CConstaterende datVenlo
Koppel je AI →
Document · PDF

009bijl 1.1 toelichting vast bp Colum Raven Paul.pdf

Raadsvergadering 31 maart 2021, gemeente VenloBij agendapunt: 5.5: RV 9 – Vaststellen bestemmingsplan reparatieplan Columbusweg, Ravenvennen en Paul Guillaumestraat.19.882 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bestemmingsplan ‘Reparatieplan Columbusweg, Ravenvennen en Paul Guillaumestraat’ Gemeente Venlo Vastgesteld

Bestemmingsplan ‘Reparatieplan Columbusweg, Ravenvennen en Paul Guillaumestraat’ Gemeente Venlo Vastgesteld

Rapportnummer:

211x09711

IDN:

NL.IMRO.0983.BP201907CLMBUSRV-VA01

Datum:

13 januari 2021

Datum concept:

3 april 2019

Datum ontwerp:

8 oktober 2020

Datum vaststelling:

PM

Opdrachtgever:

Gemeente Venlo MAN Venlo

Projectteam BRO:

MOo & SDr

Trefwoorden:

Reparatieplan, Venlo, Columbusweg, uitbreiding bedrijfsperceel, Ravenvennen, Lomm, natuurcompensatie

Bron foto kaft:

Hollandse Hoogte 14

Beknopte inhoud:

Reparatiebestemmingsplan ten behoeve van:  De uitbreiding van het bedrijfsperceel en de situering van een bedrijfsgebouw aan de Columbusweg in Venlo;  De natuurcompensatie op een perceel nabij het gebied Ravenvennen in Lomm;  Het herstel van een bouwtitel voor het bouwen van één woning aan de Paul Guillaumestraat ongenummerd in Tegelen.

BRO Vestiging Venlo Industriestraat 94 5931 PK Tegelen T +31 (0)77 373 06 01 E info@bro.nl

INHOUD

1. INLEIDING

3

2. BESCHRIJVING BESTAANDE SITUATIE

7

3. BELEID 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Regionaal beleid 3.4 Gemeentelijk beleid

10 10 14 19 20

4. PLANBESCHRIJVING 4.1 Projectprofiel 4.2 Stedenbouwkundige en ruimtelijke effecten

29 29 31

5. RANDVOORWAARDEN / RESULTATEN ONDERZOEKEN 5.1 Milieu

33 33

5.1.1 Bodem- en grondwaterkwaliteit 5.1.2 Luchtkwaliteit 5.1.3 Geluidhinder 5.1.4 Milieuzonering 5.1.5 Externe veiligheid 5.1.6 Geur veehouderijen 5.1.7 Vormvrije m.e.r.(-beoordeling) 5.2 Archeologie 5.3 Cultuurhistorie 5.4 Ecologie 5.5 Leidingen en infrastructuur 5.6 Verkeer en parkeren 5.7 Waterparagraaf

33 35 37 38 39 48 49 51 53 54 56 57 58

6. JURIDISCHE ASPECTEN 6.1 Algemeen 6.2 Toelichting op de analoge verbeelding 6.3 Toelichting op de regels

62 62 62 63

Inhoudsopgave

1

6.3.1 Inleidende regels 6.3.2 Bestemmingsplanregels 6.3.3 Algemene regels 6.3.4 Overgangs- en slotregels

63 63 66 66

7. UITVOERBAARHEID 7.1 Economische uitvoerbaarheid

67 67

8. OVERLEG EN INSPRAAK 8.1 Overleg 8.2 Inspraak 8.3 Procedure 8.4 Zienswijzenprocedure / resultaten terinzagelegging

68 68 68 68 69

BIJLAGEN

      

Stichting het Limburgs Landschap, Boscompensatie t.b.v. bouw hangaar VEZC Groote heide, januari 2018 BKK Bodemadvies bv, Verkennend bodemonderzoek locatie Columbusweg (ong.) te Venlo, rapportnummer 8010.BKK, 1 februari 2008 Gemeente Venlo, Bodemgeschiktheidsverklaring, 10 maart 2008 Aeres Milieu B.V., Vooronderzoek Paul Guillaumestraat te Tegelen (kad. Sectie A nr. 6293), projectnummer AM17241, 28 juli 2017 Aeres Milieu B.V., Verkennend bodemonderzoek Paul Guillaumestraat te Tegelen, projectnummer AM 17418, 28 november 2017 Veiligheidsregio Limburg-Noord, Omgevingsadvies bestemmingsplan reparatieplan Columbusweg Ravenvennen te Venlo, kenmerk Z026563/UIT036484, 21 september 2018 Veiligheidsregio Limburg-Noord, Advies in het kader van de bouw van een woning op het adres Paul Guillaumestraat ongenummerd te Tegelen

Inhoudsopgave

2

1.

INLEIDING

Het voorliggende bestemmingsplan voorziet in de bestemmingswijziging van drie afzonderlijke locaties. De gemeente Venlo heeft ervoor gekozen om voor deze locaties één bestemmingsplan op te stellen. De eerste locatie (deelgebied 1) betreft de bedrijfslocatie aan de Columbusweg – Eindhovenseweg te Venlo. Het voornemen bestaat om het bestaande bedrijfsperceel uit te breiden op het aangrenzende perceel aan de oostzijde, dat de bestemming ‘Bos’ heeft. Het bestaande perceel en het uitbreidingsperceel zijn aangekocht door het garagebedrijf MAN Venlo, dat inmiddels op deze locatie is gevestigd en een bedrijfsgebouw heeft opgericht. Het plangebied bestaat uit delen van de percelen, kadastraal bekend als gemeente Venlo, sectie V, nr. 445 en sectie K, nr. 9564. De totale oppervlakte van het plangebied bedraagt 6.798 m 2.

Topografische kaart met globale aanduiding plangebied deelgebied 1 (rood omcirkeld) (bron: PDOK viewer)

Het oostelijk deel van deze locatie is gelegen binnen het vigerende bestemmingsplan ‘Trade Port West-Oost’, zoals dat op 21 december 2010 is vastgesteld. Binnen dit bestemmingsplan is de grond bestemd tot ‘Bos’. De uitbreiding van het bedrijfsperceel is binnen deze bestemming niet rechtstreeks

Hoofdstuk 1

3

toegestaan. Het westelijk deel van het perceel ligt binnen het vigerende bestemmingsplan ‘Veegplan stedelijk gebied 2015’, zoals dat op 16 december 2015 is vastgesteld. Dit perceelsgedeelte is binnen dit bestemmingsplan bestemd tot ‘Bedrijventerrein’. Hoewel deze bestemming de beoogde bedrijfsactiviteiten toestaat, past het beoogde bedrijfsgebouw niet rechtstreeks binnen de regels van deze bestemming. Voor bedrijfsgebouwen dient namelijk een afstand van minimaal 5 meter tot de zijdelingse en achterste perceelgrenzen in acht te worden genomen, terwijl het beoogde gebouw op de achterste perceelgrens is geprojecteerd. Omdat de beoogde ontwikkeling volgens de ter plaatse geldende bestemmingsplannen niet rechtstreeks mogelijk is, is ervoor gekozen om het voorliggend nieuw bestemmingsplan op te stellen voor deze locatie. De tweede locatie (deelgebied 2) waar het voorliggende bestemmingsplan betrekking op heeft, betreft een deel van het perceel, kadastraal bekend als gemeente Arcen, sectie I, nr. 380, gelegen ten oosten van de kern Lomm nabij het natuurgebied ‘Ravenvennen’. Dit perceel zal worden ingezet als compensatieperceel voor het initiatief van de Venlo Eindhoven ZweefvliegClub, die voornemens is om een nieuwe hangar te realiseren aan de Bloemartsweg in Venlo. Omdat deze hangar binnen de provinciaal beschermde Goudgroene natuurzone is gelegen, is natuurcompensatie noodzakelijk.

Deze vereiste compensatieverplichting zal worden ingevuld op het bovengenoemde perceel, zoals dit privaatrechtelijk is vastgelegd in een overeenkomst tussen de initiatiefnemer van dit plan en de provincie Limburg.

