting speeltuin) worden wensen geïnventariseerd bij de doelgroep en worden keuzes/varianten voorgelegd (bijv. 3 ontwerpen). Waar de herinrichting zich daartoe leent worden actieve werkgroepen benaderd in het ontwerpproces en/of bij de uitvoering. Inwoners nemen steeds vaker zelf het initiatief voor kleinere aanpassingen in hun directe omgeving, zoals de aanleg van een buurtmoestuin. Ze organiseren draagvlak, enthousiaste vrijwilligers en handjes. De gemeente faciliteert, stimuleert en adviseert in kleine en lokale initiatieven van inwoners. Samen maken we afspraken over inrichting, beheer en onderhoud.

Speelt vooral in:

Vervolg op volgende pagina -> pagina 41

1 2 3 4 5 6 7 8

AMBITIES OPENBARE RUIMTE 4.2 Goede balans tussen hoger belang en individueel belang

4.3 Bewustwording/samen anders doen

Het hogere maatschappelijk belang wordt door de gemeente bewaakt, ook als dat niet altijd strookt met individuele belangen. De uitdaging ligt in het bij elkaar brengen van deze belangen.

We doen het samen anders en inwoners worden zich bewust van de opgaven. Het “samen anders doen” en het vergroten van de bewustwording kent diverse vormen. Het zorgt ervoor dat inwoners en gemeente samen de krachten bundelen voor te halen doelen op de langere termijn. Zo kan iedereen een bijdrage leveren in bijvoorbeeld de klimaatopgave, CO2-opgave of de uitwerking van de inrichting en het beheer van de openbare ruimte.

De Integrale visie Openbare Ruimte sluit aan bij het maatschappelijke belang voor onze inwoners. De gemeente is zich ervan bewust dat zij keuzes moet maken in de veelheid aan wensen en behoeften van de individuele inwoner en weegt daarin de verschillende belangen af. Zoals het realiseren van een centrale parkeerplaats om de hoek in plaats van voor de deur, voor een duurzame en fijne leefomgeving voor de buurt. We leggen de maatschappelijke belangen en de daaruit voortvloeiende keuzes voor de openbare ruimte goed uit aan onze inwoners. Dat gebeurt in toenemende mate door een goed verwachtingenmanagement aan de voorkant en een goede en tijdige communicatie naar inwoners (zie H7 communicatie).

Samenwerking kan daarbij worden gezocht met actieve werkgroepen, instellingen of scholen in de buurt. Lokale initiatieven worden benut en gestimuleerd en inwoners gaan ook steeds meer zelf aan de slag. De bewustwording is gegroeid en thema’s van ‘Morgen in Venlo’ met de inzet op nieuwe energie, nieuw gebruik en nieuwe natuur geven ook inwoners en ondernemers de juiste inspiratie om het anders te gaan doen. Ook andere onderwerpen dragen bij aan deze verandering, zoals ‘Waterklaar’ dat inwoners inspireert tot afkoppeling van regenwater; de groene straat-verkiezing waarmee buurtinwoners hun straat vergroenen; de klimaatstresstest die inzage geeft in waar mogelijk overlast kan optreden door water, hitte en droogte; natuureducatie (door organisaties en zelfs bij tuincentra) dat inspireert tot aanleg van vlinderroutes of plaatsing van insectenhotels. De lijst is eindeloos. We voeden elkaar met kennis en voorbeelden en waarom we het zo doen (communicatie) en voeden elkaar op met goed gedrag. 'Goed gedrag’ wordt beloond met vergroeningsregelingen, erfbeplantingsregelingen en afkoppelsubsidie. Naast deze stimuleringsregelingen voor groene burgerinitiatieven, zorgt de gemeente voor ambassadeurs om dit te faciliteren.

Speelt vooral in:

Speelt vooral in:

pagina 42

1 2 3 4 5 6 7 8

HOE GAAN WE HET AANPAKKEN? Om invulling te geven aan de ambities in deze IVOR is samenwerken van groot belang. De integrale visie openbare ruimte is het startpunt voor veranderingen in de openbare ruimte. Nu we samen de ambities hebben geformuleerd is de volgende stap om deze in de praktijk te brengen. In dit hoofdstuk besteden we aandacht aan via welke wegen IVOR daadwerkelijk wordt uitgewerkt en zich vertaalt in de inrichting van de openbare ruimte.

