CConstaterende datVenlo
Koppel je AI →
Document · PDF

005bijl Beleidskader Nieuwe Energie.pdf

Oordeelsvormende raadsvergadering 19 januari 2022, gemeente VenloBij agendapunt: 5.b: 20.40 - 21.10 uur Beleidskader Nieuwe Energie (RV 2022-5)16.080 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

NIEUWE ENERGIE

29712

BELEIDSK ADER NIEUWE ENERGIE Dit beleidskader richt zich op het vinden van een breed gedragen invulling van de lokale en regionale opgave voor het opwekken van Nieuwe energie.

VOORWOORD Voor je ligt het beleidskader ‘Nieuwe energie’ van de gemeente Venlo. Met dit kader maken we voor iedereen duidelijk welk beleid we de komende jaren nastreven voor het opwekken van duurzame energie in onze gemeente. Een belangrijk en zeer actueel thema. Het is duidelijk dat dit thema niet alleen voor het klimaat een enorme waarde heeft, maar ook voor de betaalbaarheid en beschikbaarheid van energie voor onze inwoners van Venlo en bedrijven. Als gemeente worden we regelmatig benaderd door partijen met goede ideeën en oplossingen. Het onderwerp leeft. Dit beleidskader is mede tot stand gekomen door de betrokkenheid van verschillende belanghebbenden zoals dorps- en wijkraden, energiecoöperaties, vertegenwoordigers van wijkakkoorden, ondernemers, agrariërs en projectontwikkelaars. Deze partijen hebben vooraf aangegeven wat zij belangrijk vinden en waar wij als gemeente aandacht aan moeten besteden. Het resultaat hiervan is dit beleidskader waarin we aandacht besteden aan de volgende zaken: • • • •

Zorgvuldig en meervoudig gebruik van onze kostbare ruimte; Het zoeken naar draagvlak bij onze inwoners; Het bieden van kansen om lokaal te profiteren van het opwekken van duurzame energie; Een burgerforum waarbij we samen met de omgeving op zoek gaan naar kansen en mogelijkheden per dorp, wijk of stadsdeel.

Je kunt dit beleidskader beschouwen als een uitnodiging om samen aan de slag te gaan met Nieuwe energie; geen strak vastgezette kaders, maar ruimte voor maatwerk om samen te werken aan Nieuwe energie in heel Venlo. Namens burgemeester en wethouders van gemeente Venlo, Marij Pollux, Wethouder Duurzaamheid

INHOUD SAMENVATTING Samenvatting Visuele samenvatting beleidskader

HOOFDSTUK 1 INLEIDING Aanleiding Doelen en opgave Participatietraject Lokale accenten en inkleuring Grootschalig, middelgroot en kleinschalig

HOOFDSTUK 2 BELEIDSACHTERGROND Inleiding Rijksbeleid Provinciaal beleid Regionaal beleid Gemeentelijk beleid

5 5 7

8 8 8 9 10 11

12 12 12 14 14 15

HOOFDSTUK 3 STURINGSFILOSOFIE 18 Sturingsfilosofie Stimuleren en toetsen Maatwerk Faciliteren en stimuleren

HOOFDSTUK 4 BELEIDSMATIGE UITGANGSPUNTEN Algemene uitgangspunten Uitgangspunten grootschalig initiatieven (spoor 1) Uitgangspunten kleinschalig initiatieven (spoor 2) Uitgangspunten ruimtelijke ontwikkelingen en koppelkansen

HOOFDSTUK 5 STIMULERINGSKADER Informeren, inspireren en stimuleren Stimuleren op technisch vlak Stimuleren van nieuwe technieken Stimuleren van meervoudig ruimtegebruik Stimuleren op organisitorisch vlak Burgerforum Koppeling met andere transities Experimenten

Beleidskader Nieuwe Energie Gemeente Venlo

18 18 19 20

22 21 27 33 36

42 42 43 45 45 46 47 49 52

3

HOOFDSTUK 6 DOORKIJK NAAR TOETSINGSKADER Toetsingskader

HOOFDSTUK 7 EVALUATIE, BIJSTELLING EN VERVOLGVRAGEN Mogelijke vragen voor de evaluatie Bijstelling en vervolg

53 53

54 54 54

HOOFDSTUK 8 LITERATUUR EN INTERNETBRONNEN

56

HOOFDSTUK 9 BIJLAGEN

57

Definities Overige documenten Tips voor het plaatsen van zonnepanelen Tips voor een zorgvuldige inpassing van zonnepanelen op het dak Voorbeelden om een plus voor de natuur te realiseren

Beleidskader Nieuwe Energie Gemeente Venlo

57 59 59 60 60

4

SAMENVATTING DE OPGAVE Dit beleidskader sluit aan bij de doelstellingen vanuit de Regionale Energiestrategie (RES) en de uitgangspunten van het programma ‘Venlo Circulaire en Duurzame Hoofdstad’. Onze vastgestelde ambitie voor het grootschalig opwekken van energie in de RES-regio Noord- en Midden-Limburg bedraagt 1200 gigawattuur (GWh) tot 2030. Dit is een eerste stap in de goede richting. Ook houden we aandacht voor de opgave van energieopwekking. De verwachting is dat de vraag naar duurzaam opgewekte energie alleen maar zal toenemen. Deze opgave wordt om de twee jaar herzien. Het doel is niet om zoveel mogelijk windturbines of zonnepanelen te plaatsen, maar zo goed mogelijk te kijken waar dit kan. We kijken waar dit kan in combinatie met andere functies, waar de juiste inpassing in het landschap mogelijk is en of er draagvlak is in de omgeving. Om dit doel te realiseren gaan we in gesprek met belanghebbenden. We streven een zo hoog mogelijke kwaliteit van initiatieven na. ''We kijken naar de kansen voor energieopwekking die passen bij Venlo.''

HET DOEL VAN DIT BELEIDSKADER Dit beleidskader richt zich op het vinden van een breed gedragen invulling van zowel lokale als regionale opgave voor het opwekken van energie. Deels komt deze opgave voort uit de RES 1.0. Deze opgave gaat voornamelijk over grootschalige initiatieven. De gemeente Venlo bekijkt de aangewezen potentiegebieden en hoe het grootschalig opwekken van energie kan worden gecombineerd met andere opgaven in dat gebied. In dit beleidskader duiden we grootschalige initiatieven aan met ‘spoor 1’. De gemeente Venlo wil echter ook kleinere lokale initiatieven vanuit de samenleving stimuleren. Deze kleinschalige initiatieven duiden we aan met ‘spoor 2’.

Beide initiatieven dragen bij aan de energieopgave. Het doel van dit beleidskader is daarmee meervoudig en bestaat uit: •

• • •

Het in beeld brengen van de kansen en mogelijkheden voor het opwekken van Nieuwe duurzame energie. We kijken hierbij naar een koppeling met andere transities, meervoudig gebruik van de ruimte, zorgvuldige inpassing in het landschap en het vinden van draagvlak; De uitwerking van de ambities voor lokaal eigendom; Een beschrijving van een pakket aan stimuleringsmaatregelen; Het bieden van een kader met principes en voorwaarden voor de opwekking van Nieuwe energie, waardoor we de Venlose ruimtelijke kwaliteiten beschermen.

Beleidskader Nieuwe Energie Gemeente Venlo

5

IN PRINCIPE GEEN MIDDELGROTE INITIATIEVEN Als gemeente Venlo kiezen we ervoor om de eerste twee jaar in te spelen op grootschalig verkennen (spoor 1) en kleinschalig stimuleren (spoor 2). Middelgrote initiatieven (zonnevelden tussen de 2 en 15 hectare) hebben niet de voorkeur en staan we in de eerste twee jaar in principe niet toe. Initiatieven zijn echter altijd maatwerk, waarbij we rekening houden met de ruimtelijke kwaliteit en het draagvlak vanuit de omgeving. Als zich een dergelijk initiatief aandient, wordt de wenselijkheid daarvan op dat moment afgewogen. Dit heeft verschillende redenen: 1.

Er is schaarste op het elektriciteitsnet. Middelgrote initiatieven in het buitengebied kunnen dit verergeren en de kansen voor grootschalige initiatieven bovendien verdringen; 2. De ruimte in het buitengebied is schaars waardoor we zuinig moeten zijn met dit gebied. Zo voorkomen we verrommeling. Verrommeling ontstaat als het landschap overal deels wordt ingekleurd door middelgrote initiatieven; 3. De gemeente Venlo draagt met een aantal (geplande) initiatieven al goed bij aan de opgave voor het opwekken van energie. Er zijn diverse grote initiatieven op bedrijfsdaken ontwikkeld en de komst van windturbines op Greenport staat op de planning; 4. Het uitgangspunt van deze opgave is om zo min mogelijk landbouwgronden op te offeren aan de productie van energie. Bij deze landbouwgronden gaat het vaak over middelgrote initiatieven.