Topografische kaart met globale aanduiding plangebied deelgebied 2 (rood omcirkeld) (bron: PDOK viewer)

Hoofdstuk 1

4

Om te verzekeren dat de te realiseren compensatie ook daadwerkelijk kan en zal worden gerealiseerd, dient deze publiekrechtelijk te worden vastgelegd in een bestemmingsplan. Hiertoe wordt in het voorliggende bestemmingsplan de huidige bestemming ‘Agrarisch gebied met natuurwaarden’ van dit perceel gewijzigd naar ‘Bos’. De genoemde ontwikkeling van de hangar aan de Bloemartsweg vindt plaats buiten het plangebied van dit bestemmingsplan. Hiertoe is een separate procedure doorlopen. Het derde deelgebied waarop dit bestemmingsplan betrekking heeft, is gelegen aan de Paul Guillaumestraat in Tegelen, ten oosten van huisnummer 13. Dit perceel is kadastraal bekend als gemeente Tegelen, sectie A, nr. 6293. Op dit perceel vindt het herstel plaats van een bouwtitel voor het bouwen van één woning. In het geldende bestemmingsplan ‘Centrum Tegelen’ (vastgesteld op 23 juni 2010) is deze locatie aangewezen als een locatie waar sprake is van geldende bouwrechten, die in dit bestemmingsplan worden overgenomen. Echter is voor deze locatie (abusievelijk) geen bouwvlak opgenomen in dit geldende bestemmingsplan, waardoor hier niet rechtstreeks gebouwd mag worden. In het voorliggende bestemmingsplan wordt deze bouwtitel hersteld, door middel van de toevoeging van een bouwvlak en de benodigde bouw- en maatvoeringsaanduidingen.

Topografische kaart met globale aanduiding plangebied deelgebied 3 (rode pijl) (bron: PDOK viewer)

Hoofdstuk 1

5

Leeswijzer De toelichting van dit bestemmingsplan is als volgt opgebouwd: In het volgende hoofdstuk wordt de bestaande situatie rond het plangebied beschreven. In hoofdstuk 3 volgen de uitgangspunten uit het rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleid, die betrekking hebben op locaties. Hoofdstuk 4 beschrijft vervolgens het plan. In hoofdstuk 5 volgt de toetsing aan de milieu- en overige onderzoeksaspecten op de locatie. In hoofdstuk 6 worden de planstukken beschreven en in hoofdstuk 7 is een beschrijving van de uitvoerbaarheid van het plan opgenomen. Tot slot volgt in hoofdstuk 8 de uitleg van de overleg- en inspraakprocedure.

Hoofdstuk 1

6

2.

BESCHRIJVING BESTAANDE SITUATIE

Deelgebied 1. Bedrijfslocatie Columbusweg Deelgebied 1 van het plangebied is gelegen aan de Columbusweg – Eindhovenseweg op het industrieterrein Trade Port West ten westen van Venlo. De betreffende gronden zijn momenteel braakliggend. Het plangebied wordt aan de westzijde begrensd door de Columbusweg, waaraan voornamelijk bedrijven zijn gelegen. Ten noorden van het plangebied ligt de spoorlijn Venlo-Eindhoven, ten oosten ligt een bosperceel en ten zuiden ligt de Eindhovenseweg. Aan de overzijde van de Eindhovenseweg liggen voornamelijk agrarische- en bospercelen.

Luchtfoto met plangebied deelgebied 1 (geel omlijnd) en directe omgeving (bron: GISViewer provincie Limburg)

Deelgebied 2. Natuurcompensatie Ravenvennen Deelgebied 2 van het plangebied is gelegen op circa 2 kilometer ten oosten van de kern Lomm en op circa 200 meter van de Duitse grens, aan een naamloze weg nabij het natuurgebied Ravenvennen. Het perceel betreft een deel van het perceel, kadastraal bekend als gemeente Arcen, sectie I, nr. 380. Momenteel kent het perceel een agrarisch gebruik. Het plangebied wordt aan de noord-, west- en oostzijde begrensd door agrarische percelen. Ten noordwesten is een bosperceel gelegen. Aan de zuidzijde vormt een naamloze weg de grens van het plangebied. Aan de overzijde van deze weg zijn

Hoofdstuk 2

7

voornamelijk bossen en enkele agrarische percelen gelegen. In de verdere omgeving zijn eveneens voornamelijk bos- en agrarische percelen gelegen.

Luchtfoto met plangebied deelgebied 2 (geel omlijnd) en directe omgeving (bron: GISViewer provincie Limburg)

Deelgebied 3. Paul Guillaumestraat Deelgebied 3 van het plangebied is gelegen in het centrum van Tegelen aan de Paul Guillaumestraat, naast huisnummer 13. Dit perceel is kadastraal bekend als gemeente Tegelen, sectie A, nr. 6293. In de huidige situatie ligt het perceel braak en is er geen begroeiing aanwezig. Aan de noordzijde wordt het plangebied begrensd door de Paul Guillaumestraat. Aan de overzijde van deze weg, en aan de overige zijden van het plangebied, zijn burgerwoningen gelegen. In de verdere omgeving liggen hoofdzakelijk woningen en enkele winkels.

Hoofdstuk 2

8

Luchtfoto met plangebied deelgebied 3 (geel omlijnd) en directe omgeving (bron: GISViewer provincie Limburg)

Hoofdstuk 2

9

3.

BELEID

In dit hoofdstuk wordt ingegaan op het rijks, provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleid (respectievelijk § 3.1, § 3.2, § 3.3 en § 3.4).

3.1 Rijksbeleid Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte Op 13 maart 2012 heeft de Rijksoverheid de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vastgesteld. In deze Structuurvisie staan de plannen voor ruimte en mobiliteit op nationaal niveau. Overheden, burgers en bedrijven krijgen de ruimte om deze door te vertalen en zelf oplossingen te creëren. Het Rijk richt zich met name op het versterken van de internationale positie van Nederland en het behartigen van de nationale belangen. Voor wat betreft het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid zet het Rijk zich in voor een concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig Nederland. In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte worden drie hoofddoelen genoemd om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te houden voor de middellange termijn (2028):  Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur van Nederland;  Het verbeteren, in stand houden en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat;  Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn. Voor de drie rijksdoelen worden de onderwerpen van nationaal belang benoemd, waarmee het Rijk aangeeft waarvoor het verantwoordelijk is en waarop het resultaten wil boeken.

Relevante nationale belangen voor onderhavig plangebied zijn als volgt:  Verbetering van de milieukwaliteit (lucht, bodem, water), bescherming tegen geluidsoverlast en externe veiligheidsrisico’s;  Ruimte voor behoud en versterking van (inter)nationale unieke cultuurhistorische en natuurlijke kwaliteiten;  Ruimte voor een nationaal netwerk van natuur voor het overleven en ontwikkelen van flora- en faunasoorten. Afweging Voor wat betreft de afwegingen uit de SVIR met betrekking tot de nationale belangen inzake milieukwaliteit, geluidsoverlast en externe veiligheid wordt hier verwezen naar de uitgevoerde bureaustudies, zoals benoemd in hoofdstuk 4. Voor de inpassing van de natuurlijke en cultuurhistorische waarden wordt hier ook verwezen naar hoofdstuk 4.

Hoofdstuk 3

10

Voor onderhavig plangebied geldt verder dat er, gezien de kleinschaligheid en de ligging op een industrieterrein (deelgebied 1) c.q. in een agrarisch-/bosgebied (deelgebied 2), c.q. in een woonwijk (deelgebied 3) geen nationale belangen uit de Structuurvisie in het geding zijn. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) In de Algemene Maatregel van Bestuur Ruimte (AMvB Ruimte) zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. De AMvB Ruimte is gericht op doorwerking van de nationale belangen in bestemmingsplannen en wordt in juridische termen aangeduid als Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Het besluit is op 30 december 2011 in werking getreden. Hierna zijn nog enkele wijzigingen in werking getreden. De onderwerpen in het Barro betreffen: Rijksvaarwegen, Project Mainportontwikkeling Rotterdam, Kustfundament, Grote Rivieren, Waddenzee en waddengebied, Defensie, Nationaal Natuurnetwerk (NNN), erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde, hoofdwegen en hoofdspoorwegen, elektriciteitsvoorziening, buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen, primaire waterkeringen buiten het kustfundament en het IJsselmeergebied. Afweging Het zuidelijk deel van het natuurcompensatieperceel (deelgebied 2) is gelegen binnen het Natuurnetwerk Nederland.

