CConstaterende datVenlo
Koppel je AI →
Document · PDF

009 Technische vragen en beantwoording Veur Groeët Venlo - RC583058 Warmteprogramma Venlo.pdf

Commissie Omgeving 11 februari 2026, gemeente VenloBij agendapunt: 7.1: Warmteprogramma gemeente Venlo (583058)1.034 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

TECHNISCHE VRAAG

Naam en fractie Peter Bastiaens, Veur Groeët Venlo Onderwerp RC583058 Warmtenet Datum 3 februari 2026 Inleiding/toelichting Voorafgaande aan de RC op 11 februari a.s. heeft Veur Groeët Venlo enige technische vragen, mede ingegeven door de conclusie uit het onderzoek ‘De Energiekloof’ van Berenschot. Vraag 1. Welke inkomensgroepen en woonvormen zijn expliciet meegenomen in de effectanalyse van de maatregelen in RC583058, en welke niet? 2. Wat is de geraamde bandbreedte van de totale kosten per woning voor de voorgestelde maatregelen, uitgesplitst naar type woning en eigendomssituatie? 3. Is doorgerekend wat het effect is op de totale woonlasten (energie + vaste lasten) voor huishoudens die niet of slechts gedeeltelijk kunnen verduurzamen? 4. Welke aannames zijn gebruikt over deelnamegraad van inwoners, en hoe zijn deze onderbouwd? 5. Welke risico’s zijn geïdentificeerd bij lagere deelname of hogere kosten, en hoe zijn deze financieel en beleidsmatig afgedekt? 6. In hoeverre is rekening gehouden met beperkingen door netcongestie, en welke scenario’s zijn uitgewerkt als deze langer aanhoudt dan verwacht? 7. Welke alternatieve technische oplossingen zijn onderzocht voor huishoudens of wijken waar de voorkeursmaatregel niet uitvoerbaar blijkt? 8.

Welke meetindicatoren worden gebruikt om sociale effecten te monitoren, zoals betaalbaarheid en toegankelijkheid voor verschillende inkomensgroepen 9. Op welk moment en op basis van welke signalen vindt bijsturing plaats indien negatieve sociale effecten worden geconstateerd? 10. Hoe wordt de gemeenteraad geïnformeerd over de kostenontwikkeling en sociale effecten van RC583058? 11. Welke voorwaarden gelden binnen RC583058 voor het voortzetten, aanpassen of beëindigen van grootschalige collectieve energiesystemen indien deelnamegraad, betaalbaarheid of draagvlak achterblijven bij de uitgangspunten? Antwoorden Het vaststellen van het gemeentelijke warmteprogramma is wettelijk verplicht en een bevoegdheid en verantwoordelijkheid van het college van burgemeester en wethouders. Het vertaalt landelijke doelstellingen en lokale ambities naar een gebiedsgerichte koers voor de warmtetransitie in Venlo. Het programma biedt richting en prioritering, maar neemt nadrukkelijk geen besluiten over concrete projecten, investeringen of individuele huishoudens. Veel van de gestelde vragen raken terecht aan belangrijke thema’s zoals betaalbaarheid, woonlasten, deelnamegraad en sociale effecten. Deze vraagstukken zijn echter onlosmakelijk verbonden met de uitwerking van concrete projecten, zoals wijkuitvoeringsplannen of afzonderlijke warmtenetvoorstellen.

Pas in die fase zijn kostenramingen en risicoanalyses zinvol en betrouwbaar te maken. Het Warmteprogramma is daarmee met name een afwegingskader en regie-instrument: het beschrijft welke oplossingen per gebied kansrijk zijn, welke principes daarbij leidend zijn (zoals betaalbaarheid) en onder welke voorwaarden verdere uitwerking plaatsvindt. De daadwerkelijke toetsing op huishoudniveau, inclusief sociale en financiële effecten, vindt plaats bij latere besluitvormingsmomenten. 1. Het Warmteprogramma (RC583058) bevat geen effectanalyse op huishoudniveau. De onderliggende analyses, met name de PBL-Startanalyse, kijken primair naar technische kenmerken van buurten, zoals type woningen, bouwjaren en warmtevraagprofielen. Er is daarbij niet gedifferentieerd naar specifieke inkomensgroepen of naar individuele woonvormen. Het programma geeft op hoofdlijnen richting aan mogelijke warmteoplossingen per gebied, maar maakt geen uitspraken over verdelingseffecten tussen huishoudens. Dergelijke analyses worden