GROOTSCHALIG VERKENNEN EN KLEINSCHALIG STIMULEREN Het tweesporenbeleid wordt ingekleurd door eisen te stellen aan de twee initiatieven. Het beleid is er op gericht om energie op te wekken door lokale bewoners, bedrijven en organisaties. Alleen de opwekking van stroom is dan niet genoeg en er is geen plaats voor monofunctionele zonnevelden van investeerders van buitenaf.

Kleinschalige initiatieven (spoor 1) Kleinschalige initiatieven zijn gericht op verweving met bestaande of nieuwe functies en het zoeken naar kansen voor inwoners en bedrijven. Hierbij gaat het om opwekking voor eigen gebruik en het stimuleren van lokale initiatieven uit de samenleving.

Grootschalige initiatieven (spoor 2) Bij deze initiatieven zoeken we als gemeente naar aansluiting bij de initiatieven van aangrenzende gemeenten. Hoewel de RES hierin leidend is, houden we altijd rekening met de uitgangspunten van dit lokale beleidskader.

Op de volgende pagina vind je een visuele samenvatting van dit beleidskader.

Beleidskader Nieuwe Energie Gemeente Venlo

6

VISUELE SAMENVATTING BELEIDSKADER

1200 GWH

DOEL IS NIET OM ZOVEEL MOGELIJK WINDMOLENS TE PLAATSEN MAAR TE KIJKEN WAAR DEZE GEPLAATST WORDEN.

In gesprek gaan met belanghebbenden om een zo hoog mogelijke kwaliteit na te streven en na te gaan welke kansen voor energieopwekking passen bij Venlo.

bedraagt de opgave voor het grootschalig opwekken van energie tot 2030 in Noord- en Midden Limburg (deze opgave wordt tweejaarlijks herzien).

DIT BELEIDSKADER RICHT ZICH OP EEN TWEESPORENBELEID

SPOOR 1

SPOOR 2

Kleinschalige initiatieven

Dit beleidskader sluit aan bij de doelstellingen vanuit de Regionale Energiestrategie (RES) en de uitgangspunten van het programma Circulaire en Duurzame Hoofdstad. Het richt zich op het vinden van een breed gedragen invulling van de lokale en regionale opgave voor het opwekken van energie. Deels komt dit voort uit RES 1.0.

IN PRINCIPE

GEEN

Middelgrote initiatieven

WAAROM?

• Ruimte in buitengebied is schaars • Verrommeling voorkomen • Venlo draagt met de geplande ontwikkelingen bij aan de opgave • Weinig landbouwgronden opofferen aan de productie van energie • Schaarste op het elektriciteitsnet • Een initiatief is altijd maatwerk

IN BEELD BRENGEN

van de kansen en mogelijkheden voor de opwek van Nieuwe duurzame energie doen we samen met onze inwoners en bedrijven

Grootschalige initiatieven

BESCHRIJVING van

stimuleringsmaatregelen

UITWERKEN van

BIEDEN van een toetsingskader om de kwaliteit te waarborgen

de ambities op lokaal eigendom

DOEL VAN DIT BELEIDSKADER INZETTEN op grootschalig verkennen (spoor 1) en kleinschalig stimuleren (spoor 2) in de eerste 2 jaar

Beleidskader Nieuwe Energie Gemeente Venlo

7

HOOFDSTUK 1 INLEIDING AANLEIDING Het klimaat verandert in hoog tempo door de opwarming van de aarde. De winters worden zachter, de neerslaghoeveelheden groter en de zomers warmer. De zeespiegel stijgt en de biodiversiteit neemt af. Om dit tij te keren is het nodig om de uitstoot van CO2 terug te dringen. 30 RES-Regio's Om de uitstoot van CO2 terug te dringen, moeten we overschakelen op nieuwe en duurzame vormen van energie. Nederland gaat hiermee aan de slag door plannen te ontwikkelen in 30 regio’s; de Regionale Energiestrategieën (RES). In de RES wordt enerzijds onderzocht waar en hoe het best duurzame elektriciteit op land kan worden opgewekt, denk aan de wind en de zon. Anderzijds kijken we welke warmtebronnen we kunnen gebruiken, zodat wijken en gebouwen van het aardgas kunnen. Draagvlak en financiële haalbaarheid spelen hierbij een belangrijke rol. Regionale Energiestrategie Noord- en Midden-Limburg zijn aangewezen als RES-regio. De eerste Regionale Energiestrategie (RES 1.0) is vastgesteld door de gemeenteraad van Venlo. Nu is het aan ons om verder in beeld te brengen wat de bijdrage kan zijn om de doelen van RES 1.0 te realiseren in Noord- en Midden-Limburg. Deze bijdrage staat omgeschreven in dit beleidskader en sluit aan bij de uitgangspunten van het programma ‘Venlo Circulaire en Duurzame Hoofdstad’.

Dit beleidskader richt zich enkel op de opwekking van zon- en windenergie, en niet op de warmtetransitie (van het aardgas af).

DOELEN EN OPGAVE De RES 1.0 stelt verschillende doelen voor 2030 (de RES wordt twee jaarlijks herzien). Het gaat over energiebesparing, over het opwekken van duurzame energie en over wie daarvan de eigenaar zou moeten zijn. De uitstoot van CO2 moet met 25% zijn verminderd ten opzichte van het niveau in 2015. Voor het opwekken van duurzame energie geldt als doelstelling een vermindering van CO2 van 49% in 2030 ten opzichte van het jaar 1990. In Noord- en Midden-Limburg bedraagt de duurzame energie 1200 GWh in 2030. We hebben het hier over:

60 tot 80 hoge windturbines van 5 à 6 megawatt, of 130 tot 160 windturbines van 3 megawatt, ofwel 1400 tot 1800 hectare zonnepanelen.

We streven naar 50% lokaal eigendom bij Nieuwe Energie-initiatieven. Vanuit de RES 1.0 is gekozen voor een aanpak die zich richt op het in beeld brengen van opwekking voor de komende periode. Het doel is niet om zoveel mogelijk windturbines of zonnepanelen te plaatsen, maar kijken naar waar dit het beste kan in combinatie met andere functies, de juiste inpassing in het landschap en waarbij er draagvlak is in de omgeving. Beleidskader Nieuwe Energie Gemeente Venlo

8

Dit beleidskader beschrijft een weergave van de gewenste ontwikkelingen voor het opwekken van duurzame energie en biedt houvast aan zowel grootschalige als kleinschalige initiatieven. Het document vormt geen direct juridisch toetsingskader voor aangevraagde omgevingsvergunningen. Met maatwerk kan er afgeweken worden van beleidsmatige uitgangspunten en daarom zijn er geen harde toetsingscriteria. Op basis van dit beleidskader stellen we een toetsingskader op waaraan initiatieven getoetst kunnen worden.

PARTICIPATIETRAJECT Draagvlak is een belangrijk onderdeel als het gaat om het in beeld brengen van kansen en mogelijkheden. Daarom is de gemeente in januari 2021 een interactief proces gestart met belanghebbenden. In dit proces is er gesproken over de kansen en wat men kan verwachten van dit beleidskader. Ondanks de beperkingen door COVID, hebben 73 belanghebbenden deelgenomen aan dit participatietraject. Dit zijn leden van dorps- en wijkraden, energiecoöperatie Samenstroom, vertegenwoordigers van klimaatakkoord, ondernemers, agrariërs en projectontwikkelaars. Hoe zag dit participatietraject eruit? De participatiegroep is driemaal digitaal bijeengekomen. Thema’s als techniek en infrastructuur, landschap en biodiversiteit, draagvlak en proces en rollen kwamen aan bod tijdens deze bijeenkomsten. Een aantal relevante inzichten uit dit traject zijn: • •

•

•

Er is aandacht gevraagd voor de afweging van nieuwe technieken, slimme combinaties van technieken, voor natuur en voor de duurzame productie van zonnevelden (circulariteit); Deelnemers vinden de opslag van duurzaam opgewekte energie belangrijk om het energienetwerk altijd goed te laten functioneren en dat lokale opslag ook kostenverlagend kan werken, bijvoorbeeld door gebruik te maken van buurtaccu's; Er zijn zorgen over de afstand tussen bewoning en de windturbines en over de mogelijke gevolgen voor het landschap. Er is gesproken over eventuele locaties en over kansen voor techniek en meervoudig ruimtegebruik; Deelnemers gaven aan dat het belangrijk is om bij nieuwe kansen en technieken goed te kijken naar de specifieke context van Venlo. Er is veel steun voor het idee van lokaal eigendom.

