010bijl 1.1 Toelichting bp uitbreiding Barge Terminal.pdf
Tekst van het document
Bestemmingsplan Herziening ‘Venlo Trade Port’, uitbreiding Barge Terminal Gemeente Venlo
Bestemmingsplan Herziening ‘Venlo Trade Port’, uitbreiding Barge Terminal Gemeente Venlo
Toelichting Bijlagen Regels Bijlagen Verbeelding Schaal 1 : 1000 Datum: 6 januari 2022 Projectgegevens: TOE02-0253658-01A REG02-0253658-01A TEK02-0253658-01A Identificatienummer: NL.IMRO.0983.BP201701BARGETER.VA01
Datum vrijgave
Opsteller(s)
Projectleider
06-01-2022
TP
K. Keijzers Vestiging Oosterhout Beneluxweg 125 4904 SJ Oosterhout T: +31 (0)162 48 75 00 www.croonenburo5.com
Vrijgave
Vestiging Maastricht Wim Duisenbergplantsoen 21 6221 SE Maastricht T: +31 (0)43 325 32 23 info@croonenburo5.com
Bestemmingplan Herziening Venlo Trade Port, uitbreiding Barge Terminal
Gemeente Venlo
Inhoud 1
Inleiding
1
1.1 1.2 1.3 1.4 1.5
Aanleiding Plangebied Vigerend bestemmingsplan Planopzet Leeswijzer
1 1 2 3 3
2
Planbeschrijving
4
2.1 2.2 2.3 2.4
Ontstaansgeschiedenis Bestaande situatie Toekomstige situatie Vertaling naar het bestemmingsplan
4 4 7 8
3
Beleidskader
10
3.1 3.2 3.3
Rijksbeleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid
10 15 19
4
Milieuhygiënische en planologische verantwoording
25
4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12 4.13
Vormvrije m.e.r. Bodem Flora en Fauna Stikstofuitstoot Akoestiek Externe Veiligheid Bedrijven- en milieuzonering Luchtkwaliteit Archeologie en cultuurhistorie Water Verkeer en vervoer Kabels en leidingen Duurzaamheid en energie
25 25 26 28 29 32 39 40 42 45 49 51 51
5
Juridische planopzet
52
5.1 5.2 5.3
Inleiding Plansystematiek Beschrijving per bestemming
52 52 54
6
Uitvoerbaarheid
56
6.1 6.2
Financieel Maatschappelijk
56 56
CroonenBuro5
Bijlage 1: Bijlage 2: Bijlage 3: Bijlage 4: Bijlage 5: Bijlage 6: Bijlage 7: Bijlage 8: Bijlage 9: Bijlage 10:
Vormvrije m.e.r.-beoordeling, DGMR, d.d. 12 april 2021 Bodem Risico Inventarisatie NRB 2012, DGMR, d.d. 18 februari 2021 Quickscan ecologie, Els & Linde, d.d. 9 februari 2021 Onderzoek stikstofdepositie, DGMR, d.d. 30 maart 2021 Akoestisch onderzoek Industrielawaai, DGMR, d.d. 4 februari 2021 Onderzoek Externe veiligheid, DGMR, d.d. 18 maart 2021 Onderzoek Luchtkwaliteit, DGMR, d.d. 30 maart 2021 Archeologisch bureauonderzoek, adviesbureau RAAP, d.d. 24 mei 2016 Nota industriegeluid Venlo Trade Port, d.d. 19 februari 2021 Archeologisch vooronderzoek, verkennend booronderzoek, adviesbureau RAAP, d.d. 13 september 2021
Figuur 1. Globale ligging van het plangebied
Figuur 2. Begrenzing plangebied met de huidige locatie barge terminal geel omkaderd en de uitbreidingslocatie rood omkaderd
Bestemmingplan Herziening Venlo Trade Port, uitbreiding Barge Terminal
1
Inleiding
1.1
Aanleiding
Gemeente Venlo
De industriehaven in op het bedrijventerrein ‘Venlo Trade Port’ maakt onderdeel uit van de logistieke hotspot Venlo en heeft een nationale betekenis. De industriehaven ontwikkelt zich in een dusdanige mate dat een uitbreiding noodzakelijk is om de huidige logistieke positie te kunnen behouden en verbeteren. Vanuit het Rijk wordt gestimuleerd om de aan- en afvoer van goederen richting de haven van Rotterdam over de weg te verminderen en de binnenvaart hiervoor beter te benutten. De benodigde overslagcapaciteit gaat de beschikbare capaciteit overtreffen, waardoor de behoefte bestaat aan een uitbreiding van de huidige barge terminal. De initiatiefnemer is daarom voornemens de bestaande barge terminal in westelijke richting uit te breiden. De gemeente Venlo ondersteunt deze ontwikkeling. Deze ontwikkeling vindt plaats in twee fases. In de eerste fase wordt een groot deel van de bestaande bebouwing van het bedrijf Havam gesloopt. Het gaat hier om twee loodsen en een kantoorgebouw. Ook wordt het warehouse van Seacon bedoeld voor de opslag van goederen aan de noordkant over een lengte van circa 35 meter gesloopt en van een nieuwe kopgevel voorzien. Het vrijkomende terrein wordt onderdeel van de containerterminal. De bestaande kademuur wordt in westelijke richting met ongeveer 165 meter verlengd. Ook wordt de huidige kraanbaan verlengd en wordt er een tweede overslagkraan geplaatst.
Hierdoor ontstaat er een tweede afmeerlocatie voor binnenvaartschepen. Tevens ontstaat hierdoor de mogelijkheid om klasse VB schepen toe te laten. De weg tussen de huidige locatie en de uitbreidingslocatie, de Tjalkkade, wordt met een lengte van circa 140 meter aan de noordkant ingekort ten behoeve van de uitbreiding van de barge terminal en wordt heringericht als nieuwe opslagplaats. De uitrit voor vrachtverkeer wordt verplaatst naar de zuidelijke grens van het perceel Tjalkkade 21. In de tweede fase wordt de laatste bebouwing op de uitbreidingslocatie gesloopt, hierdoor ontstaat er extra ruimte voor het op- en overslaan van zeecontainers door de binnenvaartterminal. Deze ontwikkelingen worden naar verwachting gerealiseerd gedurende de termijn van voorliggend bestemmingsplan. Als gevolg van deze ontwikkeling neemt de capaciteit van de binnenvaartterminal voor op- en overslag toe van 80.000 tot 235.000 zeecontainers per jaar. Om de uitbreiding van de barge terminal mogelijk te maken is de initiatiefnemer voornemens om met de eigenaar van de uitbreidingslocatie een overeenkomst te sluiten. De beschreven gefaseerde ontwikkeling is niet mogelijk in het vigerend bestemmingsplan ‘Venlo Trade Port’, de huidige juridisch-planologische regeling dient daarom op onderdelen te worden herzien.
Derhalve is voorliggend bestemmingsplan opgesteld dat voorziet in een passende juridisch-planologische regeling voor de ontwikkeling.
1.2
Plangebied Het plangebied bestaat uit het huidige terrein van de barge terminal en het terrein waar de gefaseerde uitbreiding van deze barge terminal plaatsvindt. Het plangebied ligt in het noorden van Venlo en is gelegen binnen het industrieterrein Venlo Trade Port en wordt omringd door de insteekhaven voor binnenvaartschepen van de Maas. De insteekhaven begrensd de noordzijde en de westzijde van het plangebied. Aan de overkant van de noordzijde van de insteekhaven bevindt zich een jachthaven, de waterscouting en de snelweg A67. Aan de westzijde van de insteekhaven
CroonenBuro5
1
Bestemmingplan Herziening Venlo Trade Port, uitbreiding Barge Terminal
Gemeente Venlo
ligt een groot gedeelte van het bedrijventerrein. Aan de oostzijde wordt het plangebied begrensd door de Ankerkade met daaraan enkele bedrijven gevestigd en verderop de Maas. In het zuiden wordt het plangebied omgrensd door de Tjalkkade, de Ankerkade en andere bedrijven op het bedrijventerrein. De Tjalkkade en de Ankerkade vormen de ontsluiting voor het plangebied.
