CConstaterende datVenlo
Koppel je AI →
Document · PDF

010 bijl 1 Financiele actualisatie GRP 2021-2031.pdf

Raadsvergadering 30 juni 2021, gemeente VenloBij agendapunt: 4.08: RV 10 - Financiële actualisatie Gemeentelijk rioleringsplan18.894 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Gemeentelijk Rioleringsplan Venlo Financiële actualisatie exploitatie GRP 2021 – 2031

17

GRP is het verschil tussen de baten en de lasten (figuur 3.3a). De stand van de egalisatievoorziening is in figuur 3.3b weergegeven. In bijlage 4 is een totaal overzicht van de exploitatie opgenomen. De daarbij gehanteerde uitgangspunten zijn, voor zover niet in dit hoofdstuk benoemd, weergegeven in bijlage 5. 14.000

12.000

10.000

Bedragen in EUR × 1.000

8.000

6.000

4.000

2.000

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

2031

2032

-2.000 totaal baten

totaal lasten

Mutatie egalisatievoorziening GRP (+/+ = toevoeging, -/- = onttrekking)

figuur 3.3a Totale basten, totale lasten en mutatie Egalisatievoorziening GRP 4.000

3.500

3.000

Bedragen in EUR × 1.000

2.500

2.000

1.500

1.000

500

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Stand egalisatievoorziening GRP [per 01-01]

2026

2027

2028

2029

2030

grenswaarde tov baten (5% 1e 6 jaar - 2,5% 2e 6 jaar)

figuur 3.3b Egalisatievoorziening GRP 2020-2031

18

Gemeentelijk Rioleringsplan Venlo Financiële actualisatie exploitatie GRP 2021 – 2031

BTW (IX) In de berekening van de rioolheffing wordt de BTW - component meegerekend (100% kostendekkend). Het BTW gedeelte valt op het product riolering vrij aan de algemene middelen8. Bij deze financiële actualisatie van het GRP is bekeken wat het BTW bedrag is dat jaarlijks op het product riolering doorberekend moet worden in de tarieven. Om zowel fluctuaties in de tarieven en fluctuaties in de vrijval naar de algemene middelen vanuit de exploitatie te voorkomen, is in de exploitatie gerekend met de genivelleerde BTW. Dit is de gemiddelde BTW over de exploitatieperiode 2021-2031 (11 jaar) die als een jaarlijks vast bedrag is ingevoerd, met uitzondering van 2020. Voor 2020 is het werkelijke bedrag opgenomen.

Overhead (XV) Op basis van aanpassingen in de BBV mag overhead extracomptabel worden toegerekend. In de berekening van de rioolheffing zijn vanaf 2017 de overheadkosten apart berekend en als post XV ingevoegd.

3.3

Opbrengsten, toerekening en kostendekking

Baten In de nieuwe exploitatieopzet berekening zijn de volgende baten meegenomen: • Rioolheffing vast tarief (XII). • Rioolheffing variabel tarief (XIII). • Oninbaar leiden (XIV). Een toelichting van de baten is weergegeven in bijlage 3. De uit de exploitatie volgende benodigde baten zijn gevisualiseerd in figuur 3.4a. In figuur 3.4b zijn de baten en lasten tezamen in beeld gebracht. Hieruit valt de 100% kostendekkendheid af te lezen. 14.000

12.000

Bedragen in EUR × 1.000

10.000

8.000

6.000

4.000

2.000

0 2020

2021

2022

2023

2024

2025 vast tarief

2026

2027

2028

2029

2030

2031

variabel tarief

Figuur 3.4a Batenontwikkeling product riolen 2020-2031

8 Bij de invoering van het BTW compensatiefonds is de door te berekenen en te compenseren BTW uit de

algemene uitkering van het gemeentefonds gehaald.

Gemeentelijk Rioleringsplan Venlo Financiële actualisatie exploitatie GRP 2021 – 2031

19

14.000

12.000

Bedragen in EUR × 1.000

10.000

8.000

6.000

4.000

2.000

2020

2021

2022

2023

2024

2025

totaal baten (incl. mutatie egalisatievoorziening)

2026

2027

2028

2029

2030

2031

totaal lasten (incl. mutatie egalisatievoorziening)

Figuur 3.4b Baten en lasten

Rioolheffing De kosten voor het in stand houden en verbeteren van het gemeentelijk rioolstelsel en watersysteem, worden gedekt uit de rioolheffing. Bij het bepalen van de tarieven zijn de volgende uitgangspunten in acht genomen. • De geraamde opbrengsten mogen de geraamde lasten niet overstijgen. Dit is opgenomen in artikel 229b van de gemeentewet (maximaal 100 % kostendekkend) • De opbrengsten van de rioolheffingen mogen niet voor andere doeleinden dan voor het nakomen van de verbrede zorgplicht worden aangewend. • In de egalisatievoorziening GRP worden op rekeningbasis voor- of nadelen geëgaliseerd • Bij het saldo van de egalisatievoorziening GRP is gestreefd naar een zo laag mogelijk restsaldo. Het saldo mag daarbij op basis van voorschriften niet negatief staan. In de actualisatie is gerekend met een ondergrens voor het restsaldo gedurende de eerste 6 jaar van minimaal 5% van de totale baten, voor de laatste 6 jaar is gerekend met een ondergrens van minimaal 2,5% van de totale baten • De minimale stand van de voorziening GRP is gesteld op € 0. Op basis van voorschriften mag dit saldo niet negatief zijn. De exploitatieopzet is voor wat het kostenverhaal van de rioolheffing betreft evenals de voorgaande GRP’s gebaseerd op handhaving van de gehanteerde heffingsmaatstaf en één rioolheffing voor alle gemeentelijke watertaken.

Dit is omschreven in de jaarlijks vast te stellen verordening rioolheffing en leidt tot relatief lage perceptiekosten. Een andere wijze van differentiatie zou een verschuiving van lasten voor individuele huishoudens en bedrijven betekenen. Lastenverlichting voor een categorie leidt tot een evenredige lastenverzwaring voor de andere categorie. Ook kan dit van invloed zijn op de omvang van de perceptiekosten. De rioolheffing 2020 bestond uit een vast tarief voor alle belastingplichtigen en een variabel tarief voor gebruikers die meer dan 1.000 m³ afvalwater per jaar afvoeren. Het vast tarief in 2020 bedroeg € 155,30. Dit is lager dan het tarief waarmee in de vorige actualisatie rekening is gehouden. Dit is een direct gevolg van de in november 2018 vastgestelde bijsturingsmaatregel, hierdoor is in 2019 de rioolheffing verlaagd ten opzichte van 2018. In verband met de aansluiting op de gemeentelijke begroting 2021-2024 en de verordening rioolheffing 2021 is voor 2021 in de exploitatie ook gerekend met € 155,30. 20

Gemeentelijk Rioleringsplan Venlo Financiële actualisatie exploitatie GRP 2021 – 2031

Om de volgens de exploitatie berekende uitgaven in evenwicht te houden met de inkomsten, is in deze exploitatie vanaf 2022 gerekend met een gelijkmatige cumulatieve verhoging van de rioolheffing van gemiddeld 3,5% (€ 6,35 prijspeil 2021) per jaar, gedurende de verdere exploitatieperiode tot en met 2031. Volgens de gemeentelijke begroting 2021-2024 was een verhoging voorzien in 2022 van 10% (€ 15,53 prijspeil 2021). Het tarief voor 2022 komt hiermee uit op € 161,65 (exclusief inflatie).Het verloop van het vast tarief is weergegeven in figuur 3.5. Het variabel tarief in 2020 en 2021 bedroeg € 0,28 per m³. In verband met het doorvoeren van de jaarlijkse indexatie is het variabel tarief vanaf 2022 verhoogd naar € 0,29 per m³ voor de verdere exploitatieperiode. Zoals aangegeven in paragraaf 3.1 is in het huidige rekenmodel geen rekening gehouden met een indexering van de tarieven. Hier staat tegenover dat ook de kosten in het rekenmodel niet zijn geïndexeerd (prijspeil 2021 met uitzondering van 2020). Beide zullen jaarlijks bij de vaststelling van de begroting c.q. belastingverordening worden geïndexeerd op basis van het door de gemeente gehanteerde algemene indexcijfer. In figuur 3.5 is als voorbeeld het verloop van het tarief vanaf 2020 bij een indicatieve jaarlijkse indexering van 1,70% vanaf 2022 weergegeven, boven op de benodigde verhoging voor een kostendekkend tarief.

