002 RN bijl Omgevingsanalyse Venlo 2021.pdf
Tekst van het document
OMGEVINGSANALYSE VENLO 2021
Concernstaf februari 2021
Omgevingsanalyse 2021 | 1
INLEIDING Als onderdeel van de Kadernota presenteren wij u jaarlijks een analyse van de maatschappelijke context van de gemeente Venlo, een omgevingsanalyse. Het document op basis waarvan u, de gemeenteraad van Venlo, ons als college boodschappen mee geeft op weg naar de kadernota en daarmee bestuurlijk aftrapt voor het jaar 2022. Te beginnen met een beschrijving en een duiding van de omgeving waarin onze gemeenschap, onze stad, onze regio en onze organisatie zich bevindt. Van belang daarbij is het bestuurlijk vergezicht van onze stad, Venlo 2030, en de ambities die u daarin heeft opgenomen. Venlo heeft in 2010 een helder toekomstbeeld vastgesteld, van ‘een stad aan de grens’ naar het ‘stad in het midden’. Inmiddels zien we dat dit toekomstbeeld langzaam gestalte krijgt en dichterbij komt. De stad floreert en profiteert van eerdere bestuurlijke keuzes en investeringen. Het inwonertal groeit, net als het stedelijk onderwijs- en voorzieningenaanbod, het aantal ondernemingen, banen en studenten. Om op koers te blijven of om bij te sturen is het van belang om goed zicht te (blijven) houden. In Meetbaar Venlo kunt twee keer per jaar, per programma(-lijn), de ontwikkeling van de belangrijkste indicatoren ten aanzien van onze ambities volgen. In de omgevingsanalyse leest u dus in welke actuele context dit gebeurt.
Deze keer was dat uiteraard onder een heel ander gesternte dan een jaar geleden. In februari 2020, het moment waarop de vorige editie verscheen, zag de wereld er nog heel anders uit dan vandaag. We voorzagen een lichte afkoeling van onze economie en thema’s als Brexit, PFAS en stikstof vulden de voorpagina’s van de krant. Die onderwerpen zijn natuurlijk niet verdwenen, maar in de afgelopen maanden wel sterk naar de achtergrond gedrukt door SARS-CoV-2, in de volksmond ‘corona’. De economie koelde niet licht af, maar dook in het tweede kwartaal naar beneden. Er werd gevreesd voor een enorme toename van werkloosheid en schulden en nationale en lokale overheden deden alles wat ze konden om de pijn te verzachten en zoveel mogelijk werkgelegenheid te behouden. Een omgevingsanalyse maken was ieder jaar al een uitdagende klus, dit jaar -met zoveel onzekerheden- is deze klus zeker niet eenvoudiger geworden. Het doel is om u een maatschappelijke context te schetsen waarbinnen de regio, de gemeente en de organisatie zich op dit moment bevinden. Uiteraard is een dergelijke schets nooit compleet. Zoals ieder jaar hebben wij in verband met de omvang van een omgevingsanalyse een aantal keuzes moeten maken ten aanzien van onderwerpen.
We hebben daarbij gekeken naar de thema’s waarvan wij verwachten dat die vanuit het perspectief van onze strategische opgaven en de actualiteit bestuurlijk opportuun zijn. Daarnaast proberen wij u, afgezien van de vaste thema’s zoals demografie, woning- en arbeidsmarkt en economie, ieder jaar een wisselend decor aan onderwerpen te presenteren zodat er bij u, in de loop van een aantal jaren, een goed concernbreed beeld ontstaat. Zo ook dit jaar. Tot slot merken wij op dat Covid-19 onmiskenbaar een belangrijk omgevingselement is geweest het afgelopen jaar en zal zijn in 2021. Deze omgevingsanalyse is echter onderdeel van het kadernotaproces 2022, het volgend jaar. Venlo, februari 2021
2 | Omgevingsanalyse 2021
Omgevingsanalyse 2021 | 3
ONDANKS HOGERE STERFTE, VOORAL DANKZIJ NIEUWKOMERS, BESCHEIDEN GROEI Het aantal inwoners in onze gemeente is, ondanks de oversterfte met name als gevolg van Covid, in 2020 -voor het negende jaar op rij-verder gegroeid. Met 207 inwoners naar 102.016 inwoners1. Dit aantal was ongetwijfeld een stuk hoger uitgevallen indien de gemeente Venlo in de maanden maart en april niet te maken had gehad met een (relatief) stevig sterfteoverschot van iets meer dan 100 inwoners. Dit sterfteoverschot in deze twee maanden lag namelijk hoger dan het sterfteoverschot een jaar eerder, over heel 2019 (84). In 2020 overleden in de gemeente Venlo 108 inwoners bij wie Covid is vastgesteld2.
De Volkskrant, 30 december 2020
Onze regio behoorde aanvankelijk tot de zwaarst getroffen regio’s, op nationaal niveau was er sprake van het hoogste (gecorrigeerde en statistisch gemeten) sterfteoverschot ooit. Opvallend in dit verband is een grote, plotselinge daling van het aantal 90+-ers in onze gemeente. Het aandeel van deze leeftijdsgroep in onze bevolking nam met circa 17% af, van 810 naar ongeveer 670 inwoners. Des te opvallender is deze ontwikkeling omdat de verwachting was dat juist deze groep, als gevolg van onze steeds ouder wordende bevolking in omvang in Venlo zowel absoluut als relatief zou stijgen. Er was in 2020 daarmee sprake van een, waarschijnlijk tijdelijke, afname van de (toename van de) vergrijzing.
1 GBA Venlo, voorlopig bevolkingscijfer 5 januari 2021, nog onverklaard verschil van 6 personen 2 RIVM, 31 december 2020 4 | Omgevingsanalyse 2021
Venlo moet het wat bevolkingsgroei sinds een aantal jaren per saldo hebben van het aantal nieuwkomers. We kennen namelijk sinds een 2018 een licht oplopend sterfteoverschot3. Van 23 in 2018 naar 84 in 2019 en 134 in 2020. Het aantal geboorten schommelt al een aantal jaren rond de 900 per jaar4, maar dat betekent niet dat onze bevolking daardoor vergrijst. Het aantal jongeren t/m 18 jaar dat zich in Venlo vestigt is immers bijna 30% groter dan het aantal dat onze gemeente verlaat5.
3 GBA Venlo: 969 overledenen in 2018, 970 overleden in 2019 en 1.034 overledenen in 2020 4 GBA Venlo: 946 geborenen in 2018, 886 geborenen in 2019 en 900 geborenen in 2020 5 Venlo in cijfers/ CBS, oktober 2020 Omgevingsanalyse 2021 | 5
MEER STUDENTEN(-STAD) Omdat we er geen onderzoek naar hebben gedaan is het gissen waar dit aantal jongeren exact vandaan komt, maar we vermoeden dat met name het toegenomen aantal (uitwonende) studenten aan de Venlose hoger onderwijsinstellingen hieraan een belangrijke bijdrage levert. Er laat zich, aan de hand van de vertrek- en vestigingsaantallen, namelijk een seizoenspatroon destilleren waarbij alle (in tijd wat betreft aantallen inwoners licht stijgende) pieken in vestiging in de afgelopen tien jaar plaats vonden in augustus en september. Daarentegen was er in diezelfde maanden ook sprake van hogere vertrekaantallen, echter na 2014 nooit meer hoger dan het aantal vestigers. Al enige jaren zien we in Venlo een licht dalend aantal MBO-studenten, een stabiel aantal HBO- en een gestaag stijgend aantal WO-studenten. De doorontwikkeling en groei van de Brightlandscampus, een verdere verbreding van het bestaande onderwijsaanbod en de nog relatief recente uitbreiding van het stedelijk onderwijsaanbod dragen bij aan een ook in de toekomst gestage toestroom van nieuw en passend regionaal arbeidsaanbod.
Studentenpopulatie Venlo (bron: UM, Fontys, HAS en Gilde, januari 2021)
MEER IMMIGRANTEN Onze bevolkingsgroei komt wat betreft 2020, net als in de jaren daarvoor per saldo opnieuw geheel voor rekening van nieuwkomers uit het buitenland. In Venlo vestigden er zich in 2020 1.599 inwoners vanuit het buitenland, 1.019 inwoners emigreerden er, 2.631 inwoners verhuisden er binnen Nederland naar een andere gemeente, 2.398 inwoners verhuisden binnen Nederland naar Venlo. Daarmee was er, net als in 2019, opnieuw sprake van een relatief stevig immigratieoverschot (+580) en een binnenlands vertrekoverschot (-233).