Organisatie Binnen de bestuurlijke organisatie van de gemeente Venlo spelen verschillende partijen een rol in het vaststellen van deze visie en het uitdragen van de daarin beschreven ambities. Zoals ook al in inleiding is aangegeven ligt het inhoudelijk eigenaarschap voor deze IVOR bij de programmamanager van het programma ‘Leefbaar Venlo’, maar raakt de IVOR aan vrijwel alle programma’s. Draagvlak bij alle programmamanagers is daarom belangrijk om de ambities gemeentebreed in de openbare ruimte te verwezenlijken. Het inspirerend opdrachtgeverschap van deze IVOR, maar ook voor de vele plannen waar de IVOR zijn uitwerking in kent ligt bij het college. De definitieve bestuurlijke besluitvorming van deze IVOR is een verantwoordelijkheid van de gemeenteraad. Het doen slagen van de IVOR vraagt dus om het juiste bestuurlijk draagvlak. Niet alleen bij het vaststellen van de ambities, maar vooral juist bij het uitdragen ervan voor nu en in de toekomst. De IVOR is het kader waaraan alle ontwikkelingen in de openbare ruimte worden getoetst. Ook nog te ontwikkelen kaders en opdrachten waarvan het college de opdrachtgever is en waarvan de gemeenteraad besluiten moet nemen die passen binnen de ambities die we nu samen vastleggen. Bij het opstellen van de IVOR zijn al zo veel mogelijk betrokken vakdisciplines meegenomen.

Maar zeker voor de implementatie van de visie – het daadwerkelijk realiseren van de ambities – is het belangrijk dat alle intern en extern betrokkenen goed zijn aangehaakt. Samen beschikken we over het juiste inzicht, kennis en data die nodig is en moeten we goed samenwerken

om de ambities te realiseren. Samen zijn we allemaal integraal verantwoordelijk voor wat er gebeurt in de openbare ruimte met een stukje eigenaar- en ambassadeurschap. Denk daarbij ook aan andere partijen die actief zijn in de openbare ruimte, zoals waterschap, woningstichtingen en andere verenigingen en partners. Hoe meer we uitdragen en draagvlak vormen voor onze ambities, des te meer kans we hebben dat we onze ambities gaan bereiken. Ook samen met onze inwoners en ondernemers maken we de ambities van de IVOR waar. Ze denken zo veel als mogelijk mee in het ontwerp van de openbare ruimte en hebben lokale kennis. Hierbij is het zeker nuttig ook gebruik te maken van de kennis en kunde van gedragsdeskundigen en trendwatchers. Om de IVOR tot een succes te maken is het belangrijk om als organisatie uitdagingen aan te durven gaan, creatief te zijn en ook wel eens “out of the box” te denken. Doordat de IVOR bij iedereen leeft benutten we zo veel mogelijk ook de onverwachte kansen en cross-overs.

Alleen ga je sneller, maar samen kom je verder!

Werken aan de openbare ruimte Op het moment dat we daadwerkelijk met ingrepen en ontwikkelingen in de openbare ruimte aan de slag gaan dient zich de kans voor om daarbij invulling te geven aan de ambities van de IVOR. Ingrepen en ontwikkelingen in de openbare ruimte kunnen verschillende aanleidingen hebben: • Ruimtelijke ontwikkelingen • Programma en sectorale beleidsontwikkeling • Integraal beheer en onderhoud - IBOR • Bewonersinitiatieven