300,00

250,00

200,00

150,00

100,00

50,00

0,00 2020

2021

2022

2023

2024 vast tarief

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

vast tarief incl. indicatieve infaltie (1,70%) vanaf 2022

Figuur 3.5 Verloop rioolheffing vast tarief per aansluiting 2020-2031

Jaarlijks wordt een verordening rioolheffing door de gemeenteraad vastgesteld op basis waarvan de gemeente de lasten die verband houden met de riolering en verwante watertaken verhaald. Het GRP of een actualisatie daarvan inclusief de meerjarenraming is de grondslag van de tarieven.

3.4

Risicoanalyse

Zoals bij de uitgangspunten in bijlage 5 aangegeven, is bij de berekening een aantal in tijd gezien variabele uitgangspunten ingeschat en vastgesteld. Afwijkingen hiervan zijn dus mogelijk en kunnen meevallers maar ook tegenvallers veroorzaken. Enkele van deze aspecten zijn: • Schommelingen in tijdstippen van uitvoering van projecten waarin rioleringswerkzaamheden meeliften en de daarmee gepaard gaande investeringen en het daarop volgende verloop van de stand van de voorziening.

Gemeentelijk Rioleringsplan Venlo Financiële actualisatie exploitatie GRP 2021 – 2031

21

• Een kortere of langere restlevensduur van rioolonderdelen en incidenten. • Schommelingen in de rentestand (voor kapitaalslasten) en indexcijfers. • Afwijking in de groei van het aantal aansluitingen ten opzichte van de prognose. • Een afwijking van de geloosde hoeveelheden die vallen onder het variabel tarief Ondanks dat in de exploitatie budget is gereserveerd voor het realiseren van klimaatadaptieve maatregelen, bestaat in aanvulling op de bovengenoemde risico’s, ook de kans op het hierna genoemde risico. Indien zich als gevolg van klimaatveranderingen steeds vaker extreme neerslagsituaties voordoen, die niet met het huidige rioolsysteem kunnen worden verwerkt, ontstaat vaker kans op wateroverlast of zelfs schade aan panden. Ook is er meer kans op verkeershinder als gevolg van tijdelijk onbegaanbare wegen. Straten kunnen als gevolg van hevige neerslag tijdelijk onder water staan. Wanneer dit hoofdverkeersaders betreft, kan dit economische schade tot gevolg hebben. Op korte termijn zijn de uit te voeren (riool)projecten zo realistisch mogelijk in tijd gezien ingeschat. Op langere termijn is dit natuurlijk lastiger. Op grond van de stand van zaken zal jaarlijks een operationeel uitvoeringsprogramma worden opgesteld, met daarin de uit te voeren projecten voor het betreffende uitvoeringsjaar.

Bij de vierjaarlijkse evaluatie9 van het GRP met bijbehorende financiële actualisatie, wordt beoordeeld of bijstelling van de exploitatie noodzakelijk is.

9 Conform de nota reserves en voorzieningen dient een beheerplan binnen 5 jaar te worden geactualiseerd.

22

Gemeentelijk Rioleringsplan Venlo Financiële actualisatie exploitatie GRP 2021 – 2031

4

Voornaamste verschillen met exploitatie 2017 voor de diverse exploitatieonderdelen

Met het doorrekenen van de exploitatie 2021-2031 zijn ten opzichte van de exploitatieopzet 2017-2026 enkele uitgangspunten in de berekening aangepast. Met de opzet van de exploitatie is zo goed als mogelijk een prognose van de uitgaven opgesteld. Bij de vaststelling van het jaarlijks uitvoeringsprogramma worden afwijkingen opgevangen en bijgesteld binnen de kaders van de exploitatie. Met de vierjaarlijkse financiële herziening kunnen de afwijkingen en de nieuwe inzichten worden verwerkt en berekend voor de lange termijn. In de exploitatie zijn de cijfers voor 2020 geen begrote bedragen, maar gebaseerd op het resultaat. De meest in het oog springende financiële verschillen met de oude exploitatieopzet (2017) zijn hierna kort genoemd en toegelicht.

4.1

Inkomsten (baten):

Ondanks dat er in 2020 ca. 920 meer aansluitingen zijn dan in 2017 was voorzien en dat ca. 320.000 m³ meer aan variabel tarief in rekening wordt gebracht, is de opbrengst uit de rioolheffing momenteel lager (ca. € 0,52 mln.) dan in de exploitatie 2017-2026 was berekend. Dit wordt veroorzaakt doordat de rioolheffing in 2020 als gevolg van een bijsturingsmaatregel vanaf 2018 tijdelijk ca. € 18,00 lager is dan in 2017 was voorzien. Het percentage oninbaar is gelijk gebleven. De gemiddelde jaarlijkse baten ten opzichte van de vorige exploitatie zijn ca. € 515.000,-- hoger dan voor de periode 2017-2026. Dit wordt enerzijds veroorzaakt door de doorvoering van de benodigde verhoging om tot een kostendekkend tarief te komen en anderzijds doordat rekening is gehouden met een grotere stijging in het aantal aansluitingen (in de actualisatie van 2017 waren over de periode 2017-2026 in totaal 120 nieuwe aansluitingen voorzien, ten op zichtte van deze actualisatie waarin over de periode 2020-2031 in totaal 2.130 nieuwe aansluitingen zijn voorzien).

4.2

Lasten (kosten)

Communicatie en onderzoek (I) Ten opzichte van de vorige exploitatie is een beperkte toename waar te nemen als gevolg van extra onderzoeken. Grootste wijziging ten opzichte van de vorige exploitatie is de verschuiving naar een jaarlijks onderzoeks- en communicatie budget voor de regionale samenwerking in de waterketen. In totaal betreft dit gemiddeld € 102.000,-- per jaar dit is circa. drie kwart van het totale budget voor communicatie en onderzoek. De belangrijkste onderzoeken zijn hierna benoemd: • Waterketenplan • Uitvoeringsagenda klimaatadaptatie • Rioolberekeningen Deze onderzoeken dragen bij aan een groter inzicht, op grond waarvan benodigde maatregelen kunnen worden afgewogen en investeringskeuzes op een meer verantwoorde en doelmatige wijze kunnen worden gemaakt. Bovendien wordt gestreefd de kosten zo laag mogelijk te houden door waar mogelijk de onderzoeken in de regio af te stemmen of gezamenlijk op te pakken. Reiniging en inspectie (II) De kosten van reiniging en inspectie bedragen gemiddeld € 499.000,-- en zijn daarmee een fractie lager dan in de opzet van 2017. De nieuwe uitgaven zijn gebaseerd op de ervaringscijfers van 2017, 2018 en 2019, de volume omvang is nagenoeg gelijk gebleven. Mogelijke verklaring is dat de eenheidsprijzen minder hard gestegen zijn dan op basis van indexatie ten opzichte van 2017 het geval zou zijn.

Vaste kosten overig (III) Ten opzichte van de opzet uit 2017 is hier een stijging waar te nemen dit wordt veroorzaakt door de extra doorbelasting van formatie op dit onderdeel voor het in uitvoering brengen van de ambitie en strategie uit de exploitatie. Dit betreft met name een verschuiving van de personele inzet tussen onderdeel III en IV voor zowel de interne uren als de externe uren. De totale personele inzet (op de onderdelen III en IV) stijgt met ca. € 125.000,-- (intern en inhuur) ten opzichte van 2017. Om aansluiting te krijgen met het totale gerealiseerde resultaat over de baten en lasten in de exploitatie over 2020 is bij het bedrag van 2020 onder III een correctie opgenomen voor overige kosten van €41.205,--

Gemeentelijk Rioleringsplan Venlo Financiële actualisatie exploitatie GRP 2021 – 2031

23

Correctief serviceonderhoud (IV) Ten opzichte van de vorige exploitatie zijn deze lasten gestegen. De kosten voor correctief beheer zijn als gevolg van een toename van herstelwerkzaamheden, areaaluitbreiding en stijging eenheidsprijzen gestegen. De correctieve werkzaamheden zijn echter grotendeels ondergebracht in raambestekken. Daar staat minder inzet van eigen personeel tegenover, dit zorgt weer voor een daling in de kosten, waardoor per saldo de lasten minder sterk zijn gestegen. Reiniging Wegen Riolering (V) Ten opzichte van de vorige exploitatie is deze post aanzienlijk verlaagd. Dit wordt vooral veroorzaakt doordat de doorbelasten kosten van derden aanzienlijk lager zijn, de loonkosten zijn licht gedaald ten opzichte van de vorige exploitatie. Kapitaallasten (VI) De kapitaallasten lopen deze periode verder af ten opzichte van de vorige exploitatie. Dit wordt met name veroorzaakt door het aflopen van de afschrijvingstermijnen. Doordat de water- en instandhoudingstaken uit de voorziening bekostigd worden, ontstaan geen nieuwe kapitaallasten lopen de kapitaallasten dus af en zal deze post op termijn in zijn geheel vervallen. Kapitaallasten riolering buitengebied (VII) Hiervoor geldt hetzelfde als voor de overige kapitaallasten (VI). Lasten heffing en invordering (VIII) Ten opzichte van de vorige exploitatie is een stijging van deze lasten waar te nemen.