1.3
Vigerend bestemmingsplan Voor het plangebied vigeert bestemmingsplan ‘Venlo Trade Port’ dat is vastgesteld op 9 september 2013. Het plangebied bestaat uit twee deelgebieden, te weten de bestaande locatie van de barge terminal en de uitbreidingslocatie van de barge terminal. Voor beide deelgebieden geldt de enkelbestemming ‘Bedrijventerrein - 4’ en de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie’. Voor de maatvoering geldt voor beide deelgebieden een maximum bebouwingspercentage per perceel van 80% en een maximum bouw- en goothoogte van 15 meter. Beide deelgebieden hebben de functieaanduiding: ‘Specifieke vorm van bedrijventerrein – vaarwater gerelateerde bedrijven’ en ‘specifieke vorm van waarde – archeologie – lage waarde’. Voor de twee deelgebieden gelden echter ook verschillende aanduidingen. Ter plaatse van de bestaande barge terminal gelden de volgende dubbelbestemming en aanduidingen: • dubbelbestemming ‘Waterstaat – Waterkering’ • functieaanduiding ‘specifieke vorm van bedrijventerrein – Barge terminal’; • functieaanduiding ‘specifieke vorm van bedrijventerrein – kraanbaan; • functieaanduiding ‘specifieke vorm van bedrijventerrein – rioolwaterzuiveringsinstallatie’; • functieaanduiding ‘risicovolle inrichting’.
Voor de uitbreidingslocatie gelden de volgende aanduidingen: • functieaanduiding ‘Specifieke vorm van waarde – Archeologie – hoge- tot middelhoge waarde’ • gebiedsaanduiding ‘wro-zone – ontheffingsgebied’. Het noordelijke gedeelte van de Tjalkkade is gesitueerd in het plangebied van de uitbreidingslocatie. Deze weg heeft de enkelbestemming ‘Verkeer’. Beide deelgebieden lopen ten noorden van het plangebied door tot een gedeelte van het water. Dit gedeelte van het plangebied heeft tot de kade de enkelbestemming ‘Water – Haven’. Ter hoogte van de bestaande locatie van de barge terminal loopt de grens tussen de dubbelbestemmingen ‘Waterstaat – Waterbergend rivierbed’ en ‘Waterstaat – Stroomvoerend rivierbed’. Beide dubbelbestemmingen gelden daarmee voor het plangebied van de bestaande locatie. In de uitbreidingslocatie geldt alleen de dubbelbestemming ‘Waterstaat – Waterbergend rivierbed’.
Figuur 3. Vigerend bestemmingsplan locatie bestaande Figuur 4. Vigerend bestemmingsplan uitbreidingslocatie barge terminal barge terminal
CroonenBuro5
2
Bestemmingplan Herziening Venlo Trade Port, uitbreiding Barge Terminal
Gemeente Venlo
De op- en overslag activiteiten van de barge terminal dienen ook te zijn toegestaan binnen de bestemming ‘Water – Haven’. Ter plaatse van de bestaande barge terminal zijn daarom de functieaanduiding ‘specifieke vorm van bedrijventerrein – barge terminal’ en ‘risicovolle inrichting opgenomen.
1.4
Planopzet Het bestemmingsplan ‘Herziening ‘Venlo Trade Port’, uitbreiding Barge Terminal’ bestaat uit drie delen: een verbeelding, regels en een toelichting. De verbeelding en de regels vormen het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan. De toelichting bevat een motivatie en verantwoording van de keuzes die in het bestemmingsplan zijn gemaakt. Daarnaast zijn in de toelichting onder andere het vigerende beleid en de relevante milieuaspecten beschreven.
1.5
Leeswijzer Hoofdstuk 2 bevat de planbeschrijving. In dat hoofdstuk wordt een beschrijving gegeven van de ruimtelijke en functionele structuur van het plangebied en wordt aandacht besteed aan de uitgangspunten voor het opstellen van het bestemmingsplan. Hoofdstuk 3 bevat een samenvatting van het relevante beleid. In hoofdstuk 4 worden de relevante milieuhygiënische en planologische aspecten uiteengezet. De juridische opzet van het plan wordt toegelicht in hoofdstuk 5. In hoofdstuk 6 komen de financiële en maatschappelijke uitvoerbaarheid aan de orde.
CroonenBuro5
3
Bestemmingplan Herziening Venlo Trade Port, uitbreiding Barge Terminal
2
Planbeschrijving
2.1
Ontstaansgeschiedenis
Gemeente Venlo
De gemeente Venlo (met in hoofdzaak de kernen Venlo, Blerick, Belfeld en Tegelen) heeft zich door haar gunstige ligging tussen Randstad, Vlaamse Ruit en het Ruhrgebied en de ligging op het kruispunt van transportassen (weg, water en spoor) ontwikkeld tot een belangrijk logistiek en industrieel knooppunt. Venlo is van oudsher (13e eeuw) een belangrijke handelsplaats doordat Venlose en andere schippers de Maas gebruikten voor vervoer en handel met andere steden. Na 1860 ontwikkelde Venlo zich tot een voornaam spoorwegknooppunt. De positie als logistiek knooppunt werd vanaf 1930 versterkt door de haven in het centrum van Venlo te moderniseren en uit te breiden. In 1979 is de haven in het centrum samen met de gevestigde bedrijven verplaatst naar het industrieterrein Groot Boller. Dit is de voormalige naam van het huidige industrieterrein Venlo Trade Port. Door de groei van het aantal en de omvang van de binnenvaartschepen dat de industriehaven ontving is in 1979 is de huidige insteekhaven aangelegd met daarop een openbare laadloswal. Historisch gezien is Venlo een locatie met een sterke logistieke en agrofood achtergrond, waardoor veel internationale handelsbedrijven zich op of rond het bedrijventerrein Venlo Trade Port hebben gevestigd.
Vanaf de jaren ’80 en door de komst van logistieke dienstverleners is de focus verschoven naar andere sterke logistieke sectoren zoals mode, e-commerce, elektronica en medische technologie. Hierdoor is de variatie aan grote nationale en internationale bedrijven in de regio sterk toegenomen. De logistieke opgaven en de druk op de huidige infrastructuur werd hierdoor steeds groter. De haven van destijds had niet de capaciteit om in de vraag vanuit het bedrijfsleven te voorzien. In 2010 is de Container Barge Terminal op het industrieterrein gerealiseerd waarmee de haven van Venlo (als logistieke hotspot) zijn goede ligging aan de Maas beter kon benutten. Door de capaciteit voor op- en overslag van containers aanzienlijk te vergroten werden de logistieke mogelijkheden vergroot. Door de jaren heen hebben logistieke bedrijven ingespeeld op de vestigingsmogelijkheden binnen de logistieke hotspot Venlo-Venray. Zo hebben diverse logistieke bedrijven zich gevestigd in de regio, waaronder ook op het bedrijventerrein Venlo Trade Port. De bedrijven die hier gevestigd zijn, relatief groot en het merendeel van de bedrijven voeren op de haven gerelateerde bedrijfsactiviteiten uit.
2.2
Bestaande situatie Het plangebied ligt op industrieterrein Venlo Trade Port (voorheen genaamd Groot Boller). De directe omgeving van het plangebied kan als volgt getypeerd worden: De noordelijke begrenzing van het plangebied wordt gevormd door de insteekhaven van de Maas, aan de overkant door een jachthaven, de waterscouting en de snelweg A67. Aan de oostzijde van het plangebied bevinden zich diverse bedrijven, zoals een staalbedrijf, transportbedrijf en een bedrijf in de productie van koelinstallaties. De westelijk grens betreft de uitloper van de insteekhaven, aan de overzijde hiervan loopt het bedrijventerrein verder. Momenteel ligt het Havam terrein tussen de insteekhaven en de inrichting. Bij uitbreiding zal dit terrein onderdeel gaan uitmaken van de inrichting. De zuidelijke begrenzing wordt gevormd door de Ankerkade, een van de ontsluitingswegen.
Barge terminal De barge terminal op Venlo Trade Port vormt een belangrijke schakel tussen diverse mainports en het Duitse achterland. De primaire activiteit ter plaatse van de bestaande barge terminal is het exploiteren van een containeroverslagbedrijf voor zeecontainers. Het totale perceel bedoeld voor
CroonenBuro5
4
Bestemmingplan Herziening Venlo Trade Port, uitbreiding Barge Terminal
Gemeente Venlo
deze container op- en overslag is ongeveer 50.000 m2 groot. De hoofdactiviteit van de inrichting bestaat uit het overplaatsen van zeecontainers van de binnenvaartschepen naar ‘wegverkeer’ (vrachtwagens) en vice versa. Veel ruimte op het bedrijfsperceel wordt hierbij in beslag genomen voor de opslag van containers in stacks. Deze opslag wordt in eerste instantie geconcentreerd langs de kraanbaan en de kade, maar daarnaast ook aan de achterzijde van het perceel nabij de Ankerkade. Met reachstackers worden de containers op de vrachtwagens geplaatst. In de onderstaande figuren zijn foto’s van de barge terminal weergegeven.