Vervolg op volgende pagina -> pagina 43

1 terug naar vorig beeld 2 HOE GAAN WE HET AANPAKKEN? 3 4 5 Ruimtelijke ontwikkelingen 6 Bij ruimtelijke ontwikkelingen is de IVOR een belangrijk toetsingskader. Past een ontwikkeling bij de voorgestelde ambities? Kunnen er meerdere 7 ambities tegelijkertijd worden waargemaakt? Is een ontwerp realistisch en te beheren? In een vroegtijdig stadium sturen we op de juiste verhouding 8 tussen bebouwing, benodigde infrastructuur, parkeren, groen en andere

voorzieningen. Hierbij moet niet alleen de woningbouwopgave, maar ook de opgave waar we samen voorstaan in de openbare ruimte bepalend zijn. Dit kan betekenen dat ergens wellicht minder woningen passen dan economisch wenselijk. Ook moet goed worden bekeken wat een bepaalde ontwikkeling voor een impact heeft in een wijk of stadsdeel. Genereert het meer of minder verkeer en groeit door deze ontwikkeling de behoefte aan bepaalde “bovenwijkse voorzieningen”? Bij ruimtelijke ontwikkelingen gaat het vaak om grootschalige veranderingen in de openbare ruimte of zelfs om de aanleg van compleet nieuwe openbare ruimte (Tradeports). Waarbij het belangrijk is om bij het ontwerp voor de inrichting of herinrichting van de openbare ruimte voldoende de tijd te nemen en een goede integrale afweging te maken. Betrek in de ontwerpfase ook al de betreffende beheerder(s). Zo maken we niet alleen een aantrekkelijk openbare ruimte, maar ook een die dit blijft doordat deze goed te beheren is. Bij kleinschalige ruimtelijke (her)ontwikkelingen, zoals inpassing van enkele woningen, is het zaak dat ook de betreffende openbare ruimte wordt meegenomen in de (her)ontwikkeling. Zo voorkomen we dat de openbare ruimte niet meer aan sluit bij de nieuwe functie of veel schade oploopt tijdens werkzaamheden. Ook benutten we meteen de kans voor een toekomstbestendigere inrichting: werk-met-werk maken.

Bij geplande ruimtelijke ontwikkelingen stemmen we dit af met groot onderhoud en indien mogelijk stellen we het groot onderhoud even uit om kapitaalsvernietiging bij ontwikkeling in de nabije toekomst te voorkomen.

Programma en sectorale beleidsontwikkeling Vanuit de programma’s is de gemeente ook actief bezig met sectorale beleidsontwikkeling en kaders. Deze kaders hebben in meer of mindere mate een uitwerking in de openbare ruimte. De veranderingen die hieruit volgen moeten passen bij de kaders zoals deze vastliggen in deze IVOR. Een aantal van deze ontwikkelingen kunnen ons nu of in de nabije toekomst helpen met uitvoering geven aan de ambities van de IVOR. En IVOR kan bij actualisatie van dit beleid richting geven. Strategische Visie Venlo 2030 (2010) - Afwegingskader voor toekomstige besluiten en om nieuwe ontwikkelingen binnen breder perspectief te kunnen plaatsen. Venlo in de toekomst, een stad met ambities: Stad van actieve mensen; Innovatieve en excellente stad; Venlo Internationaal; Centrum van de Euregio: hoofdstad en vitaal hart; Veelzijdige stad in het groen. Kern van ‘Veelzijdige stad in het groen’ is het bieden van een prettige fysieke en sociale leefomgeving voor iedere inwoner. Ruimtelijke structuurvisie Venlo (2014) - Het ruimtelijk beleid voor de hele gemeente Venlo; hoe wij onze omgeving de komende jaren inrichten, bebouwen en gebruiken; welke richtlijnen en grenzen er zijn en op welke criteria nieuwe initiatieven worden beoordeeld.

Visie Stedelijk centrum 2022 (2012) - De visie heeft tot doel om ruimtelijke ontwikkelingen in de komende 10 jaar in goede banen te leiden. Het gaat dan met name om de samenhang tussen projecten en de bestaande stad, maar ook tussen projecten onderling. Trendsportal (2021) - Mobiliteitsvisie. Reeds beschreven in hoofdstuk 2. Parkeervisie (verwacht in 2021) - Met thema’s als straat parkeren, betaalde parkeercapaciteit en parkeren in de stadsdeelcentra. Venlo.Fit Sportvisie 2030 (2019) - De ambities van de sportvisie (bewegen/sporten in de openbare ruimte) sluiten naadloos aan bij de ambities zoals deze zijn geformuleerd in deze IVOR. Vervolg op volgende pagina -> pagina 44