Dit wordt veroorzaakt doordat ten op zichtte van de vorige exploitatie een nieuwe verdeelmethode is gehanteerd. Dotatie voorziening Als laatste last is de dotatie voorziening genoemd. De exploitatieopzet wordt berekend aan de hand van de geprognosticeerde uitgaven op de onderdelen Watertaken (X) en Instandhouding (XI). Jaarlijks wordt over de exploitatieperiode een constant bedrag berekend op basis van de geplande uitgaven. Uitzondering hierop is 2020, hiervoor is de dotatie conform begroting 2020 gehanteerd. Hierdoor wordt voorkomen dat er fluctuaties in de grondslag van het heffingstarief ontstaan, als gevolg van de jaarlijkse verschillen in de totale kosten van de onderdelen watertaken en instandhouding en de verschuivingen in uitgaven die op dit onderdeel kunnen ontstaan. Ten opzichte van de vorige exploitatie is een ‘correctie dotatie voorziening’ toegevoegd. Deze correctie is gebruikt om de eerste jaren de voorziening GRP versneld te verlagen door een lagere dotatie te hanteren, aan het einde van de looptijd is dit gecorrigeerd. Per saldo is evenveel gedoteerd. Ten opzichte van de oude exploitatie is en wordt een aantal projecten die meeliften met een ruimtelijke ontwikkelingen later uitgevoerd dan gepland. Mede als gevolg van de noodzakelijke (voor)onderzoeken is gebleken dat projecten een langere doorlooptijd kennen vanaf het initiatief tot uitvoering.

Om hier nog beter op in te kunnen spelen is in deze exploitatie voor de onderdelen Watertaken (X) en Instandhouding (XI) rekening gehouden met een prognose van wanneer de werkzaamheden daadwerkelijk worden uitgevoerd en afgerekend. Hierbij worden (per investering), met uitzondering van de investeringen uit 2020, de volgende percentages aangehouden:

1e jaar 2e jaar 3e jaar

Cyclisch 75% 20% 5%

Projecten 65% 25% 10%

Bij deze financiële actualisatie van het GRP zijn de projecten heroverwogen en opnieuw ingepland. Hierbij zijn ook projecten als gevolg van nieuwe inzichten komen te vervallen. Een aantal uitgevoerde projecten kende een overschrijding, ook had een aantal projecten een positief resultaat. Deze verschillen zijn verwerkt bij de bepaling van de stand van de voorziening per 1-1- 2020. In de exploitatie GRP is geen post onvoorzien opgenomen. De dotatie voorziening GRP was in 2019 en 2020 lager dan volgens exploitatie GRP Venlo 2017-2026 was beoogd (€ 1,6 mln. t.o.v. € 2,4 mln. beoogd prijspeil 2020) als gevolg van de bijsturingsmaatregel. De jaarlijkse dotatie volgens de geactualiseerde exploitatieopzet 2021-2031 is hoger en komt gemiddeld uit op € 2.714.790,-- (prijspeil 2021). Bij de onderdelen Watertaken (X) en Instandhouding (XI) die uit de voorziening riolering worden bekostigd, zijn de voornaamste wijzigingen toegelicht.

24

Gemeentelijk Rioleringsplan Venlo Financiële actualisatie exploitatie GRP 2021 – 2031

Onttrekking voorziening onderdeel Watertaken (X) Per saldo zijn de kosten voor watertaken aanzienlijk gestegen (>15%), met name omdat er ten opzichte van de vorige exploitatie meer klimaatadaptieve maatregelen zijn meegenomen (conform de gekozen klimaatambitie) en de reserveringen t.b.v maatregelen voor het behalen van de KRW-doelstellingen naast de overige watertaken. In deze vergelijking is op exploitatie 2017-2026 geen rekening gehouden met de bijsturingsmaatregel op de voorziening over de periode 2019 – 2021. Onttrekking voorziening onderdeel Instandhouding (XI) Ten opzichte van de vorige exploitatie is de onttrekking voor instandhoudingsinvesteringen licht gestegen (ca. 5%), de hogere kosten zijn een gevolg van: • Structureel reiniging en onderhoud van de in het beheerplan Groen en Water opgenomen wateronderdelen (waterlopen, watervlaktes, oevers of slootkanten, greppels of droge sloten, waterbodems, wadi’s, groene infiltratie en retentievoorzieningen en (kleine) duikers) conform het beheerplan groen en water (basis op orde) • Areaaluitbreiding • Toename eenheidsprijzen raambestekken • Bijstelling van de prognose (veroudering) van het stelsel en de benodigde kosten omdat er meer zekerheid is over de kwaliteit van het stelsel.

Hierdoor zijn de risico’s lager ingeschat, zoals omschreven in par 2.6 In deze vergelijking is op exploitatie 2017-2026 geen rekening gehouden met de bijsturingsmaatregel op de voorziening over de periode 2019 – 2021. Meeliften In afstemming met wegonderhoud, verkeersreconstructies en ontwikkelprojecten wordt blijvend gezocht naar synergie op het gebied van groot onderhoud en stedelijke vernieuwing. Dit betekent soms wel een hogere rioolvervangingsinvestering ten laste van de exploitatie GRP ten opzichte van relinen. Voordeel is dat tegelijkertijd met onderhoud in de openbare ruimte en stadsvernieuwing het riool volledig vernieuwd kan worden, het regenwater kan worden afgekoppeld en de inrichting klimaatadaptief kan worden gemaakt. Voorwaarde hiervoor is een integrale aanpak in de openbare ruimte en gezamenlijke financiering van de meerkosten voor stedelijke vernieuwing. Hierdoor kan de som der delen soms meer betekenen dan elk deel afzonderlijk. Bij de uitwerking van het IBOR wordt hier nadere invulling aan gegeven. Overhead (XV) Op basis van de in 2017 vernieuwde regels BBV mag de overhead extracomptabel worden toegerekend. De overhead is als aparte regel (XV) opgenomen in de exploitatie en extracomptabel in de heffing meegenomen. Ten opzichte van de vorige exploitatie zijn deze lasten licht gedaald.

De overhead op het onderdeel riolering is hierbij licht gestegen als gevolg van hogere personele lasten, terwijl voor het onderdeel wegen precies het tegenovergestelde geldt. Overige onderdelen exploitatie Compensabele BTW (IX) De genivelleerde compensabele BTW is gedaald. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door een verschuiving van belaste (zoals investeringen, diensten derden) naar onbelaste (personele lasten) lasten. Projecten 2018-2019 Niet van alle projecten die de afgelopen jaren zijn opgestart, is de uitvoering inmiddels voltooid. Doordat deze financiële reserveringen of verplichtingen niet met de stand van de voorziening zijn verrekend, geeft de beginstand van de voorziening per 1-1-2020 een vertekend beeld. In de exploitatie is bij het onderdeel onttrekkingen de regel projecten 2018-2019 opgevoerd. Hierin is het totaal aan verplichtingen weergegeven in het jaar dat deze naar verwachting worden afgerekend. De afronding van deze projecten vindt vooral in 2020 en 2021 plaats. Ten op zichtte van de vorige exploitatie is het aandeel van deze projecten uit het verleden aanzienlijk lager (in 2017 ca. € 7,7 mln. incl. versnellingsagenda en nu ca. € 2,7 mln.).

4.3

Vergelijking onder de streep

In de nieuwe exploitatie (2021-2031) is een hogere dotatie naar de voorziening GRP noodzakelijk als direct gevolg van de stijging in onderdeel Watertaken (klimaatadaptieve maatregelen). Ten opzichte van 2017 is ook sprake van een lichte stijging van de kosten voor instandhouding als gevolg van areaaluitbreiding en de basis op orde brengen voor het stedelijk oppervlaktewaterbeheer. Ook zijn de personele lasten gestegen. De kapitaallasten uit het verleden zijn echter verder gedaald en ook de lasten voor het aandeel reiniging wegen zijn gedaald. Hierdoor zijn per saldo de totale lasten uit de exploitatie nagenoeg gelijk aan de lasten

Gemeentelijk Rioleringsplan Venlo Financiële actualisatie exploitatie GRP 2021 – 2031

25

uit de vorige exploitatie (2017-2026). De benodigde verhoging in de rioolheffing wordt met name veroorzaakt om de nieuwe opgaven uit te kunnen voeren.