6 | Omgevingsanalyse 2021
Het belang van demografische kengetallen voor het stedelijk beleid is evident. Wij proberen daar immers rekening mee te houden bij de programmering van onze opgaven en de planning en realisatie van onze voorzieningen. Daarnaast stelt u naar verwachting dit voorjaar een nieuwe strategische visie Venlo 2040 vast. Een document met een perspectief voor onze stad en haar inwoners voor een periode over twintig jaar. Ook daarvoor is het van belang om te kunnen voorzien wie deze inwoners zijn, hoe groot de populatie is en hoe deze, wat betreft kenmerken, is samengesteld. Op basis van de in 2019 door het CBS gepubliceerde prognose hebben we het perspectief voor Venlo al stevig moeten bijstellen, in casu veel meer nieuwe (van elders uit Nederland afkomstige) inwoners, veel meer natuurlijke aanwas en een bescheiden groei van het aantal migranten6. Per saldo een toename van 12.400 inwoners (in 2050) ten opzichte van de vorige prognoses. Daarnaast worden we naar verwachting gemiddeld ook ouder en al met al leidt dit tot een bevolkingsomvang van circa 106.000 inwoners in 2040. Dat is goed nieuws voor het draagvlak voor onze voorzieningen en voor de in de regio aanwezige bedrijvigheid. We zullen deze potentiële groei echter nog wel moeten ‘verzilveren’, met passend volkshuisvestingsbeleid, arbeidsmarktbeleid en passende voorzieningen.
TREK NAAR HET PLATTELAND? Het platteland lijkt sinds kort ‘hot en happening’. Zo lijkt het. Meer stedelingen overwegen de stad in te ruilen voor een dorp. Volgens een recente peiling kijken woningzoekers vaker over de stadsgrenzen heen. 12% van de stadsbewoners overweegt de stad in te ruilen voor een dorp7. En naarmate de crisissituatie langer duurt, loopt dit aandeel op8. De meeste mensen echter die (in het verleden) aangaven dit te overwegen (>60%) verhuisden überhaupt niet binnen twee jaar. En van degenen die wel verhuisden, koos bijna 58% opnieuw voor een huis in de stad. Mogelijk was de drempel om te verhuizen naar het landelijk gebied voor veel van hen toch te groot. Het is echter mogelijk dat de huidige stedelingen met een plattelandswens deze wens vaker gaan verzilveren onder invloed van het (snel) toegenomen thuiswerken én de hoge(re) huizenprijzen in de stad. Want de toegenomen mogelijkheden om thuis te (kunnen) werken heeft het belang van werk als bindende factor aan de stad of stedelijke regio verminderd. Zo’n 40% tot 60% van de thuiswerkers verwacht dat zij dit ook na de crisis vaker blijven doen9. Ex-stedelingen komen maar al te vaak terecht onder de rook van ‘hun’ grote stad, zo blijkt uit studies van het CBS en het PBL.
Voor zover stedelingen de stap zetten om landelijker te gaan wonen, winnen vermoedelijk vooral de landelijke pareltjes in het ommeland aan populariteit10. Venlo hoeft vooralsnog dus geen rekening te houden met een massale uitstroom van bewoners naar het omringende platteland. Er is in Venlo, ondanks de recente forse prijsstijgingen, geen sprake van torenhoge huizenprijzen of een te drukke stad. Anderzijds hoeven we ook geen massale toestroom te verwachten uit de Randstad of andere dichtbevolkte gebieden. 6 CBS, bevolkingsprognose 2050, september 2019. 7 Recent is de gemeente Venlo gestart met een woonwensenonderzoek. 8 Funda, Corona verbreedt horizon van woningzoekers, 6 oktober 2020 9 Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid (Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat), Thuiswerken en coronacrisis, 31 augustus 2020
10 RaboResearch, Bruisende steden hebben een andere exitstrategie nodig, 28 april 2020 Omgevingsanalyse 2021 | 7
OF SCHAARSTE OP DE WONINGMARKT? De onzekere perspectieven vertalen zich in onze gemeente en in onze regio nog niet in dalende woningprijzen. Een lage hypotheekrente, het bescheiden woningaanbod en overheidsondersteuning voor het bedrijfsleven dragen hier zeker aan bij. In 2020 steeg (na een stijging met 11,4% in 2019) de gemiddelde transactieprijs voor een woning in de regio Noord-Limburg opnieuw met 13,9% van gemiddeld €254.000 naar €287.00011. Opvallend zijn met name de sterk gestegen transactieprijzen voor appartementen (24,7%) en hoekwoningen (24,8%) en de (relatief) wat achtergebleven stijging van de prijzen voor vrijstaande (10,9%) en 2-onder-1-kapwoningen (6,7%). Er bestaat dus, zoals al in eerdere omgevingsanalyses aangegeven, een gemengd beeld van vraag en aanbod. In onze gemeente is sprake van sterk toegenomen bouwactiviteit. Zo steeg het aantal woningen in Venlo het afgelopen jaar (opnieuw) per saldo12 met 392 naar 47.804 woningen. Interessant is de vaststelling dat het hier 268 nieuwbouwwoningen betrof, het hoogste aantal in de afgelopen vijf jaar. 142 woningen werden op een andere wijze aan de bestaande voorraad toegevoegd13. Ondanks deze groei van het woningbestand is de Venlose woningmarkt niet langer als ‘ontspannen’ te kwalificeren. Stond in 2017 nog circa 4,4% van de koopwoningen in de verkoop, in december 2020 is dit gedaald tot circa 1,5 %.
In dezelfde periode van 2017-2020 is het aantal koopwoningen ook nog eens met circa 1,6% gegroeid. Uit een nadere verdieping blijkt deze oplopende spanning echter niet voor alle segmenten aan de orde. Met name de vrijstaande woningen zijn nog sterk oververtegenwoordigd met ruim 25% in het aanbod, terwijl nog geen 15% van de woningvoorraad in deze categorie valt. Het gevolg is dat in de andere segmenten -zoals tussenwoningen en appartementen- de marktsituatie nog meer gespannen is. De stijging van de woningprijzen heeft als bijkomend effect dat de woningmarkt voor starters lastig te betreden is. De woningmarkt heeft verruiming nodig om het aanbod voor deze groep betaalbaar te maken. Het absoluut aanbod van woningen in de verkoop in Noord- en Midden-Limburg daalt, terwijl het aantal woningzoekenden niet daalt. Dit betekent dat er minder kans is voor woningzoekenden om een woning te kunnen kopen in Noord- en MiddenLimburg. Het aantal potentiële kopers is groter dan het aantal potentiële verkopers. Hierdoor blijft de krapte en de concurrentie op de woningmarkt bestaan.
Funda, januari 2021
8 | Omgevingsanalyse 2021
11 NVM, 3e kwartaal 2020, jaar-op-jaar 12 Gecorrigeerd voor sloop en onttrekkingen 13 Gemeente Venlo, Team Bouwen en Milieu, februari 2021
Opvallend is ook de stijging van de huurprijzen in de vrije sector14. De gemiddelde huurprijs nam in 2020 landelijk met 10,2% en in Limburg met 10,3% toe. Op het eerste gezicht lijkt dit geen bijzondere ontwikkeling, totdat je je realiseert dat Limburg een relatieve prijsontwikkeling laat zien vergelijkbaar met de Randstad, terwijl provincies zoals Zeeland en Groningen te maken hebben met dalende huurprijzen. Des te opvallender omdat in het vigerende rijksbeleid de drie regio’s in Zuid-Limburg nog steeds te boek staan als krimpregio en Noord- en Midden-Limburg als anticipeerregio15. De bevolkingskrimp in de provincie Limburg valt mee en er is sprake van een licht toegenomen binnenlandse migratie van mensen uit de Randstad naar de ‘rustigere’ provincies. Dit kan mede verklaard worden door het feit dat de woningmarkt in de grote steden verzadigd is. De gemiddelde hypotheekbedragen in steden zijn aanzienlijk hoger dan de hypotheken in de ‘buitenprovincies’16. Ook zijn de woningprijzen in Limburg gemiddeld genomen lager waardoor een stijging sneller opvalt.
Stadszaken, november 2020
NVM, Regio Noord-Limburg, januari 2021
14 https://stadszaken.nl/artikel/3077/opvallende-prijsgroei-huurmarkt-limburg 15 https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/bevolkingsdaling/krimpgebieden-en-anticipeergebieden. Een antici peerregio is een regio waarin op termijn (door het rijk) bevolkingsdaling wordt voorzien.