Op de volgende pagina vind je in grote lijnen het participatietraject in Figuur 1.

Beleidskader Nieuwe Energie Gemeente Venlo

9

Figuur 1. Grafische weergave van het participatieproces met 70 lokale belanghebbenden.

LOKALE ACCENTEN EN INKLEURING Wist jij dat er in Venlo één van de grootste zonnedaken in Europa is gerealiseerd? Dit zijn maar liefst 48.040 zonnepanelen die gezamenlijk tot 18 megawatt opwekken. Vanuit ondernemers is er veel kennis en bereidheid om te investeren in duurzame energie. De gemeente Venlo ziet de noodzaak om bij de energieopgave te kijken naar oplossingen die passen bij de context van Venlo. Daarmee zetten we een eigen accent neer ten opzichte van andere gemeenten waarmee we samenwerken in de RES-regio. Samen meters maken Wat de situatie in Venlo bijzonder maakt, is het gebrek aan ruimte voor grootschalige oplossingen. We moeten zorgvuldig en slim omgaan met deze ruimte. Hierdoor is het tweesporenbeleid ontstaan waarbij er hoogstens 1 à 2 grootschalige initiatieven mogelijk zijn (spoor 1). Kleinschalige initiatieven (spoor 2) zijn gericht op de verweving met bestaande of nieuwe functies en het zoeken naar kansen voor inwoners en bedrijven. We nemen hierbij thema’s van Morgen in Venlo mee zoals de warmtetransitie (gasloze wijken), duurzaam bouwen, energiebesparing en het komen tot wijkakkoorden.

Beleidskader Nieuwe Energie Gemeente Venlo

10

MORGEN IN VENLO is een initiatief van de gemeente om samen met burgers, bedrijven, onderwijs- en kennisinstellingen te werken aan een nieuwe en groene toekomst voor iedereen met aandacht voor Nieuwe energie, Nieuwe natuur en Nieuw gebruik.

GROOTSCHALIG, MIDDELGROOT EN KLEINSCHALIG GROOTSCHALIG Dit zijn initiatieven van ten minste 15 hectare ruimtebeslag waarin verschillende voorzieningen zijn voor het opwekken, opslaan en transporteren van duurzame energie. Initiatieven met grote windturbines (vanaf 75 meter tiphoogte) worden altijd als grootschalig beschouwd. Een voorbeeld van een grootschalig initiatief is het bedrijventerrein Trade Port Noord. Vrijwel alle daken zijn eind 2020 bedekt met zonnepanelen. Met de komst van de windturbines op Greenport wordt dit gezamenlijk beschouwd als een grootschalig initiatief. Een van die daken betreft het krachtigste zonnedak ter wereld, dit zijn 48.040 zonnepanelen op een 12,6 hectare dak (20 voetbalvelden).

MIDDELGROOT Dit zijn initiatieven van meer dan 2 en minder dan 15 hectare ruimtebeslag. Ook meerdere aaneengesloten kleinschalige initiatieven die samen meer dan 2 hectare bevatten, vallen onder deze definitie. Middelgrote initiatieven hebben niet de voorkeur en staan we in de eerste twee jaar in principe niet toe. Initiatieven zijn altijd maatwerk, waarbij we rekening houden met de ruimtelijke kwaliteit en het draagvlak vanuit de omgeving. Als zich een dergelijk initiatief aandient, wordt de wenselijkheid daarvan op dat moment afgewogen.

KLEINSCHALIG Dit zijn initiatieven door bewoners, bedrijven en collectieven met een maximum van 2 hectare ruimtebeslag of zoveel minder dat er geen bestaande kavelgrenzen worden overschreden en waarin de stroom wordt opgewekt voor eigen gebruik. Het uitgangspunt voor kleinschalige initiatieven is om eerst te kijken binnen de stedelijke contouren in plaats van het buitengebied zoals bedoeld in de Ruimtelijke Structuurvisie gemeente Venlo (2014).

Beleidskader Nieuwe Energie Gemeente Venlo

11

HOOFDSTUK 2 BELEIDSACHTERGROND INLEIDING Zoals eerder besproken kijken we in dit beleidskader naar de uitgangspunten van het programma ‘Venlo Circulaire en Duurzame Hoofdstad’. In dit programma werkt de gemeente Venlo aan drie deelprogramma’s voor het thema duurzaamheid, namelijk: • • •

Energietransitie: het opwekken van energie door zon en wind maar ook andere nieuwe manieren om over te schakelen op duurzame energie, zoals warmte. Klimaatadaptatie: adaptatie betekent aanpassen. In dit geval gaan we ons aanpassen aan het veranderende klimaat. Circulariteit: gaat ervan uit dat producten van nu de grondstoffen zijn voor later.

Zon- en windenergie zijn daarmee één deel binnen een bredere context van verschillende doelen en programma’s voor duurzaamheid. De gemeente heeft ook voor andere beleidsterreinen een beleid ontwikkeld dat het beleid voor duurzame energie raakt. Dit geeft richting aan toekomstige initiatieven. Deze nieuwe en toekomstige initiatieven dienen aan te sluiten op het ruimtelijk beleid van de gemeente Venlo, waaronder de Ruimtelijke Structuurvisie (2014), de Erfgoednota (2017) en de Natuur- en Landschapsvisie (in voorbereiding, 2021-2022). Kortom, het bestaande beleid heeft ook invloed op de beleidsruimte van dit beleidskader. De relatie met de andere beleidsterreinen komt nadrukkelijk terug in de volgende hoofdstukken. Hierbij kijken we vanuit gemeentelijke, landelijke, provinciale en regionale kaders.

RIJKSBELEID Het rijksbeleid voor Nieuwe duurzame energie gaat verder door in het energiebeleid van Venlo. Met name het Klimaatakkoord, de Nationale Ruimtelijke Regelgeving en de Nationale Omgevingsvisie zijn hierbij van belang. Onderstaand een korte toelichting. Klimaatakkoord Nederland dient zich te houden aan Europese regels die staan beschreven in het Internationale Parijsakkoord die door Nederland is ondertekend. In dit akkoord staan regels met betrekking tot de hoeveelheid duurzame energie en de reductie van de CO2 uitstoot. Nederland heeft in het nationale klimaatakkoord vastgelegd dat we in 2050 klimaatneutraal zijn. In het Klimaatakkoord zijn ook afspraken gemaakt over participatie. Het doel van deze afspraken is om de transparantie van besluitvorming te verbeteren, bij te dragen aan een eerlijke verdeling van lusten en lasten en daardoor het maatschappelijke draagvlak voor hernieuwbare energie te vergroten.

Beleidskader Nieuwe Energie Gemeente Venlo

12

Wet ruimtelijke ordening (Wro), Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en de Omgevingswet Ook landelijk ruimtelijk beleid bepaalt de invulling van toekomstige initiatieven voor het opwekken van Nieuwe duurzame energie. In de bestemmingsplannen legt de gemeente vast hoe gronden gebruikt mogen worden en welke bebouwing is toegestaan. Dit is cruciaal voor bijvoorbeeld het plaatsen van windturbines of andere initiatieven die niet passen binnen het huidige bestemmingsplan. De gemeente maakt dan een afweging of meewerken aan een initiatief alsnog wenselijk is. Wanneer de gemeente ervoor kiest om mee te werken, gaat de voorkeur uit naar het verlenen van een omgevingsvergunning, waarmee tijdelijk van een bestemmingsplan kan worden afgeweken. Nationale Omgevingsvisie (NOVI) De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is de langetermijnvisie van het Rijk op de inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De overgang naar duurzame energie neemt veel ruimte in beslag. Echter willen andere opgaven zoals natuurbehoud en woningbouw deze ruimte ook claimen. De NOVI helpt bij het maken van keuzes en stelt de kwaliteit van een gebied centraal. Voor energietransitie gelden vanuit de NOVI de volgende uitgangspunten: • •

We maken de energie-infrastructuur geschikt voor duurzame energiebronnen en reserveren daarvoor ruimte; We passen duurzame energie in met oog voor de kwaliteit van de omgeving en combineren deze zo veel mogelijk met andere functies. Denk hierbij aan zonnepanelen op daken en het clusteren van windturbines.

De Nationale Omgevingsvisie is ook belangrijk om rekening mee te houden als het gaat om de motie Dik-Faber. Deze motie gaat over de zonneladder, die volgordelijkheid geeft in de voorkeursplaatsing van zonnepanelen. In hoofdstuk 4 gaan we uitgebreid in op de zonneladder die de gemeente Venlo hanteert.