Figuur 5, 6 en 7: foto’s bestaande situatie Barge Terminal Venlo
CroonenBuro5
5
Bestemmingplan Herziening Venlo Trade Port, uitbreiding Barge Terminal
Gemeente Venlo
In de huidige situatie is sprake van één kraanbaan en aanlegplaats voor schepen waar de op- en overslag van containers mogelijk is. De kraan is 36 meter hoog en reikt tot ongeveer 60 meter op het bedrijfsperceel, de aanlegkade voor binnenvaartschepenis ongeveer 150 meter lang. Op het perceel is aan de zijde van de Tjalkkade tevens een warehouse gesitueerd. Het pand is ongeveer 10.000 m2 groot. In het warehouse vindt voornamelijk opslag van goederen plaats die zijn binnengekomen in containers en door vrachtwagens naar de eindbestemming worden gebracht. Het warehouse heeft dus een distributiefunctie. De ontsluiting voor het vrachtverkeer van de barge terminal vindt plaats aan de Tjalkkade, voor het warehouse is de ontsluiting gesitueerd aan de Ankerkade. Momenteel is de jaardoorzet van de bestaande terminal 80.000 TEU containers. De benodigde overslagcapaciteit groeit en verwacht wordt dat de beschikbare capaciteit binnen afzienbare tijd hierdoor overtroffen wordt. Dit leidt bovendien tot ongewenste situaties doordat er onvoldoende opslagcapaciteit is van containers. Er is dus een behoefte om de containerterminal en opslagruimte uit te breiden.
Uitbreidingslocatie De uitbreiding van de binnenvaart terminal vindt plaats in westelijke richting. Op dit perceel zijn in de huidige situatie een kantoorgebouw en twee loodsen gesitueerd en in gebruik door het bedrijf Havam. Deze loodsen hebben een logistieke functie. De bedrijvigheid bestaat voornamelijk uit de distributie van materialen, olie en gereedschap voor de auto-industrie. Dit betekent dat in de huidige situatie er sprake is van behoorlijke aan- en afvoer van goederen door vrachtwagens.
Figuur 8. Huidige bebouwing uitbreidingslocatie
Het perceel is reeds grotendeels verhard. De bebouwing concentreert zich voornamelijk aan de westkant, aan de kade langs van de Maas. Hierdoor is er voldoende ruimte gecreëerd voor de aanen afvoer van goederen door vrachtverkeer. De ontsluiting vindt plaats via de Tjalkkade. Langs de oevers van de insteekhaven vormt een kleine groenstrook en het talud de afscheiding tussen de bedrijfsactiviteiten en het water. Het talud ligt op dit perceel ongeveer 20 meter verder in het water als op het naastgelegen terrein van de barge terminal.
CroonenBuro5
6
Bestemmingplan Herziening Venlo Trade Port, uitbreiding Barge Terminal
2.3
Gemeente Venlo
Toekomstige situatie In de toekomstige situatie wordt er op het (voormalig) terrein van Havam gefaseerd ruimte gemaakt voor de uitbreiding van de containerterminal. De loodsen en het kantoorgebouw op het terrein worden gesloopt en de Tjalkkade wordt over een lengte van circa 140 meter aan de noordzijde ingekort. Deze gronden worden bij het huidig terrein van de barge terminal betrokken. Hierdoor wordt de opslagcapaciteit nabij de kraanbaan vergroot. De bestaande kraanbaan van ongeveer 150 meter wordt ongeveer verdubbeld qua lengte. Hiertoe wordt het bestaande talud aan de noordzijde gelijkgetrokken met de kade van de bestaande barge terminal. Dit betekent dat het huidig talud verdwijnt, waardoor er 20 m1 wateroppervlak bij komt. De aanlegkade voor schepen kan hierdoor met 165 meter in westelijke richting worden verlengd, waardoor er een tweede afmeerplaats ontstaat voor binnenvaartschepen of de mogelijkheid ontstaat voor de aanleg van klasse Vb schepen met een lengte van 185 meter. De kraanbaan wordt over dezelfde lengte verlengd en er wordt een tweede containerhijskraan gerealiseerd. Ter plaatse van de huidige kraanbaan blijft de opslag ruimte gehandhaafd op 60 meter achter de kraanbaan over een oppervlakte van ongeveer 6.500 m2. Achter de uitbreiding van de kraanbaan is deze opslag ruimte groter, namelijk circa 13.000 m2.
In de toekomstige situatie groeit de doorzetcapaciteit voor de totale inrichting van 80.000 TEU naar 200.000 TEU. De nieuwe kraanbaan is 40 meter hoog. De nieuwe kraanbaan is hiermee 4 meter hoger dan de bestaande kraanbaan. De bestaande kraanbaan is een verouderd model. Nieuwe kraanbanen zijn over het algemeen hoger, onder andere door de toevoeging van andere functionaliteiten.
Figuur 9. Inrichtingsschets uitbreiding barge terminal, bron: European Gateway Services
CroonenBuro5
7
Bestemmingplan Herziening Venlo Trade Port, uitbreiding Barge Terminal
Gemeente Venlo
Figuur 10. Impressiebeeld toekomstige situatie, bron: DGMR
De ontsluiting van het vrachtverkeer wordt via een logische routing gelijkmatig verdeeld. De inrit van de barge terminal voor vrachtverkeer wordt gesitueerd aan de Ankerkade, uitgaand verkeer verlaat het perceel van de barge terminal via de nieuwe ontsluiting op de Tjalkkade.
2.4
Vertaling naar het bestemmingsplan Voor de ontwikkelingen in het voorliggend bestemmingsplan zijn een aantal wijzigingen in het vigerend bestemmingsplan noodzakelijk.
Aanduiding specifieke vorm van bedrijventerrein – barge terminal Het vigerend bestemmingsplan kent een eenduidige begrenzing waar een barge terminal kan worden gerealiseerd. Dit omvat het deel waar zich momenteel de barge terminal bevindt. Om de uitbreiding van de barge terminal mogelijk te maken is in voorliggend bestemmingsplan de begrenzing van de aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijventerrein – Barge Terminal’ toegekend aan het gehele bestemmingsvlak ‘Bedrijventerrein-4’ en ter plaatse van de aanlegplaats voor binnenvaartschepen binnen de bestemming ‘Water – Haven’.
Aanduiding – kraanbaan Het vigerend bestemmingsplan kent tevens een eenduidige begrenzing waar een kraanbaan kan worden gerealiseerd. Een regeling die specifiek is toegespitst op de bestaande situatie. Dit omvat het deel waar zich momenteel de kraanbaan bevindt. Om de uitbreiding van de barge terminal mogelijk te maken dient de begrenzing van de aanduiding ‘kraanbaan’ in westelijke richting te worden verlengt. Onder de aanduiding ‘kraanbaan’ wordt de regel over de hoogte van de kraanbaan uit het vigerend bestemmingsplan overgenomen. Hierin staat dat de bouwhoogte van de kraanbaan ter plaatsen van de aanduiding niet meer mag bedragen dan 40 meter.
Aanduiding – risicovolle inrichting In het vigerend bestemmingsplan worden risicovolle inrichtingen binnen de bestemming ‘Bedrijventerrein-4’ in principe uitgesloten, behalve ter plaatse van de aanduiding ‘risicovolle inrichting’. Deze aanduiding is in het vigerend bestemmingsplan ook ter plaatse van het bestaande perceel van de barge terminal opgenomen, omdat de gehele bestaande inrichting als risicovol wordt be-
CroonenBuro5
8
Bestemmingplan Herziening Venlo Trade Port, uitbreiding Barge Terminal
Gemeente Venlo
schouwd. In voorliggend bestemmingsplan wordt deze regeling gehandhaafd. Dit betekent concreet dat ter plaatse van de aanduiding ‘kraanbaan’ ook de aanduiding ‘risicovolle inrichting’ is opgenomen.