16 https://stadszaken.nl/artikel/3260/2020-recordprijzen-koopwoningen-en-trek-naar-landelijk-gebied Omgevingsanalyse 2021 | 9
VAN DE VERWACHTE ECONOMISCHE AFKOELING In januari van het afgelopen jaar voorzagen we voor 2020 een verdere afkoeling van de Nederlandse economische groei (van 1,7% in 2019) naar 1,3%. De werkloosheid zou ook in 2020 en 2021 nog uitzonderlijk laag blijven. En voordat u als gemeenteraad de omgevingsanalyse besprak was deze prognose reeds achterhaald. De economie zakte in het tweede kwartaal in en herstelde zich ten dele in het derde en vierde kwartaal. De werkloosheid veerde aanvankelijk stevig op en zakte daarna in het derde kwartaal weer terug. NAAR ECONOMISCHE KRIMP EN HERSTEL Uiteindelijk variëren de verwachtingen met betrekking tot de economische ontwikkeling in 2020 van een krimp tussen 4,0% en 4,5% en wordt er voor de jaren daarna een economische groei verwacht van 2,8% in 2021 en licht dalend naar gemiddeld 2% in de jaren daarna. De consumptie door huishoudens herstelt zich, net als de export en investeringen. De (prijs-)inflatie blijft de komende jaren schommelen (op een laag niveau) rond de 1,3%. De koopkracht ontwikkelt zich in 2021 naar verwachting positief door een verlaging van de inkomstenbelasting in de 2e schijf. Daartegenover staat een zeer gematigde loonontwikkeling. Daarmee was de recessie van afgelopen jaar hevig, maar zeer kort en de structurele effecten op de economie zeer beperkt.
Het CPB verwacht dat aan het eind van volgend jaar de nationale economie in omvang 1% kleiner zal zijn dan eind 2019. Het (rijks-)begrotingstekort bedroeg in 2020 naar verwachting 6,1% en zal verder dalen naar 4,6% in 2021, 2,4% in 2022 en uiteindelijk 1,2% in 2025, mede als gevolg van de afbouw van de steunmaatregelen en hogere belastinginkomsten17. De staatsschuld stijgt van 56,7% het afgelopen jaar naar 59,0% dit jaar. Daarmee is er geen noodzaak voor een nieuw kabinet om met ingrijpende bezuinigingsmaatregelen te komen en blijft er naar verwachting voldoende ruimte om het herstel te accommoderen. In die zin heeft deze recessie een heel ander, in financieel perspectief minder ernstig, karakter dan de kredietcrisis van 2009. De gevolgen van die recessie op de overheidsfinanciën waren zeer ingrijpend, langdurig en hadden grote impact op de overheidsuitgaven.
17 CPB, Actualisatie Verkenning middellange termijn 2022-2025, november 2020 10 | Omgevingsanalyse 2021
EN (WEER) TERUG NAAR NORMAAL De onzekerheid ten aanzien van de verwachte ontwikkelingen blijft groot. Veel zal afhangen van het succes en het tempo van het vaccinatieprogramma en de terugkeer naar de ‘normale’ situatie. De verwachting is dat het ‘nieuwe normaal’ uiteindelijk (toch) verrassend veel op het ‘oude normaal’ zal lijken. Dat laat onverlet dat deze recessie een aanjager is geweest voor een aantal ontwikkelingen zoals het (digitaal) op afstand werken, maar ook heeft geleid tot aanzienlijke vermogensverliezen bij ondernemers, onzekerheid en het verlies van betaald werk. Voor een aantal groepen inwoners, met name oudere werknemers, zzp’ers en flexwerkers en ondernemers in (in onze regio) met name de horeca en toerisme, zal het structurele effect ook na het economisch herstel nog voelbaar blijven en het investeringsvermogen beperkt. Onze regio kent een relatief sterk ontwikkelde vrijetijdssector en er wordt bovengemiddeld gebruik gemaakt van seizoenswerk. In dat verband merken we op dat er juist nu vanuit de optiek van ondermijning door de overheid met name extra aandacht wordt besteed aan de actuele kwetsbare positie van de horecabranche. Veel horecaondernemers hebben immers grote financiële problemen door de crisis. Het risico is dat (daardoor) ondernemers met verkeerde mensen en bedrijven in zee gaan.
Daarnaast wordt er op dit moment door de overheid extra aandacht besteed aan (het toezicht op) de gezondheid, huisvesting en arbeidsomstandigheden van de in onze regio werkzame arbeidsmigranten18.
18 CCV, Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid Omgevingsanalyse 2021 | 11
TIJD VOOR ‘HERSTEL’ Het CBS hanteert bij het beoordelen van de economische staat van ons land de zogenaamde conjunctuurklok. De economische ontwikkeling maakt een cirkelvormige beweging die zichtbaar wordt gemaakt op de klok. Deze klok maakt in tijd een beweging ‘tegen de klok in’, waarbij verschillende voor de economie relevante indicatoren worden gevolgd. Normaal gesproken vergelijken we in de omgevingsanalyse het meest recente economisch beeld (januari 2021) met het economisch beeld uit de vorige editie van de omgevingsanalyse (januari 2020). Vanwege de uitzonderlijke economische omstandigheden hebben we ervoor gekozen om het meest actuele beeld te vergelijken met het beeld van een half jaar geleden, vlak na de uitbraak van de Covid-19 epidemie (juni 2020). Op de conjunctuurklok is het economisch herstel duidelijk zichtbaar. In juni 2020 was er sprake van een robuuste afname van vrijwel alle economische indicatoren (behalve de woningprijzen). Inmiddels is de economie aan een stevig en breed gedragen opwaartse ontwikkeling begonnen. Weliswaar voor de meeste indicatoren nog onder de langjarige trend maar wel duidelijk groeiend. De enige twee indicatoren voor wie dit (nog) niet van toepassing is zijn de investeringen en de consumptie.
Ondernemers en consumenten lijken nog terughoudend bij het doen van uitgaven of investeringen, hetgeen uiteraard gegeven de onzekere omstandigheden niet verrassend kan worden genoemd. De verwachting is dat deze indicatoren wanneer de onzekerheid rondom het Covid-virus afneemt zullen verbeteren. In relatie tot onze regionale economie merken we op dat het met name de export was die in december van het afgelopen jaar een robuuste groei liet zien en nu, een maand later, weliswaar nog steeds presteert boven de langjarige trend maar een vertraging laat zien. Niettemin lijkt (de regio) Venlo goed voorgesorteerd zodra de conjunctuur aan vaart wint. Economisch herstel is in onze regio immers over het algemeen steviger dan in regio’s met een minder conjunctuurgevoeliger sectorsamenstelling.
CBS, Conjunctuurklok juni 2020 en januari 2021
12 | Omgevingsanalyse 2021
BESCHEIDEN WERKLOOSHEIDPIEK EN BIJZONDERE GROEPEN De werkloosheid piekt naar verwachting in 2021 op een niveau tussen 5,1% en 6,1% om in 2022 weer te dalen naar 4,0%19. We merken hierbij op dat in historisch perspectief dit de laagst gemeten ‘werkloosheidspiek’ is van de afgelopen 50 jaar. Dat laat onverlet dat name voor zzp’ers, flexwerkers en jongeren bovengemiddeld veel last hebben en hebben gehad van de inzakkende bedrijvigheid. Veel meer dan oudere werknemers. En hoewel jongeren naar verwachting (relatief) snel weer aan het werk komen, is dat niet het geval voor deze oudere werknemers. Voor hen is met name het voorkomen van werkloosheid en het arbeidsfit houden van groot belang. Belangrijker dan bij jongeren waarvoor met name een goede begeleiding en aansluiting op de arbeidsvraag van belang lijkt. Verderop in deze analyse komen we daar apart op terug.
19 CPB, novemberraming, 26 november 2020, ING Economisch Bureau, 23 december 2020 Omgevingsanalyse 2021 | 13
De actuele economische situatie is voelbaar voor bijna een kwart (24%) van de werknemers in onze arbeidsmarktregio. De figuur hieronder geeft u hiervan een globale indruk. Omdat er tegelijkertijd veel arbeidsmigranten naar huis terug keerden zijn er daarom in de eerste maanden van de crisis verschillende initiatieven opgezet om bijvoorbeeld personeel uit de horeca in te zetten in de agrarische sector20.