Duurzame energie inpassen met oog voor omgevingskwaliteit Iedereen krijgt te maken met de overstap naar duurzame energie de komende jaren. Er komen meer windturbines en zonnepanelen. Windturbines worden zoveel mogelijk op zee geplaatst en de molens proberen we zoveel mogelijk te clusteren op land en passen we zo goed mogelijk in het landschap in. Bewoners worden goed betrokken en zullen waar kan meeprofiteren in de opbrengsten. Om de schaarse ruimte goed te benutten, kiezen we er in eerste instantie voor om zonnepanelen op daken en aan gevels te plaatsen, en pas daarna in landelijk gebied. Verder worden bedrijven die veel energie gebruiken, bij voorkeur gevestigd waar de opgewekte windenergie aan land komt. (NOVI in het kort, 2020)

Beleidskader Nieuwe Energie Gemeente Venlo

13

PROVINCIAAL BELEID Met name de Provinciale Omgevingsvisie en de daaruit voortkomende zonneladder is van belang bij het gemeentelijk beleid voor duurzame energie. Onderstaand een korte toelichting over de Provinciale Omgevingsvisie (POVI) Provinciale Omgevingsvisie (POVI) Limburg Op 15 december 2020 hebben de Gedeputeerde Staten van de provincie Limburg de Omgevingsvisie Limburg vastgesteld en ter besluitvorming aan de Provinciale Staten aangeboden. Dit is tot stand gekomen door een uitgebreid participatieproces waarbij de gemeente Venlo ook aan heeft deelgenomen. Een belangrijk element voor de Nieuwe energie in de Omgevingsvisie is de Limburgse Zonneladder. Deze zet de gemeente Venlo in voor ruimtelijke inpassing van duurzame energieopwekking met zonnepanelen. De Limburgse zonneladder is in lijn met de motie Dik-Faber, die beschreven staat in de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). De zonneladder is formeel nog niet juridisch verankerd, maar wordt vastgelegd in de provinciale Omgevingsverordening 2021 die naar verwachting in december 2021 in de Provinciale Staten wordt behandeld en vastgesteld. Het doel van de zonneladder is om stimulerend te werken voor een optimale benutting van zonnepanelen in treden 1 t/m 3: 1. Daken van gebouwen; 2. Onbenutte terreinen in bebouwd gebied; 3. Gronden in het buitengebied met een andere primaire functie dan landbouw of natuur.

Er zit geen opeenvolging in de drie treden. De daken hoeven niet vol te liggen voordat we naar de volgende trede kunnen gaan. Wel wordt er gevraagd om een zorgvuldige afweging: een goede ruimtelijke afweging en landschappelijke inpassing, lokaal draagvlak, het doorlopen van zorgvuldige procedures en het combineren van meerdere doelen.

REGIONAAL BELEID Voornamelijk de Regionale Energie Strategie (RES) is van belang voor het gemeentelijk beleid voor duurzame energie in Noord- en Midden-Limburg. Onderstaand een korte toelichting. Regionale Energie Strategie (RES): afstemming grootschalige initiatieven Voor Noord- en Midden-Limburg is een regionale energiestrategie ontwikkeld. Het tussentijdse doel voor 2030 is: 35 TWh duurzame energie op land opwekken voor heel Nederland. Dit wordt 1200 GWh voor de RES-regio Noord- en Midden-Limburg. In 2050 moet alle energie duurzaam worden opgewekt en wordt er geen CO2 meer uitgestoten. Dit beleidskader wordt net als de RES 1.0 om de twee jaar herzien. Op deze manier blijven de documenten goed op elkaar afgestemd. In RES 1.0 is een kansenkaart opgenomen en zijn bepaalde gebieden uitgesloten van grootschalige opwekking. Deze kansenkaart is verfijnd voor het grondgebied van gemeente Venlo en wordt besproken in hoofdstuk 5. De kansen voor grootschalige opwekking liggen voornamelijk in de landschappen aan de randen van de gemeente. Verder kiest de RES 1.0 voor 25% reductie van CO2 via kleinschalige opwekking en voor besparing van energie.

Beleidskader Nieuwe Energie Gemeente Venlo

14

Regio Noord-Limburg: krachten bundelen en gezamenlijk optrekken De gemeente Venlo werkt aan de ambitie om de gezondste regio te zijn van Noord-Limburg. Een gezond leefklimaat is een van de pijlers die terugkomt in de strategische regiovisie Noord-Limburg 2040. Dit is een inspiratiebron voor nieuwe ontwikkelingen waaraan de regio initiatieven en ontwikkelingen toetst die innovatie stimuleren. Dit doen ze onder andere door: • •

Een verkenning van pilots voor opslag en omslag van energie; Als er sprake is van grootschalige aanleg van energieopwekking met windturbines en zonnevelden, dan kan dit gezamenlijk worden opgepakt onder de titel ‘energieke gebiedsontwikkeling’. Dit opent de deur naar een integrale benadering.

GEMEENTELIJK BELEID Venlo agenda 2040: strategische visie Eén van de ambities is om in 2050 klimaatneutraal te zijn. Een belangrijke doelstelling binnen deze ambitie is dat de gemeente Venlo kijkt naar de schaal van Venlo en de regionale schaal bij het opwekken van energie. Verder ondersteunt Venlo innovatieve oplossingen om te verduurzamen vanuit de samenleving en het bedrijfsleven. Uitvoeringsprogramma Circulaire en Duurzame Hoofdstad: iedereen kan meedoen Binnen dit programma draait het om het bereiken van bewustwording, draagvlak en het actief bijdragen met als doel; de klimaatambities realiseren. Met dit programma worden drie deelprogramma’s meegenomen, namelijk energietransitie, klimaatadaptatie en circulariteit. Onderstaand een korte toelichting van deze deelprogramma’s: • •

•

De programmalijn Energietransitie (Nieuwe energie) richt zich op het bieden van zekerheid van energie en warmte uit hernieuwbare en schone (lokale) bronnen in Venlo. De programmalijn Circulariteit (Nieuw gebruik) richt zich op de ontwikkeling van een circulaire economie en een onderscheidende samenleving die gekenmerkt wordt door groei zonder verlies, verspilling of belasting. De programmalijn Klimaatadaptatie (Nieuwe natuur) richt zich op de realisatie van een groene, leefbare en veilige stad die voorbereid is op, zich verhoudt tot en zich aanpast aan de klimaatverandering.

Nieuw gebruik (circulariteit) Venlo heeft zich in de laatste 10 jaar sterk geprofileerd als en ontwikkeld tot een circulaire innovatie stad. Een bijzonder thema is het grondstoffengebruik in de ontwerpfase bij projecten in gebouwde omgeving en infrastructuur. Daarmee richten we ons op behoud en vergroten van waarde. Deze randvoorwaarde is belangrijk voor de opgave van Nieuwe energieopwekking, opslag en transport.

Ter inspiratie heeft de gemeente Someren zelf een demo-woning in de Groote Hoeven laten bouwen. De woning bevat 20 verschillende oplossingen, waaronder bouwmaterialen die hergebruikt zijn of kunnen worden én diverse cradle to cradle materialen. Ook is er veel aandacht besteed aan energieopwekking en energiebesparing en is de tuin klimaatbestendig ingericht.

Beleidskader Nieuwe Energie Gemeente Venlo

15

Nieuwe natuur (klimaatadaptatie) Als groene gemeente hebben wij veel aandacht voor kwaliteit en verdere uitbouw in combinatie met het opvangen van de gevolgen van de klimaatverandering. Ook biodiversiteit is een belangrijk uitgangspunt bij het beoordelen van initiatieven voor opwekking, opslag en transport. Akkoord van Morgen: de wijk, de buurt en het dorp centraal Het samenwerken met de gemeente, de samenleving en het bedrijfsleven past ook in het nieuwe wijkconcept van Venlo. Hierbij is de wijk (buurt, dorp of bedrijventerrein) bij uitstek de schaal om succes te behalen. De gemeente houdt daarom rekening met de belangen en betrokkenheid van de wijk, buurt of het dorp. Hierbij is de gemeente bereid om wijk- of gebiedsakkoorden af te sluiten met partijen in de wijk zelf, waarbij het programma Circulaire en Duurzame Hoofdstad wordt vertaald naar de lokale schaal en behoefte. De wijk- en gebiedsakkoorden worden gekoppeld aan duurzame en circulaire opgaven. Ter inspiratie is de ondertekening van het eerste akkoord op dorpsniveau in Zalzerhaof in Hout-Blerick in aanwezigheid van inwoners, verenigingen en ambtenaren. Na de ondertekening werd het akkoord overhandigd aan wethouder Marij Pollux. Hierbij heeft groep 8 van basisschool de Springbeek een bijdrage geleverd aan dit moment, het dorp wil namelijk een mooie toekomst geven aan kinderen.