Volgens artikel 2.10.3 van het Barro worden per provinciale verordening de wezenlijke kenmerken en waarden van de NNN-gebieden aangegeven en worden regels gesteld omtrent de inhoud van bestemmingsplannen in het belang van de bescherming, instandhouding en ontwikkeling van deze wezenlijke kenmerken en waarden. In paragraaf 3.2 wordt hier nader op ingegaan. Aangezien op dit perceel natuurontwikkeling is voorzien in lijn met de kenmerken en waarden van dit gebied, zijn er geen belemmeringen vanuit de ligging in het NNN. Voor het overige heeft het Barro voor wat betreft de genoemde onderwerpen en gezien de aard en schaal van het project, geen gevolgen voor de voorgenomen ontwikkelingen. Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) De Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) is gebaseerd op het Barro. In het Barro is bepaald dat bij ministeriële regeling verschillende militaire terreinen en objecten, hoofdwegen en NNN-gebieden worden aangewezen, waar gemeenten bij de vaststelling van bestemmingsplannen rekening mee moeten houden. In de Rarro wordt daar uitvoering aan gegeven. Als gevolg van de gewijzigde regelgeving beslaat het radarverstoringsgebied behorende bij de radar op de militaire vliegbasis Volkel ook de gemeente Venlo.

Aangezien het bestemmingsplan echter geen windturbines of overige bouwwerken hoger dan 114 meter toestaat vormt dit geen belemmering voor het radarverstoringsgebied. Besluit ruimtelijke ordening Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen is per 1 oktober 2012 de ladder voor duurzame verstedelijking in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6 Bro) opgenomen. De ladder ziet op een zorgvul-

Hoofdstuk 3

11

dige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. De ladder is een motiveringsinstrument dat verplicht moet worden toegepast bij elk ruimtelijk besluit dat een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’ mogelijk maakt. Wat er onder een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt verstaan, is in artikel 1.1.1 Bro bepaald: “De ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.” Uit de jurisprudentie komt naar voren dat het wel een nieuwe stedelijke ontwikkeling van enige omvang moet zijn.1 Per 1 juli 2017 is een gewijzigde ladder in werking getreden. Hierin is de tekst van de ladder teruggebracht naar de essentie, namelijk de noodzaak om aan te geven dat de voorgenomen nieuwe stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte plus een motivering indien de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd: “De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.” (artikel 3.1.6 lid 2 Bro).

Afweging De omzetting van een bosperceel naar een bedrijfsfunctie (deelgebied 1) betreft een stedelijke ontwikkeling. Daarom is toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking noodzakelijk. Voor het overige deel van het perceel, dat is bestemd tot ‘Bedrijventerrein’, geldt dat hier reeds een bedrijf kan worden gevestigd op grond van deze bestemming. Voor dit perceelsdeel is dan ook geen sprake van een stedelijke ontwikkeling. De uitbreiding van het bedrijfsperceel past bij de behoefte van de initiatiefnemer, die in het plangebied zijn bedrijf wil vestigen. Hiertoe is een concreet bouwplan uitgewerkt. De bestaande bedrijfskavel wordt hierbij beperkt uitgebreid (circa 1.700 m 2 nieuw bedrijfsoppervlak) en zal voornamelijk worden gebruikt voor de stalling van voertuigen, waardoor dit op dezelfde locatie kan plaatsvinden als de overige bedrijfsactiviteiten. De oostelijke strook van het plangebied kent de bestemming ‘Bos’, en heeft daarmee volgens het geldende bestemmingsplan geen stedelijke functie. In het provinciaal (Provinciaal Omgevingsplan Limburg 2014) en gemeentelijk beleid (Ruimtelijke Structuurvisie 2014) is dit perceelsdeel echter wel opgenomen binnen de begrenzing van het bedrijventerrein Trade Port West. Hierdoor is sprake van een ligging binnen het bestaand stedelijk gebied, namelijk binnen een gebied dat is aangewezen als bedrijventerrein.

Het gebruik van dit perceelsdeel voor bedrijfsdoeleinden is hierdoor in overeenstemming met het provinciaal en gemeentelijk beleid. Gelet op de kleinschaligheid van het initiatief (door de uitbreiding wordt een oppervlakte van circa 1.700 m2 nieuw bedrijfsoppervlak gerealiseerd) en de beleidsmatige ligging op een bestaand bedrijventerrein voldoet het initiatief aan de ladder voor duurzame verstedelijking.

1

O.a. ABRS 1 juni 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:1503), ABRS 18 februari 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:428) en ABRS 24 augustus 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:2319).

Hoofdstuk 3

12

Wat betreft de natuurcompensatie (deelgebied 2) wordt opgemerkt dat dit geen stedelijke ontwikkeling betreft in de zin van artikel 1.1.1 van het Bro, waardoor de ladder voor duurzame verstedelijking voor deze ontwikkeling niet van toepassing is. Het herstel van de woningbouwtitel aan de Paul Guillaumestraat (deelgebied 3) betreft evenmin een stedelijke ontwikkeling zoals bedoeld in artikel 1.1.1 van het Bro, waardoor de ladder voor duurzame verstedelijking voor deze ontwikkeling niet van toepassing is. Er is namelijk sprake van het herstel van reeds bestaande bouwrechten, die (abusievelijk) niet in het geldende bestemmingsplan zijn overgenomen. Wet milieubeheer In artikel 7.2, lid 1 van de Wet milieubeheer is bepaald dat bij algemene maatregel van bestuur de activiteiten worden aangewezen: a. Die belangrijke nadelige gevolgen kunnen hebben voor het milieu; b. Ten aanzien waarvan het bevoegd gezag moet beoordelen of zij belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben. In het Besluit milieueffectrapportage zijn in artikel 2, lid 1 als activiteiten die belangrijke nadelige gevolgen kunnen hebben voor het milieu (en waarvoor op grond van de Wet milieubeheer dus de verplichting geldt om een milieueffectrapportage op te stellen), aangewezen de activiteiten die behoren tot een in onderdeel C van de bijlage bij het Besluit genoemde categorie.

In lid 2 van hetzelfde artikel zijn als activiteiten ten aanzien waarvan het bevoegd gezag moet beoordelen of zij belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben (en waarvoor op grond van de Wet milieubeheer dus een m.e.r.-beoordelingsplicht geldt), aangewezen de activiteiten die behoren tot een in onderdeel D van de bijlage bij het Besluit genoemde categorie. In artikel 2, lid 5, aanhef en onder b. van het Besluit milieueffectrapportage, is vastgelegd dat de m.e.r.-beoordelingsplicht ook geldt voor plannen die weliswaar vallen onder een van de in onderdeel D genoemde activiteiten maar waarbij het project valt onder de drempelwaarden zoals genoemd in onderdeel D, indien: ‘op grond van selectiecriteria als bedoeld in bijlage III bij de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling niet kan worden uitgesloten dat de activiteit belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben’. De afweging met betrekking tot de m.e.r.-(beoordelings)plichtigheid van dit plan is opgenomen in paragraaf 5.1.7.

Hoofdstuk 3

13

3.2 Provinciaal beleid Provinciaal Omgevingsplan Limburg 2014 Op 12 december is het Provinciaal Omgevingsplan 2014 (POL2014) vastgesteld als opvolger van het POL2006. In het POL2014 is onderscheid gemaakt in zeven soorten gebieden, elk met eigen herkenbare kernkwaliteiten. Voor de verschillende zones liggen er heel verschillende opgaven en ontwikkelingsmogelijkheden. Deelgebied 1. Bedrijfslocatie Columbusweg Volgens de kaart ‘Zonering Limburg’ ligt deelgebied 1 van het plangebied in de zone ‘bedrijventerrein’, namelijk op het bedrijventerrein Trade Port West. Dit betreft een ‘grootschalig logistiek bedrijventerrein en/of productielocatie van (boven-)regionaal belang’.

Uitsnede POL2014-kaart ‘Zonering Limburg’ met aanduiding plangebied (rood omlijnd)

De zone ‘bedrijventerrein’ bestaat uit specifiek ingerichte gebieden voor grotere bedrijvigheid. De accenten liggen in deze zone op:  Ruimte voor bedrijvigheid;  Optimale bereikbaarheid;  Duurzame inrichting en gebruik. In het POL2014 worden de ambities, opgaven en aanpak voor de thema’s benoemd waarop de provincie een rol heeft of wil vervullen. Voor woningen, bedrijventerreinen, kantoren en winkels geldt dat

Hoofdstuk 3

14

er daarvan in Limburg genoeg zijn, in toenemende mate zelfs te veel. Maar tegelijkertijd liggen er op al deze gebieden nog grote kwalitatieve opgaven. Blijvende vernieuwing en innovatie zijn dan ook van groot belang. De uitdaging is om een omslag te maken ‘van kwantiteit naar kwaliteit’ en meer schaarste te creëren. De sleutel ligt in dynamisch voorraadbeheer. Op basis van een goede visie en een actueel overzicht van de voorraad worden per regio afspraken gemaakt. Deze afspraken gaan over het verbeteren van de kwaliteit van de bestaande voorraad, het schrappen van plannen en ideeën maar ook van harde plancapaciteit of nog uitgeefbare terreinen waar achteraf minder behoefte aan blijkt te bestaan en mogelijk ook de aanpak van leegstand. Er is onder voorwaarden ruimte voor het toevoegen van goede nieuwe voorraad, maar dan wel in combinatie met het schrappen van bestaande voorraad. Met betrekking tot bedrijventerreinen wordt aangaande het zorgvuldig ruimtegebruik in het POL2014 het volgende vermeld: Dynamisch voorraadbeheer vraagt om zorgvuldig gebruik van de beschikbare ruimte op bedrijventerreinen. ‘Zorgvuldig’ vanwege een goede balans tussen functionaliteit, toekomstbestendigheid en zuinig ruimtegebruik. Het zijn vooral gemeenten en terreinbeheerders die hier invulling aan moeten geven.