Werknemers naar sector en impactcategorie Noord-Limburg, oktober 2021
20 UWV, Regio in Beeld, Noord-Limburg oktober 2020 14 | Omgevingsanalyse 2021
Weliswaar heeft de crisis geleid tot een stijging met 9,1% van het aantal in onze regio geregistreerde werkzoekenden, dat wil daarmee niet zeggen dat we inmiddels kunnen spreken van een ontspannen regionale arbeidsmarkt. De verwachting is dat zeker op de iets langere termijn de krapte van voor de coronacrisis weer zal terugkeren. Het aantal WW-uitkeringen is licht opgelopen en daalt inmiddels weer, net als het aantal bijstandsgerechtigden (2.849)21 dat zich (in Venlo) alweer bevindt op het niveau van voor de crisis.
Bestand bijstandsgerechtigden in Venlo, 7 januari 2021
Het is echter nog onduidelijk in welke mate er op termijn sprake zal zijn van een doorstroom vanuit de WW naar de bijstand. Vooral in grotere steden komen relatief veel WW’ers uiteindelijk in de bijstand terecht vanwege het grotere aandeel alleenstaanden en lager opgeleiden. EN OP TERMIJN (WEER) EEN KRAPPE ARBEIDSMARKT Op termijn ziet het arbeidsmarktperspectief er in onze regio iets anders uit. Weliswaar nam het afgelopen jaar de werkloosheid het sterkst toe in de sectoren transport en logistiek, ICT, dienstverlening (waaronder horeca) en technische beroepen, maar doordat de beroepsbevolking gelijk blijft verwachten we ook in deze sectoren in de nabije toekomst een sterke daling van het arbeidsaanbod. Daarnaast ontstaan er op termijn naar verwachting ook knelpunten in de zorg, onderwijs, bouw en het openbaar bestuur. Sectoren die binnen onze regio als het meest vergrijsd worden aangeduid. MAAR HOE IS MET ONS TOEKOMSTIG ARBEIDSAANBOD, ONZE JONGEREN? Op dit moment hebben met name jongeren veel last van de coronacrisis. Thuisonderwijs, onvoldoende stagemogelijkheden en wanneer ze werken dan hebben ze vaker een flexibel contract en werken er veel jongeren in sectoren die hard zijn getroffen door de crisis zoals in de horeca. Voor schoolverlaters betekent de afnemende werkgelegenheid minder kansen op een eerste baan en dat is zichtbaar in de werkloosheidscijfers.
Hoewel jongeren goed kunnen herstellen van kortdurende werkloosheid, is het belangrijk om langdurige werkloosheid te voorkomen. Daarom zijn in het steun- en herstelpakket middelen vrij gemaakt voor de aanpak van jeugdwerkloosheid.
21 Bestandontwikkeling BUIG, 7 januari 2021 Omgevingsanalyse 2021 | 15
Elke centrumgemeente krijgt nog dit jaar budget voor coördinatie van een eigen regionale aanpak van jeugdwerkloosheid te coördineren en daar de partners in de regio bij te betrekken, zoals scholen en het UWV. Om jongeren te begeleiden naar vervolgonderwijs of werk kunnen zij gebruik maken van verschillende generieke middelen uit het steunen herstelpakket. Daarnaast wordt in totaal €346 miljoen vrijgemaakt om kwetsbare schoolverlaters van afgelopen en komend schooljaar te ondersteunen naar vervolgonderwijs of werk. Dan gaat het om laagopgeleide jongeren die zonder startkwalificatie het onderwijs verlaten uit het praktijkonderwijs, uit het voortgezet speciaal onderwijs of door voortijdig schoolverlaten (vsv). Alsook om jongeren uit het mbo die een moeilijke start op de arbeidsmarkt kennen vanwege bijvoorbeeld hun opleidingsrichting of niet-westerse migratieachtergrond. De middelen voor gemeenten en scholen worden nog dit jaar en begin volgend jaar beschikbaar gesteld. Scholen en gemeenten zijn in dit verband gevraagd om hieraan samen invulling te geven. Aandachtspunt voor 2021 zal de nazorg zijn voor jongeren die niet duurzaam zijn geplaatst en waarvan de werkgever het dienstverband beëindigd. Deze jongeren vallen door beperkte WW-rechten als snel terug op de bijstand. Ook hier kan met het steun -en herstelpakket extra ondersteuning worden geboden.
Deze dienstverlening wordt ingericht via Regionale Mobiliteitsteams. WEINIG STAGE MOGELIJKHEDEN Het aantal nieuwe WW-uitkeringen aan jongeren lag in de periode maart t/m augustus van het afgelopen jaar ruim twee keer hoger dan in de vergelijkbare periode in 2019. Ook in de cijfers over stages en leerbanen is het effect van corona zichtbaar in het aantal stagetekorten. In totaal was er in 2020 sprake van een tekort van ongeveer 600 stageplaatsen, waarvan 277 in de zorg en 253 in de sector welzijn22. Omdat veel zorgpersoneel nu een andere focus heeft en onvoldoende tijd om studenten goed te kunnen begeleiden heeft dit tot gevolg (gehad) dat in deze sectoren nog niet alle studenten aan een stage zijn geholpen. Met veel inzet van SBB-MBO- , het Leer-werkloket en zelfs samen met WSP is en wordt fors ingezet om jongeren aan een stageplek te helpen. PASSIEVER, MAAR GEZONDER DAN VOORHEEN Eens per vier jaar presenteert de GGD een gezondheidsmonitor jeugd23. Dit onderzoek is uitgevoerd voordat Covid-019 zijn intrede deed. De algemene conclusie is dat het over het algemeen goed gaat met onze jeugd. De resultaten zijn daarmee in lijn met het regionale beeld. Dat betekent dat Venlo in de afgelopen jaren op veel punten een inhaalslag heeft gemaakt ten opzichte van de buurgemeenten. Over het algemeen ervaren jongeren in Venlo een goede gezondheid (86%).
Gegeven de slechts 17% van de jongeren dat voldoet aan de beweegnorm Nederlandse Norm Gezond Bewegen (NNGB) is dat verrassend hoog. Beweging vindt er vooral plaats op het beeldscherm. 51% van de Venlose jongeren brengt namelijk meer dan 3 uur per dag24 achter een beeldscherm door. En dit zal het afgelopen jaar naar verwachting zeker niet afgenomen zijn. Opvallend zijn (nog steeds) de reeds op deze leeftijd zichtbare gezondheidsverschillen tussen onderwijsniveaus, waarbij meisjes kwetsbaarder lijken dan jongens. Wat betreft het gebruik van alcohol en tabak is er in Venlo sprake van een (voortgezette) positieve ontwikkeling. Zo is er een duidelijk zichtbare daling van het percentage jongeren dat in een periode van vier weken alcohol heeft gedronken. In 2005 was dat nog ca 55%, in 2019 was dit inmiddels 29%. Ook het percentage jongeren dat rookt is gedaald van 13% in 2009 naar 5% in 2019.
16 | Omgevingsanalyse 2021
MAAR OOK EENZAMER…. Minder positief is de ontwikkeling van eenzaamheid onder jongeren. Van 18% in 2015 steeg dit naar 23% in 2019 terwijl er tegelijkertijd sprake was van een daling in sociale steun die jongeren van vrienden/vriendinnen ervaren van 68% in 2016 naar 62% in 2019. Niet helemaal duidelijk is wat hier de oorzaken voor zijn. Dit laat overigens onverlet dat de (nationale) ontwikkeling van eenzaamheid geen verontrustend beeld laat zien, evenals dat mensen (veel) minder tevreden zouden zijn met ‘het leven’.