Leidraad Samenwerken met energiecoöperaties: uitgangspunten voor samenwerking De rol van de gemeente richting coöperaties en samenwerkingsverbanden wordt onder andere bepaald door de wijze waarop deze zich profileren. De voorkeur ligt bij het ontplooien van activiteiten in de directe omgeving van de leden, waarmee het principe van lokale betrokkenheid ook daadwerkelijk wordt toegepast in de desbetreffende wijken en dorpen. In het verlengde hiervan moedigt de gemeente ook aan dat de coöperaties de bewonersinitiatieven en -participatie ondersteunen. In deze Leidraad Samenwerken zijn uitgangspunten, randvoorwaarden voor samenwerking en voorwaarden opgenomen. Verder wordt er specifiek aandacht gegeven aan de afspraken die bijdragen aan een optimale samenwerking tussen burgers, energiecoöperaties en gemeente.

Daarbij hanteert de gemeente het uitgangspunt dat de meeste energie voor betrokkenheid ontstaat bij initiatieven in de directe nabijheid van de woonomgeving van inwoners. Dit biedt de meest kansrijke schaal van samenwerkingen voor de wijk, de buurt of het dorp.

Beleidskader Nieuwe Energie Gemeente Venlo

16

Ruimtelijke structuurvisie De ruimtelijke structuurvisie van de gemeente Venlo geeft in grote lijnen het ruimtelijk beleid voor de gemeente Venlo weer, voor zowel stad als land. Er wordt beschreven hoe de omgeving het beste kan worden ingericht, bebouwd of gebruikt. Het biedt richtlijnen en grenzen om het beste uit een omgeving te halen. Het gaat hierbij om de volgende hoofdlijnen:

1. DRUKTE IN HET OMMELAND Het contrast tussen het buitengebied en het stedelijk gebied verscherpen door het buitengebied ook daadwerkelijk als buitengebied te behandelen. Dit betekent dus het combineren van meerdere functies, zoals landbouw, recreatie, waterberging en natuurontwikkeling.

2. RUIMTE IN DE STAD De beschikbare ruimte in het stedelijke gebied maximaal benutten.

3. LEVEN MET DE MAAS Ruimte geven aan de rivier en anticiperen op klimaatverandering.

4. VOORZIENINGEN OP MAAT Zorgen voor vitale en toekomstbestendige voorzieningen die aansluiten bij de behoeftes van de samenleving.

5. ROBUUSTE STRUCTUREN Werken aan een weerbare infrastructuur voor personen- en goederenvervoer. Het gebruik van de ondergrond en het opwekken van schone energie vraagt hier meer aandacht.

Het opwekken van Nieuwe duurzame energie biedt kansen voor ruimtelijke verbetering. Denk hierbij aan het opwaarderen van verloederde gebieden binnen de stedelijke contouren, door daar tijdelijk de functie van energieopwekking te laten landen. Ook biedt het opwekken van Nieuwe energie mogelijkheden om het contrast tussen binnen en buiten de stedelijke contouren te versterken. Grensoverschrijdend samenwerken Vanuit de grootschalige initiatieven (spoor 1) wordt verkend wat de mogelijkheden zijn met grensoverschrijdende samenwerkingen, zowel regionaal met buurgemeenten als internationaal met Duitsland. Met Duitsland zijn er op dit moment nog geen concrete aanknopingspunten. Dit komt door de op dit moment geldende wetgeving die de uitwisseling van energie (nog) niet mogelijk maakt. De Elektriciteitswet bepaalt namelijk dat elektriciteit alleen via het hoogspanningsnet grensoverschrijdend mag worden getransporteerd. Daarnaast gelden er nog geen subsidies voor het uitwisselen van energie. Waarom Duitsland? Door elektriciteit uit te wisselen met Duitse buurgemeenten worden de problemen met de netcapaciteit verminderd en wordt efficiënt ruimtegebruik beter mogelijk. De gemeente blijft deze ontwikkeling volgen, maar neemt vooralsnog geen concrete actie.

Beleidskader Nieuwe Energie Gemeente Venlo

17

HOOFDSTUK 3 STURINGSFILOSOFIE Het opwekken van Nieuwe energie met een duidelijke meerwaarde. Dat is wat dit beleidskader wil stimuleren. Zeker als het gaat om initiatieven van inwoners en bedrijven uit Venlo die verder gaan dan het enkel leveren van groene stroom. Er zijn veel verschillende manieren hoe de gemeente een initiatief kan stimuleren. Dit zullen wij nader bespreken in dit onderdeel van het beleidskader. Naast het stimuleren van het opwekken van Nieuwe energie, heeft de gemeente ook een toetsende rol. De verhouding tussen stimuleren en toetsen maakt deel uit van de sturingsfilosofie. Complexe vraagstukken, zoals de energietransitie vragen om een integrale benadering. Op alle bestuurslagen maken we afspraken om een gemeenschappelijk doel na te streven.

STIMULEREN EN TOETSEN Stimuleren Het stimuleren komt sterk terug in het beschrijven van stimuleringsmaatregelen.

Toetsen Het toetsen komt sterk terug bij de principes en randvoorwaarden om de Venlose kwaliteiten te beschermen. Vaak gaan deze twee principes samen en is er een combinatie van stimuleren en toetsen. We stellen randvoorwaarden en zoeken samen met de samenleving naar oplossingen als het gaat over: • • •

De ambities voor lokaal eigendom; Meervoudig gebruik van de ruimte; Koppeling met andere transities en een zorgvuldige inpassing in het landschap.

Bij deze zaken is het belangrijk om te polderen; het overleg tussen overheden, bedrijven, maatschappelijke organisaties en kennisorganisaties, participatie van bewoners. Dit polderen heeft ook een belangrijke rol gehad in de totstandkoming van dit beleidskader en de doorvertaling van de (toekomstige) initiatieven.

OMGEVINGSVERGUNNING Het college is op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingswet (Wabo) bevoegd om een aanvraag voor een omgevingsvergunning te toetsen. Participatie en draagvlak vanuit de omgeving wegen mee in de afweging om deze vergunning te verstrekken. Bij het verstrekken heeft de gemeenteraad op dit moment vooral een procedurele rol m.b.t. het afgeven van een verklaring van geen bedenkingen. Bij de nieuwe omgevingswet verandert dat. Hierbij krijgt de gemeenteraad in sommige gevallen een instemmingsrecht. Wij verkennen de komende tijd hoe de uitgangspunten van dit beleidskader hier in de toekomst bij aansluiten.

Beleidskader Nieuwe Energie Gemeente Venlo

18

MAATWERK Bij complexe vraagstukken kan de gemeente dit van tevoren vastleggen in regels. De gemeente kiest ervoor om tijdens een aanvraagprocedure samen te kijken met omwonenden waar ze in mee willen gaan. Op het gebied van de sturingsfilosofie is gekozen om zoveel mogelijk voorafgaand aan een initiatief de dialoog aan te gaan. Er wordt gehandeld met het ‘ ja-mits principe’ van de Omgevingswet die naar verwachting op 1 juli 2022 in werking treedt. Onder de Omgevingswet wordt deze dialoog meegenomen omdat: • • •

Participatie gaat gelden als indieningsvereiste; Maatschappelijk draagvlak wordt een beoordelingsaspect voor het ruimtelijk belang; Het plaatsvinden van de omgevingsdialoog.

Echter is de kans op 100% draagvlak vrij klein. Ook met minder draagvlak kan een initiatief nog steeds ruimtelijk gewenst en aanvaardbaar zijn. Onder de Omgevingswet is participatie een indieningsvereiste voor een aanvraag van een omgevingsvergunning. Wij als gemeente Venlo gaan verkennen hoe we hier verder uitvoering aan gaan geven.

Omgevingswet Bij een omgevingsvergunning voor afwijkend gebruik van het bestemmingsplan is de voorwaarde dat een initiatiefnemer een omgevingsdialoog aangaat. Bij de procedure voor het wijzigen van het omgevingsplan is de openbare voorbereidingsprocedure van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. Iedereen is dan in de gelegenheid om binnen de desbetreffende termijn een zienswijze naar voren te brengen. Ook moet participatie plaatsvinden bij die procedure voordat het ontwerpbesluit wordt vrijgegeven voor inzage.