1 terug naar vorig beeld 2 HOE GAAN WE HET AANPAKKEN? 3 4 5 Veilig op Weg – Een andere kijk op verkeersveiligheid Een fijne leefomgeving; dat wil toch iedereen? Verkeersveiligheid is hier een 6 belangrijk onderdeel van. Bij vragen over verkeerveiligheid vormt de Veilig op Weg aanpak de verbinding tussen inwoners en gemeente. Veilig op Weg gaat 7 met buurtbewoners aan de slag om het gedrag van de verkeersdeelnemers op een positieve manier te beïnvloeden. Door deze samenwerking kunnen 8 we iets veranderen in de buurt, rond een school of op ander plaatsen waar verkeerveiligheid verbeterd kan worden.

Hoe pakken wij dat aan? Eerst brengen we samen de situatie in beeld en kijken we naar een passende oplossing. Hierin nemen we zowel gedragsinzichten als verkeerskundige kennis mee. Ook kijken we of leefbaarheid en gezondheid hier een rol bij kunnen spelen. Soms zijn fysieke aanpassingen mogelijk.Veilig op Weg brengt daarmee dus twee hoofdambities uit de IVOR samen: Een veilige leefomgeving bereiken we samen! Agenda Groen & Water (2020) De groenblauwe ambities voor Venlo en een uitnodigend kader voor initiatieven. Visie: groen en water is multifunctioneel. Thema’s: Stad van de toekomst; Kracht van Groen & Gezond in de wijk; ReCreatief Venlo; Natuurlijk Venlo!; Het Venlose landschap vertelt… Relevante doelen voor IVOR: klimaatbestendigheid; ruimte voor groen en water in stedelijk gebied; versterken beleving van en aan de Maas; aantrekkelijke verbindingen tussen woon- en buitengebied; aantrekkelijk recreatief groen en water in stedelijk gebied; verhogen biodiversiteit (ecologisch groen- en waterbeheer) en identiteit van het Venlose landschap koesteren (o.a. landschapsvisie, verwacht in 2021). Gemeentelijk Rioleringsplan GRP (2014, Actualisatie 2017 en verwachte actualisatie 2021) - Het doelmatig inzamelen en afvoeren van regen- en afvalwater uit het stedelijk gebied. Inrichtingsprincipe: regenwater vasthouden, bergen en vertraagd afvoeren.

Ruimte voor water en oog voor regenwaterstructuren, zowel boven- als ondergronds. Voorkomen contact met afvalwater (continuïteit in inzameling en transport afvalwater, beperken (gemengd) afvalwater op straat bij hevige regenval). Bij voldoende en kwalitatief goed water, natuurlijk water: beperken vuiluitworp (riooloverstorten) naar oppervlaktewater. Voor waterkwaliteit, voorkomen van droogte en wateroverlast.

Omgevingswet (verwacht 2022) - De overheid wil hiermee de regels voor ruimtelijke ontwikkeling vereenvoudigen en samenvoegen. De omgevingswet introduceert het werken met omgevingstafels waarbij overheid en initiatiefnemers in een vroeg stadium in gesprek gaan over een initiatief. IVOR biedt een kader dat we hierin meenemen. Erfgoud (2017) - Venlo maakt van erfgoed erfgoud! Verhogen van de ruimtelijke kwaliteit van de woon- en leefomgeving door behoud en benutting van bovengronds en ondergronds (archeologisch) erfgoed. Enkele opgaven hebben sterke invloed op de kwaliteit van de openbare ruimte: Middeleeuws Venlo in de etalage; Vooruit met de Vesting! (o.a. contouren oude vestingstad beleefbaar maken met ‘groene’ zone om de historische binnenstad); Verbinden plaats en context (o.a. verwijzingen naar het rijke verleden op vrij toegankelijke plekken), zoals herstel van cultuurhistorische objecten (wasplaats in Tegelen), gebruik van bepaalde materialen (gebakken klinkers in Kloosterdorp Steyl of historische straatlantaarns in de oude kernen), kunstwerken die naar het verleden verwijzen (‘gebint’ langs de Greenport Bikeway). Woonvisie (2021) - De opgaven en doelen voor het wonen in de gemeente Venlo, met gerichte aandacht voor de versterking van het centrum van Venlo en de ontwikkelingen in de verschillende stadsdelen en de dorpen Arcen, Belfeld, Lomm en Velden.