Aanduiding – geluidzone – industrie – 1 Vanwege recente ontwikkelingen van bedrijven op Venlo Trade Port en de uitbreiding van de bestaande barge terminal wordt de bestaande 50 dB(A)-contour overschreden. De gemeente Venlo heeft het voornemen de 50 dB(A)-contour te verruimen. In voorliggend bestemmingsplan wordt over het gehele plangebied de gebiedsaanduiding ‘geluidzoen – industrie – 1’ opgenomen. Binnen de zone mogen geen nieuwe geluidgevoelige objecten worden gerealiseerd, tenzij door het college van burgemeester en wethouders een hogere waarde wordt verleend.
Bestemming – Verkeer De laatste 140 meter van de Tjalkkade worden in dit bestemmingsplan toegevoegd aan het bedrijfsperceel van de barge terminal. In het vigerend bestemmingsplan zijn deze gronden bestemd als ‘Verkeer’. De bestemming ‘Verkeer’ is in onderhavig bestemmingsplan op het noordelijke deel van de Tjalkkade (140 meter) omgezet naar de bestemming ‘Bedrijventerrein 4’ met de functieaanduiding ‘specifieke vorm van bedrijventerrein - barge terminal’.
Opslag van goederen en materialen vóór de voorgevelrooilijn In de regels van het vigerende bestemmingsplan is bepaald dat opslag van goederen en materialen enkel is toegestaan achter de voorgevelrooilijn van de bedrijfsbebouwing. In de toekomstige situatie wordt de laatste 140 meter van de Tjalkkade bij het bedrijfsperceel betrokken van de barge terminal. De bestaande bebouwing op het westelijke perceel wordt gesloopt. Door deze ontwikkelingen wordt een binnenplaats wordt gecreëerd voor de opslag van containers. Door deze ruimtelijke indeling wordt niet alleen de opslagcapaciteit van de barge terminal vergroot, maar tevens de routing voor vrachtverkeer verbeterd. De opslag komt als gevolg van deze herinrichting vóór de voorgevelrooilijn van het bestaande warehouse van Seacon te staan. Om opslag op deze plek planologisch mogelijk te maken dienen te regels van het vigerend bestemmingsplan te worden aangepast. In voorliggend bestemmingsplan wordt aan de hand van de specifieke aanduiding ‘Opslag’ inzichtelijk gemaakt op welke gronden de opslag van containers is toegestaan.
CroonenBuro5
9
Bestemmingplan Herziening Venlo Trade Port, uitbreiding Barge Terminal
3
Gemeente Venlo
Beleidskader In dit hoofdstuk is het vigerend beleid dat van belang is voor het bestemmingsplan beschreven. Het betreft het relevante Rijksbeleid, provinciaal beleid, regionaal beleid en gemeentelijke beleidsdocumenten.
3.1
Rijksbeleid Nationale Omgevingsvisie (NOVI) In het kader van de nieuwe omgevingswet, die per 1 januari 2022 in werking treedt, wordt momenteel de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) door het rijk opgesteld. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 wordt hierin de langetermijnvisie in beeld gebracht. Op nationale belangen wil het Rijk (net als nu) sturen en richting geven. Hiervoor worden vier prioriteiten onderscheiden: − Ruimte voor klimaat adaptatie. − Duurzaam economisch groeipotentieel. − Sterke en gezonde steden en regio's. − Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Om invulling te kunnen geven aan deze vier prioriteiten hanteert het Rijk de volgende drie afwegingsprincipes: − Combinaties van functies gaat voor enkelvoudige functies. − Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. − Afwentelen wordt voorkomen. Vooralsnog is totdat de NOVI van kracht wordt, het rijksbeleid vastgelegd in respectievelijk de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) en het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro).
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR), die op 13 maart 2012 door de minister is vastgesteld, vormt de overkoepelende rijksstructuurvisie voor de ruimtelijke ontwikkeling van Nederland tot 2028, met een doorkijk naar 2040. In de SVIR ‘Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig’ is de inhoud van een groot aantal beleidsstukken, waaronder de Nota Ruimte, de Nota Mobiliteit en diverse planologische kernbeslissingen, opgenomen. Het rijksbeleid richt zich op het versterken van de internationale positie van Nederland en het behartigen van de nationale belangen, zoals de hoofdnetwerken voor personen en goederenvervoer, energie, natuur, waterveiligheid, milieukwaliteit en bescherming van het werelderfgoed. Het beleid met betrekking tot verstedelijking, groene ruimte en landschap laat het Rijk, onder het motto ‘decentraal wat kan, centraal wat moet’, over aan provincies en gemeenten. Gemeenten krijgen daarbij de ruimte voor kleinschalige natuurlijke groei en voor het bouwen van huizen die aansluiten bij de woonwensen van mensen. Alleen in de stedelijke regio’s rond de mainports Amsterdam en Rotterdam maakt het Rijk afspraken met decentrale overheden over de programmering van verstedelijking.
Overige sturing op verstedelijking, zoals afspraken over binnenstedelijk bouwen, rijksbufferzones en doelstellingen voor herstructurering, laat het Rijk los. Er is enkel nog sprake van een ‘ladder’ voor duurzame verstedelijking, die zal worden vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening. In het mobiliteitsbeleid komt de gebruiker centraal te staan en wordt de samenhang tussen de verschillende modaliteiten en tussen ruimtelijke ontwikkeling en mobiliteit versterkt. Het Rijk streeft naar een concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig Nederland, doormiddel van een krachtige aanpak die ruimte geeft aan regionaal maatwerk, de gebruiker voorop zet, investeringen prioriteert en ruimtelijke
CroonenBuro5
10
Bestemmingplan Herziening Venlo Trade Port, uitbreiding Barge Terminal
Gemeente Venlo
ontwikkelingen en infrastructuur met elkaar verbindt. Om dit doel te bereiken, werkt het Rijk samen met andere overheden. In de SVIR zijn ambities tot 2040 en doelen, belangen en opgaven tot 2028 geformuleerd. In totaal zijn 13 onderwerpen van nationaal belang benoemd, die bijdragen aan het realiseren van de drie hoofddoelen. Het betreft onder meer het borgen van ruimte voor de hoofdnetwerken (weg, spoor, vaarwegen, energievoorziening, buisleidingen), het verbeteren van de milieukwaliteit, ruimte voor waterveiligheid, een duurzame zoetwatervoorziening en klimaatbestendige stedelijke ontwikkeling, ruimte voor behoud van unieke cultuurhistorische en natuurlijke kwaliteiten, ruimte voor een nationaal netwerk voor natuur en ruimte voor militaire terreinen en activiteiten. De SVIR bevat een kaart waarop de nationale ruimtelijke hoofdstructuur is weergegeven. De kaart bevat een samenvatting van de nationale belangen, waarvoor het Rijk verantwoordelijk is. Op de kaart is op hoofdlijnen aangegeven welke gebieden en structuren van nationaal belang zijn bij de geformuleerde rijksdoelen rond concurrentiekracht, bereikbaarheid en leefbaarheid en veiligheid.
Relevantie Een opgave van nationaal belang die relevant is voor Venlo Trade Port is ‘het borgen van de waterveiligheid en -kwaliteit en zoetwatervoorziening voor de korte termijn (zoals Maaswerken en uitvoering hoogwaterbeschermingsprogramma) en de lange termijn’. Binnen het Deltaprogramma wordt deze opgave opgepakt. Venlo Trade Port maakt onderdeel uit van de logistieke hotspot Venlo-Venray en heeft een nationale betekenis. Het Rijk stimuleert dat de groei van het goederenvervoer zo veel mogelijk via de binnenvaart en het spoor wordt opgevangen, zodat er een betere benutting van het totale infrastructurele netwerk ontstaat. Door de synergie tussen de havens, andere multimodale knooppunten en de belangrijkste verbindingen te versterken, kan de waarde toevoeging in en het concurrentievoordeel voor de logistiek worden versterkt. Hier wordt decentraal vorm aan gegeven door prioriteit te geven aan de ontwikkeling van watergerelateerde bedrijven op bedrijventerreinen met binnenvaarthavens. De uitbreiding van de barge terminal versterkt de positie van de logistieke hotspot.