26

Gemeentelijk Rioleringsplan Venlo Financiële actualisatie exploitatie GRP 2021 – 2031

Bijlage 1 Stand van zaken uitvoeringsprogramma GRP (stand feb. 2021) In de hierna volgende lijst zijn de werkzaamheden uit het uitvoeringsprogramma 2020 en het restant van 2019, 2018 met beknopt de stand van zaken (stand oktober 2020). Watertaken 2020 evaluatie • Van Postelstraat aanleg infiltratiesleuf (meeliftkans afkoppelen hemelwater icm wegonderhoud); in voorbereiding; • •

Tichalarij (gedeeltelijk) afkoppelen hemelwater (meeliftkans afkoppelen hemelwater i.c.m. wegonderhoud); in voorbereiding; Zusterstraat aanleg infiltratiesleuf (meeliftkans afkoppelen hemelwater icm wegonderhoud); in

• •

voorbereiding; Reservering bijdrage stimuleringsregeling afkoppelen hemelwater private terreinen Venlo; in uitvoering; Reservering Kapelstraat Lomm gedeeltelijk afkoppelen (meeliftkans); gereed;

• • •

De Bong, Schandelo, aanvulling budget afkoppelen; vervallen, wacht op onderzoek; Reservering diverse onderzoeken afkoppelplannen; in voorbereiding; Reservering Pilot Groene straat; in voorbereiding;

• • •

Maatregelen reduceren kans op wateroverlast Grijenstraat; aanbesteed; Groen voor grijs; in voorbereiding; Reservering voorbereiding meeliftkans afkoppelen Kaldenkerkerweg Tegelen; in voorbereiding;

•

Diverse kleine aanpassingen; in uitvoering.

Watertaken 2020-2 evaluatie • Mariadal aanleg infiltratiesleuven (fase 2 Gerittenwweg) i.v.m. KRW; in uitvoering; • Huiskensstraat /oude Arenborgweg aanleg infiltratiesleuven gedeeltelijk (fase 3 Gerittenweg) i.v.m. •

KRW; in uitvoering; De Bong, Schandeloo, Velden (gedeeltelijk) aanleg infiltratiesleuven i.v.m. KRW; nadere planuitwerking mogelijk in combinatie met wegonderhoud; vervallen, wacht op onderzoek;

•

Renovatie rioolput: Spechtstraat, Wassumpark; in voorbereiding.

Instandhouding 2020 evaluatie • In het kader van planmatig onderhoud worden diverse deelreparaties en herstelwerkzaamheden aan riolen en installaties uitgevoerd. Ook wordt het benodigde onderhoud aan gemalen uitgevoerd en •

worden enkele gemalen vervangen; in uitvoering; Bijdragen wegonderhoud t.b.v. putrandvervanging en naherstellen sleuven met asfaltverharding; in uitvoering;

• • •

Reservering instandhouding duikers en watergangen; in uitvoering; Aanpassing grondwatermeetnet, instandhouding niveaumeters; in uitvoering; Reservering personele capaciteit; in uitvoering;

• • •

Vervangen persleidingen ’t Ven fase 6; gereed; Bolwaterstraat maatregelen gewelfd riool; gereed; Vervangen persleiding St Urbanusweg gemaal Genooi; gereed;

• • •

Aanpassen vuilwateraansluiting tankstation Eindhovenseweg; in voorbereiding; Bolenbergweg aanpassen terugslagklep; in voorbereiding; Monsepad voorbereiding gescheiden systeem ontkoppelen; wacht op onderzoek.

Instandhouding 2020-2 evaluatie • Deken van Oppensingel (gedeeltelijk) rioolsanering; gereed;

Gemeentelijk Rioleringsplan Venlo Financiële actualisatie exploitatie GRP 2021 – 2031

27

•

Vervanging enkele rioolstrengen: Ruijs de Beerenbrouckstraat; Industriestraat(achterpad), Calvaristraat, Kerkhoflaan, Venloseweg, Bosserhofweg; gereed.

Watertaken 2019 evaluatie • Schenk v. Nijdeggenstraat Blerick, tracé rioolverzwaring ter vermindering kans op wateroverlast. Aanvulling budget ivm infiltratie; gereed; • Aanpassen ledigingspomp Spikweien i.v.m. waterkwaliteit, aanvulling budget; gereed; • •

Onderzoek maatregelen klimaatadaptatie; in voorbereiding; Straelseweg (gedeeltelijk) afkoppelen hemelwater, in combinatie met Huiskensstraat (gedeeltelijk), aanvulling budget; in uitvoering;

• •

Deken van Oppensingel (gedeeltelijk) afkoppelen hemelwater, i.c.m. rioolaanpassingen; gereed; Diverse kleine aanpassingen; gereed.

Instandhouding 2019 evaluatie •

In het kader van planmatig onderhoud worden diverse deelreparaties en herstelwerkzaamheden aan riolen en installaties uitgevoerd. Ook wordt het benodigde onderhoud aan gemalen uitgevoerd en worden enkele gemalen vervangen; gereed;

• • •

Reservering instandhouding duikers en watergangen; gereed; Renovatie besturing grondwaterpompen; gereed; Aanpassing grondwatermeetnet, instandhouding niveaumeters; gereed;

• •

Onderzoek aanpassingen gewelfde overstortleiding Maaskade ter hoogte van Bolwaterstraat; wacht op onderzoek; Bolwaterstraat noordoostzijde tussen Ginkelstraat en Maaskade onderzoek overbouwd riool; gereed;

• •

Reservering herstel mondingsputten persleidingen; gereed; Voorbereiding tracé vervangen persleiding St Urbanusweg gemaal Genooi; gereed;

Watertaken 2018 evaluatie • Reservering bijdrage stimuleringsregeling afkoppelen hemelwater private terreinen Venlo; gereed; • •

Vergroten rioolleiding tracé Schenk v. Nijdeggenstraat, Lambertusplein, Antoniuslaan i.v.m. verminderen kans op waterovelast; gereed; Molenbossen Reservering afkoppelen hemelwater ter vermindering kans op wateroverlastverharding

• •

afkoppelen fase 2; gereed; Voeding vijver Rosarium d.m.v. afkoppelen regenwater; gereed; Trace-onderzoek schoonwaterlozing uit vijver nabij vierpaardjes; in gereed;

• • •

Onderzoek maatregelen n.a.v. klimaatstresstest; gereed; Reservering 1e aanzet aanpassingen grondwatermeetnet obv onderzoek; gereed; Diverse kleine aanpassingen; gereed.

Instandhouding 2018 evaluatie • In het kader van planmatig onderhoud worden diverse deelreparaties en herstelwerkzaamheden aan riolen en installaties uitgevoerd. Ook wordt het benodigde onderhoud aan gemalen uitgevoerd en worden enkele gemalen vervangen; gereed; • •

Monsepad e.o. onderzoek afkoppelen gescheiden systeem; gereed; Aanbrengen niveaumeters, in hoofdaders systeem, in het kader van regionaal samenwerkingsproject; vervallen, wordt opnieuw ingepland;

• • •

Reservering herstel mondingsputten persleidingen; gereed; Onderzoek tracé vervangen persleiding St Urbanusweg gemaal Genooi; gereed; Reservering instandhouding duikers en watergangen; gereed.

28

Gemeentelijk Rioleringsplan Venlo Financiële actualisatie exploitatie GRP 2021 – 2031

Onvoorziene extra werkzaamheden (2019) evaluatie • Aanpassingen Stalbergweg ter vermindering kans op wateroverlast, meeliftkans wegonderhoud; gereed; •

Stadhouderstraat meeliftkans afkoppelen i.v.m. herinrichting; gereed.

Gemeentelijk Rioleringsplan Venlo Financiële actualisatie exploitatie GRP 2021 – 2031

29

Bijlage 2 Toelichting kostenposten exploitatie riolering Het exploitatieoverzicht is weergegeven in bijlage 4. De kosten van de maatregelen zijn gebundeld in de volgende kostenposten. Communicatie en onderzoek (I) In deze post zijn naar kostenverhouding twee kleinere onderdelen samengebracht. Bij communicatie betreft het de kosten die gemoeid zijn met communicatie rondom het thema stedelijk waterbeheer. Het aandeel communicatie is minder dan 15% ten opzichte van het aandeel onderzoek. Aangezien communicatie geen structureel karakter heeft, behoudens de communicatie vanuit Waterklaar, zijn de communicatiekosten niet bij het onderdeel vaste kosten (III) ondergebracht. Onder onderzoekskosten vallen bijvoorbeeld, afvoerberekeningen, vuiluitworpberekeningen, verkenningen ten behoeve van het ontwerp van maatregelen. De bijdragen aan de projectonderzoeken in het kader van de regionale samenwerking waarin wordt geparticipeerd vallen hier ook onder. Dit zijn gezamenlijke beheerprojecten of onderzoeken op het gebied van doelmatig stedelijk waterbeheer. Reiniging en inspectie (II) Hieronder vallen de jaarlijks terugkomende (cyclische) kosten voor het reinigen en inspecteren van onderdelen van het rioolsysteem zoals leidingen, kolken, putten en mechanische onderdelen (gemalen, schuiven , niveaumeters , etc.) inclusief de acceptatiekosten voor het bij het reinigen vrijgekomen rioolslib.