22 SBB (Samenwerkingsorganisatie Beroepsonderwijs Bedrijfsleven), 2020 23 In Venlo hebben 1.763 jongeren in de leeftijd van 13 t/m 16 jaar meegedaan aan het onderzoek, een respons van 82%. 24 En daarmee 21 uur per dag niet Omgevingsanalyse 2021 | 17
ONZE BINNENSTAD, KORTE TERMIJN ONGEMAK EN LANGE TERMIJNPERSPECTIEF Bij het inschatten van de impact van Corona op de spreekwoordelijke etalage van Venlo, de binnenstad, is het van belang om een onderscheid te maken tussen de korte en de lange termijn. Op de lange termijn heeft de binnenstad zeker (nog steeds) veel potentie. Op de korte termijn daarentegen is de impact van corona voor de binnenstad aanzienlijk, zowel voor bewoners als voor bedrijven, bezoekers en beleggers. Voor de eerste twee groepen worden over het algemeen zowel voor- als nadelen van de coronacrisis genoemd met betrekking tot binnensteden, voor de laatste twee vooral nadelen. De impact van corona als een extreme gebeurtenis moet worden gezien in het licht van de aanwezige trends en ontwikkelingen. EEN AANTREKKELIJKE LEEF- EN WOONLOCATIE De binnenstad is en blijft een aantrekkelijk woonlocatie en nam in de afgelopen jaren ook in Venlo flink toe. Of de woonvoorkeuren als gevolg van Corona (blijvend) zullen veranderen, is nog geen peil op te trekken. Wel is nogmaals het belang van open publieke en groene ruimtes in (binnen)steden veel aantoonbaarder geworden, net als het belang van voorzieningen die fietsen en lopen bevorderen.
Vooralsnog vinden de woningbouwprojecten in het stedelijk centrum gretig aftrek en is de belangstelling van ontwikkelaars en corporaties voor projecten als Aan de Stadsmuur, Maaswaard en Kazerne Kwartier nog steeds groot. De uitvoering van de Agenda groen en Water komt dan ook precies op tijd -al past het ook in een bredere trend en ontwikkeling- en zal met de herinrichtingen van de Lage Loswal en Keulsepoort al in 2021 direct krachtig vorm krijgen. Ook het Fietsplan Venlo zal in dit licht extra in de belangstelling staan voor het stedelijk centrum, maar ook daarbuiten. EN EEN BELANGRIJK REGIONAAL CENTRUM Stedelijke centra zijn traditioneel handelscentra. De sectorstructuur van binnensteden is de laatste jaren nauwelijks veranderd. De sectoren overheid, onderwijs en gezondheid en steden met een regionaal verzorgingsgebied worden minder hard getroffen dan steden met een internationaal karakter en een profiel gericht op winkelen, horeca en (zakelijk) toerisme. Ook stedelijke centra die minder afhankelijk zijn van het openbaar vervoer voor woonwerk-verkeer ondervinden minder de gevolgen.
Op de lange termijn blijven stedelijke centra aantrekkelijk voor face-to-face-ontmoetingen en door de goede bereikbaarheid van een centrale locatie Ondanks het te verwachten banenverlies en faillissementen in de detailhandel en horeca als de beperkingen nog lang aanhouden, heeft Venlo geen slechte uitgangspositie. Het stedelijk centrum van Venlo heeft namelijk primair een regionaal verzorgingsgebied, is voor de werkgelegenheid minder afhankelijk van bereikbaarheid per openbaar vervoer en is het internationale karakter vooral EU-regionaal. Ook in de sectorstructuur is een balans tussen de groeiende en dalende sectoren in Venlo waardoor de kwetsbaarheid in vergelijk met andere steden minder groot is. Het is wel essentieel dat het thuiswerken, thuisonderwijs en de sluiting van horeca en beperkingen in de culturele sector niet veel langer moet aanhouden. Aangetekend moet worden dat de ontwikkelingen in de detailhandel vooral een versnelling is van een langlopende trend die -zodra de situatie weer normaliseert- naar verwachting in tempo waarschijnlijk weer iets zal afnemen.
18 | Omgevingsanalyse 2021
Voor de corona-crisis heeft het CBS een onderzoek uitgevoerd naar de omzetontwikkeling van de binnenstad, die zowel voor horeca als detailhandel behoorlijk in de lift zat. Met name detailhandel had na jaren van daling of beperkte groei de weg naar boven weer gevonden. Met name het tweede kwartaal – overwegend een minder sterk kwartaal – was een uitschieter met +8,9%, hetgeen waarschijnlijk verband houdt met het hoogtepunt van de succesvolle expositie van Evert Thielen in beide musea. WAARDOOR BEZOEKERS ZEKER WEER TERUG KOMEN Binnensteden trekken verschillende soorten bezoekers: veelal uit de directe omgeving. De detailhandel is hier voor een belangrijk deel verantwoordelijk voor, met name het zogenoemde ‘funshoppen’ in kledingwinkels, boekwinkels en dergelijke. De onmiddellijke effecten van corona op de bezoekfunctie van binnensteden zijn overduidelijk. De vraag is op welk niveau de bezoekersfunctie zich herstelt en hoelang dat gaat duren. Op de middellange termijn hangt de situatie sterk af van de levensvatbaarheid van de bezoekersgeoriënteerde bedrijven en die is momenteel allerminst zeker. Op de lange termijn zijn de vaste gebiedskwaliteiten bepalend. Door de historische sfeer en de aanwezigheid van culturele en publieke voorzieningen zoals musea en het stadskantoor blijft het stedelijk centrum een aantrekkelijke bestemming.
Voor de lange termijn lijken de vooruitzichten voor het aantal bezoekers in de binnenstad gunstig door de specifieke gebiedskwaliteiten van Venlo en het aanbod van publieke en culturele voorzieningen. Het is vanuit dit perspectief extra van belang om de gezamenlijke investeringen in de historische sfeer, aantrekkelijk groen en water en gezonde culturele voorzieningen door te zetten, om een aantrekkelijke bestemming te blijven. EN ER KANSEN ONTSTAAN VOOR NIEUWE FUNCTIES EN (HER-)ONTWIKKELING Minder zichtbare belanghebbenden in de binnenstad zijn de eigenaren van de panden. Ook zij hebben baat bij een bruisende, aantrekkelijke omgeving, want die vertaalt zich in een waardestijging van de panden en de mogelijkheid om de huren te verhogen. Een cruciale indicator voor beleggers is leegstand: leegstand betekent immers niet alleen een direct verlies aan inkomsten, maar kan ook een negatieve uitstraling hebben op andere objecten in de omgeving.
Omgevingsanalyse 2021 | 19
In de Venlose binnenstad zal de leegstand in 2021 naar verwachting verder oplopen, na een paar redelijke jaren van teruglopende en stabiliserende leegstand van winkelruimte. Alternatieve gebruiksvormen of slimmer omgaan met de ruimte door plek te bieden aan groen, water en wonen kan de komende jaren een antwoord bieden. De leegstand van kantoren in de binnenstad is zeer gering door het beperkte aanbod en de grootschalige transformaties naar andere gebruiksvormen in de afgelopen jaren25. EN RUIMTE EN AANDACHT VOOR KLIMAATADAPTATIE Niet alleen is er ruimte nodig voor groen en water in onze binnenstad, als gevolg van de verwachte klimaatverandering zal dat op meerdere plekken in onze gemeente de komende jaren actueel zijn. Iedere tien jaar berekent het KNMI immers het langjarig gemiddelde van het Nederlandse weer. Het langjarig gemiddelde, vaak ook 'de normaal' genoemd, wordt berekend over een periode van dertig jaar. Dit gemiddelde weer wordt aangeduid als klimaat of klimaatnorm. Vanaf 1 januari 2021 gelden de nieuwe meteorologische normalen. De nieuwe normale jaargemiddelde temperatuur ligt in De Bilt vanaf 1 januari op ongeveer 10,5 graden; dat is een aanpassing van 0,4 graden. Dit is historisch gezien een grote aanpassing. Van 1901 tot en met 1980 bedroeg de temperatuurstijging in ons land ‘slechts’ 0,3 graden. Sinds 1980 is ons land met 1,3 graden opgewarmd.
Dat is ruim twee keer zoveel als de toename van de wereldgemiddelde temperatuur in dezelfde periode. Er is dus sprake van een ongekende versnelling in opwarming. Behalve dat de gemiddelde temperatuur stijgt, worden onze winters en zomers natter en de lente en herfst juist droger. De lentes en zomers zijn extra opgewarmd door toename van de zonnestraling mede als gevolg van de afname van luchtvervuiling. Dat we een zeer zonnig voorjaar hadden in 2020 was in die zin niet helemaal toevallig, maar mede te danken aan de strenge lockdown in Europa en de rest van de wereld. Als gevolg van de klimaatverandering gaat het naar verwachting heviger en langduriger regenen, terwijl we ook meer hittegolven en langere periodes van droogte gaan krijgen. Wateroverlast en hittestress wisselen elkaar steeds vaker af.
Ontwikkeling klimaat De Bilt, geïndexeerd (bron: Weerplaza, 2021)
Klimaatadaptatie is een grote, multifunctionele en integrale opgave gericht op het verbeteren van de leefbaarheid, leefomgeving, gezondheid et cetera. Een belangrijk onderdeel van deze opgave betreft groen- en waterbeleid zoals door uw raad is vastgesteld (Agenda Groen en Water) en de regionale en nationale opgaven in het kader van de hoogwaterbescherming.