Venlo Als podium (2019) - Evenementenbeleid om een goede afweging te kunnen maken tussen levendigheid en leefbaarheid. Evenementen zijn goed voor Venlo maar betekenen ook wat voor Venlo: evenementen vinden vaak plaats in de openbare ruimte waarbij ondernemers en inwoners zich soms moeten aanpassen. Om met elkaar uit te spreken waarom wij evenementen belangrijk vinden, maar ook om afspraken te maken rondom de uitvoering van evenementen. Welstandsnota (2013) - Het kader waarmee de gemeente kan sturen op de verschijningsvorm van de gebouwde omgeving. Welstandseisen met onderscheid in welstandsniveaus. Naast criteria per gebied ook beeldkwaliteitsplannen, reclamebeleid en monumenten.

Vervolg op volgende pagina -> pagina 45

1 2 3 4 5 6 7 8

HOE GAAN WE HET AANPAKKEN? Integraal beheer en onderhoud -IBOR Het integraal beheer en onderhoud van de openbare ruimte vormt een belangrijke uitwerking voor de IVOR. Het integraal beheerplan Openbare Ruimte (IBOR) 2021-2026 omschrijft het Venlose basisbeheerniveau en onderbouwt de daarvoor benodigde budgetten voor dagelijks onderhoud, groot onderhoud en vervangingen. Dit beheerplan geeft inzicht in de kosten van de instandhouding van het beheer van de openbare ruimte van gemeente Venlo over de langere termijn. De huidige openbare ruimte is vaak tientallen jaren terug op een bepaalde manier ingericht die destijds aansloot bij de opgaven en wensen. In dit beheerplan geven we ook weer hoe we onze onderhoudsinspanningen aan kunnen laten sluiten op de gewenste ontwikkelingen in die openbare ruimte, zodat onze investeringen toekomstbestendig (duurzaam) zijn.

Bewonersinitiatieven De samenleving verandert en we zien dat inwoners steeds meer betrokken willen zijn bij de inrichting en het beheer van hun directe woonomgeving. Zoals we bij ambitie 4.3 bewustwording/ samen anders doen al wordt aangegeven kunnen inwoners ook zelf aan de slag met de openbare ruimte. De in de Samenlevingsagenda 2020 vastgelegde plannen en ideeën zijn daar al een voorbeeld van. Ook voor bewonersinitiatieven vormt IVOR een inspirerend ideeënboek en kwalitatief kader. Bij de gemeente kennen we ook de subsidie vanuit het SAM-fonds. Met die subsidie worden inwoners ondersteund en gestimuleerd om iets voor hun wijk te doen. SAM staat daarbij voor Stad van Actieve Mensen. Vaak vragen inwoners om fysieke aanpassingen van de openbare ruimte, zoals de aanleg van speel- of groenvoorzieningen. Bij het toetsen van de aanvraag is het goed om te kijken in hoeverre deze vragen ook een bijdrage kunnen leveren aan de realisatie van de ambities van de IVOR.

Wat zeker al een bijdrage levert aan de ambities van IVOR is het aanleggen van een geveltuin of boomtuin. Al met het opwaarderen van een paar vierkante meter openbare ruimte kan de straat er in leefbaarheid op vooruit gaan. Dit groen- of buurtbeheer kan zelfs nog verder gaan. Inwoners die graag een stuk openbaar groen willen onderhouden, zwerfvuil willen opruimen of gladheid willen bestrijden worden daarbij door de gemeente ondersteund. Dit kan bijvoorbeeld door een bijdrage in de aanleg van het groen of door het ter beschikking stellen van materialen en gereedschap. Voor bedrijven en instellingen kent de gemeente een regeling voor adoptie van de middencirkel van een rotonde. In ruil voor enige reclame zorgen aannemers voor een aantrekkelijke en groene inrichting van een rotonde. Ook als bedrijven meer willen doen in de openbare ruimte zijn er mogelijkheden. Steeds meer bedrijven willen iets doen aan klimaatadaptatie. Bijvoorbeeld door het planten van bomen of vergroenen van de leefomgeving. Ook daarin leveren bedrijven een bijdrage aan het behalen van de ambities in de openbare ruimte.