Barro In de realisatieparagraaf van de SVIR zijn per nationaal belang de instrumenten uitgewerkt die hiervoor worden ingezet. Eén van de belangrijkste instrumenten is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), waarvan een gedeelte gelijktijdig met de SVIR in werking is getreden. In het Barro zijn regels opgenomen ter bescherming van de nationale belangen. De regels van het Barro moeten in acht worden genomen bij het opstellen van provinciale ruimtelijke verordeningen, bestemmingsplannen en ruimtelijke onderbouwingen. De onderwerpen in het Barro betreffen: Rijksvaarwegen, Project Mainportontwikkeling Rotterdam, Kustfundament, Grote rivieren, Waddenzee en waddengebied, Defensie, Hoofdwegen en landelijke spoorwegen, Elektriciteitsvoorziening, Buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen, Ecologische hoofdstructuur, Primaire waterkeringen buiten het kustfundament, IJsselmeergebied en Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde.
Relevantie In de onderstaande figuur is de uitsnede van de kaart Besluit algemene regeling ruimtelijke ordening opgenomen. Op de kaart is te zien dat het plangebied binnen het rivierbed van de Maas ligt. Regels voor ontwikkelingen ter plaatse van een rivierbed van ‘grote rivieren’ zijn opgenomen in artikel 2.4.3 Barro.
CroonenBuro5
11
Bestemmingplan Herziening Venlo Trade Port, uitbreiding Barge Terminal
Gemeente Venlo
Figuur 11. Uitsnede kaart Barro
Dit artikel verwoordt de algemene rivierkundige voorwaarden waaraan toe te laten (bouw)activiteiten in het rivierbed, ongeacht de aard en de omvang daarvan, altijd moeten voldoen. Deze voorwaarden zijn een vertaling van de zorgplicht van de initiatiefnemer van een activiteit in het rivierbed, die is verwoord in artikel 6.15, eerste lid, van het Waterbesluit. Om de belangen waarop deze bepaling ziet, ook via het ruimtelijke spoor te borgen, dienen deze voorwaarden door te werken in het bestemmingsplan. In artikel 2.4.3 van de regels is het volgende opgenomen: 1.
2. 3.
een bestemmingsplan wijst ten opzichte van het daaraan voorafgaande bestemmingsplan alleen nieuwe bestemmingen in een rivierbed aan in het geval er sprake is van: a. een zodanige situering van de bestemming dat het veilig en doelmatig gebruik van het oppervlaktewaterlichaam gewaarborgd blijft; b. geen feitelijke belemmering voor de vergroting van de afvoercapaciteit van de rivier; c. een zodanige situering van de bestemming dat de waterstandverhoging of de afname van het bergend vermogen zo gering mogelijk is, en d. een zodanige situering van de bestemming dat de ecologische toestand van het oppervlaktewaterlichaam niet verslechtert. bij toepassing van het eerste lid worden resterende waterstandeffecten of afname van het bergend vermogen gecompenseerd. in een bestemmingsplan wordt vastgelegd hoe de effecten op de waterstand en de afname van het bergend vermogen worden gecompenseerd.
De beoogde ontwikkeling betreft de uitbreiding van de bestaande barge terminal op het bedrijventerrein Venlo Trade Port. Het gebruik van de steekhaven verandert niet en er is geen sprake van een belemmering voor de afvoercapaciteit van de rivier. Onderdeel van de ontwikkeling betreft het gelijktrekken van het bestaande talud aan de noordzijde. Dit betekent dat het huidig talud verdwijnt, waardoor er 20 m1 wateroppervlak bij komt. Hiermee neemt de hoeveelheid oppervlaktewater, die maximaal kan worden geborgen, toe. Doordat deze toename van het bergend vermogen is met de voorgenomen ontwikkeling is geen sprake van een waterstandverhoging.
CroonenBuro5
12
Bestemmingplan Herziening Venlo Trade Port, uitbreiding Barge Terminal
Gemeente Venlo
Daarnaast grenst het plangebied aan het stroomvoerend deel van het rivierbed. In artikel 2.4.4. Barro zijn activiteiten genoemd die waarvoor op voorhand, binnen het stroomvoerend deel van een rivierbed, mogelijk gemaakt kunnen worden met een watervergunning. De verwezenlijking van voorzieningen voor een betere en veilige afwikkeling van de beroepsvaart en de vestiging of uitbreiding van overslagbedrijven of het realiseren van overslagfaciliteiten, uitsluitend voor zover de activiteit gekoppeld is aan het vervoer over de rivier zijn activiteiten die in artikel 2.4.4 Barro worden benoemd. Het Barro staat de vaststelling van het bestemmingsplan niet in de weg. Een watervergunning is noodzakelijk. Het ontwerpbestemmingsplan ‘Herziening ‘Venlo Trade Port’, uitbreiding Barge Terminal’ is conform artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening in vooroverleg gezonden naar het Rijkswaterstaat.
Ladder voor duurzame verstedelijking Naast het Barro heeft het Rijk een tweede besluit genomen om het juridisch borgen van de nationale belangen uit de SVIR: het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Het Bro stelt juridische kaders aan de processen van ruimtelijke belangenafweging en besluitvorming bij de verschillende overheden. Op 1 oktober 2012 is in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ (verder: ‘de ladder’) als motiveringseis opgenomen. Doel van de ladder is het bereiken van een goede ruimtelijke ordening door optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Het Rijk wil met de introductie van de ladder vraaggerichte programmering bevorderen. De ladder beoogt een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. Sinds 1 juli 2017 is de ‘nieuwe’ ladder voor duurzame verstedelijking in werking getreden. De traditionele drie opeenvolgende treden van ‘de ladder’ zijn hierbij komen te vervallen. De belangrijkste wijzigingen van de voorgaande regeling betreffen: − de begrippen 'actuele' en 'regionale' zijn geschrapt; − de nieuwe Ladder bevat geen treden meer.
De treden 1 en 2 zijn samengevoegd en trede 3 is geschrapt; − voor ontwikkelingen buiten bestaand stedelijk gebied geldt een uitgebreide motiveringsplicht; − er is een nieuw artikellid toegevoegd voor de Laddertoets bij uitwerkings- en wijzigingsplannen. De Laddertoets kan dan worden doorgeschoven naar het moment van vaststelling van het wijzigings- of uitwerkingsplan; − de huidige definities worden niet gewijzigd. De uitgezette lijn in de jurisprudentie blijft hiermee in stand. Deze wijziging heeft als doel de regeling te vereenvoudigen, waarbij de effectiviteit van het instrument behouden moet blijven. Een onderzoek naar de behoefte heeft slechts tot doel na te gaan of de vestiging van een dienst in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling. Indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, is een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien vereist. De behoefte De behoefte van nieuwe stedelijke ontwikkelingen dient kwantitatief én kwalitatief te worden onderbouwd. Wanneer de regionale ruimtevraag in beeld is, kan worden beoordeeld of een voorgenomen stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte.
De logistieke sector is een van de topsectoren van de Nederlandse economie. Er wordt hierdoor een bovenregionaal belang bediend met onderhavig bestemmingsplan. Met de uitbreiding van de
CroonenBuro5
13
Bestemmingplan Herziening Venlo Trade Port, uitbreiding Barge Terminal
Gemeente Venlo
barge terminal wordt ingespeeld op de groeiende vraag naar vervoer van goederen met behulp van binnenvaartschepen. De binnenvaart speelt een prominente rol in het vervoer van goederen vanuit de haven van Rotterdam naar het achterland. Venlo is, met een ligging op een logistiek knooppunt nabij de grens van Duitsland, een logistieke hotspot van nationale betekenis. De barge terminal in Venlo speelt hierin een belangrijke rol. Door het aantrekken van de economie neemt het vervoer van goederen over de weg toe, waardoor onwenselijke infrastructurele knelpunten ontstaan. Mede daardoor zetten het Rijk en de provincie in op het stimuleren van vervoer van goederen via de binnenvaart. Onderhavig bestemmingsplan maakt het mogelijk dat de capaciteit voor op- en overslag van containers van de barge terminal wordt vergroot 80.000 TEU1/jaar op dit moment naar 235.000 TEU/jaar. Hiermee wordt dus voorzien in een kwantitatieve behoefte. In kwalitatieve zin maakt de ontwikkeling het mogelijk dat er milieuvriendelijke en energiezuinigere installaties kunnen worden gebruikt en dat door een gestroomlijnde routing van vrachtwagen de verkeerssituatie kan worden verbeterd. Bestaand stedelijk gebied In lid twee van artikel 3.1.6. van het Besluit ruimtelijke ordening dient te worden gemotiveerd of de beoogde ontwikkeling plaats kan vinden binnen het bestaand stedelijk gebied.