Opties die passen bij een zorgvuldig ruimtegebruik zijn onder meer:  Multi-use bouw, ofwel het casco zo weinig mogelijk bedrijfsspecifiek bouwen, zodat het snel geschikt te maken is voor de vestiging van andere bedrijven;  ’Alles op de eigen kavel’ (alle aan het bedrijf gerelateerde activiteiten vinden plaats op de eigen kavel inclusief opslag en parkeren);  Delen van gezamenlijke voorzieningen en dubbel ruimtegebruik in de tijd (bijvoorbeeld parkeervoorzieningen voor functies die niet gelijktijdig van die voorzieningen gebruik maken);  Geen overmatige reserveruimte verkopen aan bedrijven;  Terughoudend omgaan met de vestiging van (bedrijfs)woningen op bedrijventerreinen, zodat deze geen obstakel vormen voor het functioneren van bedrijven en bij eventuele herstructureringsoperaties; eventuele vestiging van nieuwe bedrijfswoningen moet wel passen binnen de regionale woningbouwprogrammering;  Stimuleren dat bedrijven die weinig hinder (milieucategorieën 1 en 2) met zich meebrengen zich vestigen in de woonomgevingen en niet op bedrijventerreinen. Afweging De kleinschalige uitbreiding van een bestaand bedrijfsperceel op een bedrijventerrein is passend binnen de zone ‘bedrijventerrein’. Op de voorliggende bedrijfskavel (inclusief de uitbreiding) zal een bedrijf van milieucategorie 3.2 worden gevestigd.

Hiermee wordt invulling gegeven aan zorgvuldig ruimtegebruik op het bedrijventerrein, zoals in de voorgaande passage uit het POL2014 is beschreven. Het uitbreidingsperceel zal voornamelijk gebruikt worden voor de stalling van voertuigen, dat hierdoor op de eigen bedrijfskavel kan plaatsvinden. De uitbreiding van het bedrijfsperceel is hierdoor passend binnen het POL2014. Ook de situering van het bedrijfsgebouw op de achterste perceelgrens is niet in strijd met het POL2014 en past binnen de zone ‘bedrijventerrein’.

Hoofdstuk 3

15

Deelgebied 2. Natuurcompensatie Ravenvennen Het noordelijk deel van het natuurcompensatieperceel is gelegen binnen de bronsgroene landschapszone en het zuidelijk deel ligt binnen de goudgroene natuurzone. De goudgroene natuurzone betreft het Limburgse deel van het nationale natuurnetwerk en omvat de belangrijkste bos- en natuurgebieden, waaronder de Natura 2000-gebieden, inclusief de reeds gerealiseerde areaaluitbreidingen natuur én de nog te realiseren areaaluitbreidingen natuur. De buitenbegrenzing van de goudgroene natuurzone is vrij nauwkeurig begrensd, maar omvat op bestemmingsplanniveau ook andere functies. De accenten liggen in deze zone op:  Realisatie areaaluitbreiding natuur;  Recreatief medegebruik;  Terugdringen milieubelasting. In de Omgevingsverordening Limburg 2014 is vastgelegd dat een ruimtelijk plan dat betrekking heeft op een gebied dat deel uitmaakt van de goudgroene natuurzone, geen nieuwe activiteiten dan wel wijziging van bestaande activiteiten mogelijk maakt die de wezenlijke kenmerken en waarden van het gebied aantasten.

Uitsnede POL2014-kaart ‘Zonering Limburg’ met aanduiding plangebied (rood omlijnd)

Hoofdstuk 3

16

De bronsgroene landschapszone omvat de landschappelijk waardevolle beekdalen en bufferzones rond bestaande natuurgebieden met de daarin aanwezige (extensievere) landbouwgebieden, monumenten, kleinere landschapselementen, waterlopen e.d. Een kwart van de bronsgroene landschapszone wordt gevormd door het winterbed van de Maas. In Zuid-Limburg omvatten deze zones ook de steilere hellingen, droogdalen en de belangrijkste landschappelijke verbindingen naar het Maasdal. Het beleid is gericht op:  Instandhouding landschapselementen;  Bescherming en versterking leefgebieden flora en fauna;  Versterking groenstructuur. In de Omgevingsverordening Limburg 2014 is bepaald dat een ruimtelijk plan dat betrekking heeft op een gebied dat deel uitmaakt van deze Bronsgroene landschapszone, geen nieuwe activiteiten dan wel wijziging van bestaande activiteiten mogelijk maakt die de wezenlijke kenmerken en waarden van het gebied aantasten. Afweging De voorgenomen natuurontwikkeling is passend binnen de goudgroene natuurzone en de bronsgroene landschapszone. Onder het kopje ‘Omgevingsverordening Limburg 2014’ wordt dit nader toegelicht. Deze ontwikkeling is hiermee passend binnen het POL2014 Deelgebied 3. Herstel woningbouwtitel Paul Guillaumestraat De locatie aan de Paul Guillaumestraat is gelegen binnen de zone ‘overig bebouwd gebied’.

Dit is een gemengd woon-/werkgebied met voorzieningen, deels met een stedelijk karakter, deels met een dorps karakter. Accenten worden gelegd op:  Transformatie regionale woningvoorraad;  Bereikbaarheid;  Balans voorzieningen en detailhandel;  Stedelijk groen en water;  Kwaliteit leefomgeving. Binnen deze zone dient woningbouw bij uitstek plaats te vinden.

Hoofdstuk 3

17

Uitsnede POL2014-kaart ‘Zonering Limburg’ met aanduiding plangebied (rood omlijnd)

Afweging De voorgenomen ontwikkeling is passend binnen het overig bebouwd gebied. Wat betreft het aspect wonen wordt verder verwezen naar de ‘Regionale Structuurvisie Wonen Noord-Limburg’. In paragraaf 3.3 wordt hier nader op ingegaan. Deze ontwikkeling is hiermee passend binnen het POL2014. Omgevingsverordening Limburg 2014 De provincie Limburg heeft op 12 december 2014 ook de ‘Omgevingsverordening Limburg 2014’ (OVL2014) vastgesteld. Hierin staan de regels die nodig zijn om het omgevingsbeleid van POL2014 juridische binding te geven. Afweging Uit de kaarten behorende bij de Omgevingsverordening Limburg 2014 blijkt dat het plangebied (alle drie de deelgebieden) niet ligt binnen (milieu)beschermingsgebieden of beschermingszones ten behoeve van natuur en landschap. Wel ligt het plangebied binnen de boringsvrije zone Venloschol. Het is in het gebied Venloschol beneden 5 meter boven NAP verboden: a) Een boorput te hebben; b) De grond te roeren; c) Een gesloten bodemenergiesysteem te hebben;

Hoofdstuk 3

18

d) Werken op of in de bodem uit te voeren of te doen uitvoeren waarbij ingrepen worden verricht of stoffen worden gebruikt die de beschermende werking van slecht doorlatende bodemlagen kunnen aantasten. Van dergelijke handelingen is in het plangebied geen sprake. Daarnaast ligt het plangebied binnen een extensiveringsgebied voor intensieve veehouderij. Aangezien bij het voorliggend initiatief geen intensieve veehouderij is voorzien, vormt deze ligging geen belemmering. Inzake de ladder voor duurzame verstedelijking wordt hier verwezen naar paragraaf 3.1. Omdat de ontwikkeling in deelgebied 1 (bedrijfslocatie Columbusweg) een locatiegebonden ontwikkeling betreft, is het onderdeel herbenutting van leegstaande monumentale en beeldbepalende gebouwen (artikel 2.2.2 sub 2 OVL2014) niet van toepassing. Wat betreft de ligging van een deel van het natuurcompensatieperceel in de goudgroene natuurzone is in artikel 2.6.2 van de Omgevingsverordening Limburg 2014 vastgelegd dat een ruimtelijk plan dat betrekking heeft op een gebied dat deel uitmaakt van de goudgroene natuurzone, geen nieuwe activiteiten dan wel wijziging van bestaande activiteiten mogelijk maakt die de wezenlijke kenmerken en waarden van het gebied aantasten. In artikel 2.7.2 van de OVL2014 is een soortgelijke regeling opgenomen voor plannen die in de bronsgroene landschapszone zijn gelegen.