STUDIE: ROL VAN GEMEENTE IN DE ENERGIETRANSITIE De gemeenten Beesel, Venray en Horst aan de Maas hebben in 2019 een studie uitgevoerd naar de mogelijke rollen van de gemeente in de energietransitie. Hieruit kwamen de volgende rollen: Faciliterende rol: Initiatieven van de markt en inwoners toetsen en begeleiden. Denk hierbij aan een zonneweide, windpark, energie-coöperatie en inwonerscollectief.

Stimulerende rol: Initiatieven ondersteunen om tot ontwikkeling of realisatie te komen met behulp van subsidies, garanties, borgstelling en/of leningen. Samenwerkingsrol: Samenwerken met private partijen in een partnerschap met eventueel een minderheidsaandeel in projecten.

Eigenaarsrol: Het oppakken van opgaves voor eigen rekening, risico en rendement. Dit kan uiteenlopen van deelname in risicovolle ontwikkeling tot (deelname in) exploitatie of het volledig inrichten en exploiteren van een gemeentelijk energiebedrijf. Al deze zaken gebeuren volledig in eigen regie.

Beleidskader Nieuwe Energie Gemeente Venlo

19

FACILITEREN EN STIMULEREN Met dit beleidskader kiest de gemeente Venlo voor meer procesmatige uitgangspunten en minder inhoudelijke toetsingscriteria. De samenwerking beperkt zich in deze niet tot het verlenen van een omgevingsvergunning. Het betreft het faciliteren van een ontwikkeling door bijvoorbeeld advies voor het organiseren van een project, de keuze voor techniek, de beste locaties en de mogelijke inpassing. De gemeente Venlo hanteert hierbij beleidsmatige uitgangspunten waarmee een initiatief beter kan worden beoordeeld. De gemeente stuurt op de kwaliteit van plannen. Die kwaliteit wordt hoger met maatschappelijke meerwaarde, lokaal eigendom, landschappelijke inpassing, in combinatie met ander gebruik van de ruimte enzovoorts. Verder kan de gemeente ook een actieve rol op zich nemen als partner in grootschalige initiatieven. Zo is er recentelijk een amendement ingediend om een onderzoek te laten verrichten naar een Gemeentelijk Warmtebedrijf. Dit is iets om te verkennen in de komende twee jaar en mee te nemen in de herziening van dit beleidskader. Wat we zien is dat steeds meer regiogemeenten, waaronder Venlo, een vervolgonderzoek willen doen naar de mogelijke rollen van de gemeente in energietransitie en warmtetransitie. Dit komt omdat steeds meer concrete kansen zich aandienen.

Rolduidelijkheid en eensgezindheid binnen de gemeentelijke organisatie helpt om met méér perspectief het gesprek aan te gaan met mogelijke partners in toekomstige energie initiatieven.

Hoe ziet het er op dit moment uit? De gemeente Venlo heeft voornamelijk een faciliterende en stimulerende rol. Gezien de grote energieopgaven valt te overwegen om in de toekomst ook een samenwerking aan te gaan met private partijen of volledig zelf energie-initiatieven te exploiteren. Regionaal vervolgonderzoek zal de potentie, kansen en risico’s hiervan in beeld brengen.

Beleidskader Nieuwe Energie Gemeente Venlo

20

HOOFDSTUK 4 BELEIDSMATIGE UITGANGSPUNTEN ALGEMENE UITGANGSPUNTEN De uitgangspunten zijn de beleidsmatige vertrekpunten waarop een plan of initiatief wordt beoordeeld. Ze zijn bedoeld om de juiste keuze te maken als het gaat om de plek voor energieopwekking, de inpassing in het landschap en het meervoudig gebruik van de ruimte. De uitgangspunten zijn onderdeel van de dialoog met een initiatiefnemer. Verder zijn er ook uitgangspunten opgesteld per spoor (groot- en kleinschalig). De uitgangspunten worden, net als de rest van dit beleidskader, na twee jaar herzien. Door nieuwe inzichten, de dialoog met belanghebbenden en concrete initiatieven kan dit worden bijgesteld. Onderstaand een overzicht met alle uitgangspunten. Op de volgende pagina's vind je een verdere toelichting per uitgangspunt.

CIRCULAIR GEBRUIK

VAN GRONSTOFFEN

GEEN ONNODIGE VERSNIPPERING

SCHONE GROND NA AFLOOP VERGUNNING EEN PLUS VOOR DE NATUUR

GEEN ONNODIGE VERSNIPPERING

DE RELEVANTE UITGANGSPUNTEN

IN PRINCIPE GEEN MIDDELGROTE INITIATIEVEN REKENING HOUDEN MET ENERGIEARMOEDE

Beleidskader Nieuwe Energie Gemeente Venlo

MINIMAAL 50% LOKAAL EIGENDOM

REKENING HOUDEN MET RESERVERINGEN

OPWEKKING NABIJ GEBRUIK

NASTREVEN VAN CLUSTERING

21

IN PRINCIPE GEEN MIDDELGROTE INITIATIEVEN De eerste twee jaar spreken we van een tweesporenbeleid. We verlenen medewerking aan kleinschalige en grootschalige initiatieven. Hierbij nemen we middelgrote initiatieven in principe niet mee (maatwerk is wel mogelijk). De reden hiervoor is: • •

•

•

Er is schaarste op het elektriciteitsnet. Middelgrote initiatieven in het buitengebied kunnen dit probleem verergeren; De ruimte in het buitengebied is schaars, waardoor hier zuinig mee omgegaan dient te worden om verrommeling te voorkomen. Verrommeling kan ontstaan als het landschap overal deels wordt ingekleurd door middelgrote initiatieven; Venlo draagt met een aantal (geplande) ontwikkelingen bij aan de opgave. Er zijn in de afgelopen periode diverse grotere initiatieven op bedrijfsdaken ontwikkeld en ook staat de komst van windturbines op Greenport op de planning; Goede landbouwgronden moeten niet opgeofferd worden aan de productie van energie.

In de komende twee jaar kijken we of het in de toekomst wel mogelijk is om middelgrote initiatieven tijdelijk toe te staan. Het doel hiervan is om bepaalde gebieden tot transformatie te brengen. Denk hierbij aan een tijdelijk zonneveld als financiële drager om afwaardering van gronden te verzachten. Dat kan nu en straks enkel met een herziening van een bestemmingsplan (of en wijziging van het omgevingsplan. Deze mogelijkheden zijn er de eerste twee jaar in ieder geval niet. Echter zien we wel transformatiekansen, waardoor het een relevant aspect is om mee te nemen in de verkenning naar de volgende versie van het beleidskader.

GEEN ONNODIGE VERSNIPPERING Versnippering wil zeggen dat er geen samenhang bestaat en er overal zonnepanelen en/of windturbines te zien zijn. Dit kan het bestaande landschapsbeeld verstoren. Dit is een ongewenste ontwikkeling volgens de RES-regio en de gemeente. In de praktijk zullen initiatieven in de nabijheid van transportverdeelstations worden ontwikkeld, zodat er geen hagelslag van zonnepanelen over het landschap wordt uitgestrooid. Om dit te voorkomen, kan de gemeente er voor kiezen om geen medewerking te verlenen aan een initiatief.

CIRCULAIR GEBRUIK VAN GRONDSTOFFEN Het streven naar een circulaire economie is een kernpunt van het duurzaamheidsbeleid van de gemeente. Vanuit de Cradle to Cradle gedachte is het van belang dat de Nieuwe energie ook op een duurzame wijze tot stand komt. Zo wordt er in het Nederlandse innovatiebeleid veel geld geïnvesteerd in de ontwikkeling van circulaire zonnepanelen. Er wordt verwacht van initiatiefnemers dat ze kennis hebben genomen van deze nieuwe ontwikkeling en dat ze deze, waar haalbaar in de businesscase, toepassen. De gemeente Venlo stimuleert de innovatie om waarde van grondstoffen te behouden en te vergroten.

Beleidskader Nieuwe Energie Gemeente Venlo

22

MINIMAAL 50% LOKAAL EIGENDOM We streven bij Nieuwe energie-initiatieven naar 100% lokaal eigendom. In de praktijk is dit niet altijd haalbaar. Het doel is om draagvlak vanuit de omgeving te creëren voor een energie-initiatief. Dit kan door inwoners te betrekken en hen mogelijkheden te bieden om te participeren. 100% lokaal eigendom is alleen mogelijk als er sprake is van een volledige samenwerking tussen een grondeigenaar en bewoners. Een dergelijke businesscase is niet altijd haalbaar. In dit geval kan er sprake zijn van een andere vorm van financiering, bijvoorbeeld door een commerciële partij. Het is dan belangrijk dat er afspraken worden gemaakt waardoor de opbrengsten zoveel mogelijk landen in het gebied waar de energie wordt opgewekt. Daarom hanteren we de norm van minimaal 50% lokaal eigendom.