Bij duurzaam ruimtegebruik wordt de ruimtelijke ontwikkeling bij voorkeur opgevangen in het bestaand stedelijk gebied. Dit kan door op lege plekken de ruimte ‘in te vullen’, een andere bestemming te geven aan een gebied, door herstructurering van bestaande terreinen of door transformatie van bestaande gebouwen of gebieden. De definitie van het ‘bestaand stedelijk gebied’ is vastgelegd in artikel 1.1.1, lid 1 van het Bro en luidt als volgt: bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur". De ontwikkeling voorziet in de uitbreiding van de bestaande barge terminal in westelijke richting op het bedrijventerrein Venlo Trade Port. Ten behoeve van deze ontwikkeling wordt de bebouwing op naastgelegen perceel gesloopt, waardoor er ruimte ontstaat voor het verlengen van de kraanbaan en de opslag van containers. Hiermee wordt een bestaand deel van het bedrijventerrein ingezet voor de herstructurering van het bedrijventerrein ten behoeve van de versterking van de logistieke hotspot. Tevens wordt een deel van de Tjalkkade, tussen beide bedrijfspercelen, ten behoeve van de uitbreiding herbestemd van ‘Verkeer’ naar ‘Bedrijventerrein – 4’.
Het wegbestemmen van de verkeersbestemming is noodzakelijk om het nieuwe bedrijfsperceel zo efficiënt mogelijk in te delen. Met deze herbestemming is sprake van een toename van het oppervlakte aan bedrijfskavels op het bedrijventerrein. De ontwikkeling vindt plaats op een perceel dat in de huidige situatie, namelijk de ontsluiting van bedrijfspercelen, wel functioneel deel uitmaakt van het bedrijventerrein. Met het voornemen is sprake van een herstructurering van het bestaande bedrijventerrein. Hiermee kan gesteld worden dat de ontwikkeling van de uitbreiding van de bestaande barge terminal plaatsvindt binnen het bestaand stedelijk gebied. De uitbreiding van de barge terminal is in lijn met de ladder voor duurzame verstedelijking.
Conclusie De ontwikkeling versterkt de logistieke hotspot Venlo en draagt bij aan het behalen van de doelstellingen uit het Rijksbeleid. De ontwikkeling is in lijn met de ladder voor duurzame verstedelijking. Vanuit het Rijksbeleid zijn er geen belemmeringen voor onderhavig bestemmingsplan.
1 TEU is de aanduiding voor de afmetingen van containers. De afkorting staat voor ‘Twenty feet Equivalent Unit’. 1 TEU is
een container van 20 voet lang. In het metrieke stelsel uitgedrukt is 1 TEU 6.10 meter lang. Eén container van 40-voet lang geldt dus als 2 TEU.
CroonenBuro5
14
Bestemmingplan Herziening Venlo Trade Port, uitbreiding Barge Terminal
3.2
Gemeente Venlo
Provinciaal beleid Provinciaal Omgevingsplan Limburg (POL) Algemeen Op 12 december 2014 hebben Provinciale Staten het Provinciaal Omgevingsplan Limburg 2014 (POL2014) en de Omgevingsverordening Limburg 2014 vastgesteld. Het POL2014 heeft de status van provinciale structuurvisie, regionaal waterplan, verkeers- en vervoersplan en milieubeleidsplan. Het POL2014 geeft een visie op de ontwikkeling van de Limburgse omgeving en de regio's Noord-, Midden- en Zuid-Limburg in de komende 10 tot 15 jaar. In het POL zijn ambities, opgaven en een aanpak voor belangrijke thema's geformuleerd. De ambitie van het POL2014 is het realiseren van een voortreffelijk, grensoverschrijdend leef- en vestigingsklimaat, dat eraan bijdraagt dat burgers en bedrijven kiezen voor Limburg. Het POL is een omgevingsplan, dat focust op de fysieke aspecten van het leef- en vestigingsklimaat. Belangrijke uitdagingen zijn: − het faciliteren van innovatie; − het aantrekkelijk houden van de regio's voor jongeren en arbeidskrachten; − de fundamenteel veranderde opgaven op het gebied van wonen en voorzieningen; − de kwaliteit van de leefomgeving in steden en dorpen; − het inspelen op klimaatverandering. Kwaliteit staat centraal in het POL2014.
Het uitgangspunt is om de grote diversiteit in de aard en kenmerken van de omgeving te koesteren, onder het motto ‘meer stad, meer land’: een nadrukkelijke keuze voor hoogwaardige steden in een waardevol landschap. Het beleid is gericht op het bieden van ruimte voor de verweving van functies, op het bieden van inspiratie door kwaliteitsbewustzijn en op het gebruikmaken van de grensoverschrijdende context van de provincie. Kwaliteit betekent dat zorgvuldig moet worden omgegaan met de voorraden: de ruimte (steden en dorpen, natuur, landschap), de voorzieningen (gebouwde omgeving, infrastructuur, vervoersystemen), de natuurlijke hulpbronnen, de milieuruimte en de ondergrond. In het POL2014 is een aantal principes geformuleerd, die uitgangspunt zijn voor de keuzes die worden gemaakt: − Grotere stedelijke ontwikkelingen en grootschalige stedelijke voorzieningen worden geconcentreerd in de steden. Dit leidt er niet toe dat er in de dorpen helemaal geen ontwikkelingen plaats kunnen vinden, maar ontwikkelingen met stedelijke allure horen niet in de dorpen thuis. − Nieuwe stedelijke ontwikkelingen moeten een plek krijgen binnen het bebouwd gebied. Als dat niet kan, dient de ontwikkeling zoveel mogelijk aansluitend aan stedelijk gebied plaats te vinden en moet een tegenprestatie worden geleverd voor het verlies aan omgevingskwaliteit.
− Bedrijfsmatige ontwikkelingen van stedelijke proporties horen niet thuis in het landelijk gebied, maar krijgen een plek op bedrijventerreinen. − Er wordt gebruikgemaakt van bestaande voorzieningen (bestaande voorraad, optimale benutting van wegen, meervoudig ruimtegebruik en dergelijke). − Nieuwe stedelijke functies die veel woon-werkverkeer of bezoekersstromen oproepen dienen goed te zijn aangesloten op het OV-systeem. − Bij nieuwe ontwikkelingen worden cultuurhistorische en beeldbepalende panden zoveel mogelijk benut. − Er gelden principes voor zorgvuldig gebruik van de ondergrond. − Er wordt ingezet op energiebesparing en op een zo groot mogelijk aandeel vernieuwbare energiebronnen.
CroonenBuro5
15
Bestemmingplan Herziening Venlo Trade Port, uitbreiding Barge Terminal
Gemeente Venlo
Op het gebied van woningbouw, bedrijventerreinen, kantoren en winkels liggen grote kwalitatieve opgaven. De uitdaging is om een omslag te maken van kwantiteit naar kwaliteit. De sleutel daarvoor ligt in dynamisch voorraadbeheer. Per regio zijn visies gemaakt waarin gezamenlijke ambities, principes en werkwijzen worden uitgewerkt. Voor sommige thema's gaat het ook om gezamenlijke programmering. Als basis hiervoor bevat het POL uitgewerkte regiovisies voor Noord-, Midden- en Zuid-Limburg. Om recht te doen aan de grote variatie in omgevingskwaliteiten, zijn in het POL2014 zeven globaal afgebakende gebiedstypen onderscheiden: drie gebiedstypen in het bebouwd gebied en vier gebiedstypen in het landelijk gebied. De zones hebben een eigen karakter, herkenbare eigen kernkwaliteiten en hebben heel verschillende opgaven en ontwikkelingsmogelijkheden. Het plangebied van de VTP ligt volgens het POL2014 in het gebiedstype 'bedrijventerrein'. De bedrijventerreinen zijn gebieden die specifiek zijn of worden ingericht voor grotere bedrijvigheid. Het accent ligt op ruimte voor bedrijvigheid, optimale bereikbaarheid en duurzame inrichting en gebruik.