Aangezien de voorliggende ontwikkeling de realisatie van natuur betreft, waarbij dit perceel wordt beplant met gebiedseigen bos, vindt een versterking van de waarden en kenmerken van dit gebied plaats. Hierdoor is geen sprake van een aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden van de goudgroene natuurzone en bronsgroene landschapszone in dit gebied. De ontwikkeling van natuur in het plangebied is hiermee passend binnen de Omgevingsverordening Limburg 2014.

3.3 Regionaal beleid Regionale visie Werklocaties bedrijventerreinen Noord-Limburg De Regionale visie Werklocaties bedrijventerreinen Noord-Limburg is een regionale uitwerking van het POL2014 voor bedrijventerreinen. In deze visie wordt beschreven welke ambities, opgaven en principes de regiogemeenten nastreven, rekening houdend met het door de provincie voorgestelde dynamisch voorraadbeheer. Ook worden de te hanteren werkwijze en spelregels beschreven. Afweging In het voorliggende geval is sprake van de uitbreiding van een bedrijfsperceel op een bestaand bedrijventerrein. Volgens de regionale visie is een uitbreiding op een bestaande bedrijfskavel of een bestaand bedrijventerrein een taak van de betreffende gemeente. Het oostelijk deel van het voorliggende perceel heeft weliswaar een bosbestemming, maar ligt binnen de begrenzing van het bestaande bedrijventerrein Trade Port West. Het betreffende perceel is in REBIS (provinciale database voor bedrijventerreinen) opgenomen met een omvang van 6.821 m 2. Het bedrijfsperceel inclusief uit-

Hoofdstuk 3

19

breiding is iets kleiner, deze heeft namelijk een omvang van 6.798 m2. Hierdoor is sprake van uitbreiding op een bestaand bedrijventerrein en hoeft deze uitbreiding niet op regionaal niveau afgestemd te worden. Saldering in het kader van dynamisch voorraadbeheer is dan ook niet aan de orde. De ontwikkeling is hiermee passend binnen de Regionale visie Werklocaties bedrijventerreinen Noord-Limburg. Regionale Structuurvisie Wonen Noord-Limburg De Regionale Structuurvisie Wonen Noord-Limburg, vastgesteld op 20 april 2016, is een visie waarmee de bestuurders van de gemeenten Beesel, Bergen, Gennep, Horst aan de Maas, Mook en Middelaar, Venlo, Venray en Peel en Maas en de provincie Limburg sturing geven aan de regionale woningmarkt. De structuurvisie heeft de status van intergemeentelijke structuurvisie op grond van artikel 2.1, lid 3 Wet ruimtelijke ordening (Wro). Daarmee heeft het document een juridische status met een zelfbindend karakter. Samen met alle woonpartners zijn vijf inhoudelijke pijlers geïdentificeerd die de kern vormen van de visie. De pijlers rusten idealiter op een stevig fundament: krachtige gemeenten en een sterke regio. De inhoudelijke pijlers zijn: 1. Een gezonde woningmarkt in balans: nieuwbouw naar behoefte; 2. De juiste woning op de juiste plek en dynamisch voorraadbeheer; 3.

Goed wonen voor iedereen, maar met extra aandacht voor onder andere arbeidsmigranten; 4. Kwaliteit bestaande voorraad en kernen meer centraal; 5. Een levensloopvriendelijke en duurzame regio. Afweging In het voorliggende geval is sprake van het herstel van een woningbouwtitel voor de bouw van één woning aan de Paul Guillaumestraat. Op deze locatie is sprake van geldende bouwrechten, waardoor de woning reeds in de plancapaciteit is opgenomen en er dus geen sprake is van de toevoeging van een woning aan de bestaande voorraad. Verdere toetsing aan de Regionale Structuurvisie Wonen Noord-Limburg is dan ook niet nodig. Vanuit het regionaal beleid bestaan er geen belemmeringen voor de voorgenomen ontwikkeling.

3.4 Gemeentelijk beleid Strategische Visie Venlo 2030 Met de Strategische Visie Venlo 2030 geeft de gemeente Venlo een afwegingskader mee op basis waarvan toekomstige besluiten kunnen worden afgewogen en nieuwe ontwikkelingen binnen breder perspectief kunnen worden geplaatst. In de visie is vastgelegd hoe Venlo zich tot 2030 zal moeten ontwikkelen. Er zijn vijf thema's gekozen waarvoor een analyse voor het jaar 2010 is uitgevoerd en waarvoor de ambities voor het jaar 2030 zijn geformuleerd. Het betreft de volgende thema's:  Stad van actieve mensen;  Innovatieve en excellente stad;

Hoofdstuk 3

20

  

Venlo internationaal; Centrum van de Euregio: hoofdstad en vitaal hart; Veelzijdige stad in het groen.

De geschetste thema's en ambities zijn samengetrokken tot een drietal scenario's waarin duidelijk herkenbare accenten worden gezet. Tijdens het besluitvormingsproces over de strategische visie in de gemeenteraad is een aantal elementen uit deze drie scenario's samengevoegd tot een samengesteld scenario: Venlo Kansenstad (Je maakt het in Venlo). Dit is het scenario waarvoor de gemeenteraad zich raadsbreed heeft uitgesproken. Individuele ontplooiing en participatie, innovatiekracht en een aantrekkelijk woonklimaat zijn de belangrijkste karakteristieken van dit door de gemeenteraad gekozen samengesteld toekomstscenario. Afweging Het oostelijk deel van het plangebied (deelgebied 1) betreft een perceel met een bosbestemming, aansluitend op een bestaand bedrijfsperceel op het bedrijventerrein Trade Port West. Het voornemen om dit perceel bij het bedrijf te betrekken is hierdoor niet in strijd met de Strategische Visie Venlo 2030. Ook natuurcompensatie in deelgebied 2 is niet in strijd met de Strategische Visie Venlo 2030. Het herstel van de woningbouwtitel aan de Paul Guillaumestraat (deelgebied 3) is tot slot ook passend binnen de Strategische Visie Venlo 2030. Hiermee wordt namelijk een open plek tussen bestaande woningen in een woonwijk ingevuld en wordt bijgedragen aan een aantrekkelijk woonklimaat.

Ruimtelijke Structuurvisie Venlo Op 25 juni 2014 heeft de gemeenteraad van Venlo de ‘Ruimtelijke Structuurvisie Venlo’ vastgesteld. In de structuurvisie staat de hoofdlijn van het ruimtelijk beleid voor de gemeente Venlo beschreven. Hieruit is af te leiden wat er de komende jaren op ruimtelijk gebied wel en niet mogelijk is. De structuurvisie geldt voor het hele grondgebied van de gemeente Venlo, met uitzondering van Klavertje 4, Klein Vink en Laerbroeck. Voor deze gebieden bestaan aparte structuurvisies. In de Ruimtelijke Structuurvisie Venlo zijn niet de regels, maar de ambities en opgaven het uitgangspunt. Nieuwe initiatieven worden in de toekomst nadrukkelijker beoordeeld op het maatschappelijk rendement. Dit rendement wordt bepaald door de mate waarin ontwikkelingen bijdragen aan het bereiken van de ambities van Venlo die zijn vastgelegd in de Strategische Visie 2030. De ruimtelijke structuurvisie is verdeeld in vijf thema’s, de zogenaamde ‘majeure opgaven’: 1. Drukte in het ommeland: het contrast tussen buitengebied en stedelijk gebied verscherpen door het buitengebied ook daadwerkelijk als buitengebied te behandelen. Dit betekent het combineren van meerdere functies, zoals landbouw, recreatie, waterberging en natuurontwikkeling. 2.