REKENING HOUDEN MET ENERGIEARMOEDE Bij toekomstige energie-initiatieven wordt rekening gehouden met de impact op energiearmoede. We spreken van energiearmoede wanneer een huishouden onvoldoende toegang heeft tot goede energievoorzieningen in huis (TNO, 2012). •

•

Bij grootschalige initiatieven kan worden gedacht aan een omgevingsfonds dat ten goede komt aan de betaalbaarheid van energie en inwoners met een lager inkomen; Bij kleinschalige initiatieven kan worden gedacht aan initiatieven uit de wijk die een collectieve regeling nastreven, zodat energie voor individuele huishoudens goedkoper wordt.

Zonnepanelenproject, speciaal voor inwoners met een lager inkomen In september 2021 stemde de gemeente Venlo in met het voorstel om leningen te verstrekken aan woningeigenaren voor de plaatsing van zonnepanelen op hun daken. Veel inwoners vinden de aankoop van zonnepanelen lastig. Ze hebben geen tijd om zich hierin te verdiepen of kunnen het niet in één keer betalen. Met dit project nemen wij die drempels weg. Hoe ziet dit project eruit? Inwoners vragen een lening aan bij de gemeente die ze in een periode van 15 jaar dienen af te lossen. De maandelijkse opbrengsten zijn altijd hoger dan de kosten aan rente en aflossing. Hierdoor kan de lening eenvoudig worden terugbetaald. De gemeente sluit hiervoor een contract af met een leverancier en installateur van zonnepanelen. In totaal kunnen er ongeveer 750 deelnemers meedoen. Bij succes, kunnen er nogmaals 750 deelnemers meedoen.

Beleidskader Nieuwe Energie Gemeente Venlo

23

EEN PLUS VOOR DE NATUUR Het opwekken van Nieuwe energie mag niet ten koste gaan van de natuur en/of de biodiversiteit. De klimaatcrisis en het verlies aan biodiversiteit zijn nauw aan elkaar verbonden. Wanneer het opwekken van Nieuwe energie ten koste gaat van de natuur, dan lossen we het ene probleem op ten koste van het andere probleem. Dat is niet de bedoeling. Hoe lossen we dit op? De gemeente hanteert als uitgangspunt dat ieder nieuw plan of initiatief, een plus oplevert voor de natuur. Afhankelijk van de omvang van een initiatief, wordt aangeraden om hiervoor een specifiek plan te laten opstellen door een ecologisch bureau. Eén van de mogelijkheden is om een opweklocatie economisch af te waarderen, en ecologisch op te waarderen tot een natuurgebied. Dit kan met een herziening van het bestemmingsplan of onder de Omgevingswet met een wijziging van een deel van het omgevingsplan.

SCHONE GROND NA AFLOOP VAN DE VERGUNNING De grond die gebruikt is voor de opwekking van Nieuwe energie mag niet vervuild zijn. Als er sprake is van vervuiling, dan dient de eigenaar van de energie-installatie de sanering van de grond te betalen. Dit geldt volgens het principe ‘de vervuiler betaalt’. In de regio Noord-Limburg wordt een onderzoek gestart naar de kwaliteit van de grond. Bij grondgebonden energie-initiatieven dient voorafgaand altijd een nulmeting gedaan te worden van de bodemkwaliteit. Het gaat om de bodemkwaliteit in de breedste zin. Dit gaat over vervuiling, maar ook over biodiversiteit.

REKENING HOUDEN MET RESERVERINGEN We kijken bij beoogde gebieden voor het opwekken van duurzame energie, altijd of er geen ruimtelijke of programmatische reserveringen van toepassing zijn in dat gebied. Ook bij tijdelijke initiatieven is het van belang dat er geen ongewenste permanente functies ontstaan.

Beleidskader Nieuwe Energie Gemeente Venlo

24

WE HANTEREN DE ZONNELADDER In de werkwijze vermijden we zon op landbouwgronden en natuurgebieden zoveel mogelijk. Zon op daken, gevels of andere vormen van meervoudig ruimtegebruik in het bebouwde gebied hebben de voorkeur. Het gaat om de volgorde van daken, gevels, gebouwen, onbenutte terreinen in bebouwd gebied en gronden in het buitengebied met een andere primaire functie dan landbouw of natuur. Het ‘nee tenzij principe’ houdt in dat zonnevelden alleen kunnen worden gerealiseerd met een goede onderbouwing. Dit wil zeggen dat er met aandacht is nagedacht over een goede ruimtelijk integrale afweging, instandhouding van de landschapsstructuur, kenmerken, combinatie van meerdere functies, lokaal draagvlak en participatie en als laatste, de zorgvuldige procedures. In de Figuur 2 is de Limburgse zonneladder afgebeeld. Hierbij zijn door de provincie benoemde voorbeelden bewust niet meegenomen, omdat we samen met initiatiefnemers goed willen kijken welke voorbeelden bij Venlo passen.

Figuur 2. De Limburgse zonneladder zonder voorbeelden (bron: ontwerp omgevingsvisie 2020).

De zonneladder en de contourgedachte Het idee is om eerst te kijken waar Nieuwe energieopwekking in stedelijk en/of bebouwd gebied in te passen is, voordat er uitgeweken wordt naar (open) gronden in het buitengebied. Hierdoor proberen we zoveel mogelijk de energieopgave in bebouwd gebied te laten landen.

Beleidskader Nieuwe Energie Gemeente Venlo

25

OPWEKKING NABIJ GEBRUIK De gemeente geeft de voorkeur aan initiatieven waarbij opwekking en gebruik dicht bij elkaar liggen. Dit komt doordat de capaciteit van het energienetwerk om opgewekte energie te transporteren en op te slaan beperkt is. Wanneer de opwekking en het gebruik dicht bij elkaar liggen, voorkomt dit hoge investeringskosten voor de netbeheerder maar ook teleurstellingen bij initiatiefnemers.

NASTREVEN VAN CLUSTERING Het is van belang om een zekere mate van clusteren na te streven. Clusteren is een manier om efficiënt om te gaan met de (bestaande) infrastructuur en maakt cablepooling mogelijk. Dit is het delen of het slim koppelen van een elektriciteitsaansluiting tussen verschillende opwekkingsvormen. Denk hierbij aan een zonneveld of windturbines die aangesloten zijn op dezelfde kabel waardoor er meer energie getransporteerd kan worden.

Je kunt een kabel delen wanneer de installaties niet te dicht bij elkaar zitten en wanneer deze niet op hetzelfde moment gebruikt worden. Bij zon en wind werkt dat bijvoorbeeld ideaal omdat als de zon schijnt, er meestal weinig wind is. In de nacht is er dan weer vaak wind en weer geen zon. Zo wisselt de belasting van de kabel elkaar perfect af. (bron: Enexis, 2021)

Beleidskader Nieuwe Energie Gemeente Venlo

26

UITGANGSPUNTEN GROOTSCHALIGE INITIATIEVEN (SPOOR 1) Voor grootschalig energie opwekken zijn andere uitgangspunten opgesteld t.o.v. kleinschalige initiatieven. Onderstaand een overzicht met alle relevantie uitgangspunten die naderhand kort worden toegelicht. Het grootschalig energie opwekken gaat in de eerste twee jaar enkel over de potentiegebieden die afgebeeld zijn in Figuur 3 op pagina 30. Onderstaande een overzicht met alle uitgangspunten. Op de volgende pagina's vind je een verdere toelichting per uitgangspunt.

AFSTAND WINDTURBINES 5X DE TIPHOOGTE DRIE POTENTIEEL GESCHIKTE GEBIEDEN

PERSPECTIEF VOOR LANGERE TERMIJN

VERTREKKEN VANUIT DE RES

AANDACHT VOOR LAADVERMOGEN LANDSCHAP

DE RELEVANTE UITGANGSPUNTEN

VAN GROOTSCHALIGE INITIATIEVEN MEERVOUDIG RUIMTEGEBRUIK ENERGIEKE GEBIEDSONTWIKKELING

BENADERING VANUIT LANDSCHAPSWAARDEN

GESCHIKTE LANDSCHAPSTYPEN

IN PRINCIPE GEEN MIDDELGROTE WINDTURBINES

NIET ONTWIKKELEN ZONDER BETROKKENHEID VAN INWONERS EN BEDRIJVEN

Beleidskader Nieuwe Energie Gemeente Venlo

27

VERTREKKEN VANUIT DE RES De Regionale Energiestrategie (RES) is leidend bij initiatieven voor grootschalige opwekking in of nabij Venlo. We zoeken hierbij aansluiting met initiatieven van aangrenzende gemeenten. Bij grootschalige ontwikkelingen sturen we op voorhand met een integrale gebiedsverkenning en een dialoog met de omgeving . Bij deze gebiedsverkenning gaat het om het inzichtelijk maken van de uitdagingen in een bepaald gebied. Deze inzichten worden gekoppeld aan de vraag voor het opwekken van energie. 1

MEERVOUDIG RUIMTEGEBRUIK Zoals eerder aangegeven, is de ruimte in Venlo schaars. Daardoor is deze niet geschikt om monofunctionele zonnevelden aan te leggen op landbouwgronden. Als de opwekking van Nieuwe energie niet op daken kan plaatsvinden, dan moet er in ieder geval sprake zijn van het combineren van functies. We spreken hierbij van meervoudig ruimtegebruik. De aanleg van zonnevelden is dus enkel toegestaan als er sprake is van een dubbelfunctie.