25 Onderzoeksrapport ‘Veerkracht op de proef gesteld’| Een verkenning van de impact van Corona op binnensteden | 04-12-2020’ van het Planbureau van de Leefomgeving i.s.m. Locatus
20 | Omgevingsanalyse 2021
NIEUWE ENERGIE De energietransitie (inclusief warmtetransitie) is behalve een technisch, ook een maatschappelijk proces. Het thema toont sterke verwantschappen met andere thema’s binnen het bredere programma duurzaamheid, zoals klimaatadaptatie en circulaire economie. Draagvlak en lokaal eigenaarschap vormen hierbij belangrijke speerpunten. Hoewel de grootschalige opwekking van energie op regionaal niveau nadrukkelijk de aandacht heeft, ligt de focus op lokaal niveau vooral op het stimuleren van ondernemers en inwoners om zelf aan de slag te gaan met de transitie. De nadruk ligt daarbij vooralsnog op zonnepanelen op daken. De toename van het opgesteld vermogen van zonnepanelen in Venlo was de afgelopen jaren aanzienlijk groter dan het landelijk gemiddelde26. Dat geldt zowel voor de zonnepanelen op woningen als bedrijven. Het percentage woningen met zonnepanelen bedroeg in Venlo in 2019 15,5%; het landelijke gemiddelde bedroeg 12,5%. Naast een toename van de productie van zonne-energie is er sinds 2013 in Venlo ook al sprake van een daling van het elektriciteits- en gasgebruik. Desondanks ligt het elektriciteitsgebruik van huur- en vooral koopwoningen in Venlo (nog) boven het landelijk gemiddelde27.
Bron: CBS-zonnestroom (2020)
Mede dankzij de energietransitie, gooide Venlo in 2020 hoge ogen als het gaat om waardering op het gebied van duurzaamheid. Venlo behaalde de tweede plaats als meest duurzame publieke opdrachtgever en het bedrijventerrein Trade Port Noord is op de tweede plek geëindigd in een onderzoek naar het Duurzaamste Bedrijventerrein van Nederland. Op dat bedrijventerrein ligt ook het grootste zonnedak van Europa. NIEUWE VORMEN VAN PARTICIPATIE In de maatschappij groeit de behoefte onder burgers aan meer grip op en directe zeggenschap over hun leefomgeving. Steeds vaker is burgerparticipatie dan ook een begrip dat genoemd wordt. Niet alleen binnen de context van de lokale democratie, maar ook binnen de nationale wetgeving. De participatieve democratie heeft daarmee definitief zijn intrede gedaan binnen de representatieve democratie. In toenemende mate heeft de inwoner een belangrijke rol in de agendering, de voorbereiding, de totstandkoming, de uitvoering en de beoordeling van beleid. Niet alleen omdat de burger de gevolgen van beleid ervaart, maar ook omdat participatie aan het politieke proces als intrinsieke waarde van de Nederlandse samenleving wordt ervaren. 26 Bron: CBS-Zonnestroom 2019 27 Bron: CBS 2019 Omgevingsanalyse 2021 | 21
Naast formele inspraak hebben zich in de nationale en Venlose praktijk andere vormen van betrokkenheid van inwoners ontwikkeld, zoals burgerfora en -panels, het meedenken bij projecten, digitale peilingen, het opstellen van een eigen (samenlevings)agenda, (online) burgerbegrotingen en buurtbudget. In de evaluerende fase van beleidsvorming is in toenemende mate sprake van verschillende participatievormen. Daarbij kan gedacht worden aan de klassiekere vormen zoals het burgerhandvest, de gebruikersgroepen, een kwaliteitspanel en de kwaliteitsschouw. De Omgevingswet (per 2022), de Ontwerpwet Versterking participatie op decentraal niveau (Het wetsvoorstel is vlak voor de zomer voor advies aan de Raad van State aangeboden) en de Algemene wet bestuursrecht geven (de komende tijd) verder vorm en inhoud aan de invulling die de participatieve democratie de komende jaren gaat krijgen. EN EEN NIEUWE (DIGITALE) SAMENLEVING “We bevinden ons midden in de ontwikkeling van een informatiesamenleving. Voor gemeenten heeft dat grote betekenis. Technologische innovaties gaan namelijk zo snel dat het lastig is om zicht te houden op welke ontwikkelingen daarbij van belang zijn.
Digitalisering verandert niet alleen de wijze waarop gemeenten kunnen werken aan maatschappelijke opgaven, maar het verandert ook de maatschappelijke opgave zelf: kunnen al onze inwoners nog meedoen in de informatiesamenleving? Zijn publieke waarden als privacy, veiligheid en autonomie nog geborgd in tijden van digitalisering? En hebben we voldoende controle op de nieuwe technologieën die wij inzetten?”28 Digitalisering verandert onze maatschappij ingrijpend en is tegelijkertijd essentieel om de maatschappij draaiende te houden. De uitbraak van het coronavirus en de gevolgen daarvan tonen dat nog eens extra aan. Juist nu blijkt de meerwaarde van investeringen in een goed gedigitaliseerde overheid. Die dragen bijvoorbeeld bij aan het organiseren van levensreddende zorg en aan goede overheidsdienstverlening. Juist nu blijkt hoe belangrijk het is dat burgers en ondernemers digitaal bij de overheid terecht kunnen; voor hulp en steunmaatregelen. En juist nu blijkt hoe belangrijk het is dat iedereen mee kan blijven doen. Digitalisering gaat om veel meer dan het digitaliseren van papieren processen. Het gaat ook om veranderingen in de werkwijze en communicatie van de overheid.
Om hoe we onze dienstverlening organiseren en maatschappelijke vraagstukken op- en aanpakken Het gebruik van nieuwe technologieën, apps, platforms, met verzamelde data over onszelf en onze fysieke leefomgeving, beheerst in toenemende mate de samenleving. Dit levert nieuwe data op, biedt ruimte om databronnen met elkaar te verknopen en data te hergebruiken. Daardoor kunnen we nieuwe inzichten op doen en oplossingen ontwikkelen voor maatschappelijke vraagstukken tussen verschillende sectoren. De overheid is er (samen met anderen) verantwoordelijk voor dat dit op een fatsoenlijke en verantwoorde manier gebeurt.
28 Trendrapport Informatiesamenleving 2020, VNG 22 | Omgevingsanalyse 2021
De invloed van Covid-19 heeft de inzet van deze technologieën versneld. De IT-infrastructuur van bedrijven en overheid, noodzakelijk om te kunnen thuiswerken, was aanwezig en heeft zich in korte tijd bewezen en doorontwikkeld. De verwachting is dat meer medewerkers na de pandemie blijven thuiswerken. Wat is hiervan de invloed op kantoorgebruik, files en het milieu? De omzet van Nederlandse webwinkels is explosief gestegen het afgelopen jaar. Zowel voor de pure webwinkel als de ‘multichannelers’, bedrijven die zowel via winkels als online verkopen.
Omzetontwikkeling internetverkopen postorderbedrijf/webwinkel
Omzetontwikkeling internetverkopen multi-channel (zwaartepunt niet online)
Omzetontwikkeling internetverkopen t.o.v. dezelfde periode een jaar eerder.
Wat is de blijvende invloed van de pandemie hierop? De trend was reeds dat consumenten meer online producten en diensten afnemen. Dit is alleen maar toegenomen door Covid-19. Wat betekent dit voor de online dienstverlening van de overheid?
Omgevingsanalyse 2021 | 23
Bovenstaande ontwikkelingen leiden echter ook tot nieuwe vraagstukken voor gemeenten, bijvoorbeeld omtrent de bescherming van de privacy, autonomie en grondrechten van de inwoners van Venlo. Er is onderwijs nodig in nieuwe (digitale) vaardigheden om te kunnen participeren op de arbeidsmarkt en in de samenleving. Cyberincidenten doen zich steeds vaker voor, onze digitale veiligheid staat op het spel. Dit heeft impact op zowel de digitale als de fysieke wereld. Ook de borging van publieke waarden, zoals transparantie, toegankelijkheid, begrijpelijkheid en menselijkheid, is geen gegeven. Een digitale transitie is gaande en die heeft een verstrekkende invloed op burgers, ondernemers en ambtenaren van de gemeente Venlo. Zij verandert de landelijke en lokale economie en de samenstelling van en werkwijze in de inclusieve samenleving. Zij verandert bovendien de Venlose openbare ruimte, door de samensmelting van de digitale en fysieke wereld. Ten slotte verandert zij ook de werkwijze én het werkterrein van de veiligheidsdiensten, de informatiestromen binnen onze democratie en de bescherming van de beginselen van onze rechtsstaat. De beschreven ontwikkelingen zijn door de VNG uitgewerkt in een aanpak, zoals die op de volgende pagina grafisch is weergegeven. Het afgelopen jaar is de Wet digitale overheid (Wdo) ingevoerd.