Ook zijn de reiniging en inspectie van de (kleinere) duikers die niet tot civiele kunstwerken behoren hierin opgenomen. De omvang en kenmerken van het kostenonderdeel reiniging en inspectie is zodanig, dat het zich onderscheidt van de overige vaste kosten en in een apart onderdeel van de exploitatie is opgenomen (II). Vaste kosten en overig (III) Hieronder worden de personele lasten (met uitzondering van de projectvoorbereiding van de onderdelen instandhouding en watertaken en de personele lasten ten behoeve van het correctief onderhoud) en kosten van materieel voor zover doorberekend op het product riolering opgenomen, evenals de jaarlijkse kosten voor het rioolberekening- en beheerpakket, organisatiekosten, bijdragen in het kader van de regionale samenwerking, kosten m.b.t. energie en telecommunicatie van de pompen en gemalen. En de kosten verband houden met meten en monitoren. De kosten voor servicecontracten voor periodiek specialistisch onderhoud zijn ook bij de vaste kosten ondergebracht. Correctief serviceonderhoud (IV) Correctief serviceonderhoud betreft de kosten van het niet planmatig onderhoud, waaronder het verhelpen van storingen en meldingen. De kosten van deze post zijn ingeschat op basis van ervaringen. De werkzaamheden hebben een incidenteel karakter, storingen laten zich niet plannen.

Het betreft werk op het gebied van herstellen riolen, pompstoringen, huisaansluitingen, kolken en verzakkingen. Over het algemeen worden slechts kleine reparaties in eigen beheer uitgevoerd. Voor de meeste werkzaamheden wordt hulp ingeroepen van externe partijen zoals leveranciers van pompinstallaties en werkzaamheden waarbij strenge veiligheidseisen gelden. Het adequaat verhelpen van de meest voorkomende (kleine) rioolgebreken en klachten is opgenomen in een raamcontract. Dit contract wordt periodiek (2-4 jaarlijks10) geactualiseerd en opnieuw aanbesteed. Huisaansluitingen Het aansluittarief voor nieuwe (particuliere) huisaansluitingen is in 2012 met de vaststelling van de verordening eenmalig aansluitrecht riolering aangepast, waardoor een hogere kostendekkingsgraad kan worden bereikt. In de exploitatie is hiervoor geen reservering meer opgenomen. Reiniging wegen rioleringen (V) Volgens de wettelijke voorschriften is het toegestaan dat een deel van de kosten voor het reinigen van de wegen mag worden toegerekend aan de riolering. Het gaat hier om de veegkosten in gerioleerd gebied, Immers het deel wat wordt opgeveegd, behoeft niet middels kolken zuigen en rioolreiniging te worden afgevoerd. Door straatvegen zal ook minder straatvuil in het oppervlaktewater terecht komen, daarnaast zal ook de belasting op de zuivering verminderen.

Ook de kans op verstoppen van kolken met wateroverlast tot gevolg wordt door het vegen minder. Ook de kosten van het duurzaam onkruidbeheer kunnen gedeeltelijk hierin meegenomen worden, aangezien duurzaam onkruidbeheer een gunstig effect heeft op de kwaliteit 10 2 jarig contract met 2 verlengopties voor 1 jaar

30

Gemeentelijk Rioleringsplan Venlo Financiële actualisatie exploitatie GRP 2021 – 2031

van het grond- en oppervlaktewater. Juist bij oppervlakkige afstroming en of infiltratie kunnen bij gebruik van traditionele bestrijdingsmiddelen ongewenste stoffen door afspoeling in het regenwater terecht komen. Naast het functioneren van de riolering worden de straten ook geveegd omwille van de kwaliteit van de leefomgeving, waaronder ook de verkeersveiligheid en vanwege het feit dat afval niet altijd op de juiste wijze wordt aangeboden (en op straat terecht komt in plaats van in vuilnisbakken). Hiertoe worden de kosten voor het straatvegen voor 50% toegekend aan de exploitatie GRP daarnaast wordt 40% toegerekend aan afval en 10% aan reinigen wegen. Riool betaalt iets meer (10%) dan afval omdat er ook minder geveegd hoeft te worden bij de aanwezigheid van afvalbakken. Vanuit afval worden er geen kosten toegerekend aan riolering. De verdeling is gebaseerd op een inschatting in 2010 een exacte verdeling is niet te bepalen. Uit een onderzoek vanuit de regionale samenwerking in 2013 zijn de GRP’en van de regiogemeenten vergeleken. (project uitdiepen GRP) Uit deze vergelijking blijkt dat 6 van de 7 gemeenten een deel van de veegkosten ten laste brengen van het GRP. Kapitaallasten (VI) De opgevoerde kapitaallasten betreffen afschrijvingen en rentelasten van diverse in het verleden gedane investeringen in het rioolsysteem.

De kapitaallasten lopen af omdat er geen nieuwe investeringen bijkomen die worden geactiveerd en afgeschreven. De afschrijvingen blijven hierbij in de toekomst ongewijzigd, echter de rente kan fluctueren als gevolg van gewijzigde rentepercentages. Kapitaallasten riolering buitengebied (VII) De opgevoerde kapitaallasten betreffen afschrijvingen en rentelasten van diverse in het verleden gedane investeringen aan riolering in het buitengebied. Het betreft de aanleg van (collectieve) rioolonderdelen zoals mantelbuizen bij wegreconstructies, om een eventuele toekomstige aansluiting van nog niet aangesloten panden mogelijk te maken. Het gaat hierbij om panden waarvan de afstand tot het riool zodanig is dat een doelmatige aansluiting pas kan worden gerealiseerd wanneer in de nabijheid infrastructurele werken en riooluitbreidingen plaatsvinden. De werkzaamheden betreffen het benutten van meeliftkansen, en het saneren van urgente ongewenste lozingen in kwetsbare gebieden. De kosten op dit onderdeel betreffen een investering gericht op de toename van het aantal aansluitingen, waardoor deze kosten worden geactiveerd. De kosten voor de aanleg van riolering en aansluiting van panden in het buitengebied komen voor rekening van de eigenaar/aanvrager. Hierdoor ontstaan er op dit onderdeel geen nieuwe investeringen die geactiveerd worden en lopen de kapitaallasten af.

De afschrijvingen blijven hierbij in de toekomst ongewijzigd, echter de rente kan fluctueren als gevolg van gewijzigde rentepercentages. Lasten heffing en invordering (VIII) Ook wel perceptiekosten genoemd, betreft uitvoering geven aan de verordening rioolheffing. Dit omvat het voorbereiden en innen van de aanslag en behandelen van mutaties, bezwaar en beroepschriften. Venlo participeert in de Gemeenschappelijke Regeling “Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen (BsGW). Het BsGW voert voor een groot deel van de Limburgse gemeente, de WML, Waterschap Limburg en het Waterschapsbedrijf Limburg (zuivering, afvalwater) de gemeentelijke belastingtaken waaronder de rioolheffing uit. Deze samenwerking brengt concrete financiële voordelen met zich mee. Circa 10% van dit voordeel is terug te herleiden naar het onderdeel riolen, wat een structurele besparing op de heffing en invordering inhoudt. Compensabele BTW (IX) De BTW die in de kostenraming is opgenomen, betreft de compensabele BTW. Hierbij is rekening gehouden met geldende BTW tarief van 21%. Overeenkomstig het door de gemeenteraad vastgestelde beleid (raadsbesluit 2003-113) wordt in de berekening van de rioolrechten en afvalstoffenheffing de BTW - component meegerekend (100% kostendekkendheid). Het BTW gedeelte valt op het product riolering vrij aan de algemene middelen11.

Bij opzet van de exploitatieopzet GRP is bekeken wat het BTW bedrag is dat jaarlijks op het product riolering doorberekend moet worden in de tarieven. Om zowel fluctuaties in de tarieven als in de exploitatie te voorkomen wordt jaarlijks een vast bedrag gehanteerd, de genivelleerde BTW. Dit betreft het gemiddelde jaarlijkse BTW bedrag over de berekende exploitatieperiode (excl. 2020). De jaarlijkse afwijkingen zijn als onderdeel opgenomen in de egalisatievoorziening GRP. Bij de herziening van de exploitatie GRP dient de consequentie van de wijziging van de genivelleerde BTW in de begroting te worden bijgesteld. 11 Bij de invoering van het BTW compensatiefonds is de door te berekenen en te compenseren BTW uit de

algemene uitkering van het gemeentefonds gehaald.