Investeren in de openbare ruimte Het leveren van kwaliteit kost geld, het niet leveren van kwaliteit kost kapitalen. De uitwerking en concrete toepassing van deze visie vindt plaats in projecten. In het programma van eisen is IVOR een belangrijke voorwaarde voor het ontwerp of bij reconstructie. Het uitgangspunt bij herinrichting van de openbare ruimte is de inzet van bestaande beheer-, onderhoud', en vervangingsbudgetten. Bij vaststelling van nieuwe beheerplannen wordt de bestaande financiering in het licht van de IVOR heroverwogen. Bij groot onderhoud en projecten is vaak, ondanks een kosteneffectieve omvorming, aanvullenden investering in de openbare ruimte noodzakelijk om de ambities van IVOR te kunnen waarmaken.

Vervolg op volgende pagina -> pagina 46

1 2 3 4 5 6 7 8

HOE GAAN WE HET AANPAKKEN? Ook moeten we het lef en de kracht hebben op bepaalde plekken in de openbare ruimte meer te willen investeren dan in andere. Maatwerk leveren. Juist omdat het opwaarderen van bepaalde locaties een boost kan geven aan het bereiken van de ambities van de IVOR, zijn hiervoor investeringen nodig. In regulier beheer en onderhoudsgeld zitten die mogelijkheden vaak niet en bij ruimtelijke ontwikkelingen staat het economisch rendement op de korte termijn voorop in plaats van de doelen die we als gemeente nastreven op de langere termijn. De kosten gaan vaak voor de baten en hierdoor komen ontwikkelingen slecht van de grond. De vraag om een omvorm- of herstructureringsbudget is vaak tijdens de reis van de IVOR naar voren gekomen. Toch is aan deze IVOR geen concrete investering gekoppeld. Het is vooral belangrijk om een bestedingspakket voor omvorming en herstructurering beschikbaar te stellen als er een concreet plan voor de openbare ruimte op tafel ligt waarbij de ambities van IVOR kunnen worden uitgewerkt. Bijvoorbeeld een ontwerp van de nieuwe openbare ruimte van de woonwijk Hagerhof-Oost. Hier gaat in een aardgasvrije wijk de ondergrondse infra compleet op de schop. Dit biedt kansen om de wijk ook breder in de openbare ruimte aan te pakken.

De bijdrage voor het aanpassen van de ondergrondse infra is, zelfs in combinatie met diverse bijdragen vanuit beheer en onderhoud, echter niet toereikend om van deze wijk een wijk te maken die toekomstbestendig is en past bij de ambities van de IVOR. Voor het totale projectplan dienen dan ook investeringen beschikbaar te komen via het begrotingsproces om zodanig deze ambities in dit project waar te maken. Investeren in kwaliteit is ook investeren in ontwerp. Bij majeure projecten worden vaak ontwerpbureaus ingeschakeld voor borging van de ruimtelijke kwaliteit. Bij kleinschaligere projecten willen we ook meer gaan sturen op een goed ontwerp aan de voorkant. Want een goed ontwerp is het halve werk en maakt de inrichting uiteindelijk ook beter te beheren. Het maken van een nieuw ontwerp voor de openbare ruimte blijft daarbij altijd maatwerk en een uitdaging. De vele ambities die we in deze IVOR opschrijven zijn niet altijd

allemaal haalbaar. Ruimte is begrensd en het blijft een kwestie van keuzes maken. Belangrijk is dan dat al aan de ontwerptafel alle betrokken disciplines de kans krijgen om op basis van de prioriteiten die zijn gesteld in deze IVOR de juiste afweging te kunnen maken.