Relevantie: visie Noord-Limburg De regio Noord-Limburg laat zich in ruimtelijk, economisch en maatschappelijk opzicht het beste karakteriseren door twee dominante, voor iedereen herkenbare assen: een snelle, hoog-dynamische Oost-West-as en een meer op (be)leefkwaliteit gerichte Noord-Zuid-as. De voor voorliggend bestemmingsplan meest relevante ruimtelijke as is de harde, dynamische, economisch georiënteerde Oost-West-as. Dit betreft de wereld van infrastructuur en logistiek, agrofood en tuinbouw, maar ook de maakindustrie in z’n vele gedaanten. Samen wordt werk gemaakt van de Greenport-ontwikkeling, het stimuleren van innovatie en onderwijs, en het versterken van de samenwerking met omliggende regio’s. Vanwege de strategische ligging op de OostWest-as en de nabijheid van grote afzetgebieden, levert de regio Noord-Limburg een significante bijdrage aan de economie van Nederland. Venlo - Venray zijn hierin herkenbaar als logistieke hotspot, goed ontsloten over weg, water en spoor, met ruimte voor ontwikkeling. Een van de ambities uit het POL is daarom de positie als logistiek knooppunt beter tussen de mainports in Nederland, Vlaanderen en het Duitse achterland te versterken. Bereikbaarheid vormt hierin de rode draad. Een blijvend goede bereikbaarheid over weg, water, rail en lucht is voor de regio cruciaal.
Vanwege de verwachte toename in het goederenvervoer is het van belang om knelpunten in het infranetwerk tijdig te signaleren en aan te pakken. Prioritair in deze zijn: • •
• •
de intermodale overslagpunten railterminal Greenport Venlo, bargeterminal Venlo en haven Venray/Wanssum; de specifieke knelpunten in de hoofdinfrastructuur A67, doorstroming A67- A73 bij knooppunt Zaarderheiken, en de N270 als verbinding met Brainport en Oost-Brabant/ de vijfsterrenregio; de Maaslijn (verdubbeling en elektrificering) richting Nijmegen-Arnhem-Wageningen en de internationale spoorverbinding Eindhoven-Venlo-Düsseldorf / Duisburg; Bereikbaar houden van de regionale overslagpunten en economische hotspots.
CroonenBuro5
16
Bestemmingplan Herziening Venlo Trade Port, uitbreiding Barge Terminal
Gemeente Venlo
Figuur 12. Uitsnede kaart Zonering Limburg (POL2014)
Het plangebied is op de zoneringskaart van het POL aangeduid als bebouwd gebied en meer specifiek als grootschalig logistiek bedrijventerrein en/of productielocatie van bovenregionaal belang. Het streven is om op deze gronden de dynamiek van het gevestigde bedrijfsleven te faciliteren en om de komst van nieuwe bedrijven naar Limburg mogelijk te maken. De kwaliteit van bedrijventerreinen moet aansluiten bij de wensen van het bedrijfsleven. Het aantal bedrijventerreinen is voldoende. Groei wordt voornamelijk verwacht in de logistieke sector. De grootschalige logistieke terreinen en productielocaties zijn van bovenregionale betekenis voor de Limburgse economie en geven plek aan bedrijvigheid in de topsectoren als chemie, agrofood en logistiek. Op dergelijke terreinen is het wenselijk om gezamenlijk met de gevestigde bedrijven te bezien of duurzaamheidsslagen gemaakt kunnen worden (bijvoorbeeld t.a.v. energie- en grondstoffengebruik). Kansen voor functiemenging op deze terreinen moeten waar mogelijk benut worden, maar terughoudendheid is geboden met vestiging van functies die bij uitstek in de stad thuis horen. Bijzondere aandacht is er in het provinciaal beleid voor terreinen met havenfaciliteiten en terreinen met vestigingsmogelijkheden voor HMC-bedrijven (hogere milieucategorie).
De relatie tussen multimodale knooppunten in Venlo en Sittard-Geleen en de omliggende terreinen van bovenregionale betekenis biedt kansen. Niet alleen voor duurzamer vervoer, maar ook voor verankering van bedrijven. Eventueel zou dit bij succes kunnen leiden tot additionele ruimtevraag, met name voor infrastructuur en over-/op- en omslag. Daarnaast is het plangebied gelegen in de Maasvallei. De Limburgse Maasvallei is een aantrekkelijk woon-, werk- en leefgebied met een hoogwaterbescherming die voldoet aan de wettelijke eisen, ook op de lange termijn, rekening houdend met klimaatverandering en mogelijke herijking van normen voor hoogwaterveiligheid. Binnen dit gebied moet het wettelijk veiligheidsniveau van (een kans op overschrijding van) 1:300 per jaar (na de actualisering van de waterveiligheidsnormen van de primaire waterkeringen op sinds 2017) worden bereikt. Het waarborgen van de kwaliteiten van de Maas en haar vallei nu en in de toekomst, vergt een benadering langs verschillende wegen:
CroonenBuro5
17
Bestemmingplan Herziening Venlo Trade Port, uitbreiding Barge Terminal
Gemeente Venlo
Samen: door de complexiteit van bevoegdheden van de verschillende overheden en overige partners in de Maasvallei is samenwerking met name tussen Rijk, Provincie, gemeenten en waterschappen een eerste vereiste. Daarbij is solidariteit in lusten en lasten binnen de Maasvallei het uitgangspunt. Integraal: enkel integrale gebiedsgerichte oplossingen kunnen een antwoord geven op de veranderende hoogwateropgave voor de Maas en de toekomst van bewoners en gebruikers van de Maasvallei. Als principe wordt gehanteerd dat de hoogwateropgave (klimaatopgave en de aanpassing van de veiligheidsnorm) met maatregelen in de eerste laag (preventie: het voorkomen van risico/schade door rivierverruiming en/of keringen) moet worden gerealiseerd. Maatregelen in laag 2 (ruimtelijke ordening en fysieke aanpassingen in de ruimte) en 3 (calamiteiten beheer en herstel) worden vooral ingezet voor het reduceren van het restrisico. De verschillende gebiedsontwikkelingen (met name Maasplassen en Limburg Noord) worden benaderd vanuit de transitie van reactief naar proactief en op haalbaarheid getoetst. Synergie met een duurzaam robuust watersysteem en functionele perspectieven moeten gewaarborgd worden.
Dit betekent dat ruimtelijke ontwikkelingen binnen de Maasvallei rekening moeten houden met de hoofdfuncties van de rivier (afvoer van water en ijs, scheepvaart, drinkwatervoorziening, waterrecreatie en aquatisch ecologie) en ook de hoofdfuncties van het gebied (agrarisch, natuur, wonen, werken, oeverrecreatie e.d.).
POL uitwerking Programma werklocaties Limburg 2020 In de POL-uitwerking Programma Werklocaties Limburg 2020 zijn uitgangspunten geformuleerd voor de uitgifte van en het toelaten van activiteiten op terreinen. Dat zijn: − geen bedrijfswoningen worden toegestaan op nieuwe werklocaties (wel kunnen eventuele specifieke zones voor woon-werk-combinaties worden ingericht); − lagere hindercategorieën worden op bedrijventerreinen niet toegestaan; − detailhandel en solitaire kantoren worden op bedrijventerreinen niet toegestaan (wel op dienstenterreinen); ondersteunende kantooractiviteiten zijn wel toegestaan, maar gelimiteerd naar het type aanbod van terreinen; − geen reserveruimtes verkopen uit oogpunt van zorgvuldig ruimtegebruik; − prudent omgaan met reserverings- en optietermijnen voor afzonderlijke kavels. Visie Bedrijventerreinen Noord Limburg Voor de specifieke opgaven per regio dient het Programma Werklocaties Limburg 2020 te worden geraadpleegd. In dit kader is de Visie Bedrijventerreinen Noord Limburg opgesteld. In deze visie wordt onder andere verwoord hoe rekening wordt gehouden met het dynamisch voorraad beheer. Dynamiek in de voorraad werklocaties is van belang om, ondanks voldoende voorraad aan werklocaties, in te kunnen spelen op nieuwe wensen vanuit de markt.
Bij toekomstige nieuwe plannen zal steeds bekeken worden of deze voldoen aan de kwalitatieve vraag van het bedrijfsleven. Of het plan op een juiste locatie ligt voor de regio. Indien positief dan wordt het plan als een goede toevoeging gezien en kan deze tot ontwikkeling komen. Daarvoor is het wel noodzakelijk te salderen met andere onderdelen van de harde planvoorraad.