Ruimte in de stad: het contrast tussen buitengebied en stedelijk gebied door de beschikbare ruimte in bestaand stedelijk gebied maximaal te benutten. 3. Leven met de Maas: ruimte geven aan de rivier en haar beken om te anticiperen op klimaatverandering. 4. Voorzieningen op maat: zorgen voor vitale en toekomstbestendige voorzieningenclusters die aansluiten bij de reële behoefte van de samenleving.

Hoofdstuk 3

21

5.

Robuuste structuren: werken aan een weerbare infrastructuur voor personen- en goederenvervoer. Daarnaast vraagt het gebruik van de ondergrond en het opwekken van schone energie steeds meer aandacht.

Naast deze ‘majeure opgaven’ wordt er uitgegaan van drie basisprincipes, aandachtspunten die van toepassing zijn op elk ruimtelijk initiatief. Dit betekent concreet dat een initiatief als kansrijker wordt beschouwd als:  Het de uitgangspunten van Cradle to Cradle (C2C) als vertrekpunt hanteert;  De vraag wordt gesteld wat het betrekken van (Duitse) regiogemeenten kan betekenen;  Het zelf georganiseerd draagvlak geniet. Afweging Volgens de structuurvisie is deelgebied 1 van het plangebied gelegen op een ‘(boven)regionaal bedrijventerrein’, dat primair bedoeld is voor topsectoren en/of zware milieubelastende bedrijvigheid. De gemeente Venlo wil op bedrijventerreinen initiatieven binnen bestaande bedrijventerreinen richten op het intensiever benutten van de ruimte. De uitbreiding van een bestaand bedrijfsperceel wordt als een intensievere benutting van de ruimte beschouwd. Het initiatief past daarmee binnen de beleidsuitgangspunten van de structuurvisie.

Uitsnede kaart ‘Ruimte in stad en dorp’ met globale ligging plangebied (rood omcirkeld)

Hoofdstuk 3

22

Deelgebied 2 van het plangebied (het natuurcompensatieperceel) ligt volgens de structuurvisie binnen de ‘ecologische hoofdstructuur’ van bestaande bos- en natuurgebieden. Aangezien op dit perceel natuurontwikkeling is voorzien, is deze ontwikkeling passend binnen de uitgangspunten van de structuurvisie.

Uitsnede kaart 'Drukte in het ommeland' met globale ligging plangebied (rood omcirkeld)

Deelgebied 3 van het plangebied (herstel van de woningbouwtitel aan de Paul Guillaumestraat) ligt binnen de ‘contour stedelijk / dorpsgebied’ en is nader aangeduid als ‘woongebied’. Woningbouw is passend op deze locatie. Het herstel van de bouwtitel voor een woning op deze plek draagt bovendien bij aan het beter benutten van de ruimte binnen het bestaand stedelijk gebied, aangezien een open plek tussen bestaande woningen wordt ingevuld.

Hoofdstuk 3

23

Uitsnede kaart ‘Ruimte in stad en dorp’ met globale ligging plangebied (rood omcirkeld)

Vigerende bestemmingsplannen deelgebied 1 (bedrijf Columbusweg) Het oostelijk deel van dit deelgebied is gelegen binnen het bestemmingsplan ‘Trade Port West-Oost’, zoals dit op 21 december 2010 is vastgesteld. Binnen dit bestemmingsplan geldt voor het plangebied de bestemming ‘Bos’. De voor ‘Bos’ aangewezen gronden zijn bestemd voor:  het beschermen en instandhouden van bos;  groenvoorzieningen;  waterhuishoudkundige voorzieningen, waterlopen en waterpartijen, alsmede (ondergrondse) waterbergings- en infiltratievoorzieningen; met daaraan ondergeschikt:  extensief recreatief medegebruik;  paden en wegen; met de daarbij behorende:  bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Het beoogde gebruik van het voorliggende perceel voor bedrijfsdoeleinden is binnen deze bestemming niet toegestaan. Daarnaast geldt een vergunningplicht voor het aanleggen van oppervlakteverhardingen op dit perceelsdeel.

Hoofdstuk 3

24

Het zuidelijk deel van het plangebied heeft de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie’. Deze gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming en het behoud van de op en/of in deze gronden voorkomende archeologische waarden. In paragraaf 5.2 wordt hier nader op ingegaan.

Uitsnede verbeelding bestemmingsplan 'Trade Port West-Oost' met ligging plangebied (rood omlijnd)

Het westelijk deel van het plangebied ligt binnen het plangebied van het bestemmingsplan ‘Veegplan stedelijk gebied 2015’, dat op 16 december 2015 is vastgesteld door de gemeenteraad van Venlo. Dit perceelsdeel is bestemd tot ‘Bedrijventerrein’, met de functieaanduidingen ‘bedrijf tot en met categorie 5.1’ en ‘specifieke vorm van bedrijf – bedrijf t/m categorie 2 uitgesloten’. Het beoogde garagebedrijf voor vrachtauto’s betreft een bedrijf van categorie 3.2, en is hiermee mogelijk binnen deze bestemming. Daarnaast is er een bouwvlak aanwezig, dat voor maximaal 60% bebouwd mag worden. Hierbij dient voor bedrijfsgebouwen een afstand van minimaal 5 meter tot de zijdelingse en achterste perceelgrenzen in acht te worden genomen. Aangezien het beoogde bedrijfsgebouw op de achterste perceelgrens is gesitueerd, is de oprichting van dit gebouw niet rechtstreeks toegestaan. Van de afwijkingsregels in het vigerende bestemmingsplan kan vanwege de omvang van het bedrijfsperceel (lengte ca. 65 m en breedte ca. 123 m) geen gebruik worden gemaakt.

Hoofdstuk 3

25

Op het gehele deelgebied ligt tot slot de gebiedsaanduiding ‘geluidzone – industrie’, vanwege de zone voor industrielawaai van het bedrijventerrein Trade Port West. Deze ligging vormt geen belemmering voor het initiatief, zoals in paragraaf 5.1.3 wordt toegelicht.

Uitsnede verbeelding 'Veegplan stedelijk gebied 2015' met ligging plangebied (rood omlijnd)

Vigerend bestemmingsplan deelgebied 2 (natuurcompensatie Ravenvennen) Het natuurcompensatieperceel is gelegen binnen het plangebied van het bestemmingsplan ‘Arcen en Velden buitengebied’ en is hierin bestemd tot ‘Agrarisch gebied met natuurwaarden’. De gronden die zijn aangewezen voor 'Agrarisch gebied met natuurwaarden' zijn bestemd voor de volgende doeleinden: a) een duurzame agrarische bedrijfsvoering; b) instandhouding, herstel en/of ontwikkeling van de aanwezige waarden ten aanzien van natuur, landschap, cultuurhistorie, waterhuishoudkundige voorzieningen, water en watergangen; c) extensief recreatief medegebruik. d) wegen, verharde en onverharde paden. De beoogde natuurontwikkeling op dit perceel is op basis van deze geldende bestemming niet rechtstreeks mogelijk.

Hoofdstuk 3

26

Uitsnede verbeelding bestemmingsplan 'Arcen en Velden buitengebied’

Vigerend bestemmingsplan deelgebied 3 (herstel woningbouwtitel Paul Guillaumestraat) De locatie aan de Paul Guillaumestraat is gelegen binnen het plangebied van het geldende bestemmingsplan ‘Centrum Tegelen’, dat op 23 juni 2010 is vastgesteld door de gemeenteraad van Venlo. Het plangebied is bestemd tot ‘Wonen’, met de nadere aanduiding ‘specfieke bouwaanduiding – nieuwbouwwoningen’. Daarnaast geldt de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie’ voor het gehele plangebied, met de nadere functieaanduiding ‘specifieke vorm van waarde - archeologie hoge tot middelhoge waarde’. De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor:  het wonen, in de vorm van grondgebonden woningen, gestapelde woningen en boven- en benedenwoningen en waaronder begrepen kamerbewoning tot max. 4 personen per woning;  tuinen, erven en onbebouwde erven.  waterhuishoudkundige voorzieningen, alsmede (ondergrondse) waterbergings- en infiltratievoorzieningen; met de daarbij behorende:  hoofd- en bijgebouwen, aan- en uitbouwen;  bouwwerken, geen gebouwen zijnde. In paragraaf 5.2 wordt nader ingegaan op het aspect archeologie.