Borging IVOR Het vaststellen van de IVOR is een startpunt, het brengt een beweging op gang in de openbare ruimte. Om van de IVOR een succes te maken is borging noodzakelijk. Wij vinden het ook van groot belang dat de IVOR een vanzelfsprekendheid is in alle verandertrajecten en ontwikkelingen in de openbare ruimte. De beste wijze om deze IVOR te borgen is: • Voldoende kennis bij mensen en kennis overdragen; • Draagvlak creëren; • Vertrouwen creëren. Ook bij de uitvoering van de IVOR moeten zo veel mogelijk mensen betrokken worden en zich betrokken voelen. Zowel op bestuurlijk als op ambtelijk niveau. Om dit gevoel kracht bij te zetten inspireren we elkaar met goede voorbeelden. Goede voorbeelden en eerste gerealiseerde stappen in het kader van IVOR gaan we uitdragen zodat dit ook anderen inspireert om met de ambities aan de slag te gaan. Toch geeft de IVOR niet op alle vragen een antwoord. Tijdens de reis die we hebben gemaakt om de IVOR tot stand te brengen zijn verschillende onderwerpen gepasseerd die nog een verdere uitwerking behoeven.

Vervolg op volgende pagina -> pagina 47

1 terug naar vorig beeld 2 HOE GAAN WE HET AANPAKKEN? 3 4 5 Wanneer vinden we dat de IVOR een succes is? We vinden het belangrijk dat iedereen die actief is in de openbare ruimte 6 effectiever samenwerkt en daarbij samen de ambities nastreeft. De IVOR is dan ook geen boekwerk dat in de kast moet komen te staan, maar een plan 7 dat actief en in een continu proces moet worden uitgedragen. Dit begint net na de vaststelling, maar blijft ook doorgaan in de periode daarna. Ook 8 een paar jaar later is het belangrijk om te evalueren wat er al concreet is

bereikt. De IVOR is een visie voor langere termijn, voor 10 jaar. Om te blijven bewaken of IVOR succesvol is (cirkel plan-do-act-evaluatie) doen we na 5 jaar een evaluatie en volgt indien nodig een bijstelling.

Daarnaast zijn er gewenste effecten van de IVOR, zoals benoemd bij de (hoofd)ambities, die we wel nastreven in onze openbare ruimte maar die moeilijker te meten zijn en vooral moeilijker te herleiden zijn naar de openbare ruimte. Zoals dat onze inwoners een gezondere levensstijl hebben en meer deelnemen aan het openbare leven. Dit zijn maatschappelijke baten die zich uiteindelijk vertalen in een hogere kwaliteit van leven van onze inwoners.

Het hogere doel van de IVOR is uiteraard dat we met het invulling geven aan de ambities in de openbare ruimte blijven voldoen aan de behoefte van de gebruiker. De gemeente kent bepaalde meetmethoden om deze effecten in waarden uit te drukken en te monitoren. Effecten Indicatoren maken de toekomstbeelden, ambities en prestaties meetbaar. Ze voegen meer feitelijke kennis en gevoelsmatige informatie bijeen zodat een afweging kan plaatsvinden op waarden en prioriteiten. Hierbij onderscheiden we een technische indicator en de belevingsindicator. De technische indicator is vooral van toepassing voor het meten van de technische kwaliteit van elementen in de openbare ruimte. Deze heeft meer waarde voor de IBOR dan voor de IVOR. De belangrijkste indicator is de belevingswaarde van de openbare ruimte. Door middel van enquêtes en stadspeilingen is het daarom wenselijk dit jaarlijks te blijven ophalen. Het doel daarbij is dat de score voor de leefbaarheid van de openbare ruimte in 2031 minimaal een score van 7 behaalt. Deze score is een ijkpunt en mag uiteraard altijd meer zijn. Behalve dat deze informatie waardevol is voor de voortgang van de IVOR kan deze nog veel meer doelen dienen en de gemeente helpen om de juiste prioriteiten te stellen bij een aanpak in de openbare ruimte in de breedste zin.