Relevantie Het onderhavige bestemmingsplan voldoet aan de POL-uitwerking Programma Werklocaties Limburg 2020. Met het voornemen is sprake van een uitbreiding van de bestaande watergebonden bedrijvigheid. In de Visie Bedrijventerreinen Noord Limburg is daarnaast een specifieke functie en handelswijze gegeven aan hoge milieucategorie (milieucategorie 5) en watergebonden locaties. Voor deze twee elementen is afgesproken dat saldering niet aan de orde is omdat dit type bedrijvigheid behoefte heeft aan zeer specifiek areaal en/of een sterke verwevenheid met de ontwikkeling van havens of barge terminals. Watergebonden bedrijvigheid wordt gefaciliteerd door de regio
CroonenBuro5
18
Bestemmingplan Herziening Venlo Trade Port, uitbreiding Barge Terminal
Gemeente Venlo
en hiervoor worden specifieke plekken (havens en barge terminals) aangewezen. De uitbreiding van de barge terminal is in lijn met de Visie Bedrijventerreinen Noord Limburg.
Omgevingsverordening Limburg In de Omgevingsverordening Limburg 2014 zijn regels opgenomen die een juridische doorvertaling zijn van het omgevingsbeleid zoals opgenomen in het POL2014. De Omgevingsverordening is een samenvoeging van de Provinciale milieuverordening, de Wegenverordening, de Waterverordening en de Ontgrondingenverordening en is uitgebreid met een nieuw hoofdstuk Ruimte. Het hoofdstuk Ruimte bevat regels die zijn gericht op de doorwerking van het ruimtelijke beleid van het POL2014 in gemeentelijke bestemmingsplannen.
Relevantie Het plangebied ligt volgens de kaart ‘Duurzame verstedelijking en bestuursafspraken regionale uitwerking’ in het ‘bebouwd gebied’. Het POL2014 zet sterk in op het zoveel mogelijk concentreren van (nieuwe) stedelijke voorzieningen binnen bestaand bebouwd gebied. Hierbij is de ladder van duurzame verstedelijking van toepassing. Het POL 2014 gaat bij de toepassing van de ladder ervan uit, dat ook wordt onderzocht in hoeverre nieuwe stedelijke ontwikkelingen kunnen worden ondergebracht in leegstaande monumentale en beeldbepalende gebouwen. In paragraaf 3.1.3 is reeds de ladder voor duurzame verstedelijking behandeld. Het betreft geen uitbreiding van een bedrijventerrein, waardoor er geen regionale afspraken in het geding zijn. Daarnaast is het plangebied gelegen binnen de zone van het Venloschol. Dit betekent dat het verboden is binnen het plangebied grondwater te onttrekken of water te infiltreren beneden 5 meter +NAP.
Conclusie Onderhavig bestemmingsplan heeft verschillende raakvlakken met het provinciaal beleid. De uitbreiding van de bestaande barge terminal maakt het mogelijk dat de ontwikkeling van de logistieke sector van een positieve impuls wordt voorzien. Deze ontwikkeling vindt plaats op Venlo Trade Port, een bedrijventerrein dat een belangrijke grootschalige logistieke functie vervult. De positie van Noord-Limburg als logistieke hotspot wordt hiermee versterkt. De ontwikkeling heeft daarnaast geen negatieve gevolgen voor de waterhuishoudkundige situatie en doordat de kade wordt teruggebracht tot deze in het verlengde ligt van de bestaande kraanbaan wordt er zelfs meer ruimte voor de Maas gecreëerd.
3.3
Gemeentelijk beleid Strategische Visie Venlo 2030 Met de Strategische Visie Venlo 2030 ‘Venlo Vertelt’ (maart 2010) geeft de gemeente Venlo een afwegingskader op basis waarvan toekomstige besluiten kunnen worden afgewogen en nieuwe ontwikkelingen binnen breder perspectief kunnen worden geplaatst. In de visie worden vijf thema’s geschetst, waarin geprobeerd wordt een onderling samenhangend en in de toekomst geprojecteerd antwoord te geven op de ontwikkelingen en trends zoals die anno 2010, kennen en onderkennen. De vijf thema’s zijn als volgt: 1 Stad van actieve mensen. 2 Innovatieve en excellente stad. 3 Venlo Internationaal. 4 Centrum van de Euregio: hoofdstad en vitaal hart. 5 Veelzijdige stad in het groen. Stad van actieve mensen
CroonenBuro5
19
Bestemmingplan Herziening Venlo Trade Port, uitbreiding Barge Terminal
Gemeente Venlo
De belangrijkste opgave binnen dit domein ligt in het vermogen van de stad om iedere inwoner van Venlo een omgeving te bieden waarin voldoende mogelijkheden aanwezig zijn om zich te ontplooien en een zinvolle bijdrage te leveren aan de stedelijke gemeenschap. Daarnaast is het van belang om de stedelijke bevolking te verrijken met nieuwe inwoners van buiten de regio, met name hoger opgeleiden, gezinnen en jongeren. Innovatieve en excellente stad Binnen het thema is de onderkenning en benutting van kansen die innovatie biedt voor de stad de belangrijkste opgave. Daarnaast is de ontwikkeling van een kenniscluster op het gebied van duurzame productie en energie van belang, ook ten behoeve van de versterking van het onderscheidend vermogen van de stad en regio. Venlo Internationaal Het in gezamenlijkheid met maatschappelijke partners en het regionale bedrijfsleven bevorderen van het internationale karakter van de stad en de regio en de benutting van de kansen die de bijzondere positie van Venlo biedt wat betreft branding, economische en intermenselijke relaties. De logistieke sleutelrol van Venlo is hierbij bepalend. Centrum van de Euregio: hoofdstad en vitaal hart Binnenstadontwikkeling is een meerjarige opgave. Het centrum is immers nooit ‘af’.
De uitdaging wordt, na de voltooiing van de Maasboulevard, de ontwikkeling van de zuidoosthoek en in het verlengde daarvan het revitaliseren van de spoorzone. Inhoudelijk is het van belang een palet aan regionale en stedelijke voorzieningen te bieden die passen bij de ambitie van Venlo om jonge mensen en hoger opgeleiden aan de stad te binden. Cultuur en cultuurhistorie zijn in dat verband belangrijke dragers, net als onderwijsgerelateerde voorzieningen. Veelzijdige stad in het groen De kern van ‘Veelzijdige stad in het groen’ is allereerst het bieden van een prettige fysieke en sociale leefomgeving voor iedere inwoner. Een aantal andere, maar daarom zeker niet mindere, ambities ‘lift’ mee op deze leefkwaliteit, zoals de verdere ontwikkeling van de toeristische functie en de versterking van het vestigingsklimaat voor nieuwe inwoners, instellingen en ondernemingen. De geschetste thema’s en ambities zijn samengetrokken tot een drietal scenario’s waarin duidelijk herkenbare accenten worden gezet. Tijdens het proces zijn een aantal elementen uit deze drie scenario’s samengevoegd tot één samengesteld scenario, ‘Venlo Kansenstad’. Individuele ontplooiing en participatie, innovatiekracht en een aantrekkelijk woon- en werkklimaat zijn de belangrijkste karakteristieken van het samengestelde scenario.
Ruimtelijke structuurvisie Venlo De beleidsmatige opgaven uit de strategische visie zijn doorvertaald in een ruimtelijk koersdocument. In de Ruimtelijke structuurvisie Venlo (vastgesteld 25 juni 2014) is voor het hele grondgebied van de gemeente op hoofdlijnen het ruimtelijk beleid weergegeven met betrekking tot inrichting, bebouwen en gebruiken. De ruimtelijke structuurvisie is verdeeld in vijf thema’s, de zogenaamde ‘majeure opgaven’: 1. Drukte in het ommeland: het contrast tussen buitengebied en stedelijk gebied verscherpen door het buitengebied ook daadwerkelijk als buitengebied te behandelen. Dit betekent het combineren van meerdere functies, zoals landbouw, recreatie, waterberging en natuurontwikkeling. 2. Ruimte in de stad: het contrast tussen buitengebied en stedelijk gebied door de beschikbare ruimte in bestaand stedelijk gebied maximaal te benutten. 3. Leven met de Maas: ruimte geven aan de rivier en haar beken om te anticiperen op klimaatverandering.