Hoofdstuk 3

27

In de toelichting bij dit plan is de locatie aangewezen als een locatie waar sprake is van geldende bouwrechten, die in dit bestemmingsplan worden overgenomen. Het plangebied is weliswaar bestemd tot ‘Wonen’, maar er is geen bouwvlak opgenomen, waardoor hier niet rechtstreeks gebouwd mag worden. In het voorliggende bestemmingsplan wordt deze bouwtitel hersteld, door middel van de toevoeging van een bouwvlak en de benodigde bouw- en maatvoeringsaanduidingen

Uitsnede verbeelding bestemmingsplan 'Centrum Tegelen'

Hoofdstuk 3

28

4.

PLANBESCHRIJVING

In dit hoofdstuk wordt het beoogde project beschreven en worden de stedenbouwkundige en ruimtelijke effecten hiervan weergegeven.

4.1 Projectprofiel Deelgebied 1. Bedrijfslocatie Columbusweg Het plangebied wordt gebruikt voor bedrijfsdoeleinden ten behoeve van het garagebedrijf MAN Venlo, dat zich inmiddels op deze locatie heeft gevestigd. De strook aan de oostzijde van het plangebied is bestemd tot ‘Bos’. Binnen deze bestemming is gebruik voor bedrijfsdoeleinden niet toegestaan. Dit deel van het plangebied zal niet worden bebouwd. Wel zal dit deel van het plangebied grotendeels worden verhard middels een open, waterdoorlatende verharding en worden gebruikt voor de stalling van voertuigen. Langs de randen van het perceel zal een erfafscheiding worden opgericht. De bedrijfsbebouwing is geprojecteerd op het deel van het plangebied dat reeds bestemd is tot ‘Bedrijventerrein’. Het beoogde gebouw is echter niet rechtstreeks toegestaan volgens de bouwregels van de geldende bestemming, omdat het op de achterste perceelgrens is geprojecteerd. Volgens de bouwregels dienen bedrijfsgebouwen op een afstand van minimaal 5 meter tot de zijdelingse en achterste perceelgrenzen in acht te worden genomen.

Hoofdstuk 4

29

Situatietekening inrichting bedrijfsperceel met plangebied rood omlijnd

Hoofdstuk 4

30

Deelgebied 2. Natuurcompensatie Ravenvennen Voor de benodigde natuurcompensatie is een inrichtingsplan 2 opgesteld, dat als bijlage bij deze toelichting is gevoegd. Op dit perceel zal een bos-plantsoen worden aangeplant met een grootte van 4.500 m2 (0,45 hectare). Hier worden 2.400 bomen en struiken aangeplant van verschillende gebiedseigen soorten. Deelgebied 3. Herstel woningbouwtitel Paul Guillaumestraat Op deze locatie vindt het herstel van een woningbouwtitel plaats, middels de toevoeging van een bouwvlak. Er is nog geen concreet bouwplan beschikbaar voor deze woning. Het bouwvlak voor de woning sluit aan bij de bouwvlakken van de omliggende woningen. De voorgevelrooilijn ligt in lijn met de zijgevel van de naastgelegen woning aan de Muldershof 2. Qua goot- en bouwhoogte wordt eveneens aangesloten bij de naastgelegen woningen.

4.2 Stedenbouwkundige en ruimtelijke effecten Deelgebied 1. Bedrijfslocatie Columbusweg Vanuit stedenbouwkundig oogpunt is de ligging van het bedrijfsgebouw op de achterste perceelgrens niet bezwaarlijk. Doordat de strook achter de achterste perceelgrens (het oostelijk deel van het plangebied) zal worden gebruikt voor bedrijfsdoeleinden blijft er sprake van een gepaste afstand van het bedrijfsgebouw tot het bos dat ten oosten van het perceel is gelegen. De voorgenomen uitbreiding van het bedrijfsperceel binnen de bestemming ‘Bos’ is, gezien de aard van de omgeving, waarin veel bedrijven zijn gevestigd, in functioneel en stedenbouwkundig opzicht niet bezwaarlijk. In de omgeving van het plangebied zijn geen woningen of andere gevoelige functies gelegen die door de realisatie van het bedrijf negatief worden beïnvloed. Mede hierdoor zijn de ruimtelijke en stedenbouwkundige effecten van de voorliggende beperkte uitbreiding van het bedrijfsperceel verwaarloosbaar. Deelgebied 2. Natuurcompensatie Ravenvennen De voorliggende natuurcompensatie omvat de omzetting van het huidige agrarisch perceel naar een bosperceel, waarop een bos-plantsoen van bomen en struiken wordt aangeplant. Hierbij wordt geen nieuwe bebouwing opgericht. Functioneel gezien is het beoogde bos passend in zijn omgeving, aangezien de omgeving reeds bestaat uit een afwisseling van agrarische- en bospercelen.

Het nieuwe bos sluit bovendien direct aan op een naastgelegen bosperceel. Er zal dan ook geen sprake zijn van negatieve ruimtelijke en stedenbouwkundige effecten als gevolg van de natuurcompensatie.

2

Stichting het Limburgs Landschap, Boscompensatie t.b.v. bouw hangaar VEZC Groote heide, januari 2018

Hoofdstuk 4

31

Deelgebied 3. Herstel woningbouwtitel Paul Guillaumestraat Het herstel van de woningbouwtitel aan de Paul Guillaumestraat draagt bij aan een passende opvulling van een open plek binnen het bestaande woongebied. De nieuwe woning sluit qua typologie, situering en maatvoering aan bij de naastgelegen woningen. Hierdoor zal er geen sprake zijn van negatieve stedenbouwkundige en ruimtelijke effecten.

Hoofdstuk 4

32

5.

RANDVOORWAARDEN / RESULTATEN ONDERZOEKEN

Bij de realisatie van de voorgenomen ontwikkeling dient rekening te worden gehouden met (milieu)invloeden vanuit de omgeving op de ontwikkeling zelf en met invloeden vanuit de ontwikkeling op de omgeving. Het onderzoek naar de milieuaspecten bodem, geluid, lucht, externe veiligheid, geur en milieuzonering voor het plangebied wordt in de navolgende paragrafen beschreven. Tevens wordt ingegaan op de eventuele m.e.r.-(beoordelings)plichtigheid van het plan. Eveneens is gekeken naar de gevolgen van de gewenste ingreep voor de aspecten archeologie, cultuurhistorie, leidingen en infrastructuur, ecologie, waterhuishouding en verkeer. De hieruit voortkomende bevindingen worden in onderstaande paragrafen toegelicht.

5.1 Milieu 5.1.1 Bodem- en grondwaterkwaliteit Uitgangspunt van een goede ruimtelijke ordening is dat de bodemkwaliteit geschikt is voor de beoogde bestemming en de daarin toegestane gebruiksvormen. Dit betekent dat het aspect bodemkwaliteit voor vrijwel alle nieuwe ontwikkelingen, die met ruimtelijke plannen mogelijk worden gemaakt, onderzocht moet worden. Voor de voorliggende bedrijfslocatie aan de Columbusweg is daarom in 2008 een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. De resultaten van dit onderzoek zijn hieronder samengevat. Voor meer informatie wordt verwezen naar het volledige onderzoeksrapport 3. De onderzoeksstrategie is opgesteld volgens de hypothese ‘niet verdachte locatie’. Tijdens het verrichten van de veldwerkzaamheden is de toplaag van de onderzoekslocatie als braakliggend terrein aangemerkt. De boven- en ondergrond bestaat uit matig fijn, zwak tot matig siltig zand. Visueel zijn geen bodemvreemde kenmerken en/of asbest waargenomen. Bovengrond, 0 tot 0,5 m-mv In de bovengrond zijn geen overschrijdingen van de in het onderzoek genomen milieukritische parameters boven de streefwaarden aangetoond. Ondergrond, 0,5 tot 2,0 m-mv In de ondergrond zijn eveneens geen overschrijdingen van de in het onderzoek genomen milieukritische parameters boven de streefwaarden aangetoond.