Deze heeft tot doel om het veilig en betrouwbaar kunnen inloggen voor Nederlandse burgers en bedrijven bij de (semi-)overheid te regelen. De wet stelt daarnaast open standaarden verplicht. Hiermee implementeert Nederland de EU richtlijn over toegankelijkheid van overheidswebsites en apps. Ook de informatie die in het raadsinformatiesysteem raadpleegbaar is moet (met terugwerkende) kracht voldoen aan de eisen voor toegankelijkheid. Per 1 juli 2021 wordt de Wet elektronische publicatie van kracht. Deze wet verplicht bestuursorganen (bijvoorbeeld gemeenten en provincies) om alle officiële publicaties online te zetten via de website officielebekendmakingen.nl. In 2022 zal de Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer in werking treden. Het wetsvoorstel geeft de burger recht om elektronisch berichten aan een bestuursorgaan te zenden op een door het bestuursorgaan bepaalde wijze. Dat betekent dat de gemeente voor elk formeel bericht een elektronisch kanaal moet aanwijzen en inrichten, die aan een aantal verplichtingen moet voldoen.
24 | Omgevingsanalyse 2021
De wereld digitaliseert GEMEENTEN
Werken vanuit inwoners en ondernemers
Werken vanuit maatschappelijke opgaven
Maken integrale afweging vanuit lokale praktijk
Werken agenderend
DIGITALE AGENDA GEMEENTEN 2024 Verbinden beleidsdomeinen - Lokaal bestuur - Sociaal/fysiek - Veiligheid
Verbinden met economie - NL Digitaliserings Strategie
KANSEN BENUTTEN
Beleidsdomeinen overheid en economie Eén digitale overheid - NL Digibeter/GDI - Common Ground - Dienstverlening
MOGELIJK MAKEN
DUIDEN EN REFLECTEREN
Basis op orde
Waarden en innovatie in de informatiesamenleving
Betrouwbare overheid - Inclusie - Competenties gemeenten
Digitale veiligheid - Agenda Digitale Veiligheid
Innovatie en technologie - Nieuwe technologie - Ethiek
Publieke waarden - Democratie - Rechtsstaat
OMGEVING
EU/Internationaal
Politiek
Agenda’s Rijksoverheid provincies/waterschappen Digitale agenda Agenda 2024 Gemeenten Vereniging 2024van Vereniging Nederlandse van Nederlandse Gemeenten Gemeenten
Markt en bedrijfsleven
Wetenschap en adviesraden
Omgevingsanalyse 2021 | 25
4
VRAAGT OM EEN GEMEENTELIJKE BEDRIJFSVOERING DIE DIT KAN ONDERSTEUNEN De doorontwikkeling van de organisatie die de inhoudelijke opgaven van de stad tot stand moet brengen vraagt noodzakelijkerwijs ook een doorontwikkeling van de bedrijfsvoering. Deze doorontwikkeling is permanent en aan verandering onderhevig als gevolg van ontwikkelingen in de omgeving. Het vraagt een goed zicht op de voor de gemeentelijke bedrijfsvoering meest relevante ontwikkelingen. Vijf ontwikkelingen die we in deze omgevingsanalyse willen vermelden zijn: A. Het behoud én de werving van voldoende en gekwalificeerd personeel voor gemeenten en dus ook voor de gemeente Venlo wordt steeds lastiger. Dat geldt ook voor de aantrekkelijkheid van de overheid (in zijn algemeenheid) als werkgever, zeker in tijden van hoogconjunctuur en voor starters op de arbeidsmarkt. Jonge medewerkers zijn lastig te werven en stromen over het algemeen relatief snel weer uit en de vergrijzing binnen de ambtelijke organisatie neemt toe. Het aantal openstaande vacatures stijgt (landelijk) voor gemeenten met meer dan 100.000 inwoners van 1.493 in 2018 naar 1.610 in 2019. Het percentage moeilijk vervulbare vacatures bedroeg in 2019 17,4% voor gemeenten met meer dan 100.000 inwoners. Het is daarmee licht gedaald ten opzichte van vorig jaar (21,4%) maar schommelt daarmee nog altijd rond een vijfde van alle openstaande vacatures.
De functiegebieden met het hoogst aandeel moeilijk vervulbare vacatures en waarin een tekort gemeenten belemmert in het uitvoeren van de activiteiten worden weergegeven in onderstaande figuur29.
Dit maakt het extra belangrijk dat we als Venlo kritisch blijven kijken naar het wervingsen selectieproces en onze arbeidsmarktcommunicatie. Daarnaast is dit relevant voor wat betreft de Venlose strategische personeelsplanning en het vraagstuk van externe inhuur.
29 A&O-fonds 2020 26 | Omgevingsanalyse 2021
De dynamiek in de opgaven en omgeving van gemeenten zoals hiervoor omschreven maakt immers extra belangrijk dat er een match is met de aanwezige kwaliteit en expertise van medewerkers die we als werkgever in huis hebben. Naast werving en selectie is hierbij ook doorontwikkeling en permanente educatie van het bestaande personeelsbestand van groot belang, om ervoor te zorgen dat “de juiste persoon op de juiste plek” terecht komt en geëquipeerd blijft om zijn of haar bijdrage te leveren aan de gemeentelijke opgaven. In brede zin is er al een aantal jaren een flexibilisering van de arbeidsmarkt zichtbaar. Het SCP constateert bijvoorbeeld op basis van gegevens van het CBS dat het aandeel werkenden met een flexibel dienstverband na de eeuwwisseling is gestegen van 14% in 2003 naar 21% in 201930. Deze flexibilisering lijkt goed aan te sluiten bij de dynamiek in de gemeentelijke opgaven en daarmee samenhangende dynamiek in personele behoefte. 68% van de gemeenten geeft aan dat zij proberen de externe inhuur terug te dringen. In de groep 100.000 > inwoners (excl. G4) bedragen de uitgaven aan externe inhuur 18% van de totale uitgaven aan personeel en externe inhuur31. Dit is een lichte daling ten opzichte van een jaar eerder (21%), maar hierin is een stijgende lijn te zien vanaf 2014 (14%).
Als Venlo zetten wij nadrukkelijk in op het terugdringen van externe inhuur en zitten wij ruimschoots onder de landelijke trend.
B. Net als in het bedrijfsleven is er bij de overheid sprake van een koersverlegging op het gebied van informatisering, namelijk van een ’technische’ benadering naar een informatieperspectief. Meer informatie gestuurd handelen (data-gedreven), gezamenlijke oplossingen, meer efficiëntie en meer ontkokering, en dat tegen lagere kosten. Een andere trend is de kanteling van overheidsgegevens voor intern gebruik naar extern gebruik. Eerst ten behoeve van de publieke dienstverlening en vervolgens ten behoeve van het bedrijfsleven. Nieuwe vormen van informatisering maken realtime informatie over output van overheid als dienstverlener mogelijk. Als de overheid dit niet regelt gaan derden hier mogelijk mee aan de slag met mogelijk minder valide informatie of zelfs onjuiste gegevens als gevolg. Een steeds belangrijker en urgenter aspect waar ook de nodige kosten mee verbonden zijn, is de aandacht voor informatieveiligheid (en privacy). 30 SCP, arbeidsmarkt in kaart, 2019 31 Uitgaven externe inhuur in jaar t / (personele uitgaven in jaar t + uitgaven externe inhuur in jaar t) 24 Publiek perspectief (https://www.publiekperspectief.nl/hrm-trends-ontwikkelingen-2019/)
Omgevingsanalyse 2021 | 27
C. Een duurzame bedrijfsvoering binnen een sector die sterk afhankelijk is van samenwerking met anderen vergt een steeds grotere investering. Niet alleen met de maatschappelijke partners met wie wij onze producten en dienstverlening vorm geven, maar nadrukkelijk ook in ketens en met onze regiogemeenten. D. In 2020 zijn we gestart met de voorbereidingen om over het boekjaar 2021 (begin 2022) als organisatie zelf een statement af te kunnen geven voor wat betreft de financiële rechtmatigheid. De ontwikkelingen en de te nemen stappen zullen door ons samen met u gevolgd worden en hiertoe zullen voorstellen worden gedaan om te komen tot een op termijn volledig en betrouwbaar in control statement. E. Als laatste ontwikkeling verwachten wij dat als gevolg van de (langdurig) lage rente de pensioenpremies en werkgeverslasten zullen blijven stijgen, hetgeen een permanente opwaartse druk betekent op onze personeelskosten. NIEUWE WETTEN, NIEUWE REGELS De verwachting is dat het komende jaar de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) zal worden ingetrokken onder gelijktijdige invoering van de Wet open overheid (Woo). Deze ontwikkeling past in de maatschappelijke roep om meer transparantie van de overheid. Naar verwachting zal deze (initiatief-) wet vergaande gevolgen hebben voor zowel de organisatie en de techniek als de mindset van de medewerkers.