ENERGIEKE GEBIEDSONTWIKKELING Grootschalige initiatieven ontwikkelen we gebiedsgericht. Wanneer we spreken van opwekking in het buitengebied, dan ligt de lat voor het opwekken van duurzame energie hoger dan enkel het multifunctioneel gebruik van de ruimte. Het streven is om een gebied meervoudig te veranderen, waar het opwekken van energie een onderdeel is. Dit noemen we ook wel energieke gebiedsontwikkeling. Energieke gebiedsontwikkeling leidt tot meer samenhang en hogere ruimtelijke kwaliteit. Een voorbeeld hiervan is het Wellsmeer 2. In dit gebied wordt naast het opwekken van Nieuwe energie ook geïnvesteerd in educatie, innovatie, recreatie en toerisme. Een ander voorbeeld is de gebiedsontwikkeling Ooijen-Wanssum. In dit gebied is het ontwikkelen van natuur gecombineerd met het toepassen van hoogwaterbescherming en waterstanddaling. Verder worden de leefbaarheid en de ruimte voor nieuwe recreatieve functies vergroot.

1

Door Bureau Overmorgen is een stappenplan ontwikkeld voor het maken van energielandgoederen. Dat plan bestaat uit het

stellen van de opgave, het bouwen van een netwerk van relevante partners, gezamenlijke taal ontwikkelen, joint fact finding, gebiedsvisie opstellen en slagvaardige uitvoering opstellen. 2

Zie: www.energielandgoedwellsmeer.nl

Ooijen-Wanssum

Beleidskader Nieuwe Energie Gemeente Venlo

28

BENADERING VANUIT LANDSCHAPSWAARDEN Bij de opwekking van zonne-energie is het van belang om in te zetten op behoud en versterking van landschappelijke waarden. Naast de voorwaarden duurzaamheid en beheerbaarheid, is aanpasbaarheid ook van belang bij deze initiatieven. Een landschap moet zich kunnen aanpassen aan nieuwe en toekomstige functies. Wanneer we spreken van een tijdelijke noodzaak van zonop-land, vertalen we deze aanpasbaarheid naar omkeerbaarheid.

GESCHIKTE LANDSCHAPSTYPEN HANDREIKING RES VOLGEN In Noord- en Midden-Limburg zijn landschapstypen aanwezig. Enkele van deze typen zijn geschikt voor grootschalige grondgebonden initiatieven met zonneenergie. In de RES NML voor het landschap, zijn verschillende kenmerken genoemd van gebieden waar grootschalige initiatieven sneller een plek zullen krijgen: • • • • • • • • •

Grootschalige landschappen; Gebieden met een vlakke bodem (reliëf); Open of halfopen landschappen; Rationele verkaveling met rechthoekige of blokvormige perceelvormen; Gebieden met weinig cultuurhistorische tijdlagen; Gebieden met weinig natuurwaarden/biodiversiteit; Gebieden met beperkte bebouwingsdichtheid en afstand tot bebouwingskernen; Kavelgrenzen met noord-zuid en oostwest-strekking; Grootschalige omkadering van perceelcomplexen.

AANDACHT VOOR LAADVERMOGEN LANDSCHAP De hoeveelheid zonnevelden dat een landschap kan dragen, verschilt per landschapstype. Zo heeft het ene landschap een hoog laadvermogen terwijl de ander een laag laadvermogen heeft. Gebieden zoals open agrarische en gesloten agrarische met glastuinbouw hebben een hoog laadvermogen. In het mozaïeklandschap, het basislandschap dat een groot deel van de gemeente Venlo omvat, ligt dit laadvermogen een stuk genuanceerder.

PERSPECTIEF VOOR LANGERE TERMIJN Vanwege de verwachte innovatie op het gebied van Nieuwe duurzame energie, is de voorspelling dat grootschalige initiatieven in het landschap op lange termijn niet of in mindere mate nodig zijn. De gemeente Venlo wil de gronden niet blijvend onttrekken van de oorspronkelijke bestemming. Vanuit de gedachte van aanpasbaarheid blijven we aandacht hebben voor hoe landschappen en percelen ook in de toekomst aantrekkelijk blijven voor nieuwe functies.

Beleidskader Nieuwe Energie Gemeente Venlo

29

DRIE POTENTIEEL GESCHIKTE GEBIEDEN In Figuur 3 is in kaart gebracht in welke gebieden er kansen liggen voor grootschalige initiatieven. Via de kleur en codes is zichtbaar gemaakt waar op dit moment kansen liggen en waar geen kansen zijn voor energieopwekking. Op dit moment ziet de gemeente drie gebieden als potentieel geschikt voor grootschalige energieopwekking. Dit zijn de volgende gebieden: ’t Hanik Lomm, Meelderbroek Belfeld en Greenport Venlo

Figuur 3. Grootschalige ontwikkelkansen in de Gemeente Venlo.

Beleidskader Nieuwe Energie Gemeente Venlo

30

AFSTAND WINDTURBINES MINIMAAL VIJF MAAL DE TIPHOOGTE De plaatsing van windturbines vraagt in alle gevallen om een zorgvuldige afweging van de gemeente Venlo. De gemeente ziet toe op de afstand tussen de windturbines en de dichtstbijzijnde bebouwing. Hierbij kijkt de gemeente altijd naar een veilig normenkader. Dit houdt in dat er voor de hoogste categorie windturbines een afstandsnorm geldt van vijf maal de tiphoogte. Voorbeeld: Bij een windturbine van 200 meter tiphoogte, geldt een afstand van 1 kilometer. In onderstaande Afbeelding 1 zie je wat de tiphoogte is van een windturbine. De redenen dat de gemeente hiervoor kiest zijn als volgt: • • • •

Hoge windturbines krijgen geen plaats in een kleinschalig landschap. Dit zorgt voor een betere ruimtelijke ordening; Er wordt tegemoet gekomen aan het verzoek vanuit de gemeenteraad en participatietraject om een afstandsnorm te hanteren; De gemeente wil geen risico nemen met het draagvlak voor grootschalige energie-initiatieven; Uit onderzoek is gebleken dat een norm van 400 meter onvoldoende is3. Onze norm van vijf maal de tiphoogte is een verantwoorde invulling aan dit onderzoek. Ook recent onderzoek vanuit het RIVM trekt de norm van 400 meter in twijfel, waarop meerdere overheidslagen zich bezinnen op nieuwe standaarden voor een ruimere afstandsnorm.

De gehanteerde tiphoogte zal met de herziening van dit beleidskader nader bekeken worden. Nieuwe technologische ontwikkelingen kunnen er toe leiden dat de hinder van windturbines afneemt, waardoor er wellicht een lagere norm kan worden toegepast.

Afbeelding 1. De tiphoogte en andere meetverhoudingen van windturbines (Bron: Pure Energie)

3

De norm is afkomstig uit het onderzoek van audioloog Jan de Laat, van de Rijksuniversiteit Leiden.

Beleidskader Nieuwe Energie Gemeente Venlo

31

GEEN MIDDELGROTE WINDTURBINES Voor middelgrote windturbines (tiphoogte tussen 15 en 74 meter) geldt dat deze altijd onderdeel uitmaken van middelgrote of grootschalige initiatieven. De middelgrote windturbines zullen het wat betreft energieopbrengst afleggen tegen grootschalige windturbines terwijl zij wel impact hebben op het landschap. Aangezien middelgrote initiatieven niet worden voorzien, zal er in de praktijk geen plek zijn voor middelgrote windturbines in de opwekking van Nieuwe energie. Voor middelgrote windturbines biedt de gemeente Venlo daarom geen mogelijkheden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.venlo.nl/api/v1/meetings/507/documents/11109