pagina 48

1 terug naar vorig beeld 2 AANDACHTSPUNTEN COMMUNICATIE EN PROCES 3 4 5 In de openbare ruimte zijn er vele partijen die participeren en samenwerken. Dit vergt een nieuwe manier van betrokkenheid en met elkaar samenwerken. Het is belangrijk om deze partijen te informeren, inspireren, faciliteren en Het vraagt dus ook communicatieve vaardigheden om deze veranderende 6 stimuleren. Op deze wijze wordt een toekomstbestendige openbare ruimte rol te kunnen vervullen. Competenties om het juiste gesprek met onze van én voor ons allemaal geborgd. inwoners aan te gaan en om verwachtingen en veranderingen te kunnen 7 handelen. En een beetje lef om nieuwe uitdagingen aan te gaan en out of the box te denken. Een van de belangrijkste punten voor goede participatie en Communicatie en participatie van inwoners en bedrijven 8 communicatie is goed verwachtingenmanagement. Weten welke speelruimte Het nastreven van de ambities van deze IVOR kan de gemeente niet alleen. Om dit te bereiken hechten we veel waarde aan de inbreng van onze inwoners en bedrijven. Van het proces en de inhoud van de samenlevingsagenda heeft de gemeente geleerd dat inwoners duidelijk weten waar we meer aandacht moeten besteden als het gaat om de openbare ruimte. Bij elk project of ontwikkeling in de openbare ruimte is het belangrijk om eerst goed te bekijken wie belanghebbenden zijn en wat hun rol is (bijv.

door een stakeholdersanalyse). Zo betrekken we inwoners o.a. via werk- en belangengroepen en bedrijven via ondernemersverenigingen. Dit in het kader van eigen initiatieven, maar ook door participatie in de ontwikkeling en uitvoering van projecten. Zo kunnen we draagvlak uit de buurt/ samenleving vergroten en het eigenaarschap versterken. Daarbij stellen we inwoners kennis beschikbaar over hun omgeving met digitale tools, zoals de klimaatstresstest. We dienen zichtbaar te zijn in de wijk en kleine en lokale initiatieven te faciliteren door - om te beginnen - te luisteren en mee te denken. We hebben mensen nodig die groepen kunnen stimuleren om activiteiten in de buitenruimte te ontplooien en mensen die goede voorbeelden willen uitdragen in hun wijk. We zoeken partners in scholen, zorginstellingen, corporaties, verenigingen, andere overheden en innovatieve ondernemers die de ambities ondersteunen, mee realiseren en mee uit dragen: ambassadeurs.

er is en wat het doel is van de communicatie: bijv. participeren of alleen informeren. Dat vraagt om een heldere communicatie-strategie naar burgers en bedrijven.

Implementatie organisatie Het voortraject heeft reeds bijgedragen aan een grotere betrokkenheid en draagvlak voor IVOR onder een grote groep enthousiaste collega’s. Integrale samenwerking is daarbij extra belicht. Het is belangrijk om nu door te pakken en de IVOR verder in te bedden in onze organisatie en onze samenwerking. Enkele betrokkenen zullen gaan functioneren als ambassadeurs van IVOR en het gedachtengoed verder uit dragen. Het is zaak dat de IVOR-ambities vroegtijdig in planprocessen onder de aandacht worden gebracht door procesmanagers, projectleiders en procesbegeleiders. Dat begint dus al bij de weging van ruimtelijke initiatieven die effect hebben op de openbare ruimte, zoals een inbreidingsplan met woningen. Maar ook andere betrokkenen in het proces van ontwerp tot uitvoering en beheer gaan de ambities van IVOR uitdragen. Een onderwerp dat bij elk thema naar voren komt is de samenwerking tussen verschillende afdelingen binnen de gemeente. Wanneer dit goed verloopt kunnen veel processen gestroomlijnd worden. Hiermee worden misverstanden tussen verschillende afdelingen verminderd. Een goede samenwerking leidt sneller tot een goed resultaat.

Laten we IVOR samen tot een succes maken!

pagina 49

1 2 3 4 5 6 7 8

BIJLAGEN Bijlage 1 - Wrap-up Inspiratiebijeenkomst

pagina 50

1 2 3 4 5 6 7 8

BIJLAGEN

pagina 51

1 terug naar vorig beeld 2 BIJLAGEN 3 Bijlage 2 - Wrap-up Start-up bijeenkomst 4 5 6 7 8

pagina 52

1 terug naar vorig beeld 2 BIJLAGEN 3 4 5 6 7 8

pagina 53

1 2 3 4 5 6 7 8

BIJLAGEN Bijlage 3 - Wrap-up Themabijeenkomsten

pagina 54

1 2 3 4 5 6 7 8

BIJLAGEN

pagina 55

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.venlo.nl/api/v1/meetings/501/documents/10923