Grondwater

3

BKK Bodemadvies bv, Verkennend bodemonderzoek locatie Columbusweg (ong.) te Venlo, rapportnummer 8010.BKK, 1 februari 2008

Hoofdstuk 5

33

In het grondwater is een sterk verhoogde concentratie (overschrijding interventiewaarde voor) zink en zijn licht verhoogde concentraties (overschrijding streefwaarden) met cadmium en koper gemeten. Voor het overige zijn er in de grondwatermonsters geen overschrijdingen van de in het onderzoek genomen milieukritische parameters boven de streefwaarden aangetoond. De onderzoekshypothese ‘onverdachte locatie’ wordt door de onderzoeksresultaten bevestigd. De in het grondwater gemeten verhoogde concentraties zware metalen zijn te relateren aan een diffuus en bekend verontreinigingsbeeld binnen de regio. In de bovenliggende bodem worden geen verontreinigingen met zware metalen gemeten. Er is geen reden voor aanvullend bodemonderzoek. Er bestaan geen belemmeringen c.q. beperkingen met betrekking tot de toekomstige ontwikkelingen op de onderzoekslocatie. Wel dient er rekening te worden gehouden met enkele gebruiksbeperkingen ten aanzien van het gebruik van het (freatische) grondwater. De aanwezigheid van zware metalen (met name zink) in een sterk verhoogde concentratie in het (freatisch) grondwater maakt dit minder geschikt voor gebruik (consumptie, drenken van vee, beregening van landbouwgronden). In dit verband dient wel opgemerkt te worden dat het grondwater dat wordt opgepompt ten behoeve van o.a.

landbouwkundige doeleinden vanaf een grotere diepte afkomstig is en dat de kwaliteit en samenstelling van dit grondwater in het overgrote deel van de gevallen anders van samenstelling is dan het freatische grondwater. De gemeente Venlo heeft op 10 maart 2008 een bodemgeschiktheidsverklaring afgegeven voor de voorliggende locatie4, waarin verklaard is dat de bodem geschikt is voor bedrijfsdoeleinden. Wel wordt afgeraden om het freatisch grondwater te gebruiken voor consumptie, besproeiing of proceswater. In de periode na uitvoering van het verkennend bodemonderzoek en de afgifte van de bodemgeschiktheidsverklaring hebben zich op de voorliggende locatie geen activiteiten voorgedaan waardoor de bodemkwaliteit kan zijn verslechterd. De bodemkwaliteit is hierdoor ook in de huidige situatie geschikt voor het gebruik voor bedrijfsdoeleinden. Wat betreft het natuurcompensatieperceel is sprake van een functiewijziging van een agrarisch perceel naar een bosperceel. Hierbij is geen sprake van een milieugevoeliger gebruik dan het huidige gebruik. Een bodemonderzoek wordt hierdoor niet noodzakelijk geacht. Op de locatie aan de Paul Guillaumestraat heeft Aeres Milieu in juli 2017 een vooronderzoek uitgevoerd. De resultaten van dit onderzoek zijn hieronder samengevat. Voor meer informatie wordt verwezen naar de volledige onderzoeksrapportage5.

Gebaseerd op de verzamelde gegevens uit het vooronderzoek dient de onderzoekslocatie als ‘verdacht’ beschouwd te worden op het voorkomen van verontreinigingen. Op basis van de resultaten van het eerder uitgevoerde bodemonderzoek dient rekening gehouden te worden met het aantreffen van

4

Gemeente Venlo, Bodemgeschiktheidsverklaring, 10 maart 2008 Aeres Milieu B.V., Vooronderzoek Paul Guillaumestraat te Tegelen (kad. Sectie A nr. 6293), projectnummer AM17241, 28 juli 2017 5

Hoofdstuk 5

34

licht verhoogde gehalten aan zware metalen, PAK en minerale olie in de grond en licht tot sterk verhoogd gehalten aan zware metalen in het grondwater. De aanwezigheid van asbestverdacht materiaal in de bodem wordt vooralsnog niet verwacht (niet verdacht). Middels het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek kan de actuele milieuhygiënische kwaliteit van de bodem vastgesteld worden en kan beoordeeld worden of de bodemkwaliteit voldoet aan het gewenste toekomstige gebruik (wonen met tuin). Gelet op het gewenste gebruik van de locatie wordt geadviseerd om tijdens het verkennend bodemonderzoek tevens een onderzoek naar asbest uit te voeren om de hypothese ‘niet verdacht’ te kunnen bevestigen. Aeres Milieu heeft daarom in november 2017 een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd op de voorliggende locatie. De resultaten van dit onderzoek zijn hieronder samengevat. Voor meer informatie wordt verwezen naar de volledige onderzoeksrapportage 6. Uit de analyseresultaten blijkt dat de bovengrond plaatselijk licht verhoogd is met lood en zink. De ondergrond is een licht verhoogd met kobalt. In het grondwater zijn licht verhoogde gehalten met barium, nikkel en xylenen gemeten. Uit de resultaten van het verkennend onderzoek naar asbest blijkt dat in de grove fractie (>20 mm) visueel geen asbestverdacht materiaal is waargenomen.

In de geanalyseerde grondmengmonsters van de fijne fractie (<20 mm) is geen verhoogd gehalte aan asbest aangetoond. De resultaten van dit bodemonderzoek geven geen aanleiding tot het uitvoeren van een aanvullend of nader bodemonderzoek. De milieuhygiënische conditie van de bodem vormt geen belemmering voor de planontwikkeling en het voorgenomen gebruik (wonen). De aangetroffen licht verhoogde gehalten in de grond kunnen bij grondafvoer beperkingen opleveren ten aanzien van het (her)gebruik van de grond, omdat dan veelal andere normen gelden. Ten aanzien van hergebruik van deze grond elders is het Besluit Bodemkwaliteit van toepassing. Conclusie De bodemkwaliteit ter plaatse van het plangebied aan de Columbusweg is geschikt voor het beoogde gebruik voor bedrijfsdoeleinden. De bodemkwaliteit ter plaatse van het natuurcompensatieperceel is geschikt voor het hier beoogde gebruik als bosperceel. De bodemkwaliteit ter plaatse van het plangebied aan de Paul Guillaumestraat is geschikt voor het beoogde gebruik voor woondoeleinden. Het aspect bodemkwaliteit vormt hiermee geen belemmering voor het initiatief. 5.1.2 Luchtkwaliteit Algemeen In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt bij het opstellen van een bestemmingsplan of ruimtelijke onderbouwing uit het oogpunt van de bescherming van de gezondheid van mens en milieu 6

Aeres Milieu B.V., Verkennend bodemonderzoek Paul Guillaumestraat te Tegelen, projectnummer AM 17418, 28 november 2017

Hoofdstuk 5

35

rekening gehouden met de luchtkwaliteit ter plaatse. Het toetsingskader voor luchtkwaliteit wordt gevormd door hoofdstuk 5.2 luchtkwaliteitseisen van de Wet milieubeheer (ook wel Wet luchtkwaliteit genoemd, Wlk). De Wlk bevat grenswaarden voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, fijn stof, lood en koolmonoxide en benzeen. Hierbij zijn in Nederland met name de grenswaarden voor stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM2,5 en PM10) van belang. De vigerende grenswaarden voor stikstofoxide en fijn stof zijn in de navolgende tabel weergegeven. De grenswaarden gelden voor de buitenlucht, met uitzondering van een werkplek in de zin van de Arbeidsomstandighedenwet en op plaatsen die niet toegankelijk zijn voor publiek en waar geen vaste bewoning is, zoals akkerland en de rijbaan en ontoegankelijke middenbermen van wegen. Stof stikstofdioxide (NO2) fijn stof (PM10) fijn stof (PM2,5)

Toetsing van grenswaarde jaargemiddelde concentratie 40 µg/m³ jaargemiddelde concentratie 40 µg/m³ jaargemiddelde concentratie 25 µg/m³

Artikel 5.16 Wm (lid 1) geeft weer, onder welke voorwaarden bestuursorganen bepaalde bevoegdheden (uit lid 2) mogen uitoefenen. Als aan minimaal één van de volgende voorwaarden wordt voldaan, vormen luchtkwaliteitseisen in beginsel geen belemmering voor het uitoefenen van de bevoegdheid: a. Er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; b. Een project leidt – al dan niet per saldo – niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; c. Een project draagt ‘niet in betekenende mate’ (NIBM) bij aan de luchtverontreiniging; d. Een project past binnen het NSL (Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit), of binnen een regionaal programma van maatregelen. Besluit niet in betekenende mate (NIBM) In dit Besluit is exact bepaald in welke gevallen een project vanwege de gevolgen voor de luchtkwaliteit niet aan de grenswaarden hoeft te worden getoetst. Dit is bijvoorbeeld het geval indien een project een effect heeft van minder dan 3% van de jaargemiddelde grenswaarde NO 2 en PM10 (= 1,2 µg/m³). De achtergrond van het beginsel ‘Niet in betekenende mate’ is dat de gevolgen van een ontwikkeling voor de luchtkwaliteit in een aantal gevallen (beschreven in de ministeriële Regeling NIBM) worden tenietgedaan door de ontwikkeling van bijvoorbeeld schonere motoren in het gehele land.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.venlo.nl/api/v1/meetings/622/documents/16585