Gemeentelijk Rioleringsplan Venlo Financiële actualisatie exploitatie GRP 2021 – 2031

31

In de exploitatietabel is de genivelleerde BTW en de berekende (compensabele) BTW per jaar weergegeven. Voor 2020 zijn de werkelijke kosten opgenomen. Watertaken (X) De hierbij opgenomen maatregelen sluiten aan bij de beleidsdoelstellingen in het GRP. Kenmerkend voor de bij de watertaken opgenomen maatregelen is dat deze bijdragen aan de bevordering van het functioneren van het systeem, door het verminderen van negatieve effecten. Zo betreft dit maatregelen om de kans op overlast als gevolg van hevige neerslag te verkleinen. Maar ook maatregelen die bijdragen om de vuiluitworp vanuit riolering naar het oppervlaktewater te beperken (behalen KRW-doelstellingen). Concrete maatregelen daarvoor zijn; • Klimaatadaptieve aanpassingen aan de openbare inrichting, bij voorkeur (en waar mogelijk) maatregelen dusdanig ontwerpen/uitvoeren dat een synergie te behalen valt door zowel de kans op wateroverlast te verkleinen als eveneens een gunstig effect te hebben op de oppervlaktewaterkwaliteit • Aanleg van retentiebuffers • Plaatselijke rioolverzwaringen, om restcapaciteit van het stelsel te benutten • Benutten afkoppelkansen bij ontwikkelproject , wegreconstructie of het project groene straat (bijdragen uit het GRP alleen voor het aandeel regenwater in de openbare ruimte) • Aanleg van infiltratieriolen en voorzieningen • Berging vergrotende maatregelen • Plaatsen van stuwputten.

• Stimuleringsregeling afkoppelen hemelwater Bij de invulling van jaarlijkse uitvoeringsprogramma’s worden hieraan concrete locaties en projecten gekoppeld, voor zover deze niet reeds in de exploitatie-opzet zijn voorzien. Instandhouding (XI) Dit betreft het planmatige onderhoud en instandhouding deelreparaties, renovaties en vervangingen van alle voorkomende riool- en watersysteemonderdelen, vrijvervalleidingen en persleidingen, inspectieputten, kolken, en electro-mechanische onderdelen zoals pompen en (mini)gemalen, afsluiters niveaumeters, wervelventielen en duikers. Een eventuele ondergeschikte bijkomende verbetering, zoals ten behoeve van de vermindering van de kans op wateroverlast, een grotere diameter riool toepassen bij de vervanging, is hierin meegenomen, evenals verbeteringen ten behoeve van doelmatiger beheer en onderhoud. Huis en kolkaansluitingen Voor de reparatie van huisaansluitingen zijn onder instandhouding geen middelen gereserveerd voor het repareren van aansluitingen vanuit de hoofdleiding. Naar verwachting zal het aantal te repareren aansluitingen toenemen als gevolg van de stelselleeftijd en het toepassen van relining. Nadeel van relinen is namelijk dat de huisaansluitingen niet worden meegenomen. In de afgelopen periode is slechts een geringe toename van uitval geconstateerd.

Reparatie van defecte huisaansluitingen vallen onder het onderdeel correctief serviceonderhoud (IV) Overhead (XV) Vanaf 2017 zijn de overheadkosten apart berekend, op basis van de in 2017 vernieuwde regels BBV mag de overhead extracomptabel worden toegerekend. Voorheen waren deze kosten nog opgenomen bij de personele lasten (vaste kosten overig (III) en correctief service onderhoud (IV)).

32

Gemeentelijk Rioleringsplan Venlo Financiële actualisatie exploitatie GRP 2021 – 2031

Bijlage 3 Toelichting baten exploitatie riolering Rioolheffing vast tarief (XII) Uitgangspunt voor de rioolheffing 2021 in de exploitatieopzet voor het vaste tarief is € 155,30. Gebaseerd op 48.730 aansluitingen in 2021 zijn de inkomsten hiervoor € 7.567.769,--. (op basis van Definitieve Prognose Opbrengst Gemeentelijke heffingen 2021, BsGW d.d. 31-01-2021). In de nieuwe exploitatie berekening is rekening gehouden met de volgende groeiprognose, voorzichtig aansluitend bij de inschatting PRIMOS voor de verwachte ontwikkeling van het aantal huishoudens (bron: Venlo in cijfers verwachte ontwikkeling aantal huishoudens PRIMOS 2019) Jaar 2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2031 Totaal

Groei (st.) 150 300 300 300 300 150 150 150 150 150 2.100

Rioolheffing variabel tarief (XIII) Uitgangspunt voor het variabele tarief voor grootverbruik boven de 1.000 m³ is in de exploitatieopzet € 0,28/ m³ (vanaf 2022 € 0,29 / m³) en betekent voor 2021 € 560.000,-- aan opbrengst, op basis van een totaal grootverbruik van 2.000.000 m³ (op basis van Definitieve Prognose Opbrengst Gemeentelijke heffingen 2021, BsGW d.d. 31-01-2021). In de exploitatie is de hoeveelheid geloosd afvalwater bij het grootverbruik constant gehouden.

Oninbaar leiden (XIV) Niet alle tarieven kunnen uiteindelijk worden geïnd bij het beëindigen van het invorderingstraject, wanneer er onvoldoende middelen zijn om de vordering te betalen. Voorbeelden: faillissement of de wet schuldsanering natuurlijke personen. Op grond van de bijgestelde beleidsdoelstelling is dit gesteld op 0,5 %. Dit komt voor 2021 overeen met -/- €40.639,--.

Financiële actualisatie Gemeentelijk Rioleringsplan Venlo 2021 - 2031

33

Bijlage 4 Exploitatie riolen 2021-2031 Exploitatie GRP

2021-2031

Alle bedragen (muv 2020) zijn prijspeil 2021 Stand egalisatievoorziening GRP per 01-01 (balansrek 1.2090.550)

2020

2021

XII

Opbrengst rioolheffing vast tarief per aansluiting

XIII

Opbrengst rioolheffing variabel tarief

2.820

2.514

2024

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

1.842

1.604

1.259

842

427

289

471

1.152

2.249

3.621

7.641

7.568

7.901

8.262

8.627

8.995

9.367

9.714

10.063

10.414

10.767

11.122

537

560

580

580

580

580

580

580

580

580

580

580

-41

-41

-42

-44

-46

-48

-50

-51

-53

-55

-57

-59

8.137

8.087

8.439

8.798

9.161

9.527

9.898

10.243

10.590

10.939

11.290

11.643

385

672

238

345

417

416

138

0

0

0

0

0

79

XIV Oninbaar leiden ( -/- )

totaal baten

2023

Bedragen in EUR × 1.000

eenmalige correctie egalisatievoorziening 1-1-2021

b a t e n

2022

Mutatie egalisatievoorziening GRP (+/+ = onttrekking = baat) I

Communicatie en onderzoek

88

168

137

137

137

127

117

142

178

127

127

107

II

Reiniging en inspectie

485

482

488

482

482

482

584

584

482

482

482

482

III

Vaste kosten overig

839

1.163

1.158

1.158

1.152

1.152

1.153

1.153

1.153

1.153

1.153

1.153

IV

Correctief service onderhoud

879

716

716

716

716

716

716

716

716

716

716

716

V

Reiniging wegen rioleringen

1.299

1.254

1.254

1.254

1.254

1.254

1.254

1.254

1.254

1.254

1.254

1.254

VI

Kapitaallasten

810

723

677

649

591

566

566

566

480

465

441

330

VII

Kapitaallasten riolering buitengebied

9

9

1

1

1

1

1

1

1

0

0

0

VIII Lasten heffing en invordering BsGW

162

170

170

170

170

170

170

170

170

170

170

170

Dotatie voorziening (gecorrigeerd)

1.608

1.715

1.715

2.215

2.715

3.115

3.115

3.115

3.115

3.115

3.215

2.715

totaal lasten

6.179

6.400

6.318

6.783

7.219

7.584

7.676

7.702

7.549

7.483

7.559

6.928

extracomp.

IX

1.166

1.168

1.168

1.168

1.168

1.168

1.168

1.168

1.168

1.168

1.168

1.168

extracomp.