TECHNISCHE VRAAG pas uitgevoerd bij concrete wijkuitvoeringsplannen of investeringsvoorstellen. 2. In het Warmteprogramma zijn geen ramingen opgenomen van kosten per woning, uitgesplitst naar type woning of eigendomssituatie. Het programma is een strategisch en kaderstellend document dat richting geeft aan de warmtetransitie, maar geen businesscases bevat. De totale kosten per woning zijn sterk afhankelijk van lokale omstandigheden, het gekozen technisch ontwerp en de schaalgrootte van een project. Bandbreedtes van investeringskosten worden daarom pas inzichtelijk gemaakt bij concrete projectvoorstellen. 3. Er is in het kader van het Warmteprogramma geen doorrekening gemaakt van het effect op de totale woonlasten van huishoudens die niet of slechts gedeeltelijk kunnen verduurzamen. Het programma bevat wel afwegingskaders waarin betaalbaarheid een centrale rol speelt, maar geen individuele of wijkgerichte woonlastenanalyses. 4. In het Warmteprogramma zijn geen aannames opgenomen over de verwachte deelnamegraad van inwoners. Omdat het programma geen besluiten neemt over specifieke projecten of systemen, is het ook niet mogelijk om betrouwbare aannames te doen over aansluitpercentages of participatiebereidheid. Deelnamegraad is afhankelijk van factoren zoals prijsstelling, technische haalbaarheid, draagvlak, wetgeving en het aanbod aan alternatieven. 5.

Het Warmteprogramma benoemt op hoofdlijnen risico’s zoals betaalbaarheid, draagvlak, netcongestie en beschikbaarheid van warmtebronnen, maar bevat geen financiële afdekking van projectrisico’s. Risico’s bij lagere deelname of hogere kosten zijn vraagstukken die specifiek horen bij de businesscase van concrete warmtenetprojecten. Pas wanneer een project daadwerkelijk wordt voorbereid, worden scenario’s doorgerekend. Een voorbeeld hiervan is het warmtenetproject Venlo-Zuid, waarvoor medio 2026 een apart voorstel aan de raad wordt voorgelegd. 6. In het Warmteprogramma is nadrukkelijk rekening gehouden met de problematiek van netcongestie. Het programma kiest waar mogelijk voor oplossingen die de druk op het elektriciteitsnet beperken, zoals warmtenetten of hybride systemen. Netbewust bouwen en een goede afstemming tussen warmte- en elektriciteitssystemen vormen belangrijke uitgangspunten. 7. Het Warmteprogramma gaat uit van een adaptieve aanpak waarbij meerdere technische routes mogelijk blijven. Voor wijken waar een voorkeursoplossing niet uitvoerbaar blijkt, worden alternatieven overwogen. Het programma legt daarom geen onomkeerbare keuzes vast, maar biedt een afwegingskader om per buurt tot de meest passende oplossing te komen.

Bij de selectie van warmteoplossingen wordt zoveel mogelijk aangesloten bij de oplossingen die vanuit het Rijk en het Planbureau voor de Leefomgeving als realistisch en duurzaam op korte termijn worden geacht. 8. Het Warmteprogramma bevat indicatoren om de voortgang en maatschappelijke effecten te volgen, zoals de voortgang van isolatie en verduurzaming. Deze indicatoren worden gebruikt om op programmaniveau te monitoren. Er zijn geen specifieke indicatoren opgesteld om de directe sociale effecten te monitoren. 9. Het Warmteprogramma wordt periodiek herijkt en kan op basis van nieuwe inzichten worden aangepast. Daarnaast wordt bij elk afzonderlijk project vooraf getoetst of de gekozen oplossing voor inwoners aanvaardbaar en betaalbaar is. 10. De gemeenteraad wordt via de reguliere P&C-cyclus geïnformeerd over de uitvoering van het Warmteprogramma. Daarnaast ontvangt de raad afzonderlijke voorstellen wanneer concrete investeringsbesluiten aan de orde zijn. Kostenontwikkelingen en sociale effecten worden vooral inzichtelijk gemaakt bij deze projectvoorstellen. Het

TECHNISCHE VRAAG Warmteprogramma zelf is kaderstellend; de financiële en maatschappelijke uitwerking volgt in latere besluitvormingstrajecten. 11. Binnen het Warmteprogramma zijn voorwaarden vastgelegd die richting geven aan de beoordeling van collectieve energiesystemen. Het daadwerkelijk starten van een warmtenetproject is alleen aan de orde wanneer voldoende betaalbaarheid, draagvlak en technische haalbaarheid aanwezig zijn. Deze afwegingen vinden plaats bij concrete projecten en niet bij de vaststelling van het Warmteprogramma zelf.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.venlo.nl/api/v1/meetings/989/documents/24913