Overheidsinformatie moet beter vindbaar, uitwisselbaar, eenvoudig te ontsluiten en goed te archiveren zijn. Processen moeten worden aangepast en technieken veranderd, maar belangrijker dan dit is het bewustzijn dat bestuurders en ambtenaren daarbij moeten hebben (of ontwikkelen). Actieve openbaarheid van overheidsinformatie betekent een andere -over het algemeen minder terughoudende houding- ten aanzien van het delen van informatie. Daarnaast dreigt opnieuw (inmiddels voor de derde keer) uitstel van de invoering van de Omgevingswet. Hoewel de Tweede Kamer inmiddels na een lang wetgevingsproces deze ingrijpende wet heeft aangenomen dreigt nu de Eerste Kamer haar instemming te onthouden. Met name de vaststelling dat kritieke onderdelen’ van het computersysteem niet af zijn en niet voldoende beproefd, maakt dat er wordt getwijfeld aan de haalbaarheid van de invoeringsdatum. Afgezien daarvan is de Raad van State van oordeel dat er pas een besluit kan vallen als alle gemeenten op het computersysteem zijn aangesloten en alle functies goed werken. Ook is er nog geen duidelijkheid over de totale kosten. Meerdere partijen in de Eerste Kamer zijn bang dat de kosten van de Omgevingswet hoog zullen oplopen. En relevant voor Venlo, het grootste deel hiervan zal door de gemeenten worden betaald.
Trouw, 11 januari
28 | Omgevingsanalyse 2021
WOONLASTEN De woonlasten zijn de totale lasten van de onroerend zaakbelasting (OZB), afvalstoffenheffing en rioolrechten minus een eventuele heffingskorting. In deze omgevingsanalyse worden de woonlasten van een meerspersoonshuishouden als uitgangspunt genomen. In 2020 stond de gemeente Venlo landelijk op de 202de plaats (2019: 193ste plaats) waarbij positie 1 de laagste woonlasten heeft32. In de volgende tabel wordt de ontwikkeling van de woonlasten van een meerpersoonshuishouden van de gemeente Venlo vergeleken met de gemiddelde woonlasten landelijk (t/m 2020) en ten opzichte van het gemiddelde van de grote gemeenten (t/m 2021)33. Voor 2021 zijn alleen de kerngegevens belastingen grote gemeenten gepubliceerd.
Van de 40 grote gemeenten zijn er 3 gemeenten, waaronder Venlo, waar de woonlasten dalen ten opzichte van 2020. Eveneens in 3 gemeenten daalt het OZB tarief waarbij de daling in Venlo het sterkst is met 6%. De gemeenteraad heeft bij de behandeling van de kadernota 2021 besloten dat de gemiddelde woonlasten voor woningen voor de resterende duur van deze collegeperiode nominaal niet meer verhoogd wordt.
32 Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO): Atlas lokale lasten 2020. 33 Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO): Atlas lokale lasten 2020 (2021 nog niet verschenen); COELO, Kerngegevens belastingen grote gemeenten 2021
Omgevingsanalyse 2021 | 29
In de volgende grafieken34 worden de gemeentelijke woonlasten 2020 en 2021 onderverdeeld in de omvang van de onroerend zaakbelasting (OZB), afvalstoffenheffing en rioolrechten. Venlo wordt vergeleken met de Limburgse gemeenten Sittard-Geleen, Maastricht en het gemiddelde van de grote steden als totaal.
Wat opvalt is dat de afvalstoffenheffing relatief laag is ten opzichte van de referentiegemeenten evenals de Rioolrechten. De OZB daarentegen is relatief hoog. Belangrijk aandachtspunt is dat de rioolheffing dient ter financiering van de gemeentelijke watertaken, waaronder het beheer en onderhoud van gemeentelijke riolering, afvalwater, hemelwater en grondwater. Conform de door de gemeenteraad op 9-11-2018 vastgestelde programmabegroting 2019-2022 is een bezuiniging van € 0,8 miljoen per jaar opgenomen ten opzichte van de ‘Financiële actualisatie exploitatie riolen 2017-2026’ die in december 2017 door de gemeenteraad is vastgesteld. Omdat besloten is om de gemiddelde woonlasten voor woningen voor de resterende duur van deze collegeperiode nominaal niet te verhogen heeft een opwaartse druk van de afvalstoffenheffing en/of rioolrechten een (mogelijke) verlaging van de OZB tot gevolg. 34 Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO), COELO, Kerngegevens belastingen grote gemeenten 2021. 30 | Omgevingsanalyse 2021
FINANCIËLE POSITIE De financiële positie speelt een belangrijke rol om een goede en integrale afweging te kunnen maken over de te varen koers op de korte, maar vooral op de (middel)lange termijn. De financiële positie is geen doel op zich en moet altijd bezien worden in het licht van de totale maatschappelijke opgave van de stad. Het te bereiken maatschappelijke rendement en de bijdrage aan de inhoudelijke beleidsdoelstellingen zijn hierbij van evident belang. De beoordeling van de financiële positie vindt plaats op basis van de door de gemeenteraad vastgestelde strategische en tactische doelstellingen zoals weergegeven in het plaatje.
SOLVABILITEITSRATIO De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de weerbaarheid van de gemeente. Hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe hoger de weerbaarheid. Onder de solvabiliteitsratio wordt verstaan het eigen vermogen als percentage van het balanstotaal. De (verwachte) ontwikkeling van de solvabiliteitsratio kent een opwaarts effect vanaf 2018 maar ligt nog altijd lager dan het landelijk gemiddelde en onder het gemiddelde van de steden 100.000 – 150.000 inwoners35. In het gemeenschappelijk financieel toezichtkader van de provincies zijn signaleringswaarden voor de solvabiliteitsratio opgenomen met de volgende classificatie: Meest risicovol < 20% Neutraal 20%-50% Minst risicovol > 50%.
De bij de behandeling van de kadernota 2021 door de gemeenteraad vastgestelde streefwaarde bedraagt ≥ 25% en bevindt zich, op basis van het toezichtkader provincies, net boven de grens van ‘meest risicovol’. De verwachte ontwikkeling van de solvabiliteitsratio beweegt zich langzaam naar het gemiddelde van de steden 100.000-150.000 inwoners. 35 Bron: Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties: www.findo.nl, data Financiën Decentrale Overheden. Rekeningcijfers t/m 2019. Begrotingscijfers zijn de cijfers gebaseerd op de begrotingen 2020-2023. Omgevingsanalyse 2021 | 31
NETTO SCHULDQUOTE De netto schuldquote geeft aan hoe hoog de netto schuld is ten opzichte van de inkomsten. Hoe hoger de inkomsten, des te meer schulden een gemeente zou kunnen dragen. Volgens de VNG bevindt de schuldquote van een gemeente zich normaal tussen de 0% en 100%. Bij een schuldquote hoger dan 130% is er sprake van een zeer hoge schuld. De netto schuldquote van Venlo beweegt zich vanaf 2018 rond het landelijk gemiddelde en onder de verwachte ontwikkeling van de steden 100.000 – 150.000 inwoners36. De verbetering van de schuldquote wordt enerzijds veroorzaakt door een stijging van de baten en anderzijds een daling van de schulden. In het gemeenschappelijk financieel toezichtkader van de provincies zijn signaleringswaarden voor de netto schuldquote opgenomen met de volgende classificatie: Meest risicovol > 130% Neutraal 90% – 130% Minst risicovol < 90%.