XV Door heffing te dekken overhead

1.177

1.191

1.191

1.191

1.191

1.191

1.191

1.191

1.191

1.191

1.191

1.191

2.343

2.359

2.359

2.359

2.359

2.359

2.359

2.359

2.359

2.359

2.359

2.359

0

0

0

0

0

0

0

182

682

1.097

1.372

2.356

2.435

1.842

1.604

1.259

842

427

289

471

1.152

2.249

3.621

1.265

l a s t e n

Saldo

Door heffing te dekken compensabele BTW genivelleerd extracomptabel

Mutatie egalisatievoorziening GRP (+/+ = toevoeging = last) Stand egalisatievoorziening GRP per 31-12 Voorziening GRP Stand voorziening GRP per 01-01 (balansrek 1.2230.260) toevoegingen

onttrekkingen

Dotatie voorziening

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

7.839

5.281

2.619

1.433

429

27

40

92

94

137

341

540

1.608

2.715

2.715

2.715

2.715

2.715

2.715

2.715

2.715

2.715

2.715

2.715

-1.000

-1.000

-500

0

400

400

400

400

400

500

0

totaal toevoeging voorziening

Correctie dotatie voorziening

1.608

1.715

1.715

2.215

2.715

3.115

3.115

3.115

3.115

3.115

3.215

2.715

X

Watertak en - k rediet

1.712

1.609

1.429

1.706

1.734

1.490

1.643

1.546

1.421

1.500

1.449

1.461

XI

Instandhouding - k rediet

2.131

1.245

1.586

1.583

1.420

1.474

1.503

1.566

1.637

1.358

1.602

1.787

Totaal - k rediet

3.843

2.854

3.015

3.288

3.154

2.964

3.147

3.112

3.057

2.858

3.051

3.248

Uitvoering projecten 2018-2019 (X + XI) - prognose uitgaven

2.251

485

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

369

2.368

1.481

1.682

1.647

1.631

1.559

1.570

1.479

1.485

1.459

1.462

X

Watertaken - prognose uitgaven

XI

Instandhouding - prognose uitgaven

1.545

1.523

1.420

1.538

1.469

1.472

1.504

1.543

1.592

1.426

1.557

1.793

totaal onttrekking voorziening (obv prognose)

4.165

4.377

2.901

3.219

3.116

3.102

3.063

3.113

3.071

2.911

3.016

3.255

Mutatie voorziening GRP (+/+ = toevoeging, -/- = onttrekking)

-2.557

-2.662

-1.186

-1.005

-401

13

52

2

43

204

199

-540

Stand voorziening GRP per 31-12 (min.niveau € 0)

5.281

2.619

1.433

429

27

40

92

94

137

341

540

0

34

Gemeentelijk Rioleringsplan Venlo Financiële actualisatie exploitatie GRP 2021 – 2031

Bijlage 5 Randvoorwaarden en uitgangspunten kostenberekening en exploitatie Bij de berekening van de kosten en de exploitatieopzet zijn de hierna genoemde randvoorwaarden en uitgangspunten gehanteerd • De geraamde kosten zijn exclusief BTW. De BTW wordt wel doorberekend in de rioolheffing, zie hiervoor de toelichting in paragraaf 3.2 en bijlage 2 bij het kostenonderdeel BTW. • De maatregelen welke besteksmatig worden uitgewerkt (planmatige kosten) zijn geraamd inclusief de voorbereiding- en toezichtkosten en eventuele acceptatiekosten. • Een jaarlijkse groei van het stelsel als gevolg van uitbreidingen (accressen) is in de instandhoudingskosten verwerkt. recente uitbreidingen zullen in de eerste jaren niet voor alle onderdelen leiden tot verhoogde instandhoudingkosten. • Voor de globaal geraamde afzonderlijke maatregelen is een gering percentage (5%) onvoorzien opgenomen de bandbreedte van de globale ramingen bedraagt ca. 15%. • Er is geen rekening gehouden met een post onvoorzien in de totale exploitatieopzet • De kosten zijn gebaseerd op prijspeil 2021 (met uitzondering van 2020 wat op prijspeil 2020 is gebaseerd) Voor 2020 zijn de werkelijke cijfers opgenomen op basis van het resultaat. • In de exploitatieberekening is geen rekening gehouden met een jaarlijkse indexering. Dit gebeurt jaarlijks in de gemeentelijke begroting, op basis van de dan actuele indexcijfers.

• Op basis van de beschikbare inspectieresultaten zijn de instandhoudingmaatregelen voor de komende periode ingepland, daarnaast is een schatting gemaakt van de te verwachte resultaten voor de komende jaren, op basis van kennis en ervaring van het stelsel en de geplande inspectiegebieden per planjaar, wordt jaarlijks de prognosematrix uitval geactualiseerd. • Gezien de geografische ligging van Venlo zijn vooralsnog geen extra uitvoeringsmaatregelen ten aanzien van de extra grondwatertaken voorzien. • Bij nieuwe ontwikkelingen en uitbreidingen wordt ingezet op een zo duurzaam mogelijk watersysteem (afkoppelen en infiltreren). Voor de transformatie van het hemelwatersysteem van het bestaande gebied is daarom een reservering opgenomen voor het benutten van kansen voor zowel actief afkoppelen als benutten meeliftkansen. Deze reservering wordt gehanteerd in plaats van het streven naar een jaarlijks af te koppelen percentage. Het afkoppelen draagt hierbij ook bij aan een waterrobuust Venlo. • Voor een bijdrage aan het project groene straat is een reservering opgenomen voor het aandeel regenwater in de openbare ruimte. • Ook is een reservering opgenomen voor de aanpak van prioritaire knelpunten die uit de risicodialogen volgen. • Voor het opbreken van overbodige openbare verhardingen die naar riolering afwateren is een beperkt budget groen voor grijs gereserveerd.

• De algemene kosten personele lasten, bedrijfsvoering etc. worden met uitzondering van de heffing en invorderingskosten door middel van het berekende uurtarief voor het eigen personeel doorberekend in de kosten van de exploitatie. • In de exploitatie berekening is op basis van een voorzichtige aanname uitgegaan van een jaarlijkse toename van het aantal aansluitingen conform bijlage 3. • Kwijtscheldingen van rioolheffingen voor niet draagkrachtigen worden gedekt uit de algemene middelen en zijn niet in de exploitatie meegerekend. • Bij de exploitatieberekening is de minimum stand van de voorziening GRP op € 0,- gehouden. Een negatieve stand is niet toegestaan. Op basis van de huidige opzet is de kans op het negatief lopen van de voorziening GRP op korte termijn niet te verwachten. Indien dit toch mocht blijken zal hierop worden geanticipeerd. Bij het saldo van de egalisatievoorziening GRP is gestreefd naar een zo laag mogelijk restsaldo. Het saldo mag daarbij op basis van voorschriften niet negatief staan. In de actualisatie is hierop geanticipeerd door met een restsaldo te rekenen van minimaal 5% van de totale baten gedurende de eerste 6 jaar en minimaal 2,5% gedurende de laatste 6 jaar van de looptijd.

• De stand van de egalisatievoorziening is in 2021 eenmalig gecorrigeerd met € 78.953,-- in verband met het extracomptabel saldo als gevolg van de begrotingswijziging op basis van de geactualiseerde exploitatie. Deze kan niet middels een begrotingswijziging worden aangepast en resulteert in een lagere onttrekking uit de egalisatievoorziening in 2021.

Gemeentelijk Rioleringsplan Venlo Financiële actualisatie exploitatie GRP 2021 – 2031

35

Bijlage 6 Beslisboom afkoppelen Inleiding Voor u ligt de zogenaamde afkoppel-beslisboom van de Gemeente Venlo. De afkoppelbeslisboom is een stappenplan, bedoeld als hulpmiddel om te bepalen welke eisen er gelden voor de omgang met hemelwater bij de aanvraag van een omgevingsvergunning (voor de activiteit 'bouw'). en of een aanvraag voor een rioolaansluiting. De gestelde eisen dragen bij om te voldoen om die doelstellingen te behalen en zo het gemeentelijke stelsel toekomstbestendig te maken. Door onder andere in te spelen op voorspelde klimaatontwikkelingen, waartoe we in de toekomst rekening dienen te houden met intensievere regenbuien. Regenwater is relatief schoon en hoeft niet te worden gezuiverd. Infiltratie in de bodem van regenwater vermindert de verdroging, houdt het grondwater op peil en zorgt dat er minder water te snel naar de beken en de Maas loop. Tot slot zal de kwaliteit van het oppervlakte water schoner worden doordat er tijdens extreme buien minder rioolwater via noodoverlaten overstorten op de beken en de Maas. Structuur Het stappenplan is opgebouwd uit een vijftal modules, te weten; [1]Bepaling omgang hemelwater, [2]Eisen m.b.t. het afvoeren van hemelwater, [3]Toename verhard oppervlak, [4]Situatie wijzigen zonder toename verhard oppervlak en [5]Aanvullende eisen noodoverlaten/leegloopvoorzieningen.

In module [1] wordt de lokale situatie bepaald, deze is van grote invloed op de verdere stappen. De aanwezigheid van oppervlaktewater is van belang wanneer een voorziening (infiltratie en/of berging) niet inpasbaar is op het terrein. Hemelwater kan dan overstorten of afvoeren [2] naar het oppervlaktewater, hierbij worden wel door de beheerder aanvullende eisen gesteld. Verder is het van belang in hoeverre de bestaande verhardingssituatie zal wijzigen. Het realiseren van een terrasoverkapping [4] heeft een andere impact heeft dan het bouwen van een loods in een weiland [3], hiervoor gelden dus andere eisen. Indien er, wat betreft verhard oppervlak, geen vergroting plaats vindt dan worden er wel degelijk bergingseisen gesteld [4]. In module [5] zijn de aanvullende eisen beschreven voor het toepassen van een noodoverlaat en/of leegloopvoorziening. Conclusie Bergingseis De conclusie is telkens een gestelde bergingseis. De bergingseisen bevatten een bepaalde theoretische bui bv T=2, deze bui komt gemiddeld 1 keer in de 2 jaar voor, de bui T=100 gemiddeld 1 keer per 100 jaar. Deze buien hebben een bepaalde hoeveelheid hemelwater die valt in een bepaalde tijd. Op deze theoretische buien worden voorzieningen gedimensioneerd, er wordt dan berekend hoeveel water in de voorziening geborgen moet worden voordat deze zal overlopen.

Om materiële schade te voorkomen vragen we u door te (laten) rekenen wat de gevolgen zijn bij een extreme bui T=100. Hiermee kunnen wellicht bepaalde keuzes gemaakt worden om schade te voorkomen. Bij uw vergunningaanvraag dient u, aan te tonen welke stappen u heeft doorlopen en wat de bergingseis(en) is/zijn. Op basis van de bergingseis dient u dan een principe ontwerp van een voorziening aan te leveren. Dit ontwerp zal worden getoetst door de Gemeente Venlo en/of oppervlaktewaterbeheerder. Detailbeschrijving Module [5] omschrijft de aanvullende eisen ten aanzien van een noodoverlaat. Deze noodoverlaat treedt in werking wanneer de voorziening volledig is gevuld en het blijft regenen. Bij bergingseis 4 is er geen overlaat, bijvoorbeeld omdat de kosten voor het aansluiten van een overlaat duurder is dan het vergroten van de voorziening. Het zichtbaar maken van een overlaat (bovengrondse afstroming) heeft de voorkeur, zodat slecht werkende voorzieningen eerder opgemerkt worden. Overlaten worden bij voorkeur aangesloten op oppervlaktewateren zoals vijvers, beken of de maas, dit om de piek zo snel mogelijk te lozen, aangezien het gemeentelijke stelsel tijdens pieken waarschijnlijk ook zwaar belast is. Tot slot wordt er een onderscheid gemaakt tussen een bergingsvoorziening en een infiltratievoorziening.

Een infiltratievoorziening is een “bak” met doorlatende wanden waardoor het water in de bodem kan infiltreren. De hoeveelheid water welke kan infiltreren is onder andere afhankelijk van de bodemdoorlatendheid (k-waarde), deze verschilt per locatie. Een bergingsvoorziening, toegepast bij een lage bodemdoorlatendheid, is strikt genomen een gesloten “bak” met een gedoseerde afvoer (max. 1 liter 36

Gemeentelijk Rioleringsplan Venlo Financiële actualisatie exploitatie GRP 2021 – 2031

per seconde per hectare), in de praktijk kan deze “bak” met doorlatende wanden uitgevoerd worden zodat er wel wat water geïnfiltreerd kan worden.

De afkoppelbeslisboom is terug te vinden op: https://www.venlo.nl/file/247/download te vinden op https://www.venlo.nl/nieuwe-rioolaansluiting

Gemeentelijk Rioleringsplan Venlo Financiële actualisatie exploitatie GRP 2021 – 2031

37

Bijlage 7 Grondwaterparagraaf Deze grondwaterparagraaf is zodanig opgesteld dat deze de grondwaterparagraaf (3.4) in het huidige GRP Venlo 2014-2023 kan vervangen. In onderstaande tekst is de verdere invulling van de grondwaterzorgplicht beschreven en zijn elementen uit het huidige GRP opgenomen. Invulling grondwaterzorgplicht Iedere Nederlandse gemeente heeft een zorgplicht voor het grondwater. Deze is beschreven in artikel 3.6 lid 1 in de Waterwet en luidt: “De gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders dragen zorg voor het in het openbaar gemeentelijke gebied treffen van maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken, voor zover het treffen van die maatregelen doelmatig is en niet tot de zorg van het waterschap of de provincie behoort.” De gemeente levert een inspanning om in het openbare gebied structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken. Het voorkomen van structureel nadelige gevolgen wordt ondervangen met een watertoetsingsproces tijdens de inrichting van gebieden. Bij het beperken van gevolgen kunnen maatregelen worden ingezet. Hierbij worden alleen maatregelen getroffen in de openbare ruimte als er sprake is van structurele grondwateroverlast en wanneer maatregelen doelmatig zijn.

Structureel houdt in dat het probleem niet tijdelijk is (zie overzicht termen en definities grondwateroverlast op de volgende pagina). Klimatologische omstandigheden als neerslag of een hoge oppervlaktewaterstand kunnen leiden tot een tijdelijk hogere grondwaterstand. Dit kan tijdelijk overlast geven, maar hoeft de gebruiksfunctie van een perceel op langere termijn (structureel) niet te belemmeren. Maatregelen kunnen doelmatig zijn als deze kunnen worden gecombineerd met andere openbare werken, zoals rioolverbetering of wegonderhoud. De aanleg van bijvoorbeeld drainage in buitengebieden vindt de gemeente niet doelmatig. De gemeente is niet verplicht alle problemen die door grondwater ontstaan op te lossen. Net zoals bij de hemelwaterzorgplicht is op particulier terrein in principe de eigenaar verantwoordelijk voor het treffen van maatregelen tegen grondwaterproblemen. Dat geldt echter niet als deze problemen worden veroorzaakt door onrechtmatig handelen of nalaten van de buur (overheid of particulier). De gemeente neemt alleen overtollig grondwater in ontvangst als de bovengrondse gebruiksfunctie van een perceel structureel wordt belemmerd door overtollig grondwater en de perceeleigenaar dit redelijkerwijs niet zelf kan verwerken. Deze gebruiksfuncties zijn vastgelegd in het bestemmingsplan.

Perceeleigenaren dienen zelf te zorgen voor een goede staat van de bij hen in eigendom zijnde percelen en gebouwen. Zij dienen in dat kader zelf waterhuishoudkundige en/of bouwkundige maatregelen te treffen. Natte kelders of souterrains vallen daarmee niet onder de grondwaterzorgplicht. Er is sprake van grondwateroverlast als de ontwateringsdiepte structureel te beperkt is voor de perceelbestemming. Voor nieuwe ontwikkelingen legt de gemeente de bestemming van de percelen vast in een bestemmingsplan. Per gebiedstype is er een gewenste minimale ontwateringsdiepte gekozen, welke indicatief is om afwijkende grondwaterstanden te duiden. Vanwege de natuurlijke dynamiek van het (grond)watersysteem zijn de ontwateringsdiepten richtlijnen in plaats van eisen. Hierbij is diversificatie aangebracht naar gebiedstype: • woongebieden 0,7 m¹; • • •

bedrijventerrein 0,7 m¹; stedelijke groengebieden 0,5 m¹; wegen met asfaltverharding 0,7 m¹;

• •

wegen met elementenverharding 0,7 m¹; gebieden met elementenverharding 0,7 m¹.

In sommige bestaande gebieden kan de ontwateringsdiepte kleiner zijn dan deze streefwaarden. De gemeente kan daarom voor bestaande situaties afwijken van de streefwaarden, omdat de grondwaterstand daar historisch gezien van nature hoger kan zijn. De gemeente geeft bij een nieuwe ontwikkeling in een dergelijk bestaand gebied aan wat daarbij de gewenste ontwateringsdiepten zijn. Om afwegingen rond het grondwater te kunnen maken, moet een beeld bestaan over eventuele grondwaterproblemen. Hiervoor gebruikt de gemeente een grondwatermeetnet en analyseert zij meldingen 38

Gemeentelijk Rioleringsplan Venlo Financiële actualisatie exploitatie GRP 2021 – 2031

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.venlo.nl/api/v1/meetings/626/documents/16811